20231214-RIS317026 Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
7 november 2023
DSO/10629902 RIS317026
Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 INLEIDING Bij raadsmededeling van 7 maart 2023 (DSO/10412913 - RIS314687) is aan de raad toegezonden het ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4. Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt in het Stadsdeel Bezuidenhout. Het plangebied wordt begrensd door de Schenkkade, Laan van Nieuw Oost-Indië, de Anna van Hannoverstraat en de Wilhelmina van Pruisenweg. Aanleiding voor het bestemmingsplan en MER Eind 2016 is het pand Anna van Hannoverstraat 4, het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verkocht. De eigenaar heeft de gemeente verzocht om mee te werken aan herontwikkeling van de kavel. De locatie biedt de mogelijkheid om een deel van de groeiambitie voor wonen en werken van de gemeente gestalte te geven en tevens de stationsomgeving van Den Haag Laan van NOI en de daarbij behorende openbare ruimte een kwaliteitsslag te geven als stadsentree van Den Haag. De herontwikkeling van de kavel past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan, maar geeft wel invulling aan de visie op het CID. Zodoende is het nodig een nieuw juridisch planologisch kader vast te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. Voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4 zijn programmatische uitgangspunten vastgelegd.
Zo omvat het bovengronds programma maximaal 120.000 m2 bvo met daarbij de mogelijkheid om maximaal 15.000 m2 bvo parkeren (bovengronds en uit het zicht) te realiseren. De drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage 100 hectare, 200.000 m2 bvo of 2.000 woningen) wordt niet overschreden. De drempelwaarden zijn niet ‘hard’ waardoor er ook in gevallen waarbij de drempelwaarden niet worden overschreden, moet worden bekeken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Gezien de omvang van de plannen, de locatie en de potentiële effecten is besloten voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan. Doel van het bestemmingsplan Het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 voorziet in een actueel juridisch planologisch kader waarmee de realisatie van een programma van maximaal 120.000 m2 bvo, bestaande uit een mix van functies, waaronder wonen (1.000 tot 1.200 woningen), kantoren, detailhandel, horeca en voorzieningen, stallingsruimten voor fietsen en parkeren van (deel-) auto's, wordt mogelijk gemaakt. Doel van het Milieueffectrapport De milieueffectrapportage Anna van Hannoverstraat 4 heeft als doel het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming over de realisatie van de ontwikkeling op het perceel Anna van Hannoverstraat 4
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
te geven. In 2021 is een notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld, met als doel sturing te geven aan de volgende procestappen en het raadplegen van adviseurs en bestuursorganen. Gelijktijdig met de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan is het MER ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. heeft op 5 mei 2023 het voorlopig advies gegeven om het mer op 4 punten aan te vullen. Dat waren geluid, monitoring, gezonde omgeving en ambities van de gemeente voor het CID. Op 12 september 2023 heeft de commissie MER een definitief advies gegeven. Ten aanzien van geluid en de ambities voor het CID heeft de commissie om aanvulling verzocht. In dit raadsvoorstel wordt deze aanvulling, ten aanzien van geluid en de ambities voor het CID gegeven. Het MER biedt daarmee voldoende informatie om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Geldende planologische regelingen Het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 herziet gedeeltelijk het bestemmingsplan Bezuidenhout, vastgesteld op 24 april 2014 en onherroepelijk geworden op 18 augustus 2014.
Het plangebied zelf bevat naast het perceel Anna van Hannoverstraat 4 ook de aangrenzende Bedrijfbestemming (ter plaatse van het tankstation), de bestemming Verkeer - Hoofdverkeersweg, de bestemming Verkeer-Verblijfsstraat, evenals de bestemming Groen en Water. Binnen de bestemming 'Kantoor - 1' varieert de maximale bouwhoogte van 10 tot 31 meter. Ondergronds zijn parkeervoorzieningen toegestaan in maximaal 2 bouwlagen. Het naastgelegen tankstation heeft de bestemming Bedrijf met functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' waarmee de verkoop van motorbrandstoffen zonder LPG wordt mogelijk gemaakt. Het aansluitende openbare gebied heeft een verkeersbestemming. 'Verkeer - Verblijfsstraat' aan de zijde van de Anna van Hannoverstraat, Wilhelmina van Pruisenweg en Schenkkade en 'Verkeer - Hoofdverkeersweg' aan de zijde van de Laan van Nieuw Oost-Indië. Ter plaatse van de ecologische verbindingszone de Groene Schenk is in het vigerende bestemmingsplan gekozen voor de bestemmingen Groen en Water (met een functieaanduiding 'openbaar vervoer' ter plaatse van de trambaan. Tot slot ligt over de locatie Anna van Hannoverstraat 4 en de directe omgeving een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' waarbinnen het verboden is om bouwwerken op te richten die hoger zijn dan 60 meter.
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld op 20 december 2018 en onherroepelijk geworden op 16 april 2019. Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan maakt deel uit van het Central Innovation District (CID). Het CID is middels de 7e tranche van de Regeling Crisis- en herstelwet opgenomen in artikel 7c Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (Bchw). Dit artikel biedt gemeenten mogelijkheden om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen en vooruit te lopen op de komst van de Omgevingswet.
2/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
De verbreding van de reikwijdte betekent onder meer dat milieuaspecten in het plan kunnen worden gereguleerd en dat maatregelen voor omgevingsaspecten zoals natuur, verkeer, cultuurhistorie rechtstreeks in het plan kunnen worden opgenomen (voor zover die al niet op Rijks- of provinciaal niveau wordt gereguleerd). Ook biedt de verbrede reikwijdte mogelijkheden tot opname van lokale verordeningen in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan verbrede reikwijdte kan functies aan locaties toedelen, waarbij globaal onderzoek kan worden uitgevoerd. Pas wanneer zich een concreet initiatief voordoet dient onderzoek plaats te vinden naar de precieze invulling LEESWIJZER Dit raadsvoorstel gaat in op de wijzigingen die worden doorgevoerd in het eerder aan u aangeboden ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 314687) en de daarbij behorende toelichting (RIS314689). Vanwege de omvang van dit stuk, wordt hierin kort aangegeven wat dit stuk behelst. Dit raadsvoorstel bestaat uit de volgende onderdelen: De Procedure inclusief de beantwoording van 17 ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. Hierin is per onderdeel van een zienswijze een reactie opgenomen en wordt per zienswijze (17 in totaal) door het college aan de raad geadviseerd of een zienswijze (deels) gegrond danwel ongegrond is, en tot welke aanpassingen de zienswijzen leiden in het bestemmingsplan.
Afwijkingen op bestaand beleid. Dit betreft het afwijken van het Haags Bezonningsbeleid. Milieueffectrapportage. Hierin wordt ingegaan op het advies van de commisie mer op de ingediende projectmer, de aanvulling die naar aanleiding van dit advies is opgesteld en het tweede advies van de commissie mer als reactie hierop. Daarna wordt ingegaan op dit toetsingsadvies. Hogere waarden wet geluidhinder. Vanwege de ligging nabij het spoor en drukke wegen is er sprake van hoge geluidbelastingen ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen. Omdat er geen sprake is van overschrijding van grenswaarden is het mogelijk hogere grenswaarden te verlenen. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 29 augustus 2023 een beschikking in het kader van de Wet geluidhinder genomen. Economische uitvoerbaarheid, waarin wordt verwezen naar de eerder aan u gecommuniceerde anterieure overeenkomst die met de ontwikkelaar is overeengekomen om het kostenverhaal te verzekeren (RIS 316031) Staat van wijzigingen. De ambtshalve wijzigingen en wijzigingen als gevolg van zienswijzen die in het ontwerp-bestemmingsplan verwerkt gaan worden ten aanzien van de daarin opgenomen verbeeldingen, de regels en de toelichting op het bestemmingsplan. Ook wijzigingen en aanvullingen op de onderzoeken van het bestemmingsplan zijn hierin opgenomen.
