CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307135 Bijlage 6 - Nota van Beantwoording Structuurvisie CID

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd raadsvoorstel van het college inzake Structuurvisie Central Innovation District45.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Leefbaarheid is inderdaad een belangrijk onderwerp. Het komt niet alleen aan de orde in paragraaf 5.4, maar speelt ook bij andere onderwerpen (zoals aanwezigheid van voorzieningen, mobiliteit op menselijk maat, goede woningmix) een rol, al wordt dat niet altijd expliciet benoemd.

D

Indiener stelt dat hoogbouw de neiging heeft tot onpersoonlijke woonomgeving te leiden, met criminaliteit en onveiligheidsgevoel enz. van dien. Indiener vraagt om met bewoners te kijken naar maatregelen die dat onpersoonlijke ombuigen naar ontmoetingsmogelijkheid.

In de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline is veel aandacht voor de invulling van de plinten (lees begane grond) en de stedelijke laag van hoogbouw. Ook in de structuurvisie wordt veel geschreven over de aantrekkelijkheid en levendigheid van de plinten. Juist bij de aansluiting van hoogbouw op de begane grond kan onveiligheidsgevoel en ontstaan, daarom is extra veel aandacht voor dit thema in zowel de structuurvisie en de Nota Haagse hoogbouw. Nieuwe hoogbouw zal dus moeten voldoen aan een goede plint, lees begane grond, waardoor dit probleem zich niet moet voordoen.

E

De structuurvisie (p. 18) spreekt van “differentiatie variatie tussen buurten en wijken en van complementaire stedelijke woonmilieus”. Indiener vraagt wat in de visie een stedelijk woonmilieu is? Indiener geeft aan dat zijn straat dat ook is, zij het dat het dorpse samenleven het bepalende prettige gevoel geeft. Wat is dat? Je kent elkaar op zijn minst van gezicht, je hebt wat voor elkaar over, helpt elkaar, en het is om die reden veilig, veiligheidsgevoel bepaalt veel. En veel stedelijk woonmilieus voldoen juist daar niet aan. Bezuidenhout oost is gemengd, niet alleen de beter gesitueerden hebben er een plek, maar juist die mix voelt goed. En het helpt ieder zo treffend mogelijk zijn eigen potentieel in te zetten. Dus gemengde bebouwing, en dan 30% zoals afgesproken, sociale woningbouw en niet 15% er tussen gefrommeld. En kunst hoort erbij, niet voor niets zijn de parels van Bezuidenhout zo’n succes.

Het college neemt deze voorstellen ter kennisgeving aan. Voor een omschrijving van verschillende stedelijke woonmilieus wordt verwezen naar bijlage 3 van de Woonvisie Den Haag (RIS296833).

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

34/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 13 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 14 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar. In aanvulling op zienswijze 8, draagt de indiener de volgende punten aan.

A

Zienswijze

Reactie

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn; • Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; • Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; • Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; • Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij diverse participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn.

35/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 15 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 16 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 17 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

36/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 18 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 19 – Algemene Vereniging voor Natuurbescherming Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 20 – Indiener Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

37/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 21 – Provincie Zuid-Holland Ingediend d.d.: 4 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze A

Zienswijze

Reactie

De provincie hecht veel waarde aan vitale en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en wil om dat te bereiken de detailhandelsstructuur versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en ook de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het woon-werk- en leefklimaat in Zuid-Holland.

Detailhandel (en andere commerciële voorzieningen) worden nader uitgewerkt op deelgebiedniveau in onder andere bestemmingsplannen/omgevingsplannen op basis van het raamwerk rust, ruis en reuring. Uiteraard houdt de gemeente hierbij rekening met het provinciaal detailhandelsbeleid en zullen hiervoor de geldende procedures gevolgd worden, zoals de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

De kern van het provinciaal detailhandelsbeleid ligt bij de concentratie en bundeling van detailhandelsvoorzieningen in de centra. Nieuwe detailhandelsontwikkelingen dienen daarom aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken ondergebracht te worden. Indiener stelt dat de structuurvisie op dit moment niet exact duidelijk maakt hoeveel detailhandel, en op welke plek, er in het CID toegevoegd gaat worden. Indiener vraagt om bij de uitwerking van de structuurvisie in bestemmingsplannen rekening te houden met het provinciaal ruimtelijk beleidskader voor detailhandel, waarvan de hoofdlijnen in de zienswijze zijn beschreven. Hierbij is overigens niet alleen de locatie iets waar de provincie naar kijkt, maar o.a. ook of er in het gebied voldoende draagvlak is voor de gewenste detailhandelsvoorzieningen en de ruimtelijke effecten op andere gebieden. B

Indiener stelt dat de paragraaf over wonen grotendeels aansluit bij het provinciaal beleid. Indiener verzoekt om nog toe te voegen hoe dit plan gezien de grote woningaantallen past binnen de regionale woonvisie en het woningbouwprogramma

De genoemde aantallen passen binnen de afspraken met regio, provincie en rijk zoals afgesproken in de Woondeal Zuidelijke Randstad (2019) en het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad (2019). Dit is toegevoegd aan de tekst.

C

Indiener stelt dat er weinig tot geen aandacht is voor toerisme en recreatie. Het lijkt de indiener wel belangrijke pijlers voor een stad om iets over te zeggen.

In de paragraaf 5.2.1 van de Structuurvisie wordt ook in gegaan op de toeristische aantrekkingskracht van het CID. De toeristische ambities van Den Haag staan verwoord in de Strategie Toerisme 2020-2025 (RIS302975). De gemeente zet bijvoorbeeld rondom Centraal Station in op zakelijk toerisme door middel van hotelontwikkelingen en mogelijk een debatcentrum. Het gebied rondom Holland Spoor en Megastores biedt kansen voor het vergroten van het Leisure aanbod van Den Haag en vormt een belangrijke entree voor de historische binnenstad. Daarnaast wordt bij de hoogbouw rekening gehouden met de toeristische waarde van de plannen. Deze ambities zijn of worden verder uitgewerkt op deelgebied- of op projectniveau.

