CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-11-13

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 13 november 202573.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 8

Het college neemt bij de voorjaarsnota voornemens op voor nieuw beleid en vervolgens worden de voorstellen via de begroting ter besluitvorming voorgelegd en op die manier kan de raad in samenhang besluiten over beleidsprioritering en dekking. Voor de JADS is in de voorjaarsnota al aangekondigd dat het college hiervoor een voorstel zou opnemen in de begroting. Daar zijn meerdere raadsinformatiebrieven over gestuurd. En ook over het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed bent u eerder dit jaar tweemaal via een raadsinformatiebrief geïnformeerd en die brieven zijn niet door u geagendeerd. 52

Dan motie 17, om de toeristenbelasting in te zetten voor vergroening van de stad. In de begroting 2026 stelt het college voor om de invulling van de structurele ruimte in de meerjarenbegroting vanaf 2027 over te laten aan de nieuwe raad. Met deze motie zal een aanzienlijk deel van het geraamde overschot worden vastgelegd en het college vindt het belangrijk dat de nieuwe raad daar zelf integraal keuzes over maakt. De toeristenbelasting is geen bestemmingsheffing of een doelbelasting. De opbrengst is bedoeld voor de algemene middelen, zodat niet-ingezetenen dus toeristen meebetalen aan de voorzieningen, aan onze lantaarnpalen, aan de wegen, aan de groenvoorzieningen en aan de monumenten. Het neemt natuurlijk niet weg dat de raad de bevoegdheid heeft om in de toekomst te besluiten een deel van die opbrengst specifiek voor vergroening te gebruiken, maar het college vindt het niet wenselijk om dat nu al via deze motie vast te leggen. Dan motie 26, Geen activiteiten in de Arabische taal bij Huis73. Deze motie ontraadt het college. Collega Vermin is daar bij de commissiebehandeling ook al heel helder over geweest. Huis73 voert zijn taken uit binnen de wettelijke kaders van de wet en vanuit die taak organiseren zij meertalige voorleesmomenten.

Zoals al door meerdere mensen is gezegd, voorlezen in de moedertaal helpt kinderen juist om beter Nederlands te leren, vergroot hun zelfvertrouwen en versterkt de betrokkenheid van ouders. Door ook Arabisch te gebruiken, net als Turks, net als Engels, worden activiteiten toegankelijker voor gezinnen die de taal nog niet goed beheersen en dat bevordert de taalvaardigheid. De heer VAN HATTEM: Ik verbaas me er toch over dat er zo makkelijk wordt gedaan over het Arabisch, het Turks hier maar in te zetten voor die voorleessessies. Wat zegt dit over de intrinsieke waarde om hier het Nederlands op één te zetten en hier gewoon paal en perk te stellen aan het mensen in eigen kring te laten zitten, terwijl we van ze verwachten dat ze integreren en inburgeren? Mevrouw CRASTE: Dat is het nu net, dat maken we niet makkelijk, we maken het juist makkelijk dat kinderen makkelijker de taal leren. Het is ook bewezen dat voorlezen in de moedertaal kinderen helpt bij de taalontwikkeling en wij willen dat kinderen als ze op de basisschool komen goed Nederlands kunnen, zodat ze gewoon mee kunnen doen. Dat vinden we belangrijk. De heer VAN HATTEM: Maar dan ga je al uit van een soort perceptie dat het Arabisch hier de moedertaal zou zijn. We hebben het hier over kinderen waarvan een deel hier in Nederland is geboren.

Dan moet je toch al verwachten dat Nederlands het uitgangspunt is? Dan moet je toch niet gaan faciliteren dat ze nog langer in het Arabisch of in andere vreemde talen blijven hangen? Kan de wethouder ook echt boekstaven dat hier al resultaten mee zijn geboekt in de gemeente of is het gewoon een principekwestie van: we willen hier gewoon een soort multicultureel Utopia neerzetten middels Huis73? En nog één punt, waarom wordt dit niet door wethouder Vermin beantwoord, want die was in de commissie degene die erover ging. De VOORZITTER: Mevrouw Craste is wethouder Cultuur. Wethouder CRASTE: Dank u wel voorzitter. Ja, ik ben wethouder Cultuur. Ik zeg het nog maar een keer. Voorlezen in de moedertaal helpt de kinderen om beter Nederlands te leren en daar zijn onderzoeken naar gedaan. Dat is de reden waarom we de motie ontraden. Motie 31, Behoud het Citadelhofje. Dat vind ik een beetje lastig om het daarover te hebben omdat we daar nog een discussie over gaan hebben. De heer VAN SILFHOUT: Nog even inhakend op dat laatste punt, want wij zijn als Nederland van alle Europese landen de slechtste lezers in de EU.

Kunnen we meer doen om kinderen aan het lezen te krijgen en dan met name ook de zwakke groepen, dus de mensen die bijvoorbeeld een afstand hebben tot de Nederlandse taal? Wethouder CRASTE: Mag deze richting mijn collega Onderwijs? Wat betreft motie 31 over het Citadelhofje, ik snap dat mensen dat denken maar het besluit om de woningen aan het Citadelhofje te slopen, staat los van de plannen voor het Design Museum. Dat besluit is genomen omdat de huizen technisch en financieel niet meer toekomstbestendig zijn en renovatie zou praktisch neerkomen op nieuwbouw en is niet verantwoord. We willen daar bouwen, we willen daar 175 tot 200 betaalbare woningen bouwen voor al die woningzoekenden in Den Bosch. De heer KAGIE: Kan de wethouder dan wel de collega aangeven hoever het staat met het bouwproject van Kabbouti? Want die is toentertijd met de suggestie gekomen om daar 155 53

appartementen te realiseren. De VOORZITTER: Dat doen we dadelijk bij de wethouder Bouwen. Wethouder CRASTE: Dan heb ik nog bij de belastingvoorstellen amendement 1, het verlagen van de hondenbelasting. Helaas mijnheer Van Creij, het advies is ontraden. En nu niet om inhoudelijke redenen, maar om dezelfde reden als wat ik eigenlijk al heb aangegeven bij andere, dat we nu niet over ons graf heen regeren en omdat we zeggen: nieuwe voorstellen zijn voor de nieuwe raad. Dan was er nog een vraag van het CDA over de motie over realistisch begroten die wordt aangehouden. Die is ook aangehouden en die staat nu weer gewoon op uitvoering. Wij komen daarop terug met het stedelijk programmeren, als we daar ook mee aan de gang gaan, zodat we gaan kijken hoe we uw raad in stelling kunnen brengen om juist aan het stuur te zitten bij dat soort besluiten. En dan ook niet sec op risico's te gaan sturen. Want als je alleen op risico's zou gaan sturen dan zou je bijna niets meer bouwen. Mevrouw LIPMAN: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Is al duidelijk wanneer we dat ongeveer mogen verwachten? De VOORZITTER: Stedelijk programmeren staat gepland voor I&O januari, als ik me niet vergis. Of zou het zelfs naar de nieuwe raad gaan? Ja, dat was de insteek. Dat is een voorstel geweest aan het presidium en het presidium heeft toen gezegd: eigenlijk is het voor de nieuwe raad.

Wethouder CRASTE: En er is ook nog een wethoudersbrief gestuurd over de motie. Dan nog een vraag van Leefbaar 's-Hertogenbosch wanneer nu die schop in de grond gaat op de Tramkade of op de Bossche Stadsdelta. De verwachting is 2027-2028. Er is echt wel heel goed nieuws, bijvoorbeeld ook over de ijzergieterij, dat we daar met een mondelinge overeenkomst bezig zijn. Bij de Tramkade worden de eerste kavels vrijgegeven, dus dat ze verkocht kunnen gaan worden, dus daar zit zeker schot in. Het is inderdaad geen 2025 geworden. Dat klopt. De heer KAGIE: Even sec de woningbouwopgave op de Tramkade. Daarvoor geldt 2027? Wethouder CRASTE: Daarvoor is de verwachting inderdaad 2027-2028 en niet het pessimisme van 2030. Mevrouw HENDRICKX: Wat betreft het gebied daarvoor, dat niet in eigendom is van de gemeente maar van die ijzergieterij, klopt het dat daar eerst nog een gebiedspaspoort moet komen, of een bestemmingsplan, voordat daar de herontwikkeling kan worden gestart? En de woningen? Heeft u daar iets van zicht op de planning of overval ik u nu? Wethouder CRASTE: Nee, u overvalt mij niet, we zijn daar ook mee bezig. Op dit moment hebben we al een mondelinge overeenkomst. Het moet nog getekend worden. De grond is niet van ons.

