20241218-RIS320060 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Zichten 2 3 en 7
Tekst van het document
STREKT TER VERVANGING (PAGINA 52) Datum
Ons Kenmerk
12 december 2024
DSO/10793952 RIS320060
Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Zichten 2 3 en 7 INLEIDING Bij raadsmededeling van 19 december 2023 (RIS317432) is aan de raad toegezonden het ontwerpbestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7. Het ontwerpbestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 heeft voor eenieder ter inzage gelegen van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024. Begrenzing van het plangebied Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Bouwlust. Het plangebied ligt tussen de Hengelolaan en de Vrederustlaan, direct aan de naastgelegen sportvelden.
Aanleiding voor het bestemmingsplan De deelplannen Zichten 2, 3 en 7 liggen in de Zichten binnen de wijk Bouwlust-Vrederust. De bestaande woningen binnen het plangebied zijn sterk verouderd en aan een ingrijpende renovatie of vernieuwing toe. De woningen van Zichten 2, 3 en 7 zijn allen bezit van corporatie Staedion.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
De sociaaleconomische positie van de bewoners is vaak zwak en de wijkeconomie en voorzieningen zijn verschraald. Om een positieve verandering te brengen aan deze problematiek is de ambitie uitgesproken om via een integrale aanpak in Den Haag Zuidwest een 'kanteling' op gang te brengen: van de verslechtering van de afgelopen decennia naar een opwaartse spiraal van verbeteringen. Deze ambities zijn juli 2020 vastgelegd in het ambitiedocument Dreven-Gaarden-Zichten, RIS305714. Deze kanteling wordt op gang gebracht door ruimte te maken voor nieuwe woningen die qua wooncomfort voldoen aan de eisen van deze tijd. Alle huidige bewoners kunnen blijven of terugkeren, maar er wordt ook een nieuw betaalbaar marktprogramma toegevoegd. Hierdoor wordt het mogelijk om wooncarrière te maken in de eigen buurt, maar er ook ruimte komt voor nieuwe woningzoekende mensen in de buurt. De wijkeconomie wordt versterkt. Door op de juiste plekken ruimte te reserveren voor de ontwikkeling van een goede wijkeconomie kan er een kanteling in de dynamiek en aantrekkingskracht van de wijken worden bewerkstelligd. De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht met meer plek voor ontmoeting. Parkeren wordt zoveel mogelijk op eigen terrein opgelost.
Dit bestemmingsplan moet bijdragen aan: verbeteren en uitbreiding van het betaalbare woningaanbod en een evenwichtige bevolkingsopbouw; de volkshuisvestelijke opgave, conform de Woondeal Zuidelijke Randstad (RIS302724); versterken van de sociale en economische positie van de bewoners uit Zuidwest; stimuleren wijkeconomie en werkgelegenheid; de corporatievoorraad gasloos maken; een gezonde leefomgeving; een klimaatbestendige omgeving; de mobiliteitstransitie. Het vigerende bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Door het opstellen van bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 wordt een verdere uitvoering gegeven aan deze wens. In april 2021 is voor de Zichten een Nota van Uitgangspunten (NvU) vastgesteld (RIS308508). Hierin is reeds geconstateerd dat de stedenbouwkundige opzet van de Zichten, met een rooilijnverschuiving richting de velden, een opgave voor een herindeling van het sportpark neerlegde, om zo voldoende ruimte te creëren voor een ecologische zone met een breedte van 30 meter; een puzzel om belangen vanuit vastgoed, ecologie en sport te laten samenkomen. Februari 2022 zijn met het projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 (RIS311093) de nieuwe rooilijnen vastgesteld en is de grondexploitatie geopend ter dekking van deze gebiedsontwikkeling.
Bij de vaststelling van dit projectdocument is in de grondexploitatie rekening gehouden met een financiële bijdrage aan deze herindeling, ook om gelijktijdig de kwaliteit en de toegankelijkheid van het sportpark fors te kunnen verbeteren. Met de vaststelling van bestemmingsplan 'Steenzicht en Ruimzicht' in 2022 is de eerste stap gezet. Op basis van de verkaveling uit de NvU en projectdocument is de grondexploitatie vastgesteld en een privaatrechtelijk samenwerkingsovereenkomst gesloten met Staedion en Heijmans. Doel van het bestemmingsplan Het doel van bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkelingen op de drie kavels die vallen binnen het plangebied, conform de kaders zoals omschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan. Overzicht ontwikkelingen De toevoeging van woningen in verschillende woonsegmenten, het bieden van ruimte aan kleinschalige bedrijvigheid en commerciële en maatschappelijke voorzieningen en voldoende parkeergelegenheid komt ten goede aan de buurteconomie, de levendigheid op straat en de mobiliteitstransitie. Op deze wijze wordt met dit bestemmingsplan ingezet op een positieve bijdrage aan de identiteit en het imago van de wijk. De woningvoorraad wordt uitgebreid naar 627 woningen in verschillende woonsegmenten, waaronder
2/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
nieuwbouwwoningen en appartementen die zowel bedoeld zijn voor sociale-, middeldure- en dure huurdoeleinden als betaalbare - en dure koop doeleinden. In het bestemmingsplan zijn ook 104 bestaande woningen meegenomen. Deze woningen vallen buiten de gebiedsontwikkeling van de Zichten, maar worden meegenomen om een logisch plangebied te hanteren. Daarnaast komt in Zichten 7 een parkeergarage met ruimte voor kleinschalige bedrijven en voorzieningen in de plint. In Zichten 2 en 3 worden binnentuinen gerealiseerd op de parkeerplaatsen van de woonblokken. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbalans. Ook blijven parkeerplaatsen op de openbare straat aanwezig. In Zichten 7 wordt in de plint ruimte geboden voor kleinschalige bedrijven en voorzieningen (zowel bedrijfs-onroerend goed als maatschappelijk-onroerend goed) voor de wijk en de parkeergarage. In de verdere planvorming wordt Zichten 7 nader uitgewerkt. In de oorspronkelijke plannen was in Zichten 7 een basisschool voorzien. De leerlingenprognose wijst echter uit dat de school pas later in de tijd nodig is. De school is nu in het deelplan naast winkelcentrum De Stede voorzien. Overzicht Woningtypes nieuwbouw Sociaal Midden huur Dure huur Betaalbare koop Dure koop Totaal
Zichten 2
Zichten 3
Zichten 7
Totaal
%
177 0 0 22 29 228
40 84 48 90 33 295
0 0 0 0 0 0
217 84 48 112 62 523
41 % 16 % 9% 21 % 12%
BOG/MOG
0
0
1250 m2
De tabel is indicatief. Bij de beoordeling van de bouwaanvraag zal op basis van de exacte aantallen het definitieve aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Voor wat betreft BOG/MOG is de parkeerbehoefte vanwege dubbelgebruik op nul bepaald.
