CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2026-01-27

Gemeenteraad 3 maart 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergaderingen van de gemeenteraad van 27 en 28 januari 202632.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maar dat kan pas als wij die gesprekken met Knoflook weer voortzetten en op het moment dat duidelijkheid is wat betreft het juridische traject, dat buiten ons om loopt. Betaalbaar, dat moet ik toch echt eens zijn met mevrouw Korver. De atelierhuur vinden wij in principe betaalbaar en daar zetten we dus een plus op vanuit de gemeente. Op het moment dat de raad aangeeft: maar voor dit initiatief willen wij een uitzondering maken naar € 20 per vierkante meter, dan is dat aan uw raad. Dat zou ik ook niet kunnen als college. Wij moeten ook gelijk zijn naar anderen. En ik denk op het moment dat u aangeeft: € 20 voor Knoflook en € 55 voor de maker die een bijbaan heeft als postbode om zijn atelier te betalen, dan denk ik dat alle makers op mijn stoep staan. Mevrouw VISSCHER: U zegt nu: ik kan dat niet maken, dan moet ik terug naar de raad. Maar mocht uit die gesprekken met Knoflook nu blijken dat het bedrag iets lager zou liggen, bent u dan bereid om daarmee terug te komen naar de raad? Dat is dan de vraag. Wethouder CRASTE: In principe is vanuit het college mijn taak: gelijke monniken gelijke kappen. Dus op dat moment kom ik niet met dat voorstel om dat mindere bedrag. Dan is het aan uw raad om mij de opdracht te geven om dat verder te gaan doen. Het stukje betaalbaar heb ik nu gehad, en aan de andere kant ook de combinatie.

Want ik lees in uw motie niet wat u vindt van het initiatief Knoflook, de combinatie wonen, sociaal restaurant en het maatschappelijke, de ateliers en de concertruimte, om het zo maar eens te zeggen. Die drie wordt een heel lastige om dat binnen de gemeentegrenzen van Den Bosch te realiseren. Dus dat zijn de redenen waarom ik het ontraad. De VOORZITTER: Wie heeft er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw CLAESSEN: Ik ben even aan het zoeken naar woorden omdat ik het lastig vind dat we hier toch verzanden in een discussie over betaalbaar. Dus ik zit even te denken of ik dat woord betaalbaar er niet gewoon uithaal. Omdat wij echt aan het zoeken zijn naar dat maatwerk en de extra stap die we willen zetten voor Knoflook. En dan sluit ik me wel aan bij de woorden van mevrouw Visscher van de SP, van: kom dan alstublieft wel naar ons terug. En zijn we dan bereid met zijn allen om dat verzoek bij de wethouder neer te leggen: kom bij ons terug als u er niet uitkomt met Knoflook. Kom dan terug bij de raad zodat wij dan met elkaar kunnen bekijken of we het dat waard vinden, op dat moment, in verhouding tot het geheel der dingen. En ik vraag me af of dat een voorstel is waar mensen mee… De VOORZITTER: Mevrouw Claessen, volgens mij heeft de wethouder net toegezegd dat ze u op de hoogte stelt van de verdere ontwikkelingen. Dan is het aan uw raad.

Op basis van die informatie zou u met een vervolgvoorstel kunnen komen richting de raad. Volgens mij heeft ze die toezegging net gedaan. Mevrouw VISSCHER: Ik wilde even reageren op wat u zei, want de vraag is of de wethouder bereid is om terug te komen met een maatwerkoplossing en dat is wel iets anders dan wat zij net heeft toegezegd. De VOORZITTER: De wethouder heeft net toegezegd dat op basis van het voorstel dat er lag en de vragen die gesteld zijn in december, om op basis van de gerechtelijke uitspraak die er uiteindelijk zal volgen, inzicht te geven naar uw raad over de te volgen stappen en welke consequenties dat heeft. Dat is wat ze toegezegd heeft, even voor de helderheid. Mevrouw VISSCHER: Dat klopt natuurlijk, dat heeft zij toegezegd. Maar de vraag die volgens mij mevrouw Claessen net ook op tafel legde, is of de wethouder bereid is om met een maatwerkoplossing terug te komen naar de raad. En dat is dus wel degelijk een andere vraag dan die in de motie voorligt, zonder het woord betaalbaar. De VOORZITTER: Als dat de vraag is in de tweede termijn zal ik de wethouder de mogelijkheid geven om daarop te reageren. En dan nog de vraag van de heer Van Hattem over de Weener-locatie. Wethouder SLIKKER: Met BrabantWonen zijn we in de voorbereiding.

Zowel de planvoorbereiding als de sloopvoorbereiding voor de Weener-locatie moet plaatsvinden op het moment dat de overdracht heeft plaatsgevonden, ergens voor de zomer.

15

Wethouder CRASTE: Ik begrijp die vraag om de toezegging. Ik vind het alleen een heel lastige. Ik kan dat niet toezeggen. Wat ik u kan toezeggen is dat ik in gesprek ga met Knoflook, dat het college dit een waardevol initiatief vindt, dat we u informeren over wat daar uitkomt en of Knoflook een van de oplossingen die wij ook aandragen en die wij in gesprekken met hen verder inventariseren, of dat eruit is gekomen. Op dat moment dat u vindt: we vinden dat we nog verder buiten de gebaande paden moeten, dan is het aan uw raad om dat te agenderen, zeker ook om mijn positie te behouden richting al het andere, want dit is dan een uitzondering. Mevrouw SAMSHUIJZEN: We waarderen natuurlijk wat de wethouder aangeeft om dat gesprek te voeren en eigenlijk om in kaart te brengen wat er mogelijk is binnen de kaders die er zijn, als ik het zo zeg. En juist die vraag die mevrouw Claessen net stelt om inzichtelijk te maken voor de raad welk maatwerk er geleverd kan worden, want ik begrijp dat de wethouder niet wil dat alle makers en doeners bij haar op de stoep staan, maar dat het aan de raad dan is: willen wij hier een maatwerkoplossing nemen en daarvoor een mandaat geven aan het college, of niet? Dat is eigenlijk de vraag aan de wethouder of zij daarmee kan terugkomen naar de raad, dus zonder buiten de kaders en het mandaat te treden.

Wethouder CRASTE: Als de raad mij dat mandaat en die opdracht wil meegeven in de vorm van een motie dan kan ik die uiteraard uitvoeren. Mevrouw VISSCHER: Zegt de wethouder dat zij alleen als wij als raad erom vragen over kan gaan tot maatwerk? Wethouder CRASTE: Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg dat vanuit het college de visie is: gelijke monniken, gelijke kappen. Dat we het initiatief van Knoflook zeer waarderen, dat we ook kijken naar oplossingen en op het moment dat niet lukt wat we allemaal graag zouden willen, dat ik dan bij uw raad terugkom. Mevrouw CLAESSEN: Ik zou heel even dertig seconden willen schorsen om te overleggen met mijn mede-indieners. Schorsing Mevrouw CLAESSEN: Met de toezegging van de wethouder dat ze als ze alles op een rijtje heeft gezet en met Knoflook in gesprek is geweest bij ons terugkomt en een uitspraak doet over wat de conclusie is, hebben wij besloten de motie voor nu aan te houden. 8.

Huisvestingsverordening 's-Hertogenbosch 2026

De VOORZITTER: Er zijn wat wijzigingen aangebracht in de amendementen en eventueel nieuwe amendementen. De heer PETERS: Ondanks dat er de afgelopen jaren in Den Bosch hard is gewerkt aan meer betaalbare woningen zitten nog steeds te veel mensen in de knel door de woningnood. Jongeren die te lang bij pa en ma op zolder moeten blijven wonen, jonge stelletjes die een gezinnetje willen stichten maar vastzitten in een te klein appartement, ouderen in een grote gezinswoning die zoeken naar een kleine passende woning om oud te worden. Iedereen kent wel iemand wiens leven door de woningnood in de pauzestand staat. In de nieuwe Huisvestingsverordening zien we als GroenLinks en PvdA goede punten om die woningnood te verlichten, zoals het weghalen van onnodige belemmeringen voor het splitsen van woningen, zodat we de woningvoorraad beter kunnen benutten. Maar er is nog wel ruimte voor verbetering, want naast het realiseren van nieuwe woningen is het ook onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de woningen die er al zijn betaalbaarder worden. En met deze reden hebben we in 2022 ook de opkoopbescherming ingevoerd.

