RIS307135 Bijlage 1 - 201118 SV CID - Structuurvisie CID gew vastgesteld
Tekst van het document
5.3.8
Innovatieve mobiliteitsdiensten en mobiliteitsmanagement
Innovatieve mobiliteitsdiensten In het CID-Binckhorst is ruimte voor innovatieve mobiliteitsdiensten die bijdragen aan een leefbaar, aantrekkelijk en bereikbaar gebied. Daarbij liggen er kansen voor diensten die mensen stimuleren om gebruik te maken van schone- en ruimteefficiënte vervoermiddelen. Diensten die ervoor zorgen dat er een weloverwogen keuze plaatsvindt, zodat er goede alternatieven ontstaan voor het bezit en gebruik van de privé auto. Een aanbod van deelmobiliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Daarbij kunnen ook mobiliteitshubs een rol spelen. Dit zijn locaties waar mensen de keuze hebben uit verschillende vervoermiddelen; denk aan deelauto’s, bakfietsen en andere vervoersdiensten. Het ontwikkelen van deze diensten is aan de markt; die weet het beste aan welke diensten er behoefte is. De gemeente kan bijdragen door ruimte te bieden aan deze diensten en proefprojecten te faciliteren. Mobiliteitsmanagement De inrichting van de openbare ruimte en de parkeerstrategie beïnvloeden het mobiliteitsgedrag. In een openbare ruimte die in de eerste plaats voor voetgangers en fietsers is ingericht, is een keuze voor deze modaliteiten vanzelfsprekend. Dit kan worden versterkt door in te zetten op mobiliteitsmanagement.
Door afspraken te maken met bedrijven, overheid, onderwijs en (internationale) organisaties worden werknemers, bezoekers en studenten gestimuleerd om vaker voor schone en ruimte-efficiënte vervoermiddelen te kiezen. Ook bij nieuwe en bestaande bewoners in het CID-Binckhorst kan mobiliteitsmanagement bijdragen aan een bewuste keuze voor vervoermiddelen. Voor zowel nieuwe inwoners als werknemers
geldt dat het verhuismoment kan worden aangrepen voor een verandering in het mobiliteitsgedrag. Mensen maken op zo’n moment opnieuw een keuze tussen de verschillende vervoersmogelijkheden.
5.3.9
Versneld naar zero-emissie mobiliteit
De verdichting en de toenemende mobiliteitsvraag maken het urgent om in het CID versneld in te zetten gezet op introductie van klimaatneutrale en emissieloze mobiliteit. Het verlagen van de uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof is hier urgent. Een hoog aandeel van voetgangers, fietsers en OV-reizigers draagt hier sterk aan bij. Voor het resterende auto- en vrachtverkeer wordt ingezet om dit versneld 0emissie te maken. Als auto’s en vrachtwagens geen uitstoot meer hebben, vormt congestie geen milieuknelpunt meer. In dit dichtbevolkte gebied is versnelling van de transitie naar elektrisch-rijden wenselijk. Bij nieuwe bouwontwikkelingen in het CID-Binckhorst is een, op termijn, volledig elektrisch wagenpark het uitgangspunt. Parkeervoorzieningen moeten zo ontwikkeld worden dat in de toekomst bij voldoende parkeerplaatsen een laadvoorziening met voldoende capaciteit kan worden aangelegd. De laadvoorzieningen kunnen later, op basis van het tempo van de transitie naar elektrisch vervoer, worden geplaatst. Het elektriciteitsnetwerk in CID-Binckhorst moet worden voorbereid op omschakeling naar volledige E-mobiliteit. Om de transitie te versnellen kan worden overwogen om, op de langere termijn (na 2030), het CID onderdeel te laten vormen van een 0-emissiezone, waar alleen 100% schone auto’s worden toegelaten.
Aandachtspunt daarbij is dat nieuwe brandstoffen zoals waterstof en elektrisch rijden andere veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, waarmee in ontwerp en inrichting rekening moet worden gehouden.
5.4
Aantrekkelijke en duurzame leefomgeving
Een kwalitatief hoogwaardige en duurzame openbare ruimte is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de ambities en de visie voor het CID. Vergroening en verduurzaming zijn uitgangspunten bij de verdichting in het CID. De bijlage ‘Gereedschapskist Openbare Ruimte’ biedt strategieën bij de uitwerking van deze uitgangspunten.
47 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
In de openbare ruimte komen de ruimtelijke en functionele eisen voor publiek en privaat gebruik van de stad samen. Op ooghoogte wordt het samenkomen van functies en verkeerstromen en de kwaliteit van inrichting en bebouwing, beleefbaar. Door de verdichting zullen meer bewoners, bezoekers en bedrijven gebruik moeten maken van een beperkt aantal m2 openbare ruimte. Dit zal leiden tot een intensiever gebruik van de openbare ruimte en voorzieningen. Zowel binnen als buiten stimuleert en faciliteert de inrichting van een betekenisvolle openbare ruimte (toevallige) sociale ontmoetingen. Een toekomstbestendige omgeving is ook een beweegvriendelijke omgeving die voor fietsen en wandelen is ingericht, maar door andere toevoegingen aan de openbare ruimte ook voor ander gezond gedrag. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt daarom een pakket van maatregelen voor de openbare ruimte vastgesteld. Er wordt uitgegaan van een normenbenadering groen die per inwoner wordt bepaald. Hierbij maakt de gemeente onderscheid tussen water en buurt- en wijkgroen en wordt beoordeeld welke plekken logisch zijn voor het toevoegen van gewenste parken en groene pleinen. De gemeente heeft specifieke gebieden geselecteerd om van Residentiekwaliteit naar Hofstadkwaliteit opgewaardeerd te worden. De Residentiekwaliteit is een standaardkwaliteit waaraan alle woon- en werkgebieden in de stad moeten voldoen.
De Hofstadkwaliteit wordt gebruikt voor die gebieden waar veel bezoekers komen. We investeren ook in het verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de toegankelijkheid voor mensen met een beperking, maar bijvoorbeeld ook naar de toegankelijkheid voor ouders met een kinderwagen. In de openbare ruimte wordt daarnaast substantieel ruimte gemaakt voor groene klimaatmaatregelen en energie, op basis van nieuwe Haagse profielen waarbij binnen en buiten samen gaan en de boven- en ondergrond op elkaar passen. Tegelijkertijd speelt hier een scherp onderscheid op eigendom, beheer en handhaving ten aanzien van publiek - privaat en het vrij houden van de buitenruimte. Dit betekent onder meer dat logistieke en gebouwondersteunende functies zoals afvalverzameling en -scheiding, windhindermaatregelen, stalling en parkeren inpandig zullen moeten plaatsvinden en het gebruik van de private buiten- en binnenruimte voor ook publieke functies, groen en klimaatadaptatie kan worden ingezet.
5.4.1
Groen en natuurinclusief
In de Gereedschapskist Openbare Ruimte CID wordt ingegaan op de groenvoorzieningen in het CID. Naast grondgebonden groen zal ook aandacht besteed moet worden aan gebouwgebonden groen. Elke (vastgoed)ontwikkeling moet bijdragen aan de groene kwaliteiten van Den Haag. Met name in de prioritaire gebieden is groen in, op en aan gebouwen een belangrijk middel om bij te dragen aan de verschillende functies van groen in de stad, zoals de ontwikkeling van natuurwaarden, het dienen van klimaatdoelen en het bieden van plekken voor rust en ontspanning. Met de regels voor vergroening, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen uit de Haagse Hoogbouwnota “Eyeline en Skyline” en de “Nota natuurinclusief bouwen“ wordt groen een essentieel onderdeel van de opgave bij nieuwbouw (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline). Dit gebeurt op verschillende wijzen: op de klassieke wijze door ontwikkeling van straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van hofjes en daktuinen, maar ook door het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde in bestaand groen uitkomst bieden. In de gereedschapskist is een streefnorm van 8m2 openbaar groen per woning op gebiedsniveau opgenomen. Dit betreft kijk- en gebruiksgroen, exclusief water. Er is echter beperkt ruimte voor meer groen.
