CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307202 bijlage Beantwoording technische vragen OCC aan rekenkamer

Commissie Ruimte 18 februari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het Rekenkameronderzoek Onderwijs en Cultuurcomplex27.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RIS307202 – 8 December 2020

Beantwoording technische vragen in het kader van het onderzoek naar het Onderwijs- en Cultuurcomplex. Direct naar de beantwoording van vragen van: PvdD&HvdH/GdM (vragen SOS Den Haag) PvdD (overige vragen) VVD SP HSP CU/SGP GL

SOS1

SOS2

SOS3

SOS4

Vragen SOS Den Haag (via PvdD, GdM) Ten laste van welk budget is de € 4.200.000 - die, naar nu gebleken is volgens de Rekenkamer, zonder contractueel argument, overgemaakt wordt naar Cadanz, - geboekt?

Gaat het college deze onrechtmatig te noemen betaling terugvorderen bij Cadanz aangezien zij deze constatering niet bestrijdt? Kunnen Rekenkamer en college het proces dat geleid heeft tot het aanvaarden van deze extreme kosten als wijzigingsopdracht documenteren? Het gaat immers om de essentie van de DBM overeenkomst en de interpretatie daarvan. Wethouder Wijsmuller heeft nogal wat keren voor de raad verklaard dat er een sterke DBM overeenkomst was en dat de markt de risico’s droeg! Aangezien € 4.200.000 voor het voorzien van 20% van de gevel van schijnkolommen (decor) wel heel erg veel geld is! Kan het college documenteren wat er allemaal vergoed is onder de verhullende noemer ‘Alzijdig maken van het gebouw’

De rekenkamer herkent het bedrag van € 4,2 mln. niet. We constateren in bevinding 31 van Deel 1 dat de aanpassing van de achtergevel onderdeel uitmaakt van de Pacakgedeal waarvoor de gemeenteraad in juli 2018 een uitbreiding van het investeringsbudget beschikbaar stelde. De kosten voor de gevelaanpassing à € 4,1 mln. worden dus betaald uit het door de gemeenteraad toegezegde budget van € 210,9 mln. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

De rekenkamer constateert in bevinding 31 van Deel 1 dat de gevelaanpassing onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke opdracht, omdat de eis van een positief welstandsadvies onderdeel uitmaakt van de kaderstelling voor dit project. Het betreft dus niet een wijzigingsopdracht.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

1

RIS307202 – 8 December 2020

SOS5

SOS6

SOS7

SOS8

SOS9

SOS10

SOS11

SOS12

(materiaal, materieel, manuren, opslagen enz)? Werden ook de 4 maanden verloren tijd in het ontwerptraject vergoed en het herstellen van de onderkende 150 manco’s in het VO verwerkt? Moet het college nu niet erkennen dat het risico dat met betrekking tot het verkrijgen van de omgevingsvergunningen deels bij de Opdrachtgever is komen te liggen? Zo ja waarom is dat niet gemeld? Zo nee waarom niet? Moet het college niet onderkennen dat door € 4.200.000 te betalen de overeenkomst / risicoverdeling met betrekking tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning en het daarvoor noodzakelijke positieve welstandsadvies opengebroken is zonder dat aan de raad kenbaar te maken? Zo nee waarom is de raad niet om uitbreiding van het mandaat daartoe verzocht? Zo ja waarom heeft het college dat ingewilligd? Welke deskundigen hebben het openbreken van de overeenkomst middels advies en validatie ondersteund? Moet het college niet onderkennen dat na een dergelijke vorm van compenseren de principes van de DBM overeenkomst sterk bijgesteld zijn richting een traditionele overeenkomst ‘in regie’.

Zo nee waarom niet? Zo ja waarom? Kan het college garanderen dat er bij een grondig en inhoudelijk onderzoek van alle VTW’s (Voorstel Tot Wijziging) door deskundigen er niet meer traditionele verrekeningen in beeld komen? Zo nee, welke andere verrekeningen hebben er plaats gevonden waarbij eisen afgeruild zijn tegen nieuwe wensen van de gebruikers of andere stakeholders? Kan het college garanderen dat de DBM overeenkomst-principes niet geheel over boord gezet zijn en na de package deal omgevormd zijn naar een regie opdracht? Zo ja waarom? Zo nee waarom niet? Kan het college aangeven wat er met de middelen die voor de Mansarde kappen gereserveerd waren gebeurd is. Wàt zijn de beweegredenen om deze kosten (€ 5.300.000) buiten het budget van

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord. Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.

2

RIS307202 – 8 December 2020

SOS13

SOS14

SOS15

SOS16 SOS17

SOS18

SOS19

SOS20

SOS21 SOS22

het OCC te brengen en ze wel in de aanneemsom op te nemen? Zijn de betreffende ingrepen functioneel (aanbod), technisch (fundatie) of herstel om de garage aan ASR terug te kunnen leveren? Was het PvE van ASR met betrekking tot de teruglevering onderdeel van de ‘geheime’ Vraagspecificatie? Is het DBM contract met Cadanz hiervan afgeweken en zo ja waarom? Hoe zijn de kosten verwerkt in de aanneemsom?

Zijn er VTW’s met betrekking tot de garage gehonoreerd? Waarom worden delen van de garage op de vergunningstekening voorzien van een Wolk? Hoe is het mogelijk dat de fietsenstalling uit de overeenkomst en dus uit het budget van het OCC gehaald is terwijl het eenduidig onderdeel is van de vraag- en aanbodspecificatie van de gemeenteraad? (zie PvE 29.08.2014) Hoe is het budget fietsenstalling aan het bouwbudget/ aanneemsom weer toegevoegd terwijl het al onderdeel uitmaakte van de vraag en het aanbod? Welke transactie hebben er plaats gevonden en welke kosten of werkzaamheden zijn er met deze transactie gedekt? Kan het college met verslagen en opdrachten de besluitvorming documenteren en transparant maken hoe de fietsenstallingen uit de ‘vraagspecifivatie’ en uit het ‘aanbiedingsontwerp’ naar een ander budget over geheveld zijn of andersom? Met welk Verzoek tot Wijziging of welke transactie is de € 700.000 overgeheveld? Kan het college aangeven waarom de aanpassingen aan het Spaghettiwerk –die 100% voorspelbaar en kwantificeerbaar

Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.

Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.

In bevinding 4 en 9 van Deel 1 constateren we dat deze kosten vanuit de grondexploitatie zijn toegevoegd aan het budget voor de realisatie van het OCC. Vanuit dit budget wordt de aannemer betaald. De aannemer heeft opdracht gekregen voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC inclusief parkeergarage, toeritten, fietsenstalling en commerciële ruimtes, dit in overeenstemming met het Programma van Eisen. Dit valt buiten het kader van ons onderzoek. Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.

Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.