Op dat moment moet de ontwikkelaar zelf aan de slag met een gebiedspaspoort met daarin wel het ontwikkelplan zoals in de Bossche Stadsdelta, dat is het uitgangspunt. Mevrouw HENDRICKX: Even een korte vervolgvraag. Is er al zicht op wanneer ze daar kunnen beginnen met de bouw van woningen? Ligt er al iets van een planning? Wethouder CRASTE: Nee, er is nog geen planning. Nog een vraag van de PVV over de afname van windpark Elzenburg. Dank voor de vraag want dat geeft mij mooi de gelegenheid om een mooi resultaat toe te lichten. We zijn er namelijk heel trots op dat we met een aantal andere gemeenten in Noordoost-Brabant een regionaal energiecontract hebben afgesloten. Dus we hebben geen windmolen gekocht, we kopen duurzame energie voor onze lantaarnpalen en onze culturele instellingen en onze maatschappelijke instellingen en dat doen we voor twintig jaar. Het voordeel daarvan is voor de organisaties dat ze een vaste energieprijs hebben en daardoor zijn we wel inderdaad een mogelijkmaker van een windpark, dat klopt. Overigens is de raad daar wel over geïnformeerd, dat klopt, maar het is een collegebevoegdheid, het is bedrijfsvoering waar en hoe we duurzame energie inkopen, net zoals we kantoorartikelen inkopen. De heer VAN HATTEM: We zijn daar inderdaad summier over geïnformeerd via het raadsinformatiebulletin.

Maar ik vraag me dan wel af, want ik zie nu heel veel vragen voorbijkomen 54

in onze regiogemeenten, in het land van Cuijk, in Oss, op verschillende plaatsen, dat er toch zorgen zijn over de omvang van dit contract en ook mogelijke risico's. Want stel dat bijvoorbeeld een aantal van de partijen, u noemt cultuurinstellingen, in die exploitatie misschien wat krapte krijgen, in hoeverre blijft het dan allemaal houdbaar? Is de wethouder toch bereid om ons daarover nog nader te informeren met ook onderliggende stukken zodat we hier toch een keer kritisch naar kunnen kijken? Ik vraag me ook af waarom heel dit voornemen ook niet eerst een keer aan de raad is voorgelegd? Want iets voor twintig jaar is niet iets wat normaal gesproken in een achternamiddag geregeld zou moeten worden. Wethouder CRASTE: Uiteraard is het mogelijk om meer informatie daarover toe te sturen. Het is een collegebevoegdheid. Als u aangeeft: ik wil daar verder over geïnformeerd worden, uiteraard. Op zich heeft de loopduur daar niet zo heel veel mee te maken. Dan nog over het Noordbrabants Museum. Wat ik weet is dat er meerdere intentieovereenkomsten zijn, want het is allemaal in elkaar geklikt. Er is sowieso een intentieovereenkomst van het Noordbrabants Museum met de JK Art Foundation en er is een intentieovereenkomst met meerdere partijen waarin we dit hebben afgesproken. Wat de gevolgen zijn voor die intentieovereenkomst weet ik eigenlijk nog niet zo goed.

Als ik een eerste blik heb geworpen op de intentieovereenkomst die wij hebben gesloten, als de ambities blijven bestaan om die beide musea door te ontwikkelen, wat uiteindelijk de aanleiding was, verwacht ik dat daar niet zoveel aan moet veranderen. Ik heb geen zicht op de intentieovereenkomst tussen het museum en de JK Art Foundation. Maar in ieder geval heeft het Noordbrabants Museum aangegeven dat er een ruimtevraag blijft bestaan. Wat die precies is, maar dat ziet u ook in dat raadsvoorstel, gaan we samen onderzoeken en ook of daar vierkante meters bij nodig zijn. De heer VAN HATTEM: Ik heb het ook in de commissie al aangehaald, het Noordbrabants Museum heeft gezegd dat ze die collectie van de JK Art Foundation gewoon binnen de bestaande zalen gaan onderbrengen en zelfs deels in depot gaan zetten en gaan uitlenen. Ik vraag me dan wel af of de wethouder, in ieder geval voordat wij het raadsvoorstel hier gaan behandelen in december, meer duidelijkheid kan verschaffen over de status van die intentieovereenkomsten en hoe het daar dan mee verder zal gaan. Want dat is wel heel bepalend voor hoe we dit raadsvoorstel moeten aanvliegen. Wethouder CRASTE: Uiteraard kan ik daar informatie over sturen.

Wat ik weet is dat in die intentieovereenkomst die wij in ieder geval hebben gesloten, dat daar niet in staat dat het voorwaardelijk is om de stukken van de JK Art Foundation ook daadwerkelijk in de Design Museumzalen neer te hangen. Dat staat er in ieder geval niet in. De heer KAGIE: Toch even, doorontwikkelen, intentie van het Design Museum. Maar één ding: geen misverstand, dat Design Museum gaat voorlopig, dan hebben we het over lange tijd, niet vertrekken uit de plek waar ze nu zitten, als we het besluit nemen zoals u als college dat nu genomen heeft. Wethouder CRASTE: In het voorstel dat wij naar uw raad brengen staat dat we het Design Museum niet op de kop van de Citadelpoort neer willen zetten en dat we teruggaan naar de verkenningsfase. Dus ik kan vervolgens niet zeggen als ik het goede gesprek met u wil voeren, het komt er wel, het komt er niet, het komt daar of het komt hier. Want dan gaan we dus eerst echt de wensen en ambities bespreken. De heer KAGIE: Even dit, we moeten naar iedereen toe toch wel helderheid gaan krijgen en dat heeft niet zoveel mee te maken met de discussie volgende maand. Maar u heeft een besluit genomen om het project Design Museum Citadelpoort af te blazen. Daarvoor heeft u brede instemming.

En nu is het toch wel goed, en daar heeft de discussie volgende maand niet zoveel mee van doen, want dan gaan we het over de herijking Citadelpoort hebben, over waar we nu staan, en er is maar één optie, kijk naar de intentieovereenkomst, u blijft zitten waar u zit. En dan kunnen we er nog over twee, drie of vier jaar allerlei ambities overheen gooien, maar de consequentie van de intentieovereenkomst en het niet presteren op de Citadelpoort is: gij zit waar ge zit. Klopt dat wethouder? Wethouder CRASTE: Als wij het voorstel voorleggen en uw raad beslist daarover op 9 december, dan klopt het dat we zeggen: Design Museum, u gaat niet naar de Citadelpoort. Dat betekent dat u blijft zitten waar u zit. Vervolgens gaan we het gesprek aan over de doorontwikkeling 55

van beide musea en welke ruimtevraag daarbij nodig is en wat daar de mogelijkheden in zijn. Excuus, dan was ik niet duidelijk. De heer VAN CREIJ: Dan kom ik nog even terug over de hondenbelasting, dat u het ontraadt. Ik denk: misschien komt u in uw bijdrage nog terug op het nieuwe beleid. Want u zegt: we gaan niet over ons graf heen regeren, maar in het raadsvoorstel staat wel: we gaan in de JADS investeren. Dat is over het graf heen regeren. Het Duurzaamheidsfonds is over het graf heen regeren. Dus waarom maakt u die keuze daar wel positief en nu dit, blaf-blaf, niet? Wethouder CRASTE: Het klopt. De JADS hebben we al in de voorjaarsnota genoemd. Ik heb ook al in de commissie gezegd dat er inderdaad twee voorstellen zijn die de uitzondering zijn die de regel bevestigen, dat deze twee voorstellen haast hadden. En dan hebben we het bijvoorbeeld over de tribune van FC Den Bosch die gewoon veilig moet zijn, laten we wel wezen. En inderdaad de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed waar we een voorzet geven, die in ieder geval onvoldoende is voor op de lange termijn. De heer VAN CREIJ: Dus willekeur. De VOORZITTER: Het is een afweging. U bent klaar. Dan ga ik over naar wethouder Ralph Geers. Wethouder RALPH GEERS: Inderdaad een bijzonder moment, de laatste begroting van deze periode.

