20250612-RIS321990 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Escher Gardens
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
23 april 2025
DSO/10793728 RIS321990
Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Escher Gardens INLEIDING Bij raadsmededeling van 8 december 2023 (RIS317120) is aan de raad toegezonden het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens. Het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens heeft tegelijkertijd met het project-MER Escher Gardens en met alle daarbij behorende stukken voor eenieder ter inzage gelegen van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024. Escher Gardens De gemeente Den Haag streeft naar een integrale herontwikkeling van het gebied ten zuiden van station Hollands Spoor. De herontwikkeling bevat onder andere het toevoegen van woningbouw, kantoren en commerciële en maatschappelijke voorzieningen en een herinrichting van de openbare ruimte. Deze gebiedsontwikkeling maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen in het Central Innovation District, deelgebied Laakhavens. Het plangebied van Escher Gardens ligt direct ten zuiden van de spoorlijn Den Haag-Rotterdam en wordt begrensd door de Waldorpstraat, het ROC Mondriaan en gebouw 'The Globe'. Het Zuidwestelijke deel van het plangebied staat bekend als ‘de K+R kavel’ en wordt deels gebruikt als parkeerterrein. Het noordoostelijke deel omvat het stationsplein en de daaraan gelegen commerciële voorzieningen en fietsenstalling. Escher Gardens is een nieuwbouwontwikkeling met een bouwhoogte van ca.
160 meter hoog, die bestaat uit twee woontorens boven op een stedelijke laag met kantoren, commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Het bouwplan bevat een gemengd woonprogramma met maximaal 1.250 woningen voor gezinnen, starters en studenten. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Escher Gardens. Op het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens is de Crisis- en Herstelwet van toepassing. In de gebiedsontwikkeling CID wordt gewerkt aan een goed bereikbaar hoog stedelijk gebied met ruimte voor wonen, werken, voorzieningen en groen. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling wordt, volgens de uitkomsten van de MER Structuurvisie CID, de Waldorpstraat afgewaardeerd voor doorgaand gemotoriseerd verkeer om ruimte te creëren voor de realisatie van een groene stadsboulevard. HS Kwartier is onderdeel van de bredere gebiedsontwikkeling Laakhavens (Ontwikkelvisie Laakhavens; RIS311821) en ligt in het Central Innovation District (Structuurvisie CID; RIS307135). Aangezien de voorgenomen ontwikkeling niet past in het ter plaatse geldende bestemmingsplan, wordt middels het voorliggende bestemmingsplan voor Escher Gardens een nieuw bestemmingsplan opgesteld waarmee, na vaststelling hiervan door de gemeenteraad, hierin wordt voorzien.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Woonprogramma Het totale woonprogramma dat mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan Escher Gardens bestaat uit maximaal 1.250 woningen, waarvan minimaal 30% sociale huur (definitie woonagenda 2019 - 2023), minimaal 2o% middenhuur en maximaal 50% vrije huur. De kaders voor het woonprogramma van Escher Gardens zijn in 2019 vastgelegd in de NvU HS Kwartier (RIS301942), met als onderlegger de Woonagenda 2019-2023 (RIS 301107). Voor het contingent sociale huurwoningen (30%) gelden hierbij de volgende afspraken: • verhuur aan studenten door middel van een campuscontract (verhuur aan studenten kon onder de vorige woonagenda worden gerekend tot sociale huur); • huurprijsafspraken (70% onder de kwaliteitskortingsgrens voor jongeren, 30% onder de eerste aftoppingsgrens eenpersoonshuishoudens); • exploitatie van sociale huurwoningen door marktpartijen is mogelijk onder voorwaarden; de exploitatieperiode is minimaal 2o jaar. Door de initiatiefnemer is verkend of het sociale segment van Escher Gardens door een toegelaten instelling uitgevoerd kan worden. Dat heeft vooralsnog niet tot overeenstemming geleid. De kans is daarom reëel dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het sociale segment onder te brengen bij een marktpartij. Het project Escher Gardens is een van de 5 deelprojecten van het “HS Kwartier”.
Op 11 maart 2019 is voor het HS Kwartier door het college een Nota van Uitgangspunten vastgesteld waarin over de woningbouwprogrammering staat vermeld: “Het Haagse Woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda 2019-2023 (RIS301107). Het woonprogramma van nieuwbouwontwikkelingen moet hieraan voldoen”. Voor de 5 deelprojecten in HS Kwartier is op 13 maart 2019 een anterieure overeenkomst getekend waarin de Woonagenda 2019-2023 expliciet van toepassing is verklaard. Zie hiervoor de zaaglijnbrief. RIS308642 “Sturing betaalbare woningbouw in lopende projecten”. In het eerste kwartaal van 2024 informeerden we u over de status van deze andere 4 projecten en de mogelijkheid tot een aangepast woningbouwprogramma. De genoemde anterieure overeenkomst is na de bespreking van de nota’s van uitgangspunten HS Kwartier en Haagvlietpoort in de commissie Ruimte mei 2019 ter inzage gelegd (RIS302536: Terinzage legging overeenkomsten HS Kwartier en Haagvlietpoort). De anterieure grondexploitatieovereenkomst inzake project HS Kwartier is in december 2023 (RIS317405) opnieuw in de geheime module ter inzage gelegd. Het plan Escher Gardens vormt een belangrijke onderlegger voor de Businesscase HS Kwartier welke in het raadsvoorstel ‘Investeren in een groen Hollands Spoor Kwartier (RIS309486)’ met de raad is gedeeld. Op 25 november 2021 is de raad met het voorstel akkoord gegaan.
De business case ligt ten grondslag aan de randvoorwaardelijke transformatie van de openbare ruimte naar een hoogwaardig groene omgeving en de daarvoor benodigde mobiliteitsingrepen. Met de ontwikkeling van 1.250 woningen in Escher Gardens wordt ca. 35% van de 3.500 woningen binnen deze businesscase gerealiseerd. Afspraak is dat 50% van deze woningen betaalbaar moet zijn (sociale en of middenhuur). Escher Gardens vormt daarmee een essentieel onderdeel van de door het Rijk toegekende WBI-subsidie van €20,3 miljoen en de bijbehorende gemeentelijke cofinanciering van €17 miljoen.