D

Door het gebied loopt het recreatief toervaartnetwerk. Indiener vindt het van belang dat dit in de toekomst niet wordt belemmerd. Buiten het plangebied staan twee molens met molenbiotopen die over het gebied heen

Het recreatief toervaartnetwerk loopt inderdaad door het CID-gebied; deze zal door de ontwikkeling van het CID ook niet belemmerd worden. De molenbiotopen worden beschermd in de betreffende bestemmingsplannen en zullen

E

38/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

liggen. Indiener stelt dat het goed is om die in acht te nemen bij nadere planvorming.

in acht worden genomen bij verdere planuitwerking.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassing van de ontwerp-Structuurvisie CID: • Aan paragraaf 5.2.2 is een verwijzing naar de Woondeal Zuidelijke Randstad en het verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad toegevoegd.

Zienswijze 22 – Wijkvereniging Bezuidenhout-West Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan.

Zienswijze

Reactie

A

Indiener merkt op dat het groenbeheer van de binnentuinen (in volledig eigendom en beheer van Haagwonen) al enkele jaren niet of nauwelijks van de grond komt, en vraagt zich af welke stappen de gemeente binnen het bestek van het CID gaat nemen om dat nu wel te kunnen bewerkstelligen.

Het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van particulier groen/binnenterreinen past binnen de ambitie van het CID. De gemeente werkt bij uitwerking van de plannen op deelgebied niveau graag mee aan initiatieven op dit gebied maar kan dit voor bestaande situaties op particulier eigendom moeilijk verplicht stellen.

B

Indiener stelt dat in de structuurvisie niet gesproken wordt over de verrommelde bedrijvigheid rondom de Schenkweg en de achtergelegen verwaarloosde en slecht toegankelijke binnentuin Indiener verzoekt hier nadrukkelijk om verduidelijking en uitgangspunten in de structuurvisie.

Op dit detailniveau doet de structuurvisie geen uitspraken. Bezuidenhout-west is een laagdynamisch gebied volgens de structuurvisie waar op korte termijn geen grote veranderingen zullen plaatsvinden.

C

Indiener stelt dat het nemen van veiligheidsmaatregelen in de openbare ruimte hier zwaar de aandacht vraag vanwege de dak- en thuislozenopvang en de nabijgelegen voorgenomen prostitutiezone in de sporenzone nabij de Lekstraat (ontsloten door de nu onveilig geachte Binckhorsttunnel). Veiligheid (voor deze locatie) ontbreekt in het geheel in de structuurvisie en vraagt om gerichte uitgangspunten voor beleid. Indiener verzoekt derhalve dit op te willen nemen en aan te willen scherpen in de structuurvisie.

Sociale veiligheid is een belangrijk onderwerp bij de inrichting van de openbare ruimte voor heel Den Haag. Schoon, heel en veilig is het adagium voor de Haagse aanpak zoals verwoord in het Handboek Openbare ruimte. Deze uitgangspunten gelden ook voor het CID als houvast voor ontwerpen, inrichten en beheer van de openbare ruimte.

D

Voor parkeren in Bezuidenhout-West en de stationsomgeving in deze wijk vraagt de indiener een expliciete visie ten aanzien van beprijzen en de afgifte van bedrijfsvergunningen in-en rondom het Beatrixkwartier.

Voor nieuwbouw geldt dat bedrijven en hun werknemers niet in aanmerking komen voor een bedrijfsparkeervergunning. Voor bestaande bedrijven wordt de visie op het beprijzen en de afgifte van bedrijfsparkeervergunningen opgenomen in de nieuw te 39/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

ontwikkelen Parkeerstrategie Den Haag en de uitwerkingen daarvan (Parkeerverordening en Beleidsregels Parkeervergunningen). Hier kan bijvoorbeeld een aanpassing van de uitgiftenormen in worden opgenomen. E

In de structuurvisie wordt genoemd dat het karakter van de wijk zoveel mogelijk zal worden behouden. Indiener vraagt hierbij om een visie hoe zich dat zou kunnen verenigen met de randen van en binnen de wijk waarbij bouwhoogtes zijn geprognosticeerd van 70+ meter hoogte.

Het middengebied van Bezuidenhout-west is in de visie bestempeld als laagdynamisch, wat betekent dat er geen grote veranderingen zullen komen. De randen vallen onder de nieuwe gebiedsagenda Beatrixkwartier, die nog opgesteld moet worden en waar rekening gehouden zal worden met het karakter van de wijk.

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De wijk specifieke aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 23 – ProRail Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze A

Zienswijze

Reactie

Naar aanleiding van de Ontwerp-Structuurvisie CID 2040 verzoekt de indiener om de onderstaande aspecten in de Structuurvisie en de hieruit voortvloeiende bestemmingsplanprocedure(s) op te nemen c.q. te verwerken: • Indiener verzoekt voor de aspecten Externe Veiligheid en Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet) • Indien de structuurvisie bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maakt, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht de indiener het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt de indiener aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen. Indiener raadt dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de structuurvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst de indiener naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. • Indiener verzoekt zorg te dragen dat zowel in de Regels als op de Verbeelding van ruimtelijke plannen die gebaseerd zijn op de structuurvisie, alle sporen en bijbehorende voorzieningen de bestemming Verkeer - Spoorverkeer hebben.

De gemeente is zicht bewust van deze aspecten en de belangen van ProRail. Dit zijn aandachtspunten bij verdere planuitwerking en bij het opstellen van bestemmingsplannen. In het kader van het vooroverleg zullen ruimtelijke plannen ook ter reactie aan ProRail worden aangeboden. Daarnaast voeren gemeente en ProRail regelmatig in overleg.

