CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20250612-RIS321990 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Escher Gardens

Commissie Ruimte 14 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken34.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Binnen deze bestemming is onder andere de aanleg van groen, water, voet- en fietspaden mogelijk. Het op te stellen Buitenruimteplan voor het gehele gebied van Laakhavens en het schetsontwerp Waldorpstraat zullen de ingrediënten voor de aanpassing van de Waldorpstraat beschrijven en verbeelden. Het Buitenruimteplan voor Laakhavens zal naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan gaat echter alleen in op de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing op het perceel, niet op de ruimtelijke kwaliteit van de Waldorpstraat. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. b. Zienswijze “De AVN stelt voor om ook mogelijkheden voor groene (sedum) daken en groene gevels toe te voegen aan en zo planologisch te borgen in een Beeldkwaliteitsplan (de afbeeldingen 5.14.1 en 5.14.2 van het ontwerpbestemmingsplan daarmee dus status te geven).

Groene gevels en groene daken en daktuinen tot 15 meter hebben meerwaarde voor de biodiversiteit, boven de 15 meter verhogen ze de leefbaarheid en zorgen ze voor verkoeling.” Reactie: In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat 100% van de footprint van de stedelijke laag moet worden gecompenseerd als horizontale buitenruimte. Daarvan moet tenminste 40% worden ingericht met groen dat een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van de opwarming van het gebouw. Hiermee is het vigerend gemeentelijk beleid −Nota Haagse Hoogbouw − juridischplanologisch verankerd in de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast is in de specifieke gebruiksregels een verplichting opgenomen over het minimaal behalen van punten conform het ‘Puntensysteem groen- en inclusief bouwen’ voor zowel gevel/dak maatregelen, verblijfsmaatregelen

20/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

en omgevingsmaatregelen. Het toepassen van groene (sedum) daken en groene gevels kan bijdragen aan het behalen van de benodigde punten. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen welke maatregelen worden toegepast in het ontwerp om aan deze voorwaarde te voldoen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c. Zienswijze “Aan de regels dient te worden toegevoegd dat, voordat het Beeldkwaliteitsplan is vastgesteld, geen omgevingsvergunning kan worden afgegeven voor bouw door de gemeenteraad.” Reactie: Uit beleid Eyeline Skyline (RIS298448) volgt dat het Beeldkwaliteitsplan voorafgaand aan het bestemmingsplan dient te worden vastgesteld. Op het bestemmingsplan Escher Gardens is het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens van toepassing. Hiervoor is de behandeling door de gemeenteraad gepland voorafgaand aan de vaststelling van bestemmingsplan Escher Gardens. Het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens is reeds vastgesteld, waardoor de vaststelling van het Beeldkwaliteitsplan in een eerder stadium heeft plaatsgevonden dan de vergunning van het bouwplan. Het verzoek van reclamant is bij de vaststelling van het bestemmingsplan Escher Gardens niet meer aan de orde.

Bovengenoemde toevoeging is derhalve niet nodig. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. d. Zienswijze “Eén van de uitgangspunten van het plan is vergroening van de openbare ruimte. Dat betekent dat de verstedelijking voor 100% wordt gecompenseerd in horizontale buitenruimte, waarvan 40% een bijdrage aan de biodiversiteit moet leveren (regel 3.5.V.j.). De AVN beveelt aan om dit uitgangspunt te kwalificeren en te kwantificeren.” Reactie: Zoals ook onder b is aangegeven, is in de regels van het bestemmingsplan de compensatieregeling opgenomen op perceelniveau. De vergroening van de openbare ruimte ligt buiten het plangebied, echter door de voorwaardelijke verplichting in de planregels, dat er geen omgevingsvergunning voor bouwen kan worden verleend voordat een verkeersbesluit over de afsluiting van de Waldorpstraat voor doorgaand verkeer is genomen, is de mogelijkheid voor de vergroening van de openbare ruimte wel planologisch gekoppeld aan het bestemmingsplan. Zonder afwaardering van de Waldorpstraat geen omgevingsvergunning voor het bouwen van Escher Gardens en zonder afwaardering geen vergroening.

Onder “a” is eveneens aangegeven dat voor de inrichting van de openbare ruimte een Buitenruimteplan en schetsontwerp Waldorpstraat wordt opgesteld. De beoogde vergroening van de openbare ruimte wordt daarin uitgewerkt. Voorts is (zoals reeds onder “b” is geantwoord) dit tevens voldoende geborgd in de planregels doordat de omgevingsvergunning voor het bouwen afhankelijk wordt gesteld van de te behalen punten conform het ‘Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen.’

21/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. e. Zienswijze “De AVN suggereert om toe te voegen aan de begrippenlijst: a. Bijdrage aan de biodiversiteit: specificeren met groen op maaiveld, groene daken/daktuinen tot 15 meter, binnen bereik van insecten en vogels, d.w.z. maximale hoogte van 15 meter. b. Daktuin en groen dak: specificeren met aanleg bomen en struiken, en daartoe afdoende substraat, en daartoe afdoende zware constructie (zie Nota Stadsbomen p57); beperking van schaduw en windhinder daar. c. Glazen windscherm: specificeren met maatregelen tegen aanvaring door vogels. (Toevoegen aan regels 4.2.2.b., zie 5.12.2.3 over het plaatsen van een (glazen) windscherm).” Reactie: Met het oog op de beschreven bijdrage aan biodiversiteit is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat de gemeentelijk ecoloog adviseert over de wijze van invulling van de compensatienorm in totaliteit. Aangezien het zowel gaat om het leveren van een bijdrage aan biodiversiteit als het leveren van een bijdrage aan het beperken van de opwarming van het gebouw, zijn diverse oplossingen mogelijk.

Afhankelijk van de omstandigheden en het innovatieve karakter van de toepassing kan hieraan invulling worden gegeven. Ook de in de regels van het bestemmingsplan vastgelegde eis m.b.t. het hanteren van het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen kan hierbij betrokken worden, waarbij eveneens een deskundig ecoloog om advies moet worden gevraagd. Naar het oordeel van de gemeente borgt het bovenstaande voldoende dat een passende invulling wordt gegeven aan de aangehaalde begrippen. Een aanvulling is derhalve niet nodig. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. f. Zienswijze “Zie regels 3.5.l over het 'Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag’ Benoem als doelsoorten de gierzwaluw, zwarte roodstaart en vleermuis.” Reactie: Conform de voorwaarde in de regels van het bestemmingsplan, zal het bouwplan moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag (zie ook het antwoord onder ‘b’,’d,’ en ‘e’): • 6 punten behaald worden voor gevel/ dak maatregelen; • 4 punten behaald worden voor verblijfsmaatregelen; • 6 punten behaald worden voor omgevingsmaatregelen.

