CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20231214-RIS317026 Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4

Commissie Ruimte 22 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 en Voorstel van het college inzake Beeldkwaliteitsdocument Anna van Hannoverstraat 4 (SoZa)46.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Ook heeft de raad niet besloten dat dit in het bestemmingsplan geregeld moet worden. De raad heeft besloten dat dit bij het vaststellen van het bestemmingsplan uitgewerkt dient te zijn. Amendement R_G 311024 schrijft voor dat er binnen het aandeel kleine woningen geen studio's worden gerealiseerd, maar altijd minimaal tweekamerappartementen, met uitzondering van studentenwoningen. Dit amendement is verwerkt in de regels van het bestemmingsplan. In artikel 4.5 lid e is bepaald dat alle woningen met een woninggrootte van 40m2 of kleiner, met uitzondering van studentenwoningen, over minimaal twee kamers dienen te beschikken. Amendement R_I 311026 schrijft voor dat het percentage sociale woningbouw dient te worden opgehoogd naar 30%. In artikel 4.7 lid a van de regels is bepaald dat ten minste 30% van de te realiseren woningbouw als sociale huurwoningen dient te worden geëxploiteerd. Amendement R_K 311028 schrijft voor:

21/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

1. dat voordat er een bestemmingsplan wordt vastgesteld een uitvoerig participatietraject met omwonenden doorlopen wordt, waarbij invulling wordt gegeven aan de architectonische uitgangspunten, waaronder de architectuur en omvang van het gebouw ter compensatie hoogteverlaging, het op adequate wijze mitigeren van normoverschrijdende wind- en schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptatie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress. 2. het bouwvolume gaat naar maximaal 120.000 m2 bvo functioneel programma (bovengronds) met daarbij de mogelijkheid om maximaal 15.000 m2 bvo parkeren bovengronds en uit het zicht te realiseren met daarop hoogwaardig groen. 3. Het maximum kantoorprogramma is vastgesteld op 24.000 m2 bvo. 1.

2.

3.

Bewoners zijn betrokken bij het opstellen van de architectonische uitgangspunten. Het Beeld Kwaliteitsdocument is in het kader van het participatietraject zes weken ter inzage gelegd. Bewoners zullen ook worden betrokken bij het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Met name in dit laatste plan worden de mitigerende maatregelen voor windhinder en klimaatadaptatie uitgewerkt. In artikel 4.4 lid f van de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat het gezamenlijk bruto-vloeroppervlak van in artikel 4.1 onder a t/m i genoemde functies, boven peil maximaal 120.000 m2 bedraagt. In artikel 4.4 lid o is opgenomen dat het vloeroppervlak ten behoeve van een gebouwde parkeer- en stallingsvoorziening boven peil niet meer dan 15.000 BVO mag bedragen. In artikel 4.4 lid n is bepaald dat het vloeroppervlak kantoren maximaal 24.000 m2 BVO bedraagt.

Amendement R_5 311034 roept het college op om in co-creatie met de huidige en toekomstige buurtbewoners en andere belanghebbenden uit de wijk een plan op te stellen voor de invulling van het groen in het plangebied, bij dit plan de behoeften van de gebruikers centraal te stellen en dit plan te doen toekomen aan de raad. Het bestemmingsplan gaat niet over de invulling van het groen in het plangebied. Er wordt een apart plan opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte, waaronder het groen in het plangebied. Via amendement R_6 311035 verzoekt de raad het college om er zorg voor te dragen dat er zo lang mogelijk statushouders gehuisvest kunnen worden in het voormalige ministerie, ook de mogelijkheden te onderzoeken om de jongeren-/ studentenhuisvesting op deze locatie voorafgaand aan de herontwikkeling zo lang mogelijk in stand te houden, de raad hier zo spoedig over te informeren. Dit amendement gaat over het gebruik van het huidige SoZa gebouw. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet in een plan voor het toekomstige gebouw. Er bestaat geen noodzaak om in het ontwerp bestemmingsplan rekening te houden met dit amendement.

Via amendement R_7 311036 roept de raad het college op om het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden om de huidige bewoners en gebruikers van het voormalige ministerie na de herontwikkeling terug te laten keren en de raad hierover te informeren bij de vaststelling van het bouwplan. Het ontwerp bestemmingsplan maakt het mogelijk dat de huidige gebruikers terug kunnen keren. De functies wonen, kantoor en bedrijven zijn in het bestemmingsplan opgenomen.

22/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Amendement R_8 311037 roept het college op er bij de ontwikkelaar op aan te dringen om binnen het PUK een scenario te onderzoeken waarbij het casco van het oude ministerie van Sociale Zaken behouden kan worden. Dit amendement ziet specifiek op het PUK, waardoor er geen noodzaak bestaat hier iets over in het bestemmingsplan op te nemen. Via amendement R_9 311038 verzoekt de raad het college om geen (definitieve) invulling te geven aan de inrichting van de plinten voor de plintenstrategie door de raad is vastgesteld. De gemeenteraad heeft de plintenstrategie ’Grip op de Haagse plint’ (RIS312977) op 20 oktober 2022 vastgesteld. In de regels van het bestemmingsplan zijn verschillende regels over de invulling van de plint opgenomen. Amendement R_11 311046 roept het college op onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik en doorontwikkeling van het gebouw van Hertzberger. Gedurende het proces naar het opstellen van het PUK zijn meerdere malen scenario's onderzocht waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt, dan wel behouden. Geconcludeerd is dat het casco niet in zijn geheel intact kan blijven. Bovendien blijkt uit berekeningen dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. In samenwerking met de TU Delft is in kaart gebracht wat vanuit circulariteit kan worden gedaan. Het beton wat bij de sloop vrijkomt zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.

Ook wordt zoveel mogelijk materiaal bij de sloop 'geoogst' en daarbij zoveel mogelijk materialen en onderdelen te hergebruiken. Er wordt gekeken of bepaalde onderdelen, zoals kolommen kunnen worden hergebruikt. Gezien de fase waarin het project is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden behouden. c. Zienswijze Het ontwerp-bestemmingsplan voldoet niet aan de referentienormen maatschappelijke voorzieningen die het gemeentebestuur zichzelf heeft gesteld. Reactie Zie onze reactie op de zienswijze gemeente Leidschendam-Voorburg onder c. Voor het in kaart brengen en monitoren van de druk op bestaande voorzieningen monitort de gemeente Den Haag met een 2-jaarlijks update van Integrale Huisvestingsplannen voor Zorg& Welzijn, Sport, Cultuur & bibliotheken en onderwijs de situatie ten aanzien van de voorzieningen. Jaarlijks worden de leerlingprognoses geactualiseerd. Om inzichtelijk te krijgen of er in voldoende voorzieningen wordt voorzien is er een voorzieningenonderzoek CID gedaan, waarbij er eens per jaar een jaarrapportage CID plaatsvindt. Met het voorzieningenonderzoek wordt inzicht gegeven in de additionele behoefte (in vierkante meters) aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen in het CID.