2/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt in het stadsdeel Laak van de gemeente Den Haag. Het bestemmingsplangebied ligt direct ten zuiden van de spoorlijn Den Haag-Rotterdam en wordt begrensd door de Waldorpstraat, het ROC Mondriaan en gebouw 'The Globe'. Het zuidwestelijke deel van het plangebied staat bekend als ‘de K+R kavel’ en wordt deels gebruikt als parkeerterrein. Het noordoostelijke deel omvat het stationsplein en de daaraan gelegen commerciële voorzieningen en fietsenstalling. Aanleiding voor het bestemmingsplan De gemeente Den Haag streeft naar een integrale herontwikkeling van het gebied ten zuiden van station Hollands Spoor. De herontwikkeling bevat onder andere het toevoegen van woningbouw, kantoren en commerciële en maatschappelijke voorzieningen en de herinrichting van de openbare ruimte. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen in het Central Innovation District, deelgebied Laakhavens. Doel van het bestemmingsplan Het doel van bestemmingsplan is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling van de kavel Escher Gardens (voorheen K+R kavel) binnen het plangebied conform de kaders van de vastgestelde Nota van Uitgangspunt HS Kwartier zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de toelichting.
Milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.- verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.- procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.- procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een plan-m.e.r.-, project-m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen en in het kader van welk besluit deze verplichting geldt. Categorie D11.2 heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingsprojecten. Voor de locatie Escher Gardens zijn programmatische uitgangspunten vastgelegd. Het totale programma omvat maximaal 1.250 woningen, maximaal 20.000 m2 kantoren en maximaal 3.000 overige voorzieningen. De oppervlakte van het perceel waar de ontwikkeling plaatsvindt is kleiner dan 2 hectare. De drempelwaarden zoals opgenomen in de D-lijst bij het Besluit milieueffectrapportage (100 hectare, 200.000 m2 bvo of 2.000 woningen) worden niet overschreden.
De drempelwaarden zijn echter niet 'hard' waardoor ook in gevallen waarbij de drempelwaarden niet worden overschreden, moet worden bekeken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een project-m.e.r.-procedure'. Bovendien maakt de ontwikkeling deel uit van de herontwikkeling van het grotere gebied rondom station Hollands Spoor. Gezien de omvang van de totale planvorming, de locatie en de potentiële effecten is besloten voor het doorlopen van een project-m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan Escher Gardens. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke milieueffecten van de overige ontwikkelingen in de omgeving van het station. Een project-MER heeft als doel het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming over de realisatie van de ontwikkeling in het plangebied Escher Gardens te geven. In 2019 is een notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld, met als doel sturing te geven aan de volgende procestappen en het raadplegen van adviseurs en bestuursorganen. Zie in dit kader tevens de aanvulling op het project-MER en het eindadvies van de Commissie m.e..r.
3/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan maakt deel uit van het Central Innovation District (CID). Het CID is middels de 7e tranche van de Regeling Crisis- en herstelwet opgenomen in artikel 7c Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (BChw). Dit artikel biedt gemeenten mogelijkheden om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen en vooruit te lopen op de komst van de Omgevingswet. De verbreding van de reikwijdte betekent onder meer dat milieuaspecten in het plan kunnen worden gereguleerd en dat maatregelen voor omgevingsaspecten zoals natuur, verkeer, cultuurhistorie rechtstreeks in het plan kunnen worden opgenomen (voor zover die al niet op Rijks- of provinciaal niveau wordt gereguleerd). Ook biedt de verbrede reikwijdte mogelijkheden tot opname van lokale verordeningen in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan verbrede reikwijdte kan functies aan locaties toedelen, waarbij globaal onderzoek kan worden uitgevoerd. Pas wanneer zich een concreet initiatief voordoet dient onderzoek plaats te vinden naar de precieze invulling. Geldende planologische regelingen Het plangebied van het bestemmingsplan Escher Gardens vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Laakhavens, vastgesteld op 20 februari 2014.
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen. a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. Notitie Reikwijdte en Detailniveau In 2019 is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld, met als doel sturing te geven aan de volgende procestappen en het raadplegen van adviseurs en bestuursorganen. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is op 16 april 2019 vrijgegeven voor inspraak. Inwoners en andere belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen kenbaar te maken op het document. Tevens heeft de commissie MER-advies uitgebracht. De ingebrachte zienswijzen en adviezen zijn betrokken bij het vaststellen van de richtlijnen voor het op te stellen project-MER. Verkeersnetwerk CID-Binckhorst De opwaardering Waldorpstraat is verankerd in de door de raad vastgestelde Structuurvisie CID (RIS305178) en de Ontwikkelvisie Laakhavens (RIS311821). Escher Gardens is het eerste plan waarvoor dit ook juridisch geborgd moet worden door middel van een Verkeersbesluit in het kader van de Wegenverkeerswet.
Omdat de opwaardering zal leiden tot verkeerseffecten in een groter gebied zijn generieke en flankerende maatregelen nodig om de negatieve effecten elders te beperken. De maatregelen die nodig zijn om de negatieve effecten elders te beperken zijn inmiddels onderzocht in de studie Verkeersnetwerk CID-Binckhorst. Uit deze studie is een maatregelenpakket gemaakt dat tot 2030 moet worden uitgevoerd om de ontwikkelingen in Laakhavens mogelijk te maken en tevens de uitgangspunten te scheppen voor het ontwerp van de Vlietlijn in de Binckhorst. De maatregelen tot 2030 betreffen ingrepen op een zestal locaties naast het afwaarderen van de Waldorpstraat. Deze verkeerskundige maatregelen bieden kansen voor de verdere gebiedsontwikkelingen en/of vergroening, waarbij mogelijkheden zijn om betere verblijfsruimte te creëren. Dit doet zich met name voor op het Rijswijkseplein, de Rijswijkseweg en het Schenkviaduct.
4/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Aangezien er tijd nodig is om deze maatregelen uit te werken en het voorliggende bestemmingsplan hierop vooruitloopt, wordt er in het bestemmingsplan gewerkt met een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het verkeersbesluit. Dat betekent dat voor Escher Gardens pas een omgevingsvergunning verleend kan worden, op het moment dat het formele verkeersbesluit is genomen. Met de vaststelling van bestemmingsplan Escher Gardens wordt de raad geattendeerd op de infrastructurele maatregelen die volgen uit het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst en die noodzakelijk zijn voor de planontwikkeling binnen het bestemmingsplan. De kosten voor het afwaarderen en het herinrichten van de Waldorpstraat zijn meegenomen in de aanvraag Woningbouwimpuls, die zijn toegekend. Voor de aanvullende verkeerskundige ingrepen tot 2030 is op basis van expert judgement (Goudappel) een raming gemaakt van de kosten die hiermee gemoeid zijn. In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om dit ten laste te brengen van de structurele middelen die vanaf 2026 in de programmabegroting 2023 zijn opgenomen op programma 15 Financiën. Dit budget is beschikbaar voor investeringen in mobiliteit om de ontwikkeling van grotere bouwprojecten mogelijk te maken. Vanaf 2026 is hiervoor een structureel budget beschikbaar van € 2 miljoen.