Daarom wordt geïnvesteerd in groen dat beter is afgestemd op de verschillende gebruiksvormen. Soms betekent dit dat het bestaand groen moet worden geïntensiveerd, soms betekent dit dat het groen moet worden heringericht zodat functies voor meerdere doelgroepen toegankelijk worden gemaakt. Groen moet ten dienste staan van mens, plant en dier. Ook de bereikbaarheid en toegankelijkheid van groengebieden buiten het CID zijn belangrijk. Het behoud van monumenten en het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek is een randvoorwaarde bij concrete ontwikkelingen in het CID. Kansen liggen in het herstellen en zichtbaar maken van cultuurhistorische structuren (Trekvliet en Schenk) en het benutten van monumenten in de planvorming voor concrete ontwikkelingen.
5.4.2
Klimaatadaptief
Als gevolg van klimaatverandering neemt de kans op extremen in neerslag, hitte en droogte toe. Nieuwe ontwikkelingen in het CID moeten bijdragen aan oplossingen voor deze uitdagingen. Het CID voldoende klimaatadaptief maken vraagt het 48 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
nemen van maatregelen in en om gebouwen en het sturen op oplossingen in het gebied als geheel. Daarnaast kunnen strategische ruimtereserveringen door de gemeente in het CID voor naastgelegen hoogstedelijke ontwikkelingen met minder ruimte voor klimaatadaptatie ingezet worden. Nieuwbouw en de inrichting van de openbare ruimte moeten rekening houden met extreme neerslag. Waterrobuust bouwen voorkomt en beperkt de waterschade bij extreme buien, bijvoorbeeld door geen vitale of kwetsbare functies in de kelder op te nemen. De omgeving moet zodanig zijn ingericht dat vitale infrastructuur veilig en beschermd is tegen grote hoeveelheden (regen)water zodat uitval voorkomen kan worden. Een groene inrichting van het maaiveld, ook op particulier terrein, versterkt de sponswerking van het gebied en draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Bij de uitwerking van deelgebieden wordt het belang van de waterhuishouding meegewogen. Voor de opvang van regenwater geldt de voorkeursvolgorde van vasthouden, dan bergen en gebruiken en als laatste pas afvoeren. De ambitie van de gemeente om wateroverlast te voorkomen bij piekbuien kan alleen worden behaald wanneer groots ingezet wordt op groen in de buitenruimte. Uitgangspunt hierbij blijft dat in de bebouwde omgeving voldoende voorzieningen getroffen moeten worden om water op te vangen.
Ook is het mogelijk om gebouwde voorzieningen aan te brengen om water op te vangen en vertraagd af te voeren. Door de buitenruimte groen in te richten en hier op af te wateren, kan water infiltreren dat anders naar het riool zou gaan. Een groene maaiveldinrichting betekent enerzijds minder verharding (minder afstroming naar het riool) en anderzijds een plek waar water geïnfiltreerd en geborgen kan worden in tijden van regen. Het toevoegen van bomen biedt op zichzelf geen oplossing voor wateroverlast, maar biedt wel de kans om het gebied rondom de stam van de boom (de boomspiegel) groen in te richten om water op te vangen. Kansen liggen in het opvangen van regen waar het valt, zodat het niet afstroomt naar de lager gelegen gebieden, zoals de spoorwegonderdoorgangen. Bij ontwerp en inrichting dient tevens rekening worden gehouden met toenemende hitte en droogte als gevolg van klimaatverandering. Daarmee wordt bijgedragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor iedereen die ook toegankelijk is voor kwetsbare groepen. In de buitenruimte moet daarvoor sterk worden ingezet op bomen die schaduw bieden. Daarnaast is belangrijk de aanwezigheid van water, het toevoegen van groen aan de gevels, groene daken op
lagere bebouwing en het slim kiezen voor lichte kleur materialen of anderzijds materialen met een hoog weerkaatsingsvermogen. Kansen om lokaal sterk te vergroenen moeten worden aangegrepen, want zij zorgen voor verkoeling voor de directe omgeving. De ontwerpuitgangspunten van vasthouden, bergen/gebruiken en dan pas afvoeren van water dragen ook bij aan het opvangen van hitte en droogte. Schaduwwerking op waterpartijen is een aandachtspunt, omdat dit de waterkwaliteit negatief kan beïnvloeden. Ondiep of stilstaand water juist bij draagt aan het hitte-eiland effect als de warmte daarvan ’s avonds en ’s nachts wordt afgestaan.
5.4.3
Gezond, veilig en leefbaar
In de paragrafen hiervoor is al aangegeven dat een groene inrichting van het CID bijdraagt aan de gezondheid. Het zorgt voor verkoeling, heeft een positief effect op het welbevinden van mensen en bevordert beweging en ontmoeting. Bij de bepaling van bouwhoogtes en de volumeopbouw van hoogbouwinitiatieven moet rekening worden gehouden met het microklimaat. De Haagse normen voor bezonning en wind (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline) zijn van toepassing. Op deelgebiedsniveau moet onderzoek worden gedaan naar windhinder en schaduwwerking om passende maatregelen te kunnen voorschrijven. Binnen het CID als geheel wordt gezondheidswinst behaald door inzet van de mobiliteitstransitie, maar bij uitwerking blijft onderzoek naar gezondheidseffecten en zorgvuldige inpassing van functies nodig, met name op plekken waar flink verdicht wordt in de nabijheid van drukke verkeersaders. Door stedenbouwkundige uitwerking is het mogelijk de reflectie en afscherming van geluid door
49 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
bouwvolumes te optimaliseren, zodat de hinder voor (kwetsbare) bewoners, werknemers en passanten wordt verkleind. Door de eerstelijns bebouwing met dove gevels te gebruiken als afscherming van met name wegverkeerslawaai waaronder tram- en railverkeer zijn relatief stille en gezonde achterliggende (woon)gebieden te creëren. Hoewel reizigers, passanten en werknemers minder lang worden blootgesteld worden aan deze situatie, zijn de risico’s ongewenst en kunnen ze ook afbreuk doen aan een prettig verblijfsklimaat. Het optimaliseren van de reflecterende en afschermende werking van gebouwen, biedt naast de genoemde maatregelen bij geluid en luchtkwaliteit verdere mogelijkheden om de milieugezondheidsrisico’s te verkleinen. Maatregelen om geluidhinder in het CID bij de bron te verminderen zijn onder andere elektrificatie van verkeer (minder motorgeluid), technologische ontwikkelingen (stillere banden) en het toepassen van stiller wegdek. De inzet op een grotere mate van OV gebruik, door een andere modal split of het weren van vervuilende voertuigen uit de binnenstad door een zero-emissie zone, kan de luchtvervuiling verder reduceren. De ontwikkeling van het CID biedt kansen voor de bevordering van gezondheid. Zo is de mobiliteitstransitie een voorwaarde voor het halen van doelen op het gebied van gezondheid en leefbaarheid.
Veel hangt echter af van de wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht. De aanwezigheid van de auto in de straat is hierbij een belangrijke factor. Bij een autoluwe inrichting worden op sommige routes in het gebied grote aantallen voetgangers en fietsers verwacht. Dit vormt een aandachtspunt omdat het kan leiden tot conflicten met extensiever gebruik van de buitenruimte voor sport, recreatie of bijvoorbeeld buitenspelen.
6
voor deze ontwikkeling een separate visie op te stellen, zodat dit bouwprogramma (4.000 woningen) niet meer in het plangebied van deze structuurvisie valt. Een andere wijziging betreft het vergroten van het voorzieningenprogramma, naar aanleiding van de berekening van het benodigde aantal maatschappelijke voorzieningen. De structuurvisie kent op deze punten dus een programmatisch verschil met het uitgevoerde planMER. De verschillen zijn in verhouding met het totale programma echter niet zodanig dat er sprake zal zijn van wezenlijk andere milieueffecten.
