CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20250612-RIS320219 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Willem Royaardsplein

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Willem Royaardsplein (RIS320219)38.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Tijdens de bouwwerkzaamheden is voor alle kiosken een tijdelijke locatie gereserveerd zodat de exploitatie is geborgd, als volgt: 1. Vis- en Snacktiek”: De kiosk van de “Vis en Snacktiek” is zo mobiel, dat deze tijdens de bouw van de parkeergarage verplaatst zal worden naar een locatie nabij de Bloemendoos. Na het gereedkomen van de parkeergarage zal de kiosk worden teruggeplaatst op de huidige locatie. In beginsel zal de “Vis en Snacktiek” een nieuwe kiosk moeten bouwen, die aan het kioskenbeleid moet voldoen. 2. Döner: de kiosk van deze ondernemer zal gesloopt moeten worden om de bouw van de parkeergarage mogelijk te maken. Voor de Döner is een winkelruimte gereserveerd, die ingericht zal worden om geschikt te zijn voor de uitoefening van de bedrijfsvoering. Op dit moment wordt er overlegd met een adviseur die de inrichting zal ontwerpen en zal zorgen voor de nodige stukken om een vergunning aan te vragen. Deze ondernemer zal zelf een nieuwe kiosk bouwen binnen de hiervoor gereserveerde ruimte.

19/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

3. De Bloemendoos: deze ondernemer heeft al een kiosk die aan het geldende kioskenbeleid voldoet. Er wordt een huurovereenkomst opgesteld, welke op korte termijn (verwachting week 41) zal worden toegezonden naar de ondernemer. In de huurovereenkomst zal worden opgenomen, dat er enige tijd geen gebruik gemaakt kan worden van de kiosk omdat de veiligheid niet te garanderen is. De kiosk zelf kan blijven staan. Ook voor de Bloemendoos is een winkelruimte gereserveerd van waaruit de exploitatie gevoerd kan worden. Over de nadere afspraken voor de tijdelijke verplaatsing van de exploitatie zullen nog nadere afspraken gemaakt worden. 2. Rechtsongelijkheid Voor zover wordt aangevoerd dat er sprake is van rechtsongelijkheid, wordt dit niet onderschreven. Het bestemmingsplan biedt immers de juridisch-planologische mogelijkheden voor 3 kiosken binnen een herontwikkeling van een winkelcentrum. De juridisch-planologische mogelijkheden in het bestemmingsplan nemen niet weg, dat individuele gesprekken over de bestendiging van bedrijfsactiviteiten tot verschillen in vervolgafspraken kunnen leiden. Dergelijke verschillen zijn echter geen gevolg van beleidsmatige uitgangspunten aan de kant van de gemeente, maar van individuele randvoorwaarden met betrekking tot de exploitatiegeschiedenis, vestigingseisen of bestaande contractuele randvoorwaarden, die per bedrijf kunnen verschillen.

Deze verschillen kunnen ook verschillen in bedrijfseconomische of planologische zin tot gevolg hebben. Van ongelijke behandeling, of juridische regels welke leiden tot rechtsongelijkheid, is daarmee echter geen sprake. Voor zover wordt aangevoerd dat geen rekening wordt gehouden met de bestaande kiosken wordt het volgende opgemerkt. De voortzetting van de ambulante handel is gegarandeerd zoals hierboven al aangegeven. Uit de aard van deze herontwikkeling vloeit voort, dat voor het bestemmingsplan niet de huidige locaties van kiosken, maar de situering van de op de verbeelding weergegeven (toekomstige) bebouwing en rooilijnen van doorslaggevende aard is. De kiosken zijn alle opgenomen op de verbeelding. Reclamanten hebben geen dragende argumenten aangevoerd welke zouden moeten leiden tot het oordeel dat daarmee sprake is van ruimtelijke onaanvaardbaarheid, dan wel rechtsongelijkheid. 3. Bouw- en uitvoeringsfase Voor zover wordt ingaan op hinder tijdens de uitvoeringsfase, de periode van bouwwerkzaamheden, het bouwterrein en exploitatie in die periode wordt opgemerkt, dat dit uitvoeringsaspecten betreft, welke volgens vaste jurisprudentie niet in een bestemmingsplanprocedure aan de orde kunnen komen, of in een bestemmingsplan kunnen worden geregeld.

Voor wat betreft deze fase is de continuïteit van de exploitatie van de kiosken tijdens de werkzaamheden van gemeentelijke zijde gegarandeerd; voor twee kiosken is een winkelruimte gereserveerd van waaruit de exploitatie tijdelijk gevoerd kan worden. Een kiosk is eenvoudig verplaatsbaar, hiervoor is een tijdelijke locatie gereserveerd. Met de kioskhouders wordt overleg gevoerd om te komen tot afspraken om de exploitatie in de tijdelijke situatie in een overeenkomst te borgen. 4. Rooilijn kopgebouw Reclamant nr.5 richt zich in de zienswijze ook op de rooilijn van het kopgebouw ten opzichte van zijn kiosk. Volgens reclamant kan het verleggen van het kopgebouw alleen gebeuren als er overeenstemming bereikt is met de exploitant van de kiosk, de Bloemendoos. Reclamant heeft geen schriftelijke stukken overlegd, waaruit het bestaan van zulke afspraken tussen reclamant en gemeente naar voren komt.

20/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Geconstateerd wordt dat reclamant een andere interpretatie en uitleg geeft over afspraken waar door hem rechten aan ontleend kunnen worden, en over aan te houden afstanden. De gemeente heeft noch schriftelijk, noch mondeling met reclamant afgesproken dat het kopgebouw alleen verlegd kan worden als er overeenstemming is met de exploitant van de kiosk. Daarnaast wordt opgemerkt dat reclamant geen partij is van de tussen gemeente en ontwikkelaar op 7 juni 2018 gesloten privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst en dat hij als zodanig hieraan geen rechten kan ontlenen. Ook aan de andere genoemde documenten, de Nota van Uitgangspunten en het ontwerpbestemmingsplan, kunnen geen concrete in rechte afdwingbare toezeggingen tussen gemeente en reclamant worden ontleend, op basis waarvan de rooilijnen op de verbeelding afhankelijk zouden zijn geworden van overeenstemming met een exploitant van een kiosk. Voor wat betreft de Nota van Uitgangspunten (NvU) Winkelcentrum Duinzigt (RIS298751), zoals gewijzigd vastgesteld door burgemeester en wethouders op 31 januari 2017, wordt opgemerkt dat in de nota ruimtelijke en financiële kaders en overige uitgangspunten zijn vastgelegd voor de transformatie van het winkelcentrum. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aanvoert, is in de NvU niet beschreven dat een afstand van 5 meter tot deze kiosk dient te worden aangehouden.

Het betreffende citaat uit de NvU luidt als volgt: “de rooilijn langs de Theo Mann-Bouwmeesterlaan ligt deels loodrecht op de huidige winkelpui en volgt deels de richting van de rijbaan; minimale afstand tot de rand van de rijweg is 5 meter;” De NvU beschrijft daarmee de rooilijn langs de Theo Mann-Bouwmeesterlaan, de huidige winkelpui, en een minimale afstand tot de rijweg van 5 meter. De werkelijke afstand van pui tot de rand van de rijweg is ongeveer 11 meter. Uit de NvU valt niet af te leiden dat (ook) rondom de aanwezige ambulante handel een afstand van 5 meter tot de rijweg en/of de rooilijn van de winkelpuien dient te worden aangehouden. Voor wat betreft de afstand tussen het bouwvlak voor een kiosk en de bestemming Gemengd-1, zoals op de verbeelding vastgelegd, wordt het volgende overwogen. Op 9 mei 2023 heeft de Stuurgroep Willem Royaardsplein ingestemd met het uitbouwen/opvullen van de plint tot aan de rooilijn van de huidige luifel/overkraging, met dien verstande dat de ontwikkelaar pogingen zal blijven ondernemen om met de exploitant van de Bloemendoos overeenstemming te verkrijgen over verplaatsing conform artikel 3.15 van de Samenwerkingsovereenkomst.

