Notulen raadsvergadering 2025-11-13
Tekst van het document
Dat is onderwijsachterstandenbeleid. We hebben echt veel daarop, met VoorleesExpress, DoorleesExpress. We hebben leesconsulenten, we hebben taalklassen, we hebben BoekStart op de 65
opvang. We hebben BoekStartcoach op het consultatiebureau. We hebben meertalig voorlezen in Huis73, dat daar ook een onderdeel van is. Dus volgens mij zetten we stevig in op lezen, omdat dat een van de belangrijkste vaardigheden is voor de ontwikkeling van kinderen. Wethouder ROY GEERS: Voor mij zes voorstellen vanuit uw raad, te beginnen met amendement 2 van gewoon ge-DREVEN om het maatregelenpakket voor de Groote Wielen alvast op te nemen in het Structuurfonds. Ik had zojuist het debatje daar uiteraard op gevolgd. Elke raadsvergadering kan er een voorstel worden voorgelegd om dat ook voor het Structuurfonds in te brengen. Dat hebben we gedaan in het voorstel dat u volgende maand gaat behandelen en daarmee vinden we het voorstel dat er nu ligt, amendement 2, prematuur en ontraden we het voorstel. De heer VAN CREIJ: Dan toch even richting deze wethouder. Is het voor u nu niet een steuntje in de rug als je weet: als het voorstel voorligt heb ik al deze pocket money, die is al vrijgespeeld in de begroting, dus ik weet dat ik vooruit kan. Wij zien het eigenlijk als een steuntje van uw rug, van: ik weet dat ik de zekerheid heb. Wethouder ROY GEERS: Uiteraard is het zo dat we uw raad ook het juiste debat gunnen. Dat debat heeft u in de volgende raadsvergadering en de komende commissieronde.
En natuurlijk heel fijn dat we daarin dezelfde ambitie hebben, maar volgens mij is het wel verstandig om dat in de juiste volgorde te doen en ik zou € 40 miljoen niet willen bestempelen als pocket money, want dat zijn wel serieuze bedragen volgens mij. Dan amendement 4 voor wat betreft het voorstel om over te gaan tot aankoop van het Sparrenburgbos of in ieder geval daar een budget voor te reserveren. We hebben met de werkgroep uitgebreid gesproken en daarbij ook geconstateerd dat we de kans van de alliantie om die samen te stellen ook willen verkennen. Daar is de werkgroep ook mee bezig. We hebben de werkgroep ook toegezegd dat we hen daarin ondersteunen op de momenten dat zij dat ook nodig hebben, dus we hebben daar goed contact met hen over. En vanuit die alliantie, of vanuit die mogelijkheid zien we dat de planologische bescherming goed aangevuld kan worden met het goede beheer van het bos en dat we daarmee de aankoop van het bos als college niet nodig vinden en daarmee ontraden we dit amendement. Mevrouw HENDRICKX: Ik begrijp dat u hem ontraadt. Daar zijn we natuurlijk teleurgesteld over. Dat mag ik even laten weten. We zitten hier al jaren bovenop. Maar de vraag is: u zegt dat het veilig wordt gesteld.
Bent u op de hoogte van het feit dat er op dit moment gewoon hekken geplaatst gaan worden? Hoe denkt u vanuit uw rol als wethouder te voorkomen dat er situaties in het bos gaan gebeuren die onwenselijk zijn, dus als bijvoorbeeld houtkap, plaatsen van opstallen, hekken plaatsen, dat is de eerste vraag. En de tweede vraag is eigenlijk in de richting van de vraag die Rosmalens Belang stelde. Wat als nu blijkt dat die alliantie het op de een of andere manier toch niet voor elkaar krijgt, bent u dan bereid om erop terug te komen? En de laatste vraag die ik aan u heb, weet u dat de percelen op dit moment in de stille verkoop staan en ziet u nog mogelijkheden op het moment dat die alliantie dat beheersplan straks niet voor elkaar krijgt, om alsnog tijdig bij de raad terug te keren om alsnog dat bos aan te kopen? Of zegt u te allen tijde: het is een nee, het blijft een nee en deze wethouder zal nooit overgaan tot aankoop van het bos. Wethouder ROY GEERS: Ik heb drie vragen gehoord. Te beginnen bij de hekken en het voorkomen van kap. Op illegale activiteiten hebben wij en de provincie toezicht. Dat zullen zij en wij ook moeten oppakken. En naar aanleiding van de artikel 71-vragen van Rosmalens Belang zullen wij ook een soort kavelpaspoort maken om dat ook op basis van de omgevingsvisie en de regels die we daarin hebben bij iedereen helder te maken.
Wij zien als college dat het bos planologisch daarmee voldoende beschermd is en dat is voor ons de hoofdreden dat wij geen reden zien voor aankoop van het bos. Wij vinden het wel belangrijk dat we samen met de werkgroep en hopelijk ook u als raad het juiste signaal naar buiten brengen en de mensen ook geruststellen dat we een bos hebben dat ook op de juiste manier beschermd is. Dat zou ook helpen om de onrust bij de gebruikers van het Sparrenburgbos wat weg te nemen. Aangezien wij van mening zijn dat de aankoop van het bos niet nodig is omdat het planologisch beschermd is en we aanvullend aan een alliantie kunnen werken die het beheer van het bos op een juiste manier vormgeeft, zie ik ook eigenlijk niet de mogelijkheid om bij u terug te komen om alsnog het bos te kopen. Wij zullen uiteraard wel terugkoppelen aan u wat de conclusies en bevindingen zijn vanuit de werkgroep. De heer VAN CREIJ: Dan kom ik toch weer terug richting de wethouder. U geeft aan dat u kunt optreden tegen illegale praktijken. Maar illegale praktijken, dan denk ik aan hekwerkjes die 66
vergunningsvrij zijn kunnen gewoon geplaatst worden. Dan is het niet meer openbaar. Als een eigenaar, want het wordt in delen verkocht, een bordje neerzet: het is mijn eigendom en u komt er niet meer op, dan zijn het geen illegale praktijken. Dan is het gewoon een afgesloten gebied. Welke middelen heeft u om te waarborgen dat het een-op-een gewoon open blijft en toegankelijk? Want met een hekwerkje is het niet meer toegankelijk. Wethouder ROY GEERS: Volgens mij herhalen we op dit moment een discussie die we al jaren voeren en waar u vanuit het college al meerdere keren per verschillende brieven over bent geïnformeerd. Het plaatsen van een hekwerk is niet toegestaan als dat niet in overeenstemming is met de bestemming natuur. Wellicht dat een hekwerk rondom het hele bos juist ook kan bijdragen aan de natuur, want dan komen er geen mensen meer. Maar volgens mij is dat juist niet de bedoeling, dus recreatie is een van de zaken die we daar ook graag willen toestaan. Dus we hebben u uitgebreid geïnformeerd over hoe een en ander in elkaar zit en volgens mij zit daar ook het antwoord in dat u zoekt. De heer VAN CREIJ: Het hekwerk laat ik dan even voor wat het is. Als er dadelijk een nieuwe eigenaar komt die zegt: u komt er verdorie niet meer in, dan komen wij er verdorie niet meer in.
Welke middelen heeft u daartegen? Wethouder ROY GEERS: Met alle respect richting de heer Van Creij, u bent altijd goed op de hoogte van de kennis die in het dossier zit, de kennis die we hebben gedeeld met u. Ook daarin staan meerdere uitspraken over hoe wij omgaan met gebieden die al decennialang openbaar toegankelijk zijn en welke rechten daaraan verbonden zijn. Ook daar bent u in het verleden al over geïnformeerd. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wanneer we het over de bestemming hebben die er op verschillende stukken grond zit, er zijn ook verschillende plekken waar een agrarische bestemming op zit, bijvoorbeeld ook aan de westkant van het Sparrenburgbos en bij de inwoners van het gebied eromheen. Daar ligt best wel een zorg over die agrarische percelen. Want een ander dossier van deze wethouder is bijvoorbeeld bollenteelt. Daar moeten we nog steeds de verdere uitvoering aan geven en er ligt een grote zorg dat telers daar mogelijk wel interesse in die stukken grond hebben en men is toch wel op zoek naar antwoorden en bescherming ook van het gebied ten aanzien van risicovolle landbouw. Daarnaast worden er ook kansen gezien om bijvoorbeeld met een partij als Brabant Water daar toch wat gebieden wellicht wat veiliger te gaan stellen richting die bestemming agrarisch.
