CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20240215-RIS317781 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1

Gemeenteraad 15 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (RIS317781)22.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum

Registratienummer

23 januari 2024

DSO/10675829 RIS317781

Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 INLEIDING Bij raadsmededeling van 27 juni 2023 (DSO/10433983 - RIS315969) is aan de raad toegezonden het ontwerpbestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1. Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt in het Stadsdeel Bezuidenhout. Het plangebied wordt begrensd door de Juliana van Stolberglaan, de Prinses Beatrixlaan en de Utrechtsebaan. Aanleiding voor het bestemmingsplan Begin 2022 is het Koninklijk Conservatorium verhuisd naar Amare. Hiermee is de locatie van het huidige Koninklijk Conservatorium-locatie (KC-locatie) aan de Juliana van Stolberglaan 1 beschikbaar gekomen voor een herontwikkeling. Vanwege de strategische ligging in het CID biedt de KC-locatie veel potentie voor een hoogwaardige ontwikkeling. In 2019 hebben de gemeente Den Haag en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in een bestuursovereenkomst afspraken gemaakt om de kantoorbehoefte van het Rijk deels op de KC-locatie te accommoderen. Daarnaast heeft de gemeente in 2021 met de ANWB een intentieovereenkomst gesloten om ANWB de mogelijkheid te bieden om te komen tot een haalbaar plan voor de ontwikkeling van een nieuw hoofdkantoor op deze locatie. De herontwikkeling van de kavel past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Zodoende is het nodig een nieuw juridisch planologisch kader vast te stellen.

Het voorliggende bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 voorziet hierin. Doel van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 voorziet in een actueel juridisch planologisch kader waarmee de realisatie van een kantoorontwikkeling van circa 61.000 m2 Bruto Vloer Oppervlak (BVO), waarvan circa 25.000 m2 BVO voor de ANWB en circa 36.000 m2 BVO voor het RVB, wordt mogelijk gemaakt. De ontwikkeling bevat een stedelijk economisch programma van werken en voorzieningen. De ontwikkeling omvat tevens een levendig (deels) publiek en maatschappelijk toegankelijk programma met onder andere een ANWB-winkel, cafés/restaurants en dienstverlenende functies. Geldende planologische regelingen Het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan Bezuidenhout, vastgesteld op 24 april 2014 en onherroepelijk geworden op 18 augustus 2014. Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

b. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld op 20 december 2018 en onherroepelijk geworden op 16 april 2019. Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan maakt deel uit van het Central Innovation District (CID). Het CID is middels de 7e tranche van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet opgenomen in artikel 7c Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (Bchw). Dit artikel biedt gemeenten mogelijkheden om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen en vooruit te lopen op de komst van de Omgevingswet. De verbreding van de reikwijdte betekent onder meer dat milieuaspecten in het plan kunnen worden gereguleerd en dat maatregelen voor omgevingsaspecten zoals natuur, verkeer, cultuurhistorie rechtstreeks in het plan kunnen worden opgenomen (voor zover die al niet op Rijks- of provinciaal niveau wordt gereguleerd). Ook biedt de verbrede reikwijdte mogelijkheden tot opname van lokale verordeningen in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan verbrede reikwijdte kan functies aan locaties toedelen, waarbij globaal onderzoek kan worden uitgevoerd. Pas wanneer zich een concreet initiatief voordoet dient onderzoek plaats te vinden naar de precieze invulling. Economische uitvoerbaarheid Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro.

Voorliggend plan dat voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het plangebied Juliana van Stolberglaan 1 met een programma van 61.000 m2 bvo, bestaande uit kantoren, horeca en voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel-) auto's, is een initiatief van een ontwikkelaar. De gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf werken op de KC locatie samen op basis van de afspraken zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst waarin is afgesproken om de kantoorbehoefte van de Staat deels op de KC locatie te accommoderen (RIS302798). De gemeente Den Haag en de ontwikkelende partijen sluiten een gronduitgifte-overeenkomst. De kosten die verband houden met de planprocedure, alsmede planschade en de uitvoering van het plan, zullen worden verhaald bij het aangaan van deze overeenkomst. Kostenverhaal door middel van een exploitatieplan is niet noodzakelijk omdat het kostenverhaal middels gronduitgifte zal worden verzekerd. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. PROCEDURE Vooroverleg Op 21 juli 2022 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties.

Inspraak Bij besluit van burgemeester en wethouders, d.d. 27 juni 2023, RIS315974, heeft het college besloten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Op 22 augustus 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisatie en overige bij het plan betrokken instanties.

2/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 augustus tot en met 2 oktober 2023 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op dinsdag 19 september 2023 is een informatiebijeenkomst gehouden voor het bestemmingsplan. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Het college biedt de raad hierbij het ontwerpbestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0372GJvStolberg-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 01. 02. 03.

Ra-nr. 10602320 10617598 10620854

04. 05.

10620827 10619972

Indiener zienswijze Belanghebbende Stichting Wijkberaad Bezuidenhout Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken (AVN) Belanghebbende Provincie Zuid-Holland

Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen. Behandeling zienswijzen 1.

Ra 10602320

Belanghebbende

De volgende zienswijze is geciteerd: a. Zienswijze “Dank voor de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen over het ontwerpbestemmingsplan voor de locatie van het huidige Koninklijk Conservatorium aan de Juliana van Stolberglaan 1 in Den Haag. Wellicht ten overvloede, maar we zouden graag een reactie ontvangen op onze zienswijze. Liefst ruim voordat het ontwerpbestemmingsplan in de commissie/gemeenteraad wordt behandeld. Reactie De raadsgriffie informeert indieners van zienswijzen voorafgaand aan de betreffende commissievergadering waarin het bestemmingsplan en de beantwoording van de zienswijzen besproken wordt. Voorafgaand aan de betreffende commissievergadering is het raadsvoorstel, met daarin de beantwoording van de zienswijzen, te vinden op de gemeentelijke website (https://denhaag.raadsinformatie.nl). b. Zienswijze Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan heeft een lager bouwvolume dan de Nota van Uitgangspunten (NvU) toestaat. Dat is heel fijn voorde omwonenden. Het bouwvolume van ongeveer 70 meter hoog is wat bewoners eerder al hadden voorgesteld, de bewoners hadden daarnaast ook nog een wissel van de torens voorgesteld om bezonningseffecten echt te minimaliseren zonder afbreuk te doen aan het gewenste bouwvolume en het gewenste pocket park.

3/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie Dit onderdeel van de zienswijze ziet in feite op de kaders die zijn vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten (NvU) en niet op het bestemmingsplan. De NvU geeft een ruimtelijke visie op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van de KC-locatie binnen de ambities van de Structuurvisie CID de gebiedsagenda’s en de ruimtelijke context. Daarnaast biedt het ruimtelijke en functionele kaders en randvoorwaarden voor de bouwenveloppe en aangrenzende en tussengelegen buitenruimte. In het kader van de NvU is het bouwvolume dat bewoners eerder hebben voorgesteld evenals de wissel van de torens besproken en is als volgt gereageerd: Bij de beoordeling van het plan zijn ook de wensen van ANWB en het Rijksvastgoedbedrijf meegenomen. Nadat een weloverwogen beschouwing voor alle partijen is gemaakt, is geconcludeerd dat het alternatieve plan van de bewoners niet alle belangen meeweegt. Dit is als volgt toegelicht in de Commissie Ruimte ter behandeling van de Nota van Inlichtingen KClocatie (d.d. 2 februari 2022): 1. Als we opnieuw een planproces vormgeven om de andere optie te onderzoeken zal dit een fikse vertraging voor het project opleveren. Dit is voor de ANWB niet acceptabel. Het risico is dat zij zullen afhaken. Door mee te gaan in het plan wordt daarmee het risico gelopen dat ANWB uit Den Haag vertrekt. 2.