Verder is op grond van de regels de inzet van een expert in de vorm van een deskundig ecoloog verplicht. Deze zal adviseren over de aanwezige dierensoorten en eventuele passende maatregelen om deze te beschermen. Het toepassen van verblijfsplaatsen voor zwarte roodstaart en/of gierzwaluw kan bijdragen aan het behalen van de benodigde punten. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen welke maatregelen worden toegepast in het ontwerp om aan deze voorwaarde te voldoen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

22/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. g. Zienswijze “De volgende maatregelen van natuurinclusief bouwen ten behoeve van de aanwezige en potentiële fauna stellen wij voor: probeer aan de spoorzijde de stedelijke plint in baksteen uit te voeren. Dit voor geïntegreerde nestkasten voor de Zwarte roodstaart, die als insecteneter goed gedijt op steenachtige structuren zoals industrieterreinen en spoorweg emplacementen. Een bakstenen plint is ook geschikt om verblijfplaatsen voor gierzwaluwen te integreren.” Reactie: Zie de beantwoording onder punt “f.” Het toepassen van een bakstenen plint kan bijdragen aan het behalen van de benodigde punten. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen welke maatregelen worden toegepast in het ontwerp om aan deze voorwaarde te voldoen. Met het oog op de bescherming van de aanwezige doelsoorten is de inzet van een deskundig ecoloog hierbij verplicht. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. h. Zienswijze “Tot slot mist de AVN aansluiting bij het Kwaliteitsplan CID (RIS 314594), waar onder kopje ‘Vervolg’ integrale buitenruimteplannen aangekondigd staan.

Die moeten “het landschappelijke raamwerk bieden voor de transformatie van een deelgebied”. Het schema voor deelgebied Laakhavens wordt daarin opgenomen, dus bij uitstek zou in onderhavig bestemmingsplan hier een verband gelegd kunnen worden. Deze kans moet in het definitieve bestemmingsplan opgepakt en uitgewerkt worden. Hoogachtend.” Reactie: Het Kwaliteitsplan CID is geen juridisch toetsingskader. Het plan is een vervolg op de Uitvoering Structuurvisie CID waarin is aangegeven dat het Haagse principe voor beeldkwaliteit, omgevingskwaliteit en samenhang binnen het CID is gewaarborgd. Dit plan is op 15 februari 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit document is zodoende de basis voor het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens. Het Beeldkwaliteitsplan wordt later in het proces meegenomen als toetsingskader bij het beoordelen van de Welstandeisen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. 6.

Ra 10688863

Voorall

a) Zienswijze “Voorall, de belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking, heeft kennisgenomen van het concept-ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens, een nieuwbouwontwikkeling met een bouwhoogte van circa 160 meter bestaande uit twee woontorens, bovenop een stedelijke laag met kantoren, commerciële en maatschappelijke voorzieningen. In deze brief geven wij onze reactie.

23/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Escher Gardens maakt onderdeel uit van het Central Innovation District (CID). Omdat integrale toegankelijkheid niet als voorwaarde is opgenomen in de structuurvisie van het CID ziet Voorall zich genoodzaakt hier opnieuw aandacht voor te vragen. Het VN-verdrag Handicap en de aanpassing van de Wet Gelijke Behandeling die hiermee samenhangt, vormen de wettelijke basis die ons dwingt de maatschappij zo in te richten dat mensen met een beperking op gelijkwaardige wijze kunnen meedoen. Integrale toegankelijkheid voor mensen met en zonder beperking is daarom een harde voorwaarde bij alle nieuwe gebiedsontwikkelingen. Dit sluit ook aan bij de motie 'meer aandacht in raadsvoorstellen voor mensen met een beperking' die destijds door de voltallige gemeenteraad is aangenomen bij de bespreking van de inclusienota 'vanzelfsprekend toegankelijk'. In deze motie roept u het college op 'in relevante raadsvoorstellen, zoals voorstellen die de fysieke ruimte, leefomgeving en de dienstverlening raken, aan te geven hoe rekening is gehouden met mensen met een beperking en hoe invulling is gegeven aan de realisatie van een inclusieve stad'. Voorall vindt daarom dat in het bestemmingsplan meer aandacht gegeven zou moeten worden aan de positie van Hagenaars met een beperking, zeker wanneer het een plan is dat hoogbouw omvat en waarbij gestreefd wordt naar minder privé autobezit.

Wij zien hierdoor allerlei problemen ontstaan voor de mensen die vanwege hun beperking afhankelijk zijn van een auto en voor mensen die vanwege hun beperking niet zelfstandig hun woning kunnen bereiken of verlaten bij liftuitval of calamiteiten. Met deze brief vragen wij u het college op te roepen integrale toegankelijkheid op te nemen als voorwaarde in het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens. Voorkomen moet worden dat dit gebied zich straks kenmerkt als een optelsom van gemiste kansen, wat nu wel dreigt te gebeuren. Het gaat hierbij om de volgende uitgangspunten: • Integrale toegankelijkheid dient een harde voorwaarde te zijn bij de ontwikkeling van dit gebied. Bewoners en bezoekers, met en zonder beperking, dienen bestemmingen altijd zelfstandig te kunnen bereiken en gebruiken. Dit zou dan ook, net als bij duurzaamheid, concreet in het plan geborgd moeten worden. • Voor mensen met een visuele, auditieve en verstandelijke beperking dienen voldoende oriëntatiemogelijkheden aanwezig te zijn, zodat men zelfstandig zijn weg kan vinden.” Reactie: In het bouwbesluit is zoveel mogelijk de leefbaarheid op een inclusieve manier geregeld. Verder stelt de gemeente generieke eisen aan toegankelijkheid. Die zitten deels als concrete maatregelen in het Handboek Openbare Ruimte op basis van beleid.

Verder is het vooral een ontwerpopgave waarbij binnen het ingenieursbureau vakkennis wordt ingezet. Daarop wordt getoetst door Vooroverleg over Verkeerszaken (hierna: VOV) en in specifieke gevallen Voorall. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Het college adviseert de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat één en ander al is geregeld in het bouwbesluit. b) Zienswijze “Woningen en bestemmingen dienen altijd op geringe afstand bereikbaar te zijn voor inwoners en bezoekers die vanwege hun beperking afhankelijk zijn van een auto.” Reactie: De parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen volgt in het ontwerp voor de Herinrichting openbare ruimte Campuskwartier en Spoorzone HS. De parkeereis is conform het vigerende parkeerbeleid. Het daadwerkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van de aanvraag

24/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

omgevingsvergunning en de daaruit voortvloeiende nog vast te stellen behoefte. Met betrekking tot parkeerplaatsen voor invaliden wordt verwezen naar het antwoord onder ‘H’ en ‘J’ van deze zienswijze. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande hoeft de zienswijze niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Het college adviseert de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c) Zienswijze “Niveauverschillen dienen altijd, dus ook bij liftuitval, overbrugbaar te zijn.” Reactie: In het bouwbesluit is zoveel mogelijk de leefbaarheid op een inclusieve manier geregeld. Verder stelt de gemeente generieke eisen aan toegankelijkheid. Die zitten deels als concrete maatregelen in het Handboek Openbare Ruimte op basis van beleid. Verder is het vooral een ontwerpopgave waarbij binnen het ingenieursbureau vakkennis wordt ingezet. Daarop wordt getoetst door VOV en in specifieke gevallen Voorall. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Het college adviseert de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat één en ander al is geregeld in het bouwbesluit.

