CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsdienst Brabant Noord jaarrekening 2025 incl. controleverklaring

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2027 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)36.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de voorziening voor dubieuze debiteuren. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

78

79

Passiva

Vlottende passiva

Vaste activa De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen.

Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat). Voorzieningen Het vormen van voorzieningen is vastgelegd in het BBV artikel 44. Voor de ODBN geldt dat voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Onder de voorzieningen vallen ook middelen die van derden verkregen zijn die specifiek besteed moeten worden. Voorschotbedragen vallen hier niet onder. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde conform bepalingen in het BBV.

Uitzondering hierop is de voorziening Voorste Heide, deze is gewaardeerd tegen contante waarde, eveneens conform het BBV. Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De ODBN heeft geen langlopende schulden.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

ODBN Jaarstukken 2025

80

81

4.2 Toelichting op de balans per 31 december

Uitzettingen korter dan één jaar Deze post is als volgt samengesteld.

In deze paragraaf wordt op alle onderdelen van de balans de toelichting gegeven.

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.031.970 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie van de ODBN is een gedetailleerdere specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

STAND PER 31-12-2024

VERMEERDERING 2025

VERMINDERING 2025

AFSCHRIJVING 2025

BOEKWAARDE 31-12-2025

Bedrijfsgebouwen

392

0

0

65

327

Inrichting/inventaris kantoorgebouwen

441

65

0

65

441

Automatisering

257

145

0

138

264

Vervoermiddelen

0

0

0

0

0

1.091

210

0

268

1.032

TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA

In 2025 zijn voor bovenstaande activa geen bijdragen van derden ontvangen. Ook hebben er geen duurzame waardeverminderingen plaatsgevonden.

Vorderingen op openbare lichamen

€

BOEKWAARDE 31-12-2024

STAND PER 31-12-2025

19.431.091

VOORZIENING ONINBAAR

BOEKWAARDE 31-12-2025

1.061

1.033

4

1.029

0

0

0

0

Rekening-courant verhoudingen Rijk

19.835

18.402

0

18.402

TOTAAL UITZET TINGEN

20.896

19.435

4

19.431

Overige vorderingen

Vorderingen op openbare lichamen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen bedraagt ultimo 2025 nog € 1.032.904. Het gaat hier vooral om de nog openstaande eindafrekeningen over het jaar 2025. Voor de voorzichtigheid hebben we een voorziening dubieuze debiteuren opgenomen van € 4.000. Rekening-courant verhoudingen met het Rijk Onder de rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘Schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht om hieraan deel te nemen. Dit heeft gevolg dat dagelijks een groot deel van het saldo van de bankrekeningen van de ODBN afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Een uitzondering is het drempelbedrag, het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. De hoogte van dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de organisatie. In 2025 bedroeg het drempelbedrag voor de ODBN € 1.000.000. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2025 zijn er 33 dagen geweest dat het saldo van de lopende rekeningen hoger was dan het drempelbedrag.

Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag per kwartaal.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

82

83

Liquide middelen € 200.802 Deze post bestaat ultimo 2025 uit het totaal van de middelen op de 2 lopende rekeningen bij de BNG. In 2025 is afscheid genomen van de Rabobank als bank voor de ODBN.

BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN BEDRAGEN IN € 1.000 VERSLAGJAAR (1)

Drempelbedrag

2025

1.000 Q1

Q2

Q3

Q4

Kwartaalcijfers op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

698

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

302

782

800

800

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

0

0

0

0

2

218

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

200

200

VERSLAGJAAR (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

37.296 37.296

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002

BANKSALDI: Rabobank

100

0

BNG

201

201

TOTAAL UITZET TINGEN

300

201

Overlopende activa € Deze post bestaat vooral uit facturen die van toepassing zijn op het boekjaar 2026.

955.997

2025 OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

BOEKWAARDE 31-12-2024

STAND PER 31-12-2025

Nog te ontvangen bedragen

1

660

Vooruitbetaalde bedragen

167

296

Ter verrekenen bedragen

0

0

168

956

TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA

1.000 Drempelbedrag

De post vooruitbetaalde bedragen betreffen vooral facturen die in 2025 ontvangen zijn die betrekking hebben op het boekjaar 2026.

(2) BEREKENING KWARTAALCIJFER OP DAGBASIS BUITEN 'S RIJKS SCHATKIST AANGEHOUDEN MIDDELEN Q1

Q2

Q3

Q4

62.813

19.816

18.401

18.401

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

698

218

200

200

(2) - (5a) / (5b)

STAND PER 31-12-2025

De middelen op bovenstaande bankrekeningen zijn vrij besteedbaar.

(1) BEREKENING DREMPELBEDRAG

(4c)

BOEKWAARDE 31-12-2024

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

84

85

Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen zijn onder te verdelen in onderstaande categorieën. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000

BOEKWAARDE 31-12-2024

TOEVOEGINGEN

ONT VANGEN BEDRAGEN

BOEKWAARDE 31-12-2025

1

49

0

51

Diverse opbrengsten ODBN

STAND 31-12-2024

RESULTAAT BESTEMMING 2024

TOEVOEGING

ONTTREKKING

STAND 31-12-2025

Algemene reserve ODBN

1.852

209

0

0

2.062

TOTAAL ALGEMENE RESERVE

1.852

209

0

0

2.062

Bestemmingsreserve ISV

5.608

0

0

91

5.517

Reserves

Nog te ontvangen bedragen Europese Unie

0

0

0

0

Nog te ontvangen bedragen Rijk

0

610

0

610

Bestemmingsreserve HRinstrumentarium

123

0

0

0

123

TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN

1

659

0

660

Egalisatiereserve SSIB

360

0

0

20

340

0

750

0

191

559

TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES

6.091

750

0

302

6.539

TOTAAL RESERVES

7.943

959

0

302

8.601

Reserve Incidentele projecten

Onder Nog te ontvangen bedragen Rijk staat de teruggaaf voor omzetbelasting van de belastingdienst.

4.2.2 Passiva Eigen vermogen € 10.619.012 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2025 als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

BOEKWAARDE 31-12-2024

BOEKWAARDE 31-12-2025

Algemene reserve

1.852

2.062

Bestemmingsreserves

6.091

6.539

Rekeningresultaat

959

2.018

8.903

10.619

TOTAAL EIGEN VERMOGEN

Reserves € 8.601.012 Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

IIn 2025 is er geen reserve gevormd voor afschrijvingen van activa, daarom is deze kolom in bovenstaande tabel niet toegevoegd in afwijking van het BBV-voorschrift. Het resultaat 2024 is in overeenstemming met het besluit AB verwerkt. Algemene reserve De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van minimaal 1,0. Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Doordat deze bandbreedte wordt gehanteerd is het niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren.

Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het algemeen bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien

ODBN Jaarstukken 2025

86

87

naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 was er sprake van een weerstandsratio onder 1,0. Daarop is voorgesteld om een deel van het jaarrekeningsaldo van 2024 toe te voegen aan de reserve om daarmee de ratio naar het gewenste niveau van minimaal 1,0 te brengen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen Bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang van de bestemmingsreserves. Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden.

In 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van het restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie. Tot dusver is van deze € 2,5 miljoen € 1.208.948 onttrokken, daarvan is € 90.961 in 2025 onttrokken. Reserve HR-Instrumentarium In 2021 is een bestemmingsreserve gevormd voor het verder (door-) ontwikkelen van het HRinstrumentarium. In 2022 is een start gemaakt voor het aantrekken van extra capaciteit om deze projecten op te pakken. In 2025 hebben er geen mutaties op deze reserve plaatsgevonden. In de reserve resteert per 31-12-2025 een bedrag van € 123.000.

Reserve Incidentele projecten Deze reserve is in 2023 ingesteld en is bedoeld voor incidentele projecten die over de grens van een boekjaar heen lopen. Voor een project wordt incidenteel budget vastgesteld. Dit budget is voor maximaal 2 jaar beschikbaar voor uitvoering. Na deze tijd vervalt het budget. Wanneer er na het einde van het eerste boekjaar geld over is van de incidentele middelen en het project is nog niet afgerond, dan mogen de resterende middelen resultaatbepalend toegevoegd worden aan de reserve. Het jaar daarna kan het project direct verder lopen en beschikken over de nog beschikbare middelen. Bij de start van 2025 zaten er geen projecten in deze reserve. Bij de resultaatbestemming van het jaarrekeningsaldo 2024 is € 750.000 toegevoegd. Voor het project Implementatie nieuw financieel en HR-systeem is € 400.000 beschikbaar gesteld en voor efficiency maatregelen waaronder Artificiële intelligentie en verdere robotisering van processen is € 350.000 beschikbaar gesteld. In 2025 zijn aan deze bestemmingen ook weer geld onttrokken. In afwijking van de afgesproken 2 jaar is voor het project Artificiële intelligentie en robotisering afgesproken dat deze middelen in de periode 2025 t/m 2027 tot besteding mogen komen. Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2025 hebben geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaatsgevonden.

Alle onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard. Rekeningresultaat € 2.018.351 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen. Over de besteding van dit resultaat dient door uw algemeen bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen. De jaarrekening 2025 sluit met een voordelig resultaat van € 2.018.351. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2025 in paragraaf 4.4. Bij de presentatie van de jaarstukken 2025 zal een voorstel gedaan worden voor de besteding van het resultaat.

Egalisatiereserve SSiB Voor Samen Sterk in Brabant worden middelen ontvangen van onze deelnemers, maar ook van andere partijen. Door te werken met een egalisatiereserve SSiB kunnen voor- en nadelen verrekend worden. Doordat het resultaat van SSiB resultaatbepalend gestort wordt in de reserve komen vooren nadelen niet ten gunste/laste van alleen de deelnemers van de ODBN. In 2025 heeft een kleine onttrekking plaatsgevonden om de exploitatie van SSiB sluitend te maken.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

88

89

Voorzieningen VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000

STAND 31-122024

TOEVOEGING 2025

AANWENDING 2025

€

6.779.604

VRIJVAL 2025

STAND 31-122025

VOORZIENINGEN VOOR VERPLICHTINGEN, VERLIEZEN EN RISICO'S Voorziening nazorg Voorste Heide

5.147

84

83

0

5.148

Voorziening ww-verplichting

485

100

176

0

409

Voorziening transitievergoeding

0

139

132

0

7

Voorziening RVU

27

0

23

0

5

Voorziening overuren

0

146

0

0

146

Voorziening Spaarverlof

0

29

0

0

29

Voorziening Bovenwettelijk verlof

846

674

484

0

1.036

TOTAAL VOORZIENINGEN ODBN

6.506

1.172

898

0

6.780

Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. Dit is een berekening specifiek voor de berekening van het doelvermogen van verontreinigde gebieden. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. Voor de jaarrekening is berekend hoe hoog de voorziening dient te zijn ultimo 2025. Dit heeft geresulteerd in een dotatie van € 84.000 dat ten laste komt van het rekeningresultaat 2025. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Voorziening WW-verplichting Wanneer er geen passende functie meer is voor medewerkers zal de werkgever, op basis van caoafspraken, medewerkers gedurende twee jaar begeleiden naar een andere baan. Het zgn. ‘Van Werk naar Werk’ Traject. Als dit traject niet het gewenste resultaat heeft wordt afscheid genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW-uitkering. De ODBN is zelfrisicodragend, wat betekent dat de WW-uitkering voor rekening komt van de voormalige werkgever. Volgens de BBV-voorschriften moet hiervoor een voorziening worden getroffen voor toekomstige verplichtingen. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. De aanwending in 2025 en dotatie naar een adequaat niveau, leiden per saldo in 2025 tot een onttrekking van 76.000 vanwege gemaakte kosten in 2025. Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn.

In 2025 is afscheid genomen van enkele collega’s waarvoor transitievergoedingen zijn uitgekeerd, daarmee is de voorziening in 2025 negatief komen te staan. Om deze negatiefstand op te heffen heeft er een aanvullende dotatie plaatsgevonden. In 2025 is verder gekeken naar de omvang van de te vormen voorziening. Hieruit komt dat nog een resterende verplichting van € 7.000 aanwezig is. Voorziening RVU In de Cao is geregeld dat specifieke medewerkers gebruik mogen maken van een RVU-regeling. Deze regeling houdt in dat een medewerker vroegtijdig kan stoppen met werken tegen een uitbetaling van een vergoeding. Op 31 december 2025 was er vanuit de organisatie 1 medewerker die formeel heeft aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling. Deels heeft de aanwending in 2025 plaatsgevonden, laatste deel vindt in 2026 plaats. Voorziening overuren Voor de plus- en min-uren die wekelijks worden geschreven is een voorziening opgenomen. Deze voorziening is gevormd om aan de verplichtingen die hier uit voortkomen te kunnen voldoen. In het verleden is hier steeds een financiële verplichting voor opgenomen geweest in de balans. Gezien de jaarlijkse mutaties in hoogte van deze post zijn deze middelen conform het BBV, omgezet in een voorziening.