De basis voor het bepalen van de additionele behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zijn de Haagse Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen 2021. Voor het bepalen van de additionele behoefte aan commerciële voorzieningen zijn dichthedenanalyses gebruikt. Het onderzoek wordt elk jaar herijkt op basis van de verdere uitwerking van het CID. Om de voortgang van de Anna van Hannoverstraat en andere planvoornemens in het CID te monitoren, en de uitgangspunten en aannames die bij de uitgevoerde onderzoeken zijn toegepast, door de jaren heen te evalueren, wordt een uitgebreide monitoring opgezet. Doel hiervan is om, naast het controleren van de aannames en de analyses, ook zo nodig aanvullende maatregelen te

23/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

kunnen nemen, of zo nodig tot aanpassingen van planvoornemens of fasering daarvan te kunnen besluiten. De monitoring wordt vergelijkbaar opgezet met de werkwijze van de monitoring voor het MER van de Rotterdamse Baan, waar in afgelopen jaren veel ervaring mee opgedaan is. De systematiek en invulling van de onderzoeksopgave van het MER is daarmee bepalend voor de opzet en inhoud van de monitoring. Op die wijze kan systematisch en consequent gemeten, getoetst en beoordeeld worden. De basis wordt gelegd door zorgvuldig bij te houden welk programma (wonen en andere functies) is toegevoegd en/of is verdwenen. Op basis hiervan kunnen bijvoorbeeld verkeersmodellen worden geactualiseerd en kunnen uitkomsten hiervan vergeleken worden met prognoses, aannames en tellingen. Daarmee kunnen ook de daaruit voortvloeiende (grijze) milieueffecten gemonitord worden. Ook andere effecten als druk op voorzieningen en beschikbaarheid van groen kunnen op deze wijze periodiek worden beoordeeld. Hiervoor worden jaarrapportages CID opgesteld en om de 4 jaar een programmaplan CID. Ook deze monitoring draagt bij aan het niet overvragen van de omgeving door de bouwplannen in het CID. d. Zienswijze Het plan maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling CID. Niet voldaan wordt aan de door het bestuur toegezegde in acht te nemen groennorm van minimaal 8m2 openbaar groen per woning.

Reactie Zie onze reactie op de zienswijze Stichting Wijkberaad Bezuidenhout onder f. e. Zienswijze Aan het ontwerp-bestemmingsplan ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieu Effect Rapportage ten grondslag. Deze schiet te kort. Verwezen wordt naar de aanbevelingen in de door de vereniging eerder ingediende zienswijze, die niet in acht zijn genomen. (Bijlage 1) Reactie Voor de beantwoording van de reactie op de NRD verwijzen wij naar de Nota van Beantwoording zienswijzen d.d. 15 april 2022. Daarnaast heeft de Commissie m.e.r. op 15 maart 2022 advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen projectMER. Voor een samenvatting van dit advies verwijzen wij naar bijlage 2 van het Milieu Effect Rapport Anna van Hannoverstraat 4. f. Zienswijze De beoordeling op verenigbaarheid van het bestemmingsplan met de Wet natuurbescherming voldoet op meerdere essentiële punten niet aan de te stellen eisen. Verwezen wordt naar bijgaande beoordeling van V. Wösten Juridisch Advies. (Bijlage 2) Bijlage 2 De beoordeling op verenigbaarheid van het bestemmingsplan met de Wet natuurbescherming voldoet op meerdere essentiële punten niet aan de te stellen eisen.

Oorzaak hiervan is een structureel gebrek aan kennis en inzicht in zowel de optredende emissies in de referentiesituatie en de beoogde situatie, alsook in de gevolgen van die emissies voor de betrokken Natura 2000-waarden. Dit structurele gebrek aan expertise is het gevolg van het zuiver juridischtechnische c.q. rekenkundige benadering van de stikstofproblematiek door de betrokken adviesbureaus, zonder ook aandacht te besteden aan de eigenlijke ecologische schade en de

24/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

noodzakelijke maatregelen om die schade weg te nemen. In het voorliggende geval is dit extra scherp zichtbaar. Zelfs de genoemde emissies zijn niet verifieerbaar. Het plan omvat de afbraak van het bestaande gebouw en nieuwbouw van 1.000 – 1.200 woningen. Met afbraak, bouw en toekomstig gebruik zijn ook stikstofemissies gemoeid. In de plantoelichting wordt gesteld, § 5.7: Resultaten en conclusies Voor de gebruiksfase (2029) berekend AERIUS Calculator (versie 2021) geen toename van stikstofdepositie. De grootste toename bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. Voor de realisatiefase berekent AERIUS Calculator (versie 2021) een geen toename van stikstofdepositie. De grootste toename bedraagt 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten met betrekking tot het aspect stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie is daarmee geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure. Deze stellingen worden geheeld ontleend aan bijlage 10, stikstofdepositie-onderzoek SoZa te Den Haag. Deze bijlage bevat ernstig onvoldoende informatie voor genoemde conclusie. De conclusie dat geen depositietoename optreedt kan uitsluitend worden getrokken indien een verifieerbaar inzicht wordt gegeven in emissiebronnen in de referentiesituatie en de beoogde situatie. De informatie ontbreekt vrijwel volledig. De genoemde emissies zijn niet verifieerbaar.

• Een verifieerbaar inzicht in de emissies in de referentiesituatie ontbreekt. • Een verifieerbaar inzicht ontbreekt in de emissies gedurende de bouwfase als gevolg van het beoogde bouwmachinepark, type machines, gebruiksduur en emissiefactoren. • De beschreven gebruiksfase volgt niet uit de planregels, waaruit volgt dat geen worst case beoordeling is gemaakt voor de gebruiksfase. • Nu niet vaststaat dat de deposities niet toenemen, ontbreekt ten onrechte een beoordeling van de cumulatieve effecten met recent toegelaten plannen en projecten. • Een beoordeling van de gevolgen van het plan voor recreatiebezoek ontbreekt. Met 1.200 woningen dient rekening te worden gehouden met ca. 2000 nieuwe bewoners. Dit zal onvermijdelijk leiden tot een toenemende recreatiedruk op de Natura 2000 gebieden. Een verifieerbare onderbouwing ontbreekt van de stelling dat de deposities niet toenemen. De toelaatbaarheid van een verdere toename van de reeds te hoge recreatiedruk is niet onderzocht. Conclusie Een beoordeling op verenigbaarheid met de Wet natuurbescherming voldoet op meerdere essentiële punten niet aan de te stellen eisen. reactie Wij kunnen ons niet vinden in de stelling dat het bestemmingsplan op essentiële punten niet aan de eisen voldoet van de Wet natuurbescherming. Er is onderzoek uitgevoerd naar stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

Zoals te lezen in de toelichting van het bestemmingsplan is er zowel tijden de gebruiksfase als de realisatiefase geen toename van stikstofdepositie.

25/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Er is geen sprake van een structureel gebrek aan kennis en inzicht in optredende emissies in de referentiesituatie als de beoogde situatie. In het onderzoek (bijlage 17 bij de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan) is zowel een berekening van de referentiesituatie als de beoogde situatie opgenomen. Nu uit de AERIUSberekening is gebleken dat er geen stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000 gebieden te verwachten is, is er geen noodzaak (om middels aanvullend onderzoek) aandacht te besteden aan ecologische schade en maatregelen om schade weg te nemen. Zoals uit de tekst van het onderzoeksrapport valt te lezen zijn verkeersemissies zowel in de referentiesituatie als in de beoogde situatie de enige emissiebronnen. In de referentiesituatie is het gebouw aangesloten op stadsverwarming. In de beoogde situatie geldt dat alle functies gasloos worden uitgevoerd. Ten aanzien van de overige opmerkingen het volgende: • Een verifieerbaar inzicht in de emissies in de referentiesituatie ontbreekt. Voor plannen geldt dat de planologisch legale en gerealiseerde situatie ten tijde van het vaststellen van het plan als referentiesituatie mag dienen voor een eventuele nieuwe beoogde ontwikkeling.