Dit ofschoon de verplaatsing/uitkoop strikt genomen niet noodzakelijk is gebleken, doordat het plan Openbare Inrichting door de ACOR (Adviescommissie Openbare Ruimte) is goedgekeurd met medeneming van de positie van de Bloemendoos en de beoogde uitbreiding van de plint. Tevens is in het recente APV-besluit (BWT-0229869GGB22), dat is genomen door de ACOR op verzoek van de exploitant van de Bloemendoos, onder andere de vergunningsvoorwaarde gesteld dat er minimaal 1,5 meter aan vrije ruimte moet zijn tussen de plint en de Bloemendoos. Gelet op verbeelding zal er na uitbreiding van de plint 3.45 meter aan vrije loopruimte voor de voetganger zijn tot het op de verbeelding aangegeven bouwvlak van de kiosk. Dit is meer dan het dubbele van de hiervoor aangehaalde vergunningsvoorwaarde van minimaal 1,5 meter.

21/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Ter illustratie een vergelijkbare locatie binnen de gemeente, op de recentelijk heringerichte Frederik Hendriklaan, waar naast de winkels ook vernieuwde kiosken het straatbeeld aanvullen en verfraaien:

Geconcludeerd wordt dat reclamant geen dragende argumenten heeft aangevoerd op grond waarvan aangenomen moet worden dat een kortere afstand dan 5 meter vrije loopruimte tussen het nieuwe Kopgebouw of de rijweg en een te (her)plaatsen kiosk in de gegeven plaatselijke omstandigheden zonder meer te smal, onaanvaardbaar of in strijd met een goede ruimtelijke ordening zou zijn. Conclusie Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de raad adviseert om de zienswijzen op dit punt en voor zover gericht tegen het bestemmingsplan ongegrond te verklaren.

e. Verkeer en parkeren Dit thema komt naar voren in meerdere zienswijzen en richt zich met name op zorgen over: toename van de parkeerdruk en parkeerplaatsen, bouw van de parkeergarage in 2 fasen en tijdelijke parkeerlocaties, verkeerstoename en verkeersveiligheid. 1. Toename parkeerdruk en parkeerplaatsen Meerdere reclamanten maken zich zorgen over de parkeerdruk in het algemeen en tijdens de bouwfase in het bijzonder. Wij begrijpen deze zorgen. Wij willen daarom allereerst, gebaseerd op recente cijfers en vergelijkingen, het voor bewoners zo concreet mogelijk maken en de omvang van een tijdelijk parkeertekort kwantificeren, meetbaar maken in aantallen. Op basis daarvan kan vervolgens worden beoordeeld of en hoeveel extra parkeerplaatsen tijdelijk aangewezen moeten worden met een verkeersbesluit. Voor het meetbaar maken van het tijdelijk parkeertekort maken we gebruik van de huidige parkeersituatie voór en na het invoeren van betaald parkeren in deze buurt. Waarom? Tot juni 2022 was er nog geen sprake van betaald parkeren in de openbare ruimte van Duinzigt. Op het parkeerterrein Willem Royaardsplein is echter al sinds 1 oktober 2019 sprake van betaald parkeren met een gelimiteerde parkeerduur.

22/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Dit verschil en deze situatie geeft daarmee verkeerskundig een goed beeld van het parkeergedrag van bewoners en bezoekers bij het ‘tijdelijk wegvallen’ van het parkeerterrein Willem Royaardsplein tijdens de bouwfase. Na juni 2022 is betaald parkeren ook in de openbare ruimte van Duinzigt ingevoerd (maandag t/m vrijdag, 9.00-17.00). Daarmee was er geen sprake meer van onderscheid tussen parkeergedrag op het Willem Royaardsplein en elders in de wijk. Op basis van deze twee verschillende situaties kan de tijdelijke parkeerbehoefte worden gemeten, en kan worden aangetoond in hoeverre deze tijdelijke parkeerbehoefte in de omliggende omgeving opgevangen kan worden. We doen dit aan de hand van diverse tabellen met metingen. Analyse Willem Royaardsplein: Parkeerdruk Willem Royaardsplein 1e meting (2019): Meetmoment Parkeerbezetting

Parkeercapaciteit

Dinsdag 29/10 ochtend

15

70

Dinsdag 29/10 middag

13

70

Dinsdag 29/10 avond

15

70

Zaterdag 2/11 middag

51

70

Parkeerdruk Willem Royaardsplein 2e meting (juni 2024): Meetmoment Parkeerbezetting

Parkeercapaciteit

Donderdag 20/6 ochtend

13

69

Donderdag 20/6 middag

15

69

Donderdag 20/6 avond

21

69

Zaterdag 22/6 middag

22

69

Uit bovenstaande tabellen blijkt dat de invoering van het parkeerregime in Duinzigt niet in een noemenswaardige toename in parkeergebruik op het Willem Royaardsplein heeft geresulteerd. Op de zaterdag is er zelfs sprake van een afname in parkeergebruik ten opzichte van 2019. Gelet op het ontbreken van een noemenswaardige toename in parkeergebruik van het plein als gevolg van het invoeren van betaald parkeren, is de schatting van deze analyse dat er een totale parkeerbehoefte bestaat van 25 parkeerplekken (afgerond naar boven) tijdens de bouwperiode. De volgende vraag is of deze parkeerbehoefte van 25 parkeerplekken kan worden opgevangen op de direct aangrenzende wegen? Dit zijn de Esther de Boer-van Rijklaan en de Theo MannBouwmeesterlaan, waar sinds juni 2022 betaald parkeren tussen 9.00-17.00 op doordeweekse dagen is ingevoerd. Analyse direct aanliggende wegen: Parkeerdruk Esther de Boer-van Rijklaan (2e meting, 2024): Meetmoment

Parkeerbezetting

Parkeercapaciteit

Donderdag 20/6 ochtend

32

84

Donderdag 20/6 middag

29

84

Donderdag 20/6 avond

16

84

23/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Zaterdag 22/6 middag

34

84

Parkeerdruk Theo Mann-Bouwmeesterlaan (2e meting, 2024): Meetmoment

Parkeerbezetting

Parkeercapaciteit

Donderdag 20/6 ochtend

55

172

Donderdag 20/6 middag

57

172

Donderdag 20/6 avond

117

172

Zaterdag 22/6 middag

79

172

Geconcludeerd kan worden op basis van deze analyses, dat het tijdelijk wegvallen van de parkeercapaciteit op het Willem van Royaardsplein op zowel de Esther de Boer-van Rijklaan als op de Theo Mann-Bouwmeesterlaan zonder problemen opgevangen kan worden. De analyses tonen geen noodzaak aan voor het tijdelijk aanwijzen van extra parkeerplaatsen met een verkeersbesluit. Voor zover reclamanten verwachten dat de parkeerdruk in de nieuwe situatie op onaanvaardbare wijze zal toenemen kan zo’n conclusie niet alleen op basis van aantallen (niet toegewezen) parkeerplaatsen worden gebaseerd. De conclusie van reclamanten staat bovendien haaks op de hierboven weergegeven analyses van tellingen van parkeerbezetting en parkeercapaciteit tijdens de bouwfase. Uit de analyses blijkt, dat het tijdelijk wegvallen van de parkeercapaciteit op het Willem van Royaardsplein op zowel de Esther de Boer-van Rijklaan als op de Theo Mann-Bouwmeesterlaan zonder problemen opgevangen kan worden. Voor zover reclamanten ook zorgen hebben over het totale aantal (extra) parkeerplaatsen in de beoogde situatie en de verwachting hebben dat er een nettoverlies zal zijn aan parkeerplaatsen, wordt het volgende opgemerkt. Een absolute parkeerplaatsentelling van plussen en minnen, zoals naar voren komt in de zienswijzen, is niet volgens de methodiek waarop parkeerbalansen en mobiliteitstoetsen worden uitgevoerd.