ODBN Jaarstukken 2025

90

91

Voorziening spaarverlof In de Cao is geregeld dat medewerkers een deel van het verlof om kunnen zetten in spaarverlof. Dit spaarverlof is onbeperkt geldig en kan onder bepaalde voorwaarde ingezet worden voor verlof of eerder stoppen met werken. In overeenstemming met het BBV dient voor de omvang van het spaarverlof een voorziening gevormd te worden. In 2025 hebben de eerste medewerkers van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De totale waarde van het spaarverlof bedroeg ultimo 2025 € 29.000. Voorziening bovenwettelijk verlof Op 1 januari 2024 is de Cao SGO in werking getreden. Dit heeft gevolgen gehad voor de verlofstanden binnen de organisatie. Het resterende aantal verlofuren is gestegen van 17.700 uren naar ruim 21.000 uren organisatie breed. Voor het bovenwettelijk verlof is per saldo een storting in de voorziening 2025 gemaakt ter hoogte van € 190.000. Langlopende schulden De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten.

€

0

Kortlopende schulden € 1.674.527 De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2025 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 Overige schulden (Crediteuren)

BOEKWAARDE 31-12-2024

1.613

Overige schulden (Vereniging van contractanten)

0

0

Tussenrekening salarissen

29

61

5.768

1.675

De post crediteuren is ten opzichte van 2024 afgenomen. Over 2024 zijn namelijk diverse hoge creditnota’s verzonden voor de eindafrekeningen omdat in 2024 een deel van de omzet niet gehaald is. Hierdoor moest een deel van de voorgeschoten kosten terugbetaald worden aan de deelnemers. In 2025 is het merendeel van de opdrachten gerealiseerd en dit heeft geleid tot een beperkt aantal creditnota’s.

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000

BOEKWAARDE 31-12-2024

BOEKWAARDE 31-12-2025

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume

667

2.410

De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

612

137

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

0

0

1.279

2.546

TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA

De post met verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd is ultimo 2025 behoorlijk gegroeid. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat over 2025 nog diverse eindafrekeningen verstuurd zijn. Zie ook de toelichting onder kortlopende schulden.

BOEKWAARDE 31-12-2025

5.740

TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN

Overlopende passiva € 2.546.367 De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2025 is als volgt te specificeren:

Vooruit ontvangen bedragen EU en NL-overheidslichamen De post vooruit ontvangen bedragen op het eind van 2025 is als volgt te specificeren:

OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 EUROPA

BOEKWAARDE 31-12-2024

TOEVOEGINGEN

BOEKWAARDE 31-12-2025

AFNAME

0

0

0

0

249

585

697

137

0

196

196

0

Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving energiebesparingsplicht

249

389

501

137

OVERIGE OVERHEDEN

363

0

363

0

SSiB 3.0

363

0

363

0

TOTAAL VOORUIT ONT VANGEN BEDRAGEN

612

585

1.060

137

RIJK Subsidie Robuustheid

In 2025 zijn er geen terugbetalingen geweest op basis van bovenstaande regelingen. Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

92

93

4.3. Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen In onderstaande tabel hebben we de ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’ inzichtelijk gemaakt. Deze hebben betrekking op langlopende overeenkomsten die de ODBN aangegaan is. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting minimaal een totaalwaarde van € 250.000 heeft.

OMSCHRIJVING | BEDRAGEN IN € 1 HUISVESTING

BOEKWAARDE 31-12-2024

BOEKWAARDE 31-12-2025

1.408

1.216

Voor de huisvesting aan de Victorialaan 1 in 's-Hertogenbosch hebben we een meerjarige huurovereenkomst gesloten. In 2023 is besloten om het contract te verlengen met 5 jaar. In 2025 is besloten ook een ruimte te huren in Toren C aan de Victorialaan. In beide gevallen loopt dit contract tot en met 31 juli 2029. LEASE WAGENPARK

4.4 Toelichting op baten en lasten 2025

1.143

1.096

De ODBN heeft in 2022/2023 het bestaande wagenpark vervangen door leaseauto's. Voor deze auto's geldt dat deze contracten lopen 8 jaar na aflevering van de auto. Daarnaast zijn er in 2025 4 nieuwe auto's toegevoegd, het contract kent een looptijd van 4 jaar. 2.615

ODBN maakt gebruik van een externe partner ter ondersteuning en bescherming van het ICT-landschap. Het contract met deze leverancier loopt door tot in 2029.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

In dit onderdeel van de financiële verantwoording wordt aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s. Hierbij wordt een vergelijk gemaakt tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in het jaar 2025. Verschillen groter dan €50.000 (zowel positief als negatief ) worden in deze paragraaf toegelicht. Programma Regionale dienstverlening en collectieve ontwikkelingen

ICT-ONDERSTEUNING

TOTAAL NIET IN DE BALANS OPGENOMEN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

Vennootschapsbelasting In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele Vpb-plicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen: “Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen”. Deze conclusie van de Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet Vpb-plichtig is. Als de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN. Aangezien de situatie niet veranderd is, zijn we van mening dat we ook voor deze jaren niet Vpb-plichtig zijn.

2.551

4.927

PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGENG BEDRAGEN IN € 1.000

BEGROTING 2025

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

Inzet personeel

2.496

2.496

2.861

-365

Inzet bedrijfsmiddelen

690

690

776

-86

TOTAAL LASTEN

3.186

3.186

3.638

-452

Collectieve taken

904

904

904

0

Samen Sterk in Brabant

2.889

2.889

3.367

478

Overige regionale programma's

555

555

889

334

TOTAAL BATEN

4.348

4.348

5.160

812

SALDO

1.162

1.162

1.522

361

REKENING 2025

VERSCHIL

ODBN Jaarstukken 2025

94

95

Het programma regionale dienstverlening laat op begrotingsbasis een voordeel zien van € 1.162.000 en op realisatiebasis een voordeel van € 1.522.000. Dit geeft een hoger dan begroot resultaat van € 361.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen. Inzet personeel € 365.000 (N) Organisatiebreed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel. De totale ontwikkeling op het personeelsbudget wordt nader toegelicht in het programma bedrijfsvoering. In dit programma presenteren wij een nadeel van € 365.000. Dit komt doordat er meer omzet is gegenereerd in Regionale Dienstverlening dan begroot. Doordat de doorbelasting van personeelskosten is gebaseerd op omzet, valt deze doorbelasting daarmee ook hoger uit dan begroot.

