20250612-RIS320219 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Willem Royaardsplein
Tekst van het document
Voorts is niet gebleken van (bijzondere) omstandigheden aan de zijde van de ontwikkelaar die tot een oordeel moeten leiden dat op voorhand moet worden ingezien dat het plan niet uitvoerbaar is binnen de planperiode. Op basis van het onderzoek naar het gemeentelijk kostenverhaal en de afzetbaarheid van het programma kan daarom geconcludeerd worden dat dit plan financieel economisch uitvoerbaar is. Voor zover reclamanten zich zorgen maken over eventuele toekomstige (plan)schade en herstelkosten wordt het volgende opgemerkt. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee is de planschadeprocedure gewijzigd. Op schade die is veroorzaakt door een bestemmingsplan dat als ontwerp ter inzage is gelegd vóór inwerkingtreding van de Ow blijft echter het oude recht van toepassing tot 5 jaar na van kracht worden van het bestemmingsplan (art. 4.19, lid 2, Invoeringswet). Indien reclamanten in de toekomst menen schade te ondervinden kan een verzoek worden ingediend om toekenning van planschade. Dit betreft echter een aparte -toekomstige- procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden en is in deze procedure voor vaststelling van het bestemmingsplan niet aan de orde. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijzen nrs.
1,2, 3, 10, 11 en 12 voor zover gericht op het thema financiële uitvoerbaarheid en planschade ongegrond te verklaren.
j.
Zienswijze reclamant nummer 1 (belanghebbende) en nummer 2 (VVE Theo MannBouwmeesterlaan-Else Mauhslaan) Zienswijze nr.2 (VVE Theo Mann-Bouwmeesterlaan-Else Mauhslaan) is op 1 passage na gelijkluidend aan zienswijze nr. 1 (een bewoner). Het betreft de passage over individueel - en groepsbelang. Beide belangen richten zich volgens reclamanten op een mogelijk dalen in het aandeel in de reserves van de Vereniging van Eigenaren en bijstorten om schade te herstellen.
38/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
De zienswijzen richten zich op de volgende onderwerpen: 1. De ontwikkelaar en verhaal bij schade Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”), waarbij de zorgen van reclamanten op dit punt aan de orde zijn gekomen. 2. Vleermuizenonderzoek Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema c. (c. “Vleermuizen en soortenbescherming”), waarbij de zorgen van reclamanten op dit punt aan de orde zijn gekomen. 3. Bomen en groen Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema b. (b. “Bomen en groen”), waarbij de zorgen van reclamanten op dit punt aan de orde zijn gekomen. 4. Waalsdorperweg en onderzoeken Reclamanten stellen dat in diverse documenten onjuist is aangegeven dat de inmiddels heringerichte Waalsdorperweg een tweebaans weg is. Er is voor wat betreft de stukken behorend bij het bestemmingsplan niet aangegeven waar -onder andere- het woord “tweebaansweg” staat. Wij hebben geconstateerd dat het woord zich niet bevindt in de juridisch bindende regels en verbeelding van het bestemmingsplan, maar ook niet in de plantoelichting. In algemene zin wordt daarom het volgende opgemerkt. De toelichting van een bestemmingsplan komt volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State geen juridisch bindende betekenis toe.
Mocht het zo zijn dat de plantoelichting een verschrijving of onvolkomenheid bevat, maakt dat nog niet een goede belangenafweging onmogelijk, of leidt dat tot het niet kunnen vaststellen van het bestemmingsplan door de raad. Reclamanten menen dat het akoestisch rapport wegverkeerslawaai (bijlage 3 bij de plantoelichting) ten onrechte stelt dat er in de buurt Duinzigt 30 km/u-zones zijn. Volgens hen zijn er nergens in Duinzigt zulke wegen. Zij vragen zich af wat een onjuiste aanname betekent voor de conclusies van het rapport. Wij merken op dat er geen sprake is van onjuiste aannames in het rapport en aan de conclusies hoeft dan ook niet getwijfeld te worden. Het gegeven dat er geen verkeersbord aan het begin van elke verblijfsstraat staat is niet leidend. Reclamanten zijn kennelijk niet op de hoogte dat de raad al in 2007 in navolging van het landelijke verkeersveiligheidsbeleid “Duurzaam Veilig” heeft vastgesteld dat alle woonbuurten in Den Haag worden ingericht als 30 km/u-zone. Het doel van een 30 km/uzone is om met een inrichting van verkeersremmende maatregelen een verkeersveilige woonomgeving te creëren, die het aantal en de ernst van verkeersongevallen minimaliseert. Ook Duinzicht is een woonbuurt en op 16 juli 2007 het plan van de inrichting van de 30 km/u-zone Benoordenhout-Duinzigt tijdens een inloopavond aan de bewoners en belangstellenden gepresenteerd.
Evenals elders staan 30 km/u borden ook in Duinzigt aan het begin van het gebied en worden niet telkens herhaald. Een voorbeeld van zo’n bord is te zien aan het begin van de Stalpertstraat, komend vanaf de Theo Mann-Bouwmeesterlaan evenals bij de Van Neckstraat aan de zijde Alkemadelaan. Op basis van het programma verkeersveiligheid zijn inmiddels ook de Ruychrocklaan en de Cees Laseurlaan omgevormd. Hierdoor hebben in Duinzigt alleen de Theo Mann-Bouwmeesterlaan en de Else Mauhslaan nog een 50 km/u regime.
39/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
5. Verkeersdruk, filevorming, geluidhinder en verkeersveiligheid Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema e. (e. “Verkeer en parkeren”), waarbij de zorgen van reclamanten aan de orde zijn gekomen. 6. Stikstofrapport Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema f. (f. “Stikstofdepositie”), waarbij de zorgen van reclamanten aan de orde zijn gekomen. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema thema b (b. “Bomen en groen”), thema c (c. “Vleermuizen en soortenbescherming”), thema e (e. “Verkeer en parkeren”), thema f (f. “Stikstofdepositie”) en thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert de zienswijzen nummers 1 en 2 ongegrond te verklaren.
k. Zienswijze nr. 3 (VVE Theo Mann-Boumeesterlaan 19-49 De zienswijze richt zich op de volgende onderwerpen: 1. Toename parkeerdruk 2. Verwijdering van bomen 3. Het plein 4. Infrastructuur 5. Droogloop 6. Brandgevaar in de garage 7. Bodemstabiliteit 8. Planning bouwwerkzaamheden 9. Wijkwinkelcentrum 1. Toename parkeerdruk Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema e. (e. “Verkeer en parkeren”), waarbij de zorgen van reclamant omtrent toename van parkeerdruk en het gestelde verlies aan parkeerplaatsen aan de orde zijn gekomen. 2. Verwijdering van bomen Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema b. (b. “Bomen en groen”), waarbij de zorgen van reclamant omtrent het verwijderen en vervangen van bomen aan de orde zijn gekomen. 3. Het plein, bestemming Verkeer-Verblijfsgebied De stelling van reclamant, dat er een brede straat ter plaatse van het huidige plein zal worden aangelegd zonder faciliteiten voor onder meer fietsen, wordt niet onderschreven en is gebaseerd op een verkeerde lezing van de regels. Het bestemmingsplan staat dergelijke faciliteiten niet in de weg. De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen.
Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest.
40/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
In de algemene regels van het bestemmingsplan zijn om die reden ook regels voor (fiets)parkeren opgenomen, waardoor gedurende de planperiode getoetst kan worden aan de op dat moment actuele (fiets)parkeernormen. Daarnaast heeft het plein in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming VerkeerVerblijfsgebied gekregen, welke fietsparkeren mogelijk maakt. Deze gronden zijn onder meer bestemd (zie artikel 7.1 van de regels) voor: voet- en fietspaden, fietsparkeervoorzieningen, terrassen ten behoeve van horecamogelijkheden in de aangrenzende bestemmingen, speelvoorzieningen, groen, water en overige bijbehorende voorzieningen. Opgemerkt wordt dat in de beheersverordening Benoordenhout Noordoost het plein de bestemming Gemengd heeft, waarbinnen ook wegen (voor gemotoriseerd verkeer) zijn toegestaan. Door in het bestemmingsplan Willem Royaardsplein ter plaatse van het plein geen wegen of straten meer toe te staan voorziet het bestemmingsplan juist in betere waarborgen voor het creëren van een sociale ontmoetingsplek en verblijfsgebied voor gebruikers. Voor zover reclamant zich zorgen maakt over geparkeerde fietsen, wordt opgemerkt dat de inrichting van het plein en de locatie van dergelijke voorzieningen een uitvoeringsaspect betreft, welke volgens vaste jurisprudentie niet in een bestemmingsplanprocedure aan de orde kan komen. 4.
Infrastructuur Reclamant maakt zich zorgen over verkeersproblemen, de ontsluiting, capaciteit, toekomstige verkeerstromen en mogelijke overlast voor de bewoners. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema e (e. Verkeer en parkeren), onder het kopje “Verkeerstoename en verkeersveiligheid”, waarbij deze gronden uit de zienswijze van reclamant aan bod zijn gekomen. 5. Droogloop Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning, wordt om die reden kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. 6. Brandgevaar in de garage Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning, wordt om die reden kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. 7. Bodemstabiliteit en mogelijke planschade Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning, wordt om die reden kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. Verder wordt kortheidshalve verwezen naar onze overwegingen onder thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i.
“Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”), waarbij de zorgen van reclamant omtrent het verwijderen en vervangen van bomen aan de orde zijn gekomen. 8. Planning Bouwwerkzaamheden Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen de uitvoeringsfase, de volgorde van de bouwwerkzaamheden en tijdelijke hinder. Dit zijn echter geen aspecten welke in het bestemmingsplan moeten worden geregeld, of een grond om het bestemmingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Uitvoeringsaspecten kunnen ingevolge vaste jurisprudentie in deze procedure niet aan de orde komen. Om deze reden wordt niet inhoudelijk ingegaan op dergelijke onderdelen van zienswijzen.
41/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
9. Wijkwinkelcentrum In het slot van de zienswijze richt reclamant zich feitelijk tegen het nut en de noodzaak van de vernieuwing van winkelcentrum Duinzigt. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema a. (a. Nut en noodzaak uitbreiding winkelcentrum en tweede trekker) waarbij dit punt uitvoerig aan de orde is gekomen. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema a (a. “Nut en noodzaak uitbreiding winkelcentrum en tweede trekker”), thema b (b. “Bomen en groen”), thema e (e. “Verkeer en parkeren”), thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.3 ongegrond te verklaren.
l. Zienswijze reclamant nr. 4 Reclamant is ondernemer, een kioskhouder in het plangebied. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen over dit thema onder thema d (d. “Kiosken, behoud ambulante handel”), waarbij de gronden uit de zienswijze van reclamant uitgebreid aan bod zijn gekomen. Conclusie: uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema d (d. Kiosken, behoud ambulante handel), vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.4 ongegrond te verklaren.
m. Zienswijze reclamant nr. 5 Reclamant is ondernemer, een kioskhouder in het plangebied. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen over dit thema onder thema d (d. “Kiosken, behoud ambulante handel”), waarbij de gronden uit de zienswijze van reclamant uitgebreid aan bod zijn gekomen. Voor zover reclamant zich in de zienswijze ook richt op het aanwezig zijn van voldoende parkeergelegenheid en daaraan koppelt dat de parkeergarage in 2 fasen moet worden gebouwd, wordt verwezen naar onze overwegingen over dit thema onder thema e (e. “Verkeer en parkeren”) waarbij deze gronden uit de zienswijze uitgebreid aan bod zijn gekomen. Conclusie: uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema d (d. “Kiosken, behoud ambulante handel”) en thema e (e. “Verkeer en parkeren”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 5 ongegrond te verklaren.
n. Zienswijze reclamant nr. 6 Deze reclamant, de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken, heeft 2 aparte zienswijzen ingediend, nummers 6 en 7. Reclamant richt zich in haar zienswijze op het vastleggen in de regels van het bestemmingsplan van compensatie van bomen op het parkeerdak, overige te kappen bomen en voorstellen voor compensatie en uitbreiding van groen. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze beantwoording onder thema b (b. “Bomen en groen”), waarbij de zienswijze van reclamant uitgebreid aan bod is gekomen.
42/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Daarnaast wordt nog het volgende opgemerkt. De AVN verwijst in de zienswijze hoofdstuk 3.5.6 (Waterparagraaf, betekenis waterbeleid voor het plangebied) van de toelichting. Wij hebben naar aanleiding hiervan geconstateerd, dat in dit beleidsmatige hoofdstuk over water, ten onrechte ook een passage over een mogelijke inrichting van het plein is opgenomen. Het beleid dat ziet op een groene inrichting van het plein komt echter ook eerder in de toelichting aan de orde, te weten in hoofdstuk 3.4 (Groen). Om onnodige dubbelingen en derhalve onduidelijkheid te voorkomen in de niet juridisch bindende toelichting, is dit aanleiding om een geactualiseerde en duidelijkere tekst voor hoofdstuk 3.5.6 in de ambtshalve wijzigingen van het raadsvoorstel op te nemen. Conclusie: uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema b (b. “Bomen en Groen”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 6 gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover gericht op verduidelijking van de (hoofd)functie groen in de regels, de aanpassing van 3.5.6 van de toelichting en voor het overige ongegrond te verklaren.
De regels worden gewijzigd als volgt: - In artikel 7.1 (Verkeer-Verblijfsgebied, bestemmingsomschrijving) wordt in de laatste zin het woord “groen” als bijbehorende voorziening geschrapt en wordt als sub e, onder vernummering van de overige subleden als een hoofdfunctie van het verblijfsgebied toegevoegd: e. Groenvoorzieningen, zoals grasvelden, plantsoenen, gazons en plantvakken; o. Zienswijze reclamant nr. 7 Deze reclamant, de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken, heeft 2 aparte zienswijzen ingediend, nummers 6 en 7. Reclamant stelt zich bij deze zienswijze te richten tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Echter, uit de bewoordingen van de zienswijze kan worden afgeleid, dat deze zienswijze zich feitelijk richt tegen de (coördinatie)procedure op zich en niet tegen de nog te verlenen omgevingsvergunning. Om die reden is beantwoording van deze zienswijze aan de orde in dit raadsvoorstel en niet in het kader van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Aan het begin van het raadsvoorstel is, voordat inhoudelijk op de beantwoording van de ingekomen zienswijzen is ingegaan, onder het kopje “coördinatieprocedure” een nadere toelichting en uitleg op de werkwijze in relatie tot de gevoerde coördinatieprocedure op grond van artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen.