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is de hoogtemarkering op de hoek van de Juliana van Stolberglaan en de Beatrixlaan belangrijk als “hoekpunt/markering’’ van het CID. 3. RVB komt met het alternatieve plan langs de Utrechtsebaan en heeft geen adres aan de Beatrixlaan of Juliana van Stolberglaan. 4. ANWB hecht aan de huidige locatie met entree aan de hoek Juliana van Stolberglaan en het pocket park, op deze wijze wordt het gebouw op de gewenste manier doorwaadbaar. Ook hecht ANWB aan de locatie aan de Utrechtse baan vanwege de zichtbaarheid de connectie met mobiliteit. 5. Ook voor de faseerbaarheid van de ontwikkeling is het alternatieve model geen prettige variant. Omdat ANWB eerst gaat bouwen, houd je dan lang een bouwput langs de Utrechtsebaan. Verder speelt mee dat het ANWB gebouw niet hoger kan, omdat ANWB in haar kantoor grote vloervelden nodig heeft. De NvU is door de gemeenteraad vastgesteld en is daarmee het uitgangspunt voor het opgestelde bestemmingsplan. Het bestemmingsplan past binnen de kaders en randvoorwaarden zoals vastgelegd in de NvU. We zien daarom geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Gelet op voorgaande is het wisselen van de gebouwen ten behoeve van de ANWB en RVB derhalve niet aan de orde. Dit neemt niet weg dat invulling is gegeven aan de onderzoekswens om de bezonningseffecten zoveel als mogelijk te reduceren.

Dit is uitgebreid toegelicht in paragraaf 5.9.3.3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. c. Zienswijze Uit de stukken die wij van gemeente en RVB hebben ontvangen met een beroep op de Wet Open Overheid (WOO) blijkt dat de partijen waarmee is onderhandeld in de aanloop naar de NvU (gemeente, RVB en ANWB) het niet met elkaar eens waren. Het RVB wilde altijd al een toren van maximaal 76 meter hoog. De gemeente wilde om onduidelijke redenen per se een hoge toren op de hoek van Juliana van Stolberglaan/Prinses Beatrixlaan als 'hoogteaccent' en vond dat veel belangrijker dan de belangen van de eigen inwoners. De ANWB wilde hoe dan ook langs de Utrechtse Baan

4/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

gehuisvest worden. En ook het beoogde pocketpark was onderwerp van discussie, vanwege de slechte ligging qua zon, het slechte windklimaat en de ligging boven op een parkeergarage. Reactie In het proces van de ontwikkeling van het voorliggende bestemmingsplan, heeft de gemeente samen met de ANWB/Provast en het Rijksvastgoedbedrijf verschillende alternatieven besproken en afgewogen. Standpunten van partijen zijn daarbij gewisseld. Op basis van een brede afweging heeft de gemeente alternatieven, waaronder die van de omgeving, laten afvallen. Zie ook de reactie onder b. d. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is niet genoeg en het kan veel beter. De bewoners van de Adelheidstraat, Emmastraat en Wilhelminastraat hebben in de aanloop naar de besluitvorming over de NvU een eigen plan uitgewerkt. Dit plan lijkt minder gevolgen met zich mee te brengen voor bewoners (minder woningen zakken nog verder onder de bezonningsnorm of komen onder de bezonningsnorm) en doet recht aan de bouwvolumes van RVB en ANWB en de wens voor een pocket park van de gemeente. De gemeente heeft geweigerd om dit plan verder te onderzoeken. In eerste instantie omwille van de snelheid, de NvU was al verstuurd (de gemeente had alleen verzuimd te reageren op diverse verzoeken vanuit de bewoners om in gesprek te komen voorafgaand aan het versturen van de NvU).

In tweede instantie omdat de (op basis van onjuiste informatie en daarmee onzorgvuldig) vastgestelde NvU dat zou verhinderen, ondanks de aangenomen motie, ingediend door D66, waarin verwezen wordt naar de variant van de bewoners. Reactie Bij de beoordeling van het plan zijn ook de wensen van ANWB en het Rijksvastgoedbedrijf meegenomen. Nadat een weloverwogen beschouwing voor alle partijen is gemaakt, is geconcludeerd dat het alternatieve plan van de bewoners niet alle belangen meeweegt. Zie verder de reactie op zienswijze 1b. e. Zienswijze Nu suggereert de gemeente in het ontwerpbestemmingsplan dat de enige mogelijkheid om de bezonningsnorm niet te overschrijden een absurd laag bouwvolume is (door uit te gaan van het eigen plan en de gebouwen niet om te wisselen op het beschikbare bouwplot, zoals de bewoners hebben voorgesteld) en laat de variant van de bewoners volledig buiten beschouwing. Reactie Zoals in de reactie onder b. reeds is aangegeven, betreft het ontwerpbestemmingsplan de planologisch-juridische vertaling van het plan dat binnen de kaders van de vastgestelde Nota van Uitgangspunten is uitgewerkt. Het wisselen van de gebouwen dan wel het beschouwen van het alternatieve plan is derhalve niet aan de orde. Daarnaast weegt het alternatieve plan, zoals onder d. aangegeven, in onvoldoende mate alle belangen mee.

In het uitgevoerde bezonningsonderzoek dat een bijlage vormt bij het ontwerpbestemmingsplan is derhalve invulling gegeven aan de motie ‘Laat de zon schijnen in Bezuidenhout’, door te redeneren vanuit de kaders die de NvU aan de planontwikkeling stelt. Kort samengevat blijkt uit het bezonningsonderzoek dat door het volume dat het bestemmingsplan toestaat de overschrijding van de bezonningsnorm beperkt is. In het rapport van Peutz wordt immers geconcludeerd dat door het verlagen van de hoogte van het RVB-gebouw deel van 91m naar 76m het aantal woningen waar niet aan de bezonningsnormen wordt voldaan is afgenomen. Ook de periode waarin niet aan de bezonningsnormen wordt voldaan

5/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

is in beeld gebracht. Het gaat hierbij om een periode van enkele dagen tot enkele weken. De ontwikkeling heeft hiermee een relatief beperkte impact. Afgezet tegen het belang van de realisatie van de ontwikkeling zoals hierboven opgesomd, wordt dit beperkte effect op het gebied van bezonning rechtvaardig bevonden en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. f. Zienswijze U begrijpt dat wij als bewoners teleurgesteld zijn in de werkwijze van de gemeente en graag een herziening van het bestemmingsplan en NvU willen. Tijd kan niet het argument zijn. Hooguit een gelegenheidsargument zoals dat ook gebruikt is om de NvU er zo snel mogelijk doorheen te krijgen. Als puntje bij paaltje komt, blijkt er altijd tijd voor de overheid zelf lijkt te zijn. De gemeente heeft bijvoorbeeld zoveel extra tijd genomen om tot een ontwerpbestemmingsplan te komen, dat het uitwerken van het bewonersalternatief als voorkeursoptie er ook nog wel bij kan. Reactie Het ontwerpbestemmingsplan is een uitwerking van de Nota van Uitgangspunten (NvU). Omdat de NvU een reeds door de gemeenteraad vastgesteld kader betreft en het ontwerpbestemmingsplan hiervan een planologisch-juridische vertaling is, zien wij geen aanleiding beide documenten te herzien. Daar komt bij dat ten tijde van de vaststelling van de NvU reeds door het college is gereageerd op het door de bewoners aangedragen alternatieve plan. g.

