CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20241129-RIS320058 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1 (RIS320058)28.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Datum

Ons Kenmerk

1 oktober 2024

DSO/10793924 RIS320058

Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Dreven 1 INLEIDING Bij raadsmededeling van 19 december 2023 (RIS317394) is aan de raad toegezonden het ontwerpbestemmingsplan Dreven 1. Het ontwerpbestemmingsplan Dreven 1 heeft voor eenieder ter inzage gelegen van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024. Begrenzing van het plangebied Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het projectgebied ligt binnen het ruimtelijke raamwerk van Bouwlust-Vrederust.

Figuur 1: begrenzing van het plangebied

Het gehele plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Melis Stokelaan en aan de noordoostzijde door de Dorpersdreef. De Pachtersdreef vormt samen met een openbaar wateroppervlak de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied. De gehele westzijde van het plangebied Dreven deelplan 1 wordt begrensd door de Dreef en bevat de eerste vier deelplannen van Dreven fase 1 (deelplan 1A, 1B, 1C en 1D). Binnen fase 1 zullen ook nog de deelplan 2a, 2b, 2c en 2d volgen. De overige deelplannen van de Dreven zijn fase 2. In het coalitieakkoord is afgesproken om “voor de Planontwikkeling fase 2 Dreven onderzoek te gaan doen of meer ruimte kan worden gevonden voor behoud van beeldkwaliteit en meer groen dan opgenomen in de huidige plannen”. Het college heeft behoefte om deze afspraak te borgen en heeft daartoe in het dictum van dit raadsvoorstel opgenomen dat verder besluitvorming over fase 2 “on hold” wordt gezet totdat dit onderzoek heeft plaatsgevonden en de resultaten zijn verwerkt in een aanpassing van de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) voor fase 2.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Figuur 2: fases en deelplannen binnen de Dreven

Aanleiding voor het bestemmingsplan De gemeente stelt om een aantal redenen een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied Dreven op. Het bestemmingsplan Dreven 1 betreft een bestemmingsplan voor herontwikkeling op de betreffende locatie. Bij het opstellen van het bestemmingsplan liggen het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten (RIS305714) en de Nota van Uitgangspunten Dreven (RIS308508) ter grondslag. Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het bestemmingsplan BouwlustVrederust. Het huidige bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In het voorliggende bestemmingsplan wordt het kader voor de ontwikkeling vastgelegd. Doel van het bestemmingsplan Het doel van bestemmingsplan Dreven 1 is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkelingen op de kavels die vallen binnen het plangebied, conform de kaders van het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de vastgestelde Nota van Uitgangspunten Dreven zoals omschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting. Overzicht ontwikkelingen De Dreven is gelegen aan de rand van Zuidwest, in de hoek van de kruising tussen de Erasmusweg en de Lozerlaan en is daarmee de uiterste zuidwestpunt van Den Haag.

Door de ligging aan de rand van Den Haag, bij het kruispunt van de belangrijke wegen Lozerlaan en Erasmusweg is het tevens een beeldbepalende buurt voor Bouwlust-Vrederust als geheel. Het stedenbouwkundig plan voor bestemmingsplan Dreven 1 bestaat uit vier onderdelen, namelijk Plot 1A, 1B, 1C, en 1D. De planvorming voor de plotten 1B en 1C is reeds gestart. Voor de overige plotten wordt de definitieve invulling (lees het programma) in een later stadium verder uitgewerkt. Wat deelplan 1B betreft, is de ambitie om in te zetten op een positieve bijdrage aan de identiteit en het imago van de wijk, betaalbare woningen realiseren in het sociale segment en in te zetten op stedelijke verdichting. In deelplan 1C worden er geen sociale huurwoningen gerealiseerd; dit deelplan is gericht op het toevoegen van betaalbare koopappartementen en dure koop. Het doel is om in te zetten op een gedifferentieerde woningvoorraad met aandacht voor de beoogde doelgroepen. De woningvoorraad wordt in Dreven fase 1 vergroot (van 139 naar circa 260 woningen).

2/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Hiervoor worden circa 64 woningen gesloopt in 1B, 1C en 1D, circa 75 woningen gerenoveerd in 1A en circa 185 nieuwe woningen gebouwd in 1B en 1C. Voor een totaaloverzicht zie de tabellen met nadere uitleg in hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. Dreven 1A

Dreven 1B

Sociaal Midden huur Dure huur Betaalbare koopappartementen Vrij sector koop Totaal

76

114

Bedrijfs Onroerend Goed (BOG)/Maatschappelijk Onroerend Goed (MOG)

1553 m2

76

114

Dreven 1C

Dreven 1D

Totaal

%

19o

72,8%

47

47

18%

24 71

24 261

9,2%

1700 m2

Deze tabel is indicatief. Bij de beoordeling van de bouwaanvraag zal op basis van de exacte aantallen het definitief aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Voor wat betreft BOG/MOG is de parkeerbehoefte vanwege dubbelgebruik op nul bepaald.

Voor de parkeerbalans is breder gekeken dan het plangebied. Dit omdat in de huidige en toekomstige situatie een deel van de bestaande woningen buiten het plangebied gebruik maken van parkeerplaatsen binnen het plangebied. Het uitgangspunt is dat de renovatiewoningen en de te handhaven woningen, inclusief hun bezoekers, gaan parkeren op straat (dus openbaar gebied) en het parkeren voor de nieuwbouw plaatsvindt op eigen terrein. Binnen de Dreven worden op eigen terrein geen parkeerplaatsen gerealiseerd. De volledige parkeerbehoefte zal worden opgelost in de openbare parkeergarage (Dreven 1D). Op de locatie van Dreven 1D wordt een gebouwde parkeervoorziening gerealiseerd met 260 openbare parkeerplaatsen. Voor de Dreven 1 wordt in voldoende bedrijfs-onroerend goed en maatschappelijk-onroerend goed voorzien. In planonderdeel 1A wordt in de bestaande te renoveren bebouwing de huidige commerciële ruimtes gehandhaafd waarbij maatschappelijke functies mogelijk zijn. In planonderdeel 1D is ruimte voor bedrijfsfuncties aanwezig. Programma plot 1A De huidige commerciële ruimtes in de plint van Dreven 1A worden in fase 1 gerenoveerd en opnieuw ingevuld met voornamelijk maatschappelijke functies. Het doel is om hier een buurtfunctie te behouden, gericht op ontmoeting. Er is in totaal 1553 m2 beschikbaar om in te vullen.

Programma plot 1D In de plint van collectieve parkeervoorziening (plandeel 1D) zijn bedrijfsruimten voorzien voor kleinschalige maakindustrie en bedrijvigheid. Er wordt gestuurd op totaal 1700 m2 aan bedrijfsruimtes.