Hiermee beschermen we een deel van onze koopwoningen tegen beleggers en investeerders die deze woningen opkopen om voor te veel geld te verhuren, een maatregel die bewezen effectief is om ervoor te zorgen dat de woningen gaan naar Bossche woningzoekenden en gewoon worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, om in te wonen. Maar door de sterk gestegen huizenprijs van de afgelopen jaren vallen steeds minder woningen onder deze opkoopbescherming. Van 30% in 2022 naar 16,2% van de koopwoningen in 2025. Dit omdat de WOZ-grens tot waar de opkoopbescherming geldt niet is meegegroeid met de gestegen huizenprijzen. Daarom is wat ons betreft een correctie nodig. Met ons voorgestelde amendement hogen we de WOZ-grens op, zodat 16

net als bij de invoering van deze maatregel weer 30% van de koopwoningen onder de opkoopbescherming komt te vallen. Zo beschermen we meer woningen voor onze Bossche woningzoekenden. De heer VAN CREIJ: Dan even richting PvdA. U geeft aan dat we ooit in het verleden een vaste prijs hebben afgesteld en we gaan hem nu bijstellen. Er zijn ook gemeenten die met een nationale hypotheekgarantie het bedrag hanteren, omdat dat meegaat met alle richtingen. Hij kan ook naar beneden toegaan. Stel dat we uw amendement aannemen, dan kunnen we volgend jaar weer repareren en het jaar daarop weer. Waarom een startbedrag en niet een flexibel bedrag? De heer PETERS: Dat klopt inderdaad, dat is die NHG-grens. Als je daaraan vasthoudt, zoals Tilburg en Breda, dan gaat hij in één keer de grens omhoog naar € 470.000. Dan zou je de opkoopbescherming echt flink uitbreiden. In principe zijn we daar niet per se een tegenstander van, maar wij denken dat met dit amendement, om echt die correctie aan te brengen, we daarvoor in deze raad het meeste draagvlak kunnen vinden en dat we daarmee toch een flinke stap kunnen zetten. De heer VAN CREIJ: Dan aanvullend, blijven we dan elk jaar de grens eigenlijk opnieuw vastleggen? Want anders lopen we steeds achter de feiten aan. De heer PETERS: Sowieso groeit de grens wel een beetje mee. Dat is inflatie, maar dan niet naar de woningprijzen.

Als inderdaad, daar heeft de heer Van Creij gelijk in, die woningprijzen explosief blijven stijgen, hebben we over ongeveer vier jaar hetzelfde debat. Maar uiteindelijk denken wij dat we met dit amendement echt die correctie doen, dat we daarvoor ook draagvlak kunnen vinden in deze raad, dus daarom zijn we met dit amendement gekomen. Mevrouw WELTEN: Ook een vraag. Rond de opkoopbescherming is landelijk natuurlijk ook het een en ander georganiseerd en in maart en april gaan wij inzicht krijgen in de impact van die regels die ze in Den Haag hebben bedacht. Is het niet een idee om daar even op te wachten? De heer PETERS: Dank u wel voor deze vraag. Dat is een lastige hè, omdat we die Huisvestingsverordening nu vaststellen, dus daarom is het ook belangrijk dat als we iets met dat bedrag willen, dat we dat nu doen. Daarnaast, wellicht, u verwijst naar een landelijke evaluatie, maar er zijn natuurlijk al heel veel gemeenten waar deze opkoopbescherming geldt, die ook al gemeentelijke evaluaties hebben gedaan. Er stond bijvoorbeeld vorige week nog een artikel, ik meen in Trouw, over de opkoopbescherming in Amsterdam. Die hebben nog een flink hogere grens. Logisch ook, daar zijn de woningen nog een stuk duurder.

En daar bleek uit die evaluatie dat het echt heeft geholpen en dat na invoering van die opkoopbescherming een stuk minder woningen zijn opgekocht om te verhuren door investeerders en beleggers. Dus in voorbeelden in den lande blijkt al dat het echt een effectief middel is. Dan nog kort over de andere voorstellen die voorliggen. Het voorstel van de SP. We zijn het met hen eens dat elke woning die onnodig leeg staat er een te veel is. Eerder hebben we zelf ook al technisch uitgevraagd hoe het staat met de leegstand in Den Bosch. Daaruit bleek echt dat langdurige leegstand in onze gemeente zeer beperkt is en laag in vergelijking met andere gemeenten. We vragen ons daarom wel af of de resultaten die zo'n leegstandsverordening zou hebben opwegen tegen de kosten en ambtelijke capaciteit die erin gaat zitten. Dan vragen wij ons af of we die capaciteit niet beter vol kunnen inzetten voor nieuwbouw en beter gebruik van de bestaande voorraad, maar we horen hierin ook nog graag duiding van de wethouder. De heer ROOVERS: Bij de vergelijking met andere gemeenten is natuurlijk het argument: elders is het nog veel erger dan hier. Daar ga ik maar gedeeltelijk in mee. Volgens het artikel op basis van CBS-cijfers die ik ook heb toegevoegd gaat het toch over bijna 400 woningen langdurige leegstand.

Daar is best een klap op te maken, zeker omdat we ook met opsplitsing en zo heel erg willen gaan kijken in bestaande bouw. Maar zegt de PvdA nu: al die mogelijkheden die de wet ons als gemeente biedt om maatregelen tegen leegstand te nemen, daar zal Den Bosch nooit gebruik van hoeven maken? Want dat is eigenlijk wat je zegt als je geen leegstandsverordening opstelt. De heer PETERS: Dat zeggen wij zeker niet. Mocht uiteindelijk blijken dat in de toekomst die leegstand een flink stuk omhooggaat en het dus wel effectiever zou zijn om zo'n leegstandsverordening in te voeren en ook die maatregelen te gebruiken, staan wij daar zeker voor 17

open. Alleen noemt de heer Roovers absolute aantallen. Daarvan staat een deel ook met een reden leeg, dus er is maar een klein daarvan dat onnodig leeg staat. Dus helemaal eens, goed om dat instrument in de gaten te houden en dat we bij te veel leegstand daarmee aan de slag gaan. Maar wij denken nu, als wij echt heel veel capaciteit en middelen gaan inzetten, dat we die beter op andere manieren kunnen inzetten om meer voor die Bossche woningzoekenden te betekenen. De heer ROOVERS: Ik spreek niet alleen van absolute aantallen, want er staat in dat artikel ook heel duidelijk een flinke toename van langdurige leegstand sinds 2022, 62% toename. Dus het probleem groeit. En ik vind dat zelf als SP'er onuitlegbaar in tijden van extreme woningnood. En ik dacht dat de PvdA dat ook wel onuitlegbaar zou vinden. Maar ik denk hier toch iets anders te proeven. Zie ik dat goed? De heer PETERS: Volgens mij zit hier helemaal geen ideologische tegenstelling, want volgens mij zijn we het helemaal eens. Als er sprake in zou zijn van veel te veel onnodige leegstand en we denken dat we daar echt een slag kunnen slaan, dan zou ik zeggen: maak daar inderdaad veel middelen en capaciteit voor vrij.

Maar zoals het er nu naar uitziet zal dat maar best beperkte impact hebben en dan gaat die capaciteit weg van bijvoorbeeld nieuwe woningbouwplannen, plannen om beter gebruik te maken van de woningvoorraad, en we denken dat we daar op die korte termijn meer resultaat kunnen behalen. Dus vanuit praktische overweging denken we: dat lijkt ons zonde. Houd de leegstand zeker in de gaten, maar ga daar nu niet vol op inzetten. De heer ROOVERS: Laatste vraag, de heer Peters neemt heel veel aannames over nodige en onnodige leegstand. Ik vraag me af op welke informatie hij dat baseert, want de leegstandsverordening geeft daar juist mogelijkheid om gesprekken met pandeigenaren af te dwingen over de noodzaak voor die leegstand en die mogelijkheid hebben we nu dus niet. Dus ik vraag me af waar hij het op baseert dat de leegstand die nu in Den Bosch is voor een groot gedeelte nodig is. De heer PETERS: Ik zei niet: een groot gedeelte. Maar we hebben ook technische uitvraag gedaan op dit punt, juist op die leegstand, juist omdat wij dat in kaart willen brengen. Hoe groot is het probleem, is er een noodzaak om in te grijpen? Daaruit bleken inderdaad de absolute aantallen die u noemt over leegstand, maar werd ook al aangegeven: daarvan zal een deel onnodig zijn, maar ook een deel heeft een goede reden voor die leegstand.