Tot slot is uit onderzoek gebleken dat er elders door de verkeerskundige ingrepen geen onaanvaardbare milieueffecten zullen optreden (zie hiervoor ook §5.4.3 van de toelichting). PROCEDURE Vooroverleg Op 30 augustus 2022 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie ZuidHolland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. De resultaten uit het vooroverleg zijn opgenomen in het hoofdstuk 8 van de toelichting van het bestemmingsplan. Inspraak Bij besluit, d.d. 28 november 2023, kenmerk DSO/10634620, heeft het college besloten het Ontwerpbestemmingsplan en projectMER ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro, de Wet milieubeheer (artikel 7.30) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Op 6 december 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisatie en overige bij het plan betrokken instanties.
Het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens is tegelijkertijd met het project-MER en met alle daarbij behorende stukken op 7 december 2023 ter inzage gelegd voor een termijn van 6 weken. Vanwege een onderbreking van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl is de kennisgeving over de terinzagelegging gerectificeerd in het Gemeenteblad van 13 december 2023. In de kennisgeving is de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan opnieuw opengesteld van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024. Op 19 december 2023 was voor het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens en project-MER Escher Gardens een inloopbijeenkomst gehouden. Het ontwerpbestemmingsplan was in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn 8 zienswijzen ingediend.
5/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Crisis en herstelwet Het bestemmingsplan bevat ontwikkelingen als bedoeld in bijlage I van de Crisis- en Herstelwet (de bouw van meer dan 11 woningen). Dat betekent dat op de procedure enkele bestuursprocesrechtelijke voordelen van toepassing zijn (o.a. geen mogelijkheden indienen pro forma beroep, uitspraak afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn). Op grond van artikel 11 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, eerste tranche (Stb 2010, 289), wordt in de bekendmaking van het vastgestelde bestemmingsplan vermeld, dat de Crisis- en herstelwet op het besluit van toepassing is. Overgangsrecht Omgevingswet Op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op de bestemmingsplannen, die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ter inzage zijn gelegd. Dat betekent dat de Wro op dit plan van toepassing blijft tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het bestemmingsplan zal na vaststelling tezamen met alle andere geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het college biedt de raad hierbij het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0375FEscherGard-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Ra-nr. 10690314 10690280 10689811 10689793 10688884 10688863 10688834
Indiener zienswijze Stichting Wijkberaad Laakhavens NS Stations Stichting SOS Den Haag ProRail Algemene Vereniging voor Natuurbescherming Voorall Bewoners Overleg Leeghwaterkade, Fijnjekade en omgeving (BOLF) en Wijkberaad Laak Centraal
Zienswijze(n) ingediend buiten de inzage termijn: 8. 10747812 Bewonersvereniging Buurtstation 09 Advies VRH Naast de zienswijzen is ook een advies door de Veiligheidsregio Haaglanden op het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens uitgebracht. Een deel van het advies ziet op de realisatie van het project. Dit zal worden meegenomen in de fase van uitwerking van het bouwplan. Het advies van de VRH heeft niet geleid tot aanpassingen in het Project-MER. Met de VRH is afgesproken dat er nog nader overleg zal plaatsvinden. Ontvankelijkheid zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 ter inzage gelegen. Zienswijzen kunnen uitsluitend binnen dit termijn worden ingediend. Als een zienswijze later dan 24 januari 2024 is ontvangen, moet beoordeeld worden of deze tijdig is verstuurd c.q. afgegeven. In totaal zijn 8 zienswijzen ontvangen.
6/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Er is één zienswijze buiten de termijn ontvangen. Zienswijze 8, met kenmerk Ra. 10747812, van de Bewonersvereniging Buurstation is gedateerd op 23 januari 2024, maar afgegeven op het Stadhuis op 25 januari 2024. Doordat de zienswijze buiten de wettelijke termijn is ontvangen is deze nietontvankelijk en zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld. De zienswijzen 1 t/m 7 zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen. Behandeling zienswijzen 1.
Ra 10690314
Stichting Wijkberaad Laakhavens
a. Zienswijze “Aan het ontwerpbestemmingsplan met alle bijlagen is veel aandacht besteed, waarvoor onze waardering. Wij onderschrijven de door Het Bewonersoverleg Fijnjekade, Leeghwaterkade en omgeving (BOLF) aangedragen punten in hun zienswijze en achten het niet noodzakelijk deze punten te herhalen, maar vragen hier langs deze weg extra aandacht voor (zie bijlage). In aanvulling willen wij graag de volgende punten onder de aandacht brengen: Windhinder N.a.v. het hoofdstuk over windhinder vragen we, in hoeverre de werkwijze van de gemeente Den Haag al dan niet afwijkt van de werkwijze van Rotterdam (zie ook bijlage "HandleidingWindhinder-en-Windgevaar-Rotterdam_13_04_2023").” Reactie: Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar gemeentelijk windbeleid (RIS170509) en het rapport van Peutz. Hieruit volgt dat voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. b.
Zienswijze “We vragen ook een duidelijke inhoudelijke reactie van de gemeente op de kritische opmerkingen in de zienswijze van BOLF, over de maatregelen om windhinder te beperken (bijvoorbeeld het feit dat vegetatie - bomen - geen of weinig nut hebben).” Reactie Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar het rapport van Peutz. Hieruit volgt dat er onderzoek met en zonder bomen is uitgevoerd. Bomen hebben in de berekeningen een relatief lage stromingsweerstand, die meer overeenkomt met een (relatief fijn vertakte) kale boom dan met een boom die vol in blad staat (pag. 14). Zie ook het antwoord op punt a en b van zienswijze BOLF en Wijkberaad Laak Centraal (Ra 10688834). Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c.
Zienswijze
7/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
“Voorzieningen Dit vinden wij een heikel punt, dat ook naar voren komt in andere gebieden in Den Haag waar grootschalige woningbouw plaatsvindt. Wij vragen de gemeente: Wat gaat de gemeente Den Haag doen om de regie te houden, waarvoor gepleit wordt in de zienswijze van BOLF?” Reactie: De gemeente behoudt regie op voorzieningen middels de nota Haagse richtgevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835) die op dit bestemmingsplan van toepassing is. In paragraaf 4.4.20 van het bestemmingsplan is onderbouwd op welke manier daar invulling aan wordt gegeven. Zo gelden in de nota diverse richtinggevende oppervlaktes voor verschillende voorzieningen als uitgangspunt bij de start van een grootschalig project zoals Escher Gardens. Zoals bijvoorbeeld voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook voldoende speelveldjes, en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten. Een aantasting van het voorzieningenniveau van andere behoeften is op zichzelf geen reden om planologische medewerking aan een besluit te weigeren. De referentienormen zijn bedoeld om al in het voorstadium van een gebiedsontwikkeling globale onderbouwde ruimte- en investeringsclaims te kunnen doen (RIS307513, p. 5), maar gelden echter niet als bindende norm.
