CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20241129-RIS320058 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1 (RIS320058)28.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

voordat de op grond van dit artikel gerealiseerde woningen in gebruik worden genomen, dient ten genoegen van het bevoegd gezag te worden aangetoond, dat aan het bepaalde onder b. wordt voldaan alsmede de ingevolge artikel 14 sub c benodigde parkeergelegenheid dient beschikbaar te zijn voor de oplevering van de woningen die deel uitmalen van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan. Z. Toevoegen bijlage 8 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 8 ‘Karakteristiek Erfgoed Dreven 1’ toegevoegd aan de regels. AA. Toevoegen bijlage 9 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 9 ‘Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024’ toegevoegd aan de regels. AB. Toevoegen bijlage 10 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 10 ‘Erfgoedverordening Den Haag 2024’ toegevoegd aan de regels. Toelichting A. Tekstuele aanpassen Samenvatting De samenvatting is geheel vervangen en komt als volgt te luiden: Samenvatting Dreven 1 ligt binnen de wijk Bouwlust-Vrederust. Het bestemmingsplan Dreven 1 betreft een bestemmingsplan voor grootschalige herontwikkeling van een deel van de buurt. Bij het opstellen van dit plan wordt rekening gehouden met het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Dreven.

Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Vrederust. Het geldende bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. De Dreven is gelegen aan de rand van Zuidwest, in de hoek van de kruising tussen de Erasmusweg en de Lozerlaan en is daarmee de uiterste zuidwestpunt van Den Haag.

51/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

De naoorlogse wederopbouwarchitectuur van de buurt is beeldbepalend en kenmerkend voor Bouwlust-Vrederust en Zuidwest als geheel. Het stedenbouwkundig plan voor bestemmingsplan Dreven 1 bestaat uit vier onderdelen, respectievelijk 1A, 1B, 1C, en 1D. Deel 1A bevat bestaande bebouwing die zal worden behouden en gerenoveerd. De deelplannen 1B en 1C zijn sloop/nieuwbouwprojecten. Wat deelplan 1B betreft, is de ambitie om in te zetten op een positieve bijdrage aan de identiteit en het imago van de wijk, betaalbare woningen realiseren in het sociale segment en in te zetten op stedelijke verdichting. In deelplan 1C worden er geen sociale huurwoningen gerealiseerd; dit deelplan is gericht op het toevoegen van betaalbare koop- en middeldure huurwoningen. De woningvoorraad wordt in Dreven fase 1 bijna verdubbeld (van 139 naar circa 261 woningen). Hiervoor worden circa 64 woningen gesloopt, circa 75 woningen gerenoveerd en circa 185 nieuwe woningen gebouwd. Bij de uitwerking van de plannen kunnen de woningaantallen nog fluctueren. In deelplan 1D wordt een parkeergebouw ontwikkeld met daarin onder andere ruimte voor de parkeerbehoefte van de deelplannen 1B en 1C en op de begane grond ruimte voor economische functies. Daarnaast bevat het plan nog de uitbreiding van het park tussen de Pachtersdreef en de Gravendreef en het verleggen van het tracé van de Baljuwdreef. B.

Aanpassen paragraaf 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan Paragraaf 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan wordt geheel vervangen en komt te luiden: 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan De herontwikkeling van buurt De Dreven wordt in vier fasen voltooid. Het bestemmingsplan Dreven 1 betreft een bestemmingsplan dat de eerste fase mogelijk maakt. De Dreven is gelegen aan de rand van het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in de hoek van de kruising tussen de Erasmusweg en de Lozerlaan. Het vormt daarmee de uiterste zuidwestpunt van Den Haag. De naoorlogse wederopbouwarchitectuur van de buurt is beeldbepalend en kenmerkend voor Bouwlust-Vrederust en Zuidwest als geheel. Het stedenbouwkundig plan voor bestemmingsplan Dreven 1 bestaat uit vier onderdelen, namelijk plot 1A, 1B, 1C, en 1D. Al deze projecten zijn erop gericht om een positieve bijdrage te leveren aan de identiteit en het imago van de wijk, en in te zetten op stedelijke verdichting. Voor Dreven 1B en 1C zijn de plannen ontwikkeld en is het programma bekend. In deelplan 1B worden betaalbare woningen gerealiseerd in het sociale segment. In deelplan 1C worden betaalbare koop- en middeldure huurwoningen toegevoegd. Voor Dreven 1A en 1D is de invulling ook in grote lijnen bekend.

Deel 1A bevat bestaande bebouwing bestaande uit woningen bovenop een plint met maatschappelijke- en bedrijfsfuncties die zullen worden behouden en gerenoveerd. In deelplan 1D wordt een parkeergebouw ontwikkeld met daarin onder andere ruimte voor de parkeerbehoefte van de deelplannen 1B en 1C en op de begane grond ruimte voor economische functies. De huidige bebouwing en functies van het plangebied Dreven 1 vallen in het vigerende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het vigerende bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In het voorliggende bestemmingsplan wordt het kader voor de ontwikkeling vastgelegd. Bij het opstellen van dit plan wordt rekening gehouden met het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Dreven. Daarnaast bevat het plan nog de uitbreiding van het park tussen de Pachtersdreef en de Gravendreef en het verleggen van het tracé van de Baljuwdreef.

52/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

C. Aanpassen paragraaf 3.6.2 onder Toets aan parkeernormen Paragraaf 3.6.2 onder Toets aan parkeernormen wordt de tekst vervangen en komt te luiden: Paragraaf 3.6.2 Gemeentelijk beleid Toets aan parkeernormen Een verdichtende stad zorgt met het huidige mobiliteitspatroon voor meer mobiliteit en logistieke bewegingen zoals woon-werkverkeer, bevoorrading, pakketbezorging, bouw en bezoek. Om te voorkomen dat de bestaande wegen dit extra verkeer niet meer kunnen verwerken wordt ingezet op een mobiliteitstransitie met als doel dat er ten opzichte van de huidige situatie er door de verdichting geen extra verplaatsingen bijkomen. Relatief veel verplaatsingen met de auto vinden plaats over korte afstanden. Voor veel van deze ritten zijn andere vervoerswijzen een goed alternatief. Bij het ontwerp van de nieuwbouw en ontwerp openbare ruimte is nadrukkelijk aandacht voor deze alternatieven. Zo worden fietsenbergingen gerealiseerd op de begane grond en zijn deze snel en veilig ontsloten. Er zijn goede loop- en fietsroutes naar belangrijke bestemmingen zoals scholen, voorzieningen en OV-haltes. Het plangebied ligt op korte loopafstand van tramlijn 9, waarmee een directe verbinding is naar het centrum van Den Haag en NS-stations. In het ontwerpproces hebben we aandacht voor het verbeteren van de loop- en fietsroutes richting de tramhalte.