Baten overige regionale programma’s € 334.000 (V) Op de overige onderdelen binnen regionale dienstverlening is een voordeel aan de batenkant gerealiseerd van € 334.000. Dit wordt veroorzaakt door extra inkomsten uit de Robuustheidssubsidie van € 222.000 en de specifieke uitkering THE van € 112.000. Programma Individuele dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000

BEGROTING 2025

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

REKENING 2025

VERSCHIL

20.637

19.699

20.272

-573

130

130

563

-433

TOTAAL LASTEN

20.767

19.829

20.836

-1.007

Basistaken (werkprogramma)

18.627

18.194

18.549

355

Verzoektaken (werkprogramma)

13.664

13.339

12.500

-840

737

737

1.098

361

TOTAAL BATEN

33.029

32.271

32.146

-124

SALDO

12.262

12.442

11.310

-1.131

Inzet personeel

Inzet bedrijfsmiddelen € 86.000 (N) Het nadeel op de inzet van bedrijfsmiddelen is als volgt te specificeren: ➜ Storting Voorste Heide € 201.000 (N) Het nadeel dat hier ontstaat komt grotendeels door de storting van ruim € 84.000 in de voorziening Voorste Heide om te kunnen voldoen aan de toekomstige onderhoudsplicht. Daarnaast is er een klein nadeel van bijna € 2.000 op diverse kosten ontstaan. ➜ Materieel SSiB € 97.000 (V) Op het geheel van SSiB zijn er voor € 498.000 meer uitgaven dan begroot. Dit betreft voor € 596.000 aan meer personeelskosten maar op materieel is voor € 97.000 minder uitgegeven. ➜ Incidenteel project AI POC € 93.000 (N) Voor het project AI POC zijn voor € 93.000 euro projectkosten gemaakt. Het nadeel leidt tot een onttrekking uit de incidentele reserve AI POC, deze is onder het onderdeel Reserves terug te zien. ➜ Diverse posten Regionale dienstverlening € 4.000 (N) Voor overige onderdelen binnen het programma Regionale dienstverlening telt het resultaat op tot een nadeel van € 4.000. Baten SSiB € 478.000 (V) De baten vallen hoger uit door de subsidie van groene boa’s van € 246.000 en de subsidie WPGaudit van € 14.000. De extra bijdrage van de Provincie valt € 72.000 lager uit, omdat bij de begroting was gerekend met een indexatie. Deze was hier echter niet aan onderhevig.

Daarnaast zijn de overgebleven middelen uit voorgaande jaren van € 290.000 ingezet als dekking voor de hogere kosten. Per saldo is resteert dan nog een nadeel van € 20.000 (€ 496.000 meer lasten en € 478.000 meer baten). Deze heeft geleid tot een onttrekking uit de egalisatiereserve SSiB, deze is onder het onderdeel Reserves terug te zien. Zie ook de toelichting in 4.5.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Inzet bedrijfsmiddelen

Aanvullende verzoektaken

Het programma individuele dienstverlening laat op begrotingsbasis een voordeel zien van € 12.442.000 en op realisatiebasis een voordeel van € 11.310.000 Dit geeft een lager dan begroot resultaat van € 1.131.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen. Inzet personeel € 573.000 (N) Organisatiebreed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel. De totale ontwikkeling op het personeelsbudget wordt nader toegelicht in het programma bedrijfsvoering. In dit programma presenteren wij een nadeel van € 573.000. Dit komt doordat er meer personele inzet is geweest in Individuele Dienstverlening dan begroot om de omzet te realiseren. Doordat de doorbelasting van personeelskosten is gebaseerd op omzet, valt deze doorbelasting daarmee ook hoger uit dan begroot.

ODBN Jaarstukken 2025

96

97

Inzet bedrijfsmiddelen € 433.000 (N) Het nadelig saldo van € 433.000 op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Opbrengsten individuele dienstverlening € 124.000 (N) ➜ Opbrengst projectkosten € 433.000 (V) Ten opzichte van de begroting is er voor € 433.000 meer aan projectkosten gefactureerd. Dit valt weg tegen het nadeel onder het kopje bedrijfsmiddelen ➜ Omzet individuele dienstverlening € 557.000 (N) De omzet voor individuele dienstverlening valt lager uit dan begroot. Dit komt deels door een lager gefactureerd uurtarief in de Gemeentelijke opdracht en deels een lagere besteding in de Provinciale opdracht door het ontbreken van een werkbaar kader. De totale afwijking op de omzet van individuele dienstverlening komt daarmee uit op 1,7% op begrotingsbasis

Programma Bedrijfsvoering

BEGROTING 2025

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

REKENING 2025

VERSCHIL

Personeel en inhuur

8.298

8.565

6.900

1.664

Opleiding en loopbaanbegeleiding

958

974

895

80

Dienstreizen & woon-werkverkeer

444

444

543

-99

Overige personele kosten

536

556

575

-20

Organisatie

261

239

164

76

Huisvesting

799

789

803

-14

Kantoor

128

138

95

42

Informatisering / automatisering

1.986

1.986

2.345

-359

Vervoermiddelen

71

71

49

23

Extern onderzoek / advies

291

291

96

195

Overige kosten

228

128

257

-129

14.001

14.181

12.721

1.460

100

100

0

100

14.101

14.281

12.721

1.560

562

562

512

50

Bijdrage personeel

0

0

570

-570

Onttrekking voorzieningen personeel

0

0

507

-507

Overige baten

0

0

17

-17

562

562

1.606

-1.044

-13.539

-13.719

-11.116

2.603

BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN IN € 1.000

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN Rentebaten

TOTAAL BATEN SALDO

Het programma bedrijfsvoering laat op begrotingsbasis een nadeel zien van € 13.719.000 en op realisatiebasis een nadeel van €11.116.000. Dit geeft een hoger dan begroot resultaat van € 2.603.000. Hieronder volgen de toelichtingen op de afwijkingen.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

