CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307135 Bijlage 6 - Nota van Beantwoording Structuurvisie CID

Commissie Ruimte 23 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd raadsvoorstel van het college inzake Structuurvisie Central Innovation District45.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

18/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

waarop zienswijzen konden worden ingediend. De gemeente is nog bezig deze participatie verder vorm te geven, o.a. middels panels en wijkcafe’s. F

Indiener stelt dat in de structuurvisie slechts één enkele paragraaf (5.4) wordt gewijd aan leefbaarheid en daarmee ‘weggemoffeld’. Het valt de indiener op dat er geen (toetsbare) kaders zijn opgenomen voor Leefbaarheid. Daarnaast stelt de indiener dat het huidige voorzieningenniveau van de CID-wijken niet toereikend is voor het huidige aantal inwoners. Indiener stelt dat er ten onrechte geen rekening wordt gehouden met de huidige bewoners(aantallen) en de aanwezigheid en kwaliteit van de huidige voorzieningen. Indiener verzoekt daarbij om: •

het totaal effect van de nieuwe ontwikkelingen op de bestaande leefbaarheid inzichtelijk te maken en in zijn geheel (lees: heel CID-gebied) en in detail wijkbreed te beschouwen;

•

een integrale Leefbaarheidseffectrapportage (LER) op te nemen die inzicht geeft in de huidige (nul)meting én toekomstige situatie;

•

duidelijke, meer ambitieuze kaders aan te brengen in de Structuurvisie die wat betreft leefbaarheid goed aansluiten op het verkregen inzicht uit hiervoor genoemde punten;

•

een koppeling aan te brengen tussen bouwplannen met effect op leefbaarheid in combinatie met de mate waarin de gemeente (financieel) in staat is om daadwerkelijk uitvoering te geven aan maatregelen die de vereiste mobiliteitstransitie en leefbaarheid waarborgen.

De ambitie voor het CID als aantrekkelijk en leefbaar gebied komt op allerlei plekken terug in de structuurvisie: naast het voorzieningenniveau gaat het onder andere om de inrichting van de openbare ruimte, het geven van prioriteit aan wandelaars en fietsers, het realiseren van gemengde gebieden en aantrekkelijke plinten. Bij de planMER is een deelrapport ‘Gezondheid en leefbaarheid’ opgenomen. In bijlage 10 van de structuurvisie is het Voorzieningenprogramma opgenomen. In dit Voorzieningenprogramma is, op basis van het gewenste aanvullende programma, berekend met hoeveel m2 voorzieningen de plannen voor het CID rekening moet houden. Bovendien is bezien of deze aanvullende aantal m2 binnen het CID gebied een plek kunnen krijgen (zie bijlage 10). Bij de verdere uitwerking wordt dit in detail uitgewerkt. Hiertoe dient niet de structuurvisie. Ten aanzien van de LER is de gemeente begonnen met een proeftuin. Het instrument wordt binnen deze proeftuin als een participatie instrument ingezet. Zie ook de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) en de afdoening motie Routekaart LER (RIS304391). Voor het CID heeft het college op verzoek van de raad en een aantal wijkberaden een nulmeting in gang gezet. Bij een nulmeting wordt gekeken naar de huidige stand van zaken. Er wordt gekeken hoe de betreffende wijken scoren op de indicatoren in de LER.

Een dergelijk nul-meting kan van nut zijn als participatie instrument, maar deze nulmeting en de LER in het algemeen is niet in staat te dienen als toetsingsinstrument. Met betrekking tot de (financiële) realisatie verwijst het college naar de nieuwe bijlage ‘Ontwikkelstrategie’.

G

Indiener verzoekt om de Structuurvisie op onderstaande punten nader aan te vullen, te onderbouwen en van een toetsbaar kader te voorzien: • Naast herinrichten van (enkel) bestaand groen zijn ook andere maatregelen nodig, zoals aanleg van open water en natuurinclusief bouwen. De woontorens kunnen op de verdiepingen worden vergroend. Planten van bomen om hittestress te voorkomen is belangrijk, maar niet voldoende. Vraag is of en zo ja, hoeveel bomen mogelijk zijn in relatie tot alle ondergrondse voorzieningen. • Ook reuring- en ruisgebieden klimaatbestendig maken, daarbij aangeven hoe. • Het onderzoek naar de bezonning, dat is beloofd in de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline, lijkt niet te zijn uitgevoerd. Ook over de mogelijke effecten van windhinder door de hoogbouw is de Structuurvisie onduidelijk. Indiener verzoekt om in het kader van de CID alsnog uitvoering te geven aan het bezonningsonderzoek en duidelijkheid te creëren over de effecten van windhinder.

De ingebrachte onderwerpen zijn aandachtspunten bij verdere planuitwerking, waarvoor wat betreft de openbare ruimte ook aanzetten zijn gegeven in de gereedschapskist openbare ruimte. Onderzoek naar bezonning en wind komen aan de orde bij de verdere uitwerking.

19/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

• •

In de structuurvisie wordt niet duidelijk hoe en welke extra ingrepen qua milieudoelstellingen worden voorzien. Indiener verzoekt om klimaatadaptatie en duurzaamheid samen met bewoners nader uit te werken (coproductie).

H

Indiener geeft aan dat de structuurvisie (p. 18) spreekt van “differentiatie variatie tussen buurten en wijken en van complementaire stedelijke woonmilieus”. Indiener stelt dat dit nogal abstract is en te weinig kaderstellend. Indiener stelt dat bij de uitwerking van de visie het van belang is dat op hoger schaalniveau naar een goede mix wordt gekeken, zowel qua functies als qua woningmilieus. Indiener vraagt nadrukkelijk aandacht voor behoud van de karakteristieke wijkkenmerken en bijbehorende sociale cohesie. Nu wordt enkel aandacht besteed aan de openbare ruimte- en mobiliteitsvraagstukken (p. 58). Er ontbreekt een visie op de onderlinge samenhang tussen én binnen de wijken, waarin de unieke waarde van wijken en buurten wordt meegenomen.

In paragraaf 4.1 van de structuurvisie is aangegeven dat het één van de ruimtelijke uitgangspunten is dat de eigenheid van de verschillende gebieden wordt behouden en versterkt. Echter, de structuurvisie richt zich vooral op overkoepelende thema’s die voor het gehele CID-gebied gelden. De specifieke omstandigheden en cultureel erfgoed per deelgebied komt aan de orde bij nadere planuitwerking. Een belangrijk uitgangspunt wel is dat de verbindingen tussen deelgebieden wordt versterkt, waarbij wordt aangesloten bij de historische ‘lange lijnen’ van Den Haag (zie paragraaf 4.1).

I

Indiener verzoekt om (kaderstellend) actie te ondernemen op de volgende pijnpunten: • In de structuurvisie ziet de indiener niet terug hoe de diversiteit aan woningen zodanig is dat diverse inkomensgroepen zich kunnen blijven vestigen in het CIDgebied. Indiener mist behoud van sociale cohesie en het in contact brengen van diverse inkomensgroepen • Wat de indiener niet terugvind in de Structuurvisie is een harde lijn over behoud van alle nog bestaande vooroorlogse bebouwing in het CID. • Indiener mist structuur om aantrekkelijke grond in eigendom van lokale kleinschalige bedrijfs- en/of cultuurconcepten te brengen, met daarbij de waarborg dat grondeigendom bedoeld is voor continuïteit. Bedrijfsruimte tegen betaalbare tarieven moet een blijvend smeermiddel zijn voor een mooie stad, niet de eenmalige aanjager.

