Notulen raadsvergadering 2026-04-09
Tekst van het document
Want na een verkiezingstijd waarin je de verschillen uitvergroot, komt nu een tijd van bruggen bouwen, en dat hoort ook bij het nemen van verantwoordelijkheid. Als eerste heeft D66 als uitgangspunt ook in de gesprekken, dat staat ook in het verslag en in de brief, de voorkeur gegeven aan een coalitie met vier partijen en maximaal zes wethouders. Zo blijft de verhouding oppositiecoalitie in balans, houden we de samenwerking overzichtelijk en voorkomen we een onnodige uitbreiding van het college. Een optie met drie partijen was dus getalsmatig ook mogelijk, maar wat ons betreft te smal om daarmee te kunnen besturen. Ook wij streven naar een coalitie waarin veel inwoners zich kunnen herkennen en daarin kijken we over de bekende politieke scheidslijnen heen, zodat we besluiten kunnen nemen die niet alleen de komende vier jaar werken, maar ook op langere termijn standhouden en daarmee kunnen we het advies voor deze combinatie goed volgen. Daarom dient D66 samen met andere partijen een motie in, volgens mij is het motie 10, om Paul de Beer aan te stellen als formateur met de opdracht om met deze vier partijen te komen tot een breed gedragen 14
coalitieakkoord en een stabiel en daadkrachtig college voor Den Bosch. Daarbij nemen we ook de woorden van de burgemeester die hij vorige week bij de installatie uitsprak ter harte. We doen dit namelijk met elkaar, met alle 39 raadsleden want samenwerken stopt niet bij een formatie van een paar weken, samenwerken doen we vier jaar lang. En in de komende vier jaar zullen we elkaar nodig hebben om besluiten te nemen die echt verschil maken voor onze inwoners. Voor D66 betekent het dat wij die samenwerking echt actief blijven opzoeken, dat we de raad betrekken en dat we blijven bouwen op wat ons bindt. Tot slot, nogmaals dank aan de verkenners en wij kijken uit naar de inbreng van andere partijen en naar het vervolgproces. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dank u wel voor het openen van dit debat en deze duiding. Ik vraag mij af, mevrouw Craste geeft aan positief te zijn over het advies van de verkenners. Het verbaast mij op zich niet heel erg dat die uitspraak gedaan wordt. Ik vraag mij wel af hoe dat zich verhoudt tot zowel in de verkiezingen de uitspraak tijdens de campagne om het meer progressief en groener te willen alsook de duiding in de brief aan de verkenners, hoe mevrouw Craste dat ziet in combinatie met nu de actieve samenwerking met toch twee flink rechtsere conservatieve partijen te zoeken.
Mevrouw CRASTE: Als eerste weet ik niet of die partijen zich herkennen in uw oordeel of ze rechts-conservatief zijn, dus ik ga daar heel even niet op in. Het klopt, ik heb in de campagne gezegd dat wij een groen en progressief akkoord willen. Eerlijk gezegd ben ik ook blij dat we samen met GroenLinks-PvdA zestien zetels in het mandje gooien. Daarnaast hebben wij de vorige keer een regenboogcoalitie gehad, en dat was een behoorlijk groen en progressief akkoord, dus ik zie de samenwerking heel positief in. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik herinner me toch, en dat lees ik ook in de brief, dat D66 het groener, progressiever ziet, en wij zijn dus benieuwd waar dan echt daadwerkelijk die stappen vooruit zitten, zeker wanneer er meerdere varianten mogelijk zijn, waar het net natuurlijk ook wel over ging, hoe D66, mevrouw Craste de keuzes die nu voorliggen duidt. Mevrouw CRASTE: Wij gaan de informatie in met onze vijf doorbraken zoals u ook kunt lezen in de brief en dat maakt dat wij een groen en progressief akkoord willen, naast dat we ook enorm veel opgaven hebben op andere gebieden. De heer KAGIE: Er wordt gesproken in uw brief, want dat is toch ook uiteindelijk waar u… Nee, laat ik het anders vragen, sorry. In het verslag lezen we ook dat u bepaalde uitspraken doet over uw voorkeuren voor coalitie.
Heeft u daarbij geëxpliciteerd welke partijen uw voorkeur hebben en welke niet en hoe zag dat er dan uit? Mevrouw CRASTE: Nee, wij hebben in het gesprek geen voorkeursvariant gegeven. Wel hebben we gezegd, maar dat staat ook in de brief, dat we wel willen samenwerken maar geen coalitievorming zien met de partijen Forum voor Democratie en de PVV en dat we een coalitie met uw partij lastig vinden, omdat we in eerste instantie op inhoud wel wat ver van elkaar af liggen, naast ook de stijl, dat uw partij wat directiever is, maar daar kunnen we op zich goed mee leven. Maar qua inhoud, en dan heb ik het bijvoorbeeld over de voorkeuren voor cultuur, liggen wij zo ver uit elkaar. En ik ben blij dat er in de raad overeenstemming is over een hele hoop dossiers, bijvoorbeeld woningbouw, bijvoorbeeld autoluwe binnenstad, maar op sommige aspecten gaan wij te ver uit elkaar denk ik. De heer KAGIE: Nee natuurlijk, en ik zal de laatste zijn die dat zou ontkennen. Maar tegelijkertijd is het natuurlijk ook zo dat er een verkiezingsuitslag ligt, en op een gegeven moment neemt u de afslag: we zijn niet links of rechts, we zijn links en rechts. In ieder geval, die neemt u niet, maar goed, het is uiteindelijk wel het narratief van het verslag en daar eindigen we wel.
Dan is wel even de vraag: zou Leefbaar 's-Hertogenbosch dan niet logischerwijs in een inhoudelijke ronde een gesprekspartner zijn geweest om te weten: wat vindt Leefbaar 's-Hertogenbosch nu echt het allerbelangrijkste om te laten vallen en over te houden, als u het toch op inhoud wilt bepalen? Mevrouw CRASTE: Ik heb heel goed gehoord dat uw partij aangaf de huid duur te verkopen en vandaag of gisteren las ik op Facebook dat u met de rug naar de raad staat. En het is zo wezenlijk anders dan hoe wij kijken naar samenwerking, dat ik denk dat het logisch is, en daarbij kijk ik er echt heel erg naar uit om samen te werken aan de opgaven waar we allebei hetzelfde over 15
denken, maar ik denk dat ik in de coalitievorming meer heb met mijn liberale vrienden. De heer KAGIE: Die Facebookpost was van gisteren, dan was dit een visionair stuk. Wat is voor u het verschil tussen Forum voor Democratie, de PVV en Leefbaar 's-Hertogenbosch? Mevrouw CRASTE: O, dat vind ik eigenlijk best wel, nou, ik vind het geen moeilijke vraag, maar volgens mij hebben die drie partijen allemaal een andere signatuur. Forum voor Democratie staat echt wel ver van ons vandaan, ook qua democratisch handelen, met de PVV werken we op proces heel vaak heel goed samen, maar ze staan op bepaalde onderwerpen ver van ons af. En ja, wat ik net al zei, dat het een stukje retoriek is en een stukje inhoud, en dan heb ik het eigenlijk vooral over cultuur en de manier waarop. De heer VAN HATTEM: Ik heb gelukkig de tissues hier op mijn bureau staan, dus die afwijzing, dat scheelt een hele hoop, maar ik hoor het woord cultuur vallen en dan vraag ik mij af: wordt daarmee bedoeld cultuur op de inhoud, dus als we het hebben over bijvoorbeeld een Design Museum, dat daar het verschil in zit, of op cultuur in de onderlinge verhoudingen en de bestuurscultuur? Mevrouw CRASTE: Dan heb ik het over de cultuur, over de inhoud, dan heb ik het niet per se over een Design Museum, maar dan heb ik het over cultuur in alle breedte.
