CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20240215-RIS317781 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1

Gemeenteraad 15 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (RIS317781)22.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

e. Zienswijze 13. Het gaat hier om een ontwerpbestemmingplan. Het Wijkberaad nodigt u uit om alsnog uw regierol te pakken, het bestemmingsplan als sturend instrument zijn functie te laten hebben en de volgordelijkheid van plannen en procedures te handhaven. Reactie De belangrijkste ambities en uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling CID en de daarin opgenomen deelgebieden zijn verwoord in de Structuurvisie CID (RIS307135) en bijbehorende plan MER. In de Structuurvisie wordt ingegaan op het deelgebied Den Haag Centraal/ gebiedsagenda CS Oost en Campus en ook verwezen naar de eerder opgestelde gebiedsagenda met de opgaven voor het deelgebied. De herontwikkeling van de KC-locatie maakt hier onderdeel van uit. De NvU ten behoeve van de herontwikkeling van de KC-locatie (RIS310948) past binnen het kader van de Structuurvisie CID en ook bij het opstellen van het Bestemmingsplan zijn de kaders van de Structuurvisie leidend. De beoogde bouwplannen zullen binnen de kaders die het bestemmingsplan voorschrijft gerealiseerd moeten worden. Er is dus wel degelijk sprake van het pakken van de regierol en een sturende functie van het bestemmingsplan. f. Zienswijze Niet naleving afspraken Structuurvisie CID 14. Het plangebied ligt in het CID, zodat uitvoering gegeven moet worden aan de vastgestelde Structuurvisie CID.

In de raadsvergadering van 1 juli 2021 (RIS307135) heeft de raad het college opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: a. Om gebiedsvisies, gebiedsagenda’s, NvU’s, PUK’s en projectdocumenten dan wel collegebesluitvorming informatie toe te voegen waaruit blijkt: 1) hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd; 2) hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; 3) welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; 4) en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden; (...) h. bij alle ontwikkelingen de leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) in de bestaande wijken te inventariseren en bij negatieve effecten voorafgaand (eventueel als onderdeel van het bouwproject) mitigerende maatregelen te nemen.” Reactie Het aangehaalde raadsbesluit houdt in dat er bij gebiedsvisies, gebiedsagenda's, NvU's, PUK's en projectdocumenten dan wel collegebesluitvorming, informatie toegevoegd dient te worden waaruit blijkt hoeveel voorzieningen er worden gerealiseerd, hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen, welke voorzieningen wanneer en waar worden gerealiseerd en hoe deze gefinancierd worden.

Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid als burgers en bedrijven, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor een specifiek gebied worden vastgelegd. Hierbij wordt opgemerkt dat de referentienormen niet op projectniveau moet worden bezien. Ze vormen een uitgangspunt voor bij gebiedsontwikkelingen. Bovendien is er geen sprake van een afdwingbare situatie, omdat de Wet ruimtelijke ordening uitgaat van het principe van toelatingsplanologie.

21/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Hierbij wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling geen extra druk legt op de bestaande voorzieningen, maar juist ruimte geeft voor de realisatie van extra voorzieningen (het pocketpark, horeca, (kinder)fietswerkplaats en een theater). g. Zienswijze 15. Bij grootstedelijke bouwplannen, hoort als onderdeel van het vereiste ‘goede ruimtelijke ordening’ ook een flankerend grootstedelijk Voorzieningenplan. Kaders wat betreft de leefbaarheid waartegen bouwprojecten als onderhavige afgezet en beoordeeld kunnen worden. Dit is onzes inziens een uitvloeisel van de hiervoor aangehaalde afspraken in het kader van de Structuurvisie CID. Reactie Voorzieningen in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' zijn noodzakelijk wanneer er potentieel een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau dreigt. Dit doet zich voor wanneer inwoners van een specifiek gebied niet meer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Volgens vaste jurisprudentie wordt alleen een mogelijke ontwrichting met betrekking tot eerste levensbehoeften als ruimtelijk relevant beschouwd. Een aantasting van het voorzieningenniveau voor andere behoeften is op zichzelf geen reden om planologische medewerking aan een besluit te weigeren.

Bij grootstedelijke bouwplannen is het niet noodzakelijk om in het kader van een goede ruimtelijke ordening een flankerend voorzieningenplan op te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan faciliteert de realisatie van twee kantoorgebouwen. Verwacht wordt niet dat deze ontwikkeling de inwoners van het Bezuidenhout belemmert om op een aanvaardbare afstand van hun woning in hun eerste levensbehoeften te voorzien. Dit bestemmingsplan leidt niet tot het wegbestemmen van voorzieningen. h. Zienswijze 16. Middels het voorzieningenplan kan worden geborgd dat bouwprojecten waar mogelijk bijdragen aan het op peil brengen/ houden van het voor de wijk benodigde voorzieningenniveau. In plaats van dat bouwprojecten, doordat ze op zichzelf staand worden benaderd, de voorzieningen in en de leefbaarheid van de wijk (onnodig) onder druk zetten. Of doordat buitenplanse ideeën omtrent voorzieningen, die mede leiden tot goedkeuring van plannen, niet daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Reactie Zie het antwoord onder g. i. Zienswijze 17. Een andere, onzes inziens dwingende, reden voor het vooraf opstellen van een Voorzieningenplan is het gebrek aan een zogenoemde grondpositie van de gemeente in de wijk Bezuidenhout.

Het gebrek aan grondpositie betekent dat de gemeente niet eigenstandig benodigde voorzieningen (op eigen grond) kan realiseren, maar voor het treffen van voorzieningen altijd afhankelijk is van de medewerking van anderen, van projectontwikkelaars. Deze afhankelijkheid in combinatie met de verschillende schaalgroottes van de bouwplannen maakt dat de gemeente voorafgaand aan het vaststellen van bestemmingsplannen en vergunningverlening voor bouwplannen de totale behoefte aan voorzieningen in beeld moet hebben. Zodat, in een latere fase zoals nu, per bouwlocatie bepaald kan worden welke bijdrage de ontwikkeling kan/moet leveren aan de benodigde voorzieningen in de wijk en waar nodig het bestemmingsplan hierop kan aanpassen.

22/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie De gemeente heeft hier wel een grondpositie. Het kostenverhaal vindt plaats via de gronduitgifte. Zie verder het antwoord onder f. j. Zienswijze 18. Het Wijkberaad verzoekt u dan ook om het voorliggende ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen, maar terug te sturen en te eisen dat eerst uitvoering gegeven wordt aan de hiervoor aangehaalde afspraken: hoeveel voorzieningen (moeten) worden gerealiseerd; hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden. Eerst dan kan weloverwogen worden besloten welke voorzieningen het beste op deze locatie gerealiseerd kunnen worden. Reactie Zie de antwoorden onder f en g. k. Zienswijze 19. In het huidige ontwerpbestemmingsplan zijn voorzieningen opgenomen. Voor een leefbaar Bezuidenhout is het echter van belang dat voorzieningen niet volstrekt willekeurig worden gerealiseerd, maar dat vanuit (lange termijn) visie wordt bekeken naar welke voorziening op welke plek het meest doelmatig kan worden ingepast. Het Wijkberaad verzoekt u dan ook om het recent opgeleverde eindrapport Den Haag CID Voorzieningenprogramma (RIS316627) alsnog te betrekken bij het voorliggende bestemmingsplan. Reactie Zie de beantwoording onder f en g.