d) Zienswijze “Een van tevoren vastgesteld percentage van de woningen dient gebouwd te worden volgens het principe van flexibel en aanpasbaar bouwen, zodat ook mensen met een beperking zelfstandig in dit gebied kunnen wonen.” Reactie: Op grond van het Bouwbesluit dient aan de toegankelijkheidseisen te worden voldaan. Hier dient bij de realisatie van het plan rekening mee te worden gehouden. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Het college adviseert de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Dit is geregeld in het bouwbesluit en is aan de orde bij de toetsing van het bouwplan.

e) Zienswijze “Hieronder volgt een aantal specifieke punten waar volgens ons aandacht aan besteed dient te worden in het ontwerpbestemmingsplan: Openbare ruimte Voetgangers: Voetpaden dienen gescheiden te worden van het rijdend verkeer. Inmiddels weten we vanuit de ervaringen in het centrum dat 'shared space'-achtige oplossingen negatief uitpakken voor kwetsbare verkeersdeelnemers zoals ouderen, kinderen en mensen met een visuele beperking. Extra aandacht is nodig voor veilige routes voor mensen met een visuele beperking, gebruik makend van routegeleiding en duidelijke oriëntatiemogelijkheden.”

25/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Reactie: Wij delen dit belang voor mensen met een beperking. De inrichting van de verkeers- en verblijfsgebieden volgt in het ontwerp voor de Herinrichting openbare ruimte Campuskwartier en Spoorzone HS. Dit wordt niet specifiek opgenomen in een bestemmingsplan. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat het valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. f) Zienswijze “Fietsers, gebruikers van scootmobiel en rolstoel: Brede fietspaden zijn noodzakelijk voor gebruik van een scootmobiel. De gemeente streeft in woonwijken in zijn algemeenheid naar 30km wegen, waarbij uitgegaan wordt van de CROW-norm van een breedte van 5m zonder fietsstroken. Deze breedte biedt onvoldoende ruimte voor een veilige verkeerssituatie van de scootmobielgebruiker. Een scootmobieler moet ruim gepasseerd kunnen worden door een auto. Dat is bij een breedte van 5m onvoldoende. Vrijliggende fietspaden die breed genoeg zijn voor de grote hoeveelheid fietsers die in dit gebied verwacht worden, niet alleen vanwege de toename van het aantal inwoners, maar ook vanwege het bereiken van de openbaar vervoervoorzieningen, zijn noodzakelijk voor een veilige verkeerssituatie.

Fietspaden dienen bovendien zo vormgegeven te worden dat ze ook daadwerkelijk dienen als snellere route dan de route over het trottoir. We zien in de praktijk dat fietsers anders de kortere route over het trottoir nemen, met alle veiligheidsrisico's voor de voetgangers daar. Verder is het de moeite waard om snelheidsverminderende maatregelen te overwegen op de fietspaden gezien de grote snelheidsverschillen van rijwielen die tegenwoordig op het fietspad voorkomen. Voorrang geven aan de fiets betekent automatisch dat veel ruimte nodig is voor fietsparkeren. Zeker met een fors aantal openbaar vervoershaltes is de druk op de openbare ruimte voor het fietsparkeren hoog. Het is belangrijk om hier vanaf het begin van de planontwikkeling voldoende ruimte voor te reserveren. Ook voor het parkeren van deel(bak)fietsen moet ruimte warden gecreëerd, ofwel in een parkeergarage of in de openbare ruimte. Gezien de bevolkingsdichtheid van het gebied gaat het hier ook om serieuze aantallen. Voor de kwaliteit van de leefomgeving is het belangrijk dit goed in te passen.” Reactie: Dit onderdeel van de zienswijze heeft betrekking op de herinrichting openbare ruimte Campuskwartier en Spoorzone HS. De inrichting van de verkeers- en verblijfsgebieden en de hierbij benodigde voorzieningen volgt in het ontwerp voor deze buitenruimte. Het bestemmingsplan maakt een herinrichting niet onmogelijk.

Voorts maakt het Bestemmingsplan fietsparkeren in het gebouw mogelijk. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. g) Zienswijze “Automobilisten: Bewoners, gebruikers en bezoekers krijgen geen parkeervergunning. Toekomstige bewoners kunnen parkeren in de Q-park parkeergarage. Wij vragen ons af of deze parkeergarage hiervoor voldoende capaciteit heeft. Bovendien dient deze dan wel toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking.

26/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Dat betekent dat een toegankelijke lift (liefst twee) noodzakelijk is, en dat parkeerautomaten ook bruikbaar dienen te zijn voor mensen met een beperking. In de praktijk zien we helaas dat bij veel parkeerautomaten het bedieningsscherm ver boven de gewenste 90-120cm zit.” Reactie: De ontwikkelaar dient met betrekking tot reguliere parkeerplekken, als ergens anders dan op eigen terrein wordt voorzien in de autoparkeereis, met een overeenkomst aan te tonen dat een alternatieve parkeervoorziening beschikbaar is die voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld in het vigerende parkeerbeleid. Deze overeenkomst is noodzakelijk voor het verkrijgen van een, voor de bouw benodigde omgevingsvergunning. Bij de vergunning vindt de toetsing op bouwbesluit plaats. Aan de planregels is toegevoegd dat mindervalide parkeerplaatsen in het gebouw gerealiseerd kunnen worden. In dat verband merken wij op dat de leefbaarheid in het bouwbesluit zoveel mogelijk op een inclusieve manier is geregeld. Zie in het kader van mindervalideparkeerplaatsen ook de beantwoording bij punt ‘H’ van deze zienswijze. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Geadviseerd wordt om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. h) Zienswijze “Daarnaast vragen we ons af of er ruimte gereserveerd wordt voor algemene gehandicaptenparkeerplaatsen in de openbare ruimte.

Rolstoelbussen zijn vaak te hoog voor een parkeergarage en dienen daarom in de openbare ruimte geparkeerd te kunnen worden.” Reactie: Met betrekking tot het invalide parkeren in de openbare ruimte van bezoekers wordt geantwoord dat de parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen volgt uit het ontwerp voor de Herinrichting openbare ruimte Campuskwartier en Spoorzone HS. De parkeereis is conform het vigerende parkeerbeleid. Het daadwerkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van de nog vast te stellen behoefte. Daarnaast worden mindervalideparkeerplekken voor bewoners mogelijk gemaakt tot en met twee lagen in de kelder en op de begane grond, waarbij het parkeren niet direct aan de zijde van de Waldorpstraat en het stationsplein mogelijk wordt. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Wij adviseren de raad om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren en met betrekking tot mindervalideparkeerplaatsen de volgende bepalingen op te nemen. Aan art. 3.1 sub l toe te voegen: “l. mindervalide parkeervoorzieningen;” Art. 3.1 sub m toe te voegen: “ n. mindervalide parkeervoorzieningen;” Art.

