CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20240215-RIS317781 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1

Gemeenteraad 15 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (RIS317781)22.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: • een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; • meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; • een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Daartoe wordt het volgende overwogen:

43/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Voorliggend plan dat voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Juliana van Stolberglaan 1 met een programma van 61.000 m2 bvo, bestaande uit kantoren, horeca en voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel-) auto's, is een initiatief van een ontwikkelaar. De gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf werken op deze locatie samen op basis van de afspraken zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst waarin is afgesproken om de kantoorbehoefte van de Staat deels op deze locatie te accommoderen (RIS302798). Kostenverhaal door middel van een exploitatieplan of -overeenkomst is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtshalve wijzigingen Verbeelding A. Toevoegen gebiedsaanduidingen VV1 & VV2 Als gevolg van wijzigingen in de regels, artikel 11.2 en artikel 11.3 (regels inzake waterberging), worden er op de verbeelding twee gebiedsaanduidingen opgenomen ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting 1’ en ’overige zone – voorwaardelijke verplichting 2’.

Verbeelding ontwerpbestemmingsplan

44/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Vast te stellen verbeelding

Regels A. Wijziging artikel 1.44 peil Artikel 1.44 peil dat als volgt luidt 1.44 peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van die weg; b. in de overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. in de gevallen waarin de hoogte wordt uitgedrukt in meters NAP: 0 m NAP. wordt gewijzigd in: 1.44 peil: Voor gebouwen waarvan de toegang grenst aan de Juliana van Stolberglaan en/ of Beatrixlaan: 1.10 m+ NAP B. Wijzigen artikel 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Artikel 3.2.2. dat als volgt luidt: 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

45/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 1. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 meter. wordt gewijzigd in: 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. C. Aanpassen artikel 3.3 lid b Specifieke bouwregels Artikel 3.3 lid b Specifieke bouwregels dat als volgt luidt: b.de minimale vrije hoogte onder een uitkraging bedraagt 8,1 meter; Wordt gewijzigd in: b. de minimale vrije hoogte onder een uitkraging bedraagt 7,5 meter; D. Aanpassen artikel 3.3 lid c Specifieke bouwregels Artikel 3.3 lid c dat als volgt luidt: c. uitkragingen van verschillende hoofgebouwen worden op elkaar afgestemd en verschillen nooit meer dan 1 meter van elkaar, zowel voor wat betreft maximale hoogte als vrije hoogte onder de uitkraging; wordt gewijzigd in: c. uitkragingen van verschillende hoofgebouwen worden op elkaar afgestemd voor wat betreft vrije hoogte onder de uitkraging(en); E. Terrassen Aan artikel 3 Groen wordt het artikel 3.5 ‘Omgevingsvergunning voor terrassen’ toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 3.5 Omgevingsvergunning voor terrassen a.

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van het toestaan van terrassen, onder de volgende voorwaarden: 1. aangetoond wordt dat er sprake is van ten minste een matig winklimaat voor de activiteit 'langdurig zitten' zoals gekwalificeerd in NEN 8100; 2. voor wat betreft plaats en afmetingen van terrassen en terrasschermen voldaan wordt aan de bepalingen uit: • de beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2016; • de richtlijn vergunningsvrije terrassen Den Haag 2016; • Richtlijn tot wijziging van de richtlijnen vergunningsvrije terrassen Den Haag 2016; • Beleidsregel tot wijziging van de beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2016; 3. is aangetoond dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van nabij gelegen woningen.