Daarbij dient te worden benadrukt dat het genoemde rapport geen reden geeft om het huidige bestemmingsplan met betrekking tot de geplande voorzieningen aan te passen. l. Zienswijze “Dromen zijn bedrog” 20. Het bestemmingsplan staat vol van algemeenheden en variabelen. Dat hoeft niet problematisch te zijn, ware het niet dat het deel van het plan dat een positieve bijdrage kan leveren aan het voorzieningenniveau in de wijk, een hoog utopisch gehalte heeft en dat de ondergrens van alles wat binnen het plan wordt toegestaan, realistischer voorkomt qua financiële haalbaarheid en leidt tot een achteruitgang van het voorzieningenniveau binnen de wijk. Reactie Zie de beantwoording onder f en g. m. Zienswijze 21. Het wijkberaad verzoekt u om behoud van het voorzieningenniveau binnen de wijk als ondergrens voor dit bestemmingsplan te hanteren. En alle variabelen met een negatief effect eruit te halen. Reactie Zie de beantwoording onder f en g.

23/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

n. Zienswijze 22. Het ontwerpbestemmingsplan behelst een klein gebied: Juliana van Stolberglaan 1. In de Toelichting wordt een groter gebied dan sec het plangebied besproken. Reactie Het is gebruikelijk om ook de ligging van het plangebied in de omgeving in de toelichting te benoemen. In dit kader is specifiek de ligging binnen het CID van belang. o. Zienswijze Aan de in de Toelichting geschetste vooruitzichten is geen planning, financiering of garantie van uitvoering gekoppeld, zodat hieraan geen waarde kan worden gehecht. Bijvoorbeeld: groene overkapping van de Utrechtsebaan1. Vergezichten als deze kunnen dan ook geen positieve rol spelen in de beoordeling van het plan of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Reactie Het is ons niet duidelijk op welke geschetste vooruitzichten wordt gedoeld. Bij de beoordeling van of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt een breed pallet aan aspecten betrokken. Zie hiervoor de toelichting van het bestemmingsplan. p. Zienswijze 23. Het Wijkberaad verzoekt u bij buitenplanse verwijzingen enkel realistische, haalbare, liefst reeds vastgestelde en van budget voorziene plannen op te nemen. Dit komt het realiteitsgehalte van het voorliggende bestemmingsplan ten goede. Reactie Zie het antwoord onder o. q. Zienswijze Buitenruimte/ pocketpark 24.

Het bestemmingsplan hinkt op verschillende gedachten, waardoor het lastig is om de kwaliteit en de toegevoegde waarde van de buitenruimte en het daarin voorziene pocketpark in te schatten. Het ene moment is het een verblijfruimte voor gebruikers van de locatie Juliana van Stolberglaan 1 en omwonenden. Het andere moment dient het als buffer voor opvang van water na een hevige regenbui. Reactie Binnen het totale plangebied heeft een gedeelte de bestemming Groen. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd als groen- en speelvoorzieningen, fiets- en wandelpaden. Deze bestemming maakt zodoende een buitenruimte mogelijk die zowel als verblijfsruimte voor gebruikers te gebruiken is als ook een bijdrage kan leveren aan klimaatadaptie en natuurinclusiviteit. r. Zienswijze Als gevolg van klimaatveranderingen komen weersextremen als hevige regenbuien2 vaker voor en zal het pocketpark vaker pocketwaterbak zijn dan goed is voor een (duurzaam) prettig verblijfklimaat van plant, dier en mens. Het staak ook haaks op de in het plan beschreven bijdrage aan de biodiversiteit.

24/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie De (technische) uitwerking van het pocketpark vindt plaats in een later stadium. Er is op dit moment geen enkele reden om aan te nemen dat er sprake zal zijn van een slecht functionerende waterhuishouding ter plaatse van het pocketpark. s. Zienswijze Het Wijkberaad verzoekt u daarom om de optie van verlaagde aanleg uit het bestemmingsplan te halen. Reactie Het bestemmingsplan voorzien niet in een ‘verlaagde aanleg’, maar maakt het mogelijk dat er een pocketpark in het plangebied wordt gerealiseerd. De daadwerkelijke uitwerking van het park vindt in een later stadium plaats. t. Zienswijze 25. En ook als het pocketpark niet verlaagd wordt aangelegd is een prettig verblijfsklimaat niet gegarandeerd door de omvang, de vele m2 verharding (ca 2/3e van het totaal aan buitenruimte), de ligging van het pocketpark en de beoogde hoogbouw rondom. Zie ook het eerder uitgevoerde windhinderonderzoek. Reactie Passend bij de locatie-eigenschappen zal de (technische) uitwerking van het pocketpark worden ingevuld. Het Beeldkwaliteitsdocument geeft daarnaast ruimtelijke en kwalitatieve uitgangspunten. Onder andere de bezonningssituatie en windklimaat maar ook beoogde functies van het pocketpark zullen hierbij worden betrokken. Zoals ook onder r en s is aangegeven, vindt de uitwerking in een later stadium plaats. u. Zienswijze 26.

Uit het ontwerpbestemmingsplan komt naar voren dat 2/3 van de buitenruimte wordt verhard. Welke belangen zijn hier tegen elkaar afgewogen? In hoeverre is dit noodzakelijk en doelmatig? Mede gelet op de noodzaak tot regenwateropvang en maatregelen ter voorkoming van hittestress? Reactie Zoals ook onder q is benoemd, zijn binnen de bestemming Groen groen- en speelvoorzieningen en fiets- en wandelpaden mogelijk. Hiermee is niet bepaald welk percentage binnen deze bestemming als verharding wordt ingericht. Daarnaast is een regel opgenomen waarin is vastgelegd dat bij de hoogbouw boven 50m de realisatie van buitenruimte met een minimaal percentage van 40% groen, dat een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van de opwarming, is vereist. Dat 2/3 wordt verhard, is niet uit de regels te herleiden. v. Zienswijze 27. Om het voorzieningenniveau ‘groen’ in de wijk te bevorderen, zeker ook in dit dicht bebouwde nabij uitvalswegen (A12) gelegen gebied, ziet het Wijkberaad graag een concrete norm opgenomen: minimaal 50% van de buitenruimte wordt als groenvoorziening (park/plantsoen) ingericht.

25/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie In de regels (artikel 4.3 onder l.) is hier het volgende over opgenomen: bij hoogbouw (bebouwing met een grotere hoogte dan 50 meter), komt minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag (de onderste bouwlagen tot een hoogte van maximaal 25 meter, exclusief parkeergarages) terug als horizontale buitenruimtes, zoals daktuinen. Van deze horizontale buitenruimtes wordt minimaal 40% ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking van opwarming. w. Zienswijze 28.Een kwalitatieve, richtinggevende beschrijving of definitie van ‘kwalitatief hoogwaardig groen’ ontbreekt. Eenzelfde gebrek kleeft ook aan zinsnedes als ‘bijdrage aan biodiversiteit’. Reactie Dit maakt het mogelijk om het ingediende plan te kunnen beoordelen en voortschrijdende inzichten in de afweging te betrekken. Op deze wijze worden ontwikkelende partijen uitgedaagd. x. Zienswijze Theater 29. In het ‘ANWB-programma’ is voorzien in een theater. Regels artikel 4.4. sub j luidt: Het oppervlak cultuur en ontspanning (co) bedraagt maximaal 1.000 m2 BVO, waarvan maximaal 800 m2 BVO ten behoeve van een theater. 30. Het Haagse Hout beschikt niet over een eigen theater. Niet zo lang geleden hebben vrijwilligers uit dit stadsdeel daarom het plan opgevat voor een Cultuuranker. Onderzoek leert dat een rendabel theater een publieksvriendelijk programma met minimaal 200 stoelen nodig heeft.