Denk aan een erfenis, denk aan een verbouwing, dus daar valt nog een deel van die woningen weg, en dan houd je een beperkte groep woningen over. Dan is de vraag: moeten we echt zoveel middelen voor vrijstellen om voor die paar honderd woningen die het betreft mee aan de slag te gaan? Gaat dat dan niet ten koste van beter gebruikmaken van de bestaande voorraad of nieuwbouwplannen, dat we er netto uiteindelijk op achteruitgaan en dat zouden wij niet willen. De heer VAN HATTEM: Bij deze Huisvestingsverordening hebben we als PVV-fractie het nodige op en aan te merken. Allereerst het gedeelte over de nieuwe regeling, de voorrangsregeling voor de standplaatsen voor woonwagenbewoners. In de commissievergadering heeft mijn collega Van Griensven nog een compliment gemaakt richting de wethouder over het overleg dat aan de voorkant zou hebben plaatsgevonden met de woonwagengemeenschap. Desalniettemin zijn we zelf ook nog een keer gaan praten op een van onze woonwagenkampen hier in onze gemeente, en daar klonk het eigenlijk helemaal niet bekend dat de wethouder contact zou hebben gehad met hun gemeenschap. Dus ik hoor toch graag van de wethouder met wie er dan gesproken is en hoe dat overleg dan tot stand is gekomen, want die herkenning zat er niet in. En er zijn vooral ook heel veel zorgen naar boven gekomen vanuit de woonwagenbewoners.

Met name over de voorrangsregels en dan artikel 8, voorrangsgroep 8 van de voorrangsregeling, die bepaalt dat eigenlijk ook mensen van buiten de groep woonwagenbewoners daar mogelijkheden zouden kunnen krijgen om op woonwagenkampen zich te kunnen vestigen met voorrang. En aangezien de woonwagencultuur beschermd is als immaterieel erfgoed, moet er ook expliciet rekening worden gehouden met die cultuur en met die familiale banden, en dat zien we onvoldoende terug als dat artikel wordt toegepast. Daarom hebben wij een amendement opgesteld om te zorgen dat er ook inspraak mogelijk is van de inwoners van de woonwagengemeenschap bij toewijzing van zulke standplaatsen, amendement A2. Daar hebben we nog enige technische vragen over gesteld. Die zijn vorige week al gesteld en helaas gistermiddag pas beantwoord. Daar werden een aantal juridische haken en ogen opgeworpen en daarom hebben we vandaag nog enkele nieuwe moties en amendementen ingediend bij dit stuk, om hier juridisch toch een mogelijkheid te kunnen scheppen om de 18

woonwagenbewoners toch beter te kunnen betrekken bij dit verhaal en hun de inspraak en samenspraak te geven die ze zouden moeten hebben bij de toewijzing van deze locaties. Want ook is een van hun zorgen het toewijzen van standplaatsen binnen de eigen familie als bijvoorbeeld een woonwagen vrijkomt, een standplaats vrijkomt, en er is iemand bijvoorbeeld 16 jaar. Die is nog geen 18 en kan dus nog geen aanspraak maken op die standplaats, maar binnen afzienbare tijd wel. We moeten toch even kijken of daar een mogelijkheid voor is om die plekken te kunnen invullen binnen de woonwagencultuur en binnen de eigen gemeenschap. Daarom ook een motie daarover. Naar aanleiding van de technische vragen, waar dus de juridische belemmeringen werden opgeworpen, hebben we dus een aantal nieuwe amendementen ingediend. Allereerst een die gewoon vrij rigoureus is, gewoon het schrappen van die achtste voorrangsgroep. Want als het een restcategorie is, waarom zou je een restcategorie dan nog voorrang willen verlenen? Dan kun je die restcategorie net zo goed laten vervallen en alleen kijken naar de vaste categorieën woonwagenbewoners die in categorieën 1 tot en met 7 zijn benoemd.

Een tweede variant daarop, en ik heb bewust even twee varianten ingediend zodat we kunnen kijken wat er mogelijk is, is het garanderen van in ieder geval een band met de woonwagengemeenschap, dat die bij categorie 8 wordt toegepast. Dan hebben we nog een motie ingediend voor de groep 16- en 17-jarigen, om daar handlichting toe te passen of tijdelijke huurcontracten. Die zijn in het privaatrecht ook mogelijk. Dat wil dus zeggen dat via de rechter een 16- of 17-jarige de mogelijkheid krijgt om zelfstandige contracten aan te gaan. We horen graag of daar onderzoek naar kan worden gedaan of dat een mogelijkheid is. En ook het instemmingsrecht. Bij andere huurwoningen heb je bijvoorbeeld bij sloop of verbouwing of andere grootschalige ingrepen bij groepen huurders een 70%-regeling, dat als 70% het ermee eens is, je dan ook instemmingsrecht hebt. Zo'n vorm zou je ook kunnen toepassen bij de standplaatsen. Dat ten aanzien van de woonwagenbewoners die we op deze manier willen steunen. Dan heb ik nog enkele andere moties en amendementen ingediend over de toewijzing op basis van inkomen. Dat wordt nu geschrapt uit de Huisvestingsverordening bij de wijken die onder de Rotterdamwet vallen. Dat willen we toch graag in stand houden, met name ook om te voorkomen dat statushouders daar gemakkelijker gehuisvest kunnen worden. De heer ROOVERS: Ik was enigszins verbaasd over deze motie.

Over de Rotterdamwet denk ik zeer anders dan de heer Van Hattem. Dat hebben we in die debatten die daarover gingen al wel gemerkt. Maar het weigeren van huurwoningen aan mensen met een laag inkomen, dat was iets wat ik van de PVV niet had verwacht. Ik snap niet zo goed waar dit vandaan komt. De heer VAN HATTEM: Dat kan ik uitleggen. Het gaat erom dat die inkomenstoets kan plaatsvinden om te voorkomen dat statushouders nog makkelijker aan zulk soort woningen kunnen komen. Want statushouders komen hier vaak binnen zonder een vast inkomen. Ze hebben hier nog geen werk, en daarmee zitten ze eigenlijk al in een voorkeurscategorie die op deze manier toch in die toch al kwetsbare wijken worden gehuisvest en op deze manier willen we toch voorkomen dat ze op die manier alsnog via een achterdeur in de wijken die onder de Rotterdamwet terecht kunnen komen. De heer ROOVERS: Ik ben het totaal niet eens met het verhaal van de heer Van Hattem over statushouders. Dat weet hij ook van mij. Dit biedt de gemeente dus de mogelijkheid om aan alle Bosschenaren met een laag inkomen al zulke schaarse huurwoningen te weigeren. Ik heb ook altijd het idee gehad dat de PVV toch ook nog opkomt voor mensen met een laag inkomen. Maar dat is dus ook niet meer zo.

