20250612-RIS321990 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Escher Gardens
Tekst van het document
Voor mindervalideparkeerplekken wordt hiervoor bij het ontwerp van de openbare ruimte van de Waldorpstraat, rekening houdend met de knip in de Waldorpstraat, ruimte gereserveerd tenzij hiervoor in het gebouw een voorziening wordt getroffen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. i. Zienswijze Woonprogramma en voorzieningen. “Wij willen graag in de te bouwen torens een mix van bewoners zien. Wij weten uit informatie van de ontwikkelaars dat er op verzoek van de gemeente in een toren (bijna?) alleen kleine woningen voor studenten en starters zullen komen. In de andere toren komen ook wat grotere woningen die ook voor gezinnen geschikt zijn. Een te eenzijdige populatie is niet goed voor het integreren van bewoners in de wijk. Er zijn al veel woningen, bewoond door studenten in de buurt en we zien dus graag meer diversiteit in nieuwe bewoners in de wijk.” Reactie: Op grond van het vigerende beleid zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt met de ontwikkelaar. Het bestemmingsplan geeft hier tevens invulling aan. Zo biedt Escher Gardens ruimte aan een mix van doelgroepen, waaronder studenten, starters, senioren en gezinnen.
In Escher Gardens is conform het gemeentelijk beleid tenminste 30% sociaal opgenomen en tenminste 20% middeldure huur. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. j. Zienswijze “Onder 4.4.10. Woonvisie Den Haag 2017-2030 wordt een toelichting op het woonprogramma gegeven. Van de 1.250 woningen mag maximaal 55 % (ca 700 woningen) kleiner dan 40m² zijn, zodat deze alleen geschikt lijken te zijn voor alleenstaanden en studenten. Minimaal 5% van de
39/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
woningen heeft minimaal 3 kamers is groter dan 70 m2. Wij veronderstellen dat het minimum van 5% wel eens het maximum zou kunnen worden vanwege het economisch rendement.” Reactie: Dit volgt uit het woonbeleid van de gemeente. Met dit bestemmingsplan wordt hieraan voldaan. Het is aan de ontwikkelaar om eventueel meer dan 5% van de woningen ter realiseren met minimaal 3 kamers en groter dan 70m². Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. k. Zienswijze “In de Woonvisie Den Haag 2017-2030 is opgenomen dat gestreefd wordt naar een gemiddelde woningbouwproductie van: 30% sociale huur, 20% middel-dure huurwoningen en 25% middeldure koopwoningen. Van koopwoningen is in dit Ontwerpbestemmingsplan geen sprake. Vraag: wat geldt er voor deze 25% (koopwoningen) en de resterende 25%?” Reactie: Het beoogde programma van Escher Gardens biedt maximaal 50% vrije sector woningen. Dit kunnen zowel huurwoningen als koopwoningen zijn. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. l.
Zienswijze “Er is ook een behoefte aan woningen voor ouderen. Als er ouderen kunnen komen wonen in de torens, bevordert dat de doorstroming van ouderen naar kleinere woningen, waardoor er woningen voor gezinnen beschikbaar komen. Het is ook denkbaar dat in de torens bijvoorbeeld op een bepaalde verdieping een aantal ouderen kunnen wonen met een lichte zorgbehoefte. Misschien kan er onderling dan enige mantelzorg zijn, maar ook zou dat gunstig zijn voor het verlenen van zorg door thuiszorg of wijkzorg.” Reactie: Het bestemmingsplan maakt woningen voor diverse doelgroepen mogelijk, waaronder ook zorgwoningen. Er is geen gemeentelijk beleid met betrekking tot het aantal zorgwoningen of een andere vorm van aanpasbaar bouwen. Het bestemmingsplan voldoet aan het van toepassing zijnde gemeentelijk woonbeleid. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. m. Zienswijze “In de toren waar veel studenten zullen wonen is het volgens ons nodig dat er goede beheersmaatregelen worden getroffen, zodat het gebouw niet binnen de kortste keren vervuilt. We weten dat er in andere studentenflats daarover veel klachten zijn.”
40/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Reactie: Dit kan niet worden afgedwongen in de regels van het bestemmingsplan. Bij Escher Gardens komt op locatie een beheerteam dat dagelijks aanwezig is en de beheersmaatregelen zal treffen die nodig worden geacht. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. n. Zienswijze “Een ander punt is nog dat er in Laakhavens verschillende voorzieningen zullen (moeten) komen, zoals huisartsenposten, een basisschool misschien, andere zorginstellingen, een bibliotheek e.d. Daarover zullen ook afspraken tussen de ontwikkelaars van de nieuwbouw in Laakhavens nodig zijn. We roepen de gemeente op daarbij de regie te voeren, zodat er een goede verdeling van de voorzieningen komt.” Reactie: In 2023 heeft de gemeente een voorzieningenonderzoek voor het CID (RIS316628) uitgevoerd. Met dit voorzieningenonderzoek wordt inzicht gegeven in de additionele behoefte (in vierkante meters) aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen in het CID. Het voorzieningenonderzoek voor het CID wordt elk jaar herijkt op basis van de verdere uitwerking van het CID. De behoefte wordt bepaald aan de hand van de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835).
In deze nota zijn richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen opgenomen, zoals primair en voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook speelveldjes en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten. Daarnaast monitort de gemeente de voortgang van het totale bouwprogramma in het CID. Hierbij worden de planvoorraad, de verleende vergunningen en de opgeleverde projecten continu en systematisch gemeten, getoetst en beoordeeld. Wijzigingen in de planvoorraad leiden tot wijzigingen in het benodigde oppervlak aan voorzieningen. Door dit vroegtijdig in beeld te brengen kan de gemeente actie ondernemen om het oppervlak aan voorzieningen tijdig bij te stellen. In paragraaf 4.4.19 van het bestemmingsplan is onderbouwd (en tevens ambtshalve aangevuld in dit raadsvoorstel onder punt D van de wijzigingen op de toelichting) op welke manier invulling is gegeven aan de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835). In de nota zijn richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen uitgangspunt bij de start van een dergelijk grootschalig project. Hierbij gaat het om primair en voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook voldoende speelveldjes, en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten. De richtinggevende oppervlaktes zijn niet bedoeld als bindende norm.