Kortheidshalve wordt naar deze toelichting en uitleg verwezen, waarbij met name wordt gewezen op de volgorde van de te nemen besluiten. De gemeentelijke coördinatieregeling maakt het mogelijk om de procedure voor de benodigde vergunningen gelijktijdig op te laten lopen met de procedure van het bestemmingsplan. Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning vindt plaats nadat de raad over het voorliggende bestemmingsplan tot vaststelling heeft besloten. De wet vereist niet dat een bestemmingsplan eerst onherroepelijk dient te zijn alvorens het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning kan plaatsvinden. Voor zover de AVN stelt dat zonder het kappen van bomen bouwen niet mogelijk is, is dat uiteraard correct. Om de ruimtelijke ontwikkelingen waarin het plan voorziet te kunnen realiseren zal een aantal bomen moeten worden gekapt. De aanvrager van de omgevingsvergunning heeft echter in het kader van de coördinatieprocedure (nog) geen kapvergunning aangevraagd. Er is geen wettelijke regel die vereist dat dat wel al (tezamen) had moeten gebeuren. Een kapvergunning zal derhalve als aparte procedure in de toekomst moeten worden doorlopen, alvorens er daadwerkelijk gebouwd kan worden.
43/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Conclusie: Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 7 ongegrond te verklaren.
p. Zienswijze reclamant nr. 8 Reclamant heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan ingediend en daarnaast een zienswijze tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Deze laatstgenoemde zienswijze wordt niet in dit raadsvoorstel, maar in het kader van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning beantwoord. Voor zover de zienswijze zicht richt tegen horecamogelijkheden in het bestemmingsplan wordt kortheidshalve verwezen naar onze overwegingen over dit thema onder thema g (g. “Horeca en pakketdiensten”), waarbij de gronden uit de zienswijze van reclamant uitgebreid aan bod zijn gekomen. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema g (g. “Horeca en pakketdiensten”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.8 gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover gericht tegen onduidelijkheid over het aantal mogelijke horecavestigingen en voor het overige ongegrond. De regels worden gewijzigd als volgt: in artikel 3.4 van de regels worden de leden f, g en h geschrapt en vervangen door het volgende lid, onder vernummering van de overige leden: “f.
in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 3.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd , met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen; -
in artikel 4.4 van de regels worden de leden e en f geschrapt en vervangen door het volgende lid, onder vernummering van de volgende leden: “e. in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 4.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd, met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen;”
-
in artikel 5.3 van de regels worden de leden b en c geschrapt en vervangen door het volgende lid: “b. in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 5.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd, met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen;”
q. Zienswijze reclamant nr. 9 (Stichting Voorall) De Stichting Voorall is een belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking en wil met haar zienswijze een bijdrage te leveren aan een toegankelijker inrichtingsplan voor het Willem Royaardsplein.
44/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Allereerst wordt waardering uitgesproken voor de door reclamant in de zienswijze naar voren gebrachte aandachtspunten in de vorm van adviezen voor een toegankelijk inrichtingsplan van het Willem Royaardsplein voor mensen met een beperking. De gemeente Den Haag wil een toegankelijke stad zijn waarin alle bewoners zo zelfstandig en comfortabel mogelijk kunnen leven en zich verplaatsen. Geconstateerd wordt, dat de adviezen uiteenvallen in adviezen welke het ontwerpbesluit omgevingsvergunning raken, overige adviezen, waaronder ten aanzien van uitvoerings- en handhavingsaspecten en een advies dat zich richt op het instandhouden van parkeerplaatsen voor minder validen. Dit laatste advies raakt specifiek het bestemmingsplan en zal na opsomming van de andere adviezen worden beantwoord. Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Voor de adviezen in de zienswijze welke zich richten op aspecten welke het ontwerpbesluit omgevingsvergunning raken, wordt om die reden kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe.
Het betreft de volgende adviezen: Het advies om de trapleuning en trap zo aan te passen dat zij voldoen aan de aanscherping van het Bouwbesluit 2012; Het advies om te zorgen voor een goede toegankelijkheid en bruikbaarheid van de fietsenbergingen, volgens eisen van bouwbesluit en brandweer; Het advies om te zorgen voor een rolstoelgeschikte hellingbaan als alternatief voor de geprojecteerde buitentrappen en de vormgeving van deze trappen zo aan te passen dat de leuningen onder- en bovenaan probleemloos kunnen worden voorzien van de 300 mm lange horizontale uiteinden ten behoeve van slechtzienden, alsmede voldoende contrast op de traptreden conform het bouwbesluit; Het advies om de vluchttrappen aan te passen zodat zij niet uitkomen in het loopgedeelte, of plaats obstakels onder de trappen zodat voetgangers er niet tegenaan kunnen lopen; Het advies om naast de trap een alternatieve ontsluiting aan te leggen bij liftuitval. Bij voorkeur een tweede lift, dan wel een rolstoelgeschikte hellingbaan volgens de eisen van het Bouwbesluit; Het advies een openbaar toegankelijk rolstoeltoilet in het bouwplan te realiseren en een goed beheerplan; Het advies om het expeditiepad een duidelijk andere vorm dan de gebruikelijke trottoirs voor voetgangers te geven, zodanig dat dit pad niet door voetgangers gebruikt kan worden.
Of situeer eventueel elders een laad- en losplaats voor de supermarkt op straatniveau, bijvoorbeeld aan de Esther de Boer-van Rijcklaan; Het advies om per gevellijn één type vergunning te verstrekken: of voor een gevelterras of voor een eilandterras; Het advies om het hoogteverschil voor woningtoegang binnen te beperken tot maximaal 30 mm, alsmede de toegankelijkheid van balkons, te verbeteren; Het advies ten aanzien van woningindelingen, voor het maken van (extra) benodigde aansluitleidingen in badkamers; Het advies om niet alleen rekening te houden met de ingang van voorzieningen, maar ook met de toegangen tot het plein en de natuurlijke gidslijnen die blinde en slechtziende voetgangers ter oriëntatie gebruiken; Het advies om een zo vlak mogelijke bestrating of natuursteenband ter plaatse van de ingangen aan te brengen, waarbij het benodigde afschot begint op tenminste 300-500 mm uit de dorpels;
45/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
-
Het advies om het laden en lossen voor de (overige) winkels zoveel mogelijk achterom via voor voetgangers duidelijk onaantrekkelijke routes te regelen en geen toestemming te geven voor laden en lossen vanaf het voetgangersgedeelte.