Zie de beantwoording van vraag 15.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Dit valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

3

RIS307202 – 8 December 2020

SOS23

SOS24

SOS25

SOS26

SOS27

SOS28

SOS29

waren als onderdeel van het OCC project– op enig moment buiten vraagspecificatie, aanbiedingsontwerp en projectbudget geplaatst zijn en schijnbaar als onderdeel van een ander project ten laste van een ander budget uitgevoerd zijn? De werkzaamheden met betrekking tot het Spaghettiwerk waren duidelijk als een onderdeel van de DBM overeenkomst aangeboden en zijn door Cadanz uitgevoerd. Deze werkzaamheden waren dus in de aanneemsom verwerkt. Hoe is de post van € 700.000 overgegaan naar de aanneemsom van Cadanz en waartoe is dit budget aangewend? Hoe en waarvoor is het budget overgeheveld naar de aanneemsom van Cadanz? Is het correct dat Retail tweemaal in de Grex voorkomt met een eigen Grex en als onderdeel van de Grex van het OCC? Zo ja wat is het doel van 2 maal geld reserveren voor Retail?

Indien Retail duidelijk benoemd is in de vraagspecificatie en in het aanbod verwerkt is hoe is het mogelijk dat dit nu volgens het college géén onderdeel zou uitmaken van het project? Is het niet normaal om onder de gegeven omstandigheden de lasten van het Retail als onderdeel van het project te nemen en de eindwaarde als baten toe te voegen? Dat was immers destijds de motivering om Retail op te neen in het PvE. Hoe en waarvoor zijn de middelen uit de Grex voor het OCC en de Grex retail overgeheveld naar de realisatie van het OCC? Waar zijn de historische kosten weg geboekt?

Zie beantwoording van vraag 15.

Zie beantwoording van vraag 15. Dit lijkt overigens dezelfde vraag als vraag 23. Nee. Dit is een misverstand. In bevinding 9 van Deel 1 constateren wij dat in de situatie bij besluitvorming in 2014 voor het betalen van deze kosten een last opgenomen was in de grondexploitatie. In noot 178 is opgenomen dat voor de commerciële ruimten sinds 2016 een apart investeringsproject is ingericht, dit om tegemoet te komen aan aangepaste eisen in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Met deze verandering is dit onderdeel (commerciële ruimten) dus uit de grondexploitatie gehaald en worden de kosten nu betaald uit dit nieuwe investeringsproject. Deze wijziging is dus budgetneutraal. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Zie beantwoording vraag 15 en vraag 25.

In bevinding 4 van deel 1 constateren we dat de kosten voor het oude plan niet zijn meegenomen in het totale budget voor de gebiedsontwikkeling. In paragraaf 6.1 en bevinding 11 van deel 1 geven 4

RIS307202 – 8 December 2020

SOS30

SOS31

SOS32

SOS33

SOS34

SOS35 SOS36

SOS37

SOS38

Kan het college een overzicht verstrekken van de historische kosten zodat de raad zich een oordeel kan vellen of deze correct, marktconform en doelmatig besteed zijn? Kan de het college uitsluiten dat er in het traject Spuiforum geen wanprestatie gepleegd is ? Zie voor de motivatie van Wethouder van Asten met betrekking tot de toenmalige:* Samenwerkingsovereenkomst.* De huurcontracten.* De exploitatie begroting (40.000 m2 BVO) en verdeling exploitatie lasten tussen verhuurder/ huurder en onderhuurders. Moet het college –indien er sprake zou zijn van wanprestatie van betrokken partijen alsnog schade claims indienen bij deze partijen? Zo nee waarom niet? Zo ja wanneer kan de raad actie verwachten? Zouden volgens de criteria van zuiver middelenbeheer en zuiver budgetteren de historische kosten of een substantieel deel daarvan niet als leergeld in het OCC budget opgenomen moeten worden en zo nee waarom niet? Gaven de onderzoeken met betrekking tot de tijdelijke huisvesting voor het Spuiforum project geen duidelijke indicaties dat het budget van € 5.000.000 niet toereikend zou zijn? Zo ja waarom is dit deelbudget niet geactualiseerd? Zo nee hoe is het mogelijk dat uit eindelijk meer dan € 10.600.000 éxtra nodig was voor een projectonderdeel dat al van start gegaan was voordat het raadsbesluit 04.11.2014 genomen was? Is het correct dat het management van de tijdelijke huisvesting /

de fietsenstalling KJ plein én de functie van projectdirecteur Amare uitbesteed waren aan dezelfde partij? Is het normaal dat projectmanagers / projectdirecteuren gaten van de

we aan uit welke bronnen de totale dekking is opgebouwd. Dit telt op tot een totale dekking van € 202,1 mln. Hieruit zijn ook de historische kosten betaald, er is niet een specifieke dekking apart voor alleen deze kostenpost. Zie hiervoor ook figuur 16. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

In bevinding 4 van deel 1 constateren wij dat op grond van het uitvoeringsbesluit beheersregels GREX 2012 (RIS251902) deze kosten uit de grondexploitatie betaald moeten worden. We constateren ook dat het niet in overeenstemming met deze beheersregels is dat deze kosten buiten de grondexploitatie om zijn gedekt. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. 5

RIS307202 – 8 December 2020

SOS39 SOS40

SOS41 SOS42

SOS43

SOS44

SOS45

SOS46

SOS47

SOS48

SOS49

SOS50

geconstateerde omvang moeten laten passeren zonder zorgvuldige verantwoording? Zo nee kan de raad inzage krijgen in deze verantwoordingen? Wanneer is de tijdelijke huisvesting gepland en wanneer zijn de kosten geraamd voor de realisatie en exploitatie van de tijdelijke huisvesting? Was dit voor 04.11.2014 of na die datum? Wie heeft de tijdelijke huisvesting gerealiseerd? Kan de verantwoording van het budget worden overlegd? Hoe veel heeft de tijdelijke huisvesting uiteindelijk echt gekost incl. de huur van extra huisvesting en verbouwing van deze extra huisvesting (tbv Residentie Orkest aan de Meppelweg)? Hoeveel extra kosten zijn er onstaan nadat duidelijk werd dat de verbouwingen van de oefenruimte voor het RO niet goed uitgevoerd en onbruikbaar waren? Wie heeft besloten dat de DMC onderhoudsreservering (€ 4.000.000) van de DAPZ en het Lucent-danstheater ingezet konden worden voor de tijdelijke huisvesting? Kan die benadering niet omschreven worden als het aanhouden van verborgen reservefondsjes voor ‘zand erover’ beslissingen buiten het zicht van burgers en gemeenteraad? Moeten geoormerkte, niet gebruikte en nooit te gebruiken subsidie onderhoudsmiddelen (het gebouw werd immers niet onderhouden en is ondertussen gesloopt) niet terug naar de subsidie verstrekker? Kan het college inzien dat terugstorten en transparant aanwenden van deze middelen de suggestie in de hand werkt

van het verhullen van middelen (potjes zonder controle)? Houden de wethouders er nog meer geparkeerde potjes buiten de controle van het college en de raad op na? Is de GRIP rapportage in dit verband niet een volstrekte wassen neus geworden? Deze vraag kan het best aan Wethouder van Asten gesteld worden gezien de

Dit is niet aan de rekenkamer. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord. 6

RIS307202 – 8 December 2020

SOS51

SOS52

SOS53

SOS54

SOS55

SOS56

SOS57

miljoenen die hij bij DMC ondertussen laat oppotten uit de huidige subsidies en middels het financieren van leencapaciteit in het bedrijfsplan 2021 van Amare! Kan middels deze potten DMC nu zelf voldoen aan de door haar en medegebruikers veroorzaakte meerwerken –iets wat zich buiten het blikveld van de raad begeeft? Is het te rechtvaardigen dat middelen uit de Grond exploitatie Scheveningen haven gebruikt worden voor het dekken van de budget overschrijding op het OCC project? Is het te verantwoorden om betaalt parkeren Duindorp en omgeving naar voren te halen om budgetoverschrijdingen te dekken? Uit het rekenkamerrapport blijkt dat er eenmalig € 1.600.000 besteed is om het NDT in staat te stellen om aan het Spui gehuisvest te blijven. Ten laste van welke posten uit het project zijn deze middelen geboekt aangezien ze meer dan duidelijk het gevolg zijn van het project OCC?