Wel zijn ze bedoeld om bij gebiedsontwikkelingen aan de voorkant globaal onderbouwde ruimte- en investeringsclaims te kunnen doen (RIS307513, p. 5). Toepassing van de normen op individuele bouwprojecten heeft zijn beperkingen, omdat veel voorzieningen op een hoger schaalniveau (buurt, wijk of stadsdeel) worden georganiseerd. Inzet is om voldoende aanbod op het juiste schaalniveau te realiseren, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om voldoende voorzieningen te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3213 en 15 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:164)) voor de beoordeling of gevreesd moet worden voor een (duurzame) ontwrichting van het voorzieningenniveau doorslaggevend is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van
41/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoefte. Alleen een mogelijke ontwrichting ten aanzien van eerste levensbehoeften wordt ruimtelijk relevant geacht. Een aantasting van het voorzieningenniveau van andere behoeften is op zichzelf geen reden om planologische medewerking aan een besluit te weigeren. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Binnen het voorliggende bestemmingsplan wordt passend bij bovenstaande werkwijze ruimte gereserveerd voor onder andere eerstelijnszorg. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. o. Zienswijze “In het plan wordt veel aandacht besteed aan groen. Wij zien graag dat groen wat reeds kan worden aangelegd, zonder de verschillende bouwprojecten ' in de weg te zitten' voorrang krijgt. In ieder geval geldt dit voor de Campus HHS, maar mogelijk zijn er ook mogelijkheden bij het Laakhavenpark. Vraag: Ziet de gemeente hiertoe mogelijkheden en welke?” Reactie: Er wordt momenteel aan het ontwerp van de buitenruimte voor het gebied gewerkt en aan de ontwikkelstrategie Laakhavens inclusief een faseringsdraaiboek. Hier zal worden gekeken of er delen reeds uitvoerbaar zijn voor de realisatie van bouwprojecten. Daarbij wordt gekeken of er in Laakhavens plekken zijn waar tijdelijk groen kan worden gerealiseerd.
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, het valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. p. Zienswijze “Vraag: Zijn de mogelijkheden voor verticaal groen onderzocht?” Reactie: Dit is voldoende geborgd in het bestemmingsplan. In artikel 3.5, onder l van de regels is de voorwaarde opgenomen dat een omgevingsvergunning niet eerder wordt verleend, dan wanneer conform het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag’ voldoende punten worden behaald voor o.a. gevelmaatregelen. Het eventueel toepassen van groene gevels kan bijdragen aan het behalen van het minimaal aantal benodigde punten. Het is aan de initiatiefnemer welke maatregelen hij treft om hieraan te voldoen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. q. Zienswijze 3. Leefomgeving. De Provincie (4.2.1) geeft zes richtinggevende ambities aan in de fysieke leefomgeving. Blijkens het Ontwerpbestemmingsplanen de bijlagen wordt de provinciale ambitie "gezonde en aantrekkelijke leefomgeving" niet gehaald, aangezien de normen voor geluid, fijnstof, bezonning en wind moeten worden opgerekt om het plan mogelijk te maken.
Een leefomgeving wordt niet gezond door het
42/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
oprekken van de normen. Vraag: Hoe kan het plan worden aangepast om wel een gezonde leefomgeving te bereiken? Reactie: Er wordt niet nader gespecificeerd welke Provinciale normen moeten worden opgerekt. Het bestemmingsplan voldoet aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot geluid, fijnstof, bezonning en wind, daar is aan getoetst. Voorts is in de Netwerkstrategie CID Binckhorst aandacht besteed aan de toetsing van de diverse onderwerpen die betrekking hebben op de leefomgeving. Een aanpassing van het bestemmingsplan op deze punten is derhalve niet nodig. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen en behoeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan te leiden. r. Zienswijze 3.Algemeen. “Het beoordelen van een dergelijk omvangrijk ontwerpbestemmingsplan vergt van bewoners en bewonersorganisaties veel inzet en specifieke expertise. Deze inzet en specifieke expertise is vaak niet (in voldoende mate) aanwezig en brengt ons bij de vraag of de gemeente wil overwegen om bewonersorganisaties (financieel) in staat te stellen om op sommige onderwerpen deskundige contra expertise te vragen.” Reactie: Vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel is het niet mogelijk om enkel bewonersorganisaties tegemoet te komen.
Het is niet financieel haalbaar voor de gemeente om alle belanghebbenden met contra-expertise bij te staan. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. s. Zienswijze “Er wordt in het Ontwerpbestemmingsplan begrijpelijkerwijze uitgegaan van prognoses. Wij hechten er zeer aan dat deze prognoses tot minimaal vijf jaar na realisatie (jaarlijks) worden getoetst en de resultaten hiervan worden gepubliceerd. Bij sterke (negatieve)afwijkingen van de prognoses moeten maatregelen worden voorgesteld om de nadelige effecten hiervan te ondervangen.” Reactie: Voor een bestemmingsplan wordt in de regel uitgegaan van prognoses in onderzoeken met een duur van tien jaar. Voor de onderzoeken in het kader van de project-MER en het bestemmingsplan is uitgegaan van een worstcase-scenario, op grond van de maximale mogelijkheden in de planregels, de nadelige effecten zijn daarmee voor zover mogelijk ondervangen. Op grond van de Wro. geldt geen wettelijke verplichting om na vaststelling jaarlijks opnieuw te toetsen en resultaten te publiceren. In Den Haag wordt wel een algemene monitoring van milieuaspecten uitgevoerd.
43/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. t. Zienswijze “De toetsing van dit Ontwerpbestemmingsplan aan de Structuurvisie CID Den Haag (RIS 311821) ontbreekt in dit concept. M.b.t. de woonambities uit de Structuurvisie CID wordt in het Ontwerpbestemmingsplan bijvoorbeeld niet omschreven hoe de woningen voor de brede doelgroep (studenten, starter, samenwonende stellen, empty-nesters, ouderen en stadsgezinnen) worden voorzien. En ook 'voorzieningen op peil' (Structuurvisie) wordt niet uitgewerkt.” Reactie: Zie in dit kader de reacties van deze zienswijze bij i, j, k l, en m. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. u. Zienswijze “We zien in het Ontwerpbestemmingsplan niets terug van antwoorden of verwerking van de eerder gestelde vragen op de informatiebijeenkomst d.d. 14 oktober 2022 en door de Vrienden van Den Haag ingesproken punten (Commissie Ruimte op 8 mei 2019).” Reactie: Door reclamant is niet nader gespecificeerd welke antwoorden, gestelde vragen en ingesproken punten hier worden bedoeld. Er zijn vanuit de Raadscommissie 2019 geen toezeggingen bekend.
Er zijn algemene stellingen gedeponeerd, deze geven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Voorts zijn de onderstaande vragen gesteld tijdens de informatiebijeenkomst op 14 oktober 2022: “- Worden de mensen die aan de bijeenkomst hebben meegedaan meegenomen in het verspreidingsgebied van het bestemmingsplan? - Hoeveel parkeerruimte is er voorzien in het gebouw? - Wat zijn de gevolgen voor de parkeerdruk in de wijk? - Is er rekening gehouden met privé buitenruimtes? Zijn er bijvoorbeeld balkons? - Hoeveel buitenruimte kan er gerealiseerd worden op de daktuinen? - Wordt er per project in het gebied een bestemmingsplan gemaakt? - Hoeveel etages komen er? - Hoe blust de brandweer een brand in zo'n hoog gebouw? - Waar gaat het verkeer naartoe? En wat zijn de gevolgen voor de Vaillantlaan en Neherkade? - Is er regie binnen de gemeente over de plaatsing van voorzieningen in gebouwen zoals Escher Gardens? - Heeft de gemeente overzicht over de gereserveerde vierkante meters voor voorzieningen om de vraag te waarborgen? - Wat wordt het gevelmateriaal in dit gebouw? - Kan het zwembad dat voor het brandblussysteem gebruikt wordt, ook als zwembad gebruikt worden? “ In de beantwoording van deze zienswijze worden bovenstaande vragen in de volgende punten beantwoord: zie onderdeel d met betrekking tot verkeer, zie punt g met betrekking tot parkeren, zie punt “n” met betrekking
tot voorzieningen, zie punt “q” en “z” met betrekking tot leefbaarheid.