Het aantal parkeerplaatsen op straat wordt verminderd om meer ruimte te bieden aan bijvoorbeeld lopen, groen, spelen en afvalinzameling. Het parkeren vindt daarom voor de nieuwbouw plaats binnen het centrale parkeergebouw. De bewoners en bezoekers parkeren in de parkeergarage. Voor de te handhaven woningen veranderd het parkeren niet de parkeersituatie blijft voor hen hetzelfde. Om de parkeersituatie te reguleren gaan we een parkeerregime invoeren. Bewoners van de nieuwbouw komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning of bezoekersparkeervergunning. Bewoners van de te handhaven woningen komen wel in aanmerking voor een parkeervergunning, mits zijn geen beschikking hebben over parkeren op eigen terrein, en/of bezoekersparkeervergunning. Het uitgangspunt is om de entrees naar de parkeergebouwen en parkeergarages van woonblokken zo dicht mogelijk bij de ontsluiting van de buurt te leggen. Op wijkniveau ontstaat hierdoor meer ruimte voor langzaam verkeer. Voor de ingang van het centrale parkeergebouw leggen we een extra weg aan, die direct aansluit op de Melis Stokelaan zodat de rest van de wijk zo min mogelijk belast wordt. Parkeren bewoners De parkeerbehoefte van bewoners is berekend met behulp van de gemeentelijke parkeernormen.

Binnen Dreven 1 wordt geen deelmobiliteit ingezet.De aantallen woningen en parkeerplaatsen kunnen gedurende de planvorming nog wijzigen, het uitgangspunt is wel dat de parkeerbehoefte altijd volledig op eigen terrein moet worden opgelost. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen zijn afgerond 137 parkeerplaatsen benodigd. Deze parkeerbehoefte moet worden opgelost in de openbare parkeergarage. De parkeerbehoefte voor bezoekers wordt eveneens bepaald met behulp van de gemeentelijke parkeernorm. Voor bezoekers zijn 67 parkeerplaatsen benodigd. De bezoekers maken gebruik van openbare parkeerplaatsen. Dit zijn dezelfde parkeerplaatsen als waar de bewoners en bezoekers van de te vervallen functies parkeren. Wel komen ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte 60 openbare parkeerplaatsen te vervallen. Hier dient rekening mee gehouden te worden.

53/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Uit het parkeeronderzoek blijkt dat de bezoekers van de beoogde ontwikkeling meer nodig hebben dan de functies en de compensatie van de vervallen parkeerplaatsen. Op het maatgevende moment (zaterdagmiddag) zijn 77 parkeerplaatsen meer benodigd. Binnen het plangebied is een openbare parkeergarage met circa 260 parkeerplaatsen voorzien. In deze parkeergarage wordt zowel de resterende bewonersparkeerbehoefte als bezoekersparkeerbehoefte opgelost. Hierbij geldt dat binnen de parkeergarage dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat in de openbare parkeergarage minimaal 168 parkeerplaatsen benodigd zijn. Met de mogelijkheid om een parkeervoorziening van 260 parkeerplaatsen te realiseren kan in voldoende parkeerplaatsen worden voorzien

54/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Conclusie Op basis van bovenstaande berekening is het binnen het plangebied mogelijk om voldoende parkeerplaatsen te realiseren. Het invoeren van parkeerregulering heeft geen effect op het resultaat van deze berekening. Bij een parkeergarage met 260 plekken zal er dus een overcapaciteit ontstaan. Deze overcapaciteit kan in de planvorming van toekomstige plannen in de buurt Dreven worden benut. De parkeerplaatsen dienen tijdig te worden gerealiseerd voor de oplevering van de woningen en andere functies zodat parkeren in het parkeergebouw ook verzekerd is.. De parkeerplaatsen dienen tijdig te worden gerealiseerd voor de oplevering van de woningen en andere functies zodat parkeren in het parkeergebouw ook verzekerd is. Dit onderzoek zal als bijlage 16 aan deze toelichting toegevoegd worden. D. Aanpassen paragraaf 4.3.2 Nota Stadsnatuur Paragraaf 4.3.2 Nota Stadsnatuur die als volgt luidt:

Het plangebied van het bestemmingsplan 'Dreven' maakt zelf geen onderdeel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszone. Wel grenst het aan de ecologische verbindingszone langs de Lozerlaan. Het voorliggend plan heeft geen invloed op de ecologische verbindingszone. wordt als volgt gewijzigd:

55/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Het plangebied van het bestemmingsplan 'Dreven' maakt zelf geen onderdeel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Het voorliggend plan heeft geen invloed op de bestaande ecologische verbindingszones in Den Haag Zuidwest. E. Aanpassen paragraaf 4.9 Waterparagraaf Paragraaf 4.9 Waterparagraaf wordt conform de actuele watertoets geheel vervangen en komt te luiden: 4.9 Waterparagraaf Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. Kansen om de waterhuishouding te verbeteren worden beschreven en overlegd en zo mogelijk benut.

56/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

4.9.1 Watertoets Gemeente Den Haag, Staedion en Heijmans wensen te starten met de herstructurering van het gebied Dreven, Gaarden, Zichten in Den Haag Zuidwest. In De Dreven is een grote renovatie-, herstructurering- en verdichtingsoperatie gepland, verdeeld over meerdere fasen gedurende meer dan 10 jaar. De Dreven transformeert tot een stedelijke wijk in een groene setting, met een grote differentiatie aan woningtypen en een goed voorzieningenniveau. Dreven fase 1 is één van de eerste beoogde ontwikkelingen, gelegen in de wijk Bouwlust-Vrederust, in het zuiden van stadsdeel Den Haag Zuidwest. Voor Dreven fase 1 wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voor dit nieuwe bestemmingsplan wordt een watertoets doorlopen. Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval het Hoogheemraadschap Delfland en de Gemeente Den Haag) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. De gemeente heeft voldaan aan de watertoets.

In bijlage 3 van de bijlagen bij de toelichting staat de watertoets uitgevoerd door Antea op d.d. 24 september 2024. Grondwater Op basis van de gemiddelde maaiveldhoogte van -0,1 m NAP en het waterpeil van -1,25 m NAP is de drooglegging 1,15 m. De ontwateringsdiepte varieert door de fluctuatie van het grondwater tussen 0,9 en 1,4 m beneden maaiveld. En vormt daarmee geen knelpunt voor de ontwikkeling. Waterpeil en legger Het plangebied is gelegen in peilgebied GPG2007EHP1 en heeft een vast peil van -1,75 m NAP. Dit peil mag niet aangepast worden. In de toekomstige situatie zal dit peil dus gehandhaafd blijven. De bestaande inrichting van de leggerwatergang in het zuiden van het plangebied blijft gehandhaafd. Er is afgesproken om het nieuw aan te leggen water via een duiker te verbinden met de primaire watergangen, om doodlopende watergangen te vermijden. Een watersysteem zonder doodlopende watergangen heeft de voorkeur vanuit het hoogheemraadschap voor het functioneren van het oppervlaktewatersysteem. Verhard- en onverhard oppervlak In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 1.110 m2 en het onverharde oppervlak af met circa 2082 m2. Hier is water buiten beschouwing gelaten. Naast de toename verharding wordt in totaal 972 m2 aan water gerealiseerd bestaande uit 612 m2 water op gemeentegrond en 360 m2 op eigen terrein.

Waterbergingsopgave Ten behoeve van de waterbergingsopgave zijn er eisen vanuit het hoogheemraadschap en vanuit de gemeente. Het hoogheemraadschap werkt conform de ‘Watersleutel’ en de gemeente heeft aspecten vanuit het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ vastgelegd in haar klimaatbeleid. De benodigde watercompensatie vanuit beide waterbeheerders wordt hieronder toegelicht. Daarna wordt geconcludeerd welke wateropgave(s) van toepassing zijn op de ontwikkeling.

