Notulen raadsvergadering 2026-06-16
Tekst van het document
Als u dat wenst, of als u dat over speciale onderwerpen wenst, dan kunnen we daar best het gesprek over aangaan, maar het is niet iets wat wij gewoon zijn, het is ook niet iets wat wij met elkaar hebben afgesproken, want dat is die reguliere procedure zoals ik hem al een paar keer geschetst heb. De heer ROOVERS: Dat is niet mijn wens, maar dat is de afspraak zoals ik hem lees en zoals die staat in het Handvest Informatievoorziening. En de wethouder leest hem duidelijk anders. Ook als er vergevorderde gesprekken zijn en er zijn duidelijke vragen en er ligt ook een breed aangenomen motie vanuit de raad die duidelijke kaders meegeeft aan het college en vergevorderde ontwikkelingen raken daaraan en er worden meerdere keren vragen over gesteld in debatten, dan kan de wethouder de afweging maken om de raad te informeren. Dat heeft hij niet gedaan en ik hoop dat de wethouder ook begrijpt dat hij daarmee de positie van verschillende raadsfracties, ook raadsfracties die positief staan ten opzichte van opvang in Engelen, ongelofelijk ingewikkeld maakt. Want wij moeten ook aan onze inwoners kunnen uitleggen wat hier gebeurt. En heel eerlijk voorzitter, ik kan dat nu nog niet volledig.
Wethouder SLIKKER: Ik kan u niks anders zeggen dan dat wij hier dezelfde procedure volgens zoals we die bij alle andere azc-locaties ook eerder gevolgd hebben, in het vertrouwen dat de werkwijze die wij met uw raad hebben afgestemd nog steeds opgeld doet. Als uw raad daar anders naar kijkt, en dat hoor ik nu, dan kunnen we daar zeker het gesprek over voeren. Maar één ding is ook een feit, dit college heeft de afgelopen jaren in volle integriteit met de openheid die wij konden verschaffen volgens de procedures zoals we kenden, uw raad altijd volledig en waarheidsgetrouw willen informeren. De heer KAGIE: Stel dat we de procedure aanhouden rondom die wensen en bedenkingen en blijkbaar is er een hiërarchie, dus de wensen-en-bedenkingenprocedure gaat boven dat handvest. Stel dat we dat helemaal volgen, dan kunnen we niet anders stellen dan dat er sinds in ieder geval 16 juni jl. bekend is dat deze locatie in beeld is. En op het moment dat het dan ter sprake komt in een van die commissievergaderingen, dan kunt u twee dingen doen. U kunt zeggen: ik kan daar geen uitspraken over doen, of u kunt zeggen: er zijn geen concrete locaties in beeld.
Dan kunnen we een enorm semantisch spel gaan hebben over wat concreet en beeld betekenen, maar we gaan elkaar hier nu toch niet wijsmaken dat De Beverspijken 2 op 27 oktober of op 4 maart niet concreet in beeld was? Of is concreet in beeld een handtekening? Wat betekent nu concreet in beeld, mijnheer Slikker? Wethouder SLIKKER: Op 27 oktober jl. moest er bijvoorbeeld ook nog akoestisch onderzoek verricht worden, dat ziet u keurig in de Woo-dingen terug, of er daar überhaupt een veilig woon- en leefklimaat gegarandeerd kon worden. En er was nog geen overeenstemming tussen pandeigenaar en COA. Dan is er dus nog geen concreet plan waar ik mededelingen over kan doen. De zoekopdracht naar een amv-locatie voor 75 personen, dat die ergens zou landen in deze stad, daar zijn we vanaf de taakstelling in 2024 en het regioplan in 2024 naar u open over geweest. Mededelen welke locatie dat wordt op welk moment, kan pas echt als dat gezamenlijk bij elkaar is gekomen. De heer KAGIE: Ik concludeer dat het pand natuurlijk wel in beeld was, maar dat u zegt: er was nog geen plan. Maar het pand was wel degelijk in beeld. En u kiest er niet voor en u bent volgens mij een betere spreker dan ik, u kiest er niet voor om te zeggen: ik weet niet hoe de dag van 14
morgen eruitziet raad, ik weet niet hoe grillig het allemaal is in de COA-wereld, er zou zomaar van alles in het vat kunnen zitten. Nee, u zegt letterlijk: er zijn geen concrete locaties in beeld. En daarmee betekent het ook dat u een eventuele informatiebehoefte eigenlijk doodslaat. Want waarom zou ik als raadslid nog op zoek zijn naar informatie als u nu net geruststellend zegt: er is geen concrete locatie in beeld. Dus u kunt wel zeggen: als u informatie wilt leg ik alles op tafel. Maar u heeft hem zojuist doodgeslagen want er is niets in beeld. Waar moet ik naar vragen, naar iets wat er niet is? Wethouder SLIKKER: Een concrete locatie is een locatie waar wij direct uw raad en de omgeving over informeren. Dan ligt er namelijk een plan, dan is er namelijk overeenstemming. Want op het moment dat wij een concrete locatie zouden hebben en wij zouden niet de raad en de inwoners informeren, wat zijn we dan eigenlijk aan het doen? Maar locaties zijn pas concreet als we zeker weten, ook als college, niet eerder krijgen we het ook op de collegetafel op dat moment te liggen, als er overeenstemming is met een pandeigenaar en als we weten dat die ontwikkeling ruimtelijk kan plaatsvinden. De heer KAGIE: We hebben volgens mij een cirkel te pakken. U wilt ons niet informeren want u bent er nog niet, maar het is nog niet concreet want u heeft ons nog niet geïnformeerd.
Dat is een cirkelredenering. Maar goed, ik laat het aan u. De heer VAN HATTEM: Een concreet plan. Ik heb de wethouder van alles horen zeggen, dat er een goed pedagogisch- en leefklimaat moet zijn voor de kinderen die daar opgevangen moet worden. Ik maak me liever druk om de kinderen in het leefklimaat rond Engelen en hun veiligheid daar. Maar het punt dat nu hier voorligt, er is in het pand al van alles vertimmerd door de pandeigenaar. Er zijn al allerlei investeringen gedaan, want die had eigenlijk al een overeenkomst met het COA. Die was er al mee bezig. Als ik dan terugkom op dat memo van 27 februari, en dat is wat mij betreft eigenlijk toch wel het meest leidende stuk waarbij de wethouder ook zelf heeft aangegeven dat het college op de hoogte was, daar wordt gewoon gezegd: er is een locatie De Beverspijken onderzocht nadat deze door de eigenaar aan het COA is aangeboden en deze is geschikt bevonden door het COA en getoetst door de gemeente en positief beoordeeld. Dit is de enige plek die op het oog is vanwege de amv-opgave. Dat is toch vanuit het college gezegd al meteen de meest concrete locatie die je maar kan bedenken volgens alle criteria die de wethouder net zelf heeft voorgelegd? En dan zegt het college: we gaan op 7 april een voorgenomen besluit nemen met betrekking tot een locatie.
En dan blijft toch de vraag: als je dan die concrete locatie hebt, dat er al overeenstemming is met het COA en de pandeigenaar, dat er al investeringen worden gedaan en dat er al allerlei plannen zijn doorlopen over akoestisch onderzoek en noem maar op door de gemeente, en dan nog zeggen: we hebben al een voorgenomen besluit klaarliggen op 7 april, en nog gaan wij de raad niet informeren. Op 27 februari was het al bekend en hier had ik graag toch een reflectie op van de wethouder. Wethouder SLIKKER: Op 27 februari was het absoluut nog niet bekend. Want we hadden dezelfde situatie zoals we in Rosmalen hebben meegemaakt hier ook kunnen meemaken, en de onderhandelingen waren spannend tussen het COA en de pandeigenaar heb ik vernomen, dat de pandeigenaar het gewoon afketste op het allerlaatste moment. Dan is er geen plan, dan hoeven we niet te communiceren naar de inwoners en hebben we wel grote maatschappelijke onrust met elkaar veroorzaakt. Het plan is ook pas echt concreet op het moment dat wij erover kunnen communiceren en dat is pas op het moment dat wij ook zeker weten dat het COA en die pandeigenaar met elkaar vinden: hier zetten wij een handtekening onder.
