CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20241128-RIS319781 Geamendeerd voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Plesmanweg 1-6

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (RIS319781)23.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zienswijze

21/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

6. ln-/uitrit op de Badhuisweg Tegenover de Van Lennepweg is de uitrit van de parkeergarage onder gebouw F voorzien. Daaromtrent is de 'Onderbouwing uitwegvergunning Badhuisweg Den Haag' opgesteld door Goudappel d.d. 8 november 2021. In die onderbouwing wordt onder meer aangegeven dat de bushalte met abri moet worden verplaatst. Ons inziens is ook herstructurering van de Badhuisweg geboden. Reactie: Zie de reactie onder c. k. Zienswijze Deze weg is rond schooltijden een drukke verkeersweg met veel fietsverkeer, in het algemeen wordt hier gevaarlijk hard gereden, bij oversteken is het uitzicht slecht vanwege de flauwe bocht in de Badhuisweg, bovendien is de Badhuisweg deel van de ster-fietsroute. De wijk hecht er zeer aan dat de Badhuisweg zodanig wordt geherstructureerd dat fietsen veilig is en de verkeerssnelheid wordt teruggebracht tot 30 km/uur. Reactie: Zie de reactie onder c. l. Zienswijze Bovendien stellen wij voor de verkeersdruk op het kruispunt Badhuisweg - 'uitweg parkeergarage gebouw F' - Van Lennepweg te beperken door in de Van Lennepweg alleen eenrichtingsverkeer toe te staan (alleen inrijden vanaf de Badhuisweg).

Ons inziens dient een besluit over adequate herstructurering van de Plesmanweg-Badhuisweg langs het Plesmanduin - in samenhang met de in-/uitritten A en B (zie afbeelding 9.1) en het verplaatsen van bushalte met abri - deel uit te maken van de omgevingsvergunning voor het realiseren van een in- of uitrit (Plesmanduin). Reactie: Zie de reactie onder c. m. Zienswijze 7. Ster-fietsroute In het document 'Ruim baan voor de fiets. Fietsstrategie voor Den Haag 2040' (bijlage bij RIS302960) wordt gesteld "dat de gemeente doorgaat met het realiseren van ster-fietsroutes. Op ster-fietsroutes heeft de fiets prioriteit op de auto. Op nieuwe routes die worden opgepakt, wordt voorrang gegeven aan een goede doorstroming, voldoende ruimte voor de groeiende fietsintensiteiten en de herkenbaarheid van de route" (blz. 22). Het traject vanaf de rotonde Plesmanweg via Badhuisweg en Pompstationsweg naar de duinen is een ster-fietsroute die ook deel uitmaakt van de recreatieve route (blz. 23 en 24). De ervaring in de wijk leert dat die sterfietsroute op tal van punten zeer fietsgevaarlijk is. Herstructurering van dat traject moet worden gerealiseerd in samenhang met verkeersveiligheidsmaatregelen rondom het Plesmanduin. Reactie: Zie de reactie onder c. n. 8.

Zienswijze Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Communicatie (BVC}

22/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

De Plesmanweg, Badhuisweg en Pompstationsweg maken deel uit van het Netwerk Bereikbaarheidsregie. Dat betekent dat er voor bouwactiviteiten op het Plesmanduin een BVC- plan moet worden ingediend. Bij de inzagestukken zijn slechts tekeningen getoond van bouwplaatsen op en rond het Plesmanduin: "bouwplaatsinrichting sloop Saxofoon" en "Dura Vermeer voorbereiding tekeningen W-101 t/m W-105". Er is echter in het geheel geen informatie gegeven over risicoanalyse met oplossingsrichtingen, bereikbaarheid: faseringen en omleidingsroutes, verkeersmaatregelenplan, veiligheid en communicatie. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. o. Zienswijze Het BVC-plan dient deel uit te maken van de inzage en de vergunning voor bouwen. In de wijk is er grote bezorgdheid over genoemde onderwerpen. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. p. Zienswijze Ook zijn er grote bezwaren tegen inrichting van het werkterrein buiten het plangebied van het Plesmanduin. Het inrichten van een werkterrein op het beschermde duingebied (veldje) tegenover de monumentale huizen op Badhuisweg 135 tot 143 is niet aanvaardbaar. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. q. Zienswijze 9.

Nulmeting In de omgeving van het Plesmanduin staan vele woningen die kwetsbaar zijn voor trillingen door grondwerkzaamheden of zwaar verkeer. Het inventariseren van de staat van die woningen vooraf aan werkzaamheden voor sloop of nieuwbouw, en het juridisch vastleggen en bekendmaken van de procedure voor schadeverhaal, dient deel te zijn van de vergunning voor slopen en bouwen. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. r. Zienswijze 10. Afvoer van huisvuil en grof vuil Voor afvoer van restafval zijn op het terrein van Plesmanduin bij de uitrit voor gebouw D en bij de uitrit naar de Sint-Hubertusweg ondergrondse restafvalcontainers geplaatst. Additioneel zijn er perscontainers voorzien in de parkeergarage-oost. Bij omwonenden bestaat er zorg dat voor restafval ook gebruik wordt gemaakt van verrijdbare containers en dat er geen regeling is voor afvoer van grof

23/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

vuil. In de omgevingsvergunning voor bouwen dient een regeling te worden opgenomen over afvoer van huisvuil en grof vuil. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. s. Zienswijze 11. Post- en pakketbezorging Onder punt 4 is reeds gewezen op het bewaren van de landschappelijke waarde van de Kwekerijweg. Voorkomen moet worden dat gebouwen G en H met gemotoriseerd verkeer worden benaderd voor post- en pakketbezorging, maaltijdbezorging, onderhoudsdiensten, enz. Dit moet worden vastgelegd in een (VvE)regeling voor eigenaars op het Plesmanduin, waartoe de verplichting wordt vastgelegd in de vergunning voor bouwen. Reactie: De wijze waarop post- en pakketbezorging (en dergelijke) plaatsvindt, kan niet worden vastgelegd als voorschrift in de omgevingsvergunning voor het bouwen. Ook kan de gemeente de planprocedure voor het bestemmingsplan noch voor de omgevingsvergunning gebruiken om invloed op een VvE-reglement uit te oefenen. Een dergelijke regeling is immers privaatrechtelijk van aard en de eigenaren dienen daarin naar eigen inzichten exploitatie en gebruiksafspraken vast te leggen. Wel is hiervoor vanuit de initiatiefnemer aandacht voor. Voor post- en pakketbezorging geldt dat hiervoor één centraal punt wordt ingericht in het plangebied, te weten in het monument.

Gelet op de vastgelegde bestemmingen in het plangebied en de wijze van inrichting, kan gemotoriseerd verkeer enkel de beoogde parkeergarages inrijden dan wel zich begeven op de daarvoor op maaiveld ingerichte parkeerterreinen. De inrichting van het plangebied is er derhalve niet op gericht dat de gebouwen G en H benaderd worden in het noordoosten van het plangebied (via de Kwekerijweg). t. Zienswijzen 12. Parkeren op eigen terrein Voorwaardelijk voor het verlenen van een vergunning voor nieuwbouw is: voorzien van parkeergelegenheid op eigen terrein volgens de parkeernormen van Gemeente Den Haag. Daaraan wordt voldaan volgens bouwtekeningen en berekeningen voor nieuwbouw en parkeergarages, en de terreininrichting op het monumentale deel. De praktijk op dit moment leert evenwel dat parkeren op parkeerplaatsen rondom het monumentale deel maar beperkt plaatsvindt vanwege parkeerheffing en het beschikbaar stellen van een goedkopere parkeervergunning voor het vergunningsgebied Scheveningen aan bewoners in het monument. Dat verhoogt de parkeerdruk op de directe omgeving, geheel tegen de afspraak in met de Gemeente. Voor de periode tot einde bouwwerkzaamheden dient een (aangepaste) parkeerregeling te worden gemaakt die de wijk niet belast.

