20231214-RIS317026 Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4
Tekst van het document
Zienswijze De ruimtelijke organisatie van bouwblokken en openbare ruimte maakt, komend vanuit het station, oriëntatie op de stad onmogelijk, omdat deze wordt geblokkeerd. Omgekeerd is het station vanuit de omgeving onzichtbaar en daardoor onvindbaar (cf. beschrijving van de huidige situatie, Toelichting Bestemmingsplan 2.4 Knelpunten). Er is met andere woorden geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Reactie De herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4 is stedenbouwkundig zorgvuldig tot stand gekomen. In plaats van één kantoorgebouw wat de toegankelijkheid station als het ware blokkeert, is er gekozen voor meerdere bouwblokken met een aantrekkelijke doorwaardbare openbare ruimte waardoor de aansluiting met de wijk verbeterd. Het stationsgebied zal daarmee meer transformeren
58/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
in een hoogstedelijk en multifunctioneel gebied. Vanuit het nieuwe plein wordt het station met de omgeving verbonden op verschillende schaalniveaus: Via de doorsteek van de stationsentree naar de groene verblijfsplek aan de Schenk. De doorsteek zorgt voor een verbeterde zichtbaarheid van het station vanaf de Schenkkade. De structuur van de openbare ruimte wordt fijnmaziger en het gebied wordt beter doorwaadbaar dan in de bestaande situatie. Derhalve vindt er middels de voorgenomen herontwikkeling een verbetering plaats op de genoemde aspecten. n. Zienswijze Groen / Ecozone Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID in de raadsvergadering van 1 juli 2021 (RIS307135) heeft de raad het college opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: ""e. inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NvU's en PUK's) te rapporteren. Reactie Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID (RIS307135) heeft de raad besloten (besluitpunt V onder d) ‘de ontwikkeling van het CID te voorzien in een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde en daarbij op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen te hanteren van 8m2 per woning.
Ook heeft de raad besloten (besluitpunt V onder e) ‘inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NvU’s en PUK’s) te rapporteren’. De nulsituatie structuurvisie CID bedraagt 15,0 m2 groen per woning, en de referentiesituatie is 12,9 m2 groen per woning, zie de tabel ‘m2 groen per woning CID’, paragraaf 4.4.20 toelichting. Uit de tabel is ook op te maken dat de groennorm bij bouwprojecten (verleend of in procedure 2022) 11,4 m2 is. De toelichting van het bestemmingsplan is aangevuld naar aanleiding van het recente Voorzieningenonderzoek CID d.d 23 augustus 2023 RIS316628. Zie aanvullend de beantwoording onder p. Conform het raadsbesluit inzake de Structuurvisie CID (RIS307135) besluitpunt V onder d wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning (deze 8m2 staat ook genoemd in de Nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen als referentienorm voor gebied waar het CID onder valt, centrum stedelijke gebieden).
In paragraaf 4.4.20.2 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is de berekening op basis van groennorm weergegeven en hoe de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zich verhoudt tot de groennorm van 8m2 per woning. Daarbij is ook rekening gehouden met reeds vergunde bouwplannen en ontwikkelingen die parallel met dit bestemmingsplan in procedure zijn. In de genoemde paragraaf is berekend wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/woningen in het CID. Op basis van de van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning (de referentienorm). Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp four) in combinatie met de 3 lopende bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de referentienorm van 8 m2 groen per woning blijft in het CID. Daarbij aangetekend dat de norm
59/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
conform de nota referentienormen geen juridisch bindende norm is, maar bedoeld is als vertrekpunt. Daarbij wordt nog opgemerkt dat in het voorliggende plan meer groen gerealiseerd wordt dan nu aanwezig is op de kavel. o. Zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan ligt binnen het CID. Conform voornoemd raadsbesluit moet aangetoond worden dat het aantal m2 groen in het CID-gebied minimaal gelijk blijft. Uit de Toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat het aantal m2 groene ruimte afneemt van 12,9 m2 naar 11,4 m2. Daarmee dus niet gelijk blijft, maar een afname laat zien van 1,5 m2. De LER CID gaat eveneens uit van een afname maar dan van 11m2 naar 9,5 m2. Reactie Conform de structuurvisie CID (RIS307135, p. 6) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde. In paragraaf 4.4.20.2 is de berekening op basis van groennorm weergegeven en hoe de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zich verhoudt tot deze groennorm. De berekende afname betreft een afname per woning en zegt niet iets over de totale hoeveelheid groen. p. Zienswijze Uit de stukken wordt niet duidelijk hoe de berekening van m2 groen tot stand is gekomen. Het Wijkberaad verzoekt u om inzichtelijk te maken: - Wat is wel meegenomen, onder aanduiding op de kaart van de locatie. - Opgave aantal m2 per aaneengesloten stuk groen dat is meegenomen.
Reactie Bij het berekenen van het aantal m2 groen is het bestaande groen op het maaiveld meegerekend. Onder ‘bestaand groen’ zijn ook spoortaluds, het groen in de sporendriehoek en bij de Van Alphenstraat meegenomen. Dit zijn robuuste groenstructuren, maar niet openbaar toegankelijk. Ze hebben betekenis voor klimaat, voorkoming van hittestress, ecologie/biodiversiteit of fungeren als kijkgroen. Privétuinen worden niet meegerekend. Tijdens een openbare informatieavond over de voorzieningen in het CID is inzichtelijke gemaakt hoe het aantal vierkante meters groen is berekend binnen het CID. Dit is besproken en uitgelegd (met kaartmateriaal). Hoe de groennorm is toegepast voor dit plangebied is in paragraaf 4.4.20.2 van de toelichting als volgt aanvullend verwoord. Voor groen staat in de Structuurvisie CID een groennorm van 8 m2 op gebiedsniveau. In het bestemmingsplan is een berekening toegevoegd waaruit blijkt dat er voldoende groen is op dat niveau. De duidelijkheid over de berekening groen, zowel voor andere ontwikkelingen op termijn als voor Soza-locatie, wordt gegeven met het voorzieningenonderzoek CID d.d. 23 augustus 2023, RIS316628. Dit onderzoek is 28 september jl aan de raad aangeboden. Onderstaande tabel geeft de verduidelijking met daarbij ook een kaartmateriaal, toegevoegd van het Voorzieningenonderzoek CID (pagina 33).
Te zien is dat bij realisatie van alle plannen, die verleend zijn of in procedure in 2022 of 2023 er voor SoZa-locatie ruim voldoende groen is op het CID-niveau. Met realisatie van extra groen waarvoor al financiering is er een normatief overschot van 43,7% en zonder rekeningen te houden met deze plannen is er een normatief overschot van 31%. Het kaartmateriaal laat met relatief veel groen in de directe omgeving zien dat er nog veel hoger metrage groen per woning is in de directe omgeving van SOZa-locatie.
60/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Voor de groenbalans voor het hele CID geldt conform het voorzieningenonderzoek het volgende. Bij realisatie van alle woonplannen en alle groenambities is er een normatief overschot van 44% aan groenplannen. Hierbij is het Haagse Bos en grootste deel van Groene Schenk niet meegerekend, omdat deze buiten de grenzen van het CID zit. Ook is alleen gerekend met oppervlakte groen en niet met binnen en daktuinen en alleen maaiveldgroen (geen boomkronen). Ook is er dan gerekend met een snijverlies van 10%)
61/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
q. Zienswijze Daarnaast wil het Wijkberaad u erop wijzen dat het CID slechts de grenzen van een bouwplan aangeeft. Voor de wijk Bezuidenhout, waar dit plan onderdeel van is, geldt conform de Haagse referentienormen voor groen, de norm van 16m2 per woning. Dat betekent per definitie een tekort aan groen, waar wordt dit tekort gecompenseerd?