Uitvoerings- en/of handhavingsaspecten Voor de adviezen in de zienswijze, welke zich richten zich op uitvoerings- en/of handhavingsaspecten, wordt opgemerkt dat deze zich niet richten op hetgeen in het bestemmingsplan zelf is of wordt geregeld. Overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Raad van State dienen uitvoerings- en handhavingsaspecten buiten beschouwing te blijven in een bestemmingsplanprocedure. Ten tijde van de uitvoering en inrichting zal worden gekeken in hoeverre deze adviezen kunnen worden verwerkt, zodanig dat er in de openbare ruimte geen onnodige beletselen zijn. Het betreft de volgende adviezen: -
Het advies om te zorgen voor parkeerautomaten die bereikbaar en bruikbaar zijn voor mensen met een beperking; Het advies om te voorkomen dat fietsen her en der op het winkelplein worden geparkeerd aan lichtmasten of ander straatmeubilair; Het advies om de voetgangersoversteekplaatsen van een geleidelijn te voorzien met waarschuwingsmarkering volgens de richtlijnen; Het advies om iedere bank van twee armleuningen te voorzien.
Bestemmingsplan en parkeren voor minder validen Reclamant verzoekt om het huidige aantal van 6 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen te handhaven, met een voorkeur voor minimaal één extra plaats in de parkeergarage en de overige op straat. In het beoogde plan voor het Willem Royaardsplein zijn 3 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen opgenomen. Dit betreft 2 gehandicaptenplekken op maaiveld aan de noordzijde van het Willem Royaardsplein, en 1 parkeerplaats in de toekomstige parkeergarage. In de huidig situatie zijn echter 6 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen beschikbaar ten behoeve van het winkelcentrum. Het advies vanuit Voorall is om het huidige aantal van 6 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen te handhaven. Daarbij gaat de voorkeur uit naar minimaal 1 extra plaats in de parkeergarage, en 2 plaatsen op straat. Dit onderdeel van de zienswijzen wordt door de gemeente van harte ondersteund en gegrond geacht. Wij zijn het met reclamant eens, dat ook gezien de wat oudere bevolkingssamenstelling van deze wijk, handhaving van het huidige aantal van 6 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zeer belangrijk is.
Wij zijn het ook eens met de wenselijkheid van toewijzing van 1 extra gehandicaptenplaats in de beoogde parkeergarage, en 2 plaatsen op maaiveld aan de zuidzijde van het Willem Royaardsplein De benodigde en nog ontbrekende algemene gehandicaptenparkeerplaatsen dienen in de openbare ruimte binnen en rond het plangebied te worden gerealiseerd. Daarbij maken we onderscheid tussen gemeentelijke gronden en particuliere eigendom. Onderstaande kaarten illustreren allereerst de mogelijke plek waar de 2 parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het Willem Royaardsplein op gemeentelijke grond toegewezen kunnen worden door middel van een verkeersbesluit. Zie hiervoor de zwarte vakken, doorkruist met blauwe strepen. Daarbij betreft de eerste afbeelding het volledige voorontwerp van het Willem Royaardsplein, en de tweede afbeelding ter verduidelijking een uitsnede van de mogelijke ligging.
46/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Samenvattend resulteren daarmee in totaal onderstaande 6 parkeerplaatsen. Daarbij is de bijbehorende eigendomsclassificering gespecificeerd. Locatie gehandicaptenparkeerlek
Parkeerplekken in beoogd plan
Aanvullend c.f. zienswijze
Eigendom
Parkeergarage
1
1
Particulier
Noordzijde Willem Royaardsplein (maaiveld)
2
0
Gemeente
Zuidzijde Willem Royaardsplein (maaiveld)
0
2
Gemeente
47/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Wij constateren dat de aanleg en instandhouding van 2 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen in de parkeergarage, welke noodzakelijk zijn met het oog op een goede ruimtelijke ordening, nog niet is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. De gemeente heeft deze aanleg en instandhouding niet zelf in haar macht. Om die reden wordt in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat in de beneden peil te realiseren parkeervoorziening ook twee algemene gehandicaptenparkeerplaatsen duurzaam in stand worden gehouden. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.9 gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover wordt verzocht om het huidige aantal van 6 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen te handhaven, en voor het overige de zienswijze ongegrond te verklaren. De regels worden gewijzigd als volgt: Aan artikel 11 (Algemene bouwregels) wordt als lid q, en aan artikel 12 (Algemene gebruiksregels) wordt als lid l, de volgende regel toegevoegd: “Het gebruik van een beneden peil gelegen parkeervoorziening ter plaatse van de functieaanduiding "parkeergarage" (pg) is uitsluitend toegestaan indien in deze parkeervoorziening twee algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn gerealiseerd en duurzaam in stand worden gehouden.
r. Zienswijze reclamant nr. 10 De zienswijze richt zich op de volgende onderwerpen: 1. Rijksmonument, piëteitszone, afstand en openheid; 2. Verkeer en geluidsoverlast; 3. Lichthinder; 4. Groen en bomen; 5. Afvalcontainers en glasbakken; 6. Bezonning; 7. Uitlaatgassen; 8. Bouwkundige bezwaren en schade; 9. Hoogheemraadschap. 1. Rijksmonument, piëteitszone, afstand en openheid Met reclamant wordt onderschreven dat de kerk een monumentaal gebouw betreft met een bijzondere geschiedenis. Voor zover reclamant meent dat een piëteitszone aangehouden zou moeten worden tot de kerk en dit vergelijkt met een begraafplaats, wordt het volgende overwogen. Naar ons oordeel berust de beschrijving van (niet specifiek benoemde) jurisprudentie door reclamant op een verkeerde lezing van de beschikbare jurisprudentie van de Raad van State op dit punt. In dit kader wijzen wij ook op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 april 2022 (ECLI:NL:RVS:2011:BQ1077, gemeente Haaren, Noord-Brabant). De Raad van State stelt hierin zeer duidelijk dat er geen wettelijk aan te houden piëteitszone bestaat en dat bebouwing in de directe omgeving niet bij voorbaat uitgesloten behoeft te worden geacht. Citaat:
48/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
“Voorop staat dat voor een aan te houden afstand tussen een begraafplaats en bebouwing geen wettelijk aan te houden piëteitszone bestaat. Bebouwing in de directe nabijheid van begraafplaatsen behoeft niet bij voorbaat uitgesloten te worden geacht. Dit doet er echter niet aan af dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden bezien of de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor gronden in de directe nabijheid van een begraafplaats met de aanwezigheid van die begraafplaats verenigbaar zijn te achten. Het gebruik van de betrokken gronden dient elkaar in het bijzonder vanuit het oogpunt van geluid en zicht zo weinig mogelijk negatief te beïnvloeden. Bij de beoordeling daarvan is uitgangspunt de maximale mogelijkheden van het plan.” (einde citaat). Er zijn geen voldragen argumenten aangevoerd, dat dit anders zou zijn voor bebouwing in de directe omgeving van een kerk. De opvatting van reclamant dat het gebruik van een kerk vergelijkbaar is met de rust en ingetogenheid van een begraafplaats en daarom zwaarder moet worden getoetst, onderschrijven wij niet. Uit deze uitspraak van de Raad van State kan worden afgeleid dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden bezien of de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor gronden in de directe nabijheid verenigbaar zijn te achten.
Het gebruik van de betrokken gronden dient elkaar onder andere vanuit het oogpunt van zicht zo weinig mogelijk negatief te beïnvloeden. In de Nota van Uitgangspunten is de afstand tussen de kerk en Rooilijn bouwplan bepaald op minimaal 18 meter. Zowel in het bestemmingsplan als het bouwplan wordt aan deze afstand voldaan. De bouwhoogte is maximaal 11 meter.