De heer VAN HATTEM: Het college wist dit zeker, het COA wist dit zeker, de pandeigenaar wist het zeker, anders schrijft het college, deze wethouder zelf niet op dat het pand geschikt bevonden is, getoetst, het is aangeboden, alles staat op een rijtje. En in Rosmalen was de situatie heel anders, want daar wilde de eigenaar van de grond, mevrouw Van der Valk, daar graag gaan bouwen. Die wilde daar woningen gaan ontwikkelen. De VOORZITTER: Geen namen. De heer VAN HATTEM: Die komt uit openbare stukken. Dat zeg ik er maar even bij. De VOORZITTER: Dan nog het zijn namen. 15
De heer VAN HATTEM: Maar ik noem het toch. Want de belangen bij de asielindustrie zijn enorm en zeker bij bepaalde hoteleigenaars. En dan kom ik bij een ander punt, want we hebben eerder gezien, de wethouder zegt: alles wordt allemaal keurig gecommuniceerd. Bij de locatie in Empel, daar is niet gecommuniceerd. Bij de locatie waar de Oekraïneopvang zat, is niet gecommuniceerd dat daar vervolgens asielzoekers kwamen. Nu wordt er weer niet gecommuniceerd. Wij lopen als raad steeds achter de feiten aan en nu is het wat mij betreft de druppel dat wij niet te horen hebben gekregen dat op 27 februari hier al een heel communicatieplan lag, een conceptakkoord compleet voorlag, en dan hoor ik graag hoe deze wethouder, dit college in voltalligheid inclusief de burgemeester deze raad nog langer voor de gek kan houden als ze zo'n stuk, zo'n memo, met die hele planning voor de amv hebben opgesteld, inclusief bekendmaking van het participatietraject, allemaal na de verkiezingen. Wethouder SLIKKER: Hier wordt toch wel een beetje een karikatuur geschetst van wat we hier in 's-Hertogenbosch als college en in opdracht van uw raad vanuit de Spreidingswet met elkaar aan het doen zijn. Kwalitatieve opvang, langjarig, waarbij we uitgebreide procedures doorlopen met uw raad en met de omgeving, omdat we juist ook dat van belang vinden. Bij noodopvang zien we iets anders.
Dan zien we inderdaad dat er op donderdag ergens een aankondiging komt dat er 500 mensen in een sporthal worden gehuisvest op zaterdag, zonder enige inbreng van de omgeving, zonder enige inbreng van een gemeenteraad. Dat is precies wat wij in de gemeente 'sHertogenbosch niet met elkaar willen. Dat is ook ingewikkeld, want dat betekent dus dat we dit soort gesprekken met elkaar hebben. Hoe werken we het op, wanneer informeren we u, daarbij houden we ons vast aan de afspraken die we met u gemaakt hebben. En ik herhaal het nogmaals, sinds 2024 was ook deze taakstelling en manier waarop we hem oplopen bij u bekend. En als we in de toekomst anders willen kijken naar hoe ik u kan bijpraten, kunnen we een aantal keren per jaar met elkaar om tafel om te kijken welke opgave we hebben en welke er nog aankomen, et cetera, uitstekend. Dat doen wij bijzonder graag als college en ook de ambtelijke organisatie. Maar het is niet zo dat we u willens en wetens slecht hebben willen informeren. Sterker nog, dat willen we al twee jaar zeer getrouw doen. De heer VAN HATTEM: Dit is toch nog niet het begin van een antwoord? Ik kan hier wel honderd keer de vraag stellen, maar als de wethouder elke keer met hetzelfde riedeltje komt en dezelfde mantra waar hij de hele tijd mee komt. Ik wil gewoon duidelijkheid hebben.
Als er hier zo'n stuk, zo'n hele planning, die willens en wetens op 27 februari wordt gemaakt en het wordt over de verkiezingen heen getild, dan is dat wat mij betreft gewoon een politieke doodzonde die deze wethouder en daarmee het hele college heeft begaan, want het college heeft gedeelde verantwoordelijkheid. En zoals ik het nu beluister vind ik dat we hier straks wel consequenties aan moeten verbinden. Wat mij betreft komt de wethouder hier niet mee weg. Ik wil hem toch nog wel een andere vraag stellen die ik daarstraks gesteld heb. We hebben de samenloop gezien rond wat hij zelf aangaf, die 75 amv'ers die hij wilde vestigen waarbij ook Zuid in beeld kwam, dus ook de locatie Poeldonk, het Kruithoornterrein en Mövenpick. En dan hoor ik toch graag van de wethouder of hij bereid is om heel deze samenloop duidelijk in beeld te brengen en alle documenten vrij te geven die hiermee samenhangen en alle documenten die nog niet bekend zijn rond de locatie in Engelen, want als ik naar dit stuk kijk, dan mis ik de correspondentie die vanuit de gemeente richting het COA is gestuurd. Dat zijn vaak eenzijdige documenten, er zijn overlegtafels, er zijn complextafels, agendatafels, dus ik hoor graag of de wethouder deze correspondentie op tafel wil leggen, want wat mij betreft is er op dit moment een vertrouwensprobleem.
Wethouder SLIKKER: Uw raad heeft uiteraard het recht om alle stukken in te zien, net zoals iedereen die ze via de Woo opvraagt ze ook altijd keurig krijgt. Dat is uiteraard wat we doen. Uw andere vraag blijft natuurlijk de vraag over vertrouwen. Vindt u dat wij u te goeder trouw hebben geïnformeerd? We hebben vanaf de taakstelling, de locatiekeuze et cetera, dat allemaal op de juiste manier willen doen. Als uw raad zegt: wij willen over toekomstige locaties, ook als er nog geen overeenstemming over is, eerder geïnformeerd worden in wat voor setting dan ook, is dat een gesprek dat we moeten voeren, maar dat is niet iets wat wij met elkaar gewoon zijn in dit huis en ook niet conform procedures. De heer SCHUURMANS: Door een collega is zojuist best een insinuatie gemaakt die niet duidelijk naar voren is gebracht, dus daarom willen wij hem als Bossche VVD wel kritisch stellen met elkaar. Uit de stukken blijkt dat het COA suggereert om het nieuws bijvoorbeeld na de verkiezingen 16
naar buiten te brengen en zojuist ging het er al over of dat een 'bewustje' was of niet, in het proces daarnaartoe. En dat is op zijn zachtst gezegd zeer onfortuinlijk. De Bossche VVD vraagt zich dan ook zeer kritisch af: we kunnen er hopelijk van uitgaan dat hier vanuit het college niet bewust op is gestuurd, ook in het voorbereidend proces. Kan de wethouder dit bevestigen? Met andere woorden, stel dat de handtekening er eind februari was, was de wethouder dan ook voor de verkiezingen hiermee naar buiten gekomen? Wethouder SLIKKER: Dat is eigenlijk het antwoord dat ik op de heer Van Creij net al gaf. Wij gaan niet over de bewoordingen van het COA. Waar wij over gaan is als er een verzoek bij ons wordt ingediend, beoordelen we dat en dan komen we zo snel mogelijk naar buiten. Dus inderdaad, als half januari, half februari het COA en de pandeigenaar overeenstemming hadden bereikt, alle andere onderzoeken die nodig waren, gereed waren en proof, dan hadden we ook op dat moment het besluit in het college genomen en twee, drie dagen later ook weer gewoon de omgeving en uw raad geïnformeerd. Uiteraard. De heer SCHUURMANS: Er werd zojuist door collega Van Hattem ook gerefereerd aan het participatieproces waarin al vooruit werd gekeken naar bijvoorbeeld dus ook na de verkiezingen.
Kan ik daaruit concluderen dat dat dus ook niet uit de koker van het college komt? Wethouder SLIKKER: Het moment waarop het COA bij ons het verzoek doet, is aan het COA en niet aan het college en daar sturen wij uiteraard ook totaal niet op. Mevrouw LIPMAN: Dank voor de beantwoording zover. Dan heb ik nog een aantal vragen, ik hoor een aantal woorden en het is me nog steeds niet helemaal duidelijk wat het nu precies betekent. We hebben het bijvoorbeeld over een concreet plan, er was nog geen overeenstemming tussen eigenaar en COA, maar wat betekent dat concrete plan nu precies? Het is al eerder gezegd, maar kan de wethouder in zijn eigen woorden omschrijven wanneer is er nu sprake van zo'n concreet plan? Wethouder SLIKKER: Een concreet plan is een plan waar wij in het college een besluit over kunnen nemen. Dat betekent dat er zicht moet zijn op een locatie die geschikt is, in dit geval voor opvang, waar het COA de initiatiefnemer van wil zijn en waar er overeenstemming moet zijn met de eigenaar. Pas dan hebben we een plan waarover we kunnen communiceren, waarover we een besluit kunnen nemen dat we er medewerking aan willen verlenen en over communiceren met inwoners en met uw raad. Mevrouw LIPMAN: Ik begrijp inderdaad overeenstemming tussen eigenaar en COA. Als ik de stukken lees, dan lijkt er al een overeenstemming te zijn geweest.