RELATIE TUSSEN STRUCTUURVISIE EN PLANMER De structuurvisie voor de ontwikkeling van het CID, zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken, vormt een kaderstellend plan. De ontwikkeling van het CID is planm.e.r.-plichtig. Daarom is een planm.e.r.-procedure doorlopen waarbij een planmilieueffectrapport (planMER) is opgesteld. Naar aanleiding van het voorlopig advies van de commissie MER is hierop nog een aanvulling opgesteld. In het planMER (zie het Milieueffectrapport Central Innovation District) zijn de milieueffecten van de strategische keuzes voor het CID in beeld gebracht en beoordeeld. Een belangrijke uitkomst is dat de mobiliteitsstrategie bepalend is voor de ontwikkeling van het gebied. In de hierop volgende paragrafen wordt daarom ook steeds de samenhang met de mobiliteitsstrategie getoond. Dit hoofdstuk beschrijft de koppeling tussen de signalen afkomstig uit de beoordeling in het planMER en de borging van het milieubelang en mitigerende en compenserende maatregelen in de structuurvisie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de thema’s die eerder in de visie (hoofdstuk 4) en de thematische uitwerking (hoofdstuk 5) gehanteerd zijn en de beoordelingsthema’s uit het planMER. Daarbij geldt de kanttekening dat het planMER een abstractieniveau heeft passend bij een structuurvisie.
De beschreven milieueffecten zijn daarmee een globale inschatting van de mogelijke gevolgen en zullen bij concrete uitwerking in deelgebieden verder moeten worden onderzocht.
6.1
Wijzigingen ten opzichte van de planMER
Bij het opstellen van de planMER is nog rekening gehouden met meenemen van het woningbouwprogramma op de kop van de Binckhorst. Uiteindelijk is besloten 50 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
6.2
Hoogstedelijkheid: verdichting, functiemenging en differentiatie
Hoogstedelijkheid en concurrentiekracht Het grootste risico ten aanzien van hoogstedelijkheid en concurrentiekracht ligt in het ontwikkelen van het bouwprogramma, waarbij de verdichting tot gevolg heeft dat de leefbaarheid van het gebied negatief beïnvloed wordt. Een mogelijke beheersmaatregel is om gebruik te maken van een maximale bebouwingsdruk. Door te kiezen voor het inzetten op een combinatie van de mobiliteitstransitie, verdichting en functiemenging, wordt het meest bijgedragen aan het ontwikkelen van het CID tot economische toplocatie met internationaal aanzien en het creëren van economische groei in een aantrekkelijke en leefbare omgeving. De structuurvisie zet daarom in op het creëren van de ruimtelijke condities die nodig zijn voor het ontwikkelen van een centrummilieu (zie hoofdstuk 4) met mobiliteit op menselijke maat in combinatie met een schaalsprong van het OV en een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. Energietransitie en circulariteit De Haagse doelstellingen op het gebied van CO2-reductie en circulariteit zijn ambitieus en vragen om extra ingrijpen. Een vastgestelde strategie voor de energietransitie was nog niet beschikbaar nog bij het opstellen van de planMER. Daarnaast lijkt het vooralsnog niet kansrijk om binnen het CID zelf te voorzien in alle hernieuwbare energie.
Bodemenergie als (warmte)bron lijkt wel kansrijk, maar vraagt om een zorgvuldig gebruik van de ondergrond. Ook een strategie ten aanzien van circulair bouwen ontbreekt nog, waaronder de wijze waarop materialen uit bestaande bebouwing en infrastructuur in het gebied hergebruikt
kunnen worden. Daartoe ligt voor de gemeente een opgave om aan te geven welke eisen aan sloop, nieuwbouw en infrastructuur gesteld worden. Het opstellen van een visie ten aanzien van de energietransitie past niet binnen de scope van een structuurvisie. Daarom schept deze structuurvisie in hoofdstuk 5 het kader voor het ontwerpen van een visie ten aanzien van energietransitie en circulariteit, waarin wordt beschreven volgens welke stappen en met welke partijen het proces van de energietransitie en circulair bouwen zullen verlopen. Hiervoor moet duidelijk zijn met welke mijlpalen in deze processen rekening moet worden gehouden, welke tussenproducten gerealiseerd kunnen worden en welke eisen aan nieuwbouw gesteld worden. Inmiddels heeft de gemeente het ontwerp-Stedelijk Energieplan bekend gemaakt (RIS305064).
6.3
Mobiliteit op menselijke maat
Bereikbaarheid De beoordeling van het thema bereikbaarheid in het planMER laat zien dat ook in een situatie zonder nieuwe verstedelijking en zonder mobiliteitsmaatregelen de bereikbaarheid van het CID in de toekomst dreigt af te nemen. Dit komt door vertragingen voor auto’s, onvoldoende snelle en veilige fietsroutes en onvoldoende lokaal OV. Deze knelpunten worden niet opgelost maar verergeren bij het uitblijven van een mobiliteitstransitie: er komen meer automobilisten naar het CID, waardoor fietsers en voetgangers niet snel en veilig op hun bestemming kunnen komen. Daarnaast zorgen de vertragingen van het autoverkeer ervoor dat trams en bussen vastlopen in files, met name in de spitsuren. Bij een mobiliteitstransitie naar lopen, fietsen en OV, zoals beschreven in hoofdstuk 5 in deze structuurvisie, kan de beschikbare ruimte efficiënter worden benut, waardoor deze vervoersmiddelen sneller, veiliger en aantrekkelijker worden. Daarbij is in eerste instantie gekeken naar lokale en regionale maatregelen. Aanvullende OV-maatregelen op nationaal niveau vallen buiten de scope van de planMER. De mobiliteitstransitie is een essentiële voorwaarde om de bereikbaarheid van het CID te behouden en verbeteren.
Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is daarom voorgeschreven dat een pakket van mobiliteitsmaatregelen wordt vastgesteld, waarin wordt voorzien in deze bereikbaarheidsopgave en tevens de gezondheid en leefbaarheid worden gewaarborgd.
51 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
6.4
Aantrekkelijke en duurzame leefomgeving
Klimaatbestendigheid Hittestress en wateroverlast door extreme buien vormen een toenemende bedreiging voor het nu al kwetsbare CID. Bij een mobiliteitstransitie ontstaan voldoende mogelijkheden om deze risico’s te verkleinen door zorgvuldige inrichting en vormgeving van de bebouwing en openbare ruimte. Het bepalen van concrete maatregelen om het CID voldoende klimaatadaptief te maken, is een nader uit te werken opgave voor de gemeente Den Haag. Met het uitwerken van duurzaamheid in hoofdstuk 5 is een voorzet gedaan voor het ontwerpen en plannen van zowel de gebouwde omgeving als de openbare ruimte om het stadsklimaat te verbeteren. Natuur De nu al overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving van het CID komen door een toename van het aantal inwoners, werknemers en bezoekers verder onder druk te staan. Om de effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden te mitigeren of te compenseren zijn aanvullende maatregelen nodig. De mobiliteitstransitie biedt mogelijkheden om de stikstofdepositie te verminderen, maar deze leidt door verschuivingen in de verkeersstromen alsnog tot knelpunten. Een signaal afkomstig uit het planMER is dat stikstofdepositie een risico vormt voor de uitvoerbaarheid van het CID en de daarin opgenomen projecten.
De ‘Haagse aanpak Stikstof en bouwen’ (RIS305865) geeft inzicht in benodigde en voorgenomen maatregelen op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Gezondheid De gezondheid in het CID staat onder druk door schadelijke effecten van met name luchtverontreiniging en geluid. Ook is de huidige inrichting van de openbare ruimte in het CID geen stimulans voor gezond gedrag. Een trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit zorgt in de toekomst voor een lichte verbetering, maar schadelijke effecten blijven bestaan.