Laat ik ook even memoreren, los van de hele discussie over polariseren en verschillen en ideeënstrijd, dat we als college in ieder geval wel zien dat we de afgelopen jaren ook gewoon constructief met die begroting hebben geklust met elkaar en dat ook daadwerkelijk initiatieven uit deze raad van welke partij dan ook aangenomen zijn. Dus dat we los van de verschillen van meningen gelukkig ook met elkaar constructief gezamenlijk dat stadsbestuur vormen om deze stad voor onze inwoners en ondernemers beter te maken. Dan mag ik het hebben over elf voorstellen, te beginnen met amendement 3 over de aanwending van de reserve voor het bomenfonds. Op zich positief over de oproep om te zeggen: laten we bomen gaan planten ook uit dat budget. Alleen zoals het nu in het amendement staat, zegt het eigenlijk: benut het budget alleen daarvoor, terwijl we het ook gebruiken voor onderhoud aan monumentale bomen et cetera en ook daar ook richting onze inwoners de ruimte voor blijven maken. Dus ik zou het amendement ontraden. Mochten de indieners het nog ombouwen naar een motie om als aansporing te zeggen: benut dat budget nu actief, dan heb ik op die aansporing geen bezwaar, wel op de formulering van het amendement. Dan amendement 8 over de aantrekkelijke straten, pleinen et cetera. Die ontraden wij.

Wij komen met dat nieuwe beleidsplan Beheer Openbare Ruimte, waarin we ook de financiële consequenties niet alleen qua investering maar ook qua onderhoud in kaart brengen. Overigens zie je dat ook los van geld beschikbaar stellen, dat is één, geld weg kunnen zetten in deze markt is twee, dus daarom ontraden wij ook dat amendement. Dan motie 2, Vrouwenschouw. Ja, we moeten ervoor zorgen dat onze openbare ruimte ook bijdraagt aan veiligheid en aan een veilig gevoel voor iedereen. En ja, er zijn plekken in onze gemeente waar dat echt verbetering behoeft en er zijn ook een heleboel situaties waar we met elkaar best met een andere blik kunnen kijken naar wat daar gebeurt. Hoe ga je om met de inrichting van speelgebieden, wie benader je daarvoor, hoe ga je om met mensen die slechter ter been zijn, maar ook welke elementen zorgen er nu voor dat ook mensen zich onveiliger voelen en wat kunnen we daaraan doen. Daar hebben we dus geen bezwaar tegen, wel met de kanttekening dat inrichting maar tot op zekere hoogte bepaalt wat er gebeurt. Dus als 88% van de vrouwen zich onheus bejegend voelt, is dat het merendeel gedrag van mensen. En dan kunnen we zoveel in de openbare ruimte doen als we kunnen, maar uiteindelijk is het het gedrag van mensen dat fout is en waar verandering in moet komen. Dat als kleine nuancering, maar geen bezwaar op de motie.

De heer KAGIE: Even terug naar amendement 8, Aantrekkelijke straten, pleinen en plantsoenen in alle wijken. Extra impuls, investeringen € 7 miljoen. En dan zegt u: het zal mooi zijn als we dat kunnen aanwenden, maar dat krijg je niet weggezet. Hoorde ik u dat zeggen? Wethouder RALPH GEERS: Dat was de slotopmerking van mijn reactie op het amendement, maar u was in gesprek met de heer Van Hattem, dus u heeft misschien het eerste deel niet meegekregen.

56

De heer KAGIE: Die laatste opmerking, dat krijgt u niet weggezet, zegt u. Wethouder RALPH GEERS: Je merkt nu al dat we moeite hebben om al het werk in die openbare ruimte ook gewoon qua capaciteit bij de aannemers in de voorbereiding die het vraagt om in de gesprekken met onze inwoners, nutspartijen en andere partners te organiseren. Dat kost tijd. We krijgen dus bij aannemers niet alles weggezet. Dus nu ineens een hele jaarschijf erbovenop plussen, om in één jaar uit te voeren. Daarvan zeg ik, los van redenen die ik daarvoor gaf, is dat ook niet realistisch om nu te gaan doen. Vandaar dat we ook in dit bestuursakkoord bijvoorbeeld in het begin van deze periode hebben gezegd: we bouwen dat gradueel op, omdat we die vervangingsbudgetten dan stapsgewijs verhogen. Een hoger kwaliteitsniveau en daarmee ook in de exploitatie, want dat asset management moet je steeds onderhouden, moet je steeds vervangen, niet een eenmalige investering. De heer KAGIE: Ik zag dat we in 2026 het beleidsplan Openbare Ruimte gaan bespreken met elkaar, en na 2025 valt er nadrukkelijk een financieel gat als het gaat om vervangingsinvesteringen zoals dat in 2022 is aangegeven. Dan is het toch mooi om die buffer te hebben richting de komende jaren, nu, en niet over anderhalf jaar of over een jaar daarover te moeten besluiten? Wethouder RALPH GEERS: Even terug naar deze motie, even één misvatting wegnemen.

Wij hebben gewoon in onze reguliere begroting een steeds hoger wordend pakket aan vervangingsbudgetten. Het is dus juist geen investering die een tijdelijke looptijd heeft. Dus ook als u geen nieuw beleidsplan voorstelt, zitten er in de begroting gewoon onderhouds- en vervangingsbudgetten voor de openbare ruimte. We hebben afgesproken op basis van een motie van De Bossche Groenen bij de voorjaarsnota dat we rond de verkiezingen, dus richting de onderhandelende partijen met een financiële doorkijk komen over wat zouden keuzes die je maakt in het beleidsplan beheer openbare ruimte voor financiële consequenties hebben, zodat de onderhandelaars die mee kunnen nemen bij de begrotingsonderhandelingen. De heer VAN HATTEM: Ik hoorde wethouder Geers bij de motie over de vrouwenschouw een terechte opmerking maken dat het uiteindelijk gaat om gedrag. Dan is natuurlijk wel de vraag, want we hebben nu één pilot voor één bepaalde wijk, wat er dan in de motie staat. Wat gaat er gedaan worden aan dat gedrag? Kan er meer worden ingezet op handhaving, om degenen die dat onveilige gedrag veroorzaken hard aan te pakken? Kan er meer worden ingezet op cameratoezicht en andere middelen om dat echt aan te pakken? Want het is leuk en aardig om in één wijk te gaan kijken, maar wordt er ook garen op de klos gedaan? Wethouder RALPH GEERS: Ergens heeft de heer Van Hattem daar wel een terecht punt.

We hebben in de commissie al aangegeven dat we ons kunnen voorstellen in de binnenstad te beginnen om daar al een aantal quick wins te doen om het daar veiliger te maken. Maar als je die rondgang maakt, heb je volgens mij ook het gesprek waar een en ander aan zit, en is het dan te weinig verlichting, is het dan te veel groen, of zit het meer in andere elementen waar andere typen maatregelen op nodig zijn? Dat hopen we daar naar boven te krijgen. De afweging voor cameratoezicht is er ook echt een voor de burgemeester, ook in proportionaliteit, omdat we ook juist de elementen daaronder moeten willen onderzoeken. Dus we gaan wel het open gesprek aan en niet alleen naar elementen van de openbare ruimte kijken. En er ligt ook gewoon een discussienotitie over hoe je ook op die andere elementen het verschil kunt maken. Dan kom ik bij motie 3, over de vrijwillige inzet van ambtenaren voor de gemeenschap. Op de tekst van de motie heb ik op zich geen bezwaar. Ik heb wel wat kanttekeningen bij de toelichting zoals die door de indieners is gedaan, omdat ik toch een heel ander beeld heb van onze ambtelijke organisatie. Het werd toch een beetje geschetst van: goh, die ambtenaren komen niet buiten, weten niet wat er speelt, kennen 'sHertogenbosch niet.