Daarbij gaat het om de maatgevende parkeerbehoefte. De ontwikkelaar heeft in het kader van uiterste zorgvuldigheid en duidelijkheid voor iedereen een parkeerbalans laten opstellen als onderdeel van de Mobiliteitstoets en deze rapportage is op 14 maart 2024 geactualiseerd. In de Staat van Wijzigingen, behorend bij het besluit, wordt in de ambtshalve wijzigingen van de toelichting opgenomen dat Bijlage 17 (Mobiliteitstoets) wordt vervangen door een geactualiseerde versie d.d. 14 maart 2024. Kortheidshalve wordt verwezen naar de geactualiseerde Mobiliteitstoets en de daarin opgenomen Parkeerbalans. De conclusie in dit onderzoek (p. 13) op dit punt luidt: “...In de huidige situatie geldt volgens de gemeentelijke parkeernormen een parkeerbehoefte van 120 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn 124 parkeerplaatsen aanwezig. In de beoogde situatie zijn 209 parkeerplaatsen aanwezig in de parkeergarages en op maaiveld. De maatgevende parkeerbehoefte bedraagt 179 parkeerplaatsen, berekend op een zaterdagmiddag. Er ontstaat een overschot van 30 parkeerplaatsen.”

24/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Gelet op deze conclusie en het geconstateerde overschot van 30 parkeerplaatsen, is naar ons oordeel voldoende aannemelijk gemaakt dat er in de toekomstige situatie meer parkeergelegenheid aanwezig zal zijn dan voor het bouwprogramma noodzakelijk is. Het aspect parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. Geconcludeerd wordt, dat uit de tabellen blijkt dat het parkeergebruik in de beschouwde periode van 2019-2024 relatief constant is en de parkeercapaciteit ruim voldoende is. Niet is gebleken van zodanig te wijzigen toekomstige omstandigheden op grond waarvan op voorhand zou moeten worden aangenomen dat de parkeerdruk wezenlijk hoger zal worden dan het was. Daarnaast blijkt uit het geactualiseerde Mobiliteitsonderzoek dat er ruimschoots zal worden voldaan aan de maatgevende parkeerbehoefte in de beoogde situatie. Parkeren en parkeerproblematiek hebben natuurlijk in deze stad onze blijvende aandacht. Ook in de toekomst zal worden gemonitord en waar nodig zullen passende maatregelen worden genomen. 2. Bouw parkeergarage in 2 fasen en tijdelijke locaties In de zienswijzen wordt ook gesteld dat de bouw van de parkeergarage in 2 fasen zou moeten plaatsvinden. Hierdoor zouden er tijdens de bouw bovengronds parkeerplaatsen aanwezig kunnen blijven.

Als de parkeergarage in een keer wordt gebouwd zijn er volgens reclamanten tijdens de bouwfase geen of onvoldoende parkeerplaatsen beschikbaar. Hierboven is al geconcludeerd op basis van parkeeranalyses, dat het tijdelijk wegvallen van de parkeercapaciteit op het Willem van Royaardsplein op zowel de Esther de Boer-van Rijklaan als op de Theo Mann-Bouwmeesterlaan zonder problemen opgevangen kan worden. De analyses tonen geen noodzaak aan voor het tijdelijk aanwijzen van extra bezoekersparkeerplaatsen met een verkeersbesluit. In artikel 33 van de SOK tussen gemeente en de ontwikkelaar is een inspanningsverplichting voor de bereikbaarheid van winkels en woningen tijdens de bouwwerkzaamheden opgenomen De gemeentelijke diensten zullen zo nodig de benodigde ondersteuning verlenen voor aanvullende verkeersmaatregelen. In de SOK is geen verplichting opgenomen om de parkeergarage in 2 fasen te bouwen. Er bestaat ook geen wettelijke verplichting om een faseringsregeling in het bestemmingsplan op te nemen. De ontwikkelaar heeft tezamen met de aannemer in de voorbereidingsfase overwogen of het technisch en financieel haalbaar is om de parkeergarage in 2 fasen te realiseren conform de Nota van Uitgangspunten. Dit is echter inmiddels – onder meer door de zeer sterk gestegen bouwkosten en rente in de laatste paar jaar - niet meer haalbaar.

Het (versneld) dichtleggen van het dak van de parkeergarage, ten behoeve van een tijdelijk parkeerterrein gedurende de verdere bouwfase, vergt bijzondere, kostbare, tijdelijke maatregelen. Hiervan staat de omvang van de financiële consequenties niet vast. Ook zal het (versneld) dichtleggen van het dak van de parkeergarage, ten behoeve van een tijdelijk parkeerterrein, leiden tot een langere bouwtijd, waardoor de bestaande winkels, de omwonenden en bezoekers nog langer last hebben van de bouw. Deze combinatie van factoren is naar ons oordeel in alle redelijkheid zodanig zwaarwegend, dat bij de afweging van alle belangen een groter gewicht wordt toegekend aan een zo spoedig mogelijk verlopende bouwfase. Ook gelet op de financiële aspecten is een zo spoedig mogelijke bouwfase van groter gewicht dan de belangen die zijn gediend met een gefaseerde realisatie en tijdelijke parkeermogelijkheden op het dak van de parkeergarage tijdens de bouw.

25/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Ter voldoening aan de inspanningsverplichting, zoals deze is beschreven in de SOK, heeft de ontwikkelaar -tevens de eigenaar van de gronden van het huidige winkelcentrum en de parkeerplaats- diverse tijdelijke parkeerlocaties onderzocht. Hij heeft aangegeven, dat het wenselijk zou zijn als een tijdelijke parkeerlocatie tijdens de bouwfase beschikbaar zou zijn. Hierdoor zou de autobereikbaarheid van het winkelcentrum in die fase nog beter kunnen worden gewaarborgd. De continuïteit van de bereikbaarheid is niet alleen in het belang van de bezoekers en huurders. Het is vanzelfsprekend ook in het belang van de ontwikkelaar, gelet op de afhankelijkheid van verhuurder/eigenaar van de huurinkomsten. De mogelijkheden zijn in deze stedelijke omgeving echter niet eenvoudig te vinden. De ontwikkelaar heeft zowel in het verleden als recent in 2024 de mogelijkheden voor tijdelijke parkeerplaatsen voor zowel bezoekers als voor de aannemer tijdens de bouwwerkzaamheden onderzocht en besproken met de weg- en groenbeheerder. Een mogelijke oplossing voor tijdelijk parkeren voor de aannemer zou de tijdelijke parkeerplaats aangelegd op gemeentelijke grond voor de nieuwbouw van de NATO vestiging kunnen zijn. Deze locatie is gelegen nabij de Oude Waalsdorperweg/Nato vestiging links van de rotonde. Dit moet nog verder worden uitgezocht op haalbaarheid.

Voor bezoekers kwamen twee tijdelijke locaties naar voren welke kansrijk leken te zijn. De eerste mogelijke bezoekerslocatie ligt ter hoogte van de bocht Waalsdorperweg en Else Mauhslaan. De afstand tot het kopgebouw is ongeveer 110 meter. Voor de duidelijkheid is de locatie te zien op de volgende foto:

De locatie Waaldorperweg/Else Mauhslaan is al in een eerder stadium aan de orde gekomen. In de afdoening van de motie Informeren over afspraken bij het voorlopig ontwerp Willem Royaardsplein d.d. 25 september 2018 (RIS299204) heeft het college aangegeven dat naar haar mening het verlies van groen (met name bomen) niet opweegt tegen het belang van tijdelijke parkeerplaatsen langs de Else Mauhslaan. In heroverweging is ook nu de conclusie dat de schade en het verlies van groen niet opweegt tegen het belang dat wordt gediend met tijdelijke parkeerplaatsen. Gelet op de bomenposities, zoals deze te zien zijn op de foto, valt op deze locatie ook geen verhoogd dek te maken tussen en rondom de bomen. Om deze redenen valt de locatie af.