Daarbij heeft de toepassing van referentienormen op individuele bouwprojecten zijn beperkingen, omdat veel voorzieningen op een hoger schaalniveau (buurt, wijk of stadsdeel) worden beslist. Daarom wordt ingezet om voldoende aanbod op het juiste schaalniveau te realiseren, en dit te koppelen aan de grote gebiedsontwikkelingen. Dit wordt via het bestemmingsplan gerealiseerd. Opmerking verdient hierbij dat op grond van jurisprudentie enkel ruimtelijke relevantie wordt toegekend aan de vraag ‘of sprake is van een mogelijke ontwrichting ten aanzien van eerste levensbehoeften.’ Hieruit volgt dat de realisatie van voldoende voorzieningen in een gebied wordt beoordeeld door te bezien of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoefte en gevreesd moet worden voor een (duurzame) ontwrichting van het voorzieningenniveau. Dit is ingeval van Escher Gardens niet aan de orde. Binnen het voorliggende bestemmingsplan wordt passend bij bovenstaande werkwijze ruimte gereserveerd voor onder andere eerstelijnszorg. Zie ook de reactie op punt N van zienswijze BOLF en Wijkberaad Laak Centraal (Ra 10688834). Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan.
Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. d. Zienswijze “Binnen het omgevingsplan wordt voldoende ruimte gereserveerd voor onder andere eerstelijnszorg. Voor de voorzieningen die logischerwijs niet in omgevingsplaninpassing Escher Gardens wordt zoals gevraagd regie gevoerd binnen Laakhavens Hollands Spoor. In de Ontwikkelvisie Laakhavens HS is al rekening gehouden met de vergroening met sport en spelen in Laakhavens en met ruimte voor voorzieningen juist vooral op plekken komen, die in eigendom zijn en komen van de gemeente om zo goed de regie te voeren. Hiervoor hebben we een werkwijze, waarin de gemeente op basis van richtinggevende normen ruimte reserveert. Deze worden vervolgens met voorzieningennota Laakhavens en met Integrale Huisvestingsplannen voor Onderwijs, Cultuur & Bibliotheken, Sport en Zorg & Welzijn verder geconcretiseerd, om deze plannen uit te voeren en zijn en worden er zogeheten IHP-middelen in begroting opgenomen. Ook wordt voorzieningen in buitenruimte uitgewerkt met het Buitenruimteplan.
8/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Wat zijn de doelstellingen als het gaat om het voorzieningenniveau gericht op Escher Gardens, en hoe gaan die gehaald worden? Wij zijn graag bereid onze zienswijze mondeling toe te lichten en zien uw reactie en beantwoording tegemoet.” Reactie: Om voorzieningen en woningen gelijk op te laten lopen is het van belang dat er genoeg ruimtelijke reserveringen zijn voor voorzieningen en dat deze daar vervolgens conform de behoefte voor voorzieningen kunnen landen. De benodigde ruimte voor voorzieningen wordt berekend door toepassing van het voorzieningenonderzoek CID (RIS316628). Dit maakt inzichtelijk hoeveel ruimte gereserveerd moet worden. De reservering van ruimte verloopt als volgt: • Bij de berekening is de in de nota referentienorm als vertrekpunt te hanteren stedelijke referentienorm vertaald naar een hoogstedelijke norm voor het CID. • Vervolgens zijn in het voorzieningenonderzoek CID indicatief locaties aangewezen. Soms grof als het gaat om eerstelijnszorg dat in diverse locaties kan landen en soms exacter als het gaat om een locatie voor een basisschool. • Het onderzoek is vervolgens naar de Raad verstuurd. De reserveringen zijn op dit moment nog niet vastgesteld. Dit gebeurt met de ontwikkelstrategie Laakhavens en openbare ruimteplan, waarbij ook wordt ingegaan op welke wijze met realisatie tot stand komt (budget, sturing, samenwerking).
Het voorzieningenonderzoek CID laat voor Escher Gardens zien dat er geen problemen zijn qua ruimtelijke reserveringen en dat het gewenste aandeel eerstelijnszorgvoorzieningen gerealiseerd kan worden. Daarnaast kan er voldoende groen- en voldoende sport- en speelvoorzieningen binnen de gewenste afstanden in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Het gaat daarbij om een indicatieve invulling. Er is nog voldoende tijd voor realisatie, waarbij rekening gehouden wordt met de daadwerkelijke bevolkingssamenstelling en op basis daarvan een daadwerkelijke behoefte voor de voorzieningen bestaat of een andere invulling gewenst is. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
2.
Ra 10690280
NS Stations
a. Zienswijze “NS heeft kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan "Escher Gardens en project-MER Escher Gardens" (NL.IMRO.0518.BP0375FEscherGard-40ON) met de bijbehorende stukken. Hierbij maakt NS Stations (hierna: "NS") als rechthebbende van het station de volgende zienswijze kenbaar: “De gronden met bestemming "Verkeer - Openbaar vervoerstation": de bestemming openbaar vervoerstation met bijbehorende voorzieningen is verdwenen. NS verzoekt om deze functie te handhaven bij deze bestemming. Dit in verband met de bestaande bebouwing.” Reactie: De bestemming openbaar vervoerstation met bijbehorende voorzieningen blijft gehandhaafd in het
9/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
nieuwe bestemmingsplan. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Verkeer openbaar vervoerstation’ in artikel 4.1 van de regels aangevuld. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Naar aanleiding hiervan wordt voorgesteld de volgende aanpassingen in de regels van het bestemmingsplan te maken: Toevoegen artikel 4.1 sub h: “openbaar vervoerstation met bijbehorende voorzieningen.” b. Zienswijze “De gronden met bestemming "Verkeer - Openbaar vervoerstation": onder nadere eisen stond in huidige BP opgenomen de eis "de situering en/of vormgeving van gebouwen en onderdoorgangen in verband met de verkeers- en spoorveiligheid en/of vanwege van belang zijnde verkeerskundige maatregelen met het oog op de verkeersafwikkeling en doorstroming". NS verzoekt om deze eis weer op te nemen als belang voor het rijden van de treinen.” Reactie: Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze wordt de genoemde nadere eis aan de bestemming ‘Verkeer openbaar vervoerstation’ in artikel 4.3 van de regels toegevoegd. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze gegrond te verklaren.
Naar aanleiding hiervan wordt voorgesteld de volgende aanpassingen in de regels van het bestemmingsplan te maken: Toevoegen artikel 4.3 sub b: “de situering en/of vormgeving van gebouwen en onderdoorgangen in verband met de verkeers- en spoorveiligheid en/of vanwege van belang zijnde verkeerskundige maatregelen met het oog op de verkeersafwikkeling en doorstroming.” c. Zienswijze “De gronden met bestemming "Verkeer - Openbaar vervoerstation": het bouwvlak lijkt kleiner dan in het huidige bestemmingsplan. Het bouwvlak daar waar het is verkleind aanpassen naar het huidige BP waarbij iig de huidige bebouwing binnen het bouwvlak blijft liggen.” Reactie: Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze is de plankaart aangepast. De nieuwe plankaart zal worden gedeeld. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Overeenkomstig onderstaande afbeelding wordt het bouwvlak van de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoersstation’ aangepast.