Reactie: In het bestemmingsplan kunnen uitvoeringsaspecten, zoals de wijze waarop wordt geparkeerd tijdens de bouwwerkzaamheden, niet worden geregeld. In het bestemmingsplan is wel een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die erin voorziet dat in de eindsituatie in het plangebied voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In de toelichting van het bestemmingsplan is reeds aangetoond dat aan de voorwaardelijke verplichting kan worden voldaan. Voor wat betreft de huidige, feitelijke situatie waar indiener naar verwijst, kan het volgende worden opgemerkt. In de huidige situatie zijn, vanwege de sloop- en bouwwerkzaamheden in het plangebied, tijdelijke

24/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

parkeervergunningen uitgegeven. In de eindsituatie worden deze tijdelijke parkeervergunningen ingetrokken en worden er geen parkeervergunningen buiten het plangebied uitgegeven. Zoals hiervoor reeds is toegelicht, zijn dit geen zaken die in het bestemmingsplan kunnen worden vastgelegd.

u. Zienswijze 13. Parkeren fietsen In de fietsparkeerbehoefte van bewoners op het Plesmanduin is wellicht voorzien, gelet op stallingen in parkeergarages en in de kelder van het monument. Volgens de 'Beleidsregels fietsparkeernormen Den Haag 2016' dienen de fietsparkeerplaatsen op eigen terrein evenwel goed bereikbaar en comfortabel te zijn, ook voor bezoekers. Kennelijk wordt daar niet aan voldaan, want er worden veel fietsen geparkeerd c.q. achtergelaten nabij de hoofdingang van gebouw D. Tevens worden scooters geparkeerd op de stoep van de Plesmanweg. Reactie: In artikel 11 sub g onder 2. van het ontwerp bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (Algemene bouwregels) wordt verwezen naar het meest recente beleid met betrekking tot het fietsparkeren. In dit geval betreft dat de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016 (RIS294386). In hoofdstuk 1 van deze beleidsregels wordt toegelicht dat ‘de fietsparkeernormen zullen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Voor de fietsparkeernormen bij woningen wordt de eis uit het bouwbesluit overgenomen, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is’. Bij beoordeling van de omgevingsvergunning heeft de gemeente getoetst of wordt voldaan aan deze vereisten.

In het gemeentelijk fietsparkeerbeleid worden eisen gesteld aan de vormgeving van de fietsparkeervoorziening. Deze eisen zien toe op de toegankelijkheid van de fietsenstalling, de inrichting van de stalling, de sociale veiligheid en de bereikbaarheid van de stalling wanneer deze op -1 of +1 laag wordt gerealiseerd. In de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is aangetoond dat aan het fietsparkeerbeleid van de gemeente Den Haag wordt voldaan: • In het monument bevinden zich onder bouwdelen A en B gemeenschappelijke fietsenbergingen. Deze zijn bereikbaar via een trap met elektrische fietsgoot. Tevens blijft de bestaande gemeenschappelijke fietsenberging, die in de bestaande situatie is gelegen tussen de te slopen ‘Saxofoon’, de Kwekerijweg en het Kwekerijpad, gehandhaafd. In de definitieve situatie wordt deze fietsenberging ontsloten via de parkeergarage onder nieuwbouwblokken G en H (zie hierna). • Ten behoeve van de nieuwbouwblokken F, G en H bevinden zich in de half verdiepte parkeergarage individuele bergingen. Daarnaast bevinden zich in de garage onder blok F ook fietsenrekken. Het is niet ongebruikelijk dat dergelijke stallingsvoorzieningen en bergingen zijn opgenomen in parkeergarages onder woonbebouwing. De bergingen en stallingsvoorzieningen zijn bereikbaar via de garages middels een eigen trap met fietsgoot.

• Voor de niet-woonfuncties dient te worden voorzien in 99 stallingsplekken. Met de voorgestelde stallingsvoorzieningen wordt daar ruim aan voldaan. De gemeente heeft daarmee geoordeeld dat wordt voldaan aan de bepalingen uit het ontwerp bestemmingsplan Plesmanweg 1-6.

25/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

De gemeente kan middels het bestemmingsplan niet afdwingen dat gebruikers van het monument en de nieuwbouw ook daadwerkelijk gebruik maken van deze stallingsvoorzieningen. v. Zienswijze In de omgevingsvergunning voor bouwen c.q. het bestemmingsplan dient een verplichting te worden opgenomen dat voor bezoekers goed bereikbare en comfortabele fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. w. Zienswijze 14. Omgevingsgeluid vanaf dak gebouw H Op het dak van gebouw H zijn installaties voorzien voor WKO en/of warmtepompen. Die zijn weliswaar omgeven door een geluidwerende wand, maar er bestaat wel zorg bij omwonenden over het geluidsniveau in de nacht temeer omdat dit gebouw in een stille natuur-omgeving staat. In de omgevingsvergunning dient te worden aangegeven wat de norm is voor geluid vanwege de installaties in het bosgebied. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor het bouwen, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. x. Zienswijze 15.

Bestemming 'logies' in bouwdeel A op voor 'Gemengd' aangewezen grond In de Bestemmingsbepalingen wordt onder artikel 3.1 lid c genoemd: "logies, met daarbij behorende voorzieningen als lobby, zwembad, vergaderruimte, wasruimte", waarbij logies in artikel 1.43 is gedefinieerd als "het bedrijfsmatig verstrekken van tijdelijke huisvesting in een toeristische verblijfsaccommodatie voor een periode van maximaal 4 maanden, waarbij sprake is van een (vorm van) flexibel combineerbare woon- en slaapruimte, keuken of kitchenette en eigen sanitaire voorzieningen." Wij constateren dat de definitie van 'logies' moet worden onderscheiden van de definitie van 'hotel' (gegeven in artikel 1.37): "elk gebouw dan wel een gedeelte van een gebouw, alsmede de daarbij behorende voorzieningen zoals horeca, terrassen, tuinen, zwembaden, tennisbanen, erven of terreinen of gedeelten daarvan, waar de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van tijdelijke huisvesting met gehele of gedeeltelijke verzorging." Het onderscheid tussen 'logies' en 'hotel' is - gelet op de definities - niet erg duidelijk.

In beide gevallen gaat het om "bedrijfsmatig verstrekken van tijdelijke huisvesting", 'logies' is beperkt tot maximaal 4 maanden terwijl 'hotel' geen verblijfsduur-beperking heeft, 'logies' veronderstelt "flexibel combineerbare woon- en slaapruimte, keuken of kitchenette en eigen sanitaire voorzieningen" terwijl 'hotel' geen voorwaarden stelt aan de accommodatie maar wel aan "gehele of gedeeltelijke verzorging". Reactie: Reclamanten geven aan het onderscheid van de begripsbepalingen voor logies en hotel “niet erg duidelijk” te vinden. De bijbehorende toelichting op hun zienswijze laat echter zien, dat reclamanten de definities juist interpreteren. De zienswijze geeft derhalve geen aanleiding tot een wijziging van de betreffende planbepalingen.

26/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

y. Zienswijze Bij de aanvraag van en de vergunning voor de functiewijziging van het monument (in 2018) is een indeling van de logiesruimte gevoegd die overeenkomt met de wens van de ontwikkelaar om logies aan te bieden voor extended stay zoals omschreven in de hotelmarktstudie van Horwath HTL. In hun rapport (blz. 54) wordt extended stay beschouwd als "verblijf in gemeubileerde suites of appartementen, al dan niet met hoteldienstvertening, dat van langere duur is dan gemiddeld in hotels, maar van kortere duur dan gemiddeld op de woonmarkt". "Hieronder vallen de vormen die ook wel worden aangeduid als short stay en long stay." Op grond van die omschrijving hebben wijkbewoners de verwachting gekregen dat logies een langere verblijfsduur veronderstelt dan 1 dag (minimaal enkele dagen) in meer-kamer suites of appartementen, en dat daardoor de ruimtelijke impact en druk op de leefbaarheid in de directe omgeving bij logies (als extended stay) minder is dan bij een meer klassiek hotelconcept. Het bestemmingsplan - in het bijzonder de definitie van logies - moet duidelijker zijn wat betreft verblijfsduur: een minimum van 5 dagen. Reactie: De gemeente heeft kennisgenomen van de wens van reclamanten tot nadere afbakening van een minimale verhuurtermijn van 5 dagen.