Een volwaardig theater van een dergelijke omvang met alles wat daarbij komt kijken kan niet binnen 800 m2 gerealiseerd worden. Het Wijkberaad verzoekt u om deze regel aan te passen tot maximaal 1000 m2 ten behoeve van een theater. Reactie Er wordt geen aanleiding gezien om het aantal vierkante meters in het bestemmingsplan naar boven bij te stellen. Het voorziene theater in het ANWB hoofdkantoor heeft een capaciteit van 200 personen in een zittende opstelling en maximaal 300 mensen in een staande opstelling. De zaal wordt hoofdzakelijk gebruikt voor diverse bijeenkomsten die de ANWB in huis organiseert, zoals presentaties, bondsvergaderingen en bijeenkomsten. Als de zaal niet als theater in gebruik is, wordt deze bij de aangesloten lobby getrokken. Daarnaast kan de ruimte, in afgesloten vorm, door externe bezoekers worden gebruikt. y. Zienswijze Parkeren, mobiliteit 31. Het Wijkberaad mist Regels omtrent toestaan van gebruik parkeerplaatsen t.b.v. deelauto’s en het niet mogen afkopen van autoparkeermogelijkheden. Wij zijn van mening dat hier eisen aan gesteld moeten worden voor de levensduur van de bebouwing op deze locatie. Reactie In het bestemmingsplan is een dynamische verwijzing naar het parkeerbeleid uit de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 opgenomen.

26/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Zie artikel 7 lid d en e en artikel 8 lid b en c. De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 bevat de regels omtrent het gebruik van parkeerplaatsen t.b.v. deelauto's en het al dan niet mogen afkopen van autoparkeermogelijkheden. z. Zienswijze 32. Gelet op de toenemende verdichting van Bezuidenhout en de reeds bestaande problematiek in de wijk rondom parkeren van eender welke vorm van vervoer vragen wij u om, in afwijking van de diverse Nota’s, in geen enkel geval afkoop of iets dergelijks toe te staan. Reactie Het parkeerbeleid uit de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 is op dit plan van toepassing. Dit plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en zal geen bijdrage leveren aan de reeds bestaande problematiek in de wijk. Het is niet te verwachten dat kantoormedewerkers in de omgeving gaan parkeren, omdat daar gedurende een groot deel van de kantoortijden een betaald parkeerregime geldt. Er is geen reden om specifiek voor dit plan op dit specifieke onderdeel van het parkeerbeleid af te wijken. aa. Zienswijze Het Wijkberaad verzoek u tevens om artikel 9 sub c uit de Regels te schrappen. Reactie Artikel 9 lid c is toegevoegd, omdat ANWB een grotere hoeveelheid parkeerplaatsen wenst te realiseren dan het parkeerbeleid mogelijk maakt. Het artikel is niet bedoeld om een kleinere hoeveelheid parkeerplaatsen mogelijk te maken.

We passen het artikel als volgt aan: “c.het bepaalde in artikel 7 lid f en g en 8 lid b en c van de parkeernomen die gehanteerd worden, om een groter aantal parkeerplaatsen mogelijk te maken, onder de volgende voorwaarden: .. etc. etc.” bb. Zienswijze Kroon 33. Er zijn afspraken gemaakt over de maximale hoogte (76m) en bouwvolume (totaal BVO 61.000 m2. Volgens de Hoogbouwnota Eyline Skyline (RIS298448) is sprake van hoogbouw vanaf 50 meter hoog, het bouwbesluit gaat uit van 70 meter. Kenmerkend voor Haagse hoogbouw is de Kroon. In de Regels en Toelichting ontbreken afspraken of voorschriften over de Kroon. Hier kan binnen de staande afspraken over bouwhoogte en -volume invulling aan worden gegeven. Reactie 50 Meter is een ‘strengere’ norm dan de 70 meter die het Bouwbesluit hanteert. Afwijking van hoofdstuk 2 tot en met 7 van het bouwbesluit is mogelijk indien daarmee tenminste dezelfde bescherming van kwaliteitsnormen, zoals bijvoorbeeld veiligheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid etc. wordt bereikt. In Den Haag is gekozen voor een strengere norm van 50 meter, omdat dit beter aansluit bij de historische stad en de middelhoge stedelijke bouwblokken, waarbij het belangrijk is om al vanaf 50 meter aanvullende kwaliteitsregels te stellen aan hoge gebouwen. De nota Haagse hoogbouw Eyeline Skyline (RIS298448) sluit hierop aan en spreekt derhalve van hoogbouw bij 50 meter of hoger.

In paragraaf 4.3.4 van de toelichting is de nota Haagse hoogbouw Eyline Skyline van toepassing verklaard op het bestemmingsplan.

27/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

De bestemmingsplanregels zijn in overeenstemming met de Eyeline Skyline. Nadere voorschriften en invulling van de maximale hoogte van het gebouw, zijn o.a. terug te vinden in art. 4.3 van de planregels. cc. Zienswijze Conclusie Op grond van het voorgaande vragen wij u om het voorliggende ontwerpbestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 niet goed te keuren danwel vast te stellen. Wij verzoeken u om: - eerst een Voorzieningenplan voor het CID vast te stellen, en - de meest doelmatige bijdrage van deze locatie aan het op niveau houden/brengen van voorzieningen voor Bezuidenhout vast te stellen, en - het ontwerpbestemmingsplan incl. bijlagen voor het overige aan te passen zoals hierboven verzocht.” Reactie Zoals aangegeven bestaat er geen noodzaak om voor dit bestemmingsplan eerst een voorzieningenplan vast te stellen. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels ongegrond en deels gegrond te verklaren. Naar aanleiding van de zienswijze wordt artikel 9 lid c gewijzigd. 3.

Ra 10620854

Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken (AVN)

De volgende zienswijze is geciteerd: “Het ontwerpbestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening tot en met 2 oktober 2023 ter inzage gelegd. Eenieder kan gedurende de inzagetermijn schriftelijk een zienswijze kenbaar maken. De AVN dient deze zienswijze in uit zorg voor groen en natuur. De AVN is verheugd te constateren dat, conform het gemeentebeleid- het voornemen is te vergroenen. Maar van de groene projecten die worden genoemd, is het pocketpark de enige die op korte termijn wordt uitgevoerd. Reden te meer te kijken naar de kwaliteit ervan, en het groen te borgen in de Regels. Hieronder doen wij daartoe voorstellen. a. Zienswijze Vergroenen in het CID In het door de Gemeenteraad in juni 2021 aangenomen Raadsvoorstel over de Structuurvisie CID staat: “bij de ontwikkeling van het CID te voorzien in een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde en daarbij op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen te hanteren van 8 m2 per woning;” De AVN stelt voor dit op te nemen in de Toelichting in 4.3.1. over de Structuurvisie CID.

28/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie In de toelichting van het bestemmingsplan wordt reeds de ambitie die beschreven wordt in de Structuurvisie CID aangaande het creëren van een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving uiteengezet. In dit bestemmingsplan worden geen woningen mogelijk gemaakt, waarvoor de streefnorm van 8 m2 per woning van toepassing is. Om de kwaliteit van de buitenruimte te waarborgen, is een Beeldkwaliteitsdocument opgesteld. Dit document wordt net als het bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad voorgelegd, zodat het als kader gaat fungeren voor de beoordeling van de uitwerking van de plannen. Bij het opstellen van het ontwerp van de buitenruimte / pocketpark worden onder andere de in het Beeldkwaliteitsdocument opgenomen ruimtelijke en kwalitatieve uitgangspunten toegepast. b. Zienzwijze De kwaliteit van het pocketpark Van de vier groene projecten die worden genoemd in het hoofdstuk Visie en ambitie (Toelichting 2.4): Pocketpark, vergroenen Pr. Beatrixlaan, doortrekken Schenkzone en park op de Utrechtse Baan, is het pocketpark de enige die op korte termijn wordt uitgevoerd. Reactie Het pocketpark maakt onderdeel uit van het plangebied waar dit bestemmingsplan op ziet. Door de buitenruimte te bestemmen als Groen, worden groen- en speelvoorzieningen en fiets- en wandelpaden mogelijk gemaakt.