10/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
d. Zienswijze “De gronden met bestemming "Verkeer - Openbaar vervoerstation: bij bouwregels is de volgende regel niet meer opgenomen uit het huidige BP "Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals verkeersgeleiders, bovenleidingen met bijbehorende draagconstructies en seinpalen, overkappingen, perrons, verhardingen, afschermingen en viaducten en bruggen gelden de volgende regels: • De maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: • voor viaducten 7 meter; • voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer 15 meter; • voor perrons en overkappingen 7 meter; • voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 5 meter." Op de kaart is niet goed te zien in hoeverre dit een beperking oplevert voor Spoor en Stations gerelateerde zaken die er al staan of mogelijk geplaatst moeten worden in het belang van het functioneren van de hoofdspoorweginfrastructuur. Wij verzoeken om deze regel weer op te nemen in het bestemmingsplan voor het bouwen van de hiervoor bedoelde bouwwerken zodat deze bouwwerken niet worden beperkt door de regels die nu zijn opgenomen in artikel 4.2.2.” Reactie: Het verzoek om de toevoeging van een maximale hoogte van 7 meter voor viaducten wordt niet gehonoreerd omdat het niet van toepassing is op de onderliggende bestemming.
Dit geldt ook voor de toevoeging van een maximale hoogte van 5 meter voor overige bouwwerken geen gebouw zijnde omdat dit reeds is gehandhaafd in het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze wordt voorgesteld de volgende aanpassingen in de regels van het bestemmingsplan te maken: Toevoegen artikel 4.2.2 sub a nr. 3: “een bouwwerk, geen gebouw zijnde rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer 15 meter;” Toevoegen artikel 4.2.2 sub a nr. 4: “voor perrons en overkappingen 7 meter.”
11/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
e. Zienswijze “Windklimaatonderzoek: NS verzoekt aanvullend onderzoek naar het effect van windhinder op het perron voor de reizigers en indien nodig de plannen zodanig aan te passen dat geen extra overlast c.q. windhinder voor de reiziger ontstaat. Uitgangspunt daarbij is dat eventuele maatregelen worden genomen door en voor rekening van de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen.” Reactie: Uit het onderzoek uitgevoerd door Peutz is het effect op de perrons berekend. Hoewel het windniveau hier toeneemt, blijft dit volgens het onderzoek acceptabel. Er is tevens een inschatting gedaan over de situatie onder de stationskap. Onder andere middels het toevoegen van een windscherm bij de NSfietsenstalling, zal een acceptabel windklimaat kunnen ontstaan. In art. 3.7.3 van de planregels is opgenomen dat ten behoeve van het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen een onderzoek naar windhinder en windgevaar moet worden ingediend en dat de aanvrager bereidt is de eventueel daarin opgenomen maatregelen te treffen en dit wordt geborgd. In een aanvullende reactie heeft Peutz dit bevestigd en het volgende hierover beschreven. Door de weerstand van de wind door de constructie en de andere elementen onder de overkapping zal de wind daar een lagere snelheid hebben dan buiten de overkapping.
Enige uitzondering daarop is misschien zeer lokaal ter plaatse van de opening van de kap, waar de wind door een kleiner oppervlak stroomt. Gezien de lengte van de kap, is het echter zeer waarschijnlijk, dat door de weerstand voor de wind onder de overkapping ook ter plaatse van de opening de windsnelheid kleiner zal zijn dan buiten de overkapping. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat ook het windklimaat op het station acceptabel is. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. f. Zienswijze “Windklimaatonderzoek: NS verzoekt aanvullend onderzoek naar het effect van windhinder voor de horeca op het stationsplein voor het terras en indien nodig de plannen zodanig aan te passen dat geen extra overlast ontstaat. Uitgangspunt daarbij is dat eventuele maatregelen worden genomen door en voor rekening van de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen.” Reactie: Zie het bijgesloten onderzoek Peutz over het effect op het stationsplein en art. 3.7.3 zoals onder e is beschreven. Hoewel windniveau op bepaalde plekken hier toeneemt blijft dit acceptabel conform onderzoek. Het afronden van de torens en het plaatsen van het windscherm dragen bij aan dit acceptabele windklimaat.
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. g. Zienswijze “Bezonningonderzoek: NS verzoekt aanvullend onderzoek naar het effect voor de horeca op het stationsplein voor het terras en de genoemde hittestress voor de reizigers op het plein en indien nodig de plannen zodanig aan te passen dat geen extra overlast voor de reiziger ontstaat. Uitgangspunt daarbij is dat eventuele maatregelen worden genomen door en voor rekening van de aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen.”
12/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Reactie: Het Bezonningsbeleid van de gemeente Den Haag geldt voor woningen en specifieke plekken in de openbare ruimte, niet voor horeca. Voorts volgt uit het door Peutz verrichte bezonningsonderzoek dat: “de norm van toepassing is op openbare en semi-openbare ruimten met een recreatieve functie alsmede bij buitenruimten bij scholen en kindercentra. Er is hier in de berekening van de bezonningsduur sprake van voldoende bezonning indien meer dan 50% van de oppervlakte in de zon ligt,” (zie bezonningsonderzoek Peutz, bijlage 4, pagina 5). In de Gebiedsagenda Hollands Spoor/Laakhavens RIS301328 zijn gebieden in de openbare ruimte gemarkeerd met "aandacht voor bezonning". Hieronder vallen beide pleinen bij het station (stadszijde en laakzijde). De resultaten en conclusies zijn opgenomen in het bezonningsonderzoek van Peutz (zie bijlage 4 van het bestemmingsplan.) Met betrekking tot hittestress, wordt verwezen naar de reactie onder punt h van deze zienswijze, in deelantwoord C. Peutz heeft een bezonningsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4 van het bestemmingsplan). Hoofdstuk 3.4 richt zich op de openbare ruimte (p.10), (Figuren met de resultaten ingezoomd op dit gebied zijn gegeven in f 3.5 t/m f 3.7.). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verwachte situatie op het stationsplein aan de zuidzijde en de noordzijde van station Holland Spoor.