Parkeren Voor de parkeerbalans is breder gekeken dan het plangebied. Dit omdat in de huidige en toekomstige situatie een deel van de bestaande woningen buiten het plangebied gebruik maken van parkeerplaatsen binnen het plangebied. Het uitgangspunt is dat de te handhaven woningen, inclusief hun bezoekers, gaan parkeren op openbare straat en het parkeren voor de nieuwbouw plaatsvindt op eigen terrein. In de parkeerbalans is uitgegaan van parkeren op eigen terrein waarbij het parkeren wordt verdeeld over twee locaties. Op basis van de laatste plannen wordt uitgegaan van in totaal 65 binnenplanse parkeerplaatsen (15 parkeerplaatsen bij Zichten 2 en 50 parkeerplaatsen bij Zichten 3). Op de locatie van Zichten 7 wordt een gebouwde parkeervoorziening gerealiseerd met 300 tot 400 openbare parkeerplaatsen. Buitenruimte Deze gebiedsontwikkeling grijpen wij aan om zowel het sportpark als de ecologische zone van een enorme kwaliteitsimpuls te voorzien. Momenteel is het sportpark nog door sloten en hekken afgesloten van de buurt de Zichten. Vanuit de wijk komen, tussen de bouwblokken door, groene wiggen te lopen die uitmonden in het sportpark. Hier wordt in de middenzone ruimte gemaakt voor groen, spelen, bewegen en ontmoeten. Via deze wiggen wordt het sportpark toegankelijk voor de hele wijk.
Het bestemmingsplan anticipeert op de benodigde aanpassing van de indeling van meerdere velden in het sportpark om nieuwe ruimte te creëren voor een robuuste en kwalitatieve ecologische zone. Dit
3/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
bleek een ruimtelijk ingewikkelde puzzel met verschillende dilemma’s omdat het onmogelijk was om aan alle wensen vanuit vastgoedontwikkeling, sport en ecologie tegemoet te kunnen komen. Voor de uitwerking van de plannen voor het sportpark zijn gesprekken met de sportclubs gevoerd en heeft participatie met gebruikers plaatsgevonden over de gewenste voorzieningen in het sportpark. Hieruit is geconcludeerd dat een verplaatsing van het ESDO-hoofdveld onwenselijk is vanwege de oriëntatie ten opzichte van de kantine. Hoewel het aantal vierkante meters ecologische zone toeneemt en de kwaliteit fors wordt verbeterd, is de conclusie dat het, rekening houdend met de privaatrechtelijke afspraken op basis van het projectdocument, niet overal mogelijk is de aanbevolen breedte van 30m (die op dit moment overigens ook in de huidige situatie niet overal in het gebied wordt gehaald) uit de Nota Stadsnatuur te halen. Daar waar dat niet lukt zal de eveneens uit de Nota Stadsnatuur afkomstige minimummaat van 20m vrijwel overal wel worden behaald. Bij een dergelijke minimummaat horen wel, conform de Nota Stadsnatuur, compensatie maatregelen. Het college heeft gezocht naar een evenwicht tussen de verschillende beleidskaders die in dit gebied spelen.
Bij uitwerking van het bestemmingsplan is gekeken naar de optimalisatie van dit evenwicht, wat heeft geleid tot onderstaande kwalitatieve en ruimtelijke optimalisaties. Kwalitatieve verbeteringen: Harde oevers worden vervangen door natuurvriendelijke oevers. De ecologische zone wordt ingericht met beplanting van een hogere ecologische waarde. De huidige ecologische zone bestaat grotendeels uit gras. De ecologische zone krijgt dus een kwalitatieve groen impuls. De toevoeging van de groene wiggen tussen de bouwblokken en sportvelden voegen extra groene ruimte toe die ecologisch in te richten en te beheren is. Het water van de ecologische zone is zo dicht mogelijk tegen de gevel geplaatst om maximale ruimte voor het groen te creëren aan de kant van de sportvelden waar de beste bezonning is. Hier ondervindt de ecologische zone ook de minste verstoring vanuit de woningen. Het pad, met bijbehorende verlichting in Zichten 3, in lengterichting langs de bebouwing is vervallen. Op deze manier is de ecologische zone in principe niet publiek ontoegankelijk, met uitzondering van de dwarsdoorsteken. Een deel van de groenstrook langs de Hengelolaan aan de sportvelden had de bestemming ‘Groen’ en krijgt in het bestemmingsplan ook de status ‘Ecologische zone’.
Ruimtelijke optimalisaties: In het Sportpark worden drie haaks-liggende voetbalvelden vervangen door één langs-liggend voetbalveld en één pupillenveld om meer ruimte voor de ecologische zone te creëren. Hiervoor is compensatie is gevonden door het herinrichten van sportpark Escamp 3 en de toevoeging van ongeorganiseerde sport in de middenberm van Escamp 1. De huidige grasvelden worden vervangen door kunstgras om de bespelingsgraad te kunnen verhogen. De bebouwing in Zichten 2 volgens projectdocument, is langs Steenzicht ingekort om een ontsluiting over eigenterrein naar Steenzicht mogelijk te maken. De ruimte rond de bebouwing, voor o.a. onderhoud, is geminimaliseerd. In Zichten 3 is de geplande ontsluiting van de woningen langs het smalle deel van de ecologische zone vervallen. Het ESDO hoofdveld wordt versmald tot de minimale KNVB-maat en zo ver mogelijk richting kantine verschoven. Conclusie is dat de kwaliteit wordt verbeterd en de kwantiteit direct grenzend aan de ecologische verbindingszone wordt gecompenseerd. Hiermee wordt voldaan aan (dictumpunt VI van) het gewijzigde projectdocument. De bescherming van de ecologische waarde van deze zone wordt met een aanduiding ‘ecozone’ extra geborgd (beperkingen voor overig gebruik). De voorliggende verkaveling is
4/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
de uitkomst van een integraal planproces waarbij vanuit de verschillende sectoren is gezocht naar optimalisatie en compensatie en dat op draagvlak kan rekenen van omwonenden en gebruikers van de sportvelden. Geldende planologische regelingen Het plangebied van het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Bouwlust, vastgesteld 1 oktober 2015. Naast het bestemmingsplan dat op het specifiek plangebied van toepassing is, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op het gehele gemeentelijk grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld op 1 december 2022. PROCEDURE Vooroverleg Op 14 juli 2023 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. Inspraak Bij besluit, d.d.
19 december 2023, kenmerk DSO/10645746, heeft het college besloten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Op 28 december 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. Het ontwerpbestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 is nog vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (d.d. 1 januari 2024) op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met inachtneming van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter inzage gelegd. De termijn van terinzagelegging was van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024. Op 9 januari 2024 was voor het ontwerpbestemmingsplan een inloopbijeenkomst gehouden op locatie bij het Wijkkantoor Staedion, Het Zicht 42. Het bestemmingsplan was in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn 7 zienswijzen ingediend. Overgangsrecht Omgevingswet Op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op de bestemmingsplannen, die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ter inzage zijn gelegd.
Dat betekent dat de Wro op dit plan van toepassing blijft tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het bestemmingsplan zal na vaststelling tezamen met alle andere geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het college biedt de raad hierbij het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0382BZichten-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting.
5/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 1. 2. 3.
Ra-nr. 10693030 10693071 10699851
4. 5. 6. 7.
10699871 10699883 10686185 10693047
Indiener zienswijze Stichting SOS Den Haag Voorall Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken Belanghebbende Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust Hoogheemraadschap van Delfland Bomenstichting
Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen. Behandeling zienswijzen 1.