26/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

De andere mogelijke bezoekerslocatie ligt aan de Esther de Boer-van Rijklaan, de oostelijk gelegen groenstrook tussen de Cees Laseurlaan en de Louis Gimberglaan. Deze locatie ligt pal naast het plangebied en naast de Amerikaanse kerk. Voor de duidelijkheid is de locatie te zien op de volgende foto:

Ook voor deze locatie is de conclusie, dat het belang dat wordt gediend met tijdelijke parkeerplaatsen in de groenstrook niet opweegt tegen de schade en het verlies aan groen die dit kan opleveren. De grote zorg is dat de druk van de auto’s op de onderliggende boomwortels ertoe zal leiden dat de bomen op deze locatie het niet overleven. Andere geschikte tijdelijke bezoekerslocaties binnen acceptabele loopafstand van de winkels zijn helaas niet aanwezig in deze buurt. Geconcludeerd wordt, dat het belang dat wordt gediend met tijdelijke parkeerplaatsen in groenstroken niet opweegt tegen de schade en het verlies aan groen die dit kan opleveren. Het grotere gewicht dat naar ons oordeel moet worden toegekend aan het voorkomen van schade en verlies aan groen wordt versterkt doordat op basis van parkeeranalyses is aangetoond dat het tijdelijk wegvallen van de parkeercapaciteit op het Willem van Royaardsplein in de directe omgeving zonder problemen op straat kan worden opgevangen.

3. Verkeerstoename en verkeersveiligheid In meerdere zienswijzen komen de zorgen van reclamanten over de verkeerstoename en de verkeersveiligheid naar voren. Ook wordt aangevoerd dat mogelijke filevorming bij het buiten het plangebied gelegen stoplicht op de Waalsdorperlaan een geluidsverhogende werking zal hebben, welke boven de normen uit zou kunnen komen.

27/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Zoals hierboven al beschreven, heeft de ontwikkelaar in het kader van uiterste zorgvuldigheid en duidelijkheid voor iedereen de Mobiliteitstoets (14 maart 2024) laten actualiseren, evenals het Akoestisch rapport wegverkeerslawaai (11 maart 2024). De geactualiseerde onderzoeken worden als ambtshalve wijziging bij de vaststelling meegenomen en zijn het uitgangspunt bij de beantwoording van zienswijzen (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). In de Mobiliteitstoets wordt onder meer geconcludeerd, dat het plan een nieuwe verkeersaantrekkende werking heeft. Ten opzichte van de voormalige functies leidt de ontwikkeling tot een verkeerstoename van 932 mvt/etmaal. Dit verkeer zal zich spreiden in de wijk en over de ontsluitingswegen. Gezien de functie van het winkelcentrum zal een deel van het verkeer ook binnen de wijk blijven. Het merendeel heeft via de Waalsdorperweg een goede verbinding met de ontsluitingsstructuur van Den Haag. In het najaar van 2019/voorjaar van 2020 is de Waalsdorperweg heringericht. Hierdoor is de verkeersveiligheid verbeterd en de weg duurzaam veilig ingericht. Gezien de ontsluitende functie en de fietsvoorziening heeft de weg en het eveneens heringerichte kruispunt met de Oude Waalsdorperweg genoeg capaciteit om de verkeerstoename van de ontwikkeling zonder problemen af te wikkelen.

De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling zodoende volgens de Mobiliteitstoets niet in de weg. Verder dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk tet worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. In het Akoestisch rapport wegverkeerslawaai wordt onder meer geconcludeerd dat als gevolg van het wegverkeer op de Waalsdorperweg en de Theo Mann-Bouwmeesterlaan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden (respectievelijk bedraagt de geluidbelasting 53 dB en 58 dB). In beide gevallen wordt wel voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB en daarmee aan het gemeentelijk geluidbeleid hogere waarden. Hierdoor is het mogelijk hogere grenswaarden te laten vaststellen. Gelet op het feit dat het een coördinatieregeling betreft zoals eerder in dit voorstel beschreven, wordt het bestemmingsplan vastgesteld onder gelijktijdige afstemming met de af te geven omgevingsvergunning en een beschikking ontheffing hogere grenswaarden Wet geluidhinder. Het aspect geluidshinder staat de ontwikkeling op grond van het Akoestisch rapport wegverkeerslawaai niet in de weg.

Voor wat betreft de in de zienswijzen aangevoerde toegenomen drukte in de wijk als gevolg van bezorgbusjes, scooters, sportclubs etc., wordt opgemerkt dat de verkeersgeneratiecijfers in de Mobiliteitstoets gaan over de totale verwachte verkeerstoename, dus ook de toename door ander verkeer. Deze in de zienswijzen benoemde verkeersbewegingen hebben geen direct verband met de herontwikkeling van het winkelcentrum. Bovendien geeft het normeringsinstituut CROW, welke de normgetallen aanlevert voor berekening van de verwachte verkeerstoename, aan dat dergelijke verkeersbewegingen verwerkt zijn in de norm. Voor wat betreft de stelling in de zienswijzen dat de verkeerstoename van het plan wordt onderschat, doordat het vergeleken wordt met onjuiste en verouderde verkeerstellingen wordt dit niet onderschreven. Voor de verschilberekening in verkeersgeneratie tussen de huidige en toekomstige situatie (na realisatie van het project) wordt namelijk eerst de huidige situatie geëxtrapoleerd met de autonome groeiverwachting van het autoverkeer (dat is op basis van toename van gemiddeld autobezit en eventuele toename van het aantal inwoners) naar 2028. De verschilberekening van de verkeersintensiteit van de toekomstige situatie (met het gerealiseerde plan) en de huidige situatie incl. de autonome groei, zal zodoende een getrouwe vergelijkingsbasis zijn.

28/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Voor zover in de zienswijzen ook wordt gesteld dat ‘de afslag’ op CROW-norm, die in de Mobiliteitstoets wordt gehanteerd op basis van het onderzoek van Strabo (2017), niet terecht is en die (oude data) niet representatief zijn voor 2023, wordt het volgende opgemerkt. Op basis van onderzoek uitgevoerd door het bureau Locatus in december 2023 in het winkelcentrum (zie onderstaande grafiek) is gebleken, dat het aandeel van de autobezoekers over de laatste 2 kwartalen van 2023 tussen de 14 en 18% lag. Gemiddeld dus circa 16%. Vermoedelijk ligt dit percentage lager dan in 2017, doordat inmiddels betaald parkeren is ingevoerd op het parkeerterrein van het winkelcentrum en in de omgeving.

Ook als het aandeel autobezoekers na realisatie van het project zou verdubbelen naar 32%, wat niet ondenkbaar is doordat enerzijds het aanbod/winkelcentrum wordt vergroot en anderzijds de bezoekers het eerste uur gratis mogen parkeren in de parkeergarage, dan komt het autogebruik alsnog op circa 35%. Dit komt overeen met de in de Mobiliteitstoets gehanteerde afslag op de CROWnorm. Reclamanten zijn van mening, dat de verkeersveiligheid nu al in het geding is, omdat veel autobezoekers kruisend door de wijk rijden naar het winkelcentrum. Bij het ontwerp en de situering van de entree van de parkeergarage is juist rekening gehouden met de ontsluiting van de wijk en hoe ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk verkeer door de wijk gaat rijden. Door de situering van de entree van de parkeergarage aan de Theo Mann-Bouwmeersterlaan is de verwachting niet dat het van buiten komend bestemmingsverkeer voor het winkelcentrum door de wijk zal rijden. Dit kan tegen die tijd nog worden bevorderd door op de Van Alkemadelaan en omgeving goede bewegwijzering op te nemen als hulpmiddel naast het wijdverspreide gebruik van navigatiesystemen. Er is geen redelijke grond om de aanname, dat circa 30% van de verkeersgeneratie binnen de buurt Duinzigt blijft en 70% van het verkeer zal afwikkelen via de Waalsdorperweg, als onjuist te bestempelen.