De pandeigenaar heeft het in principe aangeboden, zo staat het ook in de stukken van het COA, dat die zegt: dit pand vinden wij geschikt. Was er dan een voorlopige overeenkomst tussen het COA en de pandeigenaar? Wethouder SLIKKER: Bij mijn weten niet, maar nogmaals, daar bemoeien wij ons als college ook niet mee. Dat is een zaak tussen de pandeigenaar en de initiatiefnemer, in dit geval het COA. Pas op het moment dat die overeenstemming hebben bereikt en mijn nieuws was dat dat tot ongeveer de dag van tevoren nog bijzonder spannend was, pas dan komen ze met een verzoek tot ons en agenderen wij het bij het college en vervolgens de procedure zoals ik u schetste. Mevrouw LIPMAN: Zouden wij dan de informatie kunnen…, want mij werd uit het Wooonderzoek in ieder geval niet duidelijk wanneer die overeenstemming tussen COA en pandeigenaar gedeeld werd met de gemeente. Wethouder SLIKKER: Als het goed is, zit dat wel bij de Woo-gegevens, dat is 3 april. Mevrouw HENDRICKX: Ik ga even aan op de vraag van mijn collega van het CDA over wanneer er dan sprake is van een plan, want dat is natuurlijk wat heel cruciaal is in dit hele verhaal. Wij hebben die meer dan 200 pagina's bij de Woo doorgevlooid en wij komen daar tegen dat het college op 25 juni 2025 heeft besloten om mee te werken aan het beschikbaar stellen van die locatie De Beverspijken.
En als u net zegt in een reactie op het CDA: als er een collegebesluit is, is er sprake van een plan. Dan zou toch die 25 juni 2025 het moment moeten zijn voor wethouder Slikker om naar de raad te komen en te zeggen: het college heeft besloten, we gaan meewerken aan een 17
plan. Ik kom naar u toe. Wethouder SLIKKER: Maar dat pand is helemaal niet van ons, dus wij kunnen dat pand helemaal niet beschikbaar stellen. Ik begrijp in dezen oprecht uw vraag niet. Mevrouw HENDRICKX: Oké, laat ik hem iets anders formuleren. Op 25 juni 2025 heeft het college in een collegevergadering aangegeven mee te willen werken aan het mogelijk maken van de opvang op De Beverspijken. Dat is binnen het college besproken. Als u zegt in reactie op het CDA: op het moment dat het college een besluit neemt over de locatie, dan is er sprake van actief meewerken, dan is er een plan. Waarom heeft u toen niet het moment gekozen. U zegt net: dat is voor mij het moment. Waarom heeft u dat moment dan niet gekozen? Want dat zou dan een heel logisch moment zijn, dat heb ik ook in mijn rijtje staan, om de raad te informeren? Wethouder SLIKKER: Op de complextafel komen alle verzoeken uit de stad waar ruimtelijke ontwikkeling op plaatsvindt. Dat zijn er vele, dat zijn er honderden, die erop liggen. Die worden getoetst. Is het een plan waarvan we denken: dit past, is dit een plan waarvan we denken: dit past absoluut niet, of is dit een plan waarvan we denken: dit zou kunnen passen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Het verzoek van het COA om te kijken naar deze locatie behoorde in de laatste categorie. Het zou wellicht kunnen, maar er moeten nog een boel dingen gebeuren.
Geluid, akoestisch onderzoek et cetera. Daar moest allemaal nog onderzoek naar verricht worden. En er is overeenstemming nodig tussen pandeigenaar en het COA. Dat alles was er nog niet, dus het is puur verkenning, zou er wellicht wat kunnen op die locatie? Mevrouw HENDRICKX: Een vervolgvraag, we zijn al lang met elkaar in gesprek, de hele discussie gaat natuurlijk over het feit: wanneer hebben we een plan? Wanneer is het in beeld en wanneer niet? En de wethouder zegt: wanneer is iets voor mij echt als wethouder een belangrijke majeure stap? Dan is dat een besluit van het college. En nu begint u in uw reactie een heel betoog over allerlei tafels, ik weet het allemaal niet, maar u zegt nu net zelf: dat is voor mij een moment, dat vind ik logisch, dan kom ik naar de raad. Maar nog een keer de vraag en misschien kunt u die kort beantwoorden. Waarom heeft u toen het college medewerking ging verlenen aan De Beverspijken 2, ook al moesten er nog wat onderzoeken gebeuren en dat snap ik, toen niet gewoon tegen de raad gezegd: ik vind het eigenlijk wel een goede locatie, we hebben als college besloten, het is nu aan de raad en het zou kunnen dat het niet doorgaat want er komen nog allerlei milieuonderzoeken, maar ik ben er wel mee bezig, in het licht van de discussies die wij continu aan het voeren zijn in deze raad over de opvang van asielzoekers.
Dat zou toch een logisch moment zijn? Wethouder SLIKKER: Omdat de route die wij met uw raad hebben afgesproken precies een andere is, namelijk een locatie is pas concreet op het moment dat er ook overeenstemming is, de locatie geschikt is. Dat wisten wij in juni 2025 nog absoluut niet. Dat was uiteindelijk pas op 3 april van dit jaar. En ook geen dag eerder. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de interpellant. Hebben wij nog behoefte aan een termijn of wilt u een schorsing? Wat is de insteek? U hebt de wethouder gehoord. De heer KAGIE: Wat mij betreft schorsen we eerst even, maar er is denk ik nog wel behoefte aan een eerste termijn. Schorsing De VOORZITTER: Even voor de helderheid, ik ga wat strakker op de interrupties zitten. Het is maximaal dertig seconden. Is het meer dan dertig seconden, dan tel ik er meer. De heer KAGIE: Ik kan het kort houden. We kunnen nog lang doordebatteren welke procedure we hiërarchisch vinden dat we moeten volgen, de wensen en bedenkingen, of dat we ons moeten houden aan het Handvest Informatievoorziening. Ik vrees dat we daar met de wethouder niet uitkomen. Maar stel, we volgen 100% de procedure van de heer Slikker. Ook dan is het niet nodig om in commissieverband de hele boel plat en dood te slaan door of gerust te stellen of de keiharde uitspraak te doen: er zijn geen concrete locaties in beeld.
Het is totaal overbodig en dat is een luxe die je je niet kunt permitteren als er wel zaken in beeld zijn. 18
De heer BOS: Volgens mij heeft de wethouder zojuist ook toegelicht dat die uitspraak gedaan was in de context van nieuwe indicatieve cijfers. Hoe reflecteert de heer Kagie daarop? De heer KAGIE: Nou kijk, ik heb de context van dat debat ook gezien en ik zie ook dat de heer Van Hattem begon over de calculatie, dat we eventueel van 600 naar 809 zouden springen en dat hij die vrees had. Dan kun je een paar dingen doen. Dan kun je zeggen: er zit in het vat dat we naar 650 plekken gaan. Ik zou daar al eerlijk over zijn, en dat je niet daarna zegt, ja, Bossche spoedzoekers, daar zou ik gewoon al eerlijk over zijn, dat is gewoon een kleinigheid. Maar wat het allerbelangrijkste is dat je jezelf niet de luxe permitteert om een korte opsomming te maken van de bestaande afspraken, namelijk Pettelaarpark, Kruithoorn en dadelijk in de toekomst een kwalitatieve opvang op de Groot-Meerendonk. Het komt er allemaal heel makkelijk uit. Dat is een opsomming. Er is op dit moment geen enkele wens noch gedachte, ik parafraseer, om daarvan af te wijken. Ik kan u geruststellen. Oftewel, als het over aantallen gaat, waarom haal je dan je bestaande afspraken op je bestaande locaties erbij om vervolgens deze zin te gebruiken? Dan ben ik mijn nieuwsgierigheid naar een andere locatie weer kwijt als raadslid, dan heb ik geen informatiepositie meer.