3/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Beschermd stadsgezicht Om herontwikkeling van De Dreven mogelijk te maken heeft de gemeenteraad besloten de status van beschermd stadsgezicht in te trekken. De inwerkingtreding van deze intrekking is gekoppeld aan het vaststellen van een nieuw planologisch kader (RIS313806). De inwerkingtreding zal hierdoor gefaseerd plaatsvinden. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan zal de beschermde status voor dit deel van de Dreven zijn vervallen. Voorliggend plan geeft invulling aan behoud van bepaalde cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals de karakteristieke voormalige winkelbebouwing met portiekwoningen langs De Dreef (Dreven 1A), het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen en de diagonale zichtlijnen. De fraaie singel met bajonet, in het hart van de wijk, krijgt een nog prominentere positie in het geheel. Geldende planologische regelingen Het plangebied van het bestemmingsplan Dreven 1 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Vrederust, vastgesteld 5 juli 2012. Naast het bestemmingsplan dat op het specifiek plangebied van toepassing is, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op het gehele gemeentelijk grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a.

Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld op 1 december 2022. PROCEDURE Vooroverleg Op 14 juli 2023 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. Inspraak Bij besluit, d.d. 19 december 2023, kenmerk DSO/10643426, heeft het college besloten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Op 28 december 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. Het ontwerpbestemmingsplan Dreven 1 is nog vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (d.d.

1 januari 2024) op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met inachtneming van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter inzage gelegd. De termijn van terinzagelegging was van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024. Op 10 januari 2024 was voor het ontwerpbestemmingsplan een inloopbijeenkomst gehouden op locatie bij Leger des Heils aan de Ambachtsgaarde 198. Het bestemmingsplan was in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn 7 zienswijzen ingediend.

4/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Overgangsrecht Omgevingswet Op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op de bestemmingsplannen, die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ter inzage zijn gelegd. Dat betekent dat de Wro op dit plan van toepassing blijft tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het bestemmingsplan zal na vaststelling tezamen met alle andere geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen onderdeel gaan uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het college biedt de raad hierbij het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0381BDreven-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 01. 02. 03. 04.

Ra-nr. 10688590 10688756 10690661 10690684

05. 06.

10690704 10702023

07.

10702064

Indiener zienswijze Hoogheemraadschap van Delfland Belanghebbende Bomenstichting Den Haag mr. R.B. van Heijningen advocaat namens Vrienden van Den Haag, Vereniging Bond Heemschut, Stichting SOS Den Haag en Stichting het Cuypersgenootschap Stichting SOS Den Haag Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust

Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen. Behandeling zienswijzen In het onderstaande zijn de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven. De volledige zienswijzen zijn als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. 1.

Ra 10688590

Hoogheemraadschap van Delfland

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Zienswijze onderdeel a: Met betrekking tot de onderwerpen regels voert reclamant aan dat ''voor het plan geldt een wateropgave voor het compenseren van toename van verharding door middel van het graven van oppervlaktewater en voor het compenseren van klimaat effecten door middel van vasthoudmaatregelen.” Reclamant verzoekt om "beide wateropgaven in de regels van het bestemmingsplan te borgen."

5/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel b: Met betrekking tot het thema "voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit)" in relatie tot de "waterstructuur en doorstroming", stelt reclamant dat het bestemmingsplan niet duidelijk maakt “op welke wijze het oppervlaktewater wordt aangepast.” In de zienswijze verzoekt de reclamant dat: ''een situatietekening met maatvoering, waarin de bestaande situatie en de nieuwe situatie van het oppervlaktewater uitgewerkt zijn."; “een beschrijving aan te leveren van het nieuwe watersysteem aan de hand van de relevante beleidsregels."; ''een aanpassing aan het oppervlaktewater, zoals bijvoorbeeld het dempen en graven van water, de aanleg van duikers en de aanleg van bruggen, dient te voldoen aan de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland. In de beleidsregels Dempen en graven, Kunstwerken in wateren en Werken in het profiel van wateren zijn de toets criteria te raadplegen, waaraan het nieuwe ontwerp moet voldoen."; "in het beoogde plan is het van belang, dat de structuur van het watersysteem door het ruimtelijk plan niet verslechtert en dat gewaarborgd blijft, dat de aan- en afvoercapaciteit en de doorstroming goed blijven functioneren. In het beoogde plan is onvoldoende aangetoond, of de doorstroming voldoende gewaarborgd is.

Versnippering en doodlopende watergangen zijn niet toegestaan." Verzoek is dit nader te onderbouwen.; "in het plangebied wordt de gemengde riolering vervangen door een gescheiden riolering en daarmee wordt het hemelwater naar het oppervlaktewater afgekoppeld." Verzoek om te onderbouwen, hoe met de afvoer van hemelwater omgegaan wordt en of de capaciteit van de watergang voldoende is." Zienswijze onderdeel c: Met betrekking tot het thema "voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit)" in relatie tot de "wateropgave compensatie verharding en compensatie klimaateffecten". In de zienswijze verzoekt de reclamant dat: "de wateropgave voor het plangebied, zoals beschreven in de toelichting, te laten corresponderen met een juiste watersleutel en deze onderdeel van het bestemmingsplan te laten uitmaken."; "in de waterparagraaf uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt. Hierbij dient ten minste de wateropgave voor de compensatie van toename van verharding (ontwikkeling) in open oppervlaktewater gegraven te worden."; "in samenspraak met de gemeente worden de eisen uit de Wegwijzer Den Haag Klimaat- bestendig en de wateropgave voor klimaateffecten, berekend met de watersleutel, naast elkaar gehanteerd.

Omdat maatregelen voor beide doelen effectief kunnen zijn, hoeft alleen de grootste klimaatwateropgave gerealiseerd te worden." Zienswijze onderdeel d: Met betrekking tot het onderwerp ''grondwater" verzoekt reclamant dat "de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan met betrekking tot grondwater/bodem te onderbouwen" en "de effecten van het ruimtelijk plan (ondergrondse constructies) op het lokale grondwatersysteem/bodem te beschrijven." Zienswijze onderdeel e: Met betrekking tot de onderwerpen "onderhoud en bagger" verzoekt reclamant om "te beschrijven op welke wijze rekening met het onderhoud en de inspecteerbaarheid van het oppervlaktewater, aangrenzend met het plangebied, gehouden is" en geeft aan dat "in de legger zijn de vereiste beschermingszones (onderhoudsstroken) opgenomen, te raadplegen via onze website Beleid Delfland (hhdelfland.nl). Deze beschermingszones dienen vrijgehouden te worden van toekomstige werken."

6/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel f: Met betrekking tot het thema "watersysteemkwaliteit en ecologie" verzoekt reclamant dat "een beschrijving van de effecten van de nieuwe ontwikkeling op de huidige chemische en ecologische watersysteemkwaliteit te geven" en dat "een achteruitgang van de watersysteemkwaliteit en ecologie is niet toegestaan." Voorts verzoekt reclamant dat "in het plangebied liggen kansen voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Wij vragen u te vermelden, hoe hieraan invulling gegeven kan worden." Zienswijze onderdeel g: Met betrekking tot het thema "afvalwaterketen" verzoekt reclamant om te onderbouwen "of de capaciteit van de riolering in de toekomstige situatie voldoende is" om te voorkomen "dat er een toename op de kans van overstorten op het oppervlaktewater is." En "wat de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lozingen en de daardoor verwachte veranderingen op het oppervlaktewater, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwater zijn." Reactie onderdelen a t/m g: Naar aanleiding van de aangestipte onderwerpen in deze zienswijze is de gemeente in overleg getreden met het Hoogheemraadschap Delfland. Op grond hiervan is de watertoets voor Dreven 1 aangepast, waarvoor thans instemming is verkregen van het Hoogheemraadschap. Bijlage 3 van de toelichting wordt vervangen door de aangepaste watertoets.