Vooral bij het plein aan de zuidzijde is logischerwijs een afname van het aantal zonuren te verwachten. Uit de figuren blijkt dat de schaduwduur op 21 juni oploopt tot rond de 5 uur, waarbij er met een bezonningsduur van meer dan 9 uur in de huidige situatie nog wel op de meeste plaatsen meer dan 5 mogelijke zonuren overblijven. De afname en de hoeveelheid zon die nog over blijft is daarbij sterk afhankelijk van de plek op het plein. En er blijft dus in de zomer door de grote bezonningsduur in de huidige bebouwingssituatie op de meeste plaatsen nog een vergelijkbare hoeveelheid zon over. In het najaar is de afname een stuk kleiner. Er is dan wel een afname aan de noordzijde van het station. De afname is hier ongeveer een uur en er blijft nog ca. 4 uur zon mogelijk. Hieruit valt tevens te verwachten dat het project eerder een positief effect heeft ten aanzien van hittestress. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande is een aanpassing van het plan niet nodig. Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
h. Zienswijze “Nadere eisen: NS verzoekt in het kader van punt 5, 6 en 7 op te nemen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen met de bestemming wonen en/of kantoor uitsluitend wordt verleend indien: a. bij de aangevraagde omgevingsvergunning een onderzoek naar windhinder en windgevaar wordt overgelegd, ook specifiek met betrekking tot windhinder op het perron en op het stationsplein; b. het onderzoek zoals genoemd onder a naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate inzicht biedt in de mogelijke gevolgen voor het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op basis van de NEN 8100 en de Haagse regels voor windhinder (RIS170509); c. bij de aangevraagde omgevingsvergunning een onderzoek naar hittestress wordt overgelegd, ook specifiek met betrekking tot het stationsplein;
13/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
d.
de aanvrager bereid is de eventueel daar uit voortvloeiende maatregelen teneinde windhinder, windgevaar, hittestress te beperken te treffen en de kosten daarvan te dragen.”
Reactie: Met betrekking tot het verzoek in sub a en b van onderdeel H van de zienswijze wordt opgemerkt dat de voorwaarde met betrekking tot windhinder reeds is opgenomen in art. 3.7.3. Zoals ook bij onderdeel “e” van deze zienswijze is aangegeven, is in het windhinderonderzoek behorende bij dit bestemmingsplan ook het windklimaat op het perron afgewogen. Conform het Haagse windbeleid zal met toepassing van de bovengenoemde voorwaarde ook bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning het perron moeten worden meegenomen in de beoordeling (art. 3.7.3 van de planregels). Verder wordt het verzoek in punt “c” en “d” niet gehonoreerd omdat het niet mogelijk is om dit af te dwingen in het bestemmingsplan. De effecten door hittestress worden meegenomen in het plan voor de openbare ruimte en op deze manier geborgd. Er volgt een nadere uitwerking in het ontwerp openbare ruimte van de Waldorpstraat waarin de flexibiliteit van een stationsomgeving onderdeel uit maakt van het grotere geheel van de gebiedsontwikkeling Laakhavens. Hier wordt onder andere ook de verbinding tussen station en Laakhavens meegewogen. Voor de uitwerking van de Buitenruimte plannen komt een Participatietraject. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. i.
Zienswijze “Geluid: NS leest in de toelichting "Het emplacement ligt direct naast het project Escher Gardens. In het geluidsrapport spoorwegemplacement parallelweg, is het geluid van het emplacement op Escher Gardens onderzocht. Het onderzoek is nog niet definitief afgerond, het rekenmodel en de rapportage (nieuwe rekenresultaten) dienen verbeterd te worden. (...)" en verderop "Met de bovenstaande gebouwgebonden maatregelen en rekening houdend met het uitgangspunt dat de luchtbehandelingsinstallaties alsmede het omroepgeluid voldoen aan de generieke normen van het Activiteitenbesluit, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zoals vereist bij een goede ruimtelijke ordening". In het kader van de rechtszekerheid wenst NS dat er voor vaststelling van het bestemmingsplan een definitief onderzoek is afgerond. Het trekken van een conclusie op basis van een onderzoek dat nog niet definitief is afgerond is onzorgvuldig.” Reactie: Het definitieve onderzoek is afgerond en voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De definitieve geluidsonderzoeken geven aanleiding om de regels met betrekking tot geluid gewijzigd door te voeren. Dit is bij de ambtshalve wijzigingen van dit raadsvoorstel verwerkt. De onderzoeken worden bij vaststelling als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd.
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze gegrond te verklaren. i. Zienswijze “Nadere regels: NS verzoekt om eveneens op te nemen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen met de bestemming wonen en/of kantoor uitsluitend wordt verleend indien ook bij de aangevraagde omgevingsvergunning een onderzoek naar geluid wordt overgelegd, waaruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat er als gevolg van
14/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
het bouwplan ook geen maatregelen noodzakelijk zijn aan het Openbaar Verkeer – Openbaar vervoerstation inclusief daarin aanwezige installaties en dat er ook geen maatregelen noodzakelijk zijn aan het emplacement.” Reactie: Er zijn geluidsonderzoeken verricht in het kader van het bestemmingsplan en die zijn getoetst door het bevoegd gezag en als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd (zie de ambtshalve wijzigingen van de toelichting met betrekking tot geluid). Daarmee is in combinatie met de artikelen 3.2.1, 3.3 en 3.5 van de planregels voldoende aangetoond dat voldaan wordt aan geldende wet- en regelgeving voor geluid. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. k. Zienswijze Naar aanleiding van het vorenstaande verzoekt NS u om met inachtneming van deze zienswijze het ontwerpbestemmingsplan ‘Escher Gardens’ aan te passen, nader onderzoek te doen en derhalve niet ongewijzigd vast te stellen. Reactie: Zie de beantwoording onder punten “a” t/m “d”, “i” en “j” met betrekking tot de toegewezen wijzigingen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren.
De punten onder “a” t/m “d”, “i” en “j” zijn toegewezen. 3.
Ra 10689811
Stichting SOS Den Haag
a. Zienswijze “Het college heeft op 19 december het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens ter inzage gelegd. Tot 25 januari kunnen zienswijzen worden ingediend waar de Stichting SOS (de Stichting) hierbij gebruik maakt. Het college heeft nagelaten een stedenbouwkundig plan te maken dat zich rekenschap geeft van trillingen in de spoordijk 1, dat zich rekenschap geeft van de gewenste zichtbaarheid in het ensemble van torens en monumenten in de directe nabijheid, dat zich rekenschap geeft van de noodzakelijke spoorverdubbeling, van de noodzakelijke flexibiliteit die een stationsomgeving als mobiliteitshub moet hebben – waar zet je je tante af, waar laat je je fiets of auto, waar halteren de bussen en trams.” Reactie: Het bestemmingsplan Escher Gardens is een juridisch-planologische uitwerking van een deeluitwerking van de gebiedsontwikkeling HS Kwartier. Hiervoor is in 2019 de Nota van uitgangspunten Holland Spoor Kwartier vastgesteld. In deze NvU zijn de ruimtelijke uitgangspunten vastgelegd, welke ook betrekking hebben op de projectlocatie Escher Gardens.