Omdat op de planlocatie het voormalig kantoorgebouw van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevestigd was mogen dus de emissies die met dit kantoorgebouw gemoeid waren als referentiesituatie dienen voor het nieuw vast te stellen plan. Omdat dit kantoorgebouw was aangesloten op stadsverwarming mag enkel uitgegaan worden van de emissies ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking van het kantoorgebouw. Het gehanteerde aantal verkeersbewegingen is opgenomen in tabel 2 van de notitie en is gebaseerd op de intensiteiten genoemd in de CROW. Binnen de CROW leiden het bvo en de functie van het gebouw tot een specifieke verkeersgeneratie. •

Een verifieerbaar inzicht ontbreekt in de emissies gedurende de bouwfase als gevolg van het beoogde bouwmachinepark, type machines, gebruiksduur en emissiefactoren. Een bestemmingsplan maakt een bepaalde functie mogelijk (bijvoorbeeld wonen) en schrijft in de regel niet specifiek voor hoe deze functie gerealiseerd moet worden en welke materialen bijvoorbeeld daarvoor gebruikt moeten worden. Vandaar dat de bijdrage aan de stikstofdepositie van de realisatiefase van een plan wordt berekend aan de hand van kengetallen. Bij het bepalen van deze kengetallen is op basis van praktijkervaring van meerdere gerealiseerde projecten voor de realisatie van de woningen en overige navenante functies het vermogen van het bij die realisatie meest gebruikelijke materieel en het aantal draaiuren daarvan ingeschat, variërend van heimachine tot shovel of graafmachine. Aan de hand van de door TNO beschikbaar gestelde rapportage zijn vervolgens per bron het brandstofverbruik en het AdBlue-verbruik bepaald. Per bron ingevoerd in AERIUS Calculator leverde dit (overeenkomstig de AUB-methode) een emissie NOX en emissie NH3 op. Daaruit is een kengetal per woning afgeleid. Bij het kengetal is rekening gehouden met 10% onvoorziene emissies. Op een vergelijkbare wijze zijn kengetallen bepaald voor het aantal transportbewegingen als gevolg van de realisatie.

Bij het bepalen van deze kentallen wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen de verschillende activiteiten tijdens de realisatie, zoals bouwrijp maken (aanleg kabels en leidingen, etc), bouwen (het fysiek realiseren van het bouwwerk) en woonrijp maken (herinrichten van de openbare ruimte). •

De beschreven gebruiksfase volgt niet uit de planregels, waaruit volgt dat er geen worst case beoordeling is gemaakt van de gebruiksfase.

26/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

In de planregels staat dat er sprake is van maximaal 1.200 woningen (artikel 4.4 onder p). Daarnaast is (artikel 4.4 onder h) aangegeven dat het gezamenlijke vloeroppervlak van bedrijven, detailhandel, maatschappelijk, dienstverlening, culturele, sport, speel, zorgvoorzieningen, horeca en openbare fietsenstallingen niet meer dan 6.000 m2 mag bedragen. T en tevens is aangegeven dat er maximaal 24.000 m2 kantoren gerealiseerd mag worden (artikel 4.4 onder n). Het stikstofonderzoek is berekend voor 1200 woningen, 1.500 m2 retail, 28.000 m2 kantoor en 500 m2 supermarkt (zie tabel 1 uit het stikstofonderzoek). De hierbij horende verkeersgeneratie bedraagt 2.465 mvt/etmaal (zie tabel 3 uit het stikstofonderzoek). Bij het programma dat het bestemmingsplan mogelijk maakt hoort een verkeersgeneratie van 2.370 motorvoertuigen per etmaal (zie bijlage 8 bij de toelichting, Onderbouwing verkeersgeneratie ontwikkeling Anna van Hannoverstraat 4 d.d. 19 september 2023). Het stikstofdepostieonderzoek is uitgevoerd voor een groter aantal verkeersbewegingen dan wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Het is hierdoor aannemelijk dat het beoogde programma dat het bestemmingsplan mogelijk maakt ook niet tot stikstofdepostie ter plaatse van Natura 2000-gebieden zal leiden.

Nu niet vaststaat dat de deposities niet toenamen, ontbreekt ten onrechte een beoordeling van de cumulatieve effecten met recent toegelaten plannen en projecten. Juist omdat het stikstofdepositie-onderzoek aantoont dat er geen sprake is van een toename in stikstofdepositie ten gevolge van het plan, is er geen sprake van een cumulatieverplichting. Deze cummulatieverplichting geldt enkel bij het toepassen van een ecologische beoordeling over een toename in stikstofdepositie ten gevolge van een plan. Het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 leidt juist niet tot een toename in stikstofdepositie en derhalve is een beschouwing van cumulatie met andere plannen/projecten niet nodig. •

Een beoordeling van de gevolgen van het plan voor recreatiebezoek ontbreekt. Met 1.200 woningen dient rekening te worden gehouden met ca. 2.000 nieuwe bewoners. Dit zal onvermijdelijk leiden tot een toenemende recreatiedruk op de Natura 2000-gebieden. Recreatiebezoek wordt niet als een aparte emissiebron beschouwd. De TNO-kengetallen zijn gebaseerd op praktijkervaringen. Ook bevatten de kengetallen 10% voor onvoorziene emissies. Het is zodoende niet nodig een aparte beoordeling voor recreatiebezoek te maken. Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. 3.

Ra. 10520575

Het Cuypers Genootschap en Erfgoedvereniging Heemschut

De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze Heemschut en het Cuypersgenootschap constateren dat het gebouw als hoogtepunt in het oeuvre van Herman Hertzberger een duidelijke nationale en zelfs internationale architectuurhistorische betekenis heeft. Tevens is het gebouw beeldbepalend voor Den Haag. Ook is er sprake van een duidelijke zeldzaamheidswaarde. Het aantal nog bestaande en redelijk gaaf behouden structuralistische werken van Herman Hertzberger is zeer beperkt. Sloop van dit uitzonderlijke gebouw is dan ook zeer ongewenst.

27/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Reactie Niet ontkend wordt dat sprake is van een bijzonder gebouw dat een herkenbare stroming uit de architectuurgeschiedenis vertegenwoordigd. In de Nota van Uitgangspunten Laan van NOI werd uitgegaan van de transformatie van het pand met mogelijkheden voor (gedeeltelijke) sloop. Uit studies van de ontwikkelaar blijkt dat het pand moeilijk geschikt is te maken voor wonen en andere niet-kantoor functies. Bij het onderzoek naar behoud van het pand is architect Herman Hertzberger betrokken. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W)(hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt, dan wel behouden. Uiteindelijk is geconcludeerd, dat het casco niet hergebruikt kan worden, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van de woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen.

Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is). Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in Plan AnnA als planinitiatief van MRP Soza b.v. wat uitgaat van volledige sloop van het voormalige ministerie van SZ&W. Hierover is in het kader van de inspraak op PUK en NRD al uitgebreid gerapporteerd. Onder verwijzing daarnaar worden hieronder nog kort de belangrijkste argumenten voor sloop nieuwbouw samengevat. • Ruimtelijk bezien kan bij behoud van het gebouw niet de beoogde zorgvuldige verbinding met de omgeving en daarmee de visie op het CID/IT-Security Campus worden bereikt. Zoals indiener zelf aangeeft is het gebouw ontworpen als een stad in de stad, echter zonder daarmee een ruimtelijke verbinding met die stad aan te gaan. Het gebouw presenteert zich als een anoniem, beperkt toegankelijk “bastion” recht tegenover de uitgang van het station. Een totale verandering van de plint en daarmee van het concept van het gebouw zou noodzakelijk zijn om hierin verandering te brengen. • Programmatisch biedt het bestaande gebouw onvoldoende mogelijkheden om het beoogde, voor de woningbouwopgave in Den Haag noodzakelijke, woningbouwprogramma op te nemen.