Ook kan dit geen grond zijn om, zoals verzocht door reclamanten nummers 11 en 12, de Louis Gimberglaan en de Esther de Boer-van Rijklaan af te sluiten voor niet-bewoners, dan wel de gehele wijk tot verboden gebied te maken voor vrachtverkeer. De belangrijkste locatie voor autobezoekers om in de nieuwe situatie te parkeren is de nieuwe ondergrondse parkeergarage. Autobezoekers van het winkelcentrum kunnen in de toekomst het eerste uur gratis parkeren in de parkeergarage, terwijl het op straat betaald parkeren is, net als in de huidige situatie op het parkeerterrein. Door deze voor parkeergarages bij winkelcentra niet ongebruikelijke maatregel, wordt het gebruik van de parkeergarage maximaal gestimuleerd, onnodige overlast voor de omliggende wijk voorkomen en de hoeveelheid (winkelcentrum)verkeer door de wijk tot een minimum beperkt. Voor de zienswijzen gericht tegen de afwikkeling van het bevoorradingsverkeer wordt het volgende overwogen. Er is een functieaanduiding “Laad- en losplaats” langs de Theo Mann-Bouwmeesterlaan ter hoogte van het kopgebouw. Daarnaast ligt er een bevoorradingsstraat tussen de nieuwbouw en de Amerikaanse kerk, eveneens met een functieaanduiding “Laad- en losplaats”.

29/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Juist om de wijk te ontlasten van vrachtverkeer wordt het inrijden alleen mogelijk vanaf de Theo Mann-Bouwmeesterlaan. De positionering van de toegang tot het magazijn is daar precies op afgestemd. Vanaf de laad- en losplaats zal er met een klein blokje door de woonstraten worden gereden, te weten vanaf de Theo Mann-Bouwmeesterlaan rechtsaf de laad- en losplaats in, dan linksaf Esther de Boer-van Rijklaan en linksaf Cees Lasseurlaan en nogmaals linksaf de Theo MannBouwmeesterlaan en de wijk uit. Door middel van de inrichting zal de goede route benadrukt worden. Indien dit nodig blijkt te zijn zullen er maatregelen worden genomen om er voor te zorgen dat een andere route niet kan. Dit laatste is ook met de wegbeheerder besproken. Dit betreft de uitvoeringsfase en zijn geen maatregelen welke in het bestemmingsplan worden geregeld. Alleen voor de kleinere winkels in de huidige strip, die veelal aan de achterzijde bevoorraad worden door de eigenaar van de winkel met een gewone auto of bestelbus, zal men nog vanaf de Alkemadelaan naar de Nyelantstraat moeten rijden. Zoals dat nu ook het geval is. In tegenstelling tot wat reclamanten stellen, zal het vrachtverkeer in de nieuwe situatie dus niet over erftoegangswegen rijden, maar over gebiedsontsluitingswegen. Het bevoorradingsverkeer voor de winkels is in de CROW-normen al meegenomen in het aantal voortuigbewegingen.

De verwachting is daarom op dit moment niet dat er fysieke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat het bevoorradingsverkeer de gewenste route zal rijden. Wanneer dit in de toekomst toch nodig zal blijken te zijn zal de gemeente uiteraard maatregelen nemen om bijvoorbeeld het inrijden van de Louis Grimbergenlaan te voorkomen. Er is geen aanleiding om zulke maatregelen (verkeersbesluiten) op voorhand te nemen. Voor zover er zorgen bestaan over de toename van de verkeersdruk tijdens de bouwfase en de verkeersveiligheid wordt het volgende opgemerkt. De toename van 2114 + 534 verkeersbewegingen is van tijdelijke aard en betreft daarnaast het totaal aantal bewegingen in het maatgevende jaar van de aanlegfase. Voor de aanleg zijn circa 200 werkdagen per jaar gepland. Dit zijn gemiddeld 13 extra bewegingen per dag. Filevorming bij de verkeersregelinstallatie (VRI) tegenover het Internationaal Strafhof kan worden uitgesloten. Voor de specifieke fase van intensieve grondafvoer bij aanleg van de parkeerkelder (gedurende circa 5 weken) betreft het maximaal 1 vrachtwagen per 10 minuten. Aangezien een cyclus voor een VRI hooguit 1,5 - 2 minuten in beslag neemt is het vrijwel uitgesloten dat er meer dan 1 vrachtwagen gelijktijdig bij de VRI op de Waalsdorperweg zal staan wachten.

Dit geldt temeer voor de overige duur van de aanlegfase waarin het slechts om enkele bewegingen door vrachtverkeer per dag gaat. De extra verkeersbewegingen ten behoeve van de aanlegfase zijn op jaarbasis en tevens in de maatgevende periode van de aanlegfase dermate beperkt dat extra oponthoud en filevorming op de Waalsdorperweg kunnen worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat de verkeers- en parkeersituatie rondom het winkelgebied met deze ontwikkeling wordt verbeterd. Niet alleen kwantitatief door meer parkeerplaatsen, maar ook kwalitatief door geconcentreerd ondergronds parkeren en daarmee samenhangend grotere verkeersveiligheid. Daarnaast speelt een rol dat de Waalsdorperweg is heringericht, waardoor de verkeersveiligheid in algemene zin is verbeterd en de weg duurzaam veilig is ingericht. Gezien de ontsluitende functie en de fietsvoorziening heeft de weg en het eveneens heringerichte kruispunt met de Oude Waalsdorperweg genoeg capaciteit om de verkeerstoename van de ontwikkeling zonder problemen af te wikkelen. De aspecten verkeerstoename, geluidshinder en verkeersveiligheid staan de ontwikkeling daarom niet in de weg. Conclusie: 1.Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de raad adviseert de zienswijzen op dit punt en voor zover gericht tegen het bestemmingsplan ongegrond te verklaren. 2.

Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging bijlage 3 (Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai) bij de toelichting te vervangen door de geactualiseerde versie d.d. 11 maart 2024 (zie bijlage bij dit raadsvoorstel).

30/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

3. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging bijlage 16 (Mobiliteitstoets) bij de toelichting te vervangen door de geactualiseerde versie d.d. 14 maart 2024 (zie bijlage bij dit raadsvoorstel). f. Stikstofdepositie Dit thema komt naar voren in zienswijze 1, 2, 11 en 12, als volgt. De zienswijzen, voor zover gericht tegen het bestemmingsplan, voeren aan dat de verkeersbewegingen niet goed, te laag, zijn berekend door Rho Adviseurs in de Mobiliteitstoets van maart 2023. Daarnaast voeren reclamanten aan dat de stikstofdepositie niet juist is berekend in de door bureau Peutz uitgevoerde Aerius-berekening uit maart 2023 in relatie tot de toename van stikstofdepositie in het naastgelegen Natura 2000-gebied Meijendel/Berkheide. Reclamanten hebben door Apollon (verder geen gegevens bekend) een notitie d.d. 10 juli 2023 laten opstellen, nader te noemen “tegenrapport”. In het voorgaande thema e (e. “Verkeer en parkeren) is al toegelicht dat (onder andere) de Mobiliteitstoets is geactualiseerd, waarin de verkeersgeneratie opnieuw is berekend. Daarbij is rekening gehouden met de opmerkingen van reclamanten ten aanzien van de inconsistentie in functie-indeling in de oude mobiliteitstoets.

