RIS307135 Bijlage 1 - 201118 SV CID - Structuurvisie CID gew vastgesteld
Tekst van het document
Het gebied wordt daarom verdicht en getransformeerd van een monofunctioneel gebied naar een intensief gemixt gebied, waarin (cyber-)security en ICT bedrijven, instellingen en onderwijs zich mengen met wonen, voorzieningen en ander CID gerelateerd programma. De menging van functies leidt tot een levendig stadsmilieu waardoor het ook buiten kantoortijd een aantrekkelijk gebied wordt;
64 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
8
Verdichten en toevoegen van een aanzienlijk woonprogramma, met name op de onbebouwde zone langs het spoor aan de Van Alphenstraat en op de Soza locatie. Het uitgangspunt is om 30% van het woningbouwprogramma in het sociale segment te realiseren (op gebiedsniveau); 9 Binnen de stedelijke groene campus ligt de nadruk op langzaam verkeer. Deze gebieden worden aangewezen voor OV georiënteerd wonen en werken. Binnen deze gebieden kan naar beneden worden afgeweken van de parkeernorm; 10 Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Dit betekent dat al vanaf de begin stadia van de ideevorming duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn; 11 Beter verbinden van de groene campus en de stationslocatie voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) op regionaal schaalniveau door de aanleg van de Velostrada. Deze snelfietsroute versterkt de economische kennis-as Delft Den Haag - Leiden op lokaal niveau naast de spoorverbinding; 12 Verbeteren van de verbinding groene campus en het stationsgebied met de omgeving aan alle zijden (Voorburg Noord, Bezuidenhout, Beatrixkwartier). Het zwaartepunt ligt op de route richting het Beatrixkwartier die als kantorenlocatie een belangrijke economische drager van Den Haag is. De beoogde ontwikkellocaties in dit deelgebied worden gepresenteerd in afbeelding iv.3 in bijlage IV.
Afbeelding 7.5 Agendakaart ICT-Security Campus
65 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
7.6
Beatrixkwartier
Het Beatrixkwartier is een gebied waar veel grootschalige kantoorgebouwen staan voor de grotere ondernemingen in Den Haag. Het is daardoor erg monofunctioneel en de plinten zijn niet altijd aantrekkelijk en levendig. Op straat is de reuring veelal beperkt tot kantooruren. Ook in dit gebied is functiemenging gewenst en zal meer aandacht besteed moeten worden aan de voetganger door walkability van het gebied te vergroten. Het gebied wordt door een aantal grote wegen begrenst, waar de Utrechtsebaan de meest prominente van is. Deze wegen zullen in de toekomst beter worden ingepast, met een goede oversteekbaarheid voor fietsers, voetgangers en openbaar vervoer en een verbetering van verblijfkwaliteit en vergroening van het gebied tot gevolg. In het Beatrixkwartier spelen verschillende projecten en particuliere initiatieven voor de ontwikkeling van kantoren, woningen en overige voorzieningen. Het merendeel van deze initiatieven zijn ter advisering ingebracht bij het Haags Initiatieven Team. Er is een behoefte aan een samenhangend gebiedsperspectief voorafgaand aan de uitwerking van verschillende losse initiatieven. De uitwerking van de planuitwerkingskaders (PUK’s) en Nota’s van Uitgangspunten (NvU’s) voor de kansrijke initiatieven zijn een vervolgstap op de nog te ontwikkelen gebiedsagenda.
Het gebied is onderdeel van het CID en wordt beleidsmatig ingesloten door de Gebiedsagenda Campusboulevard aan de noordzijde en de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI. Het is wenselijk een verdiepingsslag te maken voor dit deel van het CID. Deze verdiepingsslag heeft betrekking op de infrastructurele dragers van het CID die het gebied doorkruizen of eraan grenzen en de ruimtelijke betekenis ervan. Dat zijn de Prinses Beatrixlaan, Schenkkade-Weteringskade, Prins Bernhardviaduct en de Utrechtsebaan. De nieuwe gebiedsagenda voor Beatrixkwartier moet daarom afgestemd worden op de langere termijn toekomst van deze infrastructurele dragers. De impact van deze initiatieven op het omliggende gebied voor de langere termijn is groot. Dit betekent dat er moet worden onderzocht of, wanneer en in welke vorm (ruimtelijke en programmatisch) de initiatieven in goede samenhang en met oog voor de lange termijn (tot na 2040) tot stand kunnen worden gebracht. Voor de ontwikkellocaties binnen het Beatrixkwartier, zie afbeelding iv.4 in bijlage IV.
66 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
7.7
Schenk en omgeving
In dit gebied met voornamelijk wonen en kleinschalige bedrijvigheid is infrastructuur nu dominant. In tegenstelling tot de eerder genoemde gebieden heerst er in Schenk en omgeving voornamelijk rust. Het Rijswijkseplein, het Schenkviaduct en het viaduct van de Binckhorstlaan met de bijbehorende verkeersinfrastructuur zijn ruimtelijk gezien de meest bepalende elementen in het gebied. De sporendriehoek is onderdeel van het Omgevingsplan Binckhorst. De bestaande bebouwing is relatief kleinschalig en vaak van redelijk tot goede kwaliteit. De grootste opgaves in dit gebied liggen niet in de ontwikkeling van vastgoed, maar in de grootschalige transformatie van de verkeersinfrastructuur: het is de bedoeling om het Rijswijkseplein vrij te spelen van doorgaand autoverkeer, wat ruimte oplevert voor lopen, fietsen en OV en het verbeteren van de verblijfskwaliteit. Daarvoor is een aanpassing aan het Schenkviaduct en het viaduct aan de Binckhorstlaan nodig waarbij het nieuwe Schenkviaduct voor autoverkeer wordt aangesloten op de Centrum Ring. Dit nieuwe viaduct heeft ook een functie voor fietsers en voetgangers met een goede aansluiting naar de Schenkkade en de Weteringkade. Deze aanpassing biedt kansen om de Weteringskade in ere te herstellen, te vergroenen en wellicht het water weer terug te brengen.
Een ingrijpende verbetering van de indeling en inrichting van de openbare ruimte, waarin de infrastructuur voor fietsers, voetgangers en het OV is opgenomen zal nieuwe ontwikkelingen langs het spoor (Lekstraat) en aan beide zijden van de Weteringskade mogelijk maken. In de achterliggende buurten (RivierenbuurtNoord en Zuid) zullen in mindere mate vastgoedontwikkelingen plaatsvinden. Rivierenbuurt-Zuid wordt gerekend tot dit deelgebied.
7.8
Rivierenbuurt
Deelgebied Rivierenbuurt heeft ongeveer 6.400 inwoners en bestaat voor een groot deel uit goedkope woningen met daartussen bedrijfsruimtes. Wat opvalt is het grote aandeel particulier bezit en de diverse bevolking van het gebied. In Rivierenbuurt Noord is relatief veel corporatiebezit (30%). Een probleem in de Rievierenbuurt is het achterstallig onderhoud aan de particuliere woningen, maar ook het gebrek aan goede openbare ruimte en speelgelegenheden. Voorzieningen zijn relatief ver weg wat voor de voetganger beperkend werkt. Daarnaast heeft de
prostitutiezone rondom de Geleenstraat geen goede uitstraling op het gebied. De opgaven die in de toekomst uit te werken zijn door de gemeente zijn het: - verbeteren van de relatie tussen Rivierenbuurt noord en -zuid; - verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte met de nadruk op vergroening en speelgelegenheden; - tegengaan overlast garagebedrijven; - tegengaan overlast prostitutie en een onderzoek naar verplaatsing hiervan. De Rivierenbuurt is nu via het Schenkviaduct en de Rijswijkseweg goed ontsloten voor autoverkeer. Met de komst van de Rotterdamsebaan zal het ook via de Binckhorstlaan goed bereikbaar worden. De grote hoeveelheid grootschalige infrastructuur heeft een negatieve impact op de uitstraling van het gebied en zorgt voor een harde scheiding tussen het noordelijke en zuidelijk deel. Er worden grootschalige ingrepen in deze infrastructuur voorzien, die in het Wijkprogramma Centrum (Wijkprogramma 2016-2019 - Stadsdeel Centrum / Rivierenbuurt (inclusief Uilebomen)) worden benoemd. In de rest van de Rivierenbuurt worden geen grootschalige ontwikkelingen voorzien. In het programma is op langere termijn (na 2030) wel rekening gehouden met het toevoegen van woningen.