46/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

4. het aantal vierkante meters groen mag niet onevenredig worden beperkt. F. Schrappen artikel 4.3 lid i Artikel 4.3 lid i dat als volgt luidt: i.

het verschil in bouwhoogte tussen het bouwdeel met de hoogte van 42 meter tussen de twee hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan 1 meter;

wordt verwijderd. G. Toevoegen artikel 4.3 lid c Onder doornummering van de overige leden wordt artikel 4.3 lid c toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: c. in afwijking van het bepaalde onder b, geldt ter plaatse van het hoofdgebouw met een hoogte van 42 meter dat minimaal 90% van de begane grond/ eerste bouwlaag een verdiepingshoogte van ten minste 4.5 meter heeft; H. Aanpassen artikel 4.3 lid j Artikel 4.3 lid j dat als volgt luidt: j. Het totale oppervlakte van de onder artikel 4.1 lid a, b, c, d, f en g genoemde functies bedraagt 61.000 m2 BVO; wordt gewijzigd in: j. Het totale oppervlak van de onder artikel 4.1 lid a, b, c, d, f, g en h genoemde functies bedraagt 61.000 m2 BVO; H.

Wijzigen artikel 4.3 lid l

Artikel 4.3 lid l dat als volgt luidt: Bij hoogbouw (bebouwing met een grotere hoogte dan 50 meter), komt minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag (de onderste bouwlagen tot een hoogte van maximaal 25 meter, exclusief parkeergarages) terug als horizontale buitenruimtes, zoals daktuinen. Van deze horizontale buitenruimtes wordt minimaal 40% ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking van opwarming. wordt gewijzigd in: Bij hoogbouw (bebouwing met een grotere hoogte dan 50 meter), komt minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag (de onderste bouwlagen tot een hoogte van maximaal 25 meter, exclusief parkeergarages) terug als horizontale buitenruimtes, zoals daktuinen en pocketpark. Van deze horizontale buitenruimtes wordt minimaal 40% ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking van opwarming.

47/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

I. Wijzigen artikel 4.4 lid d Artikel 4.4 lid d dat als volg luidt: d. Het totaal aantal vestigingen horeca mag niet meer bedragen dan 3, waarvan er maximaal 2 zich bevinden in het hoofdgebouw met een maximale hoogte van 42 meter; wordt gewijzigd in: d. Het totaal aantal vestigingen horeca mag niet meer bedragen dan 3, waarvan er maximaal 2 zich bevinden in het hoofdgebouw met een maximale hoogte van 42 meter en waarvan er maximaal 1 zich bevindt in het hoofdgebouw met een maximale hoogte van 76 meter; J. Wijziging artikel 5.3 lid b Artikel 5.3 lid b dat als volgt luidt: b.de minimale vrije hoogte onder een uitkraging bedraagt 8,1 meter; wordt gewijzigd in: b.de minimale vrije hoogte onder een uitkraging bedraagt 7,5 meter; K. Aanpassen artikel 5.3 lid d Specifieke bouwregels Artikel 5.3 lid d dat als volgt luidt: d. uitkragingen van verschillende hoofgebouwen worden op elkaar afgestemd en verschillen nooit meer dan 1 meter van elkaar, zowel voor wat betreft maximale hoogte als vrije hoogte onder de uitkraging; wordt gewijzigd in: d. uitkragingen van verschillende hoofgebouwen worden op elkaar afgestemd voor wat betreft vrije hoogte onder de uitkraging(en); L. Wijzigen artikel 11.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Artikel 11.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging die als volgt luidt: 11.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging a.

Voordat de kantoren en voorzieningen in gebruik mogen worden genomen, dient er een waterberging met een capaciteit van ten minste 457 m3 te zijn aangelegd. b. Over het bepaalde onder a dient tijdig advies te worden ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland. wordt gewijzigd in: 11.2 a.