62/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Reactie In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd hoe de ontwikkeling, mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan, zich verhoudt tot de groennorm, zie paragraaf 4.4.20.2 van de toelichting. De norm van 16m2 uit de nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) is niet van toepassing voor het plangebied, maar is bedoeld voor andere gebieden. Voor het plangebied geldt een referentienorm van 8 m2. Daarnaast is de referentienorm bedoeld als vertrekpunt en niet als toetsingskader r. Zienswijze Voor de berekening van het aantal m2 groen wordt alvast rekening gehouden met ideeën voor overkluizing van de A12, een groen Schenkviaduct en groene overkluizing van het stationsgebied. Om betrokken te mogen worden bij de beoordeling van een goede ruimtelijk ordening is het noodzakelijk dat de uitvoering van een plan in voldoende mate vaststaat. Voor invulling van m2 groen gaat hier enkel nog om ideeën, zonder planning, financiering etc. etc., deze plannen dienen bij de beoordeling van het ontwerp bestemmingsplan dan ook buiten beschouwing te worden gelaten. Reactie Voor de berekening van het groen binnen het CID is gekeken naar het bestaande groen en de verhouding tot het aantal woningen in het gebied. Ook zonder de vergroening van de grote groengebieden zoals de Schenk en de Overkluizing is er voldoende groen aanwezig in het CID.
Conform de structuurvisie CID (RIS307135, p. 6) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. Voor de realisatie van een hoogwaardige groene buitenruimte bestaat nog steeds de ambitie om deze groene verbindingen te realiseren. In dit plangebied wordt een hoogwaardige buitenruimte ontworpen passend binnen de ambities van het CID en het beleid van de gemeente. Hierover zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt met de ontwikkelende partij. s. Zienswijze Ook onderzoeken naar stimuleren minder verkeer over de Utrechtse baan en meer via de Rotterdamse baan bieden geen garanties noch harde toezeggingen. Reactie Het gemeentelijk beleid zet in op het beïnvloeden van de modal split (de verdeling van de verplaatsingen over de verschillende vervoerswijzen(modaliteiten)), met als doel het behalen van een modal shift: het vergroten van het aandeel voetgangers, fietsers en OV-gebruikers ten opzichte van het aandeel gemotoriseerd verkeer. Dit is in Den Haag vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). En houdt onder meer in dat er bij de inrichting van de openbare ruimte en gebouwen wordt uitgegaan van het STOMP-principe: Stappen-Trappen-Ov-MaaS-Privéauto.
In de eerste plaats wordt er voor de voetganger en fietser gekozen, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en privéauto. Zo vormt de mens het startpunt. Lopen is de basis, voor wat langere afstanden bieden fiets, OV en auto de uitkomst. MaaS kan dit nog makkelijker maken. MaaS staat voor Mobility as a Service, Hiermee bedoelen we mobiliteit als dienstverlening in de brede zin. Een goed voorbeeld is deelmobiliteit. Bij deelmobiliteit maken meerdere mensen gebruik van dezelfde vervoermiddelen. Dit kan zowel een auto, (bak)fiets als scooter zijn. De privéauto geldt als sluitstuk, deze neemt namelijk de meeste ruimte in beslag.
63/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Het parkeerbeleid zoals vastgelegd in “Parkeerstrategie 2021-2030" (RIS308711) ondersteunt deze modal shift richting langzaam verkeer. De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. De verwachting is dat met deze bovengenoemde beïnvloeding het gebruik van de auto wordt ontmoedigd en daarmee mogelijk ook het gebruik van de Utrechtse baan. Voor dit plangebied is gekeken naar de effecten op de omgeving en geconcludeerd dat het tot een aanvaardbare verkeersituatie leidt. t. Zienswijze Nu niet voldaan wordt aan het raadsbesluit wat betreft het aantal m2 groen dient o.i. het ontwerp bestemmingsplan vooreerst teruggetrokken te worden. Reactie Zie ook de beantwoording onder n. Het bestemmingsplan is opgesteld, conform de uitgangspunten uit het PUK en de Structuurvisie CID, die eerder door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Er bestaat geen noodzaak om het ontwerp bestemmingsplan terug te trekken. u. Zienswijze Plankaart versus PUK Groen is alleen groen als het als groen bestemd is, conform artikel 5 van de Regels. Uit het ontwerp bestemmingsplan komt naar voren dat de hoeveelheid bestemd groen teruggaat van 2.314 m2 naar ca. 1.050 m2 in het plangebied.
In het toepasselijk PUK staat juist dat het areaal openbaar groen moet worden uitgebreid. Reactie In het huidige bestemmingsplan Bezuidenhout (vastgesteld 24 april 2014) heeft het gehele plangebied de bestemming 'kantoor-1'. Op het perceel aan de Schenkkade (niet zijnde Schenkzone) naast het bestaande gebouw is een tuin aangelegd. Met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan wordt tussen de gebouwen een park mogelijk gemaakt, die als groen wordt bestemd, en wordt het mogelijk gemaakt dat er tussen de gebouwen, binnen de verkeer-verblijfsgebied bestemming groen wordt aangelegd. Er is ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan anders dan gesteld geen sprake van een afname van groen. Dit is niet alleen geregeld via de bestemming Groen (artikel 5). Ook binnen de andere bestemmingen (zie artikel 3.1, 4.1 en 6.1) kan (en moet: zie het bepaalde in artikel 7.1 sub j van de planregels op grond waarvan wordt geborgd dat minimaal 40% van de footprint een groene invulling moet krijgen) de groene invulling worden gerealiseerd. v. Zienswijze Het voorliggende ontwerp voldoet dus niet aan de gestelde eisen. Er zullen dus mitigerende maatregelen getroffen moeten worden.
Het Wijkberaad verzoekt u om deze maatregelen onderdeel te laten zijn van de Gebiedsvisie Laan van NOI, het eerder genoemde voorzieningenplan en het (naderhand) vast te stellen bestemmingplan voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4. Reactie Zoals hiervoor aangegeven voldoet het bestemmingsplan wel aan de gestelde eisen.
64/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
w. Zienswijze In de Toelichting is nota bene in gebruik van de ecozone buiten het bestemmingsplan voorzien. O.i. valt dit niet te verdedigen. Het Wijkberaad heeft in de afgelopen periode meermalen met bewoners en de stadsecoloog gesproken over de ecozone Schenkstrook. Reactie De ecozone maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Er is in de plannen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt geen ander of strijdig gebruik van de ecozone voorzien. x. Zienswijze Meervoudig gebruik als voorgesteld laat zich o.i slecht verenigen met de bestaande, deels recent uitgevoerde, plannen van de gemeente met de Schenkstrook. Het Wijkberaad verneemt graag of de stadsecoloog is betrokken bij de hier geschetste plannen en waarom wel/niet gehoor is gegeven aan de mening/visie van de stadsecoloog. Reactie Zie het eerdere antwoord onder w. De stadsecoloog is betrokken en zal vooral ook aan het ontwerp en de uitwerking van het buitenruimteplan bijdragen. y. Zienswijze Kortheidshalve verwijzen we op dit punt naar hetgeen hierboven is opgemerkt als ook hieronder onder 'Niet naleving afspraken Structuurvisie CID' Reactie Zoals hiervoor is aangegeven wordt er voldaan aan de gemaakte afspraken. z. Zienswijze Het pocketparkje/pleintje is gesitueerd op de slechtst mogelijke plek in het plangebied.