Gedurende de plan- en projectontwikkeling zijn voor onderhavige locatie op basis van toen vigerend hotelbeleid en ruimtelijk beleid echter ontwikkelafspraken gemaakt, die ook een kortere termijn toe staan. Op grond van de toen legitiem gewekte verwachtingen dient de gemeente deze exploitatiewens van de ontwikkelaar te respecteren. Beperking van de verhuurtermijn tot een periode van minimaal 5 dagen ligt derhalve niet in de rede. Het vorenstaande betekent echter niet dat de gemeente bij nieuwe aanvragen eveneens medewerking aan kortdurende verhuurconcepten zal verlenen. Bij nieuwe afwijkingen van het bestemmingsplan zal het in 2021 vastgestelde hotelbeleid als aanvullend en doorslaggevend toetsingskader fungeren. z. Zienswijze 16. Bestemming 'horeca' in bouwdeel A op voor 'Gemengd' aangewezen grond In de Bestemmingsbepalingen wordt onder artikel 3.1 lid a genoemd: "uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca' (h) horeca categorie 'middelzwaar'. Bij de aanvraag voor functiewijziging van het monument (in 2018) is door de ontwikkelaar aangegeven dat "de horecavoorziening gericht is op gasten van de logiesappartementen, bewoners en tevens op de overige gebruikers van de inpandige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de sportschool c.q. fitness. De keuken van de horeca kan naast bestellingen voor de horeca in het paviljoen ook maaltijden etc.

verzorgen voor roomservice van de logiesfunctie. De horecavoorziening is dus voornamelijk ondersteunend/gelieerd aan de hoofdfuncties in het monument, maar kan ook zelfstandig opereren voor 'buitenstaanders'. Hierbij moet vooral gedacht worden aan de omliggende omgeving en daarmee heeft de horecavoorziening ook een buurtfunctie." Bij die omschrijving past een categorie 'licht' die ook is vergund in 2018. Wijkbewoners achten een zwaardere categorie niet passend in het gebied dat grenst aan het Hubertusduin, dat behoort tot de ecologische verbindingszone, en op het Plesmanduin dat welbewust bestemming 'groen' heeft vanwege de verbinding met de natuur. Openstelling tot na 23 uur met een komen en gaan van bezoekers, en sowieso het aanbieden van vermaak op die locatie, zijn niet te verenigen met het bewaren van rust in de omgeving. Reactie:

27/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reclamanten verzoeken om een beperking van de voorgestelde horeca-bestemming tot de horecacategorie “licht”. Daarbij hanteren zij de opvatting, dat: 1. de horeca ondersteunend van aard zou moeten zijn; 2. een middelzware horeca op grond van de ecologische waarden in de directe omgeving niet passend zou zijn; en 3. een langere openstelling dan 23 uur niet verenigbaar zou zijn met de behoefte aan rust bij bewoners van het complex en omwonenden in de directe omgeving. Met betrekking tot de horecafunctie moet worden geconstateerd dat deze activiteit op grond van de functieaanduiding bij recht is toegestaan. Als gevolg hiervan is de exploitatie van horeca juridischplanologisch gezien niet als een ondergeschikte functie of activiteit aan te merken. De zienswijze is op dit punt dan ook formeel als ‘niet gegrond’ aan te merken. - Voor de volledigheid kan worden vermeld, dat de in de verbeelding opgenomen functieaanduidingen in omvang ca. 13% van het totale bruto vloeroppervlak (BVO) van de onderliggende bestemming ‘Gemengd’ omvat. In kwantitatieve zin voldoet de bestemming dan ook ruimschoots aan de limiet, die doorgaans aan ondergeschikte horeca-activiteiten gesteld wordt (< 25 % van het totale BVO). Met betrekking tot de verstoring van ecologische waarden moet worden opgemerkt, dat de geplande horecavoorziening niet in noch naast een kwetsbare natuurbestemming wordt geëxploiteerd.

Het betreft een inpandige voorziening, waarvan een geringe mate van hinder uitgaat. De bouwkundige constructie werkt daarbij zodanig dempend, dat mogelijke hinder door andersoortige hinderbronnen wordt overheerst. Dit geldt bijvoorbeeld voor het aspect geluidhinder, waaromtrent de hinder op grond van wegverkeerslawaai op de Plesmanweg aanzienlijk hoger is dan eventuele geluidspieken van de horecavoorziening. De bezwaren van reclamanten m.b.t mogelijke negatieve effecten op nabijgelegen natuurbestemmingen worden ambtelijk dan ook als ongegrond en niet steekhoudend aangemerkt. Geconstateerd kan worden dat de beoogde horeca-activiteiten naar hun aard deels als lichte en deels als middelzware activiteiten zijn aan te merken. Zij zijn gelieerd aan zowel de woonfunctie als de logiesfunctie. Gemeten aan het horecabeleid zoals vastgelegd in de ‘Horecavisie 2016 (RIS 288645)’ is de horecavoorziening in het monumentale bouwdeel als een solitaire locatie aan te merken die een ondersteunende bijdrage kan leveren aan de exploitatie van de logiesvoorziening. Daarbij is het mogelijk en voorstelbaar, dat de voorziening ook nog na 23.00 uur is geopend, na 23.00 uur nog maaltijden genuttigd kunnen worden en na 23.00 uur niet alcoholhoudende dranken worden geschonken. Als zodanig is daarom de aanwijzing van de categorie middelzwaar gerechtvaardigd.

Bij deze afweging houdt de gemeente rekening met het gegeven, dat vermaak en het schenken van alcoholhoudende dranken na 23.00 uur zijn uitgesloten, omdat dergelijke horeca-activiteiten als ‘zware horeca’ worden aangemerkt. Met het oog op deze afweging kan de zienswijze van reclamanten niet gehonoreerd worden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan 5.

Ra 10690567

Belanghebbende

28/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. zienswijze Op 10 januari jl heb ik kennisgenomen van de voorliggende ontwerpbesluiten. De uitleg over dit bestemmingsplan was kort en summier. De uitleg betrof het kavel, de afbraak en de nieuwbouw waaronder een overdekte garage. Aanvullende informatie over de leefbaarheid (waaronder faciliteiten), een gezonde wijk en een beheerst mobiliteitsplan ontbraken. Vragen daarover werden door de planologische dienst van Den Haag van de hand gewezen omdat het niet het kavel betrof. Daarom wend ik mij tot U onder verwijzing naar de volgende documenten: Ris 307081; Ris 310888; Ris 309993; Ris310732 en tenslotte Kaders, samenspel voor grote ruimtelijke ontwikkelingen. Om bij dat Iaatste aan te sluiten wijs ik u op het belang van de kwaliteit van de leefomgeving en de noodzakelijke integraliteit van beleidsvorming en uitvoering van beleidsplannen die Den Haag zegt na te willen streven en de feitelijke praktijk van een burgerinitiatief door een projectontwikkelaar.