40/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

•

•

• B

In verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag het waterpeil niet wijzigen. Tevens dient de gemeente te borgen (middels onderzoek en monitoring) dat alle werkzaamheden geen invloed zullen hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Geborgd dient te worden dat ProRail te allen tijde haar eigendommen, de spoorbaan en alle bijbehorende voorzieningen ongehinderd kan bereiken op de wijze en met het materieel zoals dat ook nu het geval is. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in de Spoorwegwet.

Aangezien zowel ProRail als de gemeente Den Haag diverse belangen en projecten in het gebied hebben, stelt de indiener voor dat er periodiek overleg zal plaatsvinden tussen partijen met betrekking tot het bovenstaande en eventuele aanvullende opmerkingen/zienswijzen onzerzijds, alsmede met betrekking tot de toekomstige ontwikkelingen en ruimtelijke plannen van partijen, waardoor de belangen van zowel de gemeente als ProRail tijdig geborgd zijn.

Met ProRail wordt regelmatig overleg gevoerd. Een van de doelen is om elkaar goed op de hoogte te houden van ontwikkelingen op korte en op lange termijn en zo veel mogelijk samen op te trekken.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 24 – Bewonersorganisatie Buurtstation Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan.

Zienswijze

Reactie

Door de ontwikkelingen die zijn voorzien in en om de Stationsbuurt, verwacht de indiener dat de realisatie van het CID op verschillende aspecten een grote impact heeft op de indieners wijk (Stationsbuurt). Uit de Structuurvisie en planMER blijkt echter niet dat de mogelijke effecten voor de Stationsbuurt zijn beschouwd. Indiener

Hieronder wordt op de aangebrachte punten ingegaan.

41/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

verzoekt om onderstaande punten te verwerken in de Structuurvisie. A

Op pagina 11 staat het Huygenspark benoemd als evenementenlocatie. Dit is nadrukkelijk niet het geval, enkel zeer incidenteel wordt dit park als zodanig benut bij door de wijk zelf geïnitieerde evenementen. Indiener vraagt dan ook om dit label van “evenementenlocatie” te verwijderen in de Structuurvisie en het park te behouden als park voor de wijk.

De kaart op pagina 11 is gebaseerd op actuele data in het vergunningensysteem van de gemeente Den Haag. Met de bedoelde inventarisatiekaart worden geen evenementenlocaties aangewezen; het gaat om locaties waar in het verleden al eens vergunning is verleend voor een evenement (klein of groot). De gemeente ziet in het Huygenspark vooral kansen voor placemaking en kleine evenementen en/of activiteiten op buurtniveau.

B

In de Structuurvisie wordt gesproken over het mogelijk saneren van zowel Bernhardviaduct als Schenkviaduct voor autoverkeer. Omdat beide viaducten de hoofdentrees vormen voor de indieners wijk, vraagt de indiener nadrukkelijk om participatie hierover bij de nadere uitwerking van deze plannen, omdat de bereikbaarheid van de woningen (woon-werkverkeer) daardoor kan afnemen. Let wel: indiener omarmt de “modal split mobiliteitstransitie” voor de toekomstige bewoners en werknemers in het CID, doch de uitwerking ervan voor de huidige bewoners wordt nergens belicht en dit gebrek aan kaders hieromtrent (ook in de tijd uitgezet) baart de indiener zorgen. Indiener verzoekt om de Structuurvisie nader aan te vullen, te onderbouwen en van een toetsbaar kader te voorzien wat betreft de bereikbaarheid en de mobiliteitstransitie voor de Stationsbuurt.

Bij uitwerking van de plannen is ook participatie van omwonenden aan de orde. De structuurvisie, de hierin geformuleerde uitgangspunten en kaartbeelden vormen het kader voor de verdere uitwerking en planvorming. Een belangrijk uitgangspunt hiervoor, ook in relatie tot de Stationsbuurt, is dat wordt ingezet op een autoluwe inrichting binnen de Centrumring, met grote aaneengesloten verblijfsgebieden waarbinnen doorgaand autoverkeer wordt geweerd. Dat geeft de mogelijkheid om hier meer ruimte te geven aan de voetganger, fietser en verblijfskwaliteit. Een autoluwe inrichting betekent niet dat het CID onbereikbaar is voor autoverkeer; het gebied blijft bereikbaar voor bestemmingsverkeer. Zowel het Prins Bernhardviaduct als de (nieuwe) Schenkverbinding houden een functie voor de (auto-)bereikbaarheid van het CID.

C

Op de visiekaart klimaatadaptatie (p. 26) staat in de Stationsbuurt een wateropgave t.b.v. extra neerslag. Noch uit de visie, planMER of bijlage blijkt of dit een huidige dan wel toekomstige wateropgave betreft en of deze wel of niet voortvloeit uit de CID-visie. Indiener begrijpt deze opgave dan ook niet en verzoekt een onderbouwing en toetskaders voor de wateropgave op te nemen in de Structuurvisie. Voor de aanduiding Aquathermie (langs alle grachten in het CID) ontbreekt ook een nadere onderbouwing in de Structuurvisie, indiener verzoekt u deze toe te voegen.

Het gaat om een autonome ontwikkeling die niet specifiek CID is. Maar door toevoegen van bebouwing is het risico groter dat pieken in neerslag niet kunnen worden opgevangen door de riolering.

D

Indiener wijst op de noodzaak tot uitwisseling van woonprogramma’s tussen de bestaande bouw in de Stationsbuurt (en andere bestaande wijken) en de voorziene nieuwbouw achter Hollands Spoor (CID): zet in op differentiatie (sociale woningbouw vs. midden vs. hoge niveaus) in de wijk en zorg voor het versterken van de bestaande verbindingen binnen en tussen de wijken.