Dus mijn vraag aan de wethouder is hoe hij aankijkt tegen de risico's die er op dit vlak spelen en mogelijk juist vanuit ook de betrokkenheid van de wethouder op zo'n ander dossier om daar toch een voortrekkersrol bijvoorbeeld richting Brabant Water of andere mogelijke partners hierin te kunnen spelen. Wethouder ROY GEERS: Voor wat betreft uw eerdere motie op bollenteelt, zijn we op dit moment volop bezig om ook te kijken in welke mate we daar de voorbereidingsbescherming kunnen opleggen en daar komen wij binnenkort bij uw raad op terug, juist om ook te kijken of en hoe we dat mogelijk kunnen maken. En voor de rest is dit op dit moment wel een agrarische bestemming, net zoals heel veel andere gronden in onze gemeente. Die respecteren wij ook zolang die bestemming daar op deze vorm ligt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Begrijpt de wethouder de angst toch wel van de inwoners gezien hoe dicht dat deze gebieden tegen bebouwing aan zitten en ook het effect wanneer dit soort percelen bijvoorbeeld voor bollenteelt gebruikt gaan worden op het bos. Want volgens mij is iedereen het over eens dat het bos gewoon fijn een bos moet blijven, maar het heeft wel degelijk een grote impact op de natuur wanneer die agrarische bestemming op een andere manier ingezet gaan worden.
Hoe kijkt de wethouder daar dan tegenaan en ziet hij daar mogelijkheden tot verdere bescherming? Wethouder ROY GEERS: Zoals ik zojuist heb aangegeven, voor de vrees dat daar mogelijk de activiteit komt waar u eerder een motie over heeft ingediend, daar zijn we mee bezig om dat gemeentebreed vorm te geven en komen we dus bij uw raad op terug. Alle andere vormen van agrarische activiteiten passen op een bestemming agrarisch en daar hebben wij verder ook geen belemmeringen op. Dan de motie Verkeersveiligheid. Eerlijk gezegd zit ik met deze motie enigszins in dubio. Want als gemeente hebben we heel veel kennis in huis als het gaat om verkeersveiligheid 67
en zetten wij die kennis ook uitgebreid in, zeker als het gaat om motie 20, zeker ook als het gaat over de verkeersveiligheid rondom scholen en andere kindrijke functies. We zijn vaak met scholen in gesprek. We hebben daar verschillende campagnes voor, verschillende educatiepakketten die we daarvoor inzetten en die scholen kunnen gebruiken. We zijn ook altijd bereid om kleine maatregelen te nemen zoals pionnen voor scholen die zij kunnen zetten om de stoepranden ook op de juiste manier af te zetten. We begeleiden de scholen ook in die opgaven, dus we zijn continu bezig met alle scholen in onze gemeente om die verkeersveiligheid ook vorm te geven. En toch begrijp ik uw raad ook dat het gevoel om daar meer concreet en structureel iets in te doen wel aanwezig is. Het punt is wel dat de capaciteit die ik beschikbaar heb om dit soort opgaven in te vullen ongelofelijk hard nodig heb voor alle opgaven die er op mobiliteit liggen. Daarom zou ik mij kunnen voorstellen dat we wel een aanvalsplan op laten stellen door een externe partij, waarbij we ook de schoolbesturen goed betrekken met de vraag: wat hebben wij dan van jullie nodig, wat betekent dat dan voor jullie, welke tijdsvraag kost dat jullie? Om dat vervolgens ook goed te organiseren bij die externe partij en dan daarvoor ook bij uw raad terug te komen welke kosten daaraan verbonden zijn.
Ik heb immers niet het budget om dat te organiseren. Dus als ik de motie op die manier mag interpreteren, we zetten een externe partij in, we gaan op die manier kijken welke kosten en welke inzet daar vanuit scholen ook voor nodig is, en ik kom bij uw raad terug zodat u zelf kunt beslissen hoe u en of u dat zou willen financieren. De heer VAN CREIJ: Dank voor deze toezegging. Kunt u daar een concreet tijdpad aan plakken, van twee maanden, drie maanden, deze raadsperiode? Wethouder ROY GEERS: Ik hoor u zo ongeveer bij alles waarvan wij aangeven dat we het best willen doen, vragen welk tijdpad eraan verbonden zit. Het stapelt en het stapelt en het stapelt. Dus ik ga geen concreet tijdpad toezeggen. Hier staat wel in de motie een tijdpad van een jaar en ik wil wel kijken hoe we zo goed mogelijk die invulling kunnen geven, want verkeersveilige schoolomgevingen heeft ook voor ons college een topprioriteit. Daar willen we graag aan werken, dus dat jaar moet zeker lukken. Mevrouw LIPMAN: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Zijn er dan ook weer extra kosten aan verbonden of zou dat dan weer passen binnen het bestaande beleid of hoe moeten we dat zien? Wethouder ROY GEERS: Nee, dan hebben we het echt over extra kosten. Dat heb ik net ook geprobeerd uit te leggen, we zetten een extern bureau in.
We gaan ook kijken of de capaciteit bij de verschillende scholen, de 49 scholen die we hebben, geregeld kan worden en of we daar ook extra kosten aan hebben in de begeleiding van die scholen, dus dat nemen we dan wel mee in dat hele verhaal om te kijken of we dat kunnen oppakken. Mevrouw HENDRICKX: Ik denk dat heel veel scholen de vlag uithangen. Heel erg grote dank vanuit onze fractie. Maar mag ik dan ook begrijpen dat u geen bezwaar heeft tegen deze motie, want dat heb ik nog niet gehoord. Wethouder ROY GEERS: Volgens mij heb ik aangegeven: als ik de motie op deze manier mag interpreteren, dan is dat inderdaad geen bezwaar. Dan motie 25 voor wat betreft het dorpshart van Vinkel. We zijn in gesprek met de verschillende belanghebbenden over de mogelijkheden van herontwikkeling van dit gebied. Fijn dat u ook de mogelijkheden ziet voor de groeiring en de woningbouwkansen die daar aanwezig zijn. Dat is ook eigenlijk de aanvulling die we zien in het verhaal dat er nu ligt. De rest van de motie is eigenlijk zonder gevolg, maar gezien het derde dictumpunt kunnen we aangeven dat we geen bezwaar hebben tegen deze motie. Dan motie 37. De PVV wil stoppen met de knips op de Binnenstadsring. Uw raad heeft eerder besloten om die juist in te voeren.
Als college hebben we ook aangegeven dat het inprikkermodel er juist voor zorgt dat de binnenstad in de toekomst bereikbaar blijft, dus u kunt zich voorstellen dat wij deze motie ontraden. De heer BROEKMEULEN: De motie van de PVV raakt natuurlijk ook aan een diepergaande zorg. De wereld is een jaar later toch wel behoorlijk veranderd. We hebben ook inderdaad de boodschap gezien van wat ProRail gaat doen met de Magistratenlaan. Herkent de wethouder die zorgen en hoe denkt hij daaraan tegemoet te komen? Dat is vraag 1. Wethouder ROY GEERS: De zorgen om de verkeersstructuur zoals uw raad die heeft 68
vastgesteld, herkennen we uiteraard. We hebben zeer uitgebreid gesproken met heel veel belanghebbenden en die zorgen zijn zeker bij ons bekend en daar hebben we ook vanuit IABB, de Integrale Aaanpak Brede Binnenstad volgens mij een pakket op gezet waarmee we proberen zo goed mogelijk om te gaan met die zorgen. Wij zien wel dat het belangrijk is dat die knips worden gerealiseerd zodat we een inprikkermodel hebben om de binnenstad bereikbaar te maken. De heer BROEKMEULEN: Die discussie gaan we op zich niet opnieuw doen, maar in dat plan was het natuurlijk wel zo dat de Magistratenlaan zo ongeveer de belangrijkste straat was om op te waarderen. Dat gaat nu een jaar extra kosten, een klein jaar, veertig weken ongeveer. Is het dan niet het signaal om wellicht te zeggen: met het aanleggen van die knips een pas op de plaats te maken, want precies de plek waar het het meest pijn zou doen… De VOORZITTER: Maar mijnheer Broekmeulen, met alle respect, er zijn daarstraks vragen gesteld bij het vragenhalfuurtje over dit onderwerp. Daar heeft de wethouder ook al antwoord gegeven op bijna dezelfde vragen. De heer BROEKMEULEN: Ja voorzitter, dat weet ik, die vragen heb ik ook gehoord, maar dit is in relatie tot deze motie, en ik wil toch wel even graag een verduidelijking van de wethouder daarop hebben. De VOORZITTER: Maar we gaan niet het debat van daarstraks overdoen.