Een goed gebruikt en in te richten verblijfsplein moet vooraf aan een aantal randvoorwaarden voldoen: • Het ligt óp of aan looproutes; • Prettig klimaat (wèl zon, geen wind); • De functies in de wand van het plein moeten een relatie hebben met het plein. Hoe voldoet het pleintje/ parkje in het plan aan bovenstaande voorwaarden? Dan wel zorgt u ervoor dat het daar alsnog aan gaat voldoen? Reactie Uit het windhinderonderzoek (bijlage 14 bij de toelichting) blijkt dat ter plaatse van het pocketpark/ pleintje in alle onderzochte varianten sprake is van een goed windklimaat, zowel voor de activiteit doorlopen als slenteren. Uit bijlage 2 Schaduwval van het bezonningsonderzoek (bijlage 15 bij de toelichting) blijkt dat ter plaatse van het pocketpark/ pleintje het hele jaar door enige tijd gedurende de dag sprake zal zijn van schaduwhinder. Echter, vanaf 21 juni 15.00 uur is een gedeelte van het park schaduwvrij. Gelet op het ontbreken van windhinder en gedeeltelijke bezonning in de zomerperiode is er in voldoende mate sprake van een prettig verblijfklimaat.
65/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
aa. Zienswijze Leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) Leefbaarheidseffecten (RIS314687_Bijlage_l_deel-l_Toelichting, 4.4.1.) "De gemeente heeft oog voorde leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgaven rond het station." In de samenvatting Beoordeling Leefbaarheid en Gezondheid (paragraaf 5.1.4.1.1) komen de scores 'matig tot slecht' erg vaak voor. Daarbij zijn de uitgedeelde 'plusjes' ook nog eens discutabel. Ook Mobiliteit en verkeersveiligheid (paragraaf 5.1.4.1.2) en Duurzaamheid en energietransitie (paragraaf 5.1.4.1.3) komen er maar bekaaid vanaf. Reactie In paragraaf 4.4.1.1. Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI en het CID uit de toelichting van het bestemmingsplan staat aangegeven dat de gemeente oog heeft voor de leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgaven rond het station. In de samenvatting Beoordeling Leefbaarheid en Gezondheid (paragraaf 5.1.4.1.1) wordt een samenvatting gegeven van de effecten op het thema leefbaarheid en gezondheid. De tabel maakt zowel de referentiesituatie inzichtelijk als de situatie wanneer de voorgenomen ontwikkeling is gerealiseerd. Uit de tabel valt op te maken dat er in de referentiesituatie voor de verschillende aspecten al sprake is van een redelijk, matige of matig tot tamelijk slechte, dan wel tamelijk slechte beoordeling.
Met name het aspect geluid wordt in de bestaande situatie als de toekomstige situatie matig tot slecht beoordeeld. Het aspect functiemenging is in de referentiesituatie redelijk en het aspect openbare ruimte is in de referentiesituatie matig. Door de voorgenomen ontwikkeling zullen de aspecten functiemenging en openbare ruimte aanzienlijk verbeteren. Het criterium ’aantal geluidgevoelige objecten ten gevolge van railverkeer’ verslechtert evenals het criterium ’verschuiving van het aantal geluidsgevoelige objecten binnen geluidklassen in cumulatie’. De reden voor de verslechtering is de toevoeging van een groot aantal woningen binnen het project zelf. Middels maatregelen, zoals het toepassen van dove gevels zal het echter wel mogelijk zijn een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Uit paragraaf 5.1.4.1.2 Mobiliteit en verkeersveiligheid valt op te maken dat er nagenoeg geen verandering optreedt ten opzichte van de referentiesituatie (die voornamelijk als redelijk en goed wordt beoordeeld). Alleen op het punt van ’verkeersafwikkeling autoverkeer ontsluitende wegen’ wordt een afname ten opzichte van de referentiesituatie geconstateerd. Uit paragraaf 5.1.4.1.3 Duurzaamheid en energietransitie blijkt dat er tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie geen grote verschillen zijn.
Alleen de criteria windhinder en schaduwhinder zorgen voor een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, terwijl er voor de beoordeling Duurzaamheid en energietransitie in totaal 14 criteria beoordeeld zijn. Op het vlak van CO2 uitstoot is sprake van een verbetering, evenals op het vlak van biodiversiteit en hittestress. bb. Zienswijze Het Wijkberaad is van mening dat deze invulling niet getuigd van een goede ruimtelijke ordening en vraagt u daarom om het ontwerp bestemmingsplan in deze vorm niet vast te stellen. Het ontwerp bestemmingsplan moet o.i. op deze punten bijgesteld worden, zodanig dat de genoemde onderwerpen minimaal op gelijk niveau (als huidig) of beter scoren. Daarbij dienen discutabele plussen vermeden te worden.
66/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Reactie De paragrafen 5.1.4.1.1., 5.1.4.1.2. en 5.1.4.1.3 geven de conclusies uit het MER weer. Het MER is opgesteld om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Voor het bepalen of wel of niet sprake is van een goede ruimtelijke ordening is het niet noodzakelijk dat alle genoemde onderwerpen minimaal op een gelijk niveau als in de referentiesituatie of beter scoren. Bij het bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt een afweging gemaakt van alle belangen en onderzochte aspecten, waaronder die uit het MER. Hierbij wordt opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3213 en 15 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:164)) voor de beoordeling of gevreesd moet worden voor een (duurzame) ontwrichting van het voorzieningenniveau doorslaggevend is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoefte. Alleen een mogelijke ontwrichting ten aanzien van eerste levensbehoeften wordt ruimtelijk relevant geacht. Een aantasting van het voorzieningenniveau van andere behoeften is op zichzelf geen reden om planologische medewerking aan een besluit te weigeren. cc.
Zienswijze Parkeren, mobiliteit Waar in het concept nog verwezen werd naar een Parkeernota wordt er nu niets gezegd of geregeld qua deelauto's en afkoop autoparkeerplekken, noch in het Bestemmingsplan, noch in de Regels. Wij zijn en blijven van mening dat hier wel degelijk eisen gesteld moeten worden voor de levensduur van het gebouw. Reactie Het parkeerbeleid staat toe dat er gebruik wordt gemaakt van deelauto's. Of van deze mogelijkheid gebruik gemaakt zal worden is op dit moment nog niet bekend. Er is nog geen sprake van een bouwplan. Bij de uitwerking van het bouwplan, bij indiening van de omgevingsvergunning zal er getoetst worden of aan het parkeerbeleid wordt voldaan. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om in het benodigde aantal parkeerplaatsen te voorzien, zowel bij toepassing van deelauto's als zonder toepassing van deelauto's. Er is derhalve geen reden aan te nemen dat sprake zal zijn van een tekort aan parkeerplaatsen. Aanvullende bepalingen voor de termijn van gebruik van deelauto's in de planregels zijn daarom niet aan de orde. Daarbij geldt dat bewoners, werknemers en bezoekers van deze nieuwbouwontwikkeling niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Dit wordt geborgd via de omgevingsvergunning, de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 en de privaatrechtelijke afspraken met de ontwikkelaar.