Met tot slot, de aan de raad gevraagde Besluitvorming met daarin de geformuleerde besluitpunten voor de raad.
PROCEDURE Vooroverleg Op 15 juni 2022 is het concept van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat, de bewonersorganisaties en overige bij het plan betrokken instanties. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is op 27 december 2021 vrijgegeven voor inspraak. Inwoners, andere belanghebbenden en andere overheden zijn in de gelegenheid gesteld te reageren.
3/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Inspraak Bij besluit van burgemeester en wethouders, d.d. 7 maart 2023, RIS314685, heeft het college besloten het ontwerpbestemmingsplan en het MER ter inzage te leggen zoals voorgeschreven in artikel 3.8 Wro, artikel 7.30 Wmb en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en het MER voor advies toe te sturen aan de Commissie voor de m.e.r Terinzagelegging ontwerp-bestemmingsplan en MER Op 16 maart 2023 is de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan en MER toegestuurd aan overlegpartners, waaronder de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland, de bewonersorganisatie en overige bij het plan betrokken instanties. Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van 16 maart tot en met 26 april 2023 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op donderdag 30 maart 2023 is een informatiebijeenkomst gehouden voor het bestemmingsplan. Er zijn 17 zienswijzen ingediend. Het college biedt de raad hierbij het ontwerp-bestemmingsplan ter vaststelling aan. Het plan bestaat uit de plankaart met kenmerk NL.IMRO.0518.BP0366GAnnaHan-40ON en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. INGEKOMEN ZIENSWIJZEN Nr. 01. 02. 03.
Ra-nr. 10517175 10520399 10520575
04. 05.
10520612 10520626
06. 07. 08. 09. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.
10520649 10520676 10522427 10524062 10524090 10524146 10524161 10524173 10524208 10524243 10524321 10524365*
Indiener zienswijze Belanghebbende Vereniging Vrienden van Den Haag Stichting Het Cuypers Genootschap en erfgoedvereniging Bond Heemschut Bewonersplatform Voorburg Noord Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken (AVN) Stichting SOS Den Haag Gemeente Leidschendam Voorburg Stichting Wijkberaad Bezuidenhout Provincie Zuid-Holland Bewoners Schenkkade Hoogheemraadschap van Delfland Belanghebbende Belanghebbende Werkgroep SoZaWe Belanghebbende Voorall Belanghebbende
* De met * gemerkte zienswijze is gelijkluidend aan de zienswijze Ra 10522427 van Stichting Wijkberaad Bezuidenhout en derhalve niet opgenomen. Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en voldoen aan de wettelijke eisen.
4/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Behandeling zienswijzen 1.
Ra 10517175
Belanghebbende
De volledige zienswijze is als bijlage bij dit raadsvoorstel bijgesloten. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op: a. Zienswijze Mijn belangrijkste kritiek is dat de gemeente geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de toekomst daar waar het gaat om klimaat en de kwaliteit van de gedeelde ruimt, de openbare ruimte. Reactie Met de vaststelling van de Structuurvisie CID op 1 juli 2021 is besloten om Den Haag te laten groeien rond de stations Centraal Station, Holland Spoor en Laan van NOI. Dit zijn gebieden waar reeds intensief gewerkt en gewoond wordt en waar kansen zijn om verdichting verder te laten plaatsvinden. De gemeente wil een toekomstbestendige stad te blijven, waar verdichting plaatsvindt op de juiste plek vanwege de aanwezigheid van Openbaar Vervoer, bedrijvigheid en voorzieningen. Naast dit bestemmingsplan zal een buitenruimteplan worden opgesteld waarin vergroening, klimaatadaptatie en de verbetering van de openbare ruimte centraal staan. Het plan zal moeten voldoen aan het puntensysteem natuurinclusief bouwen en voegt openbare ruimte toe aan de stad waar meer ruimte is voor aangenaam verblijf voor bewoners en bezoekers. De daken worden vergroend en één daktuin zal publiektoegankelijk worden. Het bouwplan zal tevens zoveel mogelijk circulair worden uitgevoerd.
Daarmee neemt de gemeente verantwoordelijkheid voor de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dit is verwoord in verschillende hoofdstukken van de toelichting en deels ook vertaald in de regels van het bestemmingsplan.
b. Zienswijze Een hoofdstuk TOELICHTING VERANTWOORDING AAN DE TOEKOMST OP HET GEBIED VAN BIODIVERSITEIT EN KLIMAAT en een hoofdstuk TOELICHTING VERANTWOORDING KWALITEIT GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE acht ik noodzakelijk. Reactie Zoals aangegeven onder a. wordt met de plannen invulling gegeven aan een duurzame toekomst. c. Zienswijze Advies 1 - Toevoegen Verantwoording aan de toekomst Naast hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid graag een hoofdstuk TOELICHTING VERANTWOORDING AAN DE TOEKOMST OP HET GEBIED VAN BIODIVERSITEIT EN KLIMAAT (de lege stoel van Jan Terlouw aan de vergadertafel, de natuur als rechtspersoon door Jessica den Outer). Reactie Zie reactie onder a en b. d.
Zienswijze
5/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Advies 2 - Toevoegen Verantwoording kwaliteit openbare ruimte Mijn belangrijkste kritiek is dat de gemeente geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de toekomst daar waar het gaat om klimaat en de kwaliteit van de gedeelde ruimt, de openbare ruimte. Een hoofdstuk TOELICHTING VERANTWOORDING AAN DE TOEKOMST OP HET GEBIED VAN BIODIVERSITEIT EN KLIMAAT en een hoofdstuk TOELICHTING VERANTWOORDING KWALITEIT GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE acht ik noodzakelijk. Opvallend risico: Speelvoorzieningen en sport in de openbare ruimte (p.62-63 pdf) Fijn om te lezen dat u nog onderzoek doet. Ik wijs u er graag op dat een ecologische zone zoals de Schenk slecht samen gaat met speelvoorzieningen. Ik hoop ook dat u sporten in de openbare ruimte elders heb gedacht dan in de ecologische zone. Eén jogger die de broedtijd mijdt kan nog wel, maar zoveel als er nu gaan bijkomen, kan niet Reactie Zie de reactie onder a. en b. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat met het plan juist extra openbare ruimte wordt toegevoegd die als verblijfsplek én route een meerwaarde voor het gebied heeft. Ook wordt opgemerkt dat de Schenk buiten het plangebied valt. Ook zijn er geen speelvoorzieningen in de Schenk voorzien. Bij de inrichting van ecologische zones wordt rekening gehouden met de natuurwaarden.