In de geactualiseerde Mobiliteitstoets van 14 maart 2024 is aangegeven, dat daardoor de verschilberekening in voertuigbewegingen per etmaal als gevolg van het winkelcentrum tussen de nieuwe en huidige situatie hoger uitkomt. De verkeersgeneratie is bijgesteld tot 932 mvt/etmaal. Als gevolg van die hogere uitkomst diende uiteraard ook de verschilberekening voor de stikstofdepositie (nieuwe situatie versus de referentiesituatie) in de gebruiksfase van het winkelcentrum opnieuw uitgevoerd te worden. Daartoe heeft adviseur Peutz de Aerius modellen opnieuw doorgerekend met de meest recente AERIUS calculator, versie v1 van 1 oktober 2024 en een notitie (kenmerk H 7926-1-NO-006) “Winkelcentrum Duinzigt: stikstofdepositie gebruiksfase”, opgeleverd d.d. 1 november 2024 (zie bijlagen bij dit raadsvoorstel). Uit de berekeningen volgt dat het verschil in stikstofdepositie op de binnen de Natura 2000-gebieden gelegen, maatgevende gevoelige habitats tussen de bestaande en de toekomstigesituatie 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. De herontwikkeling van winkelcentrum Duinzigt voldoet daarmee aan de bepalingen die gesteld wordt vanuit de Wet natuurbescherming voor Natura 2000 gebieden. Het nabij gelegen Natura2000 gebied Meijendel/Berkheide zal dan ook geen extra stikstofbelasting ondervinden als gevolg van de herontwikkeling.

Reclamanten betogen onder verwijzing naar het tegenrapport, dat de verkeersbewegingen als gevolg van het plan onvolledig en onjuist door Peutz zijn meegenomen in de Aerius-berekening. Volgens reclamanten is ten onrechte een deel van het verkeer niet in de berekening betrokken omdat is uitgegaan van opname in het heersende verkeersbeeld. Onder verwijzing naar (onder meer) de uitspraak van de Raad van State van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1354, zien wij in de argumenten van het tegenrapport geen aanleiding voor een oordeel dat Peutz in haar notities het heersende verkeersbeeld onjuist heeft berekend. Peutz heeft voor de berekening van stikstofdepositie als gevolg van wegverkeer gebruik gemaakt van paragraaf 2.5.2 van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, versie 1v van 1 oktober 2024. De zogenaamde verkeersaantrekkende werking is beschouwd tot aan het punt dat het verkeer geacht kan worden te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Instructie gegevensinvoer en bestendige jurisprudentie ten aanzien van andere milieuaspecten betreft dit het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan

31/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

bevinden. Bij een 50-kilometerweg binnen de bebouwde kom is dit voor personenverkeer reeds het geval na circa 50 m en voor vrachtverkeer na circa 150 m2. Peutz heeft het heersende verkeersbeeld op die manier berekend. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1629, onder 14.7, aanvaard dat in stikstofberekeningen wat betreft het verkeer van en naar inrichtingen kan worden aangesloten bij de uitgangspunten die in de instructie over het heersende verkeersbeeld vermeld zijn. De twijfel bij reclamanten en in het aangeleverde tegenrapport over de gehanteerde methode waarbij de effecten van het verkeer niet worden meegenomen wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, geven geen aanleiding voor het oordeel dat deze in het algemeen aanvaarde methode in dit geval niet mag worden toegepast. Voor zover in het tegenrapport tot slot in de conclusie wordt opgemerkt, dat er nog andere factoren zijn die kunnen leiden tot een toename van deposities, wordt dat onderschreven. Als voorbeeld kan worden genoemd het midden in Meijendel gelegen pannenkoekenrestaurant en de klimmuur, waar bezoekers met de auto tot in het hart van het gebied naartoe kunnen rijden om daar te kunnen parkeren op de grote parkeerterreinen.

De herontwikkeling van winkelcentrum Duinzigt voldoet echter aan de bepalingen die gesteld wordt vanuit de Wet natuurbescherming voor Natura 2000 gebieden. Het nabij gelegen Natura-2000 gebied Meijendel/Berkheide zal dan ook geen extra stikstofbelasting ondervinden als gevolg van deze herontwikkeling. Conclusie: 1.Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de raad adviseert de zienswijzen op dit punt en voor zover gericht tegen het bestemmingsplan ongegrond te verklaren. 2. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert om als ambtshalve wijziging bijlage 9 (Notitie Stikstof (AERIUS) – berekening gebruiksfase) bij de toelichting te vervangen door de geactualiseerde versie d.d. 1 november 2024, kenmerk H 7926-1NO-006 (zie bijlage bij dit raadsvoorstel).

g. Horeca en pakketdiensten Dit thema komt naar voren in zienswijze 8, 11 en 12, als volgt. De zienswijzen, voor zover gericht tegen het bestemmingsplan richten zich op: horecamogelijkheden; onduidelijke regels; wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit ruimtelijke ordening; afhaalpunten van webwinkels en pakketdiensten. 1. Horecamogelijkheden In de regels van de beheersverordening Benoordenhout Noordoost is in artikel 5 (bestemming Gemengd) opgenomen dat de gronden (onder meer) bestemd zijn voor horeca in de categorie middelzwaar, uitsluitend ter plaatse van het winkelcentrum aan het Willem Royaardsplein tot een maximum van zes vestigingen, uitsluitend op de begane grond.

32/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Deze horecamogelijkheden ter plaatse van het Willem Royaardsplein zijn ook aan de orde gekomen in twee uitspraken van de Raad van State (uitspraak: ECLI:NL:RVS:2014:4651 dd 18 december 2014 en ECLI:NL:RVS:2021:2822 d.d. 15 december 2021). In de uitspraak van 15 december 2021 heeft de Raad van State aangegeven, dat bij het bepalen van het aantal toegelaten horecainrichtingen op grond van de beheersverordening geen horeca-inrichtingen in de categorie licht als omschreven in artikel 1.36 van de regels van de beheersverordening kunnen worden meegerekend. De Raad van State was van oordeel dat artikel 5.1, aanhef en onder c, van de regels van de beheersverordening duidelijk was en zag daarom geen reden om dit artikel wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel onverbindend te verklaren. In het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig gemeentelijk beleid de begripsbepaling horeca-inrichting, ondergeschikte horeca en aan de hoofdfunctie gerelateerde horeca (artikel 1.47) en de Staat van horeca-categorieën (bijlage 1 bij de regels) ongewijzigd overgenomen, en identiek aan de regeling in andere bestemmingsplannen en beheersverordeningen binnen de gemeente. De verschillende categorieën, exploitatie-accenten en bijbehorende openingstijden zijn daarin voldoende duidelijk uiteengezet.

Het behoud van bestaande juridische planologische rechten zoals neergelegd in de regels van de beheersverordening Benoordenhout Noord Oost staat voor de gemeente in principe voorop. Dit uitgangspunt houdt daarmee zowel rekening met de belangen van zowel omwonende bewoners, als ondernemers en andere eigenaren. De stelling van reclamant nr.8, dat de gemeente (ook) overleg had moeten voeren met omwonenden over het aantal en de aard van de horeca-inrichtingen, wordt niet onderschreven. Reclamant ziet over het hoofd dat er geen sprake is van een volledig nieuwe nulsituatie. Het uitgangspunt zijn bestaande juridische planologische rechten zoals neergelegd in de regels van de beheersverordening Benoordenhout Noord Oost. Door de jaren heen zijn er in het winkelcentrum zes horecavestigingen aanwezig en vergund , zo blijkt ook uit de in hoofdstuk 3.8.3.1 van de plantoelichting opgenomen inventarisatie. Het feit dat er onder invloed van onder andere al dan niet tijdelijke economische schommelingen dit aantal kan variëren, geeft geen aanleiding om af te wijken van de regeling in de beheersverordening welke uitgaat van een maximum van 6 vestigingen.

Door geen van de reclamanten zijn er dragende gronden aangevoerd voor een oordeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening dit aantal van zes vestigingen of de mogelijkheden van (middelzware) horeca naar beneden zou moeten worden bijgesteld en beperkt. Niettemin, gelet op het gemeentelijk horecabeleid waarbij rekening wordt gehouden met openingstijden in relatie tot de gewenste leefbaarheid van winkelcentra voor de nabije omgeving, is in overleg met initiatiefnemer een nuancering aangebracht in de mogelijke categorie van horecainrichtingen. Daarmee wordt tevens recht gedaan aan het feit dat er in de bestaande situatie naast middelzware horeca ook lichte horeca in het winkelcentrum aanwezig is. Het bestemmingsplan zet in het verlengde hiervan in op het positief bestemmen van vestigingsmogelijkheden voor lichte horeca, met dien verstande dat binnen de gegeven mogelijkheden maximaal vier zelfstandige horecabedrijven in de categorie middelzwaar blijven toegestaan. Voor zover in de zienswijzen wordt gesteld, dat dat er sprake is van verzwaarde mogelijkheden en uitbreiding van middelzware horeca van drie naar vier vestigingsmogelijkheden, is dit onder verwijzing naar aangehaalde jurisprudentie onjuist. Er is sprake van een onjuiste interpretatie van de regels in zowel de beheersverordening als het bestemmingsplan.