44/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Verder zijn er vragen gesteld die te maken hebben met de uitwerking van het ontwerp zoals gevelmateriaal, hoeveel etages en balkons. Definitieve keuzes hierover worden gemaakt in de uitwerking van het definitieve ontwerp voor het bouwplan rekening houdend met het Beeld Kwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor. Onderwerpen op het gebied van Veiligheid zijn voorts geregeld in het bouwbesluit (waar ook een toets door de brandweer onder valt, hier dient aan te worden voldaan en zal aan worden getoetst bij de vergunningaanvraag). Tot slot op de vraag hoe mensen worden meegenomen in het verspreidingsgebied, het volgende. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens is een inloopavond voor het bestemmingsplan georganiseerd. Vervolgens heeft na de indiening van zienswijzen een gesprek plaatsgevonden met reclamanten waar de gemeente de beantwoording mondeling heeft toegelicht. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. v. Zienswijze “De onderbouwing van de voorgestelde bouwhoogten ontbreekt; alternatieven (zijn er andere bouwmassa's mogelijk om het gewenste doel te bereiken?) zijn niet onderzocht en getoetst.
Zo worden door de keuze voor hoge woontorens al bij voorbaat vormen van wonen uitgesloten, waardoor de doelstelling van een brede doelgroep niet wordt gehaald.” Reactie: In de NvU HS Kwartier staan verschillende uitgangspunten geformuleerd voor de stedenbouwkundige opbouw voor het HS Kwartier, waaronder Escher Gardens. Daarin staat de volgende uitleg aangaande de hoogbouwcompositie: ‘Centraal in deze gebiedsontwikkeling staat de ambitie om Laakhavens een vanzelfsprekend deel van het Haagse centrum te maken. Visueel komen de buurten aan weerszijde van het spoor dichter bij elkaar door de hoogteaccenten die aan beide zijden van het spoortalud gesitueerd zijn. De hoogbouw en de skyline die hiermee versterkt wordt, werkt in overdrachtelijke zin mee aan de verbinding van HS Kwartier met de binnenstad van Den Haag en de andere polen van het Central Innovation District. (p20) De hoogbouwvolumes staan niet strak in het gelid maar verspringing zorgt voor steeds veranderende zichtlijnen. (p21)’ Conform de Haagse Hoogbouwnota kent Escher Gardens een opbouw van een stedelijke laag tot 25 meter. Daar bovenop worden, middels een setback, torens geplaatst. Door de setback wordt de beleving op straatniveau bepaald door de plint en stedelijke laag en wordt windhinder zoveel mogelijk voorkomen.
In de NvU HS Kwartier worden de stedenbouwkundige uitgangspunten beschreven, zoals: • De bebouwing aan de Waldorpstraat volgt in de basis de rooilijn van bestaande Mondriaangebouw. De rooilijn is daarbij altijd parallel aan de Waldorpstraat. • Er is een uiterste rooilijn voor de plint én een uiterste rooilijn voor de ‘stedelijke laag’ gedefinieerd. • De uiterste rooilijn voor de plint biedt een gegarandeerde maat van het profiel Waldorpstraat, met verblijfsgebied, groenstructuur en verkeersruimte. • De uiterste rooilijn voor de ‘stedelijke laag’ bepaalt de maximale uitkraging van de bebouwing. Deze volgt de opzet van de bouwmassa en arcade van het Mondriaangebouw (p.27).
45/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Het ontwerp voor Escher Gardens is gebaseerd op deze uitgangspunten, waarbij een optimalisatie heeft plaatsgevonden ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Zoals de aanpassing van de volumes om de windsituatie te verbeteren en het inpandig kunnen oplossen van logistiek, zodat de plint aan de Waldorpstraat volledig gericht kan zijn op de openbare ruimte. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. w. Zienswijze “Hoe hoger de gebouwen, hoe ongunstiger het materiaalgebruik, waardoor de duurzaamheidsdoelstellingen moeilijker te halen zijn.” Reactie: Duurzaamheid is meer dan alleen materiaalgebruik. Den Haag wil in 2030 een klimaatneutrale stad zijn. Ontwikkelingen zoals Escher Gardens bieden kansen om een toekomstbestendige energievoorziening en gezond woon- en werkklimaat te realiseren en zo de CO2 uitstoot van de stad te verlagen. Ook biedt dit project kansen voor een klimaatbestendig en natuurinclusief ontwerp, hergebruik van materialen en bouwtechnieken waarmee elementen en grondstoffen in de toekomst eenvoudiger hergebruikt kunnen worden.
De ontwikkeling in het plangebied draagt bij aan de transitie richting schone mobiliteit door verdichting nabij een intercitystation en het 'knippen' van de Waldorpstraat voor motorvoertuigen waarmee alternatieve vormen van vervoer worden gestimuleerd. Daarnaast is in de anterieure overeenkomst een inspanningsverplichting opgenomen voor de ontwikkelaar om te voldoen aan de duurzaamheidsambities, waarmee het behalen van een GPR-score van minimaal 8 of BREAAM-certificering excellent (4 sterren) wordt nagestreefd. Het is niet zo dat zodra er hoger wordt gebouwd, ook het materiaalgebruik ongunstig uitvalt. Uiteraard is dan meer materiaal nodig. Echter gaat de GPR-score per bruto vloeroppervlak. In hoogbouw is het nog steeds mogelijk om duurzaam met materialen om te gaan, denk aan biobased materialen zoals hout voor afwerking en duurzaam isolatiemateriaal, maar ook aan prefab bouwen. De duurzaamheidsdoelstellingen dienen ook breder te worden bekeken dan enkel materiaalgebruik. Zo kan er in de nieuwste GPR-methodiek energie en milieu (waaronder materiaalgebruik) gezamenlijk worden bekeken in de scoring. Dit resulteert voor hoogbouw in een eerlijkere score. Hiermee is de ambitie van een GPR-score van 8 heel goed haalbaar.