Het door reclamant in twijfel getrokken advies van de Welstands- en monumentencommissie, waarbij de commissie het beginselplan heeft getoetst aan de Welstandsnota en akkoord is gegaan, is in deze bestemmingsplanprocedure niet aan de orde. Ter verduidelijking van de ligging van de kerk in deze stedelijke omgeving volgt uit de beheersverordening Benoordenhout Noord-Oost het volgende. De bouwhoogte van de kerk zelf is op de verbeelding tussen de 8 en 12,5 meter. Het tegenovergelegen appartementengebouw aan de Theo Mann-Bouwmeesterlaan heeft een bouwhoogte tussen de 21 en 33 meter. De afstand tussen dat gebouw en de kerk bedraagt circa 28 tot 34 meter. De naastgelegen school heeft een bouwhoogte van 11 meter grenzend aan de kerk op een afstand van circa 39 meter. De stelling van reclamant dat bijzonder gebruik als een kerk zwaarder getoetst dient te worden, vloeit niet uit regelgeving of jurisprudentie voort. De afstand tot het kerkgebouw en de hoogte van de nieuwbouw is, gelet op afstanden en bouwhoogtes van andere naastgelegen bebouwing, niet dusdanig afwijkend, dat dit leidt tot een aantasting van het leefklimaat en het goede functioneren van de kerk(zaal), of dat dit anderszins in het licht van een goede ruimtelijke ordening niet meer aanvaardbaar kan worden geacht.
49/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
2. Verkeer en geluidsoverlast Kortheidshalve verwezen naar onze overwegingen onder thema e. (e. “Verkeer en parkeren”), waarbij ook de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. Voor wat betreft de specifieke situatie van de kerk wordt geconstateerd, dat ook het gebruik van het bestaande parkeerterrein met aan- en afrijdend verkeer gepaard gaat. Hierdoor is ook in de huidige situatie sprake van inritsituaties waarbij gemotoriseerd verkeer stoepen moet kruisen. Gezien het met elkaar vergelijkbare veiligheidsprofiel van de huidige en de nieuwe situatie wordt de zienswijze op dit punt niet onderschreven. Een kerkgebouw is zoals reclamant terecht aangeeft geen geluidsgevoelige bestemming in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) en om die reden is het gebouw niet betrokken in het akoestisch onderzoek. In het Akoestisch rapport wegverkeerslawaai is geconstateerd dat het aspect geluidshinder de ontwikkeling niet in de weg staat. Het feit dat een kerkgebouw een plek kan bieden van stilte en bezinning, betekent nog niet dat desondanks sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. 3. Lichthinder Reclamant stelt dat er in de kerkruimte met glazen wanden hinder zal ontstaan als gevolg van inschijnende koplampen ter plaatse van de glazen wand van de kerk op de kop van het gebouw, als gevolg van het inrijden van auto’s naar de parkeergarage of expeditiestraat.
Opgemerkt wordt dat invallend lichtschijnsel van auto's in stedelijk gebied nooit geheel valt uit te sluiten. In dit geval zal de overlast minimaal zijn. Immers, de kerkdiensten vinden volgens reclamant overdag plaats, evenals veel andere activiteiten. Als voorbeeld van het gebruik in de avond worden buurtvergaderingen en gemeentelijke informatieavonden genoemd. Of deze ook in de kerkruimte met glazen wanden plaatsvinden valt uit de zienswijze niet af te leiden In de huidige situatie zijn op de hoek ter plaatse van de glazen kerkwanden bomen aanwezig. Volgens het Inrichtingsplan Openbaar Gebied Willem Royaardsplein blijven deze bomen behouden, zodat deze bomen eventueel invallend lichtschijnsel van passerende voertuigen te dele zullen blokkeren. Er is geen omgevingsvergunning voor het kappen van deze bomen aangevraagd. Daarnaast wordt in de huidige situatie haaks geparkeerd naast de kerk, waardoor er ook nu sprake kan zijn van inschijnende koplampen. Met het verdwijnen van het parkeerterrein zal die situatie verdwijnen. Er is daarom geen sprake van een volledig nieuwe situatie. Uit hetgeen reclamant heeft aangevoerd kan niet worden afgeleid dat door het gebruik van de parkeergarage en expeditiestraat sprake zal zijn van onaanvaardbare lichthinder voor de kerkruimte. 4. Groen en Bomen Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema b. (b.
“Bomen en groen”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. 5. Afvalcontainers en glasbakken Zoals ook reclamant aangeeft betreft de mogelijke plaatsing van afvalcontainers een uitvoeringsaspect en richt dit punt zich niet tegen hetgeen in het bestemmingsplan zelf is of wordt geregeld. Overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Raad van State dienen uitvoerings- en handhavingsaspecten buiten beschouwing te blijven in een bestemmingsplanprocedure. 6. Bezonning Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. De gemeente heeft normen (RIS 170509) opgesteld ten behoeve van de toetsing van bezonningseffecten op omliggende woningen, de zogenaamde Haagse bezonningsnorm. Voor een klein deel van de woonadressen zal sprake zijn van wat nieuwe schaduw.
50/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Voor deze woningen is in de Bezonningsstudie (bijlage 14 van de plantoelichting) geconstateerd, dat voldaan wordt aan de Haagse bezonningsnorm. De kerk is geen woning, maar is een maatschappelijke functie. Het feit dat het een kerkgebouw en een rijksmonument betreft, betekent niet dat bij enige nieuwe schaduw, desondanks getoetst moet worden aan de Haagse bezonningsnorm, dat wel dat dit tot strijd met een goede ruimtelijke ordening leidt. De ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid. 7. Uitlaatgassen Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Om die reden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. 9. Bouwkundige bezwaren en schade Dit onderdeel van de zienswijze is feitelijk gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Om die reden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. Verder wordt kortheidshalve verwezen naar onze overwegingen onder thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”). 10. Hoogheemraadschap Voor zover reclamant betwijfeld of het hoogheemraadschap heeft ingestemd, wordt verwezen naar hoofdstuk 7.1 van de plantoelichting (Artikel 3.1.1 Bro-overleg).