Advies: Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze gegrond te verklaren. De regels van artikel 13 lid d Algemene bouwregels en artikel 14 lid i en j Algemene gebruiksregels worden gewijzigd. Voorts wordt in de toelichting de waterparagraaf 4.9 vervangen en bijlage 3 van de toelichting vervangen door de aangepaste watertoets. Zie hiervoor ook punt E en R van de ambtshalve wijzigingen van de regels. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze gegrond te verklaren. 2.

Ra 10688756

Belanghebbende

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: Parkeren Zienswijze onderdeel a: Reclamant stelt dat "de parkeervoorziening aan de Dorpersdreef voor eigenaren van Gravinnendreef 23 t/m 57, Dorpersdreef 160 en 162, Kloveniersdreef 4 t/m 34 en Schuttersdreef 145 en 147 zijn. Reclamant stelt dat in de huidige situatie de parkeerplekken zijn uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht en in mandeligheid zijn van de voornoemde huiseigenaren". Reactie: Inderdaad, dit is bekend bij de gemeente en hier wordt rekening mee gehouden. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

7/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel b: Reclamant stelt dat "elke woning een eigen parkeerplaats aangewezen heeft gekregen en verwijst naar: de titels van aankomst, ingeschreven te Zoetermeer, op 13-12-2000 in deel 16995 nummer 23. Reclamant weet het niet zeker en stelt dat de woningen aan de Gravinnendreef 35 t/m 57, Dorpersdreef 160 en 162 en aan de Kloveniersdreef een parkeerplaats aangewezen gekregen hebben op de Dorpersdreef". Reactie: Dit is bekend bij de gemeente. Overigens merken wij op dat deze zienswijze geen betrekking heeft op de inhoud van het voorliggende plan, maar over het openbaar gebied. Voor wat betreft de eigen parkeerplaatsen, wordt bij de herinrichting hier rekening mee gehouden. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel c: Reclamant maakt op dat "uit de tekening – in de nieuwe situatie - dat de Gravendreef verplaats wordt en dat er 6-8 parkeerplaatsen aan de Dorpersdreef komen te vervallen en dat er 6 tot 8 parkeerplaatsen verderop op de Dorpersdreef bijkomen". Reclamant stelt dat "voor de onteigening van de parkeerplaatsen schriftelijk toestemming dient verkregen te worden van de huiseigenaren aan de Gravinnendreef 23 t/m 57, Dorpersdreef 160 en 162, Kloveniersdreef 4 t/m 34, en Schuttersdreef 145 en 147". Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij u naar de reactie onder onderdeel b van de zienswijze.

Aangetekend zij nog dat van onteigening geen sprake is. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

8/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel d: Reclamant verzoekt dat "de nieuwe 6 tot 8 parkeerplaatsen in gezamenlijke eeuwigdurende erfpacht en in mandeligheid worden uitgegeven aan de eigenaren van Gravinnendreef 23 t/m 57, Dorpersdreef 160 en 162, Kloveniersdreef 4 t/m 34 en Schuttersdreef 145 en 147, met benoeming van welke nieuwe parkeerplaats hoort bij welke eigenaar". Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij u naar de reactie onder onderdeel b van de zienswijze. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant stelt dat ''de uitbreiding in het verleden van parkeerplaatsen aan de Kloveniersdreef omdat de gemeente te weinig parkeerplaatsen tijdens de oplevering had gemaakt. Deze extra parkeerplaatsen dienen ook nog in gezamenlijk eeuwigdurend erfpacht in mandeligheid uitgegeven te worden aan alle eigenaren Gravinnendreef 23 t/m 57, Dorpersdreef 160 en 162, Kloveniersdreef 4 t/m 34 met aanwijzing van welke plek bij welke eigenaar hoort''. Reactie: Wij merken op dat deze zienswijze geen betrekking heeft op de inhoud van het voorliggende plan, maar over het openbaar gebied. In principe kunnen parkeertekorten in de bestaande omgeving niet worden afgewikkeld op een nieuwbouwplan. Op basis hiervan kunnen wij geen medewerking verlenen aan het verzoek van de reclamant.

Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel f: Voorts heeft de reclamant een aantal verzoeken, namelijk dat ''het bord aan de Dorpersdreef weer opnieuw te plaatsen, omdat de nieuwe parkeerplaatsen niet meer om het wooncomplex heen liggen, en voor derden niet duidelijk is dat deze parkeerplaatsen een eigenaar hebben". Verder vraagt reclamant "nummering en parkeerbeugels aanbrengen op de nieuwe parkeerplaatsen aan de Dorpersdreef en om een schadevergoeding voor de eigenaren van de nieuwe parkeerplaatsen aan de Dorpersdreef omdat deze niet meer bij het wooncomplex liggen''. Reactie: Opgemerkt dient te worden dat hetgeen reclamant stelt in de zienswijze geen zaken zijn die in het bestemmingsplan worden geregeld, het gaat hier om zaken met betrekking tot de openbare ruimte. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel g: Reclamant verzoekt dat "eerst de nieuwe parkeerplaatsen aan de Dorpersdreef te maken en daarna pas de oude parkeerplaatsen weghalen".

9/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Reactie: Deze zienswijze heeft geen betrekking op het voorliggend plan maar is onderdeel van de uitwerking van het inrichtingsplan van de openbare ruimte. De planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Uiteraard zal worden getracht zoveel mogelijk rekening te houden met de mogelijkheden voor huidige bewoners om te kunnen parkeren tijdens de bouwwerkzaamheden. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

10/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel h: Reclamant stelt "dat tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden er toezicht gehouden wordt dat er geen containers etc. op de parkeerplaatsen aan de Dorpersdreef worden neergezet en dat schade aan de parkeerplaatsen door sloop en bouwwerkzaamheden gerepareerd wordt op kosten van de Gemeente". Reactie: Dit bezwaar heeft geen betrekking op het voorliggend plan maar is onderdeel van de uitwerking van het inrichtingsplan van de openbare ruimte. De planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Wij willen reclamant echter geruststellen dat er bij de uitvoering hier rekening mee wordt gehouden. De gemeente kan immers geen containers of bouwmaterialen plaatsen op grond van derden zonder de benodigde toestemmingen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel i: Reclamant vraagt "aandacht voor de versmalde stoep i.v.m. het plaatsen van nieuwe parkeerplaatsen loopt nu over parkeerplaats in eigendom van nr. 24 op de Kloveniersdreef". Ook vraagt reclamant of "de versmalde stoep bij de aanleunwoningen aan de Dorpersdreef betekend dat de voortuin verdwijnt en is de woningbouwvereniging hiermee akkoord gegaan. Voorts stelt Reclamant dat de tuindeuren van de aanleunwoningen aan de Dorpersdreef komen uit op de openbare ruimte en de tuindeuren draaien naar buiten toe open".