De heer BOS: Volgens mij hoor ik daar een wethouder op reflecteren. Dat in dat debat van 4 maart een bijzin is weggevallen die misschien wel handig was. Tegelijkertijd is er ook een heel feitenrelaas gekomen over wanneer we als raad zijn geïnformeerd, dat de opgave van 600 altijd bleef staan en dat in die opgave altijd nog de ruimte gezocht moest worden naar een locatie voor jongeren. Dan is de vraag: gaan we dan die bijzin vergroten, dat we die noodzakelijk hadden geacht om vertrouwen in de wethouder te houden? De heer KAGIE: Als de verantwoordelijkheid waar de heer Slikker het over heeft in dit dossier, in asielopvang, zo zwaar is en als we daar zo delicaat mee om moeten gaan, dan doen woorden er dus blijkbaar toe. Dan doet het er dus toe dat op het moment dat er over aantallen gesproken wordt, je niet even gas geeft, ja, ik heb mijn drie locaties al, er gaat niets gebeuren. Dat is onnodig, sterker nog, het klopte niet. Het was een leugen. Mevrouw HENDRICKX: Een vraag aan de heer Kagie, ik heb hier de intentieovereenkomst van het COA die is getekend en daar staat in, en dat is mijn vraag aan u, de gemeente voornemens is met inbegrip van de eerdergenoemde alleenstaande minderjarige vreemdelingen 600 personen in allerlei opzichten urgente woningzoekenden en toekomstbestendig op te vangen en partijen zich gezamenlijk inspannen die opvangplekken te realiseren.
Dat is inclusief de alleenstaande minderjarige vreemdelingen, 600 personen. Laat mij duidelijk zijn, ik heb niets tegen vluchtelingen. Daar wil ik het debat niet over hebben, maar ik wil wel bij de feiten blijven. Klopt het dat in de intentieovereenkomst alleen gesproken wordt over die 600 en niet over plus nog iets extra's? De heer KAGIE: Zo lees ik de intentieovereenkomst ook. Sterker nog, er staat 70 amv'ers, daar wordt een zoektocht naar gedaan en ik ging er helemaal van uit dat het in het vierkant van die 600 gebeurt. Let op, daar wordt geen woord over gerept in het schrijven naar ons toe. Dus er wordt dan van ons verwacht dat we in de intentieovereenkomst gaan zitten grasduinen, maar we gaan even niet in die brief expliciteren dat we op zoek gaan naar 70 amv'ers. Laat staan dat het op een andere locatie zou gebeuren. De heer ELDERS: Ik hoor de heer Kagie zeggen: een keiharde leugen. Dat is een van de zwaarste uitspraken die je kunt doen over een lid van het college, want daar zeg je de facto het vertrouwen eigenlijk al mee op.
Ik vraag de heer Kagie, er is natuurlijk op 4 maart een motie behandeld van de PVV, en excuus voorzitter, het duurt misschien iets langer dan dertig seconden want het is toch een heel belangrijke vraag, maar het ging over indicatieve cijfers en toen heeft de wethouder gezegd: mijn antwoord naar de minister zou zijn: wij doen al heel veel op deze plekken. Dan kunt u toch niet nu al klip-en-klaar zeggen: dit was een leugen, hij heeft bewust iets achtergehouden? De heer KAGIE: Ik vind het belangrijk om te benoemen dat op het moment dat hier een ervaren portefeuillehouder staat, die zegt in een discussie met de heer Van Hattem over aantallen, die initieel over aantallen begon, en dan zich de vrijheid permitteert om zijn eigen locatie erbij te halen en dan de zin zegt: ik kan u geruststellen. Dat vind ik zo'n onnodige ruimte pakken, terwijl je weet, mind you, de dag daarop wordt er akkoord gegeven om van tien naar vijftien jaar te gaan op de locatie amv. Dan ben je wat mij betreft veel te betrokken, je veel te bewust van het dossier, om 19
deze woorden te spreken. En dan zeg je bewust de verkeerde woorden ten opzichte van de realiteit en dat is in de Van Dale een leugen. De heer ELDERS: Ik kan best nog een eind met de heer Kagie meegaan, bijvoorbeeld dat je niet naar informatie kan vragen als je daar niet van weet. Maar het gaat er hier wel om dat de heer Slikker ook duidelijk heeft aangegeven: ik had daar een komma moeten zetten, ik had daar een ander verhaal moeten vertellen, die boodschap moeten aanvullen, maar je zit in de context van dat moment, een motie, één minuut waarin je een reactie mag geven, de voorzitter is streng. Vindt u het dan niet veel te zwaar om te zeggen: er is sprake geweest van een leugen? De heer KAGIE: En als we het dan toch over context hebben, dan wil ik ook kijken naar de grotere context van het dossier en dan kijk ik ook terug naar de eerdere behandelingen rondom asiel en dan vind ik dezelfde ruimte pakken om te zeggen op het moment dat de heer Van Hattem zich zorgen maakt over een locatie in een schoolgebouw in Empel rondom amv'ers en je weet dat dit al zo ver is, dan zeg je ook, zonder te blozen: er is geen concrete locatie in beeld. En dat is om u voor te leggen het gemak waarmee er iets anders wordt gezegd dan de heer Slikker weet. De VOORZITTER: Gaat u verder. De heer KAGIE: Ik denk dat ik duidelijk ben geweest.
Mevrouw HENDRICKX: Onze fractie heeft al meerdere malen haar zorgen geuit over de wijze waarop het college omgaat met de actieve informatieplicht. Het tijdig en correct informeren van de raad is niet nieuw in dit huis. Het is eerder uitvoerig besproken. Onder andere bij de dossiers rondom het Theater aan de Parade, de Afvalstoffendienst en de discussie rondom de veilige werkomgeving en integriteitsmeldingen. Naar aanleiding van die laatste kwestie heeft de raad op 24 oktober 2023 een motie aangenomen op initiatief van de PvdA, om samen met de gemeenteraad het Handvest Informatievoorziening eens kritisch te herijken en waar nodig aan te scherpen. De kern is helder. De raad moet op tijd beschikken over de juiste en relevante informatie om haar controlerende taak goed uit te kunnen oefenen, zeker bij gevoelige ontwikkelingen. Het handvest is inmiddels geëvalueerd en de conclusie was duidelijk, gemaakte afspraken zijn toereikend en blijven onverkort van kracht. En wat staat er nu eigenlijk in dat handvest actieve informatieplicht? Dat het college verplicht is de raad actief te informeren, zeker bij ontwikkelingen die bestuurlijke risico's met zich meebrengen of waarbij maatschappelijke onrust of ophef te verwachten is. Ook moet de raad geïnformeerd worden over de voortgang van aangenomen moties wanneer de uitvoering daarvan afwijkt.
Ik neem u weer mee naar de motie die we hebben aangenomen rondom de vluchtelingenopvang. Het handvest is dus glashelder en juist daarom is onze verbazing groot dat de raad in dit dossier op cruciale momenten niet is geïnformeerd. Niet op 3 oktober 2024, toen duidelijk werd dat het COA de locatie De Beverspijken in beeld had als opvang voor amv'ers. Niet op 25 juni 2025, toen het college besloot te willen meewerken aan het beschikbaar stellen van deze locatie voor de opvang van amv'ers. Niet in december 2025, toen uit onderzoek bleek dat de locatie De Beverspijken aan de gestelde eisen voldeed. En niet op 27 februari 2026, toen het college intern tot de conclusie kwam dat het de locatie De Beverspijken moest gaan worden. Het niet of het niet op tijd informeren is geen incident in deze raad maar een patroon en daar komt bij dat de raad op cruciale momenten onjuist is geïnformeerd. De heer BOS: Ik heb een citaat voor mevrouw Hendrickx met de vraag uit welk document het komt. Wij geloven in een constructieve gemeenteraad waarin niet wordt gedacht en gehandeld vanuit vaste tegenstelling tussen oppositie en coalitie. Uit welk document komt dit citaat? Mevrouw HENDRICKX: Gaan we nu een soort quizvraag doen? Ik heb geen idee. De heer BOS: Dit is het voorwaard van het verkiezingsprogramma van De Bossche Groenen.