33/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

2. Onduidelijke regels Voor zover reclamant nr. 8 stelt dat sprake is van onduidelijkheid over het aantal mogelijke vestigingen op grond van het bestemmingsplan wordt het volgende overwogen. In de specifieke gebruiksregels van de gemengde bestemmingen is het opgenomen, dat horeca in de categorie licht en middelzwaar is toegestaan, en dat in maximaal 30% van het aantal nietwoonpanden binnen een aaneengesloten bestemmingsvlak binnen deze bestemming mag op de begane grond een horeca inrichting in de categorie "licht" en "middelzwaar" worden gevestigd. Daarnaast is bepaald, dat in totaal vier horeca-inrichtingen in de categorie "middelzwaar" en verdeeld binnen de bestemmingen worden gevestigd; Geconstateerd wordt dat de verwijzing naar “maximaal 30% ...”, volgt uit het Haagse horecabeleid voor winkelstraten. Het beleid gaat daarbij uit van enkel lichte horeca. In hoofdstuk 3.8.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is dit nader toegelicht. Nadere bestudering van de artikelen 3.4, 4.4 en 5.3 (de specifieke gebruiksregels van de gemengde bestemmingen) leidt echter tot de constatering, dat de verwijzing in de regels naar “maximaal 30% ...”, en de vermelding van zowel lichte als middelzware horeca, niet volledig overeenkomt met het Haagse horecabeleid.

Het maximum aantal vestigingen middelzware horeca is weliswaar duidelijk vastgelegd, maar feitelijk maakt de formulering van “maximaal 30%” regeling in het specifieke geval van het Willem Royaardsplein onvoldoende juridisch bepaalbaar wat de maximale mogelijkheden voor (lichte) horecavestigingen zijn. Het betreft hier bovendien een winkelcentrum en geen winkelstraat. In het winkelcentrum is behalve de aanwezigheid van entrees naar de op de etages gelegen appartementen, ook geen sprake is van woonpanden op de begane grond. Zoals al aangegeven gaat de gemeente uit van het behoud van bestaande juridische planologische rechten en de met de initiatiefnemer gemaakte afspraken omtrent middelzware horeca. Daarnaast wordt een overschrijding van het in de beheersverordening genoemde maximum aantal van zes vestigingen ook niet wenselijk geacht. De formulering van de regels dient derhalve overeenkomstig verduidelijkt en gewijzigd te worden. Dit onderdeel van zienswijze nr.8 wordt gegrond geacht. 3. Wettelijke vooroverleg op grond van het Besluit ruimtelijke ordening Reclamant nr.8 stelt dat uit hoofdstuk 7 van de toelichting blijkt, dat het conceptontwerpbestemmingsplan in het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1.

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) niet aan individuele eigenaren van de woningen aan de Esther de Boer van Rijklaan en Nyelantstraat is toegezonden en meent dat dit alsnog dient te gebeuren. In een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:2706) van 11 november 2020, overweegt de Raad van State met betrekking tot artikel 3.1.1, eerste lid, van het Bro het volgende. Voor het wettelijke vooroverleg pleegt de gemeente bij voorbereiding van een bestemmingsplan overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De Raad van State stelt dat het artikellid niet strekt ter bescherming van de belangen van de individuele inwoners van de gemeente waarvan de raad op grond van deze bepaling overleg dient te initiëren of de belangen van in die gemeente gevestigde bedrijven. Voor het toezenden van exemplaren van het concept-ontwerpbestemmingsplan aan individuele omwonenden bestaat, zoals ook bepaald in jurisprudentie, geen wettelijke basis.

34/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Dat vooropgesteld, is het niet zo dat individuele omwonenden nooit in de gelegenheid zijn gesteld om actief betrokken te zijn. Zoals beschreven in de samenvatting van de plantoelichting heeft de eigenaar van het winkelcentrum, bij het maken van de plannen door de jaren heen de buurt nauw betrokken. Zo was er een klankbordgroep van bewoners, winkeliers en de wijkvereniging, die mee heeft gedacht over verschillende onderwerpen, zoals de vormgeving van het plein. In inloopbijeenkomsten zijn overige omwonenden, winkeliers en andere belangstellenden geïnformeerd over de ontwikkelingen. Verder heeft een brancheringsadviescommissie meegedacht over het soort winkels dat past bij een vernieuwd winkelcentrum. En tot slot is er tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan op 26 september 2024 een inloopbijeenkomst georganiseerd voor belangstellenden. Dit vond plaats in de Amerikaanse kerk en iedereen kreeg daarbij de gelegenheid om het plan en diverse tekeningen te bestuderen, en vragen te stellen aan de gemeente. Concluderend wordt vastgesteld dat gemeente en ontwikkelaar door de jaren heen zo goed als mogelijk hebben getracht belangstellenden en belanghebbenden bij de planvorming te betrekken en te informeren.

Wat naar voren is gebracht geeft onvoldoende grond voor een oordeel dat -in aanvulling op wat de wet vereist- er wat heeft geschort in de wijze van communicatie over het ontwerpbestemmingsplan en de herontwikkeling van het winkelcentrum. Ook is er op dit punt onvoldoende grond voor een oordeel dat het bestemmingsplan om die reden niet kan worden vastgesteld. 4. afhaalpunten van webwinkels Reclamanten nrs.11 en 12 verzoeken verkeersgenererende activiteiten zoals pakketdiensten en uitgiftepunten van webwinkels expliciet uit te sluiten als toegestane activiteit in het winkelcentrum. Geconstateerd wordt dat afhaalpunten van webshops al in de regels zijn uitgesloten. Immers in artikel 12 (Algemene gebruiksregels) onder f is bepaald: “tenzij in de regels anders is bepaald, is een webshop alleen toegestaan mits geen afhaalpunt wordt gerealiseerd en geen uitstalling van goederen plaatsvindt;”. In de regels van dit bestemmingsplan is nergens anders bepaald dat afhaalpunten van webshops zijn toegestaan. Voor wat betreft pakketten, welke volgens reclamanten onder andere bij Albert Heijn kunnen worden opgehaald, wordt het volgende overwogen. Om dit concreter te maken is een voorbeeld een huishoudelijke winkel, waar men een online besteld koffiezetapparaat afhaalt, omdat dit niet in de fysieke winkel aanwezig is.

Of dat een pakket van Postnl of DHL wordt opgehaald op een afhaalpunt, omdat men niet thuis was. Dergelijke dienstverlening voorziet in een duidelijke behoefte. Dienstverlening is ook op grond van de beheersverordening Benoordenhout Noordoost toegestaan. Zoals ook hierboven aangegeven staat het behoud van bestaande juridische planologische rechten zoals neergelegd in de regels van de beheersverordening voor de gemeente in principe voorop. Dit uitgangspunt houdt daarmee zowel rekening met de belangen van zowel omwonende bewoners, als ondernemers en andere eigenaren. Onder verwijzing naar thema e (e. “Verkeer en parkeren”), is in de geactualiseerde Mobiliteitstoets geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren de ontwikkeling niet in de weg staan. Volgens het normeringsinstituut CROW, welke de normgetallen aanlevert voor berekening van de verwachte verkeerstoename, zijn dergelijke verkeersbewegingen verwerkt in de norm. De verkeersgeneratiecijfers in de Mobiliteitstoets gaan dan ook over de totale verwachte verkeerstoename, dus ook de toename door ander verkeer. In hetgeen reclamanten hebben aangevoerd, wordt geen aanleiding gezien tot het uitsluiten van pakketdiensten en het beperken van dienstverlening in de regels.