Wij zien geen reden om in afwijking van het beleid een bepaling op te nemen die voorziet in eisen voor de gehele levenscyclus van de bebouwing. Zie ook de reactie op zienswijze a lid G dd. Zienswijze Gelet op de toenemende verdichting van Bezuidenhout en de reeds bestaande problematiek in de wijk rondom parkeren van eender welke vorm van vervoer vragen wij u om, in afwijking van de diverse Nota's, in geen enkel geval afkoop of iets dergelijks toe te staan.
67/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Reactie Zie voorgaande reactie (de beantwoording onder cc). ee. Zienswijze Wij verzoeken u om de afwijkingsmogelijkheid van artikel 10.1 sub e uit de Regels te schrappen. Reactie De regel uit artikel 10.1 sub e houdt in dat met een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de parkeernormen die gehanteerd worden voor het parkeren of stallen van auto’s, fietsen, bromfietsen en voor het laden en lossen van goederen, indien: 1.Op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien; 2.Het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Ook in geval dat gebruik gemakt wordt van de afwijking van de parkeernormen uit artikel 10.1 sub e, moet er aangetoond worden dat er sprake is van voldoende parkeerplaatsen. Wij zien dan ook geen reden om dit artikel te schrappen. ff. Zienswijze De voorziening spelen wordt binnen het ontwerp bestemmingsplan ingevuld op een verhoogd dak in de binnentuin. Die binnentuin moet dan wel toegankelijk zijn en blijven. De praktijk leert dat dergelijke binnenplaatsen in no-time afgesloten worden vanwege overlast.
Welke (via de regels afdwingbare) maatregelen worden getroffen om dit te voorkomen? Reactie Via de Anterieure Overeenkomst (AO) met de ontwikkelaar is privaatrechtelijk vastgelegd dat de daktuin tussen 8.00 uur en 20.00 uur voor publiek toegankelijk is en dat dit in een notariële akte moet worden vastgelegd.
gg. Zienswijze Buiten het plangebied van het bestemmingsplan kan voorlopig gebruik gemaakt worden van het Cruijffcourt, maar in toekomst zijn op die locatie 600 woningen voorzien. Ook hier wordt de Gebiedsvisie Laan van NOI gemist. Reactie Zie de reactie op de zienswijze gemeente Leidschendam – Voorburg onder a.
hh. Zienswijze Eveneens buiten het plangebied van het bestemmingsplan bevat de Toelichting ideeën voor spelen in de ecozone Reactie In de toelichting zijn geen ideeën opgenomen voor spelen in de ecozone. In paragraaf 4.4.19 Nota spelen in de stad 2015-2018 is slechts benoemd dat het plangebied nabij een groene omgeving ligt (de Schenkzone) en dat het plangebied de nodige voorzieningen kent die als informele speel- en/of recreatieruimte kunnen fungeren.
68/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
ii. Zienswijze Kortheidshalve verwijzen we op dit punt naar hetgeen hierboven onder is opgemerkt als ook hieronder onder 'Niet naleving afspraken Structuurvisie CID'. Reactie Gelet op het voorgaande is er geen sprake van dat niet zou worden voldaan aan de gemaakte afspraken. jj. Zienswijze Waterberging Regels 8.2 voorwaardelijke verplichting waterberging. Mooi om te zien, dat er aan gedacht is om 800 m3 waterberging te voorzien, voordat er bewoond mag worden. Om actief te borgen dat daadwerkelijk èn volledig in de benodigde m3 waterberging wordt voorzien vragen wij u om het Bestemmingsplan niet eerder vast te stellen dan nadat deze voorziening volledig is veiliggesteld. Reactie Met de voorwaardelijke verplichting die in artikel 8.2 van de planregels van het bestemmingsplan is opgenomen, is geborgd dat een waterberging beschikbaar is binnen 12 maanden na oplevering van het bouwplan. Dit wordt getoetst bij de afgifte van de omgevingsvergunning waartoe ook voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden (kunnen) worden. Dit is toereikend; er is geen aanleiding dit voor te schrijven los van of vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan juist omdat de voorwaardelijke verplichting is gerelateerd aan de bebouwingsmogelijkheden die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
Tevens is op verzoek van het Hoogheemraadschap een extra regeling opgenomen en is hun adviserende rol verankerd in de regels. Zie ook de beantwoording van de zienswijze van Hoogheemraadschap Delfland onder b. kk. Zienswijze Windhinder 43. In de Toelichting /adviesrapporten wordt voorgerekend, dat het vorige concept plan nog slechter was dan het huidige. Men erkent tegelijkertijd wel dat het qua wind ten opzichte van de bestaande situatie een achteruitgang is. In verband met de windhinder is er geen mogelijkheid voor terrassen. Reactie De activiteit langdurig zitten is niet onderzocht. Er is vooralsnog onvoldoende informatie beschikbaar om te kunnen bepalen of terrassen mogelijk zijn. Daarom zijn terrassen niet bij recht toegestaan, maar via een binnenplanse afwijking. Voorwaarde aan medewerking aan vestiging van terrassen is dat aangetoond wordt dat ten minste sprake is van een matig windklimaat voor de activiteit ’langdurig zitten’, zoals gekwalificeerd in de NEN8100. ll. Zienswijze In de plannen, al dan niet binnen de reikwijdte van het bestemmingsplan, is op diverse plekken verblijfsklimaat gewenst. Qua windhinder is 'goed' dan de norm. De inrichting van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 dient op dit punt binnensplans, maar ook voor de directe omgeving (toekomstig
69/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
stationsplein) in het kader van een goede ruimtelijke ordening een positieve bijdrage te leveren, dan wel daar niet aan in de weg te staan. Ook op dit punt wordt de Gebiedsvisie Laan van NOI gemist. Hierbij het herhaalde verzoek om eerst de Gebiedsvisie Laan van NOI op en vast te stellen, voordat verdergegaan wordt met het ontwerp Bestemmingsplan. Reactie Middels windhinderonderzoek is het verwachte windklimaat na realisatie van de ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat, mocht bij uitwerking van het bouwplan blijken dat dit nodig is, om maatregelen te treffen om tot een acceptabel windklimaat te komen. Het eerst vaststellen van de Gebiedsvisie Laan van NOI is dan ook niet nodig. mm. Zienswijze Niet naleving afspraken Structuurvisie CID Het plangebied ligt in het CID, zodat uitvoering gegeven moet worden aan de vastgestelde Structuurvisie CID. In de raadsvergadering van 1 juli 2021 (RIS307135) heeft de raad het college opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: a.
om bij gebiedsvisies, gebiedsagenda's, NvU's, PUK's en projectdocumenten dan wel collegebesluitvorming informatie toe te voegen waaruit blijkt: 1) hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd; 2) hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; 3) welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; 4) en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden; Reactie In de toelichting van het bestemmingsplan, in paragraaf 4.4.20.1, is informatie opgenomen over de hoeveelheid voorzieningen ook in relatie tot de referentienormen. Hierin is zover bekend aangegeven wanneer deze conform IHP Sport, Onderwijs en cultuur & bibliotheken beoogd zijn. nn. Zienswijze Bij alle ontwikkelingen de leefbaarheidseffecten (waaronder voorzieningen) in de bestaande wijken te inventariseren en bij negatieve effecten voorafgaand (eventueel als onderdeel van het bouwproject) mitigerende maatregelen te nemen. Reactie Het onder zienswijze mm. aangehaalde raadsbesluit geeft geen aanleiding om bij alle ontwikkelingen de leefbaarheidseffecten in de bestaande wijken te inventariseren en bij negatieve effecten mitigerende maatregelen te nemen. oo. Zienswijze Bij grootstedelijke bouwplannen, hoort als onderdeel van het vereiste 'goede ruimtelijke ordening' ook een flankerend grootstedelijk Voorzieningenplan.