Met het idee van die constructieve houding, kan ze reflecteren op haar uitspraak in het Brabants Dagblad van vanochtend? Deed het antwoord van de wethouder van vandaag ertoe voor uw meningsvorming? Mevrouw HENDRICKX: Laten we dit alstublieft niet doen. Een zin uit het verkiezingsprogramma zegt natuurlijk helemaal niets over de controlerende en kaderstellende verantwoordelijkheid die we met elkaar hebben en over het Handvest Informatievoorziening dat hierbij gewoon met voeten is getreden. En dat is wat we met zijn allen moeten doen, controleren of 20
wat het college doet in lijn is met de gemaakte afspraken. Dat is alles wat ik doe en dat is alles wat we in deze raad moeten doen. En ik zou het eigenlijk ook aan PRO willen vragen, kijk nu eens kritisch naar wat er voorligt en dan hoor ik graag een reflectie van PRO hierop. De heer BOS: Volgens mij deed het debat er voor mevrouw Hendrickx vandaag niet toe, want zij had vanochtend haar uitspraak al klaar in de krant. De vraag is, als het gaat om een constructieve houding, kunnen we dan ook luisteren naar het debat, van mening met elkaar wisselen en uiteindelijk tot een oordeel komen, of hebben wij het oordeel aan het begin van het debat al klaar? Mevrouw HENDRICKX: Ik begrijp echt werkelijk niet waar u het over heeft. Ik ben gebeld door een journalist, ik heb aangegeven dat ik vervelend verrast ben door het feit dat door een Wooverzoek opgevraagd door onze inwoners ik moet lezen dat het college al veel eerder dan we als raad wisten bezig was met het realiseren van een locatie, door collega's op verschillende momenten daar bij de portefeuillehouder om duidelijkheid is gevraagd, die duidelijkheid niet is geboden, die eerlijkheid op dat moment niet is getoond, we niet zijn meegenomen. En daar gaat dit debat over. Dat heeft helemaal niets te maken met een soort persoonlijke kwestie. Ik vind dat het onze rol is als raad, zeker bij dat soort gevoelige kwesties.
En daarom refereer ik ook aan het handvest en daar hoor ik graag straks een reactie van u op. In het handvest staat gewoon dat we bij dit soort gevoelige onderwerpen gewoon actief als raad betrokken moeten worden. En ik ben teleurgesteld in het college dat het de raad gewoon niet in positie heeft gebracht terwijl dat wel had moeten gebeuren. Daar gaat het debat vanavond over wat mij betreft. Voorzitter, daarbij komt dat de raad bij cruciale momenten onjuist is geïnformeerd. Zo stelde wethouder Slikker op 4 maart 2026 bij de behandeling van een motie Geen extra opvang asielzoekers, dat er geen enkele behoefte noch wens was om naar andere locaties te kijken en dat hij de raad op dit punt kon geruststellen. Ook op 27 oktober 2025 gaf hij in de commissie Bestuur op vragen van de heer Van Hattem over mogelijke opvanglocaties in Empel aan dat er geen andere locaties dan de Meerendonk in beeld waren en dat hij de raad zou informeren op het moment dat dat wel het geval zou zijn. Hij zou terugkomen bij de raad. Terwijl die uitspraken werden gedaan was er achter de schermen wel degelijk beweging en dat schuurt. Dat raakt het vertrouwen. Laat ik helder zijn. Onze fractie heeft op 4 oktober jl.
met overtuiging de motie Humane opvang voor vluchtelingen mede ingediend en wij vinden het vanuit medemenselijkheid onze verantwoordelijkheid om opvang te bieden aan mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Maar juist omdat het zo'n gevoelig en ingrijpend dossier is, moet het proces zorgvuldig, transparant en controleerbaar zijn en daar is het misgegaan. Het college heeft zich niet gehouden aan gemaakte afspraken met de raad, want waarom is de raad niet geïnformeerd, juist op die momenten dat het wel moest. Het beeld dat nu ontstaat is dat het college zijn eigen koers heeft gevaren, de raad onvoldoende heeft betrokken en inwoners niet serieus heeft meegenomen, en dat beeld wordt versterkt doordat de bestuursovereenkomst voor de opvanglocatie aan De Beverspijken op 9 april al is ondertekend, terwijl de procedure van wensen en bedenkingen nog moet plaatsvinden. En daarmee dreigt de procedure een formaliteit te worden. Uiteindelijk zijn er maar drie verliezers, de raad, de inwoners en de vluchtelingen zelf. De inwoners hebben recht op een open en transparante procedure. De raad heeft recht op volledige informatie om zijn werk te kunnen doen. En dat zijn geen vrijblijvende uitgangspunten of een goed gesprek. Wij constateren dat hier fouten zijn gemaakt en daarom vragen we aan het college, aan de wethouder, om een duidelijke en eerlijke reflectie.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren en hoe gaat het college dat herstellen? Tot slot, opvang vraagt om zorgvuldigheid en draagvlak, juist voor de mensen die er direct mee te maken krijgen en juist daarom moet het proces boven elke twijfel verheven zijn. En dat was hier niet het geval. De heer ELDERS: Eén vraag, want het is ook wel bepalend voor de loop van dit debat. Mevrouw Hendrickx vraagt: wat kan het college doen om het vertrouwen te herstellen? Wat heeft mevrouw Hendrickx daarvoor nodig? Mevrouw HENDRICKX: Op de eerste plaats reflectie. Ik heb de portefeuillehouder hier net een heel betoog horen afsteken. Ik heb tot drie keer toe geïnterrumpeerd op het handvest actieve informatieplicht en ik vind het heel zorgelijk, laat ik dat maar meteen op tafel leggen, dat de portefeuillehouder vindt dat hij zich niet aan het handvest hoeft te houden, omdat het hier nu eenmaal gaat over een wensen-en-bedenkingenprocedure, en dat we hier misschien wel een keer een gesprek over kunnen voeren. En dan zeg ik: nee, we hebben hier gewoon heel harde afspraken, juist omdat dit soort processen transparant, open en controleerbaar moet zijn, voor ons maar ook voor de inwoners van de stad. En u bent van D66, en ik kan me niet anders voorstellen dan dat u dat ook belangrijk vindt. 21
De heer ELDERS: Ik stel ook een open vraag, het is ook niet bedoeld als kritiek, ik probeer oprecht te kijken hoe we ook een beetje nader tot elkaar kunnen komen. Ik hoor de heer Slikker namelijk wel degelijk een reflectie geven. Ik hoor alleen een tegenstelling. U benoemt het handvest en de wethouder heeft het over de procedures die gelden voor dit soort ruimtelijk inpassing en dat hij daar gewoon de weg in heeft gevolgd. Dus dan vraag ik aan u: waar kunnen die twee elkaar ontmoeten? Mevrouw HENDRICKX: Ik probeer het nog één keer uit te leggen zoals het in elkaar zit want ik heb natuurlijk ook mijn huiswerk gedaan. Ik heb me natuurlijk ook laten informeren, intern, door allerlei mensen die zeggen: dat handvest actieve informatieplicht, hoe kan ik dat nu plakken op dit asieldossier? Klopt het nu dat de wethouder deze stappen kan zetten of niet? Ik haal mijn informatie aan de voorkant op en ik kan u vertellen dat ik bevestigd ben in het beeld dat het handvest actieve informatieplicht ook gewoon geldt voor dit soort procedures. Daarom vind ik het des te zorgelijker, ook in het licht van de discussie die we twee jaar geleden hebben gehad met hetzelfde college, en er een motie is aangenomen, en nog een keer tegen het college is gezegd: houd je nu aan die afspraken, dat de wethouder gewoon zegt: dat geldt voor mij niet. Het is een ander soort traject, asielzoekersprocedures.
