20241218-RIS320060 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Zichten 2 3 en 7
Tekst van het document
Reden hiervoor was dat deze wig vooralsnog niet definitief aangelegd kan worden. Dit vanwege een bestaande flat die pas in de tweede fase van de ontwikkeling van de Zichten gesloopt zal worden en vervangen door een woongebouw in Zichten 4. Om meer recht te doen aan de beoogde toekomstige situatie kunnen wij ermee instemmen dat een deel van de wig op de plankaart alsnog de bestemming groen krijgt.
21/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Dit onderdeel van de zienswijze gegrond verklaren. Overeenkomstig onderstaande afbeelding wordt een deel van de wig ten zuidoosten van zichten 3 als Groen bestemd. Tevens is de in het ontwerpbestemmingsplan weergegeven bestemming Water in enige mate aangepast.
Zienswijze onderdeel f: Onder verwijzing naar RIS317743 ‘Stand van zaken project Steenzicht’ roept reclamant op om de borging van de binnentuinen door te voeren in de planregels van Zichten 2,3 en 7, zodat voorkomen wordt “dat binnen het woonblok maaiveldparkeren kan worden gerealiseerd, dat niet valt onder het begrip garage.” Reactie: Wij onderschrijven deze zienswijze waartoe wij voorstellen in de regels een bepaling toe te voegen die de verplichting regelt om de parkeergelegenheid op het binnenterrein van het dak te voorzien waarop de binnentuin kan worden gerealiseerd. Overigens is het in dit verband gewenst in de regels een onderscheid te maken tussen de reeds bestaande woningen parallel aan de Hengelolaan en de te realiseren nieuwbouw. Dit is als ambtshalve wijziging doorgevoerd, zie hiervoor punt M van de ambtshalve wijzigingen van de regels, waar de nieuwbouwwoningen en de bestaande woningen worden gewijzigd in respectievelijk Wonen -1 en Wonen -2. Advies: Met inachtneming van de hierboven aangegeven ambtshalve aanpassing waarbij de op de verbeelding aangeduide bestemming Wonen wordt gesplitst in respectievelijk art. 6 Wonen – 1 en art. 7 Wonen -2 stellen wij u voor de volgende leden toe te voegen aan artikel 6.3 (nadere eisen van artikel 6 Wonen -1) en aan artikel 6.4 (specifieke gebruiksregels artikel 6 Wonen -1): 6.3.f indien de in art. 6.1.
onder ‘e’ genoemde parkeergarage onderdeel uitmaakt van de aanvraag om bouwvergunning is de aanvrager ten genoegen van het bevoegd gezag gehouden zekerheid te bieden inzake de ter plaatse van de functieaanduiding “binnentuin” (Bt) op het dak daarvan aan te leggen en te onderhouden binnentuin; 6.3.g de verplichting tot het aanleggen en onderhouden van de ter plaatse van de functieaanduiding “binnentuin” (Bt) aan te leggen binnentuin geldt evenzeer indien van de onder 6.1 onder e’ genoemde parkeergarage wordt afgezien. 6.4.h ter plaatse van de functieaanduiding “binnentuin” (Bt) dient ten genoegen van het bevoegd gezag een binnentuin onderhouden te worden;
22/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
6.4.j voordat de op grond van dit artikel gerealiseerde woningen in gebruik worden genomen, dient ten genoegen van het bevoegd gezag te worden aangetoond, dat aan het bepaalde onder a. wordt voldaan alsmede dat de ingevolge artikel 9 onder k. benodigde parkeergelegenheid beschikbaar dient te zijn voor de oplevering van de woningen die deel uitmaken van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan. Zienswijze onderdeel g: Onder verwijzing naar bovengenoemde kennisgeving van het college, waarin staat dat “het pad door de ecozone langs de bebouwing is vervallen” stelt reclamant dat dit niet in overeenstemming is met art. 4.1.f van de planregels omdat daar ter plaatse van de functie aanduiding geldt dat de ”ecologische zone (evz) tevens voor fietsverbinding is toegestaan.” Volgens reclamant zou daar “moeten staan dat geen paden zijn toegestaan”. Daarnaast merkt reclamant op dat de functieaanduiding ecologische zone (evz) niet op de plankaart voor de Hengelolaan te zien is. Reactie: De functieaanduiding Ecologische zone is vervangen door een gebiedsaanduiding. Langs de Hengelolaan ter hoogte van de bestaande bebouwing is er wel groen maar dit maakt geen onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. De ecologische zone wordt doorkruist door voet-/fietspaden. Uw raad heeft dit eerder beoordeeld in de Nota van uitgangspunten.
Met het oog op de nodige bescherming van de ecologische zone, is binnen de ecozone de mogelijkheid voor voet- en fietspaden langs de bebouwing vervallen die nog wel was opgenomen in de randvoorwaardekaart van de Nota van Uitgangspunten. Wel blijft het mogelijk de ecozone op enkele plaatsen te doorkruisen met voet/fietspaden die dienen ter ontsluiting van het plangebied, waardoor het sportpark toegankelijk blijft voor de bewoners van Zichten 2, 3 en 7. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel h: Onder verwijzing naar paragraaf 3.4.6 van de toelichting stelt reclamant dat het ‘Puntensysteem natuur inclusief bouwen’ op het bestemmingsplan van toepassing is, en verzoekt dit in de planregels op te nemen. Reactie: Bij de uitwerking van de bebouwingsplannen in dit bestemmingsplan zal aan het puntensysteem Natuurinclusief Bouwen worden getoetst. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel i: Reclamant stelt dat de ecologische verbindingszone in de schaduw komt te staan doordat deze pal naast de te realiseren hoogbouw (70 m) staat.
Reclamant verzoekt daarom om trapsgewijs omhoog te bouwen “vanaf de Stedelijke Groene Hoofdstructuur.” Voorts merkt reclamant op dat het bestemmingsplan de bestaande situatie die daarop aansluit niet in stand laat waar “groen/tuin met bomen tussen de gebouwen en de ecologische verbindingszone” ligt en “de ecologische zone verbreedt.”
23/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: De positie van de torens is vastgelegd in de vastgestelde Randvoorwaardenkaart. Ze markeren de rand van de Zichten. De torens aan de zijde van het sportpark Escamp 1 zijn inmiddels een kwartslag gedraaid en in hoogte afgenomen (van 70 naar 65 meter) wat een verbetering m.b.t de bezonning oplevert. Bij de inrichting van de ecologische zone is rekening gehouden met de schaduwwerking van de gebouwen. Het deel direct grenzend aan de bebouwing betreft water, het groen dat meer zon behoeft ligt verder van de gebouwen af. De huidige bebouwing (flat op groen veld) wordt vervangen door een woongebouw met een verhoogde centrale binnentuin. De binnentuin sluit niet aan op de ecologische zone en in die zin is er geen sprake van een verbreding van de ecologische zone. Dit is inherent aan de gekozen opzet van de bebouwing. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
4.