3.5.q toe te voegen: mindervalideparkeervoorzieningen zijn uitsluitend op het maaiveld toegestaan en t/m twee lagen onder het maaiveld, met dien verstande dat zij niet gevestigd worden in ruimtes grenzend aan de Waldorpstraat en Stationsplein Waldorpstraat.

27/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

i) Zienswijze “Ook bij de keuze voor deelauto's dient hiervoor parkeerruimte gereserveerd te worden. In een parkeergarage of in de openbare ruimte, zo dicht mogelijk bij de ingangen van de woongebouwen.” Reactie: Als ergens anders dan op eigen terrein wordt voorzien in de autoparkeereis moet door de ontwikkelaar met een overeenkomst worden aangetoond dat een alternatieve parkeervoorziening beschikbaar is die voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld in het vigerende parkeerbeleid. Deze overeenkomst is noodzakelijk voor het verkrijgen van een, voor de bouw benodigde omgevingsvergunning. Bij de vergunningverlening wordt getoetst of hieraan voldaan is. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. j) Zienswijze “De maximale afstand tot een parkeergelegenheid is volgens het bestemmingsplan 500m. Dat is te veel voor iemand die bijvoorbeeld afhankelijk is van een rollator. Gevolg is dat iemand eerder een individuele gehandicaptenparkeerplaats aan zal vragen, waarvoor een maximale loopafstand van 100m geldt, omdat parkeren voor deze persoon op grotere afstand niet mogelijk is. Het is daarom onontkoombaar om ook bij de flatingangen te voorzien in de mogelijkheid om te parkeren voor mensen die vanwege hun beperking afhankelijk zijn van een auto.

Op dit moment is dat alleen mogelijk in de openbare ruimte, omdat dit ontwerpbestemmingsplan expliciet voorschrijft dat bouwlagen onder het maaiveld alleen gebruikt mogen worden voor technische ruimtes en fietsparkeren. Wij stellen daarom voor om ook autoparkeren onder het maaiveld mogelijk te maken.” Reactie: Naast dat de mogelijkheden voor invalide parkeren voor bewoners in de omgeving wordt het alsmede mogelijk gemaakt in het gebouw op het maaiveld en t/m twee lagen onder het maaiveld, met uitzondering van ruimtes grenzend aan de Waldorpstraat en het plein. Art. 3.1 en 3.5 van de regels wordt hierop aangepast, zie ook de beantwoording onder ‘h.’ Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Geadviseerd wordt om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. De wijzigingen met betrekking tot mindervalideparkeerplaatsen zijn in overeenstemming met onderdeel ‘h’ van deze zienswijze en hebben betrekking op: Aan artikel 3.1 sub l toe te voegen, luidende: “l. mindervalide parkeervoorzieningen;” Aan artikel 3.1 sub n toe te voegen: “ n. mindervalide parkeervoorzieningen;” Aan artikel 3.5 sub q toe te voegen: “Mindervalideparkeervoorzieningen zijn uitsluiten op het maaiveld toegestaan en t/m twee lagen onder het maaiveld, met dien verstande dat zij niet gevestigd worden in ruimtes grenzend aan de Waldorpstraat en Stationsplein Waldorpstraat;”

28/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

k) Zienswijze “De vraag is verder hoe auto's bij een flatingang kunnen komen, wanneer deze niet bereikbaar is met de auto. Krijgt de bestuurder dan ontheffing om over een fietspad te rijden? Waar kunnen bezoekers met een beperking hun auto of scootmobiel parkeren? Wat gebeurt er als iemand beperkt raakt en daardoor een privé-auto nodig heeft? Kan dan ruimte gecreëerd worden voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats nabij de ingang van de flat? Voorkomen moet worden dat dit ten koste gaat van groenvoorzieningen. Kortom: voorrang geven aan de voetganger en de fiets heeft serieuze consequenties voor mensen die vanwege hun beperking afhankelijk zijn of worden van een auto.” Reactie: De positie van het langzaam verkeer en de benodigde infrastructurele maatregelen en stallingsvoorzieningen volgt in de uitwerking voor de openbare ruimte. Ook de parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen wordt hierin meegenomen. De parkeereis is conform het vigerende parkeerbeleid. Het daadwerkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van de aanvraag omgevingsvergunning en de daaruit voortvloeiende nog vast te stellen behoefte. Het gebouw blijft bereikbaar voor bestemmingsverkeer. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.

l) Zienswijze “In het bestemmingsplan worden maten weergegeven voor gehandicaptenparkeerplaatsen. Wij missen hier de maat voor parkeren evenwijdig aan de rijbaan. Deze dient 2x6m te zijn. Bovendien dient aan één lange en één korte zijde een vrije (en veilige) manoeuvreerruimte van 1,5m breed op hetzelfde niveau als de parkeerplaats aanwezig te zijn. Maten voor gehandicaptenparkeerplaatsen zijn niet opgenomen in de gereedschapskist openbare ruimte CID of in het handboek openbare ruimte. Daarom is het van belang om ze op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan.” Reactie: De positie van het langzaam verkeer en de benodigde infrastructurele maatregelen en stallingsvoorzieningen volgt in de uitwerking voor de openbare ruimte. Ook de parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen wordt hierin meegenomen. Bij ontwikkeling van parkeervoorzieningen moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met bijzondere doelgroepen en afwijkende voertuigen. Voor gehandicaptenparkeerplaatsen bij publieke voorzieningen houdt de gemeente de richtlijn van het CROW aan. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. m) Zienswijze “Verder vragen we ons af hoe verhuiswagens/busjes die ingezet worden bij verhuizingen bij de ingang van een gebouw kunnen komen.

Het gaat om 1.250 woningen in een klein gebied, met starters en studenten als doelgroep. Onze verwachting is dat het aantal verhuizingen aanzienlijk zal zijn. Ook dit doet een aanslag op de kwaliteit van de leefomgeving en moet dus goed ingepast worden.”

29/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Reactie: De benodigde infrastructurele maatregelen en stallingsvoorzieningen volgt in de uitwerking voor de openbare ruimte. Ook de parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen en de benodigde fysieke ruimte voor verhuisbewegingen wordt hierin meegenomen. Het gebouw blijft bereikbaar voor bestemmingsverkeer. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. n) Zienswijze “Openbaar vervoer In de MER is een onderzoek opgenomen van Ingenieursbureau Witteveen + Bos. Hieruit blijkt dat de verwachting is dat tramlijn 1 en 9 druk belast worden en mogelijk overbelast. Ook zien we dat met name halte Leeghwaterplein niet berekend is op het grote aantal verwachte reizigers. Voorall vindt dat in een dergelijk drukstedelijk gebied de halte-afstand maximaal 300m zou moeten zijn. Onze inschatting is dat dat nu het geval is. Wel roepen we op om kritisch te kijken naar de omvang van de haltecapaciteit. Een druk belaste halte is lastig voor mensen met een beperking, zij moeten manoeuvreren door de vele andere reizigers heen om op de goede plek terecht te komen zodat zij snel genoeg op de juiste plaats in het voertuig kunnen stappen.