Dat is gewoon onzin, dat is gewoon lariekoek. En daar maak ik me echt serieus, en dan kijk ik u allemaal aan, heel erg veel zorgen over en dat zou u allemaal ook moeten doen, want wat betekent dat voor de toekomst? De heer VAN HATTEM: Het is een beetje de vraag die straks gesteld wordt of die gesteld mocht worden of de wethouder leugens verkoopt. Maar ik zou de vraag ook anders willen stellen. Spreekt de wethouder de waarheid? Want dat is eigenlijk wat we bij een interpellatiedebat boven tafel moeten krijgen, het verkrijgen van inlichtingen van het college. En ik heb het gevoel dat wij eigenlijk onvoldoende inlichtingen van het college krijgen. We krijgen geen daadwerkelijke informatie, we zien alleen maar een afwerende beweging vanuit het college, recht praten wat eigenlijk niet recht te praten is. En dan vraag ik me toch af: heeft het college, heeft deze wethouder de raad misleid? Bijvoorbeeld zoals net al terecht is aangehaald, op 24 oktober over de discussie rond een mogelijke amv-locatie in Empel, en op 4 maart, waarbij de wethouder eigenlijk gewoon zei: er is geen concrete locatie in beeld, terwijl er al allerlei onderzoeken, akoestische rapporten, overleggen plaatsvonden, noem maar op. En dan vind ik wel, als hij dan zegt: er is geen concrete locatie in beeld, in beeld is het dan wel degelijk. Dan vind ik dat we als raad voor de gek zijn gehouden.
Al had de wethouder dan alleen maar gezegd: er is een concrete locatie in beeld maar het is misschien niet een locatie in Empel, dan had hij dat nog overeind kunnen houden. Maar hij heeft daarbij echt een ander verhaal verteld dan wat nu blijkt uit de stukken die we tot nu toe hebben gezien. Ik vind het bijzonder zorgelijk dat er ook op 27 februari dit jaar dat communicatieplan er al lag. Dat is wat mij betreft echt een heel dikke rode kaart, waarbij er dan vervolgens op 4 maart nog steeds ontkennend wordt gesproken en er eigenlijk geen duidelijkheid is gegeven aan de raad terwijl alles al in kannen en kruiken was. Daarom vraag ik nogmaals, ik wil alle correspondentie boven tafel hebben. Ik hoor toch graag van de wethouder, van het college, of de correspondentie die ontbreekt in deze stukken boven tafel kan komen. Want we zien in het overzicht dat er een mail is gekomen van het COA op 3 oktober 2024 al, waarbij ze aangeven dat ze het pand in Engelen op het oog hebben. Vervolgens is de eerstvolgende correspondentie die wordt toegevoegd in deze stukken pas van 28 februari 2025. Maandenlang radiostilte, terwijl je toch mag verwachten dat er op die mail van het COA een reactie is gekomen en in de tussentijd gebeurt er niets en dan in één keer worden de plannen helemaal uitgewerkt.
Dus mijn vraag aan de wethouder is: wat is er in de tussentijd gebeurd en kunnen wij die stukken ook krijgen? Waarom zijn die niet aan het dossier toegevoegd, waarom, en dat vind ik belangrijk, zijn die daarmee voor de raad achtergehouden? Want daarmee wordt nogmaals de actieve informatieplicht keihard geschonden. En dan ook de vraag hoe en wanneer het college op de hoogte was van die overeenkomst tussen het COA en de pandeigenaar? Is daar ook in stukken duidelijk te maken wanneer het go- en no-go-moment hier plaatsvond? Kan hij dat met documenten onderbouwen, want dat blijkt dus ook niet uit de stukken, terwijl hij er wel de hele tijd naar verwijst. En als we dan kijken naar de beantwoording van de raadsvragen die we als PVVfractie hebben gesteld, en ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat we ons als PVV-fractie voortdurend hebben ingezet op dit dossier om alles aan te pakken om azc's tegen te houden en de amv-opvang in Engelen tegen te houden. En wij hadden onlangs dus ook raadsvragen gesteld en daar komt een beantwoording op 9 juni, en dan wordt er gezegd: als de vijftig plekken op De Beverspijken 2 gerealiseerd worden, komt het totaal tijdelijk op 650 plekken. Dus daarmee gaat de wethouder ook al voorbij, gaat het college ook al voorbij aan zijn eigen afspraken rond 600 plekken. 22
En er wordt dan wel gezegd dat die door andere woningzoekenden ingevuld zouden kunnen worden, maar er wordt niet gezegd dat het niet door asielzoekers wordt ingevuld, dus het zou zomaar kunnen dat het er inderdaad meer dan 600 worden. We hebben niet alleen het Handvest Informatievoorziening, maar we hebben ook nog de Wet open overheid, die ook van toepassing is op het college als bestuursorgaan en ook richting de raad, waarbij ook actieve informatievoorziening, het actief openbaar maken van informatie essentieel is. Dus ik hoor graag van de wethouder hoe het handelen van dit college zich verhoudt tot de Wet open overheid. Wat de PVV betreft is er, als ik alles moet concluderen, op dit moment onvoldoende gedaan om ons goed te informeren. Ik voel mij als raadslid misleid en ik geef de wethouder de kans om dit recht te zetten, maar wat ik tot nu heb gehoord is een hoop gelul in de ruimte, om het maar heel plat te zeggen. Ik wil gewoon concrete antwoorden want anders hebben we een groot probleem met deze wethouder en dit college. De heer BOS: Vanavond is de start van een nieuw college waarvan vier partijen hun plannen presenteren. Maar voordat het zover is moet het demissionair college van D66, VVD, GroenLinksPvdA, CDA en Rosmalens Belang nog één laatste keer verantwoording afleggen. We hebben het over de vraag of de raad juist is geïnformeerd tijdens het debat van 4 maart jl.
Maar het antwoord lijkt voor een aantal fracties hier niet toe te doen. Als gemeente moeten wij 600 mensen opvangen. Dat doen we nu voor 550. Er is eerder gecommuniceerd dat er nog een locatie… De heer ROOVERS: Richting de heer Bos, moet dit nu echt? Ik heb hier een hoop interpellatiedebatten meegemaakt. Sommige gingen beter dan andere moet ik zeggen, en het gaat ongeveer iedere keer hetzelfde. Namelijk dat de oprechtheid van de interpellanten in twijfel wordt getrokken. Ik heb op geen enkel moment de oprechtheid van een coalitiepartij of het college in twijfel getrokken, maar u bent het toch hopelijk met mij eens dat met zo'n dossier dat er ligt dit debat moet plaatsvinden? De heer BOS: Zeker, maar dan moeten we ook kunnen luisteren naar de antwoorden. De heer ROOVERS: Waaruit concludeert de heer Bos dat dat dan niet gebeurt? De heer BOS: Als ik in de krant vanochtend al de reactie moet lezen met daarbij ook de consequenties, dan heeft het debat volgens mij geen zin. De heer ROOVERS: Ik heb niks in de krant gezegd.
Ik word ook niet meer gebeld tegenwoordig, maar dat terzijde, maar ik heb niks in de krant gezegd, en toch ben ik ook als iemand die ook de motie Humane opvang heeft meeondertekend, die staat voor opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld in deze gemeente, onder dat interpellatieverzoek gaan staan, omdat wij alleen maar aan onze inwoners kunnen verkopen dat opvang van vluchtelingen inderdaad plaats kan vinden als het proces goed loopt en daar zijn nu twijfels over. Ik snap maar niet dat de heer Bos de behoefte voelt om de oprechtheid van interpellanten, waar ik ook onder val, in twijfel te trekken. Volgens mij is dat op geen enkele manier nodig of dienend aan dit debat. De heer BOS: We kunnen vanavond met elkaar die informatiebehoefte delen. Tegelijkertijd hebben we in augustus al het inhoudelijke debat. En ik merk in het debat gaandeweg dat het antwoord van informatie er niet toe doet of dat we ook al vooruitlopen op het debat dat we in augustus gaan hebben. Daar gaat mijn opmerking over. Mevrouw HENDRICKX: Ik wil daar ook even op reflecteren, want u suggereert nu, ik heb het artikel even gelezen, dat ik iets zou zeggen over de consequenties, dus ik kijk mijn eigen citaat nu. Volgens mij zeg ik daar helemaal niets over.