Heeft de gemeente aan de huurders en onderhuurders wel of geen budgetten/subsidie beschikbaar gesteld voor: * Advies en begeleiding van het Ontwerpproces en interne uren voor de planning van het OCC. Huurders hebben immers eigen architecten ingeschakeld. * Verhuizing naar Tijdelijke huisvesting. * Zo ja waar werden deze budgetten geboekt Gaat de gemeente aan de huurders en onderhuurders wel of geen budgetten/subsidies beschikbaar stellen voor: Het openen van het OCC/Amare. Het voorbereiden en uitvoeren van de verhuizing terug naar het Spui. Zo ja waar worden deze budgetten geboekt. Heeft het college, de ambtelijke opdrachtgever of de projectorganisatie stil gestaan bij het effect dat het besluit heeft op de overall kosten van het project Spuikwartier tot handhaven van het NDT aan het Spui ? Heeft de opdrachtgever stil gestaan bij de volgende effecten die het handhaven van

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Het is niet juist dat wij constateren dat er € 1,6 mln. is besteed aan de tijdelijke huisvesting voor NDT. In bevinding 21 van deel 1 constateren wij dat het college op 6 december weliswaar besloot tot een maximale bijdrage ter hoogte van dat bedrag, maar dat uiteindelijk € 1,0 mln. is betaald aan NDT. We constateren daar ook dat deze kosten gedekt worden uit het beschikbare budget voor ontwikkeling en realisatie van het OCC. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. 7

RIS307202 – 8 December 2020

SOS58

SOS59

SOS60

SOS61

SOS62

SOS63

SOS64

SOS65

SOS66

SOS67

SOS68

het NDT heeft op het project/ de gemeentelijke lasten ten gevolge van dit project.? Te denken aan de volgende kosten: Het ongeveer 3 jaar vertragen van de afronding van het commerciële deel? (het starten van de WABO aanvraag voor toren C, het in uitvoering nemen ervan, het opleveren van het ‘Stadsbalkon’ als onderdeel van de openbare ruimte). Het ongeveer 3 jaar langer beperken van de exploitatie van de Stadhuis/Spui/Turfmarktgarage en de verliezen die daar genomen moeten worden? Het niet terug kunnen leveren op de afgesproken datum van de Spuigarage aan ASR/P1 en de daarvan afgeleide kortingen/ boete/ schade vergoeding? Ondertussen zal het schade overzicht van ASR/P1 inzichtelijk moeten zijn: kan dat worden overlegd? Kan het college inzicht geven hoe deze schade/ boete/vergoeding verwerkt gaat worden in de gemeentelijke administratie? Kan het college garanderen dat de schade/boetes/vergoedingen niet verrekend gaan worden met ASR op de ‘marktconforme’ koopsom voor de aan ASR te leveren Turfmarktgarage? Het risico dat de Spuigarage niet of niet geheel beschikbaar zal zijn bij de opening van het OCC? Het 5 jaar niet volledig kunnen gebruiken van de Schedeldoekshaven, het omleiden van de tram en het herstel van de tramlijn na teruggave door Sonate en Cadanz? Waar zijn/worden de voorzieningen voor deze kosten opgenomen of waar gaan deze kosten geboekt worden als onvermijdbaar

onvoorzien? Kan het college een overzicht geven van de totale kosten tijdelijke huisvesting en waar deze geboekt worden? Ten laste van welk budget worden de kosten van de projectorganisatie vergoed? Een projectorganisatie die op enig moment uit pakweg 10 externe medewerkers bestond (medewerkers van D2 ontwikkeling/ZRi/ Flex schil /BOAG/DVP).

Dit is niet een vraag.

Dit is niet een vraag.

Dit is niet een vraag.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Dit is niet een vraag.

Dit is niet een vraag.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

8

RIS307202 – 8 December 2020 SOS69

SOS70

SOS71

SOS72

SOS73

SOS74

SOS75

SOS76

SOS77

Hoe hoog zijn de kosten van de projectorganisatie (intern en extern) nu, gespecificeerd per voltooid kalenderjaar.? Wat is de kostenprognose voor de projectorganisatie en door haar inschakelde adviseurs gedurende de periode medio 2015 t/m nazorg en procedures eind 2022)? De projectorganisatie zal jaren langer actief zijn. Ten laste van welk budget worden de vertragingskosten geboekt? OCC en Spuikwartier lopen door elkaar heen. Hoe waarborgt DSO dat de managementkosten niet door elkaar lopen en mensen wegboekt tegen andere grondexploitaties? Er is vastgesteld dat er diensten zijn gegund aan externe management-bureaus ver boven de drempelbedragen, zonder dat er van Europese aanbesteding is uitgegaan. Hoe hoog is het totaal gefactureerde van niet aanbestede diensten en zo ja waarom is dat door het college goedgekeurd? Betreffen de niet-aanbestede diensten de werkzaamheden van ZRi, D2 ontwikkeling, BOAG en DVP en hun flex schillen? De Rekenkamer stelt vast dat de uitvoering van de contractvorm DBM, zuinig geformuleerd , op een dilettantistische wijze uitgevoerd is. De oorzaak kan gezocht worden bij de adviseurs die als deskundigen op de aspecten aanbesteding, directie, samenstelling contractdocumenten, regie tijdens de dialoogronde en de contractuitwerking ingezet zijn door de gemeente.

De wethouders stonden vierkant in voor de deskundigheid van de projectorganisatie en de ingehuurde ‘deskundigen’. Wordt het geen tijd de deskundigheid van de betrokkenen tegen het licht te houden? Hoeveel is er betaald voor al deze ‘deskundige’ diensten? Komt het college, gezien het gerapporteerde door de Rekenkamer, wel of niet tot de conclusie dat er wanprestatie geleverd is? Vindt het college in de vaststellingen van de Rekenkamer met betrekking tot de evidente blunders qua contractvorm en uitvoering wel of geen reden om schade te gaan verhalen bij de adviseurs en

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Dit is niet door de rekenkamer vastgesteld. De vraag valt tevens buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. De rekenkamer herkent de omschrijving ‘dilettantische wijze’ niet. Ook de overige constateringen zijn niet door de rekenkamer gedaan. De gestelde vraag valt buiten de scope van het onderzoek en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

De eerste vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. De tweede vraag is gesteld aan het college en kan door ons niet worden beantwoord. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

9

RIS307202 – 8 December 2020

SOS78

SOS79

SOS80

SOS81

SOS82

managers die ingehuurd zijn door de gemeente ?a. Zo ja wanneer gaat de gemeente over tot kosten en schadeverhaal?b. Zo nee waarom denkt de gemeente dat zij niet benadeeld is als gevolg van de zeer onprofessionele implementatie van de DBM samenwerkingsvorm? SOS Den Haag heeft door de jaren heen verwezen naar vrij herkenbare relaties tussen leden van de projectorganisatie van de gemeente en het tenderteam van Boele & van Eesteren | Visser & Smitbouw. Vóór de aanbesteding was de directeur van B&vE immers al aanwezig in vergadering over het OCC. Heeft het college naast de meer dan matige prestaties van de projectorganisatie niet de aandrang om te onderzoeken of er tussen partijen tijdens de dialoog wel of niet gelekt is:tussen gegadigden? met de gegadigden?en zo nee waarom niet? Zo ja wanneer mag er actie verwacht worden? Op welk budget worden de kosten geboekt voor Validatie DBM documenten (Rebel Groep/ Pels Drooglever Fortuijn), de raad van deskundigen en de ‘externe second opinion explotatie Amare’ (€ 800 plus per team-uur excl. kosten)? De verantwoordelijk wethouders stelden steeds nooit over een nacht ijs gegaan te zijn en dat gekwalificeerde partijen mee keken.