Om de kwaliteit van het te realiseren groen te borgen, is er een beeldkwaliteitsdocument opgesteld voor dit bestemmingsplan (zie ook reactie bij a.) De overige projecten zoals opgesomd in de toelichting vallen buiten de scope van dit bestemmingsplan en worden opgepakt zodra die ontwikkelingen worden opgestart. c.

Zienswijze

Reden te meer te kijken naar de kwaliteit van het pocketpark: 1.

Volgens de illustraties in Bijlage 17 Bezonningsonderzoek 290922 ligt het pocketpark een groot deel van de tijd in de schaduw van bestaande bebouwing.

Reactie Uit het Bezonningsonderzoek blijkt dat afhankelijk van het jaargetijde en het tijdstip van de dag een bepaalde mate van bezonning/schaduw aanwezig is in het pocketpark. De NvU waarop het bestemmingsplan is gebaseerd, beschrijft de ambitie van 50-50% zon/schaduwverhouding op 21 juni 14:00u. Uit het Bezonningsonderzoek valt op te maken dat aan deze ambitie bij benadering wordt voldaan. Dat het pocketpark voor een groot deel van de tijd in de schaduw ligt, is daarmee niet correct. d. 2.

Zienswijze Een klein deel van het pocketpark komt onder een ‘uitkraging’ van minimaal 8,1m en maximaal 25,2m hoog.

Reactie Dit is correct. e.

Zienswijze

29/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

3.

Volgens het onderzoek wordt in een klein deel van het pocketpark het windklimaat ‘langdurig verblijf’ niet bereikt en is het daar slecht of matig slenteren of lopen. Daarop dient bij de inrichting rekening worden gehouden.

Reactie Er is enkel op één plek potentieel sprake van een matig of slecht windklimaat; aan de zuidzijde van het ANWB-kantoor/pocketpark. Hier is in de bestaande situatie ook al sprake van; het windklimaat verandert echter niet door toevoeging van de nieuwe bebouwing. In de rest van het pocketpark is het verwachte windklimaat goed. In het ANWB-kantoor zijn de functies die een relatie aangaan met de openbare ruimte aan de goede windzijde gepositioneerd. Ook bij het ontwerp van het pocketpark wordt het te verwachten windklimaat als uitgangspunt gebruikt. Bij de inrichting van het pocketpark zal derhalve aandacht aan het windklimaat aan de zuidzijde van het pocketpark besteed moeten worden. Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan (artikel 11.4 Voorwaardelijke verplichting windhinder) bepaald dat een omgevingsvergunning onder voorwaarden van een nadere beoordeling van het windklimaat wordt verleend. Initiatiefnemer zal ook moeten aantonen dat eventueel te treffen maatregelen zijn geborgd. f. 4.

Zienswijze Het Pocketpark, aangegeven met de bestemming ‘groen’, komt volgens de plankaart op maaiveld bovenop een garage. Overal waar de bestemming ‘groen’ is, staat ook de functieaanduiding ‘parkeergarage’. Er is echter niets aangegeven over de dikte van het substraat op de garage, zodat er ook daadwerkelijk een park kan komen met bomen.

Reactie Het bestemmingsplan schrijft geen technische eisen voor. Het ontwerpen en inrichten van het pocketpark vindt op een later moment plaats. g. 5.

Zienswijzen Volgens de Nota Stadsbomen (RIS 307827) moeten nieuwe daktuinen op straatniveau standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte (zie afbeelding 18). Afhankelijk van de gewenste inrichting en de gewenste grootte van een boom is maatwerk nodig en bestaan hiervoor minimale maten. Het is daarbij belangrijk vooraf rekening te houden met de benodigde draagkrachten (zie voor meer informatie de Nota Stadsbomen,).

30/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

afbeelding 18: weergave doorwortelbareruimte (dak)tuinen Reactie Bij de uitwerking van de verschillende bouwplannen zal rekening gehouden moeten worden met de eisen uit de Nota Stadsbomen. Door in de gronduitgifte overeenkomst de genoemde randvoorwaarden op te nemen, zal worden geborgd dat er voldaan kan worden aan het beleid uit de Nota Stadsbomen. h. 6.

Zienswijze In de Toelichting 5.7.2.3. staat: “De aanleg van het Pocketpark kan gebruikt worden om meer bomen toe te voegen dan momenteel aanwezig zijn. De gemeente heeft de ambitie om 5% meer kroonoppervlakte toe te realiseren in 2030.” Op dit ogenblik groeien volgens bijlage 14 bij de Toelichting, 19 bomen in een binnentuin en op andere plekken binnen de bebouwing (13 daarvan hebben een stamdiameter van meer dan 15 cm). Conform het beleid moet dus voor gekapte bomen worden gecompenseerd zo dat het kroon oppervlak toe neemt.

Reactie Het beleid schrijft niet voor dat gekapte bomen terug geplant moeten worden. Wel geldt er voor kapverguninngplichtige bomen een herplantplicht. Vanwege de sloop-nieuwbouwplannen is dit ook niet uitvoerbaar. Bij de uitwerking van de plannen voor het pocketpark zal bekeken moeten worden wat mogelijk is.

31/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

i. Zienswijze Aanpassing van de regels Om pocketpark te borgen, en voor een optimale kwaliteit, stelt de AVN daarom voor in de Regels: •

•

•

Naar analogie van het bestemmingsplan voor Steenzicht of voor Madurodam bij begrippen het begrip ‘pocketpark’ toe te voegen: Een ‘pocketpark’ met voldoende gronddekking op een aangepaste constructie voor volwaardig groen, voldoende waterberging en de mogelijkheid gras en heesters aan te leggen. Ter plaatse van bomen en heesters heeft het pakket een dikte van minimaal 1,20 meter. De beplanting is van zodanige kwaliteit dat dit mee telt voor de te behalen groennorm en kan onder andere voedsel, verblijfplaatsen en nestplekken voor fauna bieden. En dan in regel 3.2.1 toe te voegen, na: …”ter plaatse van de functieaanduiding "parkeergarage" (pg) een gebouwde parkeervoorziening worden gebouwd;”: deze wordt voorzien van een ‘pocketpark’ op het dak. In de regels bij bestemming ‘groen’ toe te voegen: Bouwwerken geen gebouwen zijnde en verharding mogen samen maximaal een derde van het oppervlak ‘groen’.

Wij vragen u bovenstaande aanpassingen aan de regels en toelichting van het bestemmingsplan door te voeren.” Reactie In artikel 4.3, onder l van de planregels is een regel opgenomen op basis van het beleid Eyeline Skyline waarin wordt bepaald dat 100% van de footprint van de stedelijke laag als horizontale buitenruimte terugkomt, waarvan minimaal 40% wordt ingericht met groen dat onder andere een bijdrage levert aan biodiversiteit. Aan deze planregel wordt toegevoegd dat dit naast daktuinen ook kan bestaan uit een pocketpark. Aan artikel 1. ‘begripsbepalingen’ wordt de begripsbepaling ‘pocketpark’ toegevoegd dat, in lijn met het NvU als volgt luidt: Pocketpark: een openbaar toegankelijk, niet afsluitbaar compact parkachtig gebied, in de vorm van intensieve en robuuste bedekking op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor beplanting en de opslag van regenwater, dat tevens wordt ingericht met verblijfsplekken en met een (deels) recreatieve doelstelling. Het pocketpark zelf is een publiek toegankelijke ruimte die, naast hoofdfunctie als park, ook als entreegebied fungeert voor beide te realiseren gebouwen. De inrichting is van zodanige kwaliteit dat ze een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van opwarming. Tevens wordt aan artikel 1.