Zonder de mobiliteitstransitie waar deze structuurvisie op aanstuurt, heeft met name het extra wegverkeerslawaai veel impact op gezondheid. In dat geval is er namelijk, vanwege de ruimte die nodig is voor auto’s, geen ruimte voor een inrichting van de leefomgeving die gezond gedrag stimuleert. De mobiliteitstransitie biedt dus mogelijkheden voor een gezonde inrichting van het CID en voorziet in een afname van de schadelijke gezondheidseffecten in grote delen van het CID. Een uitzondering hierop is de centrumring die, in alle alternatieven uit het planMER, druk en ongezond blijft. Een punt van aandacht is de aanhoudende belemmering door geluid van trams en wegverkeer voor het ontwikkelen van de beoogde woningbouw op bepaalde locaties. De structuurvisie geeft daarom ook richting aan de wijze waarop de openbare ruimte wordt ingericht (zie hoofdstuk 5) om de positie van de auto in het straatbeeld zodanig vorm te geven dat het CID kansen biedt voor gezondheidsbevordering.
52 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
7 DEELGEBIEDEN EN PROGRAMMA 7.1
Hoog en laag dynamische deelgebieden
Binnen het CID wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met grote verstedelijkingsopgaven (hoog dynamische gebieden) en gebieden zonder grote verstedelijkingsopgave (laag dynamische gebieden). Voor de hoog dynamische gebieden geldt dat er veel (grote) ontwikkelingen op het gebied van vastgoed plaatsvinden, zowel in de transformatie als in sloopnieuwbouw. Voor deze gebieden zijn vier gebiedsagenda’s gemaakt en vastgesteld door het college: - Omgeving Den Haag Centraal: (1) Policy Campus Centraal en (2) Campusboulevard; - Omgeving Den Haag Hollands Spoor / Laakhavens: (3) College Campus; en - Omgeving Den Haag Laan van NOI: (4) ICT - Security Campus. Een gebiedsagenda agendeert de lopende en kansrijke initiatieven en geeft op hoofdlijnen randvoorwaarden en uitgangspunten op basis waarvan deze verder kunnen worden gebracht. Voor de twee andere hoog dynamische gebieden in het CID, Beatrixkwartier en Schenk en omgeving, stelt de gemeente de gebiedsagenda’s nog op. De laag dynamische gebieden binnen het CID zijn: - Rivierenbuurt; - Bezuidenhout-west; - Stationsbuurt. In deze laag dynamische gebieden, met uitzondering van de randen, spelen minder ontwikkelingen op het gebied van vastgoed. De ontwikkelingen die spelen zijn 53 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
kleinschalig en zijn vaak transformaties van vastgoed, die aansluiten op de maat en schaal van de buurt. De ontwikkelingen die in de laag dynamische gebieden plaatsvinden moeten bijdragen aan de doelstellingen van het CID en/of zijn bedoeld voor een kwaliteitsverbetering van het gebied. De daaruit volgende ingrepen bouwen voort op het bestaande karakter van de buurt. Naast kleinschalige vastgoedontwikkelingen zijn het grotendeels openbare ruimte projecten die spelen. Op termijn is het gezien de ligging van deze gebieden in het hoogstedelijke centrum van Den Haag niet uitgesloten dat er sprake zal zijn van een meer grootschalige herstructurering of toevoeging van programma. In afbeelding 7.1 is de ligging van de deelgebieden en de daarbij horende gebiedsagenda’s weergegeven. Afbeelding 7.1 Deelgebieden en gebiedsagenda’s in CID
7.2
Programma
Tabel 7.1 Indicatief programma structuurvisie CID, netto toevoeging Deelgebieden
Voor het te realiseren bouwprogramma in het CID bestaat geen concrete blauwdrukplanning, omdat over een tijdsperiode van 20 jaar geen exact programma vast te leggen is ter ontwikkeling van een innovatiedistrict. Uitgangspunt is tot en met 2040 minimaal 25.000 arbeidsplekken en ongeveer 20.500 woningen en alle benodigde ondersteunende economische en maatschappelijke functies toe te voegen. In tabel 7.1 is per deelgebied aangegeven wat de indicatieve programmering voor de verschillende functies is. Het woningbouwprogramma bouwt voort op de ambities uit de CID-agenda 2040. Daarbij is het programma voor Binckhorst Noordwest buiten beschouwing gelaten omdat hier een separate visie voor opgesteld wordt. Het indicatief programma maatschappelijke voorzieningen is berekend op basis van de woningaantallen met gebruik van ruimtelijke kentallen (vuistregels) die passen bij een hoogstedelijk centrumgebied (zie bijlage Voorzieningenprogramma). De programma’s commerciële voorzieningen en kantoren bouwen voort op het economisch programma zoals verwoord in de reeds opgestelde gebiedsagenda’s, maar kan op onderdelen afwijken. Zoals opgemerkt zijn de cijfers indicatief; datzelfde geldt voor de verdeling van programma tussen de verschillende deelgebieden. Bij uitwerking naar deelgebieden zal het programma verder worden gespecificeerd en kan een fasering worden aangebracht.
In de praktijk is er bijna altijd sprake van planuitval of vertraging waardoor een deel van het voorgenomen programma niet wordt gerealiseerd. Uitgaan van enige overmaat in de planvorming kan daarom verstandig zijn. Hierbij kan een vuistregel van 30% planuitval worden gehanteerd. Op die manier ontstaat een buffer, waardoor het aantal ten uitvoering gebrachte plannen kan worden vergroot. Naast nieuwbouw is de tweede grote opgave voor het CID de kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad. Concreet betekent dit mogelijke op termijn herstructurering van corporatiebezit in delen van het Schipperskwartier, Rivierenbuurt en Bezuidenhout-West, en verduurzaming van de bestaande sociale en particuliere woningvoorraad. De opgaven die hierna per deelgebied geschetst worden zijn niet limitatief.
54 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
Woningen
Maatschappelijke
Commerciële
Kantoren
(aantal
voorzieningen (in m2)
(in m2)
woningen)
voorzieningen (in m2)
Omgeving Centraal Station, Beatrixkwartier en BezuidenhoutWest
5.500
27.700
82.000
400.000
Omgeving Den Haag Hollands Spoor / Laakhavens
9.000
45.300
33.200
140.000
Omgeving Den Haag Laan van NOI
3.000
17.100
32.000
100.000
Overig: Rivierenbuurt, Stationsbuurt
3.000
17.100
Totaal
20.500
107.200
147.200
640.000
7.3
Omgeving Den Haag Centraal
Dit deelgebied bestaat uit de directe omgeving rond het station Den Haag Centraal met de focus op Centraal Station Oost (CS Oost), de overkluizing van de Utrechtsebaan en het Prins Bernhardviaduct. Het gebied ligt op een van de lange lijnen door de stad: een centrale, strategische positie en door de ligging nabij station Den Haag Centraal uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer. Kenmerkende bedrijven en instellingen in dit gebied zijn TNO, Technische Universiteit Delft, Universiteit Leiden en Planbureaus, evenals de ministeries en publieke instellingen als de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief. Voor de omgeving van het Centraal Station wordt ingezet op een bruisend en attractief gebied, met een kosmopolitisch karakter. Het uitgangspunt is hier de verdere ontwikkeling van het huidige overheidscluster tot campus, met ruimte voor startups en scale-ups naast andere bedrijven en instellingen dan de Rijksoverheid. Het draait in deze omgeving om levendigheid, nabijheid en ontmoeting en valt
daarmee in de typologie reuring. Dit begint bij de buitenruimte: bij uitstek de plek voor ontmoeten, bewegen en verblijven. Met name het gebied direct rond Den Haag Centraal Station vormt een hoofdroute voor voetgangers.
worden hersteld, versterkt en opgewaardeerd met openbare ruimte van hofstadkwaliteit. In aangrenzende nieuwe bebouwing wordt een programma gerealiseerd wat bijdraagt aan de levendigheid en diversiteit van het gebied.
