Omgevingsdienst Brabant Noord jaarrekening 2025 incl. controleverklaring
Tekst van het document
TOTAAL ONRECHTMATIGHEDEN M&O-CRITERIUM
0 0
TOTAAL ONRECHTMATIGHEDEN
636
Waarvan acceptabel
437
TOTAAL ONRECHTMATIGHEDEN
199
De geconstateerde afwijkingen onder punt 4 hebben betrekking op de overschrijding van de lasten op het programma Regionale dienstverlening. Onder punt 5 staat de inkopen die niet aantoonbaar Europees zijn aanbesteed. Dit betreft de applicatie Leefomgeving van leverancier Centric Netherlands, waarvan onduidelijk is of die Europees is aanbesteed. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
118
III
Overige onderwerpen
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
119
ODBN Jaarstukken 2025
120
7 Controleverklaring van de accountant
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
121
ODBN Jaarstukken 2025
Papendorpseweg 75-79 3528 BJ UTRECHT T +31 (0)88 236 7000 E audit@flynth.nl www.flynth.nl
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Oordeel Wij hebben de jaarrekening 2025 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord te 's-Hertogenbosch gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van zowel de baten en lasten over 2025 als van het vermogen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord op 31 december 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1. het overzicht van baten en lasten over 2025; 2. de balans per 31 december 2025; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2025; 4. de SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; en 5. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 5 november 2025 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Flynth Audit B.V. is lid van BKR International. Bankrekeningnummer IBAN NL67 RABO 0106 6642 20 - BIC: RABONL2U. Handelsregister 09063021. www.flynth.nl. Dienstverlening vindt plaats onder algemene voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de KvK in Arnhem.
Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 744.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoeging aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 en 3 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve-, SiSa-, of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o ‘Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in het jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit: •
Het jaarverslag waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen.
•
Bijlagen.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten Ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet hebben wij onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiële- verhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa-bijlage).
Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2025 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa.
670011318/JS/0550
2
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen, in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - de Regeling Informatieverstrekking SiSa. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2025, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSaverantwoordingsinformatie 2025 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. Onze controle bestond onder andere uit: •
het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel;
•
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie;
•
het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks en algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het BBV, de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat bij besluit van 5 november 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de Gemeenschappelijke Regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder.
Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden, waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening.
670011318/JS/0550
3
Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de Gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 5 november 2025, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: •
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controleinformatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
•
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de Gemeenschappelijke Regeling;
•
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
•
het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de Gemeenschappelijke Regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de Gemeenschappelijke Regeling;
•
het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
•
het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
670011318/JS/0550
4
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Utrecht, 30 maart 2026 Flynth Audit B.V.
Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:
J.S.
Digitaal ondertekend door Jelle Smit
J. Smit RA
670011318/JS/0550
5
122
IV
Bijlagen
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
123
ODBN Jaarstukken 2025
124
1 Risico inventarisatie
OMSCHRIJVING
125
MAATREGELEN
➔
KARAKTER
RISICO BEDRAG
KANS
IMPACT
Onevenredige stijgende inhuur tarieven
Via contactmanagement worden aan de voorkant afspraken gemaakt over de toegestane indexeringen. Ook communiceren we vooraf welke indexering we acceptabel vinden.
Structureel
€
76.000,00
25%
€
38.000,00
Niet realiseren van opdrachtvolume
We monitoren de realisatie van de opdracht en sturen hierop bij. Sturing op uitgaven van bedrijfsmiddelen.
Structureel
€
682.000,00
50%
€
682.000,00
Niet-toegankelijke ICT-omgeving
- Outsourcing bij professionele partij - Intensieve inzet en scholing op databeveiliging/ informatiebeveiliging zodat kans op beveiligingsprobleem beperkt wordt. - Plan ter beveiliging systemen tegen hacks, virusaanvallen en datalekken
Incidenteel
€
2.270.000,00
5%
€
114.000,00
Eigen risicodrager personeel
Het toepassen van een goed werving en selectiebeleid, het blijven investeren in het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en daarnaast werkt de ODBN met een flexibele schil.
Incidenteel
€
500.000,00
25%
€
125.000,00
Prijsstijgingen
Goede prijsafspraken met leveranciers, monitoren ontwikkelingen
Structureel
€
48.000,00
25%
€
22.000,00
Niet halen declarabiliteit
Monitoren declarabiliteit, Sturen op declarabele uren, Bijsturen
Structureel
€
840.200,00
50%
€
840.000,00
TOTAAL RISICOPROFIEL ODBN OP PEILDATUM
JAARREKENING 2025
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€ 1.821.000
ODBN Jaarstukken 2025
2 Verantwoording Programma Collectieve Taken '25
126
Regionale dienstverlening Programma Collectieve Taken In deze bijlage kijken we terug op de activiteiten die zijn bekostigd vanuit het Programma Collectieve Taken (PCT). Het PCT bestond in 2025 uit vijf deelonderwerpen: vergunningverlening, toezicht & handhaving, specialismen & advisering, datagedreven werken en overige inzet. In de volgende paragrafen is per activiteit de status vermeld en een toelichting gegeven. Voor high-lights van eerder opgeleverde producten, verwijzen we naar de eerste en tweede bestuursrapportage. Vergunningverlening ACTIVITEIT
STATUS
TOELICHTING
2.1
Voorbereiden op vergunning verlening op basis van doelvoorschriften
Afgerond
In 2025 zijn landelijke (o.a. landelijk congres) en provinciale (o.a. project Continu Meten) ontwikkelingen rond doelsturing gevolgd.
Afgerond
Verkenning is uitgevoerd. Daaruit komt voort dat het concept scherp vergunnen binnen de ODBN verder verankerd kan worden. Het concept biedt mogelijkheden om de missie en visie van de ODBN en de doelstellingen uit de UHS te ondersteunen.
Afgerond
Er is een voorstel behandeld om invulling te geven aan het ambtshalve intrekken van vergunningen. Een werkinstructie is opgesteld voor het actief intrekken van vergunningen, wanneer geconstateerd wordt dat geen activiteiten zijn of worden verricht met gebruikmaking van de vergunning.
Afgerond
Door de ODBN is in 2025 een streeftermijn vastgesteld om vergunningen minimaal eens per vijf jaar te beoordelen op actualiteit. Dit vormt onderdeel van de ambitie om te komen tot een werkwijze van geprogrammeerd actualiseren, waarbij periodiek wordt bezien wat de actualisatie opgave is en hoe deze het best kan worden opgepakt.