98

99

Personeel en inhuur € 1.664.000 (V) Voor de totale personele loonkosten organisatiebreed is een voordeel gerealiseerd. Dit voordeel kent verschillende oorzaken. ➜ In de 1e en 2e Bestuursrapportage 2025 hebben wij u gemeld dat de vaststelling van een nieuwe CAO leidt tot een voordeel van ongeveer € 975.000. Dit doordat de daadwerkelijke loonindexatie lager ligt dan de indexatie gebruikt in de Begroting 2025. ➜ Daarnaast ontstaat er een aanvullend voordeel door de loontrede. Waar de loonsom is begroot op basis van loontrede 10 is deze in praktijk 8,1. Dit getal is sinds de 1e Bestuursrapportage niet veranderd. ➜ Door extra gerealiseerde uren in het primaire proces zijn er ook meer loonkosten toegerekend aan deze programma’s. Deze ontwikkeling maakt dat het voordeel in programma 3 nog veel groter wordt. ➜ Daarnaast moet deze post in samenhang bezien worden met de ‘Onttrekkingen voorzieningen personeel’ aan de baten zijde. ➜ Storting WW-voorziening € 100.000 (N) In 2025 hebben er diverse ww-uitkeringen plaatsgevonden, hiervoor is een bedrag van € 176.000 ten laste van de voorziening gebracht. Om de voorziening weer op peil te krijgen is € 100.000 toegevoegd aan de verplichte voorziening. ➜ Storting voorziening overuren € 6.000 (N) Het aantal overuren dat overgebleven is aan het einde van 2025 heeft een financiële waarde van € 146.000. Hiervoor is een voorziening aangemaakt.

Tegenover deze storting in de voorziening is er een vrijval een financiële reservering op de balans van € 140.000 ➜ Storting voorziening Bovenwettelijk verlof € 190.000 (N) Het aantal resterende bovenwettelijk verlofuren is in 2025 gegroeid van 17.700 uren naar ruim 21.000 uren. Voor de uren die in 2024 in de voorziening zaten is een bedrag van € 484.000 aan uren opgemaakt. Om de voorziening weer op het juiste niveau te brengen, hebben we een dotatie moeten doen van € 674.000. Per saldo een mutatie van € 190.000. ➜ Storting voorziening spaarverlof 29.000 (N) In 2025 hebben voor het eerste medewerkers gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verlof te sparen. In overeenstemming met het BBV moet hier een voorziening voor gevormd worden. Opleiding en loopbaanbegeleiding € 80.000 (V) Het opleidingsbudget bedraagt 3% van de loonsom, conform de robuustheidscriteria. In de tweede bestuursrapportage voorzagen we een voordeel op dit budget van €150.000 tot €200.000. We zien echter dat het budget grotendeels is benut door een geïntensiveerde inzet in de laatste maanden van het jaar.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Dienstreizen & Woonwerkverkeer € 99.000 (N) Er worden meer kosten gemaakt, vooral voor Woon-werkverkeer. Deze kostenpost groeit ten opzichte van voorgaande jaren. We zien het aantal reisbewegingen van en naar kantoor toenemen ten opzichte van voorgaande jaren. Organisatie € 76.000 (V) In 2025 zijn er minder uitgaven gedaan aan bijeenkomsten en overige representatiekosten. Het in gebruik nemen van de vergaderruimten in Toren C zorgt ervoor dat er minder extern vergaderd hoeft te worden omdat we nu zelf meer vergaderfaciliteiten hebben. Informatisering en automatisering € 359.000 (N) Zoals in de 2e bestuursrapportage is gemeld ontstaat er een nadeel op de licentiekosten. Dit komt door de steeds verdere digitalisering van de organisatie. Ook worden softwarelicenties over het algemeen hoger geïndexeerd dan waar we in de begroting rekening mee houden. Ten slotte zorgt de toenamen van vast personeel ook voor oplopende licentiekosten. Het nadeel bedraagt €469.000. Daar tegenover staat dat, door het beperkt houden van investeringen in hardware in het verleden, het kapitaallastenbudget niet volledig wordt uitgenut. Hier ontstaat een voordeel van €110.000. Extern onderzoek en advies € 195.000 (V) In 2025 zijn de budgetten voor organisatieontwikkeling en extern advies maar zeer beperkt ingezet (€14.000). Hierdoor ontstaat een onderschrijding van €195.000.

Overige kosten € 129.000 (N) In 2025 is €86.000 uitgegeven aan de implementatie van het nieuwe HRM-systeem. In overeenstemming met het besluit bij de Jaarrekening 2024 worden deze kosten resultaatbepalend gedekt uit de bestemmingsreserve. Deze kosten waren daarom nog niet begroot. De overige €43.000 bestaat uit overige kleinere afwijkingen. Overige onderwerpen € 11.000 (N) De overige onderwerpen waarbij de afwijkingen onder de €50.000 blijven worden niet verder verantwoord. Deze tellen op naar een nadeel van €11.000. Rentebaten € 50.000 (N) In de begroting 2025 is rekening gehouden met €562.000 rentebaten, op basis van het saldo en rentepercentage van 01-01-2024. Voor de berekening is gewerkt met een risicopercentage van 1% om een teruglopend rentepercentage op te kunnen vangen. In 2025 is gebleken dat deze risicoreservering onvoldoende is gebleken door de wereldwijde dalende rentepercentages. De rentebaten zijn hierdoor € 50.000 lager dan begroot. In de 2e Bestuursrapportage gingen we nog uit van een bandbreedte tussen €60.000 en €110.000 aan lagere baten.

ODBN Jaarstukken 2025

100

101

Bijdrage personeel € 570.000 (V) De ODBN wordt door het UWV gecompenseerd in het geval van bijzondere verlofsoorten zoals zwangerschapsverlof en geboorteverlof. De hoogte van deze inkomsten zijn lastig te prognosticeren omdat veel factoren effect hebben op de hoogte en duur van de uitkeringen. De inkomsten vanuit het UWV zijn het hele jaar door stijgende geweest, hierdoor ontstaat een voordeel van €570.000. Reserves PROGRAMMA RESERVE MUTATIES BEDRAGEN IN € 1.000 Onttrekking aan reserves Storting in reserves SALDO

BEGROTING 2025

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

REKENING 2025

VERSCHIL

116

116

302

186

0

0

0

0

116

116

302

186

Saldo onttrekking reserves € 186.000 (V) ➜ Sanering verkeerslawaai € 25.000 (N) Voor sanering verkeerslawaai was in de begroting rekening gehouden met een onttrekking van € 116.000. Uiteindelijk is in de jaarrekening bijna € 91.000 onttrokken vanwege een lagere ureninzet op het project. ➜ Inzet egalisatiereserve SSiB € 20.000 (V) Het resultaat 2025 voor SSiB bedraagt negatief € 310.000. Als dekking hiervoor worden de overgebleven middelen 2024 ingezet voor een bedrag van € 290.00 en het restant van € 20.000 wordt onttrokken aan de egalisatiereserve SSiB. Zie ook de toelichting in 4.5. ➜ Inzet reserve incidentele projecten €191.000 (V) Zoals gesteld in de 2e Bestuursrapportage 2025, conform besluitvorming over de Jaarrekening 2024, worden de kosten van de implementatie HR-systeem en AI POC resultaatbepalend onttrokken uit de bestemmingsreserve incidentele projecten. Voor het project AI POC bedraagt de onttrekking € 105.000 en voor de implementatie van het nieuwe HR-systeem bedraagt het bedrag € 86.000. Het gaat hier om kosten voor externe ondersteuning en interne kosten.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