Wethouder ROY GEERS: Wellicht dat ik daar kort op kan reageren, want we hebben als college in de raadsinformatiebrief aangegeven dat we twee varianten zien. Daarover willen we ook echt in gesprek om zorgvuldig het besluit te kunnen nemen welke variant qua planning ook past bij de uitvoering. Dat willen we niet als college zelfstandig doen, maar ook echt in samenspraak met de verschillende partijen, zodat we niet de snelheid vooropzetten, maar juist de zorgvuldigheid van het besluit. De heer BROEKMEULEN: Dat is precies het punt dat ik inderdaad probeer te maken, die snelheid en zorgvuldigheid. Ons gaat het inderdaad niet om de snelheid maar om de zorgvuldigheid. Daarom vraag ik ook echt, want als ik die raadsinformatiebrief lees, wordt er heel erg toegeschreven naar: we moeten eigenlijk in 2026 al leggen want dan kunnen we meten. En ik zeg eigenlijk: moeten we niet echt gewoon wachten, want de meest cruciale doorstroomas wordt hier dadelijk gewoon een jaar voor de helft op slot gegooid? Wethouder ROY GEERS: Ik vind het best wel vluchtig om hier tijdens de begroting dit debat te voeren. U heeft natuurlijk ook gewoon de gelegenheid om de raadsinformatiebrief te agenderen en daar een discussienotitie voor te schrijven en daarin mee te sturen.
Wij hebben als college in ieder geval gemeend dat we het raadsbesluit dat u heeft genomen met deze twee varianten ook willen voorleggen aan de stakeholders, zodat we daar ook zorgvuldig een besluit in kunnen nemen. Dan heb ik nog één motie over, motie 38. Ook die is eigenlijk heel verrassend vanuit de PVV, maar ook daar heeft uw raad al eerder een besluit over genomen. De heer BROEKMEULEN: Ik zou graag even tien minuten willen schorsen als dat kan. De VOORZITTER: We gaan straks schorsen na de beantwoording van het college. Wethouder ROY GEERS: De PVV vraagt in de motie om te stoppen met de zeroemissiezones onder andere. Wij zijn van mening dat de zero-emissiezones ook bijdragen aan een gezonde binnenstad, verbetering van het milieu. Uw raad heeft daar eerder toe besloten om juist die zero-emissiezone in stand te houden en ook uit te breiden in aard en omvang, dus daarmee vraagt u eigenlijk iets om te draaien wat uw raad eerder heeft besloten en daar gaat u als raad zelf over. Als college ontraden wij deze motie. De heer VAN HATTEM: Ik begrijp dat de wethouder hem ontraadt omdat het contrair is aan het beleid van dit college, maar de wethouder zegt: het draagt bij aan het milieu.
Zijn daar ook al concrete resultaten van? Zijn daar al duidelijke indicatoren van in hoeverre het milieu ook daadwerkelijk verbeterd is op basis van die zero-emissiezone die op dit moment dus voor veel ondernemers de pest is? 69
Wethouder ROY GEERS: U heeft ongetwijfeld ter voorbereiding van het debat dat u heeft gehad over de KIA ook het rapport van CE Delft gelezen, waar juist uitstoot van brandstofgedreven voertuigen is meegenomen en juist het invoeren van een zero-emissiezone was daar een van de maatregelen die juist een positief effect had op het milieu. Dat geldt dus ook voor een zeroemissiezone op een iets kleiner gebied dan de volledige gemeente. De heer VAN HATTEM: Dat zijn allemaal gemodelleerde zaken, dus dat is niet iets wat gemeten is. Maar zijn er ook daadwerkelijk metingen verricht, toetsingen of er daadwerkelijk een verbeterd milieueffect is in deze binnenstad door die zero-emissiezone? Wordt er überhaupt naar gekeken of is het alleen maar een modellenwerkelijkheid, zoals we ook met die stikstof en alles hebben. En daarbij, is de wethouder ook bereid om met de uitbreiding van die zero-emissiezone eerst alles aan de raad te doen toekomen voor er verdere stappen op worden gezet? Wethouder ROY GEERS: Elke auto die niet rijdt of elke schonere auto die rijdt leidt tot minder uitstoot. Dat is volgens mij zelfs wetenschappelijk vastgesteld en zelfs gemeten. Dus dat geldt dan ook voor de zero-emissiezone. De VOORZITTER: Dames en heren, ik ga door naar de volgende wethouders. Ik verzoek u wel dat als u intern in uw fractie al overleg hebt, wat ik prima vind, dat u dat dan op de gang doet.
Volgens mij hebben we met elkaar wel te luisteren naar wat mensen te zeggen hebben en ook ruimte te geven aan de mensen die de interruptie hebben. Ik word in ieder geval gestoord door de interne overleggen die al plaatsvinden in fracties terwijl mensen hier nog aan het spreken zijn en dat maakt het volgen van de raadsvergadering voor anderen ook wat ingewikkelder. Wethouder VAN DER SLOOT: Ik heb er vijf met u te doen, dus dat is mooi. Ik weet niet hoe we in de tijd zitten, maar laten we gewoon maar snel beginnen. Ik begreep net dat dit de langste begrotingsbehandeling is van de afgelopen periode, dus dat is mooi, want dan hebben we allemaal veel te vertellen aan elkaar. Ik begin met het eerste amendement, amendement 6. Dat amendement wil de storting aan het Structuurfonds verlagen ten gunste van het armoedebeleid. Misschien heeft u al een lijn ontdekt in wat we als college ook aan u melden, maar iedere storting aan het Structuurfonds die ook verlaagd wordt, ontraden wij, omdat we juist ook de nieuwe raad in positie willen brengen in de nieuwe periode, dus bij dezen. Amendement 6 ontraden wij. De heer MEES: Ik ken wethouder Van der Sloot als een bevlogen wethouder als het gaat om armoedebeleid. Nu ligt er een kans, want we staan er financieel heel goed voor, om zekerheid te bieden aan mensen met de laagste inkomens, de meest kwetsbaren van onze stad.
Bij de behandeling van de Schuldennota zei u: die twee jaren, 2027 en 2028, kunnen we niet financieren. Nu heeft u de kans en nu zegt u: ja, maar nu ga ik mee in, of als college gaan we mee in de Structuurfondsstorting. Zo lust ik er nog wel een paar. Wanneer komt u dan met de actie om het armoedebeleid duurzaam financieel te maken? Wethouder VAN DER SLOOT: Nou, dan geeft u mij hierbij wel de mogelijkheid om te zeggen dat ik het een uiterst charmant amendement vind. Dus laat dat duidelijk zijn. Maar ook even als ik kijk naar de inhoud en dan iets meer de techniek van de inhoud. Waar wij best wel tegen aanlopen de afgelopen jaren, komt ook door het rijk, is dat wij heel veel incidentele niet-structurele armoedemiddelen hebben en de wijze waarop u het nu voorstelt zou ook betekenen dat het niet structureel wordt, want dit is ook weer een soort incidentele storting daarin. Ik hoop echt oprecht dat een nieuwe gemeenteraad ook gaat kijken hoe we zaken als armoedebeleid structureel kunnen inregelen, dat dat niet politiek uitmaakt, omdat het gaat over mensen en hun bestaanszekerheid. Daarbij is het dan ook nog een momentum dat de nieuwe raad in 2028 met elkaar heeft. Dan ligt er ook een evaluatie van de Bossche Pas voor, want die begint natuurlijk zoals u ook aangaf januari 2026.