‘begripsbepalingen’ de begripsbepaling ‘daktuin’ toegevoegd dat als volgt luidt: Daktuin: tuin met beplanting in de vorm van intensieve en robuuste bedekking op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor beplanting en de opslag van regenwater. De inrichting is van zodanige kwaliteit dat ze een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van opwarming. Conform het beeldkwaliteitsdocument NvU Juliana van Stolberglaan (RIS310948) wordt artikel 8 (Algemene gebruiksregels) aangevuld met een regel, waarin wordt vastgelegd dat minimaal 50% van de onbebouwde ruimte op het plot groen wordt ingericht en als groen behouden blijft.

32/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Ook het Beeldkwaliteitsplan KC-locatie beschrijft eisen voor het inrichten van het pocketpark. Het Beeldkwaliteitsplan wordt aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden en is daarmee het toetsingskader voor de invulling van deze locatie. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels ongegrond en deels gegrond te verklaren. Naar aanleiding van de zienswijze wordt een begripsbepaling Pocketpark, een begripsbepaling Daktuin toegevoegd, evenals een artikel 8 lid f en g aan de Algemene gebruiksregels (artikel 8). 4.

Ra 10620827

Belanghebbende

De volgende zienswijze is geciteerd: “ Graag schrijf ik u over de locatie Juliana van Stolberglaan 1. a. Zienswijze Ten eerste: Het ontwerpbestemmingsplan telt 2638 pagina’s. Ik weet dat er een informatieavond is geweest, maar heeft u ooit besproken of een leeswijzer voor betrokken burgers kan worden opgesteld? Een paar A4-tjes die iemand helpen de juiste paragraaf te vinden als iemand niet naar de avond kan komen? Een paar bladzijden waar u de eigen hulde en roe in benoemt want jeemig, 2638 pagina’s, mag dat nog ‘ter inzage’ heten? Is dat niet eigenlijk een Chinese muur van letters? Een officiële ‘Ter afschrikking’? Reactie Het ontwerpbestemmingsplan bevat naast de regels, toelichting en verbeelding een groot aantal onderzoeken (de bijlagen bij de toelichting), waardoor het een lijvig plan is geworden. Het bestemmingsplan is zowel digitaal als op papier te raadplegen. Beide plannen bevatten een inhoudsopgave. Het digitale plan is makkelijker te doorzoeken omdat de betreffende hoofdstukken en paragrafen aangeklikt kunnen worden. Om de leesbaarheid van het plan te vergemakkelijken zijn de resultaten van de verschillende onderzoeken weergeven in aparte hoofdstukken. Zie hiervoor hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 van de toelichting. Tot slot is het ontwerpbestemmingsplan van een samenvatting voorzien. b. Zienswijze Ten tweede: Ik heb mij beperkt tot het pocket park.

Ik zie het vanwege de vele schaduw nog niet zo snel een gebied worden dat de buurt intensief zal gebruiken voor spel en aangenaam verpozen. Hierdoor heeft u alle kansen om het gebied uitermate geschikt te maken voor verbetering van biodiversiteit en opvang regenwater. Deze twee thema’s zouden dus leidend moeten zijn bij elke ontwerpkeuze. Heeft u dat vastgelegd? Reactie Het bestemmingsplan maakt mogelijk dat er binnen het plangebied een pocketpark wordt aangelegd, maar schrijft geen definitieve inrichting voor.

33/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Keuzes over de inrichting en beplanting worden in een later stadium gemaakt. c. Zienswijze Bij: Paragraaf 3.3 Buitenruimte (p.24) In de stukken staat vaag iets over bijdrage, maar niet in welke mate. Er staat ook iets over een kwalitatief groene invulling. Wat is dat? Bedoelt u kwalitatief hoogwaardige groene invulling? Dat is nog steeds vaag. Kwalitatief hoogwaardig kunstgras is ook groen. Wat is ‘een bijdrage aan de biodiversiteit’ leveren? Wordt bedoeld een kleine bijdrage, een hoge bijdrage? Een positieve of een negatieve bijdrage? Reactie Ter verduidelijking van de invulling van de buitenruimte wordt paragraaf 3.3 aangevuld. Hierbij wordt ter vervanging van de huidige tekst onder ‘Pocketpark’ de onderstaande nieuwe tekst in de toelichting opgenomen: Stedelijk groen De ontwikkeling van de KC-locatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van de stedelijke groenstructuur, stadsbomen en stadsnatuur. Vanwege de belevings- en beoogde verblijfskwaliteit, het beperken van hittestress, de waterbergingsopgave en de bijdrage voor de ecologie, voegt het pocketpark essentiële kwaliteit toe aan de locatie en draagt het bij aan het invullen van de duurzaamheidsopgaven. Daarnaast kan het een schakel zijn in het netwerk van pocketparken tussen de nabijgelegen hoogbouw.

De aanleg van het pocket park kan bovendien gebruikt worden om meer bomen toe te voegen dan momenteel aanwezig zijn. Aangezien de gemeente de ambitie heeft om 5% meer kroonoppervlak te realiseren in 2030 is het noodzakelijk om te verkennen of de aanwezige bomen, zoals die op de binnentuin van het huidige KC-gebouw, behouden kunnen blijven. Ook in de stedelijke laag zijn er kansen voor vergroening door de aanleg van groene daktuinen. Pocketpark Op het kavel wordt een kwaliteit hoogwaardig en publiek, voor iedereen toegankelijk, groen pocketpark gerealiseerd. Het kan daarbij onderdeel uitmaken van de horizontale buitenruimte, waarvan 40% als groen moet worden ingericht conform het gemeentelijk beleid Eyeline Skyline. Het pocketpark moet daarbij ook goed aansluiten op het omliggende maaiveld en de naastgelegen Monarch kavel. Door het realiseren van een groen pocketpark op de plot en het toepassen van de wegwijzer klimaatadaptief Den Haag en het puntensyteem natuurinclusief bouwen levert de ontwikkeling van de KC-locatie een bijdrage aan de Haagse opgaven op het gebied van groen, klimaatadaptatie, gezondheid, energie, duurzame mobiliteit en circulariteit. Door de onbebouwde ruimte voor minimaal 50% groen in te richten kan eveneens water infiltreren of opgevangen worden waardoor wateroverlast tegengegaan wordt.