Ra 10699871
Belanghebbende
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Een bewoner van het Zicht (hierna reclamant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2,3 en ingediend, deze is tijdig en in goede orde door de raad ontvangen. In de zienswijze stelt reclamant de volgende punten centraal. Zienswijze a: Reclamant stelt dat de beoogde ontwikkeling niet gewenst is door de huidige/oorspronkelijke bewoners in de wijk. Dit hebben de bewoners ook tijdens de participatiebijeenkomsten aangegeven. Reclamant stelt dat hij zich niet kan vinden ‘in het vernietigen/afbreken van alle gewaardeerde positieve element in de wijk om er massale, massieve stenen woontorenflats voor in de plaats de bouwen’ omdat het ‘elke menselijke maat’ mist. Reactie: Op de diverse inloopavonden, alsook participatiebijeenkomsten en workshops, hebben wij van de door reclamant benoemde bezwaren slechts in zeer beperkte mate kennisgenomen. Wij delen de bezwaren van reclamant dan ook niet en wij hebben juist een grote mate van instemming met de door de gemeente beoogde ontwikkeling in Zuidwest ervaren. Van zijn persoonlijke bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkelingen nemen wij kennis. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze b: Met betrekking tot de ecologische zone werpt reclamant de volgende bezwaren op: • Reclamant maakt bezwaar tegen het ‘verleggen van de groen in het binnengebied van de wijk naar buiten het gebied’ in de richting van de sportvelden. • Reclamant maakt bezwaar dat ‘de ecologische zone wordt versmald tot 20 meter in plaats van de vereiste 30 meter.’ Volgens reclamant ‘is het plaatselijk verbreden van deze strook een surrogaat oplossing.’ De groene as vormt dit onderdeel van het Haagse groenbeleid waarin staat dat ‘de groene as een betekenisvolle breedte heeft en behouden blijft.’
24/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Door de situering van de voorgenomen nieuwbouw is het onontkoombaar het thans in het plangebied aanwezige groen deels gewijzigd te situeren. De uiteindelijke omvang van het groen, waartoe wij ook de te realiseren binnentuinen rekenen, is mede gelet op de verbreding van de ecozone meer dan in de huidige situatie. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze c: Met betrekking tot het onderwerp groen stelt reclamant dat het niet wenselijk is om ‘het accent van groen in de toekomst’ te verleggen naar ‘een groen raamwerk ten koste van het binnengebied’ omdat hiermee ‘de Zichtenbuurt onherstelbaar wordt verwoest’ en een gettowijk wordt gecreëerd. Bewoners hebben aangegeven dit niet te willen. Onder verwijzing naar de voorgenomen herstructurering in het deelplan Steenzicht 1A + B1, stelt reclamant dat groengebieden wederom zullen verdwijnen door de bestemming ‘Wonen’ bijna volledig te verwezenlijken in bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7. Volgens reclamant zijn in deelplan Steenzicht Ruimzicht ‘alle openbare groenstroken en de privé tuinen van de eengezinswoningen vernietigd.’ Ook in dit deelplan zal volgens reclamant ‘de ruimtelijkheid van de bestaande openbare gebruiksruimten, de openbare gemeenschappelijke tuinen, de bomen, de groenstroken en de speelruimte voor kinderen’ worden verdreven.
In dit kader stelt reclamant de volgende vragen: • ‘Wordt het een leefbare wijk om de hele Zichtenbuurt vol te laten stampen met mega woonblokken?’ • ‘Is het groen/duurzaam de wijk als je het bestaande groen in de toekomst op straatniveau niet meer zichtbaar is (kale stenen gevels/ geen daktuinen, geen groene gevelbeplanting e.d.?’ • ‘Wordt het veilig in de wijk als de verdichtingsopgave voor geheel Den Haag met name in de Zichtenbuurt gerealiseerd wordt door het aantal woningen in dit ontwerpbestemmingsplan het aantal woningen met 600 toe te laten nemen? Hierbij rekening houdend dat in het bestemmingsplan Steenzicht/Ruimzicht (project Steenzicht 1a/1b) het aantal woningen al vermeerderd wordt van 48 naar 220 (stijging van 459%)?’ • ‘Is het ‘echt goed thuis voelen’ als na realisatie mega woonblokken, waardoor alles versteend is, ecologische zone grotendeels tenietgedaan is en het aantal bewoners met auto’s met ten minste verviervoudigd wordt?’ Reactie: Op de vier vragen van reclamant wordt het onderstaande geantwoord: • Leefbare wijk: voor het ontwerp van de nieuwe bouwblokken in de Zichten is een Beeldkwaliteitsplan vastgesteld door de Raad. Over de verdichting wordt hierin gesteld: De verdichting zal ontegenzeglijk het aanzien van de Zichten sterk doen veranderen. De bouwhoogtes nemen toe, de dikte van de bebouwing eveneens.
Daarnaast verandert de samenhang tussen bebouwing en onbebouwde ruimte. We kiezen ervoor om deze fundamentele veranderingen door te vertalen in een nieuw stadsbeeld om daarmee nadrukkelijk bij te dragen aan een meer divers opgebouwde stad in Zuidwest. • Groen/duurzaam: de woongebouwen hebben allemaal een binnentuin, weliswaar op niveau 1. Deze is zichtbaar vanaf de straat. Rondom de gebouwen zijn zgn. overgangszones aanwezig, een ruimte van 1,5 diep tussen gebouw en straat. Deze wordt ingevuld met o.a. groen. • Veiligheid: de verdichtingsopgaven voor Den Haag Zuidwest bedraagt 10.000 woningen. De gebiedsontwikkeling Dreven, Gaarden, Zichten zal ca. 3500 woningen voor haar rekening nemen (resultante van sloop 2000, nieuwbouw 5500), waarvan in de Zichten circa 1.321 woningen (resultante van sloop 431, nieuwbouw 1752). In dit bestemmingsplan Zichten 2 3 en 7 wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling zichten 2 en 3 en de realisatie van het parkeergebouw zichten 7.
25/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
•
Hier gaat het om een toename van circa 425 woningen (resultante van sloop 109, nieuwbouw 534) en niet om 600. In de eerste fasen wordt sterk ingezet op verdichting, zodat de bewoners in de volgende fasen makkelijker te herhuisvesten zijn in hun eigen buurt. Thuis voelen: de ecologische zone wordt verplaatst en zal niet grotendeels tenietgedaan worden.
Advies: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze d: Met betrekking tot het onderwerp speelvoorzieningen stelt reclamant dat de realisatie van voorgenomen bestemmingsplan leidt tot het ‘verdwijnen van alle speelvoorzieningen in de wijk, zonder dat er nieuw plek (ruimte) voor toekomstige speelvoorzieningen geboden wordt.’ In dit kader wordt het volgende door reclamant aangevoerd: • ‘Reclamant voert bezwaar tegen het vernietigen van alle speelvoorzieningen ‘met het goedkeuren van huidig ontwerp- bestemmingsplan 2, 3 en 7.’ • Reclamant verzoekt om ‘nieuwe aantrekkelijke speelvoorziening vóórdat de bestaande voorzieningen als eerste verdwijnen.’ Reactie: Er komen voldoende speelvoorzieningen in de wijk terug, conform de geldende normen. In de binnentuinen van de woonblokken zullen de speelplekken voor de allerkleinsten komen. In de openbare ruimte voor de diverse andere leeftijd categorieën. De speelvoorzieningen worden vastgelegd in het ‘Inrichtingsplan openbare ruimte’, dit is onderdeel van de uitwerking. Inspraak hierop kan via de reguliere informatieavonden. Advies: Wij delen de bezwaren van reclamant niet. Het verzoek van reclamant valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.
Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze e: Met betrekking tot de planning stipt reclamant de volgende onderwerpen aan. • Ten opzichte van parkeren stelt reclamant dat ‘het ontwerpbestemmingsplan als plantwikkeling naar voren is gehaald om te voorzien in het toekomstig parkeren in de wijk. Terwijl ‘in eerdere presentaties is aangegeven dat de uitwerking wel naar voren is gehaald, maar het realiseren van het parkeergebouw niet naar voren wordt gehaald.’ • Reclamant vraagt of in ‘de oorspronkelijke plannen is opgenomen om Zichten 7 als sluitstuk te bouwen – over ca. 20 jaar. Is het realiseren van Zichten 7 nog steeds over ca. 20 jaar gepland?’ • Reclamant stelt de betrouwbaarheid van de gemeente aan de kaak omdat in ‘deelplan Zichten 7 een basisschool gerealiseerd zou worden.’ Reclamant stelt daarom dat ‘plannen/uitgangspunten, die met bewoners zijn gedeeld ineens’ worden gewijzigd.’ Reactie: Op de drie vragen van reclamant wordt het onderstaande geantwoord: • Over parkeren: De parkeerbehoefte voor Zichten 2 en 3 wordt deels opgelost in de centrale parkeervoorziening van Zichten 7. Dit betekent dat voor het verkrijgen van een bouwvergunning aangetoond moet worden dat er op het moment van oplevering voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn.
Daarom wordt de bouw van het parkeergebouw Zichten 7 vervroegd zodat deze opgeleverd is op het moment van oplevering van Zichten 2 en/of 3. Theoretisch kan de aanvrager ook op een andere locatie tijdelijk voorzien in de parkeerbehoefte.
26/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
•
•
Over de basisschool: Het is correct dat de Zichten in beeld was als mogelijke locatie voor een basisschool. In de Nota van Uitgangspunten is hierover opgenomen: In de plannen voor de Zichten is in verband met de verdichting ruimte gereserveerd voor een nieuwe basisschool. Volgens de huidige prognose is deze rond 2033 nodig. In de verdere uitwerking naar een stedenbouwkundig plan voor de Zichten zal worden bestudeerd of de school onderdeel kan uitmaken van een bouwblok met woningbouw of dat de school beter in het hart van de wijk gecombineerd kan worden met het parkeergebouw. In 2023 heeft een actualisatie plaats gevonden van het voorzieningenprogramma in Dreven Gaarden Zichten. Omdat enerzijds, vanwege de parkeervraag, het parkeergebouw naar voren is gehaald in de planning, terwijl anderzijds leerling prognoses uitwijzen dat de behoefte aan een basisschool juist later in de tijd ligt, is een combinatie van school en parkeren op Zichten 7 niet meer wenselijk. Voor de vestiging van een school (0-18 jaar) heeft de plot Zichten 8 (plot in de Steden, naast het winkelcentrum) vanuit gemeente de voorkeur vanaf 2035 (voldoende inwoners). Op de locatie Zichten 7 is ruimte gereserveerd voor een voorzieningen programma (maatschappelijk en economisch) in de plint van het parkeergebouw.
Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze f: Met betrekking tot de bouw van gebouwen met een hoogte van 70 meter in de Zichten voert reclamant de volgende bezwaren aan. • Reclamant maakt bezwaar tegen het bouwen van ‘projecten/woonflats in de Zichtenbuurt, die voor de bewoners een aantasting zijn voor hun wonen en gebruik van de openbare ruimte.’’ Doordat het hoogteverschil ten opzichte van bestaande woonflats ongeveer 60 meter bedraagt stelt reclamant dat ‘de beleving van de openbare ruimte...’ ‘... met deze massabouwblokken volledig kapot’ wordt gemaakt. Bewoners worden niet enthousiast van het “...in de toekomst tegen stenen blokkendozen van 70 meter hoog aan te kijken in combinatie met het feit dat de nieuwe woongebouwen grotendeels de bestaande openbare gebruiksruimte opslokt.’ • Reclamant voer daarnaast bezwaar tegen “... dat het onttrekken van ‘groen in de wijk’ niet in de wijk zelf gecompenseerd wordt. Gaarne dit rechtzetten, hetgeen ook door de Gemeente Den Haag toegezegd is.” Reactie: Op de twee vragen van reclamant wordt het onderstaande geantwoord: • De hoogbouw wordt aan de randen van de buurt gesitueerd. Daar waar er veel vrij uitzicht is voor de nieuwe bewoners in de torens. Ze staan op een stedelijke laag die in bouwhoogte aansluiting zoekt met de bestaande bebouwing.
Deze opzet is reeds lang in beeld en vastgesteld in de kaders (Randvoorwaardenkaart, Nota van Uitgangspunten, Beeldkwaliteitsplan). • In de buurt zelf komt groen terug in de verhoogde binnentuinen, de overgangszones rond de gebouwen en in de groene wiggen. Aan de randen van de Zichten krijgen de ecologische zones een kwaliteitsimpuls. Per saldo neemt het groen binnen het plangebied dus niet af. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze g: Met betrekking tot het onderwerp ‘bomen’ voert reclamant het volgende aan. • Reclamant verzoekt om te verduidelijken “...hoe de bestaande bomen in deze deelplannen gecompenseerd wordt in de openbare ruimte in de wijk?” Temeer omdat reclamant stelt dat door de wethouder is toegezegd “...dat het aantal bomen dat in de huidige situatie in de wijk(en) aanwezig zijn, ook na aanpak van de wijk het aantal bomen gelijk blijft.”
27/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Voor de Zichten is een Boom Effect Analyse opgesteld (hierna: BEA) welke onder de ambtshalve wijzigingen als bijlage bij het Bestemmingsplan opgenomen. Als er later een vergunning wordt aangevraagd voor een bouwplan wordt op planniveau gekeken naar bomen. In het Inrichtingsplan openbare ruimte dat opgesteld wordt door de gemeente (nadere uitwerking) wordt ook duidelijk waar de compensatie plaats zal vinden van bomen in de openbare ruimte. In juni 2023 is per raadsbesluit de volgende afspraak vastgelegd: “Vast te leggen dat expliciet bij elk ruimtelijk plan wordt gespecificeerd hoeveel bomen zullen worden gekapt conform de Nota stadsbomen en dit nadrukkelijker en goed vindbaar op te nemen in besluiten. Daarnaast voor deze plannen ook op te nemen hoeveel onverharde ruimte verdwijnt en groen wordt toegevoegd (groenbalans). Naast het specificeren van deze verwachte groene gevolgen, dit te motiveren en hierbij aan te geven welke alternatieven hiervoor zijn bekeken (binnen de randvoorwaarden die al zijn vastgelegd) die resulteren in minder groenverlies.” Advies: Het college heeft aan bovengenoemde plicht door middel van de BEA voldaan, dit wordt als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Zie hiervoor bijlage 2 behorende bij dit voorstel, waarmee de aanvulling op de toelichting wordt verantwoord. De verdere invulling valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.
Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Zienswijze h: Reclamant uit bezwaren tegen het gevoerde participatieproces. • Reclamant verzoekt “...de Gemeente Den Haag zich te houden aan hetgeen zij hebben gepresenteerd tijdens de informatieavonden/workshops. Laat de overheid betrouwbaar in zijn omgang met zijn inwoners.” • Reclamant stelt dat het voorgestelde ontwerpbestemmingsplan volledig in strijd is met “...wat tijdens de aanpak van de wijk door de gemeente Den Haag is aangegeven.” Met het voorgestelde ontwerp bestemmingsplan wordt voorgesteld... om dit wandelen/bivakkeren verderop in het middengedeelte van de sportvelden mogelijk te maken,” en is: “a. de groenstrook aan de zijde van de Zichtenbuurt voorzien van woontorens en is deze oeverzijde niet bereikbaar/toegankelijk voor wijkbewoners. b. Aan de zijde van de sportvelden is een groenstrook voorzien, die niet voor wijkbewoners toegankelijk wordt gemaakt. Je kan er zelfs niet wandelen. Ofwel uitsluitend kijkgroen voor torenflatbewoners.” Reactie: Tijdens de informatiebijeenkomsten werden tekeningen getoond, die gebaseerd zijn op de stand van zaken in de planontwikkeling ten tijde van die bijeenkomst. In de verdere uitwerking kan het echter zo zijn, dat plannen, zowel om redenen van verzoeken van belanghebbenden, maar ook vanwege de uitkomsten van onderzoeken e.d.
aanpassing behoeven. Dit valt niet te vermijden. Wij zullen in dergelijke gevallen altijd aanduiden welke aanpassingen zijn doorgevoerd en om welke reden dat heeft plaatsgevonden. Wij achten het openstellen van de sportvelden vanaf de Zichten juist een wenselijke verbreding van de toegankelijkheid van dit gebied. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
28/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Zienswijze i: Met betrekking tot het onderwerp mobiliteit stelt reclamant het volgende. • Reclamant maakt bezwaar “…dat er nieuwe woningen toegevoegd worden aan Den Haag Zuidwest zonder dat de mobiliteit (voorzieningen) vooraf in orde” omdat “met de nu voorgelegde deelbestemmingsplannen, blijkt dat de gemeente deze werkenden mensen op een ingrijpende wijze dwars te gaan zitten om de parkeernorm van 0.8 naar 0.4 te verlagen” en waarbij “bovendien wordt... gerekend met deelauto’s en toename fietsgebruik.” • Reclamant kan zich hier niet mee verenigen omdat volgens hem veel van de bewoners, zoals monteurs/vaklieden, in Zuidwest afhankelijk zijn van eigen vervoer. Voort stelt reclamant dat de plannen in Zuidwest niet in overeenstemming zijn met “…recent uitgevoerd onderzoek...” dat uitwijst “…dat er steeds meer Nederlanders in het afgelopen jaar (en de jaren daarvoor) een eigen auto hebben aangeschaft.” Reactie: Zie ook de reactie bij punt e van deze zienswijze. De parkeernorm verschilt per type en grootte van de woning. De genoemde parkeernorm van 0,4 is alleen van toepassing op huurwoningen van 40 – 70 m2 bruto-vloeroppervlakte. Voor grotere woningen en/of koopwoningen gelden hogere parkeernormen. De parkeernormen zijn gebaseerd op het daadwerkelijke autobezit in Den Haag. Uit onderzoek blijkt dat het autobezit per huishouden in Den Haag al een aantal jaar stabiel is.
Wel is er een kleine verschuiving tussen personenauto's (neemt iets af) en bestelbussen (neemt iets toe). Het parkeerbeleid biedt de mogelijkheid om het aantal te realiseren parkeerplaatsen te verminderen door de inzet van deelmobiliteit. De ontwikkelaar heeft aangegeven dit slechts beperkt te willen inzetten. Bij de bouwplannen wordt getoetst of wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze j: Met betrekking tot de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan Steenzicht/Ruimzicht stelt reclamant dat in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 hier geen rekening mee is gehouden. • Reclamant verzoekt om in het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 aan te geven op welke wijze tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de Raad van State. Reactie: De toelichting van voorliggend bestemmingsplan heeft geen rechtstreeks verband met het aangehaalde bestemmingsplan Steenzicht/Ruimzicht. In die zin is het ook niet nodig in de toelichting op de uitspraak van de Raad van State over dat plan in te gaan. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is vanzelfsprekend wel met deze uitspraak rekening gehouden. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze k: De wens tot verbeteringen in Zuidwest door de realisatie van de deelplannen beschouwt reclamant als niet haalbaar met voorgelegde deelbestemmingsplannen.” In dit kader stelt reclamant dat “op zeer veel cruciale punten blijkt dat er geen sprake van verbetering is in de wijk(en), maar een afbreuk van groen, realiseren van armzalige projecten, verdichting van de wijken ten koste van licht, privacy openbare ruimte etc.” Reactie: Wij delen de mening van Reclamant niet. Voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd op de door uw raad vastgestelde structuurvisie voor Den Haag Zuidwest.
29/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. 5.
Ra 10699883
Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. De bewonersorganisatie Bouwlust- Vrederust (hierna adressant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 ingediend, deze is tijdig en in goede orde door de raad ontvangen. In de zienswijze stelt reclamant de volgende punten centraal. Inleiding Zienswijze a: Reclamant stelt dat zij niet principieel tegen sloop is indien bewoners “in overeenstemming met de wetgeving – de kans hebben gekregen zich hierover uit te spreken.” Reactie: In 2017 is Staedion, vooruitlopend op de planontwikkeling, het gesprek aangegaan met haar bewoners. Om te onderzoeken wat zij belangrijk vinden bij herontwikkelingsplannen voor hun buurten en hoe zij de toekomst van hun woning zien. In de jaren daarna is de gemeente samen met Staedion en Heijmans gedurende het hele proces van planontwikkeling altijd het gesprek aangegaan met de omgeving. De opgehaalde signalen tussen 2017 en 2019 zijn bepalend geweest bij het formuleren van de ambities voor het gebied. Veel bewoners zagen sloop- nieuwbouw als de enige oplossing voor de problemen in hun woning. Voor elke stap in besluitvorming ambitiedocument, nota van uitgangspunten in 2021 en projectdocument 2022) zijn nieuwe participatietrajecten gevolgd waarbij er veel draagvlak voor de plannen was.
Dit staat uitgebreid beschreven in de participatieparagraaf van het projectdocument (RIS311093). Ook bij dit bestemmingsplan is er gelegenheid geweest om zienswijzen in te dienen. Tijdens de vele contacten met de bewoners wordt als grootste zorg vaak naar voren gebracht dat de plannen zullen vertragen of zelfs niet doorgaan. Als huurder eenmaal moeten uithuizen volgt de corporatie een zorgvuldig proces wat al ongeveer 1,5 jaar voor verhuisdatum start. Alle huurders krijgen een persoonlijk bezoek van medewerkers van Staedion waarbij woonwensen, het uithuisproces en mogelijkheden besproken worden. Ondanks de ingrijpende boodschap dat huurders hun huis moeten verlaten wordt ook hier veel positief sentiment tegenover de plannen ervaren. Als het complex geen actieve bewonerscommissie heeft wordt iedereen gevraagd deel te nemen in een klankbordgroep die als overlegpartner dient voor het opstellen van een sociaal plan. Als mensen hulp nodig hebben worden ze in het hele traject begeleid. Er zijn gedurende het hele proces van planvorming tot sloop dus vele momenten geweest dat bewoners de kans hebben gekregen zicht uit te spreken over de plannen. Advies: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze b: Reclamant verzoekt om “in Zuidwest bij elke bestemmingswijziging een deel van de opgelijste maatschappelijke voorzieningen te realiseren. • De gemeente heeft in Zuidwest namelijk geen grond vrij van erfpacht. De gemeente moet elke bestemmingplanwijziging in Zuidwest en dus ook deze aangrijpen om grond toe te wijzen aan voorzieningen.
30/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
•
De voorzieningen die in het Projectdocument Dreven, Gaarden en Zichten in bijlage 3 en 4 staan én de voorzieningen die in de ontwerp-structuurvisie Zuidwest staan moeten in één plan/visie worden vastgesteld. Bij elke bestemmingsplanwijziging moet aangetoond worden hoe de gemeente de volledige lijst zal realiseren.”