Kaders wat betreft de leefbaarheid waartegen bouwprojecten als onderhavige afgezet en beoordeeld kunnen worden. Dit is ons inziens een uitvloeisel van de hiervoor aangehaalde afspraken in het kader van de Structuurvisie CID. Reactie
70/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening wanneer de ruimtelijke effecten als gevolg van het plan worden afgewogen tegen de met het plan gediende belangen en geen sprake is van significant nadelige effecten. Het is in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk om bij grootstedelijke bouwplannen een flankerend voorzieningenplan op te stellen. Het is namelijk vaste rechtspraak dat voor de beoordeling van de vraag of gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau, inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften: alleen een mogelijke ontwrichting ten aanzien van de eerste levensbehoeften wordt ruimtelijk relevant geacht. Een aantasting van het voorzieningenniveau van andere behoeften is op zichzelf geen reden om planologische medewerking aan een besluit te weigeren. De wettelijk verplichte toets aan de ladder voor duurzame ontwikkeling voorziet erin dat er geen overaanbod aan (onder andere) voorzieningen gerealiseerd wordt. pp. Zienswijze Middels het voorzieningenplan kan worden geborgd dat bouwprojecten naar rato bijdragen aan het op peil brengen/ houden van het voor de wijk benodigde voorzieningenniveau.
In plaats van dat bouwprojecten, doordat ze op zichzelf staand worden benaderd, de voorzieningen in en de leefbaarheid van de wijk (onnodig) onder druk zetten. Of doordat buitenplanse ideeën omtrent voorzieningen, die mede leiden tot goedkeuring van plannen, niet daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden Reactie Zie onze reactie op de zienswijze Leidschendam-Voorburg onder a. qq. Zienswijze Een andere, ons inziens dwingende, reden voor het vooraf opstellen van een Voorzieningenplan is het gebrek aan een zogenoemde grondpositie van de gemeente in de wijk Bezuidenhout. Het gebrek aan grondpositie betekent dat de gemeente niet eigenstandig benodigde voorzieningen (op eigen grond) kan realiseren, maar voor het treffen van voorzieningen altijd afhankelijk is van de medewerking van anderen, van projectontwikkelaars. Deze afhankelijkheid in combinatie met de verschillende schaalgroottes van de bouwplannen maakt dat de gemeente voorafgaand aan het vaststellen van bestemmingsplannen en vergunningverlening voor bouwplannen de totale behoefte aan voorzieningen in beeld moet hebben. Zodat, in een latere fase zoals nu, per bouwlocatie bepaald kan worden welke bijdrage de ontwikkeling kan/moet leveren aan de benodigde voorzieningen in de wijk en waar nodig het bestemmingsplan hierop kan aanpassen. Reactie Een grond positie is niet per sé nodig om een voorziening te kunnen realiseren.
Het is wel degelijk mogelijk om voorzieningen in een wijk te realiseren in bijvoorbeeld een complex van een corporatie en/of private partij. Ook in het voorliggende plan, dat geen eigendom is van de gemeente, worden voorzieningen gerealiseerd. rr. Zienswijze Uit de Toelichting op de voorzieningen: pag. 57 e.v. blijkt dat meerdere voorzieningen niet aan de norm zullen voldoen. In de set aan documenten dat deel uitmaakt van het Ontwerp Bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 heeft het Wijkberaad geen stukken aangetroffen waarin is voorzien in
71/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
mitigerende maatregelen, noch planning, noch budget, noch locatie aangewezen om alsnog aan de normen te voldoen etc. Reactie In paragraaf 4.4.20.3 van de toelichting is inzicht gegeven in de (berekende) behoefte aan maatschappelijke voorzieningen op basis van de referentienormen. Er blijkt (in het CID) een berekende behoefte aan 2.280m2 basisschool en 1.500 m2 voortgezet onderwijs, 438 m2 eerstelijnszorg, 60m2 Centrum Jeugd en Gezin, 150m2 buurthuis, 54 m2 bibliotheek, 72m2 cultuuranker, 317 m2 sporthal. 144 m2 zwembad. Een deel van deze voorzieningen zal worden ondergebracht in de ontwikkeling op de SoZa kavel. Andere voorzieningen zoals de behoefte aan scholen worden opgelost middels uitbreidingen van bestaande basisscholen en nieuwbouw op een andere plaats dan in het plangebied. Ook op de Binckhorst worden voorzieningen gerealiseerd, waar bewoners uit het Bezuidenhout gebruik van kunnen gaan maken. ss. Zienswijze Het Wijkberaad verzoekt u dan ook om het voorliggende ontwerp Bestemmingsplan niet vast te stellen, maar terug te sturen en te eisen dat eerst uitvoering gegeven wordt aan de hiervoor aangehaalde afspraken: hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd; hoe deze zich verhouden tot het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen; welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden.
Reactie Zie onze reactie op de zienswijze Leidschendam-Voorburg onder a en bovenstaande reacties betreffende voorzieningen.