Hoe kijkt het college nu aan tegen deze second opinion’s? Heeft het college bij het groter worden van het plan en het extra groeien van het KC een voorziening getroffen voor extra BTW die in de investering geactiveerd moet worden? Hoe worden de vierkante meters OCC aan het KC doorberekend (transparant of niet transparant)?

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet worden beantwoord.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

In bevinding 25 van deel 1 constateren wij dat het KC aan DMC een kale huur betaalt voor het deel van het OCC dat zij gaat gebruiken. DMC betaalt vervolgens aan de gemeente een apart huurbedrag voor het KC-deel van het gebouw. In bevinding 52 constateren wij dat het aantal vierkante meters dat het KC gaat huren hoger is geworden ten opzichte van het aantal zoals opgenomen in het huurcontract uit 2013. De in de huurovereenkomst opgenomen huurbijdrage is nog steeds bindend. De huurovereenkomst is

10

RIS307202 – 8 December 2020

SOS83

SOS84 SOS85

SOS86

SOS87

SOS88

SOS89

SOS90 SOS91

SOS92

SOS93

SOS94

Zo ja hoeveel extra BTW afdracht is er voorzien en ten laste van welk budget wordt die gebracht? Zo nee hoe gaat de Gemeente de extra BTW dekken? Hoeveel parkeerplaatsen vervallen er door de ontwerpkeuzen welke Boele & van Eesteren | Visser & Smitbouw in/onder het OCC in de Spuigarage (ASR) en Turfmarkt? Hoeveel zekerheid heeft de gemeente dat dit voor een optimale exploitatie van het Amare complex geen enkel probleem zal zijn? Hoeveel compensatie, voor niet aan ASR terug te leveren parkeerplaatsen, zal de gemeente moeten betalen? Wat is de waarde van de verloren cashflow uit de Turfmarktgarage omdat de projectorganisatie toestond dat in het aanbod van Boele & van Eesteren| Visser&Smitbouw dat parkeerplaatsen vervangen werden door.

Hoeveel herstel kosten moet de gemeente (in regie) gaan betalen aan Boele & van Eesteren |Visser & Smitbouw voor het weer terug brengen van de Turfmarkt garage naar een bruikbare staat? Hoe hoog is de betaling geweest voor de tijdelijke aankoop van de ASR garage voor xx maanden? Op welk budget rusten de rente kosten voor deze tijdelijke aankoop? Hoeveel hoger worden de rente kosten door het niet realiseren van de terug levering datum? Hoeveel parkeerplaatsen gaan er verloren door het OCC (indeling en ITS) en hoeveel door de ontwikkeling van Cantate? Hoeveel waarde-vermindering zal ASR bij Den Haag inrekening brengen en hoeveel van die waarde vermindering kan Den Haag doorleggen naar Cantate? Hoe aannemelijk is de kans dat er bij opening van Amare er géén Spuigarage beschikbaar is aangezien er een vluchtweg ontbreekt? Wat zijn de kosten van mitigerende maatregelen en voor wie zijn die?

een niet openbaar document dat door de rekenkamer niet openbaargemaakt kan worden. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. De vraag is incompleet. Voor zover wij het kunnen overzien valt deze buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

11

RIS307202 – 8 December 2020 SOS95

SOS96

SOS97 SOS98

SOS99

SOS100

SOS101

SOS102 SOS103 SOS104

SOS105

SOS106

Hoe hoog lopen de kortingen, boetes en compensaties aan ASR op nu meer dan duidelijk is dat de laatste parkeerplaatsen pas ergens in 2024 beschikbaar zullen komen ofwel 8 jaar nadat ASR de garage overgedragen heeft? Wie vergoed de schade als gevolg van de beperkte toegankelijkheid gedurende de komende jaren? Pas zodra de gewone inritten bruikbaar worden kan gesteld worden dat de exploitatie genormaliseerd is. Op welk budget worden deze te voorziene lasten geboekt? Kan de Rekenkamer onderschrijven dat de DBM strategie misbruikt is om qua besluitvorming van het OCC project een black box te maken waarop de gemeente raad geen enkel zicht en dus geen enkele invloed meer had buiten het gegeven mandaat? Kan het college onderschrijven dat de door het college bejubelde DBM strategie geïmplementeerd is door een niet deskundige projectorganisatie die te gehaast en te veel op eigen houtje geregeld heeft? Is verantwoordelijk Wethouder Wijsmuller gedurende de collegeonderhandelingen nu wel of niet geadviseerd om pas op de plaats te maken vóór dat het college een DBM strategie op basis van een onvoldragen Programma van Eisen zou gaan implementeren? Door wie is, waarom en hoe het tijdelijk afsluiten van het Spaghettiwerk aan de orde gesteld? Wie heeft de onevenredig lange periode van de afsluiting bepaald? Welk voordeel, uitgedrukt in euro's, werd er door welke partij genoten? Hoeveel

minderwerk werd er aan het vervallen van de veiligheidsvoorzieningen verbonden? Hoe kwam dit ten gunste van de opdrachtgever cq. waarmee werd het minderwerk verrekend? Hoe beoordeelt het College deze methodiek waarbij een verrekening binnen het OCC resulteert in een fors nadeel elders in de gemeentelijke exploitatie

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Nee, op basis van ons onderzoek kunnen wij hier geen uitspraak over doen.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

12

RIS307202 – 8 December 2020 SOS107 SOS108

SOS109

SOS110 SOS111

SOS112

SOS113

SOS114

SOS115

SOS116

SOS117

Waarom vindt het College deze gang van zaken verdedigbaar? Hoe zijn de verplichtingen van de gemeente resp. DMC jegens het KC met betrekking tot parkeerplaatsen/ abonnementen geregeld? Op welk budget gaan de lasten van deze 75 KC parkeerplaatsen / - abonnementen rusten? Hoe is men gekomen tot 75 parkeerplaatsen voor het KC? Hoe heeft het college rekening gehouden met de waarde resp. kostenpost die deze enkele regel in een Programma van Eisen vertegenwoordigt?? Heeft het KC eigenlijk nog wel behoefte aan 75 KC parkeerplaatsen? Zijn deze ooit inhoudelijk gemotiveerd of heroverwogen? Welk effect heeft de claim van 75 parkeerplaatsen voor het KC in de directe omgeving op de parkeerbalans van het Spuikwartier? Rekenkamer: indien u het bovenstaande geweten had, zou u dan nog concluderen dat DBM met een concurrentie gerichte dialoog een proportionele en goede aanbestedingsstrategie zou kunnen zijn? (gezien het animo van de markt).