Zienswijze Een amendement met de strekking om het bewonersalternatief de voorkeur te laten zijn (ingediend door Hart voor Den Haag) heeft het overigens destijds op een enkele stem na niet gehaald. Hier komen we later nog op terug in deze zienswijze. Reactie Wij nemen deze opmerking ter kennisgeving aan. h. Zienswijze Hieronder zetten we onze zienswijze nader uiteen. 1. Onzorgvuldige besluitvorming: werkwijze gemeente t.a.v. de bezonningsnorm De gemeente Den Haag hanteert een lage norm voor bezonning. Op 19 februari moet in het midden van de voor- en achtergevel gezamenlijk sprake zijn van 2 uur zon, gemeten op anderhalve meter van de grond. Een norm die zo laag is vastgesteld zou moeten worden gehanteerd als een harde norm en bij planvorming als uitgangspunt moeten worden genomen. In de praktijk wijkt de gemeente onder het mom van algemeen belang met grote regelmaat af van deze norm. Waarbij het algemeen belang vaag wordt omschreven en nauwelijks wordt gekwantificeerd in de vorm van bijvoorbeeld een kostenbatenanalyse. De oorzaak hiervan is dat aan de voorkant bij de planuitwerking de bezonningsnorm niet als uitganspunt wordt meegenomen. Plannen worden uitgewerkt, afspraken met private partijen worden gemaakt en pas vlak voor verzending van de uitwerking naar de gemeenteraad wordt een bezonningsonderzoek gedaan.

Dit scenario heeft zich ook voorgedaan bij de uitwerking van de plannen voor de KC-locatie. Het bezonningsonderzoek is een verplicht nummer voor de gemeente en de uitkomsten worden niet serieus genomen. De uitkomsten daarvan zijn daardoor niet meer van invloed op de besluitvorming. Als blijkt dat de bezonningsnorm wordt overschreden, dan is dat op dat moment vooral een hobbel die zo snel mogelijk genomen moet worden, door 'gemotiveerd' af te wijken. Het is in ieder geval geen aanleiding om planvorming te heroverwegen of aan te passen. Dit wordt ondersteund door de stukken die wij met een beroep op de WOO hebben opgevraagd bij het RVB en de

6/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

gemeente Den Haag. Bijvoorbeeld: in een directeurenoverleg van 11 november 2021 wordt gevraagd in hoeverre het niet kunnen voldoen aan de gemeentelijke bezonningsnorm een risico is voor de NvU. Hierop wordt geantwoord dat men denkt dat dit geen groot risico is. Er kan immers gemotiveerd van afgeweken worden door de gemeenteraad op basis van de NvU. Welke motivatie dat is, is volstrekt onduidelijk. In het geval van de KC-locatie is in de stukken die bij de gemeente en het RVB beschikbaar zijn over deze kwestie nergens een afweging te vinden waarin bewonersbelangen zijn meegenomen. De enige motivatie die te vinden is, is dat de gemeenteraad gemotiveerd kan afwijken. De gemeenteraad heeft vervolgens inderdaad afgeweken, maar zonder motivatie. Aanleiding voor ons om te verzoeken het plan van de bewoners alsnog de voorkeursvariant te laten zijn. Mocht dit niet gebeuren, zien wij ons genoodzaakt om tot aan de hoogste instantie bezwaar en beroep te voeren, omdat de gemeente een onzorgvuldig proces heeft doorlopen. Reactie In Nederland bestaat geen specifieke wetgeving die de bezonning regelt. De gemeentelijke bezonningsnorm sluit aan op de TNO-norm. Zie ook RIS170509. Het is mogelijk, wanneer daar een goede reden voor is, om van beleid of normen af te wijken. Per keer wordt er een afweging gemaakt.

Voordat er tot planvorming over wordt gegaan, wordt er een uitgebreid proces doorlopen. De stedenbouwkundige uitgangspunten die in het randvoorwaardendocument, de NvU, worden opgenomen, komen na een zorgvuldig proces tot stand. Zie verder de reactie onder e. i. Zienswijze In bezonningsstudies wordt veelal gesproken over beperkte achteruitgang als woningen al onder de norm zitten of net daarboven en door de bouwplannen onder de norm komen. Dat lijkt nogal voor de hand liggend bij een heel laag vastgestelde norm. Lager dan O kan het immers niet worden. Maar voor de gemeente is dat dan extra reden om toch af te wijken en het belang van bewoners niet mee te wegen. Immers, zo weinig zonuren, wat maakt nog wat minder dan eigenlijk uit? Waarbij de gemeente volledig voorbijgaat aan de noodzaak voor verduurzaming van woningen. Zonnepanelen leveren steeds minder op, passieve zonne-energie verdwijnt en overdag moet permanent de verlichting in huis aan om het leefbaar te houden. Ook tuinen komen meer in de schaduw te liggen, wat niet bijdraagt aan de noodzakelijke vergroening. Reactie In het kader van dit bestemmingsplan wordt er aan het door de gemeenteraad vastgestelde bezonningsbeleid getoetst. Of de norm te laag is, is in het kader van deze toetsing niet relevant.

Hierbij wordt wel opgemerkt dat TNO tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 februari – 21 oktober beschouwd als voldoende bezonning. Het gemeentelijk bezonningsbeleid sluit aan op de lichte TNO-norm en hanteert als ondergrens ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden.

7/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

De mogelijkheid bestaat om af te wijken van de ondergrens, mits hieraan een zorgvuldige belangenafweging ten grondslag ligt. In de belangenafweging om al dan niet mee te werken aan een afwijking van de bezonningsnorm, wordt zowel het belang van de bewoners, het belang van de ontwikkelaar, maar ook het algemeen belang betrokken. De afweging van belangen heeft ertoe geleid dat de bouwhoogte van de Rvb toren is bijgesteld van 91 meter naar 76 meter. Er is wel degelijk rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Uit het bezonningsonderzoek valt op te maken dat er in de periode maart – oktober wel aan de bezonningsnormen voldaan wordt. j. Zienswijze Enkele gevolgen van de werkwijze van de gemeente: door de bouw van de Grotiustorens zijn 18 woningen verder onder de norm gezakt. Door de plannen voor de KC-locatie zakken 6 woningen verder onder de norm en komen 5 woningen onder de norm. De plannen voor de Anna van Hannoverstraat leiden tot 15 woningen die verder onder de norm zakken en 4 woningen die onder de norm komen. De bouw van de Monarch heeft geleid tot 4 woningen die verder onder de norm zakken. En de bouw van The Grace leidt tot 22 woningen die verder onder de norm zakken en 22 woningen die onder de norm komen. Bij elkaar leidt het CID nu al tot schade aan bijna 100 woningen.

Waarbij er nog een enorme hoeveelheid plannen aankomt in het CID met bijkomende schade als gevolg. Inmiddels zijn bijvoorbeeld de plannen voor de verbouwing van het Paleis van Justitie in Den Haag concreter en ook dat leidt weer tot hogere bouw en bezonningseffecten in hetzelfde gebied als de Grotiustorens en de plannen voor de KC-locatie. De salamitactiek wordt hier in optima forma toegepast door de gemeente. Reactie Er is geen sprake van het toepassen van salamitactiek. Het is niet mogelijk om gehele CID in één keer te ontwikkelen. Binnen het CID ontwikkelen diverse partijen op hun perceel een eigen ontwikkeling. In het kader van elke afzonderlijke planologische procedure wordt een specifieke afweging ten aanzien van de bezonningseffecten gemaakt. Dit heeft voor de KC-locatie plaatsgevonden in paragraaf 5.9.3.3 van het ontwerpbestemmingsplan. k. Zienswijze 2. Onzorgvuldige besluitvorming: gemeenteraad onjuist geïnformeerd De bewoners hebben in oktober en in november 2021 een brief aan de wethouder gestuurd om hun zorgen onder de aandacht te brengen en suggesties ter verbetering mee te geven (zie bijlagen). Daarbij hebben zij ook het voorstel gedaan om in gesprek te komen met de gemeente over alternatieven en om een reactie gevraagd. De gemeente heeft pas na het versturen van de nota van uitgangspunten aan de Raad een reactie aan de bewoners gegeven (zie bijlage).