In 2028 wordt die geëvalueerd, dus dat is ook een moment om met elkaar te kijken hoe je daarin staat, of je daar meer mee wilt doen. En ik kan me aan alle kanten voorstellen dat dat ook het moment is om te kijken hoe we meer kunnen doen aan preventie, dat mooie aanvalsplan dat u ook als raad heeft aangenomen, nogmaals dank daarvoor. Maar dit amendement ga ik helaas toch ontraden vanavond. Dan ga ik door met motie 18. Die gaat over de veldcapaciteit van BLC, die ook zijn komen inspreken. Dat het knelt bij BLC weten we ook. Als je nu een jongen of meisje onder 9 aanmeldt, en ik heb ervaring, dan krijg je gewoon een mailtje dat ze voor het komend seizoen überhaupt geen kans hebben, dus dat zijn zaken die daar daadwerkelijk spelen. We zijn ook goed in 70
gesprek met BLC, ook om te kijken, want dat hangt bijvoorbeeld ook op trainingscapaciteit, wat we daarmee kunnen doen. Het hangt ook samen met de Bossche plus, waar we mee bezig zijn, waar BLC ook echt een belangrijke rol in heeft. We kijken naar verlichting op het achterste veld, zodat er ook meer getraind kan worden en ook een soort extra veldje in de tussenruimte tussen de velden. Wat u vraagt is een capaciteitsuitbreiding. Als we gaan uitbreiden kijken we altijd naar de club zelf. Daar, en dat ziet u ook, is er geen ruimte op de gronden waar de club ligt. Een zesde veld is voorstelbaar, maar dan moeten we wel gaan kijken, als de nieuwe wijk De Meerendonk er is, dan is het meer dan logisch om een toekomstplan te maken voor sport in die wijk, misschien met voetbal, ze hebben zelf ook plannen, misschien wat groter. Dus er moet zeker een toekomstplan komen. U weet dat ik De Meerendonk ook liever gisteren dan vandaag zou zien. Maar als ik naar uw motie kijk om binnen het eerste kwartaal van 2026 met zo'n toekomstplan et cetera te komen, dat gaat hem niet worden. We werken wel hard aan de Bossche plus en de zaken die ik aangeef, maar deze kan helaas niet dus die moet ik ontraden. Mevrouw HENDRICKX: Ik ben in ieder geval blij dat u wel ziet wat het probleem is en dat u ook uit eigen ervaring spreekt.
Ik denk dat met de komst van De Meerendonk de druk alleen maar groter wordt, maar die is al echt heel groot. Van 500 naar 1100 leden is echt heel veel. Ik zie dat u wel op andere plekken bezig bent, maar wij denken echt dat BLC ook wat extra's nodig heeft. Ik snap dat u zegt, 2026 is voor ons te kort dag, maar zou u wel bereid zijn om überhaupt met BLC in overleg te gaan om te kijken hoe we op termijn die capaciteitsproblemen zouden kunnen oplossen? Dus het concrete voorstel zou dan zijn, we schrappen 2026, ik geef u de ruimte om te komen met een oplossing, maar ga in gesprek en ga kijken wat er mogelijk is en kom dan bij de raad terug. Is dat wellicht een compromis? Wethouder VAN DER SLOOT: Het mooie is dat u mij daar geen opdracht voor hoeft te geven want dat doen we al, waarbij we ook met BLC in gesprek zijn, want stel dat je er een nieuw veld zou neerleggen, is dat ook een veld dat je voor veertig jaar neerlegt, want dat is natuurlijk zo met nieuwe velden. Dat is ook overigens ook een kostenpost van ten minste € 700.000. Voetbalvelden, kunstgrasvelden zijn ook niet gratis. Het lastige is, en daar hebben we ook met de club over gesproken, als je daar nu dat veld gaat neerleggen, zitten ze eigenlijk ook voor veertig jaar vast op die plek. Of je gaat iets doen wat niet zo zinvol is.
Dus gelooft u mij, wij zijn oprecht heel vaak en goed in gesprek met de club met dit in het achterhoofd. U kunt de motie dan aanpassen zoals u wilt, maar dan heeft hij nog geen gevolg, want we doen het al omdat we het belangrijk vinden. Mevrouw HENDRICKX: Waar het mij even om gaat, en dat hoor ik het college vaker zeggen, wij zijn in gesprek. Waar mensen en partijen gewoon behoefte aan hebben is aan de ene kant het goede gesprek maar aan de andere kant gewoon duidelijkheid. Ze moeten duidelijkheid hebben: waar kunnen we nu op rekenen als het gaat om de toekomst? Hoeveel leden kunnen we op de wachtlijst zetten, op wat voor een termijn komt er een veld, waar kunnen we nu op rekenen? Dat is een beetje waarmee ik worstel. Kunt u nu niet wat concreter zijn in wanneer die club dan wel kan weten waar ze aan toe zijn, want met deze boodschap weer teruggaan, met alle respect voor uw goede intenties, maar ik denk niet dat mensen daar nu echt veel aan hebben. Dus ik ben op zoek of we niet wat harder een toezegging kunnen doen richting BLC. Wethouder VAN DER SLOOT: Ik weet niet of een club beter wordt van een motie die zonder gevolg is, of in ieder geval een ambtelijke organisatie en wethouder die met ze in gesprek is en blijft over het toekomstplan, over alles wat met De Meerendonk te maken heeft. Wat er ook allemaal nodig is verder voor de club.
Dus ja, mijn oordeel blijft hetzelfde, maar de intentie, en die hoor ik ook van u, daar staan we allemaal voor, want het is een hartstikke mooie club op een prachtige locatie, waar een heel mooie wijk gaat komen, en dan moeten we wat met een voetbalveld, dat lijkt me heel erg duidelijk. De heer VAN HATTEM: Ik hoor de wethouder zeggen: ik zie geen ruimte in dat gebied om een extra voetbalveld aan te leggen, maar dat is ook een kwestie van keuzes maken. Is de wethouder dan bereid om in plaats van azc Kruithoorn en azc Groot Meerendonk te kiezen voor een extra voetbalveld voor BLC zodat onze jongens en meisjes daar lekker kunnen voetballen in plaats van daar zo'n azc neer te leggen? Wethouder VAN DER SLOOT: Ja, ik denk dat we eigenlijk nog meer voetbalvelden nodig hebben omdat al die jongens en meisjes van het azc, die vaak ook wel heel goed kunnen voetballen, 71
ook nog fijn bij BLC terechtkunnen. Dus dat is ook iets waar we graag naar kijken. De heer VAN HATTEM: Maar juist als dat ook nog aan de orde is, wordt de druk bij die club alleen maar groter. En als de wethouder dan nu al zegt: we hebben heel weinig ruimte en mogelijkheden, is het maar de vraag: is het dan niet een reden temeer om er geen azc neer te zetten als je ook nog druk krijgt op de sportvoorzieningen in de omgeving? Wethouder VAN DER SLOOT: Ja, gelukkig zijn er ook nog meer clubs in de omgeving en zien we ook dat omdat er ook een azc komt, er ook een Bossche plus is, waardoor die trainingscapaciteit kan worden verbreed. En voor de rest denk ik dat we hier gewoon anders over denken. Dan zijn wij bij iets anders, ik weet niet of we er helemaal anders over denken, motie 27, over taallessen voor asielstatushouders. Het gaat specifiek over de handhaving en verzuim. Dat we een handhavingsbeleid hierop hebben is ook wettelijk beleid. Dat hebben we en dat voeren we ook uit. Er zijn natuurlijk verschillende soorten verzuim. Je hebt verwijtbaar verzuim en niet-verwijtbaar verzuim, dus daar kijken we ook nog naar. Maar ja, mijnheer Van Hattem, u zit er gewoon wat strakker in dan wij zitten.
Dus ja, we handhaven wel degelijk als dat ook zin heeft, maar daarbij kijken we altijd naar de persoonlijke en financiële omstandigheden waar we ook mee te maken hebben omdat je anders ook weer met andere problemen te maken hebt. Wij maken per situatie afspraken, dat doen we heel gericht. En uw motie roept op om het volledig te verhalen en alle mogelijke maatregelen te nemen. Wij zitten er anders in, terwijl we dezelfde wet uitvoeren, dus deze moet ik ook ontraden. Dan ga ik door naar motie 28, de arbeidsmarktfaciliteiten voor asielzoekers en statushouders. Daar hebben we in de commissie uitgebreid over gesproken. Ik ben er heel trots op dat wij een heel goedlopend programma hebben om juist asielzoekers ook aan het werk te helpen. Ik hoorde een discussietje dat u had over de Wmo. Misschien heeft u hier wel een groep die daar echt wel verschil in kan maken, dus wat dat betreft ontraden wij deze motie, omdat we hier ook echt mensen zien die willen werken en uiteindelijk dan ook door afspraken met het COA gekoppeld kunnen worden aan de gemeente. Ondernemers zijn er blij mee, onze arbeidskrapte wordt er iets minder door, en ik denk dat we daar allemaal op kunnen inzetten. Overigens komen de mensen dan ook niet in de bijstand maar kunnen ze gewoon aan het werk om zichzelf en ook hun gezinnen te voorzien.
