20241129-RIS320058 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1
Tekst van het document
Wat betreft de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor nutsgebouwen en vuilopslagplaatsen zal duidelijk zijn dat de mate waarin deze gerealiseerd zal worden gerelateerd zal zijn aan de behoefte daaraan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Over de bestemming Wonen in artikel 7 Wonen-1 wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel r: Over de bestemming Wonen in artikel 7 Wonen-1 stelt reclamant in de zienswijze diverse vragen. Deze vragen betreffen (samengevat): a. waarom is gekozen voor wonen in gestapelde vorm; b. waarom zijn loopbruggen opgenomen; c. waarom is er al zoveel van het plan bekend en bevat het bestemmingsplan een dakopbouwenregeling; d. waarom zijn de bebouwingsmogelijkheden in de binnentuin niet gemaximaliseerd; e. Wanneer de ‘binnentuin’ een aanzienlijke gronddekking heeft, wordt dan de bovenkant van de dragende vloer gerekend of bovenkant grondpakket binnentuin?” f. waarom heeft het bestemmingsplan geen echt stedenbouwkundig kader zoals gemaatvoerde profielen die bestemmingen, bouwhoogten en breedten tussen bebouwingsvlakken opgeven? g. “In de specifieke gebruiksregels probeert het college een aantal procesafspraken vast te leggen die niet in een publiekrechtelijk ruimtelijk planologisch toetsingskader thuishoren.
Reactie: Wat betreft het gestelde onder a, b en c merken wij op, dat bij de opstelling van het bestemmingsplan inderdaad rekening is gehouden met de voor het gebied voorgenomen woningbouw. Inmiddels is echter gebleken dat bij de binnen dit bestemmingsplan te realiseren woningbouw geen loopbruggen voorzien zijn.
26/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Wat betreft het gestelde onder d en e merken wij op dat, in artikel 7.2.2.2 staat uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe. Hierbij kan gedacht worden aan speeltoestellen, als ook verlichting en bankjes e.d. Wat betreft de vraag over de bovenkant van de parkeervoorziening merken wij op dat hier uitgegaan dient te worden van de bovenkant van het grondpakket. Aan de zienswijze kan echter tegemoet worden gekomen door de verbeelding zodanig te wijzigen dat ter plaatse van de aan te leggen binnentuin de bestemming groen wordt aangegeven met de functie aanduiding “binnentuin (BT)”. Wat betreft de bemerkingen onder f. merken wij op, dat het bestemmingsplan weldegelijk zowel op de verbeelding als in de regels bouwhoogtes en ook bouwvlakken heeft, waarop te ontwikkelen bouwplannen getoetst zullen worden. Ten behoeve van de in dit bestemming voorziene nieuwbouw heeft onder meer een bezonningsonderzoek plaatsgevonden. Blijkens dit onderzoek wordt aan de door uw raad vastgestelde bezonningsnormen voldaan. Wat betreft hetgeen onder g. gesteld wordt, merken wij op dat in de woonvisie (zoals die vanaf 2020 geldt) door uw raad is aangegeven dat in een bestemmingsplan voorwaarden gesteld dienen te worden met betrekking tot de realisatie en exploitatie van categorieën van woningbouw.
De in voorliggend bestemmingsplan hieromtrent bepalingen zijn overeenkomstig eerdere bestemmingsplannen welke ook door de raad van state getoetst zijn. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze deels gegrond te verklaren, betreffende de zienswijze over binnentuin. Aan deze zienswijze wordt tegemoet worden gekomen door de verbeelding zodanig te wijzigen dat ter plaatse van de aan te leggen binnentuin de bestemming groen wordt aangegeven met de functie aanduiding “binnentuin (BT)”. Kortheidshalve verwijzen wij u naar het advies van zienswijze nr.3 Bomenstichting Den Haag onderdeel d. Over de bestemming wonen-2 artikel 8 wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel s: Over de bestemming Wonen in artikel 7 Wonen-1 stelt reclamant in de zienswijze diverse vragen. Deze vragen betreffen (samengevat): a. waarom overkragingen zijn toegestaan zonder stedenbouwkundige motivering. Is er blijkbaar al een bouwplan/business case/grex?; b. onder 8.4 specifieke gebruiksregels probeert het college een aantal procesafspraken ongemotiveerd vast te leggen die niet in een publiekrechtelijk ruimtelijk planologisch toetsingskader thuishoren. Reactie: Wat betreft de overkragende bebouwing merken wij op, dat hiermede wordt toegestaan dat balkons, alsmede eventuele luifels buiten een bouwvlak mogelijk zijn.
Met betrekking tot het overigens in artikel 8 gestelde merken wij het volgende op. In de woonvisie (zoals die vanaf 2020 geldt) is door uw raad aangegeven dat in een bestemmingsplan voorwaarden gesteld dienen te worden met betrekking tot de realisatie en exploitatie van categorieën van woningbouw. De in voorliggend bestemmingsplan hieromtrent bepalingen zijn overeenkomstig eerdere bestemmingsplannen welke ook door de raad van state getoetst zijn. Verder zijn in de NvU's reeds ruimtelijke modellen vastgelegd op basis waarvan de bouwplannen worden opgezet en uitgewerkt. De ruimtelijke modellen in de NvU's die dienen als uitwerkingskader en op basis waarvan de woningaantallen zijn berekend. Overigens wordt in het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Dreven verder ingegaan op de gewenste detaillering van de bouwplannen.
27/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Over de Waarde Cultuurhistorie -Karakteristiek artikel 11 wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel t: Betrokkene wenst aanvulling en aanpassing wat betreft Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie – Karakteristiek. Kortheidshalve verwijzen wij u naar de zienswijze van Stichting SOS Den Haag in de bijlage bij dit bestemmingsplan. Reactie: De bestaande appartementen langs De Dreef 4-56 zijn in dit bestemmingsplan aangeduid met een cultuurhistorische waarde. Dit artikel bepaalt dat sprake is van een dubbelbestemming in relatie tot de ter plaatse geldende bestemming Gemengd – 1. Dit houdt verband met het feit, dat beide bouwblokken bij besluit van uw raad RIS309492 zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Het behoud van beide bouwblokken is ook bevestigd bij besluit van uw raad RIS311095. Hierbij zijn de gebruikelijke beschermende bepalingen bij gemeentelijke monumenten in de regels opgenomen. De bescherming van de elementen die behouden moeten blijven is tevens geborgd via de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) en het projectdocument (RIS311092).
Overigens merken wij op dat het oorspronkelijk besluit (RIS311095) is vervangen op 9 februari 2023 door een nieuw besluit tot intrekking van de aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (RIS313806), maar onder de opschortende voorwaarde van inwerkingtreding van een nieuw planologisch kader. Dit betekent dat besloten is bij inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan, danwel omgevingsplan, de aanwijzing in het gemeentelijk register door te halen. Wat betreft de aanduiding dat ter plaatse dakopbouwen zijn toegestaan berust op een omissie. Wij merken op dat wij dit bezwaar onderschrijven op dit onderdeel. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren en te schrappen de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - dakopbouw" van de verbeelding behorende bij de bestemming "Gemengd-1", voorts de zienswijze voor het overige ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het bovenstaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deel ongegrond te verklaren. 6.