Reactie: Reclamant(e) is kennelijk van mening, dat het bestemmingsplan onvoldoende is gemotiveerd en dat de effecten op de omgeving onvoldoende zijn getoetst (zie de verwijzing naar de ”noodzakelijke integraliteit van beleidsvorming” en de opsomming van een aantal algemene beleidsstukken respectievelijk kaders met bijbehorende RIS-nummers). Dit standpunt wordt niet gedeeld, omdat in het kader van de planvoorbereiding talrijke onderzoeken hebben plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd of in de toelichting op het bestemmingsplan rechtstreeks verwerkt. Een integrale toetsing van het voornemen heeft onder meer plaatsgevonden in het kader van de “Aanmeldnotitie m.e.r.” (zie bijlage 5 van de toelichting). De inhoud van deze notitie is vervolgens getoetst en heeft tot een m.e.r.-beoordelingsbesluit geleid (zie bijlage 6 van de toelichting). Met dit besluit wordt de conclusie uit de vormvrije m.e.r. beoordeling bevestigd, dat van het voornemen geen significant negatieve effecten op mens en leefmilieu uitgaan. Ook overige omgevingsaspecten zijn onderzocht. De resultaten hiervan zijn eveneens in de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen danwel in de toelichting zelf verwerkt (zie ook de bijlagen 8 t/m 29 van de toelichting).

Van een noodzaak tot nader onderzoek (ter borging van bijvoorbeeld een “gezonde wijk” of een “beheers mobiliteitsplan”) is derhalve geen sprake. b. Zienswijze Gewenst kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Mobiliteit Het gebied Residance Wittebrug/Duttendel en Benoordenhout liggen flinke verdichtings -en uitbreidingsopgaven. Dat zijn de uitbreiding van Madurodam en verdichting Plesmanweg. Dat wil zeggen dat de 157 nieuwe appartementen Plesmanweg de mobiliteit stroom zal toenemen, de flinke uitbreiding van bezoekersaantallen naar Madurodam en dan het seizoensverkeer naar Scheveningen. Om een indruk te krijgen wat deze toename van mobiliteit betekent voor de leefbaarheid van de wijk is het noodzakelijk een mobiliteitsstresstest uit te voeren en in kaart te brengen wat de gevolgen zijn voor de leefbaarheid van de wijk (uitstoot, Co-2 toename, lawaai en veiligheid). Reactie:

29/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Een nieuwe functie genereert inderdaad een bepaalde hoeveelheid verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen is afhankelijk van de omvang en het functioneren van de functie. Tevens is de verkeersgeneratie (optelling van het aankomende en vertrekkende verkeer) verschillend per dag. Door Goudappel Coffeng (zie bijlage 25 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) is derhalve de verkeersgeneratie van de voorgenomen ontwikkeling bepaald met behulp van CROWverkeersgeneratiekencijfers welke zijn opgenomen in CROW-publicatie 381 ‘Toekomstgericht parkeren’. De CROW-kencijfers zijn de algemeen aanvaardbare kengetallen om de verkeersgeneratie te berekenen. De verkeersgeneratie is bepaald voor zowel een gemiddelde weekdag alsmede een gemiddelde werkdag. Op werkdagen zijn de verkeersintensiteiten doorgaans hoger dan in het weekend en daarmee maatgevend voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Uit de studie van Goudappel Coffeng volgt dat de wijzigingen in de verkeersdruk geen invloed hebben op het verkeersveiligheidsbeeld van de omliggende wegen. De impact van de transformatie op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op het omliggende wegennet is als nihil te beschouwen. Het uitvoeren van een mobiliteitsstresstest, zoals indiener stelt, is derhalve niet aan de orde. Daarnaast is onderzocht of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Uit die onderzoeken is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Er is derhalve wel degelijk in beeld gebracht wat de eventuele gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling zijn op de leefbaarheid van de wijk. Aspecten als cumulatieve milieueffecten of het milieuaspect geluidhinder hebben in verschillende onderzoeken van de planvoorbereiding een plek gekregen. Het betreft vooral bijlage 5 van de toelichting van het bestemmingsplan (de “Aanmeldnotitie m.e.r” van Mees Ruimte en Milieu) en de bijlagen 8 en 9 van de toelichting (akoestisch onderzoek inzake geluidhinder door wegverkeer en het hieraan gerelateerde “Besluit hogere grenswaarden”). Genoemde documenten laten zien, dat belangrijke invloedsfactoren voor de kwaliteit van de leefomgeving nadrukkelijk zijn onderzocht en dat zij in de planvorming een volwaardige plek hebben gekregen. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding tot aanvulling of aanpassing van de reeds beschikbare planstukken en bijlagen. c. Zienswijze Na het doorvragen gaf de planologische dienst aan dat er een tram rijdt. Met andere woorden mobiliteit en leefbaarheid als gevolg van nieuwe verkeersstromen, is in de planontwikkeling van de verschillende kavels niet meegenomen. Verwijzend naar de brondocumenten is dat in strijd met de voornemens van Den Haag over de afgelopen jaren.

Reactie: Reclamante is van mening, dat de verandering van mobiliteitsgedrag en bijbehorende effecten in de planvorming onvoldoende zijn meegenomen. Deze opvatting wordt niet gedeeld. Uit onderzoek van Goudappel Coffeng (bijlage PM bij de toelichting) blijkt dat met het voornemen een beperkte toename aan persoonsgebonden verkeer wordt gegenereerd (ruim 660 voertuigenbewegingen). Deze extra verkeersbewegingen zijn in omvang beperkt. d. Zienswijze Faciliteiten Ten aanzien van faciliteiten zoals een supermarkt of winkeltje voor senioren in de wijk zijn niet nodig want, aldus de planologische dienst zijn de loopafstand Gentsestraat of Bankastraat binnen de marges en anders moeten mensen maar online bestellen. Niet realiserend dat ook dat invloed heeft op een toename van mobiliteit en ook van invloed is op verschijnselen van eenzaamheid onder deze groep inwoners. Een belangrijk vraagstuk in de Nederlandse samenleving.

30/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reactie: Reclamante lijkt van mening, dat de intensiteit van verkeersstromen door een extra aanbod van detailhandelsvoorzieningen voor ouderen in het vastgoedcomplex beperkt zouden kunnen worden, en dat hiermee een bijdrage aan de bestrijding van eenzaamheid onder ouderen geleverd kan worden. De opvatting wordt gedeeld dat een goed voorzieningenaanbod een bijdrage levert aan een goede leefbaarheid of leefomgeving voor diverse leeftijdsgroepen. Deze algemene constatering betekent echter niet dat elke vastgoedontwikkeling met de realisatie van detailhandelsvoorzieningen gepaard kan gaan. Juist een ongelimiteerde spreiding van detailhandelsvoorzieningen kan tot een nadelige ontwikkeling van leefmilieus leiden. Daarnaast zou van een te versnipperde detailhandel een negatief effect uitgaan voor het bestedingsvolume in de afzonderlijke deelgebieden van de Haags hoofdwinkelstructuur. De gemeente wenst een dergelijke ontwikkeling te voorkomen. Daar komt nog bij dat de voorgenomen ontwikkeling is uitgewerkt binnen de kaders van de op 6 december 2016 vastgestelde Nota van Uitgangspunten. De nota van uitgangspunten is als bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. In de nota van uitgangspunten is onder meer opgenomen dat een aantal functies op de locatie op voorhand worden uitgesloten. Dit betroffen onder meer de functies detailhandel en supermarkt.

Omdat de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten diende te worden uitgewerkt, zijn faciliteiten zoals een supermarkt of winkeltje voor senioren niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Er wordt geen aanleiding gezien hierop terug te komen vanwege de eerder genoemde belangen. e. Zienswijze Bomen Een ander aspect van leefbaarheid zijn bomen. Zowel het rooien van 72 bomen Plesmanweg en een veelvoud van het kappen van bomen bij de uitbreiding van Madurodam vragen om een nader onderzoek naar de gevolgen van grootschalig kap in het Scheveningse bos. Ook daar moet onderzoek naar worden gedaan, want wat betekent dit voor het concept gezonde leefbare wijk. Reactie: De ingrepen bij Madurodam en aan de Plesmanweg gaan weliswaar beide met bomenkap gepaard. Maar verdere overeenkomsten zijn er niet noch is er sprake van een functioneel ruimtelijke samenhang tussen de betreffende locaties. Dit blijkt onder meer uit de afstand tussen beide locaties en de functionele scheiding door de bebouwing van Madurodam, het vastgoed aan de Plesmanweg en de tussenliggende hoofdinfrastructuur. Voor beide locaties zijn locatiegerichte compensatie en herstelafspraken gemaakt, die rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke verschillen. Zowel voor Madurodam als voor de Plesmanweg worden nieuwe bomen geplant.