Mevrouw HOEKSTRA: Dat zou ik toch heel graag en heel snel willen wegnemen, want dat is volgens mij niet wat ik heb gezegd en ook niet wat ik beoogd heb te zeggen. Ik heb gezegd dat een en een drie zou kunnen zijn, dus dat er een mooie meerwaarde zou kunnen ontstaan, maar ik heb zeker niet willen insinueren, en als ik dat wel heb gedaan dan zet ik het heel snel heel graag recht, dat onze ambtenaren niet buiten zouden komen of die kennis niet zouden hebben. Wethouder RALPH GEERS: Dank voor die correctie, want we zien juist heel veel mensen actief zijn. Er zijn bijvoorbeeld ongeveer 140 mensen die gebruikmaken van onze 57

mantelzorgregeling, met de zomerschool met allerlei werkbezoeken, NLdoet met teamactiviteiten doen we heel veel in de samenleving. Er zijn dus heel veel mensen en mantelzorger en vrijwilliger, waarbij ze dat niet altijd hier in 's-Hertogenbosch doen, want ze werken hier misschien wel maar wonen hier niet altijd. Ik vind dat mensen ook in hun thuisomgeving bijvoorbeeld aan mantelzorg en vrijwilligerswerk kunnen doen. Maar ik ga u toezeggen dat we in onze organisatie in kaart gaan brengen wat we eigenlijk al doen, ook bij het sociale jaarverslag daar iets over kunnen zeggen omdat ik er ook in geloof dat wij hier een groot voorbeeld kunnen zijn. Dat naast het al maatschappelijk betrokken werk dat onze mensen doen ze ook een voorbeeld zijn, ook voor andere organisaties over hoe je dit met elkaar mogelijk maakt. Dan motie 11 van VOOR Den Bosch. Daar twijfel ik een beetje of ik het mijn collega's makkelijk ga maken of niet. Want de heer Gersjes wilde één motie binnenhalen, dus als ik deze nu geen bezwaar geef, kunnen de andere twee moties dan ontraden worden. Nee voorzitter, grofvuil op zondag wegbrengen, als consument zou ik het een heel logische motie vinden, en tegelijkertijd herinner ik me ook de motie van de SP bij het verbeterplan, ook de aandacht voor de werkdruk van onze medewerkers, de kosten die dat met zich meebrengt.

Volgens mij komen we juist uit een periode dat 100%, mevrouw Samshuijzen gaf terecht aan, 100% focus op dienstbaarheid, ook die andere focus erbij. Dus ik wil best in kaart brengen of er bereidheid is bij onze medewerkers, wat het zou kosten, wat de mogelijkheden zijn, maar dat zou ik dan pas graag in het totaal, bij de nieuwe afvalvisie en alles wat we daarin doen willen betrekken. Dus daarmee zou ik stap 1 best in kaart willen brengen. Dictum 2 zou ik dan graag bij de afvalvisie daarover terugkoppelen zodat ik integraal kan kijken naar welke maatregelen het best kunnen bijdragen aan de driehoek kosten, dienstverlening en milieuwinst. Dan motie 13, Veilige en begaanbare fietspaden. Ik snap de focus op de fietspaden in het buitengebied. De heer EL AMRAOUI: Ik miste het advies bij de vorige motie over grofvuil, dus er was wat consternatie ontstaan. Ik zou graag opheldering willen hebben. Wethouder RALPH GEERS: Ik merk dat als ik één keer geen advies geef dit gelijk tot consternatie leidt. Volgens mij kunt u altijd zelf uw afweging maken, maar zoals ik zei, op het in kaart brengen geen bezwaar, maar met de timing Q1 2026 wel. Dus als de motie wordt aangepast wordt het geen bezwaar en anders ga ik wel in de geest handelen, maar ontraad ik de motie. Dan motie 13, Veilige en begaanbare fietspaden.

Nogmaals, ik snap de opgave die er ligt met worteldruk et cetera, wat ook in buitengebied speelt, dus dat we daar in die schouw nog eens goed naar kijken, ja, omdat dat ook misschien minder in het reguliere andere onderhoud in wijken of in meldingen naar voren komt, daar zit voor mij dus wel een verschil in, dat we niet alle fietspaden nodig hebben, want we doen reguliere checks. Maar ik begrijp wel dat er signalen zijn dat het in het buitengebied nog aandacht behoeft. Daar gaan we naar kijken. Over de formulering van de financiële dekking moet ik wel zeggen dat die feitelijk niet klopt, dat we eigenlijk onderuitputting terugdoen naar de algemene middelen. Maar ik snap uw intentie daarachter en wij vermoeden dat wij de gevraagde dingen binnen de reguliere begroting kunnen doen, dus geen bezwaar op die motie. Motie 15, Organisatiegroei in control. We hebben nogal wat taken erbij gekregen, zowel op basis van beleid als op basis van ontwikkelingen die plaatsvinden. Denk aan de opvang ontheemden, waar we een heel nieuw team voor uit de grond hebben gestampt, denk aan het omzetten van flexibel personeel naar vast personeel, ook een bredere wens van uw raad, minder inhuur, meer vast personeel. En in allerlei reguliere beleidsdocumenten en in de voorjaarsnota geven we ook aan als er fte's bij komen.

Ik kan me nog de discussie in uw raad herinneren over de communicatieadviseurs, de participatieadviseur. Mevrouw HENDRICKX: Ik ben nog even aan het kijken naar de motie van Rosmalens Belang over de fietspaden. Die heeft onze belangstelling. Ik lees hem hier, maar ik zie niet dat u ook specifiek ingaat op verlichting. Wij krijgen berichten van bewoners die de fietspaden in het buitengebied erg donker vinden en wij vragen ons af of u ook eventueel de verlichting zou kunnen meenemen en dan natuurlijk het liefst een beetje natuurvriendelijke verlichting, rekening houdend met onze zoogdieren die in het buitengebied leven. Zou u dat wellicht kunnen meenemen in de schouw of zit het daar al in? Wethouder RALPH GEERS: Dan wordt het ingewikkeld hè, want dan gaan er twee waarden knellen met elkaar. Of minder verlichting, lichtvervuiling in het buitengebied of niet en daar moeten we slimme oplossingen op bedenken. Vandaar dat we dus onder andere ook kijken naar veel lagere lantaarnpalen met een ander type lamp erin zodat je wel de goede verlichting hebt maar minder last hebt voor de biodiversiteit. Zo lossen wij dingen gewoon in de praktijk op. Maar deze motie gaat over de fietspaden. Daar heb ik dus ook op geadviseerd en er lag geen motie over verlichting rond 58

fietspaden. Dus die heb ik ook niet gewogen in de advisering. De heer HUIBERS: Dan even een vraag aan de wethouder, maar wellicht stel ik die nu aan de verkeerde wethouder, ik bedoel het niet verkeerd. We zijn ook nog bezig met het Fietsnetwerk 3.0, waar volgens mij de verlichting en de aanpassingen in de breedte enzovoorts beter in past. Klopt mijn aanname? Wethouder RALPH GEERS: De kaders over wat we een goed fietspad vinden met elkaar hoort echt wel in dat fietsnetwerk thuis. Als het gaat over verlichting hebben we natuurlijk ook wel een kader openbare verlichting en welke normen daar qua verlichting in zitten, dat hanteren wij dus ook. Over lichtsterktes, over hoeveel lampen er op een aantal plekken staan. Dat hanteren we. Als we vinden dat daar ook opnieuw naar gekeken moet worden is dat een andere vraag. En dat is het verschil. Dit gaat over onderhoud van wat er ligt. Dat kan in bestaande budgetten. Intensivering is nieuw beleid en dan heel plat gezegd, heb ik ook knaken nodig om dingen te kunnen veranderen. Dus daar zit wel een verschil in om dat te doen. Terug naar groei in control.

Wij leggen altijd ook in onze jaarrekeningen verantwoording af over waar de verschillen zitten in het aantal fte, dus de motie gaat eigenlijk over een soort historische schets, maar ik hoorde de heer Kagie hem in zijn bijdrage eigenlijk al kantelen naar: kunnen we niet voortaan regulier in de P&C-cyclus vooruitkijkend aangeven waar groei aan personeel in zit? Daar wil ik best naar kijken of we dat kunnen doen, of we de historische exercitie in de jaarrekeningen naar boven halen, die zou ik ontraden. Als u zegt: ik wil kijken hoe we dat naar de toekomst transparanter kunnen doen, daar wil ik best over meedenken. Dus de motie zoals die er ligt ontraad ik. De heer KAGIE: Ik vraag niet een heel boekwerk. Ik vraag de onderbouwing van de afgelopen jaren in managementstukken op het hoogste niveau omtrent de formatieontwikkeling en dan de doorkijk. En over de doorkijk heeft u het net, want het is denk ik ook relevant voor de komende nieuwe raad om ook te weten wanneer welke ontwikkelingen zich daar hebben voorgedaan met betrekking tot ambities maar vooral ook nieuwe taken en nieuw personeel en nieuwe medewerkers. Het moet toch niet zoveel moeite zijn om dat voor elkaar te boksen? Wethouder RALPH GEERS: Het punt zit er wel in dat uw raad gaat over de taken die wij doen, de ambities en het budget dat daarvoor beschikbaar is.