Het ver doorgevoerde functionalisme in de architectuur speelt daarbij ook een bepalende rol; het gebouw is in zijn ontwerp voor het oorspronkelijke gebruik functioneel sterk, maar daardoor ook moeilijk transformeerbaar en overigens ook niet meer goed bruikbaar in haar oorspronkelijke (kantoor)functie. b. Zienswijze Gezien de uitzonderlijke waarde van het gebouw hebben wij de Staatssecretaris van OCW via de Rijksdienst Cultureel Erfgoed recent formeel verzocht om het gebouw aan te wijzen tot rijksmonument. Daarnaast loopt er bij de rechtbank Den Haag op dit moment een juridische procedure tegen de afwijzing van de gemeentelijke monumentenstatus voor het gebouw. Het is van belang om als gemeente rekening te houden met deze feiten. Bij de motivering van het plan ontbreekt bovendien de verplichte cultuurhistorische paragraaf (wel in MER aandacht voor monumentale bomen). Dat is kwalijk. Reactie

28/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Ondanks de lopende aanvraag bij OCW en de juridische procedure tegen afwijzing van de monumentenstatus is het pand niet beschermd. Het is daardoor aan de eigenaar van het pand of die het pand wil behouden. De gemeente gaat er vooralsnog van uit dat het pand niet wordt aangewezen als monument, zodat het bestemmingsplan in procedure is gebracht. In paragraaf 5.16 van de toelichting wordt ingegaan op de aspecten Archeologie en Monumenten. Zie verder het antwoord onder a. c. Zienswijze Eerder heeft gemeente gesteld dat transformatie van het gebouw moeilijk is. Dit is een merkwaardige interpretatie van de feiten. Het gebouw is flexibel van opzet, waardoor latere wijzigingen van bestemmingen en gebruik en aan- of loskoppelen van bouwdelen mogelijk zijn binnen het totaalconcept. Hiervoor is door het Bureau Hertzberger in samenwerking met het Rijksvastgoed reeds een ontwerp voor herbestemming tot woningen gemaakt. Het is goed mogelijk om honderden woningen in het gebouw te realiseren. Bij het behouden van het gebouw kan op zeer korte termijn begonnen worden met de herontwikkeling, aangezien de plannen tot herbestemming wonen gereed liggen. Er is meer snelheid mogelijk - zeker in de nu snel veranderende bouwmarkt - dan bij sloop voor nieuwbouw.

Denkbaar is om de herbestemming te combineren met aanvullende nieuwbouw rondom of op het complex of op de plek van een te slopen ondergeschikt deel van het complex. De gemeente heeft dergelijke varianten nooit serieus een kans gegeven. Gezien het uitzonderlijke karakter van het gebouw is dit opvallend. Reactie Zie het antwoord onder a. d. Zienswijze Samengevat verzoeken wij u pas op de plaats te maken en de tijd te nemen om in overleg met de oorspronkelijke ontwerper een nieuw plan met behoud van in ieder geval de meest beeldbepalende onderdelen van het voormalige ministerie te ontwikkelen. Reactie Zie het antwoord onder a en b. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.

Ra. 10520612

Bewonersplatform Voorburg Noord

De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen.

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze SoZa als onderdeel van een groter geheel, hoe te begrenzen in bestemmingsplan? De herontwikkeling van Anna van Hannoverstraat is onderdeel van een grotere ontwikkeling. Welke

29/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

andere besluiten voor het gebied van de ICT-Security Campus en voor het CID als geheel gaan genomen worden, op welke termijn en hoe hangt dit samen met dit bestemmingsplan? In eerder stadium hebben wij gevraagd om een gebiedsvisie/ontwikkelvisie op te stellen (voor een goed functionerend en toekomstrobuust station NOI incl. beoogde bebouwing rondom dit station, ook aan de zijde Van Alphenstraat) en stel op basis daarvan een gebiedsvisie NOI op, zodat geen voorbarige besluiten worden gemaakt die toekomstige ontwikkelingen beperken. Hiermee beperkt je als Den Haag mogelijk ook de gewenste mobiliteitstransitie die randvoorwaardelijk is voor alle beoogde nieuwbouw in het CID. Reactie De Gemeente Den Haag onderschrijft het belang van een integrale visie op het gebied dat onderdeel is van de gebiedsontwikkeling CID. De belangrijkste ambities en uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling CID en de daarin opgenomen deelgebieden zijn verwoord in de Structuurvisie CID (ris307135) en bijbehorende plan MER. In de Structuurvisie wordt ingegaan op het deelgebied Den Haag Laan van NOI en ook verwezen naar de eerder opgestelde gebiedsagenda met de opgaven voor het deelgebied. De herontwikkeling van SoZa maakt hier onderdeel van uit.

Het Planuitwerkingskader (PUK) ten behoeve van de herontwikkeling van SoZa (ris 309866) past binnen het kader van de Structuurvisie CID en ook bij het opstellen van het Bestemmingsplan zijn de kaders van de Structuurvisie leidend. Wij onderschrijven dat voor de samenhang met de omgeving en toekomstige ontwikkelingen in het gebied een integrale visie op de omgeving van project en het gebied meerwaarde heeft. Het opstellen van de ontwikkelvisie NOI heeft echter helaas vertraging opgelopen vanwege capaciteitsproblemen, maar zal weer worden opgestart. Het opstellen van de ontwikkelvisie NOI kan afzonderlijk plaatsvinden van het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (SoZa). Dit bestemmingsplan betreft een uitwerking van het eerder vastgestelde Planuitwerkingskader. Zoals in paragraaf 1.3 van het PUK staat aangegeven staat centraal in de gebiedsontwikkeling de ambitie om een deel van de groeiambitie voor wonen en werken op deze locatie gestalte te geven en tevens de stationsomgeving van Laan van NOI een kwaliteitsslag te geven. Het PUK bevat daarom ook uitgangspunten voor het gebied rondom de Soza-kavel, waaronder de stationsomgeving. Om tot een goed functionerend station te komen loopt er al een apart traject (de MIRT verkenning). Met de Strategie Mobiliteitstransitie 2022 - 2040 (RIS310664) is een plan gemaakt voor de toekomst van vervoer in Den Haag.

Het opstellen van de ontwikkelvisie is hier niet voor nodig. b. Zienswijze Er is geen ontwikkelvisie NOI opgesteld (noch vastgesteld door de Raad) als u straks het Bestemmingsplan moet vaststellen. Er is voor gekozen om de openbare ruimte rondom het SOZA gebouw niet in het bestemmingsplan mee te wijzigen, terwijl dit wél een belangrijk onderdeel was van het participatietraject (door de ontwikkelaar in mei en juni 2022 gehouden met omwonenden). “De inrichting van de openbare ruimte is een afzonderlijk traject, waardoor er in het bestemmingsplan geen aandacht aan is besteed”, zo luidt het antwoord. Voor een goede inpassing in de openbare ruimte is van belang o.a. duidelijk te krijgen over a) keerlus tram b) inpassing waterberging c) inpassing fiets parkeren d) invloed hoogte 75 m op straalpad. Het bevoegd gezag ligt daarvoor bij u, de gemeente. Ook is het aan u om te organiseren dat deze openbare ruimte wordt gefinancierd en gerealiseerd en wordt onderhouden. Herhaaldelijk trok

30/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

de gemeente zich in de participatiebijeenkomsten terug qua verantwoordelijkheid hierop nemen. Voor ons zijn deze randvoorwaarden echter onvoorwaardelijk voor een succesvolle inpassing van SoZa. Het juridisch “opknippen van gebiedsontwikkeling” is niet toegestaan. Bovengenoemde gebiedsvisie zou hiervoor een ultimo basis mogen vormen, uitgaande van de komende 10-25 jaren te verwachten ontwikkelingen in het gebied. Tenslotte merken we op dat het toegezegde beeldkwaliteitsplan (3.7) ontbreekt bij ter inzagelegging. Hierdoor is onvoldoende comfort bij omwonenden over het uiterlijk. Reactie Zoals aangegeven onder a is het voor dit bestemmingsplan niet nodig dat er een ontwikkelvisie wordt opgesteld. De huidige bestemming van de openbare ruimte rondom het SoZa gebouw staat een herinrichting niet in de weg. De inrichting van de openbare ruimte is een afzonderlijk traject. De inpassing van het fietsparkeren maakt onderdeel uit van dit traject. Er vinden gesprekken plaats met de HTM over de keerlus en het Hoogheemraadschap over de waterberging. De hoogte van 75 meter heeft geen invloed op het straalpad. Wij zijn ons ervan bewust dat de inrichting van de openbare ruimte georganiseerd, gefinancierd en onderhouden dient te worden. Er is geen sprake van het juridisch ‘opknippen van gebiedsontwikkeling’.