Bestuurscultuur, ja, wat dat betreft heb ik nog niet zo lang met deze partijen samengewerkt, dus volgens mij komt dat helemaal prima. De heer VAN HATTEM: Als de heer Kagie bijvoorbeeld een warm voorstander was geweest van een Theater aan de Parade en misschien toch een Design Museum had gewild, was die brug dan misschien kleiner geweest met D66 of hoe moet ik dat dan zien? Waar zit het dan in qua cultuur? Mevrouw CRASTE: Misschien is het goed om het even uit de cultuurhoek te halen. Mijnheer Kagie heeft bijvoorbeeld ook gezegd dat we 10% moeten bezuinigen op ambtenaren. D66 heeft enorm veel ambities voor die stad. Ik werk nu zeven maanden in dat stadhuis en op het stadskantoor. Ik zie hoe mensen keihard elke dag aan het werk zijn, onder andere voor ons en voor al die inwoners, dus daar staan we te ver van elkaar vandaan. Mevrouw LIPMAN: Wij vroegen ons af hoe vaak D66 met de verkenners heeft gesproken en zijn er misschien tussenconclusies gedeeld voordat het verslag breed gedeeld werd. Mevrouw CRASTE: Zoals mijnheer De Beer ook heeft aangegeven hebben wij in het weekend na die vrijdag dat ik het heb aangegeven dat we samen gingen verkennen met GroenLinks-PvdA, contact gehad. Daarna hebben wij gewoon ons gesprek gehad.
We hebben geen tussentijds contact gehad en daarna hebben we volgens mij, dan moet ik heel even terughalen en kijk ik ook even naar mijn collega, maandag in de tweede ronde nog een laatste gesprek gehad. Mevrouw LIPMAN: Daarnaast ook, de verkenners konden er geen duidelijk antwoord op geven, wat waren voor D66 redenen dat wij als CDA zijn afgevallen? Mevrouw CRASTE: Wij hebben CDA geenszins uitgesloten. De heer SLIKKER: Duiding geven aan een verkiezingsuitslag met op de achtergrond oorlog en onrust in het Midden-Oosten, instabiliteit in politiek Den Haag en ook stevige opgaven hier lokaal, die soms met de tijd niet kleiner maar gewoon groter lijken te worden. Betaalbare woningbouw, de opgave op het gebied van klimaat, democratie die onder druk staat, zorgzaamheid van de samenleving waar grote uitdagingen liggen, het is eigenlijk bepaald geen sinecure. GroenLinks-PvdA is er dan ook van overtuigd dat we de komende jaren grote klussen met elkaar te klaren hebben, dat het veel vraagt van de werkkracht van alle dertien partijen die hier vandaag vertegenwoordigd zijn, van samenwerking tussen een toekomstig college en een toekomstige gemeenteraad en van de samenwerking over politieke scheidslijnen en tussen oppositie en coalitie heen.
Jaren waarin we denk ik allemaal met alle 39 mensen hier vertegenwoordigd en met een nieuw stadsbestuur recht willen doen aan de zorgen en noden van 162.000 inwoners. En ook in de wetenschap dat we elkaar heel hard nodig hebben. De scherpte, de ideeënrijkdom en de achterbannen die we allemaal met 16
ons meenemen om die geluiden uit de stad hier ten gehore te brengen. Als GroenLinks-PvdA Den Bosch gaat het ons vandaag dan ook niet alleen om de coalitievormen en welke partijen daar onderdeel van uitmaken, maar juist ook over die grote vraag: hoe kijken we naar de opgave als dertien partijen hier vertegenwoordigd in de raad en hoe kijken we naar de democratische cultuur? Hoe kunnen we over die verschillen heen met elkaar samenwerken op een constructieve manier en hoe laten we de stemmen van al die inwoners daarin ook klinken? Dat gesprek is echt gebaat bij een heldere voorzet. We danken de heer De Beer en mevrouw Van Tongeren dan ook voor de open gesprekken, scherp op de inhoud, constructief in de toon en we danken de collega's voor alle inhoud die u ons allen vandaag heeft aangereikt. Wij herkennen ons als GroenLinks-PvdA in de brede duiding van de uitslag die ook meegegeven wordt door de verkenners. Ja, een gemarkeerde uitslag voor D66, GroenLinks-PvdA en bijvoorbeeld voor Leefbaar 's-Hertogenbosch en ook de VVD. Maar ook blijft 's-Hertogenbosch wat het eigenlijk altijd al was, links en rechts, hoogstedelijk en geworteld dorps, conservatief en vooruitstrevend. 's-Hertogenbosch is het allemaal en in die verscheidenheid zien we ook vaak eenheid, gedeelde lijnen. Over het in hoog tempo blijven realiseren van betaalbare woningen.
Over de noodzaak van opwekking van duurzamere energie en het vergroenen van onze wijken. Over de wens om op te komen voor mensen in armoede, het bestrijden van ongelijkheid, het aanjagen van zorgzaamheid in onze wijken en al onze buurten en dorpen. En ook over het veranderend economisch tij en wat dat betekent voor de economische slagkracht van deze gemeente en voor de democratische cultuur, die niet gekenmerkt moet worden door gesloten luiken en door dichttimmeren maar juist door samenwerking en openheid. Het zijn lijnen die met verschillen in tempo en met nuanceverschillen vaak breed gedragen worden. En natuurlijk, in het hart van GroenLinks-PvdA, dat heb ik ook in de campagne gezegd, gloort altijd de hoop van een zo vooruitstrevend en sociaal mogelijk college. Maar gezien het feit dat deze stad niet voor één flank heeft gekozen maar juist over de volle breedte, gezien de grote opgaven die voor ons liggen en de wens om daar met kracht en ambitie aan te kunnen werken, kunnen wij ons ook vinden in het advies van de verkenners, in het pleit voor vier partijen, omdat drie een te smalle basis is en vijf een te brede basis, en omdat vier een omvang is die noodzakelijk is voor een ambitieus en daadkrachtig bestuur en omdat het tegelijkertijd de ruimte laat voor het vrije spel tussen raad en college en de raadsfracties onderling de komende jaren.
Ook kunnen we ons vinden in de geadviseerde samenstelling, ondanks dat dat pijn doet bij partijen die niet in exact die samenstelling zitten. Dat ondanks de vele andere varianten die mogelijk waren, de representatie van al die inwoners, de onderlinge dynamiek en ook de oplossende kracht daar de komende jaren het meest bij gediend is. Het is dan ook met genoegen en vertrouwen dat GroenLinks-PvdA de gesprekken wil aangaan met D66, VVD en Rosmalens Belang. Aan tafel met vier, maar ook met open luiken naar dertien, want om de verkenners te citeren in hun verslag: de gesprekken getuigden van grote betrokkenheid bij alle aspecten van de Bossche samenleving en van een grote bereidheid om over de verschillen heen tussen partijen, coalitie en oppositie, te zoeken naar gemeenschappelijkheid. Mevrouw LIPMAN: Ik hoor inderdaad, we zijn niet links, we zijn niet rechts, we zijn een beetje van allebei. Uiteindelijk zou je ook kunnen zeggen, links heeft juist weer gewonnen, er is een meerderheid voor links. De kiezer heeft jullie ook beloond op klimaat, op autoluwe binnenstad. Ik hoorde net van D66 dat de autoluwe binnenstad geen discussiepunt zou zijn. Ik kan me anders herinneren in deze raadzaal.
Denkt GroenLinks-PvdA dat in de combinatie met Rosmalens Belang en VVD die ambitieuze beloften ook waargemaakt kunnen worden? De heer SLIKKER: Als ik de gespreksverslagen lees en de inbreng van alle partijen, ook in de persoonlijke brieven die ze naar de verkenners gestuurd hebben, dan zie ik brede ambities, de behoefte aan een stabiel en daadkrachtig stadsbestuur en oplossend vermogen voorop willen zetten over die verschillende politieke scheidslijnen heen. Vraagt dat stevige gesprekken? Ongetwijfeld. Er ligt een periode van formeren voor ons. Maar of het nu over de autoluwe binnenstad, de opgave op het klimaat, armoede, zorgzaamheid, alle onderwerpen die langskomen, zal er nog best wat water door de Dieze heen moeten. Dat geldt denk ik overigens ook in elke andere samenstelling. Wat ik bedoeld heb om te zeggen, als ik namens GroenLinks-PvdA kijk naar die verkiezingsuitslag, zie ik een uitslag die een brede samenstelling van deze raad vanuit verschillende perspectieven hier op 39 stoeltjes heeft geworteld. En het is ook ons stellige voornemen dat los van je eigen politieke kleur van GroenLinks-PvdA, sociaal en vooruitstrevend, het ook recht doet aan die uitslag om partijen erbij te betrekken die een net iets andere signatuur hebben. Mevrouw LIPMAN: Dan hoor ik inderdaad dat dat ook geldt in andere samenstellingen.