7.9
Bezuidenhout-West
Bezuidenhout-West heeft ruim 3.300 inwoners die de wijk zien als een kleinschalig ‘dorp’ in de stad, met als bijzondere kwaliteiten de nabijheid van de stations Den Haag Centraal en Laan van NOI, de binnenstad, Beatrixkwartier en Haagse Bos. De wijk, bestempeld als rustige zone, bestaat uit een mix van portiekwoningen uit de jaren ’30, in gesloten bouwblokken en sociale woningbouw uit de jaren ’70 met de ruimtelijke opbouw van een zogenaamde bloemkoolwijk met groene publiektoegankelijke binnengebieden. Deze bijzondere samenstelling en context van de wijk is ontstaan door de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij een groot deel van de toenmalige bebouwing is beschadigd. Ondanks de centrale ligging is Bezuidenhout-West tamelijk geïsoleerd en slecht bereikbaar. Er zijn twee toegangswegen en rond de wijk zijn drukke (spoor)wegen: het Schenkviaduct, de Schenkkade, de Utrechtsebaan, het Prins Bernhardviaduct en het spoorwegemplacement. Bezuidenhout-West is een gebied waar op termijn mogelijk herstructurering plaatsvindt. In het programma is op langere termijn (na 2030) rekening gehouden met het toevoegen van woningen. Op kortere termijn
67 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
worden in ieder geval de volgende opgaven in het gebied verder uitgewerkt (Wijkprogramma 2016-2019 - Stadsdeel Haase Hout / Bezuidenhout-West, CS en Koekamp): - Verbeteren van de verbindingen met en aansluiting op de omgeving (Rivierenbuurt, CS-Oost, Beatrixkwartier en Bezuidenhout-midden); - Verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte ter verbetering van de uitstraling van de wijk. Bij herinrichting van de openbare ruimte is aandacht voor het creëren van extra ruimte voor de voetganger, groen, klimaatadaptatie, verblijfsplekken (ter stimulering van ontmoeting); - Verbeteren van het voorzieningenniveau in de buurt; - Verbeteren van de kwaliteit van de groene, publieke binnengebieden. Dit kan worden bereikt door de wijze van beheer en toegankelijkheid aan te passen.
7.10
Stationsbuurt
De Stationsbuurt heeft ruim 6.400 inwoners. De Stationsbuurt is een gemêleerde wijk, waar arm en rijk naast elkaar leven. Voor de mensen met een kleinere portemonnee bestaat er met ongeveer 80% een groot aanbod aan sociale woningbouw. De buurt is in de afgelopen jaren sterk verbeterd, door investeringen in de openbare ruimte. De twee parken, Oranjeplein en Huijgenspark, worden goed gebruikt en de Haagse Loper naar het centrum heeft de buurt ook beter en sociaal veiliger gemaakt. Er zitten relatief veel winkels in het gebied, voornamelijk aan de Haagse Loper, waarbij de rest van de bebouwing voornamelijk uit woningen bestaat. Zoals de naam al doet vermoeden grenst de Stationsbuurt aan een belangrijk Haags station: Den Haag Hollands Spoor. Het is daarmee per OV goed bereikbaar. Met de aansluiting op het Schenkviaduct en het Rijswijkseplein is de buurt ook met de auto bereikbaar. Dit deelgebied is een laag dynamisch gebied waar geen grootschalige ontwikkelingen worden voorzien.
De volgende opgaven worden in het gebied verder uitgewerkt (Wijkprogramma 2016-2019 - Stadseel Centrum / Stationsbuurt): - verbeteren van het voetgangersklimaat in de routes naar het station; - verdere transformatie van de Haagse loper met aantrekkelijke functies voor een goede looproute van centrum naar station; - verbetering van de fietsroutes door het gebied naar het centrum; - verminderen van de hoeveelheid doorgaand autoverkeer door verkeersmaatregelen op de Hoefkade en de Parallelweg.
8.1.1
8
Actief grondbeleid
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoewel de gemeente haar faciliterende grondbeleid als primair sturingsmiddel beschouwd, is zij bereid om alle instrumenten in te zetten die horen bij actief grondbeleid, inclusief instrumenten als verwerven, het voorkeursrecht en onteigening. Daar waar de gemeente wel grondpositie heeft of grond in erfpacht uitgegeven heeft, hanteert zij dezelfde uitgangspunten als bij private ontwikkelingen. Dit betekent dat deze projecten net als gefaciliteerde projecten, conform dezelfde spelregels inzake kostenverhaal moeten bijdragen aan de ontwikkeling van het CID.
In deze paragaaf wordt ingegaan op hoe de gemeente de visie tot uitvoering wil brengen en hoe zij deze wil bekostigen. Hierbij worden nadrukkelijk alleen de hoofdprincipes vastgelegd.
Gemeentelijk grondbezit zal worden benut voor het realiseren van de basisvoorzieningen. Daarnaast wordt in ontwikkelafspraken met private partijen het belang van maatschappelijke voorzieningen ingebracht en vastgelegd.
8.1
Sturing
In de visie zijn de gemeentelijke ambities voor het gebied opgenomen. De gemeente zal via haar beleid en privaatrechtelijke afspraken sturen op de realisatie van deze ambities. Eén van beleidsvelden waarmee de gemeente zal sturen is haar grondbeleid. Binnen het grondbeleid zijn twee hoofdstromen te onderscheiden: actief en faciliterend. Bij actief grondbeleid is de gemeente eigenaar van grond, of verwerft zij deze, maakt zij het kavel bouwrijp inclusief ruimtelijke procedures en verkoopt zij bouwgrond. In het geval van faciliterend grondbeleid is een particulier eigenaar van de grond en wil deze de grond ontwikkelen. De gemeente beperkt zich in deze gevallen tot haar publiekrechtelijke rol, zoals het toetsen van het plan. De gemeente wenst gebruik te maken van de kennis en expertise van marktpartijen bij de ontwikkeling van het CID. Daarnaast is het aantal ontwikkellocaties dat de gemeente in het bezit heeft beperkt. De gemeente beschouwd faciliterend grondbeleid als haar primaire sturingsmiddel. Waar nodig zal zij echter actief grondbeleid toepassen om de uitgangspunten van de visie te verwezenlijken.
68 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
8.1.2
Faciliterend grondbeleid
De gemeente staat open voor initiatieven vanuit marktpartijen of (toekomstige) bewoners en gebruikers. Waar mogelijk zal de gemeente deze initiatieven faciliteren. De gemeente zal alle initiatieven toetsen aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in de visie, het sectorale beleid en wet- en regelgeving. De gemeente ziet nadrukkelijk mogelijkheden voor oplossingen waarbij meerdere ontwikkelingen gezamenlijk invulling geven aan de ambities uit de visie. Waar nodig zal de gemeente hierbij extra ondersteuning bieden. Conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zal de gemeente de kosten die zij moet maken als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling, verhalen op de initiatiefnemer(s). In de paragraaf “kostenverhaal” wordt hier nader op ingegaan. De gemeente onderzoekt momenteel nog de mogelijkheden om de ontwikkeling van het CID met andere instrumenten te faciliteren, bijvoorbeeld met verevening op gebiedsniveau. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de mogelijkheden van ‘fondsen’ ten behoeve van de realisatie commercieel minder renderende functies als sociale woningbouw en maatschappelijke voorzieningen.