Want u zegt hier eigenlijk: mensen die al twaalf jaar op een wachtlijst moeten staan, moeten langer wachten omdat ze niet in sommige wijken kunnen gaan wonen vanwege een laag inkomen. Dat is het gevolg van deze motie. Ziet de heer Van Hattem dat ook? De heer VAN HATTEM: Er moet een goede afgewogen samenstelling in die wijken komen en het is met name bedoeld, en ik zeg het gewoon heel expliciet, om te voorkomen dat er statushouders komen met een laag inkomen. Dat vind ik eigenlijk van groter zorg dan hetgeen de heer Roovers van de SP schetst. Het gaat vaak ook om grote gezinswoningen, wij willen niet dat die woningen worden weggegeven aan statushouders. En iedere belemmering die wij als PVV daarin kunnen opwerpen zullen we daarvoor gebruiken en daarom zouden we dit artikel gewoon graag willen behouden bij de toepassing van de Rotterdamwet. We willen ook nog een motie indienen voor directe bemiddeling voor woningen voor statushouders door woningcorporaties te stoppen. Geen voorrang meer voor statushouders. De heer VAN CREIJ: Nog even over motie 4, op basis van inkomen. Dat is eigenlijk alleen, 19

zoals ik het gelezen heb, voor iemand met een vaste baan waarvoor dat gaat gelden. Maar bijvoorbeeld ondernemers gaat u hier helemaal buiten stellen. Die hebben geen vast inkomen. Hoe kijkt u daar tegenaan? Want daar maakt u toch wel een wezenlijke fout lijkt mij. De heer VAN HATTEM: Nee, het heeft altijd onderdeel uitgemaakt van de regeling voor de wijken van de Rotterdamwet. Daar heeft uw raad ook altijd mee ingestemd de afgelopen jaren bij vorige huisvestingsverordeningen. Dus het verandert niets ten opzichte van de bestaande situatie, we zeggen alleen dat we de tot nu toe bestaande situatie, ik moet zeggen tot 1 januari bestaande situatie geloof ik, toen de Huisvestingsverordening is vervallen, gewoon in stand willen laten. Dat is eigenlijk wat we altijd hebben toegepast, juist om te voorkomen dat wijken in een nog slechtere positie komen, en wij willen dus met name door het weren van statushouders die hier zonder vast inkomen binnenkomen, dat die daarin niet een voorrangspositie krijgen, dus vandaar dat we met die motie daarop inzetten. De heer ROOVERS: Langdurige leegstand in tijden van extreme woningnood is wat mijn partij betreft onacceptabel en onuitlegbaar. En de Leegstandwet biedt de gemeente mogelijkheden om daarop maatregelen te nemen. Een belangrijke maatregel is de meldplicht.

Een andere belangrijke maatregel is het afdwingen van overleg met een pandeigenaar bij langdurige leegstand. Uiteindelijk leidt het tot verplichte tijdelijke verhuur en leidt het tot het opleggen van boetes in het geval van niet meewerken en geen goede reden voor leegstand. Dat zijn maatregelen waarvan deze gemeente in tegenstelling tot heel veel andere gemeenten, alle Randstadgemeenten maar bijvoorbeeld ook Tilburg en ook zeer verlichte progressieve gemeenten als Terschelling, om het over ambtelijke capaciteit te hebben, wel gebruik van maken. En wat we eigenlijk zeggen, en ik merkte het al een beetje in de reactie van de PvdA, is dat de positie van dit college en van deze coalitiepartijen zal zijn: er is geen scenario denkbaar waarin wij van die maatregelen gebruik zullen gaan maken. Dat vind ik bijzonder en dan wordt ambtelijke capaciteit als argument opgedragen. Ik wil de leegstandsverordening wel schrijven, ik heb heel veel voorbeelden in het land waarop ik het kan baseren, volgens mij zit daar de ambtelijke capaciteit niet zozeer in. Dus ik wil het ook wel in de vorm van een initiatiefvoorstel doen bijvoorbeeld. Maar eigenlijk zeg ik bij voorbaat van ambtelijke capaciteit: wij willen deze gemeente niet de mogelijkheid geven om in te grijpen bij het geval van langdurige leegstand zonder goede reden. Dat vind ik een bijzonder standpunt.

En mijn partij deelt dat standpunt niet. Dus wat mij betreft gaan wij wel degelijk ingrijpen in het geval van langdurige leegstand. Dat gaat toch over enkele honderden woningen. Dat is een aanzienlijk percentage van wat wij hier in een jaar bouwen. Woningen die wat mijn partij betreft broodnodig zijn, zeker met schaarse bouwgrond. Dus ik hoop dat de partijen, in ieder geval de PvdA die al aan het woord is geweest, maar ook andere coalitiepartijen hier uiteindelijk wel voor zullen stemmen, dat we in ieder geval die verordening opstellen zodat we kunnen ingrijpen bij langdurige leegstand. Verder als het gaat steunen wij het amendement van de PvdA als het gaat over de opkoopbescherming en steunen wij de motie en amendementen van de PVV voor zover dat gaat over de woonwagenbewoners en niet de andere. De heer VAN DER LEEST: Er is al veel gezegd, maar ik wil er eigenlijk nog aandacht voor vragen of er in de huisvestingverordening ook rekening is gehouden met de lokale binding en woningtoewijzing. Dat is een motie die in 2024 is aangenomen, en we zijn benieuwd of in de kernen en in de wijken, waar mensen met lokale binding heel belangrijk zijn, zij een woning kunnen krijgen. De motie ging ervan uit om 50% vast te leggen in de lokale Huisvestingsverordening. Dat vragen we aan de wethouder. De heer ROOVERS: Ik was benieuwd wat u ging stemmen bij de motie over de leegstandsverordening.

De heer VAN DER LEEST: Daar willen we graag even het antwoord van de wethouder afwachten. Wij staan welwillend tegenover het amendement van PvdA en GroenLinks, maar ook daar willen we toch even de reactie van de wethouder horen. Wethouder SLIKKER: De Huisvestingsverordening. Een aantal onderwerpen, te beginnen met de opkoopbescherming. Zoals in de commissie ook al gezegd, hebben we eigenlijk vastgehouden aan de kaders van uw raad onder de vorige Huisvestingsverordening. Daar zaten eigenlijk twee principes onder. Bij de opkoopbescherming pak je het tarief gebaseerd op de rijksbetaalbaarheidsgrens, en dat was destijds 30% van de woningvoorraad. We hebben als college 20

gezegd: wij houden vast aan die betaalbaarheidsgrens. Ik heb ook al gezegd: het is ook proportioneel om net iets hoger te zitten rondom de grens van € 378.000 die u schetst als u vasthoudt aan de 30%. Dat is echt een politieke keuze. Die is prima uitvoerbaar voor ons als college. Nog wel één technische opmerking die ik vandaag meekreeg. U heeft hem ingediend als amendement. Hij moet eigenlijk ingediend worden als motie, want de onderbouwing die eronder zit, die bij het voorstel zit, moet wel juridisch kloppend zijn, dus op het moment dat u mij met een motie op pad stuurt, passen we die ook aan, leggen we hem keurig aan u voor als die aangenomen zou worden. Maar daar in de basis geen bezwaar tegen. Dan heb ik een hele trits moties en amendementen waarvan ik er vier letterlijk om 18.55 uur zag binnenkomen, van de heer Van Hattem over de toewijzingsregels rondom de woonwagenstandplaatsen. Een paar dingen daarover. Dus van die woonwagengemeenschap is de terechte uitspraak van het Europese Hof geweest, dat die gemeenschappen beschermd moeten worden, die moeten bij elkaar kunnen wonen. Daar horen ook eerlijke toewijzingsregels bij. Die eerlijke toewijzingsregels hebben wij zelf met de woonwagengemeenschap gemaakt. Iedere drie maanden zit ik zelf persoonlijk met de vertegenwoordigers van de kampjes die komen. Dat zijn ze nooit allemaal, maar het allergrootste deel zit daar.

Daar zijn ook deze toewijzingsregels en de aanpassingen daarvan gewoon mee afgestemd. De heer VAN HATTEM: Misschien toch wel een heel essentieel punt, want de wethouder zegt vertegenwoordigers van de kampjes maar het zijn ze niet allemaal. Hoe worden die mensen dan geselecteerd daarin? Want ik krijg toch wel echt de feedback dat ze zich niet gehoord voelen. Wethouder SLIKKER: Wij schrijven alle inwoners van de woonwagenlocaties met regelmaat aan om te participeren in het woonwagenberaad. Er zijn een aantal leden van de woonwagengemeenschap zelf die daar ook zeer voortvarend in zijn en letterlijk op de woonwagenlocaties de deuren aflopen om te vragen: ga je mee? We hebben ook een wisselende samenstelling. Sommige kampjes zijn er altijd, van sommige locaties de ene keer wel de andere keer niet, ook een beetje afhankelijk van de agenda. Maar ik kan u één ding verzekeren. Er was de jaren hiervoor geen overleg meer regulier tussen de woonwagengemeenschap en het bestuur van deze stad. Dat hebben we voortvarend opgepakt, en die zitten elke drie maanden met mij persoonlijk om tafel. Even terug naar die toewijzingsregels. Eén ding vind ik dus ook niet zorgvuldig. Ik zou er echt moeite mee hebben als uw raad vandaag zou zeggen: dan gaan we opeens acht amendementen en moties aannemen die die toewijzingsregels overhoopgooien die we met die gemeenschap zelf hebben vastgesteld.