Nu hebben we het eerder al gehad, misschien meer over links wat eigenlijk logischer zou zijn als je kijkt 17
naar partijen als D66 en GroenLinks-PvdA. Dan vraag ik me toch af, als ik kijk naar de verkiezingsprogramma's, bijvoorbeeld van een VVD, ligt dat inhoudelijk gewoon heel ver af van GroenLinks-PvdA. Hoe gaan we dan toch ervoor zorgen dat het dan meer links wordt? Want dan lijkt me dat je juist meer de andere kant op schuift. De heer SLIKKER: Maar GroenLinks-PvdA kijkt oprecht niet alleen naar de wensen in het eigen verkiezingsprogramma waar we recht aan willen doen. We willen ook rechtdoen aan die samenleving van 162.000 zielen, die gekozen heeft voor een brede samenstelling van deze raad, waarvan wij vinden, daar herhaal ik ook wat de verkenners daar net over zeiden, dat die zich gerepresenteerd moeten zien in het college. En natuurlijk, met de VVD heb ik in de jaren dat ik zelf hier in de raad zat en ook de afgelopen campagne af en toe stevig van mening mogen verschillen, maar ik ken de VVD bijvoorbeeld ook als een partij die, of het nu gaat over de opgave van het opwekken van duurzame energie, uiteindelijk toch die stappen neemt naar een autoluwe maar toch bereikbare binnenstad, altijd getrouw is geweest aan de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben en daar ga ik ook voor de volgende periode weer van uit.
Mevrouw LIPMAN: De laatste verduidelijkende vraag, als we het dan hebben over die ambities, zouden die dan beter uitgevoerd kunnen worden met een VVD of met een CDA? De heer SLIKKER: Wat ik net zei, er waren altijd andere varianten op tafel te leggen, maar we hebben die verkenners ook niet voor niets gevraagd om de gesprekken te voeren met dertien partijen in de raad, om te kijken waar het meest brede draagvlak in deze raad voor te vinden is. En waren er andere varianten geweest die eruit hadden kunnen komen? Ongetwijfeld. Hadden die voor een deel ook kunnen passen bij het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA? Zeker weten. Hadden die vervolgens ook weer andere dilemma's opgeworpen? Ook dat weet ik zeker. Dus er is vandaag niet één uitkomst waarvan je kunt zeggen: dit is de meest wenselijke en te prefereren uitkomst. Er is een intensief proces geweest waarbij de nieren zijn geproefd en af en toe teruggeduwd, op de wensen van dertien partijen om te kijken hoe je recht doet aan een uitslag en hoe je als partijen je er zelf bij kunt thuis voelen en dat herkennen wij in het advies dat voorligt Mevrouw HENDRICKX: De heer Slikker neemt zijn tijd en dan ga ik ook even iets meer tijd nemen. De VOORZITTER: Nee, het is dertig seconden voor een interruptie. Mevrouw HENDRICKX: O, het is gewoon een antwoord. Antwoorden mogen breed zijn, een inleiding niet.
Nu breekt toch een beetje mijn klomp, de wijze waarop de heer Slikker omgaat met de duiding van de verkiezingen. Het doel van een politieke partij is natuurlijk het realiseren van verkiezingsbeloften. U doet beloften aan uw kiezers, u doet beloften aan uw eigen fractie, aan uw leden. En het doel is natuurlijk om te kijken: met welke partijen kan ik programmatisch nu het meeste realiseren? Dan vind ik het toch heel bijzonder en dat is ook een vraag aan u, dat u zegt: ik heb niet als doel om alleen maar mijn eigen programma te realiseren, nee, ik heb ook als doel om andermans programma's te realiseren, want we moeten nu eenmaal bredere belangen dienen. Dat is natuurlijk pertinent niet waar, en dan is mijn vraag aan u: op het moment dat er keuzes te maken zijn in de raad en er programmatisch partijen zijn die dichter bij je liggen, waarom steekt u dan meteen de dag na de verkiezingen de hand uit naar rechts, naar conservatieve partijen, en gaat u niet om uw verkiezingsprogramma en uw beloften in te lossen op zoek naar partijen die programmatisch dichter bij u liggen? Legt u mij dat nu eens even uit. De heer SLIKKER: Dat doen wij met groot genoegen. Natuurlijk, GroenLinks-PvdA schuift aan een onderhandelingstafel aan om zoveel mogelijk van het eigen programma waar te maken.
Maar dan ook even de werkelijkheid in het bestuur van een stad en hoe je dat gezamenlijk met elkaar doet, dat gaat niet alleen maar met gelijkgestemden. Daar is deze raad te veelstemmig voor. Je hoort ook recht te doen aan een uitslag als geheel en er is ook nog zoiets als kiezen voor stabiel en slagvaardig en ambitieus stadsbestuur. De afgelopen jaren, ik herhaal de woorden van mevrouw Craste van D66, zat er een brede regenboogcoalitie. Als ik kijk naar wat daar bereikt is op het gebied van betaalbare woningbouw, op het realiseren van de klimaatopgave, stappen zetten naar een autoluwere binnenstad, dan kijk ik met trots terug op de afgelopen jaren en zie ik ook dat sommige partijen die soms programmatisch in het programma dichterbij lijken, de afgelopen jaren stemgedrag hadden, ik noem maar even Duurzame Polder of betaalbare woningbouw op de Brabantbadlocatie, 18
waarin we niet tot overeenstemming kwamen. Dus enkel kijken naar dat verkiezingsprogramma en je politieke signatuur is niet genoeg voor het realiseren van de ambities die ook in ons programma staan. Mevrouw HENDRICKX: Met het laatste refereert u denk ik aan oppositie en coalitie, macht en tegenmacht. U bent een intelligente man, zo ken ik u. Dan begrijpt u ook dat… De VOORZITTER: Ho, ho, ho. Mevrouw HENDRICKX: Dat is een compliment. De VOORZITTER: Nee, maar laten we het gewoon op de inhoud houden. Mevrouw HENDRICKX: Dan weet u ook wat ik bedoel als ik het heb over macht en tegenmacht en dan weet ik ook dat u begrijpt dat de rol van een oppositiepartij een andere is dan van een coalitiepartij en op het moment dat de rollen wisselen, daar ook een andere rolopvatting bij hoort, maar goed, daar zal ik in mijn eigen bijdrage ook wat over zeggen. Ik had toch gedacht dat de PvdA dat verschil wel zou kunnen zien. Mijn vraag blijft dan toch staan, waarom kiest u dan niet voor een politieke partij in lijn met de beloften die u heeft gedaan naar uw achterban en uw kiezers, om te kijken naar partijen die dichter bij u liggen, omdat daarmee uw eigen programma en ook ons programma dichterbij komt. Want met partijen die u nu heeft uitgenodigd, u zegt wel dat u er goed mee kunt samenwerken, maar wij kennen ook… De VOORZITTER: Mevrouw Hendrickx, de dertig seconden.
Mevrouw HENDRICKX: En de vraag aan u is: wat zijn nu de uitdagingen die u ziet de komende jaren met de uitnodiging aan de partijen die is gedaan, VVD en Rosmalens Belang, als het gaat om de agenda stad, want het gaat natuurlijk niet om persoonlijke voorkeuren, het gaat om het realiseren van de agenda stad. De VOORZITTER: Dit zijn twee interrupties. De heer SLIKKER: Volgens mij ben ik klip-en-klaar geweest, zowel in de campagne als hier vandaag. Ook in de campagne heb ik gezegd: mijn hart klopt links van het midden. Dus GroenLinksPvdA zal in de basis altijd willen kiezen voor het realiseren van de idealen die centraal staan in het programma. Maar twee, die uitslag doet er ook toe. En deze stad, dat heb ik toen ook gezegd, is links en rechts en ik verwacht ook dat die dat na de verkiezingen zal blijven en dan kiezen we ook voor breed draagvlak en stabiliteit en herkenbaarheid in de volle breedte. Dus dat is mijn antwoord, ik snap dat het u teleurstelt, maar het blijft mijn antwoord. Mevrouw HENDRICKX: Een laatste interruptie. Dat de stad niet links of rechts is, dat klopt. Maar die afspiegeling hoeft zich natuurlijk niet af te spiegelen in het college. Die zit in de hele raad, kijk naar ons allemaal. In uw redenering zou je ook Forum voor Democratie nog een plekje kunnen geven, of de PVV, want die partijen horen dan ook mooi… die geluiden moeten we dan ook horen.