Daar is aangegeven, dat op 27 december 2021 het hoogheemraadschap na overleg schriftelijk heeft ingestemd met de voorgestelde planvorming en heeft aangegeven dat de waterbelangen op een goede wijze zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Conclusie: uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema a (a. “Nut en noodzaak winkelcentrum en tweede trekker”), thema b (b. “Bomen en Groen”), thema e (e. “Verkeer en parkeren”), thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 10 ongegrond te verklaren
s. Zienswijze reclamant nr. 11 Reclamanten geven in de zienswijze aan, dat zij slechts een renovatie van het huidige winkelcentrum willen, geen uitbreiding van het winkeloppervlak en handhaving van de bestaande bebouwingscontouren. De zienswijze gaan met dit uitgangspunt in op 8 onderwerpen, als volgt: 1. Motie 2e supermarkt RIS296770 en nut en noodzaak van herontwikkeling winkelcentrum 2. Verkeersaspecten 3. Stikstofdepositie 4. Toegestane activiteiten in het nieuwe winkelcentrum 5. Motie ambulante handel RIS296771 6. Motie afspraken bij het Voorlopig Ontwerp Willem Royaardsplein 7. Bodemverzakking 8. Nader onderzoek vleermuizen Voor zover de zienswijze zich deels richt tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het
51/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
voorstel tot besluitvorming hiertoe. Voor het overige merken wij het volgende op ten aanzien van deze zienswijze. 1. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema a. (a. “Nut en noodzaak winkelcentrum en tweede trekker”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. 2. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema e (e. “Verkeer en parkeren”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. Daarnaast wordt het volgende opgemerkt. Voor zover reclamant aanvoert dat er in de verkeersanalyses niet ook specifiek rekening is gehouden met eventuele verkeersaantrekkende werking door horecagelegenheden in de categorie middelzwaar wordt het volgende opgemerkt. Zoals is overwogen in thema g (g. “Horeca en pakketdiensten”), bevat het bestemmingsplan niet meer of zwaardere horecamogelijkheden dan voorheen. Onder verwijzing naar thema e (e. “Verkeer en parkeren”), is in de geactualiseerde Mobiliteitstoets geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren de ontwikkeling niet in de weg staan. Volgens het normeringsinstituut CROW, welke de normgetallen aanlevert voor berekening van de verwachte verkeerstoename, zijn dergelijke verkeersbewegingen verwerkt in de norm. De verkeersgeneratiecijfers in de Mobiliteitstoets gaan dan ook over de totale verwachte verkeerstoename.
Reclamant heeft geen gronden aangevoerd op basis waarvan moet worden geconcludeerd dat de Mobiliteitstoets de verkeerstoename in de nieuwe situatie had moeten uitwerken per al aanwezige functie binnen de planontwikkeling. 3. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema f (f. “Stikstofdepositie”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. 4. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema g (g. “Horeca en pakketdiensten”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. 5. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema d (d. “Kiosken en ambulante handel”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. 6. Allereerst wordt geconstateerd dat reclamanten diverse eisen stellen aan de gemeente, welke uitvoeringsaspecten betreffen en zich niet richten tegen hetgeen in het bestemmingsplan zelf is of wordt geregeld. Overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Raad van State dienen uitvoerings- en handhavingsaspecten buiten beschouwing te blijven in een bestemmingsplanprocedure. Gelet op het feit dat dit onderdeel van de zienswijzen ook verkeers- en parkeeraspecten betreft wordt kortheidshalve verwezen naar onze overwegingen onder thema e (e. “Verkeer en parkeren”). Voor zover reclamanten stellen zich te richten tegen de afdoening van motie RIS298750, wordt het volgende verduidelijkt.
Het juiste RIS nummer is RIS299204, de motie “Informeren over afspraken bij het voorlopig ontwerp Willem Royaardsplein”, welke is aangenomen tijdens de behandeling van de grondexploitatie Winkelcentrum Duinzigt (RIS298750) en afgedaan door het college op 25 september 2018. De motie is behandeld in thema e. “Verkeer en parkeren”, evenals de bevoorrading. 7. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i (i. “Financiële uitvoerbaarheid en planschade”) waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen.
52/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
8. Kortheidshalve wordt verwezen naar onze overwegingen onder thema c. (c. “Vleermuizen en soortenbescherming”), waarbij de zorgen van reclamant aan de orde zijn gekomen. Voor zover in de zienswijzen wordt gesteld dat onduidelijk is waarom er geen natuurkansenscan is opgesteld wordt het volgende overwogen. In de toelichting van het bestemmingsplan is hieraan aandacht besteed. Uit de Nota Stadsnatuur volgt dat bij elke herinrichting en omvorming van de openbare ruimte een natuurkansenscan verplicht is. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan, van nu af aan ook beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. De natuurkansenscan is hiermee een onderdeel van het ontwerpproces. De inrichting van het gebied is echter een uitvoeringsaspect dat niet in het bestemmingsplan zelf is of wordt geregeld. Het bestemmingsplan staat het uitvoeren van een natuurkansenscan bovendien niet in de weg. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema a (a. “Nut en noodzaak winkelcentrum en tweede trekker”), thema c (c. Vleermuizen en soortenbescherming”), thema d (d. “Kiosken en ambulante handel”), thema e (e. “Verkeer en parkeren”), thema f (f. “Stikstofdepositie”), thema g (g. Horeca), thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i.
“Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 11 ongegrond te verklaren.
t. Zienswijze reclamant nr. 12 De Stichting Hart voor Meijendel stelt de zienswijze van reclamanten nr. 11 (Ra 10633749) -volledig te onderschrijven. Onderstaande conclusie is derhalve identiek. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen en zoals overwogen onder thema a (a. “Nut en noodzaak winkelcentrum en tweede trekker”), thema c (c. Vleermuizen en soortenbescherming”), thema d (d. “Kiosken en ambulante handel”), thema e (e. “Verkeer en parkeren”), thema f (f. “Stikstofdepositie”), thema g (g. Horeca), thema h. (h. “Bodemstabiliteit”) en thema i. (i. “Financiële uitvoerbaarheid en nadeelcompensatie”) vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr. 12 ongegrond te verklaren.
53/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
INGEKOMEN ZIENSWIJZEN (samengevat weergegeven)
1.
Ra 10630249
Belanghebbende
De volgende zienswijze is samengevat weergegeven: a. Projectontwikkelaar en verhaal bij bouwschade Reclamant gaat in de zienswijze gedetailleerd in op de projectontwikkelaar, rechtspersonen in verhouding tot derden, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, beherende vennoten, bestuurders, aandeelhouders, gedeponeerde balansen, jaarrekeningen en vermogens. Volgens reclamant zit er te weinig vermogen in enkele van de rechtspersonen. Reclamant verbindt daaraan de conclusie, dat er bij bouwschade aan belendende percelen geen of moeilijk verhaal valt te halen. Reclamant stelt, dat de aanvrager/projectontwikkelaar voor financiële waarborgen dient te zorgen, zodat eventuele schade kan worden hersteld en/of vergoed, en verwijst naar de voorschriften op basis van de Regeling omgevingsrecht (Mor). Het is volgens reclamant noodzakelijk dat in de omgevingsvergunning de voorwaarde worden opgenomen, dat de aanvrager van de omgevingsvergunning zorgdraagt voor financiële waarborgen en dat de omvang, aard en kwaliteit van deze waarborgen ter beoordeling is van een expert. Reclamant is lid van de Vereniging van Eigenaren TH. Bouwmeesterlaan/Else Mauhslaan (nader te noemen: de VvE).
Als deze twee gebouwen schade oplopen als gevolg van de bouw, bestaat de kans dat dit voor rekening van de vereniging komt met als gevolg dat het aandeel van reclamant in de reserves daalt, dan wel alle leden geld moeten storten op de schade te kunnen herstellen. Reclamant vraagt zich af of de gemeente onderzoek heeft gedaan naar de financiële draagkracht van de projectontwikkelaar. Zo niet acht reclamant de gemeente medeverantwoordelijk en aansprakelijk, op grond van onrechtmatig handelen terwijl de gemeente bij de afgifte van de omgevingsvergunning kon weten dan de projectontwikkelaar niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen bij eventuele schade aan belendende percelen. b. Vleermuizenonderzoek De bijlage bij de plantoelichting "Nader onderzoek vleermuizen" dateert van 19 oktober 2017 en is ruim zes jaar oud. De VvE heeft recentelijk haar gebouwen laten isoleren en daarvoor een ecoloog geconsulteerd. Er blijken dwergvleermuizen in/rondom het VvE gebouwen te zitten en in het (plan)gebied. Reclamant vraagt zich af of het gebruikelijk is, dat de gemeente zich baseert op zo’n oud onderzoek bij het afgeven van vergunningen en de te nemen maatregelen. c.