8.2
Kostenverhaal
De gemeente zal conform wetgeving haar kosten verhalen op de verschillende ontwikkelingen in het gebied. De verschillende soorten kosten die in aanmerking komen voor kostenverhaal staan in artikel 6.2.3 en verder van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De te verhalen kosten betreffen onder andere, maar niet uitsluitend, investeringen in infrastructuur ten behoeve van de bereikbaarheid van het gebied en het faciliteren van de mobiliteitstransitie in het CID als geheel. De wijze van kostenverhaal wordt vastgelegd in de Haagse 'Nota Kostenverhaal'. Bij het bepalen van het kostenverhaal worden de uitgangspunten van toerekenbaarheid, proportionaliteit en profijt gehanteerd. Ontwikkelende partijen dienen rekening te houden met een significant kostenverhaal. Het kostenverhaal mag echter niet leiden tot een verlies op projectniveau. In degelijke gevallen worden de verhaalbare kosten beperkt door de marge van het project (macroaftopping). Het is aan de ontwikkelende partij om aan te tonen dat zij in aanmerking komt voor macroaftopping. Hierbij benadrukt de gemeente dat de ontwikkelende partijen rekening moeten houden met het kostenverhaal en dat dit kostenverhaal van invloed kan zijn op de inbrengwaarde en/of verwervingswaarde van bestaand vastgoed of grondposities.
8.3
Investeringsopgave
De benodigde investeringen die nodig zijn om de ambities uit de visie te verwezenlijken zijn aanzienlijk. De bekostiging zal gedeeltelijk uit ontwikkelingen en deels andere bronnen moeten komen. Naast de benodigde investeringen is het ook waarschijnlijk dat de structurele lasten voor de gemeente stijgen als gevolg van de ontwikkeling van het CID conform de visie. Dit omdat niet alleen het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte zal verbeteren, maar ook omdat deze openbare ruimte intensiever en voor meer functies gebruikt zal worden. De visie maakt echter ook de verdere verstedelijking van het gebied mogelijk, waarmee de structurele opbrengsten voor de gemeente stijgen, als gevolg van meer woningen en extra economische activiteit. De beschikbaarheid van structurele middelen kan voor de gemeente reden zijn om al dan niet mee te werken projecten. Een groot deel van de incidentele en structurele kosten die voortvloeien uit de visie zijn momenteel niet voorzien in de gemeentelijke begroting en daarmee is de visie
69 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
als geheel op dit moment niet uitvoerbaar. Dit wil echter niet zeggen dat de visie niet gerealiseerd kan worden. De visie heeft een lange tijdshorizon en de gemeentelijke investeringen zullen gefaseerd uitgevoerd worden. In de fasering zullen projecten en investeringen nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld zijn. Vanwege de druk op het bestaande netwerk zijn nieuwe projecten vrijwel niet mogelijk zonder dat eerst, of gelijktijdig, investeringen gedaan worden in het netwerk. Deze investeringen zijn echter dusdanig omvangrijk dat de kosten hiervan niet verhaald kunnen worden op één project. De kosten die niet direct verhaald kunnen worden moet de gemeente voorfinancieren. Om de gemeentelijke voorfinanciering en risico’s te beperken zal de gemeente sturen op het clusteren van verschillende projecten om voldoende financieel draagvlak te creëren voor investeringen. Per investering zullen verschillende dekkingsbronnen aangewend worden. Deze dekkingsbronnen zijn: - Bijdragen uit (vastgoed)projecten: op basis van de eerdergenoemde principes voor kostenverhaal, zullen de kosten van de gemeentelijke investeringen verhaald worden op de verschillende projecten binnen het plangebied; - Gemeentelijke middelen: de waardeontwikkeling van gronden die in het bezit zijn van de gemeente kunnen ingezet worden als dekking van gemeentelijke investeringen in het gebied.
Dit kan gaan om grondwaarden of erfpachtsuppletie. Daarnaast beschikt de gemeente over verschillende gebied gebonden gelden welke ingezet kunnen worden ten behoeve van de ontwikkeling van de visie. Ten slotte wordt er ingezet op het zo veel mogelijk afstemmen van (groot) onderhoud met nieuwe investeringen. Niet alleen wordt hierdoor eventuele hinder geminimaliseerd, maar er kan ook ‘werk met werk’ gemaakt worden, waardoor de kosten voor zowel het onderhoud als de investeringen gereduceerd kan worden. - Externe bronnen: naar verwachting zullen bovenstaande dekkingsbronnen onvoldoende zijn om de visie als geheel te realiseren. Gezien het grote regionale en nationale belang van het gebied zet de gemeente echter ook in op bijdragen vanuit hogere overheden, Europa en externe belanghebbenden.
8.4
Planning en fasering
In de vorige paragraaf is al aangegeven dat de visie niet in één keer uitgevoerd kan worden en zal worden. De investeringen zullen gefaseerd plaats vinden gedurende de tijdshorizon van de visie. Binnen de realisatie van de visie worden drie specifieke fasen onderscheiden. Per fase wordt een indicatieve duur gegeven. De werkelijke
duur van de fase is echter van een groot aantal interne en externe factoren, waaronder marktomstandigheden. Welke investeringen en/of projecten binnen welke fase vallen zal nader uitgewerkt worden. Hierbij zal waar mogelijk rekening gehouden worden met de planning en belangen van externe partijen. Fase 1 Deze fase bestaat uit investeringen die momenteel voorzien zijn en waar middelen voor zijn. Op basis van de beperkte resterende ruimte in het bestaande netwerk en de extra ruimte die ontstaat in het netwerk als gevolg van de voorziene investeringen, kunnen op korte termijn projecten gerealiseerd worden. De duur van deze fase wordt geschat op circa 3 tot 5 jaar. Fase 2 Deze fase bestaat uit investeringen en projecten die zich momenteel in de initiatiefof haalbaarheidsfase bevinden of welke op korte termijn opgestart (moeten) worden om in fase 2 gerealiseerd te worden. Dit zijn investeringen en projecten die momenteel nog niet specifiek opgenomen zijn in de gemeentelijke begroting en waar nog besluitvorming over moet plaatsvinden. Naar verwachting zal deze fase circa 5 tot 7 jaar beslaan. Fase 3 De derde fase, naar verwachting over circa 10 jaar, zal bestaan uit investeringen en projecten die momenteel nog niet voorzien zijn of geen hoge prioriteit hebben. Dit wil niet zeggen dat projecten die nu niet voorzien zijn, per definitie pas in fase drie gerealiseerd kunnen worden.