De inrichting van de Schenk maakt echter geen onderdeel uit van dit project, waardoor wij hier verder niet op in zullen gaan. e. Zienswijze Natuurpositief bouwen en natuurbescherming/verbetering: geen onderdeel van het b-plan In mijn beleving zou de gemeente wijs genoeg moeten zijn om klimaatpositief en natuurpositief te handelen. De alinea's over natuurinclusief bouwen zijn te veel op afvinken van een checklist gericht en de alinea's over natuurbescherming zijn te mager. Reactie Met het vaststellen van het PUK en de wettelijke verplichtingen wordt ons inziens op een passende wijze invulling gegeven aan de beleidsdoelen van Den Haag op dit gebied. Zie ook de beantwoording onder a. f. Zienswijze En: hierover vind ik niets in de Regels. Wat is dan de status? Iemand vertelde mij dat alleen de Regels een juridische verplichting hebben. Wat is alle rest van de tekst waard? Waarom valt u mij daarmee lastig? Is uw document geschreven om beoordeeld te worden door software zoals Atlas-ti in plaats van door mensen? De hoeveelheid en diversiteit aan kenmerkende woorden voor natuur is aanzienlijk. Het effect van uitvoering van wat er in de tekst staat is echter mogelijk nhil. Reactie De regels en de verbeelding zijn het juridisch bindende deel. De toelichting is opgenomen ter onderbouwing van de gemaakte keuzes én om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Zo zijn in de toelichting de onderzoeken opgenomen. g.
Zienswijze
6/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
In de Regels staat bij Groen (artikel 5) niets over ecologische kwaliteit en wel iets over een menselijke vergissing. Bedoelt u dat u zich aan het vergissen bent door de ecologische kwaliteit van de openbare ruimte te negeren? Reactie "menselijke vergissing” verwijst naar de naam van het herdenkingsmonument 3 maart 1945. Deze mag herplaatst worden binnen de bestemming Groen. Daarnaast zal binnen de bestemming Groen, maar ook elders in het plan, denk aan de daktuinen, aandacht worden besteed aan de ecologische kwaliteit. Zoals ook gesteld onder a. moet het plan voldoen aan het puntensysteem natuurinclusief bouwen. h. Zienswijze In de Regels vind ik niets terug over eisen aan milieu- en klimaatpositief bouwen. Hoge gebouwen leveren veel winderige koude schaduwgebieden op: geen levend wezen voelt zich daar senang. Hooggelegen groen van een VvE of particulier is te riskant: het beheer richt zich vaak niet en/of te weinig op de publieke noodzaak. Bovendien is groen op hoogte voor kleine dieren een slechte leefomgeving en de adelaar komt alleen bij voldoende prooi. Reactie Het bestemmingsplan bevat geen regels ten aanzien van milieu- en klimaatpositief bouwen. Via wind en bezonningsonderzoek zijn de effecten van schaduwhinder en windhinder inzichtelijk gemaakt. Bij de uitwerking van het bouwplan zal aangetoond moeten worden dat aan het gemeentelijk beleid hierover voldaan wordt. i.
Zienswijze Vraag: gemeente en inwoner Ik wil graag weten of u de openbaarmaking van meer dan 3000 pagina's tekst in verschillende documenten en één inloopavond op de donderdag voor Pasen als betrekken/informeren van de burgers ziet. Vragen en reacties op de inloopavond hebben geen status. De reeks documenten op de website van de gemeente is voor een beroeps in ruimtelijke juristiek wellicht vanzelfsprekend, maar voor inwoner met een ander beroep niet. Ik kan mij gewoonweg niet voorstellen dat veel mensen de gevolgen van alle documenten voldoende tot zich hebben kunnen laten doordringen. Beoogt u dat? Beoogt u demotivatie en demobilisatie van de burger door een slechte -immers alleen voor deskundigen navolgbare- overdracht van informatie? Reactie Er heeft een uitgebreid participatieproces plaats gevonden. Daarbij zijn meerdere avonden georganiseerd om de beoogde ontwikkeling toe te lichten, waarbij er ook een avond volledig is gewijd aan het toelichten van het bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen, dat is de wettelijke termijn. Wij zijn als gemeente niet bevoegd om een eigen termijn te stellen. De hoeveelheid tekst komt grotendeels voort uit de onderzoeksopgave. Er dient aangetoond te worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De onderzoeken kunnen vanwege het doel waarvoor ze uitgevoerd worden technisch zijn.
In de toelichting van het bestemmingsplan is door het opnemen van de belangrijkste resultaten en conclusies getracht de leesbaarheid van de onderzoeken te verbeteren.
7/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
j. Zienswijze Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.6 Duurzaamheid Deze paragraaf begint met de uitspraak dat Den Haag in 2030 klimaatneutraal wil zijn. 'Ontwikkelingen zoals Anna van Hannoverstraat 4 bieden kansen om een toekomstbestendige energievoorziening en gezond woon- en werkklimaat te realiseren en zo de CO2 uitstoot van de stad te verlagen. Ook biedt dit project kansen voor een klimaatbestendig en natuurinclusief ontwerp, hergebruik van materialen en bouwtechnieken waarmee elementen en grondstoffen in de toekomst eenvoudiger hergebruikt kunnen worden.' Vervolgens worden GPR en BREEAM genoemd als instrumenten die helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelaars. Er staan geen eisen. Er staat een ambitie die voldoet aan wat gangbaar is. Vervolgens worden de onderdelen energie, grondstoffen, afval en bouwlogistiek benoemd met voorbeelden van welkome acties. Er staat geen eisen. Het is onduidelijk wat wel in het plan zit en wat niet. Een woordzoekalgoritme komt veel mooie termen tegen. Het is echter volstrekt onduidelijk of hier alinea's uit een beleidsdocument zijn gekopieerd of dat het toekomstige feiten op dit kavel zijn. Kritiek: misleidende bladvulling, vaagtaal. Conclusie: ondermaats! Reactie Het bestemmingsplan is de juridische uitwerking van de kaders die in het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 zijn opgenomen.
Het bestemmingsplan is echter geen uitputtend document dat allerlei ambities en eisen stelt, maar zaken behandeld die relevant zijn voor de ontwikkeling. Uitsluitend kaders die ruimtelijk relevant zijn en relevant zijn voor een evenwichtige toedeling van functies zijn opgenomen in het bestemmingsplan en verankerd in de regels. k. Zienswijze Hoofdstuk 4 4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.5 Agenda Groen voor de stad (p.38 pdf) Kritiek: er is alleen een ambitie uitgesproken. Ambitie is al vaag, maar 'uitgesproken' maakt het nog vager. Reactie Zie het antwoord onder j. l. Zienswijze 4.4.7 Nota stadsnatuur (p.40 pdf) Er staat dat er binnen de ecologische zone geen ontwikkelingen plaatsvinden. Er staat niets over de effecten van de nieuwbouw op de toetreding door mensen en honden van de ecologische zone. Kritiek: geen onderzoek naar effecten van nieuwbouw op ecologische zone. Reactie
8/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Er is onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten, zie hiervoor bijlage 8 bij de toelichting Quickscan Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 3 ‘Onderzoeksopzet’ van het rapport is te lezen dat er onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten op of nabij de onderzoekslocatie (het projectgebied). In hoofdstuk 5 is inzicht gegeven in de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten. De effecten van de toetreding door mensen en honden in de ecologische zone is niet concreet onderzocht. De nieuwbouw wijzigt dit mogelijke gebruik ook niet. m. Zienswijze 4.4.9 Natuurindusief bouwen (p.42 pdf) Er staat een handige tabel met maatregelen. Er worden te behalen punten benoemd. Hoe ambitieus de te behalen punten zijn is onduidelijk. Of 'van toepassing' hetzelfde betekent als verplicht, is onduidelijk. Wel staat er: 'In het PUK is bepaald dat de voorgenomen ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem 'groen- en natuurindusief bouwen'. Er wordt verwezen naar paragraaf 5.7 Natuurbescherming. Helaas staat in die paragraaf niets over maatregelen in het plan. De verwijzing is dus een loze verwijzing. Kritiek: misbruik van een cirkelredenering. Er is een lijstje maatregelen en een wet natuurbescherming.