Reactie: De openbare ruimte gaat voldoen aan handboek openbare ruimte, hier worden ook voldoende brede trottoirs onder volstaan. Door een verschuiving van het wegprofiel blijft er voldoende breedte over. De exacte inrichting van de openbare ruimte is geen onderdeel van het voorliggend bestemmingsplan. Dit wordt separaat in een inrichtingsplan openbare ruimte uitgewerkt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Ecologie Zienswijze onderdeel j: Reclamant verzoekt dat "er een ecologisch plan wordt gemaakt en ook alvast wordt uitgevoerd waar mogelijk". Hiermee wil Reclamant voorkomen dat actiegroepen een beroep indienen bij de Raad van State zoals bij het bestemmingsplan de Zichten. Reactie: Het bestemmingsplan Dreven 1 maakt geen onderdeel uit van een ecologische hoofdstructuur. Wel is er in de uitwerking van het inrichtingsplan aandacht voor de kwaliteit van het groen. Hetgeen verzocht wordt door reclamant komt in de nadere uitwerking van het inrichtingsplan openbare ruimte aan de orde. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

11/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel k: Reclamant verzoekt dat "er een compensatie komt voor het verlies van allerlei diersoorten". Reclamant stelt voor dat "er een ecologische zone komt aan de overkant van de Gaarde oeverpad (beginnend tegenover Gravinnendreef 31, de brug over en achter het hek, tot aan de Beresteinlaan), (en ook de oever aan de Pachtersdreef tussen Pachterdreef en de brug Dorpersdreef)". Reactie: Zoals aangegeven in de bij de toelichting opgenomen natuurtoets Bijlage 2 kunnen in het plangebied algemene zoogdier (waaronder dus de egel) en amfibie-soorten aanwezig zijn, deze soorten zijn echter vrijgesteld van Wet natuurbescherming (Wnb) in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanzelfsprekend zal echter de voor het alle in het wild leven dieren en planten geldende zorgplicht in acht genomen worden. Dit houdt in dat tijdens werkzaamheden zoveel mogelijke negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel l: Reclamant is tevreden over het ontwerpen van een natuurlijke oever bij de nieuwe vijver, echter verzoekt de Reclamant dat "de Gemeente een maaiplan opstelt, waarbij alle sloten vanaf bijvoorbeeld 50 cm vanaf de oever niet gemaaid wordt".

Reactie: Er wordt een natuurvriendelijk oever aangelegd en opgenomen in het inrichtingsplan openbare ruimte. Er zal als zodanig ook worden beheerd. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel m: Reclamant geeft aan welke soorten planten geplant moeten worden en waar en vraagt de Gemeente dat de bollen en bodembedekker niet weggehaald wordt door de afdeling groen. Reclamant stelt dat de Gemeente ook geholpen heeft met bloembollen planten aan het Gaarde-oever pad. Reactie: Hetgeen verzocht wordt door reclamant komt in de nadere uitwerking van het inrichtingsplan openbare ruimte aan de orde. Overigens heeft het bezwaar van reclamant geen betrekking op het voorliggend bestemmingsplan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel n: Reclamant verzoekt om de te voorkomen dat men gaat parkeren op de nieuwe grasstroken een barrière aan te brengen, zoals een stang, als bijvoorbeeld aan de voorkant van de Dorpersdreef 162. Reactie: Wij begrijpen de zorg van reclamant en zullen dit aspect betrekken bij de nadere uitwerking van het inrichtingsplan voor de openbare ruimte.

12/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel o: Reclamant wil een bord ‘verboden voor honden’ en een bord met een verwijzing naar de broodcontainer in het Pagepark. Reactie: Kortheidshalve verwijzen wij u naar de reactie onder onderdeel m van de zienswijze. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren.

13/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

3.

Ra 10690661

Bomenstichting Den Haag

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: 1. Zienswijze neem het behoud van bomen als uitgangspunt Zienswijze onderdeel a: In de zienswijze voert reclamant bezwaren aan, waarbij de volgende punten met name centraal staan. Reclamant stelt dat het bestemmingsplan het behoud van bomen als uitgangspunt moet nemen. Daarbij is reclamant van mening dat de bomeneffectanalyse (BEA) eerder had moet worden uitgevoerd en dat de BEA als doel heeft mogelijkheden in kaart te brengen. Daarbij verwijst reclamant naar de aangenomen motie 'Eerst de bomen, dan de plannen' (RIS: 317510). Waarbij volgens reclamant het uitgangspunt is bij herinrichting het behoud van bomen en terughoudendheid bij aanvragen omtrent generieke kapvergunningen. Verder verwijst reclamant ook naar de aangenomen motie "Informatie bomenkap vast onderdeel van ieder ruimtelijk plan"(RIS311115), en van mening is dat de raad geïnformeerd wordt over het ruimtelijk plan en aangegeven moet worden wat de verwachte gevolgen zijn voor de bomen. Ten slotte maakt reclamant de opmerking dat een BEA uitgevoerd moet worden, alvorens de gemeenteraad over gaat tot vaststelling van het bestemmingsplan en dat de BEA toegevoegd wordt aan het bestemmingsplan.

Reactie: De bomeneffectanalyse (BEA) is formeel en inmiddels toegevoegd als bijlage aan het bestemmingsplan. In de motie 'Eerst de bomen, dan de plannen' RIS: 317510 staat dat bij herinrichtingen het behoud van bomen als uitgangspunt te nemen en terughoudend te zijn met het aanvragen van generieke kapvergunningen. In de toekomstige plannen voor de openbare ruimte waarbij alsnog sprake is van een bomenkap met meer dan tien bomen, zal de raad overeenkomstig de aangehaalde motie hierbij worden betrokken. Bij de uitwerking van de plannen zal hiermee rekening worden gehouden. Inmiddels is door de Raad de Structuurvisie Zuidwest vastgesteld RIS315261 waarin onder andere de verdichtingsopgave voor Den Haag Zuidwest is vastgelegd. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 2. Zienswijze stikstof Zienswijze onderdeel b: Reclamant stelt ''de stikstofdepositie is berekend voor Dreven Fase 1, zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. De uitstoot wordt berekend per jaar. Dat wil zeggen dat de totale berekende uitstoot van 123,2 kg NOx en 10,9 kg NH3 wordt gedeeld door drie. Dit komt neer op een uitstoot van 41,1 kg NOx en 3,6 kg NH3 per jaar.'' En verwijst naar ''tabel 1, bijlage 1 Toelichting Bestemmingsplan Dreven''. Reclamant stelt ''de Bomenstichting Den Haag zet vraagtekens bij de deling door 3 omdat de wet een cumulatieve benadering vereist.

De Bomenstichting Den Haag verzoekt om een herberekening waarbij aan de vereiste cumulatieve benadering wordt voldaan.''