On hold
Het starten van een concreet project bleek in 2025 nog niet haalbaar, omdat op dit moment de data die nodig zijn om zo'n project tot een succes te maken nog niet beschikbaar zijn.
Afgerond
In 2025 bekleedde de ODBN het ambtelijk voorzitterschap van het Agrarisch Platform, waarin actuele ontwikkelingen in beleid en jurisprudentie gevolgd worden en afstemming plaatsvond over de gevolgen daarvan voor de Brabantse omgevingsdiensten. Ook is kennisuitwisseling met de waterschappen en GGD.
2.3
Verkenning scherper vergunnen
Werkwijze intrekken van vergunningen bij nietgebruik
2.4
Afronding advies en start implementatie werkwijze actualiseren vergunningen
2.5
Verkenning outcome resultaten vergunningverlening
2.6 & 2.7
Deelname aan landelijke overleggen & overige werkzaamheden en vrije ruimte
Toezicht en Handhaving ACTIVITEITNUMMER
3.1
ACTIVITEITNUMMER
2.2
127
3.2
3.3
3.4 & 3.5
3.7b
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ACTIVITEIT
STATUS
TOELICHTING
Vertraagd
De RVO-gegevens dieraantallen zijn begin oktober ontvangen en in het eigen datawarehouse opgeslagen. Vervolgens is er een vergelijking gemaakt tussen de KRD en RVOgegevens. Hierbij is bij een groot aantal adressen geen goede match gevonden om te vergelijken. In afstemming met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten wordt een voorstel gemaakt voor het gebruik van de data en het al dan niet implementeren in het risicomodel.
Afgerond
Behaalde resultaten zijn 3-ledig: 1. Deelname GGH mest De Peel. Data en kennisuitwisseling op zaakniveau. Meerdere gezamenlijke controles met NVWA en/of waterschap uitgevoerd. 2. Voortgang op indirecte lozingen. We hebben een zeer actieve rol in het landelijke en regionale netwerk rondom waterkwaliteit. Er is inzicht in de lokale opgave ten aanzien van de KRW. Er heeft een pilotproject plaatsgevonden in Oss hoe we van gedetecteerde verontreiniging naar de bron kunnen komen. 3. Leegstand bij agrarische bedrijven. We hebben in ons eigen zaaksysteem ingebouwd dat interne signalen van sloop of leegstand bij agrarische bedrijven/stallen direct doorgezet worden naar toezicht voor een te plannen eindcontrole.
Ketentoezicht
Afgerond
De directeuren van de drie Brabantse omgevingsdiensten hebben de ambitie uitgesproken om gezamenlijk te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0. Zij hebben een projectvoorstel goedgekeurd om in 2026 uitvoering te geven aan de doorontwikkeling van de Brabantse ketenaanpak. Van de 5 in 2025 uitgevoerde ketenprojecten, krijgen er 3 een vervolg in 2026, is er één afgerond (asbest: vastgoedhandelaren) en is één project niet uitgevoerd (transportcontrole). De gezamenlijke transportcontrole is een jaarlijks terugkerend project dat eenmalig niet is uitgevoerd door omstandigheden bij de organiserende dienst.
Deelname aan landelijke overleggen & overige werkzaamheden en vrije ruimte
Afgerond
Deelname aan onder meer netwerkdagen RIVM over ZZS.
Afgerond
- Zorgen voor een goed overzicht van de Risicorelevante bedrijven - Organiseren bijeenkomsten toezichthouders ODBN en VRBN voor de planning en kennisuitwisseling (dit jaar maar 1x) - I.s.m. de VRBN voorzitter van het Platform Risicorelevante bedrijven - Zorgen voor de actuele en handvriendelijke formats - Informeren management - Maken jaarplannen
Implementatie RVOgegevens dieraantallen
Verkenning gebiedsgericht toezicht
Risicorelevante bedrijven
ODBN Jaarstukken 2025
128
129
Specialismen en Advisering ACTIVITEITNUMMER
4.1
ACTIVITEIT
Maken van afspraken met bevoegde gezagen over adviesrol ODBN
Datagedreven werken
STATUS
TOELICHTING
Afgerond
Op 2-4-2025 stelde het AB de notitie uitvoeringsgerichte milieuadvisering door de ODBN vast. Daarna is een start gemaakt met een vervolg, waarbij onder meer gesprekken hebben plaatsgevonden met andere diensten en gemeentelijke deelnemers. Ook sloot de ODBN aan bij het nieuwe vakberaad advisering. Dit krijgt een vervolg in 2026. Voor team bodem en team sloop & asbest zijn notities opgeleverd waarin is beschreven hoe de ODBN uitvoering geeft aan de wettelijke taken. Beide notities zijn in een themabijeenkomst gepresenteerd aan het RSP.
4.2
4.4 & 4.5
Ondersteuning bij ontwikkelen en herijken uitvoeringskaders
Deelname aan landelijke overleggen & overige werkzaamheden en vrije ruimte
Afgerond
Voor externe veiligheid is nu een goed overzicht om het Register Externe Veiligheid (REV) up-to-date te hebben. Er zijn regelmatige contacten met de veiligheidsregio (VRBN) en ODNL. Voor energie zijn nieuwe dashboards in concept gereed en is bijgedragen aan twee nieuwe dataproducten van ODNL (zie highlights). Samen met andere Brabantse diensten hebben we onze zorgen over de stapeling van aanstaande wetswijzigingen geagendeerd bij ODNL. We zijn gestart met een ronde langs gemeenten om hen te informeren over nieuwe wettelijke regelingen en de mogelijke rol van de ODBN daarin.
Afgerond
ACTIVITEITNUMMER
ACTIVITEIT
STATUS
TOELICHTING
Afgerond
De datastrategie behelst een plan om het werken met data binnen de ODBN te professionaliseren, om zo onze informatiepositie te versterken. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor een professionele uitvoering van onze VTHA-taken en de realisatie van onze doelstellingen. In september 2025 is de datastrategie als bijlage bij de notitie: Visie op bedrijfsvoering - Ontwikkelingen in het perspectief van VTH(A) uitvoering richting 2030, door het Dagelijks Bestuur vastgesteld.