En of we dat met één of met vijf mensen doen, is de afweging van de organisatie op basis van wat er nodig is. Wij geven daarbij bij voorkeur in de voorjaarsnota en in de begroting aan waar er extra taken komen, waar dus ook geld naar personeel toegaat. En in de jaarrekening verantwoorden we wat daarvan is gedaan. Daarvoor heb ik onder andere met de heer Roovers nu een paar keer terecht het debat gevoerd over de hogere kosten inhuur en hoe we daar scherper aan de wind kunnen varen. We hebben nu de norm gesteld, we hebben nu een aantal extra maatregelen genomen om daar grip op te krijgen, dus op die manier zijn we daar ook transparant in en ben ik het dus ook oneens met wat daarover in de motie staat. Als u zegt: maak dat ook in de begroting transparanter en niet alleen in de jaarrekening en voorjaarsnota, daar ben ik best bereid om te kijken hoe we dat het best kunnen doen. Dat is wat ik richting de heer Kagie aangaf. Dan motie 19, Samen bouwen aan de stad op basis van wederkerigheid. Onze economische visie en ook het uitvoeringsprogramma dat deze week is vastgesteld door het college draait om hoe je samen met ondernemers en instellingen en andere partijen de toekomst van onze gemeente en onze economie maakt.

Daar heb je juist ook die impact waarbij ook partijen zich committeren aan een aantal projecten om ook financieel en praktisch bij te dragen, maar deze motie en ook met name in de toelichting zoals gedaan werd, gaat echt wel een aantal stappen verder. En dat is niet de wijze die we in de economische visie hebben ingezet, waar uw raad op dat moment ook geen wensen of bedenkingen over heeft ingediend en daarom ontraad ik de motie, ook op het tweede deel voor het Bossche Ondernemersfonds. Onze lijn is dat wij samenwerking toejuichen, we juichen financiële slagkracht toe, maar we willen wel eerst duidelijk hebben wat het draagvlak is en hoe het aangetoond moet worden. Deze motie lijkt nu alvast te zeggen dat we positief in deze variant moeten staan en zover zijn wij nog niet. Mevrouw HENDRICKX: Wij zien heel goede voorbeelden in Eindhoven, waarin bedrijven ook gewoon financieel bijdragen aan de opgaven. We zien een aantal uitdagingen op ons afkomen. Dat heb ik volgens mij ook allemaal toegelicht en het staat in de motie. Hoe denkt u dan al die opgaven die wij hebben te kunnen gaan financieren? Want we zien dat het gaat knellen, dus waarom zouden we dan niet die bedrijven laten meebetalen, een deel van de winst afdragen aan de gemeente Den Bosch? Want wij leveren immers ook de infrastructuur en de mensen en de mogelijkheden om hier 59

geld te verdienen, dus wat is uw bezwaar om dat niet eens te verkennen, om dat eens te proeven bij ondernemers? Die willen dat misschien best wel. Wethouder RALPH GEERS: Twee elementen, enerzijds omdat geld verdienen en onderaan de streep iets overhouden als onderneming geen vies iets is. Dat heb je juist nodig om ook stevig te kunnen zijn en naar de toekomst te kunnen. Dus ik ben niet zo van de manier: u maakt winst, afromen, want dat moet maar naar het collectieve goed. Daar ben ik geen voorstander van. En terwijl we juist zoveel ondernemers hebben die… Mevrouw HENDRICKX: U doet twee kwalificaties die ik echt verre van me werp. Ik heb helemaal niets gezegd over dat ik vind dat bedrijven geen geld mogen verdienen. En het tweede punt dat u maakt kan ik ook niet delen. Het enige wat wij vragen: is het nu niet een mogelijkheid om het eens te verkennen? Ik zou me kunnen voorstellen, nogmaals, er zijn goede voorbeelden in Eindhoven van bedrijven die gewoon huizen aan het bouwen zijn voor de inwoners, meebetalen aan mooie parken, aan het openbaar groen, waarom zouden ze dat in Den Bosch ook niet doen? We hebben ASML, we hebben Heineken, we hebben Heijmans. Ga eens langs, misschien dat ze daar wel positief willen instappen. Het is geen diskwalificatie, het is gewoon anders kijken omdat we zien dat het begint te knellen.

Wethouder RALPH GEERS: Het vraagt wel eventjes ietwat verdieping in de concrete situatie. Op andere locaties waar één specifiek bedrijf bereid is om op een aantal elementen onrendabele toppen te financieren als het ook meerwaarde heeft in dat gebied, is echt iets anders. Ik zie heel veel bedrijven bij ons die Quiet ondersteunen, die zorgen dat het maatschappelijk middenveld overeind blijft, die verenigingen overeind houden, die nu rond Spieren voor spieren alles uit de kar trekken om van alles te doen. We hebben enorm veel maatschappelijke ondernemers, maar het afromen van winsten, dat was letterlijk het voorbeeld van wat er net werd genoemd door De Bossche Groenen, ten eerste kunnen wij dat niet en ten tweede is het niet de insteek zoals wij die hebben. Mevrouw HENDRICKX: Het is niet het afromen van de winst, dat vind ik wel heel negatief geformuleerd. U geeft net een aantal mooie voorbeelden waarin bedrijven gewoon heel graag die stap naar voren willen zetten. Ik zeg alleen: steek nu die uitgestrekte hand uit, zeg dat wij daar behoefte aan hebben en ga samen bouwen aan de stad. Ontwikkel daar een programma voor en kijk of daar draagvlak is. Want ik denk dat heel veel bedrijven wel willen bijdragen, maar als we dat niet faciliteren dat het er ook minder goed van komt.

Dus bent u nu bereid om dat te verkennen? Wethouder RALPH GEERS: In onze mkb-stad zie ik niet dezelfde variant als waar ASML met zulke andere grote financiële situatie wel die ontwikkeling maakt. We zien dat onze ondernemers hun verantwoordelijkheid nemen in de samenleving, daar actief zijn en op doorbouwen. Dat juichen we toe, dat versterken we, ook juist door daarbij stil te staan. Volgende week op de Dag van de ondernemer gaan de Bossche voorbeeldondernemers ook in het zonnetje zetten, juist ondernemers die maatschappelijke impact maken, soms is dat financieel, soms is dat op een andere manier. Denk bijvoorbeeld ook aan de Beursvloer zoals we die hebben, waar ondernemers en goede doelen aan elkaar gekoppeld worden. Dat functioneert goed, maar uit de bijdrage haalde ik dat daar nog een element bovenop kwam. Dat zou ik ontraden, omdat ik vind dat ons mkb op dit moment echt hun verantwoordelijkheid neemt, naast alle belasting die ze bijvoorbeeld al betalen en daarmee ook meebetalen aan collectieve goederen. Dan motie 23, Liever voorkomen dan opvangen. Volgens mij is dit nu de derde keer op rij dat een dergelijke motie komt. Ik blijf bij mijn standpunt dat wij dat niet als onze rol zien, ook niet in relatie tot campagnes die nu landelijk lopen. Daarnaast ontraad ik hem, omdat het budget van € 50.000 geen dekking heeft in de motie, dus ontraden.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik ben wel benieuwd waar de wethouder de grens ziet liggen tussen waar de gemeente wel aan zet is voor informatie en campagnes et cetera en waar niet, om even wat beter te duiden waar dat standpunt van de wethouder op dit onderwerp vandaan komt. Wethouder RALPH GEERS: Omdat wij geen publieke taak hebben in huisdieren, behalve dan de dierenopvang van in het wild levende dieren die wettelijk geregeld is en we via het dierentehuis ook doen en de wildopvang. Daarom zien wij daar geen gemeentelijke taak. En om via gemeentelijke kanalen daarop aan te sluiten, dat hebben we de eerdere keren ook gezegd en twee keer heeft die motie het ook niet gehaald, dus ik voel ook dat er op dit moment ook geen politiek bredere steun is om daar anders over te gaan denken. Wellicht als de motie het nu haalt, dan wel. 60