4.5 Samen Sterk in Brabant PROGRAMMA RESERVE MUTATIES BEDRAGEN IN € 1.000

BEGROTING 2025

REKENING 2025

VERSCHIL

Inzet personeel

2.387

2.982

-596

Inzet bedrijfsmiddelen

503

405

97

TOTAAL LASTEN SSIB

2.889

3.388

-498

Bijdragen deelnemers

1.170

1.170

0

Aanvullende opdracht provincie Impuls

1.719

1.647

72

Rijkssubsidie voor behoud Groene Boa capaciteit

0

246

-246

Subsidie WPG audit

0

14

-14

Inzet overgebleven middelen

0

290

-290

Inzet reserve

0

20

-20

2.889

3.388

-498

0

0

0

BEDRAGEN X € 1.000

TOTAAL BATEN SSIB SALDO

Voor Samen Sterk in Brabant is in 2025 € 498.000 meer uitgegeven dan begroot. Dit komt met name door een grotere inzet op het personeel. Aan de batenkant zijn er voordelen door het binnenhalen van de subsidies voor behoud van de groene Boa capaciteit en de wpg audit. Daarnaast zijn de overgebleven provinciale middelen van eerdere jaren, in overleg met de Provincie, ingezet. Per saldo komt dit neer op € 20.000 meer uitgaven dan inkomsten. Dit is verrekend met de egalisatiereserve SSiB.

ODBN Jaarstukken 2025

102

103

4.6 Incidentele baten en lasten INCIDENTELE LASTEN | BEDRAGEN IN € 1.000

BEGROTING

REALISATIE

VERSCHIL

PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING

505

1.312

-807

Sanering verkeerslawaai

116

91

25

Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht

389

501

-112

Robuustheidssubsidie: Data gedreven werken

0

222

-222

SSiB extra inzet

0

498

-498

PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING

0

0

0

PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING

0

191

-191

Incidenteel project AI POC Vergunningen uit reserve

0

105

-105

Incidenteel project implementatie HR-applicatie uit reserve

0

86

-86

STORTING IN RESERVES

0

0

0

505

1.503

-998

N

INCIDENTELE BATEN | BEDRAGEN IN € 1.000

BEGROTING

REALISATIE

VERSCHIL

PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING

-389

-1.201

812

Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht

-389

-501

112

Robuustheid subsidie

0

-222

222

SSiB subsidie behoud capaciteit

0

-246

246

SSiB subsidie WPG-audit

0

-15

15

-217

217

SSiB vrijval balans bijdrage PNB uit eerdere jaren

N

N

V

PROGRAMMA: INDIVIDUELE DIENST VERLENING

0

0

0

PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING

0

0

0

ONT TREKKINGEN RESERVES

-116

-302

186

Reserve ISV

-116

-91

-25

Egalisatiereserve SSiB

0

-20

20

Reserve Incidentele projecten: AI RPA

0

-105

105

Reserve Incidentele projecten: Implementatie HR en financieel systeem

0

-86

86

-505

-1.503

998

BEGROTING

REALISATIE

VERSCHIL

Incidentele lasten

505

1.503

-998

N

Incidentele baten

-505

-1.503

998

V

0

0

0

TOTAAL

ODBN Jaarstukken 2025

V

V

104

105

Toelichting incidentele lasten Sanering verkeerslawaai Voor het project sanering verkeerslawaai is geld vrijgemaakt om een vastgestelde voorraad woningen te saneren die kampen met een teveel aan geluid vanuit het omliggende verkeer. Dit project is gestart in 2019 en wordt naar verwachting in 2026 afgerond. In 2025 is hier voor € 91.000 aan capaciteit en projectkosten op ingezet. Specifieke uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Voor het houden van toezicht en het handhaven op de energiebesparingsplicht heeft het Rijk voor de 2022-2026 een incidentele specifieke uitkering ter beschikking gesteld aan de verschillende omgevingsdiensten. In 2025 is een inhaalslag gemaakt om te zorgen dat alle activiteiten na 2026 zijn afgerond. Robuustheidssubsidie: Datagedreven werken Vanuit het Rijk is onderzoek gedaan naar de staat van de omgevingsdiensten. Alle omgevingsdiensten hebben een oordeel gekregen over het (financieel) robuust zijn van de organisatie. De ODBN heeft als één van de eerste omgevingsdiensten het predicaat Robuust gehad. In het kader van het robuust krijgen en houden van organisaties is een subsidie beschikbaar gesteld vanuit ODNL. De ODBN heeft deze ingezet om het verder uitwerken van het datagedreven werken.

Samen Sterk in Brabant: extra inzet In 2025 is bij Samen Sterk in Brabant extra tijdelijke capaciteit ingezet, onder andere voor het opleiden van diverse jonge BOA’s. Voor deze extra inzet zijn ook extra kosten gemaakt voor o.a. bedrijfskleding, vervoer en diverse materialen. Daarnaast is de wettelijk verplichte WPG-audit uitgevoerd. Inzet AI POC Vergunningen In 2025 is hard gewerkt aan een ‘Proof of Concept’ om uit bestaande vergunningen data te onttrekken met behulp van Artificiële Intelligentie. Deze onttrokken data kan dan op meerdere manieren ingezet worden in de organisatie. Implementatie nieuw HR-/Financieel systeem In 2025 is besloten om de huidige systemen voor HR- en financiën te gaan vervangen. Beide systemen werkten onvoldoende met elkaar samen waardoor handwerk noodzakelijk was. Voor de inzet van de externe implementatie en extra capaciteit in de organisatie zijn in 2025 extra kosten gemaakt.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Toelichting incidentele baten Specifieke uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Voor de dekking van de ureninzet op het project Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht is een bedrag van ruim € 500.000 van het Rijk. Dit tijdelijke project kent een looptijd van 2023 t/m 2026, mogelijk met een verlenging naar 2027. Robuustheidssubsidie: Datagedreven werken De ODBN heeft een subsidie ontvangen van ODNL voor het robuust houden van de organisatie. Voor de inzet in 2025 is een bedrag ontvangen van € 222.000. Samen Sterk in Brabant: Subsidie behoud capaciteit Voor het behouden van BOA capaciteit in het groene domein is door het Rijk een aparte subsidie in het leven geroepen. In 2025 heeft de ODBN hier een bedrag van € 246.000 voor ontvangen. Samen Sterk in Brabant: Subsidie WPG audit Voor het houden van de wettelijk verplichte WPG-audit heeft de ODBN een subsidie van € 15.000 ontvangen van ODNL. Samen Sterk in Brabant: Vrijval van provinciale middelen Uit eerdere jaren was er nog geld over van eerder verstrekte subsidies door de Provincie. In 2025 heeft de provincie aangegeven dat deze middelen definitief niet terugbetaald moeten worden als deze ingezet werden voor extra capaciteit. Dit is in 2025 gebeurd en de middelen zijn vrijgevallen van de balans.