5.1
Datastrategie
5.2
Onderzoek/advies dataarchitectuur ODBN
Vertraagd
Dit onderzoek en advies, voortvloeiend uit de datastrategie is in de laatste fase. Verwacht wordt dat dit in januari 2026 afgerond kan worden. Ook dit onderzoek is volledig gefinancierd binnen de aangevraagde subsidie.
5.3
Stimuleren innovatieve dataproducten
Afgerond
Door het jaar heen zijn verschillende ideeën voor innovatieve dataproducten gestimuleerd. Dit is een continu proces.
Afgerond
Regionaal, met de 3 Brabantse omgevingsdiensten, is een onderzoek uitgevoerd naar het aansluiten bij een gezamenlijk dataplatform. De conclusie hiervan is opgeleverd aan het 3Directeurenoverleg. Besloten is te wachten tot OmgevingsdienstNL een strategie en voorkeur uitspreekt voor een landelijk platform.
5.3 & 5.4
Deelname aan landelijke overleggen & overige werkzaamheden en vrije ruimte
Van dit budget is beperkt gebruik gemaakt. Deelname aan (landelijke) bijeenkomsten was veelal onderdeel van werkzaamheden genoemd onder 4.2.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2025
3. Verantwoording UHS-doelstellingen
130
Inleiding
Verdere inzet ACTIVITEITNUMMER
6.2
ACTIVITEIT
Thema circulaire economie
STATUS
TOELICHTING
Afgerond
Doorlopend thema. Dit jaar tijdens week van de Circulaire economie aandacht binnen de ODBN geschonken. Daarnaast zijn we (ODZOB, OMWB en ODBN) begonnen met de provinciale opdracht CE.
6.3
Monitoring DIN-analyse
Afgerond
In 2025 is veel aandacht besteed aan het operationaliseren van de organisatiedoelstellingen uit de UHS. Er is een proces voor sturing en monitoring uitgewerkt en er zijn per onderdeel (vergunningverlening, toezicht & handhaving en advisering) managers aangewezen die verantwoordelijk zijn voor de sturing op doelbereik. De verantwoording over de voortgang van de UHSdoelstellingen is opgenomen als bijlage bij de Jaarstukken 2025.
6.4
Programma Collectieve Taken 2026 en Kadernota 2027
Afgerond
Beide stukken zijn voorbereid en opgesteld door I&O. Vastgesteld door het AB op 17 december 2025
6.5
Overige werkzaamheden en vrije ruimte
Afgerond
Evaluatie Projectmatig Werken uitgevoerd
6.6
Kennismakelaar Actuele vraagstukken
Afgerond
De nieuwe ODNL-structuur voor kennisdeling is geïmplementeerd binnen de ODBN: rollen zijn toegekend en ODBN neemt actief deel in landelijke kennisnetwerken. Samenwerking in het landsdeel Brabant is versterkt en daar waar dat meerwaarde heeft werken we ook samen met landsdeel Limburg.
6.7
Advies Bibob
Vertraagd
Informatie is opgehaald door middel van interviews; dit wordt begin 2026 vertaald naar een advies.
Afgerond
Vragenlijst van staat van VTH op tijd aangeleverd. Voorbereidingen getroffen voor de visitatie februari 2026. Dit omvat het opstellen van de zelfevaluatie en alle planning en voorbereiding van de twee bezoekdagen. Voor de zelfevaluatie zijn medewerkers, management, het RSP en externen bevraagd over thema’s, zoals onderlinge samenwerking. In februari 2026 is de ODBN als een van de eerste diensten aan de beurt om voor de tweede keer gevisiteerd te worden.
6.8
6.9
Staat van de VTH en voorbereiding visitatie
Advisering over kwaliteit
131
I&O heeft advies uitgebracht over de datakwaliteit en onderliggende processen waarmee we de kwaliteit van het termijnen dashboard kunnen verbeteren en adviseerde over de te nemen stappen om te komen tot een definitie van kwaliteit en welke stappen moeten worden genomen om te komen tot een team dat verantwoordelijk is voor de kwaliteitsmonitoring van werkzaamheden door onze medewerkers.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Op 26 februari 2025 is door het Algemeen Bestuur de Uitvoerings- en handhavingsstrategie van de ODBN 2025-2028 (UHS) vastgesteld. De UHS is van de deelnemers van de ODBN en dient als strategisch kader voor de uitvoering van de taken door de ODBN. Bij het opstellen van onze werkprogramma's en het programma collectieve taken houden we rekening met de inhoud van de UHS. 2025 was het eerste jaar waarin we werkten in het licht van de doelstellingen die in de UHS zijn opgenomen. In deze bijlage leggen wij verantwoording af over de opgestelde doelstellingen.
Methode Bij elkaar opgeteld zijn er ongeveer 60 losse doelstellingen. Dit is een dermate groot aantal dat hiermee het overzicht en ook de grote lijn uit het zicht raakt. Daarnaast is er ook veel overlap tussen doelstellingen zoals de wens voor risicogerichter werken of adviseren bij het opstellen van nieuw beleid. Daarom is er een clustering gemaakt van de doelstellingen en zijn ze onderverdeeld in overkoepelende thema's behorend bij de VTHA-taken (Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving en Advisering). Deze indeling is ook al zichtbaar gemaakt in het DIN door middel van kleurencodering. Binnen vergunningverlening vallen de thema's actualiteit van vergunningen en het ontwikkelen van voorschriften. Bij toezicht en handhaving gaat het over preventie, ketentoezicht en risicogericht toezicht. Voor advisering ligt de focus in de doelstellingen op beleidsadvisering. Deze thematisering helpt in het maken van een totaaloverzicht en ook bij het zien van overlap in ontwikkelingen tussen verschillende deelgebieden. Met als doel om een overkoepelende agenda te voeren, die zich niet beperkt tot een enkel aandachtsgebied, maar het VTHA-werk als geheel wil verbeteren. Beschreven is telkens de nul-situatie en de gewenste situatie op het overkoepelende thema.
Daarna is beschreven welke voortgang er dit jaar is geboekt op het thema als geheel en daarbij welke losse doelstellingen daarmee ook voortgang hebben geboekt. De losse doelstellingen zijn in tabelvorm onderin per thema opgenomen. Hierin staat vermeld of aan deze doelstelling specifiek is gewerkt, de doelstelling proffeit heeft van de algemene voortgang op het thema, of dat uitvoering gepland staat voor een volgend jaar. De verantwoording vindt nog in grote mate kwalitatief plaats, maar daar waar mogelijk wordt het ook kwantitatief onderbouwd. De wens is om gedurende de komende jaren meer richting kwantitatieve onderbouwing te gaan, waarbij de eerste jaren de basis gelegd gaat worden om dit te kunnen gaan doen. De UHS is begin 2025 vastgesteld en deze methode van monitoring en aansturing is ontwikkeld in 2025 en moet nog volledig ingebed worden in de organisatie. 2026 zal dan ook in het teken staan van inbedding en organisatie rondom de UHS-doelstellingen.