Dan wil ik ook terug kunnen naar hen. Dat is het eerste punt. Het tweede punt is, dat de twee punten die u eigenlijk wenst, zeggen: op het moment dat je aan de achtste categorie toe zou komen, namelijk iemand buiten de woonwagenlocaties, dan zouden we dat willen blokkeren of instemming willen vragen van de woonwagengemeenschap zelf. Die is juridisch ook echt onhoudbaar. Er moet gewoon een eerlijke systematiek zijn waarin mensen een plek toegewezen krijgen. In de praktijk komen we hem ook niet tegen, want er zijn zeven stappen alvorens je een plek toegewezen krijgt, alvorens je iemand van buiten het kamp zou kunnen vragen. Eerst is gewoon de kinderen die wonen op de locatie. Twee is de kinderen die inwonend zijn geweest maar nu buiten de locatie wonen. Ik kan het rijtje afgaan, ik ben nog geen situatie tegengekomen bij een vrijvallende plek waarbij het aan de orde komt. En dat geldt overigens ook voor het tweede deel van uw moties en amendementen. Dat gaat over: kunnen we minderjarigen een plek toewijzen? Ook dat is wettelijk gewoon niet mogelijk. We hebben aan de ene kant de bescherming van de gemeenschap in die toewijzingsregels vervat, aan de andere kant ook het gelijkheidsbeginsel en eerlijke principes zouden we graag gestand willen doen. Dus daarmee zal ik al deze moties en amendementen ontraden. Dan gaan we door naar motie 1 van de SP, over de leegstandsverordening.

De heer VAN HATTEM: De wethouder ontraadt nu wel heel makkelijk de moties. Tegelijkertijd zegt hij: het is heel zorgvuldig et cetera en ik heb regelmatig overleg. Zou hij wel bereid zijn om met deze moties en amendementen onder de arm terug te gaan naar de vertegenwoordigers van de woonwagengemeenschap en daarbij ook echt alle kampjes er goed bij betrekken en vragen of ze hiermee kunnen leven, of ze dit zouden willen of dat ze andere mogelijkheden zien, en dan te kijken naar welke juridische mogelijkheden er wel liggen voor ze? Wethouder SLIKKER: Ik constateer wat anders. In de gesprekken die ik heb gevoerd met de woonwagengemeenschap zijn wij begonnen met een set toewijzingsregels die u in de vorige Huisvestingsverordening heeft vastgesteld. Daar was één punt waarvan de 21

woonwagengemeenschap zelf zei: dat levert af en toe op de kampjes een situatie op die wij zelf niet prettig vinden. Kunt u kijken naar het aanpassen van die toewijzingsregel? Dat doen wij hier op verzoek van de woonwagengemeenschap zelf. Nu komt u met een hele set die nooit aan die tafel ter ore is gebracht, en zegt u: loop daar nog eens even mee terug. Ik voer elke drie maanden het gesprek, dus ik wil best nog eens een keer zeggen: joh, ik had een debat bij de gemeenteraad bij het vaststellen van de Huisvestingsverordening waarbij het ook over een aantal andere zaken ging. Dan kan ik ook keurig uitleggen wat we overigens daar wel in kunnen betekenen juridisch en wat niet, en waarom we deze situatie in de praktijk nooit tegenkomen. Maar ik laat me één ding ook niet helemaal zeggen hier vandaag mijnheer Van Hattem zeg ik er maar bij, en dat is dat we dat gesprek met deze gemeenschap niet goed voeren, want dat doen we voortdurend. En juist gezien de gevoelige geschiedenis bijzonder zorgvuldig. De heer VAN HATTEM: Dan vraag ik me toch af, als u zegt punt 8, voorrangscategorie 8 komen we in de praktijk niet tegen. Die is er wel aan toegevoegd. En dan vraag ik toch aan de wethouder, die categorie heeft onder de woonwagengemeenschap voor veel onrust gezorgd.

Er zijn mensen die zeggen echt: wat gaat hier nu gebeuren? Is de wethouder dan bereid om in ieder geval daar kritisch naar te kijken of die, als die niet wordt toegepast überhaupt wel een meerwaarde heeft, want waarom wordt die anders in die verordening opgenomen? Wethouder SLIKKER: Alle woningen, en dat geldt ook voor de staanplaatsen woonwagens op de woonwagenlocaties zijn een schaars goed. Dat betekent dat wij twee dingen doen met onze Huisvestingsverordening. Ten eerste zorgen dat koste wat kost die gemeenschap zo goed mogelijk bij elkaar kan blijven. Daarom gaat de eerste letterlijk over kinderen op de locaties, twee over kinderen die niet meer op de huidige locaties wonen, de derde over familieleden, kortom de hele trits, alvorens je ooit toekomt, want de zevende categorie is woonwagenbewoners uit heel Nederland die een plekje kunnen krijgen juist op de woonwagenlocaties in Den Bosch als er zelfs in de regio niemand meer te vinden is. De VOORZITTER: De heer Slikker, wilt u teruggaan naar de essentie, want we hebben volgens mij hier een inhoudelijk debat gevoerd over de hele regeling, en volgens mij is de essentiële vraag van de heer Van Hattem: is het voldoende afgezekerd en waarom is categorie 8 toegevoegd? Dat is de vraag. Als u daar gericht op antwoordt dan kunnen we dat volgens mij afdoen, want anders gaan we het debat van de commissie weer overdoen.

Wethouder SLIKKER: Het probleem is juist dat we het debat van de commissie niet overdoen omdat deze vier moties niet in de commissie lagen. Dat is een beetje de last waarmee ik ook te doen heb. Dus even over dat achtste punt, die is er ook om te zorgen dat je wel een sluitende verordening hebt op het moment dat je niet kunt toewijzen volgens het bij elkaar houden van de gemeenschap. We moeten altijd een plek kunnen toewijzen. We komen hem alleen in de praktijk niet tegen. Dat is het eerste. Het tweede, hij is niet juridisch houdbaar. En ten derde, hij is niet conform de gesprekken die ik heb gevoerd met de woonwagengemeenschap. Dus ik zou echt uw raad adviseren: doe dat niet. De motie van de SP over de leegstandsverordening. Terecht, leegstand in tijden van woningnood is iets wat gewoon onwenselijk is. Dat is denk ik iedereen in deze zaal volstrekt met elkaar eens. Die cijfers die we zien rondom de leegstand in 's-Hertogenbosch zijn af en toe intrigerende cijfers. Daar ben ik zelf ook nog eens in gedoken. Want het CBS zegt: we hebben ongeveer 1000 woningen die leegstaan. Het Brabants Dagblad repte onlangs weer van 140 woningen. En waar dat in zit, is dat gemeten wordt met welke woningen er leeg staan in de Basisregistratie Personen. Dan kom je ongeveer tot 1000 woningen.

Maar daar zitten alle woningen bij, die gerenoveerd worden, bij corporaties, zorgwoningen die leeg staan omdat er een mutatie is, omdat er net iemand overleden is. Alle grootschalige renovatie en nieuwbouw, en dan komen we als we dat terugbrengen en kijken: op welke woningen woont er echt op dit moment niemand, dan zijn het er 140. Het verzoek van het college is, laat mij nu het gesprek aangaan met zowel de corporaties als met grote pandeigenaren. Daar heb ik geen verordening voor nodig. Dat kan ik sowieso doen, maar als wij een verordening gaan invoeren, zelfs als u hem schrijft, dan heeft mijn collega Geers ook handhavingscapaciteit nodig, moeten we een meldingssysteem oprichten, moeten we boetes en dergelijke kunnen uitdelen. Die capaciteit hebben we niet voor een relatief kleine leegstand zoals we hem zien. Dus het verzoek van het college is: monitoren, een goed gesprek met de corporaties en grote pandeigenaren, maar niet een verordening invoeren. De heer ROOVERS: Mijn eerste vraag zou zijn: op welke manier zit zo'n verordening de 22