De heer VAN HATTEM: Allemaal leuk en aardig, maar als het allemaal zo goed en geweldig gaat, dan hoef je er ook geen € 300.000 per jaar tegenaan te kwakken om die banenmarkten en zo te organiseren. Dus dan zou ik zeggen, als het dan zo goed gaat en als, zoals de wethouder in de commissie zei, in de rij staan, dan is die € 300.000 ook niet nodig. Dus kan daar dan niet gewoon een streep door? Wethouder VAN DER SLOOT: Ja, weet u, dit is juist de investering om te doen. Dit is de boter bij de vis om ervoor te zorgen dat er, laat ik het dan zo zeggen, heel veel vissen komen en dat lijkt me iets wat heel erg goed is. En door de investering die u ook als raad heeft gedaan, kunnen we hier ook heel succesvol op zijn, dus dat is erg positief. De heer EL AMRAOUI: Ik sla een beetje aan op het interruptiedebat tussen de wethouder en de heer Van Hattem. Kan het kloppen dat die € 300.000 nodig is om een groot gat te overbruggen dat is ontstaan doordat vluchtelingen en asielzoekers zo erg beperkt zijn geweest in hun toegang tot de arbeidsmarkt? En dat daardoor dus ook meer energie en ook middelen moeten gaan naar het dichten van dat gat voor hen? Wethouder VAN DER SLOOT: Nou, waar we die € 300.000 die u als raad heeft vastgesteld aan uitgeven is tweeledig. Dat is wel het mooie.
Aan de ene kant heeft het heel veel te maken met asielzoekers, om ze te betrekken, die banenmarkten te organiseren, om te laten weten wat er allemaal is. Aan de andere kant zit onze inzet juist op die werkgevers. Want die moeten zich ook aanpassen. Die moeten ook leren hoe dat werkt. We hebben een heel mooie methode met opstartcoaches en daar zien we ook dat we heel veel effect hebben. Het is dus heel erg tweeledig. Zowel aan de kant van de ondernemers die daar heel blij mee zijn en aan de kant van de mensen die kunnen gaan werken. Dan ga ik door naar motie 36 over zaalaccommodaties voor sportverenigingen. Ik ben blij om te horen dat u daar in de commissie en ook in deze raad heel veel aandacht aan besteedt. Dat is ook nodig, want we zien dat daar best wel wat krapte is. Bij deze motie moet ik één ding zeggen. In de tweede bullet van het dictum heeft u het over: bij de verkenning nadrukkelijk te bezien waar bestaande gymzalen kunnen worden vervangen of uitgebreid 72
tot volwaardige sportzalen. En dat moet zijn: hallen. Want even zodat we het voor altijd weten. Je hebt dus een gymzaal, een sportzaal is twee keer een gymzaal, en een sporthal is drie keer een gymzaal. En als ik u zo'n beetje zie en hoor denk ik dat u dat laatste wilt en daar kan u ook wedstrijden spelen. Dus dat lijkt me, als we het onderzoek doen, ook het meest verstandige onderzoek om te doen. Maar ik weet niet hoe u daarin staat. Mevrouw VAN DER KALLEN: Wij gaan uiteraard voor de sporthal. Moeten we die motie nog aanpassen daarin? Wethouder VAN DER SLOOT: Dan kijk ik even naar de griffier. Het staat in het dictum. Dus sportzalen moet sporthallen worden. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) En als dat zo is, gaan we graag onderzoeken en dan heeft die ook geen bezwaar. Wethouder SLIKKER: Het geluk van de zesde wethouder op een rij is dat als ik hier het lijstje interrupties zo voor me zie, dan wordt het een kortdurende wedstrijd. Een aantal amendementen en moties, te beginnen met Leefbaar 's-Hertogenbosch en 50PLUS over de lokale teams. Daar hadden we het in de commissie ook al even over. U vraagt eigenlijk € 400.000 startbudget om die lokale teams een vliegende start te geven zoals u het zelf zegt. Wij zijn ook zeer voorstander van die vliegende start. Ik ben meestal best snel, maar u bent nu wel erg snel.
Want het proces dat wij voorzien hadden is dit jaar nog met uw raad in gesprek, in gesprek met welzijnspartijen, zorgpartijen en een beknopte marktconsultatie, uitwerking begin volgend jaar en vervolgens naar uw raad met een aanbestedingsprocedure, waarbij het kan landen in de begroting voor 2027, als er al extra middelen nodig zijn. Want het idee van de lokale teams is uiteraard ook niet dat ze per definitie meer gaan kosten, maar gewoon dat ze blijven passen binnen dat zorg- en welzijnsbudget omdat dat de aankomende jaren niet meer wordt. Dus alhoewel sympathiek, te vroeg, en daarom zouden we hem willen ontraden. De heer KAGIE: Ik veronderstelde dat de teams in 2026 in de steigers werden gezet, echt operationeel, maar dat is niet het geval? Wethouder SLIKKER: Nee, wat ook in de brief staat die u heeft gekregen, planvorming dit jaar en volgend jaar. Volgend jaar dan ook de aanbesteding, want er moet een aanbesteding op gelopen worden, dus dat gaat sowieso dit jaar niet meer. Dat betekent dat die verankerd wordt in de begroting van 2027 als er aanvullende middelen nodig zouden zijn. Dan gaan we door naar motie 7, ook van Leefbaar 's-Hertogenbosch en VOOR Den Bosch, over de twee parkeerlagen in de Zusterflat. In april van dit jaar heeft uw raad het ontwikkelkader voor de Bloemenkamp en de Zusterflat vastgesteld.
Wij zijn op dit moment voortvarend bezig om te zorgen dat we daar zo snel mogelijk kunnen beginnen met start bouw, de Zusterflat al is gesloopt. De tunnel nu weghalen, bedrading in orde maken en dan zomer 2026 starten met de bouw. Als u zegt: we willen toch een tweelaags parkeergarage, wat niet nodig is voor het aantal parkeerplekken in het gebied, wat u ook unaniem heeft vastgesteld met deze raad. Maar als u om andere redenen dat toch zou willen, leidt dat tot vertraging van de woningbouw, zowel van de Zusterflat als van daarna. Het aantal parkeerplaatsen dat het oplevert is beperkt, want u moet er ook een extra hellingbaan in opnemen en collega Geers gaat met u het gesprek aan over de toekomst van het parkeren aan die noordkant van de Brede Binnenstad. Maar daar is dit niet voor nodig en daarom heeft u hem ook zelf unaniem aangenomen in april, dus ook deze motie ontraden wij. De heer KAGIE: Wethouder, u beweert nu dat wij in april met elkander wisten: het is een variant met één laag, het is een variant met twee lagen. Toen is de discussie erover gegaan, maar er is toen niet gezegd dat het uitgesloten was, die twee lagen.
Wethouder SLIKKER: U heeft bij het ontwikkelkader voor het Bloemenkampkwartier vastgesteld dat er een parkeergarage komt met 64 plekken onder de Zusterflat, waarvan het grootste deel voor de Zusterflat bedoeld is en ik geloof uit mijn hoofd negen voor oplossend vermogen elders in het gebied. Dat staat letterlijk in het ontwikkelkader. Daar is maar één laag voor nodig. Dat is overigens bijzonder fijn, want dat betekent dat je minder diep hoeft te gaan. Dat bespaart veel kosten, bespaart ook tijd. Als u nu zegt: wij willen toch meer plekken erin plussen op die 64, wat we überhaupt niet nodig achten als college, maar stel u voor dat u dat zou willen, dan leidt dat automatisch tot vertraging van de woningbouw. Ik kan hem niet anders maken.