Wij blijven bij onze advisering zoals we die de afgelopen twee keer ook hebben gedaan en nogmaals, de € 50.000 die erin staat, daar staat geen dekking tegenover, dus ook daarom ontraden wij de motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dan toch, de gemeente is wel degelijk verantwoordelijk voor dieren die op straat belanden, dus daar ligt een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het dierentehuis voert die verantwoordelijkheid voor de gemeente uit. Dat hebben we uitbesteed. Dus daarin vind ik het heel logisch om te zeggen: dan hebben we hier ook een verantwoordelijkheid voor, zeker gezien de capaciteitsproblemen waarmee gekampt wordt. Wanneer die gemeentelijke verantwoordelijkheid er is, hoe ziet de wethouder dat dan bijvoorbeeld in het kader van een campagne, 80 jaar vrijheid of Koop Lokaal? Waarom ligt daar dan een gemeentelijke verantwoordelijkheid en bij zoiets wat gewoon een gemeentelijke taak is, ontheemde dieren opvangen, waarom daar dan niet? Ik begrijp die visie van de wethouder niet helemaal. Wethouder RALPH GEERS: Koop Lokaal heeft u letterlijk ook gevraagd. Toen was mijn verwijzing: dat was een motie van uw raad die een meerderheid heeft gehaald waardoor wij die uitvoeren. De motie over de campagne over dieren heeft twee keer geen meerderheid gehaald, vandaar dat wij die ook niet uitvoeren, want die heeft geen politieke steun daarin.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik vind het dan toch heel erg opvallend, als ik dat even zo kan opmerken dat een motie als Koop Lokaal geen negatief advies op inhoud krijgt, maar dat deze motie wel een negatief advies op inhoud krijgt. Dat het niet beide open wordt gelaten, het is aan uw raad, maar dat de wethouder dan toch wel degelijk een voorkeur op inhoud uitspreekt en dat hoor ik niet terug in de beantwoording. Dat is een constatering en geen vraag. Wethouder RALPH GEERS: Dan motie 24, Op weg naar diervriendelijke dierenparkjes. Volgens mij ook in de afgelopen jaren inzet van de PvdD om te zorgen dat we onbedoeld zo min mogelijk dieren naar het slachthuis brengen. Dat lijkt nu ook de goede kant op te gaan. Ik snap, en dat deel ik ook wel met de PvdD, dat ieder dier dat naar het slachthuis moet er eigenlijk een te veel is. Tegelijkertijd ontraden wij deze motie, omdat we wel ook gewoon de dierenparkjes overeind willen houden en ook omdat wij bijvoorbeeld het gebruiken om een van de zeldzamere rassen nog in stand te houden. Dus als wij alleen van anderen over zouden nemen kunnen we er ook niet voor zorgen dat dat ras overeind blijft en daarom ontraden wij die motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Die motie heeft twee dictumpunten en daarbij wordt nog niet gezegd: de motie is dwingend om te zeggen: er wordt helemaal niet meer gefokt.

Maar om in ieder geval geen overschot te fokken en juist met de beheerders, betrokkenen hierover verder in gesprek te gaan, wat daar verder de stappen in kunnen zijn om mogelijk wel te stoppen met fokken. Maar daar is het niet sturend op. Het gaat erom dat er niet meer dieren gefokt worden dan waar er ruimte voor is op de parkjes. En zoals ik de wethouder hoor, klinkt het alsof we op dezelfde lijn zitten. Ik ben benieuwd hoe de wethouder tegen die lezing aankijkt. Wethouder RALPH GEERS: Over dat eerste dictumpunt, daar streven we naar door de aanpassingen die we doen. Minder dieren korter op het terrein te laten staan. Tegelijkertijd ben ik niet verantwoordelijk voor de biologische inhoud van een dier, dus ik kan ook dat daar niet in garanderen. Dictumpunt 2 gaat heel erg over met vrijwilligers en beheerders in gesprek te gaan over een weg naar volledig fokvrije gemeentelijke dierenparkjes. Daar zit wel een richting in waarvan wij zeggen: wij geloven er niet in dat je naar zo'n fokvrij verhaal komt, al was het maar omdat we dus een zeldzaam ras hebben dat we in stand proberen te houden door te fokken. Dus daar zit wel degelijk die richting in die wij niet voor ons zien.

Over dat andere punt dat we nog steeds altijd in gesprek moeten blijven en moeten kijken hoe we het aantal dieren kunnen beperken omdat we zo min mogelijk in het lelijke woord overschot willen creëren, daar vinden we elkaar helemaal in. Dat betekent niet dat we nu ook een optimaal fokbeleid hebben. Dat blijven we aanscherpen waar dat nodig is, alleen de weg naar fokvrije parkjes zien wij niet voor ons. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dan ten aanzien van het verder verbeteren van dat fokbeleid, mag ik de wethouder dan vragen of hij ertoe bereid is om toe te zeggen om te evalueren hoe het bijvoorbeeld dit jaar is gegaan, met veel meerlingen die geboren zijn, en dan te kijken hoe er wel op ingespeeld kan worden om dus wel, zoals dictum 1 aangeeft, te kijken hoe we dat kunnen voorkomen. Soms wat terughoudender zijn misschien, om binnen die capaciteit te blijven en echt dat 61

streven en om daar actief werk van te maken. Wethouder RALPH GEERS: Ja hoor, dat is geen probleem. Dan tot slot amendement 2, Geen extra verhoging afvalstoffenheffing. Die ontraden wij omdat uw raad in juni van dit jaar een raadsbesluit heeft genomen waarin u als raad heeft afgesproken dat dat via deze dekking gaat. Daarbij komt dat een deel van de kosten incidenteel zijn, dus die zou u door een incidentele storting kunnen doen. Maar een aanzienlijk deel van de kosten heeft ook een structureel karakter en die kun je dus niet met een eenmalige financiering afdoen, dus ook niet met alleen de prijsindexatie. De heer GERSJES: Ik weet niet of het ontgaan is of dat ik het niet heb genoemd, maar hoe zit het met de moties over die bewustwording van nudging en de campagne over de boetes van afval? Heb ik die genoemd of heb ik die vergeten te noemen? De VOORZITTER: Die hebt u niet genoemd. Wethouder RALPH GEERS: Volgens mij ging u aan die zin beginnen toen er een interruptie kwam en heeft u die zin vervolgens overgeslagen. Ik vind het ook enigszins technische vragen die ik hier niet uit mijn hoofd zou kunnen noemen. Overigens hebben we bij nudging wel gezegd dat we daar pas volgend jaar tijd voor zouden hebben om mee aan de slag te gaan. Alleen op de motie over de campagne blijf ik het antwoord even schuldig. U zou technisch kunnen navragen wat daar de stand van zaken is.

Wethouder VERMIN: Ik begin gelijk met motie 14. Ik vind het met velen van u ook schrijnend om te zien dat gezinnen niet elke dag tijd en geld hebben voor een gezond ontbijt en dat raakt wat mij betreft aan de kern van bestaanszekerheid. Dat is ook waar de focus volgens mij op zou moeten liggen als we zoals de heer Van Creij zegt, echt voor willen zijn, moeten we aan die bestaanszekerheid werken. Daar proberen we het een en ander te doen, maar ik kijk ook zeker naar het rijk. Mevrouw MULLER: Maar ligt de opdracht voor het feit dat de kinderen niet met een lege maag naar school gaan volgens u dan bij de wethouder die over armoedebestrijding gaat of over bestaanszekerheid? Moeten we dan bij een andere wethouder zijn? Wethouder VERMIN: Dat is een beetje de vraag, want als je een structurele oplossing wilt moet je naar bestaanszekerheid kijken. Met een beetje mazzel kijkt het rijk mee, hebben Jetten en Bontenbal vandaag nog niet al te veel te doen en luisteren ze eens mee op bestaanszekerheid, want daar ligt natuurlijk de crux en dit zouden lapmiddelen zijn en volgens mij hebben we daar wat voor. Maar ik zou zeggen: bestaanszekerheid ligt echt primair bij het rijk en dat wil niet zeggen dat we niet nu iets kunnen doen wat we volgens mij ook doen.