De 90 bomen die terug geplant worden ter plaatse van de Plesmanweg zijn grotendeels geselecteerd op hoog ecologisch passende waarden. Daarnaast betreft het merendeels inheemse bomen. f. Zienswijze Op voorhand ben ik tegen het kappen van bomen op beide kavels, zolang dit niet vanuit het niveau van de wijk wordt bekeken maar beperkt blijft tot het kavel. Het gegeven dat het hier om twee kavels (die dicht bij elkaar liggen) en vanuit een burgerinitiatief ontslaat de gemeente Den Haag niet van haar plicht daar open en transparant over te communiceren.

31/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reactie: Zie de reactie onder e. g. Zienswijze Door de kavels los van de omgeving aan te bieden kan Den Haag niet verwachten dat burgers de omvang van het omgevingsvraagstuk kunnen doorzien in deze wijk. Reactie: Zie de reactie onder e. h. Zienswijze Een semantische discussie wat wel of niet in de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet staat over de participatieladder weegt niet zwaarder dan de reactie van de Den Haag op het rapport van de Haagse Rekenkamer (2023)over participatie. Ik vind het daarom van groot en zwaarwegend belang dat de Gemeenteraad op komt voor haar burgers, want wie anders kan deze discussie voeren en de gemeente dwingen zich te houden aan haar eigen voornemens, wat tenslotte ook het sociaal contract inhoudt van Den Haag met haar burgers. Reactie: Voorliggend bestemmingsplan is tot stand gekomen onder de Wet ruimtelijke ordening, niet onder de Omgevingswet. In 2023 is er een rapport van de Haagse rekenkamer verschenen inzake bewonersparticipatie in de energietransitie. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt in voormalige kantoorgebouwen. Burgers zijn bij de planvorming betrokken, onder meer door het houden van een viertal inloopavonden.

Het plan is daarnaast uitgebreid besproken met buurtbewoners (onder andere de Plesmancommissie) en iedereen is in de gelegenheid gesteld om op het ontwerp bestemmingsplan te reageren. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan is er een informatieavond georganiseerd, waarop vragen zijn beantwoord en een toelichting op het bestemmingsplan en de ontwikkelplannen zijn gegeven. Zie ook de reactie onder j. i. Zienswijze Resilient City Dus de vraag wat doet Den Haag om wijken zoals Duttendel of Benoordenhout leefbaar te houden? Deze vraag moet Den Haag zich stellen, wil Den Haag een geloofwaardige partner zijn in het mondiale stedennetwerk van Resiliant cities. Reactie: Zie de reactie onder j. j. Zienswijzen Mobiliteit en leefbaarheid zijn twee kernelementen in de veerkrachtige stad vanuit het perceptief van Resilance. Ik mag hopen dat de Gemeenteraad betrokken is bij de beleidsplannen op dit thema, burgers zijn dit in elk geval niet. Reactie:

32/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reclamante is van mening, dat de projectontwikkeling in het bestemmingsplangebied Pesmanweg 16 in een bredere context moet worden bezien en beoordeeld. Het betreft hier de Haagse deelname aan het mondiale stedennetwerk van ‘Resiliant Cities’ en leefbaarheidsbeleid voor de wijken Duttendel resp. Benoordenhout. Deze opvatting wordt niet gedeeld omdat het project op het hergebruik en de herontwikkeling van een voormalige kantorenlocatie met leegstandsproblemen is gericht. Van deze vernieuwing zullen positieve effecten voor de wijkontwikkeling uitgaan, die hun weerslag vinden in: de versterking van de lokale woningvoorraad in een groene leefomgeving; verruiming van het aanbod aan logiesvoorzieningen op een goed bereikbare locatie; toevoeging van-ondersteunende voorzieningen op het gebied van sport en horeca; de herontwikkeling en het behoud van een Rijksmonument vermijding van leegstand en daarmee samenhangende veiligheidskwesties; en groenontwikkeling aansluitend bij de natuurbestemmingen op het naastgelegen Hubertusduin. Omvang en aard van het voornemen hebben naar mening van de gemeente een passende maatvoering en een integraal, multifunctioneel karakter.

Daarbij is uit gedegen onderzoek gebleken, dat door de nieuwe ontwikkeling geen leefbaarheidsproblemen of nadelige effecten voor de leefomgeving ontstaat (zie onder andere de vormvrije m.e.r.-beoordeling in bijlage 5 en het bijbehorende m.e.r.-beoordelingsbesluit in bijlage 6 van de toelichting). Met het oog op het vorenstaande acht de gemeente de zorgen van reclamante inzake de leefbaarheid ongegrond en is ook niet te veronderstellen, dat de projectontwikkeling tot een resultaat zal leiden dat in mondiale context en samenwerkingsverbanden tot knelpunten zal leiden. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding tot wijziging van de planstukken. Zoals gewenst kan reclamante erop vertrouwen dat de gemeenteraad bij de planprocedure op een passende manier is betrokken. Een en ander blijkt uit de betrokkenheid van de raad bij de vaststelling van cruciale kaderstellende beleidsnota’s op het gebied van wonen, mobiliteit en stadsgroen en niet op de laatste plaats bij de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. k. Zienswijze Ik adviseer de Gemeenteraad het volgende: 1. Het aanhouden van het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 totdat de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving in dit gebied helder en duidelijk zijn op de thema’s mobiliteit en leefbaarheid. 2. Dat bij de aanvraag van Madurodam de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving helder worden genoemd en uitgewerkt. 3.

Den Haag voor beide locaties een mobiliteitsstresstest uitvoert. 4. Het in kaart brengen van wat noodzakelijk is aan faciliteiten bij een ouder wordende populatie (die thuis wonend zal zijn) en het voorzieningen niveau in onze wijk in relatie tot het overheidsbeleid. Het opstellen van een wijkagenda is mooi maar de wijkscan ontbreekt. 5. Kritische vragen te stellen bij de participatie van burgers bij burgerinitiatieven, want het kan niet zijn dat burgerinitiatieven van projectontwikkelaars het voor het zeggen hebben in Den Haag en de burger het nakijken. Dat betekent ook dat de planologische dienst van Den Haag een heldere opdracht meekrijgt over participatie en wordt bekrachtigd door de Gemeenteraad. Dit vraagstuk speelt ook bij de nieuwbouw Royaardsplein de nieuwbouw van het ANWB gebouw in Benoordenhout. Den Haag meldt in de brondocumenten omgevingsvisie/ambities goede relatie te onderhouden met buurgemeenten, dan is het voor burgers belangrijk te weten wat dat inhoudt in de casus van het ANWB gebouw en de mobiliteit op de van Alkemadelaan.

33/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reactie: Er is kennisgenomen van de 5 adviezen van reclamante. Gezien de strekking en de veronderstellingen, die hierbij op het gebied van participatie gehanteerd worden, geven de adviezen echter geen aanleiding tot wijzigingen van de planstukken. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 6.