57/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Bepaling wateropgave volgens watersleutel HH Delfland Op basis van de watersleutel (zie bijlage 1) blijkt dat door de toename van verharding en rekening houdend met het klimaat in totaal 625 m2 aan nieuw oppervlaktewater gerealiseerd dient te worden. De watersleutel biedt niet de mogelijkheid om toekomstig oppervlaktewater in te vullen. Daarom is het oppervlak water in de nieuwe situatie als ‘onverhard oppervlak’ stedelijk opgevoerd. Als het realiseren van nieuw oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is binnen het plangebied kan dit ook worden ingevuld met het realiseren van 375 m3 waterberging. De waterberging dient ingericht te worden conform de vasthoudmaatregelen van het hoogheemraadschap (zie paragraaf 3.3). Deze watercompensatie is benodigd op basis van de gegevens van verhard en onverhard oppervlak uit paragraaf 5.1. De watersleutel, en de berekende opgave, is onderverdeeld in 2 componenten: Het huidige klimaat (A) en een aanvullende opgave om te voldoen aan het klimaat in 2050 (B). Bepaling wateropgave volgens Gemeente Den Haag De wateropgave moet voor de gemeente Den Haag worden berekend over het gehele kaveloppervlak en niet enkel de bebouwing of verharding. Daarnaast moet dit per kavel los worden berekend. Er geldt een compensatie van 50 mm/m2 binnen de kaveloppervlaktes van de ontwikkeling.

Deze regeling geldt alleen voor nieuwbouw, waardoor de kavels Dreven 1B, 1C en 1D hiervoor in aanmerking komen. Daarnaast geldt de regeling niet voor het oppervlak aan toekomstig openbaar terrein. De gemeentelijke bergingsopgave voor de ontwikkeling Dreven fase 1 betreft 165 m3 (1B), 147 m3 (1C) en 134 m3 (1D). Dit is in totaal: 446 m3 Neerslag gebeurtenis 70 mm/uur In het kader van klimaatadaptatie is het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ opgesteld en heeft de gemeente Den Haag dit als beleid vastgesteld in de ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’. Derhalve zijn de gestelde eisen in het convenant geen ambitie van de gemeente, maar hun beleid waaraan dient te worden voldaan. In het beleid van de gemeente is opgenomen dat 50 mm/m² bij een korte hevige bui (70 mm in 1 uur) opgevangen dient te worden op privaat terrein. Hierbij wordt als randvoorwaarde gesteld dat het opgevangen water niet eerder dan na 24 uur wordt afgevoerd en dat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar dient te zijn. Neerslag gebeurtenis 90 mm/uur Bij een neerslag gebeurtenis van 90 mm/uur is in het convenant en de wegwijzer opgenomen dat in het plangebied geen schade optreedt aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving. Enige hinder is hierbij wel toegestaan. Langdurige droogte Langdurige droogte mag niet leiden tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving.

Hierbij dient ernaar gestreefd te worden dat 50% van het jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Daarnaast dient de inrichting van het plangebied afgestemd te worden met de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte. Conclusie Uit de vergelijking van de Watersleutel en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen/De wegwijzer Den Haag blijkt dat de opgave van de gemeente Den Haag maatgevend is: De bergingsopgave voor de ontwikkeling Dreven fase 1 betreft 375 m3 aan oppervlaktewater en 446 m3 op de respectievelijke kavels. Hiermee wordt ook voldaan aan de bergingsopgave van het waterschap die onderliggend nog steeds van kracht blijft.

58/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Voor de ontwikkeling betekent het dus dat er in ieder geval een totaal van 446 m3 waterberging met een verdeling onder de respectievelijke kavels gerealiseerd dient te worden aan het gemeentelijk beleid te voldoen. Dit is nodig om te voldoen aan het beleid voor het voorkomen van wateroverlast. Klimaatadaptatie en invulling wateropgave Invulling wateropgave plangebied Dreven fase 1 Het plangebied Dreven fase 1 voorziet in een toename aan oppervlaktewater van 625 m2 waarmee in ieder geval wordt voldaan aan de wateropgave vanuit het hoogheemraadschap van Delfland, echter geldt oppervlaktewater niet ter compensatie voor de gemeentelijke bergingsopgave. Doordat het oppervlaktewater zorgt voor het voldoen aan de opgave van het hoogheemraadschap, is in het vervolg bekeken hoe er kan worden voldaan aan deze bergingsopgave van de gemeente. Het gemeentelijk beleid dient daarnaast op kavelniveau te worden toegepast, dit houdt in dat voor Dreven 1B een hoeveelheid berging van 165 m3 noodzakelijk is, 147 m3 voor Dreven 1C en 134 m3 voor Dreven 1D. De gemeentelijke wateropgave bestaat uit een totaal van 446 m3 en dient volgens het beleid van de gemeente op privaat terrein geborgen te worden. Dit is in lijn met de volgorde voor water robuust ontwerpen: eerst vasthouden, bergen en gebruiken en dan afvoeren. Het is wenselijk om dit te combineren met groene ontwikkeling van de openbare ruimte.

Om het totaal van 446 m3 binnen de percelen te bergen, kan gedacht worden aan het toepassen van retentiekratten, groene daken of andere inrichtingen van de te bouwen inrichting zolang hemelwater binnen het perceel wordt opgevangen waarbij na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit binnen het perceel weer beschikbaar is. Voor deze ontwikkeling wordt reeds voldaan aan de watercompensatie voor het hoogheemraadschap en is voldoende ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke wateropgave, mits daar in de definitieve inrichting van de percelen op bovenstaande wijze rekening mee wordt gehouden. Dat betekent dat in het definitieve ontwerp, boven op het graven van oppervlaktewater in het huidige ontwerp, vasthoudmaatregelen op de percelen moeten worden genomen zodat in het ontwerp wordt voldaan aan de gemeentelijke wateropgave van in totaal 446 m3 . Hierbij is van belang dat in ieder deelgebied de deelopgave wordt gerealiseerd van respectievelijk 165, 147 en 134 m³. Uitwerking watersysteem Binnen het plangebied behoort het water tot een primaire watergang. Het nieuw te graven water aan de oostzijde wordt echter een secundaire watergang, waarin een natuurvriendelijke oever (NVO) gepland is, hoewel de precieze invulling daarvan nog niet duidelijk is. Een brug, die de grens markeert tussen het primaire en secundaire water, maakt deel uit van het plan.

Het secundaire water zal via een duiker verbonden worden met de primaire watergang om doorstroming te garanderen. Effecten op de waterstroom worden als verwaarloosbaar beschouwd. Het definitieve ontwerp van de brug en de duiker moet voldoen aan beleidsregels en omgevingsvergunningen. Wateroverlast In de huidige situatie word volgens de klimaatatlas van de gemeente Den Haag wateroverlast van 20 cm of meer verwacht aan de noordzijde van perceel 1D. Bij de inrichting van dit perceel dient enerzijds rekening te worden gehouden dat de overlast niet verergert als gevolg van afstromend regenwater vanaf het perceel, anderzijds dient het perceel zo ingericht te worden dat water op het maaiveld niet leidt tot schade aan bijvoorbeeld panden/kelders door overstroming van het perceel. Vuil- en hemelwater Ten aanzien van nieuwbouw dient de nieuw te leggen riolering, gescheiden gerealiseerd te worden. Dit betekent het realiseren van een vuilwaterriolering (vwa/dwa) en een hemelwaterriolering (hwa).