35/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Conclusie: Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijze nr.8 gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover gericht tegen onduidelijkheid over het aantal mogelijke horecavestigingen en voor het overige ongegrond. Uit voorgaande overwegingen vloeit tevens voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijzen nr.11 en nr.12 voor zover gericht op thema g (g. “Horeca en pakketdiensten”) ongegrond te verklaren. De regels worden gewijzigd als volgt: in artikel 3.4 van de regels worden de leden f, g en h geschrapt en vervangen door het volgende lid, onder vernummering van de overige leden: “f. in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 3.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd, met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen; in artikel 4.4 van de regels worden de leden e en f geschrapt en vervangen door het volgende lid, onder vernummering van de volgende leden: “e.

in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 4.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd, met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen;” in artikel 5.3 van de regels worden de leden b en c geschrapt en vervangen door het volgende lid: “b. in aanvulling op het gestelde onder a en artikel 5.1 onder c mogen binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3, niet meer dan maximaal zes horeca-inrichtingen in de categorie “licht” en “middelzwaar” worden gevestigd, met dien verstande dat het maximaal aantal horeca vestigingen in de categorie middelzwaar niet meer dan vier mag bedragen;” h. Bodemstabiliteit Reclamanten nrs. 1,2, 3, 10, 11 en 12 voeren aan dat de bebouwing in en rondom het plangebied gefundeerd is op zand en daardoor kwetsbaar is voor bodemverzakkingen die door de aanleg van de parkeergarage kunnen gebeuren. Reclamanten betwijfelen of in het bestemmingsplan deugdelijke onderzoeken zijn opgenomen. Gesteld wordt dat er een groot risico op schade is.

Dit onderdeel van de zienswijzen ziet met name op de constructieplannen voor de parkeergarage en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken, en is derhalve gericht tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Om die reden wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en het voorstel tot besluitvorming hiertoe. Voor een algemeen beeld hoe de parkeergarage zal worden gerealiseerd en waarom bodemverzakking niet aannemelijk wordt geacht, wordt het volgende hierover toegelicht. De bouwput voor de parkeergarage zal met een zogenaamde CSM-wand (een cutter soil mix wand) worden uitgevoerd. Dit is een rondom sluitende, in de grond door speciale techniek gevormde kerende wand. Met de gekozen bouwsystematiek van trillingsvrije en zettingsvrije CSM-wanden voor de parkeergarage wordt er juist niet geheid of getrild. Het maken van een CSM-wand kan strak tegen belendende bebouwing worden uitgevoerd.

36/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

Een goed voorbeeld hiervan is een recent project in Scheveningen op de Vuurtorenweg direct naast de monumentale vuurtoren. Voor wat betreft de grondwateronttrekking in relatie tot de diepte van de CSM-wand is er voor de gehele uitvoering een risicoprofiel opgesteld, die per uitvoeringswijze beschouwd zal worden. Om dit goed te kunnen beoordelen zal er tevens voor de uitvoeringsfase een monitoringsplan worden opgesteld met signaal- en interventiewaarden en een daarbij horend "Fallback plan". In het kader van het ontwerp van de fundering, bouwput en bemaling is een geotechnisch onderzoek uitgevoerd dat ruim voldoet aan de NEN-9971. Maatregelen die zijn genomen om schade te voorkomen is dat in het ontwerp een CSM-wand wordt toegepast die wordt doorgezet tot NAP -16 m. Deze lengte is gekozen om voldoende geohydrologische afsluiting van de bouwput van de omgeving te bewerkstelligen. Uitsluitend op basis van (de vereiste) sterkte zou de CSM-wand aanzienlijk korter kunnen worden ontworpen. Er is juist gekozen voor dit trillingvrij ontwerp met langere/diepere wanden, omdat dit het risico voor zettingen in de omgeving minimaliseert. De lange wanden gaan door een kleilaag heen, die van nature waterremmend is, waardoor feitelijk een bijna geheel gesloten bouwkuip wordt gevormd. Het grondwater in de omgeving (buiten de bouwput) kan hierdoor niet weglopen naar en/of in de bouwput.

Het risico voor bebouwing in de omgeving is door het gebruik van deze methode marginaal. In het Monitoringsplan (bijlage 23 van de plantoelichting) is aangegeven dat: de nieuwbouw zal worden gefundeerd op staal en, de funderingswijze van de bebouwing in de omgeving is in principe onbekend, maar waarschijnlijk op staal gefundeerd. Om die reden wordt in het Monitoringsplan geadviseerd, ondanks dat er bij een gedegen uitvoering geen schade wordt verwacht, de omgeving tijdens de werkzaamheden te monitoren. Daarnaast wordt geadviseerd om van bepaalde nabijgelegen panden een vooropname te laten maken. De ontwikkelaar heeft aangegeven dat dit advies zal worden overgenomen door de aannemer. Voor uitbreiding van het vooropnamegebied naar verder van het plangebied weg gelegen straten, zoals de Van Neckstraat, Ruychrocklaan, Stalpertstraat en Van Kijfhoeklaan bestaat onvoldoende doorslaggevende aanleiding. Bij verder van het plangebied gelegen panden is er geen sprake van te verwachten grondwaterverlaging. Als voorbeeld van het risico van verzakking wordt in de zienswijzen een verbouwing van een woning aan de Jan Muschlaan genoemd, waarbij de kelder werd uitgebreid. Dit zou volgens reclamanten hebben geleid tot scheurvorming en verzakkingen in de directe omgeving.

Wij merken hierover op dat dit geval niet concreet wordt gemaakt door reclamanten (kelderdiepte, hoe bemalen, hoe ontgraven, waar is schade opgetreden en waarom) en om die reden niet als vergelijking kan dienen voor de te bouwen parkeergarage. Voor de duidelijkheid zal deze specifieke woning worden betrokken bij de te maken vooropnames, evenals het kerkgebouw. Geconcludeerd wordt dat in de zienswijzen niet aannemelijk is gemaakt dat de onderzoeken behorend bij het bestemmingsplan fouten of onjuistheden bevatten. Ook geven de zienswijzen onvoldoende grond voor een oordeel, dat de bouw van de parkeergarage dusdanige risico’s met zich mee zal brengen, dat het bestemmingsplan om die reden niet in redelijkheid kan worden vastgesteld. Conclusie: Uit voorgaande overwegingen vloeit voort dat het college de gemeenteraad adviseert zienswijzen nummers 1,2, 3, 10, 11 en 12 voor zover gericht op het thema bodemstabiliteit ongegrond te verklaren.

37/83

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10799529

i. Financiële uitvoerbaarheid en planschade Reclamanten nummers 1,2, 3, 10, 11 en 12 richten zich op de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en spreken hun zorgen uit over de waarborgen en het kunnen verhalen in geval van schade. In hoofdstuk 6 van de plantoelichting is de economische uitvoerbaarheid toegelicht. Daarin is uiteengezet dat het kostenverhaal hier primair anderszins verzekerd is, omdat hier sprake is van een gemeentelijke grondexploitatie. Er is hier sprake van maximaal kostenverhaal door het uitgeven van de gronden tegen marktconforme prijzen. Ondergeschikt daaraan is er sprake van een nieuw bouwplan op private grond (het met woningen optoppen van bestaande bebouwing). Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente en is hiermee het kostenverhaal anderszins verzekerd. Alle gemeentelijke kosten die voortvloeien uit dit bestemmingsplan zijn gedekt binnen de kaders van de vastgestelde grondexploitatie HA-74 /FJ083 Winkelcentrum Duinzigt (Willem Royaardsplein) (RIS298751). Alle hierbij behorende kansen en risico's worden afgedekt vanuit de Reserve Grondbedrijf. Dit bestemmingsplan is voor de gemeente economisch uitvoerbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15693839/1