Rekenkamer: kunt u een oordeel geven met betrekking tot nut en noodzaak van het geheim verklaren van de resultaten van de verschillende aanbiedingen, incl. het Juryrapport, onder de noemer ‘concurrentie gevoelig’ nadat de ontwerpen na dialoogronde 5 gefixeerd waren? Rekenkamer: kunt u duiden wat volgens u het gevolg geweest is van het onderbrengen van de ontwerpprocessen in een black box waardoor er geen controle mogelijk was door of voor de gemeenteraad? College wat is uw oordeel omtrent de marktconsultatie nu U deze vanuit marktperspectief gepresenteerd gekregen heeft?

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden. In bevinding 18 van deel 1 constateren wij dat een reservering van 75 parkeerplaatsen voor het KC onderdeel uitmaakt van de Vraagspecificatie. In bevinding 18 van deel 1 constateren wij dat dit een reservering betreft, maar dat de kosten voor het gebruik van de parkeerplaatsen door het KC worden betaald (zie ook noot 248). Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

In deel 2 hebben wij een beoordeling opgenomen van de relevante procesbeslissingen met betrekking tot de keuze voor het contract en de wijze waarop de gemeente uitvoering heeft gegeven aan deze contractvorm. Deze beoordeling is gedaan op basis van door de gemeente ter beschikking gestelde informatie. We kunnen geen uitspraak doen op basis van informatie die geen onderdeel uit heeft gemaakt van ons onderzoek. Nee, op basis van ons onderzoek kunnen wij hier geen uitspraak over doen.

Nee, op basis van ons onderzoek kunnen wij hier geen uitspraak over doen.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

13

RIS307202 – 8 December 2020 SOS118

SOS119

SOS120

SOS121 SOS122

SOS123

SOS124

SOS125

SOS126

SOS127

SOS128 SOS129

SOS130

Hoe ziet het College de mogelijkheden voor de gemeenteraad om toezicht en controle op de aanbesteding en het aanbestedingsresultaat uit te oefenen nu de projectorganisatie met DBM en de concurrentie gerichte dialoog in een black box is gaan opereren, waarbij te pas en te onpas alle relevante documenten geheim zijn verklaard? College onderschrijft u met de kennis van nu de evaluatie van de marktconsultatie nog? Zo ja waarom? En zo nee waarom niet? Hoeveel compensatie heeft de gemeente al vooraf aan Heijmans gegeven voor de beëindiging van de exploitatie rechten van de parkeergarage? Hoe en waar is deze compensatie verrekend? Hoe zijn deze kosten gedekt cq. behoren die kosten wel of niet tot de investeringen in het OCC/Amare? Is het aan de Rekenkamer bekend dat Heijmans tussentijds de aanbesteding voor het OCC verlaten had? Hoe kan het College toelichten waarom Heijmans de aanbesteding voor het OCC tussentijds verliet? Is het college bekend met het argument van Heijmans dat de risico’s reservering die zij trof volgens haar architecten te hoog was om een goed ontwerp te kunnen maken? Later is Heijmans met een àndere architect weer toegetreden tot de aanbesteding.

Kan dat binnen de voorwaarden die van toepassing waren op de aanbesteding? Mocht de bieding van Heijmans dan wel geldig worden verklaard in het kader van de aanbestedingsvoorwaarden? Hoe kan het College dit verantwoorden? Kan het college documenteren onder welke voorwaarden Heijmans alsnog bereid was een aanbieding te maken terwijl het dialoog traject al grotendeels was afgerond en het Heijmans projectkantoor alweer ontmanteld was? Zou de Rekenkamer of Justitie kunnen onderzoeken hoe Heijmans op verzoek van de projectorganisatie, de ambtelijk

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Nee. Zie ook de beantwoording van vraag 114.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

De rekenkamer ziet vooralsnog geen aanleiding een nader onderzoek te doen naar andere onderwerpen die de ontwikkeling en realisatie 14

RIS307202 – 8 December 2020

SOS131

SOS132

SOS133

SOS134

SOS135

SOS136

SOS137

opdrachtgever (heeft bij Heijmans gewerkt) en/of de Wethouder in tweede instantie alsnog heeft deelgenomen aan de aanbesteding? Zou de Rekenkamer kunnen onderzoeken of de motivatie van Heijmans om weer de deel te nemen aan de aanbesteding is gelegen in de voorsprong die Heijmans zou hebben met het verzilveren van overwaarde van de bouwrechten die zij medio 2013 min of meer cadeau kreeg van wethouder Norder? Vervolgens biedt de gemeente aan Heijmans de kans om tot een (onderhandse) transactie te komen met Boele & van Eesteren met betrekking tot haar bouwrechten met betrekking tot de commerciële ontwikkeling. College: Op basis van welke argumentatie besluit de gemeente een onaantrekkelijke waarde (fors lager dan de waarde die Boele & van Eesteren | Visser&Smit heeft geboden) als waarde te aanvaarden? College: Waarom beroept de gemeente zich niet op de aanbesteding die een minimaal bod van € 20,696.000 eiste? Boele & van Eesteren |Visser & Smit bouw indiceerden een substantieel hogere waarde.

Hoeveel hoger was die waarde? College: Waarom laat de gemeente Heijmans en Boele & van Eesteren| Visser & Smit afspraken maken over het verschil tussen de herijkte waarde van de het ontwikkelrecht van Heijmans en de indicatie die Boele & van Eesteren | Visser & Smit bij aanbesteding afgegeven hebben? Hoe hoog is het verschil tussen de waarde die Heijmans in onderhandeling met de gemeente bepaald heeft en die Boele & van Eesteren | Visser & Smit bij aanbesteding afgegeven hebben en waardoor Boele & van Eesteren mede de aanbesteding OCC wonnen?

Waarom heeft het college Boele & van Eesteren niet gehouden aan haar waarde voorstel?

van het OCC betreffen dan welke onderdeel vormen van het gepubliceerde onderzoek. Wij kunnen niet namens justitie een vraag beantwoorden. Zie de beantwoording bij vraag 130.

Dit is geen vraag.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

In bevinding 43 van deel 1 constateren wij dat de grondprijs die VolkerWessels betaalt voor de woningbouw minder dan de helft is dan wat B&VE/V&S raamden voor dat programma in de bieding voor de gebiedsontwikkeling. De woningbouw is één van de onderdelen van het programma. De bedragen zijn vertrouwelijk op grond van de aanbestedingswet art. 2.57 lid 1 en mogen door de rekenkamer niet openbaar gemaakt worden. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden

15

RIS307202 – 8 December 2020 SOS138

Is het bij de Rekenkamer bekend wat de grondwaarde was die BvE|V&S becijferde bij haar inschrijving.