59/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Waterkwaliteit In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Derhalve dient gewerkt te worden met niet-uitlogende materialen. Waterveiligheid Uit de legger van het hoogheemraadschap blijkt dat het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszones van waterkeringen bevindt. Om deze reden zijn er geen effecten op de waterveiligheid. Juridische borging In het bouwvlak voor de bestemming dient waterberging in de bestemming te worden opgenomen. Daar kan van worden afgeweken zodra met de gemeente is afgesproken dat de waterberging wordt ingevuld door open water binnen het peilvak. In het bouwvlak dient waterberging in de bestemming mogelijk gemaakt te worden om aan de wateropgave te voldoen. Bij de keuze voor de definitieve inrichting dient meegenomen te worden hoe de bestemming water wordt opgenomen op de legger van het hoogheemraadschap en wat de beheereisen hiervoor zijn, zodat een beheerbare inrichting ontstaat. Binnen de groenbestemming dient de aanleg van oppervlaktewater ook mogelijk gemaakt te worden om de mogelijkheid te behouden om doodlopende watergangen te vermijden en om een beheerbare inrichting mogelijk te maken.

60/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

F. Aanpassen paragraaf 1.3 Ligging van het plangebied Ter verduidelijking van de leesbaarheid van het plan en de ligging van het plangebied is paragraaf 1.3 Ligging van het plangebied die als volgt luidt: 1.3 Ligging van het plangebied Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het vigerende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het projectgebied ligt binnen het ruimtelijke raamwerk van Bouwlust-Vrederust, namelijk de Lozerlaan en de Erasmusweg. Het gehele plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Melis Stokelaan en aan de noordoostzijde door de Dorpersdreef. De Pachtersdreef vormt samen met een openbaar wateroppervlak de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied. De gehele westzijde van het plangebied Dreven fase 1 wordt begrensd door de Dreef.

61/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

als volgt gewijzigd: 1.3 Ligging van het plangebied

Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het vigerende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het projectgebied ligt binnen het ruimtelijke raamwerk van Bouwlust-Vrederust. Het gehele plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Melis Stokelaan en aan de noordoostzijde door de Dorpersdreef. De Pachtersdreef vormt samen met een openbaar wateroppervlak de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied. De gehele westzijde van het plangebied Dreven fase 1 wordt begrensd door de Dreef.

62/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

63/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

G. Vervangen verbeelding paragraaf 5.2.1 Beschrijving van het plan Verbeelding paragraaf 5.2.1 Beschrijving van het plan wordt vervangen door:

H. Aanpassen paragraaf 5.2.2 Functionele hoofdopzet Naar aanleiding van de wijziging in het programma zijn de tabellen in paragraaf 5.2.2 Functionele hoofdopzet aangepast. Ter verduidelijking van de leesbaarheid van het plan tekstueel aangepast en luidt nu als volgt: 5.2.2 Functionele hoofdopzet Programma Functie

Aantal / m2 bvo

Woningen

Circa 261 woningen, waarvan:

Nieuwbouw (blokken 1B en 1C)

Circa 185 woningen

Renovatie (4 portiekflats 1A)

Circa 76 woningen

Overige functies

Circa 3253 m2 ruimte voor bedrijven, waarvan: Circa 1553 m2 BOG/MOG: renovatie en transformatie van bestaande bedrijfsruimten in de plint. Circa 1700 m2 BOG/MOG: ruimte voor bedrijven in de maakindustrie en bedrijvigheid, in de plint van het parkeergebouw. De parkeerplaatsen zijn (hoofdzakelijk) gelegen op de verdiepingen.

Bedrijfsruimte Renovatie (stroken 1A)

Bedrijfsruimte nieuwbouw (blok 1D)

Parkeergarage (blok 1D)

Tabel 1: programma gebouwde functie Dreven fase 1*

64/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Woningen De woningvoorraad in de buurt De Dreven groeit zodanig dat er uiteindelijk meer dan een verdubbeling zal zijn van het aantal woningen in de huidige situatie. Het doel is om in te zetten op een gedifferentieerde woningvoorraad met aandacht voor de beoogde doelgroepen. Hiermee komen er woningen bij voor de doelgroepen in de sociale sector, betaalbare koop en vrije sector koop. In fase 1 zullen er uiteindelijk circa 261 woningen zijn, ten opzichte van 139 in de huidige situatie. Voor een totaaloverzicht zie tabel 2. De tabellen zijn indicatief.

Sociaal

Dreven 1A

Dreven 1B

76

114

Dreven 1C

Dreven 1D

Totaal

%

19o

72,8%

47

47

18%

24

24

9,2%

71

261

Midden huur Dure huur Betaalbare koopappartementen Vrij sector koop Totaal

76

Bedrijfs onroerend goed (BOG) en Maatschappelijk onroerend goed (MOG)

1553 m2

114

1700 m2

Tabel 2 Indicatie woningtypes* *Deze tabel is indicatief. Bij de beoordeling van de bouwaanvraag zal op basis van de exacte aantallen het definitief aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Voor wat betreft BOG/MOG is de parkeerbehoefte vanwege dubbelgebruik op nul bepaald. Parkeergebouw 1D In de plint van plandeel 1D (de gebouwde collectieve parkeervoorziening) zijn bedrijfsruimten voorzien voor kleinschalige maakindustrie en bedrijvigheid. Hiermee wordt onder andere bedoeld bedrijvigheid in de ambachtelijke sector, dus de sector waarbij er gewerkt wordt met (kleine) machines, zoals fietsenmakers en meubelmakers (bron: NvU). Deze functies hebben als doel om het parkeergebouw op maaiveldniveau te verlevendigen een daarmee ook bij te dragen aan een gezonde wijkeconomie. I. Schrappen verbeelding ligging Dreven paragraaf 5.2.3 In paragraaf 5.2.3 Stendenbouwkundig opzet de verbeelding met ligging Dreven schrappen. J. Aanpassen paragraaf Keuze en verantwoording van de bestemmingen Ter verduidelijking van de leesbaarheid van het plan is paragraaf Keuze en verantwoording van de bestemmingen tekstueel aangepast en luidt nu als volgt:

65/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

5.4.2 Keuze en verantwoording van de bestemmingen Beleidskader Vertaling in het bestemmingsplan Ruimtelijk beleid In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden.

De ladder voor duurzame verstedelijking is beschreven in hoofdstuk 5 paragraaf . De 'ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

De Provinciale Structuurvisie "Visie op Zuid-Holland" Het bestemmingsplan is in overeenstemming en de provinciale "Verordening Ruimte" zet in op een met het provinciaal beleid. samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk, goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woonen werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur. De Verordening Ruimte laat uitbreiding van detailhandel slechts toe op plekken die gelegen zijn binnen bestaande winkelconcentraties en kantoren binnen de bestaande haltes van het Zuidvleugelnet.