Bij de inrichting van het pocketpark zal sprake moeten zijn van een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor de beplanting en de opslag van regenwater. Daktuin Naast het realiseren van een pocketpark kan ook een daktuin onderdeel uitmaken van een horizontale buitenruimte, waarvan 40% als groen moet worden ingericht en bijdraagt aan de biodiversiteit en beperking van opwarming. Het realiseren van een daktuin, aangevuld met het toepassen van de wegwijzer klimaatadaptief Den Haag en het puntensyteem natuurinclusief bouwen, kan zodoende eveneens bijdragen aan de Haagse opgaven op het gebied van groen,

34/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

klimaatadaptatie, gezondheid, energie, duurzame mobiliteit en circulariteit. Door de buitenruimte zo veel mogelijk groen in te richten kan water infiltreren of opgevangen worden waardoor wateroverlast tegengegaan wordt. Belangrijk is dat de daktuin op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie wordt aangelegd, die nodig is voor de beplanting en de opslag van regenwater. d. Zienswijze Hoe rijmt de gemeente een kwalitatief groene invulling met de elders omschreven waarschijnlijkheid dat 2/3 van de ruimte verhard is? Reactie Het plangebied is opgedeeld in deelgebieden waarbinnen bebouwing en buitenruimte gerealiseerd wordt. De buitenruimte is bestemd als Groen waarin groen- en speelvoorzieningen en fiets- en wandelpaden mogelijk zijn. Hiermee is niet bepaald welk percentage binnen deze bestemming als verharding wordt ingericht. Conform de NvU Juliana van Stolberglaan 1 (RIS310948) wordt artikel 3 (Groen) aangevuld met een specifieke gebruiksregel, waarin wordt vastgesteld dat minimaal 50% van de onbebouwde ruimte op het plot groen wordt ingericht en als groen behouden blijft. Ten behoeve van de bebouwing is een regel opgenomen waarin is vastgelegd dat bij de hoogbouw boven 50m de realisatie van buitenruimte met een minimaal percentage van 40% groen vereist is. Groen dat een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van de opwarming, is vereist.

Voor een van beide gebouwen is dat van toepassing. Dat 2/3e verhard wordt, is niet uit de regels te herleiden. e. Zienswijze Wie worden bedoeld met iedereen? Groningse mensen die een dagje naar Den Haag komen? Daklozen die nu in het Haagse bos slapen? XR? Het is fantastisch dat de ambtenaar die gaat over rolstoelen zo mee heeft mogen schrijven, maar waar zijn de schrijfsels van andere collega’s die werken aan inclusiviteit gebleven? Mensen met pollenallergie? Slechthorenden? Slechtzienden? Reactie Het pocketpark wordt openbaar en daarmee voor eenieder toegankelijk. f. Zienswijze Paragraaf 3.5 Duurzaamheid (p.26) Er staat hier veel over energie, dat is mooi, maar duurzaamheid gaat over meer dan het voor je eigen portemonnee goed regelen. Er staat niet duidelijk of voor de maximaal mogelijke milieuvriendelijke materialen wordt gekozen (zoals hout). De levenscyclus van materialen wordt niet benoemd. Kunt u garanderen dat de beste score van dat BREEAM waarmee u werkt wordt behaald? Wilt u dat ook? Een heerlijke samenhang van mogelijkheden tot milieuvriendelijk bouwen? Reactie Zoals beschreven in paragraaf 3.5 gaat duurzaamheid verder dan alleen energie. Ook afval, duurzame bouwlogistiek, stedelijk groen, klimaatadaptatie, gezondheid en mobiliteit zijn aspecten waarbij duurzaamheid een rol bij speelt.

Vanuit onder andere de legesverordening volgt een stimulans om duurzaamheidsmaatregelen toe te passen.

35/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

g. Zienswijze Paragraaf 3.6.7 Natuurlijk Hier staat een enorm vage tekst over groen en dat de beleving van de voetganger leidend is. Dit is nogal nietszeggend voor mensen die denken dat met natuur iets met ecologische kwaliteit wordt bedoeld. Wat wordt hier bedoeld? Is een kunststof kerstboom een natuurervaring? Reactie Het Kwaliteitsplan CID beschrijft de overkoepelende ambities van het CID. Hierin zijn de zeven kwaliteitsopgaven beschreven, welke als ambitie bij nieuwe ontwikkelingen worden meegegeven zodat het CID een samenhangend, hoogwaardig, inclusief en prettig hoogstedelijk stuk stad wordt. In paragraaf 3.6 zijn de zeven kwaliteitsopgaven uit het Kwaliteitsplan benoemd, welke ook terugkomen in het Beeldkwaliteitsplan KC-locatie. Ter verduidelijking van de subparagraaf Natuurlijk, wordt ter vervanging de volgende tekst opgenomen: Natuurlijk Het CID is een duurzame en gezonde woon- en leefomgeving op de korte én lange termijn. De KClocatie geeft hier eveneens invulling aan. De ontwikkeling is bestand tegen klimaatverandering en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het vergroenen, toevoegen van waterberging, aansluiten op het wandel- fiets- en OV-netwerk en ontspanningsmogelijkheden in de publieke ruimte leveren een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving.

Natuurlijke oplossingen hebben ook impact op de identiteit, biodiversiteit, microklimaat op straat, sociale cohesie en mobiliteit binnen het CID en dragen bij aan een ‘schoon’ CID waar het milieu zo min mogelijk onnodig wordt belast. h. Zienswijze Van het pocketpark schijnt 2/3 verhard te worden. Hoe is dat te rijmen met regenwateropvang en maatregelen ter voorkoming van hittestress? (p.100-101 ontwerpbestemmingsplan). Ik hoop dat u mij kunt antwoorden, Reactie Er is berekend dat er een waterberging met een capaciteit van ongeveer 457m3 nodig is om te kunnen voorzien in de benodigde watercompensatie als gevolg van de toename van verharding en om te kunnen voorzien in de benodigde waterberging voor de klimaatopgave 2050. Bij het realiseren van waterberging gaat de voorkeur uit naar oppervlaktewater, maar alternatieve opvangmogelijkheden zoals retentiekratten zijn, indien uitgevoerd conform de eisen van het Hoogheemraadschap Delfland, ook mogelijk. Op het perceel en op de daken zijn voldoende mogelijkheden om 457 m3 waterberging te realiseren, zonder dat dit ten koste gaat van ruimte voor groen (de maatregel ter voorkoming van hittestress). i. Zienswijze Toen ik zocht naar dit bestemmingsplan kwam ik nog twee documenten tegen, daarover heb ik ook vragen, ik had namelijk niet door dat dat niet de juiste documenten waren. Misschien kunt u die vragen ook beantwoorden.

Ze staan op de volgende pagina’s.

36/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Toen ik zocht naar waarop ik moest reageren kwam ik ook het volgende tegen: Projectdocument Juliana van Stolberglaan Herontwikkeling Koninklijk Conservatorium locatie 4.3 Pocketpark Het pocketpark zal worden uitgewerkt volgens de kaders zoals beschreven in de NvU. Ten behoeve van de uitwerking wordt een programma van eisen opgesteld. Rondom het proces voor het opstellen van een PvE wordt de input van omwonenden mede opgehaald. Hiertoe worden participatiemomenten georganiseerd in een latere fase. Vanwege beheersing van risico's bij de inrichtings- en beheerfase heeft het de voorkeur de grond voor het pocketpark mee uit te geven bij de gronduitgifte van de gebouwen. De samenwerkende partijen zijn nog in gesprek over de uiteindelijke eigendomssituatie. Ongeacht de eigendomssituatie is een een openbaar toegankelijk pocketpark voorwaarde. In de grondexploitatie is als uitgangspunt genomen dat de gemeente het park aanlegt en in eigendom heeft, er is rekening gehouden met een eventuele uitgifte aan de samenwerkende partijen. Vragen: - Welke invloed kan een omwonende nog hebben in een latere fase? - Wat wordt bedoeld met input? Input is Engels voor inbreng? Op welk abstractieniveau mogen omwonenden invloed hebben op het PvE? - Wat wordt bedoeld met: ‘Rondom het proces voor het opstellen van een PvE wordt de input van omwonenden mede opgehaald’.