14/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Reactie: Ten behoeve van de stikstof depositie opgestelde berekening die als bijlage 1 bij dit besluit gevoegd is, voldoet aan de wettelijke eisen die hieromtrent gesteld zijn. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

15/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

3. Zienswijze Leg binnentuinen vast in een aparte bestemmingsregel Zienswijze onderdeel c: Reclamant verwijst naar een uitspraak en stelt ''uit de rechterlijke uitspraak over het bestemmingsplan Steenzichten Ruimzicht Raad van State (ECLl:NL:RVS:2023:4777, 20 december 2023), blijkt dat het toevoegen van de definitie van het begrip 'binnentuin' niet voldoende is om te garanderen dat binnentuinen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Dit moet dus beter worden vastgelegd in het bestemmingsplan.'' Reactie: In de plaatsgevonden planuitwerking is gebleken dat er op het binnenterrein op maaiveld niveau geen parkeergelegenheid hoeft te worden aangelegd. Echter kan aan de zienswijze tegemoet worden gekomen. Kortheidshalve verwijzen wij u naar het advies onder onderdeel d van deze zienswijze. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel d: Reclamant stelt ''het naar onze mening ook niet de bedoeling dat binnentuinen onder de planregel 'groen' gaan vallen, want een binnentuin is bodemtechnisch gezien niet te vergelijken met 'groen' in de volle grond. Wij pleiten voor opname van een aparte bestemmingsregel 'binnentuin'.

Daar kan naar hartenlust gespeeld worden om de ecologische zones te ontlasten van spelen e.a.'' Reactie: Bij het aanwijzen van bestemmingen zijn wij gehouden te voldoen aan hetgeen in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) als bestemmingen is toegestaan. De bestemming Binnentuinen maakt geen deel uit van de SVBP. Aan de zienswijze kan echter tegemoet worden gekomen door de verbeelding zodanig te wijzigen dat ter plaatse van de aan te leggen binnentuin de bestemming groen wordt aangegeven met de functie aanduiding “binnentuin (BT)”. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze gegrond te verklaren. Aan de verbeelding wordt ter plaatse van de aan te leggen binnentuin de bestemming Groen toegekend met een functieaanduiding “binnentuin” (bt). Ook wordt aan artikel 5.1 Bestemmingsomschrijving sub d toegevoegd, ter waarborging van de binnentuin, dat als volgt komt te luiden: d. en ter plaatse van de functieaanduiding “binnentuin"(bt) uitsluitend voor binnentuin; 4. Zienswijze werk plannen voor (groen)voorzieningen nu al uit Zienswijze onderdeel e: Reclamant citeert uit de toelichting van het bestemmingsplan: "Voor de Dreven zal in voldoende maatschappelijk onroerend goed worden voorzien overeenkomstig de 'Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen'.

Op basis van deze referentienormen zal een voorzieningenprogramma worden opgesteld op basis waarvan in de verdere uitwerking de opgave per type maatschappelijke voorziening nader zal worden ingepast. In planonderdeel 1A zal ruimte worden gecreëerd waar maatschappelijke functies alsmede bedrijfsfuncties kunnen landen. In planonderdeel 1D komt ruimte voor bedrijfsfuncties.'' En stelt ''de maatschappelijke voorzieningen, waaronder groen, moet in een veel eerder stadium al worden uitgewerkt. Algemeen missen we de noodzaak en urgentie om maatregelen te nemen in verband met de klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis en stikstofcrisis. Dat er woningen nodig zijn bestrijden we niet, maar de genoemde crises zouden wat ons betreft een groter algemeen maatschappelijk belang moeten krijgen.''

16/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Reactie: De zorg voor het klimaat, de aantasting van de biodiversiteit en de stikstofcrisis delen wij met reclamant. In het kader van het bestemmingsplan wordt aan deze aspecten, ondermeer door het opstellen van een watertoets en een milieueffectrapportage uitvoerig aandacht besteed. Overigens dient opgemerkt te worden dat in het bestemmingsplan de gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd worden voor een specifiek gebied. De definitieve invulling daarvan zal plaatsvinden op basis van de vastgestelde ruimtelijke kaders door de gemeenteraad. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. 5. Zienswijze geef de SGH op de juiste manier weer op de kaarten Zienswijze onderdeel f: Reclamant stelt dat ''in het bestemmingsplan is een foutieve kaart van de stedelijke groene hoofdstructuur opgenomen. De verbinding met de Beresteinlaan ontbreekt (middels de blauwe lijn hebben we aangegeven waar deze hoort te liggen). Ons verzoek is om de SGH langs de Beresteinlaan toe te voegen aan de kaart.'' Reactie: De waarden die reclamant stelt aan groene hoofdstructuur delen wij. In het kader van het bestemmingsplan is aan deze aspecten, onder meer door het opstellen van een watertoets en een milieueffectrapportage uitvoering aandacht besteed.

Overigens dient opgemerkt te worden dat het totale plangebied buiten de stedelijke Groene Hoofdstructuur valt en staat er wat dat betreft geen foutieve informatie op de plankaart. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. 4.

Ra 10690684

mr. R.B. van Heijningen advocaat namens Vrienden van Den Haag, Vereniging Bond Heemschut, Stichting SOS Den Haag en Stichting het Cuypersgenootschap

Adressant mr. R.B. van Heijningen advocaat heeft namens Vereniging Vrienden van Den Haag, Vereniging Bond Heemschut te Amsterdam, commissie Zuid-Holland, Stichting SOS Den Haag en Stichting het Cuypersgenootschap een zienswijze ingediend naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Dreven 1. Adressant richt zich in de zienswijze op het belang van bescherming en behoud van de waarde cultuurhistorie. Adressanten stellen dat dit niet genoeg is gewaarborgd in het plan en dat dit de taak van het gemeentebestuur is. De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op:

17/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel a: De bezwaren van reclamant richten zich tegen het raadsbesluit tot opheffing van het beschermd stadsgezicht. Verder richt relamant zich op het belang van bescherming en behoud van de waarde cultuurhistorie en de dakopbouwregeling. Reclamant stelt dat een deel van het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking op heeft sinds 2004 aangewezen is tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht en dat door dit bestemmingsplan de te beschermen waarden bij realisering van bestemmingen en bebouwingsmogelijkheden grotendeels tenietgedaan worden. Reactie: Hoewel wij begrip hebben voor de bezwaren van reclamant, moeten wij constateren dat deze feitelijk niet betrekking hebben op voorliggend bestemmingsplan maar dat zij zich richten tegen het besluit van uw raad op 10 februari 2022, waarbij besloten is de aanwijzing van De Dreven als beschermd stadsgezicht in te trekken (RIS311095). Het college heeft beoogd de raad tijdig uitspraak te kunnen laten doen over de toekomst van het beschermd stadsgezicht in de Dreven. Daarom zijn het projectdocument en het intrekkingsbesluit gelijktijdig voorgelegd aan de gemeenteraad. Het college kan zich echter ook vinden in het advies van de Adviescommissie Bezwaarschriften, de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan, danwel omgevingsplan af te wachten alvorens de aanwijzing in het gemeentelijk register door te halen.

De bescherming van de elementen die behouden moeten blijven is geborgd via de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) het projectdocument (RIS311092) en via de aanwijzing tot gemeentelijk monument bij besluit (RIS309492). Een van de geselecteerde objecten in dit besluit is De Dreef 4 t/m 56. Dit is een appartementengebouw met een winkelstrook en zeldzame eilandvitrines op de begane grond. Het object is kenmerkend voor de stedenbouwkundige en architectonische opzet van de wederopbouw en is daarom geselecteerd om aangewezen te worden tot gemeentelijk monument. De Dreef 4 t/m 56 is onderdeel van het project Dreven-Gaarden-Zichten en blijft binnen deze plannen behouden.