In de structuurvisie is vastgelegd dat 30% van de nieuwbouwproductie gerealiseerd wordt in het sociale huursegment en 20% in het middeldure huursegment. Hiermee zet het college in op voldoende huisvestingsmogelijkheden voor lage inkomens, starters en middeninkomens. In de structuurvisie is een paragraaf toegevoegd over het omgaan met erfgoed Het college erkent de meerwaarde van kleinschalige bedrijfsruimte en cultuur, ook in het CID. Door de grote druk op de ruimte en marktwerking staat de betaalbaarheid voor dergelijke functies echter snel onder druk. Onze rol als gemeente is hierin beperkt. Vanuit de Economische Uitvoeringsagenda 2019-2022 (RIS303548) wordt in de Nota Commerciële Vastgoedontwikkeling mogelijke instrumenten voor betaalbare (bedrijfs)ruimte onderzocht

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan. J

Zienswijze

Reactie

Indiener is van mening dat de toekomstige bebouwing van het ICT security campus aan de Schenkkade en rondom het Station Laan van Nieuw Oost Indië passende bouwhoogtes zou moeten krijgen, gerelateerd aan de hoogtes van de bestaande kantoorgebouwen aan de Schenkkade. Indiener verzoekt om onderscheid te maken in de maximale bouwhoogte rondom de Beatrixlaan en die langs de Schenkkade, in die zin dat de maximale bouwhoogte langs de Schenkkade wordt vastgesteld op de hoogte van de huidige panden. De gemeente heeft eerder met bewonersorganisaties het zogenaamde Schenkakkoord

Het bepalen van de toegestane bouwhoogtes is onderdeel van verdere planuitwerking. Indiener verwijst verder naar het ‘convenant Schenk’, daterend uit 1991 (RIS296580). Deze afspraken betreffen de inrichting van de Schenkzone en niet de bouwhoogtes van de huidige ontwikkeling.

20/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

gesloten, hierin zijn afspraken gemaakt over de hoogte. Indiener verzoekt om in de structuurvisie en planMER uit te schrijven hoe de gemeente zich aan dit akkoord gaat houden. Indiener verzoekt tevens om uit te schrijven hoe de gemeente er voor zorgt dat ook in de verdere uitvoering van plannen waarin deze structuurvisie en planMER een rol spelen recht wordt gedaan aan dit Schenkakkoord. K

De Structuurvisie spreekt o.a. in paragraaf 4.2 over levendige plinten. Slimme programmering met een volledig en complementair aanbod moeten de plinten 24/7 levendig houden. Indiener denkt dat 24/7 levendigheid binnen enkele jaren in plaats van een aantrekkelijke ambitie een duur fiasco blijkt te zijn, waarbij leegstand in zowel de plinten als Theresiastraat zou dreigen. Indiener vraagt of er een plan B is voor als de plinten niet gevuld dreigen te worden? Indiener verzoekt om in de uitleg van plan B mee te nemen hoe de effecten van de LER-Bezuidenhout hierin opneemt en meeweegt.

De gemeente heeft de toekomstige, kwantitatieve vraag naar (commerciële) functies in de plinten onderzocht in relatie tot de bevolkingsgroei en de groei van de werkgelegenheid in het CID. Daarnaast stuurt de gemeente op voldoende flexibiliteit (bijvoorbeeld voldoende vrije hoogte) in de plinten in de ontwikkelingen zodat de invulling kan mee veranderen met de vraag.

L

In de LER Bezuidenhout zijn veel leefbaarheidscriteria in Bezuidenhout al inzichtelijk gemaakt zoals deze nu wel/niet worden gehaald. Naar indieners inziens mogen nieuwe bouwplannen niet eerder geaccordeerd worden vooraleer aan alle leefbaarheidscriteria in de huidige situatie voldaan is dan wel mitigerende maatregelen zijn genomen om ook in de te verwachten situatie nog te kunnen spreken van een ‘leefbaar’ Bezuidenhout. Voor zover toegestaan zou kunnen worden dat een mitigerende maatregel eerst tijdens de bouw uitgevoerd kan worden, dient vooraf bij accordering van de bouwplannen financiële zekerheid gesteld te worden door de partij die verantwoordelijk is voor de daadwerkelijke realisatie ervan.

Bij de ontwikkeling van het CID gebied zullen veel maatregelen genomen moeten worden in het kader van de leefbaarheid. Het gaat daarbij om energietransitie, klimaat, voorzieningen, groen, mobiliteit, etc. Deze maatregelen zijn veelal niet 1 op 1 te koppelen aan een bouwplan, maar overstijgen juist de bouwplannen. Hiervoor is in de structuurvisie een hoofdstuk opgenomen over kostenverhaal. Hierbij sluit de gemeente een overeenkomst met een private partij over haar bijdrage in de maatregelen zoals bovenstaand genoemd.

M

Indiener kan zich niet aan de indruk onttrekken dat qua ontwikkeling van het CID al met ontwikkelaars is gecommuniceerd voordat er overleg met bewoners/wijkberaden is geweest. Informeren van burgers is nog geen communiceren, laat staan participeren. Indiener stelt dat de onleesbaarheid van het lijvige stuk de participatie van de burger ontmoedigt, en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Wanneer spreekt u van een geslaagde bewonersparticipatie? En hoe heeft u bij deze vaststelling van wat geslaagd is de bewoners betrokken? Hoe denkt u voldoende draagvlak onder bewoners te kunnen creëren? Indiener ziet graag een korte samenvatting vooraf.

Ontwikkelen in een stad is een doorlopend proces. Bij het opstellen van een visie zijn er al projecten uitgevoerd, in uitvoering, in voorbereiding en in ontwikkeling. Een visie komt daar “doorheen”, terwijl deze projecten ook gewoon doorlopen. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Het CID bestaat immers ook al een tijdje. In het licht van bovenstaande moet communicatie en participatie een continu proces worden waarin ontwikkelaars – gemeente en omgeving structureel met elkaar in overleg is. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen de gewenste stip op de horizon. Het is hiermee abstracter en wordt onderbouwd door een – behoorlijk technische -MER. De verdere invulling gebeurt op het niveau van bestemmingsplannen, bouw- en inrichtingsplannen, wordt hiermee steeds concreter en hebben hun eigen niveau van participatie. Voor een geslaagde participatie moet gekeken worden naar het totaal van producten, plannen, projecten die ontwikkeld worden. Hierdoor is de nota Participatie- en communicatieplan CID opgesteld, die inzicht geeft hoe en waarom de gemeente het op die wijze wil aanpakken. Aan de structuurvisie is een samenvatting toegevoegd om meer duidelijkheid te bieden, waarin de belangrijkste uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling van het CID 21/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

zijn opgenomen.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID: • Aan de structuurvisie is een samenvatting toegevoegd met de belangrijkste uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied; • In Hoofdstuk 8 is een verwijzing naar de ontwikkelstrategie opgenomen.

Zienswijze 9 – Bewoners Rondom het Plein Ingediend d.d.: 13 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Wijk specifieke aspecten Daarnaast draagt de indiener de volgende wijk specifieke aspecten aan.

Zienswijze

Reactie

A

In de Structuurvisie wordt de indieners buurt Rondom het Plein niet benoemd. Ook wordt de buurt, belangrijk onderdeel van het centrum, niet aangeduid als aangrenzend aan het CID gebied. Indiener stelt dat het gebied Rondom het Plein een hoogdynamisch gebied is in de omgeving van het Centraal Station en dient als zodanig te worden beschreven in de Structuurvisie.

In de structuurvisie is aangegeven dat het CID grenst aan de historische binnenstad. Voor het doel van de structuurvisie CID is het daarbij niet nodig om de verschillende buurten daarbinnen te benoemen.

B

Indiener stelt dat het van belang is om niet alleen de deelgebieden in het CID met elkaar te verbinden, maar ook de verbinding van de CID-deelgebieden met gebieden die aan het CID grenzen. De plannen voor het CID-gebied zullen een enorme impact hebben op het centrum van Den Haag en dus op de indieners buurt. Goede verbindingen zijn derhalve van groot belang.

Het college is het eens met de indiener dat goede verbindingen van het CID-gebied met de rest van Den Haag essentieel is. In afbeelding 4.2 en 4.3 wordt ook gewezen op het belang van die verbondenheid.