Ra 10690608

Belanghebbenden

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze 1. Uitweg - wat betreft het voornemen uit de ontwerp-omgevingsvergunning inzake de activiteit ‘uitweg’ (zie bijlage 3) om voor een parkeerkelder voor 85 parkeerplaatsen een nieuwe uitweg te realiseren kort achter de bestaande uitweg — bestaande uit de in/uitrit in de vorm van een halve cirkel naar het daar gelegen monument (voormalig KLM hoofdkantoor), hierna te noemen de bestaande in/uitrit — uitgerekend op de plaats van de bestaande bushalte die daartoe verplaatst zal moeten worden (vooralsnog blijft onduidelijk waarheen), hebben wij een geheel andere zienswijze en maken voor zover nodig bezwaar (onze zienswijze c.q. bezwaar hierna tezamen steeds kortweg aangeduid als: zienswijze). Onze andersluidende zienswijze is in de eerste plaats gebaseerd op het feit dat door een nieuwe uitweg te realiseren kort na de bestaande in/uitrit en vervolgens de bushalte een aantal meters te verschuiven richting Kwekerijweg een verkeersonveilige situatie wordt geschapen die nergens voor nodig is. Immers, deze plannen zullen tot gevolg hebben dat op het korte stukje Plesmanweg/kop van Badhuisweg (van rotonde tot Kwekerijweg) er achtereenvolgens vijf(!) in /uitritten zullen zijn.

Dat zijn: de inrit naar het monument, uitrit vanaf monument, in/uitrit naar parkeerkelder, in/uitrit van de hushalte en in/uitrit van de Kwekerijweg. Reactie: Deze zienswijze ziet op de omgevingsvergunning voor de uitwegvergunning, waardoor ze hier niet inhoudelijk is behandeld. b. Zienswijze Het behoeft geen verder betoog dat hier voor met name alle (brom)fietsers en scooters in de fietsstrook vanaf de rotonde richting de Kwekerijweg door al het afslaande c.q. uitwegende verkeer kort achter elkaar vanuit al die in/uitritten door die fietsstrook heen een onveilige situatie zal ontstaan. Reactie: Uit het verkeerskundig onderzoek, zie bijlage 25 bij het ontwerp bestemmingsplan) volgt dat de omliggende wegen dusdanig zijn vormgegeven (met fietspaden of fietsstroken) dat een eventuele (lokale) toename van verkeersbewegingen op een verkeersveilige wijze verwerkt kan worden. Als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling aan de Plesmanweg 1 – 6 is een aanpassing van de fietsstrook niet noodzakelijk.

34/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Buiten de scope van dit bestemmingsplan is echter in het kader van het programma Ruim baan voor de fiets (RIS 302960) de Plesmanweg-Badhuisweg opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets (RIS306923) als project ter verbetering van de Sterfietsroute Meijendel. In het kader van dat project, waarvan de uitwerking volgens de huidige planning start in 2024, wordt ook aandacht besteed aan het veiliger maken van de Plesmanweg-Badhuisweg en het veiliger aansluiten van de zijstraten.

c. Zienswijze In dit verband moge er met name nog op gewezen worden dat hier dagelijks vele kinderen over de bedoelde fietsstrook richting Vrije School in Duttendel en richting alle sportfaciliteiten op Klein Zwitserland fietsen. Reactie: Zie het antwoord onder b. d. Zienswijze Het vorenstaande is des te ernstiger omdat het realiseren van een aparte uitweg vanuit de parkeerkelder onder de te realiseren nieuwbouw niet nodig is omdat die ook gerealiseerd kan worden door die uitweg te laten uitmonden op (het laatste deel van) de bestaande uitrit vanaf het monument richting Badhuisweg. Reactie: In het mobiliteitsonderzoek (Parkeerkundige en verkeerskundige toets Plesmanweg 1-6), zie bijlage 25 bij het ontwerp bestemmingsplan, is de impact van de ontwikkeling op het omliggende wegennet beoordeeld (paragraaf 4.1 van de toelichting en verder). Berekend is dat in de huidige situatie 379 motorvoertuigen per etmaal en in de toekomstige situatie 638 motorvoertuigen per dag via de Badhuisweg rijden. Het verkeerskundig bureau merkt hierbij op dat de omliggende wegen dusdanig zijn vormgegeven (met fietspaden of fietsstroken) dat een eventuele (lokale) toename van verkeersbewegingen op een verkeersveilige wijze verwerkt kan worden (p.15). Gelet op het voorstaande zien wij geen aanleiding aan te nemen dat een verkeersonveilige situatie wordt geschapen.

Er heeft een onderzoek plaatsgevonden in het kader van de uitwerking van de nieuwbouw, naar het realiseren van een in- en uitrit van de parkeergarage onder blok F naar het monumentale voorterrein bij de hoofdentree van Plesmanweg 1-6. Uit dit onderzoek is gebleken dat, mede vanwege het te overbruggen hoogteverschil tussen het voorplein en de vloer van de beoogde parkeergarage technisch niet mogelijk blijkt te zijn om deze hellingbaan te realiseren zonder dat hierbij een substantieel aantal benodigde parkeerplaatsen komt te vervallen én waarbij kan worden voldaan aan de ontwerpeisen voor hellingbanen en parkeergarages uit de NEN2443. Op basis van de resultaten van dat onderzoek heeft de gemeente besloten de in- en uitrit toe te staan, zoals opgenomen in de beoogde nieuwbouwontwikkeling. De hellingbaan die aansluit op deze in- en uitrit voldoet aan deze ontwerpeisen en met deze hellingbaan blijven de benodigde parkeerplaatsen in de garage wel behouden. Voor de nieuwe uitrit aan de Badhuisweg geldt dat vanuit deze uitrit goed zicht is op de omliggende wegen. Ook is sprake van een uitritconstructie, wat betekent dat het uitrijdend verkeer voorrang

35/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

moet verlenen aan alle verkeersdeelnemers op de Badhuisweg. Deze constructie is nader uitgewerkt in de omgevingsvergunning voor het realiseren van de uitweg. Als gevolg van deze nieuwe in- en uitrit naar de parkeergarage dient de huidige bushalte (richting kust) ca. 40 meter te worden verplaatst in noordelijke richting. Uitgangspunt daarbij is dat de bus halteert op de rijbaan. e. Zienswijze Wij bestrijden de twee argumenten van de ontwikkelaar die wij in dit verband eerder op de verschillende informatieavonden over het project vernomen hebben. In het verleden hoorden wij van de ontwikkelaar vooral dat de hellingbaan voor de auto’s vanuit de parkeerkelder te steil zou worden om e.e.a. bouwkundig te kunnen realiseren via de bestaande uitrit. Een kijkje in de buurt — met name bij twee bestaande appartementenblokjes op de beide hoeken van de Nieuwe Parklaan en de Van Lennepweg — leert dat daar op veel kleinere percelen dan in het project Plesmanduin ondergrondse parkeerkelders zijn gerealiseerd onder die appartementen- gebouwen met een vrij steile uitrit (en bij één ervan ook nog eens met een korte bocht in die uitrit) en dat die uitritten al jaren probleemloos door bewoners gebruikt worden. Reactie: Zie de antwoorden onder b en d. f.

Zienswijze Ook elders in de stad en eveneens aan de Badhuisweg en de Nieuwe Parklaan meer richting Scheveningen zijn daarvan vele voorbeelden te geven (bijv. de grote appartementengebouwen s‘Gravenhof respectievelijk résidence Wittebrug). Kortom, bouwkundige bezwaren kunnen geen reden zijn om de uitweg vanuit de nieuw te bouwen parkeerkelder niet ergens via de bestaande uitrit vanaf het monument te realiseren. Reactie: Zie de antwoorden onder b en d. g. Zienswijze Tijdens de laatste informatiebijeenkomst van 10 januari jl. werd door de ontwikkelaar ineens een beroep gedaan op het feit dat de hoofdingang van het monument zelf ook een monument is en dat dit in de weg zou staan aan onze hiervoor weergegeven zienswijze. Naar onze mening snijdt ook dit argument geen hout. Ongetwijfeld zal aan het deel van de bestaande in/uitrit dat omhoog loopt (vrijwel geheel onder de vanouds daar bestaande luifel) geen wijziging mogen worden gebracht, maar voor het overgrote deel van — met name — de bestaande lange uitrit ligt die (vrijwel) geheel op maaiveld niveau en hoeft daar niets aan te veranderen behoudens dat de uitweg vanuit de parkeerkelder op enigerlei wijze op de bestaande uitrit uitmondt.