wethouder in de weg? Want zoals ik het lees geeft zo'n verordening de wethouder meer mogelijkheden om te doen wat hij toch wel wil doen, namelijk in gesprek aan en eventueel druk uitoefenen op pandeigenaren in het geval van onwenselijke leegstand. Wethouder SLIKKER: Maar het gaat ook over de proportionaliteit, dus op het moment dat wij ergens iets constateren en er wordt melding van gemaakt, dan moeten wij ook handhaven, dan hebben wij gewoon een handhavingsplicht, en terecht, als overheid. Maar dat betekent ook dat je kleine zaken waarvoor je een verordening gemaakt hebt, wij die zullen moeten uitlopen. Als wij die capaciteit niet hebben dan gaat die ergens ten koste van. Dat is gewoon simpel de werkelijkheid zoals die is. Dus mijn voorstel zou zijn: laten we goed blijven monitoren hoe die leegstand in 'sHertogenbosch zich ontwikkelt, want er kan ooit een moment komen waarop we zeggen: ja, dan vindt de raad in ruime meerderheid: dit is onacceptabel en dan moet er capaciteit voor vrijgemaakt worden. Dan moeten er middelen voor vrijgemaakt worden. Maar als u die vraag nu aan het college stelt zegt dat: wat ons betreft is dat moment nog niet nu. De heer ROOVERS: Ik vind het een dubbel verhaal, want op het ene moment zegt u: de leegstand in Den Bosch heeft niet zulke grote vormen dat handhaving nodig zou zijn.

Maar op het andere moment zegt u: het zijn wel dusdanige aantallen dat wij op handhaving de capaciteit niet kunnen leveren. Ik vind dat een dubbel verhaal. Kunt u daarop reflecteren? Wethouder SLIKKER: Het opstellen van een leegstandsverordening en het hele regime dat daarbij komt kost gewoon simpelweg mensen, uren, capaciteit en middelen. En in het debat dat wij vaak hier met elkaar voeren over de schaarse middelen van een gemeente, de schaarse mensen die een gemeente heeft, is het ook gewoon zaak dat we met elkaar beoordelen: in tijden van krimpend tij, want dat zien we ook nog eens een keer op ons afkomen, rijksbezuinigingen, waar zetten we onze middelen het meest effectief in? Dan is niemand voor leegstand. Dan is de vraag, als je een relatief klein leegstandspercentage hebt in vergelijking hebt tot andere steden, relatief veel individuele grote pandeigenaren die we gewoon aan kunnen spreken, corporaties en vastgoedbezitters, is dit nu het instrument dat we willen invoeren op dit moment? De heer ROOVERS: De wethouder kan ze er nu aanspreken en kan er niet op handhaven. Dat is één. Het gaat volgens de wethouder toch om 140 woningen. Ik vind dat wel degelijk significant in tijden van extreme woningnood. Maar zoals de wethouder ook zelf zegt, is er op dit moment geen meldplicht, want we hebben die verordening niet.

Dus ik vraag aan de wethouder: zou er nu een mogelijkheid zijn dat die aantallen van langdurige onwenselijke leegstand niet misschien hoger zijn? Wethouder SLIKKER: Daarom controleren we nu juist niet alleen op die Basisregistratie Personen, wat het CBS doet. We kijken bijvoorbeeld ook naar energieverbruik. Wie betaalt er WOZ op een adres? Dan gaan die aantallen dus heel hard juist naar beneden, omdat we feitelijk zien in welke woningen er gewoon energie verbruikt wordt op een mate waarvan je zegt, dat is niet om alleen de bevriezing in de winter tegen te gaan, maar daar woont dus gewoon iemand of het wordt bedrijfsmatig gebruikt. Ik had nog twee moties van de PVV. Een van de PVV over het huisvesten van statushouders. Ten eerste is het een wettelijke verplichting, ten tweede een maatschappelijke taak die wij als college belangrijk vinden, waarbij op dit moment 98% van de woningen niet naar statushouders gaat maar gewoon naar regulier woningzoekenden, dus die ontraden we. De motie over de selectieve woningtoewijzing, in de commissie ook al gezegd, dit is echt het debat dat uw raad in december met elkaar gevoerd heeft onder welke gronden doet u dat. De minister heeft hem net goedgekeurd, dus wij zouden zeggen: verankert u hem hier, dus die ontraden wij ook. De vraag van het CDA over de lokale binding.

Daarvan heeft u anderhalf jaar geleden een motie aangenomen over monitor met elkaar de vraag, of kom je nu ooit onder die 50% lokale binding. Daar zitten we in alle categorieën, betaalbare koop, middenhuur, dure koop, sociale huur nog lang niet. En de vrije toewijzingsruimtes van corporaties maakt het ons ook mogelijk om bijvoorbeeld als we een kleine woningbouwlocatie in Nuland hebben toch rekening te houden met die lokale binding, maar ook in de jaarlijkse rapportages gaat u deze keurig terugzien opdat u dat kan controleren. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? De heer ROOVERS: Mijn interrupties net waren op, maar ik vind het toch wel een opvallend en bijzonder verhaal van de wethouder dat wij blijkbaar wel de ambtelijke capaciteit hebben om per woning het energieverbruik bij te houden om daaraan af te leiden of er sprake is van leegstand, 23

maar dat een meldplicht te veel ambtelijke capaciteit zou zijn. Ik vind het een bijzonder verhaal op het moment dat wij zeggen: wij hebben wel ambtelijke capaciteit om in te zetten in vergunningverlening, toezicht en handhaving, wat er heel erg op lijkt. Als het gaat over het woning splitsen. En ik ga er toch een politiek punt van maken, op het moment dat wij wel ambtelijke capaciteit inzetten in het toepassen van de Rotterdamwet, namelijk het weigeren van woningen aan mensen vanwege hun verleden, maar niet de ambtelijke capaciteit inzetten om leegstand tegen te gaan, dan vind ik dat een bijzonder onwenselijk politiek verhaal. En al gaat het om zulke kleine aantallen, al ging het om één woning die we extra kunnen vrijspelen toch voor een gezin dat naar een woning op zoek is, dan zou ik het alsnog die ambtelijke capaciteit waard vinden. De heer VAN HATTEM: Ik heb de beantwoording van de wethouder gehoord en ik wil hem toch vragen om toch nog eens even serieus te kijken naar het aantal moties dat ik heb ingediend. Want hij gaat er heel gemakkelijk overheen, van: het kan juridisch niet et cetera, maar ik heb juist gekeken naar wat er juridisch wel kan. Wat zou er eventueel wel kunnen en dat te onderzoeken ten aanzien van de mogelijkheden voor de woonwagenbewoners. De 16- en 17-jarigen, die nu eigenlijk heel vaak tussen wal en schip vallen.

Er komen niet zo vaak plekken vrij op een woonwagenlocatie en als je nu via de voorrangsregels straks mensen van buiten het woonwagenkamp van elders gaat halen, via de hele categorie van 1 tot en met 8, dan zitten die jongelui straks weer op een plek te wachten, ooit jarenlang. Ik heb mensen gesproken die ooit twintig jaar op een plek moesten wachten. En deze motie vraagt om het te onderzoeken, dus ik zou de wethouder toch willen vragen om te kijken of dit gewoon onderzocht kan worden, of deze mogelijkheden kunnen worden ingezet. En dan gaat het dus over handlichting via de rechter of een tijdelijk huurcontract dat 16- en 17jarigen dan aan kunnen gaan.

En ook het instemmingsrecht met de 70%-regel, dat mensen van het woonwagenkamp toch mogelijkheden krijgen om zelf meer betrokken te zijn, meer samenspraak te kunnen laten plaatsvinden over de plaatsen die op hun woonwagenkamp plaatsvinden, want als je het hebt over immaterieel erfgoed en een gemeenschap die beschermd moet worden, dan moet je het ook serieus nemen en niet alleen schermen met allerlei juridische onmogelijkheden, maar de mogelijkheden die er wel zijn, goed onderzoeken in het belang van die woonwagengemeenschap, want de wethouder kan nog zeggen: ik heb zo vaak overleg, maar als hij de mensen daar niet serieus neemt en hun zorgen zijn serieus groot, dan vind ik dat je er wel echt iets mee moet doen, en niet op deze manier op zijn beloop laten. Het tweede daarbij is, die categorie 8 van voorrangsregels, ik hoor letterlijk van mensen die bang zijn en zeggen: wat krijgen we straks? Als er een plaats vrijkomt kan jan en alleman hier gevestigd worden. Dat willen we niet, we willen toch onze eigen woonwagengemeenschap bij elkaar houden. Dus ik hoor toch graag van de wethouder hoe hij wil voorkomen dat op die manier dit gaat gebeuren. En als hij zelf zegt: aan die categorie komen we nooit toe, waarom hem dan toch zo nadrukkelijk opnemen? Want dan is het een voorrangsregel die blijkbaar overbodig is, en dan moet je... De VOORZITTER: U bent over de tijd.