En in het verlengde van wat de heer Roovers zegt: ik heb soms het gevoel dat u, misschien ook anderen, ik heb anderen nog niet gehoord, het bijna persoonlijk opneemt dat wij hier als een aantal partijen zeggen, met zo'n dossier, we gaan een interpellatie hebben. Als u dat niet vindt, zou u misschien ook kunnen reflecteren, het hoeft niet nu maar misschien op een later moment, op de wijze waarop u zichzelf nu formuleert richting een aantal mensen. Want de collega's van u uit de raad die de moeite hebben genomen om hier vanavond serieus naar te kijken, en u doet het volgens mij ook, want zo ken ik PRO, en laten we dat gewoon respecteren. Ieder zijn rol, ieder zijn verantwoordelijkheid. De heer BOS: Tot reflectie ben ik zeker bereid en ik hoop dat die in heel deze raad aanwezig is. Als gemeente moeten wij 600 mensen opvangen. Dan doen wij nu voor 550, er is eerder 23
gecommuniceerd dat er nog een locatie voor jongeren moest komen. In het debat van 4 maart, toen wij discussieerden over het leefgebied van de steenmarter bij de locatie van de Kruithoorn is in combinatie met de indicatieve nieuwe cijfers, die niet officieel waren, de nuance weggevallen in de reactie op vragen uit de raad. Maar dat hebben we als raad ook dan laten gebeuren. Zoals de wethouder terecht schetst, in de tijdlijn van het college zijn we hier als raad meermaals over geïnformeerd. De afgelopen jaren hebben we veelvuldig gesproken over de opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Omdat het college met voorstellen kwam bij Pettelaarpark, de Kruithoorn en Groot-Meerendonk, of omdat de raad het op de agenda wilde. Om de cijfers compleet te maken hebben we de afgelopen anderhalf jaar twaalf keer in commissie- en raadsdebatten hierbij stilgestaan, zeventien keer over moties en amendementen gestemd en nog zesmaal artikel 71vragen gesteld die relateren aan het onderwerp opvang en asiel. Ik ken geen ander onderwerp waarover deze raad zo betrokken is geweest de afgelopen anderhalf jaar. Iedere keer vertelde de wethouder ons het volledige verhaal, somde ons op wat alle plannen zijn. Toen in maart de heer Van Hattem vroeg naar één enkele specifieke locatie, deed de wethouder dat inderdaad één keer niet. Daar reflecteerde hij zojuist uitgebreid op.
Maar dat is het dan ook. Hij herhaalde over een totaal andere vraag niet nog een keer al onze plannen die bekend waren bij deze betrokken raad. De heer KAGIE: Is reflectie één keer uitspreken dat je een komma moet plaatsen, vraag ik via de voorzitter aan de heer Bos, of is dat een houding? De heer BOS: Ik heb de wethouder horen zeggen dat die bijzin misschien handig was toe te voegen en ik hoor hem ook een uitgestoken hand doen naar de raad over hoe we de informatievoorziening ten aanzien van dit dossier kunnen verbeteren. Ik hoor hem open vragen stellen om daar later over in discussie te gaan. En tegelijkertijd hoor ik hem ook zeggen dat hij de procedures heeft gevolgd zoals die vastgesteld zijn in deze raad. De heer KAGIE: Kan het zijn dat op het moment dat een portefeuillehouder die by far de grootste kennishouder is in deze zaal op het moment dat je over een dossier praat, zich permitteert om te zeggen dat er geen concrete locatie in beeld is, en op momenten dat er wordt gesproken over hoeveelheden, hij zelf de opsomming maakt in locaties, er geen vraag meer komt over informatie? Dat het zomaar kan zijn dat iedereen gerustgesteld is, letterlijk, en dat er geen enkele reden meer is om aan de heer Slikker te vragen: gooit u eens een dossier op tafel van een fictieve locatie.
De heer BOS: Ik ben even het spoor bijster waar de heer Kagie precies zit in de tijd, maar als het gaat over het debat van 4 maart dan was de reactie op de indicatieve cijfers die niet officieel waren. Destijds stond de taakstelling van 600 nog steeds ver en breed in deze gemeente. De heer VAN CREIJ: Richting de heer Bos, want hij probeert alles recht te praten. U zegt: het volledige verhaal. We hebben het Woo-dossier gehad, en ik heb het net aan de heer Slikker ook gevraagd, maar vindt u dat u hier alles in aantreft? Want er staan eigenlijk alle reacties van het COA op de verzoeken in, maar eigenlijk nooit hoe het ambtelijk apparaat of het college heeft geantwoord. Als u reflecteert aan hetgeen we gehad hebben, is dat het volledige verhaal? De heer BOS: Als er een Woo-verzoek wordt gedaan ga ik ervan uit dat daaraan wordt gehouden en dat dit dan inderdaad de informatie is die op basis van dit verzoek voorgelegd wordt. De heer VAN CREIJ: Voortbordurend daarop, dit zijn alle stukken van het COA, maar u geeft zelf aan het volledige verhaal te willen hebben. Dan moet er toch ook de reflectie van het college op zitten, als er een verzoek komt, en dan pak ik gewoon dat van december 2025, zullen we het onder de pet houden, even in mijn woorden, en we tillen het over de verkiezingen heen. Daar is op gereageerd. De heer BOS: Het was een mail van het COA waarin dat stond.
Het college heeft geen bevoegdheid tot er overeenstemming is tussen COA en pandeigenaar en gaat daar niet in speculeren over wanneer zo'n overeenkomst zou kunnen gaan plaatsvinden. Dat is echt buiten de bevoegdheid van het college en ik zou het ook graag buiten dit debat willen houden omdat het allemaal aannames en suggesties wekt die niet kloppen. Tot er een overeenkomst is tussen het COA en de pandeigenaar heeft de gemeente, naast het verschaffen van informatie, nog geen rol. Dat vindt daarna pas plaats. Dan lees ik in de stukken: een gemeente die zich voorbereidt op mogelijke situaties, wetende dat het thema opvang leidt tot een gespleten en ontvlambare 24
samenleving, dat we klaarstaan om als gemeente onze rol te pakken als dat moment daar is, is de manier waarop zoals het demissionair college heeft gehandeld en hopelijk komende colleges ook gaan handelen. Inhoudelijk kunnen op dit proces voorstellen voor verandering gedaan worden, maar dat debat hebben we in augustus. Laten we in die volgordelijkheid wel debatten met elkaar voeren. Mevrouw HENDRICKX: Ik heb even het hele verhaal laten afmaken. Ik vind het best lastig, wat ik ook net aangaf, dat de portefeuillehouder ons niet heeft geïnformeerd in lijn met het handvest actieve informatieplicht. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat u dat handvest kent. Daarin staat, ook bij dit soort vluchtelingendossiers, naar de raad, desnoods achter gesloten deuren. Hoe reflecteert u nu op de reactie van de portefeuillehouder, dat hij eigenlijk zegt: voor mij hoeft dat eigenlijk niet want het gaat om een wensen-en-bedenkingenprocedure. Hoe ziet u dat nu in het licht van de afspraken die we als raad hebben gemaakt? De heer BOS: Zoals ik net schetste kan het college pas een stap zetten als er een overeenkomst is en daarna is snel gehandeld. Ik wil ook de vraag terugstellen.
Als er nog geen overeenkomst is en er mogelijk een locatie in de lucht hangt, daar nog heel veel onderzoek naar wordt gedaan, gaat mevrouw Hendrickx het dan uitleggen als die locatie niet doorgaat, wat dat dan doet met de samenleving? Gaat mevrouw Hendrickx dan voor die bewoners uitleggen dat het toch niet doorgaat en dat er ophef is ontstaan voor niets? Mevrouw HENDRICKX: Een van de mogelijkheden in het handvest is dat het achter gesloten deuren kan, juist daarom hebben we die paragraaf ook opgenomen, want ik kan me bij dit soort moeilijke kwesties voorstellen dat dat gewoon achter gesloten deuren had gekund. Dus vindt u dan ook niet dat we het achter gesloten deuren hadden moeten doen, en zeker omdat, wat in het handvest staat, bij ontwikkelingen die bestuurlijk risico met zich meebrengen of mogelijke maatschappelijke onrust, daar voorziet het handvest in, daarover moeten we geïnformeerd worden. Kunt u daar iets over zeggen? De heer BOS: Volgens mij heb ik een uitgestoken hand gehoord van de wethouder om daarover in gesprek te gaan hoe we die informatievoorziening gaan leveren. Ik hoor een wethouder die ook een uitgestoken hand doet naar de rest van de raad, hoe we omgaan met de informatievoorziening hiervan. Tegelijkertijd hoor ik hem ook klip-en-klaar duidelijk maken dat de procedure is gevolgd zoals vastgesteld in deze raad.