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. x. Zienswijze “Een stedenbouwkundig en belevingsonderzoek naar het effect van de hoge torens ontbreekt.” Reactie: Conform de Haagse Hoogbouwnota kent Escher Gardens een opbouw van een stedelijke laag tot 25 meter. Daar bovenop worden, middels een setback, torens geplaatst. Door de setback wordt de beleving op straatniveau bepaald door de plint en stedelijke laag en is uitgegaan van het zoveel mogelijk voorkomen van windhinder. Voorts maakt Escher Gardens onderdeel uit van de integrale gebiedsontwikkeling uit de gebiedsagenda Holland Spoor/Laakhavens die in 2018 door de raad is vastgesteld. Laakhavens Hollands Spoor is onderdeel van CID en is opgenomen in de Structuurvisie CID (2021). De
46/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
stedenbouwkundige uitgangspunten voor Escher Gardens zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten Hollands Spoor Kwartier 2019, onder de toenmalige naam K&R Kavel. Zie ook het antwoord op punt a en e van zienswijze Stichting SOS Den Haag. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. y. Zienswijze “Op welke wijze wordt in dit Ontwerpbestemmingsplan rekening gehouden met de wensen van de potentiële nieuwe bewoners van dit gebied. Vraag: Is hier onderzoek naar gedaan?” Reactie: In de regels is reeds opgenomen dat er toekomstige voorzieningen moeten worden gerealiseerd voor de toekomstige bewoners. Op basis van het gemeentelijk beleid Richtinggevende normen t.b.v. voorzieningen wordt voor de totale gebiedsontwikkeling van Laakhavens bepaald welke voorzieningen in welke mate en op welke locatie benodigd zijn. Aan de richtinggevende normen liggen diverse onderzoeken ten grondslag, waarbij op basis van referentiewijken en G4-vergelijkend onderzoek normen zijn bepaald. Specifiek voor het CID, waar ook deze locatie onder valt, is daarvoor ook het voorzieningenonderzoek CID uitgevoerd.
Ten behoeve van het realiseren van een gedeelte hiervan en specifiek voor de nieuwe bewoners van Escher Gardens is in artikel 3.5 van het bestemmingsplan een minimale eis opgenomen voor zowel eerstelijnszorg als ook aan de woonfunctie ondergeschikte functies gericht op ontmoeting en ontspanning, zoals sportfaciliteiten, muziekruimtes, werkplekken en studieplekken. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. z. Zienswijze “Een Leefbaarheidseffectrapportage ontbreekt.” Reactie: Het is geen juridische verplichting om een leefbaarheidseffectrapportage bij een bestemmingsplan op te stellen. In het kader van de MER is naar de leefbaarheid gekeken zoals bijvoorbeeld windhinderonderzoek, bezonningsonderzoek en geluidsonderzoeken. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. aa. Zienswijze “Het Beeldkwaliteitsplan en het integrale plan buitenruimte (4.4.1.2) zijn nog in ontwikkeling. De verfijning uit de nota Haagse Hoogbouw lijkt hier te ontbreken, evenals de eisen aan multifunctioneel bouwen.”
47/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Reactie: Het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor heeft tot 2 mei 2024 ter inzage gelegen en is reeds vastgesteld voorafgaand aan de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Toelichting opbouw van torens gebaseerd op Haagse Hoogbouwnota. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. bb. Zienswijze “Het opknippen in deelplannen voor de herontwikkeling van Laakhaven houdt grote risico's in voor het slechts ten dele realiseren van de ambities, terwijl er wel sprake is van een onderlinge afhankelijkheid voor de voorzieningen en programmering. Bewonersoverleg Leeghwaterkade, Fijnjekade e.o. (BOLF)” Reactie: De Ontwikkelvisie Laakhavens is op 1 december 2022 door de raad vastgesteld. De Nota van Uitgangspunten Hollands Spoor Kwartier is in dit document opgenomen. Daarnaast is de gemeente bezig met het opstellen van de Ontwikkelstrategie, het Beeldkwaliteitsplan en het Buitenruimteplan. Deze vier documenten vormen tezamen het integrale toekomstplan voor Laakhavens Hollands Spoor. Door de omvang van de bouwplannen in Laakhavens is het niet mogelijk deze in één keer te realiseren. Bovendien zijn door de fasering in de uitvoering de risico’s behapbaar en dus kleiner.
Verder vindt op CID niveau jaarlijkse monitoring plaats van o.a. voorzieningen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. 08.
10747812
Bewonersvereniging Buurtstation
De zienswijze van Bewonersvereniging Buurtstation op 25 januari 2024 ingediend en valt daarmee buiten de formele termijn van de zienswijzeprocedure. Om deze reden is deze zienswijze niet ontvankelijk verklaard en zal geen inhoudelijke behandeling hiervan plaatsvinden. ADVIES COMMISSIE MER Er is een eerste advies gegeven door de Commissie m.e.r. op het bestemmingsplan (zie bijlage 13). Als antwoord daarop is een aanvulling op het project-MER opgesteld (zie bijlage 14). De Commissie m.e.r. heeft hier een eindadvies voor gegeven (zie bijlage 15). Er is door het bevoegd gezag een reactie opgesteld op dit advies zie bijlage 17. De laatste drie genoemde documenten zijn tevens opgenomen als bijlage (zie bijlage 1, 2 en 3) bij dit raadsvoorstel. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Escher Gardens, waarmee in de realisatie van een gemengd stedelijk programma met onder andere woningen wordt voorzien. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen;
48/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
b. c. d. e.
f.
de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².
Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: g. een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; h. meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; i. een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. De ontwikkeling is een initiatief van een ontwikkelaar. De gemeente Den Haag en de ontwikkelaar hebben een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die verband houden met de planprocedure, alsmede planschade en kosten voor ingrepen in de openbare ruimte, zijn verzekerd via het aangaan van deze Overeenkomst. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. Naast de ontwikkeling van het bouwplan 'Escher Gardens' is sprake van herinrichting van de openbare ruimte'. Voor de kosten hiervan is in 2021 door de raad gemeentelijke cofinanciering beschikbaar gesteld (Collegevoorstel Investeren in een groen Hollands Spoor Kwartier, RIS309486). STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtelijke wijzigingen Verbeelding A.
Aanpassing specifieke bouwaanduiding overbouwing Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wordt de specifieke bouwaanduiding Overbouwing ingekort en gelijk gemaakt met het bouwvlak stationsgebouw. De wijziging ziet er als volgt uit:
49/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens
Definitief wijzigingsvoorstel bestemmingsplan Escher Gardens B. Aanpassing Specifieke bouwaanduiding openbare ruimte [SBA-OR] Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wordt de Specifieke bouwaanduiding openbare ruimte [SBA-OR] gewijzigd in specifieke bouwaanduiding overbouwing [SBA-OB]. De wijziging ziet er als volgt uit:
50/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens
Definitief wijzigingsvoorstel bestemmingsplan Escher Gardens Regels A. Toevoeging definitie ‘footprint stedelijke laag’ Ter verduidelijking van de ingevolge de regels toegelaten functie Footprint stedelijke laag, stellen wij u, onder doornummering van de overige begripsbepalingen, voor aan artikel 1 toe te voegen: 1.51 footprint stedelijke laag de buitenste bebouwingscontour van de stedelijke laag van het gebouw. B. Toevoeging definitie ‘hoogbouw’ Ter verduidelijking van de ingevolge de regels toegelaten mogelijke bebouwing ‘Hoogbouw’, stellen wij u voor, onder doornummering van de overige begripsbepalingen, aan artikel 1 toe te voegen: 1.62 hoogbouw bouwblok/gebouw met een hoogte van minimaal 50 meter. C. Wijziging definitie art. 1.86 onderbouw Gelet op het feit dat er in het bestemmingsplan met een andere peilmaat wordt gewerkt is de begripsomschrijving van onderbouw als volgt aangepast: 1.86 onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat zich onder de eerste bouwlaag bevindt en bestaat uit een of meerdere bouwlagen D.