Ra 10693030
Stichting SOS Den Haag
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Stichting SOS Den Haag (hierna adressant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 ingediend, deze is op 15 februari 2024 door de raad ontvangen. In de zienswijze voert adressant bezwaren aan over de kwaliteit van het bestemmingsplan, waarbij de volgende punten met name centraal staan: Zienswijze onderdeel a: Reclamant stelt dat het bestemmingsplan ‘een nog niet gemaakt bouwplan wil faciliteren waarvoor nog geen inrichtingsplan bekend is gemaakt en dat ‘er geen samenhangend stedenbouwkundig plan is dat behoud en nieuwbouw borgt in een overtuigend raamwerk.’ Reactie: Het bestemmingsplan alsmede de bouwplannen die daarbinnen passen hebben vastgestelde kaders. Te weten een Nota van Uitgangspunten, Randvoorwaardenkaart en Beeldkwaliteitsplan. Deze borgen de samenhang op de schaal van de buurt. Separaat aan het ontwerpproces van de bouwplannen wordt het Inrichtingsplan voor de buurt opgesteld. In 2024 is het SO inrichtingsplan voor de gehele Zichtenbuurt goedgekeurd door de ACOR (advies commissie openbare ruimte). Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
6/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Zienswijze onderdeel b: Reclamant stelt dat het bestemmingsplan niet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wro voldoet omdat de in de verbeelding en regels vervatte bestemmings- en bouwregels niet deugdelijk zijn gemotiveerd. Mede doordat de toepasselijke beleidsstukken die door de raad zijn vastgesteld niet in de toelichting zijn uitgewerkt. Reactie: De toelichting van het bestemmingsplan is gebaseerd op de nota van uitgangspunten die door de raad is vastgesteld. De nota van uitgangspunten vormt de beleidsmatige en conceptuele basis waarop het bestemmingsplan wordt gebouwd. Het bestemmingsplan vertaalt deze uitgangspunten vervolgens in concrete, juridisch bindende regels en voorschriften voor het gebruik en de ontwikkeling van het plangebied. Tijdens het indienen van het ontwerpbestemmingsplan, was nog niet alle relevante informatie paraat. Zo is de structuurvisie Den Haag Zuidwest op 14 december 2023 (RIS315261) vastgesteld door de gemeenteraad. Deze structuurvisie vormt het inhoudelijk kader voor bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7. In de structuurvisie is het meest actuele beleid opgenomen. Daarnaast bepaalt de structuurvisie de contouren van de programmatische opgave van de deelgebieden en waarborgt de visie de verbinding en onderlinge samenhang van ingrepen en projecten.
Het document anticipeert op de Omgevingswet door aandacht te besteden aan thema’s die de gehele fysieke leefomgeving betreffen, zoals klimaat, energie, veiligheid en gezondheid. De toelichting van het bestemmingsplan is derhalve geactualiseerd op het vigerende beleid in overeenstemming met de structuurvisie Den Haag Zuidwest. De zienswijze leidt tot een wijziging van het bestemmingsplan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. Wij stellen u voor paragraaf 3.2.4.1 Structuurvisie Den Haag Zuidwest van de toelichting te wijzigen overeenkomstig bijlage 2 behorende bij dit voorstel. Zienswijze onderdeel c: Reclamant beklaagt zich over het ontbreken van een kaart die de samenhang van de bestemmingsplannen bijhoudt waarmee de bestemmingen en de gevraagde voorzieningen groen en water in het stadsdeel Zuidwest worden aangetoond. Reactie: De verbeelding van het bestemmingsplan beperkt zich tot de plangrenzen van het gebied. Dat wil echter niet zeggen dat er geen rekening wordt gehouden met de directe omgeving. Voor stadsdeel Zuidwest is een structuurvisie opgesteld. In deze structuurvisie staat beschreven hoe de gemeente de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag Zuidwest over de periode tot 2040 voor zich ziet. De visie is de basis voor alle ontwikkelingen die een plek moeten krijgen in Zuidwest.
Het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 is een concretisering van de ruimtelijke en stedelijke afweging die gemaakt is in de structuurvisie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel d: Reclamant stelt dat door de opname van uitgestelde bepalingen in het bestemmingsplanregels, waarbij wordt verwezen naar elders vastgestelde sectorale beleidsnota’s, er niet wordt voldaan aan de eis van een goede ruimtelijke ordening.
7/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Een goede ruimtelijke ordening wordt over het algemeen bereikt wanneer de fysieke omgeving op een doordachte en duurzame manier wordt gepland, ontwikkeld en beheerd om de leefbaarheid, functionaliteit, esthetiek en sociale, economische en ecologische belangen te bevorderen. Om dit te waarborgen worden verschillende elementen getoetst aan het huidige beleid dat in een eerder stadium is goedgekeurd. Deze beleidsstukken zijn zo integraal mogelijk opgesteld en hebben een goede ruimtelijke ordening hoog in het vaandel staan. Het bestemmingsplan is een ruimtelijke vertaling van onder andere de Structuurvisie Den Haag Zuidwest en de Agenda ruimte voor de stad. In een eerder stadium heeft Het college op 07-05-2021 ingestemd met de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor de ontwikkeling van De Zichten (RIS308508). Daarna heeft het college de commissie per brief geïnformeerd en is de NvU besproken in de commissie Ruimte van 13-07-2021. De volledige NvU is opgenomen als Bijlage 3 bij deze toelichting. Daarnaast is het projectdocument voor Dreven-GaardenZichten fase 1 inclusief de bijbehorende grondexploitatie Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 (SBK nummer ES-156), op 10 februari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad (RIS311093).
Dit is een uitvoeringsbesluit voor de eerste 10 jaar van de totale gebiedsontwikkeling Dreven-Gaarden-Zichten en de realisatie van ruim 50% van het beoogde programma. Op basis van de randvoorwaarden uit de NvU en het projectdocument zijn regels voor het plangebied opgesteld in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan legt de ruimtelijke kaders juridisch vast. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant geeft te kennen geen vertrouwen te hebben in de gemeentelijke overheid omdat hij zich niet kan vinden in de wijze waarop zienswijzen ongegrond worden verklaard, waarbij niet voldoende gemotiveerd wordt. In dit kader verwijst hij naar vernietigde vergunningen en bestemmingsplannen in Zuidwest. Reactie: Wij herkennen ons niet in hetgeen reclamant hiernaar voren brengt. Voor ons is het nemen van deugdelijk gemotiveerde beslissingen van essentieel belang. Ook bij de door reclamant aangehaalde vergunningen en bestemmingsplannen in Zuidwest is geen sprake geweest van onvoldoende motivering. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel f: Reclamant kan zich niet vinden in het bestaande parkeerbeleid van de gemeente Den Haag.