De tekst laat alleen zien dat je een prijsje (punt) krijgt als je de maatregelen uit het lijstje aan de wet natuurbescherming voldoet. Hiermee wordt iedere ander vorm van natuurstimulerend ontwerpen de kop in gedrukt en is op geen enkele manier positief bijgedragen aan de natuur. Voorstel: ander taalgebruik. Bijvoorbeeld: Als het plan wordt uitgevoerd komen er woningen, kantoren, winkels en andere voorzieningen bij in dit deel van de stad. Wie zich afvraagt waarom de wet verslechtering toestaat in plaats van verbetering verplicht is hier klaarblijkelijk niet aan het juiste adres. Kritiek: geen totaalkijk. Er is geen verplichting tot totaalkijk benoemd: een insectenhotel op een winderige schaduwlocatie levert punten op, maar welk insect daar wil wonen, is onduidelijk. Reactie Het puntensysteem Natuurinclusief bouwen is op dit bouwplan van toepassing. Dit is via het opnemen van regels, zie artikel 7.4 in het bestemmingsplan, ook juridisch geborgd. Aan het puntensysteem Natuurinclusief bouwen gelden voorwaarden. Zo zal de ontwikkelaar een ecoloog moeten inhuren en zal moeten verantwoorden waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt, waaronder de ecologische functionaliteit van de toegekende punten, via een ecologische onderbouwing. n. Zienswijze Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.4 Luchtkwaliteit In deze paragraaf staat wat het wettelijk kader is.
De Anteagroep (die in opdracht van Form Development 'group' heet) heeft een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. De samenvatting hiervan begint met vaagtaal: 'Het beoogde plan maakt de ontwikkeling van woningen, kantoren, winkels en andere voorzieningen mogelijk.'. Hier
9/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
staat dat een plan de spontane geboorte van woningen, kantoren, winkels en andere voorzieningen veroorzaken kan. Het was vorige week Paaszaterdag en ik sluit niets uit gezien de onbevlekte ontvangenis van Maria, maar volgens mij kan de zin duidelijker. Voorstel: ander taalgebruik. Bijvoorbeeld: Als het plan wordt uitgevoerd komen er woningen, kantoren, winkels en andere voorzieningen bij in dit deel van de stad. De conclusie is dat er meer verkeer komt. Er staat op de wegen in de directe nabijheid van het plangebied. Er wordt gedaan alsof dat verkeer uit een teletijdmachine ontstaat aan de rand van het plangebied. Er wordt ontkend dat dat verkeer naar het plangebied toekomt of er vanaf gaat. Er komt dus zowel in, om als rondom meer verkeer. Kritiek: misleidende taal. Advies: inzicht bieden. Plaatje toevoegen van de intensiteit van verkeerstoename op meerdere afstanden van het plangebied. Reactie Een andere formulering van bepaalde zinnen doet niets af aan de uitkomst van het onderzoek, namelijk dat de luchtkwaliteit niet in betekende mate zal toenemen. In de huidige situatie (56.000m2 kantoor) is de verkeersgeneratie 1.176 motorvoertuigen per etmaal. In de toekomstige situatie (1.200 woningen en 30.000 m2 stedelijke functies) is de verkeersgeneratie 2.370 motorvoertuigen/ etmaal. Er is sprake van een toename met 1148 motorvoertuigen per etmaal.
Uit de berekening van de luchtkwaliteit blijkt dat de maximale bijdrage van het extra verkeer 0,69 ug/m2 No2 is en 0,18 ug/m3 Pm10. De bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit is aan te merken als ‘niet in betekende mate’ en blijft onder de norm voor concentraties luchtverontreinigende stoffen. o. Zienswijze Dan: de NIBM tool is gebruikt om voor twee scenario's te berekenen of er verder onderzoek nodig is. Scenario 1: 1320 woningen, 4000m2 retail, 24.000 m2 kantoor en 2.000m2 supermarkt. Scenario 2:1200 woningen, 1500m2 retail, 28.000m2 kantoor en 500m2 supermarkt. Uit beide scenario's komt dat er geen extra onderzoek nodig is. Een toename van 1800 of 1250 auto's per dag (1%, de grens ligt bij 3%) waarvan 18 tot 12 vrachtauto's, is volgens de wet 'niet in betekenende mate' van invloed op de hoeveelheid fijnstof en stikstof dioxide in de lucht. Wie zich afvraagt waarom de wet verslechtering toestaat in plaats van verbetering verplicht is hier klaarblijkelijk niet aan het juiste adres. Wie zich afvraagt waarom de gemeente verslechtering aanvaardt en geen verbetering verplicht (bijvoorbeeld door bepaalde voertuigen te weren uit het plangebied) moet zich afvragen wat hij gestemd heeft bij de meest recente gemeenteraadsverkiezingen en het boek Wat we toen al wisten uitdelen (Geert Buelens, Wat we toen al wisten.
https://www.nrc.nl/nieuws/2023/04/06/debat-kan-de-literatuur-het-klimaat-redden- 34161486) Conclusie: de gemeente vindt verslechtering prima. Reactie Berekeningen met de NIBM-tool worden conform de wettelijke vereisten uitgevoerd om inzichtelijk te maken of de ontwikkeling al dan niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering (of verbetering) van de luchtkwaliteit. Het alleen ter plaatse van het plangebied treffen van
10/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
maatregelen, zoals het weren van bepaalde voertuigen is zeer ongebruikelijk, niet nodig en niet goed te onderbouwen. Daarnaast zijn maatregelen bij een specifiek gebouw niet of nauwelijks effectief. Op nationaal niveau worden via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) plannen gemaakt om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren en te voldoen aan Europese luchtkwaliteitsnormen. Als een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit betekent echter niet dat het effect van het project niet wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling en het treffen van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Via een prognose van de trendmatige ontwikkeling van bevolking, verkeer en bedrijvigheid wordt het cumulatieve effect van alle ontwikkelingen bepaald en verwerkt in het NSL. Bij de vraag waar een verantwoorde grens voor ‘niet in betekenende mate’ wordt gelegd gaat het niet zozeer om de vraag of de eventuele negatieve effecten van projecten worden gecompenseerd door maatregelen, maar om de vraag welke projecten expliciet en individueel herkenbaar in het programma worden opgenomen en voor welke projecten dat niet geldt, omdat deze worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling. p. Zienswijze Over koolstofdioxide in de lucht wordt niet gesproken. Advies: toepassing van de vloeibare boom om ook koolstofdioxide te behandelen.