Toevoeging definitie ‘voor de bestaande bedrijfsvoering benodigde milieuruimte’ Ter verduidelijking van de aan de regels toegevoegde afwijkingsmogelijkheden ten behoeve van geluid onder 3.3 sub a stellen wij voor, onder doornummering van de overige begripsbepalingen, de volgende definitie aan de algemene begripsbepalingen toe te voegen: 1.119 voor de bestaande bedrijfsvoering benodigde milieuruimte:
51/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
de milieuruimte die een bedrijf nodig heeft om de bestaande bedrijfsvoering voort te kunnen zetten. Deze milieuruimte wordt voor het stationsgebouw beschreven in onderzoek omroepinstallatie Station Den Haag HS, opgenomen als bijlage 11 bij de toelichting, voor het emplacement zijn de voorschriften van de omgevingsvergunning milieu van toepassing. E. Wijziging definitie peil Als gevolg van de hoogteverschillen in de Waldorpstraat dient de definitie van peil als volgt gewijzigd te worden: 1.98 Peil a. De hoogtes voor zover aangeven op de verbeelding zijn uitgedrukt in meters NAP, waarbij peil = +2,5 NAP; b. in de overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; F. Toevoeging definitie ‘stedelijke laag’ Abusievelijk is geen begripsbepaling opgenomen voor de ingevolge de regels toegelaten functie Stedelijke laag. Onder doornummering van de overige begripsbepalingen stellen wij u voor aan artikel 1 toe te voegen: 1.116 stedelijke laag: de onderste lagen van een bouwblok met hoogbouw dat ervoor zorgt dat een bouwblok goed aansluit bij de schaal van de omringende stad: de bebouwing tot een hoogte van maximaal 25 meter. G.
Wijzigingen artikel 3.1 Bestemmingsomschrijving Ten behoeve van het realiseren van meer flexibiliteit, is de op de tweede bouwlaag toegestane functie Wonen in de bestemmingsomschrijving aangevuld met de mogelijkheid tot daartoe behorende ondergeschikte functies. Naar aanleiding van een wijziging als gevolg van zienswijzen, is het artikel voorts aangevuld met mindervalide parkeervoorzieningen die zijn toegestaan op het maaiveld en t/m twee lagen en onder maaiveld. Daarnaast is, om recht te doen aan de huidige situering van de K+R kavel, de situering van de ongebouwde parkeervoorziening in de regels gewijzigd van de eerste twee bouwlagen naar op het maaiveld. Aan het artikel is het maaiveld toegevoegd ter aanduiding van de situering van de ongebouwde parkeervoorziening en mindervalideparkeerplekken. Tot slot worden de leden na sub h opnieuw doorgenummerd omdat deze in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk verkeerd vermeld stonden. De wijzigingen zien er als volgt uit: uitsluitend in en boven de tweede bouwlaag: e. wonen, inclusief daartoe behorende ondergeschikte functies; uitsluitend in de eerste bouwlaag en tweede bouwlaag: f. horeca in de categorieën licht en middelzwaar volgens de Staat van horeca-categorieën; g. lobby's ten behoeve van boven de plint gelegen functies; uitsluitend vanaf de eerste bouwlaag tot een maximale hoogte van 25 meter: h. sportvoorzieningen; i.
cultuur en ontspanning waaronder uitsluitend wordt begrepen: 1. atelier; 2. creativiteitscentrum; 3. tentoonstellingsruimte.
52/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
de bouwlagen onder maaiveld mogen uitsluitend gebruikt worden voor: j. fietsparkeren; k. technische functies; l. mindervalide parkeervoorzieningen; uitsluitend op het maaiveld: m. ongebouwde parkeervoorzieningen; n. mindervalide parkeervoorzieningen; H. Wijziging artikel 3.2.1 sub D Gebouwen In navolging van de aanpassing van het vlak op de plankaart van sba-or in sba-ob, dient ook in de regels recht te worden gedaan aan de beoogde situatie, en dient de Specifieke bouwaanduiding openbare ruimte [SBA-OR] te worden gewijzigd in de specifieke bouwaanduiding overbouwing [SBAOB]. Wij stellen u derhalve voor artikel 3.2.1 onder d als volgt te wijzigen: 3.2.1 d: in uitzondering op het bepaalde onder ‘b’ dient ter plaatse van de bouwaanduiding “specifieke bouwaanduiding - overbouwing’ (sba – ob) een overbouwde onderdoorgang ter breedte van de aanduiding in stand te worden gehouden en mag geen bebouwing worden opgericht tot een hoogte van 9 meter. De ruimte onder deze hoogte dient publiekelijk toegankelijk te zijn; I. Wijziging artikel 3.2.1 sub k Gebouwen Het in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen artikel 3.2.1 sub k ziet op een gevelmaatregel die erin voorziet dat ramen of deuren kunnen worden opengezet zonder dat er teveel geluid binnen komt.
Omdat deze geluidsafschermende voorzieningen worden geplaatst voor de te openen delen kan dit het ‘buitengevoel’ van bewoners beperken, dat bij calamiteiten vluchten via de buitengevel onmogelijk maakt. Naar aanleiding van de definitieve geluidsonderzoeken en het borgen van een goed woon- en leefklimaat wordt voorgesteld om artikel 3.2.1 sub k zodanig te wijzigen dat per verblijfsgebied maximaal 1 raam wordt voorzien van een geluidsafschermende voorziening, waarbij bewoners kunnen kiezen om te spuien (het openen van ramen) via het afgeschermde of niet afgeschermde raam. Voorgesteld wordt om art. 3.2.1 sub k als volgt te wijzigen: k. bij het realiseren van woningen binnen onderhavige bestemming dient voor elke woning vanaf een bouwhoogte van 25 meter op één of meerdere te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied en die voldoende spuicapaciteit hebben voor het verblijfsgebied, het geluidsniveau Lden ten gevolge van het spoorweglawaai, rekening houdend met het actuele geluidproductieplafond, ten hoogste 58 Lden te bedragen; J. Wijziging artikel 3.2.1 sub i Vanwege een verwijzing naar gedateerd beleid, inzake het ontheffingenbeleid (RIS20405), wordt het artikel als volgt gewijzigd: 3.2.1 i: woningen en andere geluidsgevoelige functies (scholen, kinderdagverblijven en zorgfuncties) zijn alleen toegestaan, indien: 1.
de geluidsbelasting op de gevels niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of; 2. hiervoor een hogere grenswaarde is vastgesteld en woningen voldoen aan het ‘beleid hogere grenswaarden Wet geluidhinder 2011’ of;
53/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
3.
de gevels doof worden uitgevoerd.