Onduidelijk is waarom er staat ‘rondom het proces’. Betekent dat niet in het proces, maar aan de zijkant? Onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘mede opgehaald’. Wordt inbreng zowel weggegooid als meegenomen? - Wat is eigenlijk het verschil tussen een eis en een voorwaarde? - Zijn de ruimtelijke kenmerken van openbaar toegankelijk al verbeeld? Zijn de praktische kenmerken al verwoord? Toegankelijk kent vele vormen. Wordt de eis dat een ieder zich aangetrokken moet voelen tot het park, zich er op haar gemak moet voelen? Wordt de eis dat een bepaalde groep omwonenden zich er senang voelt? Is de meest haalbare ruimtelijke kwaliteit van dit hoeveel uur van de dag beschaduwde stukje dat 2/3 bestraat is al besproken? - Er staat aanleg en eigendom door gemeente. Er staat niks over onderhoudsbudget? - Er staat niets over reacties op het NvU en hoe die zijn verwerkt. - Correctie: in de zin met ‘eigendomssituatie’ staat twee maal ‘een’.

37/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Grondexploitatie, Openbaar deel 2.2 Ruimtegebruik

Op beide kavels komen twee kantoorpanden met beoogde kopers ANWB en RVB. De openbare ruimte rond de kavels zal hersteld en waar nodig vernieuwd worden. Dit conform het bestaande kwaliteitsniveau van de openbare ruimte. Daarnaast zal een zogenaamd pocketpark aangelegd worden. De partijen zijn nog in gesprek over het eigendom van het park. Het park zal echter ongeacht de eigendomssituatie openbaar toegankelijk zijn. Het ontwerp voor de openbare ruimte is nog in ontwikkeling, daardoor is de onderverdeling van de openbare ruimte nog niet duidelijk. Indicatief is in het bovenstaande overzicht een verhouding 2/3 verharding, 1/3 groen aangehouden. Vragen: - Indien 2/3 bestrating is en 1/3 groen, kan er dan enige ambitie op ecologisch gebied worden verwezenlijkt? - Wat wordt bedoeld met budget voor handhaven (dat er niet is)? Welke handhaving kan dan niet plaatsvinden?” Reactie Conform het NvU Juliana van Stolberglaan 1 (RIS310948) wordt artikel 3 (Groen) aangevuld met een specifieke gebruiksregel, waarin wordt vastgesteld dat minimaal 50% van de onbebouwde ruimte op het plot groen wordt ingericht en als groen behouden blijft. Ook het Beeldkwaliteitsplan KC-locatie beschrijft eisen voor het inrichten van het pocketpark.

38/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Het Beeldkwaliteitsplan wordt aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden en wordt daarmee het toetsingskader voor de invulling van deze locatie. De vraag ten aanzien van het budget voor handhaven heeft geen betrekking op het bestemmingsplan, waardoor daar niet verder op wordt ingegaan. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt in de toelichting paragraaf 3.3. en paragraaf 3.6 aangevuld. 5.

Ra 10619972

Provincie Zuid-Holland

De volgende zienswijze is geciteerd: “Inleiding Ingevolge artikel 3.8, lid 1, onder b van de Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) ontvingen wij op 22 augustus 2023 bovengenoemde ontwerpbestemmingsplan. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de OmgevingsverordeningZuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40). In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. a. Zienswijze In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is bij brief van 31 augustus 2022 al aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en het college verzocht om het plan op deze onderdelen aan te passen. Wij hebben geconstateerd dat hieraan niet afdoende gevolg is gegeven. Daarom dienen wij tegen het ontwerpplan een zienswijze in. Reactie Naar aanleiding van de Bro reactie inzake detailhandel zijn er wijzigingen in de regels gemaakt. In de planregels is ten aanzien van detailhandel bepaald dat dit ondergeschikt- en aan de bedrijfsvoering gerelateerd moet zijn, waarbij het bvo detailhandel niet meer mag bedragen dan 250 m2.

Ook is aan de regels toegevoegd dat het om ondergeschikte detailhandel moet gaan, voor zover dat direct verband houdt met de dienstverlenende activiteiten van de ANWB. Zie ook de artikelen 4.4 lid a, b en c en paragraaf 9.1 in de toelichting van het bestemmingsplan. Zienswijze Onze zienswijze heeft betrekking op de volgende onderdelen: b. Zienswijze Detailhandel Op grond van artikel 6.13 lid 3 onder c2 van de verordening is detailhandel mogelijk mits het gaat om ondergeschikte detailhandel bij een dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming.

39/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

In de vooroverlegreactie is onder andere aangegeven dat de beoogde detailhandel, van in dit geval de ANWB, binnen de regels en de bedoeling van de verordening kan passen mits het gaat om ondergeschikte detailhandel, voor zover dat direct verband houdt met de dienstverlenende activiteiten van het betreffende dienstverlenende bedrijf (artikel 6.13 lid 3 onder c2 van de verordening). Daarnaast is aangegeven dat het brutovloeroppervlak voor deze ondergeschikte detailhandel gemaximeerd dient te worden in de regels zodat dit aansluit bij de regels van de verordening en is gevraagd om een beschrijving van de dienstverlenende activiteiten op te nemen. Reactie Zie de reactie onder a. c. Zienswijze In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is te zien dat ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel' op de locatie waar de ANWB zich zal vestigen, in de regels (artikel 4.1 sub g) is opgenomen dat 'detailhandel' (dh) tevens ondergeschikte, aan de bedrijfsvoering gerelateerde detailhandel op de eerste verdieping, mogelijk wordt gemaakt. Dit is niet in lijn met de verordening. Zoals aangegeven dient het te gaan om ondergeschikte detailhandel voor zover dat direct verband houdt met de dienstverlenende activiteiten. Wij verzoeken de planregels hierop aan te passen. Reactie Zie de reactie onder a. d.

Zienswijze In de specifieke gebruiksregels onder artikel 4.4 is voorts opgenomen dat ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel', detailhandel is toegestaan, voorzover dat direct verband houdt met de dienstverlenende activiteiten van de ANWB. Tevens is opgenomen dat het totale oppervlak ondergeschikte detailhandel niet meer mag bedragen dan 250m2 BVO. Hiermee wordt voldoende tegemoetgekomen aan de provinciale vooroverlegreactie ten aanzien van detailhandel op dit onderdeel. Reactie Deze opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. e. Zienswijze Uit het ontwerpbestemmingsplan valt verder op te maken dat naast artikel 4.1 sub g en artikel 4.4 sub a, voor de functieaanduiding 'detailhandel', ook onder de hoofdbestemming 'Kantoor' (artikel 4.1 sub d, ondergeschikte detailhandel), aan de bedrijfsvoering gerelateerde detailhandel, uitsluitend op de begane grond, wordt toegestaan. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat er bij een willekeurig kantoor, detailhandel wordt mogelijk gemaakt, aan de bedrijfsvoering gerelateerd. Dit is niet in lijn met de regels uit de verordening omdat het niet gaat om een dienstverlenende activiteit. Wij verzoeken u het plan hierop aan te passen. Reactie Artikel 4.1 sub d maakt ondergeschikte aan de bedrijfsvoering gerealiseerde detailhandel mogelijk op de begane grond.

De hoofdbestemming is kantoor, waardoor uitsluitend dienstverlenende bedrijven toegestaan zijn. Artikel 4.1 sub d is ons inziens in lijn met de bepalingen uit artikel 6.13 lid 3 onder c2 van de verordening.