73
De heer VAN CREIJ: Met deze informatie, we hebben toentertijd het voorstel aangenomen, maar er is vandaag of gisteren een brandbrief gekomen van een aantal initiatiefnemers of betrokken partijen. Hoe kijkt u ertegen aan dat die nu aandringen op wel een tweede laag? Wethouder SLIKKER: Mijn collega kan daar misschien beter nog even antwoord op geven, maar dat gaat met name over de totale capaciteit aan parkeren aan die noordkant van de binnenstad en niet per se op welke plek dat nu opgelost moet worden. Dus bij het ontwikkelkader Bloemenkamp en Zusterflat hebben we vastgesteld wat de parkeerbehoefte is in het gebied. Die is ook opgelost met de parkeerplekken die in het ontwikkelkader zitten. Voor de rest loopt natuurlijk de discussie over hoe we uiteindelijk naar het totale parkeren gaan in het gebied inclusief de Citadelgarage en dergelijke die er nog aankomt. Daarover gaat wethouder Geers verder met u in gesprek. Motie 8, Elke vierkante meter telt, van GroenLinks, PvdA en anderen. De ambitie om meer toe te voegen in de bestaande voorraad door twee dingen te doen.
Ten eerste met de corporaties nog eens te kijken of we de prestatieafspraken kunnen aanscherpen en ten tweede dat paraplubestemmingsplan en de aanpalende beleidsregels die we hebben vastgesteld waarin zowel de mogelijkheden alsook de beperkende voorwaarden voor splitsing en verkamering zitten, tegen het licht te houden, voor u inzichtelijk te maken en daarbij aan te merken aan welke knoppen we zouden kunnen draaien om een plus te zetten. Dat nemen we mee richting de actualisatie van de huisvestingsverordening begin volgend jaar, dus daar hebben wij geen bezwaar tegen. Geen bezwaar hebben we in de basis ook tegen de motie van Bosch Belang over de participatieapp, in lijn met de aanbevelingen van het burgerberaad om juist ook op digitaal mensen beter in staat te stellen om te participeren. Daarbij wel het aandachtspunt dat mevrouw Korver terecht gaf, dat deze eigenlijk beter past bij de discussie die u in januari gaat voeren over de participatievisie. Dus we hebben er geen bezwaar tegen maar ik kan me ook voorstellen dat u zegt: ik houd hem toch aan want hij past wel mooi in de discussie daar. Dan kan er ook breder gekeken worden naar digitale mogelijkheden. Maar dat is aan u. Dat brengt me bij motie 10 over de participatieombudsman van VOOR Den Bosch. Eigenlijk dezelfde redenatie als met betrekking tot de motie van Bosch Belang.
Hij past eigenlijk beter bij die participatienota. Wel met één teleurstelling, ook dan zou ik hem ontraden. Want we hebben al een ombudsman die zich buigt over participatie en dat is onze reguliere ombudsmanfunctie. Dus als u op dit moment ontevreden bent over de participatie in 's-Hertogenbosch, dan staat de reguliere klachtenregeling voor u open en daarna ook gewoon de procedure bij de ombudsman. Als u de jaarverslagen van de ombudsman erbij pakt, bijvoorbeeld 2024 staat op de website. Dan kunt u ook zien dat die heel vaak juist op het element participatie ingaat. Dus daar is wat het college betreft geen aparte participatieombudsman voor nodig, dus die ontraden wij. De heer GERSJES: Wethouder, u moet hem wel zo interpreteren dat bij al die participatieopties die wij hebben, op bepaalde voorstellen, op informatieavonden, daar wel het een en ander misgaat. En dan moet daar toch een ombudsman op gezet worden. Het gaat er juist om dat er een ontvankelijk iemand, wat ik voorstel, bij de griffie mogelijk neerleggen, om daarvoor te waken. Want we hebben participatie wel in het voorstel staan, maar dat is eigenlijk theorie. Waarom kijkt u niet vanuit die bril? Want dat bedoel ik eigenlijk. De ombudsman is een veel te groot orgaan.
Wethouder SLIKKER: Zoals ik de motie lees vraagt u om een aparte participatieombudsman, om dezelfde functie te vervullen als de reguliere ombudsman nu heeft. Als u het wilt hebben over de bredere invulling van participatie dan zou ik zeggen: houd de motie aan en wacht op de participatievisie en richting de verordening die we volgend jaar aan u aanbieden. Dan motie 29 van de PVV over de personele capaciteit in de huishoudelijke hulp en de Wmo. Eén ding wat u zei klopt feitelijk niet. We hebben de afgelopen jaren heel veel gedaan en dat doen we nog steeds en dat zullen we ook blijven doen aan het vergroten van de personele capaciteit bij aanbieders. Bij de aanbesteding hebben we extra aanbieders aangenomen. Dat is één. Maar ook met de aanbieders die we al hebben, u bent even uit mijn hoofd anderhalf jaar geleden geïnformeerd over de proeftuinen, vervolgens over de evaluatie van de proeftuinen en vervolgens ook in de vragen van de SP over wat we gedaan hebben juist om de capaciteit van personeel bij aanbieders zelf te vergroten. Bonussen als er extra personeel aangebracht wordt, gezamenlijke campagnes om personeel te werven, flexibilisering van werktijden om het vak aantrekkelijker te maken. Kortom, daar hebben we veel aan gedaan, dat kunt u dadelijk allemaal terugvinden, en dat blijven wij ook doen. Maar de redenering die mevrouw Hoekstra van de PvdA hanteerde klopt.
Wij voorzien ook dat we ergens van die 3500 mensen die nu huishoudelijke hulp krijgen, pak 'm beet naar 6500 à 7000 groeien de komende jaren, bij afnemend personeel in welzijn en zorg. Daar zijn wij graag op voorbereid en daarom ontraden wij deze motie. Het zal ook uw verbazing niet schetsen mijnheer Van Hattem dat 74
we bij motie 30, af te zien van zowel het azc dat we al hebben als de realisatie van het azc op de Kruithoorn als van een permanent azc, u heeft ze meteen alle drie in één motie gepakt, dat we ook daar de motie ontraden. In strijd met de eisen van het rijk, in strijd met de kaders die ik van uw raad heb meegekregen. We hebben gisteravond hier nog een bewonersavond gehad over de realisatie op de Kruithoorn, waar we de omgevingsvergunning gaan verlenen. Dus ook deze zullen wij ontraden. Dan hebben we motie 32 nog, ook van de PVV, over het raadsvoorstel om een mkb- en ondernemerstoets op te nemen in de raadsvoorstellen als speciale rubriek. In de basis sympathiek, want je wil namelijk gewoon kunnen zien of iedereen die betrokken is bij participatie ook goed is gehoord. Dat geldt alleen wel voor alle groepen die actief zijn in de Bossche samenleving. Dat geldt voor inwoners, dat geldt uiteraard voor ondernemers, dat geldt ook voor maatschappelijke organisaties, verenigingen, publieke sector et cetera. Dus om een specifieke categorie op te nemen in plaats van de reguliere participatierubriek die we nu hebben, daar is het college geen voorstander van en daarom ontraden we ook deze.
Maar het onderwerp an sich, hoe zorgen we nu dat participatiebelangen van verschillende groepen in de stad goed geborgd zijn, is ook weer een mooi element voor de behandeling in januari van de participatievisie. De heer VAN CREIJ: Dan toch even een aanvullende vraag. U zegt de belangen, maar bij ondernemers spelen nu net ook financiële belangen in de besluitvorming. Dan pak ik de zeroemissiezone, die raakt alle ondernemers van de binnenstad. Dus kunt u nog eens expliciet uitleggen waarom u dan eigenlijk hiertegen bent om het op te nemen? Wethouder SLIKKER: Maar het hangt dus ook van de aard van het voorstel af dat u krijgt van welke betrokken inwoners u juist geborgd wilt zien dat ze in de participatie goed meegenomen zijn. Bij een woningbouwplan in Nuland is bij de omgevingsdialoog toch belangrijker om de omgeving daar te horen dan de inwoners van de Kruiskamp. Zoals bij een zero-emissiezone in de Bossche binnenstad het ook bijzonder logisch is om de ondernemers die daar of dagelijks hun werk verrichten of als marktkooplieden daarnaartoe komen, goed te horen. Dat moet in een participatieparagraaf goed geborgd zijn. De vraag is alleen: wil je één categorie standaard opnemen in de raadsrubricering wat het voor deze groep betekent? Dan zegt het college op zijn beurt: dat zouden we ook kunnen doen voor verenigingen, woningzoekenden et cetera.