Reactie: Zoals uit de voorgaande beantwoording van de zienswijze blijkt, is de beschermde status van het monumentale voorplein niet de enige reden voor het niet kunnen realiseren van de hellingbaan op deze positie. Zie de antwoorden onder b en d. h.

Zienswijze

36/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Overigens is algemeen bekend dat Monumentenzorg ter zake van eventuele kleinere aanpassingen aan een monument (mocht die al nodig zin) bereid is constructief mee te denken. In Den Haag zijn daar ontelbaar vele voorbeelden van. Reactie: Zie de reactie onder b, d en g. i. Zienswijze Tot slot vinden wij als betrokken burgers het opschuiven van óe bushalte richting Kwekerijweg zeer onwenselijk. De bestaande bushalte ligt niet zonder reden tegenover de uitmonding van de Van Lennepweg op de Badhuisweg (waar geen tegenoverliggende oude woningen staan). Bij de verplaatsing van die bushalte richting Kwekerijweg komt de halte tegenover de oudste woningen uit dit gebied (oudste deel uit 1866). Deze woningen zijn voor een gedeelte ruim 20 jaar geleden gerestaureerd door NV Stadsherstel en vallen allen — vanaf de Van Lennepweg tot uitmonding van de Kwekerijweg - te karakteriseren als kwetsbare bebouwing in die zin dat ze niet onderheid zijn en rechtsreeks in het zand staan. De bewoners vrezen dan ook dat steeds afremmende en optrekkende bussen bij een nieuwe halte op den duur tot scheurvorming in hun woningen zullen leiden. Reactie: Voor het verplaatsen van de bushalte wordt separaat van de bestemmingsplanprocedure een procedure doorlopen. Hierbij worden de betrokken belangen tegen elkaar afgewogen.

In het kader van voorliggende bestemmingsplanprocedure volstaat dat de verplaatsing van de bushalte uitvoerbaar wordt geacht. Het is op voorhand niet aannemelijk dat als gevolg van de verplaatsing van de bushalte schade zal ontstaan (zodanig dat dit aan vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning in de weg staat). j. Zienswijze Wij sluiten dit eerste punt af met de conclusie dat indien onze zienswijze wordt gehonoreerd en er geen nieuwe in/uitrit op de Plesmanweg/kop Badhuisweg bijkomt, de bestaande bushalte kan blijven bestaan en de verkeersituatie op voornoemd weggedeelte niet zo'n ingrijpende aanpassing behoeft te ondergaan. Reactie: Zie de antwoorden onder b en d.

k. Zienswijze 2. Parkeersituatie — op 30 september 2020 hebben de projectontwikkelaar Plesmanweg B.V. en Duttendel Wittebrug Wijkvereniging met instemming van de Gemeente een Vaststellingsovereenkomst getekend. Als onderdeel van deze vaststellingsovereenkomst zijn kaders beschreven. Op pagina 8 van deze kaders is het uitgangspunt overeengekomen dat de parkeerdruk niet zal toenemen in de wijk. Reactie: In de huidige feitelijke situatie zijn, vanwege de sloop- en bouwwerkzaamheden in het plangebied, tijdelijke parkeervergunningen uitgegeven. In de eindsituatie worden deze tijdelijke parkeervergunningen ingetrokken en worden er geen parkeervergunningen buiten het plangebied

37/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

uitgegeven. Parkeren vindt dan enkel op eigen terrein plaats. In het bestemmingsplan kunnen uitvoeringsaspecten, zoals de wijze waarop wordt geparkeerd tijdens de bouwwerkzaamheden, niet worden geregeld. In het bestemmingsplan is wel een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die erin voorziet dat in de eindsituatie in het plangebied voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In de toelichting van het bestemmingsplan is reeds aangetoond dat aan de voorwaardelijke verplichting kan worden voldaan. Toenemende parkeerdruk in de openbare ruimte, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is in de eindsituatie derhalve niet te verwachten, omdat toekomstige bewoners van de nieuwbouw ter plaatse van de Saxofoon en uit het Monument geen parkeervergunning zullen krijgen.

l. Zienswijze Naar wij hebben begrepen heeft de gemeente op enig moment besloten om aan bewoners van het monument tijdelijke parkeervergunningen voor de openbare weg toe te staan totdat de parkeergarages onder de nieuwbouw klaar zijn. Reactie: Zie het antwoord onder k. m. Zienswijze In werkelijkheid maakt de projectontwikkelaar circa driekwart van de parkeerplaatsen op eigen terrein alleen tegen betaling beschikbaar achter een slagboom. De kosten van deze parkeerplaatsen zijn hoger dan een door de Gemeente verstrekte parkeervergunning voor de openbare weg. Het gevolg daarvan is dat op eigen terrein de parkeerplaatsen achter de slagbomen grotendeels ongebruikt blijven en parkeren op de openbare weg wordt gestimuleerd. Dit is een onwenselijke en onnodige situatie die de Gemeente eenvoudig kan corrigeren door van de projectontwikkelaar te eisen de parkeerplaatsen op eigen terrein gratis of tegen een aantrekkelijk tarief aan de bewoners aan te bieden. Reactie: Zie het antwoord onder k. n. Zienswijze Verder is het momenteel door de ontwikkelaar gehanteerde uurtarief hoger dan bij de parkeerautomaat op de openbare weg zodat nu ook een deel van de bezoekers van het monument op de openbare weg parkeert. Bovendien leidt de toegenomen parkeerdruk op de openbare weg tot extra belasting van de al beperkte beschikbaarheid van elektrische laadpalen op de openbare weg.

Reactie: Zie het antwoord onder k. o. Zienswijze De facto is de parkeerdruk dus wél fors toegenomen. De oorspronkelijke afspraak over parkeerbeleid op eigen terrein wordt daarmee ons inziens met voeten getreden. Wij vragen de Gemeente om de projectontwikkelaar te sommeren zich aan de gemaakte afspraak te houden. Ons inziens moet de Gemeente ook zorgen voor monitoring van de parkeerdruk, permanent of periodiek, zodanig dat de invloed van de bewoning van het monument en de nieuwbouw zichtbaar gemaakt kan worden.

38/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Reactie: Zie het antwoord onder k. p. Zienswijze 3. Bouwexploit — ondergetekenden maken zich zorgen over de negatieve gevolgen van het bouwverkeer, de grondwerken en het hei- en boorwerk tijdens en voorafgaand aan de realisatie van het nieuwbouwproject dichtbij onze huizen, met name rondom de historische bebouwing aan de Badhuisweg, het begin van de Van Lennepweg en het begin van de Kwekerijweg (nrs 19 t/m 23). Wij zullen de projectontwikkelaar daarom een bouwexploit sturen zodat de fysieke staat van onze woningen wordt vastgelegd voordat de werkzaamheden beginnen. Wij begrijpen dat zo'n bouwexploit geen onderdeel is van het bestemmingsplan of van de omgevingsvergunning. Toch zal het Gemeentebesluit over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning onvermijdelijk leiden tot het risico van potentiële schade aan onze huizen. Daarom vragen wij de Gemeente om bij de projectontwikkelaar aan te dringen op het aanvaarden van de door ons gevraagde (te vragen) nulmeting en het dragen van de kosten daarvan. Reactie: Reclamant merkt terecht op dat een bouwexploit losstaat van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Wij gaan er bovendien vanuit dat een professionele ontwikkelaar bouwwerkzaamheden kan uitvoeren zonder daarbij de eigendommen van derden te beschadigen. De ontwikkelaar heeft kennis kunnen nemen van de zienswijze van reclamant.