Het college neemt deze inbreng voor nadere planuitwerking ter kennisgeving aan.

E

Tot slot vraagt de indiener nogmaals aandacht voor de eerder benoemde aspecten (Leefbaarheid en Duurzaamheid) als windhinder, schaduwwerking en de mogelijke effecten daarvan op het groen en de ecologie in de Stationsbuurt. Ook vraagt de indiener om in de Structuurvisie inzichtelijk te maken wat het te verwachten effect is van de grote aantallen nieuwe bewoners aan de randen van onze wijk op de bestaande voorzieningen in onze wijk, zoals scholen, zorginstellingen, speeltuinen, parken etc. Ondanks de verwachte grote toename van “passanten” ziet de indiener helaas geen toename van vergroening, op welke wijze dan ook, in de Stationsbuurt. Indiener vraagt

De Structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het CID. Invulling en uitwerking van de plannen gebeurt per deelgebied, waarbij ook onderzoek wordt gedaan naar aspecten als windhinder en schaduwwerking. Om de verdichting in goede banen te leiden, zullen door indiener genoemde voorzieningen ook moeten meegroeien met de groei van het inwoneraantal. Om dit inzichtelijk te maken is aan de structuurvisie de bijlage ‘Voorzieningenprogramma’ toegevoegd. Onmiskenbaar zal het CID van kleur gaat verschieten. Bestaande parken, groenzones en 42/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

F

om de Stationsbuurt te vergroenen en kaders toe te voegen voor “ontstening” van de bestaande openbare ruimte inclusief het Oranjeplein, door toetskaders op te nemen voor “vergroenen en verblauwen” in de Structuurvisie.

water zal intensiever gebruikt gaan worden en daarvoor is een andere inrichting nodig. De bijlage gereedschapskist Openbare Ruimte CID bevat hiervoor de gemeentelijke ambities en principes.

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn; • Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; • Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; • Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; • Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij andere participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn. Zie ook de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) en de afdoening motie Routekaart LER (RIS304391).

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De wijk specifieke aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 25 – Wijkberaad Laak Centraal Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan. A

Zienswijze

Reactie

Als bewoner van Laak Centraal maakt de indiener zich vooral zorgen om de enorme toename van het autoverkeer. In het plan zoals het er nu ligt ziet de indiener geen voorzieningen m.b.t. het parkeren. De voorziening die er nu is, zijnde de Q park, wordt

In de structuurvisie wordt ingezet op het opvangen van de groei van de mobiliteitsgroei van, naar en binnen het CID door voetgangers, fiets en openbaar vervoer. Uitgangspunt is dat deze vervoermiddelen ca. 85% van deze verplaatsingen voor hun rekening nemen 43/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

zoals de plannen er nu zijn gesloopt, zoals de indiener gelezen heeft in het AD. Hierin wordt niet gesproken over een vervanging hiervoor.

en het aandeel auto daalt tot ca. 15% van de verplaatsingen. De ontwikkeling van het CID moet daarmee plaatsvinden zonder een (enorme) toename van het autoverkeer. Voor parkeren bij nieuwbouw geldt als uitgangspunt dat in de parkeerbehoefte wordt voorzien door parkeren op eigen terrein, zoveel mogelijk in centrale parkeervoorzieningen. De garage Laakhavens (Q-park) blijft bestaan en behoudt zijn rol als centrale parkeervoorziening voor het omliggende gebied.

B

Indiener stelt dat aan de infrastructuur niets veranderd, maar de toename van het verkeer wel, dus Laak Centraal slibt dicht. In de plannen komt nergens naar voren dat er in de nieuwbouw genoeg voorzieningen worden gebouwd zoals scholen, gezondheidscentra enz. Hierdoor is de indiener bang dat al deze nieuwe bewoners gebruik moeten gaan maken van de reeds bestaande voorzieningen in de toch al overbevolkte wijk. En zal men met de auto hiernaar toe komen, zeker zolang het openbaar vervoer nog niet is doorgetrokken.

De inrichting van de infrastructuur in het CID zal wel veranderen. Als uitgangspunt voor het CID geldt dat de infrastructuur en de openbare ruimte in de eerste plaats voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer worden ingericht. Zeker voor korte verplaatsingen binnen de regio moeten deze vervoermiddelen de meest vanzelfsprekende keuze zijn. Om ruimte hiervoor te maken wordt gekozen voor een autoluwe inrichting met grote aaneengesloten verblijfsgebieden. Het doorgaande autoverkeer wordt geconcentreerd op stedelijke hoofdwegen die goed in de omgeving zijn ingepast; de Centrumring en de Utrechtsebaan. Dat betekent dat Rijswijkseplein en Waldorpstraat worden ontlast van doorgaand autoverkeer. In de structuurvisie wordt voorzien in een betere OV-ontsluiting, o.a. door versnelling, frequentieverhoging en capaciteitsuitbreiding van lightrail- en spoorverbindingen. Omdat in het ontwikkelingsgebied voldoende voorzieningen zullen komen, zal dit niet leiden tot meer verkeer door Laak Centraal.

C

Indiener stelt dat door bovengenoemde zaken, dit de luchtkwaliteit in Laak zeker niet ten goede komen. Overal waar groen zou komen, wordt dit nu vervangen door steen.

Dit is ook één van de redenen waarom de mobiliteitstransitie belangrijk is voor de ontwikkeling van het CID. Verhoging van het aandeel fietsen en wandelen en verlaging van het aandeel auto’s komt de luchtkwaliteit ten goede.

D

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn; • Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; • Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; • Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; • Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij andere participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn. Zie ook de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) en de afdoening motie Routekaart LER (RIS304391).

44/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De wijk specifieke aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 26 – Stichting Haags Industrieel Erfgoed Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze A

Zienswijze

Reactie

Indiener heeft met belangstelling kennisgenomen van de (ontwerp) structuurvisie voor het Central Innovation District (CID). Ook heeft de indiener deelgenomen aan de digitale ‘inloopbijeenkomst’.