Voor de omgeving van het Centraal Station zijn twee gebiedsagenda’s opgesteld; één voor de Policy Campus (Policy Campus Centraal - Gebiedsagenda Overkluizing Utrechtsebaan (a12) / CS Oost) en één voor Campuboulevard (Gebiedsagenda Campusboulevard). Een nadere uitwerking van de opgaven is hierin terug te lezen. De gebieden vormen samen één geheel (zie afbeelding 7.2).
De inrichting van dit gebied vraagt om een ander type huisvesting: minder grootschalig, maar met meerdere functies en (publieke) ontmoetingsfaciliteiten. Het bestaande cluster van monofunctionele ministeries transformeert daardoor in een gemengd gebied waar het ook buiten kantoortijden levendig is. De tijdelijke verhuizing van de Tweede Kamer naar het voormalige kantoor van Buitenlandse Zaken zal de ontwikkeling van de Policy Campus aanjagen.
Afbeelding 7.2 Ligging Policy Campus en Campusboulevard in omgeving Den Haag Centraal
De huisvestingsopgave van het Rijk en de ontwikkeling van de Policy Campus passen bij het overkoepelend beeld van clustering van Rijkskantoren rondom station Den Haag Centraal. Waar rondom het Binnenhof het bestuurlijk centrum is, is rondom Den Haag Centraal het ambtelijk centrum van het Rijk. Dit heeft aanzienlijke voordelen, want dit ambtelijk centrum is dan perfect bereikbaar per OV en draagt bij aan de versterking van het interactie milieu van de Policy Campus. Daarnaast heeft het gebied groot ontwikkelpotentieel door de hoeveelheid transformatielocaties en kan de opgave van beveiliging van panden op gebiedsniveau georganiseerd worden. Het gebied kent een hoogwaardige buitenruimte en fijnmazige verbindingen naar Koekamp/Haagse bos en het historisch bestuurscentrum. Daarnaast zal de clustering van Rijksvastgoed een enorme versterking van het programma EnergieRijk Den Haag betekenen en wordt de gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie in het gebied rondom station Den Haag Centraal maximaal doorgevoerd. Het gebied rondom Prins Bernhardviaduct en spooremplacement biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en groeimogelijkheden voor de langere termijn voor woningbouw, uitbreiding van de Universiteit Leiden, de herhuisvesting van de Koninklijke Bibliotheek en nieuw programma van de Rijksoverheid.
Het gebied wordt ingericht als innovatief kenniscluster waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven hun krachten bundelen rond maatschappelijke opgaven op het gebied van bestuur, recht en veiligheid. De komende jaren wordt daarom ingezet op de verbetering van de knooppuntwaarde, het versterken van de kenniseconomie, het realiseren van duurzame, centrumstedelijke woonmilieus en het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde. Met het aanpassen van het Prins Bernhardviaduct krijgt het gebied een flinke upgrade. Verbindingen 55 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
Stedelijk wonen Het toevoegen van woningen rondom station Den Haag Centraal levert een stevige bijdrage aan de groeiende behoefte aan centraal hoogstedelijk wonen. Woonkwaliteit wordt behalve door de woning zelf mede bepaald door de kwaliteit van de omgeving. De omgeving van Den Haag Centraal biedt daarin unieke kansen. Het gebied verbindt de binnenstad van Den Haag met Bezuidenhout, het groene Malieveld en het Haagse Bos. Met een directe aansluiting op de Theresiastraat, met een breed aanbod aan winkels, uitgaansgelegenheden en
cultuur, is het een aantrekkelijk gebied voor een ambitieus woonprogramma dat past bij de behoefte van toekomstige bewoners. Verbinden De gemeente zet in op het aanpakken van de infrastructurele barrières in de stationsomgeving, om zo de aansluiting met de stad aan alle zijden van het station structureel te verbeteren. Aan de oostzijde van het station wordt de Utrechtsebaan overkluisd. Zo wordt de barrière tussen centrum, de stationsomgeving en Haagse Hout geslecht. Na de overkluizing bij de Grotiusplaats is het de opgave om ook het deel van de Utrechtsebaan tot aan de Malietoren aan te pakken. Overkluizing (geheel of gedeeltelijk) biedt daar ruimte om de stadsstructuur te verbeteren en voor bouw van woningen, kantoren en vergroenen van de openbare ruimte. Daarnaast worden de routes voor voetgangers en fietsers door het gebied aantrekkelijker vorm gegeven en uitgewerkt tot een samenhangende wandel- en fietsstad, onder andere door de Haagse Loper door te trekken door de Theresiastraat een 30 km/uur inrichting te geven ontstaat meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Essentieel voor de ontwikkeling Campusboulevard, en de mate waarin helderheid, structuur en ‘beleving op ooghoogte’ aangebracht kan worden, is de wijze waarop het Prins Bernhardviaduct en directe omgeving ingericht kan worden.
Voor het viaduct is de ambitie geformuleerd een anoniem ‘autoviaduct’ te versmallen en te transformeren naar een levendige ‘stedelijke boulevard’. Het gaat om stadsreparatie waarbij detonerende bebouwing en een overmaat aan auto(infrastructuur) plaats maken voor een ontwikkeling die past bij het centrum van de stad en de ambities voor het CID. De opgaven in dit deelgebied zijn: 1 Door verdichting in de stationsomgeving en de realisatie van Schaalsprong OV wordt Den Haag Centraal verder versterkt als OV-knooppunt en vitaal onderdeel van de stad. Aan alle zijden van het station wordt de aansluiting op de stad verbeterd (Groene Entree, Den Haag Nieuw Centraal, Prins Bernardviaduct en Stadsentree Rijnstraat). De doorkijk naar de aard en betekenis van het volledige emplacement is onderdeel van nadere studies binnen het CID; 2 Versterking van het economische klimaat, door het verbeteren van de vestgingscondities en ruimte te bieden aan economisch programma. Daarbij transformeren we het gebied rondom station Den Haag Centraal tot
56 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
3
4 5
6
7
een intensief gemixt gebied waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven elkaar versterken. Daarnaast wordt ingezet op een levendig stadsmilieu door het toevoegen van woningen, waardoor het ook buiten kantoortijd een aantrekkelijk gebied wordt; In het verlengde van De Groene Entree zet de gebiedsagenda in op het verder versterken van de oriëntatie van de stationsomgeving op de Koekamp en het Haagse Bos. Vooral bij de vernieuwing in CS Oost is het een opgave om de unieke historisch ligging van de stad aan het landschap voelbaar en beleefbaar te maken; Het completeren van de Haagse Loper door de Turfmarkt, via het station en de Grotiusplaats, te verbinden met de Theresiastraat; Een kwaliteitsverbetering van het Prins Bernhardviaduct om een goed ingepast stadsviaduct te verkrijgen: aantrekkelijk voor voetgangers en fietsers en een betere verbinding tussen CS Oost en Beatrixkwartier en Bezuidenhout. De herontwikkeling in CS Oost dient nadrukkelijk bij te dragen aan nieuwe adressen en functies aan het Prins Bernhard viaduct. De versmalling van het Prins Bernhardviaduct en een betere positie voor voetgangers en fietsers, maken het gebied aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers.