De Liquids is een verantwoord vormgegeven object met water erin waarin algen leven die de lucht zuiveren. https://liquid3.rs/ https://thehappvactivist.org/ Advies: stel een lokale Wet verbetering luchtkwaliteit op. De gemeente zou er goed aan doen elke ontwikkeling te zien als een kans voor verbetering van de luchtkwaliteit. Dit is vaak meer een mentaliteitsomslag dan een geldkwestie. Zie het advies over toevoegen van een hoofdstuk Verantwoording aan de toekomst. Reactie Er is in het kader van het bestemmingsplan inderdaad geen onderzoek naar koolstofdioxide (CO2) gedaan. CO2 heeft een mondiaal effect, waardoor dit niet in het kader van een bestemmingsplan wordt onderzocht. Het bestemmingsplan is bedoeld om aan te tonen of er al dan niet sprake van een goede ruimtelijke ordening is. Er is op nationaal niveau wetgeving die voorziet in het terugdringen van de CO2 uitstoot, zoals de verplichting om duurzaam te bouwen (geregeld via het Bouwbesluit) en om gasloos te bouwen in geval van kleinverbruikers. De gemeente werkt samen met het Rijk, provincies en gemeenten aan een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Het Rijk heeft hiervoor maatregelen genomen door bijvoorbeeld gasloos bouwen bij woningen verplicht te stellen. Het eigenhandig opstellen van wetten door een gemeente is niet mogelijk. q.
Zienswijze 5.7 Natuurbescherming De paragraaf Natuurbescherming begint met een toelichting op de wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming kent verbodsbepalingen en een zorgplicht. Het is fijn dat de wet hier grotendeels herhaald wordt. De ondeskundige lezer krijgt zo een goed beeld van waarover de wet gaat. Het had sommige misschien geholpen als hier alleen de locatierelevante selectie uit was opgenomen. De bultrug en het damhert in dit documenten kunnen afleiden van kennisontwikkeling over wat er wél voorkomt. Alhoewel het aanbod van het totaal ook valt te verdedigen. Dan staat er nog wat over wetten voor vastgestelde natuurgebieden.
11/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
'Econsultancy heeft in opdracht van Vorm ontwikkeling B.V. een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd, met als doel in te schatten of er op de planlocatie plantenen diersoorten aanwezig ofte verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Ook is beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.' (p.96 pdf). Er is onderzoek verricht middels een veldbezoek en het uitvoeren van bureauonderzoek. Het veldbezoek is afgelegd op 11 augustus 2021. Tijdens het veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van 'expert judgement' is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten ervoor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Bij de provincie Zuid-Holland zijn gegevens over gebiedsbescherming opgevraagd, (p.98 pdf) Reactie In het kader van de Wet natuurbescherming is er onderzoek gedaan naar deze specifieke locatie.
Zoals omschreven in paragraaf 5.7 van de toelichting is onderzocht welke gevolgen deze ontwikkeling heeft voor de aanwezige natuurwaarden. Op basis van de QuickScan Wet natuurbescherming, de Bomeninventarisatie en het onderzoek naar stikstofdepositie is geconcludeerd dat met de locatie-specifieke maatregelen, de natuurwaarden voldoende beschermd worden. Er geldt een zorgplicht voor de aanwezige vleermuizen. Op basis van aanvullend onderzoek zijn de soorten en locaties bekend, tevens is geadviseerd om een ecologisch werkplan op te stellen om voldoende zorg te dragen voor deze soorten. Tevens is hiervoor een procedure opgestart bij het bevoegd gezag, de Provincie Zuid Holland. r. Zienswijze De samenvatting in het rapport geeft informatie over het kader van het onderzoek. De samenvatting doet ook aan verwachtingsmanagement: alleen als ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied, dient een habitattoets uitgevoerd te worden. Feit: Ik ben behoorlijk terneergeslagen van wat hier staat. Er is klaarblijkelijk geen enkele behoefte van de gemeente om anders dan minimaal verplicht te handelen. Voorgenomen ingrepen: bomen en groen worden mogelijk gekapt of verwijderd en de vijver wordt mogelijk verwijderd.
Egel, mol, muizensoorten, konijnen De onderzoekslocatie is een geschikt habitat voor een aantal soorten licht beschermde grondgebonden soorten zoogdieren, zoals egel, mol en muizensoorten. Ook bestaat de kans dat holen van konijnen worden vergraven. Voor de te verwachten soorten geldt op basis van het provinciale soortenbeleid een vrijstelling. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen en redelijkerwijs al het mogelijke te doen om het doden of verwonden van voorkomende dieren te voorkomen. Kritiek: vaagtaal. Het is van de zotte als de gemeente zich neerlegt bij deze vrijstelling! 'Redelijkerwijs al het mogelijke' is volstrekt vaag en biedt geen houvast. Reactie
12/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
De kaders waarbinnen de ontwikkeling dient plaats te vinden zijn door de gemeenteraad vastgelegd in het Planuitwerkingskader (RIS309866). Daarnaast dient er voldaan te worden aan wetgeving, waaronder de Wet natuurbescherming. Het onderzoek waarnaar in paragraaf 5.7 verwezen wordt is bedoeld om dit inzichtelijk te maken. s. Zienswijze 5.7.3.1 Vleermuizen Er zijn vleermuizen aangetroffen en hier is aanvullend onderzoek naar gedaan. Er is een plan voor een tijdelijk verblijf en herhuisvesting in het nieuwe gebouw, (p.104 pdf). Van de 160 tijdelijke verblijven is niet omschreven hoe, wat, wie, waar. Hoe zeker is het dat al deze bewegingen de vleermuizen ten goede komen? Reactie Er is een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd. De provincie Zuid-Holland beoordeeld of het plan voor het tijdelijk verblijf voldoet. t. Zienswijze Advies: stel een Wet natuurverbetering op Bescherming is nodig, verbetering ook. De gemeente zou er goed aan doen elke ontwikkeling te zien als een kans voor verbetering van natuurwaarden. Dit is vaak meer een mentaliteitsomslag dan een geldkwestie. Zie het advies over toevoegen van een hoofdstuk Verantwoording aan de toekomst. Reactie De gemeente heeft geen wetgevende bevoegdheid. Dit bestemmingsplan is ook niet het middel om gemeentelijk beleid inzake natuur(verbetering) aan te scherpen. u.
Zienswijze 5.8 Geluid De paragraaf gaat niet in op geluid waarvoor geen wet is. Buren met hoge drukspuit, beleggers met in het weekend zwart werkende aannemers, buren met bezoek dat toetert, auto's met stationair draaiende motoren, ruziënde buren, verschillen in dagindelingen qua bezoek ontvangen, muziek maken, huishoudelijke apparatuur die 's nachts aanstaat et cetera. Advies: stel een Wet buurvriendelijke akoestiek op De gemeente dient een Wet buurvriendelijk akoestisch gedrag op te stellen. Met een drukker wordende stad is stress door geluid veroorzaakt door anderen een groot risico voor de volksgezondheid. De gemeente dient hierin het initiatief te nemen. Grenzen aan gebruik van apparatuur zijn een belangrijke start. Een kader waarnaar geleefd kan worden is noodzakelijk om de verscheidenheid aan belangen uit botsing te houden. Reactie Het bestemmingsplan gaat in op de wettelijke vereisten en heeft niet tot doel, noch de (juridische) mogelijkheid/ werking, om allerlei vormen van mogelijke hinder van burgers onderling te onderzoeken, uit te sluiten of te reguleren. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regelt deels wel dergelijke zaken, waardoor deels ook de noodzaak voor het opstellen van dergelijke regelgeving in het bestemmingsplan ontbreekt. Mochten er klachten inzake geluidsoverlast door buren of muziek zijn dan kan men hiervoor een melding doen.