ODBN Jaarstukken 2025
132
133
Vergunningverlening Actuele vergunningen Nul-situatie Conform de U&HS streven wij naar zo actueel mogelijke vergunningen. In de praktijk betekent dit dat wij vergunningen actualiseren in twee gevallen: als de best beschikbare technieken (BBT) wijzigen of als wij erachter komen dat een vergunning verouderd en/of onoverzichtelijk is. Dit kan bijvoorbeeld geconstateerd worden bij behandeling van een aanvraag tot wijziging, of naar aanleiding van een controle in het kader van toezicht. Voor BBT-wijzigingen zorgen wij ervoor dat de hiervoor relevante vergunningen binnen vier jaar geactualiseerd worden. Dit doen we door de betreffende vergunningen te actualiseren op het moment dat deze worden behandeld in het kader van een wijziging, waarna de dan nog resterende vergunningen projectmatig worden geactualiseerd. De werkwijze is geborgd in de organisatie. Voor de tweede categorie (verouderde en/of onoverzichtelijke vergunningen) geldt dat de actualisatie meer ad hoc plaatsvindt. Soms wordt er daarbij voor gekozen om een vergunning nog niet direct te actualiseren, bijvoorbeeld als bij een controle geconstateerd wordt dat een bedrijf al voldoet aan de actuele norm. Hoewel naar verwachting het merendeel van de vergunningen op deze manier periodiek beoordeeld wordt op actualiteit, is er geen zekerheid dat alle vergunningen op actualiteit beoordeeld worden binnen enig noembare termijn.
Er loopt nu een verkenning naar hoe we geprogrammeerd actualiseren voor het volledige vergunningenbestand kunnen vormgeven. Onder actualisatie vallen ook intrekkingen. Intrekkingen op verzoek (van de vergunninghouder of van derden) worden als regulier werk opgepakt. Hier is sprake van een externe activator. Waar het gaat om de ambtshalve intrekkingen (intrekkingen op ons eigen initiatief ) geldt dat dit een meer ad hoc karakter heeft. Er is niet altijd zicht op beschikbare data en een afwegingskader ontbreekt over hoe om te gaan met intrekken, bijvoorbeeld bij niet-gebruik. Vaak komen de intrekkingen voort uit het toezicht. Als een signaal uit het toezicht komt dat een vergunning mogelijk kan worden ingetrokken gebeurt dit niet altijd meteen, omdat als uitgangspunt geldt dat het behandelen van nieuwe aanvragen zo snel mogelijk moet worden opgepakt en dus voor gaat.
Gewenste situatie Het is de wens dat we gaan naar geprogrammeerd actualiseren. Dit betekent dat we elk jaar in de werkprogramma's opnemen hoeveel vergunningen wij gaan beoordelen op actualiteit en daadwerkelijk verwachten te gaan actualiseren (denk bijv. aan het verwerken van BBT-conclusies) en daarvoor ook capaciteit organiseren. Het uiteindelijke doel is dat wij elke vergunning minstens één keer per 5 jaar beoordelen op actualiteit. Deze doelstelling komt in beeld als de basis voor geprogrammeerd actualiseren is gelegd. We gaan meer datagedreven om met intrekkingen. De intrekkingsprocedure wordt gestart voor elke vergunning binnen één jaar na constatering dat deze ingetrokken kan/dient te worden. Als signalen via toezicht of data-analyse binnenkomen wordt hiertoe automatisch een taak aangemaakt tot intrekking. Voor daadwerkelijke intrekking is altijd een constatering van de toezichthouder nodig. Capaciteit vormt geen belemmering meer voor intrekkingen. Voortgang 2025 Voor de actuele vergunningen als geheel is er in 2025 een voorstel behandeld met hierin opgenomen hoe invulling gegeven wordt aan dit onderwerp. Dit betekent in de praktijk dat van elke vergunning minstens eens in de vijf jaar wordt beoordeeld of deze nog actueel is. Dat wil nog niet zeggen dat er ook elke vijf jaar iets wijzigt.
Met deze doelstelling vastgesteld wordt nu de doorwerking gemaakt naar de praktijk hoe we dit ook kunnen gaan waarborgen. In 2026 gaan we geprogrammeerd actualiseren vormgeven om richting 2028 aan de norm te voldoen. Ook voor intrekkingen is een voorstel behandeld om geborgd invulling te geven aan het ambtshalve intrekken van vergunningen. Een werkinstructie is opgesteld voor het actief intrekken van vergunningen wanneer geconstateerd wordt dat geen activiteiten zijn of worden verricht met gebruikmaking van de vergunning. In 2025 zijn er 2 vergunningen geactualiseerd aan de hand van een nieuwe BBT-conclusie. Verder zijn er 18 vergunningen ingetrokken op basis van niet gebruik, 61 op basis van verzoek tot intrekken. THEMA
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
DOELSTELLING
VOORTGANG
Luchtkwaliteit
Actuele vergunningen inclusief best beschikbare technieken
Ja, Algemeen
Indirecte lozingen
(Versnelde) actualisatie vergunningen t.a.v. indirecte lozingen
Gepland 2026
Natura2000
Actief intrekken van vergunningen om latente ruimte te voorkomen
Ja
ODBN Jaarstukken 2025
134
135
Ontwikkeling vergunningsvoorschriften Nul-situatie Bij de vergunningverlening is er aandacht voor ontwikkelingen in voorschriften, maar deze aandacht is nog niet systematisch geborgd. Dit hangt samen met de grote diversiteit aan ontwikkelingen op uiteenlopende thema’s zoals waterkwaliteit, geluid, energie, circulariteit, geur en afval, evenals met verschillen in de wijze waarop de ODBN hierbij betrokken is, variërend van het signaleren en onder de aandacht brengen tot het actief volgen en verkennen van ontwikkelingen. Bij vergunningvoorschriften is ook aandacht voor ontwikkelingen als het concept ‘scherp vergunnen’. In dat kader is vanuit de provincie de opdracht meegegeven om, waar mogelijk, aan de onderkant van de BBT-ruimte te vergunnen. Een belangrijke ontwikkeling ziet op aspecten die raken aan gezondheid. Zowel bij de behandeling van individuele vergunningaanvragen als op overstijgend niveau vindt in voorkomende gevallen afstemming plaats tussen de OD en de GGD. Gewenste situatie Ontwikkelingen rondom voorschriften in de vergunningverlening zijn binnen de organisatie systematisch en overzichtelijk vastgelegd en geborgd. Per ontwikkeling is helder wat de inzet en positie van de ODBN is, waarbij relevante thema’s en nieuwe ontwikkelingen worden gedeeld en besproken in de technische werkoverleggen van vergunningverleners.