K. Schrappen artikel 3.2.1 sub l Artikel 3.2.1 sub l heeft betrekking op de cumulatie van verschillende geluidbronnen. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek volgt dat het doorgaande spoor en het emplacement wordt samengevoegd tot 1 bron. Artikel 3.2.1 sub l is niet langer relevant en kan derhalve komen te vervallen. L. Wijzigingen artikel 3.3 Naar aanleiding van de definitieve geluidsonderzoeken is gebleken dat het moment van de overheveling van het emplacement naar de GPP’s (Geluidproductieplafonds) en de hoogte van de vast te stellen niveaus op korte termijn niet bekend zijn. Op grond van artikel 4.13 Invoeringswet Omgevingswet gaat de huidige milieuvergunning over in een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit, inclusief de geluidvoorschriften. Tot de overheveling van het emplacement naar de GPP’s blijven de huidige geluidvoorschriften van kracht. Dit leidt tot de volgende wijzigen: Artikel 3.3 sub a in combinatie met sub b borgen de vergunbaarheid van het emplacement en het woon- en leefklimaat. De volgende aanpassing van artikel 3.3 sub a wordt voorgesteld: a. aangetoond wordt dat de voor de bestaande bedrijfsvoeringen vergunde milieuruimte van het emplacement en het stationsgebouw worden gerespecteerd. Artikel 3.3 sub b, wordt in overeenstemming met het hiervoor gewijzigde artikel 3.2.1 k. gewijzigd: b.
voor elke woning op één of meerdere te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied en die voldoende spuicapaciteit hebben voor het verblijfsgebied, het geluidsniveau Lden ten gevolge van het spoorweglawaai, rekening houdend met het actuele geluidproductieplafond, ten hoogste 58 Lden bedraagt;” Voorts is uit de definitieve geluidsonderzoeken gebleken dat er geen maximale geluidswaarden behoeven te worden opgenomen. Artikel 3.3 sub c komt derhalve te vervallen. M. Wijzigingen artikel 3.5 sub a, sub l en sub m De volgende wijzigingen betreffen tekstuele wijzigingen. In art. 3.5 sub a is per abuis een verkeerde nummering toegepast, waardoor het gehele lid tekstueel dient te worden aangepast. Zo dient de nummering na de Romeinse cijfers onder artikel 3.5 sub a onder 5 te herstarten bij/als artikel 3.5 sub a onder 6 (nieuw). Daarnaast wordt het begin van de subleden in kleine letters gewijzigd. Voorts wordt aan art. sub 3.5 a.4.VII toegevoegd ‘wordt geëxploiteerd’. De wijzigingen zullen als er als volgt uitzien: a) binnen de bestemming mogen maximaal 1.250 woningen worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. maximaal 20% van de woningen, met uitzondering van studentenwoningen en zorgwoningen, kleiner mag zijn dan 40 m2 gebruiksoppervlakte, maar met een maximum van 55% op het totaal aantal woningen; 2.
minimaal 5% van de woningen heeft een woninggrootte van 70 m2 gebruiksoppervlakte of groter en ten minste 3 kamers;
54/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
3. 4.
van de woningen ten minste 30% als sociale huurwoningen, gerekend vanaf de datum van de oplevering van de woningen, dient te worden geëxploiteerd; onder sociale huurwoningen in de zin van sub 3, worden tevens studentenwoningen gerekend, waarbij bij verhuur aan studenten dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: I. de woningen worden gedurende minimaal twintig jaar, ook wanneer er in de tussentijd andere huurders komen te wonen (na mutatie), verhuurd aan studenten door middel van een campuscontract; II. de huurprijs is maximaal de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag of maximaal de huurprijsgrens waaronder jongeren onder de 23 jaar in aanmerking komen voor huurtoeslag ingevolge artikel 13, eerste lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag; III. als uitzondering op het gestelde onder sub II, mag 30% van de studentenwoningen een huurprijs hebben tot de huurprijsgrens waaronder eenpersoons huishoudens recht hebben op huurtoeslag conform artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; IV.
na het verstrijken van de instandhoudingstermijn van 20 jaar is individuele verkoop (uitponden) of liberaliseren mogelijk middels dezelfde regels die gelden bij middeldure huur, met de toevoeging dat sociale huurwoningen bij verkoop éérst complexgewijs aan de in Den Haag actieve toegelaten instellingen aangeboden moeten worden voordat uitponden aan de orde komt; V. de eigenaar/verhuurder rapporteert jaarlijks naar aan de gemeente Den Haag over de nieuwe verhuringen. VI. de maximale huurprijzen voor sociale huurwoningen, waaronder in het kader van dit artikel ook studentenwoningen vallen, worden jaarlijks, per 1 januari, geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid van de Wet op de huurtoeslag; VII. van de woningen ten minste 20% gedurende twintig jaar als middeldure huurwoningen, gerekend vanaf de datum van de oplevering van de woningen, dient te worden geëxploiteerd, waarvan de helft tussen de liberalisatiegrens en € 850,per maand en de helft tussen € 850,- en € 950,- (prijspeil 2018, te indexeren met de CPI-index (alle huishouden) +1%) wordt geëxploiteerd; VIII. voordat de op grond van dit artikel gerealiseerde woningen in gebruik worden genomen, dient ten genoegen van het bevoegd gezag te worden aangetoond dat aan het bepaalde in de bovenstaande leden wordt voldaan;”
Van artikel 3.5 sub l wordt de eerste letter van de zin wordt in een kleine letter gewijzigd. Van artikel 3.5 sub m wordt de eerste letter van de zin wordt in een kleine letter gewijzigd. N. Wijziging artikel 3.5 sub p In overeenstemming met de voorgestelde wijziging ten behoeve van de geluidsmaatregelen in artikel 3.2.1 sub k, wordt tevens voorgesteld artikel 3.5 sub p te wijzigen: p. het gebruik van geluidgevoelige functies binnen de onderhavige bestemming is alleen toegestaan als voor elke woning op één of meerdere te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied en die voldoende spuicapaciteit hebben voor het verblijfsgebied, het geluidsniveau Lden ten gevolge van het spoorweglawaai, rekening houdend met de geluidproductieplafonds van 2023, ten hoogste 58 Lden bedraagt.
55/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
O. Wijzigingen artikel 3.6 Vanwege de hernummering van de leden in artikel 3.1 wordt de genoemde verwijzing in artikel 3.6 sub b gewijzigd in f en i. Het artikel komt als volgt te luiden: b. artikel 3.1 onder f en i, ten behoeve van een andere, niet-geluidgevoelige functie met een publieksgericht karakter op de bovenste twee bouwlagen (de zogenaamde Kroon), waaronder horeca in de categorie licht van de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van horeca-categorieën als opgenomen in bijlage 3 van de regels, alsmede culturele voorzieningen; Ter verduidelijking van de afwijkingsregels onder sub a en b van artikel 3.6 wordt, onder doornummering van de navolgende leden, voorgesteld om een nieuwe sub c in te voegen, waaruit volgt dat de toevoeging van het bruto-vloeroppervlak van Horeca in de Kroon niet in mindering wordt gebracht op de toegestane bruto-oppervlak Horeca in de plint zoals is bepaald in artikel 3.5 sub e. Artikel 3.6 sub c luidt: c. artikel 3.5, onder e, ten behoeve van het verruimen van de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte voor horeca en detailhandel, indien met toepassing van artikel 3.6 sub b, horeca in de categorie licht in de bovenste twee bouwlagen (de zogenaamde Kroon) wordt toegevoegd; P.