Via de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) en in het projectdocument (DSO/10228032) wordt het behoud van een aantal essentiële kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht verankerd: − bestaande bouw en nieuwbouw te combineren tot een ‘gelaagd stadsbeeld’; − een aantal architectonische waarden behouden zoals de karakteristieke voormalige winkelbebouwing met portiekwoningen langs De Dreef; − het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen en diagonale zichtlijnen terug laten komen in de nieuwe opzet; − de fraaie singel met bajonet in het hart van de wijk met mooie brug behouden en versterken; − de singelstructuur langs de Lozerlaan en bijzondere positionering van de bebouwing hierlangs laten terugkeren. Overigens merken wij nog op dat voor de twee (te handhaven) bouwblokken langs De Dreef in artikel 11 is aangegeven dat hiervoor de dubbelbestemming 'Waarde-Cultuurhistorie-Karakteristiek' geldt. Advies: Wij stellen u voor: • te schrappen de ''dakopbouw-regeling'' in ''artikel 3.1 Gemengd-1'' onder ''sub i''; • te schrappen de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - dakopbouw" van de verbeelding behorende bij de bestemming "Gemengd-1"; • de zienswijze voor het overige ongegrond te verklaren.

18/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel b: Met betrekking tot het bestemmingsplan en duurzaamheid voert reclamant het volgende aan. Reclamant stelt dat de gemeentelijke taak om bij het ontwerpen van een bestemmingsplan te streven naar duurzaamheid is veronachtzaamd gezien de keuze voor sloop en bovenmatige verdichting boven behoud en renovatie. Reactie: Met de vaststelling van de NvU (RIS 308508) heeft de afweging voor sloop en/of nieuwbouw plaatsgevonden. Het bestemmingsplan maakt deze keuze planologisch mogelijk en biedt daarbij de juridische kaders. Duurzaamheid zit in vele aspecten. Renovatie/behoud van woningbouw kan een duurzame oplossing zijn, maar heeft ook andere aspecten (de technische staat van de bebouwing, de aanpasbaarheid van plattegronden etc.) Ook bij sloop/nieuwbouw speelt duurzaamheid een belangrijke rol. De woningen worden beter geïsoleerd en worden energiezuinig. Zuidwest-breed gezien bestaat de vernieuwing uit een mix van renovatie/behoud en sloop/nieuwbouwprojecten. Ook in het bestemmingsplan Dreven 1 worden (op basis van de vastgestelde Nota van Uitgangspunten) delen van de bebouwing behouden en andere delen vervangen door nieuwe bebouwing. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren.

Naar aanleiding van deze zienswijze wordt geschrapt in de regels ''dakopbouw-regeling'' in ''artikel 3.1 Gemengd-1'' onder ''sub i'' en de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - dakopbouw" van de verbeelding behorende bij de bestemming "Gemengd-1".

19/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

5.

Ra 10690704

Stichting SOS Den Haag

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: In de zienswijze voert reclamant bezwaren aan over de kwaliteit van het bestemmingsplan, waarbij de volgende punten met name centraal staan: Zienswijze onderdeel a: Reclamant stelt dat het bestemmingsplan "een nog niet gemaakt bouwplan wil faciliteren waarvoor nog geen inrichtingsplan bekend is gemaakt" en dat "er geen samenhangend stedenbouwkundig plan is dat behoud en nieuwbouw borgt in een overtuigend raamwerk". Reactie: Het bestemmingsplan alsmede de bouwplannen die daar binnen passen hebben vastgestelde kaders. Te weten een Nota van Uitgangspunten, Randvoorwaardenkaart en Beeldkwaliteitsplan. Deze borgen de samenhang op de schaal van de buurt. Separaat aan het ontwerpproces van de bouwplannen wordt het Inrichtingsplan voor de buurt opgesteld. In 2024 is het SO inrichtingsplan voor de gehele Drevenbuurt goedgekeurd door de ACOR (advies commissie openbare ruimte). Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel b: Reclamant stelt dat het bestemmingsplan niet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wro voldoet omdat de in de verbeelding en regels vervatte bestemmings- en bouwregels niet deugdelijk zijn gemotiveerd.

Mede doordat de toepasselijke beleidsstukken die door de raad zijn vastgesteld niet in de toelichting zijn uitgewerkt. Reactie: De structuurvisie Den Haag Zuidwest is op 14 december 2023 (RIS 315261) vastgesteld door de gemeenteraad. Deze structuurvisie vormt het inhoudelijk kader voor bestemmingsplan Dreven 1. In de structuurvisie is het meest actuele beleid opgenomen. Daarnaast bepaalt de structuurvisie de contouren van de programmatische opgave van de deelgebieden en waarborgt de visie de verbinding en onderlinge samenhang van ingrepen en projecten. Het document anticipeert op de Omgevingswet door aandacht te besteden aan thema’s die de gehele fysieke leefomgeving betreffen, zoals klimaat, energie, veiligheid en gezondheid. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd op de nota van uitgangspunten die door de raad is vastgesteld. De nota van uitgangspunten vormt de beleidsmatige en conceptuele basis waarop het bestemmingsplan wordt gebouwd. Het bestemmingsplan vertaalt deze uitgangspunten vervolgens in concrete, juridisch bindende regels en voorschriften voor het gebruik en de ontwikkeling van het plangebied. De toelichting van het bestemmingsplan wordt geactualiseerd op het vigerende beleid zoals neergelegd in de structuurvisie. Advies: Wij stellen u voor dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze onderdeel c: Reclamant beklaagt zich over het ontbreken van een kaart die de samenhang van de bestemmingsplannen bijhoudt waarmee de bestemmingen en de gevraagde voorzieningen groen en water in het stadsdeel Zuidwest worden aangetoond.

20/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Reactie: De verbeelding van het bestemmingsplan beperkt zich tot de plangrenzen van het gebied. Dat wil echter niet zeggen dat er geen rekening wordt gehouden met de directe omgeving. In de structuurvisie Den Haag Zuidwest staat beschreven hoe de gemeente de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag Zuidwest over de periode tot 2040 voor zich ziet. De visie is de basis voor alle ontwikkelingen die een plek moeten krijgen in Zuidwest. Daarin is ook de samenhang te zien tussen de bouwplannen die in Zuidwest worden ontwikkeld. Ook in de NvU's voor Dreven Gaarden en Zichten zijn overzichtskaarten opgenomen waarin de ligging van deze plannen ten opzichte van elkaar duidelijk wordt gemaakt. Het bestemmingsplan Dreven 1 is een concretisering van de ruimtelijke en stedelijke afweging die gemaakt zijn in de structuurvisie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel d: Reclamant stelt dat door de opname van uitgestelde bepalingen in het bestemmingsplanregels, waarbij wordt verwezen naar elders vastgestelde sectorale beleidsnota’s, er niet wordt voldaan aan de eis van een goede ruimtelijke ordening.