Onder verwijzing naar de vernietigde regel in de parapluherziening (fiets) parkeren tijdens de vaststelling van bestemmingsplan Kop-Assumbergweg, stelt reclamant dat het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 in strijd is met de eisen van redelijkheid. Reactie: Vooropgesteld zij dat de bezwaren zich feitelijk niet tegen het bestemmingsplan richten maar op het daarop van toepassing zijnde door de raad vastgestelde beleid. Bovendien is met de uitspraak van het bestemmingsplan Kop-Assumburgweg geen regel in de parapluherziening (fiets)parkeren vernietigd. Op grond van het vigerende parkeerbeleid wordt de beschikbare parkeercapaciteit zo eerlijk mogelijk verdeeld en zal voor bestaande bewoners het parkeren in de openbare ruimte mogelijk blijven. Om te voorkomen dat de parkeerdruk in de openbare ruimte oploopt worden voor nieuwe bewoners parkeermogelijkheden in de parkeervoorziening mogelijk gemaakt.
8/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Voorts geldt ingevolge de op het bestemmingsplan van toepassing zijnde Nota Parkeernormen dat de gemeente hieromtrent alleen een voorwaarde kan stellen aan het aantal parkeerplaatsen en bij de realisering van de op grond van het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwingsmogelijkheden zal beoordelen in hoeverre de daarvoor benodigde parkeergelegenheid ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Na de voorgenomen invoering van betaald parkeren zal de gemeente binnen de kaders van het daarvoor opgestelde beleid parkeervergunningen verstrekken. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel g: Reclamant beklaagt zich erover dat sociale woningbouw bewoners zowel zijn uitgesloten van parkeerplekken op eigen terrein als van parkeerplekken in de openbare straat. Naast de parapluherziening (fiets) parkeren biedt het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 volgens reclamant geen duidelijkheid over het opvullen van deze plekken via het gebruik van deelauto’s en deelfietsen. Hij stelt dat relevante bedrijven hun deelscooters niet willen delen met sociale woningbouw. Reactie: Bewoners van de sociale woningbouw kunnen parkeren op eigen terrein en/of centrale parkeervoorziening voor nieuwbouw. Deelgebruik is in de voorliggende plannen niet verbonden aan de woningbouw, de exploitatie daarvan vindt op individuele basis plaats.
Het bestemmingsplan geeft ruimtelijke kaders, en die kaders passen in ruimtelijk beleid. Verdere uitwerking volgt in de bouwplan procedure. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel h: Reclamant voert aan dat de gestelde ambities van het college voor ‘Dreven 2’ zoals vermeld op p. 46 ev. Van het Haags akkoord 2023-2026’ niet in dit bestemmingsplan zijn terug te vinden. Doordat het opstellen van ontwerpbestemmingsplannen een van de dagelijks bestuurstaken van het college is, stelt reclamant dat dit impliceert dat het ruimtelijke beleid in ontwerpbestemmingsplan gestoeld is op raadsbesluiten en coalitieakkoord. Reactie: Dit bezwaar heeft onzes inziens geen betrekking op de inhoud van het voorliggende plan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel i: Reclamant beklaagt zich over de ‘informatieavond’ op 9 januari jl. en de gevoerde participatie voor het bestemmingsplan. Gesteld wordt dat de ambtenaren in kwestie ‘niet konden uitleggen wat een bestemmingsplan is’ en ‘dat burgers een stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan verwachtten,’ maar in plaats daarvan ‘boekwerken van 606 pagina’s en een witte kaart met enkele kleurvlakken’ werden overlegd.
Reactie: De informatieavond waar reclamant een beroep op doelt betreft een inloopavond die belegd was vanwege de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Op deze avond waren het bestemmingsplan en de daarbij behorende verbeelding beschikbaar. Daarnaast waren de met het opstellen van het bestemmingsplan belaste ambtenaren aanwezig om één en ander mondeling toe te lichten.
9/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Overigens kan nog worden opgemerkt dat op deze avond aldus het bestemmingsplan gepresenteerd werd en niet de op basis daarvan nog op te stellen inrichtingsplannen. Hiervoor is op 11 juni 2024 een afzonderlijke inloopavond gehouden, hetgeen ook duidelijk gecommuniceerd is. Ook in de toekomst worden periodiek informatiemomenten gehouden over de actuele planvorming. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel j Met betrekking tot de definitie binnentuin in artikel 1.17 stelt reclamant dat het ‘te vrijblijvend en dus geen begripsomschrijving’ is. In dit kader verwijst hij naar ‘dikte van circa 1 meter’ en vraagt hij ‘of er openingen in het dek zijn,’ en ‘of er regels zijn voor de hoeveelheid verharding en de hoeveelheid groen/gazon/bloemperken/moestuin’ en of dat is ‘afgewogen tegen de matige bezonning van die binnentuinen en waarom niet?’ Reactie: Met betrekking tot de vraag van reclamant of er regels zijn voor de hoeveelheid verharding en de hoeveelheid groen/gazon/bloemperken/moestuinen is het antwoord dat niet wordt opgenomen in de planregels. De gemeente heeft wel de ontwerprichtlijn “groen: tenzij”. Deze is onderdeel van het beleidsstuk Den Haag Klimaatbestendig.
Met betrekking tot de vraag van reclamant of dit is afgewogen tegen de matige bezonning van die binnentuinen en waarom niet, wordt geantwoord dat de gemeente hier geen specifiek beleid voor heeft. Wel wordt voorgesteld om de definitie van binnentuin aan te passen conform onderstaand voorstel. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt definitie van binnentuin in art. 1.17 van de regels als volgt aangepast: “Een binnentuin is een openbaar toegankelijke ruimte die als groen- en als speelvoorziening is ingericht. Indien deze binnentuin zich niet op maaiveld bevindt kan deze ook verhoogd worden aangelegd met de volgende uitgangspunten. Een tuin met voldoende substraat op een constructie die een hoogwaardige groene invulling mogelijk maakt. Ter plaatse van bomen heeft het pakket een substraatdikte van minimaal 1 meter of zijn er openingen in het dek waardoor de boom in de volle grond kan wortelen." Daarnaast zijn ambtshalve in artikel 6 Wonen -1 verplichtende bepalingen toegevoegd ten aanzien van de aanleg en het onderhoud daarvan. Zienswijze Onderdeel k Met betrekking tot artikel 1.21 stelt reclamant: ’bouwlaag introduceert het begrip onderbouw. Bij het nieuwe begrip ‘eerste bouwlaag' komt dit terug en onder 1.41 is dit nader gedefinieerd.
Waarom zo moeilijk doen? Artikel 9 maakt onder 9.e geen gebruik van dit nieuwe begrippenapparaat. Waarom niet? Wat is de typologische logica van dit begrip in Zuidwest dat gekarakteriseerd wordt door half verdiepte bergingslagen van portiekblokken?’ Reactie: De begripsomschrijving van een bouwlaag staat vermeldt in 1.21. Het betreft hier een standaard begripsbepaling zoals die in alle bestemmingsplannen is opgenomen. Wij zien geen aanleiding deze begripsbepaling aan te passen.