De mobiliteitstransitie wordt in dit gebied goed zichtbaar door sterk OV georiënteerd te bouwen, onder andere door het toevoegen van een tweede entree bij het station, ruimte voor de ‘Koningscorridor’ en het toevoegen van voldoende fietsparkeervoorzieningen; De kans om de Utrechtsebaan als verkeersstructuur te mitigeren door haar verder te overkluizen en te overbouwen. De oostwest verbindingen kunnen dan prominenter worden om de samenhang tussen de verschillende stadsdelen en buurten te versterken. Ter hoogte van Malieveld en Haagse bos schept dit mogelijkheden voor een stedelijk park direct grenzend aan de verdichtingsopgave; In een verdichtende stad vragen groen en openbare ruimte bijzondere aandacht. Niet alleen stellen burgers hoge eisen aan de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte, ook moet de openbare ruimte klimaatbestendig zijn. Vergroenen is hierbij een belangrijk middel. Dit stelt nadere eisen aan de ondergrond die integraal mee ontworpen dient te worden. We sluiten aan bij de ambities die geformuleerd worden in de Gereedschapskist Openbare Ruimte CID als onderdeel van deze structuurvisie. Aandachtspunten zijn onder andere om te zorgen voor goede groeimogelijkheden voor bomen en te zorgen voor infiltratiemogelijkheden in de verharde buitenruimte. Daarnaast wordt
8
57 | 73
onderzocht wat voor innovatieve mogelijkheden voor vergroening toegepast kunnen worden binnen de Schedeldoekshaven. Voor het gebied wordt een integraal buitenruimteplan gemaakt in samenhang met het beoogde kwaliteitsniveau dat wordt vastgelegd in de Gereedschapskist Openbare Ruimte CID; Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Dit betekent dat al vanaf de begin stadia van de ideevorming duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn;
Structuurvisie CID Den Haag
9
In het gebied vraagt de inpassing van de diverse verkeersmodaliteiten (wandelaar, fietser, auto en OV) nader aandacht. Hierbij is het gewenst een passend evenwicht te vinden tussen opheffen van barrièrewerking en doorstroming.
De beoogde uitwerking van de opgaven voor de omgeving Den Haag Centraal worden getoond in de agendakaart in afbeelding 7.3. De mogelijke ontwikkellocaties worden getoond in afbeelding iv.1 in bijlage IV.
Afbeelding 7.3 Agendakaart Policy Campus / Campus Boulevard
58 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
7.4
Omgeving Den Haag Hollands Spoor / Laakhavens
Dit gebied bevindt zich rondom het OV-knooppunt Station Den Haag Hollands Spoor, direct ten zuiden van de spoorlijn Amsterdam - Rotterdam (de Oude Lijn) en wordt begrensd door de spoordijk, de Trekvliet, de Calandstraat en het Laakkanaal. Ook voor dit gebied is een gebiedsagenda opgesteld (College Campus HS Gebiedsagenda Hollands Spoor / Laakhavens). Een nadere uitwerking van de opgaven is hierin terug te lezen. De College Campus is dé plek voor talentontwikkeling, in een gebied waar gestudeerd, gewerkt, gewinkeld en gewoond wordt. Rond de campus ontstaat een aantrekkelijk zakelijk en startup district met hoofdkantoren van T-Mobile en PostNL, ICT-instellingen, naast kennisinstellingen als de Haagse Hogeschool: een sprekende combinatie tussen reuring en ruis. Het centrum maakt de sprong over het spoor Het ontvangstdomein rondom het station breidt zich uit tot over het spoor en krijgt een echte voorkant aan de Laakhaven Hollands Spoor. Hiermee wordt het station verbonden met het centrum van Den Haag, de campusomgeving van de Haagse Hogeschool en het Mondriaan-college. Dat betekent dat moet worden gestuurd op beeldkwaliteit: een samenhang in de buitenruimte, een aantrekkelijke architectuur passend bij Hollands Spoor en omgeving en een sterke identiteit voor het gebied.
Een hoog voorzieningenniveau, duurzame gebouwen en buitenruimte zijn onontbeerlijk voor de leefbaarheid in een hoogstedelijk stadscentrum. Het gebied ten zuiden van het station bevindt zich in de nabije toekomst dan niet langer aan de achterzijde van het spoor, maar het centrum van Den Haag breidt zich uit tot aan het Laakkanaal. De nieuwe stationsentree aan de Laakzijde, en de ontwikkeling van het HS Kwartier (ontwikkeling van de voormalige K&R kavel, de Globe en het Stationspostkantoor) zetten hoog in op de ambitie om deze voorkant tot een nieuwe stadsentree van Hollands Spoor te realiseren. Het centrum maakt ‘een sprong over het spoor’ en op structurele wijze worden de aansluitingen op de stad aan alle zijden van het station verbeterd. College Campus: startup district Het stationsgebied en de Laakhavens wordt in sfeer en beleving een hoogstedelijk stadshart dat als hip, creatief en dynamisch kan worden getypeerd met ruimte voor ondernemerschap, economische experimenten en innovatie. De “couleur locale” speelt hierbij een grote rol en moet de verbinding maken met andere nabijgelegen 59 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
wijken. Een aantrekkelijk vestigingsmilieu biedt plaats aan starters, studenten, creatieve beroepen, sociale ondernemers en kenniswerkers, waarbij ontmoetingsen experimenteerruimten worden geboden om creatieve ondernemingen en commerciële activiteiten te faciliteren. Er is sprake van een dynamische mix met bedrijvigheid en startups en enkele toonaangevende hoofdkantoren. Ook is er veel wisselwerking en spin-off met het onderwijscluster. Daar horen aantrekkelijke ontmoetings- en verblijfsplekken bij, zoals co-working spaces en flexibele werkplek concepten, maar ook een publiek domein dat aantrekkelijk is als ontmoetingsplaats, voorzien is van een groene inrichting en waar mogelijk een relatie met het water legt. Mobiliteitstransitie creëert ruimte voor verblijfskwaliteit en groen De nadruk komt te liggen op schone en gezonde vormen van bewegen. Ruimte creëren voor wandelen en fietsen, inzetten op verplaatsingen met OV en directe nabijheid van voorzieningen, dragen bij aan een leefbare stad waarin de auto niet langer domineert. Er ontstaat ruimte voor verblijfskwaliteit en aantrekkelijke straten en door zorgvuldig om te gaan met de herontwikkeling van de openbare ruimte wordt de sociale veiligheid in het gebied verbeterd.
De vrijkomende ruimte wordt opgepakt om de centrumkwaliteit, zoals deze al zichtbaar is op het huidige stationsplein van Hollands Spoor, door te zetten in de Laakhavens. Zo krijgt onder andere de Waldorpstraat een ander profiel: het viaduct verdwijnt en de straat krijgt het karakter van een groene stadsboulevard met aantrekkelijke pleinen en prettige oversteekbare plekken. Autoverkeer met een bestemming in het gebied is welkom, maar doorgaand autoverkeer rijdt “buitenom” via de CentrumRing. Dit schept ruimte om de Waldorpstraat in te richten als groene boulevard voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. De auto blijft aanwezig in het straatbeeld maar de verblijfskwaliteit en de ruimte voor de voetganger en fietser krijgen hierop voorrang, waardoor het gebied in voetgangersvriendelijkheid verhoogd. De ontwikkeling van het gebied biedt hiermee kansen om de sociale veiligheid in het gebied te verbeteren Stadscampus Hollands Spoor Het gebied rondom de Haagse Hogeschool wordt een aantrekkelijk verblijfsgebied, een belangrijke drager in het raamwerk van een buitenruimte met groene, prettige ontmoetingsplekken, mogelijkheden voor bewegen en een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. De stadscampus voor het onderwijs, direct tegenover het station, wordt direct verbonden met het ontvangstdomein rondom het station en de rest van de stad.
4 Hoogbouwcluster: ensembles en beeldkwaliteit Door slim gebruik te maken van de groei van de stad creëren we een mooie leefbare stad. De verdichting rondom de openbaar vervoersknooppunten maakt het mogelijk de parkeernorm te verlagen. Hierdoor is het mogelijk rondom de stations flink de hoogte in te gaan. Rondom het station Hollands Spoor ontwikkelt zich een hoogbouwcluster dat de richtlijnen en principes volgt van de Haagse Hoogbouwnota “Eyeline en Skyline” (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline). Uitgangspunt is dat het hoogbouwcluster bijdraagt aan het realiseren van een aantrekkelijk, hoogstedelijk milieu rondom het station; een omgeving met aantrekkelijke architectuur, een levendige begane-grond-verdieping, toegankelijk voor publiek en groene buitenruimten met plekken voor ontmoeting en verblijf. In het gebied rondom station Hollands Spoor en Laakhavens vindt de verdichting plaatst in de randen. Dit betekent dat er een hoogbouwcluster ontstaat in de zone tussen het spoor en de Waldorpstraat, met als letterlijk hoogtepunt het hoogbouwcluster rondom het station Hollands Spoor, ‘Het Strijkijzer’. Daarnaast komt er een hoogbouwcluster langs de Verheeskade. De gemeente zet sterk in op de stedenbouwkundige samenhang en beeldkwaliteit op ensemble niveau. Ook in de zone langs het Laakkanaal in het deelgebied Laakhaven Centraal vindt verdichting plaats en is ruimte voor hoogbouw.