De ontwikkeling op het kavel Anna van Hannoverstraat is op dit moment de enige concrete ontwikkeling. Zoals al eerder aangegeven onder a heeft het opstellen van de gebiedsvisie vertraging opgelopen. Het beeldkwaliteitsdocument heeft apart ter inzage gelegen. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om op het stuk te reageren. c. Zienswijze Participatie De hierboven benoemde participatie-inbreng door omwonenden komt niet tot een vervolg qua ruimtelijke inpassing: op uw stadhuis is een keuze gemaakt om het bestemmingsplangebied niet groter te maken dan enkel de kavel waarop hoogbouw wordt voorzien. Waarom deze keuze zo is gemaakt, wordt niet nader toegelicht. Welke consequenties deze keuze heeft (voor de omringende openbare ruimte en de samenhang met NOI station en andere toekomstige ontwikkeling) evenmin. Reactie Het bestemmingsplangebied is groter dan de kavels waarop gebouwd mag worden. Het is begrensd door omliggende wegen. Voor het ontwerp van de openbare ruimte wordt een apart traject doorlopen. Een bestemmingsplan opstellen voor een groter gebied zou afspraken, plannen en onderzoek vergen over dat grotere gebied, die nu nog niet gemaakt zijn. Daarom is dit niet mogelijk en ook niet opportuun. d. Zienswijze MER De MER ondersteunt het bestemmingsplan.

Wij hebben onze bedenkingen over de uitkomsten die worden gepresenteerd, onder andere de: • parkeerberekeningen (392 parkeerplaatsen in BP en 423 in de MER), • verkeersbelasting (vergeleken met een kantoorfunctie die al sinds 2016 niet meer bestaat), kunt u bevestigen dat Voorburg Noord niet extra wordt belast door bewoners of bezoekers van SoZa of aangeven welke mitigerende maatregelen genomen worden om dit tot een minimum te beperken? • nihile uitkomst belasting stikstof (door bouw uit te smeren over meerdere jaren zonder inzicht te gevel of met materieel van na 2015 dan wel elektrisch materieel wordt gewerkt) waardoor Natura2000

31/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

gebieden negatief worden beïnvloed. • Windhinder uitkomsten rondom de noordzijde, waar menig fietser en voetganger van zijn sokken zal worden geblazen • Geluidshinder voor huidige omwonenden wordt niet benoemd, noch voor de aanlegfase noch als het straks af is en door wind fluittonen ontstaan (WTC-gebouw, Strijkijzer, etc.) of sprake is van weerkaatsing (onderzoek is niet nodig want dat hoeft alleen voor reconstructie van wegen is hierop uw antwoord). Reactie Waar het gaat om de bedenkingen bij de gepresenteerde uitkomsten merken wij het volgende op: • Parkeerberekeningen: in het MER is uitgegaan van maximaal 1.320 woningen terwijl in het bestemmingsplan maximaal 1.200 woningen worden mogelijk gemaakt. Ook het overige (niet-woon) programma is in het bestemmingsplan nader gespecificeerd. Het bestemmingsplan valt daarmee binnen de in het MER onderzochte bandbreedte, maar de getallen in het MER en de bestemmingsplantoelichting komen niet overal 1-op-1 overeen. Dat geldt onder andere voor het benodigde aantal parkeerplaatsen. • Verkeersbelasting: Door gericht in te zetten op mobiliteitsmaatregelen en het in combinatie daarmee maar beperkt faciliteren van autoparkeren wordt het autogebruik op de Soza locatie conform gemeentelijk beleid ontmoedigd. Dit leidt tot een beperkte verkeersgeneratie.

Deze verkeersgeneratie is gebaseerd op kencijfers uit het CROW, passend bij het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De toename van het verkeer is gelet op de spreiding in richting en tijdstip beperkt ten opzichte van het al aanwezige verkeer. Daarbij moet worden bedacht dat het huidige gebouw, als dat gewoon weer geheel in gebruik genomen zou worden als kantoor, conform de bestemming ook verkeer zou generen, juist in de spits en veel minder gespreid in richting en tijdstip. In de toelichting is dit ook aangegeven. • Stikstof: op dit moment zijn de uitgangspunten voor het in te zetten materieel nog niet in detail bekend. Het onderzoek stikstofdepositie toont aan dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is zonder stikstofdepositietoename binnen Natura 2000-gebieden. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal t.z.t. een meer gedetailleerd onderzoek worden uitgevoerd afgestemd op de specifieke uitgangspunten van het materieel en de planning voor de uitvoering van de werkzaamheden. • Windhinder: Er is in het kader van het bestemmingsplan uitgebreid onderzoek gedaan naar de windhindersituatie. De daadwerkelijke windhindersituatie is sterk afhankelijk van het ontwerp van de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte (en van mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied).

Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt de windhindersituatie in en rond het plangebied nadrukkelijk meegenomen. • Geluidhinder omwonenden: in de bijlagen bij het MER een notitie opgenomen waarin mogelijke akoestische reflecties ter plaatse van bestaande woningen zijn beoordeeld. Hieruit volgt dat eventuele reflecties die optreden tegen de beoogde bebouwing niet anders zijn dan in de huidige situatie. Daarnaast is, gezien de grote afstand van de omliggende bebouwing, de bijdrage van het gereflecteerde geluid verwaarloosbaar ten opzichte van de directe geluidbijdrage. In de aanvulling op het MER (bijlage PM bij het vastgestelde bestemmingsplan) is daarnaast op hoofdlijnen ingegaan op geluidhinder tijdens de bouwfase. Rekening houdend met de geldende eisen voor bouwgeluid en de afspraken die op basis daarvan worden gemaakt met de aannemers, zal geen sprake zijn van akoestisch onaanvaardbare situaties tijdens de bouwfase.

32/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

e. Zienswijze Mobiliteitsopgave in CID randvoorwaardelijk U geeft geen inzicht in de mobiliteitsverandering die SoZa vraagt. Onduidelijk is wat de realisatie van Anna van Hannoverstraat betekent voor de mobiliteitsambities voor het deelgebied ICT Security Campus en voor het gehele CID. Aangegeven wordt dat “Bewoners en gebruikers van de ontwikkeling niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Bezoekers van het gebied komen niet in aanmerking voor een bezoekers-parkeervergunning.” Een duidelijk aantal waaraan SoZa moet voldoen wordt echter niet gegeven, dit blijft vaag: worden het nu 754 parkeerplaatsen, 423 of slechts 393? Helaas wordt dit ook niet vastgeklikt in de (regels) bij het bestemmingsplan. Hoe handhaaft u dat er voldoende parkeerplaatsen komen? En dat de toekomstige bewoners geen vergunning krijgen, ook niet voor hun bezoekers? En hoe voorkomt u dat deze bewoners straks allemaal in onze wijk (Voorburg Noord) gaan parkeren? Eerdere vragen hierover werden door u beantwoord met: “Zolang er in de gemeente Leidschendam Voorburg geen vergunningplicht geldt, kunnen wij niet garanderen dat bewoners en bezoekers in Voorburg Noord gaan parkeren.