We kunnen het altijd nog een keer opnieuw ter discussie stellen, suggesties doen, procedurevoorstellen doen, maar daarover hebben we het debat in augustus met elkaar. Mevrouw HENDRICKX: Maar goed, dat punt probeer ik al de hele avond te maken. Ik citeer uit het handvest. Hoe kunt u dan zeggen dat de procedures zijn gevolgd als dat gewoon pertinent onjuist is? Ik heb dat nagevraagd bij de ambtelijke organisatie, ik laat even in het midden wie dat dan zijn, maar dat is pertinent onjuist. Laat ik de vraag dan zo stellen, als blijkt dat ik gelijk heb, dat het klopt dat de portefeuillehouder ons had moeten informeren en dat niet gedaan heeft, wat vindt u daar dan van? De heer BOS: Ik hoor een wethouder die heeft gehandeld zoals we hier hebben afgesproken. En dan kunnen we allemaal in wat-als-situaties denken van de regels die we graag zelf willen hanteren. Ik hoor een wethouder uitleggen dat de procedure is gevolgd zoals die is afgesproken in de raad. Mevrouw HENDRICKX: U heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid als raadslid om uzelf te laten informeren, en dat kan u ook door de raadsleden laten doen in plaats van de wethouder. En ik zeg u dat ik mijn huiswerk heb gedaan en dat het pertinent onjuist is.
Dan gaat u toch niet naar de wethouder wijzen, van: ik geloof dat het wel klopt? Reageert u nu eens op mijn vraag, het klopt niet en wat vindt u daar nu van dat wat de wethouder zegt over die wensen-en-bedenkingenprocedure, dat de informatie gewoon op tafel moet? De heer BOS: Als mevrouw Hendrickx zegt informatie te willen hebben had ze altijd de mogelijkheid gehad om technische vragen te stellen over welke procedures er zijn doorlopen. Zijn er locaties in overweging? Maar natuurlijk kunnen we niet tot in detail daarover treden. Die procedure is gewoon netjes gevolgd. 25
Mevrouw HENDRICKX: Ik mag niet meer voorzitter. De VOORZITTER: Ik had een foutje gemaakt, u heeft er nog twee. Mevrouw HENDRICKX: Ik houd ze vast want deze cirkelredenering heeft geen zin. De heer BOS: Ik rond af. Wat ons betreft heeft het college de vragen goed beantwoord en daarmee afdoende verantwoording afgelegd. Mevrouw LIPMAN: Er is net al aan de krant gerefereerd en wij stonden er inderdaad ook in, omdat wij als enige van de coalitiepartijen onder het interpellatieverzoek stonden. Nu hoor ik inderdaad aan het einde, en ik wilde de heer Bos eerst uit laten praten, dat de heer Bos vindt dat het eigenlijk als ik het goed heb begrepen, goed is verlopen. Ik was echt benieuwd: wat vindt PRO als fractie in de raad nu van het proces dat hier gevolgd is? We zijn allemaal gekozen door onze inwoners, vindt PRO dat we kunnen uitleggen wat hier gebeurd is aan de inwoners en aan de stemmers die voor ons gekozen hebben? De heer BOS: Voor mij valt deze vraag buiten de vraag van de interpellatie. Het gaat erover of de procedure zoals we die hebben vastgesteld goed is doorlopen. Daar kunnen we altijd in een later moment, in augustus bijvoorbeeld, nog een inhoudelijke discussie met elkaar over voeren of dat eventueel anders moet een volgende keer.
Mevrouw LIPMAN: Ik vind het spijtig dat we het dan gaan hebben over het proces, want ik denk dat juist ook het interpellatieverzoek was, wat vinden we dat het proces is? En inderdaad, mevrouw Hendrickx van De Bossche Groenen zegt echt pertinent dat het proces niet is gevolgd. Ik denk dat we daar met zijn allen een discussie over moeten hebben. Maar wat wel blijkt, en zeker bij zo'n gevoelig dossier, dat wellicht de raad, ik zeg wellicht, eerder geïnformeerd had kunnen worden. Hoe kijkt PRO daarnaar? De heer BOS: Dan neem ik een voorschot op het debat in augustus, want dit valt nog steeds buiten de interpellatievraag over of de procedure goed is doorlopen. Ik vind dat we de informatie in alle gevoeligheid goed moeten afwegen, maar ook de risico's als we eerder gaan communiceren wat het doet met een samenleving, wat het doet met onze positie als raad en ook wat het doet met de bevoegdheid van het college daarin. En die reflectie hoop ik dan van het CDA ook te horen in augustus. Mevrouw LIPMAN: Inderdaad, eerder, maar we zien nu dat er wellicht later is geïnformeerd en dat zorgt gewoon voor heel veel onrust in de samenleving. Als we dan kijken naar de toekomst, wat zou PRO dan eventueel anders doen? De heer BOS: Ik snap niet waar mevrouw Lipman vandaan haalt dat er laat is geïnformeerd. Toen in april de overeenkomst er was, is daarna naar de raad en naar de bewoners geïnformeerd.
Dus op die aanname kan ik niet ingaan. In augustus kunnen we een heel debat hebben hoe we dit in de toekomst misschien anders zouden moeten doen, maar het proces dat nu vaststaat, daarvoor ligt het interpellatieverzoek. Mevrouw LIPMAN: Dan nog een laatste, ik denk juist dat het interpellatieverzoek daar wel om gaat. Het gaat om de informatie die wij als raad, waar je dus over steggelt of dat tijdig was of niet. En inderdaad hebben we net de portefeuillehouder gehoord, 3 april lag de overeenkomst en toen werden we geïnformeerd. Terwijl als we in de stukken kijken, we zien dat er in februari eigenlijk al vrij veel duidelijkheid was, plus vervolgens de mail vanuit het COA: kunnen we het niet over de verkiezingen trekken? We weten niet wat daar de reactie op is. Dan is dat in de volgordelijkheid toch ergens een beetje vreemd? Dan zou je toch verwachten, misschien in februari, een goed moment om dan de inwoners te informeren. Zij voelen zich nu gewoon niet serieus genomen, en dat vind ik bijzonder spijtig, want ze hebben al weinig vertrouwen in ons als politici. Dit helpt niet. De heer BOS: In alle volgordelijkheid, als we in februari al hadden gecommuniceerd, toen lag er nog geen overeenkomst. Dan had het ook iets gedaan met de samenleving, met ons als raad en het college. En die reflectie hoop ik dan ook van mevrouw Lipman te horen, hoe ze die risicoafweging gaat maken.
We hebben als raad informatie gekregen toen de overeenkomst er 26
daadwerkelijk lag en dat is de procedure zoals we die hier hebben afgesproken met elkaar. De heer KOUWENBERG: Ik ga toch proberen het iets anders te vliegen omdat er al zoveel is gezegd en ik wil ook niet in herhaling vallen. Ik wil u eigenlijk een beetje meenemen in hoe wij als Rosmalens Belang hier nu naar kijken en ook naar de beschuldigingen, zo mag ik het wel noemen, die worden gedaan aan de wethouder. Want of het nu technisch wel of niet klopt, dat we niet goed geïnformeerd zijn, daar komen we nu op dit moment toch niet uit. Maar de heer Slikker kennen wij denk ik als raad wel als een bevlogen wethouder, hij neemt jaren verantwoordelijkheid voor deze portefeuille, een moeilijke portefeuille, en stond er ook toen het moeilijk werd bij eerdere locaties. Daar stond hij in zijn privétijd ook klaar om de bewoners uit te leggen waarvoor de keuzes zijn gemaakt. Mede daardoor zijn wij er stellig van overtuigd bij Rosmalens Belang dat deze wethouder technisch gezien in ieder geval naar eer en geweten heeft gehandeld. Maar het gevoel dat hier nu leeft is duidelijk anders, en dat begrijpen we ook. Wij kunnen de conclusie trekken dat het Handvest Informatievoorziening eigenlijk nu dus om meer actieve informatieverstrekking vraagt, bij in ieder geval een deel van de raad. Laten we daar dan naar kijken en daar een oplossing naar zoeken in plaats van beschuldigingen over en weer maken.