Een toegankelijke (en dus niet al te druk belaste) halte is een belangrijk speerpunt voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Om de druk op de haltes op te vangen is verbreding van de haltes noodzakelijk, of verlenging van de voertuigen en dus de haltes, of door eisen te stellen aan het verhogen van de frequentie van het aantal trams dat rijdt.” Reactie: Door Witteveen en Bos is een aanvulling op het MER opgesteld, dat als bijlage is toegevoegd aan het bestemmingsplan. In par. 3.6 is nader ingegaan op de situatie met betrekking tot het openbaar vervoer. Hierbij is onder andere verwezen naar de OV Schaalsprong. Binnen dit programma, en aanvullend hierop de MIRT-Verkenning Oude Lijn, worden diverse maatregelen getroffen ten gunste van het openbaar vervoer en de capaciteit hiervan, specifiek gericht op de verdichtingslocaties rond het spoor. Aanvullende zaken als verlenging van tramhaltes volgen eveneens uit de jaarlijkse inventarisaties en afstemmingen met HTM. De vigerende bestemmingen van de huidige omgeving staan deze aanpassingen toe en vallen niet binnen het bestemmingsplan Escher Gardens. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld.

o) Zienswijze “Aan de voorzijde van station Holland Spoor zijn vele verkeersstromen die samenkomen en die in het gebied waar de haltes liggen allemaal een plekje moeten krijgen. Om congestie en conflicten tussen de verschillende verkeersstromen tegen te gaan, is het te overwegen om de openbaar vervoerhaltes ondergronds te situeren.” Reactie: De benodigde infrastructurele maatregelen en voorzieningen volgen in de uitwerking voor de openbare ruimte. De centrumzijde van het station maakt hier geen deel van uit.

30/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. p) Zienswijze “Woningen Voorall mist in het bestemmingsplan het voornemen om aanpasbare woningen te bouwen voor mensen met een beperking die individueel of in een gezinssituatie wonen. Het kan toch niet zo zijn dat er van de 1250 nieuwe woningen niet een woning geschikt is voor een zelfstandig wonende student, starter of gezinslid met een beperking? Voorall vindt dat een deel van de nieuwe woningen gebouwd moet zijn volgens het principe van flexibel en aanpasbaar bouwen. Dat wil zeggen woningen die geschikt (te maken) zijn voor bewoning in de diverse levensfasen ("levensloopbestendig bouwen") en voor zelfstandig wonende Wmo-cliënten ("aanpasbaar bouwen"). Dit laatste beperkt tevens het beroep dat op de Wmo moet worden gedaan voor het aanpassen van woningen.” Reactie: De gemeente stelt in de Nota Hoogbouw dat flexibel en aanpasbaar bouwen de standaard is om de toekomstbestendigheid van een gebouw of gebied te borgen. In de uitwerking naar het definitief ontwerp van het gebouw zal dit worden meegenomen.

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. q) Zienswijze “Alle woningen behoren verder de mogelijkheid te hebben tot aanleg van stallingsruimte voor een scootmobiel met oplaadpunt of bijzondere (driewiel-/bak)fiets, en buitenruimtes of balkons dienen toegankelijk (dus zonder drempels) te zijn aangelegd. Ook bij interne voorzieningen, zoals voorzieningen voor afvalverwerking, dient rekening gehouden te worden met de bereikbaarheid en bruikbaarheid voor mensen met een beperking.” Reactie: In Escher Gardens zullen er plekken komen voor scootmobiels en bakfietsen incl. oplaadpunten. De gemeenschappelijk toegankelijke buitenruimtes en voorzieningen zullen goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. In het bouwbesluit is zoveel mogelijk de leefbaarheid op een inclusieve manier geregeld. Verder stelt de gemeente generieke eisen aan toegankelijkheid. Die zitten deels als concrete maatregelen in het Handboek Openbare Ruimte op basis van beleid. Verder is het vooral een ontwerpopgave waarbij binnen het ingenieursbureau vakkennis wordt ingezet. Daarop wordt getoetst door VOV en in specifieke gevallen Voorall.

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het bovenstaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. r) Zienswijze “De bouwlagen onder het maaiveld mogen volgens het ontwerpbestemmingsplan alleen gebruikt worden voor technische ruimtes en fietsparkeren. Het is belangrijk dat fietsparkeerruimtes zo ontsloten worden dat ook mensen met een scootmobiel, driewielfietsen of bakfietsen hier zelfstandig

31/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

gebruik van kunnen maken. Dat stelt eisen aan de breedte en het stijgingspercentage van de helling, dan wel de aanwezigheid van een lift, geschikt voor scootmobielen.” Reactie: In Escher Gardens zullen er plekken komen voor scootmobielen en bakfietsen incl. oplaadpunt, deze zijn ook goed bereikbaar voor mensen een beperking. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het bovenstaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. s) Zienswijze “Woningen mogen uitsluitend boven de tweede bouwlaag gesitueerd worden. Om de toegankelijkheid voor mensen met een beperking te waarborgen zijn per woning minimaal twee liften noodzakelijk zodat alle woningen, ook bij bijvoorbeeld verhuizingen of liftuitval, altijd bereikt kunnen worden.” Reactie: Wij onderschrijven het belang van meerdere liften. In Escher Gardens zullen er meerdere liften per toren worden gerealiseerd, het bouwplan zal hierop getoetst worden. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan, de raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. t) Zienswijze “Een extra complicatie bij hoogbouw is de medische toegankelijkheid. Ambulancepersoneel dient snel bij een woning te kunnen komen.

Bij calamiteiten moet iemand die zich bevindt op de hoogste verdieping van het gebouw veilig geëvacueerd kunnen worden, ook als liften door de calamiteit buiten werking zijn gesteld. Voorall roept op hiervoor voorwaarden te stellen.” Reactie: Er zal worden voldaan aan de eisen van de brandweer en veiligheidsregio. Op grond van het Bouwbesluit dienen liften zich in een apart compartiment te bevinden, en is bij hoogbouw een brandweerlift met de minimale afmetingen van een brancardlift vereist. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan, de raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. u) Zienswijze “Voorzieningen De detailhandel in het gebied is onderdeel van de hoofdwinkelstructuur. Voorall vindt het belangrijk dat de toegang tot alle winkels en bedrijfsruimten drempelvrij gerealiseerd wordt. Voorall pleit daarnaast voor het opnemen van speciale voorzieningen voor mensen met een beperking in het ontwerpbestemmingsplan. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan openbare toiletten die ook toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Zo mogelijk voorzien van verzorgingstafels om oudere kinderen en volwassenen met een beperking te verschonen.”