Ook daar spelen beeldkwaliteit en stedenbouwkundige samenhang een belangrijke rol. De opgaven in dit deelgebied zijn: 1 Hoogbouwcluster ontwikkelen langs het spoor, rondom station Den Haag Hollands Spoor en langs de Verheeskade: realiseren van een hoogstedelijk en samenhangend hoogbouwcluster met kenmerkende beeldkwaliteit en hoogwaardige verbindende buitenruimte; 2 Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Dit betekent dat al vanaf de begin stadia van de ideevorming duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn. Duurzaamheid in hoogbouw in de vorm van een pilot voor een van de torens voor het scheiden van hemelwater; 3 Het opstellen van een integraal buitenruimteplan Laakhavens: verdichting van dit gebied stelt hoge eisen en ambities voor aantrekkelijkheid, vergroenen van de buitenruimte en klimaatadaptief inrichten. Voor de kwaliteitsambitie ten aanzien van het buitenruimteplan wordt verwezen naar de Gereedschapskist Openbare Ruimte CID;
60 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
Transformatie Waldorpstraat tot groene stadsboulevard: verbinden deelgebied met omliggende wijken (Koningsstraat) Trekvlietplein, Loper Oude Centrum en de stadscampus rondom de Haagse Hogeschool; 5 Een afsluiting voor het autoverkeer ter hoogte van de stationsentree, doorgaand autoverkeer moet gebruikmaken van de CentrumRing, daarmee ontstaat er meer ruimte voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer; 6 Versterking van het economische klimaat door het verbeteren van de vestgingscondities en ruimte bieden aan economisch programma. Het gebied wordt verdicht naar een intensief gemixt gebied.; 7 Nadere studies naar mogelijke transformatie van het Schipperskwartier: thema’s zijn mogelijke uitwerkingen van de verdichtingsopgave, groenaanleg die aansluit bij toekomstig Trekvlietpark en verbindingen met de omgeving. 8 Ontwikkeling van de Velostrada; 9 Verdichting langs de randen in Laakhaven Centraal: gemengd programma van wonen, voorzieningen en onderzoeken combinatie met bedrijfsprogramma; 10 Verbeteren wandel- en fietsroutes in de belangrijke stadsstraten: Rijswijkseweg, Leeghwaterplein, Waldorpstraat; 11 Het realiseren van een voorzieningenniveau voor Laakhavens dat past bij de ontwikkelingen in het gebied en waar ook de omliggende wijken van kunnen profiteren; 12 Betaalbaar houden van economische ruimte: nadere studie naar mogelijkheden voor betaalbare bedrijfsruimte.
13 Optimaal gebruik van bestaande parkeergarage Laakhaven, toepassing van nieuwe parkeernormen; 14 Capaciteit fietsenstallingen Den Haag Hollands Spoor en voldoende fietsparkeercapaciteit voor voor- als natransport. De zonering in Laakhaven Centraal op de kaart in afbeelding 4.5 (Hoogstedelijk wonen, werken en recreëren) is vooral geënt op de huidige situatie met reuring bij de Megastores, rust langs de Verheeskade en ruis in het bedrijvendeel in het middengebied. Bij verdere uitwerking van het gebied kan worden geschoven met deze indeling om de samenhang binnen het gebied te optimaliseren en de aansluiting met het campusgebied bij station Holland Spoor en de hogeschool te verbeteren. De agendakaart College Campus wordt gepresenteerd in afbeelding 7.4. Voor de beoogde ontwikkellocaties in dit deelgebied wordt verwezen naar afbeelding iiv.2 in bijlage IV.
Afbeelding 7.4 Agendakaart College Campus
61 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
7.5
Omgeving Den Haag Laan van NOI
Dit deelgebied ligt rondom het OV-knooppunt station Den Haag Laan van NOI. Dit station ligt aan de Oude Lijn: de spoorcorridor tussen Amsterdam en Rotterdam. Ook voor dit deelgebied is een gebiedsagenda opgesteld (ICT - Security Campus gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI). Een nadere uitwerking van de opgaven is hierin terug te lezen. Het gebied wordt ingericht met reuring, als internationaal toonaangevend cluster rondom het thema Security en ICT-Tech, met diverse hoofdkantoren, financiële instellingen en hubs (bedrijfsverzamelgebouwen) van bijvoorbeeld The Hague Tech en Yes!Delft. De nabijheid van voorzieningen die in de plinten voorzien zijn, maken dit deel van het CID in de toekomst een goede plek voor de voetganger om te ontmoeten en te verbinden. Vernieuwing NS-station Den Haag Laan van NOI In het toekomstbeeld van knooppunt Laan van NOI speelt het station een belangrijke rol. Uitgangspunt is dat het station een forse upgrade krijgt en transformeert van krappe logistieke knoop naar een aantrekkelijk verblijfsgebied en scharnierpunt in het gebied. Het nieuwe station en het ontvangstdomein krijgen een hoogwaardige uitstraling die past bij de (inter)nationale en stedelijke betekenis van het knooppunt Laan van NOI en die kan concurreren met andere internationale locaties.
Het intercitystation wordt een volwaardige toegangspoort voor zowel Leidschendam-Voorburg als het CID in Den Haag, wat tot uitdrukking komt in twee zichtbare voorkanten die bezoekers welkom heten in het CID en Den Haag, en Leidschendam-Voorburg. Deze ambitie is leidend bij de nieuwe stedenbouwkundige uitgangspunten voor de herontwikkeling van het voormalig ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De upgrade van het station wordt gecombineerd met een stationshal, goede fietsenstalvoorzieningen en een mix van functies en voorzieningen in en rondom het ontvangstdomein die bijdragen aan het stedelijke karakter en levendigheid op straat. Nieuwe en verbeterde bestaande onderdoorgangen voor langzaam verkeer zorgen voor een betere verbinding ter weerszijden van het spoor. De overstap vanuit station naar tram en bus langs de Laan van NOI wordt verbeterd door herpositionering van de haltes en calamiteitenhalte in samenhang met het nieuwe station en zijn entree(s). Stationscampus Laan van NOI De zones aan weerszijden van het spoor worden ontwikkeld tot één campusgebied met als hart het station. De voetganger en de fietser hebben in dit gebied prioriteit. De Voorburgse en Haagse zijde worden beter met elkaar verbonden door het
62 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
gebruikscomfort en belevingswaarde van de bestaande onderdoorgangen te verbeteren op het gebied van sociale veiligheid en kwaliteit van de inrichting van openbare ruimte en tenminste één verbinding toe te voegen. De stadscampus draait om interactie en ontmoeting. Zowel in de buitenruimte als binnen de gebouwen zijn er ontmoetingsfaciliteiten. Gemeenschappelijke voorzieningen zoals horeca of vergaderruimtes worden daarom op centrale plekken georganiseerd zodat studenten en werknemers van verschillende bedrijven en organisaties elkaar ontmoeten, maar er ook interactie met bewoners is. Deze plekken liggen langs de drukst bezochte plekken en belangrijkste (loop)routes door de campus, zoals die langs de Wilhelmina van Pruisenweg richting het Beatrixkwartier. De gebouwen openen zich naar hun omgeving en het publieke domein en semi-private (collectieve) ruimten worden met elkaar verbonden. De aanwezige typologie van groene hoven en collectieve binnenstraten krijgt bij nieuwe ontwikkelingen een eigentijdse interpretatie. (Cyber)security en ICT-Tech als economische pijlers Binnen het CID onderscheidt het gebied rondom het station Laan van NOI zich door de aanwezigheid van bedrijven in de ICT-Tech en (cyber-)security sector. Het knooppunt is hierin cruciaal voor de doorontwikkeling naar een vooraanstaande campus en het hart van de Europese veiligheidscluster.