13/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
v. Zienswijze 5.9 Geur De paragraaf Geur gaat alleen in op het benzinestation. Advies: stel een Wet buurvriendelijk aromatisch gedrag De gemeente dient een Wet buurvriendelijk aromatisch gedrag op te stellen. Met een drukker wordende stad is stress door geur veroorzaakt door anderen een groot risico voor de volksgezondheid. De gemeente dient hierin het initiatief te nemen. Grenzen aan gebruik van geuren zijn een belangrijke start. Een kader waarnaar geleefd kan worden is noodzakelijk om de verscheidenheid aan belangen uit botsing te houden. Voorbeelden zijn houtkachels, hondenpoep, barbecues en wasmiddelen die tot meters buiten de eigen woning te ruiken zijn. Reactie Zie het antwoord onder u. In geval van overlast kan nu al een melding worden gedaan. Er is geen noodzaak om een dergelijke wet op te stellen. w. Zienswijze 5.10 Windhinder en bezonning Wind Er staat: " Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen een goed, eventueel nog matig, windklimaat te realiseren, (p.126 pdf) Kritiek: vaagtaal. Er staat niets. Streven naar goed kan behoorlijk fout uitpakken. In paragraaf 5.10.2.2.2 staat dat er een berekening is met aanzienlijk hogere torens. Dat is kwalitatieve taal die hier ongepast is. Een ander kan de torens als een beetje hoger ervaren. De informatie is nietszeggend.
Er is blijkbaar geen doorrekening van het huidige plan? Kritiek: het huidige plan is niet doorgerekend. Advies: winklimaat Irrelevant: het wordt beter dan het is Deze informatie is irrelevant. Als er iets nieuws is, moet dat goed zijn. Dat het vroeger slechter was, heeft geen functie. Conclusie in de tekst: 'Op basis van de berekeningen is in het gebied rond de geplande nieuwbouw nergens een overschrijding van het gevaarcriterium te verwachten. Onder de overkraging is er wel sprake van een beperkt risico op windgevaar. (...) In de geplande bebouwingssituatie zonder de nieuwbouw aan de zuidzijde van het spoor is het te verwachten windklimaat ook op grotere schaal matig voor doorlopen in de doorgang door het plangebied en lokaal aan de zuidzijde. Behoudens een beperkt risico op windgevaar onder de overkraging in de situatie met de huidige omgevingsbebouwing is er geen overschrijding van het criterium voor windgevaar of zelfs een beperkt risico op windgevaar te verwachten.' Reactie Bij de toelichting is een windhinderonderzoek opgenomen. In dit onderzoek is uitgegaan van het huidige plan. In het kader van het bestemmingsplan moet aangetoond kunnen worden dat er een aanvaardbaar windklimaat bereikt kan worden. Bij de omgevingsvergunning moet dit ook aangetoond worden. x.
Zienswijze Vraag aan de gemeente: is gevaar de grens? Het huidige plan voorziet in een matig maar niet gevaarlijk windklimaat. Is dat wat de gemeente wil?
14/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Kritiek: verschuilen achter 'het kan altijd slechter' Er staat dat het huidige plan een slechter windklimaat dan de huidige bebouwing oplevert, maar een beter windklimaat dan eerdere plannen. Dit staat er als cadeautje: u moet blij zijn dat het niet wordt zoals eerder gepland. Dat is een gemene manier van dreigen. Deze zinnen mogen niet in documenten van de overheid voorkomen. Verder dan thuis aan de eettafel vertellen dat de mensen in Afrika blij zouden zijn met spruitjes, mag deze manier van praten niet gaan (en dat is misschien eigenlijk al onverantwoord). Reactie De waardering van het lokale windklimaat wordt gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht. Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid (RIS170509) is een matig windklimaat als ondergrens. Een slecht windklimaat wordt bij hoge uitzondering en onder voorwaarden toegestaan.
y. Zienswijze Zon Zoals al vaker aangegeven zijn er geen kaders voor bezonning van de buitenruimte. Iedereen die regelmatig van het stadhuis naar het station loopt weet hoe belangrijk dit is. De schaduw van een boom met takken en bladeren is van een compleet andere orde dan de schaduw van een gebouw. De schaduw van een laag gebouw, waardoor de straat nog wel kan opwarmen, is van een compleet andere orde dan de permanente schaduw van een hoog gebouw. De argumenten over verhitting en stedelijke opwarming (hittestress) zijn hier niet gepast. De extreme hitte op straat is maar enkele dagen per jaar en dan nog in een tijd dat minder mensen in hun woonomgeving de stad zijn van toepassing. De meeste maanden zijn mensen gebaat bij een zonnetje op straat. Vraag aan de gemeente: is gevaar de grens? Het huidige plan voorziet in een matig maar niet gevaarlijk windklimaat. Is dat wat de gemeente wil? Kritiek: bezonning buitenruimte De gemeente ontkent het probleem van de bezonning van de buitenruimte. De gemeente en de ontwikkelaar trekken vragen hierover in een verkeerde context. Zij gaan dan namelijk babbelen over hittestress.
Reactie In het oorspronkelijke gemeentelijk bezonningsbeleid uit 1996 (zie RIS170509 bijlage Notitie inzake windhinder en bezonning rondom nieuwbouw) is bepaald dat stedenbouwkundige plannen een bezonningsparagraaf dienen te bevatten met daarin apart aandacht voor de bezonning van openbare en semi-openbare ruimten met een recreatieve functie. Met de actualisatie van het beleid in 2010 (zie RIS170509 Actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder) is dit onderdeel niet gewijzigd. In paragraaf 5.10.3 Bezonning van de toelichting en het bezonningsonderzoek dat als bijlage 15 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen is echter alleen de bezonning op woningen onderzocht. Aan paragraaf 5.10.3 Bezonning is paragraaf 5.10.3.1.1. ‘aandachtsgebieden bezonning’ toegevoegd waarin de bezonning ter plaatse van verschillende aandachtsgebieden beoordeeld is. Overigens gelden daarvoor geen normen waaraan de resultaten getoetst kunnen worden.
15/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
z. Zienswijze 5.11.3.4. Groen Paragraaf 5.11.3.4 (p.140 pdf) gaat over groen met een functie voor regenwater. Hier staan wat oppervlakkige algemeenheden en aannames in (mensen gaan sporten van groen in hun omgeving en dan worden ze gezond). Kritiek: de koppeling met groen dat tevens een verbetering is voor ecologische kwaliteit en biodiversiteit wordt hier niet gemaakt. Reactie In de laatste zin van paragraaf 5.11.3.4 Groen staat het volgende: ’Een groene, natuurvriendelijke inrichting biedt veel kansen voor de stadsnatuur’.
aa. Zienswijze 5.11.3.5 Beoordeling beïnvloeding van hittestress als gevolg van de stedenbouwkundige inrichting Ook hier wordt, evenals bij wind, een gemene strategie gebruikt: door te benoemen dat het plan beter is dan de huidige situatie ontwijkt men een uitspraak over de kwaliteit van het plan. Het enige feit dat er staat: 'Gezien de toevoeging van groen oppervlak in de buitenruimte, de daktuinen en groene daken draagt dit bij aan het verminderen van de hittestress in het plangebied.' biedt geen enkele garantie. Eén buxus op het dak en een bak viooltjes buiten zijn volgens deze tekst al genoeg. Kritiek: misleiding! Met het woord groen wordt bedoeld regenton en ijsblokje. Er wordt volledig ontkend dat er massa's goede ingrepen bestaan die gebouw en buitenruimte kunnen verbeteren op een manier die zowel voor waterbeheer, biodiversiteit als ecologische kwaliteit en ervaren warmte door de mens. Er wordt een ogenschijnlijk leuk zinnetje als 'toevoeging van groen oppervlak in de buitenruimte, de daktuinen en groene daken' gebruikt om lezers de mond te snoeren.