40/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Ter plaatse van de aanduiding detailhandel is tevens ondergeschikte detailhandel op de eerste verdieping toegestaan, voor zover dat direct verband houdt met de dienstverlenende activiteiten van de ANWB. Ook dit is ons inziens in lijn met de bepalingen uit artikel 6.13 lid 3 onder c2 van de verordening. f. Zienswijze Externe veiligheid De gemeente dient te borgen dat het routeringsbesluit zodanig is aangepast dat de Utrechtse Baan ter hoogte van het plangebied geen route vervoer gevaarlijke stoffen meer is en dat de ontheffingen voor dat vervoer zijn opgeheven vóórdat het kantoorgebouw van de ANWB in gebruik wordt genomen. Daarnaast dient in het plan te worden opgenomen dat de locatie van het trappenhuis van het ANWBgebouw zoveel mogelijk inpandig en in ieder geval niet aan de zijde van de Utrechtse Baan gelegen mag zijn. Reactie In het onderzoek naar Externe Veiligheid (bijlage 5 bij het bestemmingsplan) staat enerzijds vermeld dat het aannemelijk is dat de Rijnlandroute voor realisatie van het kantoorgebouw van ANWB in gebruik genomen wordt. Anderzijds gaat de rapportage uit van de situatie dat de Rijnlandroute nog niet in gebruik genomen is en er ter hoogte van het plangebied dus sprake is van vervoer van gevaarlijke stoffen. In dat geval neemt het groepsrisico met meer dan 30,5% toe, als gevolg waarvan een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is.

Deze verantwoording is aangeleverd. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond; zowel in de situatie zonder de Rijnlandroute als in de situatie met Rijnlandroute. g. Zienswijze Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbestemmingsplan op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met het provinciaal (ruimtelijk) beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het bestemmingsplan bij de vaststelling alsnog op deze punten aan te vullen.” Reactie Gelet op het bovenstaande zien wij geen noodzaak het bestemmingsplan te wijzigingen. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. AFWIJKEN HAAGS BEZONNINGSBELEID Het Haags bezonningsbeleid (RIS170509) stelt een ondergrens aan de bezonningsnorm van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober. Uit het bezonningsonderzoek van Peutz (bijlage 17 bij de toelichting) dat ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is uitgevoerd blijkt in de huidige situatie (zonder nieuwbouw ANWB en RVB) op 19 februari bij 31 woningen niet wordt voldaan aan het bezonningsbeleid.

Wanneer de bezonningssituatie bij een bouwhoogte van 76 meter inzichtelijk wordt gemaakt, blijkt dat als gevolg van de geplande bebouwing bij 6 van de 31 woningen waar al sprake is van de bezonningnorm, sprake is van een verdere afname van de bezonning. Uit het bezonningsonderzoek blijkt verder dat het niet mogelijk is een zodanig realistisch bouwvolume te realiseren dat ter plaatse van alle woningen aan de bezonningseis voldaan kan worden.

41/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Om een beeld te krijgen van de ernst van de overschrijdingen van de bezonningsnorm is onderzocht welk deel van het jaar de betreffende woningen niet voldoen aan de bezonningsnorm. Uit de resultaten blijkt dat bij het overgrote deel van de woningen eind februari/ begin maart voldaan wordt aan de bezonningsnorm. Op 29 maart wordt bij alle zes de woningen voldaan aan de bezonningsnorm. Wanneer het individuele belang van ten minste 2 uur bezonning op 19 februari afgewogen wordt tegenover het belang van het doorgaan van de ontwikkelingen in het plangebied, dan weegt het belang van het doorgaan van de projecten zwaarden. Hierbij wordt in de overweging betrokken dat de betreffende woningen, vanaf 29 maart wel voldoen aan de bezonningsnorm. EXTERNE VEILIGEHEID Voor het bestemmingsplan “Juliana van Stolberglaan 1” heeft Peutz onderzoek gedaan naar de externe veiligheidsrisico’s in het kader van de realisatie van maximaal 61.000 m2 kantoorbebouwing ter plaatse van de Juliana van Stolberglaan 1. Grote kantoren (>1.500 m2 bvo) zijn kwetsbare objecten conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het plangebied Juliana van Stolberglaan 1 ligt binnen 200 meter van de Utrechtsebaan (A12). Omdat over deze weg gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, is de bijdrage van dit plan aan de hoogte van het groepsrisico berekend.

Voor de Utrechtsebaan ligt de 10 -6 per jaar plaatsgebonden risicocontour op de weg. Een kwetsbaar object mag niet binnen de plaatsgebonden risicocontour worden geprojecteerd. Dit is ook niet het geval. Uit het onderzoek van Peutz blijkt verder dat de oriëntatiewaarde zowel in de huidige als toekomstige situatie wordt overschreden. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het groepsrisico met 30,5% toe. Bij een groepsrisico boven de oriëntatiewaarde, waar in onderhavige situatie sprake van is, is een expliciet collegebesluit nodig om het groepsrisico te verantwoorden (Nota Externe Veiligheid Den Haag (RIS259485)). Het college is voorgesteld om in te stemmen met een toename van het groepsrisico als gevolg van de ontwikkeling op het perceel Juliana van Stolberglaan 1 en in te stemmen met de verantwoording van het groepsrisico. NOTA VAN UITGANGSPUNTEN KC-LOCATIE Voor de locatie is begin 2022 een Nota van Uitgangspunten (NvU) vastgesteld. Deze NvU is een deeluitwerking van de Structuurvisie CID en de gebiedsagenda’s Policy Campus Centraal en Campusboulevard. De NvU doet uitspraken over: • De herontwikkeling van de locatie van het voormalige Koninklijk Conservatorium (KC-locatie) • De nieuwe buitenruimte (gebruik en inrichting op hoofdlijnen) die ontstaat bij herontwikkeling van deze locatie.

De principes en maatvoering zijn bepalend voor de bebouwingscontouren van de herontwikkeling van de KC-locatie. Volgens de NvU wordt het bestaande gebouw van het Koninklijk Conservatorium gesloopt. Hiervoor komen twee nieuwe kantoorgebouwen terug, een gebouw met een bouwhoogte van circa 45 meter langs de Utrechtsebaan en een gebouw van circa 91 meter op de hoek van de Beatrixlaan en de Juliana van Stolberglaan. Langs de Beatrixlaan is ruimte voor een nieuw groen pocketpark, bovenop de ondergrondse parkeergarages. Door deze ruimtelijke opzet wordt er kwalitatieve groene verblijfsruimte aan het gebied toegevoegd en de doorwaadbaarheid van de locatie vergroot.

42/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

In 2022 is, volgend op een raadsmotie, onderzoek gedaan om te komen tot een beperking van de schaduweffecten op de woonbebouwing aan de overzijde van de Juliana van Stolberglaan. Dat onderzoek heeft geleid tot een aanpassing van de hoogbouw in het plan, die is verlaagd naar maximaal 76 meter. Op basis van de onderzoeksresultaten en de afstemming met de buurt is het alternatief model als voorkeursmodel gekozen door de ontwikkelende partijen. Dit heeft ertoe geleid dat, in afwijking van de NvU, in het bestemmingsplan op dit aspect een gewijzigd plan voorgesteld is. Voor behoud van de benodigde vierkante meters voor het Rijksvastgoedbedrijf (Rvb) is gedeeltelijke afwijking nodig van de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline (RIS 298448). De afwijkingen betreffen de maatvoering van de toren en de minimale hoogte van de stedelijke laag. De hoogte van de stedelijke laag komt overeen met de maximale bouwhoogte van het kantoorvolume langs de Utrechtsebaan (42 meter). Deze aanpassing was nodig om met een maximale hoogte van 76 meter het vastgelegde kantoorvolume te kunnen realiseren. In juni 2023 is deze aanpassing via een projectdocument (RIS315935) door het college vastgesteld.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Juliana van Stolberglaan 1, waarmee in de realisatie van een programma van ongeveer 61.000 m2 bvo kantoren en bijbehorende voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel-) auto's wordt voorzien. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: • de bouw van een of meer woningen; • de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; • de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen; • de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; • de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; • de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13722502/3