tt. Zienswijze Woonprogramma Zie RIS314687_Bijlage_l_deel-l_Toelichting. Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.2 pag. 17/18. Zie ook RIS314687_Bijlage_l_deel-3_Regels: paragraaf 4.5 Specifieke bouwregels, 4.7 Exploitatie sociale huurwoningen, 4.8 Exploitatie middeldure huurwoningen. De Toelichting en Regels omtrent het woonprogramma zijn onduidelijk of voor meerdere uitleg vatbaar. Het Wijkberaad verzoekt u om klip en klaar uiteen te zetten en in Regels te vatten: - aantal woningen binnen het plan dat kleiner zal zijn dan 40m2; - plus in dat geval aan te geven wat dan het minimum aantal m2 per woning is; - aan te geven hoeveel van het aantal woningen kleiner dan 40m2 wordt toebedeeld aan de categorie: studentenwoning, zorgwoning en overig sociale huur; - studentenwoningen niet onder het percentage sociale huur te laten vallen, danwel om hier nadere grenzen aan te stellen. Bijvoorbeeld van de sociale huurwoningen mag maximaal 5% studentenwoning zijn. Dit om te borgen dat sociale huurwoningen straks niet enkel uit studentenwoningen bestaat en de spreekwoordelijke agent en verpleger nog steeds geen fatsoenlijke woonruimte kunnen vinden. Reactie In de planregels van het bestemmingsplan is vastgelegd welke percentages van de te realiseren woningen als sociale huurwoningen (artikel 4.7) en middeldure huurwoningen (artikel 4.8) dienen te
72/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
worden geëxploiteerd. Daarnaast is in de planregels vastgelegd wat de woninggrootte moet zijn van de te realiseren woningen (artikel 4.5 lid b t/m f). Hiermee zijn deze onderwerpen toereikend geborgd. Er kan pas op basis van een vergunningsaanvraag specifieker worden aangegeven wat de omvang is van de woningen in relatie tot woningen voor een doelgroep, zoals studentenwoningen en zorgwoningen. Studentenwoningen worden volgens het gemeentelijk beleid (Woonagenda 20202023, par. 5.6) niet meegeteld met de stedelijke norm voor 30% sociaal en gaan daarom op stedelijk niveau niet ten koste van sociale woningen voor andere doelgroepen. uu. Zienswijze Sociale huurwoningen (RIS314687_Bijlage_l_deel-3_Regels: 1.55, blz 17) In de definitie sociale huurwoningen wordt geregeld dat de sociale huurwoningen voor 50 jaar gegarandeerd moeten worden. Het Wijkberaad onderschrijft deze Regel van harte, vanuit de gedachte dat Bezuidenhout een wijk is, en wil zijn, waar het voor een ieder goed wonen en leven is. Reactie Wij hebben kennisgenomen van deze opmerking. vv. Zienswijze Afwijken van regels (Regels, artikel 10) In de praktijk lijkt gewerkt te worden met een marge van 10% waarbinnen 'bevoegd gezag' mag afwijken van de eisen en Regels. Bij bijvoorbeeld de bouwhoogte is deze bevoegdheid tot afwijken ingeperkt.
Reactie De algemene regels van het bestemmingsplan bevatten geen afwijkingsmogelijkheid met een marge van 10%. ww. Zienswijze Gemeente, projectontwikkelaars en bewoners moeten weten waar ze aan toe zijn als een plan wordt goedgekeurd. Een marge van 10% kan bij op elkaar inwerkende afwijkingen leiden tot forse afwijkingen (het één + 10% en het ander - 10% kan tezamen een verschil geven van 20%!), waardoor het plan een uitwerking kan krijgen die als het in die vorm ter besluitvorming was voorgelegd, zou zijn afgewezen. Het Wijkberaad ziet graag in de Regels opgenomen dat de genoemde marge voor bevoegd gezag op dit plan überhaupt niet van toepassing is, met andere woorden via Regels afdwingen dat geen afwijkingen van aantallen en percentages zijn toegestaan. Reactie Zie het vorige antwoord onder uu. xx. Zienswijze Conclusie Op grond van het bovenstaande vragen wij u om het voorliggende ontwerp bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (incl. MER en bijlagen) niet goed te keuren danwel vast te stellen. Wij verzoeken u om eerst een Gebiedsvisie Laan van NOI op en vast te stellen, als ook een Voorzieningenplan voor het CID. Reactie
73/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Zie het antwoord op de zienswijze Leidschendam - Voorburg onder a.
Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren.
9.
Ra. 10524062
Provincie Zuid-Holland
De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is bij brief van 21 juli 2022 al aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en het college verzocht om het plan op deze onderdelen aan te passen. Wij hebben geconstateerd dat hieraan niet afdoende gevolg is gegeven. Daarom dienen wij tegen het ontwerpplan een zienswijze in. Reactie Voor de wijze waarop met de zienswijze wordt omgegaan wordt verwezen naar de beantwoording onder punt b, c en d. b. Zienswijze Detailhandel De opmerkingen uit de provinciale vooroverlegreactie met betrekking tot de afhaalpunten en ondergeschikte detailhandel bij bedrijfsactiviteiten zijn goed verwerkt. Echter mist nog wel een omschrijving van 'afhaalpunt', wij vragen een omschrijving nog toe te voegen. Reactie Aan de regels van het bestemmingsplan wordt een definitie van afhaalpunt toegevoegd, dat als volgt komt te luiden: “een locatie waar uitsluitend via internet bestelde goederen afgehaald of geretourneerd kunnen worden, waarbij logistiek en opslag van deze goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ter verkoop”; c.
Zienswijze Kleinschalige detailhandel Artikel 6.13 lid 3 sub b van de verordening geeft aan dat kleinschalige detailhandel onder andere mogelijk is; 1. in de vorm van een gemakswinkel; 2. bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; De toelichting van de verordening stelt hierover het volgende: De maximale omvang van kleinschalige detailhandel is niet vastgelegd in de verordening, om ruimte te
74/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
laten voor maatwerk. Als richtsnoer kan 200 m2 worden aangehouden. Ook het aantal vestigingen is afhankelijk van maatwerk en daarom niet vastgelegd in de verordening. Op locaties met veel passanten en bezoekers, zoals de grote treinstations, zijn meerdere vestigingen passend. Op andere locaties, zoals een benzinestation, zal het aantal vestigingen in het algemeen beperkt blijven tot één. Kleinschalige detailhandel past bij een stationsomgeving als deze. In het voorliggend ontwerp bestemmingsplan wordt direct 500m2 bvo detailhandel mogelijk gemaakt, met een afwijkingsmogelijkheid om nog eens 400m2 bvo mogelijk te maken. In het bestemmingsplan wordt deze echter bestemd als 'detailhandel' en niet als 'stationsgerelateerde detailhandel' of op een andere manier aangegeven en geborgd dat het dient te gaan om een assortiment dat aansluit op de aard van de voorzieningen of locatie. Reactie Artikel 6.13 lid 1 sub b van uw verordening bepaald dat nieuwe wijkgebonden detailhandel bij nieuwe wijken gerealiseerd kan worden. Wij beschouwen het SoZa complex, met de nabijgelegen ontwikkelingen in de Van Alphenstraat als een nieuwe woonwijk. Deze woonwijk is weliswaar verticaal ontworpen, maar bevat in de komende jaren circa 3000 woningen. Deze woonwijk heeft dan ook behoefte aan wijkwinkelvoorzieningen.
Het voorliggende bestemmingsplan biedt de mogelijkheid nieuwe wijkwinkelvoorzieningen van 500m2, met een mogelijke uitbreiding van 400m2 te realiseren. Aan de regels zal worden toegevoegd dat uitsluitend primair dagelijkse boodschappen toegestaan zijn, voor zover het detailhandel betreft. Aan de toelichting wordt het rapport van Sweco als bijlage toegevoegd, dat onderbouwt dat detailhandelsvoorzieningen gericht op dagelijkse boodschappen in dit gebied passend zijn. d. Zienswijze Bovendien kan de beoogde detailhandel in het gehele plangebied, binnen de bestemming Gemengd, geplaatst worden en dus niet bij het station. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat wel het volgende opgenomen in paragraaf 3.2: De commerciële functies detailhandel en horeca zijn georiënteerd op het stationsplein, de hoofdroute van de loopstromen. Om aan te sluiten bij de regels uit de verordening ten aanzien van kleinschalige detailhandel zien wij deze punten nog graag geborgd in de planregels en verzoeken daarmee het bestemmingsplan op deze punten aan te vullen. Daarnaast staat in paragraaf 3.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan opgenomen dat er bij de beoogde detailhandel een maximale vestigingsgrootte van 200m2 geldt, dit sluit aan bij het richtsnoer dat wordt gegeven in de toelichting bij de verordening.