Ra 10702023
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Zienswijze onderdeel a: Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (hierna: Reclamant) gaat in op de onderwerpen biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Reclamant geeft aan dat de gemeente niet is ingegaan op de voorgestelde mogelijkheden om aaneengesloten groen te behouden, wat cruciaal is voor de natuur. Specifiek wordt gewezen op de noodzaak van verbindingen voor dieren.
28/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
De plaatsing van nieuwe gebouwen vormt echter barrières voor deze verbindingen. Daarom benadrukt de reclamant het belang van het behouden en verbinden van groen. Reactie: Het plangebied maakt geen deel uit van de hoofdgroenstructuur van Den Haag. In de uitwerking van de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het behouden van bestaande groene verbindingen. Het oppervlak van het park langs de Pachtersdreef wordt vergroot. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel b: Reclamant vraagt om het behoud van de bestaande groenstructuur, inclusief bomen en struiken. Reclamant stelt dat in de Dreven veel groen is en wordt gewaardeerd. Al behoort dit niet tot de Stedelijke Groene Hoofdstructuur, het groen langs de Pachtersdreef sluit wel op elkaar aan, op de ecologische zone langs de Lozerlaan, en op achterliggend groen in de groenstroken. Ter onderbouwing gaat reclamant in op paragraaf 5.2.5 van de toelichting. Reactie: De bestaande groenstructuur van Dreven 1 wordt zoveel mogelijk gerespecteerd. Op een aantal punten vinden wijzigingen plaats ten opzichte van de bestaande situatie. Dit wordt uitgewerkt en onderbouwd in het inrichtingsplan openbare ruimte. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
Zienswijze onderdeel c: Reclamant gaat in op een ander gebied, namelijk de Uithof. Reclamant gaat in op de opzet van deze wijk en biodiversiteit. Reclamant stelt dat bomen en struiken zijn inmiddels ouder, dat is ook goed voor de natuur. Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij u naar de reactie onder b. Overigens maakt de Uithof geen deel uit van het voorliggend bestemmingsplan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel d: Reclamant verwijst naar een passage uit de ‘Visie ecologie Dreven, Gaarden en Zichten’. "In de visie worden de veel voorkomende lage dichte heesters hoog gewaardeerd" en stelt dat "ze in de huidige open groenstructuur veel aanwezig zijn en van belang zijn als functioneel leefgebied van de egel". Reclamant stelt dat de egel nog veel wordt waargenomen in Den Haag Zuidwest. Reclamant verwijst naar kaart op pagina 14 van het bestemmingsplan en stelt dat dit ook het gebied is van de egel.
29/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Reactie: Zoals aangegeven in de bij de toelichting opgenomen natuurtoets Bijlage 2 kunnen in het plangebied algemene zoogdier (waaronder dus de egel) en amfibie-soorten aanwezig zijn, deze soorten zijn echter vrijgesteld van wet natuurbeheer in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanzelfsprekend zal echter de voor het alle in het wild leven dieren en planten geldende zorgplicht in acht genomen worden. Dit houdt in dat tijdens werkzaamheden zoveel mogelijke negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant heeft de plankaart van het ontwerpbestemmingsplan en huidige situatie vergeleken. Reclamant valt op dat "de groenblauwe verbinding richting de ecozone Lozerlaan en Uithof blijft behouden, maar het groene gebied is smaller dan in de huidige situatie; er wordt een groter oppervlak water aangelegd; het groen van het parkje komt in de schaduw van een 70 meter hoog gebouw; en gebouwen verstoren de verbindingen tussen verschillende delen van het groen". Reclamant stelt dat het gemeentebeleid is: "het groenoppervlak te laten toenemen ondanks het grotere bouwvolume en vraagt is dat hier het geval?" Reclamant verwijst naar een passage in paragraaf 5.2.5.
van de toelichting van het bestemmingsplan: “De collectieve, groene binnenruimtes zorgen er samen met het openbare groen voor dat de totale hoeveelheid groen in de buurten op peil blijft. Binnenterreinen/ daktuinen worden daarbij meegeteld.” Reclamant stelt dat de kwaliteit daarvan minder hoog is en niet gegarandeerd wordt door de planregels. Reactie: De verhouding tussen groen en water zal in het inrichtingsplan openbare ruimte bepaald worden. De totale groene zone blijft minstens gelijk aan de bestaande situatie. Overigens het gebouw dat het park gaat begrenzen wordt niet 70 meter hoog maar is maximaal 50 meter hoog. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
30/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Zienswijze onderdeel f: Reclamant vraagt worden bomen en heesters gespaard? Reclamant stelt dat een inventarisatie ontbreekt. Reclamant stelt dat het onacceptabel is dat er nog geen Boom Effect Analyse (BEA) of bomenbalans is voor dit plan. Reclamant verwijst naar de moties ‘Goede spelregels voor het groen’ en ‘Eerst de bomen dan de plannen’ aangenomen door de Gemeenteraad d.d. 14 december 2023. Reactie: In opdracht van Ingenieursbureau Den Haag heeft Boomadvies Nederland B.V. een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd voor de bomen in de buurt De Dreven te Den Haag. De aanleiding voor de BEA zijn de voorgenomen plannen voor een grootschalige stadsontwikkeling, waarbij een groot aantal flats en woningen van woningbouwvereniging Staedion zal worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Dit omvat tevens de verplaatsing van de gehele infrastructuur (wegen, fietspaden, voetpaden en watergangen). Het doel van de BEA is om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden om de betreffende bomen op hun huidige locatie duurzaam te behouden binnen het project, en welke aanpassingen, beschermingsmaatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn. Daarnaast wordt per boom beoordeeld of deze geschikt is voor verplanting. De BEA is uitgevoerd volgens de richtlijnen zoals beschreven in de “Richtlijnen Boom Effect Analyse” van de CROW. Deze eerste analyse is gebaseerd op het schetsontwerp (SO).
Gedurende het verdere ontwerpproces (VO, DO) zal meer specifiek en gedetailleerd advies worden gegeven met betrekking tot de bomen. Op dit moment richt de analyse zich vooral op een indicatie van de impact, het verzamelen van actuele gegevens en algemene aanbevelingen voor het behoud van bomen en het inrichten van groeiplaatsen. Het plangebied wordt begrensd door de Lozerlaan, Melis Stokelaan, Dorpersdreef, Schuttersdreef, Beresteinlaan, Wantsnijdersgaarde, Muldersgaarde en aan de zuidzijde de Erasmusweg. Conclusie Bij de ambtshalve wijzigingen wordt voorgesteld aan het bestemmingsplan de Boom Effect Analyse (BEA) inclusief bijlage aan de toelichting toe te voegen. Voorts is een BEA pas verplicht in het verdere ontwerpproces (VO). Hierbij zal meer specifiek en gedetailleerd advies worden gegeven met betrekking tot de bomen. Op dit moment richt de analyse zich vooral op een indicatie van de impact, het verzamelen van actuele gegevens en algemene aanbevelingen voor het behoud van bomen en het inrichten van groeiplaatsen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel g: Reclamant vraagt om te zorgen voor groene verbindingen tussen de gebouwen.