C

Indiener stelt dat de Structuurvisie niet duidelijk maakt hoe een goede balans kan

In paragraaf 5.2.1 van de structuurvisie wordt ingegaan op de verhouding tussen 22/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

D

worden gecreëerd tussen bestaande voorzieningen in de binnenstad en nieuwe voorzieningen in het CID-gebied. Indiener stelt dat het vinden van deze balans alleen succesvol kan plaatsvinden door intensieve samenwerking tussen de gemeente en betrokken partijen, d.w.z. door coproductie.

historische binnenstad en CID. Het college is het eens met de indiener dat samenwerking tussen de gemeente en betrokken partijen van belang is hierbij.

Indiener stelt dat wonen toegankelijk moet zijn voor iedereen: Zorg voor huisvesting voor daklozen. Zorg voor voldoende sociale woningbouw met voldoende privacy, ook voor arbeidsmigranten. Bouw niet alleen voor jonge mensen, maar juist ook voor gezinnen en ouderen. Voorkom de aankoop van appartementen voor de verhuur

In de Structuurvisie zijn algemene kaders vastgelegd over o.a. sociale woningbouw; zo wordt 30% van de nieuwbouwproductie gerealiseerd in het sociale huursegment. Per project zal vervolgens bepaald worden voor welke doelgroep er gebouwd gaat worden. De appartementenbouw in het CID zal ook gericht zijn op jonge (kleine) gezinnen, empty-nesters en ouderen. Het Kabinet heeft recent aangekondigd om een Opkoopbescherming te gaan invoeren. Dit instrument zorgt ervoor dat woningen niet gekocht kunnen worden door beleggers/verhuurders. De intentie van het college is om deze Opkoopbescherming in te gaan zetten in Den Haag.

E

Indiener verwijst naar afbeelding VIII.1 in bijlage VIII, waarop het Mercurehotel en de Schedeldoekshaven als ‘plots’ staan aangegeven. Indiener stelt dat wat dit betekent voor de locatie Mercurehotel niet nader beschreven is in de structuurvisie. Daarnaast wil de indiener door coproductie graag actief meewerken aan de opstelling van het buitenruimteplan voor de Schedeldoekshaven.

Niet elk bouwplot wordt beschreven in de structuurvisie. Binnen het CID-gebied kunnen zich nieuwe ontwikkelingen voordoen of ontwikkelingen afvallen. Het opnemen van een bouwplot op de locatie Mercure hotel geeft aan dat de gemeente open staat voor een eventuele herontwikkeling. Voor het CID is een leidraad “Participatie en communicatieplan CID” (RIS303004) vastgesteld door het college d.d. 02-07-2019. In het Participatie en communicatieplan CID wordt onderscheid gemaakt in de verschillende producten en het niveau van participatie. Voor de structuurvisie is het participatieniveau ‘raadplegen’ gehanteerd. Voor uitwerkingen op thema’s en uit te werken plannen zal veelal een ander niveau van participeren gehanteerd worden, waaronder ook coproduceren. Hiervoor wordt verwezen naar het genoemde Participatie- en communicatieplan. Het zal nog wel enige jaren duren voordat deze planfase bereikt is. Tegen die tijd zullen betrokkenen gevraagd worden om hierin mee te doen.

F

Ten slotte wijst de indiener erop dat de te ontwikkelen hoogbouwprojecten negatieve effecten kunnen hebben op de indieners buurt. In de structuurvisie wordt niets gezegd over schaduwwerking, windhinder en hittestress in de indieners buurt.

De realisatie van hoogbouw in bestaand stedelijk gebied vergt een zorgvuldige inpassing. Met het oog hierop is de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline opgesteld, waarin randvoorwaarden zijn opgenomen voor hoogbouwplannen. In de nota is het CID reeds aangewezen als intensiveringsgebied waar hoogbouw zal komen. Bij het ontwikkelen van hoogbouwplannen is onderzoek naar de effecten op bezonning en windhinder verplicht.

G

In algemene zin merkt de indiener op bij het doornemen van de plannen dat deze meer vragen oproepen dan dat ergens antwoord op wordt gegeven. Gezien het vergevorderd stadium van de Gebiedsagenda’s is het naar indieners inziens werkelijk mogelijk om beter door te rekenen wat nu werkelijk de effecten zijn op klimaatbestendigheid, schaduwwerking, geluid, etc. Dit wordt nu “doorgeschoven” naar de projectontwikkelaars en afgedaan met algemeenheden (kan nog niet worden bepaald.)

De structuurvisie geeft de hoofdlijnen het ruimtelijk beleid voor het gebied weer. De effecten hiervan zijn op het hierbij behorende globale niveau beoordeeld in het MER. Meer gedetailleerde effecten kunnen pas worden beoordeeld bij verdere planuitwerking.

23/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Indiener vraagt om verantwoordelijkheid te nemen door een Structuurvisie CID te maken die werkelijk kaderstellend is en waarin transparantie wordt gegeven over de effecten ervan in de toekomst. H

Daarnaast brengt de indiener de brief die de wijkorganisaties gezamenlijk op 18 mei 2020 aan de gemeenteraadsleden en de Commissie Ruimte hebben gestuurd onder de aandacht. Indiener verzoekt om de tekst van deze brief als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Kernpunten van de brief zijn; • Regie gewenst op samenhang en volgorderlijkheid van gebiedsagenda’s, participatieplan(nen) CID, structuurvisie CID, planMER, LER, PUK en ontwerpbestemmingsplannen; • Regie op leefbaarheid met behulp van een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) voor het hele CID; • Regie op participatie op daadwerkelijk en effectief invulling geven aan inspraak en participatie door gemeente en ontwikkelaars; • Regie door de raad richting het college met betrekking tot participatie en leefbaarheid en het opstellen van een integrale MER inclusief mitigerende maatregelen.

In afbeelding 1.2 in de inleiding van de structuurvisie is aangegeven hoe de diverse ruimtelijke documenten met elkaar samenhangen. Door een overkoepelende structuurvisie CID vast te stellen met de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid kan de samenhang tussen de verschillende instrumenten worden bewerkstelligd. Daarbij is er niet voor gekozen om reeds lopende ontwikkelprocessen stil te zetten. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie. Voor zover de brief gaat over de uitvoering van en rol van de gemeente of raad bij andere participatieprojecten, ontstijgt de beantwoording daarvan de scope van deze nota zienswijzen met betrekking tot de inhoud van de structuurvisie CID. De brief is besproken in de raad en heeft geleid tot de toezegging een LER-nulmeting uit te voeren voor het hele CID waarvan de resultaten eind 2020 beschikbaar zullen zijn. Zie ook de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) en de afdoening motie Routekaart LER (RIS304391).

Conclusie Het gezamenlijke deel van de zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar. De wijk specifieke aanvulling leidt niet tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID.

Zienswijze 10 – Indiener Ingediend d.d.: 13 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze

Reactie

A

Indiener stelt dat in de structuurvisie wordt gesproken over stakeholders en input. Indiener stelt dat pas op p.63 duidelijk wordt wat stakeholders zijn en wordt er ineens gesproken over input, geen inbreng of zienswijze. Wat is de status van input?

Input is een algemene term voor inbreng voor en reacties op de (ontwerp) structuurvisie; zij hebben geen speciale status. Een zienswijze heeft een formele wettelijke status.

B

Indiener is blij met Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, en denkt dat het verstandig is dat de gemeente de verzinner van het CID als ontwerper heeft. Indiener vraagt of de ontwikkeling van CID ook gebeurt vanuit het Loket knooppunten (of alleen Laan van Nieuw Oost Indië)?

Het College van Rijksadviseurs heeft gedurende een aantal jaar via het programma ‘Loket Knooppunten’ gemeentes geadviseerd m.b.t. de ruimtelijke ontwikkeling van de stationsomgeving. In Den Haag was dat specifiek gericht op station Laan van NOI.

24/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

C

Indiener vraagt hoe het in hemelsnaam komt, anders dan opzettelijk, door desinteresse of door slordigheid, dat geen mailing is verstuurd over het webinar van 12 mei over het CID?