En dat gebeurde pas na herhaaldelijk aandringen bij wethouder en burgemeester. De kennelijke haast die de gemeente en ANWB hadden om tot een vastgestelde nota van uitgangspunten te komen, lijkt hieraan ten grondslag te liggen. De haast die de wethouder ook herhaaldelijk heeft uitgesproken in de commissie ruimte en in de raadsvergadering van februari 2022. Reactie Dit onderdeel van de zienswijze richt zich tot de totstandkoming van het NvU Juliana van Stolberglaan 1. Daarmee valt het feitelijk gezien buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan en

8/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

ontbeert het een juridische grondslag. Sub k. van de zienswijze wordt derhalve ingevolge artikel 3:15 Awb jo. 3:8 lid 1 sub c d Wro niet ontvankelijk verklaard. l. Zienswijze De bewoners hebben de gemeente gewezen op een fout in de bezonningsstudie. Er was door het betreffende bureau gebruik gemaakt van een verouderde plattegrond van Bezuidenhout, waardoor een groot aantal woningen niet was meegenomen in de studie. De gemeente heeft het betreffende bureau met spoed een nieuwe bezonningsstudie laten uitvoeren. Ook daar zaten weer fouten in. Het is opvallend dat de gemeente hier wel tijd voor had, maar geen tijd kon maken om het plan van de bewoners verder te onderzoeken. Reactie Zie de beantwoording onder b, c en d. m. Zienswijze Op 7 februari 2022 heeft de behandeling van de NvU in de commissie ruimte plaatsgevonden. Daarbij is tevens een amendement ingediend door Hart van Den Haag om het alternatief van de bewoners de voorkeursvariant te laten zijn. Op 9 februari is de NvU vastgesteld in de raad en is het genoemde amendement op een verschil van enkele stemmen verworpen. Voorafgaand aan de stemmingen op 9 februari heeft de wethouder de Raad verkeerd geïnformeerd over het alternatief dat door bewoners is uitgewerkt.

De wethouder heeft zonder enig voorbehoud en geheel ten onrechte aan de gemeenteraad als feiten gepresenteerd dat dit alternatief waarschijnlijk niets doet voor de woningen die in het voorstel van de gemeente onder de bezonningsnorm komen en dat het sowieso zou leiden tot een slechter windklimaat in het pocket park. Hiermee is de gemeenteraad onjuist geïnformeerd. Reactie Zie de beantwoording onder k. n. Zienswijze In de ambtelijke reactie aan de bewoners (8 februari 2022) blijkt dat er geen onderbouwing is voor de stelling dat het alternatief qua bezonningsnorm waarschijnlijk niets doet en dat de uitspraak dat het sowieso leidt tot een slechter windklimaat ook niet onderbouwd kan worden. De gemeente stelt juist dat er onderzoek nodig is. Onderzoek waar de bewoners al enige tijd om vragen. Reactie Zie de beantwoording onder k. o. Zienswijze Toelichting gemeente uit mail van 8 februari 2022 over alternatief bewoners: Het omwisselen van de twee bouwvolumes leidt tot een ander windklimaat. Het is aannemelijk dat in de alternatieve variant het windklimaat in het pocketpark verslechterd t.o.v. het NVU model, vanwege de veranderde positie van de toren. Een onderzoek zou moeten uitwijzen hoe het windklimaat exact verandert.

Bij het verwisselen van de toren met het lagere ANWB gebouw, maar met behoud van een bouwhoogte van 91 meter, is niet zo te zeggen of alsnog aan de bezonningsnorm kan worden voldaan. Het is mogelijk dat er een positief effect ontstaat, echter het effect op de bezonning van de woningen kan ook negatief zijn, gezien de bezonningsproblematiek van het hogere bouwvolume in de rooilijn van de Juliana van Stolberglaan (t.o.v.

9/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

stedelijke laag van de toren) en de verplaatsing van de toren naar het achterliggende plot. Een onderzoek zou moeten uitwijzen hoe de bezonning exact verandert. Reactie Zie de beantwoording onder k. p. Zienswijze Op dit moment is de best beschikbare informatie de door de bewoners opgestelde animatie, die met de gemeente is gedeeld voorafgaand aan de raadsvergadering. Onderdeel hiervan is een inschatting van de bezonningseffecten. Deze laat zien dat er een positief effect te verwachten is voor de bezonning ten opzichte van het voorstel van de gemeente. Wij zien graag een studie naar de bezonning en windeffecten van ons alternatief, zodat de gemeenteraad deze informatie kan betrekken bij de afweging van ons alternatief. Reactie Deze reactie ziet eigenlijk op de NvU fase. De gemeenteraad heeft met het vaststellen van de NvU de kaders waarbinnen de planontwikkeling dient plaats te vinden in een eerder stadium vastgesteld. Zie verder de beantwoording onder k. q. Zienswijze De hierboven genoemde niet onderbouwde en onjuist informatievoorziening vanuit de wethouder aan de gemeenteraad heeft er naar onze stellige overtuiging aan bijgedragen dat het amendement van Hart voor den Haag om het alternatief van bewoners de voorkeursvariant te laten zijn, net onvoldoende steun heeft gehad. De besluitvorming over de NvU is onzorgvuldig tot stand gekomen en vraagt om herziening.

Reactie De NvU is op de gebruikelijke wijze tot stand gekomen. Er is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming. Zie ook de beantwoording onder k. r. Zienswijze Ten aanzien van het pocket park is het relevant te melden, op basis van informatie uit het WOO-verzoek, dat de realisatie hiervan risicovol is. Het park komt bovenop een parkeergarage. Het is duur om dit te realiseren. Een park is immers heel zwaar en dat stelt serieuze eisen aan de ondergrond. Reactie In het kader van de bouwvergunning zal aangetoond moeten worden dat het bouwplan constructief aan alle wettelijke eisen voldoet. Vooruitlopend daarop kan al worden aangegeven dat ten behoeve van realisatie van het pocketpark het dek van de parkeergarage geschikt is voor een hoge grondbelasting en een groeninrichting. s. Zienswijze Voor zover wij kunnen overzien is er geen budget gereserveerd bij beide private partijen om de constructie zo te maken dat de aanleg van een pocket park mogelijk is. Ook is onduidelijk of het überhaupt mogelijk is om op deze locatie de constructie zo te maken dat de aanleg van een pocket park mogelijk is.