Wijziging artikel 3.7 Wijziging 3.7.1 Verkeersbesluit Waldorpstraat; als gevolg van de randvoorwaardelijke afwaardering van de Waldorpstraat voor doorgaand gemotoriseerd verkeer voor het bestemmingsplan Escher Gardens en een actualisatie van het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst, waaruit naast een gehele afsluiting van de Waldorpstraat tevens de mogelijkheid is gebleken deze te veranderen in een lus met enkel bestemmingsverkeer wordt de voorwaardelijke verplichting artikel 3.7.1 als volgt gewijzigd: 3.7.1: een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt uitsluitend verleend, indien een door of namens het college van burgemeester en wethouders op grond van de Wegenverkeerswet 1994 genomen verkeersbesluit ten behoeve van het weren, of het instellen van eenrichtingsverkeer in de Waldorpstraat voor doorgaand gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van openbaar vervoer, taxi's en nood- en hulpdiensten in werking is getreden. Wijziging 3.7.4 Parkeren; ter verduidelijking dat de voorwaardelijke verplichting dient te voldoen aan het vigerende parkeerbeleid, wordt lid a aangevuld met de tekst dat voldaan wordt aan de Nota parkeernormen CID en Binckhorst 2020. Voorts wordt een nieuw sub b aan het artikel toegevoegd opdat rekening wordt gehouden met de actualisatie van het vigerende beleid.
De wijzingen zien er als volgt uit: 3.7.4.a: ten behoeve van de in lid 3.1 genoemde functies, dient, in overeenstemming met de Nota parkeernormen CID en Binckhorst 2020 en de beleidsregel fietsparkeernormen Den Haag 2016, te worden aangetoond en gewaarborgd dat binnen een straal van 500 meter in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien; 3.7.4.b: indien voornoemde nota’s gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging; 3.7.4.c: de verplichtingen onder 3.7.4.a: gelden minimaal 10 jaar gerekend na de datum van oplevering van het gebouw. Toevoegen 3.7.5 Voorwaardelijke verplichting stikstof; om te borgen dat voldaan wordt aan de geldende stikstofwetgeving bij de realisatie van Escher Gardens, wordt de volgende voorwaardelijke verplichting toegevoegd:
56/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
3.7.5 Voorwaardelijke verplichting stikstof a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt niet verleend voordat is aangetoond dat de planontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden, voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. b. Over het bepaalde onder a. wordt advies ingewonnen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Q. Wijziging artikel 4.2.1 sub b In het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk geen hoogte aangegeven voor het stationsgebouw. Artikel 4.2.1 sub b wordt dit gebrek gesteld en gewijzigd in maximaal 9 meter. De wijzing luidt als volgt: b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter; R. Wijziging artikel 4.4 sub b In overeenstemming met de gehanteerde verwijzing in artikel 4.4 wordt in sub b de toepassing van het begrip ‘verkoopvloeroppervlak’ gewijzigd in ‘totale bruto-vloeroppervlak’. S. Wijzigingen artikel 7 In artikel 7 vinden de volgende aanpassingen plaats; een aanpassing van sub b, j en k. Voorts wordt er een nieuwe lid ‘m’ toegevoegd. Omdat op grond van het vigerende beleid volgens het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor ondergeschikte bouwdelen, zoals balkons, in de plint zijn verboden, wordt deze beperking aan artikel 7 sub b toegevoegd.
In aansluiting hierop wordt de laatste volzin in sub b geschrapt waarin is bepaald dat ondergeschikte bouwdelen zich minimaal boven 2,40 meter boven maaiveld bevinden. Het artikel wordt als volgt aangepast: b. Overschrijding van de in het plan aangegeven bebouwings- of bestemmingsgrenzen, respectievelijk bebouwingspercentages is - tenzij in de regels anders is bepaald - slechts toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter, respectievelijk 10% bedraagt. Overschrijding van de bebouwings- of bestemmingsgrenzen in niet toegestaan in de plint. De in het ontwerp opgenomen parkeerregel in artikel 7 sub j blijkt af te wijken van de algemene regels ten behoeve van het parkeren. Dit wordt als volgt daarmee in overeenstemming gebracht: j. een vergunningplichtige bouw- of gebruiksactiviteit is alleen toegestaan onder de voorwaarde dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren van voertuigen en (brom) fietsen; Bij de in het ontwerp opgenomen dynamische verwijzing ontbreekt het jaartal. Artikel 7 sub k wordt aangevuld met een verwijzing naar het jaartal van vaststelling van de Nota parkeernormen CID en Binckhorst: k.of sprake is van voldoende (fiets)parkeergelegenheid zoals genoemd onder 'j' wordt bepaald op basis van de (fiets)parkeernormen, (fiets)parkeereisen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in: 1.
voor motorvoertuigen: de Nota parkeernormen CID en Binckhorst (2020), met dien verstande dat indien voornoemde nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging;
57/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Aan artikel 7 wordt een lid toegevoegd om te borgen dat wordt voldaan aan het vigerende beleid in het kader van mobiliteit. Deze luidt: 7.m: burgemeester en wethouders passen de Nota parkeernormen CID en Binckhorst 2020 en de beleidsregel Fietsparkeernormen Den Haag 2016 toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning. T. Toevoegen artikel 8 sub g en h De standaardbepalingen welke het bestaan van fietsparkeergelegenheid in het bestemmingsplan borgen zijn per abuis niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Deze worden derhalve aan artikel 8 van de algemene gebruiksregels toegevoegd en luiden: g. er dient overeenkomstig de geldende beleidsregel Fietsparkeernormen Den Haag sprake te zijn van voldoende fietsparkeergelegenheid; h. of sprake is van voldoende fietsparkeergelegenheid zoals genoemd onder 'g' wordt bepaald op basis van de fietsparkeernormen, fietsparkeereisen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in: 1. voor fietsen: de beleidsregel Fietsparkeernormen Den Haag, met dien verstande dat indien voornoemde nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging. U. Wijzigen artikel 9 sub f Aan artikel 9 sub f wordt een extra lid toegevoegd om te waarborgen dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen met betrekking tot de locaties voor het laden en lossen in het plangebied.