Waalsdorperweg Reclamant geeft aan dat in diverse documenten inzake het ontwerpbestemmingsplan, de omgevingsvergunning en de ontwerp-beschikking ontheffing hogere grenswaarden Wet geluidhinder de Waalsdorperweg wordt benoemd als tweebaansweg. Na de herinrichting is het stuk Waalsdorperweg vanaf de Theo Mann-Bouwmeesterlaan tot aan de Oude Waalsdorperweg een gedeelde fiets/eenbaansweg. d. Bomen en groen(e daken) Reclamant gaat inhoudelijk in op het advies van de Welstands- en Monumentencommissie van 5 september 2023, waarbij is aangegeven dat met het aangepaste voorstel goed is gereageerd op de eerder gemaakte opmerkingen”.
54/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Reclamant merkt op dat er niets meer staat over het behoud van de bomen aan de zijde van de American Protestant Church terwijl in tekeningen zijn deze bomen wel ingetekend. Reclamant vraagt zich af of naar de levensvatbaarheid van de bomen is gekeken, en of de groene daken die worden aangelegd op de daken van te bouwen appartement de compensatie van te kappen bomen vormen. e. Geluidshinder en mobiliteitstoets Het buro RHO Adviseurs heeft in 2022 in opdracht van WP Retail Invest B.V. een geluidsonderzoek en een mobiliteitstoets uitgevoerd. Reclamant stelt dat de mobiliteitstoets onjuistheden en onvolkomenheden bevat, waaronder de vermelding van 30 km wegen. Reclamant vraagt zich af of deze onjuiste aanname geen gevolg heeft voor de conclusies van het rapport. Het is niet duidelijk of Rho adviseurs sedert de herinrichting van de Waalsdorperweg in 2021/2 ter plekke zijn geweest De fietsers delen thans de rijbaan gedeeltelijk met voertuigen/bus/vrachtwagens waarbij regelmatig gevaarlijke situaties kunnen ontstaan en zich voor hebben gedaan temeer daar er regelmatig dubbel wordt geparkeerd. Het stoplicht kan op piekmomenten de verkeersdruk amper aan, laat staan als het plan een verkeersaantrekkende werking door een tweede supermarkt zal hebben. Filevorming zal tot meer geluidshinder leiden als gevolg van de herontwikkeling van het Royaardsplein.
Reclamant vraagt of er geen nader onderzoek moet worden uitgevoerd. e. Stikstofrapport In het rapport van Peutz staat onder punt 3.1 Transportbewegingen het volgende: "de afvoer van de te ontgraven grond ter realisatie van de parkeerkelder vindt plaats door middel van in totaal 1057 dumpertransporten. Deze zijn ingevoerd in de Aerius calculator als 2114 zware vrachtwagenbewegingen. Daarnaast is aangehouden dat een dumpertransport voor manoeuvreren en beladen 5 minuten op de bouwplaats aanwezig is met stationair draaiende motor. De aanvoer van bouwmaterialen geschied met 800 vrachtwagens voor de gehele aanlegfase, aldus 267 vrachtwagens per kalenderjaar (= 534 bewegingen). Voor het transport van werknemers en handgereedschappen en equipment is zijn gemiddeld 10 personenwagenbewegingen per dag gedurende de gehele aanlegfase benodigd. " (zie bijlagen foto grote vrachtwagens)”. Er wordt vermeld dat er 2114 zware vrachtwagen bewegingen worden verwacht plus in een later stadium nog eens 534. Deze zware vrachtwagens moeten allemaal langs de huidige AH met zebrapad waar veel ouderen (zeer) langzaam oversteken en langs het zorgcentrum alwaar vaak auto's, busjes of een ambulance dubbel staan geparkeerd. Daarna gaan de vrachtwagens de Waalsdorperweg op alwaar de fietspaden worden gedeeld met auto's, bussen van lijn 20 etc.
Er doen zich ook in de huidige situatie door stilstaande bestelbussen, in- en uitladen van personen/goederen, te hard rijdende auto's en naast elkaar fietsende fietsers, regelmatig gevaarlijke situaties voor. Als daar nog eens 2114+534 zware vrachtwagen bewegingen bijkomen ontstaat er een vanzelfsprekend levensgevaarlijke situatie voor met name fietsers. Reclamant maakt zich zorgen over de toename van de verkeersdruk tijdens de bouwfase en de verkeersveiligheid. Door de vrachtwagenbewegingen zal de uitstoot van stikstof wezenlijk kunnen toenemen. In het rapport van Peutz wordt dit niet benoemd en dus niet in kaart gebracht voor de eindconclusie. Dit punt is wel van belang omdat de Waalsdorperweg dichtbij Natura 2000-gebied ligt. Reclamant vraagt een nader onderzoek zal worden gedaan naar het stikstofeffect op het Natura 2000gebied door de vrachtwagenbewegingen.
55/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
2.
Ra 10632515
Vereniging van Eigenaars Theo Mann-Bouwmeesterlaan-Else Mauhslaan
Deze zienswijze van de VVE is op 1 passage na gelijkluidend aan zienswijze nr. 1 van een bewoner. Het betreft de passage over individueel - en groepsbelang. Beide belangen richten zich volgens reclamanten op een mogelijk dalen in het aandeel in de reserves van de Vereniging van Eigenaren en bijstorten om schade te herstellen. Voor de overige inhoud van de zienswijze wordt verwezen naar zienswijze nr. 1.
3.
Ra 10630141
VvE Theo Mann-Bouwmeesterlaan 19-49
De volgende zienswijze is samengevat weergegeven: Namens de Vereniging van Eigenaren (VvE) van de Theo Mann-Bouwmeesterlaan 19-49 te Den Haag, wordt de volgende zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning. 1. Parkeerdruk Reclamant maakt zich grote zorgen over de verwachte toename van de parkeerdruk in de omgeving. De door reclamant berekende netto toename van 40 extra parkeerplaatsen wordt ontoereikend geacht, gezien de verwachte groei van het verkeer door het nieuwe winkelcentrum. Verzocht wordt om passende maatregelen te nemen om de parkeerdruk te verlichten en te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Reclamant stelt dat met de huidige plannen voor het winkelcentrum en de omliggende infrastructuur er een nettoverlies zal zijn van 54 parkeerplaatsen. Dit komt door het verdwijnen van in totaal 94 parkeerplaatsen: 21 in de Nyelantstraat en 73 op de huidige parkeerplaats. Ter compensatie hiervan worden er 158 nieuwe parkeerplaatsen gecreëerd in de ondergrondse garage. Echter, 24 van deze nieuwe plaatsen worden toegewezen aan de nieuwe appartementen boven de garage, wat betekent dat er slechts 134 parkeerplaatsen beschikbaar zullen zijn voor het publiek. Dit resulteert in een netto toename van slechts 40 extra parkeerplaatsen.