De eerste twee bijeenkomsten (de CID-markten) zijn per brief aangekondigd. Dat leverde bijna 200 bezoekers op. Voor de webinar is gekozen voor een oproep via de stedelijke massamedia. De oproep heeft in alle dagbladen gestaan, is aangekondigd via de Stadskrant (bijlage van de h.a.h. Posthoorn), is aangekondigd via de Facebook pagina van de gemeente (>50.000 volgers) en via Twitter van de gemeente (>90.000 volgers). Deze media-aanpak heeft 311 primaire bezoekers opgeleverd. Daarnaast is de webinar nog steeds terug te zien via de gemeentelijke website van het CID (zie https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/ondernemen/ central-innovation-district-cideconomisch-hart-van-denhaag.htm?utm_source=alias&utm_medium=offline&utm_campaign=cid).

D

Voor Bezuidenhout wilt de indiener vragen de ontwikkelingen op het terrein van het voormalig ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te vertragen tot u duidelijkere eisen dan nu heeft opgesteld voor energie, milieu en verkeer en zo veel als mogelijk een betere context dan nu heeft gerealiseerd, samen met de Nederlandse Spoorwegen (NS).

De structuurvisie spreekt zich niet uit over de ontwikkeling en voortgang in een specifiek deelgebied. Ook deze ontwikkeling op het terrein van het voormalig ministerie van Sociale Zaken en Werkgelgenheid wordt getoetst aan het beleid zoals opgenomen in de structuurvisie, wanneer dit beleid is vastgesteld.

E

Indiener vraagt om een versimpeling en aanscherping van de structuurvisie. Minder woorden, meer pit.

Er zijn redactionele verbeteringen in het stuk doorgevoerd. Verder is aan de structuurvisie ene samenvatting toegevoegd met de belangrijkste uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied

F

Indiener vraagt om de Gereedschapskist Openbare Ruimte te verplichten. De voorwaarden op bladzijde drie in dat document zijn uitstekend en verhelderend.

De gereedschapskist Openbare Ruimte is een bijlage bij de Structuurvisie en wordt niet apart vastgesteld. Het Handboek Openbare Ruimte blijft ook voor het CID geldig en het is de bedoeling om deze aan te vullen met specifieke onderdelen voor het CID.

G

Indiener vraagt om zijn vragen dit keer wel te beantwoorden. Indiener stelt dat zijn eerdere vragen over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn vertaald naar een abstractieniveau waar elk antwoord bij past. Vervolgens zijn de antwoorden geformuleerd op een volstrekt nietszeggend abstractieniveau en enigszins verdedigend, in plaats van dankbaar voor de getoonde interesse en de klaarblijkelijk ervaren betrokkenheid. Indiener heeft dat ervaren als nogal vervelend en voelt zich allerminst gehoord (gelezen), laat staan geraadpleegd.

Het college is blij met de getoonde interesse en betrokkenheid. Met alle zienswijzen wordt zorgvuldig omgegaan. Helaas lukt het niet in alle gevallen om een bevredigend antwoord te geven op de vragen en opmerkingen.

H

Indiener vraagt of er een aantal aanpassingen gedaan kunnen worden: • Kan a.u.b. de papierzijde waar de binding zit markeren op het papier? Bij een losbladig geprint document is de vormgeving van de pagina’s zoals nu enorm verwarrend. • Graag bladwijzers in de pdf-bestanden. • Graag bij alle kaartmateriaal een schaalbalk en een noordpijl. • Graag in alle kaartmateriaal enkele hoofdelementen benoemen, bijvoorbeeld de stations.

De vormgevingsvragen betreffen niet de inhoud van de structuurvisie. Een schaalbalk bij de kaarten ligt gezien het abstractieniveau van de visie niet voor de hand.

I

Indiener vindt het fijn om te lezen dat er werk voor lager opgeleiden wordt gegenereerd. Indiener vraagt welke opleidingen daarmee worden bedoeld? Wat is de

Hiermee wordt bedoeld dat maximaal een VMBO diploma is behaald.

25/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

J

K

overeenkomst of het verschil met de praktisch opgeleiden elders in uw document? In de zienswijze wordt op verschillende plekken gevraagd om verheldering van termen en het uitschrijven van afkortingen.

Indiener verwijst naar hoofdstuk 2 van de Structuurvisie. Indiener vraagt of er een bouwbedrijf met R&D capaciteit genoemd kan worden dat al in het CID is gehuisvest? Kan er verteld worden welke multinationals en grootbedrijven hun R&D capaciteit exploreren? Wat het verschil is tussen een grootbedrijf en een multinational? Hoe zal de verhouding banen voor lager opgeleiden en voor hoger opgeleiden bij die bedrijven worden, en hoe is die nu?

Het college begrijpt deze oproep. Het document is doorgelopen op lastige terminologie en waar mogelijk is dit aangepast, verder wordt er verwezen naar de gangbare betekenis van woorden en afkortingen. Sommige vaktermen zijn gehandhaafd omdat zij voldoende zijn ingeburgerd zijn of moeilijk zijn te vervangen. Royal Haskoning DHVis een bedrijf in de bouwsector met relatief goede innovatie/R&D capaciteit Steeds meer multinationals en grootbedrijven zetten in op stimuleren van innovatie en/of versterking van hun R&D capaciteit. Voorbeelden zijn: • Royal Haskoning: smart solutions • Siemens Nederland: digitalisering • PostNL Data Solutions B.V.: e-commerce en slimme logistiek • MN: Innovaties en nieuwe beleggingsproducten • CAK: Digitale inclusie Een grootbedrijf is een onderneming met meer dan 250 werknemers in dienst. Een multinational is een bedrijf (meestal ook een grootbedrijf) die vestigingen in meerdere landen heeft. Op 1 januari 2019 telt het CID 91.308 banen. In 2040 zullen dit er ca. 125.000 zijn. De exacte verhouding tussen aantal banen voor hoger en lager/praktisch opgeleiden is moeilijk meetbaar. Wel is binnen Den Haag het CID op dit moment het gebied met de grootste concentratie hoogopgeleiden. Dit past het type bedrijven en instellingen in het CID: overheden, kennisinstellingen, zakelijke dienstverlening en ICT sector betreffen veelal hoger opgeleiden banen.

De gemeente verwacht ook een grote toename in deze sectoren. Het aantal (commerciële) voorzieningen (detailhandel, horeca, leisure, dienstverlening, etc.) in het CID groeit tevens aanzienlijk. Deze sectoren maar ook indirecte werkgelegenheid (zoals schoonmaak, catering, onderhoud, logistiek) die gepaard gaat met toename van het kantoren en woningen gaat bijdragen aan de groei van het aan banen voor praktisch opgeleiden.

L

Indiener vraagt wat niet-ruimtelijk instrumentarium is. Is dit een subsidie? Belastingvoordeel?

Subsidie en belastingvoordeel zijn inderdaad voorbeelden van een niet-ruimtelijk instrumentarium. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld dienstverlening aan ondernemers of verbeteren van het vestigingsklimaat.

M

Ook over ‘geen plek onbenut’ (p.13 structuurvisie) schreef de indiener al eerder. Indiener vraagt of de gemeente dat eigenlijk wel tot zich door heeft laten dringen? Maximaal en flexibel benutten. Wiens behoeften doelt de gemeente op? Verdienmodellen gebaseerd op maximaal en flexibel zijn de modellen die vaak juist slachtoffers maken bij die lager opgeleiden waar de gemeente banen voor wilt creëren.

Dit betreft een samenvatting van de vastgestelde ‘CID Agenda 2040’. Omdat de ruimte in het CID schaars en duur is, is het nodig maximaal en flexibel de ruimte te benutten. Bijvoorbeeld door het combineren van verschillende functies in één gebouw met gedeelde voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn te vinden onderaan pagina 72 en 73 van de bijlage ‘Inspiratiedocument’.

26/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

N

Indiener verwijst naar p.14 van de structuurvisie. Indiener vraagt wat inprikkers zijn.