De gemeente Den Haag is niet bevoegd om besluiten te nemen in Voorburg Noord." Reactie In Den Haag wordt ingezet op het beïnvloeden van de modal split, met als doel het behalen van een modal shift, dit betekent: het vergroten van het aandeel voetgangers, fietsers en OV-gebruikers ten opzichte van het aandeel gemotoriseerd verkeer. Dit is in Den Haag vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). En houdt onder meer in dat betekent er bij de inrichting van de openbare ruimte en gebouwen wordt uitgaan van het STOMP-principe: Stappen-Trappen-Ov-MaaS-Privéauto. In de eerste plaats wordt er voor de voetganger en fietser gekozen, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en privéauto. Zo vormt de mens het startpunt. Lopen is de basis, voor wat langere afstanden bieden fiets, OV en auto de uitkomst. MaaS kan dit nog makkelijker maken. MaaS staat voor Mobility as a Service, Hiermee bedoelen we mobiliteit als dienstverlening in de brede zin. Een goed voorbeeld is deelmobiliteit. Bij deelmobiliteit maken meerdere mensen gebruik van dezelfde vervoermiddelen. Dit kan zowel een auto, (bak)fiets als scooter zijn. De privéauto geldt als sluitstuk, deze neemt namelijk de meeste ruimte in beslag. Het parkeerbeleid zoals vastgelegd in “Parkeerstrategie 2021-2030" (RIS308711) ondersteunt deze modal shift richting langzaam verkeer.

De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. De parkeernormen zoals vastgelegd in de parkeernormennota CID en Binckhorst (RIS306160) geven verder invulling aan de mobiliteitstransitie, door het toepassen van normen die gebaseerd zijn op het autobezit bij reeds gerealiseerde woningen. In de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat aan de normen uit deze nota voldaan zal moeten worden, zie artikel 7.1 lid f en g en artikel 8.1 lid c en d. Bij de uitwerking van het bouwplan zal beoordeeld worden of er qua aantallen parkeerplaatsen wordt voldaan aan het beleid. Het is daarom niet nodig en ook niet verstandig om in het bestemmingsplan een concreet aantal parkeerplaatsen vast te klikken. Door het beleid, voorziet het mobiliteitsaanbod in de vervoersvraag van de bewoners binnen en buiten het project, zodat geen overlast wordt veroorzaakt in Den Haag of Leidschendam-Voorburg. Daarnaast wordt in de wijken direct rond het plangebied in zowel Den Haag als LeidschendamVoorburg een vorm van gereguleerd parkeren toegepast zodat er geen parkeeroverlast in de aangrenzende wijken is te verwachten.

33/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

f. Zienswijze Groen, Blauw en voorzieningen Het onderwerp groen komt niet tot concreetheid. U benoemt “Het plangebied ontleent een groot deel van zijn groene kwaliteit aan de twee groene verbindingen die het gebied inkaderen: de groene ecologische Schenkzone en de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat. Deze groene dragers zijn van betekenis op stedelijk niveau.” U weet heel goed dat de groenstrook aan de Van Alphenstraat vervalt t.g.v. de door u beoogde ontwikkelingen rondom NOI in het CID. Reactie Vooralsnog zijn er geen concrete ontwikkelingen voorzien ter plaatse van de Van Alphenstraat. Het is waarschijnlijk dat er in de nog op te stellen ontwikkelvisie NOI keuzes zullen worden gemaakt over hoe er omgegaan zal worden met de groenzone langs de Van Alphenstraat. Het is te vroeg om te stellen dat deze komt te vervallen. g. Zienswijze De waterparagraaf (vijver 1.150 m2, klimaatrobuust bufferen 105 m2, nieuwbouweis gemeente 800 m2) is nog onvoldoende uitgewerkt. In het ontwerp-bestemmingsplan (regels) wordt hier een jaar na realisatie voor uitgetrokken. Wie garandeert dat hier water komt? Er wordt op geen enkele wijze richting gegeven aan deze (forse) wateropgave binnen het plangebied, gesuggereerd wordt dat dit kan binnen hetzelfde peilgebied, wat grotendeels in Voorburg Noord ligt.

Waar en wie realiseert dat dan? Reactie Zie onze reactie op het Hoogheemraadschap Delfland onder a en b. h. Zienswijze De voorzieningen (4.4.20.3) nodig om de toekomstige bewoners in hun behoeften te voorzien, worden wel benoemd doch (nog) niet in voorzien: • Onderwijs vraagt uitbreiding, onduidelijk is of dit voor oplevering SoZa is bereikt • Bibliotheek uitbreiding in Mariahoeve • Sporthal en zwembad op de Binckhorst • Speelvoorzieningen op het kavel (maaiveld en daktuinen) • Speelveldjes op Van Alphenstraat (die op termijn vervalt door ontwikkeling NS) De conclusie dat “ook na realisatie van het plan kan worden voorzien in een voldoende voorzieningenniveau” is daarmee ronduit voorbarig. Een concreet inzicht en overzicht van bestaande en benodigde voorzieningen en waar deze zijn beoogd ontbreekt bij terinzagelegging. Over de keerlus HTM trams wordt met geen woord gerept: die valt buiten het plangebied. Bij ingebruikname van de 11 meter zone rondom het treinspoor, moet de tramkeerlus op maaiveld uit de Anna van Hannoverstraat verdwijnen. Wij vinden dat de gemeente Den Haag hier samen met HTM een knoop over moet doorhakken vóórdat het vloerplan van SoZa wordt aangelegd: de mobliteit van wandelaars en fietsers wordt hier grotendeels door bepaald straks. Reactie Zie onze reactie op de gemeente Leidschendam-Voorburg onder c. Ten aanzien van het ontwerp openbare ruimte zie c.

Ten aanzien van de keerlus HTM trams zie b. i.

Zienswijze

34/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Resumé Resumerend leven er bij ons in Voorburg Noord nogal wat zorgen over -het proces van- een juiste toekomstige planologische inpassing van Soza. Reactie Wij hopen met de beantwoording van uw zienswijze uw zorgen te hebben weggenomen. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze ongegrond te verklaren. 5. Ra. 10520626 omstreken (AVN)

Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en

De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen.

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze Houd de ecologische verbindingszone duurzaam in stand en versterk die waar mogelijk: beperk hinder van wind en schaduw door de bouwhoogte te verlagen, in ieder geval aan de kant van de ecozone Het is belangrijk schaduw en windhinder in de ecozone te beperken. Er moet worden onderzocht hoe dat optimaal kan worden bereikt. Wat betreft schaduw stellen we voor de hoogte van de bebouwing aan de zijde van de Schenk, nu 35 m, te verlagen tot 14m. In het vigerende bestemmingsplan is de maximum bouwhoogte aan de kant van het spoor 31m (voorgesteld in dit plan: 75m). Aan de kant van de ecozone zijn twee bouwvlakken met een maximum bouwhoogte van 22m toegestaan (volgens het plan 35m). Waar er geen gebouwen zijn, is er nu (deels) groen en groeien er bomen, die dus aansluiten op het groen. Er wordt ook geparkeerd, daar is een mogelijkheid meer groen aan te brengen. Reactie Met de vaststelling door de gemeenteraad van het Planuitwerkingskader op 16 december 2021 (RIS RIS309866) zijn de kaders opgenomen, waaraan het gebouw dient te voldoen. Bepaald is dat de maximale hoogte langs de Schenk 35 meter mag bedragen en de torens een maximale hoogte van 75 meter mogen hebben. Deze afspraken zijn verder uitgewerkt in het ontwerp bestemmingsplan.