Dit is zorgwekkend, gezien de verwachte groei van het verkeer door het nieuwe winkelcentrum en de toevoeging van nieuwe appartementen. 2. Bomen Het voornemen om 38 van de 67 bomen te verwijderen is zeer zorgwekkend. De buurt wordt door deze 'verstening' minder aantrekkelijk, zowel visueel als ecologisch. Reclamant twijfelen sterk aan de haalbaarheid en wenselijkheid van het plan om slechts 9 nieuwe bomen terug te laten keren omdat er in het plan bijna geen ruimte meer voor is. De voorgestelde veranderingen zullen een significante impact hebben op het groene karakter van onze wijk en het leefgebied van diverse vogelsoorten. 3. Van plein naar straat Het verdwijnen van het huidige plein ten gunste van een 24 meter brede straat heeft diverse ongewenste gevolgen. De plannen lijken geen rekening te houden met noodzakelijke faciliteiten zoals fietsenstallingen, wat zal leiden tot willekeurig geparkeerde fietsen en potentiële belemmeringen voor rolstoelgebruikers. Het plein fungeert nu als een belangrijke sociale ontmoetingsplek, vooral voor de vele senioren in de buurt. Deze waardevolle sociale functie komt in het gedrang. Zij zullen nooit meer de rust en ruimte tussen het groen ervaren die ze nu hebben.
56/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
4. Infrastructuur Reclamant plaatst vraagtekens bij een groter winkelcentrum dan voorheen. Reclamant ziet niet de behoefte voor bijvoorbeeld een extra supermarkt, of andere winkels die men typisch in grotere winkelcentra aantreft, en vreest een aanzienlijke toename van winkelend publiek. Reclamant stelt, dat de hoofdontsluiting via de Waalsdorperweg over onvoldoende capaciteit beschikt om toekomstige verkeersstromen goed te kunnen organiseren. Nu al zijn er regelmatige verkeersopstoppingen in verband met de nabijgelegen sportverenigingen. De alternatieve route via de Ruychrocklaan is onlangs gerenoveerd en smaller gemaakt door de gemeente, wat het minder aantrekkelijk maakt. Reclamant vraagt zich af of de infrastructuur van de buurt wel kan omgaan met de verwachte toename van verkeer. De huidige plannen lijken onvoldoende rekening te houden met deze realiteit, wat kan leiden tot serieuze verkeersproblemen en mogelijke overlast voor de bewoners. Hierdoor wordt het voor potentieel nieuw winkelend publiek ook minder aantrekkelijk om er te komen, waardoor is de vrees dat het uiteindelijk ook de ondernemers zal gaan raken. 5. Droogloop bij de winkels aan het plein (direct onder de appartementen van de VvE) Reclamant maakt zich zorgen over de uitvoering van een droogloop en mogelijke esthetische en structurele problemen.
Als deze luifel van glas of ander doorzichtig materiaal wordt gemaakt, kan dit potentiële vervuiling veroorzaken en geluidsoverlast tijdens regenbuien. Een oplossing zou kunnen zijn om de balkons dieper te maken, waardoor de onderkant van de balkons als droogloop voor de winkelende klanten kan fungeren. Dit zou niet alleen esthetisch aantrekkelijker zijn, maar ook praktischer in termen van onderhoud. Een ander alternatief zou zijn om helemaal geen droogloop te creëren, aan de overzijde is immers ook geen droogloop in het plan opgenomen. 6. Brandgevaar in de parkeergarage Reclamant maakt zich zorgen over het potentiële brandgevaar in de geplande ondergrondse garage met de ingang aan de Nyelantstraat, vooral gezien het feit dat deze garage gebruik zal maken van een autolift en direct onder enkele van de appartementen van de VvE ligt. Reclamant dringt er daarom bij de gemeente op aan om een grondige evaluatie uit te voeren van de potentiële brandrisico's van deze garage en om passende veiligheidsmaatregelen te nemen. 7. Bodemstabiliteit Het gebouw van de VvE en de omliggende huizen zijn gebouwd op zandgrond, zonder funderingspalen of heipalen. Dit brengt inherente risico's met zich mee bij omvangrijke bouw- en graafwerkzaamheden. Reclamant stelt dat de kans op verzakkingen of verschuivingen aanzienlijk is.
Reclamant acht het noodzakelijk om voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een zogenaamde 0meting uit te voeren en afspraken vast te leggen met betrekking tot eventuele schades. Mocht er schade ontstaan als direct gevolg van de verbouwingswerkzaamheden, dan dienen de projectontwikkelaar en/of bouwer aansprakelijk te worden gesteld voor de herstelkosten. 8. Planning bouwwerkzaamheden Reclamant stelt dat bewoners geconfronteerd zullen worden met stof, geluidshinder, trillingen en een risico op schade aan de omliggende bebouwing. Reclamant wenst dat voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden afspraken worden gemaakt met betrekking tot de bouwactiviteiten, zoals duidelijk gedefinieerde bouwtijden en zorgvuldig geplande aan- en afvoerroutes voor het bouwverkeer.
57/83
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10799529
Daarnaast wil reclamant dat de verbouwing begint aan de zijde van de woningen van reclamant. Prioriteit moeten worden gegeven aan het verdiepen van de winkels direct onder de woningen van reclamant, gevolgd door de aanleg van daktuinen op deze structuren. Deze volgorde van werkzaamheden zou ons, bewoners, een comfortabele buitenruimte bieden gedurende de langdurige bouwperiode. 9. Tenslotte Dat het plein een opknapbeurt behoeft, staat buiten kijf. Reclamant acht het plein echter ongeschikt voor een volwaardig wijkwinkelcentrum. Reclamant wenst, dat in plaats van radicale veranderingen de focus ligt op verfijnde aanpassingen die het karakter van het plein behouden, met de nadruk op het verfraaien met kwalitatieve materialen en wellicht een additioneel woongebouw boven de bestaande Albert Heijn introduceert. Echter, de authentieke uitstraling en opbouw van het plein moet centraal blijven. Reclamant meent dat na zulke vernieuwingen het plein een gezond functionerend buurtplein met wat winkels zal zijn, ten voordele van zowel bewoners als ondernemers. Dit zou een harmonieuze oplossing zijn voor iedereen, behalve dan misschien de commerciële doelen die de projectontwikkelaar voor ogen heeft. Reclamant is van mening dat het substantieel vergroten van de winkelruimtes niet aansluit bij de wensen en behoeften van ondernemers die zich op deze specifieke buurt willen richten.
Gezien het overwegend oudere publiek in deze wijk zal leegstand het gevolg zijn. Reclamant wil geen ondergrondse parkeergarage vanwege het mogelijke risico op verzakkingen. Reclamant denkt zelf aan bebouwing op het huidige parkeerterrein, bestaande uit winkels op de begane grond, woningen op de eerste verdieping en bovenop deze woningen een parkeerverdieping. Een en ander omrand met een groene barrière bestaande uit planten of bomen. Dit is voor bewoners van de VvE een visueel aangename omgeving.