Voor de bereikbaarheid van de diverse gebieden in de stad is een aantal wegen tussen die gebieden en de snelwegen aangemerkt als ‘inprikkers’. Deze inprikkers zijn bijvoorbeeld de Utrechtsebaan en de Rotterdamsebaan. De tekst op deze plek in de structuurvisie is aangepast

O

Indiener is niet bekend met GPR, BREEAM, LEED en NIB8. Indiener heeft geen idee wat de uitkomst is als een ontwikkelaar een afvinklijstje met mogelijke prestaties invult. Wie controleert of de keuzen elkaar aanvullen en versterken of gemaakt zijn vanuit de wens snel te scoren? Indiener begrijpt wel wat er bedoelt wordt en gelooft echt dat de overstap naar schone energie gemaakt wilt worden, maar het staat er niet. Hoe wordt voorkomen dat iemand, een bedrijf, een ontwikkelaar, een bewoner, werknemer, yup of de gemeente zelf zich tevens en slechts in letters verduurzaamt? Waar staat wat er verstaan wordt onder duurzaam?

GRP Gebouw, BREEAM, LEED en NIB8 zijn duurzaamheidscertificeringen voor de beoordeling van een gebouw op het gebied van duurzaamheid. Gebouwen worden binnen deze certificeringsmethodes beoordeeld op verschillende duurzaamheidscategorieën, zoals management, gezondheid, materiaal, energie, toekomstwaarde, water, gebruikskwaliteit, vervuiling, landgebruik en ecologie, afval en mobiliteit. De duurzaamheidscertificeringen worden verstrekt door deskundige en onafhankelijke organisaties. De certificeringen worden niet zomaar verstrekt, de gebouwen moeten daadwerkelijk voldoen aan de gestelde eisen en ambities en er zitten ook kosten aan verbonden. Verder verwijst het college naar de Nota Duurzaamheid (RIS 301829).

P

Indiener verwijst naar paragraaf 4.2 “Hoogstedelijkheid: verdichting, functiemenging en differentiatie”. Onder punt 6 staat ‘een raamwerk van rust, reuring en ruis’. Indiener stelt dat ruis beter gedefinieerd moet worden, en eerder dan op p.19.

De term ruis wordt op pagina 17 geïntroduceerd en op pagina 19 uitgelegd. Het college ziet geen aanleiding dit aan te passen. In paragraaf 4.2 is een verwijzing naar de bijlage ‘Inspiratiedocument’ toegevoegd, waarin deze termen uitgebreider worden behandeld.

Q

Indiener verwijst naar de afbeeldingen op p.17 van de Structuurvisie. Indiener vindt de tekeningetjes leuk, maar in de indieners ogen is het echter meer een verdrievoudiging van het centrum dan een verdubbeling? Of ziet de indiener dat verkeerd? En ben ik een buurtje dat zichzelf kan blijven, of bedoelt u de buurt waarin ik woon en is het dan verassend dat die buurt zichzelf kan blijven?

De afbeeldingen op p.17 van de structuurvisie betreffen een schematisch ‘beeldverhaal’, om de grote lijn van de ontwikkeling van het CID toe te lichten; in hoofdstuk 7 van de structuurvisie wordt op verschillen tussen deelgebieden ingegaan.

R

Indiener verwijst naar paragraaf 4.2 “Hoogstedelijkheid: verdichting, functiemenging en differentiatie”. Wordt met levendigheid op alle tijdstippen (p.18) ook bedoeld dat prostitutie, daklozenopvang en discotheken gewenst zijn? Indiener kent de behoeften niet van de inwoners, werknemers en bezoekers, wat weet u daarvan?

De invulling van ‘levendigheid’ kan per deelgebied verschillend zijn, afhankelijk van het karakter van het gebied. Het kan bijvoorbeeld gaan om detailhandel, horeca, onderwijs, culturele en maatschappelijke voorzieningen en andere publiekstrekkers. In het kader van ruimtelijke procedures wordt de behoefte aan specifieke voorzieningen onderzocht.

S

Indiener verwijst naar de afbeelding op p.21. Indiener vraagt in hoeverre er woningbouw komt op de bestaande kantoren langs het spoor zoals op het gebouw van NWO? Daar lijkt er meer hoogbouw te willen?

De structuurvisie spreekt zich niet uit over de invulling van een specifieke locatie, deze komt aan de orde bij nadere planuitwerking.

T

Indiener stelt dat de woorden ‘wandelen’ en ‘lopen’ door elkaar heen worden gebruikt. Indiener vraagt of dat bewust is of per ongeluk? Waar zit de overlap/loop?

Het klopt dat deze termen door elkaar worden gebruikt. Lopen en wandelen hebben in de tekst dezelfde betekenis; beide staan voor verplaatsingen te voet.

U

Indiener verwijst naar paragraaf 4.3 ‘Mobiliteit op menselijke maat’ alinea ‘Goed bereikbaar op alle schaalniveaus’. Indiener stelt dat het document van Witteveen+Bos nogal wat twijfels lijkt te hebben over de haalbaarheid hiervan. Indiener geeft aan twijfels te hebben over of de gemeente zich er wel van bewust is dat er zoveel verschillende fietssoorten bestaan: iedere fietssoort heeft zijn eigen maat en zijn eigen

Onder de categorie fiets vallen ook elektrische fietsen, bakfietsen, etc. Het gaat dan om vervoermiddelen die, al dan niet met elektrische ondersteuning, een snelheid tussen de 10 en 30 km/uur hebben. De uitgangspunten voor een autoluwe inrichting van het CID bieden een belangrijke randvoorwaarde voor een comfortabele en verkeersveilige positie van deze vervoermiddelen. Algemeen is de lijn dat de ruimte voor het

27/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

snelheid. Indiener wijst er op dat het CID ook ingericht moeten worden voor al deze verschillende soorten verkeer. Indiener wijst op nu al gevaarlijke situaties waarbij de fietspaden te smal zijn voor alle soorten fietsverkeer.

autoverkeer (rijdend en geparkeerd), waar mogelijk zal worden beperkt en ten goede kan komen aan fietser en voetganger.

V

Indiener vraagt of het vasthouden en bergen van regenwater steviger ingezet kan worden? Kan afvoeren duidelijk als laatst mogelijke optie noemen en bijvoorbeeld bij afvoer een verplichte financiering van berging en vasthouden elders instellen, maar binnen een beperkte schaal?

Voor het vasthouden en afvoeren van hemelwater wordt momenteel aan een stedelijke norm gewerkt. Een norm is inderdaad steviger dan wat in de gereedschapskist is omschreven.

W

Indiener verwijst naar paragraaf 4.4 ‘Aantrekkelijke en duurzame leefomgeving; Energietransitie’. Indiener vraagt hoe de gemeente zichzelf en externe partijen scherp houdt? Hoe dwingt de gemeente zich en externe partijen om te kiezen voor een toekomstbestendige energiehuishouding?

De gemeente kan dit niet afdwingen en is dus ook afhankelijk van de inzet van onder andere ontwikkelende partijen en landelijke regelgeving. Zie ook het ontwerp-Stedelijk Energieplan (RIS305064) van de gemeente.

X

Indiener verwijst naar paragraaf 5.2.1 ‘Economie’. Indiener vraagt hoe dit internationaal economisch topmilieu gezien wordt naast de banen voor lager opgeleiden uit paragraaf 1.1? Betekent dit een enorme bandbreedte in salarissen? Daling van topsalarissen? Stijging van lage lonen? Hoe ziet dit eruit? Hoe zijn de verhoudingen in aantallen banen? Hoeveel procent is baan voor hoger opgeleiden? Hoeveel voor lager opgeleiden? Hoeveel hoger opgeleiden doen werk voor lager opgeleiden? Is er nog ruimte voor ongeleiden?

In het kader van de ruimtelijke structuurvisie kunnen deze vragen niet gedetailleerd beantwoord worden. Voor informatie over het economisch beleid van de gemeente wordt verwezen naar het de Economische Visie Den Haag+ 2030.

Y

Indiener verwijst naar paragraaf 5.2.1, waarin staat: “We stimuleren campusontwikkeling rond de specifieke Haagse en regionale thema’s, omdat dit innovatie en groei aanjaagt”. Indiener vraagt wat de specifieke Haagse en regionale thema’s zijn? Er zijn al aardig wat thema’s benoemd, zijn de specifieke thema’s aanvullend? Het valt de indiener op dat er ontzettend veel kan in de gemeente haar ogen, dat is fijn, maar kan dat misschien wat korter omschreven worden? Of duidelijker?