10/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie Het budget voor aanleg van het pocketpark is voorzien in de grondexploitatie (GREX). Zie verder het antwoord onder r. t. Zienswijze Uit de stukken die bewoners met een beroep op de WOO hebben ontvangen blijkt dat het RVB grote vraagtekens heeft bij het pocket park, onder meer vanwege de ligging (geen zon, veel wind), grote kans dat dit een onaangename plek wordt. Reactie Zie de beantwoording onder c. u. Zienswijze In de planvorming suggereert de gemeente grote waarde te hechten aan het park, maar de haalbaarheid is nog lang niet vastgesteld. Reactie De ambities voor het pocketpark zijn omschreven in de Nota van Uitgangspunten (NvU) en het Beeldkwaliteitsdocument (Bkd). Dat zal het vertrekpunt zijn. Het bestemmingsplan maakt het pocketpark mogelijk, maar de technische uitwerking vindt op een later moment plaats. v. Zienswijze In de stukken bij het ontwerpbestemmingsplan staat niet voor niets dat de gemeente de ambitie heeft om nieuwe bomen in het pocket park te plaatsen. De vraag is waarom de gemeente hier de deur al openzet voor een scenario dat die er toch niet komen en deze open formulering heeft gekozen in de stukken. Wat weet de gemeente nu al, maar waar wordt de Raad niet over geïnformeerd? Reactie Het bestemmingsplan maakt de aanleg van het pocketpark mogelijk, maar schrijft niet voor wat de inrichting van het park moet zijn.

Omdat op dit moment niet duidelijk is wat de uiteindelijke inrichting van het Pocketpark wordt, maar de gemeente wel de ambitie heeft om bomen in het park te plaatsen, is een dergelijke formulering gebruikt.

w. Zienswijze Er lijkt zich hier eenzelfde scenario te ontwikkelen als bij de toegezegde overkapping van de Utrechtse Baan. Onuitvoerbaar in praktische en financiële zin. De gemeenteraad wordt op dit punt niet goed geïnformeerd. Ondertussen wordt het groen op de KClocatie al gekapt. De kans is dus groot dat met de komst van ANWB en RVB de verstening in dit al versteende gebied alleen maar groter wordt. En woningen en (groene!!) tuinen in de schaduw worden gezet voor een park dat niet haalbaar is. Reactie Zie de beantwoording onder s, t, u en v. x.

Zienswijze

11/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

3.Onzorgvuldige besluitvorming: gemeente ziet alleen afspraken met RVB en ANWB als algemeen belang, bewoners leggen het af tegen lobbyorganisatie. De gemeente verwijst herhaaldelijk naar afspraken die met ANWB en RVB zijn gemaakt over de invulling van de locatie en lijkt daarmee te suggereren dat te zien als het algemeen belang. Bewonersbelangen lijken irrelevant en niet te zijn meegenomen in de afweging. Uit de stukken van de gemeente en ook uit de stukken die bewoners hebben opgevraagd met een beroep op de WOO, blijft onduidelijk welke afspraken met de ANWB zijn gemaakt die ertoe leiden dat het alternatief van de bewoners in het geheel niet onderzocht wordt. Reactie Zie de beantwoording onder b, c, d en k. y. Zienswijze Wel blijkt uit de stukken dat voor de ANWB zichtbaarheid van belang is, wat verklaart waarom de ANWB graag langs de Utrechtse Baan wil huisvesten. Maar het is geen verklaring voor de vraag waarom de gemeente daarin meegaat, ook nadat blijkt dat dit tot nadelige gevolgen voor de eigen bewoners leidt, die veel meer beperkt kunnen worden als de ANWB verplaatst naar de Juliana van Stolberglaan. Reactie Zie de beantwoording onder b, c, d en k. z. Zienswijze Dan is de ANWB overigens nog steeds zichtbaarder dan op de huidige locatie.

Dat doet de vraag rijzen welke afspraken er met de ANWB zijn gemaakt waardoor de gemeente een onderzoek naar het bewonersalternatief in het geheel niet wil toestaan en belangen van bewoners van tafel veegt. De bewoners leggen het hieraf tegen een grote lobbyorganisatie. Reactie Zie de beantwoording onder b, c, d en k. aa. Zienswijze De NvU had nauwelijks aandacht voor bewonersbelangen. Voor het ontwerpbestemmingsplan geldt hetzelfde. In de huidige situatie is bezonning van woningen ai slecht, er zijn veel woningen waar de geluidskwaliteit slecht is, de luchtkwaliteit overschrijdt de WHO-norm. In het ontwerpbestemmingsplan is sprake van verslechtering op alle punten. Bij een dergelijke ontwikkeling had verbetering als randvoorwaarde gesteld moeten worden. Bijvoorbeeld de geluidskwaliteit verbeteren om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheidsbescherming. Reactie Om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd. Alle relevante aspecten zijn onderzocht. In het kader van de vormvrije m.e.r-beoordeling is onderzocht in welke mate er – als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de voorgenomen ontwikkeling, sprake is van een toename van de geluidbelasting bij bestaande woningen in de omgeving van het plan. Zie paragraaf 4.2 van bijlage

12/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

XI van de vormvrije mer-beoordeling (bijlage 2 bij het ontwerpbestemmingsplan). Geconcludeerd is dat de toename van de geluidbelasting als gevolg van de beoogde ontwikkeling relatief beperkt is. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, in niet betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Voor een reactie op het aspect bezonning verwijzen wij naar de eerdere antwoorden. bb. Zienswijze Waarom gelden er wel allerlei eisen ten aanzien van nieuwbouwwoningen, maar niet ten aanzien van bestaande woningen als er naast deze woningen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden? Reactie Bij het opstellen van het bestemmingsplan moet aangetoond worden of er sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening. Om inzichtelijk te maken of dit het geval is, is er onderzoek gedaan. Bij omgevingsaspecten die uitstralingseffecten hebben op de omgeving (zoals bijvoorbeeld het omgevingsaspect ‘bedrijven en milieuzonering’ en het omgevingsaspect bezonning) worden de bestaande woningen betrokken en gelden er wel degelijk eisen ter plaatse van de bestaande woningen en wordt er wel degelijk getoetst aan de geldende eisen. cc. Zienswijze Maar, de gemeente heeft geen plannen gemaakt om daar verbetering in aan te brengen.

De gemeente heeft plannen gemaakt met een private partij. Alles is erop gericht deze afspraken te handhaven, dat is een doel op zich geworden. Reactie Uit de voor dit bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken blijkt niet dat er verbeteringen nodig zijn ter plaatse van bestaande woningen in de omgeving van het plangebied. dd. Zienswijze De gemeente staat de bouw van een parkeergarage toe in een gebied dat volgens de uitgangspunten van het CID juist vooral bereikt zou moeten worden met het OV, vanwege de ligging van het CID ten opzichte van een aantal belangrijke OV-knooppunten in Den Haag. Reactie Het gemeentelijk beleid sluit autogebruik niet uit. Wel dient de parkeervoorziening op eigen terrein gerealiseerd te worden. Zodoende dat het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid een parkeergarage op het perceel te realiseren. ee. Zienswijze Het beleid voor het CID is dat uitgegaan wordt van max 15% vervoer met de auto in het CID. In de berekeningen voor de KC-locatie is 18% de uitkomst voor vervoer met de auto. Nadat de gemeente heeft ingegrepen op een scenario dat uitging van een hogere schatting. Zelfs met doorrekenen van het door de gemeente gewenste scenario is al sprake van een overschrijding van de CID-norm. Wat betekent dat de gemiddelde uitkomst van alle reële scenario's (ver) boven de norm zal zitten. En de omwonenden

13/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

straks met het probleem zitten van te veel autoverkeer en bijkomende geluidsoverlast en luchtvervuiling. Reactie De in de structuurvisie CID genoemde verdeling van het verkeer over de verschillende modaliteiten, geldt voor het gehele gebied en niet op plotniveau. De max van 15% voor het vervoer met de auto geldt dan ook nog steeds als streefwaarde voor het gehele gebied. ff. Zienswijze Het is de taak van de gemeente en de gemeenteraad om het algemeen belang te dienen. In de afweging van belangen, zouden bewonersbelangen altijd zorgvuldig moeten worden meegenomen. Dat is aantoonbaar niet het geval in het ontwerpbestemmingsplan van de huidige KC-locatie aan de Juliana van Stolberglaan 1 in Den Haag. En wij hebben zomaar het vermoeden dat dit geen uitzondering is. Daarom nogmaals het dringende verzoek om de belangen van bewoners echt op tafel te leggen, het alternatief van bewoners te zien als voorkeursvariant en niet in te stemmen met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan.” Reactie Het bestemmingsplan KC-locatie past binnen de kaders van de Nota van uitgangspunten, welke op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en waarbij een weloverwogen beschouwing van alle belangen heeft plaatsgevonden.