Bent u het niet met mij eens dat die vertegenwoordiging van die verschillende politieke partijen niet tot uiting hoeft te komen in het college maar dat die gewoon hier zijn en dat we met elkaar, zoals u ook weet, goed samenwerken en dat er ruimte is voor die geluiden. De heer SLIKKER: Nee, dat ben ik dus niet met u eens. Ik vind dat politieke partijen ter aarde zijn om hun programma te verwezenlijken, maar dat ze dat ook moeten doen binnen de realiteit van al die kiesgerechtigden die hun stem hebben uitgebracht in een stad. En dan zie ik overigens ook dat op een aantal dossiers die de afgelopen jaren voor sommige partijen best moeilijk waren, waar wij goed mee hebben samengewerkt, ze ook die stappen hebben durven te zetten en dat schetste ook bij mij het vertrouwen in de toekomst dat dat weer kan lukken. De heer KAGIE: Dank aan de heer Slikker voor zijn toelichting. Ik ben toch even benieuwd, want als we het dan hebben over recht doen aan een uitslag, over andere signaturen ook toelaten en dat links en rechts zijn, dan vind ik toch wel dat vrij vroeg in de brief van de heer Slikker wordt gesproken over het binnen de eigen coalitie zoeken. Dan ben ik toch even op zoek naar waar dan die uitsluiting voor Leefbaar 's-Hertogenbosch zit. 19
De heer SLIKKER: Ten eerste is er geen sprake van uitsluiting, dus als de verkenners hadden geadviseerd op basis van de gesprekken met dertien partijen: dit is de meest wezenlijk te onderzoeken variant, dan had ik ongetwijfeld even achter de oren gekrabd, maar ook bedacht: daar zal een logica in zitten, die wil ik horen en dan voeren wij daar het open gesprek over vandaag met elkaar. Maar ik heb ook uw brief goed gelezen. U zegt eigenlijk zelf en het werd net eigenlijk ook al herhaald: ten opzichte van dat blok van D66 en GroenLinks-PvdA willen wij daar tegenover een stevig rechts blok. En heel eerlijk gezegd snappen wij ook best dat wij niet de eerste de beste voorkeur zijn waar de verkenners mee komen. Daar zie ik twee dingen in die ik ook herken uit de politieke stijl die u hanteert, die succesvol is. Ik complimenteer u ook oprecht met de goede campagne die u heeft gevoerd en met de uitslag. Maar er zit ook iets in waarin u letterlijk zegt: dat doen wij tegenover elkaar, terwijl ik andere partijen, ook van verschillende signatuur, die zeggen: nee, dat doen wij naast elkaar, om samen een stap voorwaarts te zetten. En daar voelt GroenLinksPvdA zich echt oprecht meer bij thuis. De heer KAGIE: Dank voor het heldere antwoord.
Het is op zich vrij plausibel, Nu is nog wel de vraag: hoever moet je gaan om te ontdekken, want het zou ook zomaar kunnen zijn dat ik van de lezing ben, wat minder dan het reguliere Bossche, dat je misschien wel heel duidelijk dat piketpaaltje slaat en heel duidelijk je kleur bekent, en dat ik vervolgens in de inhoud heel duidelijke prioriteiten heb. Om u een idee te geven, in het verkennersgesprek heb ik over de hoofdonderwerpen als mobiliteit, zorg en wonen gezegd: ga doen waar we al een handtekening onder hebben staan. Dat kunt u weinig polariserend noemen. Dus vindt u niet dat bij deze uitslag u ons ook verplicht om verder dan te zeggen die stijl of de manier waarop, dat verder te onderzoeken op inhoud dan op wat u heeft meegemaakt? De heer SLIKKER: Maar daar volg ik toch ook wel de woorden van de verkenners zelf. Kijk, verkenners worden aangesteld om een snelle verkenning te doen van de smaken die er onder de dertien partijen zitten over wat ze denken dat de meest werkbare coalitie voor de komende jaren is waar zowel inhoud als slagkracht en representatie ertoe doen. En natuurlijk kunnen we een proces ingaan waarin we verschillende scenario's gaan onderzoeken, strijdpunten met elkaar eindeloos gaan uitdebatteren en dan denk ik dat we over vier maanden hier terug zitten met een volgende formatiefase, zoals we hem ook wel eens in Den Haag zien.
Dus wij kiezen ook bewust voor een wat sneller proces van verkenning om vervolgens tot een formatie te komen waarvan je denkt: dit is een goed advies en daarmee kunnen wij verder. Die andere variant had ook gekund, kost veel meer tijd, zou ik ook persoonlijk niet zo voor zijn gezien de grote opgaven waar we voor staan in deze stad. De heer KAGIE: Maar er wordt wel een keuze gemaakt. Het niet doorgaan met een partij is ook een keuze, en daarmee zegt u: het kost meer tijd als ik het op die manier had uitgediept. Maar blijkbaar had u genoeg tijd om de keuze te maken om het uit te sluiten. Of in ieder geval u, de verkenners. En wat ik daarmee eigenlijk wil zeggen is: het kan natuurlijk ook zomaar zijn dat de stijl en de dingen die u noemt of waarmee u mij complimenteert, ook zorgt voor een democratisch mandaat waaraan u meer recht zou moeten doen dan 35 minuten een gesprek en geen vervolggesprek. Kunt u zich daar iets bij voorstellen? Om het uitlegbaar te maken buiten dit kringetje. De heer SLIKKER: Die keuze is natuurlijk niet alleen gebaseerd op die 35 minuten gesprek die u heeft gevoerd met de verkenner. Wij kennen elkaar natuurlijk al jaren hier in de cultuur in de politieke raad. We hebben met elkaar campagne gevoerd.
Daar heb ik van verschillende partijen gehoord hoe ze kijken naar de rol die ze eventueel in een stadsbestuur zouden kunnen spelen en welke houding daarbij past. En ik herinner me ook oprecht in uw verslag waarin u zei: ik zie twee grote linkse partijen, daar zou ik een rechts blok tegenover willen zetten. En dan herhaal ik echt oprecht mijn woorden van net. Ik denk dat het stadsbestuur de komende jaren iets anders nodig heeft dan dat. Mevrouw HENDRICKX: Nog een vraag aan u. Ik blijf mij verbazen over uw stellige stellingname met kiezen voor centrumlinks, voor een partij die programmatisch heel ver van u afstaat. Heeft u dat ook al gedeeld met uw eigen achterban, leden en kiezers? Want ons bereiken ook echt signalen van mensen die echt verwonderd zijn over deze stap van de heer Slikker en zijn partij. Is dat ook iets wat u terughoort of wat zijn uw eerste signalen die u buiten hoort op het moment dat u deze variant zo verdedigt?
20
De heer SLIKKER: Uiteraard heeft mijn partij ook gewoon een ledenvergadering gehad waarin wij de uitslag van de verkiezingen hebben besproken en daar voelde ik heel veel draagvlak voor de koers die ik hier vandaag ook namens mijn fractie, maar daarmee ook gesteund door onze leden, uitdraag. Namelijk dat een stadsbestuur stabiel moet zijn en de volle breedte moet respecteren en vervolgens ook op de eigen inhoud aan een formatietafel stellig die inhoud eruit moet halen. De heer ROOVERS: Ik ben het met de heer Slikker eens dat uiteindelijk de inhoud en de problemen buiten deze zaal leidend zouden moeten zijn. Dan waren wij het in de campagne er volmondig over eens dat er echt een extra inzet moet komen op de bouw van extra sociale huurwoningen ten opzichte van de vorige periode. Ik refereer in ieder geval naar de StemWijzer. Denkt de heer Slikker nu dat dit de variant is van alle varianten waarmee de oplossing van die problemen, laten we even betaalbaar wonen noemen, het snelst verwezenlijkt kan worden? De heer SLIKKER: Ik denk oprecht dat in de totaliteit van opgaven waar 's-Hertogenbosch voor staat en de stabiliteit en ambitie die nodig is voor een daadkrachtig stadsbestuur, dit een variant is waarmee we goed uit de voeten kunnen.
Zitten er op de inhoud grote verschillen die ook aan die tafel de komende weken en vervolgens ook in het debat met deze raad met dertien partijen nog aanscherping vragen? Absoluut. U kent de inhoud van mijn programma, u kent de strijd die ik met u voer op betaalbare woningbouw. Ik weet hoe andere partijen naar me kijken. Natuurlijk had ik op dat dossier kunnen zeggen: er zijn een aantal partijen die daar dichter bij mij staan en daar kan ik een ideaal coalitietje mee maken. Maar dat is uiteindelijk de vraag niet. De grote vraag is: hoe kun je zoveel mogelijk van je programma realiseren in een construct waarbij je ook een daadkrachtig en ambitieus college hebt dat de volle breedte van deze stad vooruitbrengt? De heer ROOVERS: Ik stel de vraag omdat u sommige discussiepunten specifiek noemt, Brabantbad, Duurzame Polder, als argumenten waarom bepaalde partijen uitgesloten worden. Maar ik moet nog steeds bijkomen van het standpunt van de VVD dat zij het station willen gaan betalen door minder sociale huurwoningen te bouwen en dat is een verschil dat u in uw bijdrage niet noemt. Dat is de reden waarom ik ook specifiek hiernaar vraag.