De gemeente zet met campusontwikkeling in op thema’s die passen binnen de drie economische profielen van Den Haag: namelijk de Security Delta (een veilige wereld), Legal & Policy (een rechtvaardige wereld) en Impact City (een betere wereld). Dit komt voort uit en staat uitgebreid omschreven in de Economische Visie (RIS303550). De thema’s zijn dus niet aanvullend, maar bestaand.

Z

Indiener leest (p.19) dat de gemeente voorwaardelijk is voor initiatieven van onderop. Een interessante aanname. ‘Sfeer, imago en uitstraling worden steeds belangrijkere vestigingsvoorwaarden voor ondernemers, onder andere om talent aan te trekken’. Sfeer is ontastbaar, maar hopelijk inderdaad daadwerkelijk aanwezig in het toekomstige CID, maar imago en uitstraling: de structuurvisie doelt op loze woorden, op window dressing van de stad om werkgevers en werknemers naar Den Haag te trekken? Haagse werkgevers en werkzoekenden weten toch wat er te halen valt. Alstublieft, geen budget voor imago en uitstraling. Wat wordt er bedoeld met uitstraling? Misschien valt uitstraling nog wel te doen.

Het versterken van het imago is één van de doelen van het economisch beleid, zoals vastgelegd in de Economische Visie Den Haag+ 2030.

AA

Indiener verwijst naar paragraaf 5.2.2 ‘Wonen’. Indiener vraagt of de norm die de gemeente stelt voor sociale woningbouw wel of geen verplichting is? En welke woningtypologie wordt bedoeld? Indiener leest dat als sociale en middeldure huur onvoldoende lukt, iemand moet proberen te compenseren. Waar? Hoe? In gebouwen? Op welke afstand? In elk geval

De norm voor sociale woningbouw is een verplichting. Als deze norm niet gerealiseerd kan worden dan dient de ontwikkelaar/bouwer/ belegger te zorgen voor compensatie elders in het CID of compensatie elders in de stad. Hier wordt nu een plan voor gemaakt door het college.

28/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

30% sociale huur, 20% middenhuur en streven naar betaalbare woningen voor koopstarters. Wat is betaalbaar en welke koopstarter wordt er bedoeld?

De goedkope koopgrens in Den Haag is € 198.500 (prijspeil 2020).

AB

Indiener verwijst naar paragraaf 5.2.4 ‘Duurzame ontwikkeling van het CID’. Indiener stelt dat er geen eisen aan bouwende partijen, waaronder de gemeente, wordt gesteld.

De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het gebied weer en bevat geen concrete normstelling die aan ontwikkelende partijen kan worden opgelegd.

AC

Het is de indiener volledig onduidelijk of er onderscheid gemaakt wordt tussen voorzieningen die zichzelf financieren en soms concurreren met bestaande voorzieningen maar het plan financieel kloppend maken (zoals een supermarkt), of voorzieningen die overheidsgeld nodig hebben (zoals een school). Laatstgenoemde voorzieningen worden in elk geval basisvoorzieningen genoemd en die worden geplaatst in rust-zones. Het is de indiener volstrekt onduidelijk waarom rust-zones in het CID gebruikt willen worden voor nieuwe basisvoorzieningen.

Voor een opsomming van de bedoelde voorzieningen wordt verwezen naar het document ‘Voorzieningenprogramma’. Terecht geeft indiener aan dat niet alle basisvoorzieningen in de rustzone een plek hoeven te krijgen, dit is ook geen uitgangspunt van de structuurvisie (zie paragraaf 5.2.4 van de structuurvisie, onder kopje basisvoorzieningen).

AD

Indiener verwijst naar afbeelding 5.1 (p.34). Indiener vraagt of er rekening gehouden kan worden met de verscheidenheid aan fietserssoorten (bakfiets, elektrische fiets en pedelec) en deze ook te verwerken in de piramide. Het is ’s morgens op de Laan van Nieuw Oost Indië echt een behoorlijk bont circus aan verschillende snelheden en voertuigen, die zijn niet zo makkelijk allemaal te vangen onder het kopje stadsvriendelijk vervoer. En waar in de piramide staat de rolstoel?

Onder de categorie fiets vallen ook elektrische fietsen, bakfietsen etc. Het gaat dan om vervoermiddelen die, al dan niet met elektrische ondersteuning, een snelheid tussen de 10 en 30 km/uur hebben. De uitgangspunten voor een autoluwe inrichting van het CID bieden een belangrijke randvoorwaarde voor een comfortabele en verkeersveilige positie van deze vervoermiddelen. Rolstoelen vallen onder de categorie voetganger (tot 10 km/uur).

AE

Indiener hoopt op minder auto’s. Indiener geeft aan niet te weten of auto’s vooral voor de lagere inkomens onhaalbaar worden. Het lijkt of er een parkeerbeleid gehanteerd wilt worden dat parkeertarieven leidend laat zijn voor de keuze om wel of niet met de auto te komen. Wordt parkeergeld kunnen betalen een statussymbool? Wat zijn de ervaringen in bijvoorbeeld Amsterdam? En hoe is dat vergeleken met bijvoorbeeld de binnenstad van Delft?

Een goed voorbeeld is de huidige situatie in het Centrum. Daar heeft een combinatie van maatregelen om de aantrekkelijkheid voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer te vergroten gecombineerd met maatregelen om doorgaand autoverkeer te weren, zoals het instellen van betaald parkeren op straat en het beperken van het parkeren op straat. Deze maatregelen hebben geleidelijk geresulteerd in een situatie waarbij het een steeds groter deel van de verplaatsingen niet meer met de auto gebeurt en dus steeds meer lopend, fietsend en met het openbaar vervoer. Het gaat dus om de combinatie van maatregelen die effect sorteert.

AF

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4 ‘Aantrekkelijk en duurzame leefomgeving’, waarin de indiener leest dat er een persoonsgebonden groenen-budget toebedeeld wordt (normenbenadering groen per inwoner bepaald) en dat locaties logisch kunnen zijn. Indiener vraagt wat de grondgedachte van logisch is? Logisch gezien vanuit ecologische kwaliteit, vanuit gewenste lage kosten, vanuit beeldkwaliteit of wat dan ook?

Locaties kunnen logisch zijn gezien vanuit nabijheid en praktisch gebruik, vanuit de optiek van bewoners, ondernemers en bezoekers. Logisch wordt hier bedoeld in de zin van betekenisvol voor klimaat adaptatie.

AG

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4 ‘Aantrekkelijk en duurzame leefomgeving’, waarin niet staat dat de Hofstadkwaliteit in het CID zal worden gehanteerd. Omdat er in het CID wel veel bezoekers komen verwacht de indiener dat wel. Kan de gemeente hierover iets specifieker zijn? Waarin verschilt overigens de Hofstadkwaliteit Residentiekwaliteit die het MER noemt op pagina 29?

Het is logisch dat delen van CID waar de stedelijkheid vergelijkbaar is met die van de binnenstad van kleur gaan verschieten naar Hofstadkwaliteit. Dat betekent een meer slijtvaste duurzame inrichting en een intensiever beheer dan de rest van de stad (residentiekwaliteit). Overigens is de extra kostenpost voor CID de ondergrond (klimaat en energie) en dat staat los van de kwaliteitsnormen voor de bovengrond.