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe detailhandel mogelijk. Daarnaast wordt de bestaande horeca gehandhaafd.

Cultureel erfgoed Cultuur historische waarde De Erfgoedwet legt de verplichting op om in nieuwe Op basis van onderzoeken (zie paragraaf bestemmingsplannen en bij wijziging van bestaande 3.3.2.1) is de archeologische verwachting voor bestemmingsplannen met de archeologische waarden het bestemmingsplangebied Dreven fase 1 een rekening te houden. Bestemmingsplannen moeten een archeologische verwachting. Op de plankaart juridische regeling bevatten die voldoende is dit vertaald in een dubbelbestemming bescherming biedt tegen werkzaamheden die tot een 'Waarde-Archeologie'. verstoring van het bodemarchief zouden kunnen leiden. Water Het Waterbeheerprogramma 2022-2027(ook wel 'WBP 6') is het strategisch werkplan van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het Hoogheemraadschap draagt zorg voor het kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater, het beheer van de waterkeringen en het kwantiteitsbeheer van grondwater

Over deze ontwikkeling heeft vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Tevens is er een watertoets uitgevoerd. Op basis van het onderzoek wordt het aspect water geborgd in de waterparagraaf van de toelichting. En de waterborging wordt geborgd in de regels van het bestemmingsplan.

Groen Inzet is de Stedelijke Groen Hoofdstructuur Het plan is hiermede in overeenstemming. (paragraaf Natuurbescherming) duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Verkeer en parkeren De Haagse Nota Mobiliteit hanteert een rangorde in haar wegenstructuur. Naast de hoofdwegen voor het doorgaande verkeer zijn er de wegen van een lagere orde die het verkeer tussen wijken en het buurtgebonden verkeer moeten afwikkelen: buurtontsluitingswegen (straten) en erfontsluitingswegen (verblijfs- en woonstraten).

De bestemming Verkeer-Hoofdverkeersweg is gericht op de hoofdverkeerswegen: De bestemming Verkeer-Straat ziet op alle straten in het plangebied: Alle straten in het plangebied die niet als hoofdverkeersweg of straat kunnen worden geclassificeerd, vallen onder de bestemming Verkeer-Verblijfsstraat.

66/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Verblijfsgebied ten slotte is openbare ruimte waar geen autoverkeer is toegestaan en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie

Verblijfsgebieden zijn als VerkeerVerblijfsgebied aangegeven.

De nota “Parkeernormen Den Haag 2021” gaat mede In het plangebied wordt uitgegaan van in op het faciliteren van de parkeerbehoefte en het parkeren deels op eigen terrein en deels op de benutten van schaarse ruimte openbare weg. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om binnen Dreven 1 een parkeergarage te realiseren. Dit is nodig in verband met de parkeerbalans. Door de onafhankelijke partij Goudappel. Is er een parkeeronderzoek uitgevoerd. De conclusie van het rapport is dat er een overcapaciteit aan parkeerplaatsen is en de parkeerbalans dus sluitend is. De parkeerplaatsen dienen tijdig te worden gerealiseerd voor de oplevering van de woningen en andere functies zodat parkeren in het parkeergebouw ook verzekerd is. Wonen De kern van de Woonvisie 2017-2030 is dat als Den Haag zich meer op de kaart wil zetten als woonstad, de stad zich moet versterken door telkens meer differentiatie in woonmilieus en woonsferen te creëren en de woonkwaliteit verhogen Economie

In het plan wordt ingezet op de stedelijk gewenste verdichting. Het plan behelst circa circa 261 woningen, waarvan circa 50% in de sociale woningbouw.

Bedrijven

De bestaande bedrijven kunnen binnen het plangebied gevestigd blijven.

Detailhandel en Dienstverlening

De bestaande detailhandelsmetrage tot maximaal 200m2 wordt gehandhaafd. De bestemming dienstverlening biedt ruimte voor nieuwvestiging van dienstverlenende bedrijven. In het plangebied is de vestiging van horeca in de categorie licht toegestaan tot maximaal 250 m2.

Horeca

Milieuzonering (paragraaf Keuze en verantwoording Solitaire bedrijfsvestigingen zijn onder de van bestemmingen) zorgt ervoor dat nieuwe bestemming Gemengd mogelijk Hier zijn bedrijven een passende locatie in de nabijheid van bedrijfsactiviteiten in de categorieën A en B woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een toegestaan, zowel activiteiten die zodanig verantwoorde afstand van bedrijven worden weinig milieubelastend voor hun omgeving gesitueerd. zijn dat deze inpandig kunnen worden uitgevoerd als activiteiten met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies moeten plaatsvinden. Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg

67/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg

Dit bestemmingsplan maakt welzijnsvoorzieningen gericht op sport, cultuur en maatschappelijk welzijn, alsmede tentoonstellingsruimten en presentatieruimten mogelijk.

Sport en recreatie Sport Recreatie

Het bestemmingsplan maakt het realiseren van speelvoorzieningen mogelijk.

Overig De in de parapluherzieningen opgenomen functies (verkoop van vuurwerk, seksinrichtingen) zijn niet aanwezig in het plangebied. Wel is het algemene beleid ten aanzien van deze functies in de algemene regels van dit plan verwerkt. Op de parapluherziening ten aanzien van archeologie wordt in de tabel “cultureel erfgoed” nader ingegaan.

K. Paragraaf 2.4.5 Bodem Aan paragraaf 2.4.5 Bodem wordt de volgende tekst toegevoegd: 2.4.5. Bodem De bodemopbouw van het projectgebied bestaat uit een afwisseling van klei-, veen- en zandlagen. Het projectgebied bevindt zich in zone B2 (bebouwd gebied op veen) van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Den Haag. In deze zone kunnen verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB tot boven de achtergrondwaarde (AW 2000) voorkomen. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese verdacht voor diffuse lichte bodemverontreiniging in de toplaag van de bodem (bovengrond tot 0,5 m-mv). Omdat maximaal lichte verontreinigingen in de grond zijn vastgesteld, zijn sanerende maatregelen of een nader onderzoek niet nodig. Er zijn geen lokale verontreinigingen vastgesteld op de locatie. Asbest in grond Uit de resultaten van het asbestonderzoek is gebleken dat de bovenste 0,5 meter van de bodem (met zwakke bijmenging met puin) niet verontreinigd is met asbest. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de grond niet. Grondwater Het grondwater is niet tot boven de signaleringsparameters verontreinigd met de onderzochte stoffen. Wel is lokaal een licht verhoogde concentratie (groter dan de voormalige streefwaarde) aan barium en molybdeen vastgesteld. De herkomst van deze lichte verontreinigingen is niet bekend.

Sanerende maatregelen of een nader onderzoek zijn niet nodig Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4.7 van de toelichting op het bestemmingsplan.