Voorwaardelijke verplichting waterberging 1 Voordat het kantoor en de daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - voorwaardelijke verplichting 1’ in gebruik mag worden genomen,

48/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

b.

c.

dient in het betreffende aanduidingsvlak een waterberging met een capaciteit van tenminste 260,5 m3 te zijn aangelegd. Het is verplicht om de waterberging als bedoeld in sub a in stand te houden, te beheren en te onderhouden en daarbij dient voldaan te worden aan de volgende randvoorwaarden: 1. er is een opvangcapaciteit voor berging van hemelwater van minimaal 260,5 m3; 2. er is vertraagde afvoer van minimaal 24 uur tot maximaal 48 uur of een neerslag gestuurde lediging die zodanig wordt ingesteld dat voorafgaand aan een bui een hoeveelheid waterberging naar rato van de verwachte neerslag wordt vrijgemaakt. Over het bepaalde onder a. en b. dient tijdig advies te worden ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland.

M. Vervallen artikel 11.3 Instandhouding waterberging Artikel 11.3 Instandhouding waterberging komt te vervallen. N. Toevoegen artikel 11.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging 2 Aan de regels wordt artikel 11.3 ‘Voorwaardelijke verplichting waterberging 2’ toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 11.3 a.

b.

c.

O.

Voorwaardelijke verplichting waterberging 2 Voordat het kantoor en de daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - voorwaardelijke verplichting 2’ in gebruik mag worden genomen, dient in het betreffende aanduidingsvlak een waterberging met een capaciteit van tenminste 196,5 m3 te zijn aangelegd. Het is verplicht om de waterberging als bedoeld in sub a in stand te houden, te beheren en te onderhouden en daarbij dient voldaan te worden aan de volgende randvoorwaarden: 1. er is een opvangcapaciteit voor berging van hemelwater van minimaal 196,5 m3; 2. er is vertraagde afvoer van minimaal 24 uur tot maximaal 48 uur of een neerslag gestuurde lediging die zodanig wordt ingesteld dat voorafgaand aan een bui een hoeveelheid waterberging naar rato van de verwachte neerslag wordt vrijgemaakt. Over het bepaalde onder a. en b. dient tijdig advies te worden ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Wijzigen artikel 1.37 Ondergeschikte bouwdelen

Artikel 1.37 dat als volgt luidt: 1.37 ondergeschikte bouwdelen: delen van bouwwerken zoals funderingen, pilasters, kozijnen, standleidingen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- of kroonlijsten, liftkokers en installatieruimten. wordt als volgt gewijzigd: 1.37 ondergeschikte bouwdelen: delen van bouwwerken zoals funderingen, pilasters, kozijnen, standleidingen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- of kroonlijsten. P. Toevoegen artikel 4 lid 6 Afwijken van de bouwregels

49/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Aan artikel 4 Kantoor wordt artikel 4 lid 6 ‘Afwijken van de bouwregels’ toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 4.6 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.1 lid b, voor het overschrijden van de op de verbeelding aangeven bouwhoogte, onder de volgende voorwaarden: 1. overschrijding van de maximale bouwhoogte is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het hoofdgebouw met een maximale hoogte van 76 meter; 2. overschrijding is uitsluitend toegestaan voor zover het liftkokers betreft; 3. de overschrijding bedraagt niet meer dan 3 meter; 4. middels onderzoek van een daartoe deskundige organisatie is aangetoond dat de overschrijding niet leidt tot onevenredige schaduwwerking; 5. middels onderzoek van een daartoe deskundige organisatie is aangetoond dat de overschrijding niet leidt tot verstoring(en) van straalpaden en/ of straalverbindingen. Toelichting A. Aanpassen paragraaf 5.7 Natuurbescherming Paragraaf 5.7.2.2.3 Stikstofdepositie wordt geheel vervangen en komt te luiden: 5.7.2.2.3 Stikstofdepositie Witteveen + Bos (aanlegfase) en Peutz (gebruiksfase) hebben ten behoeve van de nieuwbouwplannen ter plaatse van de Juliana van Stolberglaan 1 stikstofdepositieberekening uitgevoerd, zie ook Bijlage 13 en Bijlage 14 bij deze toelichting. Hierna wordt een samenvatting van de rapportages gegeven.

Aanlegfase Bij de berekening van de aanlegfase is rekening gehouden met de sloop- en bouwwerkzaamheden, waarbij stikstofemissies vrijkomen door de inziet van mobile werktuigen en bouwverkeer. De sloopwerkzaamheden duren circa 3 maanden. De bouwfase duurt tot medio 2027. Omdat in het eerste jaar de meeste zware mobiele werktuigen worden ingezet en veel transport plaatsvindt, worden dan de grootste emissies en daarmee hoogste stikstofdeposities verwacht. In onderstaande tabellen zijn de intensiteiten van het zware en lichte verkeer weergegeven. Sloop

50/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Bouwfase

Referentiesituatie Voor de referentiesituatie wordt uitgegaan van het huidige gebruik van de KC-locatie. In onderstaande tabel zijn de intensiteiten van het zware, middelzwaar en lichte verkeer weergegeven in de referentiesituatie.

Resultaten aanlegfase Uit de berekening met het rekeninstrument AERIUS, versie 2022.1, op het moment van schrijven van de rapportage de meest actuele versie, blijkt dat er tijdens de aanlegfase sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De hoogste bijdrage is op Meijendel & Berkeheide. In onderstaande tabel zijn de grootste berekende stikstofdepositietoenamen per Natura 2000-gebied weergegeven. Voor de berekening wordt verwezen naar de bijlage (Bijlage 13)

Grootste stikstofdepostietoename door aanlegfase KC-locatie Mogelijke significante negatieve effecten door stikstof tijdens de aanlegfase zijn niet op voorhand uit te sluiten. Ecologische voortoets aanlegfase KC-locatie In opdracht van Provast en het Rijksvastgoedbedrijf heeft Waardenburg Ecology een ecologische voortoets uitgevoerd (Bijlage 15). Geconcludeerd wordt dat de tijdelijke projectbijdrage (0,02 mol/ha/j in Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide, 0,01 mol/ha/j in Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en 0,01 mol/ha/j in Natura 2000-gebied Solleveld & Kapitellduinen) niet tot een wezenlijke verandering in de plaatselijke achtergronddepositie leidt. Ook heeft de projectbijdrage geen reëel effect op de trend in achtergronddepositie. Ten aanzien van de kwaliteit van overbelaste habitattypen heeft de projectbijdrage geen effect op het rendement van het beheer en de uitgevoerde en nog uit te voeren herstelmaatregelen.

51/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

De beheer en herstelmaatregelen hebben de afgelopen twee decennia tot een aantoonbare kwaliteitsverbetering geleid in een periode waarin de achtergronddepositie tientallen tot honderden mol hoge was dan in de huidige situatie. Wanneer de ontwikkeling ter plaatse van de KC-locatie in cumulatie met bekende vergunde, maar nog niet uitgevoerde projecten wordt vergeleken, veranderen de conclusies niet. Dit geldt ook voor cumulatie met onbekende projecten. Onder de huidige situatie is in de overbelaste habitattypen met voorgenoemde projectbijdrage realisatie van de instandhoudingsdoelen mogelijk. De tijdelijke projectbijdrage heeft geen reëel effect op het rendement van de maatregelen uit het beheerplan en staat de realisatie van de instandhoudingsdoelen niet in de weg. Significant negatieve effecten op habitattypen en leefgebieden zijn uitgesloten. Van aantasting van natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden is geen sprake. Conclusie Uit bovenstaande volgt dat tijdens de sloop-, bouw- en gebruiksfase geen significant negatieve effecten op habitattypen en leefgebieden hebben. Van aantasting van natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden is geen sprake. Hiermee is aangetoond dat het project uitvoerbaar is en er geen sprake is van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. B.

Vervangen bijlage 13

Bijlage 13 ‘stikstofdepostieberekening 110523’ wordt geheel vervangen door ‘stikstofdepostieberekening 131123’ (aanlegfase). C. Toevoegen bijlage 14 Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 14 ‘stikstofdeposistieberekening 291123’ (gebruikfase) toegevoegd. D. Ecologische voortoets Onder doornummering van de overige bijlagen wordt bijlage 15 Voortoets aanlegfase KC-locatie, Den Haag V3 181223 toegevoegd. E.

Economische uitvoerbaarheid

In hoofdstuk 8 ‘Economische uitvoerbaarheid’ wordt de tekst die als volgt luidt: De gemeente Den Haag en de ontwikkelende partijen sluiten een anterieure overeenkomst. De kosten die verband houden met de planprocedure, alsmede planschade en de uitvoering van het plan, worden geacht te zijn verzekerd via het aangaan van deze overeenkomst. Kostenverhaal door middel van een exploitatieplan of -overeenkomst is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. vervangen door: De gemeente Den Haag en de ontwikkelende partijen sluiten een gronduitgifte-overeenkomst. De kosten die verband houden met de planprocedure, alsmede planschade en de uitvoering van het plan, zullen worden verhaald bij het aangaan van deze overeenkomst.

52/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Kostenverhaal door middel van een exploitatieplan is niet noodzakelijk omdat het kostenverhaal middels gronduitgifte zal worden verzekerd. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. Naar aanleiding van de zienswijzen Verbeelding Niet van toepassing Regels A. Aanpassing artikel 9 lid c Algemene afwijkingsregels Artikel 9 dat als volgt luidt: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het plan ten behoeve van: a. de vestiging van een horeca-inrichting in een andere categorie ter plaatse van de bestemming waarbinnen dit gebruik is toegestaan. Daarbij wordt advies ingewonnen bij de toetsingscommissie horeca; b. het bepaalde in artikel 8 onder a, wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. c. het bepaalde in artikel 7 lid f en g en 8 lid b en c van de parkeernormen die gehanteerd worden, onder de volgende voorwaarden: 1. middels onderzoek is aangetoond dat door de afwijking van de gehanteerde parkeernormen er geen overschrijding van stikstofnormen in Natura-2000 gebieden plaatsvindt; 2. door middel van onderzoek is aangetoond dat door de afwijking van de gehanteerde parkeernormen er geen significante verslechtering optreedt van de verkeersafwikkeling.

wordt als volgt gewijzigd: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het plan ten behoeve van: a. de vestiging van een horeca-inrichting in een andere categorie ter plaatse van de bestemming waarbinnen dit gebruik is toegestaan. Daarbij wordt advies ingewonnen bij de toetsingscommissie horeca; b. het bepaalde in artikel 8 onder a, wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. c. het bepaalde in artikel 7 lid f en g en 8 lid b en c van de parkeernormen die gehanteerd worden, om een groter aantal parkeerplaatsen mogelijk te maken, onder de volgende voorwaarden: 1. middels onderzoek is aangetoond dat door de afwijking van de gehanteerde parkeernormen er geen negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepostie in Natura2000 gebieden optreden; 2. door middel van onderzoek is aangetoond dat door de afwijking van de gehanteerde parkeernormen er geen significante verslechtering optreedt van de verkeersafwikkeling en luchtkwaliteit.

53/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

B. Begripsbepaling Daktuin Onder doornummering van de overige begripsbepalingen is artikel 1.21 Daktuin toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 1.21 Daktuin Tuin met beplanting in de vorm van intensieve en robuuste bedekking op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor beplanting en opslag van regenwater. De inrichting is van zodanige kwaliteit dat ze een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van opwarming van de aarde. C. Begripsbepaling Pocketpark Onder doornummering van de overige begripsbepalingen is artikel 1.48 Pocketpark toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: 1.48 Pocketpark: een openbaar toegankelijk, niet afsluitbaar compact parkachtig gebied, in de vorm van intensieve en robuuste bedekking op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor beplanting en de opslag van regenwater, dat tevens wordt ingericht met verblijfsplekken en met een (deels) recreatieve doelstelling. Het pocketpark zelf is een publiek toegankelijke ruimte die, naast hoofdfunctie als park, ook als entreegebied fungeert voor beide te realiseren gebouwen. De inrichting is van zodanige kwaliteit dat ze een bijdrage levert aan de biodiversiteit en beperking van opwarming van de aarde. D.