Daarbij wordt in het kader van de vergunningverlening ook steeds een bewuste en zorgvuldige afweging gemaakt over de scherpte van de toe te passen normering. Hiermee geven wij invulling aan de maatschappelijke opgave. Voortgang 2025 Deze categorie is nog niet als zodanig opgepakt vanwege de diversiteit in onderliggende doelstellingen. De ontwikkelingen worden nu nog grotendeels ofwel opgenomen in het PCT (programma collectieve taken), ofwel met een losse opdracht ontwikkeld. ZZS is sterk onder de aandacht. Het regionale ZZS-netwerk is zeer actief en ook het landelijk netwerk wordt steeds verder uitgebreid. Momenteel focust dit netwerk zich voornamelijk in het delen van kennis en elkaar op de hoogte houden van nieuwste ontwikkelingen en uitspraken. Binnen afval en circulaire economie (CE) is er veel ontwikkeling belegd bij de werkgroep “afval of niet”. Daarnaast is de provinciale opdracht voor circulaire economie gegeven waarbij we op basis van de IPO-bouwstenenvisie aan de slag zijn gegaan. Hierbij zijn wij kartrekker van kennisopbouw over CE, deze CE-kennis koppelen aan bestaande kennis en uiteindelijk verwerken in ketenprojecten.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
In 2025 zijn er 5 mooie voorbeeldzaken geweest voor scherper vergunnen bij onder andere veevoeder-, papier-, en metaalindustrieën bedrijven. Bij alle zaken zijn vergunningen aangepast waarin bij de voorschriften wordt ingezet op minder gebruik van schadelijke stoffen, minder watergebruik en/of minder luchtemissies. In deze zaken is samenwerking en afstemming met de bedrijven cruciaal om samen tot een gedragen norm te komen. We willen verder uitwerken wat het effect is van scherp vergunnen op de leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door aan te sluiten op de klachtenanalyse voor met name geuroverlast. Dan gebruiken we de toe- of afname van klachten als verandering in de omgeving. THEMA
DOELSTELLING
VOORTGANG
Afval
Meer aandacht voor acceptatie en verwerkingsbeleid bij vergunningverlening en afstemming met toezicht
Ja
ZZS
Aandacht bij vergunningverlening voor gebruik ZZS
Ja
Luchtkwaliteit
Onderzoeken hoe resultaatgericht vergunnen vorm kan krijgen als bijdrage aan het verbeteren van de luchtkwaliteit
Ja
Geluid
In vergunningen opnemen dat er meer geautomatiseerd gemeten moet worden (door initiatiefnemer) tijdens evenementen
Nog te plannen
Energie
Vergunningverlening en milieuadvies bij initiatieven energietransitie
Ja
CE
Opnemen CE als beoordelingscriterium bij vergunningverlening
Ja, in pilotvorm
CE
Leren van pilot team provincie met aantal bedrijven (CE)
Gepland 2026
Drinkwater
Bepalen of en hoe ODBN binnen het huidige kader bijdrage kan leveren aan minder drinkwatergebruik
Gepland 2026
Geur
Door scherper vergunnen zorgen dat er geen overlast ontstaat door bronbestrijding (identificatie geuroverlast veroorzakende processen en afspraken maken ter voorkoming van vrijkomen van overlast veroorzakende geur(gebieden?))
Ja
Indirecte lozingen
In vergunningen van indirecte lozingen naast een norm ook een onderzoeksplicht bij bedrijven opleggen
Nog te plannen
Natura2000
In vergunningsvoorwaarden bij inrichtingen ook afspraken rondom (potentieel effect op) verdroging en vernatting opnemen t.b.v. voorkomen negatief effect op waterkwantiteit (alleen in Natura 2000-gebieden?)
In ontwikkeling
ODBN Jaarstukken 2025
136
137
Toezicht en Handhaving Preventie Nul-situatie Wij zijn behoedzaam om niet op te treden als adviesbureau. Onze primaire taak is het toezicht houden op en handhaven van de wet. Echter, bij nieuwe wetgeving of thema's met bestuurlijke prioriteit is direct handhaven niet de logische eerste optie, maar wil je ondernemers meenemen in wat wenselijk is. Dit doen wij op dit moment themagericht. Gewenste situatie Wij blijven vasthouden aan het standpunt dat we alleen op bestuurlijke actuele en nieuwe thema's werken met voorlichting. Wij kunnen informatie geven via onze website of tijdens speciaal georganiseerde controles. We gaan leren van de nu lopende pilots over hoe we het best informatie bij ondernemers kunnen krijgen zodat zij op de hoogte zijn van de actuele thema's met als doel dat zij zich daaraan gaan houden zonder handhaving. Daarnaast willen we komen tot een preventiestrategie om meer milieuwinst te behalen onder het mom "voorkomen is beter dan bestraffen". Voortgang 2025 In 2025 is een aantal acties opgezet op themaniveau. Zo worden woningkopers in gemeente Oss geïnformeerd over mogelijke aanwezigheid van asbest in hun koopwoning en welke acties zij kunnen ondernemen. Op gebied van circulaire economie en energie delen we actief informatie met (provinciale) bedrijven om hen te stimuleren te kiezen voor duurzamere oplossingen in hun bedrijfsprocessen en energiebesparing.
De teams Bodem en Soortenbescherming hebben bijeenkomsten gehouden met adviesbureaus en andere betrokken partijen om hen te informeren over veranderende wet- en regelgeving en de consequenties daarvan. Situationeel is er ingezet op preventie door contacten te faciliteren tussen klagers en bedrijven bij geuroverlast. In 2025 is een opdracht geformuleerd om in 2026 aan de slag te gaan met het ontwikkelen van een preventiestrategie voor een of twee thema’s, die zich op korte termijn lenen voor een pilottraject. De resultaten daarvan worden in 2027 gebruikt voor het ontwerpen van een preventiestrategie op algemeen niveau.