32/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Reactie: Escher Gardens is geen openbaar gebouw. Het mogelijk maken van een (openbare) toiletten is daarom niet opgenomen in het bestemmingsplan. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: De raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. v) Zienswijze “Rol van Voorall Voorall bezit veel kennis en ervaringsdeskundigheid om integrale toegankelijkheid te bewerkstelligen en wil daarom graag betrokken worden bij de ontwikkelingen. Dit kan door aan tafel te zitten bij alle stadia van de planontwikkelingen of door toetsmomenten in te bouwen waarbij Voorall haar expertise kan inbrengen in een zo vroeg mogelijk stadium, waarin zaken nog niet vastliggen. Dat is bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan helaas niet gebeurd. De ervaring heeft geleerd dat enkel het volgen van het Bouwbesluit en het Handboek Openbare Ruimte onvoldoende waarborg is om integrale toegankelijkheid te realiseren, specialistische kennis op dat gebied is daarom nodig. Voorall is een door de gemeente in het leven geroepen organisatie waar gespecialiseerde kennis over toegankelijkheid is samengebracht. Het is teleurstellend dat de gemeente deze deskundigheid niet in een vroeg stadium betrekt bij planontwikkeling.

Hierdoor blijft er ruimte om fouten te blijven herhalen en de blinde vlekken bij ambtenaren in stand te houden. Voorall hoopt met deze zienswijze een betere uitgangspositie te bewerkstelligen voor Hagenaars met een beperking, bij de verdere ontwikkelingen van Escher Gardens. Een kopie van deze brief gaat ter kennisname naar de heer Barker, coördinerend wethouder toegankelijkheid.” Reactie: De gemeente waardeert het aanbod van Voorall om mee te denken. Voor de uitwerking van de Buitenruimte plannen wordt een Participatietraject opgesteld. Reclamant kan van deze momenten gebruik maken om zijn expertise in te brengen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan, de raad wordt geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. 7.

Ra 10688834

Bewoners Overleg Leeghwaterkade, Fijnjekade en omgeving (BOLF)

a. Zienswijze Windhinder. “Door het bestemmingsplan (hierna het plan) wordt de bouw van o.a. 2 torens, respectievelijk 156 en 165 meter hoog, mogelijk gemaakt. Daardoor zal aanzienlijke windhinder ontstaan. Er is uitgebreid onderzoek gedaan door onderzoeksbureaus en op basis daarvan zijn in het plan verschillende maatregelen opgenomen om tot een aanvaardbaar windklimaat rondom het plangebied te komen. Wij zijn van mening dat er nog veel twijfel bestaat of dit werkelijk zal lukken. Een belangrijke en essentiële maatregel is het planten van een flink aantal hoge bomen op de Waldorpstraat die de windkracht moeten verminderen. Voor ons is het zeer de vraag of dit een afdoende maatregel is die ook blijvend kan werken. Daarom het volgende.

33/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

Door de gemeente Rotterdam is een Handleiding Windhinder & Windgevaar gepubliceerd in april 2023. In paragraaf 6 staat een uiteenzetting over het oplossen van windproblemen bij hoge torens. Een daarvan is torens op een 'sokkel' te zetten, of wet set-backs vormen. De set-backs moeten om effectief te zijn bij een gebouw van 100 meter minimaal 5 meter diep zijn. Ook staat er in de Handleiding het volgende over vegetatie, dus het planten van bomen. De gemeente Rotterdam is van mening dat vegetatie niet wordt geaccepteerd als oplossing voor windproblemen die door gebouwen warden veroorzaakt. De redenen hiervoor zijn als volgt: Een gebouw staat er in principe voor 100 jaar, de openbare ruimte verandert sneller. Het windklimaat kan daarom niet afhangen van de openbare ruimte. Bomen kunnen bijvoorbeeld doodgaan of (door de wind) niet goed groeien. Verder kan de gemeente geen windkwaliteitsgaranties bieden aangezien beheer, klimaat etc. allerlei factoren zijn die geen continuïteit garanderen. Als vegetatie nodig is om een gebouw te vergunnen, is de vegetatie in juridische zin onderdeel van het gebouw. Dit is om bovengenoemde redenen niet mogelijk. Vegetatie werkt af/een a/s het zeer gesloten volumes betreft. In veel gevallen is dit niet realistisch of verliezen bomen juist in de meest winderige periodes van het jaar (winter) hun blad.

Daaraan wordt nog toegevoegd dat eventuele extra vegetatie het windklimaat niet van onvoldoende naar voldoende kan brengen, maar alleen van voldoende naar goed/uitmuntend. Tot zover (in cursief) tekst uit de genoemde Handleiding. Volgens het plan worden de torens als set-backs gebouwd op een bredere bebouwing van 25 meter hoog. Bij de voorbereiding van het plan is veel geschoven met de plekken van de torens om windhinder zoveel mogelijk te beperken. Het is echter niet gekomen tot een afdoende beperking om te voldoen aan een aanvaardbaar windklimaat. Het bouwvlak is daarvoor te klein. Door de beperkte afmetingen van de laagbouwvoet is het niet goed mogelijk een set-back van voldoende afmetingen te creëren en staan de torens dermate dicht bij elkaar dat ze elkaar beïnvloeden. Dit staat in bijlage V, pag. H8018-2RA-002 12 van het rapport van Peutz. Daarom is er gekozen voor het planten van bomen. In het onderzoek naar de windhinder van bureau Peutz staat dat de gemodelleerde bomen weliswaar een significante omvang hebben, maar in de berekeningen een relatief lage stromingsweerstand. Die komt meer overeen met een (relatief fijn vertakte) kale boom dan met een boom die vol in blad staat. Toch vindt het bureau dat uit de resultaten blijkt dat begroeiing een effectieve maatregel kan zijn om het windklimaat te verbeteren.

Op de Waldorpstraat is het windklimaat dan overal goed voor doorlopen, slechts op beperkte schaal matig voor slenteren.” Reactie: In artikel 3.7.3 van de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat: Bij de aanvraag omgevingsvergunning een onderzoek naar windhinder en windgevaar moet worden overlegd; Het onderzoek inzicht biedt in de mogelijke gevolgen voor het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op basis van NEN 8100 en de Haagse regels voor windhinder; De aanvrager dient de eventueel uit het onderzoek voortvloeiende maatregelen te treffen; Naar oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is geborgd dat eventuele maatregelen worden getroffen. In de bovengenoemde regel wordt verwezen naar de Haagse regels voor windhinder. Deze regels staan in het gemeentelijk beleid dat bestaat uit de Haagse windhinder en bezonningsnorm (RIS170509/ DSO/2009.2144 d.d. 9 februari 2010), waarin verwezen wordt naar de NEN8100-2006. In dit beleid is vastgelegd dat voor windhinder een windklimaat wordt nagestreefd met een kwaliteitsklasse ‘matig’, passend bij de diverse activiteiten. Het beleid hanteert verschillende activiteiten, waarbij voor gebieden rondom gebouwentrees (zone van 2,5m rondom entree) 'slenteren’ geldt. Voor het overige gebied is de activiteitenklasse ‘doorlopen’ van toepassing. Daarnaast geldt dat deze norm moet worden

34/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

gehaald op basis van de bouwmassa, eventueel aangevuld met maatregelen op het eigen perceel. Bij hoge uitzondering zijn slechts maatregelen in de openbare ruimte acceptabel. Daarnaast geldt als gemeentelijk beleid voor windgevaar dat de kwalificatie ‘gevaarlijk’ in beginsel moet worden voorkomen. Conform het gemeentelijk beleid is het in principe niet toegestaan om vegetatie te betrekken bij de beoordeling van de mate van windhinder en windgevaar. Gelijk aan het aangehaalde beleid van de gemeente Rotterdam is het ook binnen de gemeente Den Haag niet toegestaan om bijvoorbeeld bomen te betrekken bij de uiteindelijke beoordeling van het toekomstige windklimaat. In het uitgevoerde onderzoek van Peutz d.d. 26-10-2022 is beschreven dat wordt gestreefd naar een goed, eventueel nog matig windklimaat. Daarbij is uitgegaan van de categorie slenteren bij de gebouwentrees. Voor het overige is de categorie doorlopen van toepassing. In paragraaf 3.3 is het verwachte windklimaat in de geplande bebouwingssituatie (bouw Escher Gardens excl. vegetatie openbare ruimte) beoordeeld, zie ook figuur f.3.4.