De voorgestelde regel luidt: 3.op andere wijze in de nodige ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien; waarbij het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen ten aanzien van de locaties van laden en lossen. Toelichting In de hieronder vermelde paragrafen zijn tekstuele aanpassingen dan wel aanvullingen aangebracht: A. Wijziging gebruik ‘het stationsplein’ in gehele toelichting In de toelichting wordt het gebruik van ‘het stationsplein’ gewijzigd in ‘Stationsplein Waldorpstraat’. B. Wijziging paragraaf 1.4.2 Parapluherzieningen In het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk de parapluherziening van toepassing verklaard op het plangebied, daarom wordt Sub b onder paragraaf 1.4.2 geschrapt. C. Wijziging paragraaf 3.4 Mobiliteit Als gevolg van een actualisatie van de Verkeersnetwerk CID-Binckhorst wordt in paragraaf 3.4 Mobiliteit, de tekst onder de alinea Voorbereiding verkeersbesluit en voorwaardelijke verplichting als volgt gewijzigd: De geplande opwaardering van de Waldorpstraat met betrekking tot de verblijfsfunctie, langzaam verkeer en groen om de leefbaarheid van het gebied (en de verkeersveiligheid) te vergroten kan alleen plaatsvinden als een afwaardering voor doorgaand gemotoriseerd verkeer plaatsvindt. Dit is al geruime tijd onderdeel van de planvorming voor HS Kwartier /Laakhavens.
Dit is verankerd in de door de raad vastgestelde Structuurvisie CID en de Ontwikkelvisie Laakhavens. Tevens is de Raad
58/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
akkoord gegaan met het bijbehorende investeringsbesluit 'Investeren in een groen HS Kwartier'. De opwaardering van de Waldorpstraat is een randvoorwaarde voor de ontwikkelingen in het Hollands Spoor (HS) Kwartier en in een later stadium ook voor de ontwikkelingen in Laakhavens Centraal. In het gebied bij station HS zijn 3.500 woningen beoogd in combinatie met ruimte voor kantoren, onderwijs en voorzieningen. Het voorliggende bestemmingsplan voor het bouwplan Escher Gardens, is het eerste plan waarvoor de opwaardering van de Waldorpstraat tussen de Rijswijkseweg en het Leeghwaterplein een harde voorwaarde is. In het bestemmingsplan wordt dit dan ook als uitgangspunt gehanteerd en de borging ervan is daarmee een randvoorwaarde voor het bestemmingsplan. De afwaardering van de Waldorpstraat voor doorgaand gemotoriseerd verkeer wordt in aanvulling op de vastgestelde kaders en het investeringsbesluit geborgd door middel van een Verkeersbesluit in het kader van de Wegenverkeerswet. Omdat de benodigde afwaardering van de Waldorpstraat zal leiden tot verkeerseffecten in een groter gebied zijn generieke en flankerende maatregelen nodig om de negatieve effecten elders te beperken. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4.3 Onderzoeksresultaten in relatie tot de afwaardering van de Waldorpstraat.
Aangezien er tijd nodig is om deze maatregelen uit te werken en het voorliggende bestemmingsplan hierop vooruitloopt, wordt er in dit bestemmingsplan gewerkt met een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het verkeersbesluit. Dat betekent dat Escher Gardens pas gebouwd kan worden op het moment dat het formele verkeersbesluit in werking is getreden. Met de vaststelling van bestemmingsplan Escher Gardens is de raad geattendeerd op de infrastructurele maatregelen die volgen uit het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst en die noodzakelijk zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Een toelichting van de benodigde verkeersmaatregelen, de daarmee samenhangende kosten en de effecten op het milieu zijn beschreven in paragraaf 5.4.3. D.
Wijziging paragraaf 4.4.19 Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen Paragraaf 4.4.19 wordt gewijzigd overeenkomstig de evaluatie van de Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. De tekst van artikel 4.4.19.1, derde alinea wordt vervangen door de volgende tekst: Om inzichtelijk te krijgen of er in voldoende voorzieningen wordt voorzien is er een voorzieningenonderzoek CID (RIS316628) gedaan. Met het voorzieningenonderzoek wordt inzicht gegeven in de additionele behoefte (in vierkante meters) aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen in het CID. De basis voor het bepalen van de additionele behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zijn de Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835). Voor het bepalen van de additionele behoefte aan commerciële voorzieningen zijn dichthedenanalyses gebruikt. Het onderzoek wordt elk jaar herijkt op basis van de verdere uitwerking van het CID. Voor het in kaart brengen en monitoren van de druk op bestaande voorzieningen monitort de gemeente Den Haag met een 2-jaarlijks update van Integrale Huisvestingsplannen voor Zorg & Gemeente Den Haag.
Aan de tekst van artikel 4.4.19.1 Inleiding wordt een vierde alinea toegevoegd, waarbij deze alinea als volgt komt te luiden: Om de voortgang van Escher Gardens en andere planvoornemens in het CID te monitoren, en de uitgangspunten en aannames die bij de uitgevoerde onderzoeken zijn toegepast, door de jaren heen te evalueren, wordt een uitgebreide monitoring opgezet. Doel hiervan is om, naast het controleren van de aannames en de analyses, ook zo nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen, of zo nodig aanpassingen van planvoornemens of fasering daarvan te kunnen besluiten. De monitoring wordt vergelijkbaar qua opzet met de werkwijze van de monitoring van het MER van de Rotterdamse Baan, waar in afgelopen jaren veel ervaring mee opgedaan is. De systematiek en invulling van de onderzoeksopgave van het MER is daarmee bepalend voor de opzet en inhoud van
59/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
de monitoring. Op die wijze kan systematisch en consequent gemeten, getoetst en beoordeeld worden. De basis wordt gelegd door zorgvuldig bij te houden welk programma (wonen en andere functies) is toegevoegd en/of is verdwenen. Op basis hiervan kunnen bijvoorbeeld verkeersmodellen worden geactualiseerd en kunnen uitkomsten hiervan vergeleken worden met prognoses, aannames en tellingen. Daarmee kunnen ook de daaruit voortvloeiende (grijze) milieueffecten gemonitord worden. Ook andere effecten als druk op voorzieningen en beschikbaarheid van groen kunnen op deze wijze periodiek worden beoordeeld. Hiervoor worden jaarrapportages CID opgesteld en om de 4 jaar een programmaplan CID. Ook deze monitoring draagt bij aan het niet overvragen van de omgeving door de bouwplannen in het CID. De tekst van artikel 4.4.19.2 Berekening op basis van groennorm, wordt vervangen door de volgende tekst: Conform de structuurvisie CID (RIS307135) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. Zoals terug te vinden is in onderstaande tabel dat hieraan wordt voldaan. Onderstaande tabellen laat zien wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/ woningen in het CID.
Op basis van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning. Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp Four) in combinatie met de drie lopende bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de 8 m2 groen per woning blijft in het CID. Zowel voor het aantal woningen als de vierkante meters groen geldt dat deze cijfers tijdens de planvorming nog in beweging zijn. De laatst bekende cijfers zijn hier ingevuld; indien nodig is een schatting gebruikt. Na realisatie worden de definitieve gegevens ingevuld. Kleinschalige ontwikkelingen, zowel wat betreft woningbouw als openbare ruimte, zijn buiten beschouwing gelaten. Deze hebben weinig effect op het totaalbeeld. Zowel voor het aantal woningen als de vierkante meters groen geldt dat deze cijfers tijdens de planvorming nog in beweging zijn. De laatst bekende cijfers zijn hier ingevuld; indien nodig is een schatting gebruikt. Na realisatie worden de definitieve gegevens ingevuld. Kleinschalige ontwikkelingen, zowel wat betreft woningbouw als openbare ruimte, zijn buiten beschouwing gelaten.