1
https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/prorail-baas-pier-eringa-over-trillingen-langs-het-spoor-prorail-moet-geen-tweede-nam-
worden-b71d829a/
15/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Centraal in de gebiedsontwikkeling rondom Hollands Spoor is de ambitie om Laakhavens een vanzelfsprekend deel van het Haagse centrum te maken. Visueel komen de buurten aan weerszijde van het spoor dichter bij elkaar door de hoogteaccenten die aan beide zijden van het spoortalud gesitueerd zijn. De hoogbouw en de skyline die hiermee versterkt wordt, werkt in overdrachtelijke zin mee aan de verbinding van HS Kwartier met de binnenstad van Den Haag en de andere polen van het Central Innovation District. De hoogbouwvolumes staan niet strak in het gelid maar verspringing zorgt voor steeds veranderende zichtlijnen. Conform de Haagse Hoogbouwnota kent Escher Gardens een opbouw van een stedelijke laag tot 25 meter. Daar bovenop worden, middels een setback, torens geplaatst. Door de setback wordt de beleving op straatniveau bepaald door de plint en stedelijke laag en wordt windhinder zoveel mogelijk voorkomen. Het ontwerp voor Escher Gardens is gebaseerd op deze uitgangspunten, waarbij een optimalisatie heeft plaatsgevonden ter verbetering van de kwaliteit. Zoals bijvoorbeeld de aanpassing van de volumes om de windsituatie te verbeteren en het inpandig kunnen oplossen van logistiek, zodat de plint aan de Waldorpstraat volledig gericht kan zijn op de openbare ruimte. Voorts is in de regels van het bestemmingsplan aandacht besteed aan het aspect trillingen.
Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat tenminste wordt voldaan aan de streefwaarden voor een nieuwe situatie voor de gebouwfunctie wonen. Dit wordt afgestemd met spoorweg partijen (ProRail en NS). Er is op deze locatie geen noodzakelijke spoorverdubbeling voorzien. De benodigde infrastructurele maatregelen en voorzieningen volgen in de uitwerking voor de openbare ruimte. De centrumzijde van het station maakt hier geen deel van uit. De positionering en aanpassing van tramhaltes wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Er wordt momenteel gewerkt aan de Schaalsprong OV (hoogwaardig openbaarvervoer op de corridors), Mirtverkenning Oude Lijn (extra treinen, verdubbeling van sprinters en IC’s op het spoor). Daar zit een aanzienlijke uitbreiding van het OV in, specifiek gericht op de verdichtingslocaties rond het spoor en in CID/Binckhorst. Tot slot volgt een nadere uitwerking in het ontwerp openbare ruimte van de Waldorpstraat waarin de flexibiliteit van een stationsomgeving onderdeel uitmaakt van het grotere geheel van de gebiedsontwikkeling Laakhavens. Hierbij wordt onder andere ook de verbinding tussen het station en Laakhavens meegewogen. Voor de uitwerking van de Buitenruimte plannen is een Participatietraject in het leven geroepen.
Zo zijn er voor de opgave in de openbare ruimte in het kader van participatie uiteenlopende doelgroepen actief betrokken bij de totstandkoming van het Buitenruimteplan i.c.m. het SO Campus en Spoorzone HS. Ook worden er inloopbijeenkomsten met omwonenden en betrokkenen gehouden. Voorbeelden zijn de CID dag in 2022 en 2024. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het bovenstaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. b. Zienswijze “Een voorstel om het dijklichaam van het spoor te benutten voor een enorme fietsenstalling werd door het college niet gesteund terwijl ze NS stations en Prorail had kunnen verplichten het op eigen grond op te lossen.” Reactie: Er is bij de gemeente geen plan bekend voor een fietsenstalling in het dijklichaam. Voorts komt er voor de gebruikers van Escher Gardens een fietsenstalling in het gebouw en blijft de NS-fietsenstalling gehandhaafd.
16/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt de raad geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c. Zienswijze “Of dit bestemmingsplan een succesvolle stationsomgeving oplevert lijkt de stichting uitgesloten nu er in de Laakzijde van het station geen openbare ruimte van betekenis is opgenomen die de bezoekersaantallen kan opnemen en bufferen.” Reactie: Het bestemmingsplan borgt de functie van het huidige stationsplein aangezien het gebied de bestemming ‘Verkeer - Openbaar vervoersstation’ heeft. Binnen deze bestemming zijn diverse functies mogelijk, zoals plein, groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en fietsenstalling met opgangen. De toekomstige inrichting van het stationsplein en de Waldorpstraat ter plaatse van de projectlocatie en het stationsplein maken onderdeel uit van het ontwerp van de openbare ruimte. De uitgangspunten voor dit ontwerp zullen vastgelegd worden in het Buitenruimteplan Laakhavens, welke naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 aan de raad wordt aangeboden voor behandeling. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan.
Gelet op het bovenstaande wordt de raad geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. d. Zienswijze “Het project is resultaat van een spreadsheet, een project. De stad wordt alleen niet gemaakt met projecten maar door wat projecten bindt en boven zich uit laat stijgen. Het ontwerpbestemmingsplan is een contractparagraaf van de uitvraag aan een ontwikkelaar, en als bestemmingsplan niet vooraf te verifiëren. In de NVU Haagpoort van 2019 komt het zijdelings voor. In het voorstel van het college voor een groen Hollands Spoor Kwartier (!) van juli 2021 eveneens in de marge. Het plan – incidenteel getoond in renderings en voorts verschenen op vertrouwelijke stukken aan de raad – is daarmee niet een ontwerpbestemmingsplan dat aan de hand van een plan getoetst kan worden. De juiste werkwijze zou zijn wanneer het bestuur en de raad het plan aan de stad voorleggen als SCENARIO. Wanneer dat een eclatant succes blijkt kan een ontwerpbestemmingsplan worden opgetuigd.” Reactie: Laakhavens Hollands Spoor is onderdeel van het CID en is opgenomen in de Structuurvisie CID (2021). De stedenbouwkundige uitgangspunten van het plan Escher Gardens zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten Hollands Spoor Kwartier uit 2019, onder de toenmalige naam K&R kavel.
De Nota van uitgangspunten HS Kwartier 2019 is gebaseerd op de Gebiedsagenda Hollands Spoor/ Laakhavens die in 2018 door de raad is vastgesteld. En waarin de opgaven voor het gebied in Laakhavens zijn aangegeven. Het project Escher Gardens vormt dus onderdeel van de integrale gebiedsontwikkeling. Middels de vaststelling van het bestemmingsplan wordt een juridische uitwerking van het hiervoor benoemde beleid gerealiseerd. Daarbij verdient opmerking dat het bouwplan nu in een schetsontwerp-fase zit. Er is nog geen sprake van een definitief ontwerp, dit moet nog verder worden uitgewerkt. De renderings geven slechts een impressie van hoe het eindbeeld kan zijn en vormen daarom geen onderdeel van dit proces.