Reactie: De maatschappelijke voorzieningen worden in alle plannen volgens de planning mee ontworpen en opgeleverd. Zie hiervoor de Nota van Uitgangspunten. Een deel daarvan wordt in Zichten 7 gerealiseerd. We houden ons aan de referentienormen. Advies: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze c: Reclamant verzoekt om “de Haagse maatschappelijke referentienormen op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan en aan te tonen hoe de gemeente in dit ontwerpbestemmingsplan aan het realiseren van deze minimumnormen tegemoetkomt. • Bijvoorbeeld gaat het om de creatie van bijkomende sportterreinen. • Bijvoorbeeld gaat het om de creatie van bijkomend openbaar groen. We betwisten dat er in de buurt voldoende “groen” overblijft. • Bijvoorbeeld gaat het om de creatie van speelplekken. Het is in dit ontwerpbestemmingsplan niet geheel duidelijk of deze in de publieke ruimte liggen, wat noodzakelijk is, en hoe ze geteld worden.” Reactie: De Haagse maatschappelijke referentienormen betreft geen wettelijk kader maar door de raad vastgesteld beleid. In de toelichting is aangeduid in hoeverre de doelstellingen op grond van dit beleid in het plangebied worden gerealiseerd, waarbij ook een doorkijk naar de verdere ontwikkelingen in Zuidwest wordt gegeven.
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze d: Reclamant stelt dat zij niet principieel is tegen elke verdichting, maar beschouwt de verdichting in dit plan te veel van het goede. Daarbij wordt aangeven dat de verdichting: • “... is ongemotiveerd en moet in elk geval worden teruggeschroefd. • Het toevoegen van zo’n groot aantal woningen in de Zichten is een opmaat voor verdichting van de hele wijk. Zwijgen zou instemmen zijn. Het karakter van de wijk gaat door deze verregaande verdichting verloren. Dit is niet toelaatbaar.” Reactie: Voorliggend bestemmingsplan is een uitvloeisel van de door uw raad vastgestelde structuurvisie voor Den Haag Zuidwest en is daarmee ook in overeenstemming. Wij zien geen aanleiding om in het kader van dit bestemmingsplan de in de structuurvisie gemaakte keuzes ter discussie te stellen. Advies: Wij delen de bezwaren van reclamant niet. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
31/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Zienswijze e: Reclamant verzoekt de gemeenteraad om bij de start van het ontwerpbestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 beslissingen te nemen “over belangwekkende investeringen in het openbaar vervoer in de wijk.” In dit kader stelt reclamant dat: “Waar Den Haag gewillig het Rijk tegemoet komt met de bouw van bijkomende woningen, moet Den Haag bij datzelfde Rijk en in de regio in ruil voor woningbouw investeringen afdwingen inzake openbaar vervoer. Sommige maatregelen inzake openbaar vervoer zullen immers minstens evenveel tijd vragen als het bouwen van de woningen.” Reactie: De gemeente deelt de mening van reclamant niet. De gemeente is bezig met diverse studies ter verbetering van het openbaar vervoer in Den Haag Zuidwest, waarbij op basis van de studies verschillende beslissingen worden gemaakt over investeringen. Dergelijke investeringen worden niet in een bestemmingsplan opgenomen. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze f: Reclamant verzoekt om “beleid voor een realistische parkeerdruk in de buurt en de wijk.” Met name omdat reclamant stelt dat: • “De gestelde parkeernorm is niet haalbaar. • Het door de gemeente vooropgestelde percentage aan deelvervoer is niet gebaseerd op data, goede voorbeelden elders en contracten van blijvende aard met deelvervoerbedrijven.
Deze keuze leidt tot vervoersarmoede van bewoners in de sociale huur.” Reactie: De gemeente deelt de mening van reclamant niet. De huidige parkeernormen zijn gebaseerd op huidig autobezit in Den Haag. Met betrekking tot deelmobiliteit geldt kan worden teruggekoppeld dat dit een nieuwe ontwikkeling is in Den Haag, dat een wezenlijk onderdeel vormt van de mobiliteitstransitie om de stad leefbaar te houden. Advies: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Gewenste ontwikkeling Zienswijze g: Reclamant stelt dat de ontwikkeling door de huidige/oorspronkelijke bewoners in de wijk niet gewenst is. Volgens reclamant hebben bewoners dit ook aangegeven tijdens de participatiebijeenkomst/ workshops. Reactie: Op de diverse inloopavonden alsook participatiebijeenkomsten en workshops hebben wij van de door reclamant benoemde bezwaren slechts in zeer beperkte mate kennisgenomen. Wij hebben juist een grote mate van instemming met de door de gemeente beoogde ontwikkeling in Zuidwest ervaren (zie ook reactie op onderdeel a). Advies: Wij delen de bezwaren van reclamant niet. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot verdere aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
32/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Ecologische zone Zienswijze h: Reclamant beklaagt zich over de wijzigingen aan de bestaande ecologische zone. Daarbij stelt reclamant dat: • De huidige ecologische zone “geheel wordt vernietigd en als compensatie wordt deze verschoven richting de sportvelden” op de plek waar voetbalvelden liggen. • De ecologische zone moet wijken doordat alles “in de Zichten” wordt “volgebouwd.” En dat een ecologische zone niet te verplaatsen is. • “De nieuwe ecologische zone wordt versmald naar 20 meter. De plek waar ze verhuist, maakt onderdeel uit van de vastgestelde ‘groene assen’ in Den Haag. Het plaatselijk verbreden van deze strook (o.a. langs trambaan Melis Stokelaan) is een surrogaat voor een ecologische zone, nl. zal niet gerespecteerd worden als ecologische zone door recreatieve passanten en beperkt op haar beurt weer de sportruimte in het Groene assenkruis. Van wezenlijk belang is dat de groene as een betekenisvolle breedte heeft en behouden blijft, zoals dit in het groenbeleid van de gemeente Den Haag is vastgelegd.” Reactie: De ecologische zone schuift op en is over het grootste deel 30 meter of breder. Sportvelden worden gedraaid om hier ruimte voor te maken. De ecozone wordt opnieuw ingericht. Er worden kwalitatieve verbeteringen doorgevoerd. Harde oevers worden vervangen door natuurvriendelijke oevers.
De hele zone wordt ingericht met beplanting van een hogere ecologische waarde dan de huidige beplanting, die grotendeels uit gras bestaat. Het water van de ecozone is zo dicht mogelijk tegen de gevel geplaatst om maximale ruimte voor het groen te creëren aan de kant van de sportvelden, waar de beste bezonning is. Dit is op de plankaart gebord (zie reactie zienswijze 6). Hier ondervindt de ecologische zone ook de minste verstoring vanuit de woningen. De kwantiteit wordt direct grenzend aan de ecologische verbindingszone gecompenseerd waarbij de ecologische zone met ruim 3.000m2 wordt uitgebreid. De ecozone in principe publiek ontoegankelijk, met uitzondering van de doorsteken. Voor recreatie en informele sport wordt bij de herindeling van de sportvelden ruimte gecreëerd in de middenzone tussen de sportvelden. Het bestemmingsplan creëert voorziet in drie nieuwe verbindingen met het sportpark waardoor deze nieuwe middenzone van het sportcomplex goed toegankelijk wordt vanuit de Zichten buurt. Gemakshalve verwijzen wij u naar ambtshalve wijzigingen onder A en J. Hierin staat dat de ecologische zone via een opgenomen gebiedsaanduiding in de regels wordt geborgd. Deze aanduiding is opgenomen bij de bestemmingen groen en water. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren.