Dit onderwerp ontbrak inderdaad grotendeels in de ontwerp-structuurvisie. In paragraaf 2.2 is tekst toegevoegd met betrekking tot voorgeschiedenis en omgaan met erfgoed.

Na het bijwonen van de bijeenkomst en het doornemen van de structuurvisie valt op dat er geen woord (NIETS) wordt gewijd aan de omgevingskwaliteit van erfgoed in ruime zin. Noch aan concreet (industrieel) erfgoed, noch aan de historische kwaliteit van het gebied in zijn algemeenheid (stedenbouwkundige opzet, bebouwing, groen, etc.). De structuurvisie lijkt wel vanuit de hemel te zijn neergedaald op een ‘tabula rasa’. In werkelijkheid betreft het natuurlijk een gebied dat op hoofdlijnen al sinds zeer lang onlosmakelijk onderdeel is van de stad. B

Indiener verwijst naar de inloopbijeenkomst, waar er werd gesproken over dat de plannen nog een Haags Karakter moeten krijgen. Maar dat moet andersom zijn. Dat karakter is er, er dienst slechts goed te worden ingepast. Indiener vraagt dan ook met klem om een visie van de gemeente waarin duidelijk wordt hoe zal worden omgegaan met de historische omgevingswaarden in het CID. Indiener dringt hier niet alleen op aan omdat bestaande omgevingswaarden het verdienen te worden gerespecteerd, maar ook zodat nieuwe bewoners niet in de zoveelste doorsnee (hoogbouw)wijk komen te wonen, maar in een historisch bepaald en doorleefd gebied.

Het CID hoeft zeker geen ‘eenheidsworst’ te worden. Het is ook één van de ruimtelijke uitgangspunten (zie paragraaf 4.1) dat de eigenheid van buurten kan worden behouden of versterkt. De structuurvisie richt zich vooral op overkoepelende thema's die wel voor het hele gebied gelden, waardoor er weinig aandacht is voor specifieke omstandigheden en cultureel erfgoed per deelgebied. Dit komt aan de orde bij nadere planuitwerking. Een belangrijk uitgangspunt wel is dat de verbindingen tussen deelgebieden wordt versterkt, waarbij wordt aangesloten bij de historische 'lange lijnen' van Den Haag (zie paragraaf 4.1).

C

Op sommige plekken is daar nog historische bebouwing en historische structuur aan te relateren: • Om te beginnen wijst de indiener op de waarde van de beschermende stadsgezichten Stationsbuurt en Oude centrum, die gedeeltelijk onder het CID vallen en waarvan de belevingswaarde zal worden beïnvloed door de skyline van de beoogde naastgelegen hoogbouw.

Indiener wijst terecht op cultuurhistorisch waardevolle structuren en bebouwing in het CID-gebied. De inzet is om bij de planuitwerking zoveel mogelijk van de cultuurhistorische waarden te behouden. Het college verwijst verder naar paragraaf 2.2 van de structuurvisie.

45/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

•

•

•

•

Dat laatste geldt evenzeer voor het beschermd stadsgezicht Laakkwartier. Zie tevens de resterende historische waarden van de Laakhavens, met name de zgn. Beurthaven. Aansluitend daaraan de reeks rijksmonumentale complexen van het Station Holland Spoort met het oude stationspostkantoor en de voormalige Gemeente Gasfabriek en omgeving. Een ander belangrijk historisch structurerend element is het Schenkviaduct met ter weerszijden een karakteristieke bomenrij en een waardevol gevelbeeld. Het geheel mondt uit in de waardevolle groene Schenkstrook langs de Schenkkade. Al eerder heeft de indiener zich tot het college gewend over het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden van de Binckhorst

Indiener vraagt om bij de nadere uitwerking van de structuurvisie de historische omgevingskwaliteit als uitgangspunt te nemen, incl. bovengenoemde concrete erfgoeden groenwaarden, zodat oude en nieuwe bewoners de eigen identiteit van deze gebieden blijvend kunnen ervaren.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID: • In paragraaf 2.2 van de structuurvisie is tekst toegevoegd over het omgaan met erfgoed in het CID.

Zienswijze 27 – Indiener Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar. In aanvulling op zienswijze 8, draagt de indiener de volgende punten aan.

A

Zienswijze

Reactie

Indiener adviseert en verzoekt tot: • Het integreren van de asset management principes conform ISO 55.001, om daarmee op transparante en doorlopende wijze te laten zien hoe ingespeeld wordt op de eisen van stakeholders alsmede de strategische visie van de provincie Zuid Holland.

Het college neemt het advies voor het integreren van assetmanagement cf. ISO 55.001 ter kennisgeving aan. Bij de verder planuitwerking zal samenwerking/afstemming met stakeholders gezocht worden.

46/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

•

Daarmee ook invulling te geven aan de wensen van het wijkberaad tot vergelijken en meten van de gestelde doelen aan de LER, aangevuld met prioritering vanuit risicomanagement principes.

Ten aanzien van de LER is de gemeente begonnen met een proeftuin. Het instrument wordt binnen deze proeftuin als een participatie instrument ingezet. Zie ook de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) en de afdoening motie Routekaart LER (RIS304391).

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 28 – Indiener Ingediend d.d.: 15 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 29 – Wijkberaad Bezuidenhout Ingediend d.d.: 16 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

47/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 30 – Indiener Ingediend d.d.: 16 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze

Reactie

A

In de bijlage 2 MER zijn de conclusies voor “Gezondheid en Leefbaarheid” (blz 72 punt 7.2.3), Klimaatbestendigheid (blz 77 punt 7.3.3) en voor Energietransitie en circulariteit (blz 83-84, punt 7.4.3) niet positief. Veel is nog onduidelijk, er wordt gesproken over aandachtspunten (eufemisme voor zaken die niet goed zijn?) en geen concrete maatregelen worden benoemd.