Uit deze paragraaf blijkt dat, mits sprake is van een aangepast ontwerp van de torens, het aannemelijk is dat kan worden voldaan aan de gemeentelijke eis ten aanzien van een aanvaardbaar windklimaat, waarbij ook voldoende gebouwentrees passend binnen het gemeentelijk beleid kunnen worden gerealiseerd. Dit is ook beschreven in par. 5.12.2.2.4 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het aangepaste ontwerp is de basis voor de bebouwingsmogelijkheden zoals in de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is vastgelegd. Eveneens blijkt uit het onderzoek dat in het gebied rond de geplande nieuwbouw geen overschrijding van het gevaarcriterium is te verwachten. Conform de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is het bovenbedoelde aangepaste ontwerp de basis voor het gebouwvolume dat mogelijk wordt gemaakt, bestaande uit een stedelijke laag van maximaal 25 meter, waarbij op het maaiveldniveau sprake is van overkraging van de openbare ruimte. De hoogbouw van het gebouwvolume bestaat uit twee torens op de stedelijke laag. Deze torens liggen terug van de gevelrand van de stedelijke laag. Hiermee wordt een verplichte setback geborgd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning en het definitieve ontwerp van het bouwplan zal uit het bij het ontwerp behorende windonderzoek moeten blijken dat wordt voldaan aan de regels die in het bestemmingsplan t.a.v.

het vereiste windklimaat wordt voldaan. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aannemelijk is dat Escher Gardens zonder toepassing van vegetatie kan voldoen aan het Haagse windbeleid. Hierbij is rekening gehouden met de activiteit slenteren ter plaatse de gebouwentrees en met de activiteit doorlopen voor de overige openbare ruimte. Ter borging hiervan is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen en is op basis van de verbeelding de positionering van de torens, setback en afgeronde hoeken van de torens geborgd. In de conclusie van de toelichting van het bestemmingsplan, par. 5.12.2.3, tweede alinea, is de tekst op dit punt aangepast in de toelichting. Zie de ambtshalve wijzigingen van de toelichting in dit raadsvoorstel onder M; met betrekking tot de wijziging van deze paragraaf. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. b. Zienswijze “Wij vinden het echter moeilijk om te geloven dat dit werkelijk zo zal zijn. Daarbij komt dat vanwege de klimaatverandering er waarschijnlijk vaker harde wind en flinke stormen zullen komen. Dan is het onwaarschijnlijker dat de verwachting van bureau Peutz uitkomt. Of er ook in de (verdere)

35/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

toekomst de verwachte vermindering van windhinder door de bomen zal optreden, is wel zeer onzeker.” Reactie: Windhinder wordt getoetst aan gemeentelijk beleid en (op basis van de) geldende landelijke NENnorm voor het beoordelen van windklimaat. Deze voldoen daarmee aan de huidige inzichten zoals die lokaal en nationaal worden gehanteerd. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c. Zienswijze “Een ander punt is nog dat gedurende de bouw er waarschijnlijk nog geen bomen worden geplant. Dit leidt ertoe dat zeker als de hoogte van de torens toeneemt er mogelijk onaanvaardbare windhinder zal optreden.” Reactie: Zie het antwoord onder a. van deze zienswijze. De toepassing van vegetatie kan conform het gemeentelijk beleid niet meegewogen worden bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar windklimaat. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. d. Zienswijze Mobiliteit. “De mobiliteit in de Waldorpstraat zal veranderen door het weren van doorgaand autoverkeer. De straat krijgt dan een heel ander karakter, het moet een stadsboulevard worden.

Daardoor nemen de schadelijke effecten van geluid en luchtverontreiniging sterk af. Voor de bewoners/bezoekers van de Waldorpstraat betekent dit een aanzienlijke verbetering. De gevolgen van deze maatregelen zijn echter negatief voor de Rijswijkseweg (gedeelte vanaf Rijswijkseplein tot aan de Neherkade), de Neherkade, en de Calandstraat. Volgens het MER zal er op deze wegen filevorming en veel vertraging optreden. Daardoor neemt de milieubelasting toe. Dit heeft lokaal zeer negatieve effecten op de gezondheid en leefbaarheid van de bewoners op deze locaties (MER pag. 18/239 en volgende). Op deze locaties is de milieubelasting door luchtkwaliteit en geluid namelijk nu al hoog. De luchtverontreiniging zal toenemen. Het treffen van mitigerende maatregelen vraagt speciale aandacht, omdat er geen normen zijn die bewoners beschermen tegen cumulatieve gezondheidseffecten vanuit verschillende milieuaspecten. In de huidige situatie die onze bewoners dagelijks ervaren, staan er al vaak files op de genoemde wegen. Op deze locaties is de milieubelasting dus nu al hoog. volgens de Toelichting bij de Regels (p. 71) is er maar een beperkt verschil in verkeersintensiteiten en is er daardoor geen effect op de doorstroming van het verkeer te verwachten.

Ook het verschil in intensiteiten zal naar verwachting geen substantieel effect hebben op de afwikkeling van de kruispunten, die maatgevend zijn voor congestie. In het MER, pag. 18, 19, worden maatregelen voorgesteld om de risico's op negatieve effecten te beperken. Het gaat om 3 maatregelen: onderzoek die maatregelen, zorg voor betere uitwerking en borging van de maatregelen, en monitor de daadwerkeliike ontwikkelinq van de effecten tijdens de

36/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

uitvoering en in de eindsituatie. Dit laatste ook vanwege de onzekerheid over de wijze en mate waarin deze optreden. Hieraan wordt toegevoegd dat verkeersmodellen dit maar zeer beperkt kunnen voorspellen. Dit is dus een duidelijke waarschuwing dat niet zonder meer ervan kan worden uitgegaan dat er geen substantiële effecten zullen optreden op de genoemde locaties. Op de Neherkade is het geluidsniveau nu al vaak hoger dan waarvan bij de aanleg van de tunnel in deze weg is uitgegaan. Voor de Rijswijkseweg midden (dit is tussen de Waldorpstraat en de Neherkade) worden voor de avondspits in tabel 15.8 (pag. 175 van het MER) duidelijke overschrijdingen voorspeld.” Reactie: De benodigde afwaardering van de Waldorpstraat zal leiden tot verkeerseffecten in een groter gebied; zo wordt het drukker op de Neherkade. Zie hiervoor ook het onderzoek in het kader van het projectMER dat is samengevat in de toelichting paragraaf 5.4 Verkeer en parkeren en ter aanvulling hiervan de nieuw toegevoegde paragraaf 5.4.3 Onderzoeksresultaten verkeer in relatie tot de afwaardering van de Waldorpstraat dat in dit raadsvoorstel is te vinden in onderdeel G van de ambtshalve wijzigingen van de toelichting. Er zijn generieke en flankerende maatregelen nodig om de negatieve effecten elders te beperken.