Het bestaande cluster wordt uitgebreid met ruimte voor nieuwe high-end instellingen, hoofdkantoren, startups, scale-ups en hieraan gerelateerd onderwijs op middelbaar en hoger niveau, die samen een ecosysteem vormen. De kantoren zijn onderdeel van een sterke functiemix met onder andere (verblijfs-)voorzieningen en wonen. Informele en formele ontmoetingsplekken bieden ruimte voor het delen van kennis om tot groei van innovatie, economie en werkgelegenheid te leiden. Ontwikkelruimte wordt gevonden door de bestaande kantorenzone aan de noordzijde (Haagse zijde) te transformeren en te verdichten maar ook door de zone aan de zuidzijde (Voorburgse zijde) van het spoor te ontwikkelen, beter te verbinden en daarmee onderdeel van de nieuwe ICT - Security Campus te maken. Ook in het aangrenzende Beatrixkwartier, dat meer gericht is op de zakelijke (kantoren-)markt, wordt gestuurd op een mix van functies. Leefbaar en groen De stationsomgeving van Den Haag Laan van NOI is een belangrijke verdichtingslocatie. Uitgangspunt voor de ontwikkelingen binnen het gebied is een evenwichtig programma van wonen, werken en voorzieningen. Goede oplossingen voor onder andere mobiliteit en parkeren gerelateerd aan OV-georiënteerd
bouwen, kwaliteitsverbetering van openbare ruimte, toevoegen van groen en invloed op bezonning en wind zijn hier ook onderdeel van. De gemeente heeft oog voor de leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgave rondom het station. Daarbij gaat het zowel om effecten in het gebied zelf als voor de omringende wijken. Uitgangspunt is dat de beoogde ontwikkelingen door bijvoorbeeld het toevoegen van voorzieningen en werkgelegenheid bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in de aangrenzende buurten. De campus ontleent een groot deel van zijn groene kwaliteit aan de twee groene verbindingen die het gebied inkaderen: de groene ecologische Schenkzone en de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat. Deze groene dragers zijn van betekenis op stedelijk niveau. Binnen de campus wordt de overmaat aan verharding verwijderd en ingezet om het al aanwezige groene karakter het gebied in te brengen en te verbinden met nieuw gebruiksgroen voor bewegen en spelen, rust, waterberging en verkoeling op openbaar en privé terrein, bijvoorbeeld in de vorm van pocket parks (kleinschalige, groene parkjes die functioneren als ontmoetingsplek en rustpunt), hoven, groene daktuinen en vergroening van straatprofielen. Ook het ontvangstdomein van het station krijgt een stedelijke maar groene uitstraling.
De combinatie met levendige plinten, hogere dichtheden en een grote functiemix zorgt ervoor dat de buitenruimte aantrekkelijk en veilig is voor ontmoeten, bewegen en verblijven. Verdichten rondom het station De stadscampus Laan van NOI biedt ruimte aan hoogbouw in de directe omgeving van het station. Uitgangspunt daarbij is dat deze hoogbouw bijdraagt aan het realiseren van een aantrekkelijk hoogstedelijk milieu rond het station. Daarbij gelden de principes van de ‘Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline’ (Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline) voor goed ingepaste hoogbouw met levendige plinten en veel aandacht voor vergroening en verduurzaming van de omgeving. Hoogbouw is onderdeel van een samengesteld bouwblok bestaande uit een stedelijke laag met levendige plint en daarboven torens. De stedelijke laag is bepalend voor de beleving omdat hier het contact wordt gemaakt tussen binnen en buiten. Het gevoel van de aanwezigheid van andere mensen binnenin het gebouw en het licht dat door de ramen naar buiten schijnt, dragen bij aan een prettige, geborgen sfeer op straat. Het ontwerp van de gevel en de functie in de plint zijn hierin ondersteunend. De hoogbouwcluster bij het station heeft een evenwichtige hoogteopbouw. De aangrenzende stedelijke woonbuurten in Den Haag en Leidschendam-Voorburg vragen om een zorgvuldige overgang en
63 | 73
Structuurvisie CID Den Haag
stapsgewijze hoogteopbouw richting het spoor. De hoogste bebouwing bevindt zich bij het station. Verbinden De gemeente zet in op het structureel verbeteren van de verbindingen binnen de stadscampus (onder andere door het opheffen van het spoor als barrière en het verbeteren van de verblijfkwaliteit van de langzaam verkeerroutes) en de aansluiting met de stad aan alle zijden van het station. Voor het CID is hierbij de aansluiting op de kantorenlocatie Beatrixkwartier en van daaruit de route richting de omgeving van Den Haag Centraal van belang. Bij de verbindingen richting het Beatrixkwartier zoals de Wilhelmina van Pruisenweg wordt meer ruimte gegeven aan langzaam verkeer. Daarnaast worden de belangrijke routes vergroend en begeleid door plinten met levendige functies. De opgaven in dit deelgebied zijn (zie ook de agendakaart in afbeelding 7.5): 1 Upgrade van het bestaande station naar een hoogwaardig intercitystation met aantrekkelijk ontvangstdomein. Het station wordt gelijkwaardig gebruikt door Den Haag en Leidschendam-Voorburg en presenteert zich ook dusdanig aan zijn omgeving. Onderzoek naar de invloed van een groeiend aantal reizigers door verdichting en ontwikkeling van het CID op het functioneren van het station is onderdeel van deze studie.
Door de herontwikkeling van het voormalige ministerie van Sociale Zaken (hierna: Soza-locatie) ontstaat aan de Haagse zijde ruimte voor een nieuwe hoogwaardige inrichting van het ontvangstdomein die begrensd wordt door aantrekkelijke en actieve plinten. De Voorburgse zijde wordt op vergelijkbare wijze aangepakt. Hier is de benodigde ruimte al aanwezig; 2 Onderdeel van de stationsontwikkeling is de realisatie van een fietsenstalling met 2.500 plaatsen, die gelijk verdeeld worden over beide zijden van het station. Op korte termijn wordt naar een tijdelijke oplossing voor dit probleem gezocht in combinatie met een eerste slag in de kwaliteitsverbetering van de buitenruimte; 3 Verbeteren van de overstap tussen de verschillende vervoersoorten, zoals tram, bus en trein door de bestaande tram-/bushalte Laan van NOI en de calamiteitenhalte met keervoorziening opnieuw in te delen in samenhang met de (toekomstige) entree(s) van het station; 4 Beter verbinden van de Haagse en Voorburgse zijde van het spoor door het verbeteren van de huidige spooronderdoorgangen en de aanleg van tenminste
5
6
7
één nieuwe spoorwegonderdoorgang. De barrièrewerking van het spoor zwakt hierdoor af waardoor één samenhangend gebied ontstaat; Opstellen van een integraal buitenruimteplan in samenhang met het kwaliteitsniveau dat wordt vastgelegd in de ‘Gereedschapskist Openbare Ruimte CID’. Opgaves zijn: meer samenhang in de openbare ruimte (inrichting en materiaalgebruik) en vergroening van het gebied, verbinding van het gebied met de stad en versterken van aantrekkelijke plekken voor verblijven en ontmoeten. Binnen de campus ligt het primaat bij de voetganger en de fietser. In combinatie met een grotere mix van programma en levendige plinten ontstaat een aantrekkelijker verblijfsmilieu; Het respectievelijk ontwikkelen en versterken van de groene verbinding Van Alphenstraat en de Schenk. Deze dragen bij aan de leefkwaliteit door het vergroenen, verduurzamen en klimaatadaptief maken van de buitenruimte door het toevoegen van aantrekkelijk groene voor onder andere ecologie, biodiversiteit, recreatie, verkoeling en waterberging; Versterking van het economische klimaat door het verbeteren van de vestgingscondities en ruimte te bieden aan economisch programma.