Groen Zienswijze i: Reclamant stelt dat door de herstructureringen van de Zichtenbuurt het groene karakter verdwijnt. Daarbij verwijst reclamant naar het deelplan Steenzicht 1a en 1b en stelt dat alle openbare groenstroken en de privé tuinen van de eengezinswoningen zijn vernietigd en dat alle tuintjes en het openbaar groen langs de wegen en weggetjes is verdwenen. Reclamant stelt voorts dat dit ook in het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 het geval is, omdat bijna het volledige bestemmingplan wordt ingenomen door bouwvlakken met bestemming Wonen. Het corporatiegroen “verdwijnt volledig uit de Zichten en dit wordt volstrekt niet gecompenseerd door het groen van de ‘binnentuinen’, zoals die voorzien worden.”
33/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: De buurt de Zichten ondergaat een grote transformatie. De woongebouwen die nu in het groen staan worden, met uitzondering van het centraal gelegen project Ruimzicht, vervangen door woongebouwen met verhoogde openbaar toegankelijke binnentuinen. De binnentuinen krijgen een groen karakter. De nieuwe woongebouwen worden allemaal omzoomd met 1,5 meter brede overgangszones die waar mogelijk groen worden ingericht. In de openbare ruimte worden twee zgn. groene wiggen geïntroduceerd. De groene wiggen grenzen aan de ecologische zone en hebben een hoge groene verblijfskwaliteit voor de buurt. De gehele openbare ruimte wordt zo groen mogelijk ingericht. Dit is mede mogelijk omdat er een parkeergebouw in het plan wordt opgenomen. Hierdoor komt er extra ruimte vrij in de openbare ruimte wat ingericht gaat worden met groen. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze j: Reclamant stelt dat de realisatie van de bestemming woning met dit bestemmingsplan leidt tot een achteruitgang van “de ruimtelijkheid van de bestaande openbare gebruiksruimten, de openbare gemeenschappelijke tuinen, de bomen, de groenstroken en de speelruimten voor kinderen… ondanks toezeggingen van de wethouder dat de buurt qua groen/ bomen/ toegankelijk openbare ruimte er niet op achteruit zou gaan.” Reactie: De gemeenschappelijke tuinen blijven nog steeds openbaar toegankelijk. In het inrichtingsplan worden nieuwe groen- en speelruimtes voorzien. De inrichting daarvan zal op basis van het opgestelde boom effect analyse (hierna: BEA) plaatsvinden. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze k: Reclamant beklaagt zich over dat de onttrekkingen van groen niet in de wijk zelf worden gecompenseerd en stelt dat buurtbewoners “geen groenbeleving of recreatieruimte in de nabijheid” hebben. Reactie: Wij delen deze zorg niet. De inrichting van de openbare ruimte zal in samenspraak met de Adviescommissie openbare ruimte worden bepaald en het daarvoor op te stellen inrichtingsplan zal onderdeel vormen van participatie. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze l: Reclamant stelt dat de leefbaarheid van de buurt en de veiligheid van de wijk in het geding komt. Met name doordat groen op straatniveau niet meer te vinden of zichtbaar is: je ziet enkele gevels en muren.” En door de toename van woningen “ook het aantal auto’s in de wijk waarschijnlijk toeneemt met dezelfde factor als de verdichting.”
34/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Het totaal aantal auto’s neemt toe. Daar staat tegenover dat het parkeren juist van straat naar eigen terrein wordt verplaatst. In de openbare ruimte faciliteren wij enkel ruimte voor het parkeren van auto’s voor de voorzieningen (o.a. Ruimzicht) en de bestaande woningen. Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze m: Reclamant stelt dat de komst van dit bestemmingsplan “het karakter van de buurt definitief en totaal verwoest...” Reactie: De gemeente neem deze reactie ter kennisgeving aan. Deze mening deelt de gemeente niet. In het Beeld Kwaliteitsplan is hierover opgenomen dat ‘de verdichting zal ontegenzeglijk het aanzien van de Zichten sterk doen veranderen. De bouwhoogtes nemen toe, de dikte van de bebouwing eveneens. Daarnaast verandert de samenhang tussen bebouwing en onbebouwde ruimte. We kiezen er echter voor om deze fundamentele veranderingen door te vertalen in een nieuw stadsbeeld om daarmee nadrukkelijk bij te dragen aan een meer divers opgebouwde stad in Zuidwest. Tegelijkertijd maken we geen tabula-rasa. Waardevolle bomen blijven waar mogelijk behouden, evenals delen van het stratenpatroon.’ Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
6.
Ra 10686185
Hoogheemraadschap van Delfland
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna reclamant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 ingediend, deze is tijdig en in goede orde door de raad ontvangen. Reclamant verwijst in de zienswijze naar de eerder gemaakte opmerkingen ten opzichte van het voorontwerp van het bestemmingsplan Zichten 2 en 3 en geeft daarbij aan dat deze niet volledig in het ontwerpbestemmingsplan zijn verwerkt. De zienswijze van reclamant heeft daar betrekking op waarbij met name de onderstaande punten centraal staan. Zienswijze onderdeel a: Met betrekking tot de onderwerpen verbeelding en regels voert reclamant het volgende aan. • Reclamant stelt dat voor het plan een wateropgave geldt “...voor het compenseren van toename van verharding door middel van het graven van oppervlaktewater en voor het compenseren van klimaateffecten door middel van vasthoudmaatregelen.” Reclamant verzoekt daarom om “... beide wateropgaven in de regels van het bestemmingsplan te borgen.” • Reclamant stelt dat in het plan oppervlaktewater ligt.
Reclamant verzoekt daarom om “...het primair oppervlaktewater te bestemmen als water met bijbehorende taluds, oevers en kunstwerken voor het watersysteem.” Zienswijze onderdeel b: Met betrekking tot het thema voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit) in relatie tot de waterstructuur en doorstroming stelt reclamant dat het bestemmingsplan niet duidelijk maakt “op welke wijze het oppervlaktewater wordt aangepast.”
35/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
• •
•
Reclamant verzoekt daarom om de aanlevering van een situatietekening met maatvoering “waarin de bestaande situatie en de nieuwe situatie van het oppervlaktewater uitgewerkt zijn.” Daarnaast verzoekt reclamant om de aanlevering van “een beschrijving van het nieuwe watersysteem aan de hand van de relevante beleidsregels.” Deze dienen te voldoen aan de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland. Reclamant verzoekt om “...te onderbouwen hoe met de afvoer van hemelwater omgegaan wordt en of de capaciteit van de watergang voldoende is...” omdat de gemengde riolering in het plangebied wordt vervangen door een gescheiden riolering. Het hemelwater wordt daarmee “...naar het oppervlaktewater afgekoppeld.”
Zienswijze onderdeel c: Met betrekking tot het thema voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit) in relatie tot de wateropgave compensatie verharding en compensatie klimaateffecten voert reclamant het volgende aan. • Reclamant verzoekt om “...in de waterparagraaf uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt. Hierbij dient ten minste de wateropgave voor de compensatie van toename van verharding (ontwikkeling) in open oppervlaktewater gegraven te worden.” • Daarbij stelt reclamant dat naast elkaar kunnen worden gehanteerd “de eisen uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig en de wateropgave voor klimaateffecten, berekend met de watersleutel…”. “Hierbij hoeft alleen de grootste klimaatwateropgave gerealiseerd te worden “...omdat maatregelen voor beide doelen effectief kunnen zijn.” Zienswijze onderdeel d: Met betrekking tot het onderwerp grondwater verzoekt reclamant het volgende. • Reclamant verzoekt om “...de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan met betrekking tot grondwater/bodem te onderbouwen.” • Reclamant verzoekt om “... de effecten van het ruimtelijk plan (ondergrondse constructies) op het lokale grondwatersysteem/bodem te beschrijven.” Zienswijze onderdeel e: Met betrekking tot de onderwerpen onderhoud en bagger voert reclamant het volgende aan.