SOS139

Is het bij College en raad bekend dat de aanbestedingsadviseur destijds op verzoek van de toenmalige wethouder aan de inschrijver verzocht heeft om de grondwaarde te verwijderen uit het aan het college en de raad te presenteren plan. Wat was de oorspronkelijke waardebepaling door BvE|V&S behorende bij de stedenbouwkundige visie van BvE|V&S? Op welke gronden heeft Heijmans het College kunnen overtuigen om af te wijken van de Visie bij het winnende OCC aanbod en de daaraan verbonden grondwaarde en dat de gemeente tevreden zou moeten zijn met een grondwaarde die meer dan waarschijnlijk fors lager is dan de minimum waarde die bij de aanbesteding als hard criterium gold? Hoe heeft het College de voordelen die bij een integrale planning en uitvoering voor de bouwer van het OCC ontstaan beoordeeld en of en hoe deze voordelen in de waarde indicatie van BvE|V&S verwerkt waren? Waarom heeft de jury resp.

het College niet besloten om de resulterende waardebepaling van Heijmans ongeldig te verklaren omdat deze niet voldeed aan de bij aanbesteding bepaalde minimale waarde van € 20.696.000? Wat was het verschil tussen de waarde die met Heijmans was overeengekomen en de waarde die BvE|V&S geïndiceerd hadden bij de inschrijving? Heeft het College bij de gesprekken/overleggen/onderhandelingen met Heijmans de gunningsleidraad 'dialoog- inschrijf fase' gehanteerd of andere niet tot de aanbesteding behorende procedures, condities en criteria gehanteerd? Op grond van welke criteria en door de raad vastgestelde uitgangspunten heeft het College onderhandeld met Heijmans over de grondwaarde voor de commerciële ontwikkeling?

SOS140

SOS141

SOS142

SOS143

SOS144

SOS145

SOS146

Ja, maar deze bedragen zijn vertrouwelijk op grond van de aanbestedingswet art. 2.57 lid 1 en mogen door de rekenkamer niet openbaar gemaakt worden. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze bedragen zijn vertrouwelijk op grond van de aanbestedingswet art. 2.57 lid 1 en mogen door de rekenkamer niet openbaar gemaakt worden. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze bedragen zijn vertrouwelijk op grond van de aanbestedingswet art. 2.57 lid 1 en mogen door de rekenkamer niet openbaar gemaakt worden. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

16

RIS307202 – 8 December 2020 SOS147

SOS148 SOS149

SOS150

SOS151

SOS152

SOS153

SOS154

SOS155

SOS156

Als de gehanteerde methode afweek van hetgeen volgens de aanbesteding OCC gehanteerd zou worden, heeft het College de gemeente raad dan niet misleidt? Zo nee waarom niet? Waarom prees Wethouder Wijsmuller de grondwaarde indicatie van BvE|V&S in eerste instantie? Waarom moet later de grondwaarde indicatie uit het zicht van College en raad verdwijnen? Waarom neemt het College geen afscheid van Heijmans met de mededeling ‘er is een beter bod’? Waarom laat het College toe dat Heijmans haar onderhandelingsresultaat verzilverd zonder dat ze zelf - zoals in de wereld van het gemeentelijk grondbedrijf gebruikelijk - een rol opeist als intermediair? College: Kunt u de raad documenteren met betrekking tot alle afspraken die er sinds de ogenschijnlijk dubieuze afspraken die wethouder Norder rondom medio 2013 met Heijmans heeft gemaakt met betrekking tot Wijnhaven 2de tranche ? Kan het college bevestigen dat de erfpachtwaarde voor Heijmans is vastgesteld onder de gebruikelijke waarden overeenkomstig het vigerende grondbeleid? College: Hoe hoog is deze korting geworden ten opzichte van de indicatie die BvE|V&S bij de inschrijving opgegeven hebben.

Waarom volgt de Rekenkamer het college door te stellen dat Sonate (Spuikwartier) CV een Volker Wessels onderneming is? Via Googlen wordt snel duidelijk dat Sonate een onderneming is van Reggeborgh , een onderneming die een huisnummer verder zit bij de buren van VolkerWessels Bouw en Vastgoedontwikkeling?

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Heijmans is overigens op dit moment (november 2020) geen contractpartij in de gebiedsontwikkeling Spuikwartier. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

In bevinding 43 constateren wij dat de partij die het contract van Heijmans voor ontwikkeling van het commerciële gedeelte van het Spuikwartier in 2016 overnam, een dochteronderneming is van VolkerWessels. We constateren daarnaast dat ook de aannemer voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC een dochteronderneming is van VolkerWessels. Het eigendom van de N.V. Royal VolkerWessels is niet relevant voor deze bevinding en kan ook inmiddels weer veranderd zijn. Wij baseren onze constateringen op dit punt op de geconsolideerde jaarrekening 2018 van de N.V. Royal VolkerWessels (zie noot 426 en 432). De betreffende dochterondernemingen worden in dit jaarverslag genoemd als zijnde 100% 17

RIS307202 – 8 December 2020

SOS157

SOS158

SOS159

SOS160

SOS161

SOS162

SOS163

SOS164

SOS165

Heeft het College de bouwgegadigde/aanbieder vooraf geïnformeerd over de locatiespecifieke situatie waardoor bouwgegadigde/aanbieder in de gelegenheid was om de risico’s verbonden aan de locatie af te wegen en in haar grondprijs indicatie te verwerken? Was/is de gegadigde/ aanbieder volgens het College voldoende bekwaam om de risico’s van haar od in te schatten? Zo nee, waarom is gegadigde/aanbieder dan geselecteerd om deel te nemen aan deze aanbesteding? Acht het College de gegadigde/aanbieder financieel in staat om substantieel risico’s qua locatie- en planontwikkeling te dragen? (Reggeborgh staat garant en is goed voor enige miljarden euro’s). 161. Waarop is de conclusie van Wethouder Wijsmuller gebaseerd dat als het commerciële programma in zowel omvang als waarde per m2 fors toeneemt, er géén extra locatiewaarde (grondopbrengst) ontstaat omdat Sonate (lees Reggeborgh) forse problemen moet oplossen.

Is het College van mening dat de gegadigden voor de aanbesteding ontoereikende informatie over de opstallen hebben ontvangen, zodat zij de risico’s niet goed konden inschatten? Is het College van mening dat de gegadigden voor inschrijving onvoldoende in staat zijn geweest om het noodzakelijke onderzoek te doen, zodat ze niet in staat waren de risico's in te schatten? Is het College van mening dat gegadigden voldoende mogelijkheden hebben gehad om tijdens de respectievelijke dialoogronden aanvullende vragen te stellen? Kan het College bevestigen dat de inschrijver middels de inschrijving heeft verklaard de ontwikkeling en de realisatie voor haar rekening en risico te kunnen realiseren?

dochterondernemingen. Dit was op het moment van schrijven van het feitenrapport het meest recente jaarverslag van VW. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag is gesteld aan het college en kan door de rekenkamer niet beantwoord worden.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