Dan krijg je wel een soort Poolse landdag in de raadsvoorstellen. De heer VAN HATTEM: Maar ik denk dat de wethouder het toch iets te algemeen trekt en er iets te makkelijk over denkt. We hebben juist bij die bijeenkomst met Koninklijke Horeca Nederland die echt als speerpunt hier neerlegde: we verliezen echt het vertrouwen in de samenwerking met de gemeente, in de overleggen zien we helemaal geen heil meer, want er wordt toch niet echt naar ons geluisterd, daar zit echt een probleem in. En dat ligt specifiek bij de ondernemers. En dan vraag ik ook aan de wethouder: ziet hij ook in dat een ondernemer in 's-Hertogenbosch ook niet per se een inwoner hoeft te zijn? We hebben ook heel veel ondernemers in deze stad die buiten onze gemeente wonen maar wel hier hun nering hebben, hun economische belangen. En het is ook belangrijk om die op een iets andere manier te betrekken dan in de gewone participatietrajecten, dus specifiek voor de ondernemers is het toch wel van belang om daarnaar te kijken. En als het bij een raadsvoorstel is dat daar niets mee te maken heeft, dan kan het gewoon een lege paragraaf blijven, maar als het echt die ondernemers raakt op die manier, is het wel essentieel om daar goed bij stil te staan. Dus met deze kleine stap in een raadsvoorstel, wat is er dan op tegen om dat te doen? Laat ik het zo zeggen. Als je ondernemers daarmee kan helpen.
Wethouder SLIKKER: Maar dan zou ik u echt aanraden om hem mee te nemen naar de discussie van januari over participatie. Want dan gaat het uiteindelijk niet over een systeemoplossinkje door een rubriekje toe te voegen in een raadsvoorstel. Dan gaat het erover: hoe nemen we mensen serieus die komen inspreken? Ik denk overigens als we kijken naar de planvorming voor het IKDB, de economische visie et cetera, dat ondernemers uitstekend aan tafel zitten. Ik zie het zelf ook bij de woningbouwplannen rondom Tolbrug, Gasthuiskwartier et cetera. Dat betekent niet dat je aan het einde van de wedstrijd het altijd eens bent met elkaar. Dat is echt iets anders. Maar een specifieke rubriek opnemen is daarvoor echt niet de oplossing. Dan gaat het er meer over: hoe betrekken we inwoners, ondernemers, andere belanghebbenden aan de voorkant bij beleidsvorming en projecten op een juiste manier? Dat brengt mij tot slot bij de motie van de SP en anderen over de toekomst van het Cementrum. We hebben het er in de commissie al even over gehad. Zayaz heeft destijds onderzocht: zou het mogelijk zijn om het Cementrum standalone naar sociale huurwoningen te ontwikkelen? Daar zat uit mijn hoofd een onrendabele top op van 75
€ 1,1 miljoen op ongeveer veertig woningen. Dat is € 25.000 per woning, dus daarvan zei de corporatie: dat gaan wij standalone niet doen. U stelt een terechte vraag: wat gebeurt er dan straks wel met dat pand? Wij zijn niet bezig met verkoop. We zijn bezig om te kijken: kunnen we een integrale gebiedsontwikkeling maken voor het hele gebied? Dus eigenlijk tussen de Eekbrouwersweg, Rompertsebaan, Sint Teunislaan, waar het oude Jeroen Bosch College in zit, waar het Cementrum in zit en het hele middengebied en we gaan kijken welke functie het Cementrum daarbinnen kan hebben. Op het moment dat we die visie als college bepaald hebben komen we daarmee bij uw raad. En ik kan u ook toezeggen dat wij echt niet gaan verkopen voordat u dat gezien heeft. Sterker nog, we hopen hem mee te nemen in die gebiedsontwikkeling. Dus de motie ontraad ik, maar ik hoop dat u deze toezegging onder uw arm meeneemt. De heer ROOVERS: De motie berust inderdaad op een misverstand. Wij hadden al technische vragen en wij hadden inderdaad antwoorden gekregen dat het wel voornemens was om te verkopen, maar die informatie klopte dus niet. Maar ik hoor de wethouder nu zeggen dat wij al bereikt hebben wat we eigenlijk met de motie voor ogen hadden, nog voor we hem ingediend hadden. Dat is nu het verschil tussen macht en invloed.
Ik ga ervan uit dat de indieners, sommige heb ik gesproken, het ermee eens zijn dat we de motie intrekken. Wethouder SLIKKER: De onzichtbare hand van Bram Roovers voorzitter. De VOORZITTER: Ik verzoek mevrouw Hendrickx voor het voorzitterschap. Portefeuillehouder MIKKERS: Ik heb aan zuivere spreektijd voor het college nog veertien minuten, dus dat is wel ideaal, maar zoveel heb ik niet nodig. Een aantal moties voor mij, allereerst de motie over de fatbikes. Laat ik in de emotie zeggen dat over wat er in de motie staat mijnheer Kagie, we het bijna helemaal letterlijk eens zijn met elkaar en ik dezelfde noodgreep of hulproep zou willen omschrijven als die in de motie staat. Toch zou ik de motie willen ontraden omdat het verzoek is: assertiever werk te maken van handhaving. Wanneer is dat dan assertief genoeg? Wanneer is het klaar? Het is dus geen meetbaar resultaat. Maar als ik hem zo mag lezen dat u het belangrijk vindt dat de fatbikes aangepakt worden, en ik hoop niet de fatbikes als instrument maar degenen die erop zitten en die daar gedrag bij vertonen dat niet hoort, dat we dat gewoon aanpakken als gemeente, politie en boa's in gezamenlijkheid, dan beschouw ik dat maar als een grote aansporing voor ons werk. En dan hoop ik dat de motie in ieder geval ingetrokken wordt omdat ik die in deze vorm in ieder geval niet kan uitvoeren. Dan Anticiperen op noodweer.
Mevrouw HERNÁNDEZ: Ik heb begrepen dat in een of andere gemeente, volgens mij in Gelderland, er een absoluut verbod is op fatbikes in de gemeente. Ik zeg dat gewoon. De PLV. VOORZITTER: Of dat bij ons ook kan. Portefeuillehouder MIKKERS: Nee, er is een verzoek gedaan door de gemeenteraad van Enschede om een APV in te stellen voor een fatbikeverbod voor bepaalde gebieden. Alleen is dat nog steeds niet juridisch feitelijk geworden, dus dat betekent dat de gemeente Enschede dat in de APV wil opnemen. De gemeente is er nu mee bezig om dat te onderzoeken. Iedere gemeente in Nederland kijkt daar met spanning naar, om te weten of dat gaat lukken. En als het gaat lukken zal ik u daarover informeren. Dat heb ik al eerder toegezegd, om daarmee te kijken of dat ook iets voor ons is. Maar ik laat graag het onderzoekend werk aan de gemeente Enschede over. Dan motie 4, Anticipeer op noodweer. Toch wel een beetje in lijn met de brief zoals ik hem geschreven heb. Ik betreur het dat u hem puur als procedureel ziet maar ik wil echt met uw raad gewoon in gesprek gaan over wat wij verstaan onder weerbaarheid, hoe we dat doen en het is een brede opgave. Hoe creëren we de samenleving in de weerbaarheid, welke talenten gaan we allemaal inzetten in de samenleving, op welke manier gaan we dat inrichten en hoe maken we de noodvoorzieningen et cetera bereikbaar voor eenieder? Dat is een grote discussie.