10/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel l Met betrekking tot artikel 1.28 stelt reclamant: "de dakopbouw-definitie is verruimd 'of andere daar gevestigde rechtmatige functie’: waarom? Temeer omdat op de verdiepingen alleen ‘wonen’ bestaat.” Reactie: Deze toevoeging kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het uitoefenen van een aan huis-gebonden beroep. Ook hier betreft het een standaard redactie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Over het parkeergebouw in artikel 3 gemengd wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel m “In ‘artikel 3 gemengd’ wordt voorgesorteerd op een parkeergebouw met op de begane grond bedrijfsruimten/horeca. Vooraf dient het college te motiveren waarom ze denkt dat dit voor het straatbeeld, de sociale veiligheid, de financiële haalbaarheid en schaalbaarheid een aanvaardbare oplossing is voor dit stadsdeel. Is er een overtuigende evaluatie van bijvoorbeeld het parkeergebouw 1e van der Kunststraat/Calandstraat?” Reactie: In de Nota van Uitgangspunten is opgenomen dat we geclusterd gaan parkeren, in combinatie met voorzieningen/ economische functies. Sociale veiligheid en haalbaarheid zijn onderdelen van het plan en zullen in de vergunningsfase getoetst worden.
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Over de bestemming groen in artikel 4 gemengd wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel n “Waarom is GROEN zo grof en beknopt omschreven? Waarom is er niet een aparte bestemming TUINEN opgenomen? Mag er géén wandelpad in een ecologische zone maar wel een fietspad? En mag je er wandelen met een fiets aan de hand? En is verlichting van dat fietspad vanuit sociale veiligheid een must? Dat is toch strijdig met ecologische waarden?” Reactie: De gebiedsaanduiding ‘Ecologische verbindingszone’ binnen de bestemming groen en de daaraan in de regels verbonden eisen de aan te leggen ecologische verbindingszone zijn in voldoende mate juridisch beschermd. De ecologische zone mag doorkruist worden door zowel wandelpaden als een fietspad. Verlichting is onderdeel van het Inrichtingsplan openbare ruimte. Dit betreft een uitwerking op detailniveau en is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Bij de inrichting zal wat betreft verlichting rekening worden gehouden met het voorkomen van een verstoring van de ecologische waarden. Wij zien derhalve geen aanleiding een afzonderlijke bestemming ‘tuin’ op te nemen. Deze bestemming wordt normaliter alleen gebruikt voor particuliere en niet openbare groenvoorzieningen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
11/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Zienswijze onderdeel o “Waarom mag in ecologische zone wél een ongelimiteerd aantal nutsgebouwen en vuilopslagplaatsen worden gebouwd conform 4.2.1 en 9.1 sub g maar mogen kinderen er niet spelen conform 4.3?” Reactie: Wij onderschrijven de constatering van reclamant. Om deze reden stellen wij u voor de regeling voor nutsgebouwen in de ecologische zone te schrappen. Zie in dit verband ook de ambtshalve wijziging van de regels onder J waarmee speelvoorzieningen niet in de ecologische zone worden toegestaan. Advies: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en artikel 4.3 Specifieke gebruiksregels als volgt gewijzigd vast te stellen. “Ter plaatse van de ecologische verbindingszone zijn de functies genoemd onder 4.1 sub b en 9 sub g niet toegestaan.” Over de bestemming Wonen in artikel 6 gemengd wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel p “Waarom wordt bij de bestemming WONEN onder 6.1.a. de 'gestapelde vorm' voorgeschreven?” Reactie: Het bestemmingsplan gaat ervan uit dat binnen de voor nieuwbouw aangeduide bouwvlakken gestapelde woningbouw zal plaatsvinden. Advies: Wij stellen u voor dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel q “Waarom wordt bij de bestemming WONEN onder 6.1.h.
'loopbruggen' voorgeschreven?” Reactie: Aanvankelijk was erin voorzien om de verschillende bouwdelen ook door middel van loopbruggen met elkaar te verbinden. Bij de verdere planuitwerking is gebleken dat er geen loopbruggen zullen worden gerealiseerd. In verband hiermee kunnen deze bepalingen worden geschrapt en zijn zij niet opgenomen in het nieuw toegevoegde artikel 6 ‘Wonen -1’. Zie ook ambtshalve wijziging van de regels onder punt M. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Naar aanleiding hiervan wordt geadviseerd om artikelen 6.1 sub h en 6.2.2 sub a nr. 3 te schrappen: “6.1.h loopbruggen, die de hoofdgebouwen met elkaar verbinden.” “6.2.2.a.3 In afwijking van de in het lid 1 vermelde maximale hoogte, geldt deze niet voor loopbruggen die de in 6.2.1 onder a genoemde hoofdgebouwen met elkaar verbinden.” Zienswijze onderdeel r “Waarom is het noodzakelijk de geluidsisolerende waarde van de schil onder 6.2.1.e te definiëren in een bestemmingsplan als aanvulling of ter vervanging van de eisen van het Bouwbesluit en wet geluidhinder?”
12/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Ten behoeve van deze woningbouw is een hogere grenswaarde procedure gevoerd. Daarbij is het van belang dat de waarden overeenkomstig de normstelling in de Wet geluidhinder zijn. Het is in het belang van de toekomstige bewoners dat het bestemmingsplan hieromtrent een waarborg biedt, dit treedt niet in de plaats van de eisen die het Bouwbesluit hieromtrent stelt. Advies: Wij stellen u voor dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel s “Waarom mag de parkeergarage onder 6.2.1.d. residueel niet groter wanneer de parkeerbehoefte dat vraagt? Het is geen archeologische vindplaats bijvoorbeeld.” Reactie: Dit betreft een ruimtelijke restrictie uit de Nota van Uitgangspunten. In casu is sprake van een sluitende parkeerbalans. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel t “Waarom mag onder 6.2.2.2 op een binnentuin on-gemaximeerd mogen bijgebouwd tot een hoogte van 3 meter?” Reactie: Het betreft hier de mogelijkheid om bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de inrichting van de binnentuinen te kunnen realiseren. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze onderdeel u “Onder 6.2.2 wordt gesproken over ‘de bovenkant van de parkeervoorziening.’ Wanneer de ‘binnentuin’ een aanzienlijke gronddekking heeft, wordt dan de bovenkant van de dragende vloer gerekend of bovenkant grondpakket binnentuin?” Reactie: Gekeken moet worden naar de bovenkant van het grondpakket. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel v “Waarom heeft het bestemmingsplan n.a.v. 6.3 geen echt stedenbouwkundig kader zoals gemaatvoerde profielen die bestemmingen, bouwhoogten en breedten tussen bebouwingsvlakken opgeven? Allemaal zaken die de samenhang van groen- en waterverbanden, paden en lanen door de verschillende deelbestemmingsplannen heen moeten borgen die Zuidwest karakteriseren en waarbinnen behoud en vernieuwing moet plaatsvinden? Nu heeft de stad alleen een subjectief voorbehoud ten aanzien van bezonning en windhinder waarbij daglichttoetreding bij bewolkte hemel niet eens is meegenomen.”