Reclamant stelt als oplossing voor een opening van het gebouw aan de kant van de Pachtersdreef (1B) te richten op het groen (van het park) en het U-vormige gebouw aan de Gravinnedreef (1C) draaien zodat de opening is gericht op het groen. Reactie: De groene verbindingen in het plangebied worden verder uitgewerkt in het inrichtingsplan Openbare Ruimte. Vanuit ecologisch oogpunt is er geen aanleiding om de verkaveling en ruimtelijke opzet van de bebouwing aan te passen. Het aanwezige groen maakt geen deel uit van de Ecologische zone. Binnen het bestemmingsplan worden de juridische kaders vastgelegd. Er is nog geen definitief ontwerp voor de openbare ruimte. De inrichting van de openbare ruimte komt later in het project proces nog aan bod bij het opstellen van het inrichtingsplan Openbare Ruimte.
31/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel h: Reclamant vraagt in te zetten op natuurinclusief bouwen zoals opgenomen in paragraaf 3.4.6. van de toelichting en vraagt dit ook in de regels op te nemen. Reactie: Bij de uitwerking van de bebouwingsplannen in Dreven 1 zal aan het puntensysteem Natuurinclusief Bouwen worden getoetst. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel i: Reclamant vraagt om te zorgen voor groene binnentuinen, al liggen ze op het dak van een garage. Reclamant stelt dat in de regels voor ‘wonen 1’ of ‘wonen 2’ op geen enkele manier is vastgelegd dat er groene binnenterreinen komen. Reclamant verwijst daarbij naar het coalitieakkoord (Haags akkoord 2023–2026, p47). Reactie: Vooropgesteld merken wij op dit bezwaar te onderschrijven. Met verwijzing naar zienswijze Bomenstichting Den Haag nr.3 onder d, wordt aan het bestemmingsplan een bepaling toegevoegd die de aanleg van een binnentuin waarborgt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel j: Reclamant stelt dat voor gebouwen 1C en 1A staat geen bouwhoogte op het binnenterrein. Reclamant verzoekt dat daar groen en bomen worden behouden of aangeplant op maaiveld of op het dak van een ondergrondse garage.
Reclamant verzoekt dit in de regels op te nemen. Reclamant verzoekt voorts dat in de regels wordt uitgesloten dat er (verharde) parkeerterreinen komen op de binnenterreinen. Reactie: In plandelen 1A en 1C komt geen bebouwing op de binnenterreinen. Plot 1A is een bestaand gedeelte waar door de verlegging van de Baljuwdreef een nieuw binnenterrein wordt gevormd. Plot 1C bestaat uit appartementen en eengezinswoningen. Het binnenterrein bestaat uit een deel collectieve binnentuin en een deel privétuinen voor de eengezinswoningen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel k: Reclamant vraagt of voor gebouw 1B of het de bedoeling is dat daar een garage komt. Voor gebouw 1B (naast het groen van de Pachtersdreef, en naast het Bajonetpark) staat wel een bouwhoogte op het binnenterrein, kennelijk is het de bedoeling dat daar een garage komt. Reclamant verwijst naar een eerdere reactie van het college (geen referentie). Verder verwijst reclamant naar paragraaf 5.2.4. van de toelichting. Reclamant verzoekt dat in de regels de groene binnentuinen, al dan niet op parkeerdaken, goed zijn geborgd in de regels.
32/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Reactie: In het bestemmingsplan wordt niet mogelijk gemaakt dat er voor gebouw 1B een parkeervoorziening op maaiveld komt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel l: Reclamant verwijst naar RIS317743 ‘Stand van zaken project Steenzicht’ waarbij reclamant vraagt om de borging van de binnentuinen door te voeren in de planregels van Dreven 1, "om te voorkomen dat parkeren op maaiveld kan worden gerealiseerd, dat niet valt onder het begrip “garage”." Reactie: Vooropgesteld merken wij op dit bezwaar te onderschrijven. Met verwijzing naar zienswijze Bomenstichting Den Haag nr.3 onder d, worden aan het bestemmingsplan bepalingen toegevoegd die de aanleg van binnentuinen waarborgen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel m: Reclamant verzoekt oppervlak verharding en bouwwerken geen gebouw zijnde in het groen en de binnentuinen te beperken, reclamant verwijst naar ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’ (RIS308744), Paragraaf 3.5.4 van de toelichting en de motie ‘Beperk verharding in Zuidwest’, aangenomen door de Gemeenteraad 14 december 2023. Reactie: Zowel voor het groen als ook voor de daarvan deel uitmakende binnentuinen zullen nog inrichtingsplannen worden opgesteld.
Vanzelfsprekend zal hierbij de door reclamant aangehaalde "Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig" en de motie "Beperk verharding in Zuidwest" betrokken worden. Deze inrichtingsplannen zullen in overleg met belanghebbenden worden opgesteld. Thans bestaan echter nog geen zodanig inzicht dat in het bestemmingsplan op voorhand oppervlakte beperkingen terzake van verharding en van bouwwerken geen gebouwen zijnde opgenomen kunnen worden. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren.
7.
Ra 10702064
Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: 1. Beroepschrift tegen opheffing bescherming
33/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Zienswijze onderdeel a: Reclamant stelt dat ‘’het Voorstel van het college inzake voordracht tot intrekking besluit aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht zat onder meer ook een studie en een nota van Staedion. De nota van Staedion bevestigde dat renovatie van de Dreven mogelijk was, wat bevestigd werd in de bijgevoegde studie, maar dat het “volkshuisvestingsvraagstuk” de doorslag gaf en er moest overgegaan worden tot opheffing van de bescherming RIS-nummer 311095.’’ Daarbij verwijst zij ook naar een lopend beroep tegen de opheffing van het beschermd standsgezicht De Dreven en uit zij kritiek op de gevoerde procedure om tot herinrichting van het gebied te komen, alsmede op de opgestelde herinrichtingsplannen. Reactie: De gemeenteraad heeft op 10 februari 2022 besloten om de aanwijzing van De Dreven als beschermd stadsgezicht in te trekken (RIS311095). Het oorspronkelijk besluit (RIS311095) is op 9 februari 2023 vervangen door nieuw besluit tot intrekking van de aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (RIS313806), maar onder de opschortende voorwaarde van inwerkingtreding van een nieuw planologisch kader. Dit betekent dat besloten is bij inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan, danwel omgevingsplan, de aanwijzing in het gemeentelijk register door te halen.
De bescherming van de elementen die behouden moeten blijven (te weten de tweede bouwblokken aan de Dreef) is geborgd ''artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie – Karakteristiek'' van de regels van voorliggend bestemmingsplan. Tevens is de bescherming van de elementen die behouden moeten blijven geborgd via de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) het projectdocument (RIS311092) Deze bouwblokken zijn onderdeel van het project Dreven-Gaarden-Zichten. Over de ontwikkeling van deze plannen heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met Staedion (RIS305715). Het uitgangspunt bij dit specifieke blok is inzetten op behoud vanwege de cultuurhistorische waarde. Wel zal het blok grootschalig gerenoveerd worden. Aangezien er nog geen concrete renovatieplannen zijn gemaakt, en men uitgaat van behoud van het blok, dit voor het toekennen van de monumentenstatus aan dit blok niet beperkend werkt in de verdere planontwikkeling. Het lopend beroep tegen uw besluit tot het opheffen van het beschermd stadsgezicht speelt hierbij geen rol. Bij de planontwikkeling voor dit gebied is de door uw raad vastgestelde Structuurvisie Den Haag Zuidwest leidend geweest. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 2.