17/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
Met betrekking tot de verwijzing naar de Nota van Uitgangspunten Haagvlietpoort wordt geantwoord dat dit niet op het project van toepassing is. De NvU Haagvlietport gaat over andere projecten, zoals bijvoorbeeld ‘The Grace. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. e. Zienswijze “De bouwmassa is stedenbouwkundig niet gemotiveerd, bezonning en leefbaarheid niet getoetst.” Reactie: De bouwmassa is tot stand gekomen in de Gebiedsagenda Hollands Spoor/ Laakhavens en het NvU HS Kwartier. In de project-MER zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waar aandacht is besteed aan bezonning, windklimaat en leefbaarheid. Zie hiervoor de toelichting van het bestemmingsplan. Daar is een samenvatting van deze onderzoeken opgenomen. Zie verder ook het antwoord bij punt a van deze zienswijze. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Gelet op het voorgaande wordt de raad geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
4.
Ra 10689793
ProRail
a. Zienswijze “Het ontwerpbestemmingsplan “Escher Gardens”, welke met ingang van 14 december 2023 tot en met januari 2024 ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om tijdig de volgende zienswijze in te brengen. Toelichting 5.10 Geluid In het akoestisch onderzoek Escher Gardens, Den Haag (M.2022.1360.00.R001 van DGMR d.d. 30 juni 2023) is niet vermeld welke download/ versie van het geluidregister is gebruikt. Tevens is het emplacement niet goed opgenomen in het akoestisch onderzoek. Door het ontbreken van de juiste gegevens is het voor ProRail niet mogelijk om het aspect Geluid te beoordelen. ProRail verzoekt u om het akoestisch onderzoek te laten wijzigen en opnieuw aan ProRail ter beoordeling voor te leggen.” Reactie: Het akoestisch onderzoek met betrekking tot het emplacement is na afstemming met ProRail en ODH aangepast en is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan Escher Gardens. Eveneens zijn de planregels hierop aangepast, dit is bij de ambtshalve wijzigingen van dit raadsvoorstel verantwoord. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Het verzoek tot wijziging van het akoestisch onderzoek is ambtshalve opgepakt, de raad wordt daarom geadviseerd om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren.
18/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
b. Zienswijze “ProRail wijst op de noodzaak van privaatrechtelijke afspraken om (een gedeelte van) het bestemmingsplan te kunnen realiseren. Dit betreft onder meer overeenkomsten over de door de ontwikkelaar gewenste aanpassing van de fietsenstalling en (aanlanding) van de trap op station Den Haag HS. Dit vereist in ieder geval aanpassing van een recht van opstal van ProRail. Te maken afspraken zien op ruimtelijke, bouwkundige en financiële aspecten. Wij merken op dat er momenteel geen overleg met ProRail plaatsvindt. Daarom hanteert ProRail het standpunt dat - tot er duidelijkheid is met betrekking tot de aanpassingen van de fietsenstalling en hierover conform de voorwaarden die ProRail in eerdere overleggen en in de brief van 16 december 2020 (bijgevoegd) heeft gesteld - zij geen medewerking verleend aan de aanpassing van het recht van opstal en/of aan de goedkeuring van de verkoop/uitgifte door NS en daarmee niet meewerkt aan de nu voorgestane planologische wijziging.” Reactie: Ter voorbereiding op het ontwerp bestemmingsplan heeft er intensief en constructief overleg plaatsgevonden tussen ProRail, Gemeente, NS en Ontwikkelaar over de aanpassing van de fietsenstalling en de aanlanding van de trap. Hierbij is op hoofdlijnen een principeakkoord bereikt. Ontwikkelaar zal conform de brief d.d.
16 december 2020 van ProRail, de overleggen in samenspraak met ProRail, de gemeente en NS verder oppakken en het ontwerp, met de daarbij behorende bouwkundige en financiële aspecten uitwerken, waarbij er voldaan wordt aan de vereisten vanuit de Spoorwegwetgeving. Ook op het gebied van trillingen en geluid wordt voldaan aan de vigerende regelgeving. Met NS is privaatrechtelijke consensus bereikt over de aankoop van een deel van de fietsenstalling. Dit is reeds uitgewerkt in conceptovereenkomsten. De overeenkomsten zullen worden afgerond en getekend op het moment dat overeenstemming is bereikt met ProRail over de wijziging van het recht van opstal. Hiervoor zal het ontwerp verder worden uitgewerkt. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. c. Zienswijze “Gezien de bestemmingen/functies (of wijzigingen) van het ontwerp bestemmingsplan in de nabijheid van de hoofdspoorweg infrastructuur is de initiatiefnemer mogelijk gehouden aan het tijdig verkrijgen van een vergunning op grond van de Spoorwegwet (dan wel Omgevingswet). ” Reactie: De initiatiefnemer zal contact opnemen met ProRail met betrekking tot deze vergunningsplicht.
Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Dit onderdeel van de zienswijze hoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingplan. Gelet op het bovenstaande wordt geadviseerd dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
19/80
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793728
5.
Ra 1068884
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming
a. Zienswijze “Volgens de bekendmaking in het Gemeenteblad van ’s-Gravenhage van 13-12-2023 ligt het ontwerpbestemmingsplan Escher Gardens en de Project-MER ter inzage tot en met 24 januari 2024 en kan een ieder een zienswijze indienen bij de Gemeenteraad. Hieronder de zienswijze van de AVN, mede namens de Haagse Vogelbescherming (HVB). 1. De AVN onderschrijft de verstedelijkingsopgave op deze locatie. Ook juicht de AVN de ambitie voor de Waldorpstraat als groene boulevard toe. 2. Echter, de kansen voor een groene inrichting zijn onvoldoende verankerd in het ontwerpbestemmingsplan. We zien aantrekkelijke plaatjes 5.14.1 en 5.14.2 met veel groen, maar dat zijn nu artist impressions zonder status. Daarnaast is in het MERvariant 1 ´Maximaal inzetten op groen` beschreven. Grijp hier de kans om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en de Hoofdbomenstructuur te verstevigen. De AVN beveelt aan, net als in paragraaf 9.4.6 (van het MER) vermeld staat, om de groene ambitie juridischplanologisch te borgen met een beeldkwaliteitsplan. Uitgangspunt daarbij is: (regel 3.5.V.j.) 100% compensatie, waarvan 40% bijdraagt aan biodiversiteit.” Reactie: De herinrichting van de Waldorpstraat als Groene boulevard valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan Escher Gardens. De Waldorpstraat valt binnen het vigerend bestemmingsplan Laakhavens en heeft de bestemming Hoofdverkeersweg.