13/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Reactie: Het stedenbouwkundig kader betreft de vastgestelde Nota van Uitgangspunten, Randvoorwaardenkaart en het Beeldkwaliteitsplan. Deze borgen de samenhang op de schaal van de buurt. Hierin zijn ook randvoorwaarden m.b.t. wind en bezonning in opgenomen. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel w “In de specifieke gebruiksregels probeert het college een aantal procesafspraken vast te leggen die niet in een publiekrechtelijk ruimtelijk planologisch toetsingskader thuishoren. Reactie: In de woonvisie (RIS296833) is door uw raad aangegeven dat in een bestemmingsplan voorwaarden gesteld dienen te worden met betrekking tot de realisering en exploitatie van categorieën van woningbouw. De in voorliggend bestemmingsplan hieromtrent opgenomen bepalingen zijn overeenkomstig eerdere bestemmingsplannen welke ook door de Raad van State getoetst zijn. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Over de bestemming leiding- water in artikel 7 gemengd wordt het volgende door reclamant aangevoerd. Zienswijze onderdeel x “Er is onder artikel 7 Leiding- Water een bescherming voor de transportleiding drinkwater opgeworpen. Feitelijk is hier een dubbelbestemming groen/transportleiding drinkwater/ openbaar vervoer.
De zone levert immers ecosysteemdiensten op een grotere schaal. Onder 7.3 wordt echter een vrijstellingsmogelijkheid gefaciliteerd die verder gaat dan artikel 9g; is dat heus de bedoeling?” Reactie: Artikel 7.3 bevat een specifieke regeling gericht op de bestemming Leiding-Water en onderscheidt zich daarmede van de in art. 9 sub g opgenomen Algemene bouwregels. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
14/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
2.
Ra 10693071
Voorall
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Voorall (hierna adressant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2,3 en ingediend, deze is op 15 februari 2024 door de raad ontvangen. Zienswijze onderdeel a: In de zienswijze verzoekt adressant om integrale toegankelijkheid op te nemen als voorwaarde in het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7, gelet op het VN-Verdrag Handicap en de aanpassing van de Wet Gelijke Behandeling. Reactie: Wij onderschrijven de aandachtspunten waarvoor reclamant aandacht vraagt. Ook wij hechten eraan dat de te realiseren nieuwbouw ook voor mensen met een handicap geschikt zal zijn. In dat verband merken wij op dat de leefbaarheid in het Bouwbesluit zoveel mogelijk op een inclusieve manier is geregeld. Vanzelfsprekend zal ook bij de inrichting van het openbaar gebied rekening gehouden worden met een goede toegankelijkheid voor eenieder. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren omdat een en ander al in het bouwbesluit is geregeld.
Reclamant voert ten aanzien van het onderwerp openbare ruimte de volgende punten aan: Zienswijze onderdeel b: Met betrekking tot het bereiken van de woningen stelt reclamant dat belangrijk is “dat mensen die gebruik maken van een elektrische rolstoel of scootmobiel de ingang wel kunnen bereiken. Ook mensen die vanwege hun beperking afhankelijk zijn van de auto of de (zorg)fiets moeten deze zo dicht mogelijk bij de ingang van de woning kunnen parkeren. Voor hen is het noodzakelijk dat parkeren binnen 10m van de ingang mogelijk is. Hoe groter de afstand naar de woningingang, hoe eerder iemand een individuele gehandicaptenparkeerplaats nabij de woning nodig heeft. Zeker gezien het hoge percentage mensen met een chronische ziekte is het belangrijk hier in de plannen rekening mee te houden om te bewerkstelligen dat deze mensen mee kunnen blijven doen in onze stad.” Reactie: De inrichting van de verkeers- en verblijfsgebieden en de hierbij benodigde voorzieningen volgt in het ontwerp voor de buitenruimte. Daarbij geldt dat parkeren voor alle doelgroepen geregeld wordt op eigen terrein. De bouwer is verantwoordelijk om dit op eigen terrein te realiseren. Dit wordt geregeld via het parkeerbeleid. Meer specifiek geldt hiervoor dat parkeren inclusief de miva-parkeerplekken moeten voldoen aan de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940).
Bij de omgevingsvergunning wordt hierop getoetst. Dit wordt niet vastgesteld in het bestemmingsplan maar in de nota parkeernormen waarvoor in de planregels een koppeling is gelegd zodat bouwplannen daaraan getoetst moeten worden. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren.
15/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Zienswijze onderdeel c: Met betrekking tot de keuze voor deelauto’s stelt reclamant dat “de hiervoor gereserveerde parkeerruimte eveneens zo dicht mogelijk bij de ingangen van de woongebouwen gesitueerd te worden. Dit is belangrijk voor mensen die niet ver kunnen lopen bijvoorbeeld vanwege gewrichtsproblemen, energiebeperking of door een andere fysieke oorzaak.” Reactie: Dit wordt beoordeeld bij de verlening van de omgevingsvergunning, daar wordt gekeken naar een goede en logische plek voor de deelmobiliteit. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. Zienswijze onderdeel d: Met betrekking tot het parkeren van fietsen danwel deel(bak)fietsen stelt reclamant dat “Vrij liggende fietspaden die breed genoeg zijn voor de toename van het aantal bewoners zijn noodzakelijk voor een veilige verkeerssituatie. Voorrang geven aan de fiets betekent automatisch dat veel ruimte nodig is voor fietsparkeren. Het is belangrijk om hier vanaf het begin van de planontwikkeling voldoende ruimte voor te reserveren. Ook voor het parkeren van deel(bak)fietsen moet ruimte worden gecreëerd, ofwel in de parkeergarage of in de openbare ruimte.
Voor de kwaliteit van de leefomgeving is het belangrijk dit goed in te passen.” Reactie: Het fietsparkeren voor bewoners wordt geregeld in een gemeenschappelijke fietsenberging en geregeld in de beleidsregel gelijkwaardigheid fietsenbergingen. Indien de ontwikkelaar deelbakfietsen wil inzetten om de parkeerbehoefte te beperken dan zijn er in de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) voorwaarden opgenomen. Nabij de entrees van de woongebouwen komen fietsnietjes voor het fietsparkeren van bezoekers. Hiervoor hebben we in de plannen veel aandacht. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Met betrekking tot gehandicaptenparkeerplaatsen vraagt reclamant zich af of hier ruimte voor wordt gereserveerd in de openbare ruimte.
In dit kader stelt reclamant de volgende vragen: “Waar kunnen bezoekers met een beperking hun auto of scootmobiel parkeren? Wat gebeurt er als iemand beperkt raakt en daardoor een (aangepaste) privé-auto nodig heeft? Kan dan ruimte gecreëerd worden voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats nabij de ingang van de flat? Kortom: voorrang geven aan de voetganger en de fiets heeft serieuze consequenties voor mensen die vanwege hun beperking afhankelijk zijn of worden van een auto, zeker wanneer de ingang van de woning niet bereikbaar is met de auto.” Reactie: Er worden op voorhand geen aparte parkeerplaatsen gerealiseerd. Wel komen in de garages een aantal parkeerplaatsen die qua afmetingen geschikt zijn voor minder validen. Daarnaast gelden de normale regels voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerplaats, mochten de parkeerplaatsen op eigen terrein niet geschikt of al vergeven zijn. Nabij een deel van de entrees zijn een beperkt aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig. Een ander deel van entrees zijn gelegen aan de groene wiggen of het sportpark. Hier is het helaas niet mogelijk om dicht bij de entree te parkeren. Om de veiligheid van voetgangers en fietsers te waarborgen en voldoende kwaliteit voor de groene wiggen te behouden is het ook niet mogelijk om hier parkeerplaatsen (en een toegangsweg) te realiseren.