Belangrijkste doelen van bewonersorganisatie Bouwlust-Vredelust Zienswijze onderdeel b: Reclamant stelt dat de "de wettelijke inspraak van de bewoners in enge (sociale huurders versus corporatie) wordt gerespecteerd en de wenselijke inspraak in ruime zin (bewoners versus driehoek Heijmans-corporatie-gemeente) wordt gerealiseerd. Participatie en inspraak is daarbij iets anders dan het verstrekken van informatie." Reactie: Opgemerkt dient te worden dat er een structureel en langdurig participatietraject is opgezet voor deze plannen waarin op verschillende schaalniveaus participatie en informatieverstrekking plaatsvindt. Ook in de toekomst worden periodiek informatiemomenten gehouden over de actuele planvorming. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
34/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Zienswijze onderdeel c: Reclamant acht de toename van woningen in Zuidwest als ook in het plangebied veel te hoog. Reactie: Wij zijn bekend met deze bezwaren van reclamant. De herontwikkeling in Zuidwest vindt plaats overeenkomstig de door uw raad gestelde kaders. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel d: Reclamant stelt dat de "inspraak van de sociale huurders tot op heden was gericht op inspraak over een renovatie. Pas naderhand is de gemeente overgestapt op plannen om te slopen. Daarover is geen inspraak geweest bij de sociale huurders. Cfr. WOO-procedure 171741". Reactie: Wij merken op dat deze zienswijze geen betrekking heeft op het voorliggend bestemmingsplan maar op de voorgeschiedenis. In het kader van de participatie bij dit bestemmingsplan is altijd uitgegaan van het slopen van de bebouwing, behoudens de bouwblokken aan De Dreef. Overigens dient opgemerkt te worden dat de beslissing over renovatie, sloop of nieuwbouw niet uitsluitend bij de gemeente ligt maar bij de corporatie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant is van mening dat "de corporatie Staedion heeft de gewoonte om alle bewoners in de flats al te vervangen door tijdelijke huurders vooraleer het college het gebied tot actiegebied heeft aangeduid.
We betwisten het recht van de gemeente en de corporatie om alle bewoners reeds te vragen hun woning te verlaten vooraleer het gebied actiegebied is geworden. Dit ondergraaft de sociale samenhang in de wijk en bemoeilijkt de inspraakprocedure en bv. het komen tot een sociaal plan". Voorts is de reclamant van mening dat de inspraak en participatie niet goed is verlopen en stelt "dit participatietraject zien wij thans als onvoldoende en deze dient nader en overtuigend te worden vormgegeven en vastgelegd. Ondanks regelgeving en projecten allerlei inzake participatie en inspraak blijft de werkelijke inspraak ontbreken. Inspraak is iets anders dan het verstrekken van informatie. Het bestuur bestuurt maar ook de Participatiegids sluit aan bij het beginsel dat de wijk in de eerste plaats eigendom is van de wijk waarin het bestuur of vastgoedeigenaren niet zonder meer een invasieve sanering kunnen optuigen." Reactie: Wij kunnen ons niet vinden in de kritiek van reclamant op het bij dit bestemmingsplan gevoerde participatieproces. Alle bij de herontwikkeling betrokken partijen spannen zich voortdurend in om met de bewoners in goed overleg te blijven. Uit de reacties op tijdens de vele inloopavonden en de “keukentafelgesprekken” herkennen wij ons niet in de kritiek hierop van reclamant. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
35/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Zienswijze onderdeel f: Reclamant stelt "wij willen minder bijkomende woningen in Zuidwest. 10.000 bijkomende woningen op deze beperkte oppervlakte is veel te veel. Deze concept ontwerpbestemmingsplan wordt voorgesteld als een kleine ontwikkeling maar moet natuurlijk in het geheel van de plannen voor Zuidwest gezien worden. De noodzaak van deze verdichting in de Dreven is niet aangetoond of gemotiveerd. Op geen enkele wijze is duidelijk gemaakt hoe het geplande aantal bijkomende woningen zich verhoudt tot de ruimtelijke kwaliteit en een blijvend aangename leefomgeving. Hier dient veel meer inzicht in te worden voorzien". Reactie: Voorliggende bestemmingsplan volgt de door de raad vastgestelde Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 ontwikkeling van dit deel van Den Haag. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel g: Reclamant wil dat er belangrijke (maatschappelijke) voorzieningen worden gerealiseerd "wij willen dat er belangwekkende (maatschappelijke) voorzieningen worden gerealiseerd om de leefbaarheid te garanderen in een groeiende wijk en in een wijk die al decennia wordt gekarakteriseerd door achterstanden inzake voorzieningen. De LER geeft dit nu al aan ten opzichte van de nu al bestaande woningen. Van die achterstanden inzake voorzieningen moet een diepere analyse worden gemaakt".
Verder wil reclamant "in elk bestemmingsplan moet de realisatie van voorzieningen opgenomen worden, om niet naderhand voor voldongen feiten te komen staan: “De wijk is volgebouwd, helaas is er geen ruimte meer.” De gevolgen van het inplannen van voorzieningen voor de financiële paragraaf van het bestemmingsplan dienen te worden aangegeven". En tot slot dat "op geen enkele manier is duidelijk gemaakt hoe een “volwassen” Zuidwest van ca. 125.000 bewoners adequaat wordt voorzien van voldoende voorzieningen, om op eigen benen te staan om huidige en toekomstige bewoners een blijvende intrinsieke waarde te bieden. Hiermee wordt in dit concept ontwerpbestemmingsplan ook geen begin gemaakt". Reactie: In de Structuurvisie Den Haag Zuidwest is ook rekening gehouden met het realiseren van noodzakelijke voorzieningen binnen Zuidwest. In het bestemmingsplan is dit ook mogelijk gemaakt binnen de bestemmingen Gemengd-1 en Gemengd-2. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 3. Project DGZ, Structuurvisie Zuidwest en MER-commissie en leefbaarheid Zienswijze onderdeel h: Reclamant stelt "de gemeente wil 10.000 woningen realiseren in dit reeds druk bewoond gebied. De “projecten” in Dreven/Gaarden/Zichten bevatten plannen voor zowat de helft van dat aantal woningen.
De Structuurvisie Zuidwest, waarin deze “projecten” alsnog moeten kaderen, is nog niet goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit betekent dat de projecten in het luchtledige hangen qua ontwikkeling van visie en reglementering."