THEMA
DOELSTELLING
VOORTGANG
Energie
Ontmoedigen van overtreders door toezicht en handhaving
Ja
Sloop
Informeren van eigenaren van te slopen gebouwen over de risico's en verplichtingen
Ja, pilotvorm
Geur
Contacten faciliteren tussen klagers en bedrijven over het oplossen van overlast
Ja
CE
Informeren van doelgroepen (bedrijven) over kansen en verplichtingen
Ja, pilotvorm
CE
Voorlichting over/aandacht voor circulaire economie in gesprekken met bedrijven bij reguliere controles
Nog te plannen
CE
Voorlichting over circulaire economie bij bedrijven in informatiesessies
Ja
Ketentoezicht Nul-situatie Ketentoezicht is de laatste jaren steeds meer opgepakt. We voeren een gezamenlijk proces voor ketentoezicht en handhaving binnen prioritaire ketens. Daarmee treden we gericht en daadkrachtig op tegen slecht naleefgedrag en leveren we in gezamenlijkheid een bijdrage aan de aanpak van milieucriminaliteit. Dit willen we verder intensiveren en professionaliseren. Gewenste situatie Ketentoezicht is een effectieve manier van toezicht waarin niet één bedrijf maar een gehele keten centraal staat. Op deze manier kan worden onderzocht of en waar in een keten er risico's zijn en hiermee handhaving dichter naar de bron te brengen. Wij zien grote meerwaarde in ketentoezicht, dus werken we toe naar een kwalitatief robuuste vorm van ketentoezicht in heel Brabant. Hiervoor voldoen wij met de andere twee Brabantse diensten aan de kwaliteitscriteria 3.0 voor ketentoezicht en draaien we dus ook zelf minimaal zes ketenprojecten waarbij we brede samenwerking zoeken. Daarnaast voeren we naar aanleiding van controles ook zelfstandig ketentoezicht uit, waarbij we andere partijen betrekken indien relevant. Voortgang 2025 In 2025 is het ambitiedocument ketentoezicht vastgesteld door de drie Brabantse directeuren. Dit document vormt de basis voor robuuste uitvoeringen van ketentoezicht in de gehele provincie Brabant.
Vervolgens is er gezamenlijk een opdracht geformuleerd om het ambitiedocument tot uitvoering te brengen. Deze zal in 2026 projectmatig vorm krijgen en in 2027 van start gaan. In 2025 hebben een viertal ketenprojecten plaatsgevonden: lekstroom lithiumbatterijen, vastgoedhandelaren, vezelversterkte grasvelden en kunststof materiaal (polyvlokken) voor paardrijdbakken.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2025
138
139
Het project lekstroom lithiumbatterijen gaat over het verdwijnen van lithiumbatterijen in de keten waardoor er geen toezicht meer op gehouden kan worden. Met dit project zijn we begonnen met het verkrijgen van meer inzicht in waar batterijen heen gaan, bijvoorbeeld bij faillissementen. Aanpak vastgoedhandelaren gaat over het mogelijk bewust uitvoeren van sloopactiviteiten zonder asbestinventarisatierapport. Hierin lag de focus op het in kaart brengen van het naleefgedrag van vastgoedhandelaren. Vezel versterkte grasvelden is een opgezet project naar aanleiding van een vervanging van een veld bij een voetbalorganisatie. Hieruit is gebleken dat het sportveld was bewerkt met kunststofvezels. Na vervanging is de grond elders gebruikt waardoor 3000 kg kunststofvezels op een agrarisch perceel terecht zijn gekomen. Er wordt zo goed mogelijk in kaart gebracht of dit voor meer velden kan gelden. Het laatste project betreft zogeheten polyvlokken. Dit zijn versnipperde kunststofvezels, voornamelijk tapijtsnippers, die worden gebruikt in paardrijdbakken op de bodem. Verder is ten aanzien van ketens in grondstromen in 2025 het bodemplan 'de koers van bodem' vastgesteld en gepresenteerd aan de deelnemers. THEMA
DOELSTELLING
VOORTGANG
Bodem
Meer regie (ketentoezicht) op grondstromen
Ja, algemeen
Afval
Beter zicht op afvalstromen door versterken ketentoezicht
Ja
Afval
Beter zicht op afvalstromen door versterken datagericht toezicht
Ja, algemeen
CE
Vervolg op verkenning van mogelijke/gewenste rol als onderdeel branchethema ketenaanpak
Ja
Risicogericht toezicht Nul-situatie Risicogericht toezicht is een ruim begrip met veel verwachtingen. Het begrip kan worden afgepeld in drie kernelementen: risicogericht programmeren, risicogericht handelen en risicogericht controleren. Risicogericht programmeren gaat over de wijze waarop de controles gepland worden volgens het risicomodel vanuit het werkprogramma. Risicogericht handelen zijn alle nietgeprogrammeerde controles die door het jaar heen binnenkomen en hoe deze vervolgens worden afgehandeld, automatisch, administratief of juist heel intensief. Risicogericht controleren gaat dan weer in op waar je in een controle de focus richt. Dit kan een aspect zijn of juist een integrale controle. Risicogericht programmeren voeren we uit conform ons risicomodel voor industrie en agrarische controles. Het is nog niet mogelijk om deze ook toe te passen op thema's zoals energie en bodem. Hier hanteren we een andere prioritering, ook op basis van risico's. We verwachten dat de ontwikkelingen op het gebied van data en AI ons risicomodel effectiever kunnen maken. Risicogericht handelen verschilt per team. Dit hangt onder andere af van ruimte in het werkprogramma, beschikbare capaciteit en de verschillende risico's per thema.