Het door de bewoners voorgestelde alternatieve plan is reeds tijdens de totstandkoming van het Nvu in beschouwing genomen, waardoor onderdeel ‘ff’ van de zienswijze feitelijk gezien buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan valt en ingevolge artikel 3:15 Awb jo. 3:8 lid 1 sub d Wro niet-ontvankelijk wordt verklaard. Bijlage 1: Overige bevindingen gg. Zienswijze In het parkeeronderzoek is het onduidelijk of voldoende is meegenomen dat in de woonwijk die naast het CID ligt maar beperkt sprake is van betaald parkeren. In dit deel van Bezuidenhout is alleen sprake van betaald parkeren op werkdagen, tussen 9 uur 's ochtends en 2 uur 's middags. Dat zal leiden tot een voorkeur voor parkeren in de wijk in plaats van in de (duur) betaalde nog aan te leggen parkeergarage. Dit pleit in ieder geval voor het aanpassen van de tijden voor betaald parkeren in de omliggende straten, om de parkeerdruk niet nog verder te laten stijgen. Reactie: Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een parkeergarage van twee lagen, die het hele bestemmingsvlak (oppervlakte ongeveer 9100m2) omvat. Het bestemmingsplan maakt hiermee ongeveer 18.200 m2 parkeren mogelijk. Uitgaande van 25m2 per parkeerplaats is er op de kavel ruimte voor maximaal 728 parkeerplaatsen.

Op basis van het programma (maximaal 61.000m2 kantoor en voorzieningen) zijn op basis van het parkeerbeleid 264 parkeerplaatsen nodig (zie het mobiliteitsplan 030523 bijlage 19 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Het bestemmingsplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen, waardoor het niet aannemelijk is dat er in de omliggende wijken geparkeerd zal worden. Het is niet noodzakelijk de tijden voor het betaald parkeren in de omliggende straten aan te passen.

14/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

hh. Zienswijze Los daarvan zijn de aannames voor de extra verkeersdruk erg voorzichtig. Uit de stukken blijkt dat het onderzoeksbureau een scenario heeft gemaakt dat werd gezien als overschatting (door wie? En met welk belang?). In onze ogen is het gehanteerde scenario een onderschatting. Reactie: De verkeerseffecten zijn door Goudappel Coffeng doorgerekend met het verkeersmodel MRDH versie 2.10 (dit is opgenomen in bijlage IX van de vormvrije m.e.r.-beoordeling die als bijlage 2 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen). Van dit model zijn voor het planjaar 2040 de volgende scenario’s beschikbaar: Hoog, dit scenario gaat uit van een hoge generieke verkeersgroei (bepaald door het CPB), economische voorspoed (hoog auto- en rijbewijsbezit) en veel ruimtelijke ontwikkelingen, maar een gematigd lokaal mobiliteitsbeleid; Stedelijke Referentie (SR): idem als hoog, maar in dit scenario wordt uitgegaan van een succesvol mobiliteitsbeleid (minder parkeerplaatsen en lage loopafstanden naar auto’s); Laag: in dit scenario wordt uitgegaan van een lage generieke verkeersgroei (bepaald door het CPB), minder economische voorspoed en alleen de vastgestelde ruimtelijke ontwikkelingen, wel is het lokale mobiliteitsbeleid gematigd. In dit geval is ervoor gekozen 2040 WLO Hoog als uitgangspunt te hanteren.

Dit betreft een ‘worstcase’ benadering, omdat dit enerzijds een relatief hoge bevolkingsgroei met een hoge economische groei van ongeveer 2% per jaar combineert, en anderzijds geen rekening houdt met beleid ten aanzien van het ontmoedigen van autoverkeer en stimulering van OV- en fietsgebruik. Ook de autonome verkeersgroei als gevolg van de CID-plannen is hierin meegenomen. Met behulp van dit model is de afwikkeling van het autoverkeer van de KC-locatie beoordeeld. Hierbij is zowel gekeken naar de afslaande stromen van en naar de parkeergarage gelegen aan de Prinses Beatrixlaan, als naar kruispunten in het omliggende wegennet. Geconcludeerd is dat verliestijden ruim onder de gestelde grenswaarden blijven en dat de extra belasting op omliggende kruispunten zeer beperkt is. Oftewel: dat er na realisatie van de plannen nog steeds sprake is van een acceptabele afwikkeling van autoverkeer. Overigens geldt dat door indiener niet is gemotiveerd wat maakt dat het gehanteerde scenario volgens indiener een onderschatting is. Ook in de afwikkeling van de fietsstromen worden geen knelpunten verwacht. De locatie is goed bereikbaar per vrij liggende fietspaden en de kruispunten zijn geregeld met verkeerslichten, waardoor de extra fietsers niet voor extra verliestijden zullen zorgen. ii.

Zienswijze Met het RVB en de ANWB komen er bedrijven die veel meer klanten aantrekken die in het bezit zijn van een auto dan nu het geval is (studenten komen veelal op de fiets of met het OV naar het conservatorium). Hier lijkt geen rekening mee te zijn gehouden in de berekeningen. Het verschil tussen de 'autonome ontwikkelingen' en deze ontwikkeling is erg beperkt en dat lijkt niet voor de hand te liggen door het verschil in doelgroep van de huidige locatie en de toekomstige locatie. Reactie: In het onderzoek van Goudappel Coffeng (bijlage 19 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan) is de verkeersgeneratie voor de huidige en toekomstige situatie in beeld gebracht met behulp van kerncijfers van het CROW (publicatie 381), op basis van de gemiddelde verkeersgeneratie per parkeerplaats voor de verschillende functies. Zoals verwacht door de indiener van de zienswijze, volgt daaruit inderdaad dat sprake is van een toename van verkeersbewegingen.

15/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Zoals beschreven in de beantwoording van zienswijze hh, is met verkeersonderzoek aangetoond dat er bij deze toename nog steeds sprake is van een acceptabele afwikkeling van autoverkeer. Tot slot geldt dat de ontwikkelende partijen van de KC-locatie de doelen van de gemeente ondersteunen om te komen tot een mobiliteitstransitie, waarbij fiets, voetganger en openbaar vervoer een belangrijkere rol spelen dan de auto. De mobiliteitsvisies van beide partijen zijn eveneens nader toegelicht in het onderzoek van Goudappel Coffeng (bijlage 19 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). jj. Zienswijze Dat er veel meer verkeersbewegingen komen ten opzichte van de huidige situatie, lijkt ook niet meegenomen te zijn in de berekeningen voor luchtkwaliteit en geluidshinder. Ook hier is overigens weer sprake van salamitactiek. Omdat per bouwwerk gekeken wordt naar de luchtkwaliteit en geluidshinder, ontstaat een integraal beeld nooit van het effect van het CID in zijn geheel op de luchtkwaliteit of de geluidskwaliteit. Ook hier gaat de gemeente voorbij aan bewonersbelangen. Reactie: Bovenstaande vraag is op te knippen in drie delen: a) luchtkwaliteit, b) geluidshinder, c) integraal beeld effecten CID. Hieronder worden deze onderwerpen ieder afzonderlijk behandeld.