Het is niet meer mogelijk de afspraken te wijzigen en de door u voorgestelde wijzigingen in de hoogte door te voeren. Het verlagen van de bouwhoogte is ook niet mogelijk, ook omdat anders het gewenste programma er niet in past. De uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte moet nog plaatsvinden. Binnen de bestemmingen Verkeer- Verblijfsgebied (de grijze vlakken op de verbeelding) en Gemengd is overigens ook de aanleg van groen mogelijk. b. Zienswijze Houd de ecologische verbindingszone duurzaam in stand en versterk die waar mogelijk: schrijf zowel kwalitatief hoogwaardig groen als groene daken die aansluiten op de verbindingszone voor.

35/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

De toelichting stemt hoopvol: "De herontwikkeling draagt bij aan vergroening van het gebied. De bebouwing zelf zal voldoen aan de eisen vanuit Natuurinclusief Bouwen en de eis uit de nota Eyeline Skyline .... Deze eisen zijn opgenomen in de planregels en vormen daarmee een toetsingskader bij de behandeling van de aanvraag bouwvergunning." In de planregels zijn de eisen opgenomen; "Bij hoogbouw (bebouwing met een grotere hoogte dan 50 meter), komt minimaal 100% van de footprint terug als horizontale buitenruimtes. Van deze horizontale buitenruimtes wordt minimaal 40% ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking van opwarming van de aarde."(art 7.1.j) Reactie De huidige inrichting van het plangebied bestaat uit het SoZa-gebouw, de Schenkzone maakt daar geen onderdeel vanuit. In dit gebouw was het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevestigd. Dit gebouw en de onbebouwde gronden in directe omgeving bestaat vooral uit beton, glas, steen en andere verharding. Door het ontbreken van noemenswaardig groen is de huidige algemene ecologische waarde zeer laag. Het gebouw dient thans als massawinterverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Deze functie zal in de nieuwbouw ruimschoots worden gecompenseerd.

De ecologische waarde van het plangebied en daarmee ook de omgeving daarvan wordt door de herontwikkeling sterk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie door onder andere de toevoeging van groen middels een nieuw pocketpark, een groen openbaar gebied en groene daktuinen. c. Zienswijze Er is echter maar een klein stuk 'groen' op de plankaart. Mooi is dat het 'pocketparkje' (2 op de tekening) ligt aan de kant van de ecozone. Maar er is wel veel schaduw daar (zie bijlage 15 Bezonningsonderzoek). Ten zuiden ervan staat een gebouw van 75m. Aan weerszijden van het 'parkje' staan gebouwen van 35m hoog. Wij bevelen aan het park uit te breiden en te onderzoeken of het beter kan worden geplaatst t.o.v. de schaduw zonder dat problemen met windhinder ontstaan. Dit pleit overigens ook weer voor verlaging van de bouwhoogte aan de kant van de Schenkzone. Groene daken die op de ecozone aansluiten versterken de SGH. Dit is weer een, belangrijk, argument voor verlaging van de bouwhoogte aan de kant van de Schenkzone tot 14m. Zie daarover het artikel van de Haagse stadsecologen: De ecologische waarde van groene daken voor de stad "Wanneer we kijken naar actieve kolonisatie blijkt dat de meeste bijen- en wespensoorten groene daken tot 15 meter goed kunnen bereiken.

Boven de 25 meter nemen de aantallen sterk af." Reactie De ligging van het pocketpark is vastgelegd in het PUK welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021. Hetzelfde geldt voor de bouwhoogte. Aanpassingen hieraan zijn niet aan de orde. Zoals aangegeven onder b zal versterking van de ecologische waarde worden gerealiseerd door aanleg van groen in diverse vormen. Tussen de bebouwing in, komen bomen in de volle grond, waardoor grote bomen gerealiseerd kunnen worden. Op de daktuinen wordt rekening gehouden met een extra sterke constructie om voldoende substraat te dragen voor bomen en struiken van aanzienlijk formaat. Daarnaast worden de mogelijkheden voor faunavoorzieningen onderzocht. Dit zal verder worden uitgewerkt in het kader van de bouwplanontwikkeling. Bij de totstandkoming van het Definitieve Ontwerp zal een ecoloog worden betrokken om een optimale plaatsing en uitvoering van de natuurinclusieve maatregelen te waarborgen.

36/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Uit het bezonningsonderzoek blijkt dat er in het voorjaar en in de zomerperiode, tot in het begin van de middag sprake is van schaduwval ter plaatse van het pocketpark en delen van de Schenkzone. Hierbij wordt opgemerkt dat schaduw niet zondermeer als negatief wordt beoordeeld. Uit het windhinderonderzoek blijkt dat het windklimaat ter plaatse van het pocketpark grotendeels goed is, dat geldt ook voor de Schenkzone, zie afbeelding f3.5 op pagina 14 van het windhinderonderzoek (bijlage 14 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan). Gelet op de gewenste inrichting van het plangebied/ de plaats van de bebouwing is het niet mogelijk het pocketpark uit te breiden of te verplaatsen. De locatie is ook juist bewust gekozen aan de doorgang en aansluitend op de Schenk. Het verlagen van de bebouwing is eveneens geen optie, zie ook het antwoord onder a. d. Zienswijze De geplande daktuinen liggen veel te hoog voor vogels (behalve meeuwen), namelijk 35 meter of hoger. De zwarte roodstaart komt als enige tot max. 20 meter. De bijdrage aan de biodiversiteit van deze daktuinen is dan ook minimaal te achten Wat betreft de groene binnentuinen, die zijn gepland op 14 meter: er is voor vogels nauwelijks een vindbare doorgang naar de oostelijk gelegen binnentuin (kant van NWO). Ook hier is de waarde voor de biodiversiteit van deze binnentuinen gering.

Het gebouw, dat daar gepland is, wordt trouwens helemaal van glas. Voorzieningen dienen te worden opgelegd om te voorkomen dat vogels zich ertegen te pletter vliegen. De westelijk gelegen binnentuin is voor vogels niet te vinden en ook hoog, met 100% schaduw. Er komt dus niet een goede aansluiting op de ecozone, anders dan via de vijver (""groen pocketparkje"") op maaiveld en ook deze is nagenoeg helemaal in de schaduw gelegen. Het is dan ook de vraag of die vijver de SGH kan versterken. Het is belangrijk dat de tuinen voldoende substraat krijgen, dat er (kleine) bomen kunnen komen (zie verder hieronder, paragraaf 3 over regels). Concluderend stellen wij voor dat - voor de biodiversiteit, de kwaliteit van het groen en de aansluiting op de ecozone - de bouwhoogte aan de kant van de Schenkzone wordt verlaagd. Ook stellen we voor het 'pocketparkje' op maaiveld te vergroten en beter te situeren ten aanzien van wind en schaduw" Reactie Volgens informatie van de vogelbescherming komen vogels voor op zeer verschillende hoogtes tot wel 150 meter (zie https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-overvogels/vogelweetjes#vraag328). Met de inrichting van de daktuinen zal vanwege de beoogde en voorgeschreven ecologische betekenis worden ingespeeld op de te verwachten fauna soorten.