In de structuurvisie geeft de gemeente de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied weer. Het MER geeft genoemde onderwerpen inderdaad aan als aandachtspunt aan. Deze zijn in bijlage VII ook aangeduid als uit te werken opgave. Deels gaat het om concrete invulling bij nadere planuitwerking, deels gaat het om uitwerking in andere beleidsdocument zoals bijvoorbeeld Wijkenergieplannen en het Handboek Openbare Ruimte.

B

Indiener verwijst naar bijlage 6 (Deelrapport PlanMER Gezondheid en Leefbaarheid) waarin middels een modellering uitwerking wordt gegeven aan de milieugezondheidsrisico waarde voor verschillende bebouwingsscenario’s. De strategie bestaat blijkens de bijlage niet uit het verminderen van de bronnen, maar uit het concentreren van de risico’s in kleinere gebieden. Kort samengevat komt het er op neer dat er wordt uitgegaan van afschermende (eerstelijns) bebouwing, waardoor de milieugezondheidsrisico worden geconcentreerd. Resultaat is dat in de openbare ruimten en de stationsgebieden hogere milieugezondheidsrisico’s optreden. Daarmee krijgen deze gebieden geen prettig verblijfsklimaat (blz 90 bijlage 6). In de tabel 5.1 op pagina 97 worden de effecten samengevat. Geen enkel scenario scoort op alle criteria goed. Bij geen van de geschetste scenario’s zal sprake zijn van een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving.

Het MER beoordeeld deze aspecten globaal, aansluitend bij het abstractieniveau van de structuurvisie. Een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving valt van tevoren niet te garanderen, maar is een opgave voor de nadere planuitwerking.

C

Indiener verwijst naar bijlage 7 (Deelrapport PlanMER Energietransitie en circulariteit) waarin de effecten van de bebouwingsscenario’s worden gewogen op de thema’s energie en circulariteit. Uit de samenvattende tabel 5.1 op p.41 blijkt dat geen van de scenario’s een goede (= groene) score haalt, niet op CO2 uitstoot en niet op circulariteit. In het rapport wordt niet ingegaan op beschikbare houtskeletbouw constructies, waarmee veel CO2 kan worden vastgelegd en het gebruik van de veel energie vragende materialen beton en staal wordt geminimaliseerd. Door minder hoog te bouwen komt deze optie in beeld en kan mogelijk de ambitie op dit gebied wel worden gehaald.

De structuurvisie sluit geen houtskeletbouw uit.

D

Indiener concludeert dat deze plannen niet leiden tot een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Indiener stelt dat zijn belangen geschaad worden door het verslechteren van de leefbaarheid van de directe omgeving, het ontbreken van verbetering op het gebied van klimaatbestendigheid, en door het ontbreken van de verbetering van circulariteit in de plannen voor het CID.

Het college neemt kennis van deze zienswijze. Het college meent dat met deze structuurvisie een positieve ontwikkeling van het CID mogelijk is, waar heel Den Haag van kan profiteren.

Indiener roept het College en de Gemeenteraad op om de plannen voor het CID te

Indiener geeft terecht aan dat verdichting en hoogbouw (lokaal) ook kan leiden tot negatieve effecten, bijvoorbeeld schaduwhinder. Dit vergt enerzijds een zorgvuldige inpassing bij planuitwerking, anderzijds een evenwichtige belangenafweging bij 48/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

herzien zodanig dat er wel onomstotelijke invulling wordt gegeven aan de ambities op het gebied van leefbaarheid en duurzaamheid. Ter invulling daarvan geeft de indiener de volgende overwegingen mee: • vermindering van het bouwprogramma, zodanig dat leefbaarheid en duurzaamheid niet in de verdrukking komen. • gebruik van ‘best practice’ zoals houtskeletbouw ter vermindering CO2 uitstoot en vastlegging CO2. • de prognose van groei van de bevolking van Den Haag is niet gebaseerd op een autonome groei maar op de aantrekkende werking van het bouwprogramma en is dus beïnvloedbaar. • blijkens de net gepubliceerde klimaateffectatlas komen de stationsgebieden CS en HS nu al naar voren als de plekken in Den Haag met de grootste hittestress. • verdere concentratie van mensen rond de drukke openbaarvervoersknooppunten is niet bevorderlijk voor het tegengaan van een pandemie. • de leefbaarheid en gezondheid van een stad moet nu ook worden gewogen in het kader van een pandemie.

besluitvorming over die plannen. De lange termijn gevolgen van de coronacrisis zijn nog zeer onzeker. Het college ziet daarom geen aanleiding voor een fundamenteel andere visie op de ontwikkeling van het gebied.

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 31 – Voorall Ingediend d.d.: 16 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze A

Zienswijze

Reactie

Voorall, is de belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking. Indiener stelt dat ruim 20% van de Haagse bevolking heeft een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en/of chronische ziekte. Indiener vindt dat er in de Structuurvisie meer aandacht gegeven zou moeten worden aan de positie van Hagenaars met een beperking. Indiener vraagt daarom aandacht voor toegankelijkheid en inclusie, en specifiek voor de gevolgen van de verdichtingsplannen voor het CID voor mensen met een beperking. Indiener stelt dat integrale toegankelijkheid voor mensen met en zonder beperking een harde voorwaarde bij alle nieuwe gebiedsontwikkelingen zou moeten zijn. Indiener pleit voor het éénduidig vastleggen van de benodigde uitgangspunten voor integrale

Het CID moet toegankelijk zijn voor alle doelgroepen, ook voor mensen met een beperking. Voor de inrichting van de openbare ruimte geldt het algemene Handboek Openbare Ruimte voor Den Haag die op landelijke normering voor toegankelijkheid is gebaseerd.