16/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel f: Met betrekking tot de maten die in het bestemmingsplan worden weergeven voor gehandicaptenparkeerplaatsen stelt reclamant het volgende: “In het bestemmingsplan worden maten weergegeven voor gehandicaptenparkeerplaatsen. Wij missen hier de maat voor parkeren evenwijdig aan de rijbaan. Deze dient 2x6m te zijn. Bovendien dient aan één lange en één korte zijde een vrije (en veilige) manoeuvreerruimte van l,5m breed op hetzelfde niveau als de parkeerplaats aanwezig te zijn. Maten voor gehandicaptenparkeerplaatsen zijn niet opgenomen in het handboek openbare ruimte. Daarom is het van belang om ze op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan.” Reactie: Het bestemmingsplan voorziet niet in de inrichting van de openbare ruimte. Voor de parkeerplaatsen op eigen terrein geldt de NEN 2443, hierin zijn wel maten opgenomen voor gehandicaptenparkeerplaatsen en hier wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning ook op getoetst. De verwijzing naar NEN 2443 is doorgevoerd als een ambtelijke wijziging van de regels van het bestemmingsplan. Onder punt S van de ambtshalve wijzigingen is een aanpassing voorgesteld van artikel 9 sub m waarmee aan deze zienswijze deels tegemoet wordt gekomen. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren.
Door reclamant wordt ten aanzien van het onderwerp openbaar vervoer het volgende aangevoerd: Zienswijze onderdeel g: “Tramlijn 9 en buslijnen 21 en 25 ontsluiten het gebied met het openbaar vervoer. Door de verdichting gaan meer mensen gebruik maken van dezelfde halte. Het is daarom belangrijk dat het aantal haltes niet vermindert, zodat de groei van het aantal reizigers verdeeld kan worden over de verschillende haltes. Voorall roept verder op om kritisch te kijken naar de omvang van de haltecapaciteit. Een druk belaste halte is lastig voor mensen met een beperking, zij moeten manoeuvreren door de vele andere reizigers heen om op de goede plek terecht te komen zodat zij snel genoeg op de juiste plaats in het voertuig kunnen stappen. Een toegankelijke (en dus niet al te druk belaste) halte is een belangrijk speerpunt voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. De druk op de haltes is op te vangen door verbreding van de haltes, of door verlenging van de voertuigen en dus de haltes, of door het stellen van eisen aan het verhogen van de frequentie van het aantal trams dat rijdt.” Reactie: In de vervoerplannen van de HTM voor 2025 is niet voorzien in het opheffen van haltes in Den Haag Zuidwest (met uitzondering van de reeds vervallen halte Geysterenweg in Moerwijk).
Het aanpassen van de haltes is geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar wel een belangrijk aandachtspunt in het kader van de structuurvisie Den Haag Zuidwest. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld.
17/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Door reclamant worden ten aanzien van het onderwerp woningen de volgende punten aangevoerd: Zienswijze onderdeel h: Reclamant stelt dat in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening is gehouden met de eisen voor aanpasbaar bouwen dat gebaseerd is op de Richtlijn Aanpasbaar bouwen (RIS168711) en de Haagse ambitie voor een groter en gevarieerder aanbod aan geschikte woningen in de woonvisie 2017-2030. In dit kader voert reclamant aan dat “alle nieuw te bouwen en te renoveren woningen dusdanig ontworpen en gebouwd dienen te worden, dat de belangrijkste functies in de woning voor elke bewoner, met of zonder beperkingen, te gebruiken zijn zonder ingrijpende aanpassingen. Een aanpasbaar gebouwde woning is bezoekbaar/bruikbaar voor personen in een rolstoel. Deze heeft een toegankelijke entree (ook galerijen/liften in woongebouw) en buitenruimte (tuin of balkon). Toilet en doucheruimte zijn (eenvoudig) toegankelijk en bruikbaar (te maken). Gangen dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen en indien toch noodzakelijk, dan voldoende breed en zonder haakse hoeken vormgegeven. Met eenvoudige aanpassingen, zoals het samenvoegen van een toilet met een doucheruimte is een dergelijke woning geschikt te maken voor bewoners die hulpbehoevend worden. Er bestaan hiervoor geschikte keurmerken, zoals Woonkeur (basisniveau met zorgpakket). Alleen de bouwbesluiteisen toepassen is onvoldoende.
Voorall komt regelmatig minder geschikte bouwplannen tegen, omdat ontwerpers en bouwers hiermee onvoldoende ervaring hebben. Het is daarom noodzakelijk om expliciet in het ontwerpbestemmingsplan te benoemen dat de nieuw te bouwen woningen aanpasbaar gebouwd worden, zodat mensen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in hun woning.” Reactie: Bij vergunning vindt de toetsing op bouwbesluit plaats. In dat verband merken wij op dat de leefbaarheid in het bouwbesluit zoveel mogelijk op een inclusieve manier is geregeld. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. Zienswijze onderdeel i: Met betrekking tot parkeermogelijkheden voer reclamant aan dat “Alle bewoners behoren verder de mogelijkheid te hebben tot gebruik van een (gemeenschappelijke) stallingsruimte voor een scootmobiel met oplaadpunt of bijzondere (driewiel-/bak)fiets. Ook bij gemeenschappelijke voorzieningen, zoals die voor afvalverwerking, dient rekening gehouden te worden met de bereikbaarheid en bruikbaarheid voor mensen met een beperking. Het is verder belangrijk dat fietsparkeerruimtes zo ontsloten worden dat ook mensen met een scootmobiel, driewielfiets of bakfiets hier zelfstandig gebruik van kunnen maken.
Dat stelt eisen aan de breedte en het stijgingspercentage van de helling, dan wel de aanwezigheid van een lift, geschikt voor scootmobielen. Ook de geplande parkeergarage dient toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking. Dat betekent dat een toegankelijke lift (liefst twee) noodzakelijk is. Een lift in een parkeergarage is niet als verplichting opgenomen in het bouwbesluit en de verplichting hiertoe dient daarom opgenomen te worden in het ontwerpbestemmingsplan.” Reactie: Dit zijn punten voor het bouwbesluit, in het bestemmingsplan wordt op hoofdlijnen besloten waar welke functies toegestaan zijn, zoals wonen, werken, recreëren en verkeer. De indeling van een specifiek project wordt niet in het bestemmingsplan geregeld, maar in het Voorontwerp (VO). Het bestemmingsplan werkt op een hoger abstractieniveau en bevat vaak niet de gedetailleerde informatie die nodig is voor de feitelijke uitvoering van een project. Het VO daarentegen biedt een gedetailleerde uitwerking van het project en vertaalt de globale kaders van het bestemmingsplan naar concrete plannen waarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend.