Door de realisering van groen (struiken, bomen en op daktuinen) op verschillende hoogtes wordt groen met elkaar verbonden en zo ook (beter) bereikbaar voor insecten en vogels. Tot slot merken we op dat het puntensysteem Natuurinclusief bouwen op het plan van toepassing is. Bij de totstandkoming van het Definitieve Ontwerp zal een ecoloog worden betrokken om een optimale plaatsing en uitvoering van de natuurinclusieve maatregelen te waarborgen. e. Zienswijze Maak scherpere regels voor de kwaliteit van groen en natuur ('groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking van opwarming van de aarde'), borg groene daken in regels en plankaart Het is belangrijk groene daken die bijdragen aan de biodiversiteit ook te borgen in de regels. Dat is ook in andere bestemmingsplannen het geval, bijvoorbeeld Madurodam en Steenzicht. Daartoe vraagt de AVN aan de lijst de 'begrippen' het begrip 'daktuin' toe te voegen en daarin op te nemen dat er voldoende dik substraat moet zijn en andere maatregelen dat er kleine bomen kunnen

37/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

groeien, evenals duurzame beplanting, die bijdragen aan de biodiversiteit en de vermindering van broeikasgassen. Bij de regels voor 'gemengd' stellen we voor op te nemen dat er ter plaatse van de aanduiding, een daktuin moet komen. Voor de biodiversiteit is het cruciaal dat de daktuinen niet te hoog zijn (S14m), daartoe moet op de plankaart de hoogte worden aangepast. Het is belangrijk het puntensysteem natuur inclusief bouwen niet naar de letter te volgen maar naar de geest, dus maatregelen te nemen die daadwerkelijk de in de regels genoemde doelstelling bewerkstelligen: het bijdragen aan biodiversiteit. Een insectenhotel op een winderige schaduwlocatie levert punten op, maar welk insect daar zal wonen, is onduidelijk. Reactie Voor de inrichting van de daktuinen moeten nog keuzes gemaakt worden. Deze worden zoals hiervoor al aangegeven, mede bepaald door de hoogteligging van de daktuinen. Daarbij zal er ook overleg met de ecoloog van de ontwikkelaar zijn (de ecoloog zal toezien op de kwaliteit van groen en natuur binnen de vastgestelde kaders van het ontwerp en de regelgeving zoals natuurinclusief bouwen. Daarbij zal veel aandacht uitgaan naar type beplanting, plantensoorten, inrichting van de daktuinen en het pocketpark, verlichting en de mogelijkheid voor faunavoorzieningen).

Om te borgen dat de daken van een groene inrichting worden voorzien, worden in het bestemmingsplan specifieke bouwregels opgenomen waarin is bepaald dat daken ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ minimaal voorzien dienen te zijn van een daktuin. Aan de begripsbepalingen wordt artikel 1.24 ‘daktuin’ toegevoegd dat als volgt luidt: Daktuin: tuin met beplanting in de vorm van intensieve en robuuste bedekking op een onderliggende substraatlaag en een aangepaste constructie die nodig is voor beplanting en de opslag van regenwater. De inrichting is van zodanige kwaliteit dat ze een bijdrage levert aan de biodiversiteit. f. Zienswijze Houd de ecologische verbindingszone duurzaam in stand en versterk die waar mogelijk: sta daar geen sport- en speelvoorzieningen of toename van verharding toe, en let daar ook op de verlichting In de toelichting wordt voor het oplossen van de toegenomen vraag naar sport- en speelvoorzieningen gewezen naar de "naastgelegen Schenk" (4.4.20.3). Er staat ook: "Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met het intensievere gebruik als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied." De Schenkzone is een ecologische verbindingszone (onderdeel van het SGH). Die verdient het te worden gekoesterd, voeg daarom geen sport- en speelvoorzieningen of verharding toe.

En handhaaf zo nodig de regels opdat de bezoekers geen hinder veroorzaken aan de natuur of aan elkaar. Het beste is de behoefte aan sport- en spel mogelijkheden op te lossen binnen de nieuwe bebouwing. Sport- en spelvoorzieningen en met name verharde oppervlaktes, en overigens ook terrassen, tellen volgens de AVN niet mee als oppervlak groen en natuur in de eisen daarvoor (regels art. 7.1.j). Zie toelichting: "De groenstrook (Schenkzone) ten noordwesten van de onderzoekslocatie kan potentieel fungeren als vliegroute en is in gebruik als foerageergebied. Derhalve wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden geen extra verlichting te gebruiken of verlichtingsarmaturen te gebruiken die van het groen afschijnen" We adviseren het gebruik van aangepaste verlichting van/uit het gebouw - niet alleen tijdens de bouw- in de regels op te nemen.

38/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

Reactie De Schenkzone maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Er zijn in het kader van voorliggende ontwikkeling geen plannen om sport- en speelvoorzieningen of verhardingen toe te voegen aan de Schenkzone. In het voorzieningenonderzoek CID is een indicatieve ruimtelijke reservering aangegeven bij de Schenk voor een speelvoorziening bij een eventuele toekomstige behoefte. Indien dit aan de orde is, zal hiervoor eerst een inrichtingsplan moeten worden opgesteld, in samenspraak met de omgeving. Zoals in paragraaf 4.4.20.3 staat aangegeven, zal er bij de plannen rekening gehouden moeten worden met de ecologische waardering van de Schenk. Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Aan de regels van het bestemmingsplan is de begripsbepalingen artikel 1.24 Daktuinen toegevoegd. Ook is aan de regels artikel 4.5 lid i en lid j toegevoegd, waarin geregeld is ter plaatse van de bestemmingsvlakken Gemengd ter plaatse van de stedelijke laag een daktuin gerealiseerd moet worden. Op de verbeelding is de specifieke bouwaanduiding daktuin –1 [sba-dt1] en daktuin – 2 [sba-dt2] opgenomen. 6.

Ra. 10520649

Stichting SOS Den Haag

De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen.

Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a.

Zienswijze

Doordat de huidige eigenaar van het gebouw handelt in strijd met het derdenbeding dient de koopovereenkomst te worden ontbonden. Daarmee ontvalt aan het ontwerpbestemmingsplan de basis, die immers niets anders is dan het vertalen van een door derden ontworpen bouwplan waar dit stadsbestuur zich faciliterend opstelt in plaats van dat zij voor haar burgers kaders stelt en aanhoudt. Reactie Bij de verkoop van het pand Anna van Hannoverstraat 4 is overeenstemming bereikt tussen het Rijksvastgoed Bedrijf en de gemeente Den Haag over een derdenbeding ten behoeve van de gemeente. Het derdenbeding gaf de gemeente een sturingsmogelijkheid voor het toekomstig gebruik en de herontwikkeling van het pand. Hierbij is melding gemaakt van de toen geldende inzichten zoals verwoord in de Nota van Uitgangspunten Station Laan van NOI (NVU) van mei 2015 (RIS282920). Als gevolg van voortschrijdend inzicht en gewijzigd beleid vormt de NvU niet meer het kader voor de herontwikkeling. Met het Plan Uitwerkingskader, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021 (RIS309866), zijn de (gewijzigde) kaders waarbinnen de ontwikkeling van het pand Anna van Hannoverstraat 4 plaats kan vinden bekend gemaakt.

Sloop/ nieuwbouw met een bij het gebied passende ruimtelijke en programmatische invulling is daar een uitdrukkelijk onderdeel van (pagina 7, § 1.4, pagina 10, § 2.2, pagina 30, § 5.4, pagina 31, § 5.5, pagina 54, § 7.7.2 en pagina 64, § 8.4 en § 8.5).

39/174

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10629902

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13442509/3