a) Luchtkwaliteit In het luchtkwaliteitsonderzoek (samengevat onder paragraaf 5.5 en in zijn geheel bijgevoegd als bijlage 8 bij het ontwerpbestemmingsplan) is expliciet naar de verkeersbewegingen gekeken. Uit het eerder benoemde verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng (bijlage 19 bij het ontwerpbestemmingsplan) volgt dat de ontwikkeling van de KC-locatie gepaard gaat met 1.297 motorvoertuigbewegingen per etmaal licht verkeer, 20 motorvoertuigbewegingen per etmaal middelzwaar verkeer en 32,5 motorvoertuigbewegingen zwaar verkeer. Bijbehorende toename aan NO2 (stikstofdioxide) bedraagt 1,19 µg/m3 en de toename PM10 (fijnstof) bedraagt 0,22 µg/m3. De achtergrondconcentraties op de KC-locatie liggen in 2030 tussen de 14,3 en 17,1 µg/m3 NO2 (stikstofdioxide) en 15,2 en 15,5 µg/m3 PM10 (fijnstof). Bovenstaande hierbij opgeteld resulteert in de volgende bandbreedtes aan totale concentraties: • NO2 (stikstofdioxide): 15,5-18,3 µg/m3 • PM10 (fijnstof): 14,4-15,7 µg/m3 Voor beide stoffen geldt dat de grenswaarde uit de Wet milieubeheer op 40 µg/m3 ligt. De berekende totale concentraties blijven hier ruim onder. Het plan, en de daarmee gepaard gaande verkeersbewegingen, leidt dus niet -in betekenende mate- tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. b) Geluidshinder Het geluidsonderzoek maakt deel uit van de vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 2 van het bestemmingsplan).

Hierbij is onderzocht in welke mate er, als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan, sprake is van een toename van de geluidbelasting op woningen in de omgeving.

16/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Conform opgave van Goudappel Coffeng geeft het plan op de Juliana van Stolberglaan een toename van circa 1.297 motorvoertuigen per etmaal, en op de Prinses Beatrixlaan een toename van circa 2.168 motorvoertuigen per etmaal. Ten opzichte van de autonome situatie in 2040 betreft dit een toename van respectievelijk circa 10,4% en 35,9%. Voor deze wegen is de geluidbelasting ter plaatse van omliggende woningen inzichtelijk gemaakt. Daaruit volgt dat de toename van de geluidbelasting als gevolg van de beoogde ontwikkeling, ten opzichte van de autonome situatie in 2040, gemiddeld ca. 1 dB is. Een dergelijke toename zal niet tot nauwelijks hoorbaar zijn, en wordt daarmee als zeer beperkt en acceptabel gekwalificeerd. c) Integraal beeld effecten CID In 2021 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie voor het CID vastgesteld. In dit kader is een planm.e.r.-procedure doorlopen, dat inzicht geeft in de cumulatieve milieugevolgen van alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het CID. Door middel van alternatieven zijn verschillende programmatische bandbreedtes en mobiliteitsstrategieën onderzocht. Daarmee is sprake van een integraal beeld van het effect van het CID in zijn geheel op o.a. de lucht- en geluidskwaliteit. De herontwikkeling van de KC-locatie past binnen de kaders van het planMER en de Structuurvisie CID, en bouwt daarop voort.

Bovendien is de KC-locatie in de vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 2 van het ontwerpbestemmingsplan) continu beoordeeld in relatie tot de autonome situatie in 2040. kk. Zienswijze Het is onduidelijk of en hoe de geluidsoverlast van installaties in de nieuwe gebouwen is meegenomen in de berekeningen. In de stukken is te vinden dat kantoorfuncties niet als geluidshinder producerende functies worden gezien, maar de ervaring leert (met het Paleis van Justitie in de achtertuin), dat kantoren wel degelijk veel herrie produceren (boven de toegestane norm) door ventilatiesystemen etc. Wat is de verwachting ten aanzien van het geluid dat alle installaties in de nieuwe gebouwen gaan produceren? En gaat de gemeente automatisch een ontheffing verlenen mocht sprake zijn van ongeoorloofde geluidshinder? Waarom wordt hier op geen enkele wijze aandacht aan besteed in de stukken? Het is toch beter op voorhand in kaart te brengen of er mogelijke geluidshinder ontstaat zodat er op voorhand gestuurd kan worden op een inrichting van installaties die voldoet aan de wettelijke normen? Reactie: Uiteraard dient aan de wettelijke normen voldaan te worden. Ter beperking van de geluidsoverlast door technische installaties naar de omgeving, worden hier in het kader van de Wet milieubeheer eisen aan gesteld.

Zo dient het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de gevels van geluidgevoelige bestemmingen aan de volgende grenswaarden te voldoen: • dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) Ldag: 50 dB(A); • avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) Lavond: 45 dB(A); • nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) Lnacht: 40 dB(A). De maximale geluidniveaus dienen, gemeten in de meterstand ‘fast’, aan de volgende grenswaarden te voldoen: • dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur): 70 dB(A); • avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur): 65 dB(A); • nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur): 60 dB(A). Deze streefwaarden gelden voor de gevel van de meest kritisch gelegen woning. De berekening, alsmede de meting en beoordeling van de geluidniveaus, dient te geschieden overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999’.

17/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Bovendien is in het bestemmingsplan geborgd dat energiemaatregelen, zoals WKO’s en bijbehorende installaties, ondergronds worden opgelost en dat alle liftschachten, installaties en techniek met het hoofdvolume worden mee-ontworpen. Dit betekent dat de technische installaties veelal inpandig zullen liggen, wat de geluidsniveaus aanzienlijk zal beperken. Hierbij wordt opgemerkt dat de afstand tussen de kantoorgebouwen en de dichts bijzijnde woningen (woningen aan de Adelheidstraat) ongeveer 60 meter bedraagt en zitten er tussen de woningen en kantoorgebouwen doorgaande wegen, waardoor er geen geluidsoverlast ter plaatse van de woningen wordt verwacht. ll. Zienswijze Het is onduidelijk welke risico's er zijn ten aanzien van bijvoorbeeld de grondwaterstand als gevolg van de voorgenomen bouw. Bij de aanleg van de Utrechtse Baan en de bouw van het Paleis van Justitie is een groot aantal woningen in de Adelheidstraat verzakt. Het heeft destijds jaren geduurd voordat de gemeente de opgelopen schade heeft erkend en vervolgens heeft gecompenseerd. Wij pleiten ervoor om voorafgaand aan de bouw de situatie per woning in kaart te brengen, zodat wanneer schade ontstaat er niet oneindig geprocedeerd moet worden, voordat de overheid de schade erkent en compenseert.

Reactie: Risico’s ten aanzien van grondwateronttrekkingen zijn door Geomet in beeld gebracht (zie bijlage 4 van het ontwerpbestemmingsplan). Er zal geen sprake zijn van permanente onttrekkingen in het plangebied, wel van tijdelijke grondwateronttrekking met retourbemaling tijdens de aanleg van de ondergrondse parkeergarage. Hiervoor wordt een gesloten bouwput toegepast. Uit het berekende bemalingsdebiet (zie paragraaf 7.2 van het onderzoek van Geomet) volgt een maximaal onttrekkingsdebiet van 8 à 15 m3/uur, wat niet kritisch is. Daarnaast is de freatische grondwaterstand buiten de voorziene bouwput in beeld gebracht. Hieruit volgt dat de berekende verlagingen zich binnen de natuurlijke fluctuaties bevinden. De verlaging zal dan ook geen negatieve effecten hebben op bestaande funderingen, ook niet indien deze panden een fundering op staal of op houten palen hebben. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. 2.