Toevoeging artikel 8 lid f en g, Algemene gebruiksregels

Aan artikel 8 Algemene gebruiksregels, wordt artikel 8 lid f en g toegevoegd, die als volgt komen te luiden: f. minimaal 50% van het plangebied wordt ingericht met groen; g. het groen zoals bedoeld onder f dient in stand gehouden te worden. Toelichting A. Aanpassing paragraaf 3.3 Buitenruimte Aan paragraaf 3.3 Buitenruimte wordt de volgende tekst toegevoegd: Stedelijk groen De ontwikkeling van de KC-locatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van de stedelijke groenstructuur, stadsbomen en stadsnatuur. Vanwege de belevings- en beoogde verblijfskwaliteit, het beperken van hittestress, de waterbergingsopgave en de bijdrage voor de ecologie, voegt het pocketpark essentiële kwaliteit toe aan de locatie en draagt het bij aan het invullen van de duurzaamheidsopgaven. Daarnaast kan het een schakel zijn in het netwerk van pocketparken tussen de nabijgelegen hoogbouw. De aanleg van het pocket park kan bovendien gebruikt worden om meer bomen toe te voegen dan momenteel aanwezig zijn. Aangezien de gemeente de ambitie heeft om 5% meer kroonoppervlak te realiseren in 2030 is het noodzakelijk om te verkennen of de aanwezige bomen, op de binnentuin van het huidige KC-gebouw, behouden kunnen blijven. Ook in de stedelijke laag zijn er kansen voor vergroening door de aanleg van groene daktuinen.

54/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Pocketpark Op het kavel wordt een kwaliteit hoogwaardig en publiek, voor iedereen toegankelijk, groen pocketpark gerealiseerd. Het kan daarbij onderdeel uitmaken van de horizontale buitenruimte, waarvan 40% als groen moet worden ingericht conform het gemeentelijk beleid Eyeline & Skyline. Het pocketpark moet daarbij ook goed aansluiten op het omliggende maaiveld en de naastgelegen Monarch kavel. Door het realiseren van een groen pocketpark op de plot en het toepassen van de wegwijzer klimaatadaptief Den Haag en het puntensyteem natuurinclusief bouwen levert de ontwikkeling van de KC-locatie een bijdrage aan de Haagse opgaven op het gebied van groen, klimaatadaptatie, gezondheid, energie, duurzame mobiliteit en circulariteit. Door de onbebouwde ruimte voor minimaal 50% groen in te richten kan eveneens water infiltreren of opgevangen worden waardoor wateroverlast tegengegaan wordt. Bij de inrichting van het pocketpark zal sprake moeten zijn van een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor de beplanting en de opslag van regenwater. Daktuin Naast het realiseren van een pocketpark kan ook een daktuin onderdeel uitmaken van een horizontale buitenruimte, waarvan 40% als groen moet worden ingericht en bijdraagt aan de biodiversiteit en beperking van opwarming van de aarde.

Het realiseren van een daktuin, aangevuld met het toepassen van de wegwijzer klimaatadaptief Den Haag en het puntensyteem natuurinclusief bouwen, kan zodoende eveneens bijdragen aan de Haagse opgaven op het gebied van groen, klimaatadaptatie, gezondheid, energie, duurzame mobiliteit en circulariteit. Door de buitenruimte zo veel mogelijk groen in te richten kan water infiltreren of opgevangen worden waardoor wateroverlast tegengegaan wordt. Belangrijk is dat de daktuin op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie wordt aangelegd, die nodig is voor de beplanting en de opslag van regenwater. B.