Verwacht u nu met zo'n afstand met de VVD daar extra inzet op te kunnen leveren? De heer SLIKKER: Ik kan alleen maar concluderen dat de afspraken die wij voor betaalbare woningbouw de afgelopen periode met de partijen waarmee wij in het college zaten gemaakt hebben, keurig stand hebben gehouden. Dat was een wezenlijke verschuiving naar 70% betaalbaar en het op stoom houden van die bouwproductie. U kent mijn inzet die in het verkiezingsprogramma staat van GroenLinks-PvdA. Daar stappen wij vol vertrouwen mee ter tafel. En natuurlijk, ik had kunnen zeggen: met de SP, De Bossche Groenen had je op het onderwerp betaalbare woningbouw meer meters kunnen maken, maar ik zie ook een verkiezingsuitslag die iets anders reflecteert dan een keuze voor een dergelijk college. De heer LIEBREGTS: Over woningbouw, er wordt veel gesproken ook nu weer, en vergrijzing en doorstroming zijn dan ook onderwerpen die dan heel regelmatig aan de orde komen. Een heel concrete vraag, kunt u aangeven op hoeveel levensloopbestendige woningen we gaan inzetten de komende vier jaar? De heer SLIKKER: Ik kan u natuurlijk keurig vertellen dat wij op dit moment alleen al 8000 levensloopbestendige woningen in de huidige programmering hebben staan.
Wat ik u niet kan vertellen is wat de toekomstige inzet wordt na een onderhandeling aan een formatietafel en de bespreking daarvan in deze raad, want dat is precies de vooravond waar wij vandaag aan staan. De heer LIEBREGTS: Ik hoor wat u zegt, 8000 woningen die wij hier in Den Bosch al hebben. We hebben 162.000 inwoners, 40% ongeveer daarvan in Den Bosch, iets meer zelfs, is 50+ en 25%, 30% is zelfs 65+. Dat betekent dat we een 40.000 woningen in de naaste toekomst nodig hebben, en zeker als we nu al gaan bouwen, die zijn pas over tien jaar klaar. Dus hoe gaan we daarmee om? De heer SLIKKER: Ik had het specifiek over wat er in de nieuwbouwprogrammering al zit, niet over hetgeen in de bestaande voorraad zit. En dat hele debat over hoe we dat gaan realiseren, zijn nu typisch de inhoudelijke besprekingen die deels thuishoren aan een formatietafel en in het bredere debat met de dertien partijen in de raad in de toekomst.
21
Mevrouw HENDRICKX: Ik had nog een laatste vraag aan de heer Slikker. De verkenners gaven net aan dat iedere partij de gelegenheid heeft gekregen om haar voorkeursvariant uit te spreken. Kunt u aangeven wat uw voorkeursvariant is geweest die u heeft achtergelaten bij de verkenners? De heer SLIKKER: De bewoordingen die u letterlijk in mijn gespreksverslag terugziet en ook in de brief die we namens GroenLinks-PvdA hebben gestuurd is ook hetgeen wat ik aan de tafel daar heb gezegd. Dat is dat we gezien de uitslag zien dat een bredere samenstelling van het college wenselijk is en daarin hebben we meerdere opties geschetst, met de partijen die vandaag ter tafel liggen maar ook een aantal andere varianten. De heer KAGIE: Dan nog heel even in het verlengde hiervan, want u zegt dat er verschillende opties langs zijn gekomen. Mogelijk kunt u ze uit de doeken doen. De heer SLIKKER: Ik snap dat dat voor iedereen hartstikke interessant is om dertien keer de individuele ui af te pellen met individuele voorkeuren. Ik snap dat dat verdomde interessant is om dat met elkaar te doen, maar oprecht, dat doet geen recht aan het proces dat een verkenning is. Een verkenning is een proces waar bij iedereen de nieren worden geproefd over hoe je kijkt naar de toekomst van het stadsbestuur en de samenstelling daarvan.
U heeft mijn brief kunnen lezen, u heeft het gespreksverslag kunnen lezen en u heeft mijn antwoorden vandaag kunnen horen en dat is mijn antwoord. Mevrouw HENDRICKX: In het verslag staat het niet helder en het is wel relevant voor partijen om te weten hoe partijen erin zitten, dus vandaar dat wij die vraag aan u stellen. Ik heb geen moeite om gewoon te zeggen wat mijn voorkeursvariant was. Waarom zit er bij u zo'n terughoudendheid om dat te noemen? En als dat er niet zit, noem ze dan. De heer SLIKKER: Omdat er oprecht niet één variant was waarvan wij gezegd hebben: dit is onze meest te prefereren voorkeur. Wat we hebben aangegeven, en dat ziet u ook keurig in de brief en in het gespreksverslag terug is dat we zien dat we met een aantal partijen inhoudelijk goed overeenstemming hebben, maar die vallen getalsmatig af of op grond van de verkiezingsuitslag in de volle breedte en dat we een aantal partijen hebben waarmee soms de verschillen best wat groter zijn, maar met wie we wel goed hebben samengewerkt en waarvan we denken dat we in de toekomst daar weer goed mee zouden kunnen samenwerken. Dat is hetgeen we gezegd hebben bij de verkenners, wat ik gezegd heb in de campagne en wat ik ook hier vandaag met genoegen nog eens een keer herhaal. Mevrouw LIPMAN: Om daar even op aan te haken, er is geen voorkeursvariant genoemd. Bij D66 hoorde ik net ook al: het CDA is niet uitgesloten.
Alleen is het dan nog steeds niet duidelijk waarom dan is gekozen voor deze partijen en waarom niet anders? Welke criteria zijn er dan voor gebruikt? Het lijkt me toch dat er ergens iets van een voorkeur moet zijn geweest, want hoe kunnen we anders tot een conclusie komen? De heer SLIKKER: Volgens mij heeft u dit gesprek net gevoerd met de verkenners. Ik ben niet bij de dertien gesprekken van alle partijen geweest. Ik ben er bij eentje geweest, dus ik kan alleen reflecteren op wat ik zelf gezegd heb. De verkenners hebben op basis van dertien gesprekken de weging gemaakt zoals die vandaag voorligt. En de vraag die aan mij gesteld wordt in een duidingsdebat is of ik namens GroenLinks-PvdA me herken in die duiding of dat ik me daar niet in herken. Het antwoord is dat ik me erin herken. Mevrouw LIPMAN: Daar kon net geen antwoord op gegeven worden. De verkenners verwezen naar: dat moet dadelijk bij het debat duidelijk worden. Dan proberen we het in het debat duidelijk te krijgen en dan krijgen we geen antwoord. De heer SLIKKER: Maar mijn antwoord over wat ik zelf aan de tafel heb gezegd, samen met mevrouw Korver in het gesprek, is precies wat er in het gespreksverslag staat en wat ik ook net weer heb gezegd. Wij hebben geen partijen als het CDA of VVD of Rosmalens Belang uitgesloten. Ik heb Leefbaar 's-Hertogenbosch niet uitgesloten. Ik heb De Bossche Groenen niet uitgesloten.
We hebben alleen gezegd: we denken dat een coalitie in deze typen bandbreedte het meest recht doet aan de uitslag en de verkenners zijn met dertien gesprekken vervolgens op pad gegaan om te 22
bedenken: wat vinden wij in een verkenningsverslag daar de duiding van. En dat is de duiding die namens de verkenners vandaag voorligt. De heer KAGIE: Ik had eigenlijk een meer inhoudelijke. U heeft vandaag gezamenlijk met D66, VVD en Rosmalens Belang een motie ingediend en daarin wordt eigenlijk gezegd: laten we ook breder kijken wat voor initiatieven er komen om mee te nemen. Nu liggen er ook wat moties op tafel vandaag, onder andere over lasten en veiligheid van ondergetekende. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? We kunnen die motie tot stemming brengen. Ik kan ook zeggen: ik houd die moties in en gebruik dit haakje. Kunt u daar eens op reflecteren richting de indieners van de moties? De heer SLIKKER: Ik zou eigenlijk in de tweede termijn zijn teruggekomen op de moties, maar wat ik zuiver zou vinden in het proces, er zijn vandaag door een heleboel partijen op een aantal inhoudelijke onderwerpen moties ingediend die niet verzoeken: neem dit mee in de gesprekken, voer daar het gesprek over met alle dertien partijen in de raad, maar die meteen zeggen: dit zou als eindconclusie moeten landen in een bestuursakkoord. Oprecht, dat lijkt mij niet zo handig. Omdat de weging van hoe de optelsom van al die onderwerpen en ook alle onderwerpen die niet genoemd zijn, wel bij elkaar moet komen in uiteindelijk een bestuursakkoord en vervolgens ook nog in een financiële plaat.