Dat hebben we niet in één avondje even geregeld en dan hebben we het even in een maandje geregeld. Dit gaat de komende jaren een belangrijk debat worden in Nederland, omdat het feit wat we gewoon vinden, de lamp doet het, het water komt uit de kraan en er is gas, dat is dadelijk mogelijk niet meer en dan zullen we met schaarste moeten gaan werken. En wat betekent dat voor onze samenleving? Het Sinterklaasjournaal kunt u er al voor kijken, dan kunt u al een noodpakket bestellen in het Sinterklaasjournaal. Maar wij gaan in januari u in Informeren en Ontmoeten verder vertellen wat ons plan is als gemeente 's-Hertogenbosch in lijn met de landelijke plannen en we zullen het eerste dan 76
wel het tweede kwartaal van 2026 ook gebruiken om daar de verdere verdieping met uw raad op in te gaan. Dus in lijn met de motie kan ik die accepteren. Geen bezwaar. Maar ik hoop niet dat u het ziet als: we hebben het volgende week geregeld, want zo werkt het helaas niet. Mevrouw LIPMAN: Omdat het hierop doorborduurt wilde ik vragen, we hadden de portefeuillehouder ook nog gevraagd of hij de kwetsbaren daar expliciet in mee kan nemen. Kan de portefeuillehouder dat toezeggen? Portefeuillehouder MIKKERS: Het gaat om de weerbaarheid van de samenleving, dus dan wil je dat zo min mogelijk mensen kwetsbaar zijn. En als mensen kwetsbaar zijn, dat je daar een hulplijn voor hebt. Dat is ook reden waarom er in de brief staat, zoals we die vorige week hebben geschreven, dat we ook moeten kijken hoe we omgaan met kwetsbaren en mensen voor wie het noodpakket of andere zaken niet bereikbaar zijn en hoe we dat gaan inregelen in de toekomst. Dat is dus een van de punten die in de discussie staat voor uw raad. Dan ga ik naar de continuing story van de verkiezingsborden. Ritueel of beleid? Ik weet het niet meer. We hebben een inventarisatie gemaakt in 2024 om te kijken wat de kosten zijn. Daar is in het fractievoorzittersoverleg over gesproken omdat dat te kostbaar zou zijn.
Ik wil te allen tijde die inventarisatie weer voorleggen aan uw raad en dan zullen we het er met elkaar over moeten hebben of we dat van belang vinden, te ja of te nee. Dus die inventarisatie hoeven we niet te doen, die hebben we al en die kunnen we gewoon voorleggen aan uw raad, dus in die zin geen bezwaar. Dan hebben we motie 6. Die zou ik graag willen combineren met motie 33. Motie 6 geeft aan om inzicht te hebben in de taken van de boa's, de ervaringen et cetera uit te wisselen en op basis daarvan het eerste kwartaal een analyse te maken op capaciteit. Geen bezwaar. Bij motie 33 wordt heel erg gevraagd om te weten wat er speelt in onze stad met betrekking tot handhavers, daardoor meer handelingscapaciteit nodig is bij politie en boa's, maar verzoekt de burgemeester, en dan komt die, de in de strategische agenda van de politie geschetste ontwikkeling en de aangekondigde uitbreiding van taken en boa's te vertalen naar de context van 's-Hertogenbosch en uiterlijk medio 2026 aan de gemeenteraad aan te bieden. Daar zit wel een gelaagdheid in die stukken. De strategische agenda van de politie is nog niet geaccordeerd door het ministerie. Dat betekent dat het nieuwe kabinet daarover een standpunt moet innemen. Dat is een strategisch plan. Dat moet nog geoperationaliseerd worden.
Ik weet niet of u het weet, maar strategische agenda's van de politie die nog geoperationaliseerd moeten worden, dan zijn we drie, vier jaar verder. Dus als u mij vraagt om daar in 2026 een vertaalslag van te maken voor de gemeente 's-Hertogenbosch dan gaat dat niet lukken. De aangekondigde uitbreiding van taken en bevoegdheden, er komt een nieuw boa-bestel, mede ingegeven door de kennis die ze hier opgehaald hebben in 's-Hertogenbosch. Het nieuwe kabinet zal daar ongetwijfeld een aanpak op maken. Wanneer die er is zal ik u ervan in kennis stellen en dat betekent, want zo ken ik onze gemeente en zeker onze afdeling Handhaving, dat ze een voorloper wil zijn bij de inrichting van dat boa-bestel. Dus als ik in die zin de motie 33 mag meenemen, zou ik willen zeggen: we nemen het mee bij motie 6, om daarmee te kijken waar we dan staan, zodat ik niet alleen de analyse heb voor de lokale capaciteit, maar ook de combinatie met het boa-bestel. De heer VAN SILFHOUT: In de commissie hadden we een vrij productief debat dat je niet maar aan één knop kan draaien en daarmee het kan oplossen. Nu gaat het om een visie op de boacapaciteit en hoe we daarmee om kunnen gaan. Zeker als het specifiek over jeugdboa's gaat zijn wij van mening dat dat niet zonder jongerenwerk ook kan om daarnaar te kijken.
Neemt u het mee in de analyse dat voor de jeugd-boa-capaciteit je ook echt mee moet kijken naar het jongerenwerk? Portefeuillehouder MIKKERS: Nee, die neem ik er niet in mee, want ik wil me nu echt richten op het boa-bestel, omdat dat volgens mij de taak is om daarin zuiverheid te betrachten. Anders gaan we een hele keten van allerlei activiteiten die we rondom dat traject hebben en dat maakt het alleen maar ingewikkelder en ik denk dat de jeugdcapaciteit en jongerenwerkcapaciteit, dat dat ook met de wethouder Jeugd besproken moet worden om te kijken wat daar noodzakelijk is. Dus als u daar vragen mee hebt naar aanleiding van deze analyse, prima, maar ik ga dat nu niet meenemen in de handhavingscapaciteit. Want ik vind jongerenwerk iets aan de voorkant en niet aan de achterkant. Mevrouw SAMSHUIJZEN: We vinden het natuurlijk ook heel belangrijk om de handhavingscapaciteit, de boa-capaciteit goed op orde te hebben. Daarnaast speelt natuurlijk ook het punt hoe het zich verhoudt tot de inzet van de politie, wanneer je het een zou opplussen, wat doet dat dan met het ander. Is dat ook iets wat in lijn met deze motie is, zowel ook onderdeel is van die visie die in januari wordt voorgelegd, hoe die twee met elkaar communiceren? Voorkomen dat de 77
politietaken overgenomen worden of dat die inzet misschien kleiner wordt daardoor? Dat we daar ook over nadenken. Portefeuillehouder MIKKERS: Wat ik het voordeel vind in deze motie. Hij heet wel Visie op lokale handhaving, maar in principe is het bijna een operationele doorvertaling van wat we noodzakelijk hebben. Dus daarmee is het geen strategisch plan maar is het echt een soort inzicht in wat wij nodig hebben om de handhaving in deze gemeente goed te kunnen regelen. Dat maakt het wel meteen heel operationeel en kan meteen voor u als besluitvormingstraject dienen. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Het gaat ons er nu niet zozeer om of het strategisch is of operationeel, maar meer ook wat voor invloed het mogelijk heeft op de inzet van politie. Omdat daar natuurlijk ook tekorten zijn. Iedereen kampt met capaciteitsproblemen. Dat die overwegingen, gewoon in aanvulling hierop, dat het bij elkaar gepakt wordt. Niets ten nadele van deze moties, maar dat het in de algehele overwegingen richting januari ook een rol speelt. Portefeuillehouder MIKKERS: Dan komt u wel aan aan hoe ik aankijk tegen het boa-bestel. Als handhavers het politiewerk gaan overnemen dan gaan wij een taak doen die eigenlijk bij de rijksoverheid ligt en waar een geweldsmonopolie bij nodig is.
Daar heb ik heel veel moeite mee, want dan gaan wij namelijk boa's op een positie zetten waartoe ze niet geëquipeerd zijn, niet voor opgeleid zijn en waar wij niet voor aanspreekbaar zijn als gemeente. De politietaak heeft een geweldsmonopolie. Laten we dat zo houden, dus ik weiger ook, want dan maak ik het voor het rijk veel te makkelijk als ik boa's taken ga laten doen van de politie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Even ter verduidelijking, dat is precies onze zorg, dus ik denk dat we het daarover eens zijn, maar juist even die zorg. Ik ben blij dat die overweging er dus is, dus we verwachten dat dat dan ook in januari meegenomen wordt. De heer EL AMRAOUI: De burgemeester gaf zojuist aan dat motie 6 op een zodanige wijze wordt gelezen dat motie 33 daar eigenlijk in mee wordt genomen. Is daarmee motie 33 ook overbodig? Portefeuillehouder MIKKERS: Nee, ik wil het voorstel doen aan uw raad om bij de visie op handhaving zoals die nu staat daarbij te betrekken de veranderingen bij het boa-bestel, om die meteen mee te nemen, omdat ik daar waarschijnlijk wel kennis van draag bij de voorbereiding van dit stuk. De vertaling van het strategisch plan van de politie niet. Dat duurt veel te lang. Dus ik wil de indiener van motie 33 vragen of ik zo motie 6 mag aanpassen, als die hier zo aangepast kan worden, dan kan ik motie 33 op die manier interpreteren. Dat is eigenlijk het voorstel.