• Reclamant verzoekt om “...te beschrijven op welke wijze met het onderhoud en de inspecteerbaarheid van het oppervlaktewater, aangrenzend met het plangebied...” rekening is gehouden. Reclamant stelt dat beschermingszones (onderhoudsstroken) die in de legger zijn opgenomen vrijgehouden dienen te worden van toekomstige werken. Zienswijze onderdeel f: Met betrekking tot het thema watersysteemkwaliteit en ecologie heeft reclamant de volgende verzoeken. • Reclamant verzoekt om een beschrijving “...van de effecten van de nieuwe ontwikkeling op de huidige chemische en ecologische watersysteem.” Daarbij stelt reclamant dat “een achteruitgang van de watersysteemkwaliteit en ecologie” niet is niet toegestaan. • Reclamant verzoekt in het bestemmingsplan aan te geven hoe “...invulling gegeven kan worden...” aan “...kansen voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers...” die binnen het plangebied liggen. Zienswijze onderdeel g: Met betrekking tot het thema afvalwaterketen heeft reclamant de volgende verzoeken.
• Reclamant verzoekt om te onderbouwen “of de capaciteit van de riolering in de toekomstige situatie voldoende is ...” om te voorkomen “...dat er een toename op de kans van overstorten op het oppervlaktewater is.” • Reclamant verzoekt om te onderbouwen “wat de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lozingen en de daardoor verwachte veranderingen op het oppervlaktewater, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwater zijn.”
36/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Naar aanleiding van de aangestipte onderwerpen in deze zienswijze is de Gemeente in overleg getreden met het Hoogheemraadschap Delfland. Op grond hiervan is de watertoets voor Zichten 2,3 en 7 aangepast, waarvoor thans instemming is verkregen van het HHD. Bijlage 13 van de toelichting wordt vervangen door de aangepaste watertoets. Advies Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze gegrond te verklaren. De regels van artikel 4 Groen worden gewijzigd. Ook wordt er een nieuw artikel 8 Water aan de regels toegevoegd. Voorts worden de aanwezige Watergangen op de verbeelding aangegeven. Zie hiervoor ook punt J en O van de ambtshalve wijzigingen van de regels. En punt A van de ambtshalve wijzigingen van de verbeelding. Voorts wordt in de toelichting de waterparagraaf (paragraaf 4.6) vervangen. In bijlage 13 van de toelichting is de geactualiseerde watertoets aan de toelichting gevoegd.
7.
Ra 10693047
Bomenstichting
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. 1. Neem het behoud van bomen als uitgangspunt Zienswijze a: In de zienswijze voert reclamant bezwaren aan, waarbij de volgende punten met name centraal staan. Reclamant stelt dat het bestemmingsplan het behoud van bomen als uitgangspunt moet nemen. Daarbij is reclamant van mening dat de bomeneffectanalyse (BEA) eerder had moet worden uitgevoerd en dat de BEA als doel heeft mogelijkheden in kaart te brengen. Daarbij verwijst reclamant naar de aangenomen motie 'Eerst de bomen, dan de plannen' (RIS317510). Waarbij volgens reclamant het uitgangspunt is bij herinrichting het behoud van bomen en terughoudendheid bij aanvragen omtrent generieke kapvergunningen. Verder verwijst reclamant ook naar de aangenomen motie "Informatie bomenkap vast onderdeel van ieder ruimtelijk plan"(RIS311115), en van mening is dat de raad geïnformeerd wordt over het ruimtelijk plan en aangegeven moet worden wat de verwachte gevolgen zijn voor de bomen. Ten slotte maakt reclamant de opmerking dat een BEA uitgevoerd moet worden, alvorens de gemeenteraad over gaat tot vaststelling van het bestemmingsplan en dat de BEA toegevoegd wordt aan het bestemmingsplan. Reactie: De bomeneffectanalyse (BEA) is formeel en inmiddels toegevoegd als bijlage aan het bestemmingsplan.
In de motie 'Eerst de bomen, dan de plannen' RIS317510 staat dat bij herinrichtingen het behoud van bomen als uitgangspunt te nemen en terughoudend te zijn met het aanvragen van generieke kapvergunningen. In de toekomstige plannen voor de openbare ruimte waarbij alsnog sprake is van een bomenkap met meer dan tien bomen, dient hierover aan de raad te communiceren. Bij de uitwerking van de plannen zal hiermee rekening worden gehouden. Inmiddels is door de Raad de Structuurvisie Zuidwest vastgesteld RIS315261 waarin onder andere de verdichtingsopgave voor Den Haag Zuidwest is vastgelegd.
37/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: De BEA is reeds bij de ambtshalve wijzigingen van de toelichting doorgevoerd. Derhalve stellen wij u voor de zienswijze op dit onderdeel gegrond te verklaren. 2. Laat de ecologische zone met rust Zienswijze b: Reclamant kan zich niet vinden in de ‘verplaatsing’ van de ecologische zone en stelt in dit kader de volgende verzoeken: • Onder verwijzing naar de aangenomen motie “Behoud volwaardige ecologische verbindingszones” verzoekt reclamant de bestaande ecologische zone en de daar aanwezige volwassen bomen te behouden en niet te verplaatsen. • Reclamant stelt dat de ecologische waarden teniet worden gedaan door toevoeging van paden. Reclamant verzoekt daarom om geen paden of verlichte fietspaden toe te voegen in de ecologische zone. • Reclamant verzoekt om een uitwerking waarin een succesvolle verplaatsing van (bodem)soorten flora en fauna inzichtelijk wordt gemaakt wanneer de ecozone wordt gerealiseerd door het draaien van velden. Reactie: De ecologische zone schuift op en is over het grootste deel 30 meter of breder. Sportvelden worden gedraaid om hier ruimte voor te maken. De ecozone wordt opnieuw ingericht. Er worden kwalitatieve verbeteringen doorgevoerd waardoor de nu karige ecozone een ecologische impuls krijgt. Harde oevers worden vervangen door natuurvriendelijke oevers.
De hele zone wordt ingericht met beplanting van een hogere ecologische waarde dan de huidige beplanting die grotendeels uit gras bestaat. Het water van de ecozone is zo dicht mogelijk tegen de gevel geplaatst om maximale ruimte voor het groen te creëren aan de kant van de sportvelden, waar de beste bezonning is. Om dit te borgen is een wijziging doorgevoerd op de plankaart waarmee de locatie van de watergang is vastgelegd (zie reactie zienswijze 6). Hier ondervindt de ecologische zone ook de minste verstoring vanuit de woningen. De kwantiteit wordt direct grenzend aan de ecologische verbindingszone gecompenseerd waarbij de ecologische zone met ruim 3.000m2 wordt uitgebreid. De ecozone in principe publiek niet toegankelijk voor publiek. Er zijn dus geen verlichte paden binnen de ecozone met uitzondering van de doorsteken. Het inrichtingsplan van de nieuwe ecozone wordt dusdanig vormgegeven dat waar mogelijk de huidige bomen in de ecozone gespaard blijven. Er worden nieuwe bomen toegevoegd. We streven ernaar om 5% meer kroonoppervlakte te realiseren (Nota Stadsbomen 2021). Conform het projectdocument (RIS311093) zullen delen van de oude ecozone pas in gebruik genomen worden voor ontwikkelingen als de velden gedraaid zijn en de nieuwe ecozone is aangelegd. Naast het amendement wat zorgt Dit draagt zorg voor een soepele overgang.