Bij de beoordeling van ‘nieuwe’ projecten in fase een en twee zullen wel altijd getoetst worden op hun effect op de beschikbare ruimte in het systeem en of realisatie van het project mogelijk ten koste gaat van andere projecten. Afbeelding 8.1 Globale fasering
8.5
Ontwikkelstrategie
De bijlage ‘Ontwikkelstrategie’ gaat in op welke wijze de gemeente kan sturen op de ontwikkeling van het CID. Kernelementen hiervan zijn: 1. Koersvastheid: de ontwikkeling van het CID zal naar verwachting 20 jaar duren. Het handelen van de gemeente binnen het CID moet gedurende deze periode gericht zijn op het behalen van de doelen en ambities uit de visie. Het gaat hierbij niet alleen om het gemeentelijke beleid, maar ook de vasthoudendheid met betrekking tot de inzet van middelen als tijd en geld. 2. Gemeentelijke sturing: het basis niveau van de gemeentelijke sturing in het CID is “faciliteren, coördineren en regisseren”. Waarbij de gemeente als actieve gesprekspartner samen met alle betrokkenen in het gebied werkt aan het gezamenlijk verwezenlijken van de doelen en ambities uit de visie. Op specifieke opgaven, gebieden of locaties kan de gemeente haar sturingsniveau verhogen, als de realisatie hierom vraagt. 3. Investeringsopgave: de ontwikkeling van het CID gaat een significante investering vragen zowel marktpartijen als de gemeente. De gemeente zal conform weten regelgeving kostenverhaal toepassen, initiatiefnemers dienen hier rekening te houden in hun planvorming. De ontwikkeling van het CID is financieel nog niet sluitend, dit is een opgave die nader uitgewerkt moet worden en meerjarig geborgd moet worden.
Het financiële resultaat van de ontwikkeling van het CID en daarmee de benodigde middelen, zal onder andere afhangen van keuzes die gemaakt worden inzake de uitwerking op gebieds- en locatieniveau en de sturing op de opgaven. 4. Ontschotting: elk (vastgoed)project moet in de basis voldoen aan alle beleidsregels. Vanwege de aard, omvang en complexiteit van de opgave in het CID is het echter niet waarschijnlijk dat dit in alle gevallen kan. Binnen het CID wordt er daarom ingezet op het bundelen van projecten, die gezamenlijk moeten voldoen aan de beleidsregels. Hierdoor kan uitruil plaatsvinden tussen projecten. 5. Gebiedsontwikkeling: de gemeente ziet grote meerwaarde in het bundelen van (vastgoed)projecten en voorzieningen. De gemeente geeft daarom de voorkeur aan samenwerkingen met meerdere initiatiefnemers, in plaats van planvorming aangaande individuele (vastgoed)projecten. Op gebieds- en locatieniveau moet deze strategie nader uitgewerkt en geconcretiseerd worden.
70 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
9
van NOI / Bezuidenhout-West en Omgeving Den Haag Centraal zijn bijeenkomsten georganiseerd om de ontwikkeling van de structuurvisie te bespreken.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 9.1
Participatie- en communicatieplan CID
De “Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012” is het leidend kader waarbinnen participatie plaatsvindt. In aanvulling op de verordening heeft het college van B&W het Participatie- en communicatieplan voor het CID vastgesteld (Participatie- en communicatieplan CID). Dit plan dient als leidraad voor de wijze waarop de gemeente Den Haag de participatie en communicatie van de ruimtelijke opgaves en projecten vorm geeft. Participatie kan op diverse niveaus worden toegepast: raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. Voor deze structuurvisie is de ambitie om het participatieniveau ‘raadplegen’ te hanteren.
9.2
Raadpleging stakeholder voor deze structuurvisie
Terinzagelegging NRD CID De Notitie Reikwijdte Detailniveau voor de planMER heeft zes weken ter inzage gelegen in de periode 29 april tot en met 10 juni 2019. Binnen deze periode is ook een brede inloopbijeenkomst georganiseerd. Er zijn 91 reacties op de NRD ontvangen. Daarnaast heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg en de GGD Den Haag de NRD voorzien van een reactie. De binnengekomen reacties worden in een Nota van Beantwoording beantwoord en gelijktijdig met de terinzagelegging van de structuurvisie vrijgegeven. Met verschillende vertegenwoordigers in de deelgebieden en organisaties zijn overleggen gevoerd. Voor de wijkberaden en wijkvertegenwoordiging in de deelgebieden Den Haag Hollands Spoor / Laakhavens, Omgeving Den Haag Laan 71 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
Afzonderlijke overleggen hebben plaatsgevonden met belangrijke stakeholders, zoals het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het Rijksvastgoedbedrijf, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, HTM, gemeente Leidschendam-Voorburg, de Veiligheidsregio Haaglanden en de GGD Haagladen. Hun inbreng is voor zover mogelijk meegenomen in de structuurvisie. Ook in het vervolg worden deze partijen meegenomen in de uitwerkingsopgaven van de structuurvisie. Terinzagelegging ontwerp structuurvisie De ontwerpstructuurvisie heeft op basis van wettelijke regelgeving ter inzage gelegen. In die periode konden zienswijzen worden ingediend op de ontwerpStructuurvisie. . Als zienswijzen daartoe aanleiding geven is de structuurvisie hierop aangepast. Alle zienswijzen zijn in de Nota van Beantwoording voorzien van een antwoord en geanonimiseerd bijgevoegd als bijlage bij het raadsvoorstel. Gebiedspanels De opgaven binnen het CID worden uitgewerkt per deelgebied. Hiertoe zijn al enkele gebiedsagenda’s vastgesteld en eventueel volgen er voor de overige gebieden ook gebiedsagenda’s. Binnen de gebieden zijn meerdere soorten projecten relevant. Het Participatie- en communicatieplan CID geeft aan wat het ambitieniveau van participatie voor de projecten is.
Om continuïteit en een gestructureerde aanpak te waarborgen worden in samenwerking met wijkberaden en andere stakeholders binnen de gebieden participatiepanels ingericht. Deelnemers aan deze gebiedspanels zijn bewoners, ondernemers en stakeholders. Hieronder worden ook mogelijk toekomstige gebruikers van het gebied verstaan. Verslagen van de bijeenkomsten worden geanonimiseerd publiek toegankelijk gemaakt op de website van de gemeente Den Haag. Aangezien deelname aan gebiedspanels een intensieve werkvorm is, worden daarnaast, als laagdrempelige optie, digitale participatieplatformen ingezet. Deze middelen worden ingezet om doelgroepen te raadplegen die moeilijk te bereiken zijn met panels en inloopbijeenkomsten.
Bijlagen
I BIJLAGE: REFERENTIES CBS. (2019m, september 10). Sterke groei in steden en randgemeenten verwacht. Opgehaald van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/37/sterke-groei-in-steden-enrandgemeenten-verwacht Gemeente Den Haag. (2004). Ruimte voor kwaliteit - Kadernota openbare ruimte Den Haag. Den Haag. Gemeente Den Haag. (2005). Structuurvisie Den Haag 2020. Wéreldstad aan Zee. Gemeente Den Haag. (2010, oktober). Haagse Nota Mobiliteit. Den Haag. Gemeente Den Haag. (2015a, november 24). Wijkprogramma 2016-2019 - Stadsdeel Centrum / Rivierenbuurt (inclusief Uilebomen). Gemeente Den Haag. (2015b, november 24). Wijkprogramma 2016-2019 - Stadsdeel Haase Hout / Bezuidenhout-West, CS en Koekamp. Gemeente Den Haag. (2015c, november 24). Wijkprogramma 2016-2019 - Stadseel Centrum / Stationsbuurt. Gemeente Den Haag. (2016a). Agenda Ruimte voor de Stad. Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Gemeente Den Haag. (2016b). Groen doet goed! Doe je mee? - Agenda Groen voor de Stad 2016. Den Haag: Gemeente Den Haag. Gemeente Den Haag. (2016c, september). Natuurinclusief bouwen. Gemeente Den Haag. (2017). Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline. Gemeente Den Haag. (2018a). College Campus HS - Gebiedsagenda Hollands Spoor / Laakhavens. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Den Haag. Gemeente Den Haag. (2018b, december 18). ICT - Security Campus - gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI.