Dus om vandaag vervolgens hier op individuele onderwerpen te zeggen: die ja, die nee, past volgens mij niet bij het ordentelijke proces dat we met elkaar te doorlopen hebben. Mevrouw HENDRICKX: U heeft het net over samen hè, ik hoorde mevrouw Craste daar ook over, ik hoor u daar ook over. U wilt het graag samen doen. Dit is volgens mij het vertrekmoment samen. Samen betekent samen richting het bestuursakkoord, dus wij geven vanuit de raad u wat dingen mee. Dat is dan toch samen richting bestuursakkoord? De heer SLIKKER: Maar het punt is natuurlijk dat er tegenstrijdigheid in een aantal van die onderwerpen zit. Laat ik maar even een voorbeeld noemen. Er is een motie die zegt: op de financiële plaat, houd die eigenlijk op nul. En vervolgens wordt er gezegd: maar er moeten wel meer ambtenaren bij op dit onderwerp en we willen extra geld uitgeven op onderwerp x. Dat hebben we een aantal keer liggen. Die zaken bijten elkaar en juist bij de integrale afweging die je altijd maakt bij een begroting, Hans van Mierlo zei het ooit, de begroting is als een deken in de winter. Als de een hem naar zich toetrekt ligt de ander in de kou. Dat geldt ook hier. Dus als we op individuele slippers vandaag gaan zeggen: daar zijn wij voor vanuit ons programma, is er ook vervolgens ergens waar pijn geleden wordt en dat hebben wij vandaag niet met elkaar in beeld en dat zou ik onzuiver vinden.
Mevrouw SAMSHUIJZEN: Toch nog één verhelderende vraag. Ik hoor collega Slikker net aangeven: ik heb eigenlijk geen middelgrote partij uitgesloten. We hebben geen duidelijke voorkeur uitgesproken. Nu moet ik zeggen dat ik deze vraag net niet aan D66 heb gesteld. Dat had ik dan misschien wel moeten doen. Maar kijk, in dat verslag van de verkenners staat: voor deze en deze partijen is geen draagvlak, en dan vraag ik mij heel erg af: waar komt dat dan vandaan? Hoe ziet collega Slikker dan die duiding in het verslag van de verkenners? De heer SLIKKER: Nogmaals, de duiding van het verslag van de verkenners had u aan de verkenners moeten vragen, want ik ben niet bij die andere twaalf gesprekken geweest. Dat wordt lastig. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik heb deze vraag net ook aan de verkenners gesteld: waar komt die duiding vandaan? Die gaven aan: dat is politiek, in mijn bewoordingen. U geeft aan: wij hebben geen partij uitgesloten.
Goed, D66 had ik dan net misschien de vraag moeten stellen, dat heb ik niet gedaan, maar het is meer dat ik zoekende ben: als niemand partijen heeft uitgesloten, waar komt dit advies dan vandaan en roept dit dan niet op om juist nog wel eventjes die zorgvuldigheid met elkaar, die zorgvuldige weg te bewandelen? Om dan misschien niet alleen met, ik noem een VVD of andere partij, een tweede gesprek te doen maar ook met andere middelgrote partijen, om juist die zorgvuldigheid en transparantie in het proces te bewaken? De heer SLIKKER: Maar dan toch hè, in de brief kunt u keurig teruglezen dat bijvoorbeeld GroenLinks-PvdA heeft gezegd dat ze de samenwerking met PVV en FVD niet levensvatbaar achten op grond van inhoudelijke verschillen. Mijnheer Van Hattem is het daar zeer mee eens, zie ik. Twee, dat gezien de verkiezingsuitslag een bredere representatie in het college wat ons betreft wenselijk is, en dat gezien de inhoudelijke verschillen, stemgedrag uit het verleden, de samenwerking met 23
Leefbaar 's-Hertogenbosch en bijvoorbeeld De Bossche Groenen in deze fase wat ons betreft dus ook minder voor de hand ligt. Al die gesprekken, dertien daarvan, hebben de verkenners bij elkaar opgeteld en daar een weging van gemaakt. Bij die andere twaalf gesprekken ben ik niet geweest. Ik zie de gespreksverslagen en ik kan de redeneerlijn van de verkenners goed volgen en daar geef ik vandaag de duiding op. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Begrijp ik collega Slikker dan goed dat hij aangeeft van bijvoorbeeld Leefbaar 's-Hertogenbosch en De Bossche Groenen, daar voelen wij toch minder voor dan om met deze partijen te gaan samenwerken? Als u net die voorbeelden aangeeft, begrijp ik dan goed dat dat uw input is voor de verkenning? De heer SLIKKER: Dan ga ik erg in herhaling vallen, maar zowel in de campagne, in de brief en in het gespreksverslag kunt u teruglezen wat GroenLinks-PvdA gezegd heeft en dat is: ons hart klopt links van het midden, sociaal en vooruitstrevend, maar we zoeken ook naar stabiliteit, daadkracht en ambitie in het stadsbestuur en de breedte van die uitslag doet er ook toe. En op grond daarvan hebben we de weging gemaakt zoals u hem kunt teruglezen in het gespreksverslag.
De heer SCHUURMANS: Een bijzonder moment zo, vier jaar in de commissies, een intensief maar eervol jaar als lijsttrekker en nu hier als kersverse fractievoorzitter, mijn officiële vuurdoop hier aan het spreekgestoelte in deze prachtige raadzaal. Allereerst een woord van dank namens de Bossche VVD aan de verkenners, de heer De Beer en mevrouw Van Tongeren. Dank voor de prettige gesprekken die we hebben gehad en het rapport met het advies dat nu voorligt. Een advies dat onzes inziens recht doet aan de behoefte aan een stabiel en slagvaardig bestuur voor Den Bosch. De kiezer heeft de kaarten opnieuw geschud en voor ons was de uitslag een moment van oprechte reflectie voor wat de komende jaren beter kan. Maar laat ik daarbij ook wel zeggen: het is voor ons alsnog een krachtige bevestiging voor onze positie als derde partij van deze stad en dorpen, Sjef, geen zorgen, waarbij we onze rug rechthouden, onze verantwoordelijkheid willen nemen en bestuurlijk evenwicht kunnen bieden. De Bossche VVD, wij, zien in dit advies een duidelijke opdracht, waarbij wij de handschoen oppakken. Wij zijn bereid onze bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen en doen dat met een helder, liberaal kompas in de hand. Wij stappen daarmee positief en constructief de komende fase in. Onze brief aan de verkenners is daarbij ons fundament.
En het is een beetje Wij van WC-eend, ik kan het lezen van de brief aanraden en ik zal dus ook de volledige inhoud misschien niet herhalen, maar de kern van die brief is ons fundament voor de volgende fase, het herkenbare, liberale verhaal, waarvoor wij aan tafel zitten. Om samen met die andere partijen aan tafel te borgen dat de ambities die we hebben voor onze gemeente gepaard gaan met een passende koers van rust, realisme en resultaat. De heer VAN HATTEM: Allereerst gefeliciteerd aan de heer Schuurmans met zijn maidenspeech. Ik weet niet of het al officieel is, maar in ieder geval de eerste keer hier plenair. Maar hij heeft het over zijn herkenbare liberale verhaal, maar het klinkt toch een beetje dat de VVD een beetje als excuus-liberaal erbij is getrokken en een bijwagen van D66 is geworden in plaats van dat hier een herkenbaar liberaal verhaal ligt, dus ik hoor dan toch graag op welke inhoudelijke punten er een stevig liberaal verhaal ligt. De heer SCHUURMANS: Ik ga er hierbij even van uit dat de heer Van Hattem dus de brief niet gelezen heeft. Daarin staat namelijk duidelijk wat het verschil is van ons met een D66. Allebei liberaal, maar vanuit een ander perspectief daarin. Daarbij kijken we bijvoorbeeld ook naar de financiële degelijkheid die wij willen bieden. Daar zien wij heel veel gelijkenis met D66, dat klopt.