36/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Verder stelt reclamant dat "nu de gemeenteraad de MER en Structuurvisie nog niet heeft goedgekeurd, kan de gemeente daarop niet voortbouwen met een bestemmingsplan. De voorafgaande goedkeuring van de structuurvisie is een kwestie van goed bestuur. Al evenmin heeft de gemeenteraad haar goedkeuring gehecht aan de MER, die met de Structuurvisie voor de Dreven is opgesteld". Ook geeft reclamant aan dat "met betrekking tot die MER bracht de Commissie MER tot tweemaal toe een negatief advies uit. De gemeente dient eerst dit advies op te volgen de MER bij te werken alvorens verder te gaan met plannen voor de uitvoering van “projecten” die bij een nietgoedgekeurde structuurvisie horen". Reclamant verwijst naar het advies van de commissie MER "een van de punten waarvoor de Commissie MER waarschuwt is de leefbaarheid van de wijk tijdens de herstructurering. Er zijn grenzen aan de draagkracht van een wijk/stadsdeel voor herstructureringswerken. Op dit ogenblik wordt er gebouwd in de Venen, zwaar gerenoveerd in de Venen, gebouwd in de Steden, geheid voor Maestro en binnenkort geheid voor de Zichten. Elk van deze werken brengt transport en omleggingen met zich mee. De Commissie MER adviseert o.m. een zinvolle volgorde aan te brengen in het uitvoeren van werken". Reactie: Anders dan reclamant stelt is de Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 door de raad op 14 december 2023 vastgesteld.
Bij de structuurvisie is voor het gehele gebied Zuidwest een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De transformatie van Zuidwest heeft een lange doorlooptijd (20 jaar), zal gefaseerd plaatsvinden en bevat nog onzekerheden wat betreft de concrete ontwikkelingen in het gebied. In het MER zijn de effecten van de transformatie van Zuidwest in beeld gebracht en aanbevelingen gedaan om het milieubelang te borgen in de structuurvisie en in de verdere uitwerking van plannen en projecten. Het MER is enerzijds een planMER bij de Structuurvisie Zuidwest, anderzijds een projectMER bij de ontwikkeling in Dreven, Gaarden en Zichten (hoofdstuk 7 van het MER) en als m.e.r.-beoordeling te gebruiken voor andere vervolgbesluiten. Eén van de in het MER opgenomen borgingsmaatregelen is om bij latere planologische besluiten, zoals het nieuwe bestemmingsplan Dreven 1, door middel van een toets aan het MER te beschouwen of de ontwikkeling past binnen de onderzochte effecten van het MER. Dit toetsingsadvies is opgenomen als bijlage 14 bij het bestemmingsplan. Uit de toets aan het MER van bestemmingsplan Dreven 1 is gebleken dat de effecten grotendeels binnen de kaders van de vastgestelde structuurvisie vallen.
Naast de structuurvisie, inclusief MER en Ruimtelijk Raamwerk, zijn er meerder kadervormende documenten bestuurlijk vastgesteld die richting geven aan de plannen of borgen dat plannen bijdragen aan de doelstellingen voor het grotere gebied: RIS305714 Ambitiedocument Dreven-Gaarden-Zichten Definieert doelstellingen en ambities. RIS308508 Nota van uitgangspunten Dreven Vormt integraal beleidskader en schept stedenbouwkundige en programmatische randvoorwaarden. RIS 3111093 Projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten, inclusief beeldkwaliteitsplannen voor alle drie de buurten Scherpt stedenbouwkundige en programmatische randvoorwaarden aan en geeft toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
37/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Zienswijze onderdeel i: Reclamant heeft ''ten aanzien van de Structuurvisie bezwaren en aandachtspunten geformuleerd'', die zij in dit verband herhaald. Reactie: De structuurvisie is inmiddels vastgesteld en wordt gehanteerd als leidraad voor de op te stellen bestemmingsplannen. Hoewel wij begrijpen, dat betrokkene het met de inhoud van de structuurvisie niet eens is, achten wij het ongewenst om in het kader van dit bestemmingsplan de discussie daarover te heropenen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 4. Haagse referentienormen Zienswijze onderdeel j: Reclamant stelt "de Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen wordt Bouwlust omschreven als groenblauw en gemengd-stedelijk" en "de gemeentelijke administratie kan in een ontwerpbestemmingsplan niet afwijken van deze typologie, die de gemeenteraad als omvattend kader en uitgangspunt heeft goedgekeurd". En verzoekt dat "graag overtuigend bewijzen en borgen hoe dit kan". Reactie: De Haagse maatschappelijke referentienormen betreft door de raad vastgesteld beleid. In de toelichting is aangeduid in hoeverre de doelstellingen op grond van dit beleid in het plangebied worden gerealiseerd, waarbij ook een doorkijk naar de verdere ontwikkelingen in Zuidwest wordt gegeven. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 5.
Optoppen Zienswijze onderdeel k: Reclamant stelt dat "de gemeente hanteert een strategie van voornamelijk sloop en nieuwbouw" en is van mening dat "in het kader van duurzaamheid en behoud van bestaande sociale structuren zien wij veeleer behoud en ‘optoppen’ als een logische keuze". Verder verwijst reclamant naar een Kamerbrief en provinciaal beleid waarbij reclamant stelt "Provincie Zuid-Holland gaat aan matchmaking doen voor optoppen. Voor wanneer gaat gemeente Den Haag iets doen aan stimulering?" En verzoekt daarbij dat "de strategie van optoppen, en dus veel meer behoud en opwaardering, een integraal onderdeel wordt van de planvorming, ook in dit ontwerpbestemmingsplan". Reactie: Voor de vernieuwing van Zuidwest worden in overleg met de corporaties zeker ook diverse locaties en complexen onderzocht waar optoppen een goede optie is. Bij de bouwlocaties in Dreven fase 1, die bestaan uit renovatie en sloop/nieuwbouwprojecten zijn er geen goede optop mogelijkheden. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.
38/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
6. Klimaatverandering hittebestendigheid wateropvang Zienswijze onderdeel l: Reclamant gaat in op het nationaal klimaatmaatregelen en verwijst naar de nationale en internationale doelen en stelt dat "de overheid neemt maatregelen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en hiertoe dienen nationale en internationale doelen". Waarbij reclamant van mening is dat "ten aanzien van de doelen biedt het concept van het ontwerpbestemmingsplan Dreven 1 quasi geen antwoord. Wij willen dat inzichtelijk wordt gemaakt hoe bovengenoemde punten worden gerealiseerd. Niet alleen dat de intentie wordt uitgesproken, maar ook dat die worden geborgd". Reactie: De plannen worden opgesteld en uitgewerkt aan de hand van vastgesteld beleid op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 7. Bescherming ecologische groenstructuur Zienswijze onderdeel m: Reclamant stelt dat "de bescherming van de ecologische groenstructuur ontbreekt". Waarbij gesteld wordt dat "er wordt wel aandacht besteed aan de ecologische groenstructuur, maar er wordt niets vastgelegd, gezien het woordje ‘in principe’: Op dit moment ligt aan de rand van de Dreven langs de Lozerlaan een ecologische verbindingszone die aansluit op de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en daarmee op het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Deze dient in principe duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506)". Reactie: Het stedelijke netwerk aan ecologische verbindingszones ligt buiten de grenzen van dit bestemmingsplan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 8. Bomen Zienswijze onderdeel n: Reclamant stelt "de paragraaf over de bomen is mooi geschreven maar niet concreet. Zo wordt niet aangegeven hoe de bijkomende hoeveelheid “blad” gaat gerealiseerd worden" Reactie: Voor de Dreven is een BEA opgesteld (Bomen Effect Analyse). Deze is als bijlage in het Bestemmingsplan opgenomen. Als er later een vergunning wordt aangevraagd voor een bouwplan wordt op planniveau gekeken naar bomen. In het Inrichtingsplan openbare ruimte dat opgesteld wordt door de gemeente (nadere uitwerking) wordt ook duidelijk waar de compensatie plaats zal vinden van bomen in de openbare ruimte. In juni 2023 is per raadsbesluit de volgende afspraak vastgelegd: "Vast te leggen dat expliciet bij elk ruimtelijk plan wordt gespecificeerd hoeveel bomen zullen worden gekapt conform de Nota stadsbomen en dit nadrukkelijker en goed vindbaar op te nemen in besluiten. Daarnaast voor deze plannen ook op te nemen hoeveel onverharde ruimte verdwijnt en groen wordt toegevoegd (groenbalans).
Naast het specificeren van deze verwachte groene gevolgen, dit te motiveren en hierbij aan te geven welke alternatieven hiervoor zijn bekeken (binnen de randvoorwaarden die al zijn vastgelegd) die resulteren in minder groenverlies."
39/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Het college heeft aan bovengenoemde plicht ten opzichte van de BEA voldaan, zie hiervoor de bijlage bij de toelichting. De verdere invulling valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. 9. Europees Stedelijk/Groenbeleid Zienswijze onderdeel o: Reclamant stelt dat "het ontwerpbestemmingsplan somt beleid op van hogere instanties maar vermeldt niet het Europees beleid, zoals het beleid van de Europese Commissie voor de duurzame groei van steden en klimaataanpassing van steden, het Next-Generation-groen-herstelplan. Nochtans zijn dit essentiële doelen, middelen en regels om te werken aan een leefbare wijk." Reactie: Alle Europese richtlijnen voor groen en natuur zijn opgenomen in nationaal beleid zoals bijvoorbeeld Natura 2000. De Europese richtlijnen zijn ook verwerkt in het vastgestelde gemeentelijk beleid op basis waarvan de plannen worden uitgewerkt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 10. Parkeerstrategie Zienswijze onderdeel p: Reclamant stelt dat "de Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS308711) is in juli 2021 door de raad vastgesteld. Diverse maatregelen uit de Parkeerstrategie zijn verwerkt in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (RIS309977). Deze verordening is door de raad in november 2021 vastgesteld.
Ter uitvoering van deze verordening heeft het college de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (RIS311547) in december 2021 vastgesteld." Reclamant komt tot de conclusie dat "uit RIS315993 (DSB/10539802) blijkt dat dit parkeerbeleid nu niet ten uitvoer kan gelegd worden. Bijgevolg is de parkeernota in het ontwerpbestemmingsplan ontoereikend." Reactie: Vooropgesteld dat de bezwaren zich feitelijk niet tegen het bestemmingsplan richten maar op het daarop van toepassing zijn de door de raad vastgestelde beleid. Ingevolge de op het bestemmingsplan van toepassing zijnde Nota Parkeernormen geldt dat de gemeente alleen een voorwaarde kan stellen aan het aantal parkeerplaatsen en bij de realisering van de op grond van het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwingsmogelijkheden zal beoordelen in hoeverre de daarvoor benodigde parkeergelegenheid ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Na invoering van betaald parkeren zal de gemeente binnen de kaders van het daarvoor opgestelde beleid parkeervergunningen verstrekken. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 11. Bouwplan en kaarten Zienswijze onderdeel q: Reclamant stelt dat "het bouwplan staat er onvoldoende expliciet in" en dat "uit de bijgeleverde kaartjes kan men niet het bouwoppervlak en de oriëntatie van de (deel)plannen 1A, 1B, 1C, 1D en 1E opmaken".
40/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Reactie: Het bestemmingsplan toont geen bouwplannen, maar juridische kaders waarbinnen bouwplannen zijn toegestaan. Bij punt 1.3 in de toelichting zijn op een luchtfoto de locaties van de deelgebieden aangegeven en met een plantekening de contouren van de nieuwe bebouwing. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deel ongegrond te verklaren. HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 24 juli 2024 een beschikking in het kader van de Wet geluidhinder genomen. De beschikking heeft vanaf 27 juli 2024 voor de duur van zes weken (tot 6 september 2024) ter inzage gelegen. Binnen deze periode konden belanghebbenden een beroepsschrift indienen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor zover bekend zijn er geen beroepschriften ingediend. ADVIES COMMISSIE M.E.R. Er is een toetsingsadvies aan de commissie m.e.r. gevraagd over de juistheid en volledigheid van de milieu-informatie van het projectMER voor de stedelijke ontwikkeling van Dreven, Gaarden en Zichten binnen Zuidwest (hoofdstuk 7 van het MER). Bij deze toetsing van het projectMER heeft de Commissie de toets aan het MER bij bestemmingsplannen Dreven 1 en Zichten 2,3 en 7 betrokken. In het eerste door de Commissie m.e.r.
uitgebrachte advies op 11. juni 2024 constateerde de Commissie dat uit de eerste toets aan het MER bestemmingsplan Dreven, Gaarden Zichten is gebleken dat de effecten grotendeels binnen de kaders van de vastgestelde structuurvisie vallen. De Commissie constateerde dat belangrijke milieu-informatie ontbrak en adviseerde het projectMER op de volgende punten aan te vullen: • meer inzicht bieden in hoeverre de ambities worden gehaald in Dreven, Gaarden en Zichten. Het MER gaf alleen aan of het een positieve of negatieve bijdrage aan de ambities levert. • meer inzicht bieden hoe de deelontwikkelingen in Dreven, Gaarden en Zichten zich verhouden tot de totale structuurvisie, hoe de gemeente hierover de regie zal voeren en welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn en wat het effect daarvan is; • het monitoringsprogramma uitwerken; • het opstellen van een toegankelijke samenvatting van het projectMER Dreven, Gaarden en Zichten. Als gevolg van het advies van de Commissie m.e.r. heeft de gemeente een aanvulling op het MER opgesteld. In deze aanvulling op het MER, in de vorm van een oplegrapport op het MER Zuidwest (versie maart 2023), wordt invulling gegeven aan dit advies (bijlage 4). Parkeren Op basis van de parkeeronderbouwing van Goudappel van 23 augustus 2024 blijkt dat er binnen het plangebied Dreven 1 voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd.
De invoering van parkeerregulering beïnvloedt de uitkomst van de berekening niet. Door de toevoeging van een parkeergarage met 260 plekken ontstaat er een overcapaciteit, die in toekomstige planvorming voor de buurt Dreven kan worden benut. Voor de volledige onderbouwing, zie bijlage 16 bij de toelichting.
41/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het voorliggende bestemmingsplan maakt planologisch de ontwikkeling van maximaal 266 woningen mogelijk. De bouw is aan te merken als een bouwplan, zoals aangewezen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Daarom is de gemeente op basis van artikel 6.12 Wro verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het bouwplan vindt plaats op percelen welke door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven. Bij aanpassing van de erfpachtvoorwaarden ten behoeve van het nieuwe bouwplan wordt door de afdeling Erfpacht suppletie in rekening gebracht. Kostenverhaal voor apparaatskosten en eventuele ingrepen in het openbare gebied wordt hier verzekerd op basis van de ontwikkelingen via een vastgestelde grex. STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtelijke wijzigingen Verbeelding A. Aanpassen verbeelding Als gevolg van wijziging in de regels, artikel 7.1 lid d bestemmingsomschrijving, wordt er op de verbeelding de aanduiding ‘fietsparkeerplaats’ toegevoegd.
42/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan
43/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Vast te stellen verbeelding
44/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
B. Toevoegen aanduidingen NV en WKO Als gevolg van wijziging in de regels, artikel 4.1 bestemmingsomschrijving, worden er op de verbeelding twee aanduidingen opgenomen "nutsvoorziening" (NV) en "Warme Koud Opslag" (WKO).
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan
45/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
Vast te stellen verbeelding Regels A. Begripsbepaling 1.15 Betaalbare Koopwoning Onder doornummering van de overige begripsbepalingen is artikel 1.15 Betaalbare Koopwoning toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 1.15 betaalbare koopwoning Een koopwoning met een vrij-op-naamprijs van €390.000 (prijspeil 2024, te indexeren conform de CPI-index van alle huishoudens + 1%). B. Begripsbepaling 1.22 Culturele voorzieningen Onder doornummering van de overige begripsbepalingen is artikel 1.22 Culturele voorzieningen toegevoegd, dat als volgt komt te luiden:
46/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
1.22 culturele voorzieningen: voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur, zoals theaters, schouwburgen, concertzalen, ruimten voor het beoefenen van muziek of andere kunstuitingen, bioscopen, filmhuizen en musea met inbegrip van bijbehorende voorzieningen, alsmede tentoonstellingsruimten en werk- en presentatieruimten ten behoeve van kunstenaars. Binnen culturele voorzieningen is aan de hoofdfunctie gerelateerde horeca toegestaan. C. Begripsbepaling 1.27 CPI-index Onder doornummering van de overige begripsbepalingen is artikel 1.27 CPI-index toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 1.27 CPI- index consumentenprijs-index, een indexatiemethode waarbij het percentage jaarlijks wordt vastgesteld door het Rijk. D. Wijziging artikel 1.49 middeldure huurwoning De in dit bestemmingsplan opgenomen begripsomschrijving wijkt af van de inmiddels in andere plannen hiervoor opgenomen begripsomschrijving.
Wij achten gewenst in deze begripsomschrijving eenduidig te zijn en deze als volgt te wijzigen: 1.49 middeldure huurwoning: een huurwoning met een aanvangshuurprijs vanaf de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, met een huurprijs van maximaal € 985,-- (prijspeil 2020 te indexeren conform CPI alle huishoudens + 1%) welke woning gedurende een periode van minimaal 20 jaar als zodanig moet worden gebruikt, welke periode voor de betreffende Middeldure huurwoning aanvangt op de ingangsdatum van de eerste ter zake van deze Middeldure huurwoning te sluiten huurovereenkomst. E. Wijziging artikel 1.50 nutsvoorziening Het is gewenst aan artikel 1.50 WKO-systemen als volgt toe te voegen. Het artikel wordt als volgt gewijzigd: 1.50 nutvoorziening: een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit en de telecommunicatie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, Wko-systemen, telefooncellen en zendmasten. F. Schrappen artikel 3.2.1 lid e In het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk een bepaling overgenomen uit het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht, die in dat bestemmingsplan betrekking had op het handhaven van de bomen op de binnentuin tussen bestaande woonblokken aan de straten Het Zicht en Ruimzicht.
In dat bestemmingsplan was de ruimte opgenomen in deze binnentuin diverse bedrijfs- en maatschappelijke functies te realiseren, waarbij dus de aanwezige bomen in die binnentuin ontzien moeten worden. G. Wijzigen artikel 4.1 Bestemmingsomschrijving Als gevolg van het ondermeer op de begane grond voorzien in fietsparkeren, alsmede de toegankelijkheid naar de parkeerplaatsen op de verdiepingen, is het gewenst dit artikel gewijzigd vast te stellen. Wij stellen voor artikel 4.1 als volgt te wijzigen:
47/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Parkeren; alsmede maar enkel op de begane grond: b. bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van bedrijven in de categorieën A en B van de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van inrichtingen bedrijven functiemenging' als opgenomen in bijlage 2; c. kantoren; d. detailhandel; e. dienstverlening; f. cultuur en ontspanning; g. maatschappelijk, waaronder uitsluitend wordt begrepen; 1. bibliotheek, medische en paramedische voorzieningen, welzijnsvoorzieningen, openbare dienstverlening, welzijnsvoorzieningen en aan deze functie gerelateerde horeca, levensbeschouwelijke voorzieningen. en ter plaatse van de functieaanduidingen: h. "nutsvoorziening"(nv) voor nutsvoorzieningen; i. "Warmte Koude Opslag" voor WKO-systemen. H. Schrappen artikel 4.3 lid e Nadere eisen In het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk een bepaling overgenomen uit het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht, die in dat bestemmingsplan betrekking had op het handhaven van de bomen op de binnentuin tussen bestaande woonblokken aan de straten Het Zicht en Ruimzicht. In dat bestemmingsplan was de ruimte opgenomen in deze binnentuin diverse bedrijfs- en maatschappelijke functies te realiseren, waarbij dus de aanwezige bomen in die binnentuin ontzien moeten worden. I.
Schrappen artikel 4.4 Specifieke gebruiksregels De specifieke gebruiksregels in artikel 4.4 sluiten niet aan op de in 4.1 toegestane functies. Het artikel kan derhalve geschrapt worden. Het daaropvolgende lid 4.5 wordt vernummerd in 4.4, waarbij in lid a de vermelding 4.4 onder a wordt geschrapt. J. Schrappen artikel 7.1 lid g Artikel 7.1 lid g dat als volgt luidt: g. loopbruggen, die de hoofdgebouwen met elkaar verbinden. wordt geschrapt. K. Wijzigen artikel 7.1 lid d Bestemmingsomschrijving Het is wenselijk dit artikel gewijzigd vast te stellen. De wijziging heeft betrekking op de binnen het bouwblok te realiseren fietsparkeerplaats. Wordt artikel 7.1 lid d gewijzigd, dat als volgt komt te luiden: d. fietsparkeerplaatsen; L. Toevoegen sub f aan artikel 7.3 Nadere eisen Aan artikel 7.3 wordt sub f toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: f. de situering en inrichting van de buiten de bouwvlakken gelegen gronden als tuin.