Gemeente Den Haag. (2018c, december 18). Policy Campus Centraal - Gebiedsagenda Overkluizing Utrechtsebaan (a12) / CS Oost. Gemeente Den Haag. (2018d, september 26). Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen. Gemeente Den Haag. (2019a). CID Agenda 2040 - Kansen voor nieuw Den Haag. Gemeente Den Haag, Den Haag. Gemeente Den Haag. (2019b). Woonvisie Den Haag 2017-2020. https://www.woonvisiedenhaag.nl/wp. Gemeente Den Haag. (2019c). Woonagenda 2019-2023. https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7443591/1/Woonagenda_2019-2023. Gemeente Den Haag. (2019d). Economische visie Den Haag+2030. Opgehaald van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8033486/1/RIS303550_Bijlage_1 Gemeente Den Haag. (2019e). Nota Duurzaamheid. Schone energie in een groene stad - de Haagse aanpak. https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7390498/1/RIS301829_bijlage. Gemeente Den Haag. (2019f, december 10). Gebiedsagenda Campusboulevard. Gemeente Den Haag. (2019g, mei 17). Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie. Den Haag. Gemeente Den Haag. (2019h). Kansen voor nieuw Den Haag. CID agenda 2040. Gemeente Den Haag. (2019i, juli 05). Participatie- en communicatieplan CID. Gemeente Den Haag. (2019j, November). Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020-2030.
Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage I
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. (2019). Ontwerp-Nationale Omgevingsvisie. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijgrelaties. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. (2011). Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Den Haag: Drukkerij Ando. Provincie Zuid-Holland. (2019). Omgevingsvisie: omgevingsbeleid Zuid-Holland. https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/23099/omgevingsvisiezuid-holland.pdf. Rijksoverheid. (2017, november 23). Uitvoeringsprogramma Ruimtelijk Economisch Ontwikkelstrategie (REOS). Rijksoverheid. (2019, juni 28). Klimaatakkoord. Den Haag. Rijksvastgoedbedrijf. (2018, september 27). EnergieRijk Den Haag. Een jaar na de Green Citydeal. Den Haag. Witteveen+Bos. (2019, april 10). Notitie Reikwijdte en Detailniveau Central Innovation District. Witteveen+Bos. (2020). Milieueffectrapport Central Innovation District. Concept.
Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage I
Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage I
II BIJLAGE: SAMENVATTING BELEIDSKADER II.1
Integrale kaders: CID als motor voor verstedelijking en werkgelegenheid
De onderlegger van het ruimtelijk beleid van de gemeente Den Haag wordt gevormd door de Agenda ruimte voor de Stad. Hierin wordt in kaart gebracht wat de te verwachtte trends zijn wat betreft de ontwikkeling van de stad, als basis voor beleidsvernieuwing in het ruimtelijk beleid, de Omgevingsvisie en het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen die uiting geven aan hoe de gemeente met de stad samen aan de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag wil werken. In de Agenda is het CID opgenomen als nieuw economisch focusgebied van de stad, waar zich een sterk functiegemengd hoogstedelijk interactiemilieu ontwikkelt. Kansen voor stedelijke verdichting doen zich hier voor, in samenhang met een betere inpassing van infrastructuur. De Agenda voorziet in een programma van 18.500 woningen in het CID (Agenda Ruimte voor de Stad). CID agenda 2040 beschrijft specifiek voor het CID op welke manier de verstedelijking zich gaat concentreren en wat de beweging is die met de ontwikkeling van het CID wordt ingezet, aan de hand van de sleutelwoorden voor economische groei: dichtheid, nabijheid, diversiteit en connectiviteit (CID Agenda 2040 - Kansen voor nieuw Den Haag). In CID Agenda 2040 wordt beschreven dat de Gemeente Den Haag de komende jaren investeert in verdichting, vergroening en verduurzaming.
Met name de ontwikkeling van clusters van kennisinstellingen en bedrijvigheid in de drie campussen draagt bij aan de profilering, groei en innovatiekracht van het CID.
II.2
Nationale kaders
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de SVIR schetst het Rijk de ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Nederland moet in 2040 een grotere internationale concurrentiekracht hebben door versterking van de ruimtelijk-economische structuur, beter bereikbaar zijn en een leefbare en veilige leefomgeving hebben gerealiseerd. Tot 2040 dienen in de regio Den Haag 135.000 woningen te zijn bijgebouwd en dient het vestigingsklimaat van de Zuidvleugel (waar Den Haag als concentratie van topsectoren onderdeel van uitmaakt) te zijn versterkt door goede verbindingen (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte). Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (Ontwerp-NOVI) In de ontwerp-NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Er zal ruimte moeten worden gemaakt voor de klimaatverandering en de energietransitie, de Nederlandse economie wordt verduurzaamd en het groeipotentieel blijft behouden, de steden en regio’s worden sterker en leefbaarder gemaakt en het landelijk gebied wordt toekomstbestendig ontwikkeld (Ontwerp-Nationale Omgevingsvisie). Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
Een van de grootschalige ontwikkellocaties binnen de meest gespannen woningmarktregio’s die in de Ontwerp-NOVI wordt genoemd is de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, met daarin Den Haag CID. Voor het CID is een belangrijk principe uit deze Ontwerp-NOVI dat er een maximale combinatie van functies wordt nagestreefd, op dat de ruimte zo efficiënt en zorgvuldig mogelijk gebruikt kan worden. Steden moeten zich duurzaam ontwikkelen door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en leefomgevingskwaliteit. Het Rijk hanteert daarom een integrale verstedelijkingsstrategie met daarin drie keuzes voor verstedelijking: kwaliteitseisen van de omgeving, ruimtelijk-fysieke behoeften, en verstedelijkingsmogelijkheden. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Het PHS is een programma, uitgevoerd door ProRail samen met vervoerders in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, om het spoorwegennetwerk geschikt te maken voor de huidige en toekomstige vraag van vervoerders en reizigers. Gezocht wordt naar mogelijkheden om op de drukste lijnen zes stoptreinen, zes intercity’s en twee goederentreinen per uur per richting te laten rijden: het spoorboekloos rijden (Programma Hoogfrequent Spoorvervoer). De werkzaamheden voor het PHS zijn in de planMER als autonome ontwikkeling meegenomen.
Uitvoeringsprogramma REOS (Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie) REOS is een bestuurlijk netwerk van vijf steden, drie stedelijke regio’s, vijf provincies, vier economic boards en drie departementen met een aanjagend karakter, opgezet om de concurrentiekracht van het economisch kerngebied van Nederland te versterken. Voor Den Haag, en met name het CID, is meedoen in het REOS van strategisch belang om (indirect) publieke en private investeringen aan te trekken in de economische topgebieden van de Haagse regio. Hierbij gaat het met name om het aantrekken van kapitaal, talent en bedrijven, maar ook om het versterken van de (internationale) bereikbaarheid (Uitvoeringsprogramma Ruimtelijk Economisch Ontwikkelstrategie (REOS)). Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad (RIS 8229592) De Zuidelijke Randstad is een van de drukste regio’s van Nederland. De regio kenmerkt zich door een veelzijdige economie, waaronder de Rotterdamse Haven, de Greenport West-Holland en een groeiende kennis- en diensteneconomie in en rond de steden en de campussen. De regio groeit de komende decennia verder en staat voor grote uitdagingen. Er ligt een grote woningbouwopgave, met een duidelijke trek naar de grote steden, met daarbij een opgave om deze steden bereikbaar te houden met het openbaar vervoer, met de fiets en lopend.