18

RIS307202 – 8 December 2020 SOS166

SOS167

SOS168 SOS169

SOS170

SOS171

SOS172

SOS173

SOS174

Waarom kunnen Cadanz en Sonate nadat de locatierisico’s in de prijsvorming bij de aanbesteding door de rechtsvoorgangers van Sonate adequaat ingeschat zijn, bij het College begrip vinden voor het compenseren van hun ondernemingsrisico’s waar Sonate en Cadanz hebben verklaard het project voor eigen rekening en risico te realiseren? Kan het College onderschrijven dat bij toename van de omvang van het commerciële programma deze groei voor een groot deel een verschuiving van relatief lage waarde met een hoog risico naar een hogere waarde met een lager risico oplevert? Zo nee, waarom klopt deze redenering niet? Kan het College onderschrijven dat groei in de sfeer van de hogere appartementen en penthouses per m2 méér waarde genereert dan de lagere verdiepingen zonder zon of uitzicht? Hoe en in welke omvang heeft het College deze meerwaarde met een hogere grondprijs verzilverd? Kan het College aangeven waarom de ontwikkelaar/aannemer gezien alle tegenvallers kennelijk geen baas is over haar eigen planning en keuze van bouwmethoden? Kan het College bevestigen hoe het kan dat de ontwikkelaar/aannemer niet op de hoogte is dat er onder onderheide vloeren holtes ontstaan en dat er op de locatie Spui grondwaterstromingen zijn die Wareco in kaart heeft gebracht? Hoe heeft het College beoordeeld of laten beoordelen in hoeverre ‘niet te voorziene holtes onder kelders’ en ‘verrassende rivieren

onder de grond’ een reële basis zijn voor een gesprek over onvoorziene omstandigheden, die aanleiding kunnen zijn voor verrekening van meerkosten ? Hoeveel sociale huurwoningen met totaal aantal vierkante meters GBO waren er vastgelegd in het ontwikkelplan op basis waarvan de grondwaarde bij aanvang bepaald is?

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

19

RIS307202 – 8 December 2020 SOS175

SOS176

SOS177

SOS178

SOS179

SOS180

SOS181

SOS182

SOS183

SOS184

Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het Schetsontwerp? Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het Voorlopig ontwerp? Waarom hebben die niet in de tekeningen gestaan die zijn ingediend voor de beginselplanbehandeling? Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in het definitief ontwerp? Hoeveel van dat type woningen en hoeveel m2 GBO sociaal waren er verwerkt in de aanvraag omgevingsvergunning? Hebben wij het goed gezien dat hier geen enkele van dit type en m2 GBO reteerden? Hoe geloofwaardig is het College als het namens de aannemer verdedigt dat dergelijke kleine sociale huurwoningen aan zijn aangeboden aan een corporatie voor € 280.000/eenheid, met als excuus dat dit de reële, door de gemeente getoetste kostprijs zou zijn? Hoe geloofwaardig is een wethouder die tekent voor een afspraak dat de sociale woningen voor kostprijs aan corporaties aangeboden mogen worden om vervolgens toe te laten dat de bouwer een gemiddelde m2-prijs bepaalt, waarmee dit woningtype letterlijk uit de markt wordt geprijsd? Hoe verklaart het College dat er - ondanks het veelvoud aan externe adviseurs niemand bij de gemeentelijke organisaties is die in de gaten heeft en houdt dat de bouwer tonnen bespaart en de gemeente miljoenen verspilt? Gaat het college en gaat de gemeenteraad er nu écht wat

van leren? Het antwoord is Nee tenzij het College en de opeenvolgende coalitiepartijen in de spiegel durven te kijken? Nee, tenzij men ophoudt met de krampachtige en overdreven geheimhouding, die primair is ingegeven uit angst voor de eigen bevolking (lees kiezers) ? Nee tenzij men raadsleden de mogelijkheid geeft om zich te laten bijstaan –ook bij vertrouwelijke stukken onder geheimhouding– door onafhankelijke

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek. Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.

Dit is geen vraag.

Dit is geen vraag.

20

RIS307202 – 8 December 2020

SOS185

SOS186

SOS187

SOS188

PvdD1

deskundigen zoals SOS Den Haag. Hulp om de oogkleppen af te zetten, de kennis, attitude en kunde van de diensten kritisch te beschouwen en daarmee te ontsnappen aan de voortdurende tunnelvisie. De oplossing is de raad en het college te voorzien van inhoudelijk en onafhankelijk boerenverstand dat kan rekenen en niet louter vaart op logoos en reputaties. Verandert er iets? Het antwoord is Nee indien men alleen maar yes man als adviseur aanvaard. Yes man zitten er ook bij TG, Berenschot, Pels Drooglever Fortuijn, etc. Ook binnen de eigen gelederen moet men ophouden met het bedreigen van kritische medewerkers en leren om open te staan voor kritisch tegenspel. Kàn er wat veranderen? Het antwoord is Ja alleen moet men dan wel de trap van boven af durven schoon te maken en feiten boven angstige politiek durven plaatsen. PvdD Kunnen de vragen van SOS Den Haag tegelijkertijd worden beantwoord? Zie in de bijlage deze vragen?

Dit is geen vraag.

Dit is geen vraag.

Dit is geen vraag.

Dit is geen vraag.

Zie de beantwoording van vragen 1 t/m 188 SOS Den Haag (PvdD, GdM)

PvdD2

Heeft de Rekenkamer kunnen achterhalen waarom het college koos om de geraamde en gerealiseerde kosten aan de gemeenteraad steeds lager te presenteren dan de werkelijke kosten? Was dit om politieke redenen?

De rekenkamer heeft dit niet onderzocht.

PvdD3

In hun beantwoording stelt het college dat de bevinding van de Rekenkamer over het verkeerd informeren van de raad niet correct is. De Rekenkamer blijft erbij dat dit wel correct is. Waar ligt hier het verschil aan inzicht?

Zie ook bevinding 6 van deel 1. Het verschil van inzicht spitst zich ons inziens toe op wat wel en wat niet binnen de kaders van het raadsbesluit uit 2014 gerealiseerd zou moeten worden. Wij constateren dat zowel in het raadsbesluit zelf als in het programma van eisen wat daar onlosmakelijk onderdeel van uitmaakt, de onderdelen parkeergarage, toeritten, fietsenstalling en commerciële ruimtes, zijn opgenomen als onderdeel van het te realiseren Onderwijs- en Cultuurcomplex. Het raadsbesluit geeft aan: ‘In te stemmen met de integrale aanbesteding [..] van het onderwijsen cultuurcomplex […] dat moet voldoen aan het Functioneel en Ruimtelijk programma van eisen’ en ‘een onrendabel investeringskrediet te verstrekken voor de realisatie van het Onderwijs21

RIS307202 – 8 December 2020 en Cultuurcomplex ter hoogte van € 177,4 mln.’ In het PvE: par. 2.6: ‘1.200 m2 commerciële functies’ par. 2.7.1.1: ‘KC 75 auto's en 225 fietsen (het OCC voorziet in een ondergrondse parkeergarage van 280 plaatsen en een fietsenstalling met minimaal 500 plaatsen).’ In het raadsbesluit is tevens opgenomen dat het aantal fietsparkeerplaatsen uitgebreid moet worden met nog eens 900 plaatsen, als onderdeel van het investeringsproject waarvoor € 177,4 mln. ter beschikking is gesteld. Tenslotte is in de toelichting op het raadsvoorstel een beschrijving opgenomen van het aan te besteden werk: de parkeergarage, fietsenstalling, toeritten en commerciële ruimten. Waarbij wordt opgemerkt: ‘met al deze zaken is rekening gehouden in de kosten’. In de beschrijving van de gebiedsontwikkeling in dezelfde toelichting op het raadsvoorstel worden deze onderdelen van het gebouw niet genoemd.

PvdD4

Wie bepaalde dat werd afgeweken van het Programma van Eisen? Waren dit besluiten van het college?