In de planregels bij het bestemmingsplan is deze maximering wel opgenomen voor ondergeschikte detailhandel bij dienstverlenende functies maar niet voor kleinschalige detailhandel. Wij verzoeken het bestemmingsplan ook op dit punt nog aan te vullen en in de planregels de maximale vestigingsgrootte voor (kleinschalige) detailhandel op te nemen. Reactie In de regels (zie artikel 4.6 onder b) is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het vergroten van het winkeloppervlak tot 900 m2, (onder voorwaarde dat de toevoeging van het extra oppervlak nader onderbouwd en nader gemotiveerd is in relatie tot bestaande winkelconcentraties, het toe te voegen oppervlak detailhandel het woon- en leefklimaat niet onevenredig aantast en niet leidt tot
75/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
onaanvaardbare leegstand in reeds aanwezige winkelvoorzieningen en dat de toevoeging van het extra oppervlak detailhandel leidt tot levendige plinten. Uitgaande van de realisering van een nieuwe winkelvoorziening conform Artikel 6.13 lid 1 sub b van uw verordening is daarbij een regeling van de unitgrootte niet aan de orde. Daarom is deze ook niet (meer) vastgelegd in de regels. e. Zienswijze Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbestemmingsplan op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met het provinciaal (ruimtelijk) beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het bestemmingsplan bij de vaststelling alsnog op deze punten aan te vullen. Reactie Wij gaan er vanuit dat door bovenstaande insteek en wijzigingen wel wordt voldaan aan het provinciaal beleid. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van de zienswijze is aan de toelichting van het bestemmingsplan het rapport ‘Commerciële voorzieningenstudie Central Innovation District Den Haag Juni 2023’ toegevoegd. Paragraaf 4.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland' onder 6.13 Detailhandel is gewijzigd. Aan de regels is artikel 1.5 Afhaalpunt toegevoegd, waarin een definitie van een afhaalpunt is opgenomen.
Aan de regels is artikel 4.4 lid i toegevoegd, waarin is bepaald dat uitsluitend primair dagelijkse boodschappen zijn toegestaan. 10.
Ra. 10524090
Bewoners Schenkkade
De volledige zienswijze is al bijlage opgenomen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze Zienswijze Stichting Wijkberaad Bezuidenhout Als bewoners hebben wij kennis genomen van de door de Stichting Wijkberaad Bezuidenhout ("Wijkberaad") ingediende zienswijze. Een deel daarvan hebben wij, met toestemming van het Wijkberaad, overgenomen. Zo sluiten wij ons aan bij de opmerking van het Wijkberaad dat de gemeente Den Haag bij dit project te weinig regie voert, wat al blijkt uit het omschreven doel van het Plan: "Het mogelijk maken van de voorgenomen herontwikkeling". De gemeente laat zich leiden door de projectontwikkelaar (VORM) die de realisatie van de Nieuwbouw verzorgt. Dat is niet alleen zichtbaar in het Plan zelf, maar ook in rapporten die als bijlagen daarvan zijn opgenomen. Zo is opmerkelijk dat de gemeente het aan VORM heeft overgelaten een berekening te maken van de te verwachten extra parkeerdruk, leidend tot het door VORM bepaalde aantal in haar Nieuwbouw te realiseren parkeerplaatsen. Het ligt voor de hand dat VORM er belang bij heeft zoveel mogelijk BVO te kunnen verhuren of verkopen en wij achten het daarom onjuist dat de gemeente kennelijk meent hier zelf geen regie in te hoeven voeren. Hierop
76/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
wordt hierna teruggekomen. Een bestemmingsplan dient een sturend instrument te zijn voor de stadsplanologie en gebouwde omgeving, en de volgordelijkheid van plannen en procedures; geen administratief verslag van de plannen van een private bouwer, waarmee die plannen vooral worden gefaciliteerd. Het bestemmingsplan is bedoeld als sturingsinstrument. Ambitieniveaus binnen het Plan moeten vertaald worden in concrete, en juridisch toetsbare, eisen en regels. Reactie Op 16 december 2021 heeft de gemeenteraad het planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (PUK) vastgesteld. In het PUK zijn ruimtelijke en programmatische kaders vastgelegd waarbinnen de ontwikkeling dient plaats te vinden. De gemeente heeft hierin actief de regie gevoerd en is samen met de betrokken partijen tot een herontwikkeling van de kavel gekomen. Het bestemmingsplan is de juridische vertaling van het PUK, waarin de gemeente de kaders voor de herontwikkeling van de kavel heeft vastgelegd. Het voorliggende bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van herontwikkeling van de kavel, vandaar dat in de toelichting als doel ‘Het mogelijk maken van de voorgenomen herontwikkeling’ is opgenomen. Er is geen sprake van dat de gemeente zich laat leiden door projectontwikkelaars. We zijn als gemeente verplicht kosten, ook voor het opstellen van het bestemmingsplan, te verhalen op de ontwikkelende partij.
Het is daarbij een gebruikelijke werkwijze dat de ontwikkelende partij de voor het bestemmingsplan benodigde onderzoeken aanlevert, waaronder ook de berekening van de verwachte parkeerdruk. In het kader van het bestemmingsplan is het belangrijk dat aangetoond kan worden dat het maximaal benodigde aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied te realiseren is. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal aangetoond moeten worden dat het juiste aantal parkeerplaatsen gerealiseerd wordt conform de normen uit de Nota parkeernormen CID en Binckhorst. b. Zienswijze Toelichting algemeen Wij sluiten ons aan bij de analyse van het Wijkberaad dat het bestemmingsplan veel vaag taalgebruik bevat en vooral de term 'duurzaam' misleidend gebruikt wordt nu er volgens het Plan sprake is van achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie voor wat betreft een aantal duurzaamheidsaspecten: in het Plan wordt erkend dat bepaalde normen niet gehaald gaan worden. Reactie In de toelichting van het bestemmingsplan wordt zowel ingegaan op de relevante beleidskaders (hoofdstuk 4 van de toelichting), op de relevante Omgevingsaspecten, maar wordt ook een beschrijving van de bestaande situatie als de toekomstige situatie gegeven. Er zijn naast het bestemmingsplan andere instrumenten om de duurzaamheidsaspecten te regelen; via een anterieure overeenkomst en het bouwbesluit.
Omdat bepaalde duurzaamheidsaspecten niet via het bestemmingsplan te regelen zijn, zijn hierover afspraken gemaakt in de Anterieure Overeenkomst. Daarnaast gelden er wettelijke eisen ten aanzien duurzaamheid, zoals BENG en MilieuPrestatie Gebouwen, voor nieuwbouw, hieraan zal moeten worden voldaan bij het indienen van de omgevingsvergunning. Waar mogelijk heeft er via het bestemmingsplan een vertaling van beleid plaatsgevonden in de regels (zie bijvoorbeeld de artikelen 4.7, 4.8 en 4.9).