Het Verstedelijkingsakkoord maakt aanvullende afspraken ten opzichte van de eerdere afspraken tussen Rijk en regio. Verstedelijking in de zuidelijke Randstad vindt met voorrang plaats binnen bestaand stedelijk gebied in nabijheid van hoogwaardig OV. Vanuit deze gezamenlijke verstedelijkingsstrategie en de Adaptieve Ontwikkelstrategie is het vertrekpunt om in te zetten op concentratie van de toekomstige verstedelijkingsopgave in de verstedelijkingszone langs de Oude Lijn (het hoofdspoor tussen Leiden en Dordrecht). Voor het CID betreft dit het gebied langs de spoorlijn tussen Den Haag Hollands Spoor en Laan van NOI, wat de urgentie voor de woningbouw in het CID vergroot. Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord , zoals vastgesteld in 2019, zijn doelstelling vastgelegd voor bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden voor 49% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. In 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken. Voor de gebouwde omgeving geldt dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af moeten.
Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Het is de bedoeling dat de investering in verduurzaming betaald kan worden uit de opbrengst van een lagere energierekening. Mobiliteit in 2050 is emissieloos en van hoge kwaliteit. Elektrisch rijden is daarbij belangrijk (Klimaatakkoord). Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
II.3
Provinciale kaders
Omgevingsvisie Zuid-Holland In de Omgevingsvisie geeft de provincie de strategische visie weer voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie. In de Omgevingsvisie worden de ambities voor de provincie beschreven om een slimmere, schonere en sterkere provincie te realiseren. Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit (Omgevingsvisie: omgevingsbeleid Zuid-Holland). Voor de ontwikkeling van het CID is deze visie van belang omdat de provincie onder andere de ruimtelijke ontwikkelingen koppelt aan het op orde brengen en opwaarderen van het mobiliteitsnetwerk, met name aan de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht, waar het CID onder valt. Daarbij komt het streven van de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door in eerste instantie in te zetten op verdichting, concentratie en specialisatie binnen bestaande stadsen dorpsgebieden, en ten tweede op een hiërarchie van knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Kenniscentra waar kennisintensieve bedrijvigheid en gerelateerd onderwijs elkaar ontmoeten en grote researchcentra van ondernemingen vormen een samenhangende kennisas door de provincie. Het CID, liggend aan deze kennis-as, heeft belang bij het ontwikkelen van de mogelijkheid voor bedrijven om zich hierbij aan te kunnen sluiten.
Adaptieve agenda Zuidelijke Randstad (AAZR) 2040 Deze agenda benoemt een gezamenlijke ambitie voor overheden, markt en samenleving met bijbehorende strategieën en opgaven die worden voorzien richting 2040. De AAZR is leidend voor de bestuurlijke gesprekken van Rijk en regio over het fysieke domein. Den Haag draagt hierin bij als een regionaal cluster rondom Vrede&Recht, The Hague Security Delta en internationale hoofdkantoren.
II.4
Regionale Kaders
Verstedelijkingsalliantie Acht gemeenten (Dordrecht – Rotterdam – Schiedam – Delft – Rijswijk – Den Haag – Zoetermeer – Leiden ) hebben samen met de Provincie Zuid-Holland en de MRDH de handen ineen geslagen in een verstedelijkingsalliantie. Vanuit gezamenlijke ambitie is een strategie ontwikkeld om tot versnelde ontwikkeling van woningbouwlocaties te komen. Uitganspunt is hierbij dat de woningbouw goed aansluit bij de toekomstige regionale vraag, de programmering in onderlinge samenhang is bezien en op juist díe plekken gebouwd wordt waar deze de agglomeratiekracht ten goede komt. De doelstelling van deze alliantie is de realisatie van ruim 170.000 extra woningen tot 2040, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu met HOV-oriëntatie en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. De alliantie benoemde dertien kansrijke transformatielocaties waar een fors aandeel van deze 170.000 woningen op (middel)lange termijn gerealiseerd kan gaan worden. Eén van deze locaties is het CID. In 2019 hebben het rijk, de provincie Zuid-Holland en de deelnemers aan de verstedelijkingsalliantie het ‘Verstedelijkingsakkoord Zuidelijk Randstad’ afgesloten. Hierin zijn afspraken opgenomen over de verstedelijking. Kern van de afspraak is dat verstedelijking met voorrang plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied in nabijheid van hoogwaardig OV.
Het CID is één van de 13 in het akkoord aangewezen toplocaties voor verstedelijking.
II.5
Lokale kaders Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
Structuurvisie Den Haag 2020 - Wereldstad aan Zee (RIS 126237) De gemeentelijke structuurvisie beschrijft het gewenste toekomstbeeld en de ruimtelijke veranderingen die de afgelopen vijftien jaar nodig waren om dat te bereiken. De stedelijkheid in het centrum, waaronder het gebied van het CID, wordt versterkt om de functie van het centrum als ontmoetingsplaats een impuls te geven. Woongebieden rond het centrum (Rivierenbuurt, Stationsbuurt en Bezuidenhout-West) bieden ruimte voor sterk gemengde stedelijke milieus. Met de sprong over het spoor naar de Binckhorst en Laakhavens ontstaat hier bijzondere binnenstedelijke milieus met een centrumstedelijke mix van wonen, voorzieningen en stedelijke bedrijvigheid (Structuurvisie Den Haag 2020. Wéreldstad aan Zee). Agenda ruimte voor de Stad (RIS 295016) De onderlegger van het ruimtelijk beleid van de gemeente Den Haag, door het in kaart brengen van trends wat betreft de ontwikkeling van de stad, als basis voor beleidsvernieuwing in het ruimtelijk beleid, een Omgevingsvisie en het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen die uiting geeft aan hoe de gemeente met de stad samen aan de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag wil werken. In de Agenda is het CID opgenomen als nieuw economisch focusgebied van de stad, waar zich een sterk functiegemengd hoogstedelijk interactiemilieu ontwikkelt.
Kansen voor stedelijke verdichting doen zich hier voor, in samenhang met een betere inpassing van infrastructuur. De Agenda voorziet in een programma van 18.500 woningen in het CID (Agenda Ruimte voor de Stad). Nota Haagse Hoogbouw: Eyeline en Skyline (RIS 298448) Deze nota biedt handvatten om hoogbouw op een verantwoorde en zorgvuldige manier in te passen in de structuur van de stad, zodat initiatiefnemers duidelijkheid krijgen en uitgedaagd worden om bij te dragen aan een groene en duurzame stad en met innovatieve oplossingen te komen. In de Nota is het CID aangewezen als hét intensiveringsgebied waar het begrip Haagse hoogbouw gestalte krijgt. Hoogbouw in het CID moet passend zijn bij de stad, van hoge kwaliteit zijn en dient ruimte te bieden aan nieuwe woonvormen en diensten, waarbij verrassende combinaties van functies en ontmoetingsplekken het CID tot een onderscheidend gebied maken. Voor specifieke deelgebieden zijn gebiedspecifieke regels opgesteld, als aanvulling of andere uitwerking van de generieke regels opgenomen in de Nota (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline). Woonvisie Den Haag (RIS 296833) In de woonvisie worden de gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen geschetst op het terrein van wonen voor de middellange termijn, waarbij het woonprogramma in termen van doelgroepen, prijssegmenten en woonmilieus omschreven wordt.
Daarnaast geeft het ambities weer op het gebied van verduurzaming en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad, betaalbaarheid en wonen en zorg. De Woonvisie benoemt dat de ontwikkeling van het CID een cruciale bijdrage levert aan de levendigheid van Den Haag door gecombineerde inzet op groei van innovatieve bedrijven, hoger onderwijs, kennisinstellingen en werkgelegenheid, versterking van vrijetijdsvoorzieningen en verdere toename van het aantal studenten. Het gebied biedt de kans om een forse uitbreiding van het hoogstedelijk metropolitaan en centrum-stedelijk woonmilieu te realiseren, met een gedifferentieerd woonprogramma waarin ook sociale woningbouw, studentenhuisvesting en starterswoningen worden gerealiseerd. Belangrijke stedelijke doelgroepen voor het CID zijn young professionals, stedelijke gezinnen, expats en studenten (Woonvisie Den Haag 2017-2020). Woonagenda 2019 - 2023 (RIS 301107) De Woonagenda benoemt de ingrepen en maatregelen die de gemeente Den Haag neemt om de Haagse woningmarkt te versterken. Kern van de opgave is dat het huidige bestand van woningen in het goedkope en middensegment te klein is. Belangrijkste maatregel bij nieuwe ontwikkelingen in het CID is de eis dat nieuwbouw uit 30% sociale huurwoningen bestaat, waarbij woningcorporaties het primaat hebben in de realisatie van de sociale woningbouw.