AH

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4.1 ‘Groen en natuurinclusief’. Indiener stelt dat er niets staat in de paragraaf over natuur. Indiener leest dat groen gezien wordt als een

In de betreffende paragraaf wordt ook gerefereerd aan natuurwaarden. De gemeente heeft hier ook aandacht voor bij de inrichting en het beheer van groengebieden. Het

29/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

voorziening voor mensen en een afvinkbaar onderdeel van de gemeente haar takenpakket. Indiener leest hier op geen enkele manier dat de ecologische kwaliteit in de stad, inclusief het CID, versterkt en verbeterd wordt. Daarnaast stelt de indiener dat er onderscheid gemaakt wordt tussen grondgebonden en gebouwgebonden groen, en dat elke ontwikkeling hieraan moet bijdragen. Te kiezen valt onder andere uit groen voor verbetering van natuurwaarden, voor het behalen van klimaatdoelen en voor rust en ontspanning. Indiener stelt dat deze inleidende zin hierop veel ruimte biedt voor ontsnapping (dus niet ontspanning). Alles kan, niks moet. Indiener stelt dat het onduidelijk is wat er onder gebruiksvormen verstaan wordt: zijn dieren gebruikers en heeft een plant een gebruiksvorm?

college verwijst hiervoor naar de Nota Stadsnatuur (RIS305824).

AI

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4.3 ‘Gezond, veilig en leefbaar’, waar staat: Bij de bepaling van bouwhoogtes en de volumeopbouw van hoogbouwinitiatieven moet rekening worden gehouden met het microklimaat. Indiener geeft aan benauwd te zijn voor de hoeveelheid schaduw op straat, in de openbare ruimte, en voor de hoeveelheid vervelende wind. Indiener stelt dat Ook Witteveen + Bos hiervoor waarschuwt. De gemeente moet bereid zijn hier kwalitatief hoogwaardige eisen aan te stellen. Stedenbouwkundig ontwerp en gebouwvormen en afwerking kunnen hierin een positieve bijdrage leveren.

De realisatie van hoogbouw in bestaand stedelijk gebied vergt een zorgvuldige inpassing. Met het oog hierop is de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline opgesteld, waarin randvoorwaarden zijn opgenomen voor hoogbouwplannen. In de nota is het CID reeds aangewezen als intensiveringsgebied waar hoogbouw zal komen. Bij het ontwikkelen van hoogbouwplannen is onderzoek naar de effecten op bezonning en windhinder verplicht.

AJ

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4.3 ‘Gezond, veilig en leefbaar’, waar gesproken wordt over de hinder verkleinen (p.40, linker kolom). Wie is een kwetsbare bewoner? Wat is relatief stil? De gemeente lijkt nu al rekening te houden met geluidsoverlast, maar er zijn juist kansen om hoogwaardige maatregelen uit te voeren, goede ontwerpers hebben oplossingen, luister naar ze alstublieft, dit is de om last te voorkomen in plaats van te accepteren.

In de paragraaf wordt ingegaan op verdichting in de buurt van drukke verkeersaders, waar door het verkeer al een hoge geluidbelasting aanwezig is. In de tekst wordt ook gewezen op de mogelijkheden om door middel van zorgvuldig ontwerp geluidhinder te voorkomen.

AK

Indiener verwijst naar paragraaf 5.4.3 ‘Gezond, veilig en leefbaar’. Indiener vraagt wat er wordt bedoeld met dat de positie van de auto op straat bepalend is voor de gezondheid?

In paragraaf 5.4.3 wordt bedoeld dat de mobiliteitstransitie belangrijk is voor het halen van doelen op het gebied van gezondheid en leefbaarheid. De inrichting van de openbare ruimte, en daarbij de aanwezigheid van de auto in het straatbeeld, speelt een rol daarbij.

AL

Hoofdstuk 6 klopt met wat er in het rapport van Witteveen+Bos staat: alles valt of staat wel zo’n beetje met de mobiliteitstransitie. Misschien moet het CID zichzelf heel anders positioneren: als ultra low-on-fossil-fuel-area (ULOFFA), niet als centraal en druk en zowat ontploffend van de ontmoetingen.

Het college neemt deze suggestie ter kennisgeving aan.

AM

Indiener verwijst naar paragraaf 7.2 ‘Programma’. Indiener snapt nog steeds niet of het om 2.500 woningen gaar rondom het Station Laan van NOI of om 3.000 woningen of om het aantal dat de ontwikkelaar laatst noemde tijdens hun webinar. Indiener stelt dat er nog steeds geen helder tabelletje is opgesteld met wat er waar komt.

In de structuurvisie is een indicatief programma opgenomen. Hieruit zijn geen aantallen voor specifieke ontwikkellocaties af te leiden. De invulling van specifieke locaties komt aan de orde bij nadere planuitwerking.

AN

Indiener vraagt wat er met het wordt bedoeld met het woord ‘reuring’?

Voor de toelichting op het woord ‘reuring’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2 van de structuurvisie. In het Inspiratiedocument wordt het begrip nog verder toegelicht. 30/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

AO

En wat bedoelt u met: ‘De nabijheid van voorzieningen die in de plinten voorzien zijn, maken dit deel van het CID in de toekomst een goede plek voor de voetganger om te ontmoeten en te verbinden.’ Als ik daar loop, moet ik dan mensen aan elkaar koppelen? Geeft u er de voorkeur aan dat ik daar slechts loop als ik bereid ben anderen te ontmoeten?

De inrichting maakt ontmoetingen makkelijker, maar uiteraard niet verplicht.

AP

Tijdens het webinar van 12 mei jl. leken de heren David en Daan niet van concrete plannen voor dit terrein op de hoogte te zijn, maar de buurt heeft daarover een ander idee. Hoe ziet de gemeente dit? Wat weet de gemeente wel en de buurt niet? Wat weet de buurt wel en de gemeente niet? (Maar zou de gemeente wel moeten weten.) Hoe komt het dat de buurt bang is dat de plannen voor dit terrein goed worden gekeurd alvorens een totaalvisie voor het gebied is goedgekeurd en dat uitvoering van de plannen wel eens niet binnen/bij de totaalvisie zou kunnen passen?

De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het gebied weer, voor concrete ontwikkelingen zijn aparte trajecten. Zie afbeelding 1.2 uit de structuurvisie. De concrete plannen komen aan de orde bij nadere planuitwerking. Ontwikkelen in een stad is een doorlopend proces. Bij het opstellen van een visie zijn er al projecten uitgevoerd, in uitvoering, in voorbereiding en in ontwikkeling. Een visie komt daar “doorheen”, terwijl deze projecten ook gewoon doorlopen. De stad gaat niet “op slot” tijdens het opstellen van de visie.

AQ

Indiener verwijst naar paragraaf 7.5 ‘Omgeving Den Haag Laan van NOI - Vernieuwing NS-station Den Haag Laan van NOI’. Indiener vraagt of hieruit gelezen kan worden dat veranderingen aan bezit van de NS leidend en dus bepalend zijn voor ontwikkelingen in dit gebied, immers leidend bij de stedenbouwkundige (maar u bedoelt volgens mij meestal economisch als u stedenbouwkundig schrijft) uitgangspunten?

Voor de transformatie van dit gebied is de upgrade van het station een belangrijk ingrediënt. De gemeente werkt daarom nauw samen met de NS.

AR

Indiener verwijst naar paragraaf 7.5 ‘Omgeving Den Haag Laan van NOI Stationscampus Laan van NOI’. Indiener leest hier over ontmoetingen en groen, over binnen en buiten en gebieden daartussen, en dat voorzieningen worden georganiseerd. Indiener vraagt of dat hetzelfde is als gebouwd. Indiener stelt dat het nogal vrijblijvend is op het gebied van natuurwaarden en ecologie. Daarnaast vraagt de indiener wat er bedoeld wordt met de aanwezige typologie? Wordt er bedoeld dat die wordt overgenomen? Om welke reden wordt de typologie overgenomen?

De structuurvisie spreekt zich niet uit over de uitwerking van een specifiek deelgebied. Een nadere invulling volgt bij de planuitwerking voor het gebied.

AS

Indiener verwijst naar paragraaf 7.5 ‘Omgeving Den Haag Laan van NOI - (Cyber)security en ICT-Tech als economische pijlers’, waarin staat: “Ontwikkelruimte wordt gevonden door de bestaande kantorenzone aan de noordzijde (Haagse zijde) te transformeren en te verdichten”. Indiener vraagt of met deze ontwikkelruimte de kavel van het voormalig ministerie van SoZaWe wordt bedoeld, of welke kavels nog meer? Wat gebeurt er dan met de andere gebouwen in dat lint als het terrein van SoZaWe is heringericht? Het is de indiener volstrekt onduidelijk waarom de planvorming voor dit kavel in een ander stadium is dan hoe het behandeld wordt in de structuurvisie.