Reserve ISV Voor het project sanering verkeerslawaai is € 2.500.000 vrijgemaakt vanuit de reserve ISV om een vastgestelde voorraad woningen te saneren die kampen met een teveel aan geluid vanuit het omliggende verkeer. In 2025 is ongeveer € 91.000 aan de reserve ISV onttrokken voor de inzet van uren en projectkosten. Er resteert nog bijna € 1,3 mln van het oorspronkelijk ter beschikking gestelde budget. Egalisatiereserve SSiB In overeenstemming met eerder gemaakte afspraken is het saldo van SSiB in 2025 onttrokken aan de eigen egalisatiereserve. In 2025 was dit een bedrag van € 20.000.

ODBN Jaarstukken 2025

106

107

Inzet Reserve Incidentele projecten: AI RPA Bij de jaarrekening 2024 is een bedrag van € 350.000 beschikbaar gesteld voor het experimenteren met AI en robotisering. Voor het project AI PoC Vergunningen is bij de jaarrekening 2025 resultaatbepalend een bedrag van € 105.000 onttrokken aan deze reserve. Inzet Reserve Incidentele projecten: Implementatie HR-/Financieel systeem Bij de jaarrekening 2024 is een bedrag van € 400.000 beschikbaar gesteld voor de implementatie van een nieuw geïntegreerd HR-/Financieel systeem. Bij de jaarrekening is een bedrag van € 350.000 beschikbaar gesteld voor het experimenteren met AI en robotisering. In 2025 is een bedrag van € 191.000 voor de projecten onttrokken aan de reserve.

4.7 Financieel overzicht per taakveld BBV OVERZICHT PER TAAKVELD

UITGAVEN

INKOMSTEN

SALDO

101

0

101

0

-302

-302

TAAKVELD

OMSCHRIJVING TAAKVELD

0.1

Bestuur

0.10

Mutaties reserves

0.11

Resultaat van de rekening baten en lasten

2.018

0

0

0.4

Overhead

12.620

-1.077

11.544

0.5

Treasury

1

-512

-511

0.8

Overige baten en lasten

0

-17

-17

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

127

-122

7.3

Afval

80

7.4

Milieubeheer TOTAAL

4.9 Declarabiliteit Beschikbare declarabele uren De gemiddelde declarabiliteit van de ODBN komt uit op 1.269 uren per FTE, dit blijft onder de vastgestelde norm van 1.294 declarabele uren. We zien dat de druk op de arbeidsmarkt onverminderd hoog blijft en dat we hierdoor veel tijd kwijt zijn aan het inwerken van nieuwe medewerkers. Dit gaat ten koste van de declarabiliteit van de nieuwe medewerker, maar ook van de declarabiliteit van de medewerkers die de nieuwe medewerkers inwerken. Ook zien we dat diverse bijzondere verlofsoorten als geboorteverlof, ouderschapsverlof en zwangerschapsverlof impact hebben op de declarabiliteit. Voor een deel wordt dit gecompenseerd door bijdragen vanuit het UWV die niet begroot zijn. Daarnaast zien we dat we meer werkzaamheden dan genormeerd verrichten voor onze leefomgeving welke niet altijd een relatie hebben met een financieringsbron, dit komt tot uitdrukking in de productiviteitsnorm. We zien dat de productiviteit genormeerd was op 1.392 uren per FTE en de daadwerkelijk behaalde productiviteit is 1.401 uren per FTE, deze stijging zorgt 1 op 1 voor een verlaging van de declarabiliteit. Deze verschuiving past ook binnen de trend dat werkzaamheden van de organisatie steeds minder zaak gerelateerd zijn en meer in het belang van de algemene maatschappelijke opgave.

4.10 EMU-saldo OMSCHRIJVING

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

REKENING 2025

Exploitatiesaldo voor mutatie reserves

-115.700

1.716.890

5

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

490.207

268.366

0

80

Dotaties aan voorzieningen

0

1.171.629

24.266

-37.184

-12.918

In- en desinvesteringen

0

209.707

39.213

-39.213

0

Onttrekkingen aan voorzieningen

0

-506.562

EMU SALDO

374.507

3.453.741

4.8 Overzicht aanwending post onvoorzien

Totale lasten

37.295.891

37.194.674

De post onvoorzien is in 2025 niet aangewend. De totale post van € 100.000 valt vrij als voordeel in het jaarrekeningresultaat. Het voordeel is opgenomen in het resultaat van 2025.

EMU SALDO ALS % TOTALE LASTEN

1,00%

9,29%

Het EMU-saldo geeft het saldo van alle inkomende en uitgaande geldstromen weer die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

108

109

4.11 Wet Normering Topinkomens (WNT)

GEGEVENS 2024 14 | BEDRAGEN X € 1

Algemeen Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector zijn wettelijk genormeerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd over de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De ODBN is verplicht om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionaris 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevend topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. GEGEVENS 2025 | BEDRAGEN X € 1 NAAM

DHR. J.A.J. LENSSEN

FUNCTIEGEGEVENS

ALGEMEEN DIRECTEUR

Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

1 jan t/m 31 dec

NAAM

DHR. J.A.J. LENSSEN

FUNCTIEGEGEVENS

ALGEMEEN DIRECTEUR

Aanvang en einde functievervulling in 2024

1 jan t/m 31 dec

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0 fte

Dienstbetrekking?