Mevrouw MULLER: Nee, want we hebben natuurlijk die motie aangenomen in deze periode, Een gezonde lunch voor iedereen, en de afhandeling van die motie is dat scholen een beroep kunnen doen op landelijke middelen. Klopt dat wat ik zeg, dat dat de afdoening is van de motie? Dat scholen gewoon zelf een beroep doen op landelijke middelen. Wethouder VERMIN: Ja, dat klopt. Mevrouw MULLER: Mag ik dan nog een interruptie doen? Ik had een lijst ontvangen van twaalf scholen die meedoen aan dat landelijke programma en toen dacht ik: ik neem eens contact op met zo'n school, van: regelen jullie ontbijt of lunch? Maar dat bleek dan alleen schoolfruit te zijn. Weet u dan welke scholen daadwerkelijk ontbijt of lunch aanbieden? Of kan dat ook net zo goed schoolfruit zijn? Hebben we daar zicht op? Wethouder VERMIN: We weten dat er twaalf scholen meedoen en die scholen geven zelf invulling aan hoe ze dat doen. Blijkbaar heeft de school die u gesproken heeft gekozen voor schoolfruit. Daar zullen ze ongetwijfeld hun redenen voor gehad hebben. Dat is echt aan de school zelf. Ingaand specifiek op de motie, als eerste de middelen bij armoedebestrijding weghalen zou wat mij betreft het ene gat vullen met het andere zijn. De VOORZITTER: U wilt allemaal interrumperen zonder het antwoord. Ik vind het wel knap. 62

De heer VAN SILFHOUT: Dat was omdat de wethouder zelf net zei: we kunnen wel iets meer doen, dus ik was gewoon benieuwd wat we meer gaan doen. Wethouder VERMIN: Ik zei niet meer, ik zei: we doen dingen daarvoor, maar daar kom ik… Ik deel mijn teksten altijd met de voorzitter, nee. Maar de middelen weghalen bij armoedebestrijding zou het ene gat met het andere vullen zijn of het paard achter de wagen spannen. Die hebben al ook een bestemming, denk aan Stichting Leergeld, denk aan Quiet, denk aan het Fonds Armoedeprojecten. Dus alleen al op basis daarvan zou ik de motie ontraden. Dan kom ik op wat we doen. We hebben dus een combinatie van het landelijk Programma Schoolmaaltijden, waar de scholen voor aan zet zijn en we hebben onze brugfunctionarissen en die kunnen maatwerk leveren en zorgen dat we een goede systematiek hebben. Die kunnen ook gezinnen verder helpen dan enkel ontbijt verschaffen, maar structureel helpen met financiële problemen. Ik heb geen signalen dat dat niet goed gaat, maar ik deel uw zorg, dus ik wil in ieder geval bij dezen toezeggen dat ik zeker nog eens een ronde zal maken langs de scholen en de brugfunctionarissen om goed op te halen of er nu nog gaten vallen of waar we die kunnen pakken. Maar ik ontraad dus deze motie.

De heer VAN CREIJ: Op welke termijn kunnen we dan een reactie vanuit het college verwachten als u die rondgang gemaakt hebt en geïnventariseerd hebt, is dat nog deze periode? Wethouder VERMIN: Dat is nog een goede vier maanden. Het zou moeten lukken dat ik dan even bij u terugkom met wat we hebben opgehaald in het rondje. De heer VAN SILFHOUT: Toen we hier denk ik ongeveer drie jaar geleden over debatteerden was vooral het argument waarom we niet te veel mochten doen omdat het voor scholen te veel werk zou zijn om het te regelen. Nu blijkt gewoon uit de landelijke onderzoeken dat maar 2% of 3% van de scholen de werkdruk ziet toenemen, dat die het lastig vindt door deze schoollunches vanuit het landelijke beleid. Daarmee is een grote factor tegen meer doen als gemeente van tafel gehaald. Ziet de wethouder een pad naar dat wij wat meer eraan gaan doen om mensen met een gevulde maag op school te krijgen? Zijn er weinig paden behalve de brugfunctionarissen? Wethouder VERMIN: Er zijn allerlei redenen, nogmaals, ik vind ten principale dat het echt om een structurele aanpak van bestaanszekerheid moet gaan. We kunnen allerlei gaten die het rijk laat vallen dichtlopen en dat kun je op allerlei manieren doen. Even een voorbeeld uit mijn eigen praktijk, dat is dan geen Bossche school natuurlijk, maar mijn kinderen kwamen laatst thuis met twee broden.

Nu is het flink sappelen als wethouder, maar dat ontbijt lukt ons nog vrij aardig op het moment. Dus je kan met hagel gaan schieten maar wat heb je dan? Ik denk dat we dus met een combinatie van dat landelijk Programma Schoolmaaltijden en die brugfunctionarissen echt behoorlijk goed in staat zijn om te voorzien in de behoeften. Mocht ik daar wat in missen ga ik dat nu na en kom ik bij u terug. De heer VAN SILFHOUT: Ik ga niet met een schot hagel schieten maar ik wilde het wel even over hagelslag hebben. Wat uit de landelijke evaluatie blijkt is dat heel veel scholen niet die schoollunch of dat schoolontbijt in optima forma doen. Heel veel scholen zetten ook gewoon een koelkastje neer op basis van dat geld met daarin wat brood, wat hagelslag en wat middelen, zodat kinderen die thuis geen eten krijgen gewoon een boterham kunnen pakken op school. Kunnen we in ieder geval dat gesprek met de scholen in Den Bosch openen? Dat we daar misschien een rol in kunnen spelen? Dat kost niet veel, dat is geen regelkracht en dat zou heel snel kunnen. Wethouder VERMIN: Ik weet dat dat ook nog soms ingewikkelder is dan een mens zou veronderstellen. Het is niet even een brood en een pak hagelslag in een kastje gooien en dan maar hopen dat het gegeten wordt.

Maar laat nu mijn eerste stap zijn dat ik met de scholen en de brugfunctionarissen even ophaal: herkennen we nu het beeld dat er echt nog schrijnende gevallen zijn? En dan de volgende stap kijken: is de oplossing een brood en een pak hagelslag in de hoek of moeten we het anders oppakken? Motie 21, Studenten aan zet. Studenten zijn een belangrijke doelgroep in onze stad. Dat hebben we ook in het verhaal van 's-Hertogenbosch opgenomen, dus daar voeren we graag het gesprek mee. We hebben natuurlijk ook onze jongerenambassadeurs, waar een groot deel ook student van is. Dus het is niet dat we geen flauw idee hebben wat studenten doen, los van dat we nog andere gesprekken voeren. Dus in overleg met de studenten, met de jongerenambassadeurs en met een schuin oog op de participatievisie kunnen we vast met 63

een mooie uitwerking komen, dus geen bezwaar. Motie 22 aangaande de eiwittransitie. We hebben recent de vernieuwde nota Duurzaam vastgesteld en daar heeft dit onderwerp geen plek in gekregen. We zijn nu ook echt eerst volle bak bezig met de vernieuwde nota vormgeven. Tegelijkertijd zijn er allerlei lopende regionale initiatieven zoals de AgriFood Capital, FoodNL voor verduurzaming van het voedselsysteem waar we mee samenwerken en waar wij ook kansen zien voor die eiwittransitie, maar niet als eigenstandig beleidsdoel, dus daarom ontraad ik ook de motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN: We doen juist met deze motie een stap terug denk ik, om te zeggen: welke mogelijkheden hebben we nu en hoe verhoudt zich dat ten opzichte van het beleid, zonder daar nog keuzes in te maken. Dat is juist wat we ook aan u hierin vragen, zonder er nog iets in op te nemen, om het juist eens aan de raad voor te kunnen leggen welke keuzes we daar nu in hebben. En dan inhoudelijk met elkaar daarover verder kunnen spreken. Want anders, precies wat we nu weer een beetje hebben, blijven we daarin vastzitten, en dat willen we juist voorkomen. Hoe kijkt u daartegen aan? Wethouder VERMIN: Daarmee legt het nog steeds beslag op capaciteit die ik heel graag wil inzetten op uitvoering geven aan de nota Duurzaam op dit moment. Dan komen we bij motie 35, Kortetermijnoplossingen voor het station.