Wij willen verder geen rol spelen in (private) overeenkomsten dan wel vorderingen tussen de ontwikkelaar en reclamant. Overigens is in de voorschriften bij de omgevingsvergunning onder meer opgenomen dat beschadiging van belendingen en infrastructuur rondom het bouw- of sloopterrein voorkomen dient te worden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 7.

Ra 10690621

Algemene Vereniging voor Natuurbescherming

De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze Er zijn kansen voor de natuur door de ligging van het gebied. Het ‘groen’ van het bestemmingsplan blijkt echter grotendeels niet groen te zijn maar andere functies te krijgen zoals parkeren. Reactie: Reclamant is van mening dat de herontwikkeling kansen voor natuurontwikkeling biedt en maakt in het verlengde hiervan bezwaar tegen de realisatie van verkeersvoorzieningen in de bestemming ‘Groen’. Geconstateerd kan worden, dat de herontwikkeling van de oude kantorenlocatie weliswaar voor een aanzienlijk deel in de bestemming ’Groen’ plaatsvindt, maar het project is niet op natuurontwikkeling of natuurbeheer gericht zoals dit in natuurbestemmingen van het aansluitende Hubertusduin plaatsvindt.

39/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

De beoogde ingrepen in de bestemming ‘Groen’ zijn echter wel op een herinrichting van thans nagenoeg volledig verharde buitenruimte gericht. Daarbij zal de buitenruimte aan de voorkant van het monument zijn verkeer- en parkeerfunctie weliswaar behouden. Overige delen zullen echter van een blijvend groene inrichting of van een groenvoorziening op een parkeerdek worden voorzien. De gemeente erkent dat groenstructuren op een parkeerdek kwalitatief verschillen van natuurontwikkeling in ongeroerde grond, desondanks is deze groenontwikkeling als een significante verbetering ten opzichte van de huidige (verharde) situatie aan te merken. De betreffende buitenruimte biedt met zijn gronddekking en vegetatie immers ruimte voor absorptie en het vasthouden van regenwater, verkoeling in perioden met hoge temperaturen en droogte en de vermijding van hitte-eilanden, zoals die in de huidige situatie volop aanwezig zijn. b. Zienswijze De AVN vraagt dat in de regels wordt geborgd dat er in ieder geval voldoende grond komt op het dak van de parkeergarages, dat daar een natuurlijk landschap met bomen en struiken kan komen. Daartoe moet constructie sterk genoeg zijn. Reactie: Onderdeel van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vormt het landschappelijk inrichtingsplan alsmede het herplantplan voor de te kappen bomen. De constructie van de parkeergarage is hierop ingericht.

Om te borgen dat het gebied ook daadwerkelijk conform de randvoorwaarden uit het landschappelijk inrichtingsplan worden ingericht, wordt hiervoor in de planregels van het bestemmingsplan aanvullende regels opgenomen. Aan artikel 4.4 specifieke gebruiksregels, wordt onder doornummering van de overige leden een lid b toe gevoegd, dat als volgt luidt: b. ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ (pg) is uitsluitend parkeren in een parkeergarage toegestaan. Aan artikel 4.5 specifieke bouwregels wordt een lid c toegevoegd dat als volgt luidt: C. de parkeergarage ter plaatse van de functieaanduiding ‘parkeergarage’ (pg) dient voorzien te zijn van een afdekkende constructie en voldoende gronddekking die een landschappelijke inrichting met bomen en struiken mogelijk maakt. Ook wordt in de algemene regels het volgende artikel opgenomen: Artikel 12.5 Landschappelijke inrichting a. de terreinrichting dient te worden uitgevoerd conform Plesmanduin, Den Haag Definitief ontwerp+ Terreininrichting Fase 2, d.d 19-09 2022 en Terreininrichting Plesmanduin, Den Haag Definitief Ontwerp Plus omgeving Nieuwbouw 19 september 2022, deltavormgroep, zoals opgenomen in de bijlagen 31 en 32 bij dit bestemmingsplan. b. de terreininrichting zoals genoemd onder a dient als zodanig in stand te worden gehouden. c. Zienswijze Natuurinclusief bouwen is volgens de Toelichting verplicht.

Dat moet ook in de planregels worden opgenomen. Reactie:

40/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

Bij de planontwikkeling is reeds rekening is gehouden met het puntensysteem Groen en Natuurinclusief bouwen. De invulling en behaalde punten zijn weergegeven in het rapport Terreininrichting Plesmanduin Den Haag, Definitief Ontwerp Omgeving Nieuwbouw, 19 september 2022, dat onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning. De zinsnede uit paragraaf 3.4.5 Natuurinclusief bouwen uit de toelichting, waarin staat dat het puntensysteem verplicht is, houd voor onderhavige situatie in dat er in het kader van de omgevingsvergunning is getoetst of aan het puntensysteem is voldaan. Dat is het geval. d. Zienswijze Op de rand bij het Hubertusduin ligt een klein bosje in de volle grond. Beter zou zijn als dit kon worden behouden door de parkeergarage aan die kant iets minder groot te maken. Ook bij de Badhuisweg wordt met dit plan een groot deel van een bosje gekapt. Reactie: In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor het kappen van de bomen, is beoordeeld of er mogelijk alternatieven voor het realiseren van de parkeergarage voorhanden zijn, waardoor meer bomen behouden kunnen blijven. Uit de aangeleverde alternatievenstudie vastgelegd in de oplegnotitie ‘Tweede oplegnotitie’ van Mees Ruimte & Milieu met projectnummer 17188 van 28 oktober 2022, is gebleken dat dit niet mogelijk is. In het ontwerpbesluit is dit op pagina 6 reeds onderbouwd.

In het plan is voorzien in een strook bosplantsoen op het parkeerdek, min of meer op de locatie van het huidige bosplantsoen. Naast het min of meer terugbrengen van het bosplantsoen met grotendeels inheemse soorten worden 90 vrijstaande bomen geplant. Dit is ter compensatie van de 72 bomen die worden gekapt. Hiermee wordt een diverser beplantingsbeeld gecreëerd. e. Zienswijze De maatregelen aanbevolen in de Boom Effect Analyse moeten worden toegepast om bomen te beschermen. Reactie: Deze zienswijze heeft betrekking op de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en wordt daarom hier niet beantwoord. f. Zienswijze Ook lijkt ons nader onderzoek nodig naar de effecten van bemaling op de omgeving. Reactie: Deze zienswijze heeft betrekking op de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en wordt daarom hier niet beantwoord. g. Zienswijze Bij de herplant stelt de AVN voor minder dennen en robinia te gebruiken en meer eiken. Ook lindes en zoete kers zou kunnen worden toegepast, naast veel soorten inheemse struiken en kruiden. Als de bosjes niet kunnen worden behouden, deze herplanten. Reactie: Deze zienswijze heeft betrekking op de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en wordt daarom hier niet beantwoord.

41/55

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10770250

h. Zienswijze Ligging van het gebied: kansen voor de natuur Voor de natuur is van belang dat groengebieden zo groot mogelijk zijn, en dat deze onderling worden verbonden door ecologische verbindingszones. Op kleine eilanden sterven soorten sneller uit. Plesmanweg 1-6 ligt naast het grote groengebied Hubertusduin en tussen Klein Zwitserland (beide bestemming ‘natuur’) en de Scheveningse Bosjes. Deze gebieden zijn onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). Die “dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt”, staat ook in de Toelichting (3.4.1). Er is dus een kans met een natuurlijke, groene inrichting, groen en natuur te laten doorlopen tussen de gebouwen, aansluitend op het Hubertusduin, en deze als het ware te vergroten, en ook de ecologische verbindingen te verbeteren. In de Toelichting staat een kaart van heel Den Haag. Hieronder in de illustratie een deel uit Kaarten Den Haag, SGH, waar de ligging te zien is:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14923345/1