Ja

BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

140.968

Beloningen betaalbaar op termijn

22.736

Subtotaal

163.703

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

233.000

TOTALE BEZOLDIGING 2024

163.703

1b L  eidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 De WNT-normen gelden ook voor ingehuurde topfunctionarissen. In 2025 heeft de ODBN geen interim-bestuurder gehad die onder de WNT verantwoord hoeft te worden.

1,0 fte Ja

1c Toezichthoudende topfunctionarissen Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing.

BEZOLDIGING Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

148.723

Beloningen betaalbaar op termijn

23.177

Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag TOTALE BEZOLDIGING 2025

171.899,34 246.000 n.v.t. 171.929

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

1d Topfunctionaris met een bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder. In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks en Algemeen bestuur weergegeven. De DB en AB leden van de ODBN ontvangen geen bezoldiging c.q. vergoeding. 2 U  itkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Voor 2025 is dit voor de ODBN niet van toepassing. 3 O  verige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionaris is er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag heeft ontvangen.

ODBN Jaarstukken 2025

110

111

Tabel vergoedingen leden Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur

FUNCTIE

NAAM

DIENST VERBAND

DUUR FUNCTIE IN BOEK JAAR*

➔

OMVANG DIENST VERBAND

BELONING

VASTE EN VARIABELE ONKOSTEN VERGOEDING

VOORZIENING BETALING

BEZOLDIGING 2025

BEZOLDIGING 2024

Voorzitter DB, AB

Dhr. C.H.C. (Kees) van Rooij (gemeente Meierijstad)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid DB, AB

Dhr. M. (Mark) Oudenhoven (Provincie Noord-Brabant)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid DB, AB

Dhr. M.A.W.J.M. (Rien) Wijdeven (gemeente Bernheze)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid DB, AB

Dhr. D.A.C. (David) Sölez (gemeente Land van Cuijk)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid DB, AB

Dhr. F.J.M. (Franko) van Lankvelt (gemeente Maashorst)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. W.C.F.(Wim) van der Zanden (gemeente Boxtel)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. B.M.H. (Ben) Brands (gemeente Boekel)

Nee

10 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. M.G.W. (Matt) Kanters (gemeente Boekel)

Nee

2 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. R.A.P. (Ralph) Geers (gemeente ’s-Hertogenbosch)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. A.A.J.C. (Bert) van Druenen (gemeente Sint-Michielsgestel)

Nee

1 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. T.P.T.H. (Theo) Geldens (gemeente Sint-Michielsgestel)

Nee

11 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. S.M.J.N. (Sidney) van den Bergh (gemeente Oss)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bestuurslid AB

Dhr. M.F.H. (Mark) du Maine (gemeente Vught)

Nee

12 mnd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

112

113

4.12 Bijdrage deelnemers

DEELNEMER

PROGRAMMA 1 COLLECTIEVE TAKEN

PROGRAMMA 1 MKC

PROGRAMMA 1 BODEMLOKET

PROGRAMMA 1 SSiB

PROGRAMMA 2 BASISTAKEN

PROGRAMMA 2 VERZOEKTAKEN

PROGRAMMA 2 AANVULLENDE VERZOEKTAKEN

TOTAAL 2025

Provincie Noord-Brabant

231.758

16.608

0

2.008.116

1.703.603

9.800.666

707.468

14.468.220

Gemeente Bernheze

34.583

5.428

3.033

15.057

1.211.070

265.713

15.351

1.550.235

Gemeente Boekel

11.966

1.878

1.049

9.446

598.021

132.282

3.557

758.199

Gemeente Boxtel

36.175

5.678

3.172

12.205

909.074

115.117

23.952

1.105.373

Gemeente Land van Cuijk

97.997

15.382

8.594

42.061

3.679.096

426.704

36.568

4.306.402

Gemeente Meierijstad

89.735

14.085

7.869

23.686

2.737.852

712.843

19.766

3.605.835

Gemeente Maashorst

63.172

9.916

5.540

19.354

1.879.921

382.839

29.902

2.390.644

Gemeente Oss

101.228

15.889

8.877

21.920

2.463.988

271.256

20.451

2.903.609

Gemeente ’s-Hertogenbosch

170.169

26.710

0

14.574

2.256.612

173.392

90.003

2.731.460

Gemeente Sint-Michielsgestel

32.302

5.070

2.833

11.691

626.710

85.053

492

764.151

Gemeente Vught

34.422

5.403

3.019

8.727

550.880

136.869

5.540

744.860

Diversen

0

0

0

1.180.633

-68.301

-2.849

144.550

1.254.033

TOTAAL

903.507

122.047

43.986

3.367.470

18.548.526

12.499.885

1.097.600

36.583.022

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

5 Sisa Verantwoording

114

115

SISA BIJLAGE VERANT WOORDINGSINFORMATIE 2025 OP GROND VAN ARTIKEL 3 VAN DE REGELING VERSTERKER

UITKERINGSCODE

KGG

K21

SPECIFIEKE UITKERING JURIDISCHE GRONDSLAGONT VANGER Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

INFORMATIEVERSTREKKING SISA - D.D. 07-01-2026

➔

INDICATOR Besteding (jaar T)

INDICATOR Cumulatieve besteding (t/m jaar T)

Aard controle R Indicator: K21/01

Aard controle n.v.t. Indicator: K21/02

€ 501.111

€ 1.635.137

INDICATOR

INDICATOR

INDICATOR

Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Regeling (ja/nee)

Wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Regeling (ja/nee)

Aard controle R Indicator: K21/03

Aard controle D2 Indicator: K21/04

Aard controle R Indicator: K21/05

JA

JA

NEE

Eindverantwoording (ja/nee)

ODBN Jaarstukken 2025

INDICATOR

116

6 Rechtmatigheidsverklaring van het bestuur

De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 5 november 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% (maximaal 2) van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 743.909.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.

117

BEGROTINGSCRITERIUM | BEDRAGEN X € 1.000

AFWIJKING

1A. Overschrijding lasten programma’s

452

1B. O  verschrijding investeringsbudgetten

0

2.

O  ngeautoriseerde reservemutaties

0

3.

O  verschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het Algemeen Bestuur gemeld zijn.

0

TOTAAL BEGROTINGSONRECHTMATIGHEDEN 4.

452

Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid.

437

Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden

15

VOORWAARDENCRITERIUM 5.

Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

TOTAAL ONRECHTMATIGHEDEN VOORWAARDENCRITERIUM



184 184

M&O CRITERIUM

Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 452.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 743.909. Van de niet-rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 437.000 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken.

6.

B  evinding inzake M&O criterium

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17036459/2