In de structuurvisie is de tekst overgenomen uit de gebiedsagenda. Over verdere planuitwerking moet nog bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden.

AT

Indiener kan zich heel erg vinden in het uitgangspunt dat de ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in aangrenzende buurten (p.54). Indiener vraagt of van dit uitgangspunt een eis gemaakt kan worden? Kan hier de leefbaarheidsmonitor uit het Bezuidenhout bij gebruikt worden?

Bij de ontwikkeling van een gebied spelen veel verschillende belangen, die tegen elkaar afgewogen moeten worden. In de structuurvisie zijn daarom geen harde eisen opgenomen, zodat er ruimte is voor die belangenafweging.

31/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

AU

Indiener verwijst naar paragraaf 7.5 ‘Omgeving Den Haag Laan van NOI - Verdichten rondom het station’. Indiener stelt hier een duidelijk ruimtelijk handvat voor bouwers: de gebouwen dicht bij het station zijn het hoogste. Indiener vraagt of dit aangegeven kan worden op tekening. Indiener vraagt tevens of dit dezelfde stukken grond zijn als waar de ontwikkelaar de hoogbouw intekent?

De structuurvisie spreekt zich niet uit over de maximale hoogtes. De concrete getallen komen aan de orde bij nadere planuitwerking.

AV

Indiener geeft aan de alinea’s rechts op pagina 54 over het station niet helemaal te begrijpen. Waarom mag het station geen Laan van Nieuw Oost Indië meer heten? Wat is het verschil tussen een forse upgrade en een renovatie? Indiener heeft tijdens bijeenkomsten steeds begrepen dat er goed contact is met de NS, maar geen macht over hun investeringen. In indieners ogen is de voorwaarde dat een ander de gemeentelijke ambities uitvoert nogal riskant.

Beide namen (afgekort of uitgeschreven) zijn goed. Op de genoemde pagina is de naam gebruikt die ook de NS hanteert: Den Haag Laan van NOI.

AW

Indiener geeft aan een beetje onthutst te zijn over dat duurzaamheid in de breedste zin van het woord benoemd wordt. Wat is de definitie van duurzaam?

Duurzaamheid is inderdaad een breed begrip. Voor een uitwerking verwijst het college naar de Haagse Nota Duurzaamheid (RIS301289).

AX

Indiener vindt het fascinerend dat na 58 bladzijden geschreven wordt dat de gemeente bij faciliterend grondbeleid alleen haar publiekrechtelijke rol te vervullen. In de verkoopadvertentie van het kavel Sociale Zaken staat dat de gemeente meewerkt, hier staat dat dat de rol van de gemeente beperkt is.

Zoals beschreven in hoofdstuk 8 van de structuurvisie kan de gemeente kiezen voor faciliterend of actief grondbeleid, of een combinatie daarvan. In de nieuwe bijlage ‘Ontwikkelstrategie’ bij de Structuurvisie wordt verder ingegaan op de mogelijke rollen van de gemeente.

Het college neemt de overige opmerkingen ter kennisgeving aan.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie CID: • Er zijn redactionele verbeteringen in het stuk doorgevoerd: verduidelijking vaktermen, een aantal Engelse woorden vervangen door Nederlandse termen, waar mogelijk; en uitschrijven van afkortingen; • Aan de structuurvisie is een samenvatting toegevoegd met de belangrijkste uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied; • Aan paragraaf 4.2 is een verwijzing naar de bijlage ‘Inspiratiedocument’ toegevoegd; • Aan paragraaf 5.4.1 is toegevoegd ‘Groen moet ten dienste staan van mens, plant en dier’.

32/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

Zienswijze 11 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoording zienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar.

Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie In aanvulling op de zienswijze, heeft de indiener een bijlage bijgevoegd: Vragen en opmerkingen bij de Structuurvisie per hoofdstuk. Deze bijlage is gelijk aan zienswijze 10, zie de samenvatting, beantwoording en de conclusie aldaar.

Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassingen van de ontwerp-Structuurvisie zoals genoemd bij zienswijze 8, zie de conclusie aldaar.

Zienswijze 12 – Indiener Ingediend d.d.: 14 juni 2020 Samenvatting en beantwoordingzienswijze Zienswijze is gelijk aan die van zienswijze 8, zie de samenvatting en beantwoording aldaar. In aanvulling op zienswijze 8, draagt de indiener de volgende punten aan.

Zienswijze

Reactie

A

Indiener stelt dat mobiliteit en leefbaarheid sterk samenhangen. Welke deelnemers aan het bewegen verwacht de gemeente rondom dit gebied en welke wijze van verplaatsen kent of stelt de gemeente voor deze onderscheiden bewoners voor? De bedoeling was dat dit gebied ontsloten zou worden voor de wijk, en niet als een puist met onooglijk station zich naar de wijk blijft keren. De wijk Bezuidenhout kenmerkt zich door een min of meer dorps samenleven in een echt stadse wijk. Daarop komen, zo blijkt ook uit gesprekken met nieuwe jonge inwoners (indiener is zelf 69) de mensen af en zo versterken zij het prettig leef- en vestigingsklimaat in deze wijk.

Het uitgangspunt voor mobiliteit in het CID is prioriteit voor ruimte-efficiënte en schone vervoermiddelen. Concreet betekent dat prioriteit voor mobiliteit op menselijke maat waarbij de voetganger en de fietser de belangrijkste verkeersdeelnemers zijn. De openbare ruimte wordt daarom ingericht met de voorkeursvolgorde 1. Voetganger 2. Fietser en 3 Openbaar vervoer. Het uitgangspunt is dat deze vervoermiddelen ca. 85% van de CID-gerelateerde verplaatsingen voor hun rekening nemen. Het aandeel autoverkeer wordt beperkt tot ca. 15%. Deze doelstellingen zijn geformuleerd met het oog op een prettig en gezond leef- en vestigingsklimaat in het CID.

B

Indiener stelt dat wijkorganisaties en bewoners zich enkel aangesproken voelen als ontvangers van ‘boodschappen’ en niet als “serieuze partners, waarmee een open, op

De gemeente gaat graag het structurele gesprek aan met de omgeving cf de door het college vastgestelde nota Participatie- en communicatieplan CID. In het Participatie- en 33/88

Nota van Beantwoording Ontwerp-Structuurvisie CID 2040

wederzijds vertrouwen gebaseerde relatie wordt aangegaan om participatie mogelijk te maken”. Daarnaast brengt de indiener naar de participatiewijzer van de Nationale ombudsman onder de aandacht. In de participatiewijzer staan spelregels vermeld die gemeenten bij de participatie moeten hanteren. De indiener verzoekt die spelregels te hanteren.

communicatieplan CID is aangegeven is dat het college het van belang vindt dat er een goede en continue dialoog ontstaat met de stad. Zij vindt interactie en een open communicatie daarvoor onmisbaar. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de verschillende producten en het niveau van participatie. Per plan, gebied, project of thema wordt of moet nog worden geparticipeerd. Voor de structuurvisie is het participatieniveau ‘raadplegen’ gehanteerd. Voor de structuurvisie hebben een drietal omgevingsbrede overleggen plaats gevonden en zijn er enkele overleggen met buurt/wijkverenigingen gevoerd. Daarnaast zijn er ook formele momenten geweest waarop zienswijzen konden worden ingediend. De gemeente is nog bezig deze participatie verder vorm te geven, o.a. middels panels en wijkcafe’s.

C

In de ontwerp-Structuurvisie wordt slechts één enkele paragraaf (5.4) gewijd aan leefbaarheid en daarmee ‘weggemoffeld’. Indiener stelt dat leefbaarheid niet zo ergens tussendoor kan staan; het zou in alle andere aspecten een rol moeten spelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574406/1