49/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

toegankelijkheid als basis voor alle nader door overheden en marktpartijen te ontwikkelen plannen. Indiener vindt het daarom niet meer dan vanzelfsprekend dat in de Structuurvisie een aparte paragraaf wordt gewijd aan de wijze waarop integrale toegankelijkheid binnen het CID gerealiseerd gaat worden. C

Openbare ruimte Verdichting van het gebied betekent dat oplossingen niet alleen op maaiveldniveau zullen liggen, maar mogelijk ook op niveaus daarboven en daaronder. Indiener verzoekt dat al deze niveauverschillen integraal toegankelijk dienen te zijn en met voldoende oriëntatiemogelijkheden voor mensen met verstandelijke, auditieve en visuele beperkingen. Indiener verzoekt dat overbruggingen op zo’n manier dienen te gebeuren dat mensen met een beperking hier zelfstandig gebruik van kunnen maken. Indiener verzoekt de verschillende verkeersstromen in het gebied, zoals voetgangers, fietsers, OV, hulpdiensten en bevoorradingsverkeer van elkaar te scheiden. Inmiddels weten we vanuit de ervaringen in het centrum dat ‘shared space’-achtige oplossingen negatief uitpakken voor kwetsbare verkeersdeelnemers zoals ouderen, kinderen en mensen met een visuele beperking. 2,5 meter is een standaardmaat voor trottoirs, die niet past bij een gebied waar veel druk staat op de openbare ruimte. Indiener pleit ervoor deze minimale maat te verhogen naar 3 meter wanneer het gaat om druk belopen trottoirs.

D

Vooral bij de uitwerking van de inpassing van de lightrailverbinding op de Koningscorridor zal ook worden gezocht naar oplossingen onder (-1) en boven (+1) maaiveld. Bij de planuitwerking vormt de toegankelijkheid van haltes/ stations conform lightrailverbindingen, conform Europese en landelijke wetgeving het uitgangspunt. Om voetgangers, fietsers en kwetsbare verkeersdeelnemers een betere positie te geven krijgt de voetganger en fietser bij de inrichting van de openbare in het CID prioriteit. Een autoluwe inrichting zonder doorgaand autoverkeer maakt grotere aaneengesloten verblijfsgebieden mogelijk waar de auto-intensiteiten laag zijn. In combinatie met straten waar 30 km/uur de maximumsnelheid is, zorgt dit voor een veiligere positie van kwetsbare verkeersdeelnemers. Voor voetgangers geldt als uitgangspunt de realisatie van voldoende brede trottoirs. Fietsers hebben een plek op de rijbaan of op het fietspad. In de structuurvisie is aangegeven dat de breedte van de trottoirs kan variëren tussen de 2,5 en 4 meter. De breedte van de trottoirs moet worden gebaseerd op de voetgangersintensiteit, de drukste routes zijn de hoofdroutes voor voetgangers zoals aangegeven op het kaartbeeld wandel en fietsstad.

Indiener vraagt zich af hoe geregeld wordt dat mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel in combinatie met auto bij hun woning of hun bestemming in het gebied kunnen komen

Een autoluwe inrichting betekent niet dat het CID onbereikbaar is voor autoverkeer; het gebied blijft bereikbaar voor bestemmingsverkeer van bewoners en bezoekers. Daarmee is het gebied ook toegankelijk voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel in combinatie met de auto. In de openbare ruimte blijven parkeerplaatsen beschikbaar voor minder-validen.

Openbaar vervoer Om ervoor te zorgen dat ouderen en mensen met een beperking het openbaar vervoer ook daadwerkelijk kunnen benutten acht de indiener verdichting van de haltes noodzakelijk. Indiener pleit ervoor dat de afstand tussen haltes max. 300 meter is.

In de structuurvisie worden geen voorstellen gedaan om de loopafstand naar OV-haltes te veranderen. In het gebied wordt de nadruk gelegd op het verbeteren van de kwaliteit van de looproutes, zodat het OV makkelijker en comfortabeler bereikbaar wordt. Ook hier is het uitgangspunt dat de OV-haltes toegankelijk zijn voor minder validen.

Indiener wijst op het belang om OV-haltes in een rechte lijn aan te leggen, zodat bij de tram en de bus de spleetbreedte zo klein mogelijk kan blijven en bussen zo recht mogelijk kunnen aanrijden bij de halte. E

Woningen Indiener mist in de Structuurvisie het voornemen of naast de wel benoemde zorgcomplexen ook aanpasbare woningen te bouwen voor mensen met een beperking

In de structuurvisie zijn algemene kaders vastgelegd over woningbouw waaronder o.a. dat 30% van de nieuwbouwproductie gerealiseerd wordt in het sociale huursegment. Per project zal vervolgens bepaald worden voor welke doelgroep er gebouwd gaat 50/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

die individueel of in een gezinssituatie wonen. Het kan toch niet zo zijn dat er van de 20.500 nieuwe woningen niet één woning geschikt is voor een zelfstandig wonende Hagenaar met een beperking? Voorall vindt dat een deel van de nieuwe woningen gebouwd moet zijn volgens het principe van flexibel en aanpasbaar bouwen. Alle woningen behoren verder te beschikken over stallingsruimte voor een scootmobiel met oplaadpunt of bijzondere (driewiel/bak)fiets, en over een toegankelijke buitenruimte of balkon.

worden. In de appartementenbouw in het CID zal ook ruimte zijn kwetsbare groepen die extra zorg nodig hebben.