20% middeldure huurwoningen dient te bestaan, met een middeldure huur tussen de liberalisatiegrens en de €950. Hiervan ligt de helft tussen de liberalisatiegrens en €850 en de andere helft tussen €850 en €950. De middeldure huurwoningen worden minimaal 20 jaar verhuurd met een middeldure huur, ook na mutatie. Bij een te eenzijdig aanbod van kleine woningen bestaat het risico dat bewoners Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
hier passanten worden zonder binding met de omgeving. Om dit te voorkomen geldt dat maximaal 20% van de woningen een kleine woning mag zijn met een woonoppervlak van maximaal 40m2 (CID) 50m2 (rest van de stad). Uitzondering hierop is mogelijk voor studentenhuisvesting, zorgwoningen en bijzondere concepten (Woonagenda 20192023). Economische visie Den Haag (RIS 303550) In de economische visie zijn de opgaven, troeven en trends van de Haagse economie geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de stad een meerjarige koers en een extra impuls nodig heeft om economisch te blijven presteren. De visie geeft een eerste voorstel op de koers van het economisch beleid aan van Den Haag tot 2030. Het CID is in de visie benoemd als het nieuwe economische topmilieu van Den Haag, en is de groeimotor van de Haagse en regionale economie. Met de drie polen rondom de stations als economische brandpunten waar het intensiefst gewerkt en gewoond wordt. Dit zijn de innovatiemilieus, met veel interactie tussen stuwende bedrijven en overheden, cultuur-, kennis- en onderwijsinstellingen, mkb en talent. De behoefte naar extra kantoorruimte in de stad moet met name in hier in het CID worden gerealiseerd. In overige delen van het CID is ruimte voor experiment, ambachtelijke en creatieve bedrijvigheid en nieuwe startups (Economische visie Den Haag+2030).
Nota Duurzaamheid (RIS 301829) De kadernota duurzaamheid geeft invulling aan de thema’s schone energievoorziening, betere leefomgeving, duurzaam stedelijk vervoer en een duurzaam gebruik van grondstoffen in relatie tot gebiedsontwikkelingen. Het CID is opgenomen als één van de Tien Groene Energie Wijken. Voor deze wijken wordt met voorrang gewerkt aan het maken wijkenergieplannen (Nota Duurzaamheid. Schone energie in een groene stad - de Haagse aanpak). Nota Natuurinclusief bouwen (RIS288182) en Nota Puntensysteem (RIS301953) De gemeente wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Zij wil aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Naast biodiversiteit draagt natuurinclusief bouwen bij aan klimaatopgaven en aan de aantrekkelijkheid van de woonomgeving. Door de verdere stedelijke verdichting in het CID is deze opgave extra actueel (Natuurinclusief bouwen).
Het toepassen van het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen is bij grootschalige projecten verplicht en zal bij andere projecten bevorderd worden. Het gaat daarbij om het toepassen van maatregelen die gekozen kunnen worden uit een keuzelijst. Aan elke maatregel is een bepaald aantal punten toegekend. Daarbij is een ambitieniveau vastgelegd van het aantal minimaal te behalen punten bij een project (Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen). Haagse mobiliteitsagenda (RIS 297140) De mobiliteitsagenda doet uitspraken over strategische opgaven en keuzes op het gebied van verkeer en mobiliteit in Den Haag in relatie tot transities op sociaal, economisch, ruimtelijk en duurzaamheidsgebied in de periode tot 2040. Aan de hand van relevante trend en ontwikkelingen zijn vijf keuzes opgenomen in de agenda: het openbaar vervoer maakt een schaalsprong, er komt meer ruimte voor lopen, fietsen en openbaar vervoer in de openbare ruimte, vraag en aanbod van auto parkeren wordt beter in balans gebracht, de fietsinfrastructuur wordt verbeterd en er wordt ruimte geboden aan slimme en schone mobiliteitsinitiatieven (College Campus HS - Gebiedsagenda Hollands Spoor / Laakhavens). Agenda Groen (RIS 294705) De agenda Groen zet het groenbeleid van de gemeente Den Haag uiteen.
Centrale ambitie is het groen in de gemeente als basis voor een goede leefkwaliteit door een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Van Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
belang voor het CID zijn de ambities voor kwalitatieve verbetering van het aanwezige groen, vergroening van versteende plekken en alternatieve groenoplossingen op plekken waar bomen niet of met grote moeite mogelijk zijn. Ook de inzet van groen voor de verhoging van het verblijfsklimaat van de openbare ruimte en het stimuleren van beweging zijn van toepassing in het CID. Tot slot benoemt de agenda dat het groen van de stadsentrees wordt verbonden met de stad (Groen doet goed! Doe je mee? - Agenda Groen voor de Stad 2016). Kadernota Openbare Ruimte (RIS 249315) De kadernota Openbare Ruimte geeft de visie voor de openbare ruimte van Den Haag weer. De drie doelen van de nota zijn: een eenvoudige, harmonieuze en ruimtelijke inrichting, schoon, heel en veilige inrichtingselementen en functioneel, flexibel en veelzijdig gebruik van de openbare ruimte. Het gebied van het CID is hierin aangemerkt als een gebied met Residentiekwaliteit. Dit is een genormeerde wijze van inrichting en onderhoud voor een herkenbare en duurzame kwaliteit van de openbare ruimte, op peil gehouden met sterk geïntensiveerd onderhoud (Ruimte voor kwaliteit - Kadernota openbare ruimte Den Haag).
Haagse Nota Mobiliteit (RIS 180762) De Haagse Nota Mobiliteit beschrijft het verkeers- en vervoersbeleid ten aanzien van acht keuzes (Haagse Nota Mobiliteit): - Een duurzame en gezonde stad; - Betrouwbare bereikbaarheid; - Vaker kiezen voor openbaar vervoer; - Meer en vaker op de fiets; - Bundelen, ordenen en inpassen van autoverkeer; - Goede voorzieningen voor voetgangers; - Aantrekkelijke ketenmobiliteit; en, - Rust en ruimte in woongebieden. Daarnaast bevat deze nota beleid ten aanzien van het slim gebruiken van de infrastructuur, beheersen van de parkeerdruk in de openbare ruimte, verdere verbetering van de verkeersveiligheid en stimuleren van schoon en efficiënt goederenvervoer. Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS 302361) De Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie schetst ontwikkelingen in het mobiliteitssysteem en een visie op hoofdlijnen hoe de gemeente Den Haag beoogt daarop te reageren (Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie). De brief onderstreept dat het verkeersysteem van Den Haag onder druk staat van het toenemende aantal verplaatsingen als gevolg van de toename in woningen, banen en toerisme, wat vraagt om toe te werken aan naar de mobiliteitstransitie. Ondanks de infrastructurele verbeteringen van de afgelopen jaren worden de streefwaarden voor snelheden op de Haagse regionale en stedelijke hoofdwegen nu al niet gehaald.