In het risicogericht controleren wordt momenteel vooral gekozen voor integrale controles, waarbij jaarlijks op thema's via branche- en themaplannen extra aandacht aan specifieke aspecten wordt gegeven. Gewenste situatie Ons doel is dat we risicogericht kunnen programmeren op basis van onze eigen datahuishouding en analyses. We willen ernaartoe dat het gros van de controles die wij doen voortkomen uit het risicomodel. Er moet namelijk ook nog capaciteit inzetbaar zijn voor verzoeken en verplichte controles. Vervolgens kunnen we naast dat onze eigen data en systemen beter op orde zijn om risicogericht te werken, ook toewerken naar meer gebruik van data en signaaldeling met onze ketenpartners als politie, waterschap, NVWA, ILT, etc. Het bij elkaar brengen van deze data kan sterk bijdragen aan betere inzet van mens en middelen ten gunste van de leefomgeving. Als het gaat over risicogericht handelen en controleren willen we de keuzes bewuster nemen en zorgen dat hierin ook de afwegingskeuzes versterkt worden. Daarmee kan ook door middel van beleidskeuzes meer voorkeur gegeven worden aan bepaalde vraag gestuurde opdrachten of bij controles meer aandacht gaan naar dan actueel geprioriteerde thema's. Voortgang 2025 We willen voor het thema risicogericht werken als geheel een volledig beeld krijgen hoe we dit intern doen.
Voor geprogrammeerd toezicht zetten we in op het verbeteren van ons risicomodel, zowel door de onderliggende afwegingen in kaart te brengen als de datakwaliteit te verbeteren.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2025
140
141
Hiervoor is een grootschalige evaluatie voorbereid en gepland voor 2026. Voor risicogericht handelen is het eerst zaak om in kaart te brengen waar en hoe op dit moment de afwegingen worden gemaakt en de daarbij behorende impact. Als laatste is de mate van risicogericht controleren een afweging die we in de dagelijkse praktijk vaak maken, maar weinig in zicht hebben of op kunnen sturen, naast branchegerichte aanpak. Een belangrijk aspect van het risicogericht programmatisch werken is dus de datakwaliteit. In 2025 zijn we begonnen met de eerste onderzoeken naar het gebruik van AI al dan niet in combinatie met RPA. Dit doen we om meer gebruik te kunnen gaan maken van data die we al hebben, door bijvoorbeeld informatie uit vergunningen te ontsluiten. Dit zijn wel onderzoeksprojecten naar de mogelijkheden die AI biedt. De resultaten van deze onderzoeksprojecten zullen uiteindelijk kunnen bijdragen aan het versterken van ons risicogericht werken. Er zijn wel enkele concrete voorbeelden van risicogerichter werken in 2025. Dit gaat dan vooral om individuele projecten waar meer gebruik van data of zelfs nieuwe databronnen worden gebruikt om te prioriteren waar we op controle kunnen gaan voor de hoogste impact. Als eerst is hier het project stofgericht toezicht op indirecte lozingen in Oss te benoemen.
Zoals de naam van het project al aangeeft is dit toezicht op plekken waar naar verwachting een bepaalde stof is gebruikt. De gekozen stof is op basis van metingen in het oppervlaktewater achter een rioolwaterzuivering door het waterschap. De stof komt dus via het riool in het milieu terecht en vormt een acuut probleem. Door middel van metingen in het rioolstelsel hebben we verschillende bronnen achterhaald. Dit is een voorbeeld van hoe samenbrengen van data tot bronopsporing van milieuvervuiling komt. Het tweede concrete voorbeeld is de verdere implementatie van het LHSO-dashboard. De samenwerkingsafspraken tussen toezichthouders en handhavers hebben tot een toename in aantallen zaken die zijn opgepakt met handhaving. Door middel van het dashboard is daarbij inzichtelijk geworden welke zaken geprioriteerd opgepakt diende te worden en over welke aantallen zaken het gaat. Een derde project is het gebruik van de RVO-gegevens over dieraantallen bij agrariërs. In de oktober zijn alle dieraantallen per agrarisch ondernemer aan ons verstrekt onder strikte voorwaarde dat het puur gebruikt mag en kan worden voor het beter prioriteren van toezicht. De gegevens zijn geanalyseerd en nu wordt samen met de twee andere Brabantse diensten gezocht naar de optimale wijze van implementatie in risicogerichte prioritering.
Hiermee zal de uiteindelijke implementatie pas in 2026 verder worden uitgerold.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
THEMA
DOELSTELLING
VOORTGANG
Houtopstanden
Heroverwegen van de vorm van de toezicht-houdende rol t.a.v. houtopstanden
Ja
Bodem
Actief reageren bij eigenaarswissel inrichtingen
Ja, pilotvorm
Bodem
Reageren op data over de kwaliteit van bo-dem/ bodemverontreinigingen als basis voor risicogericht handelen
Ja
Indirecte lozingen
Bepalen van passend niveau (risicogericht) van aandacht vanuit toezicht om meer zicht te krij-gen op indirecte lozingen en te sturen op het effect van die lozingen
Ja, pilotvorm
Indirecte lozingen
Onderzoeken hoe we steekproefsgewijs metin-gen zouden kunnen uitvoeren bij bedrijven (indirecte lozingen)
Ja, pilotvorm
Afval
Bij specifieke branches (bijv. biovergis-ters/verzameling e-waste) geprogrammeerd toezicht gericht inzetten
Ja
Sloop
Grip krijgen op niet-gemelde asbestsloop
Ja, pilotvorm
ZZS
Aandacht bij toezichthouden voor gebruik ZZS
Ja
Geur
Risicogericht toezicht op geuroverlast veroor-zakende inrichtingen/ bronnen
Ja, algemeen
Omgevingsveiligheid
Meer inzetten op toezichthouden op plaatsen waar potentieel risico is
Ja, algemeen
Omgevingsveiligheid
Uitbreiden van risicogericht toezicht
Ja, algemeen
Illegaliteit
Geprogrammeerd (gebiedsgericht) toezicht op mogelijke criminaliteit onder andere in leeg-staande gebouwen
Nog te plannen
Illegaliteit
Op basis van risicosignalen onder andere leeg-staande bedrijven bezoeken
Ja, algemeen
Illegaliteit
Capaciteit reserveren om te kunnen rondrij-den/vrijeveld-toezicht, minder afhankelijk van meldingen/signalen (illegaliteit)
Ja
Energie
Toezicht en handhaving wettelijke verplichtin-gen energiebesparing
Ja
Energie
Toezicht en handhaving rapportageverplichting werkgebonden personen mobiliteit (basistaak)
Ja
Natura2000
Intensiveren actief toezicht houden om actueel beeld te hebben en te houden (natura2000)
Ja
Luchtkwaliteit
Onderzoeken hoe je beter inzicht krijgt in fei-telijke uitstoot door bedrijven en mogelijke alternatieve stoffen
Nog te plannen
ODBN Jaarstukken 2025
142
143
Advisering Beleidsadvisering Nul-situatie Op dit moment geven wij soms advies op verzoek van de deelnemer(s) over beleidsgerelateerde taken. Daarbij zijn er verschillende vormen van samenwerkingen die strekken van het meeschrijven aan beleid, tot aansluiten om mee te denken tot alleen reageren op stukken als ze zo goed als af zijn. Deze adviestaak is volledig vraag gestuurd en de wijze waarop we invulling geven aan deze adviestaak ligt ook niet vast. Vragen over beleidsadvisering komen doorgaans vaak binnen bij de senior specialisten zelf, zonder duidelijke coördinatie. Vervolgens pakken we dergelijke verzoeken alleen op als we hier tijd, ruimte en geld voor hebben. Gewenste situatie De ODBN wil binnen vier jaar naar de situatie dat geen van onze deelnemers (milieu)beleid of omgevingsplanregels vaststelt, zonder dat de ODBN in de gelegenheid is geweest om daarover vooraf te adviseren. Hiervoor wordt jaarlijks capaciteit vrijgemaakt en wordt naar een passende wijze van financiering gezocht. Soms kan onze advisering beperkt zijn, maar op expertises waar we als ODBN veel kennis van hebben, kunnen we ook leidend worden en een (regionale) trekkersrol vervullen om te komen tot uniform nieuw beleid.