Ik ben heel blij met de aandacht voor het station en ook de mooie gesprekken die het oplevert, het ontwerp bijvoorbeeld, dat natuurlijk geen ontwerp is. Maar ik heb geweldige ontwerpen voorbij zien komen in de voorstellen nu. En ik heb al wel eens eerder gezegd dat ik met stations van de familie Cuypers best aardig uit de voeten kan maar we moeten het ook niet gekker maken dan het is. Het station is namelijk met name een rijksopgave. Het is heel belangrijk voor ons in de stad, maar daar liggen ook de belangrijkste functionaliteiten en daar komen ook de belangrijkste financiële middelen vandaan. Het is een functioneel station, geen gouden kraantjes, dat heb ik ook al wel eerder gezegd, dus dat is even goed om scherp te hebben. In de motie doet de SP een aantal suggesties en die zijn geenszins kort van termijn en ook niet financieel houdbaar. Op de kopse kant gaan ontsluiten kost jaren en miljoenen, dus het zijn helemaal geen oplossingen die snel te realiseren zijn. Aan de westzijde zien we gewoon geen fysieke ruimte om die bushaltering te vergroten en dit kost omrijdtijd voor de bussen en dan tast je dus de dienstregeling aan. En tot slot, station Maaspoort zou eerder een sprintstation zijn en daarmee maar beperkt van waarde als alternatief voor Den Bosch Centraal.

Mevrouw HENDRICKX: We hebben het net al een beetje in het interruptiedebatje over gehad om te vragen of het niet mogelijk is om een soort uitgangspuntennotitie hier in de raad te bespreken. Het is natuurlijk een project dat groot is, waar heel veel geld mee gemoeid is en waar heel veel mensen ook een mening over hebben en dat ook wel iets is waar we als raad natuurlijk met elkaar zouden willen kijken naar de uitgangspunten en de functionaliteiten en noem maar op. Gewoon het kader kunnen meegeven aan het college waarlangs we verdergaan. Is er nog een moment voorzien in het hele traject wanneer wij die uitgangspunten hier met elkaar kunnen delen, kennis van kunnen nemen en wellicht ook wat mee kunnen geven? Wethouder VERMIN: Nu zit mevrouw Hendrickx al wat langer in deze raad dan dat ik hier rondloop, maar we hebben in 2018 een raadsbesluit gehad over ontwikkeling richting een Spoorzone, we hebben in 2019 opname in het Structuurfonds gehad, de knooppuntontwikkeling en we hebben in 2021 knooppunt station 's-Hertogenbosch als raadsbesluit gehad. We hebben nog een ambitiedocument gehad. We hebben best een aantal momenten gehad waarin een hoop uitgangspunten staan. Zoals ik net al zei is het met name rijksopgave. Wij staan vooral aan de lat voor de omliggende openbare ruimte, de uitstraling van de stationsentree, het fietsparkeren, de interwijkverbinding niet te vergeten.

Maar dat zijn de elementen waarvoor wij aan de lat staan en voor de rest staat het rijk vooral aan de lat. Dat heeft u ook overigens ook in de brief van april dit jaar nog kunnen lezen. Er komt nadat we hopelijk een deal kunnen maken nog een raadsbesluit, een financieel voorstel voor het benodigde krediet in de volgende fase en er komen meer ruimtelijke uitwerkingen. En vanuit de ruimtelijke bevoegdheid van u als raad kunt u daar nog over meepraten, maar dat zijn wederom dan met name de openbare ruimte, fietsparkeren, interwijkverbinding. De heer ROOVERS: Ja, even in reactie op de beantwoording van de wethouder. De korte termijn is betrekkelijk, als we het over een project van vijftien jaar hebben. Maar ik wil even op twee zaken reageren. Dat is de bussen aan de westzijde. Ik ben best wel benieuwd of de wethouder ooit gekeken heeft naar de P&R Magistratenlaan, of daar een andere bestemming voor ook busverkeer zou kunnen komen. Niet alleen vanwege redenen die we in de motie noemen, maar ook omdat de 64

druk van bussen op de Oranjeboulevard natuurlijk gigantisch is, tot grote ergernis van de bewoners zelf. Dat is de eerste vraag. De tweede vraag is, als het gaat over het station Maaspoort, ik snap dat dat een sprintstation wordt, maar hij staat nu in de planning voor na station Nuland. En gesprekken met de dorpsraad van Nuland wijzen ook uit dat er getwijfeld wordt aan de behoefte voor zo'n station in Nuland, terwijl die bij de Maaspoort, waar veel meer bedrijvigheid is, misschien wel toegevoegde waarde heeft, dus in deze zin is hij vooral bedoeld. Kan er misschien gekeken worden of die volgorde kan worden aangepast? Ik begrijp dat de wethouder de motie ontraadt want het staat natuurlijk haaks op het beleid, maar kan naar die twee punten misschien wat uitgebreider worden gekeken? Wethouder VERMIN: Dat zijn wat mij betreft meer technische punten, daar wil ik wel op terugkomen maar dat is dan niet voor nu de motie in deze raad. Nu zijn we echt, en dat kost al best de nodige moeite, al een tijdje bezig volle bak bezig met Den Bosch Centraal om dat dicht te krijgen. Het is dus ook niet helemaal het moment om de vinger op te steken en over Maaspoort of Nuland te beginnen. Maar tegelijkertijd moeten we wel over de lange termijn nadenken, dus daar kom ik met liefde op terug, maar niet voor nu.

De heer ROOVERS: Als laatste, ook voortbouwend op wat mevrouw Hendrickx zei, het stationsproject geldt nu als een complex project, want alle Structuurfondsprojecten vallen onder complexe projecten, waar we ook die werkgroep over gehad hebben. Dat betekent onder andere dat er ook een projectdossier komt en dat er ook eigenlijk een startambitiedocument zou moeten zijn. Dus kunnen wij dat dan nog van het college verwachten? Wethouder VERMIN: Volgens mij moeten we even kijken hoe we met de nieuwe systematiek en lopende projecten omgaan en komen we daar dan vanzelf op terug. Maar ik ontraad dus uw motie. Tot slot motie 16 over het INTRO Festival. Even voor de helderheid, de middelen van het festival van 2025 hebben een nieuwe bestemming gekregen conform het verzoek van uw raad. Maar de structurele middelen van € 15.000 per jaar zijn ook volgend jaar weer ter beschikking. Ik weet uit eigen ervaring nog donders goed hoe belangrijk zo'n introfestival is en ik ga ook nu geen wellesnietesdiscussie voeren over waarom het het afgelopen jaar niet is doorgegaan, want daar zijn echt verschillende signalen over. Maar onze wens is zeker gericht op het alsnog laten plaatsvinden van het festival komend jaar. Daar staan ook al gesprekken voor gepland. Dat is ook de intentie die ik met de onderwijspartijen heb uitgesproken toen het afgelopen jaar niet doorging.

En ik ben zeker bereid om te kijken of een financiële bijdrage van de gemeente daar nog een bijdrage aan kan leveren. Ik kan niet de hele organisatie en de volledige financiële verantwoordelijkheid overnemen, maar ik ga graag in gesprek, dus geen bezwaar. We delen het belang van het INTRO Festival. De heer VAN HAREN: Ik hoor de wethouder zeggen dat hij het gesprek aangaat en een eventuele financiële bijdrage daarna overweegt. Op welke manier denkt de wethouder daar de gemeenteraad dan in mee te nemen? Wethouder VERMIN: Ik kan de raad daarover informeren. Ik meen dat dat ook in de motie staat, dus ik ga het gesprek aan en dan informeer ik uw raad. De heer VAN HAREN: Dan begrijp ik dat die informatie komt voordat de wethouder c.q. het college een besluit neemt over eventuele aanvullende middelen? Wethouder VERMIN: Als dat de wens is van de raad dan doen we dat. De VOORZITTER: Maar even, ik wil wel als burgemeester zorgen dat de bevoegdheidsstructuur wel goed blijft. Als we voor € 10.000 naar de raad moeten, dat lijkt mij niet informeren. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Maar dat is ook wat de wethouder heeft toegezegd. De heer VAN SILFHOUT: Nog de onbeantwoorde doorgeleide vraag aan wethouder Craste of we mensen niet meer aan het lezen kunnen krijgen, bijvoorbeeld via Huis73? Wethouder VERMIN: We zetten op allerlei terreinen in op leesvaardigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16319061/1