Reactie: Een goede ruimtelijke ordening wordt over het algemeen bereikt wanneer de fysieke omgeving op een doordachte en duurzame manier wordt gepland, ontwikkeld en beheerd om de leefbaarheid, functionaliteit, esthetiek en sociale, economische en ecologische belangen te bevorderen. Om dit te waarborgen worden verschillende elementen getoetst aan het huidige beleid dat in een eerder stadium is goedgekeurd. Deze beleidsstukken zijn zo integraal mogelijk opgesteld en hebben een goede ruimtelijke ordening hoog in het vaandel staan. Het bestemmingsplan is een ruimtelijke vertaling van onder andere de Structuurvisie Den Haag Zuidwest en de Agenda ruimte voor de stad. In een eerder stadium heeft het college ingestemd met de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor de ontwikkeling van De Dreven (RIS308508). Daarna heeft het college de commissie per brief geïnformeerd en is de NvU besproken in de commissie Ruimte van 13-07-2021. De volledige NvU is opgenomen als Bijlage 8 bij deze toelichting. Daarnaast is het projectdocument voor Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 door het college, onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van de bijbehorende grondexploitatie Dreven-GaardenZichten fase 1 (SBK nummer ES-156), op 21 december 2021 vastgesteld (RIS311092).

Dit is een uitvoeringsbesluit voor de eerste 10 jaar van de totale gebiedsontwikkeling Dreven-Gaarden-Zichten en de realisatie van ruim 50% van het beoogde programma. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel e: Reclamant geeft te kennen geen vertrouwen te hebben in de gemeentelijke overheid omdat hij zich niet kan vinden in de wijze waarop zienswijzen ongegrond worden verklaard, waarbij niet voldoende gemotiveerd wordt. In dit kader verwijst hij naar vernietigde vergunningen en bestemmingsplannen in Zuidwest. Reactie: Wij herkennen ons niet in hetgeen reclamant hiernaar voren brengt. Voor ons is het nemen van deugdelijk gemotiveerde beslissing van essentieel belang.

21/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel f: Reclamant kan zich niet vinden in het bestaande parkeerbeleid van de gemeente Den Haag. Onder verwijzing naar de vernietigde regel in de parapluherziening (fiets) parkeren tijdens de vaststelling van bestemmingsplan Assumbergweg, stelt reclamant dat het bestemmingsplan Dreven 1 in strijd is met de eisen van redelijkheid. Reactie: Vooropgesteld zij dat de bezwaren zich feitelijk niet tegen het bestemmingsplan richten maar op het daarop van toepassing zijnde door de raad vastgestelde beleid. Op grond van het vigerende parkeerbeleid wordt de beschikbare parkeercapaciteit zo eerlijk mogelijk verdeeld en zal voor bestaande bewoners het parkeren in de openbare ruimte mogelijk blijven. Om te voorkomen dat de parkeerdruk in de openbare ruimte oploopt worden voor nieuwe bewoners parkeermogelijkheden in de parkeervoorziening mogelijk gemaakt. Voorts geldt ingevolge de op het bestemmingsplan van toepassing zijnde Nota Parkeernormen dat de gemeente hieromtrent alleen een voorwaarde kan stellen aan het aantal parkeerplaatsen en bij de realisering van de op grond van het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwingsmogelijkheden zal beoordelen in hoeverre de daarvoor benodigde parkeergelegenheid ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden.

Na de voorgenomen invoering van betaald parkeren zal de gemeente binnen de kaders van het daarvoor opgestelde beleid parkeervergunningen verstrekken. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel g: Reclamant beklaagt zich erover dat sociale woningbouw bewoners zowel zijn uitgesloten van parkeerplekken op eigen terrein als van parkeerplekken in de openbare straat. Naast de parapluherziening (fiets) parkeren biedt het bestemmingsplan Dreven 1 volgens reclamant geen duidelijkheid over het opvullen van deze plekken via het gebruik van deelauto’s en deelfietsen. Hij stelt dat relevante bedrijven hun deelscooters niet willen delen met sociale woningbouw. Reactie: Het bestemmingsplan regelt dat voor alle bewoners voldoende parkeergelegenheid komt. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel h: Reclamant voert aan dat de gestelde ambities van het college voor ‘Dreven 2’ zoals vermeld op p. 46 ev. Van het Haags akkoord 2023-2026’ niet in dit bestemmingsplan zijn terug te vinden. Doordat het opstellen van ontwerpbestemmingsplannen een van de dagelijks bestuurstaken van het college is, stelt reclamant dat dit impliceert dat het ruimtelijke beleid in ontwerpbestemmingsplan gestoeld is op raadsbesluiten en coalitieakkoord.

Reactie: De zienswijze heeft naar ons inziens geen betrekking op de inhoud van het voorliggende plan. De vastgestelde NvU voor de Dreven geeft een overzicht van alle toekomstige fases van de Dreven en de onderlinge samenhang. Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op Dreven fase 1.

22/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel i: Reclamant beklaagt zich over de ‘informatieavond’ op 10 januari 2024 en de gevoerde participatie voor het bestemmingsplan. Gesteld wordt dat de ambtenaren in kwestie "niet konden uitleggen wat een bestemmingsplan is en dat burgers een stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan verwachtten, maar in plaats daarvan boekwerken van 672 pagina’s en een witte kaart met enkele kleurvlakken werden overlegd". Reactie: De informatieavond waar reclamant op doelt was een inloopavond die belegd was vanwege de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Op deze avond was het bestemmingsplan en de daarbij bijhorende verbeelding voor inzage beschikbaar. Daarnaast waren de met het opstellen van het bestemmingsplan belaste ambtenaren aanwezig om een en ander mondeling toe te lichten. Over de toen nog op te stellen inrichtingsplannen. is op 27 juni 2024 een afzonderlijke inloopavond gehouden, hetgeen ook duidelijk gecommuniceerd is. Ook in de toekomst worden periodiek informatiemomenten gehouden over de actuele planvorming. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Reclamant voert voorts bezwaren aan tegen de regels in het bestemmingsplan.

Daarbij wordt ten aanzien van de toegepaste begrippen het volgende gesteld: Zienswijze onderdeel j: Met betrekking tot de definitie binnentuin in artikel 1.17 stelt reclamant dat het "te vrijblijvend en dus geen begripsomschrijving’ is. In dit kader verwijst hij naar ‘dikte van circa 1 meter’ en vraagt hij ‘of er zijn openingen in het dek zijn,’ en ‘of er regels zijn voor de hoeveelheid verharding en de hoeveelheid groen/gazon/bloemperken/moestuin’ en of dat is ‘afgewogen tegen de matige bezonning van die binnentuinen en waarom niet?" Reactie: Met betrekking tot de vraag van reclamant of er regels zijn voor de hoeveelheid verharding en de hoeveelheid groen/gazon/bloemperken/moestuinen is het antwoord dat niet wordt opgenomen in de planregels. De Gemeente heeft wel de ontwerprichtlijn “groen: tenzij”. Deze is onderdeel van het beleidsstuk Den Haag Klimaatbestendig. Met betrekking tot de vraag van reclamant of dit is afgewogen tegen de matige bezonning van die binnentuinen en waarom niet, wordt geantwoord dat de gemeente hier geen specifiek beleid voor heeft. Advies: Het college adviseert de gemeenteraad dit onderdeel van de zienswijze gegrond te verklaren. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt definitie van binnentuin in art. 1.17 van de regels als volgt aangepast: “Een binnentuin is een openbaar toegankelijke ruimte die als groen- en als speelvoorziening is ingericht.”