68/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

L. Aanpassen paragraaf 2.4.6 Archeologie Paragraaf 2.4.6 Archeologie wordt geheel vervangen en komt te luiden: 2.4.6 Archeologie Het gebied heeft gedurende de prehistorie, de Romeinse tijd, de middeleeuwse periode en de nieuwe tijd deel uitgemaakt van een gevarieerd cultuurlandschap. Het is gesitueerd in een met veen opgevulde strandvlakte en op restanten van de oudste strandwal (strandwal van RijswijkVoorschoten) in de Haagse regio. De hoger gelegen zandruggen en duinen van deze strandwal waren geschikt voor bewoning en akkerbouw. De lagergelegen duinvalleien en de strandvlaktes konden gebruikt worden voor het weiden van vee. De oudste bewoning op het hierboven genoemde strandwalcomplex dateert uit het laat neolithicum. In de bronstijd hebben de mensen dit deel van de strandwal verlaten vanwege toenemende vernatting en daarmee gepaard gaande veenvorming. Rond 1000 v. Chr. vond een enorme inbraak van de zee plaats waardoor een getijdengebied ontstond. De grootste getijdengeul staat bekend als ‘de Gantel’. Op kleiafzettingen van dit Gantelsysteem zijn resten uit de ijzertijd en Romeinse tijd aangetroffen. Na de Romeinse tijd lijkt het gebied verlaten totdat het in de 12de en 13de eeuw ontgonnen werd. Het maakte in de late middeleeuwen en nieuwe tijd deel uit van ’T Uythofspolder en behoorde tot het grondgebied van Loosduinen.

Enige tijd na deze ontginning werd inpoldering noodzakelijk omdat de bodem sterk begon in te klinken. Hierdoor werd het te nat voor akkerbouw en alleen nog maar geschikt als weidegrond. De eerste bronnen die de aanwezigheid van poldermolens beschrijven, stammen uit het midden van de 15de eeuw. In de Dreven 1 heeft boerderij Vrederust heeft gestaan. Op de kaart van het hoogheemraadschap van Delfland uit 1712 (kaart van Kruikius) is het perceel bebouwd met een boerderij, twee schuren, drie hooibergen en verschillende boomgaarden. Het gebied blijft voor het overgrote deel onbebouwd tot de ontwikkeling van de woonwijk Gaarden en Dreven in de jaren vijftig en zestig van de 20 ste eeuw. M. Aanpassen paragraaf 2.4.7 Kabels en leidingen Paragraaf 2.4.7 Kabels en leidingen wordt geheel vervangen en komt te luiden: 2.4.7 Kabels en leidingen In het plangebied liggen diverse kabels en leidingen in de grond voor huisaansluitingen. Dit betreft de gebruikelijke infrastructuur: gas, midden- en laagspanningskabels (elektriciteit), verschillende datakabels (coax, telefonie, glasvezel) en waterleidingen. Daarnaast zijn er leidingen voor warmteen koudeopslag (WKO), die bedoeld zijn voor de aansluiting van deelplannen 2 en 3, evenals de riolering. Binnen en direct rondom het plangebied bevinden zich geen kabels of leidingen van gemeentelijke of bovengemeentelijke betekenis. N.

Aanpassing paragraaf 3.2.4.1 Structuurvisie Zuidwest Paragraaf 3.2.4.1 Structuurvisie Zuidwest wordt geheel vervangen en komt te luiden: 3.2.4.1 Structuurvisie Zuidwest De structuurvisie Den Haag Zuidwest is op 14 december 2023 (RIS 315261) vastgesteld door de gemeenteraad. Deze structuurvisie vormt het inhoudelijk kader voor het bestemmingsplan Dreven 1. Het biedt een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van Zuidwest en omvat een groen ruimtelijk raamwerk, een mobiliteitsstrategie, de programmering van economische functies en woningbouw, een voorzieningenprogramma en duurzaamheid.

69/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Daarnaast bepaalt de structuurvisie de contouren van de programmatische opgave van de deelgebieden en waarborgt de visie de verbinding en onderlinge samenhang van ingrepen en projecten. Het document anticipeert op de Omgevingswet door aandacht te besteden aan thema’s die de gehele fysieke leefomgeving betreffen, zoals klimaat, energie, veiligheid en gezondheid. Het basisdocument voor de structuurvisie is de gebiedsverkenning Bestemming Zuidwest (RIS 302569). De structuurvisie schetst een beeld van hoe Den Haag Zuidwest er in 2040 uitziet: vitale, gezonde wijken met diverse woonmilieus, goede voorzieningen en een bloeiende wijkeconomie. De wijken zijn levendig, veilig, duurzaam, groen, goed bereikbaar en verbonden met de stad en directe omgeving. Dit vraagt om een aanpak die verder gaat dan ruimtelijke herinrichting. Thema’s zoals werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid, gezondheid, burgerparticipatie en sociale cohesie zijn onderdeel van deze nieuwe wijkaanpak: een brede programmatische benadering die leidt tot een krachtige aanpak voor Den Haag. De gemeente wil hieraan werken in allianties en samen met de bewoners. Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de eerdergenoemde ambities. O. Aanpassing paragraaf 4.6.8 Bomenbescherming balans Paragraaf 4.6.8 Bomenbescherming balans wordt geheel vervangen en komt te luiden: 4.6.8.

Bomenbalans De Dreven fase 1 Het bestemmingsplan Dreven fase 1 legt de invulling van de openbare ruimte niet gedetailleerd vast. Op basis van alleen het bestemmingsplan is dan ook geen gedetailleerde bomenbalans op te stellen. Daarom is voor het maken van een inschatting van de gevolgen voor de bomen gebruikt gemaakt van het schetsontwerp voor de openbare ruimte. Op basis hiervan is voor heel de Dreven een Boom Effect Analyse uitgevoerd. In het gehele gebied staan 876 bomen; 573 in de openbare ruimte, 303 op het terrein van de woningbouwcorporaties. Voor Dreven fase 1 zijn dat er ongeveer 141; 68 in de openbare ruimte en 73 op het terrein van de woningbouwcorporaties. Bomen in openbare ruimte Binnen het schetsontwerp voor de openbare ruimte van Dreven fase 1 blijven 52 bomen in de openbare ruimte gehandhaafd en zijn ongeveer 60 nieuw te planten bomen opgenomen. Als gevolg van de herinrichting van de openbare ruimte zijn 11 bomen in de openbare ruimte niet te handhaven en moeten 20 bomen op het terrein van de woningcorporaties wijken voor de herinrichting van de (nieuwe) openbare ruimte. Bomen op corporatieterrein Op het terrein van de woningcorporaties van Dreven fase 1 worden 30 bomen gehandhaafd, 23 bomen zijn als gevolg van de bouwplannen niet te handhaven. Daarnaast zijn 5 bomen in de openbare ruimte niet te handhaven als gevolg van de bouwplannen.

De plannen voor de nieuwe binnentuinen van de woningcorporaties zijn nog niet bekend. Mogelijkheden voor compensatie van te kappen bomen in die binnentuinen zijn dan ook nog niet te benoemen. Voor de initiatiefnemers van de bouwplannen ligt er de uitdaging om het verlies aan bomen op het terrein van de corporaties zoveel mogelijk te compenseren in de nieuwe binnentuinen en op eigen terrein rondom de geplande nieuwbouw.

70/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Bomenbalans Dreven fase 1 Bomenbalans herinrichting openbare ruimte Te handhaven bomen openbare ruimte

52

Niet te behouden bomen als gevolg van het stedenbouwkundig ontwerp Nieuw te planten bomen openbare ruimte

31

Balans

+29

Bomenbalans woningbouw Te handhaven op terrein woningbouw

30

Niet te behouden als gevolg van woningbouw

28

Nieuw te planten bomen op terrein woningbouw Balans

PM

60

-/-28

Conclusie Bij aanvraag van de omgevingsvergunning zal de definitieve bomenbalans worden opgenomen. Zo moet goed worden bekeken of de te nemen maatregelen die noodzakelijk zijn voor het behoud van bomen ingepast kunnen worden. Daarnaast kan worden bekeken of er nog (kleine) wijzigingen in het voorontwerp mogelijk zijn die tot meer behoud van bomen kunnen leiden, en welke boomklasse (1e, 2e of 3e grootte) geplant kan worden. In bijlage 11 bij de regels van dit plan is de boomeffectanalyse bijgevoegd. P. Aanpassen paragraaf 4.8 Wind en bezonning Paragraaf 4.8 Wind en Bezonning wordt geheel vervangen en komt te luiden: 4.8 Wind en bezonning Onderdeel van de toetsing van stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden de normen voor wind en bezonning gehanteerd (RIS 170509). 4.8.1 Algemeen Indien het project niet voldoet aan de normen dan kan het project worden geweigerd dan wel desalniettemin worden besloten dat onder voorwaarden met de planontwikkeling wordt ingestemd. Naast bezonning en wind weegt de gemeente immers nog vele andere aspecten af zoals architectonische vormgeving, functies, verkeer, parkeren, financiën, volkshuisvesting, sociale veiligheid et cetera.

Onderdeel van de afweging is ook dat er voorwaarden (financieel en materieel) kunnen worden opgelegd aan de initiatiefnemer om maatregelen te nemen aan de vormgeving van het project en/of in de openbare ruimte met het oog op de reductie van windhinder. Overeenkomstig de nieuwe Wet ruimtelijke ordening kunnen deze eisen worden vastgelegd in een grondexploitatieplan of in een overeenkomst met de initiatiefnemer. De gemeente heeft als taak om al deze aspecten op een evenwichtige wijze tot gelding te laten komen. Het spreekt voor zich dat het aspect veiligheid/gevaar en een slecht klimaat bij wind een hard punt moet zijn. Indien hiervan toch wordt afgeweken dan moeten daarvoor zwaarwegende redenen zijn. De overige aspecten t.a.v. wind en bezonning maken deel uit van de genoemde bredere afweging. Afwijking van die normen is in concrete gevallen mogelijk als de totale belangenafweging daartoe noopt.

71/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

4.8.2 Windhinder Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. De gemeente sluit zich wat betreft beleid ten aanzien van wind aan bij de NEN 8100. In deze norm is een beslismodel weergeven wanneer een windonderzoek mogelijk nodig kan zijn: • gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek nodig • beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is • onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. Naar aanleiding van het ruimtelijk plan is er een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing van het bestemmingsplan Dreven, blokken 1B, C en D te Den Haag. Doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Daarbij is een vergelijk gemaakt met resultaten van eerder uitgevoerde berekeningen ten behoeve van de Nota van Uitgangspunten Dreven, waarin alle bebouwing van de bestemmingsplangebieden Dreven, Gaarden en Zichten is meegenomen.

Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Dit onderzoek toont aan dat in de basis wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid. Het windklimaat binnen het gebied wordt zelfs aanzienlijk gunstiger. Echter, er zijn nog enkele aandachtspunten waaraan moet worden voldaan. Om het aspect windhinder te verbeteren, zal in het definitieve ontwerp rekening worden gehouden met de inrichting van de openbare ruimte en de gevel, zodat windhinder wordt opgelost. Belangrijkste conclusies uit het onderzoek: • Rond de blokken is op de meeste plaatsen sprake van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen. • Rond en binnen blok 1B wordt op een aantal plekken is een matig windklimaat voor doorlopen, kwaliteitsklasse D, vastgesteld. Verbeteren van het windklimaat is mogelijk door het intensiveren van de begroeiing rond het plan. • Er is lokaal sprake van een matig windklimaat voor doorlopen bij noordwestgevel van blok 1D. Dit is hier met name het gevolg van de omstroming van de huidige bebouwing naast het blok. Gezien het feit dat het hier een parkeergarage betreft die in het model als gesloten is gemodelleerd, zal het windklimaat hier in de praktijk mogelijk wat gunstiger zijn.

• Nergens in het gebied is er sprake van een slecht windklimaat voor doorlopen of (een beperkt risico op) windgevaar. • Na het realiseren van de overige bebouwing van het bestemmingsplan Dreven, wordt het windklimaat bij met name blokken 1B en 1C aanzienlijk gunstiger. Dit onderzoek zal als bijlage 16 aan deze toelichting toegevoegd worden.

72/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

4.8.3 Bezonning De realisatie van bouwwerken kan gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van eer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning op gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. De realiseren nieuwbouw is weliswaar met maximaal 23 meter lager dan 25 meter, maar omwille van een goede ruimtelijke ordening is toch onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat op één woning na alle woningen voldoen aan de Haagse bezonningsnorm. Deze woning heeft in de huidige bebouwingssituatie al minder dan 2 uur zon en er is sprake van een verdere afname van de mogelijke bezonningsduur op de toetsingsdatum 19 februari.

Hierbij kan opgemerkt worden dat het bouwplan wat schaduw geeft op de betreffende woning, door de beperkte bouwhoogte, formeel niet getoetst behoeft te worden op het gebied van bezonning. Dit onderzoek zal als bijlage 15 aan deze toelichting toegevoegd worden. Q. Aanpassing paragraaf 4.2 Milieutoets Paragraaf 4.2 Milieutoets wordt (met uitzondering van de tekst onder kopje Natura 2000 gebieden) geheel vervangen en komt te luiden: 4.2 Milieueffectrapportage Besluit m.e.r. Het instrument van de milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieu effect rapportage (verder m.e.r.). De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Op 1 april 2011 is het gewijzigde m.e.r. in werking getreden.

Essentie van de wijziging is dat voor de beoordeling of een activiteit m.e.r.plichtig is - de activiteit komt voor in de D-lijst - niet kan worden volstaan met toetsing aan de drempelwaarde maar dat ook rekening moet worden gehouden met de criteria in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als gevolg hiervan zijn in de D-lijst nu richtwaarden in plaats van drempelwaarden opgenomen en is in het nieuwe besluit bepaald dat voor gevallen die onder deze richtwaarden blijven, een eenvoudige m.e.r.-beoordeling kan worden uitgevoerd die volledig op gaat in de moederprocedure van het bestemmingsplan. Het nieuwe besluit is daarmee in overeenstemming gebracht met de Europese m.e.r.-richtlijn. Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart moet worden.