77/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Onduidelijk is welke normen volgens indiener niet behaald zouden worden. Het plan voldoet aan alle wettelijke eisen en daarbij horende normen, inclusief eventuele beleidsmatig/wettelijk toegestane afwijkingen daarvan. c. Zienswijze Het is in het belang van ons als bewoners - maar ook van toekomstige bewoners - dat de huidige niveaus als ondergrens gelden voor wat betreft duurzaamheidsaspecten en – ambities. Reactie In het Planuitwerkingskader zijn de ambities voor deze ontwikkeling vastgelegd, waaronder ambities ten aanzien van duurzaamheidsaspecten. De keuze ten aanzien van de te hanteren niveaus die als ondergrens (dienen te) gelden worden niet in het kader van het bestemmingsplan gemaakt, Het bestemmingsplan is een uitwerking van de kaders die in het Planuitwerkingskader zijn opgenomen. Zie ook de reactie op de zienswijze Wijkberaad Bezuidenhout onder d. d. Zienswijze Bouwplan in relatie tot ontwerp bestemmingsplan, gebied CID en Bezuidenhout (Toelichting H.3, Par. 3.2, Programma, Plinten; Bijlage 1 - plintenvisie) Men wil mogelijk maken dat er een mix van functies komt. Duidelijkheid over de gevels ontbreekt echter, zodat niet gegarandeerd is dat de plint transparant en levendig wordt. Een bepaalde hoeveelheid publiekstoegankelijke functies is geen garantie dat de plint op die locatie transparant is.
In de plankaart worden geen locaties aangegeven waar de gevel op plintniveau transparant moet zijn. Wij verzoeken de gemeente heldere regels en een plankaart voor de plint vast te stellen. Reactie Het bestemmingsplan bevat diverse regels over de invulling en uitstraling van de plinten. De plintenvisie is opgenomen als bijlage op de toelichting en tevens is in de begripsbepaling is de plint als volgt omschreven het onderste gedeelte van een gebouw dat gezien vanaf maaiveldniveau, als bepalend kan worden aangemerkt voor de beleving in stedenbouwkundige, architectonische en functionele zin: de eerste en tweede bouwlaag van het gebouw. In het beeldkwaliteitsdocument zijn kwalitatieve eisen opgenomen die bijdragen aan de levendigheid van de plint en zal als toetsingskader dienen voor de welstand bij de vergunningaanvraag. Zo is in het beeldkwaliteitsdocument bepaald dat ‘de gebouwen en het landschapsontwerp op elkaar reageren met doorzichten, gevelstructuur, raster en openingen om hoofdentrees en functies in de plint zichtbaar te maken. De programmatische invulling van de begane grond is divers, uitnodigend, open en toegankelijk’ (hoofdstuk 2 Verblijfskwaliteit – interactie openbare ruimte en het gebouw).
Uitgaande hiervan zullen door de huidige bestemmingsregeling, waarin diverse regels zijn opgenomen over de invulling van de plint, in combinatie met het beeldkwaliteitsdocument de doelstellingen ten aanzien van transparante en levendige plinten in het plangebied worden bereikt. e. Zienswijze Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID (RIS307135) heeft de raad het college van B&W opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: “e. inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NVU’s en PUK’s) te rapporteren.
78/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
De planlocatie ligt binnen het CID. Het aantal m2 groen in het CID-gebied moet minimaal gelijk blijven. Uit de toelichting op het Plan blijkt dat het aantal m2 groene ruimte afneemt van 12,9 m2 naar 11,4 m2. Uit het plan blijkt verder dat de hoeveelheid bestemd groen afneemt van 2.314 m2 naar ca. 1050 m2 in het plangebied. In het toepasselijke PUK staat dat het areaal openbaar groen moet worden uitgebreid. Overigens begrijpen wij dat de Haagse referentienorm voor groen 16 m2 per woning bedraagt. Hoe denkt de gemeente dit te gaan compenseren in de directe omgeving van de Nieuwbouw? Reactie Met betrekking tot de opmerking ‘Bij de vaststelling van de Structuurvisie CID (RIS307135) heeft de raad het college van B&W opgedragen bij de uitvoering als volgt te werk te gaan: “e. inzichtelijk te maken dat het aantal vierkante meters groene ruimte in het CID minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NVU’s en PUK’s) te rapporteren.’ wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze Stichting Wijkberaad Bezuidenhout onder n: Conform de structuurvisie CID (RIS307135, p. 6) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. Uw aanname van dat de referentienorm voor groen 16 m2 per woning bedraagt, klopt niet.
In paragraaf 4.4.20.2 is de berekening op basis van groennorm weergegeven en hoe de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zich verhoudt tot deze groennorm. Daarbij is ook rekening gehouden met reeds vergunde bouwplannen en ontwikkelingen die parallel met dit bestemmingsplan in procedure zijn. In de genoemde paragraaf is berekend wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/woningen in het CID. Op basis van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning. Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp four) in combinatie met de 3 lopende bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de 8 m2 groen per woning blijft in het CID. Dit blijkt eveneens uit het recente Voorzieningenonderzoek CID d.d. 23 augustus 2023, RIS316628. Specifiek voor dit project geldt aanvullend dat door de realisering van het bouwplan dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt, meer groen zal worden gerealiseerd op het kavel dan nu aanwezig is en zal tevens sprake zijn van een veel hogere ecologische waarde van dat groen.
Dit groen bestaat onder andere uit 2 daktuinen en groen op straatniveau aan de zijde van de Schenk, waarbij de daktuinen niet in de berekening van het groen zijn meegenomen maar de aanleg ervan wel in de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd. f. Zienswijze Uit de stukken wordt niet duidelijk hoe de berekening van m2 groen tot stand is gekomen. Wij verzoeken de gemeente duidelijk te maken hoe de berekening tot stand is gekomen met een opgave van het aantal m2 aaneengesloten stukken groen waar men van is uitgegaan. Reactie Voor groen staat in de Structuurvisie CID een groennorm van 8 m2 op gebiedsniveau. In het bestemmingsplan is een berekening toegevoegd waaruit blijkt dat er voldoende groen is op dat niveau. De duidelijkheid over de berekening groen, zowel voor andere ontwikkelingen op termijn als
79/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
voor Soza-locatie, wordt gegeven met het voorzieningenonderzoek CID d.d. 23 augustus 2023, RIS316628. Dit onderzoek is 28 september jl aan de raad aangeboden. Onderstaande tabel geeft de verduidelijking met daarbij ook een kaartmateriaal, toegevoegd van het Voorzieningenonderzoek CID (pagina 33). Te zien is dat bij realisatie van alle plannen, die verleend zijn of in procedure in 2022 of 2023 er voor SoZa-locatie ruim voldoende groen is op het CID-niveau. Met realisatie van extra groen waarvoor al financiering is er een normatief overschot van 43,7% en zonder rekeningen te houden met deze plannen is er een normatief overschot van 31%. Het kaartmateriaal laat met relatief veel groen in de directe omgeving zien dat er nog veel hoger metrage groen per woning is in de directe omgeving van SOZa-locatie. Voor de groenbalans voor het hele CID geldt conform het voorzieningenonderzoek het volgende. Bij realisatie van alle woonplannen en alle groenambities is er een normatief overschot van 44% aan groenplannen. Hierbij is het Haagse Bos en grootste deel van Groene Schenk niet meegerekend, omdat deze buiten de grenzen van het CID zit. Ook is alleen gerekend met oppervlakte groen en niet met binnen en daktuinen en alleen maaiveldgroen (geen boomkronen). Ook is er dan gerekend met een snijverlies van 10%)