De heer PETERS: De wethouder maakt een technisch punt over amendement of motie, wat hier het juiste was. Ik krijg er wat wisselende signalen op wat nu technisch de bedoeling is, dus ik zou graag voor de stemmingen een paar minuten willen schorsen om dat af te stemmen. De VOORZITTER: Wat ik me ook kan voorstellen is dat we de wethouder nog even de kans geven, daarna even pauzeren en dat we dan de stemming doen. Dan kunnen we de pauze meteen gebruiken als schorsing. Wethouder SLIKKER: Ik heb eigenlijk maar één vraag gehoord en dat is die van de heer Van Hattem over de achtste categorie. Wij hebben een sluitende verordening nodig waarbij we altijd volgens het gelijkheidsbeginsel eerlijk een plekje kunnen toewijzen, waarbij we rekening houden, juist met het bij elkaar houden van die gemeenschap. Ik kan ze u alle acht noemen op welke grond we dat doen. De allerlaatste categorie is als werkelijk waar geen enkele woonwagenbewoner in heel Nederland op een vrijvallende plek zou willen wonen, heel eerlijk gezegd, gezien het uitsterfbeleid van de afgelopen jaren acht ik die kans 0,001%, dan zouden we aan die categorie toekomen. In alle gesprekken die ik voer met de woonwagenbewoners, en dat zijn er veel, is dit letterlijk nog nooit aan de orde gekomen.

Ik zal het uitvragen, dat doe ik met graagte, maar hier vandaag de woonwagentoewijzingsregels wijzigen op een manier waarvan ik ten eerste denk dat die juridisch onjuist is en ten tweede dat die geen recht doet aan de gesprekken die we voeren met de gemeenschap, ontraad ik ten zeerste. 24

De heer VAN CREIJ: Dan toch even richting de wethouder. Als u zegt: het is 0,0008 achter de komma, waarom is hij dan specifiek toegevoegd? Dat is voor mij een beetje het vraagpunt. Wethouder SLIKKER: Onze toewijzingsregels moeten erop toezien dat we altijd een schaars goed kunnen toewijzen. Dus uiteindelijk moet iedereen altijd kunnen zeggen: ja, maar ik wil ook meedingen om op die plek te kunnen wonen. Wat er alleen bij de woonwagengemeenschap zeer bijzonder in is, is dat we zeggen: alle regels zijn erop toegespitst om te zorgen dat je de gemeenschap zo dicht en zo snel mogelijk bij elkaar houdt. Dat betekent eerst inwonende kinderen van de woonwagenlocatie zelf. Dan inwonende kinderen van buiten. Dan familie, dan iemand van een kampje elders uit de stad, dan iemand van een kampje elders uit de regio, dan iemand van een kampje elders in het land, dan iemand van de woonwagengemeenschap elders in het land die niet op een kampje woont, en daarna iemand die überhaupt niet bij de woonwagengemeenschap hoort. En die situatie hebben wij nog nooit gezien, maar hebben wij wel nodig. De heer VAN HATTEM: Ik heb nog geen reactie gehad op mijn onderzoeksmoties over het instemmingsrecht en over het instemmingsrecht en over de 16- en 17-jarigen.

Wethouder SLIKKER: Volgens mij heb ik over al uw amendementen en moties gezegd dat beide dingen die u vraagt, dus zowel het toewijzen van plekken aan minderjarigen als het schrappen van die achtste categorie juridisch niet kan en niet de wens was van de woonwagengemeenschap die ik gesproken heb. U bent het met dat antwoord niet eens. Dat mag, maar toch zou ik het de raad ontraden. Schorsing De VOORZITTER: De heer Peters vroeg om een schorsing, dus ik geef hem even de mogelijkheid om daarop te reflecteren. De heer PETERS: We hebben het even uitgezocht. Het blijkt inderdaad in een motie te moeten omdat ook de onderbouwing moet worden aangepast vanwege de juridische houdbaarheid, dus die heb ik nu doorgegeven. Het is puur een technisch punt, de strekking blijft hetzelfde. We passen het bedrag aan, alleen nu per motie. De VOORZITTER: Dat betekent dat amendement 1 nu motie 7 wordt. Amendement 2, Samenspraak lokale woonwagengemeenschap bij toepassing voorrangsregeling, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), SP (Roovers, Visscher) en 50PLUS (Hernández) hebben voorgestemd.

Amendement 3, Schrappen 8e voorrangsgroep uit Voorrangsregeling voor vergunningverlening Standplaatsen, van PVV De heer ROOVERS (stemverklaring): Gezien de uitleg van de wethouder en het gelijkheidsbeginsel stemmen wij, in tegenstelling tot wat ik zei tijdens mijn bijdrage, wel tegen dit amendement, maar wel voor de overige. Het amendement wordt door de gemeenteraad verworpen. Het lid van de fractie van PVV (Van Hattem) heeft voorgestemd. Amendement 4, Garanderen band met woonwagengemeenschap bij toepassing Voorrangsregeling, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), Bosch Belang (Van de Leemput), SP (Roovers, Visscher) en 50PLUS (Hernández) hebben voorgestemd. Motie 1, Leegstandsverordening, van SP, De Bossche Groenen, PvdD, gewoon ge-DREVEN en VOOR Den Bosch De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Ik zal tegen de motie stemmen. Wij gaan voor de Nationale Hypotheek Garantie. 25

De VOORZITTER: Dat is iets anders mijnheer Van Creij. De heer VAN CREIJ: Ik ging er eigenlijk van uit dat amendement 1 nu motie 1 is geworden. De VOORZITTER: Nee, dat wordt motie 7. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik zal voor deze motie stemmen, met dien verstande dat de leegstandsverordening nog aan de raad zal worden voorgelegd en dat we die leegstandsverordening zelf op zijn merites kunnen beoordelen. Mevrouw HERNÁNDEZ (stemverklaring): Ik sluit me aan bij mijn collega. De motie wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van SP (Roovers, Visscher), De Bossche Groenen (Claessen, Hendrickx, Hoeben), Bosch Belang (Van de Leemput), PVV (Van Hattem), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), 50PLUS (Hernández), gewoon geDREVEN (Van Creij), VOOR Den Bosch (Gersjes) en PvdD (Samshuijzen) hebben voorgestemd. Motie 2, Geen directe bemiddeling woningen voor statushouders, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), VVD (Altenburg-Collin, Van Haren, Welten), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees) en gewoon ge-DREVEN (Van Creij) hebben voorgestemd.

Motie 3, Onderzoek overbruggingstermijn vrijkomende standplaatsen in samenspraak lokale Woonwagengemeenschap, van PVV Mevrouw SAMSHUIJZEN (stemverklaring): We vinden zoals vaker gezegd deze motie heel sympathiek, maar omdat we horen dat het gewoon echt niet kan, stemmen we dan toch tegen. De motie wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem, SP (Roovers, Visscher) en Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees) hebben voorgestemd. Motie 4, Selectieve woningtoewijzing op basis van inkomen, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. Het lid van de fractie van PVV (Van Hattem) heeft voorgestemd. Motie 5, Onderzoek standplaatsen via handlichting of tijdelijk huurcontract, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), SP (Roovers, Visscher), 50PLUS (Hernández) en gewoon ge-DREVEN (Van Creij) hebben voorgestemd. Motie 6, Instemmingsrecht woonwagengemeenschap, van PVV, wordt door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), SP (Roovers, Visscher) en gewoon geDREVEN (Van Creij) hebben voorgestemd. Motie 7, Betere bescherming woningzoekenden, van PvdA, GroenLinks, SP, Leefbaar 'sHertogenbosch, De Bossche Groenen, 50PLUS en PvdD De heer VAN CREIJ (stemverklaring): In herhaling, wij gaan voor de Nationale Hypotheek Garantie.