23/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel k: Met betrekking tot artikel 1.21 stelt reclamant: "bouwlaag introduceert het begrip onderbouw. Bij het nieuwe begrip ‘eerste bouwlaag' komt dit terug en onder 1.41 is dit nader gedefinieerd. Waarom zo moeilijk doen? Artikel 9 maakt onder 9.e geen gebruik van dit nieuwe begrippenapparaat. Waarom niet? Wat is de typologische logica van dit begrip in Zuidwest dat gekarakteriseerd wordt door half verdiepte bergingslagen van portiekblokken?" Reactie: De begripsomschrijving van een bouwlaag staat vermeldt in 1.20. Het betreft hier een standaard begripsbepaling zoals die in alle bestemmingsplannen is opgenomen. Wij zien in de zienswijze geen aanleiding deze begripsbepaling aan te passen aangezien reclamant niet aangeeft dat de begripsomschrijving onjuist zou zijn. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel l: Met betrekking tot artikel 1.28 stelt reclamant: "de dakopbouw-definitie is verruimd 'of andere daar gevestigde rechtmatige functie’: waarom? Temeer omdat op de verdiepingen alleen ‘wonen’ bestaat." Reactie: Deze toevoeging kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het uitoefenen van een aan huis-gebonden beroep. Ook hier betreft het een standaard redactie. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

Over karakteristieke bebouwing artikel 3 Gemengd-1 wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel m: "In artikel 3.1 wordt de ‘te handhaven karakteristieke bebouwing' bedoeld die rond de besluitvorming van dit bestemmingsplan als gemeentelijk monument zin bedoeld ten einde de status gemeentelijk beschermd stadsgezicht te kunnen schrappen." Reclamant is verbaasd "dat hier niet expliciet ‘behoud en herstel’ is genoemd en dakopbouwen-regeling van kracht wordt die nergens eerder is besproken en waarvan de haalbaarheid en voorwaardelijkheid ongewis is." Reactie: Het voorliggende bestemmingsplan beoogt de door reclamant aangeduide bebouwing te handhaven. De aanduiding dat ter plaatse dakopbouwen zijn toegestaan berust op een omissie. Wij merken op dat wij dit bezwaar onderschrijven. Advies: Wij stellen u voor: • te schrappen de ''dakopbouw-regeling'' in ''artikel 3.1 Gemengd-1'' onder ''sub i''; • te schrappen de bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - dakopbouw" van de verbeelding behorende bij de bestemming "Gemengd-1".

24/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Zienswijze onderdeel n: Reclamant stelt dat: "in de bouwregels en speciale gebruiksregels 3.4 sub e wordt zo naar de mening van de Stichting te ver vooruitgelopen op een ‘plan B’ voor ‘haalbare’ vervangende nieuwbouw". Daarnaast geeft reclamant aan dat "de bouwregels niet aansluiten op de Verordening Doelgroepen Woningbouw". Reactie: Ondanks het feit dat de huidige bouwblokken gehandhaafd blijven zal wel een totale renovatie van de woningen daarin plaatsvinden. Wij hechten eraan dat deze woningen als sociale huurwoningen worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Om dit te verzekeren zijn in ''artikel 3.4 Specifieke gebruiksregels'' de bij sociale woningbouw gebruikelijke bestemmingsregels opgenomen. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze onderdeel o: Reclamant is verbaasd dat in artikel 3.4 sub c ongemotiveerd waarom het totale bruto vloeroppervlak niet groter mag zijn dan 200 m2. Reactie: Deze locatie maakt geen deel uit van de gemeentelijke kernwinkelgebieden. In verband daarmede is de omvang van de detailhandel afgestemd op de thans aanwezige winkels en wordt geen vergroting van het winkelvloeroppervlak toegestaan. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

Over artikel 4 gemengd-2 wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel p: Reclamant stelt dat "in ‘artikel 4 gemengd-2’ wordt voorgesorteerd op een parkeergebouw met op de begane grond bedrijfsruimten/horeca. Vooraf dient het college te motiveren waarom ze denkt dat dit voor het straatbeeld, de sociale veiligheid, de financiële haalbaarheid en schaalbaarheid een aanvaardbare oplossing is voor dit stadsdeel. Is er een overtuigende evaluatie van bijvoorbeeld het parkeergebouw 1e van der Kunststraat/Calandstraat?" Reactie: De noodzaak voor de realisering van een het parkeergebouw vloeit voort uit het inmiddels verrichte parkeeronderzoek. Vanzelfsprekend zal bij de uitwerking van de bouwplannen daarvoor aandacht besteed worden aan een verantwoorde inpassing. De keuze voor een centraal parkeergebouw voor een deel van de parkeerbehoefte van Dreven fase 1 met op de begane grond ruimte voor economische functies is toegelicht en vastgelegd in de NvU Dreven. Het gebouw wordt uitgewerkt op basis van de laatste inzichten die beschikbaar zijn over dit type voorzieningen. In het bestemmingsplan Dreven 1 worden de juridische kaders hiervoor vastgelegd. Wij zien geen aanleiding het aangehaalde parkeergebouw elders in de stad bij voorliggende ontwikkeling te betrekken. Advies: Wij stellen u voor op dit onderdeel de zienswijze ongegrond te verklaren.

25/82

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10793924

Over de bestemming groen in artikel 5 groen wordt het volgende door reclamant aangevoerd: Zienswijze onderdeel q: Reclamant stelt diverse vragen over groen en ecologische zone, namelijk: "Waarom is GROEN zo grof en beknopt omschreven? Waarom is er niet een aparte bestemming TUINEN opgenomen? Mag er géén wandelpad in een ecologische zone maar wel een fietspad? En mag je er wandelen met een fiets aan de hand? En is verlichting van dat fietspad vanuit sociale veiligheid een must? Dat is toch strijdig met ecologische waarden?” “Waarom mag in ecologische zone wél een ongelimiteerd aantal nutsgebouwen en vuilopslagplaatsen worden gebouwd conform 4.2.1 en 9.1 sub g maar mogen kinderen er niet spelen conform 4.3?" Reactie: De bestemming groen maakt deel uit van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) waarin landelijk geldende voorschriften zijn gesteld met betrekking tot bestemmingen. In dit verband merken wij op, dat vanwege de SVBP, de bestemming tuin niet meer wordt toegepast. Tuinen bij woningen e.d. maken deel uit van de hoofdbestemming, maar worden daarbij niet opgenomen in de voor bebouwing aangeduide bouwvlakken. Overigens merken wij op dat reclamant verwijst naar het bestemmingsplan Zichten 2,3 en 7. Hier is wel sprake van een ecologische zone. Het bestemmingsplan Dreven 1 kent geen ecologische zone en zien wij geen aanleiding het aangehaalde artikel te wijzigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14923514/1