Ra 10617598

Stichting Wijkberaad Bezuidenhout

De volgende zienswijze is geciteerd: “Inleiding 1. Stichting Wijkberaad Bezuidenhout maakt, met dank aan de werkgroep Leeft voor hun inbreng, gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1, inclusief bijlagen (kenmerk: GMB 2023 nr. 362201, aangehecht als bijlage 1). 2.Het ontwerpbestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 voorziet in een juridisch planologisch kader waarmee de realisatie van een kantoorontwikkeling van circa 61.000 m 2 Bruto Vloer Oppervlak (BVO), waarvan circa 25.000 m2 BVO voor de ANWB en circa 36.000 m2 BVO voor het RVB, wordt

18/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

mogelijk gemaakt. De ontwikkeling bevat een stedelijk economisch programma van werken en voorzieningen. De ontwikkeling omvat tevens een levendig (deels) publiek en maatschappelijk toegankelijk programma met onder andere een ANWB-winkel, cafés/restaurants en dienstverlenende functies. Belanghebbende 3. De Stichting Wijkberaad Bezuidenhout (hierna: het Wijkberaad) rekent blijkens haar statuten primair het Bezuidenhout tot haar werkgebied en heeft tot doel: "De verbetering van het woon- en leefmilieu stimuleren en de belangenbehartiging van de bewoners of groepen van bewoners bevorderen door zelfwerkzaamheid van de bewoners." 4. Het Wijkberaad heeft aldus kort gezegd tot doel de instandhouding van een goed woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout. Ter realisatie van deze doelstelling vervult het Wijkberaad verschillende feitelijke werkzaamheden. Zo verschaft het Wijkberaad onder andere inzicht in en informatie over (verbetering) van het woon- en leefmilieu in de wijk. Daarnaast bevordert het Wijkberaad overleg en samenwerking tussen bewoners en de in het werkgebied werkzame instellingen en overheidsdiensten en stimuleert en organiseert het Wijkberaad verschillende activiteiten ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat. Het Wijkberaad is bovendien beheerder en exploitant van het wijkcentrum ‘Bezuidenhut’.

Het Wijkberaad ondersteunt (groepen van) bewoners bij het behartigen van hun belangen en voert te dieneinde zo nodig juridische procedures. a. Zienswijze 5. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de wijk Bezuidenhout. Gelet op haar doelstellingen en feitelijke werkzaamheden moet het Wijkberaad dan ook als belanghebbende bij het ontwerpbestemmingsplan worden aangemerkt. Reactie Ingevolge art. 3.8 Wro staat het eenieder vrij om zienswijzen in te dienen op een ontwerpbestemmingsplan. b. Zienswijze Vooroverleg concept ontwerpbestemmingsplan 6. Op 21 juli 2022 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder het Wijkberaad Bezuidenhout. 7. Anders dan u van ons gewend bent heeft het Wijkberaad geen reactie ingestuurd. Dit is niet omdat we het op alle punten eens zijn met het ontwerp, integendeel, zie deze zienswijze. Nee, het uitblijven van een reactie op het concept heeft alles te maken met het moment waarop het is toegestuurd. 8. Zoals u weet draaien bewonersorganisaties, zoals het Wijkberaad, op vrijwilligers. Vrijwilligers die het doornemen van omvangrijke documentatie als ontwerpbestemmingsplannen e.d. moeten zien te combineren met hun dagelijks (betaalde) werk en gezin.

Afgesproken is dat participatie activiteiten, als vooroverleg, terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan etc. buiten de vakantieperiodes plaatsvinden, zodat bewoners en vrijwilligersorganisaties daadwerkelijk de gelegenheid hebben om te reageren. 9. Tegen alle afspraken in is het concept ontwerpbestemmingsplan met een omvang van zo’n 2500 pagina’s (!) toch in de zomerperiode rondgestuurd. Dit betekent dat wij theoretisch in de gelegenheid zijn gesteld en het vinkje is gezet, maar feitelijk geen gelegenheid hebben gekregen om te reageren.

19/57

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10675829

Reactie De afspraak is dat er geen ontwerp plannen ter inzage gelegd worden tijdens de zomervakantie voor het basisonderwijs in de Haagse regio (zie ook afdoening motie terinzagelegging in vakantieperiodes RIS117154). Tijdens het vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan op 21 juli 2022 met het wijkberaad gedeeld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 22 augustus tot en met 2 oktober 2023 ter inzage gelegen en zodoende buiten de zomervakantie voor het basisonderwijs. c. Zienswijze 10. Het Wijkberaad verzoekt u er actief op toe te zien dat de gemeente zich houdt aan de afspraken, en participatie - in welke vorm dan ook- zodanig inricht dat bewoners(organisaties) daadwerkelijk in de gelegenheid zijn te participeren en niet pro forma, zoals hier is gebeurd. Reactie Zie de reactie onder a. d. Zienswijze Regie gemeente 11. In 2019 hebben de gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf in een bestuursovereenkomst afspraken gemaakt om de kantoorbehoefte van het Rijk deels op de KC-locatie te accommoderen. Daarnaast heeft de gemeente in 2021 met de ANWB een intentieovereenkomst gesloten om ANWB de mogelijkheid te bieden om te komen tot een haalbaar plan voor de ontwikkeling van een nieuw hoofdkantoor op deze locatie. In 2022 heeft de gemeente een Nota van Uitgangspunten vastgesteld ten behoeve van de ontwikkelaars van deze locatie.

In de aankondiging van het ontwerpbestemmingsplan wordt gemeld dat de herontwikkeling van de kavel niet past binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. 12. Deze gang van zaken wekt de indruk van een bestemmingsplan als sluitstuk en een gemeente die zich laat leiden door projectontwikkelaars. Het bestemmingsplan is bedoeld als sturingsinstrument. Daarom is het belangrijk dat de verschillende ambitieniveaus binnen het bestemmingsplan vertaald worden in concrete, en juridische toetsbare, eisen en Regels. Reactie Het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 vormt de juridische vertaling van gemeentelijke ambities, zoals vastgelegd in de Structuurvisie CID (RIS307135), de toepasselijke gebiedsagenda’s en de Nota van Uitgangspunten Juliana van Stolberglaan 1. Hoewel een zekere mate van participatie hierbij wenselijk is en heeft plaatsgevonden, is het de gemeente die hierover de regie voert, waarbij een gerichte uitwerking van het hiervoor genoemde beleid leidend blijft.

Aangezien de KC-locatie kansen biedt om invulling te geven aan de ambitie om het Central Innovation District (CID) te ontwikkelen tot een economisch topmilieu met voldoende ruimte voor kantoren en instellingen met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en innovatieve buitenruimte, is het als strategische locatie gekozen, waarmee invulling wordt gegeven aan het gemeentelijke economisch beleid zoals onder andere vastgelegd in de Kadernota economisch beleid (RIS303550) en in de kantorenstrategie 2018 – 2030 ‘De gebruiker centraal 2.0’ (RIS300807). De kaders voor het plan zijn in 2021 door het college vastgelegd in de NvU Juliana van Stolberglaan 1 (RIS310948). Bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘Juliana van Stolberglaan 1’ is hiernaast rekening gehouden met de in artikel 3.1 lid 1 van de Wro vastgelegde beginsel van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Gelet op het feit dat het vigerende bestemmingsplan niet toereikend was om uitvoering te geven aan de gewenste ontwikkeling op de KC-locatie, is de vaststelling van een nieuw ruimtelijk kader middels dit bestemmingsplan evident.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13722502/3