Wat is overigens het verschil tussen een daktuin en een groen dak? Waar wordt dat groen dan toegevoegd? Wat voor een soort groen is dat? Wat is de toegevoegde waarde van het anti-hitte-stress groen de dagen dat het minder dan pak 'm beet 30 graden is? Immers het grootste deel van het jaar? Reactie Paragraaf 5.11 Waterparagraaf bevat een verantwoording van de wijze waarop met de verschillende waterbelangen wordt omgegaan. Een van de waterbelangen is de wijze waarop geanticipeerd wordt op- of omgegaan wordt met gevolgen van klimaatverandering (zie paragraaf 5.11.3 Klimaatadapatie), waaronder hittestress als gevolg van de stedenbouwkundige inrichting. Het is een feit dat in de huidige situatie bijna de volledige buitenruimte en het volledige dakoppervlak verhard is. Er is dan ook geen sprake van misleiding. Een daktuin is toegankelijk, een groen dak niet. In de toelichting, in paragraaf 3.4 Vergroening, wordt inzicht gegeven waar groen wordt toegevoegd. Bij de uitwerking van het bouwplan komt het soort groen aan de orde. De toegevoegde waarde van het groen op de dagen dat niet zeer warm is, is dat het een bijdrage moet leveren aan de biodiversiteit. bb. Zienswijze
16/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
5.11.5 Waterkwaliteit Er staat: 'Er worden op dit moment geen mogelijkheden gezien om natuurvriendelijke oevers of dergelijke maatregelen aan te leggen die een positief effect op de waterkwaliteit hebben. De ontwikkeling heeft echter geen achteruitgang van de waterkwaliteit tot gevolg'. Herhaaldelijk is door minimaal één buurtbewoner gewezen op de kansen die er zijn voor verbetering van de oevers en hoe makkelijk en effectief dat is. De acceptatie van geen achteruitgang moet hier worden gezien als een aanval. Tevens is het een grove belediging van meedenkende buurtbewoners. Kritiek: gemakzucht viert hoogtij. Advies: maatregelen uitvoeren die de waterkwaliteit verbeteren. Reactie Er vindt overleg plaats met het Hoogheemraadschap over de wijze waarop de waterberging zal worden vormgegeven. Er is ook geen sprake van achteruitgang, want de huidige vijver is een betonnen bak met rechte randen. cc. Zienswijze 5.11.7 Gezuiverd afvalwater Kritiek: misleiding en negatieve ambitie De titel gezuiverd afvalwater doet vermoeden dat er redelijk schoon water wordt afgevoerd. Dat is onjuist. Er staat in anderhalve zin (!) dat vuil water wordt afgevoerd. Er is klaarblijkelijk geen enkele ambitie om vuilwater te hergebruiken. Het vuil water wordt afgevoerd. Hoe vuil is vuil? Kritiek: een aanpak zoals deze zou niet mogen bestaan.
Kritiek: drinkwater wordt niet behandeld Drinkwater wordt niet behandeld terwijl een bescheiden gebruik van drinkwater van levensbelang is voor het landschap, grond- en rivierwater en het klimaat. Advies: stel een Wet drinkwaterdrempel op. Een wet die verplicht tot o.m. minimaliseren van drinkwaterverbruik, gebruik van regenwater, hergebruik van afvalwater en minimalisering van vervuiling van afvalwater. Reactie Bij het opstellen van de Waterparagraaf hanteren we standaard titels en begrippen. Het is niet de bedoeling om mensen op het verkeerde been te zetten. Voorgesteld wordt om de titel van paragraaf 5.11.7 te wijzigen in ’afvoer van afvalwater’. Het is gebruikelijk dat afvalwater via het vuilwaterriool naar de waterzuivering wordt afgevoerd. In de waterparagraaf wordt niet specifiek op drinkwater ingegaan. Wel komen de aspecten grondwater en waterkwaliteit aan de orde. Zie hiervoor de paragrafen 5.11.4 en 5.11.5. Wij zien geen noodzaak voor het opstellen van aanvullende regelgeving inzake het minimaliseren van drinkwaterverbruik, gebruik van regenwater, hergebruik van afvalwater en minimalisering van vervuiling van afvalwater. dd. Zienswijze 5.12 Straalpaden Het is interessant te lezen dat hier staat: 'Geconcludeerd werd dat de hoogbouw een grote schaduwzone geeft'.
Is dat dezelfde schaduw die eerder in dit document werd benoemd als beter dan voorheen gepland? Feit: de hoogbouw geeft een grote schaduwzone.
17/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Kritiek titel paragraaf: onherkenbaar onderwerp Niet alle burgers weten wat een straalpad is. Zij zijn wellicht bekend met de gestreepte rugpad, maar niet met de straalpad. Advies nieuwe titel: telecommunicatiestralen in het gebied Reactie De schaduwzone is de zone waarbinnen de ontvangst wordt beperkt. Straalpaden zijn optisch vrije paden ten behoeve van telecommunicatie. Om een ongestoord berichtenverkeer mogelijk te maken dient tussen de zend- en ontvangstations een vrije baan aanwezig te zijn. Ter plaatse van het plangebied Anna van Hannoverstraat 4 is in het bestemmingsplan Bezuidenhout een gebiedsaanduiding ’vrijwaringszone - straalpad’ opgenomen. Zodoende dat in het kader van dit bestemmingsplan aandacht aan straalpaden wordt geschonken. De term ‘straalpad’ is de juiste titel. ee. Zienswijze 5.15 Ladder voor duurzame verstedelijking Er staat: Het doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. De ladder heeft dus niets te maken met duurzaamheid volgens de commissie Brundtland (1987): People, Planet, Profit. Duurzaamheid heeft niets te maken met klimaat en milieu, duurzaamheid heeft hier de engere betekenis van 'gaat lang mee'.
Kernafval is dan bijvoorbeeld ook heel duurzaam. Het hanteren van de term duurzaamheid suggereert een aandacht die er NIET is. Misleiding dus. Op zijn minst dienen in de inhoudsopgave de titels van de sub paragrafen te worden opgenomen zodat een lezer met weinig tijd ziet dat het geen jota met klimaat en milieu heeft te maken. Kritiek: misleidende titel! Duurzaamheid als in zorg voor het klimaat komt niet aan de orde. Reactie De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt (ook wel aangeduid als duurzaam) ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. De ladder heeft tot op zekere hoogte wel te maken met duurzaamheid volgens de commissie Brundtland. Het rapport van deze commissie riep op tot duurzame ontwikkeling (ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen). De keuze voor binnenstedelijk bouwen/ verdichten past daarbij. ff. Zienswijze 5.16.1 Archeologische waarden Vraag: het woord waarde wordt hier gehanteerd als een zelfstandig naamwoord. Is dat gebruikelijk? Waarom staat er niets over wie er niets van archeologische waarde verwacht en waarom? Kritiek: te gehaast opgeschreven. Reactie De paragraaf is op de gebruikelijke wijze opgesteld.