F

Voorzieningen Indiener pleit ervoor de noodzaak van speciale voorzieningen voor mensen met een beperking op te nemen in de Structuurvisie. Daarnaast maakt de Structuurvisie niet duidelijk welke en hoeveel voorzieningen, zoals huisartsen, gezondheidscentra, scholen, cultuurcentra, wijk- en ontmoetingscentra, men beoogt in het gebied. Indiener stelt dat het voor de leefbaarheid, ook voor mensen met een beperking, belangrijk is dat dergelijke voorzieningen in de buurt aanwezig zijn. De vraag is ook hoe dit gefinancierd zal worden, omdat deze voorzieningen voor projectontwikkelaars minder interessant zijn.

In de bijlage ‘Voorzieningenprogramma’ is een indicatie opgenomen van de benodigde ruimte voor genoemde voorzieningen. Bij planuitwerking in deelgebieden zal dit verder worden gespecificeerd. Het college verwijst naar de nieuwe bijlage ‘Ontwikkelstrategie’ met betrekking tot het kostenaspect van maatschappelijke voorzieningen.

G

Gezondheid Op het gebied van gezondheid staan er een aantal mogelijke oplossingsrichtingen in de Structuurvisie. Indiener stelt dat de visie niet weergeeft of de gemeente voornemens heeft deze oplossingen te omarmen en af te dwingen.

Zowel de mobilteitstransitie als een meer groene inrichting van de openbare ruimte ziet de gemeente als belangrijke instrumenten om een gezond en leefbaar CID te realiseren.

Daarnaast wordt er gesproken over onderzoek naar de gezondheidseffecten in de nabijheid van grote verkeersaders. Indiener stelt dat in de Structuurvisie het voornemen ontbreekt om bij negatieve effecten op de gezondheid te investeren in oplossingen hiervoor.

In het kader van het CID worden ook de maatregelen bezien die een effect hebben op het verkeersaanbod en de routes buiten het CID. Hiermee wordt niet alleen het eventuele effect van intensivering in het CID gemonitord, maar ook het effect van ingrepen elders in de stad. Met behulp van verkeersmodellen wordt vooraf zo goed mogelijk een beeld gegeven van de te verwachten verkeers- en milieueffecten. Er zijn echter altijd onvoorziene omstandigheden die invloed kunnen hebben op de berekende effecten zoals bijvoorbeeld Corona, maar ook de toename van gebruik van elektrische auto's. Op zich hebben de modellen altijd enige marge wat betreft de prognose van de intensiteiten en de uitstoot en dergelijke. Desalniettemin worden de verkeers- en milieueffecten bij een grote ingreep gemonitord. Dat gebeurt bijvoorbeeld al voor de Rotterdamsebaan, maar ook voor de recent uitgevoerde verkeersingrepen (knips) in de Schilderswijk. Daarnaast brengt de gemeente structureel de geluidsbelasting van het wegverkeer en de luchtkwaliteit gemeentebreed in beeld. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of extra maatregelen getroffen moeten worden.

H

Gereedschapskist Indiener vindt de gereedschapskist een goed middel om voorwaarden en voorzieningen voor mensen met een beperking nader uit te werken

De gereedschapskist is voor het CID specifiek aanvullend aan het algemene Handboek Openbare Ruimte voor Den Haag. Zie verder de beantwoording onder A.

I

Voorall bezit veel kennis en ervaringsdeskundigheid om integrale toegankelijkheid te bewerkstelligen en wil daarom graag betrokken worden bij de ontwikkelingen.

Bij verdere planuitwerking is inbreng van bewoners en belangenorganisaties welkom.

51/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 32 – Werkgroep SoZaWe Ingediend d.d.: 16 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar. In aanvulling op zienswijze 8, draagt de indiener de volgende punten aan.

A

Zienswijze

Reactie

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn; • Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; • Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; • Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; • Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij diverse participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID. 52/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 33 – Indiener Ingediend d.d.: 17 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze en conclusie Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting, beantwoording en conclusie aldaar.

Zienswijze 34 – Wijkorganisatie het Oude Centrum Ingediend d.d.: 17 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan.

Zienswijze

Reactie

A

Het Oude Centrum wordt binnen de Structuurvisie niet als apart gebied benoemd. Indiener onderschrijft de zorgen van de wijken waarop deze visie direct van toepassing is en vindt het tegelijkertijd vreemd dat hoewel vagelijk ingetekend en verder niets specifieks over indieners wijk is toegevoegd.

Het Oude centrum ligt grotendeels buiten het plangebied van de Structuurvisie CID. De structuurvisie richt zich voornamelijk op onderwerpen die voor het hele CID betreffen en gaat daarom niet specifiek in op de diverse wijken.

B

Hiernaast benoemt de visie de sterktes van het CID. Opvallend genoeg lijkt daarin op het gebied van de openbare ruimte wél een grote rol voor het Historische Centrum weggelegd. Vooral als het gaat om evenementenlocaties. Deze liggen stuk voor stuk buiten de eerder benoemde CID buurten en plankaart maar midden in het historische deel van de stad. Het reuring, rust en ruis principe wordt getypeerd als kwalitatieve zones. Indiener wijst erop dat in de historische Binnenstad ca. 15.000 mensen wonen die niet de wens hebben dat in de schaarse openbare ruimte op talrijke plaatsen evenementen als de norm worden gezien. Gezondheid en leefbaarheid moeten op peil worden gehouden is de stelling. Moet het uitgangspunt niet zijn dat beiden thema’s voor alle bewoners van Den Haag juist moeten worden verbeterd?

Uiteraard zijn de gezondheid en leefbaarheid voor alle bewoners van Den Haag van belang, niet alleen die in het CID. Met de bedoelde inventarisatiekaart worden geen evenementenlocaties aangewezen; het gaat om locaties waar in het verleden al eens vergunning is verleend voor een evenement (klein of groot).

C

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn;

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er 53/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

•

• • •

Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij diverse participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn.

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De wijk specifieke aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 35 – Platform beter stedelijk en regionaal Openbaar Vervoer Haaglanden Ingediend d.d.: 17 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574406/1