48/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
M. Schrappen sub c van artikel 7.4 Specifieke gebruiksregels Sub c van artikel 7.4 Specifieke gebruiksregels schrappen, omdat de te realiseren woningbouw voor plot 1B geheel als sociale huurwoningen dient te worden geëxploiteerd. N. Wijzigen sub d van artikel 7.4 Specifieke gebruiksregels Onder doornummering van de overige leden wordt artikel 7.4 lid d gewijzigd, dat als volgt komt te luiden: e. Op de woningen is de Verordening doelgroepen woningbouw (RIS308713) van toepassing, met dien verstande dat indien voornoemde verordening gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; O. Wijzigen artikel 8.4 Specifieke gebruiksregels Artikel 8.4 dient vanwege de gewijzigde begripsomschrijving van middeldure huurwoningen gewijzigd te worden. Voorts zijn de vermelde aantallen van nieuwbouwwoningen vervangen door percentages. Daarmede wordt beter aangesloten op mogelijke nadere uitwerkingen van de bouwplannen: 8.4 Specifieke gebruiksregels a. Buiten het bouwvlak is overkragende bebouwing toegestaan. b. Van de ingevolge dit artikel te realiseren woningbouw dient ten minste 60%, als middelhuur of betaalbare koop te worden geëxploiteerd; c. Van het totaal aantal woningen mag niet meer dan 20% beschikken over een woonoppervlak van minder dan 50m2 GBO; d. Op de onder b.
aangeduide woningen is de Verordening doelgroepen woningbouw (RIS308713) van toepassing, met dien verstande dat indien voornoemde verordening gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; e. Het bevoegd gezag kan afwijken van het gestelde onder b. indien van basis van een integrale belangenafweging moet worden geconcludeerd dat het voldoen aan deze verplichting in redelijkheid niet kan worden gevergd; f. Voordat de op grond van dit artikel gerealiseerde woningen in gebruik worden genomen, dient ten genoegen van het bevoegd gezag te worden aangetoond, dat aan het bepaalde onder b, c en d wordt voldaan. P. Aanpassen artikel 11.5.1 Verbodsbepaling Artikel 11.5.1 wordt gewijzigd in: Het is verboden om op de tot 'Waarde - Cultuurhistorie – Karakteristiek' bestemde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (onderdelen van) karakteristieke bebouwing zoals opgenomen "Bijlage 8 Karakteristiek Erfgoed Dreven 1" te slopen, verplaatsen of wijzigen. Q. Wijzigen artikel 13 lid d Algemene bouwregels Naar aanleiding van de uitkomsten van het overleg met het Hoogheemraadschap voor Delfland dient de in lid d van artikel 13 vermelde opvangcapaciteit nader bepaalde te worden op 625 m3. R. Aanpassen artikel 13 lid j Algemene bouwregels Vanwege de parkeervoorziening binnen het plangebied behoeft de redactie van deze bepaling aanpassing.
Voorgesteld wordt dit artikel als volgt te wijzigen: j. Een vergunningplichtige bouw- of gebruiksactiviteit is alleen toegestaan onder de voorwaarde dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren van voertuigen en (brom-)fietsen. Deze parkeergelegenheid dient beschikbaar te zijn voordat de laatste woning die deel uitmaakt van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan, opgeleverd wordt.
49/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
S. Wijziging artikel 13 sub m Algemene bouwregels In verband met het feit, dat de parkeergelegenheid ten behoeve van de nieuwbouw deels in deze nieuwbouw en deels in een afzonderlijk parkeergebouw geregeld wordt, verdient het de voorkeur de aan deze parkeergelegenheid te stellen eisen te baseren op de hiervoor wettelijk vastgestelde norm (NEN 2443). Deze norm bepaalt de minimumafmetingen voor zowel reguliere parkeerplaatsen alsook voor parkeerplaatsen ten behoeve van minder-validen. Wij stellen u voor artikel 13 sub m als volgt te wijzigen: m. zowel openbare- als private parkeergelegenheden, voor het parkeren van personenauto’s moeten, voldoen aan NEN-norm 2443. Dit geldt tevens voor parkeerplaatsen ten behoeve van mindervaliden. T. Aanpassen artikel 14 lid c Algemene gebruiksregels Vanwege de parkeervoorziening binnen het plangebied behoeft de redactie van deze bepaling aanpassing. Voorgesteld wordt dit artikel als volgt te wijzigen: c. Een vergunningplichtige bouw- of gebruiksactiviteit is alleen toegestaan onder de voorwaarde dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren van voertuigen en (brom-)fietsen. Deze parkeergelegenheid dient beschikbaar te zijn voordat de laatste woning die deel uitmaakt van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan, opgeleverd wordt. U.
Aanpassen artikel 14 lid i Algemene gebruiksregels Ingevolge de uitkomsten van het met het Hoogheemraadschap Delfland gevoerde overleg in het kader van de watertoets behoeft de redactie van dit artikel aanpassing. Wij stellen de volgende tekst voor: i. Binnen 12 maanden, gerekend vanaf de datum van ingebruikname van de laatst opgeleverde woning, dient een waterberging met inachtneming van eventueel daartoe te stellen eisen door het Hoogheemraadschap Delfland met een capaciteit van 625 m3 overeenkomstig het bepaalde in lid j. van dit artikel gerealiseerd te zijn, het bevoegd gezag kan hieromtrent zekerheden verlangen; V. Aanpassen artikel 14 lid j onder 1 Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van de uitkomsten van het overleg met het Hoogheemraadschap voor Delfland dient de in lid j onder 1 van dit artikel vermelde opvangcapaciteit nader bepaald te worden op 625 m3. W. Wijzigen artikel 15.1 lid a Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden in beperkte mate af te wijken van de maatvoering op de Verbeelding. In algemene zin is hierbij een afwijkingsmogelijkheid van 10% voor wat betreft perceelsafstanden van bebouwingspercentages voldoende, maar in de praktijk is gebleken dat het voor met name bouwhoogtes dit percentage te laag kan zijn, waardoor het onvoldoende mogelijkheden biedt voorzieningen op (platte) daken te realiseren.
Om deze reden stellen wij u voor de afwijkingsbevoegdheid voor goot- en/of bouwhoogten nader te bepalen op 15%. Volledigheidshalve tekenen wij hierbij aan, dat van deze bevoegdheid slechts gebruik gemaakt zal worden indien uit over te leggen onderzoeken blijkt, dat zulks geen negatieve gevolgen voor de omgeving heeft. Wij stellen u voor artikel 15.1 lid a als volgt te wijzigen: a. het afwijken van voorgeschreven maten: 1. ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten met maximaal 15%; 2. voor perceelsgrensafstanden en bebouwingspercentages met maximaal 10% mits deze overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;
50/82
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10793924
X. Toevoegen sub g aan artikel 7.4 Specifieke gebruiksregels In dit plan wordt een parkeergebouw mogelijk gemaakt dat een overschot aan parkeerplaatsen bevat dat nodig is voor andere deelgebieden. Om te borgen dat het overschot daadwerkelijk wordt gerealiseerd en dat parkeerkeerplaatsen tijdig worden gerealiseerd voor de oplevering van woningen en andere functies. Wordt aan artikel 7.4 Specifieke gebruiksregels lid g toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: g. voordat de op grond van dit artikel gerealiseerde woningen in gebruik worden genomen, dient ten genoegen van het bevoegd gezag te worden aangetoond, dat aan het bepaalde onder a. wordt voldaan alsmede de ingevolge artikel 14 sub c benodigde de parkeergelegenheid dient beschikbaar te zijn voor de oplevering van de woningen die deel uitmalen van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan. Y. Toevoegen sub h aan artikel 8.4 Specifieke gebruiksregels In dit plan wordt een parkeergebouw mogelijk gemaakt dat een overschot aan parkeerplaatsen bevat dat nodig is voor andere deelgebieden. Om te borgen dat het overschot daadwerkelijk wordt gerealiseerd en dat parkeerkeerplaatsen tijdig worden gerealiseerd voor de oplevering van woningen en andere functies. Wordt aan artikel 8.4 Specifieke gebruiksregels lid h toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: h.