18/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat dit niet in het bestemmingplan wordt geregeld. Zienswijze onderdeel j: Met het oog op de bereikbaarheid van de woningen op alle verdiepingen door mensen die niet (goed) kunnen traplopen vanwege een beperking of chronische ziekte stelt reclamant dat “per woning minimaal twee liften noodzakelijk” zijn, “zodat alle woningen, ook bij liftuitval, altijd bereikt kunnen worden.” Reactie: Wij onderschrijven het belang van meerdere liften, derhalve wordt geadviseerd om in het gebouwontwerp rekening te houden met alternatieve mogelijkheden voor liften. Toetsing vindt plaats bij vergunningverlening conform Bouwbesluit. Advies: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren. In de zienswijze voert reclamant ten aanzien van het onderwerp voorzieningen het de volgende aan: Zienswijze onderdeel k: “Voorall vindt het belangrijk dat de toegang tot alle winkels en bedrijfsruimten drempelvrij gerealiseerd wordt. Voorall pleit daarnaast voor het opnemen van speciale voorzieningen voor mensen met een beperking in het ontwerpbestemmingsplan. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan openbare toiletten die ook toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.
Zo mogelijk voorzien van verzorgingstafels om oudere kinderen en volwassenen met een beperking te verschonen.” Reactie: Toetsing vindt plaats bij vergunningverlening, conform Bouwbesluit. Openbare toiletten worden niet in een bestemmingsplan geregeld. Dit bestemmingsplan betreft voor het grootste gedeelte een woongebied, en openbare toiletten zijn dan niet relevant. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze ongegrond te verklaren, omdat het buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan valt. In de zienswijze voert reclamant ten aanzien van het onderwerp betrokkenheid het de volgende aan: Zienswijze l: Reclamant beklaagt zich dat zij niet door de gemeente in een vroeg stadium is betrokken bij de planontwikkeling. Daarbij voert reclamant aan dat zij over veel kennis en ervaringsdeskundigheid beschikt om integrale toegankelijkheid die in de planvorming en realisatie te realiseren. In dit kader wordt tevens verwezen naar de aangenomen motie op 9 februari 2022 ‘Toegankelijkheid als norm in nieuwbouw Dreven, Gaarden, Zichten’ (RIS311667). Reactie: De gemeente waardeert het aanbod van Voorall om mee te denken. Voor de buitenruimte zal deelplan gewijs het schetsontwerp worden uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp. Het college zal Voorall betrekken bij de uitwerking.
19/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Dit onderdeel van de zienswijze behoeft niet te leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het college zegt toe Voorall te betrekken bij de uitwerking van de buitenruimte ontwerpen.
3.
Ra 10699851
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. De Algemene vereniging voor natuurbescherming (hierna: adressant) heeft een zienswijze tegen het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7 ingediend, deze is tijdig en in goede orde door de raad ontvangen. In de zienswijze stelt adressant dat het ontwerpbestemmingsplan een kwalitatieve verbetering betreft ten opzichte van het voorontwerp. Voorts stelt adressant in de zienswijze de volgende punten centraal. Zienswijze onderdeel a: Adressant stelt dat de ecologische zone nu wel op de plankaart van Zichten 2, 3 en 7 is vastgelegd en dat de groenparagraaf in de toelichting is verbeterd, maar vraagt zich af of de zone goed op de plankaart is geborgd. Reactie: De ecologische zone was op de plankaart vastgelegd met een functieaanduiding. We hebben dit vervangen door een gebiedsaanduiding. Bij het vast te stellen bestemmingsplan is dit geborgd, dit is als ambtshalve wijziging van de plankaart verwerkt. Zie hiervoor punt A van de ambtshalve wijzigingen van de verbeelding. Advies: Het college adviseert de raad om dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel b: Adressant ziet graag dat de ecozone de functie Natuur verkrijgt, en stelt daarbij een breedte van 50 meter voor.
Voorts wordt tevens aangevoerd dat ter hoogte van de school en het ESDO-veld het principe van de minimale breedte van 30 meter niet is toegepast. Verder pleit adressant ervoor om natuurwaarden beter te borgen door de stedelijke Groene Hoofdstructuur uit de Nota Stadsnatuur in de Omgevingsvisie de functie Natuur te geven. Reactie: Ecologische zones in stedelijk gebied geven we – conform de SVBP - doorgaans aan met een gebiedsaanduiding. De functie natuur wordt gegeven aan grotere gebieden vaak aan de stadsranden (bijv. Meijendel). In de Nota van Uitgangspunten Zichten is gesteld dat de ecologische zone een breedte van 30 meter dient te krijgen: in een stedelijke omgeving is het uitgangspunt een minimum van 30 meter zoals geformuleerd in de Nota Stadsnatuur. Het is correct dat deze maat ter hoogte van het schoolplein en het ESDO-veld niet wordt gehaald. Dit bleek in de praktijk niet mogelijk gezien de beperkte ruimte die beschikbaar is om alle programmatische wensen in te passen; te weten sportvelden, ecologische zone, school en woongebouwen. Het geven van de functie Natuur aan de stedelijke groene hoofdstructuur in de Omgevingsvisie is niet iets wat zich via een zienswijze op dit bestemmingsplan laat regelen. Dit valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan.
20/61
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793952
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel c: Reclamant stelt dat een ecologische zone niet zomaar verplaatst kan worden omdat het daarna ook moet groeien en tot ontwikkeling komen. In dit kader vraagt reclamant hoe de opgeschoven zone tot ontwikkeling zal komen. Reactie: In de praktijk is het dan raadzaam om ten minste 1 groeiseizoen (ontwikkeling natuurvriendelijke oever) aan te houden zodat de overstap goed verloopt. Voor deze uitvoering is de herinrichting van het Sportpark Escamp 1 noodzakelijk. Alleen door de voetbalvelden die grenzen aan de huidige ecologische zone te draaien zal er ruimte ontstaan voor de nieuwe ecologische zone. De velden nemen in aantal af (-1,5). De te verleggen ecologische zone is onderdeel van een groter geheel, de gehele rand rondom sportpark Escamp 1. Wij begrijpen de zorg van reclamant over de verstoring van de ecologische zone, echter een deel van de ecologische zone wordt heringericht en een groot deel blijft intact. Advies: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze onderdeel d: Reclamant stelt dat de integrale afweging met natuurbelangen niet in de planning is gemaakt.
Daarbij voert reclamant aan dat hij de bouwopgaven ‘integraal afgewogen’ zou willen ‘zien tegen andere belangen, met name de basiskwaliteit natuur.’ Reclamant constateert dat deze afweging al is gemaakt en vastgelegd in het Projectdocument en in de Nota van Uitgangspunten en dat het bestemmingsplan dat hiervan slechts een planologische verankering is ‘de besluitvorming versnipperen…” en “het overzicht over te behalen doelen belemmeren.” Reactie: Wij delen de mening niet dat er geen integrale afweging met natuurbelangen is gemaakt. Het bestemmingsplan is een planologische verankering van hetgeen is vastgelegd in de vastgestelde kaders van de Zichten: de randvoorwaarden kaart, de Nota van Uitgangspunten en het Bestemmingsplan. De ecologische zone heeft in dit bestemmingsplan een heldere status met een aanduiding op de plankaart. Advies: De ecologische zone is reeds geborgd in het bestemmingsplan. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze onderdeel e: Met betrekking tot de groene wiggen pleit adressant ervoor dat de groene wiggen de functie Groen krijgen. Adressant betreurt het dat deze in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming Verkeer hebben gekregen. Reactie: De groene wiggen hebben in het ontwerp bestemmingsplan overwegend de bestemming Groen gekregen met uitzondering van de wig aan de zuidoostzijde van Zichten 3.