PvdD5

Werd het afwijken van de PvE gedreven doordat de PvE vooraf niet voldoende was doordacht?

Het college houdt evenwel de lijn aan dat deze onderdelen níet bij het gebouw horen, maar onderdeel uitmaken van de gebiedsontwikkeling. Dat weerspreken wij met bovenstaande onderbouwing. Het college geeft verder aan dat het niet onterecht is dat deze zaken via de grondexploitatie worden gerealiseerd. Dat weerspreken wij ook niet, maar dat laat onverlet dat de dekking van deze lasten in de grondexploitatie dan via het investeringsbudget geregeld had moeten worden. Wij tonen in ons onderzoek aan dat op verschillende manieren is afgeweken van de kaderstelling door de gemeenteraad. De afwijkingen van het programma van eisen betreffen alle aanpassingen aan de opdracht waar het gaat om de te leveren prestaties. Al deze wijzigingen zijn met het raadsbesluit op de packagedeal door de gemeenteraad besloten, op voorstel van het college. Voorafgaand op dit besluit heeft het college vanaf het voorjaar van 2018 met de instellingen en de aannemer gesprekken gevoerd over diverse verzoeken tot wijziging van de opdracht. Het college geeft hierover zelf aan dat de doorgevoerde wijzigingen leiden tot een nóg beter gebouw, waarmee wordt gesuggereerd dat het uitvoeren van het gebouw in overeenstemming met het Programma van Eisen 22

RIS307202 – 8 December 2020

PvdD6

PvdD7

ook geleid zou hebben tot een goed gebouw. Daar staat tegenover dat het college heeft gemeend mee te moeten gaan in de verzoeken van de instellingen tot verbetering. Wij constateren in deel 2 van ons onderzoek de wijze waarop het college met de inbreng van de instellingen is omgegaan gedurende het ontwerpproces, niet in overeenstemming is met de uitgangspunten van de gekozen contractvorm. Achteraf gezien ware het dus beter geweest niet voor deze contractvorm te kiezen voor dit project. Op welk moment is expliciet afgewogen of Wij hebben niet geconstateerd dat er van het PvE het afwijken van de PvE wenselijk was is afgeweken vanwege een stijging van kosten. gegeven de toenemende kosten? Was dit Wij constateren wel dat er in de loop van het slechts op het moment dat de package deal ontwerpproces nadere eisen zijn gesteld door de werd gepresenteerd? Lag op dit moment opdrachtgever, naar aanleiding van verzoeken ook een variant op tafel waarbij niet werd door de instellingen, die uiteindelijk hebben afgeweken van de PvE? geleid tot een uitbreiding van de opdracht.

Deze uitbreiding is, samen met het afronden van een aantal discussies met de aannemer over tegenvallers of aanpassingen waarover verschil van inzicht was of deze wel of niet binnen de scope van de opdracht zouden vallen, aan de raad voorgelegd in juli 2018 met een verzoek van het college in te stemmen met deze uitbreiding en daarmee met het verhogen van het investeringskrediet met in totaal € 33,5 mln. In hoofdstuk 11 van deel 1 is van een aantal onderwerpen beschreven in hoeverre die in lijn met het oorspronkelijke raadsbesluit en PvE zijn uitgevoerd. Daarbij zijn zaken die inderdaad volgens PvE zijn uitgevoerd en zaken die zijn aangepast. Veranderingen die daadwerkelijk tot een wijziging van de opdracht hebben geleid, hebben veelal ook geleid tot meerkosten. Maar er zijn ook onderdelen die in overeenstemming met het Programma van Eisen of het contract zijn uitgevoerd, waar desondanks extra voor is betaald. Een voorbeeld daarvan is de alzijdigheid van het gebouw (zie bevinding 32 in deel 1). Heeft de Rekenkamer kunnen achterhalen Nee, dat hebben wij niet onderzocht. waarom de gemeente de extra eisen van de instellingen accepteerde? En waarom deze kosten niet met de huurders is verrekend, maar voor rekening van de gemeente kwam?

23

RIS307202 – 8 December 2020 PvdD8

Heeft de Rekenkamer onderzocht of bewust gekozen is om de structurele kosten niet inzichtelijk te maken of bewust lager voor te doen voor de gemeenteraad op het moment van besluitvorming?

Nee, dat hebben wij niet onderzocht.

PvdD9

Klopt het dat het college op de belangrijke raadsbesluitvormingsmomenten had kunnen weten dat de kosten, bijvoorbeeld in het bedrijfsplan, hoger zouden uitpakken gegeven de PM-posten en het hogere vloeroppervlak?

PvdD10

Had de gemeenteraad kunnen weten dat de KC-huisvestingslasten voor zo’n beperkt deel door het KC werden gedragen en dit zou betekenen dat de gemeente gedurende de looptijd dit zou dragen?

Wij kunnen geen uitspraak doen over alle ‘belangrijke besluitvormingsmomenten’. We hebben wel aangetoond dat ten tijde van de besluitvorming over de realisatie van het OCC in november 2014 al duidelijk was dat het toen bekende bedrijfsplan op onderdelen achterhaald was. Als voorbeeld: de onderbouwing van de te verwachten schoonmaakkosten ging uit van ervaringscijfers voor theatergebouwen, terwijl in 2014 werd besloten naast de theaters ook het Koninklijk Conservatorium, een school, onderdeel uit te laten maken van het OCC. Daarnaast werd voor de schoonmaakkosten uitgegaan van het oude, lagere, aantal vierkante meters voor het gebouw. Met betrekking tot de p.m. posten was in 2014 duidelijk, zo blijkt uit de huurovereenkomsten die dateren van december 2013, dat de huur die DMC zou gaan ontvangen van het KC lager was dan wat DMC aan de gemeente zou gaan betalen voor het KC deel (respectievelijk circa € 1 mln. en € 1,9 mln. ex. Btw) (zie bevinding 24). Een ander moment waarop duidelijk was dat de realisatie van het OCC duurder zou gaan worden dan eerder bekend, was in 2015 bij het overeenkomen van de grondprijs met de ontwikkelaar van het commerciële deel van het Spuikwartier. Onderdeel van die overeenkomst is de afspraak dat voor een bedrag van € 0,5 mln. deze ontwikkelaar een deel van het OCC zou realiseren (de overkapping van de expeditie).

Het college heeft deze toename van kosten nooit gecommuniceerd aan de gemeenteraad (zie bevinding 45 van deel 1) De gemeente is in het proces van besluitvorming over het OCC (en het Spuiforum, de voorloper van het OCC) erover geïnformeerd dat het KC niet alle kosten voor zijn huisvesting kon dragen. Wij tonen wel aan dat het college vervolgens niet transparant is geweest over de precieze verdeling van de huisvestinglasten voor het KC over de partijen (KC, DMC en gemeente). Zie ook bevinding 54 met betrekking tot de huisvestingslasten voor DMC en bevinding 18 met betrekking tot de lasten voor de gemeente). 24

RIS307202 – 8 December 2020 PvdD11

Heeft de Rekenkamer kunnen achterhalen waarom in de bedrijfsplannen van het DMC niet voldoende inzicht wordt gegeven in de lasten en baten met betrekking tot de extra culturele programmering voor het OCC ten opzichte van de situatie in de oude theaters in 2014?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9527477/1