Ook de barsten in de voegen van het OV en fietsnetwerk in de stad worden in deze hoofdlijnenbrief beschreven. Het gaat hierbij niet alleen om de dichtbevolkte wijken in de stad, maar ook over onder andere het CID. Volgens het college is de Haagse mobiliteit in 2040: veilig – met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per jaar; efficiënt – in gebruik van ruimte en infrastructuur; schoon – zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities; ‘op maat’ – waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken; betaalbaar – met een mobiliteitsoplossing voor ieder budget; en verbonden – met de regio en andere metropoolregio’s in binnen- en buitenland. Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs Den Haag 2020-2030 (RIS304176) Het IHP beschrijft de uitgangspunten voor (bekostiging van) schoolgebouwen in Den Haag. De gemeente is verantwoordelijkheid voor de investeringen in vervanging en uitbreiding. Het IHP voorziet hiervoor in een indicatieve investeringsplanning 2020-2029, die twee jaarlijks wordt herijkt of geactualiseerd op basis van actuele bevolkingsprognoses en afspraken met de Haagse schoolbesturen. Den Haag zet in op voldoende toekomstbestendige schoolgebouwen verspreid over de stad. Daarom Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage II
bouwen we nieuwe scholen waar de stad groeit en waar ruimte is. In gebiedsontwikkelingen moet hier ruimte voor worden gereserveerd. Bij nieuwbouw in de gebiedsontwikkelingen Binckhorst, CID en Den Haag Zuid West zal de gemeente voorzieningen toekennen voor nieuwbouw, terwijl de leerlingen er nog niet zijn. Nieuwe scholen of verhuizingen uit krimpgebieden hebben de voorkeur boven dislocaties. Concreet worden in het IHP de volgende scholen in het CID benoemt (Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020-2030): - Meester Schabergschool - vervangende nieuwbouw (verplaatsing of verhuizing naar nieuwe locatie CID-gebied) en huidige pand als wissellocatie aanhouden; - Jan van Nassauschool - onderzoekslocatie uitbreiding in relatie tot ontwikkeling CID; - Ruimteclaim en nieuwbouw Laakhavens.
Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage I
III
aangewend voor het realiseren van een prettigere openbare ruimte met ruimte voor groen en klimaatmaatregelen. Fietsenstallingen en afvalverzameling zal vooral inpandig moeten plaatsvinden. Het programma voor het CID zorgt voor een fors benodigde toevoeging van voorzieningen. Ruimte hiervoor wordt gecreëerd door de voorzieningen met andere functies te combineren. Het toevoegen van programma vraagt ook extra grootschalige georganiseerde buitensport. Dit kan binnen het CID niet worden opgelost.
BIJLAGE: UIT TE WERKEN OPGAVEN De structuurvisie gaat uit van een verdubbeling van het centrummilieu, waarbij wordt opgemerkt dat het CID zich ontwikkelt vanuit de stationsgebieden en zich langs de bestaande gridstructuur verder ontwikkelt tot een samenhangend gebied. Functiemenging op blokniveau is het uitgangspunt, waarbij ordening via het principe rust, reuring en ruis zorgt voor het accent dat een gebied of straat krijgt. De enorme opgave, niet alleen wat betreft het te realiseren programma maar tevens op tal van beleidsterreinen, binnen het CID-gebied vraagt een hoogstedelijke voorzieningenniveau, een toekomstbestendige en hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte, een herinrichting en regie op de ondergrond ten behoeve van klimaat en energietransitie en een transitie op het gebied van mobiliteit. Binnen het CID staat een goede bereikbaarheid op alle schaalniveaus voorop, maar voortaan staat de voetganger op 1, de fiets op 2 en het OV op 3. Dit betekent dat we “omgekeerd” gaan ontwerpen in de openbare ruimte conform. nieuwe prioriteiten. Door fijnmazige verbindingen voor fietsers en voetgangers worden de deelgebieden van het CID goed met elkaar en met de omgeving verbonden. Het aantal barrières wordt verminderd, de oversteekbaarheid van wegen, water en spoor wordt verbeterd.
Het CID wordt hiermee autoluw, een sectorenmodel zorgt ervoor dat doorgaand autoverkeer binnen de Centrumring wordt geweerd. Voor parkeren gaan we naar aanbod gestuurd en marktconform, met ruimte voor deelmobiliteit. De openbare ruimte is in de eerste plaats bedoeld voor voetgangers, fietsers, verblijfskwaliteit en klimaatadaptatie. Deze functies hebben prioriteit boven de ruimte voor autoparkeerplaatsen. Ruimte in de openbare ruimte die gecreëerd wordt door het inzetten op de voetganger en de fiets wordt Structuurvisie CID Den Haag | Bijlage III
Bovenstaande opgaven zullen veelal oplossingen op gebiedsniveau vragen. Ook geeft de structuurvisie nog niet overal antwoord op. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de opgaven die voort (kunnen) komen uit de structuurvisie. Voor het bereiken van de ambities in het CID, is gedurende langere tijd een consequente en samenhangende uitvoering van beleid nodig, waarbij de structuurvisie de ruimtelijke randvoorwaarden geeft, maar tevens uitvoering op allerlei beleidsterreinen (sociaal, economie, onderwijs, etc) van belang is.
III.1
Uit te werken opgaven:
Uitwerking in deelgebieden / gebiedsagenda’s De structuurvisie richt zich op het hele CID gebied en geeft een doorkijk op de gewenste ontwikkeling tot 2040. Tijdens de looptijd van de structuurvisie dienen de uitgangspunten uitgewerkt te worden in een integraal ontwikkelingsbeeld voor deelgebieden en moeten vervolgens worden doorvertaald naar concrete projecten. Daarbij is ook prioritering en fasering van belang. Voor een aantal prioritaire gebieden rondom de stations zijn al gebiedsagenda’s opgesteld. Maar een aantal gebieden kennen juist nog geen gebiedsagenda. Voorgesteld wordt om op korte termijn in ieder geval een gebiedsagenda voor het gebied vanaf de A12 langs de Schenk inclusief het Schenkviaduct en het Rijswijkseplein en voor het Beatrixkwartier (inclusief Prins Bernhardviaduct en Utrechtse Baan) op te stellen. Ook is het mogelijk dat de corporaties in de loop van tijd eventueel vernieuwingsen herstructureringsopgaven opzetten. Ook in dat geval is sprake van een uit te werken opgave. Dit geldt tevens voor een grote publiekstrekker die zich eventueel
aandient en goed bij een stationsomgeving past. Ook dan zal nader uitgewerkt dienen te worden hoe dit. ingepast kan worden. Uitwerking regiefunctie gemeente Een uit te werken opgave is de mate waarin de gemeente regie wil nemen op de verschillende onderwerpen. Door invulling te geven aan de in de structuurvisie genoemde ambities wordt een leefbare stad gecreëerd, en wordt invulling gegeven aan de CID-ambities. Een grotere mate van gemeentelijk regie kan deze ambities meer haalbaar maken, maar vraagt ook meer inspanning. Het gaat hierbij om onderwerpen zoals functiemenging en combinatie van functies, betaalbare woningbouw en bijzondere woonconcepten, het programma in de plinten/stedelijke laag (maatschappelijk + commercieel) om aantrekkelijke routes en omgeving te creëren. Maar het gaat ook om regie op de ondergrond. Door regie op de ondergrondse infrastructuur (een technisch/organisatorisch/juridisch vraagstuk) te nemen kan rekening worden gehouden met energietransitie en kan ruimte worden gemaakt om bovengronds een klimaatadaptieve groene inrichting te maken. Uitwerking innovatiemilieu Voor het CID als geheel zal, om het innovatiemilieu verder vorm te geven, uitgewerkt moeten worden hoe innovatoren betrokken kunnen worden en talent aangetrokken kan worden. Locaties voor start-ups/ scale-ups zijn van belang evenals locatie(s) en verhouding single- en multi tenant kantoren.