Daarnaast is de te verleggen ecologische zone onderdeel van een groter geheel. De gehele ecologische rand rondom sportpark Escamp 1 blijft voor een groot deel intact. Er zijn dus nog aanvullende uitwijkmogelijkheden voor dieren op water en land in de overgangsfase. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gedeelte gegrond te verklaren. De duidingen voor groen en water in de ecozone zijn specifieker opgenomen op de plankaart (zie ‘ambtshalve wijziging’ A).
38/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
3. Splits artikel 4 Groen uit in ‘gebruiksgroen’, en ‘ecologisch groen’ Zienswijze c: Reclamant ziet de ecologische verbindingszone terug in de begrippenlijst maar niet op de plankaart en in de planregels. Reclamant verzoekt daarom ecologische zone te bestemmen als groen met dubbel bestemming ‘’waarde-ecologie’’, zodat daar geen andere voorzieningen (fiets-/paden, gazons, trafo’s, vuilopslagplaatsen) zijn toegestaan. Reactie: De voorgestelde bestemmingen zijn niet toegestaan, omdat zij geen deel uitmaken van de wettelijk vastgestelde, standaard voorschriften bestemmingsplannen (SVBP), waardoor zij niet op ruimtelijke plannen verwerkt kunnen worden. De ecologische verbindingszone was op de plankaart vastgelegd met een functieaanduiding. We hebben dit vervangen door een gebiedsaanduiding. Deze wijziging is als ambtshalve wijziging van de plankaart verwerkt en daarmee bij het vast te stellen bestemmingsplan geborgd. Zie hiervoor punt A van de ambtshalve wijzigingen van de verbeelding. Daarnaast zijn ter bescherming van de ecologische zone ook de regels ambtshalve gewijzigd, zie hiervoor punt J en O van de ambtshalve wijziging van de regels. Advies: De aanpassingen van de verbeelding en de regels zijn reeds bij de ambtshalve wijzigingen van de verbeelding en regels doorgevoerd. Derhalve stellen wij u voor de zienswijze op dit onderdeel gegrond te verklaren. 4.
Leg binnentuinen vast in een aparte bestemmingsregel Zienswijze onderdeel d: Reclamant verwijst naar een uitspraak en stelt dat ''uit de rechterlijke uitspraak over het bestemmingsplan Steenzichten Ruimzicht Raad van State (ECLl:NL:RVS:2023:4777, 20 december 2023), blijkt dat het toevoegen van de definitie van het begrip 'binnentuin' niet voldoende is om te garanderen dat binnentuinen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Dit moet dus beter worden vastgelegd in het bestemmingsplan.'' Reactie: Onder verwijzing naar ons advies met betrekking tot onderdeel J van de zienswijze van SOS Den Haag, en onderdeel F van de zienswijze van AVN merken wij op dat wij dit bezwaar onderschrijven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar de reactie. Advies: In overeenstemming met onderdeel J van de zienswijze van SOS Den Haag en onderdeel F van de zienswijze van AVN, stellen wij u voor de zienswijze op dit onderdeel gegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant stelt dat naar hun mening niet de bedoeling is ''dat binnentuinen onder de planregel 'groen' gaan vallen, want een binnentuin is bodemtechnisch gezien niet te vergelijken met 'groen' in de volle grond. Wij pleiten voor opname van een aparte bestemmingsregel 'binnentuin'.
Daar kan naar hartenlust gespeeld worden om de ecologische zones te ontlasten van spelen e.a.'' Reactie: Bij het aanwijzen van bestemmingen zijn wij gehouden te voldoen aan hetgeen in de Standaard Bepalingen Bestemmingsplannen (SVBP) als bestemmingen is toegestaan. De bestemming Binnentuinen maakt geen deel uit van de SVBP.
39/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 5. Zienswijze her-bereken stikstof volgens vereiste cumulatieve benadering Zienswijze onderdeel f: Reclamant stelt dat ''de stikstofdepositie is berekend voor Zichten 2,3 zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. De uitstoot wordt berekend per jaar. Dat wil zeggen dat de totale berekende uitstoot van 222,8 kg NOx en 21,09 kg NH3 wordt gedeeld door drie. Dit komt neer op een uitstoot van 74,26 kg NOx en 7,03 kg NH3 per jaar.'' En verwijst in dit kader naar tabel 5 in paragraaf 3.2 van de toelichting. Voorts stelt reclamant dat de wet een cumulatieve benadering vereist en heeft hij vraagtekens bij ''de deling door 3.” Reclamant verzoekt om “een herberekening waarbij aan de vereiste cumulatieve benadering wordt voldaan.'' Reactie: De ten behoeve van de stikstof depositie opgestelde berekening die als bijlage 12 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, voldoet aan de wettelijke eisen die hieromtrent gesteld zijn. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 6. Zienswijze geef de SGH op de juiste manier weer op de kaarten Zienswijze onderdeel g: Reclamant stelt dat ''in het bestemmingsplan is een foutieve kaart van de stedelijke groene hoofdstructuur opgenomen.
“De verbinding met de Beresteinlaan ontbreekt” en verzoekt daarom “om de SGH langs de Beresteinlaan toe te voegen aan de kaart.'' Reactie: De waarden die reclamant stelt aan groene hoofdstructuur delen wij. In het kader van het bestemmingsplan is aan deze aspecten, onder meer door het opstellen van een watertoets en een milieueffectrapportage uitvoering aandacht besteed. In het bestemminsplan is in paragraaf 3.4.2 Nota stadsnatuur een kaart opgenomen uit de desbetreffende Nota waarop de stedelijke groene hoofdstructuur staat aangegeven en daarbij aangegeven het plangebied Zichten 2 3 en 7 (indicatief). De kaart waarnaar wordt verwezen is correct. Omdat dit onderdeel uitmaakt van vastgesteld beleid (RIS305824), valt het buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan en kunnen hierop geen wijzigingen worden aangebracht. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 7. Suggestie: waterberging onder de sportvelden Zienswijze onderdeel r: Reclamant stelt voor om waterberging onder de naastgelegen sportvelden te realiseren en verwijst naar Regenwateropslag onder sportvelden | Groenblauwe Netwerken.
40/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Wij waarderen uw suggesties en betrokkenheid bij het proces. Echter, vallen de sportvelden buiten de scope van dit bestemmingsplan. Desondanks zullen wij uw opmerkingen, ter inspiratie, meenemen voor toekomstige plannen en/of ontwikkelingen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER Vanwege de ligging nabij drukke wegen is er sprake van hoge geluidbelastingen ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. Omdat er geen sprake is van overschrijding van grenswaarden is het mogelijk hogere grenswaarden te verlenen. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft een beschikking genomen in het kader van de Wet geluidhinder. De beschikking heeft vanaf 27 augustus 2024 voor de duur van zes weken (tot en met 7 oktober 2024) ter inzage gelegen. Binnen deze periode konden belanghebbenden een beroepsschrift indienen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor zover bekend zijn er geen beroepschriften ingediend. ADVIES COMMISSIE M.E.R. Er is een toetsingsadvies aan de Commissie m.e.r. gevraagd over de juistheid en volledigheid van de milieu-informatie van het project-MER voor de stedelijke ontwikkeling van Dreven, Gaarden en Zichten binnen Zuidwest (hoofdstuk 7 van het MER).