Maar wij kijken uiteindelijk toch naar een aantal punten waarin wij zeggen: we gaan kijken naar de ambities die er zijn, de ambities die er leven, maar ook te kijken: hoe kunnen we daarbij zorgen dat we de economische vitaliteit met elkaar behouden, op het moment dat we gaan kijken naar die ambities, hoe zorgen we er met elkaar voor dat dat betaalbaar blijft. En daar gaan we elkaar de komende jaren in vinden, dat geloof ik gerust, maar dat is wel eerst aan de onderhandelingstafel. En dat is de fase waar we ons op dit moment in bevinden. De heer VAN HATTEM: Dan komt inderdaad die onderhandelingstafel. En nu staan er dus een aantal ambities overeind ten aanzien van de VVD. U hebt er net een aantal van genoemd. Maar wat blijft er dan straks van over en is dat dan voldoende om als VVD daar nog voldoende kleur op de wangen te hebben ten opzichte van D66 waarvan u zegt: daar zijn verschillen mee, en ten opzichte van GroenLinks-PvdA waarvan eigenlijk landelijk werd gezegd: met die partij willen we geen 24
zakendoen? De heer SCHUURMANS: De heer Van Hattem vraagt mij hier om het laatste hoofdstuk van een boek te beschrijven dat nog geschreven moet worden, dus dat lijkt mij een heel lastige. Ik kan wel zeggen hoe het verhaal eindigt, maar dat weten we op dit moment allemaal nog steeds niet. Daarvoor zitten wij aan tafel, om dat verhaal met elkaar te vormen. En aan het einde, zodra dat boek geschreven is en het laatste hoofdstuk hier in deze raad langs is gekomen, hoor ik graag van u wat u ervan vindt. We gaan na vanavond de fase van de inhoudelijke onderhandelingen in, waar we het zojuist al over hadden. Met open vizier, maar ook met begrip voor elkaars verhaal. Wij brengen dat authentieke liberale verhaal, maar we hebben ook begrip voor andere partijen aan tafel. Zoals ik zojuist al aangaf, aan het einde van die fase komen we hier terug in deze zaal. Dan is het moment om met elkaar te beoordelen hoe dat herkenbare liberale verhaal en de uitgangspunten die in onze brief, ik zie veiligheid en lasten zo laag mogelijk houden, hun weg hebben gevonden in het bestuursakkoord voor de komende vier jaar, waarmee we onze prachtige gemeente 'sHertogenbosch verder helpen. De afgelopen vier jaar hebben we gezien dat goede ideeën geen partijkleur hoeven te hebben en we kijken er dan ook naar uit om de komende jaren de samenwerking aan te gaan met alle partijen in deze raad.
Voor nu gaan wij als Bossche VVD in ieder geval met veel energie en een positieve constructieve liberale blik aan de slag. De heer KAGIE: Ik las ook in uw brief dat een doorstart met de vertegenwoordigende partijen vanuit de huidige coalitie een optie is waar de Bossche VVD graag onderdeel van uitmaakt. Ik wil toch vragen, want u noemde ook de reflectie op de uitslag, misschien ook wel uitslagen van eerdere verkiezingen. Hoe tevreden was u met de vertegenwoordiging van uw liberale verhaal in het vorige college? De heer SCHUURMANS: Als we kijken naar de afgelopen vier jaar, heb je als je samenwerkt, ook als je een relatie hebt en samenwoont, wel eens betere tijden en je hebt wat mindere tijden. Maar het gaat erom hoe je in die mindere tijden elkaar weet te vinden. En als dat is met TikTokfilmpjes waarin je de ander in de hoek drukt, dan is dat niet de stijl die wij zoeken. En als we daarmee dus ook kijken waar de Bossche VVD voor staat, is dat een constructieve samenwerking. Die zoeken wij de komende jaren ook zeker met uw partij. Dan hoop ik wel dat we elkaar in de ogen kunnen kijken en dan kunnen zeggen: laten we daarin samenwerken in plaats van elkaar tegenwerken. De heer KAGIE: Ja, die TikTok-filmpjes gaan blijven komen, dus ik zal u teleurstellen.
Maar ten opzichte van dat afrekenen op die liberale prioriteiten die dan toch wel naar voren moeten komen, want op economische vitaliteit en betaalbaarheid, hoe kan nu die ondernemer of die inwoner u over twee maanden afrekenen, waar kunnen ze u nu op betrappen in dat liberale verhaal in dat collegestuk, in dat bestuursakkoord? Noemt u nu eens een of twee onderwerpen: daar kunt u mij op afrekenen. De heer SCHUURMANS: In een aantal van de moties die vanavond voorliggen herkennen wij toch wel een gedeelte van ons partijprogramma in. En daarbij refereer ik ook aan de vragen die u zojuist stelde. Ik zou daarbij juist voorstellen: laten we die dan met elkaar gaan bekijken op het moment dat we het boekwerk met elkaar hebben. We hebben een brief met een boodschappenlijstje en we weten ook wel met hoe de zetelverdeling is, hoe de puzzel is gelegd, dat wij niet 100% gaan scoren. Maar laten we dat gesprek nu met elkaar gaan hebben over een aantal weken wanneer het coalitieakkoord er ligt. En als we dan een heel mooi boodschappenlijstje hebben afgevinkt, hoop ik op een bosje bloemen van u. De heer VAN CREIJ: U bent als enige van de dertien partijen voor een tweede gesprek uitgenodigd. Uit het verslag maak ik op dat dat op 30 maart is geweest. Kunt u duiden waar dat gesprek specifiek over gegaan is? Want iedereen is maar één keer geweest.
De heer SCHUURMANS: Het waren een aantal verduidelijkende vragen naar aanleiding van het eerste gesprek. Daar zijn ook verslagen van gemaakt, dus die kunt u teruglezen. Het was een gezellig gesprek, dat kan ik er vooral van zeggen. De heer LIEBREGTS: Als ik de woorden van de VVD goed uitleg dan ziet zij zichzelf als de boekhouder van de aankomende coalitie. Nu zijn de plannen van de gemeente er over het algemeen 25
op gericht om te investeren in de toekomst. We gaan niet voor de korte termijn, we gaan juist voor de lange termijn. Dat betekent dat je risico's neemt. Hoe moet ik dan duiden dat u zegt: ik ga op de portemonnee letten, want als je nu geen geld hebt dan kun je niet investeren. En als je weinig hebt kun je al helemaal niet investeren, dus hoe gaat u daarmee om? Zegt u, er moet een nieuw station komen, om maar eens een voorbeeld te nemen, € 58 miljoen, ja sorry, dat hebben we niet dus dat gaan we niet uitvoeren. De heer SCHUURMANS: Dan toch even de VVD-dooddoener, het geld moet eerst verdiend worden voordat het uitgegeven kan worden. Dat zijn de gesprekken die we met elkaar gaan hebben, hoe zorgen dat we economische slagkracht hebben en het geld binnenhalen, en dan kijken we hoe we het gaan uitgeven. De heer LIEBREGTS: Misschien heel kort, maar een huishoudboekje geldt niet voor een overheid, met alle respect. Wij dienen te investeren voor de toekomst van de stad, niet voor vandaag maar voor over veertig jaar. Als u dat niet ziet, is het echt kortetermijndenken en dan denk ik dat we op de verkeerde weg zijn. De VOORZITTER: Dit is geen vraag. De heer SCHUURMANS: Zou ik er toch op mogen reageren? De VOORZITTER: Maar het is geen vraag. De heer SCHUURMANS: Het is wel nu even in een verkeerd daglicht zetten wat ik zojuist heb gezegd.
Het gaat er niet over dat we niet willen investeren, het gaat erom dat we eerst het geld moeten hebben om te investeren en dan kijken welke ambities we daarmee kunnen waarmaken. En niet andersom. De VOORZITTER: Ik ga over naar de vierde spreker. Mevrouw Lipman nog? Mevrouw LIPMAN: Geen interruptie want volgens mij heb ik er acht. De VOORZITTER: U zit nu op zeven. Mevrouw LIPMAN: Dan laat ik het nog even, maar kunnen we dan dadelijk even schorsen? De VOORZTTER: Na wie? Mevrouw LIPMAN: Na de heer Schuurmans? De VOORZITTER: Dat is een procedurele vraag en die geldt niet als interruptie. Schorsing De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Kagie namens Leefbaar 's-Hertogenbosch De heer KAGIE: Dank aan de verkenners namens Leefbaar 's-Hertogenbosch voor het begeleiden van dit proces en hun inspanning. Leefbaar 's-Hertogenbosch wil het eigenlijk direct, als we het toch over de inhoud en het eindrapport gaan hebben en het advies dat daarbij hoort, hebben over wat ik al eerder richting de heer De Beer ook al uitlichtte. Namelijk de conclusie dat de zwaarste keuze van het verkenningsproces was: wordt het het CDA of wordt het Rosmalens Belang dat we laten afvallen? Laat dat even op u inwerken en denk dan even aan de opdracht die de verkenners meekregen, de opdracht om recht te doen aan de verkiezingsuitslag en deze vertalen naar een kansrijke inhoudelijke onderhandeling.