In aansluiting op wetgeving én met gebruikmaking van termen die in onderzoeken en andere bestemmingsplannen als jaren worden gebruikt. Wij zien geen reden om de paragraaf aan te passen of aan te vullen. Hierbij merken wij nog wel het volgende op: Het plangebied, Anna van Hannoverstraat 4, was tot aan het eind van de 19de eeuw open weiland zonder enige bebouwing. Rond de eeuwwisseling werd het gebied ingericht als woongebied en raakte het gebied geleidelijk bebouwd. Verkavelingssloten
18/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
worden niet beschouwd als van archeologisch belang, zodat geconcludeerd is het gebied geen bekende archeologische waarden bevat. Ook is de verwachting op het aantreffen van nog onbekende archeologische waarden laag. gg. Zienswijze Van de week vond ik een sticker die u wellicht aan het denken zet voor volgende openbaarmakingen: Steffie.nl: Retour afzender. De documenten zijn veel te moeilijk voor mij. Stuur mij een versie in makkelijke, eerlijke taal Reactie Wij hebben ons best gedaan de complexe materie zo leesbaar als mogelijk aan te bieden. Wij zijn van harte bereid om u en/of anderen in een gesprek het bestemmingsplan en het MER nader toe te lichten Conclusie Gelet op het voorgaande adviseert het college de gemeenteraad de zienswijze, onderdeel y, deels gegrond en voor het overige ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van de zienswijze is paragraaf 5.10.3 van de toelichting aangepast evenals paragraaf 5.11.7.
2.
Ra. 10520399
Vereniging Vrienden van Den Haag
De volledige zienswijze is als bijlage opgenomen. Ten aanzien van deze zienswijze merkt het college het volgende op:
a. Zienswijze Sloop Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in sloop van het gebouwencomplex van architect Herman Herzberger. Architectuurhistorici zijn zonder uitzondering van oordeel dat het hier gaat om een behoudenswaardig, iconisch gebouw van de internationaal gewaardeerde architect Herman Herzberger, een belangrijke representant van de stroming in de moderne Nederlandse architectuur van het structuralisme. Bijzondere eigenschap van het gebouw is dat bij het ontwerpen reeds rekening is gehouden met de mogelijkheid het gebouw aan te passen voor geheel andere functies en gebruik. De keuze voor sloop boven herbestemming getuigt van gebrek aan kennis van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden, en aan waardering voor bijzondere architectuur. De keuze voor sloop is in strijd met alle beginselen van duurzaamheid. De sloop van een zo groot en robuust gebouwencomplex van geen dertig jaar oud met alle gevolgen voor het milieu van dien is in het kader van duurzaamheid onaanvaardbaar. Het bureau van architect Herzberger heeft een overtuigend plan gepresenteerd tot herbestemming van het gebouw ten behoeve van woningen en gemengde functies. Het getuigt van een gebrek aan sturing dat college en gemeenteraad niet de keuze voor herbestemming hebben gemaakt.
Het gemeentebestuur maakt de historisch vaak genoeg bewezen fout kwantiteit (hoeveelheden woonoppervlak) boven kwaliteit (bijzondere en creatieve herbestemming) te kiezen.
19/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
Reactie Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader (PUK) Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W). Hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt, dan wel behouden. Desondanks is geconcludeerd, dat het casco niet hergebruikt kan worden, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van de woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen. Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. Wel heeft de ontwikkelaar in samenwerking met de TU Delft in beeld gebracht wat er nog met het casco kan worden gedaan vanuit circulariteit. Het beton wat bij de sloop vrij komt, zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.
Daarmee wordt vooruitgelopen op toekomstige regelgeving waarin bij projecten 50% van de materialen hergebruikt moet worden. De ontwikkelaar wil daarop vooruitlopen door al zoveel mogelijk materiaal bij de sloop te “oogsten”, en daarbij zoveel mogelijk verschillende materialen en onderdelen te hergebruiken. Daarnaast heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er wordt gekeken of bepaalde onderdelen van het gebouw (zoals de prefab kolommen) kunnen worden hergebruikt als herinnering aan het pand en verwijzing naar het structuralisme. Gezien de fase waarin het project nu is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden hergebruikt. De gemeenteraad heeft op 16 december 2021 met het vaststellen van de PUK besloten om een bestemmingsplan op te stellen dat sloop-nieuwbouw toestaat. Niet ontkend wordt dat sprake is van een bijzonder gebouw dat een herkenbare stroming uit de architectuurgeschiedenis vertegenwoordigt. In de Nota van Uitganspunten Laan van NOI werd uitgegaan van de transformatie van het pand met mogelijkheden voor (gedeeltelijke) sloop. Uit studies van de ontwikkelaar blijkt dat het pand moeilijk geschikt is te maken voor wonen en andere niet-kantoor functies. Bij het onderzoek naar behoud van het pand is architect Herman Hertzberger betrokken.
Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in Plan AnnA als planinitiatief van MRP Soza b.v. wat uitgaat van volledige sloop van het voormalige ministerie van SZ&W. Hierover is in het kader van de inspraak op PUK en NRD, al uitgebreid gerapporteerd. Onder verwijzing daarnaar worden hieronder nog kort de belangrijkste argumenten voor sloop nieuwbouw samengevat. • Ruimtelijk bezien kan bij behoud van het gebouw niet de beoogde zorgvuldige verbinding met de omgeving en daarmee de visie op het CID/IT-Security Campus worden bereikt. Zoals indiener zelf aangeeft is het gebouw ontworpen als een stad in de stad, echter zonder daarmee een ruimtelijke verbinding met die stad aan te gaan. Het gebouw presenteert zich als een anoniem, beperkt toegankelijk “bastion” recht tegenover de uitgang van het station. Een totale verandering van de plint en daarmee van het concept van het gebouw zou noodzakelijk zijn om hierin verandering te brengen. • Programmatisch biedt het bestaande gebouw onvoldoende mogelijkheden om het beoogde, voor de woningbouwopgave in Den Haag noodzakelijke, woningbouwprogramma op te nemen. Het ver doorgevoerde functionalisme in de architectuur speelt daarbij ook een bepalende rol; het gebouw
20/174
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10629902
is in zijn ontwerp voor het oorspronkelijke gebruik functioneel sterk, maar daardoor ook moeilijk transformeerbaar en overigens ook niet meer goed bruikbaar in haar oorspronkelijke (kantoor)functie.
b.
Zienswijze
In het ontwerp-bestemmingsplan beantwoordt niet aan de kaders die de raad heeft gesteld waaraan nieuwbouw zal moeten voldoen. Onderstaande belangen zijn niet in de plan regels afdoende geborgd. Bouw voldoende voorzieningen en volg de groennormen R_B 311019 Hergebruik materialen en bouw biobased R_G 311024 Geen kippenhokjes aan de Anna van Hannoverstraat R_I 311026 SoZa 30 procent sociaal R_K 311028 VVD seieuze participatie en aanpassingen aan hoogte R_5 311034 Groen voor en met de buurt R_6 311 035 Statushouders en studenten langer huisvesten R_7 311036 Terugkeer bewoners en gebruikers SoZa R_8 311037 Koester het casco R_9 311038 Wacht op plintenstrategie R_11 311046 Koester Moderne Architectuur Het bestuur maakt in dit ontwerp het in stedenbouwkundig beleid om te zetten publieke belang ondergeschikt aan het particuliere belang van de ontwikkelaar. Reactie Amendement R_G 311019 schrijft voor dat indien gekozen wordt om nieuwbouw te plegen, het plan duurzaam dient te zijn: bij vaststelling van het bestemmingsplan dient dit concreet te worden uitgewerkt met juridisch bindende eisen op het gebied van het hergebruik van de bestaande materialen, biobased bouwen en een duidelijke eis op het gebied van de MPG. Omdat het bestemmingsplan niet het instrument is om dergelijke zaken in te regelen, kan hier niet iets over in het bestemmingsplan worden opgenomen.