De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik zal voor deze motie stemmen, gelet op het prijspeil van de gemiddelde woning in Den Bosch is het logisch dat dit wordt aangepast, want onder dit prijspeil is tegenwoordig bijna niets meer te vinden. De heer HOEBEN (stemverklaring): Wij zullen voor deze motie stemmen. We staan er op. Maar we hadden liever gehad dat het iets hoger was geweest, de Nationale Hypotheek Garantie als voorbeeld. De motie wordt door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van VVD (AltenburgCollin, Van Haren, Welten), D66 (Cremers, El Amraoui, Elders, Muller, Van Rens, Verbruggen), Rosmalens Belang (Huibers, Van der Kallen, Kouwenberg, Verreijt) en gewoon ge-DREVEN (Van 26

Creij) hebben tegengestemd. Huisvestingsverordening De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Gelet op het verwerpen van de diverse moties en amendementen, met name richting de woonwagengemeenschap, en ook het gebrek aan bereidwilligheid van de wethouder om actief mee te denken en te onderzoeken welke mogelijkheden er wel zijn om meer mogelijk te maken voor mensen uit de woonwagengemeenschap om te voorkomen dat ze tussen wal en schip vallen, zal ik tegen deze Huisvestingsverordening stemmen. Mevrouw SAMSHUIJZEN (stemverklaring): Even met de kanttekening dat wij geen voorstander zijn van selectieve woningtoewijzing, daar hebben we ons in december ook al over uitgesproken, stemmen wij in met dit voorstel, want de overige zaken vinden wij goede zaken. De Huisvestingsverordening wordt door de gemeenteraad aangenomen. Het lid van de fractie van PVV (Van Hattem) heeft tegengestemd. 9.

Wensen en bedenkingen participatievisie 'Samen maken we 's-Hertogenbosch'

De VOORZITTER: Er zijn acht moties ingediend met wensen en bedenkingen. Ik heb begrepen dat u een stevig debat hebt gehad in de commissie. De heer GERSJES: U kunt zien dat de motie is gewijzigd. De eerste bullet in de motie is veranderd en die stond eerst als een harde startgarantie en nu staat hij er anders, in de zin van betrokkenheid aan de voorkant. Deze motie stelt vast dat er een kloof gaapt tussen de nieuwe participatievisie, gebaseerd op het tweede Bossche burgerberaad, en de dagelijkse praktijk. Hoewel de visie streeft naar vertrouwen en het horen van alle stemmen, voelen inwoners zoals bijvoorbeeld nog onlangs in Empel zich nog steeds vaak gepasseerd, omdat plannen al klaarliggen voordat zij worden geraadpleegd. Mevrouw LIPMAN: De heer Gersjes grijpt terug op een voorbeeld uit Empel. Bedoelt de heer Gersjes dan het voorbeeld van de speeltuinen en is de heer Gersjes ervan op de hoogte dat er wel participatie is geweest, misschien niet met de directomwonenden maar wel met andere belanghebbenden? De heer GERSJES: Dat klopt, het gaat over de speeltuinen en dat is allemaal niet zo lekker gelopen. Dat haal ik aan als voorbeeld en ik heb het zo ervaren en ook de burgers.

Mevrouw LIPMAN: Is dat dan ook de reden dat de heer Gersjes inderdaad deze motie nu indient en vindt dat er meer aan de voorkant participatie moet zijn? Want zoals gezegd, er is aan de voorkant wel participatie geweest. Hoe kijkt de heer Gersjes daar tegenaan? De heer GERSJES: Ik zal zo even toelichten waarom ik die motivatie heb bij het punt van de betrokkenheid aan de voorkant. We verzoeken vier punten aan het college. Om te voorkomen dat participatie slechts een vinkje achteraf wordt, vraagt deze motie om vier harde garanties in de nieuwe participatieverordening die er nog moet komen. Ten eerste de echte betrokkenheid aan de voorkant. Er moet concreet worden vastgelegd bij welke projecten en beleidsthema's inwoners direct bij de start mogen meepraten, nog voor de kaders vaststaan. That's it. Ten tweede fysieke wijkloketten. De drempel voor contact moet omlaag. Fysieke informatiepunten in de wijken integraal onderdeel worden van de uitvoeringsagenda. Vervolgens is nummer 3 de inclusiviteit via het buddysysteem. Om de belofte alle stemmen horen waar te maken moet het buddysysteem de standaardmethode worden om specifiek jongeren en nieuwe Bosschenaren te betrekken. Het laatste punt is transparantie en de zeswekenregeling. Terugkoppeling is essentieel voor het vertrouwen.

De gemeente moet binnen zes weken na elk traject rapporteren wat er met de inbreng is gedaan en hoe dit het plan heeft beïnvloed. Vervolgens kom ik dan tot de conclusie: de motie dient als een brug tussen papieren ambities en de Bossche werkelijkheid. Het doel is om de aanbevelingen van het burgerberaad niet te laten verwateren maar te verankeren in een aanpak die de geloofwaardigheid van de lokale democratie herstelt. De heer VAN HATTEM: Ik dank de heer Gersjes voor deze motie. Op zich ben ik het er roerend mee eens, en ik had zelfs overwogen om hem mee in te dienen, omdat de betrokkenheid 27

aan de voorkant iets is wat we ook essentieel vinden. Alleen zitten er een paar dingen bij, er wordt dan bijvoorbeeld gesproken over zo'n buddysysteem met nieuwe Bosschenaren. Is het dan de bedoeling dat straks iedere asielzoeker een buddy krijgt met een tolk erbij die allemaal mensen moet gaan introduceren, terwijl andere mensen gewoon uit het lokale krantje maar toevallig moeten zien dat er een vergunningsaanvraag in hun omgeving heeft plaatsgevonden, en als ze een paar dagen te laat zijn, achter het net gaan vissen qua inspraak en participatie? Wordt hier niet echt een soort doelgroepenbeleid gecreëerd, als dit de bedoeling is van deze motie? Of heb ik het verkeerd begrepen? De heer GERSJES: Ik denk dat de heer Van Hattem het verkeerd begrepen heeft. Ik heb het hier over inclusiviteit, dat geldt voor alle inwoners, dus iedereen wordt met gelijke maten gemeten. De heer VAN HATTEM: Als u zegt met gelijke maten, dan vraag ik me toch af wat punt 3 dan is, met specifiek voor jongeren en nieuwe Bosschenaren. Wat wordt daar dan mee bedoeld? Want dan ga je wel specifiek beleid voeren waar je dan een apart instrument, dat buddysysteem, voor gaat inzetten. Hoe verhoudt zich dat dan tot die algemene aanpak die de heer Gersjes zou voorstaan? De heer GERSJES: Laat ik heel kort zijn, ik noem hier specifiek jongeren en nieuwe Bosschenaren.

Het geldt voor iedereen, alle inwoners van onze gemeente. En dat is een mooi systeem. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Kan collega Gersjes mij even helpen, want er ligt een mooie uitkomst van het burgerberaad en daarover ook een raadsvoorstel. Wat verandert de motie aan het voorstel dat er nu ligt? Welke opvolging aan het burgerberaad wordt er nog niet gegeven? Het zit er misschien wel in, maar kunt u het voor mij verduidelijken? De heer GERSJES: De motie verankert en waarborgt, staat erboven, de punten die ik hier inbreng en die kun je niet uit een rapport even zomaar overnemen. Die moeten echt vastgelegd worden en daarom doe ik dat in die motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dat begrijp ik, dat rapport van het burgerberaad ligt er. Maar vervolgens ligt er nu een raadsvoorstel waarin staat: op deze manier gaan wij opvolging geven aan dat rapport, eigenlijk dus al een plan van aanpak voor de uitkomst van het burgerberaad. Wat verandert deze motie dan aan het plan van aanpak dat er al ligt?” De heer GERSJES: Of het wel of niet iets verandert, het is nu verankerd en het wordt gewaarborgd dat we het in ieder geval hebben vastliggen. We zullen kijken hoe de stemming dadelijk is, en wie weet is die wel positief en dan hebben we het in ieder geval straks in de verordening staan. Mevrouw HENDRICKX: Ik heb eigenlijk precies dezelfde vraag als mevrouw Samshuijzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16604804/1