73/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Het MER is enerzijds een planMER bij de Structuurvisie Zuidwest, anderzijds een projectMER bij de ontwikkeling in Dreven 1, (hoofdstuk 7 van het MER) en als m.e.r.-beoordeling te gebruiken voor andere vervolgbesluiten binnen het plangebied. De commissie m.e.r. heeft reeds eerder advies uitgebracht over het MER Zuidwest. Hierbij hebben ze aangegeven enkel te kunnen beoordelen of het planMER-gedeelte van voldoende kwaliteit was voor een besluit over de structuurvisie. Over het projectMER-gedeelte (deel C) kon de Commissie destijds nog geen definitief advies uitbrengen, omdat er toen nog geen planologisch besluit van dit detailniveau voorlag. Dat is nu met het bestemmingsplan voor de eerste ontwikkelingen in Dreven 1wel van toepassing. Nu het ontwerp bestemmingsplannen er ligt en de toetsen aan het MER zijn uitgevoerd, is de Commissie m.e.r. gevraagd om een toetsingsadvies uit te brengen over de juistheid en volledigheid van de milieu-informatie van het projectMER voor de stedelijke ontwikkeling van Dreven 1, (hoofdstuk 7 van het MER). Uitkomsten van het toetsingsadvies De commissie m.e.r. waardeert het dat de gemeente het instrument m.e.r. intensief inzet en per ontwikkeling toetst aan de kaders van de structuurvisie. De Commissie ziet dat de gemeente de samenwerking zoekt met andere partijen om de grote opgaven in Den Haag Zuidwest aan te gaan.

In het advies heeft de Commissie de conclusies van het projectMER-gedeelte en de toetsen aan het MER samengevat: • De effecten voor Dreven, zijn over het algemeen gelijk of iets beter dan voor de gehele structuurvisie; • Uit het MER en de toetsen blijkt dat de effecten van de bestemmingsplannen Dreven 1 grotendeels binnen de kaders van de vastgestelde structuurvisie vallen. De commissie constateert echter dat belangrijke milieu-informatie ontbreekt en adviseert het projectMER op een aantal punten aan te vullen: • De commissie adviseert om meer inzicht te geven in hoeverre de ambities worden gehaald in Dreven 1. Nu geeft het MER alleen aan of het een positieve of negatieve bijdrage aan de ambities levert. • De commissie adviseert om meer inzicht te geven hoe de deelontwikkelingen in Dreven, Gaarden en Zichten zich verhouden tot de totale structuurvisie, hoe de gemeente hierover de regie gaat voeren en welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn en wat het effect daarvan is; • De commissie adviseert het monitoringsprogramma uit te werken; • De commissie adviseert tot slot om een toegankelijke samenvatting van het projectMER Dreven, Gaarden en Zichten op te stellen. De gemeente neemt het toetsingsadvies ter harte. In deze aanvulling MER, in de vorm van een oplegrapport op het MER Zuidwest (versie maart 2023), wordt invulling gegeven aan dit advies.

Dit onderzoek zal als bijlage 4 aan deze toelichting toegevoegd worden. R. Vervangen bijlage 1 Bijlage 1 ‘Stikstofonderzoek Dreven fase 1’ wordt geheel vervangen door ‘20240712_0493485_Stikstofonderzoek Dreven Fase 1 Den Haag Zuid West’. S. Vervangen bijlage 3 Bijlage 3 'Watertoets ontwikkellocatie Dreven fase 1' wordt geheel vervangen door '20240712_ 0462353 Actualisatie Watertoets Dreven DenHaag'.

74/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

T. Vervangen bijlage 4 Bijlage 4 'Zienswijze Stichting bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust' wordt geheel vervangen door '2024-07-12 Aanvulling projectMER Dreven Gaarden Zichten MER Den Haag Zuidwest'. U. Vervangen bijlage 5 Bijlage 5 ' Reactie AVN op bestemmingsplan Dreven 1' wordt geheel vervangen door ' Hogere grenswaardebesluit geluid'. V. Toevoegen bijlage 15 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 15 ‘Bezonningsonderzoek Dreven 1B, C en D’ toegevoegd. W. Toevoegen bijlage 16 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 16 ‘Windklimaatonderzoek Dreven 1B, C en D’ toegevoegd. X. Toevoegen bijlage 17 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 17 ‘Goudappel parkeeronderzoek’ toegevoegd. Y. Aanpassen paragraaf 4.5 Luchtkwaliteit Paragraaf 4.5 Luchtkwaliteit wordt geheel vervangen en komt te luiden: 4.5 Luchtkwaliteit Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). De luchtkwaliteit in een bepaald gebied wordt bepaald door de achtergrondconcentratie van fijn stof (PM10, deeltjes <10 µm) en stikstofdioxide (NO2) plus de bijdragen van lokale bronnen die bij de achtergrondconcentratie opgeteld worden.

Bij de besluitvorming over bouw- en bestemmingsplannen dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het bestemmingsplan "Dreven 1" maakt de volgende ontwikkelingen mogelijk: Het programma in Dreven fase 1 bestaat uit extra woningen, bedrijfsruimten in plinten en een parkeergarage.

De volgende ontwikkelingen horen bij het programma: er worden 64 woningen gesloopt; 76 appartementen gerenoveerd; 187 woningen gebouwd: 24 grondgebonden woningen en 163 appartementen; 1.700 m² bvo aan commerciële ruimte gebouwd; 1.553 m² bvo commerciële ruimte gerenoveerd; en een wooncomplex verbouwd tot een parkeergarage met 259 plekken (plandeel 1D).

75/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Woningen De woningvoorraad wordt in Dreven fase 1 bijna verdubbeld (van 139 naar circa 261 woningen). Hiervoor worden circa 64 woningen gesloopt in 1B, 1C en 1D, 76 woningen gerenoveerd in 1A en circa 187 nieuwe woningen gebouwd in 1B en 1C. Het doel is om in te zetten op een gedifferentieerde woningvoorraad met aandacht voor de beoogde doelgroepen. De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een beperkte wijziging van de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen (zie paragraaf 4.2) en daarmee tot wijzigingen in de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste wet- en regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit betreft de Wet milieubeheer (Wm). Hierin zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd voor verschillende luchtverontreinigende stoffen, waarvan stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) de belangrijkste zijn. De wettelijke grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen. Onder de Wm valt de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). In deze regeling zijn activiteiten opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of de ontwikkeling van kantoorruimte met een bruto vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2.

Deze ontwikkelingen hoeven niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 261 woningen voor heel Dreven 1, gelet op Dreven 1B en 1C zullen er 187 woningen worden gerealiseerd. Daarmee valt de ontwikkeling binnen de regeling NIMB en is geen toetsing aan de grenswaarden van luchtkwaliteit nodig, omdat er geen significante verandering in de achtergrondconcentraties wordt verwacht. De Wereldgezondheidsorganisatie (of WHO) adviseert strengere normen dan de Europese Unie. De maximale normen voor fijnstof volgens de Wereldgezondheidsorganisatie bedragen 20 ìg/m³ voor PM10 en 10 ìg/m³ voor PM2,5. Aan deze normen wordt ter plaatse van het plangebied in 2030 voldaan. De verwachte oplevering van het bouwplan zal medio 2024 plaatsvinden waarbij de fijnstofconcentraties al richting de adviesnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie verschuiven. Met betrekking tot fijn stof PM10 blijkt uit dit rapport dat de ontwikkeling ten gevolge van het bestemmingsplan ten opzicht van de autonome ontwikkeling op alle plaatsten in het gebied een niet in betekenende mate invloed op de luchtkwaliteit heeft. De planbijdrage is kleiner of gelijk aan [1,2] µg/m3. Een toetsing aan de grenswaarde kan daarom achterwege blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14923514/1