Daarbij geldt dat er mobiliteitsmaatregelen in een breder gebied genomen moeten worden; zoals uitgewerkt in het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst dat naar verwachting in het najaar van 2025 zal worden vastgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan loopt hierop vooruit. Met een voorwaardelijke verplichting in artikel 3.7.1 is geborgd dat pas met de bouw mag worden gestart nadat het verkeersbesluit ten behoeve van de afwaardering van de Waldorpstraat is genomen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen, en behoeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan te leiden. e. Zienswijze “Vraag: welke maatregelen kunnen er zo nodig worden getroffen zonder dat de bewoners van de Rijswijkseweg en het Schipperskwartier allerlei omwegen moeten zoeken om met de auto van en naar huis te rijden?” Reactie: Het is onderdeel van het eindbeeld dat er hoofdroutes zullen bestaan die door iedereen gebruikt worden. Er kunnen geen maatregelen genomen worden die alleen van toepassing zijn op de bewoners van de Rijkswijkseweg en het Schipperskwartier. Zoals reeds onder punt d van deze zienswijze is beantwoord, zal de afwaardering van de Waldorpstraat leiden tot verkeerseffecten in een groter gebied.

Er zullen generieke en flankerende maatregelen worden getroffen voor het gehele CID om de negatieve effecten, waaronder ook aan de Rijkswijkseweg en het Schipperskwartier, te beperken. Zie ook punt d. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen, en behoeft niet tot aanpassing van het bestemmingsplan te leiden. f. Zienswijze “De mogelijkheid om via de Waldorpstraat personen nabij het station af te zetten (Kiss and Ride) blijft bestaan (pag. 20 Ontwerpbestemmingsplan). De andere mogelijkheid om mensen af te zetten aan de centrum zijde van het station Hollands Spoor geeft nu ook al veel overlast, mede doordat dit

37/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

nauwelijks is voorzien in de openbare ruimte. Is een goede eenduidige oplossing mogelijk, waarbij vermeden wordt dat de centrumzijde nog meer wordt belast?” Reactie: De parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen, bijv. taxi, kiss & ride en mindervalideparkeerplaatsen buiten het bouwplan volgt in het ontwerp voor de buitenruimte. Het aantal benodigde parkeerplaatsen en de positionering wordt hierin meegenomen. Het plein aan de Waldorpstraat heeft in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming ‘Verkeer - Openbaar vervoerstation. Dit nieuwe bestemmingsplan maakt deze inrichting, indien van toepassing op basis van het ontwerp voor de buitenruimte, in principe mogelijk. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Geadviseerd wordt daarom om dit onderdeel van de zienswijze af te wijzen. g. Zienswijze Parkeren. “Volgens de Nota Parkeernormen dienen er 250 parkeerplaatsen voor auto's te zijn binnen een loopafstand van 500 meter. Ze dienen 24 uur per dag en 24/7 beschikbaar te zijn. Voor de bewoners is de Q-park garage Laakhavens aangewezen. Bewoners krijgen geen parkeervergunning voor de straat. Voor bezoekers van Escher Gardens is naast de Q-park garage ook parkeren op straat beschikbaar.

(p.72 Toelichting) Vraag: is er onderzoek gedaan naar hoeveel auto's nu al gemiddeld in de Q-park garage Laakhavens staan op een doordeweekse dag of avond? Zo ja, dan ontvangen we graag de resultaten van dit onderzoek.” Reactie: Als ergens anders dan op eigen terrein wordt voorzien in de autoparkeereis, dient, in overeenstemming met de geldende parkeernota, door de ontwikkelaar worden aangetoond dat een alternatieve parkeervoorziening beschikbaar is die voldoet aan de voorwaarden die daarin worden gesteld. Deze overeenkomst is noodzakelijk voor het verkrijgen van een, voor de bouw benodigde omgevingsvergunning. Met betrekking tot het gestelde over het parkeren op straat op p.72 van de toelichting wordt verwezen naar de aanvulling op het project-MER dat als bijlage is toegevoegd aan de toelichting. Daarin is op pagina 12 te lezen dat: 'De parkeereis is conform het vigerende parkeerbeleid. Het daadwerkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van de omvang en de categorie van de te realiseren woningen. Het uitgangspunt is dat de extra parkeerplaatsen op eigen terrein of elders op privaat terrein moeten worden gerealiseerd en niet in de openbare ruimte. De ontwikkeling van woningen of voorzieningen mag niet leiden tot een sterke groei van de parkeerdruk op straat.

Bewoners komen niet in aanmerking voor een bewoners- of bezoekersvergunning voor parkeren op straat.' Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Geadviseerd wordt om de onderstaande zinsnede uit paragraaf 5.4 Parkeren te schrappen: “Voor bezoekers van Escher Gardens is, naast de Q-park garage, ook het parkeren op straat beschikbaar.”

38/80

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793728

h. Zienswijze “We merken op dat ook andere ontwikkelaars en gebruikers van het gebied (o.a. POST NL, Odido, bewoners huidige appartementen Leeghwaterkade/Fijnjekade/Rijswijkseweg) gebruik maken dan wel voor de toekomst opteren voor gebruik van de Q-park garage Laakhavens. De garage heeft natuurlijk een beperkte capaciteit. Vraag: hoe wordt het parkeren op straat geregeld? Op welk deel van de Waldorpstraat/Stadsboulevard mag op straat worden geparkeerd en voor hoeveel auto's zal er plaats zijn? Moet daarvoor parkeergeld worden betaald of worden er vergunningen verstrekt?” Reactie: De parkeerplaatsen voor verschillende doelgroepen buiten het bouwplan volgt in het ontwerp voor de buitenruimte. De parkeereis is conform het vigerende parkeerbeleid. Het daadwerkelijk benodigde aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van de omvang en de categorie van de te realiseren woningen. Het uitgangspunt is dat de extra parkeerplaatsen op eigen terrein of elders op privaat terrein moeten worden gerealiseerd en niet in de openbare ruimte. De ontwikkeling van woningen of voorzieningen mag niet leiden tot een sterke groei van de parkeerdruk op straat. Naast bewoners komen ook werknemers en bezoekers van de nieuwe woningen, kantoren, bedrijven en voorzieningen niet in aanmerking voor een bewoners- of bezoekersvergunning voor parkeren op straat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15693828/1