Zij zien niet het passeren van De Bossche Groenen, met een linksere raad dan voor 18 maart jl. als de lastigste opgave. Zij zien ook niet het passeren van een evidente winnaar als Leefbaar 's-Hertogenbosch als de lastigste opgave. Nee, de lastigste stap was echt: wie van al die verliezers binnen de huidige coalitie houden we binnenboord en wie moet er afvallen? Alsof er geen verkiezingen zijn geweest. Alsof er geen verkiezingen hebben plaatsgevonden wordt alles op alles gezet om door te gaan met dezelfde club partijen. Verliezende partijen, en ook niet de eerste verkiezing dat ze verliezen en dat allemaal met het argument: wat 26
werken we toch fijn samen. En zo wordt een winnaar als Leefbaar 's-Hertogenbosch na één gesprek, nog voor serieuze inhoudelijke verdieping, terzijde geschoven met gelegenheidsargumentatie waar we vandaag nog niet echt wijzer op zijn geworden. Leefbaar 'sHertogenbosch vraagt zich hardop af: hoe legt u dit aan de kiezer uit? Niet aan dit intimikringetje dat precies weet wie wie lief vindt en wie met elkaar door een deur kan. Nee, buiten, als u inwoners en ondernemers tegenkomt, dat u uitlegt waarom u wel met verliezers doorgaat en niet met evidente winnaars, nog voor de inhoudelijke ronde. En natuurlijk is Leefbaar 's-Hertogenbosch niet uw stijl, en natuurlijk heeft Leefbaar 's-Hertogenbosch een andere manier van campagne voeren. En natuurlijk stemmen we anders, God verhoede. Maar dat spreekt eigenlijk blijkbaar een significant deel van de Bossche kiezer aan. Schept dat dan niet de verplichting om verder te gaan op de inhoud om te kijken: wat moeten we met die club die gegroeid is? Wat moeten we met die club op de inhoud? Waar blijkbaar Bosschenaren fiducie in hebben. Let wel, en dat heb ik volgens mij al eerder in de beantwoording of de vraag richting de heer Slikker duidelijk gemaakt, wij hebben in het gesprek met de verkenners aangegeven dat wij op die hoofdopgave vooral willen doen waar al jaren een handtekening van de raad voor is.
Op mobiliteit, die dubbele vergrijzing, zorg, op wonen. Dat wij juist zeggen: ga prioriteiten stellen om te zorgen dat het van papier naar praktijk gaat. U kunt het toch niet polariserend noemen, te zeggen: blijf doen wat u deed? Natuurlijk is het geen geheim, Leefbaar 'sHertogenbosch wordt niet zo enthousiast van het mogelijk maken van Amsterdam aan de Dieze als de VVD dat wel wordt. En natuurlijk begrijp ik ook dat u liever onderhandelt met de heer Huibers dan met de heer Kagie. Maar het gaat niet om ons, het gaat over het serieus nemen van de kiezer en de signalen die hij of zij aangeeft in democratische verkiezingen. Die kiezer die al zo weinig vertrouwen heeft in de politiek, die al zo weinig vertrouwen heeft in dit huis. Als we op deze regenteske wijze met de lokale democratie omgaan, moet u niet opkijken als de volgende verkiezing er nog meer teleurgestelde inwoners en ondernemers niet komen opdagen bij het stembureau. De heer SLIKKER: Een vraag aan de heer Kagie, vindt u een stem op Leefbaar 'sHertogenbosch meer of minder waard dan een stem op bijvoorbeeld de VVD, Rosmalens Belang, D66, 50PLUS of welke andere partij dan ook in deze raad? De heer KAGIE: Ik vind een Leefbaar 's-Hertogenbosch-stemmer sowieso een toffe peer, maar die is natuurlijk niets meer waard dan een andere stemmer.
Maar dat vond ik vandaag ook wel een beetje een semantisch spelletje, want aan de ene kant proberen we een verkiezingsuitslag te duiden, maar we willen ook niet te veel met de uitslag doen. Het is gewoon een optelsom van een aantal zetels. En daar ga ik niet in mee. Ik lees gewoon in de staatjes dat Rosmalens Belang in 2014 nog 12,5% had en in vier verkiezingen naar 8,1% gaat. Dat de VVD 12,5% had en nu naar 8,8% gaat. De heer SLIKKER: Een vervolgvraag, als u vindt dat elke stem op elke partij of elke persoon die gekozen is in deze gemeenteraad evenveel waard is, waarom vindt u dan dat u niet op nul begonnen bent, net zoals mijn partij op nul begonnen is op verkiezingsdag, maar dat u gestegen bent en een ander gezakt is? De heer KAGIE: We komen nu in een discussie hoe je een uitslag interpreteert. Zoals ik dat zie, is het wel degelijk zo dat een groeiende partij een winnaar is van een verkiezing. Ik denk dat we geen krantenkop hebben kunnen zien zonder te zeggen: D66 is een winnaar, GroenLinks-PvdA is een winnaar, 0,2% meer dan de vorige keer, even voor de helderheid, en Leefbaar 'sHertogenbosch is een winnaar, met een significant verschil.
Dan is het toch zo dat je het signaal op zijn minst serieuzer moet nemen dan 35 minuten een inhoudelijk gesprek voeren, een poging tot inhoudelijk, en niet eens in tweede instantie uit te nodigen? Wat zegt dat over de tunnel waarmee u naar dit proces bent gegaan en waar in de derde zin van uw brief staat: coalitiegenoten komen uit de huidige coalitie. De heer SLIKKER: Dan over tunnels gesproken waarmee we een uitslag duiden, als we uw logica zouden volgen, bent u het dan met mij eens dat er eigenlijk dan maar een coalitie zou kunnen bestaan uit vier partijen, te weten D66, GroenLinks-PvdA, Leefbaar 's-Hertogenbosch en Forum voor Democratie? Want dat zijn immers de partijen die gewonnen hebben? De heer KAGIE: Dit ken ik van de heer Slikker, ik maak een karikatuur van de discussie, ik heb niet gezegd dat het de eindstand moet zijn. Ik heb ook niet gezegd dat het aannemelijk is dat u met Leefbaar 's-Hertogenbosch gaat eindigen. Sterker nog, ik had mijn huid extreem duur verkocht 27
en dat heb ik ook duidelijk gemaakt. Maar wat zegt het dat die huid verkopen niet is onderzocht? Daar gaat het om. Tussen het ene gesprek en samen eindigen in dat bestuur zit nog een hele wereld mijnheer Slikker, dat weet u ook. En die hele wereld heeft u niet willen ontdekken. U wist genoeg. Op stemgedrag, op stijl, op campagne. Ja, u vindt het blijkbaar argumenten. De heer SLIKKER: Dan een combinatie van een betoog met een afsluitende vraag. Waarom heeft u dan zelf gezegd dat u een combinatie tussen Leefbaar 's-Hertogenbosch en de winnaars van de verkiezingen aan de andere kant, D66 en GroenLinks-PvdA, niet de meest logische variant vindt waarvan u zelf zegt: ik snap ook wel dat men daar men niet mee begint. De heer KAGIE: Ik snap dat de heer Slikker er een beetje aan moet wennen, want ik snap dat de VVD meteen duidelijk maakte dat ze er heel graag bij wil zijn, maar mijn stijl is dat ik zo lang mogelijk vasthoud aan mijn eigen verhaal totdat ik iemand tegenkom die zegt: zullen we het op de inhoud anders doen? En dan gaan we met elkaar eens bediscussiëren hoever ik wil gaan. En dat is misschien een stijlverschil, maar ik ga niet in het eerste gesprek zeggen: D66, pfoe, ik zou haar agenda wel willen uitvoeren. Ja, ik snap dat het even een beetje wennen is, na de Bossche VVD de afgelopen periodes, maar ik houd iets langer die huid nog tegen me aan en verkoop hem nog niet.