Aanpassing paragraaf 3.6.7

Paragraaf 3.6.7 die als volgt luidt: Groen wordt een essentieel onderdeel van de opgave bij nieuwbouw. Voor een gezond leefklimaat is een natuurlijke groene omgeving die klimaat adaptief is van belang. De gebouwen dienen ingebed te zijn in een maximaal groene maaiveldinrichting, waarbij er ingespeeld wordt op de verschillende karakteristieken van het plot. Verdichting gaat hier gelijk op met vergroening en verduurzaming. Ook voor de groene inrichting geldt: steeds gedacht vanuit de beleving van de voetganger. wordt vervangen door: Het CID is een duurzame en gezonde woon- en leefomgeving op de korte én lange termijn. De KClocatie geeft hier eveneens invulling aan. De ontwikkeling is bestand tegen klimaatverandering en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het vergroenen, toevoegen van waterberging, aansluiten op het wandel- fiets- en OV-netwerk en ontspanningsmogelijkheden in de publieke ruimte leveren een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving. Natuurlijke oplossingen hebben ook impact op de identiteit, biodiversiteit, microklimaat op straat, sociale cohesie en mobiliteit binnen het CID en dragen bij aan een ‘schoon’ CID waar het milieu zo min mogelijk onnodig wordt belast.

55/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

BESLUITVORMING Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 23 januari 2024, gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, Besluit: met overneming van de door het college in het hiervoor vermelde voorstel aangegeven overwegingen, welke worden geacht deel uit te maken van dit besluit: de zienswijzen in het bij dit besluit behorende voorstel onder “Ingekomen zienswijzen” opgenomen, ontvankelijk te verklaren en daarop het volgende te besluiten; II. de zienswijze 01. (Ra 10602360) in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, ongegrond te verklaren; III. de zienswijze 02. (Ra 10615598) in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, deels gegrond en deels ongegrond te verklaren; IV. de zienswijze 03. (Ra 10620854) in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, deels gegrond en deels ongegrond te verklaren; V. de zienswijze 04. (Ra 10620827) in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, deels gegrond en deels ongegrond te verklaren; VI. de zienswijze 05. (Ra 10619972) in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, ongegrond te verklaren; VII.

ten behoeve van 6 woningen een bezonningsduur van minder dan 2 uur toestaan; VIII. tot herziening van de op het plangebied Juliana van Stolberglaan 1 betrekking hebbende regelingen: - Bestemmingsplan Bezuidenhout, vastgesteld bij raadsbesluit 73, d.d. 27 juni 2013; - Bestemmingsplan Bezuidenhout, deels gewijzigd vastgesteld bij raadsbesluit 44, d.d. 24 april 2014; - Parapluherziening (fiets)parkeren, vastgesteld bij raadsbesluit RIS300391, d.d. 20 september 2018; - Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld bij raadsbesluit RIS 301205, d.d. 20 december 2018. IX. met in achtneming van de Staat van wijzigingen vast te stellen het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 bestaande uit de kaart NL.IMRO.0518.BP0372GJvStolberg-40ON.dgn met ondergrond o_ NL.IMRO.0518.BP0372GJvStolberg-ond.dgn en regels, zoals deze bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bescheiden zijn aangegeven, toegelicht en beschreven; X. dat bij het bestemmingsplan voor Juliana van Stolberglaan 1 geen exploitatieplan wordt vastgesteld, onder de voorwaarde dat in de gronduitgifteovereenkomst het wettelijk verplichte kostenverhaal volledig wordt verzekerd. I.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 15 februari 2024.

De griffier,

De voorzitter,

56/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Na vaststelling van het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 wordt het identificatienummer van het bestemmingsplan gewijzigd van NL.IMRO.0518.BP0372GJvStolberg-40ON in NL.IMRO.0518.BP0372GJvStolberg-50VA.

57/57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13722502/3