Voor de ODBN is het wenselijk dat milieubeleid en (omgevingsplan)regels tot stand komen die uitvoerbaar – waar dat mogelijk is – uniform zijn, waarbij rekening is gehouden met onze inbreng/expertise.
In de tweede helft van 2025 is een start gemaakt met hoe we deze ontwikkeling vorm willen geven. Daarvoor zijn interviews gevoerd met interne sleutelfiguren, andere omgevingsdiensten en met managers/medewerkers van onze deelnemers. Dit krijgt een vervolg in (de eerste helft van) 2026 en zal dan leiden tot vervolgvoorstellen, onder meer over wel of niet deelnemen aan SPRONG en wat er structureel nodig is om de adviestaak kwalitatief goed in te kunnen vullen. Op incidentele basis hebben we in 2025 al concreet invulling gegeven aan onze adviserende taak. Zo heeft team bodem de opdracht opgepakt om, voor 10 gemeenten, te werken aan het vertalen van de Bodemnota naar bodemregels voor de omgevingsplannen. Op verzoek van het regionaal milieuoverleg heeft de ODBN advies uitgebracht over de handreiking externe veiligheid en over de handreiking geur (lijst geurgevoelige objecten). Ook is advies uitgebracht aan een gemeente over geluidbeleid. Ten slotte hebben we ook geadviseerd over nieuw provinciaal beleid, zoals de wijziging van de Omgevingsverordening.
Voortgang 2025 Dit jaar stond in het teken van het uitzoeken wat de wensen zijn van onze deelnemers en het leggen van een basis om verder op te kunnen bouwen. Ook zijn we incidenteel al aan het 'oefenen' met de adviserende taak. De coördinator van team RO is in 2025 aangewezen als eerste aanspreekpunt voor alle nieuwe beleidsvragen. Begin 2025 is de notitie uitvoeringsgerichte milieuadvisering vastgesteld door het AB. Dankzij dit besluit kon de ODBN de ‘rem’ op dit thema eraf halen. We beschreven een ontwikkeling waar het thema uitvoeringsgerichte milieuadvisering, via eerst individuele orders (zoals de opdracht dit jaar om concept-bodembeleid/regels op te stellen), kan gaan uitgroeien naar een structurele vorm van adviseren, inclusief de daarbij behorende budgetten, bemensing en governance.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2025
144
145
THEMA
DOELSTELLING
VOORTGANG
Bodem
In omgevingsplannen afspraken over bodem gaan regelen (beleidsmatig)
Ja
Bodem
Besef 'bodem' bij beleid en handelingen bij werken t.a.v. ruimtelijke inrichting vroegtijdig adresseren
Ja
Bodem
Bijdragen in basisregistratie ondergrond (bo-demkwaliteit)
Ja
Geluid
Adviseren over geluid in omgevingsplannen
Ja, algemeen
Geluid
Opstellen beleidslijn voor rol OD bij (voorko-ming overlast door) laagfrequent geluid
Nog te plannen
Geluid
Adviseren over invoeren norm voor overlast lage tonen/dB.
Nee, nog te plannen
Omgevingsveiligheid
Aan voorkant aan tafel bij het maken van om-gevingsplannen om daarin gewijzigde contou-ren tijdig in te brengen
Ja, algemeen
Omgevingsveiligheid
Meedenken over omgevingsplannen t.a.v. aan-passingen ten gevolge van gewijzigde contou-ren (bijv. bestemmingswijzigingen)
Ja, algemeen
Omgevingsveiligheid
Actueel maken en houden van REV (register externe veiligheid), dat kan leiden tot een wij-ziging van contouren
Ja
Energie
Deelnemers adviseren bij beleidsontwikkeling en omgevingsplannen
Ja, algemeen
Luchtkwaliteit
Intensiveren van de samenwerking met de GGD en gemeenten t.a.v. normering (als grondslag voor het toetsen)
Ja
Indirecte lozingen
Meer aandacht voor ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de vertaling naar het beleid via onze opdrachtgevers
Ja, pilotvorm
ZZS
Agenderen en signaleren van problematiek huidige regelgeving (landelijk)
Ja (via het netwerk)
Geur
Advisering over heldere en werkbare norme-ring geur in omgevingsplannen om ongewenste overlast tegen te gaan.
Ja, pilotvorm
Geur
Anticiperen op nieuwe bepalingsmethoden (bijv. e-nose)
Ja, pilotvorm
Biodiversiteit
Aan de voorkant aanhaken op stoppersregeling zodat al aan de voorkant duidelijk is waar (ver)bouwactiviteiten plaats kunnen vinden
Ja
Biodiversiteit
Gemeenten adviseren over gebiedsgerichte ontheffingen (GAN)
Ja
Natura2000
Signaleren naar rijk en provincie om te komen tot uitvoerbaar beleid en kaders
Ja (via het netwerk)
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2025
146
Vragen over de jaarstukken 2025? Neem gerust contact op met de ODBN
www.ODBN.nl Victorialaan 1 5213 JG ‘s-Hertogenbosch Telefoon: 088 7430 000 E-mail: info@odbn.nl
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst