CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-11-13

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 13 november 202573.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 8

diervriendelijk beleid. Want hoe we omgaan met dieren zegt veel over wie we zijn als samenleving. Of we kiezen voor gemak of voor compassie, voor oude gewoontes of voor de moed en de wil om het anders en beter te doen. Onze eerste motie, Op weg naar diervriendelijke dierenparkjes. Wat ik in de commissie ook al zei, het gaat beter op onze dierenparkjes, het gaat echt de goede kant op. Het aangepaste fokbeleid, daar zien we sinds 2024 de resultaten van. Minder geboortes, meer herplaatsingen en minder dierenleed. En laten we dat succes dan doorzetten, want toch altijd nog worden er dieren geboren voor wie er uiteindelijk geen plek is. Dieren die, al dan niet via de handelaar, in het slachthuis terechtkomen. En dat kan niet de bedoeling zijn en dat mag nooit de bedoeling zijn. Onze motie vraagt dan ook om dat te voorkomen. En om samen met de vrijwilligers en de beheerders de volgende stap te zetten naar meer diervriendelijke dierenparkjes, zodat geen enkel dier meer geboren wordt en enkele maanden later wordt afgevoerd naar het slachthuis. De heer HUIBERS: Even een verduidelijkingsvraag, volgens mij hebben wij vorig jaar ook deze discussie gehad en is er toen ook een toezegging gekomen vanuit de wethouder.

Volgens mij zijn daar al wel stappen in gezet, is dat dan volgens mevrouw Samshuijzen onvoldoende? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dat is precies waar we het ook in de commissie over hebben gehad, dat wij absoluut zeggen dat het beter gaat. En daarbij zien we dat er toch nog steeds dieren in het slachthuis belanden en daarvan zeggen we: dat kan niet de bedoeling zijn. Laten we daar de volgende stap in gaan zetten. Bijvoorbeeld dit jaar zijn er veel meerlingen geboren op de parkjes. Dat komt toch een beetje als verrassing, waardoor er alsnog, ik zeg het oneerbiedig, een overschot aan dieren is. Dat soort dingen, ik denk dat we er nu lering uit kunnen trekken om te kijken hoe we ook dat kunnen voorkomen, zodat er nul dieren meer weg hoeven. De heer VAN CREIJ: Als ik lees in het dictum: volledig fokvrije gemeentelijke dierenparkjes, dan is dat in mijn optiek gewoon uitsterfbeleid en hoe zit het dan met educatie over dierenwelzijn en dergelijke met betrekking tot kinderen en zo? Kunt u dat toelichten? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik kan collega Van Creij geruststellen. Wat wij daar namelijk mee bedoelen is dat er idealiter geen enkel dier meer geboren hoeft te worden omdat er heel veel dieren, ik noem het toch weer oneerbiedig, over zijn op andere plekken. En op die manier kunnen we er juist voor zorgen dat dieren die anders geen thuis hebben een thuis vinden in Den Bosch, daarmee verder helpen.

Dat we daarbij ook de populaties op de parkjes in stand houden. Dus dat die parkjes gewoon kunnen voortbestaan, en dat er daarbij ook geen risico meer is dat er te veel dieren zijn, omdat we bewust telkens de keuze kunnen maken: hoeveel ruimte is er, dus wat kan erbij. De heer VAN CREIJ: Kort aanvullend. Dus u zegt: bij dierenparkjes mogen geen dieren meer geboren worden maar elders wel en dan herplaatsen we die. Vat ik het dan goed samen? Mevrouw SAMSHUIJZEN: In de motie zeggen wij: zorg er in ieder geval voor dat op dit moment er niet meer dieren geboren worden dan waar ruimte voor is. Dus wij zeggen in de motie niet hard: er mogen vanaf morgen geen dieren meer gefokt en geboren worden. We zeggen: dat zou een ideale situatie zijn. Ga eens in gesprek met de vrijwilligers en de beheerders om te kijken hoe zij daar ook tegen aankijken, welke stappen daar ook in te zetten zijn, maar laten we er in ieder geval voor zorgen dat er volgend jaar nul dieren meer in een slachthuis eindigen, want dat wil niemand. De heer VAN CREIJ: De derde en laatste vraag, een kip broedt eieren uit maar ik weet van tevoren niet wat erin zit. Hoe gaan we daar dan mee om? Hoe gaan we dat scheiden van elkaar? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik begrijp de vraag van collega Van Creij niet helemaal. De heer VAN CREIJ: Het kan een haan of een hen worden, wat uit een ei komt.

En aan hennen hebben we iets en aan hanen hebben we niets. Hoe gaat u daarmee om? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Gelukkig hoeven we op de gemeentelijke dierenparkjes die discussie niet te voeren omdat het daar om schapen en geiten gaat. Op de kinderboerderij zijn er wel kippen. Maar even om de discussie nu gewoon binnen het onderwerp en binnen de motie te houden, lijkt het me niet nodig om hier een discussie te gaan voeren die buiten de orde is en ik hoop dat ik collega Van Creij op zijn vragen voldoende antwoord heb kunnen geven.

27

De heer VAN HATTEM: Allereerst complimenten aan de fractie van de PvdD dat ze in haar bijdrage de dieren weer centraal stelt. Mijn punt is, ik heb in de commissievergadering de suggestie gedaan om de buurt zo'n dier dat anders naar het slachthuis zou gaan, te laten adopteren. Ik heb dat de buurtbig genoemd als voorbeeld. Is mevrouw Samshuijzen bereid om eens naar zo'n alternatief te kijken in plaats van nu coûte que coûte te zeggen: er mag geen dier meer naar het slachthuis, wat heel dwingend is in de motie, maar het initiatief juist bij de samenleving te leggen en initiatieven vanuit de buurt te laten nemen, dat mensen daar zelf zo'n dier kunnen adopteren? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Het gaat de PvdD om de zorgplicht die we hebben voor de dieren die er bij ons geboren worden, dus het is mij niet helemaal duidelijk wat de PVV bedoelt met het adopteren van die dieren want het gaat erom dat er wel ergens ruimte moet zijn voor dieren. En als adopteren letterlijk op een andere plek ze onderbrengen, bij mensen thuis of in de achtertuin, ik weet niet wat de PVV hiermee bedoelt, als de buurt adopteert. Er moet wel de ruimte voor zijn. Misschien dat we er nog eens over kunnen wisselen, maar op dit moment denk ik dat we nog niet helemaal op één lijn zitten, dat we elkaar misschien nog niet helemaal begrijpen hierin.

Dan gaan we van de gemeentelijke dierenparkjes naar de dieren die in onze woonkamers rondlopen, de huisdieren. Want ook daar zien we een kans voor het dierenwelzijn en voor een stap vooruit. Want het dierentehuis zit vol. Honden en katten die worden afgestaan en gedumpt, soms zelfs letterlijk voor de deur achtergelaten. Dat gebeurt omdat mensen veelal niet goed wisten waar ze aan begonnen. Omdat de pup dan toch drukker is dan verwacht, of de kat in een klein appartement ongelukkig wordt, of dat de kosten voor de verzorging hoger zijn dan gedacht. Andere gemeenten zoals Den Haag of Amsterdam laten al zien dat het anders kan. Die gaan aan de slag met bewustwording, zodat mensen van tevoren goed erover nadenken: past het dier in mijn leven? Past het bij mijn huis, bij mijn tijd, bij mijn budget et cetera. En daarom vragen wij in deze motie, Liever voorkomen dan opvangen, om samen met de dierentehuizen en mogelijk andere maatschappelijke partners een lokale campagne op te zetten met eerlijke informatie en als doel minder dieren in de opvang, meer dieren in liefdevolle huizen.

De heer PETERS: Eigenlijk wordt mevrouw Samshuijzen op haar wenken bediend, want vanuit het rijk is er dit najaar ook al een campagne omtrent verantwoord huisdierbezit, dus is het dan niet beter dat we bij die campagne aansluiten in plaats van dat we daar zelf iets voor gaan opzetten? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik denk dat de situatie in Den Bosch wel om goede inzet en aandacht vraagt, want het is natuurlijk mooi dat dat landelijk gebeurt, maar hoe bereiken we nu lokaal onze inwoners, onze mensen hier? Op het moment dat er eigenlijk nog geen verbeteringen zijn, ook het dierentehuis toch nog steeds blijft vragen om die lokale campagne, dan zeggen: moeten we het dan niet eens proberen? We kunnen dat voor een gering bedrag doen. De middelen zijn er. Laten we het eens uitproberen en kijken wat we daarmee kunnen doen. Want zoals ook de PvdA samen met GroenLinks laatst ook vragen heeft ingediend over de capaciteit van het dierentehuis, u ziet ook de problematiek en laten we nu eens kijken wat we kunnen doen om die instroom te verlagen, want dat is nodig. De heer PETERS: Eens, maar dan kunnen we toch juist beter aansluiten bij die landelijke campagne en daar ook in de gemeente of via de gemeentelijke kanalen aandacht voor vragen dan dat we een losse campagne doen die daar dan naast gaat lopen. Dat lijkt me ook niet wenselijk.

Dus kunnen we dat niet beter gaan doen? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Op het moment dat we daar een extra ruimte voor gaan maken, die campagne extra onder de aandacht brengen, daarvan wil ik dan wel oproepen: doe dat ook in overleg met het dierentehuis, dan is het ook prima. We hoeven niet nieuwe plaatjes of oproepen te bedenken, maar het is denk belangrijk als lokale overheid dat we er een rol in hebben: hoe bereiken we lokale mensen hier en hoe doen we dat met die belangrijke stakeholder, het dierentehuis? Over deze motie wilde ik nog zeggen dat het niet alleen goed is voor het dierenwelzijn, maar ook gewoon voor de financiën, want wanneer er minder dieren opgevangen hoeven te worden, wordt de capaciteitsvraag ook lager en dan komen er minder kosten bij kijken. Dus als we het niet doen voor de dieren, doet u het dan voor de centjes. Dan van de kat in huis naar de roze olifant in de kamer, namelijk de koe in de stal. Als we praten over dierenwelzijn dan kunnen we niet om het grote plaatje heen en dat is de vee-industrie, een sector die verantwoordelijk is voor zo'n 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, die de helft van de landoppervlakte in Nederland opslokt en die onlosmakelijk verbonden is met verschrikkelijk dierenleed. Daarom zeggen wij: de toekomst ligt in de 28

eiwittransitie en niet in de vee-industrie. Die overstap van dierlijke naar plantaardige eiwitten is hartstikke belangrijk. En dus niet alleen beter voor dieren maar ook voor het klimaat, voor onze gezondheid, voor de natuur en uiteindelijk ook voor de economie. Den Bosch heeft alles in huis om daar een voortrekkersrol in te spelen. We hebben allerlei kennis hier in huis, innovatiekracht, AgriFood, we kunnen veel invloed uitoefenen hier ook in de regio. Daarom vragen we in onze derde motie, Aan de slag met de eiwittransitie, om concrete kansen hierop in beeld te brengen. Eerder hebben wij om specifieke dingen gevraagd, en nu zeggen we: er wordt toch wel breed erkend dat die eiwittransitie heel erg van belang is, laten we dan eens beginnen om te kijken, even een stap terug doen, hoe gaan we dat nu aanpakken? En dat in beeld brengen. Drie moties dus, waar één lijn in zit, en dat is dat ze over dieren gaan, maar ook over mensen. Want het gaat namelijk over onze keuzes, over onze waarden, en de wereld die wij als mensen willen doorgeven. En wie goed zorgt voor dieren, zorgt ook automatisch goed voor mensen en voor de lucht die we inademen, voor het water dat we drinken, voor de natuur waar we ook van leven. Dus wie het niet doet voor de dieren, doe het dan voor de schonere lucht en voor lagere kosten voor het klimaat en voor de toekomst van de kinderen.

Wat dat betreft wil ik dan ook zeggen: compassie is dus ook absoluut geen luxe, maar het is de basis van het beleid dat recht doet aan het leven van dieren en van mensen. Dan vanuit die lijn van compassie en rechtvaardigheid beoordelen we vandaag ook andere moties en de begroting. Sommige moties dienen wij mee in, andere moties zullen we steunen en sommige ook niet. Het is ons samen weer gelukt om een heel boekwerk aan moties en amendementen te produceren dus ik ga ze niet stuk voor stuk af. Mocht u aan de PvdD toch specifieke vragen erover hebben, wil ik u natuurlijk die gelegenheid bieden en niet heel snel weglopen. Dan bij dezen die gelegenheid, en als er geen vragen zijn, dan rond ik af. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik over naar Rosmalens Belang. De heer HUIBERS: De laatste begrotingsbehandeling van deze zittingsperiode. Een periode waarin de ambities groot waren, de uitdagingen soms nog groter, maar waarin ook veel in gang is gezet en veel is bereikt. En opnieuw ligt er een sluitende begroting. Ondanks het ravijnjaar. Een begroting die wat ons betreft en-en is in plaats van of-of. Natuurlijk legt elke partij haar eigen accenten, maar in de kern mogen we hier trots op zijn. Tegelijk gaat buiten deze raadzaal het gewone leven gewoon door. De uitdagingen voor inwoners zijn niet minder geworden. Succes uit het verleden garandeert geen succes voor de toekomst.

Maar met deze begroting leggen we opnieuw een stevig fundament om vooruit te kijken, een fundament om te blijven bouwen aan een gemeente die dicht bij mensen staat, aan dorpen en wijken waar leefbaarheid geen beleidswoord is, maar iets wat je dagelijks merkt, in sterke verenigingen, veilige straten, goede voorzieningen, een bloeiende lokale economie en ruimte om elkaar te ontmoeten en mee te doen. En ja, ook wij zien dat dit onder druk staat door groei, druk op de sociale basis, toenemende polarisatie, de woningbouwopgave, mobiliteit en alle extra taken die op de gemeente afkomen. Maar juist daarom blijft de uitdaging: hoe behouden we het karakter van onze dorpen en wijken en blijven we tegelijkertijd bouwen aan datzelfde karakter. Als we kijken naar wat daarvoor nodig is, zien we een aantal thema's die we vandaag en de komende maanden moeten adresseren. Want leefbaarheid vraagt om keuzes, onder andere in sport, in mobiliteit, in de openbare ruimte en in veiligheid. Zo zien we in sport dat steeds meer verenigingen in de knel komen door een tekort aan zaalruimte en een jaarlijks onzekere planning. We weten dat hier ambtelijk ieder jaar keihard aan gewerkt wordt, maar met de groei van onze verenigingen wordt het simpelweg onhaalbaar om iedereen passend te bedienen. Dat raakt niet alleen het verenigingsleven, maar ook de toegankelijkheid van sport voor iedereen.

Wij kunnen blijven schuiven, maar zelfs Tetris heeft zijn limiet. Daarom komen wij vanavond samen met Volt met een motie om de druk op de zaalaccommodaties structureel aan te pakken en samen met de verenigingen te komen tot een transparante en toekomstbestendige planning. Zoals ik al eerder heb aangegeven raakt mobiliteit direct aan veiligheid. De kwaliteit van onze fietspaden, ook in het buitengebied, is daar een belangrijk onderdeel van en ik kom zo op de vraag van GroenLinks. Daarom vragen wij het college om in 2026 een integrale schouw uit te voeren en gericht herstel en onderhoud op te pakken. Daar doen we dus een voorstel voor in onze motie 13. Wat maakt dat we het richten op het buitengebied? In principe richten wij ons op de hele gemeente, maar wij constateren dat het buitengebied wel een inhaalslag behoeft, dus dat maakt dat we daarin een focus leggen. Daarnaast hebben wij het ook wel ambtelijk uitgevraagd. Hier wordt keihard aan gewerkt, dus over de gehele gemeente. Middelen en capaciteit is daarin schaars, dus wij hebben voor nu in ieder geval hier het accent op gelegd. Maar wellicht dat de wethouder dat nog iets beter kan uitleggen dan ik. Ook de handhaving vraagt aandacht. In de commissie hebben we gehoord welke druk en verantwoordelijkheden onze boa's dragen. Vaak met beperkte middelen. De motie over de 29

visie op lokale handhaving die vanavond wordt ingediend, dienen wij dan ook graag mee in. Een heldere taakopvatting, inzicht in werkdruk en voldoende capaciteit zijn noodzakelijk. Niet alleen voor veilige wijken, maar ook voor een veilige werkomgeving voor de boa's zelf. Daarnaast kijken we vooruit. In december spreken we over het MOsH-pakket, een van de belangrijkste mobiliteitsdossiers voor Rosmalen en de omliggende wijken, in het bijzonder de Groote Wielen. Het pakket bevat maatregelen om de groei van de Groote Wielen veilig en toekomstbestendig te ontsluiten en om verkeersoverlast in de omliggende dorpen en wijken te verminderen. Dat is geen luxe maar de randvoorwaarde om verantwoord te kunnen blijven bouwen en de leefbaarheid te bewaken. De begroting benoemt het nog niet in detail, maar dat gesprek komt eraan. Rosmalens Belang kijkt daar met open vizier naar, maar wil het debat eerst zorgvuldig voeren. Daarom lopen we niet vooruit op besluiten die we nog met de raad en met onze inwoners moeten bespreken. Als laatste het Sparrenburgbos, een plek die voor veel Rosmalenaren maar ook daarbuiten voelt als hun eigen achtertuin. Daarom steunen wij op aanraden van de wethouder het vormen van een alliantie van inwoners, de eigenaren en de gemeente. Samen werken zij aan een toekomstbestendig bos en een gedragen beheersplan.

Wij vragen het college hierbij een actieve houding aan te nemen en de raad tijdig te informeren wanneer zich belangrijke signalen of keuzes aandienen. Als laatste, met deze begroting zetten wij een stap vooruit. De heer VAN CREIJ: Wat vindt u een actieve houding? U spreekt het uit, maar kunt u dat uitleggen? De heer HUIBERS: Ja, dat kan ik zeer zeker. Ik vind dat de gemeente dicht op die alliantie moet zitten, waar mogelijk in alle facetten ondersteunt en faciliteert. En mochten er inderdaad punten komen uit die alliantie die aan deze gemeenteraad voorgelegd kunnen of dienen te worden, vinden wij dat dat ook zo snel mogelijk moet gebeuren. De heer VAN CREIJ: Als daar aankoop uit zou komen, staat u er dan voor open dat de gemeente tot aankoop of gedeeltelijke aankoop overgaat? De heer HUIBERS: Die keuze vind ik dus echt nog te prematuur. Ik vind dat echt aan de alliantie om daarin samen op te trekken. En nogmaals, ik roep het college op daar dicht op te zitten en wat eruit komt hier ook voor te leggen. De heer HOEBEN: Ik hoor de heer Huibers over het bouwen aan wijken en dorpen en een sluitende begroting. Als dat dan zo belangrijk is dan is het vooral belangrijk dat je bijvoorbeeld ook het Sparrenburgbos behoudt voor de inwoners van de wijken en de dorpen. En dan toch mijn vraag, want inmiddels zijn er wat ontwikkelingen. De eerste hekken zijn gepland door een van de eigenaren.

Dan kun je zeggen: het mag niet, maar ze zijn wel gepland en ze komen er ook te staan. Is het nu wel zo wijs om, los van wat dit college wil, want dat wil het dus duidelijk niet aankopen, dat we beter niet met het geld dat we over hebben op de begroting een reservering te doen, zodat de volgende raad wel een keuze heeft over al dan niet aankopen, zeker gezien de recente ontwikkelingen? De heer HUIBERS: Eigenlijk in het verlengde van wat ik net aangaf richting gewoon geDREVEN, ook het bos is voor ons van groot belang. Daarin is voor ons ook participatie van groot belang. En als ik zie dat dus de alliantie nog steeds bezig is om te formeren, vind ik het nog wel heel erg prematuur om allerlei conclusies daar al achter uit te halen. Hetzelfde als dat er een bedrag wordt genoemd. Ik loop nogal regelmatig door het bos, en ik heb nergens een bordje 'te koop' gezien met het bedrag dat nu hier deze middag wordt genoemd. Ik vind het daarom echt van belang: geef de alliantie de ruimte om met elkaar in gesprek te gaan. De alliantie bestaat dus uit inwoners, de eigenaren en de gemeente en organisaties die daaromheen staan, om met een gedragen beheersplan te komen. Mochten zij daar niet uit komen, heb ik net ook aangegeven richting college: kom dan ook zo snel mogelijk terug naar deze raad. De heer HOEBEN: Die alliantie is misschien wel bezig en bestaat uit de eigenaren.

Maar er is nog geen alliantie, er zit nog geen eigenaar in. Daarnaast worden het meer eigenaren en u weet wel als geen ander hier met zestien partijen in zo'n zaal dat het ontzettend moeilijk is om een compromis te sluiten en om een gedragen plan voor elkaar te krijgen waar iedereen zich in kan vinden. We hebben ambities neergelegd voor het Sparrenburgbos. Hoe zou dan een eigenaar die dus geen hek mag plaatsen van deze gemeente tegen beheerseisen aankijken die vanuit die alliantie komen? Hoe 30

denkt u zelf dat dat zal gaan? De heer HUIBERS: Ik heb eigenlijk geen idee, want ik zit niet in die alliantie maar ik geef graag die alliantie wel die ruimte. De heer HOEBEN: Nogmaals, is het dan niet verstandig om een reservering te doen zodat de volgende raad daar wel een goed besluit over kan nemen? De heer HUIBERS: Nee, dat vind ik geen goed idee, want wat ik net al aangaf, ik loop nogal regelmatig door het bos. Ik heb nergens in het bos een bordje gezien 'te koop' voor wat er nu wordt genoemd, € 750.000. Ik vind het veel belangrijker dat die alliantie met elkaar aan de slag gaat. En nogmaals, mocht het daarin niet lukken, dan heb ik graag hier het gesprek terug in de raad. Mevrouw WELTEN: U heeft het over ontwikkeling. U vraagt aan de wethouder: als er zich iets voordoet, houd ons op de hoogte, wat ik snap. Een mooi bos, het Sparrenburgbos, ik wandel er ook wel eens doorheen. Maar de wethouder heeft ook aangegeven: ik houd de vinger aan de pols. Ik proef een beetje bij u, we gaan een alliantie vormen, dat er iets aan zit te komen. Wat is dat? De heer HUIBERS: Dank u wel voor deze vraag, want dat bevestigt nogmaals, ik ga ervan uit dat er een geweldig mooi beheersplan komt waarmee het bos net als nu leefbaar en openbaar blijft voor alle gebruikers in deze geweldige gemeente. Daar ga ik van uit.

En mocht daartoe dus niet gekomen kunnen worden, dan hoor ik dat wel graag terug. Ik weet zeker dat we dat vanuit de alliantie terug horen, zeker vanuit alle betrokken inwoners en instanties die zich al jaren hiervoor inzetten, maar ik roep ook het college op om daar dus een actieve houding in aan te nemen, dus het terug te leggen hier in de raad. Afsluitend, met deze begroting zetten we een stap vooruit, maar we blijven scherp op de keuzes die echt het verschil maken voor onze dorpen en wijken. Samen blijven bouwen aan een gemeente waar mensen zich thuis voelen, elkaar kennen en voor elkaar klaarstaan. Samen voor wijk en dorp. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan ga ik over naar Volt. De heer VAN SILFHOUT: We stemmen vandaag over het INTRO Festival voor studenten, maar eerst doen we ons eigen jaarlijkse motie-en-amendementenfestival daar nog eventjes voor. Niet meer dan terecht, want studenten hebben ook behoefte aan een mooi festival en dat moet er ook gewoon weer komen, dus een topmotie van De Bossche Groenen. Vier jaar heb ik het in deze raad over een regenboogcoalitie gehad. Een brede middencoalitie waar wij als Volt wel een beetje in het midden stonden qua gedachtes waar wij zouden passen in het gedachtegoed van die coalitie.

Maar we zien in Nederland ook dat het overton window, en dat is zoiets wat zegt wat nu eigenlijk het midden is, wat is links, rechts en hoever schuift dat eigenlijk op? Dat ik ondertussen toch moet concluderen dat we, en dat had ik niet verwacht toen ik drie jaar geleden begon, hier nu een linkse coalitie hebben, omdat het overton window in Nederland zo ver naar rechts aan het verschuiven is. Eigenlijk zit hier namelijk de coalitie waar in Den Haag over gebakkeleid wordt dat dit te veel links zou zijn. Maar omdat dat overton window zo aan het verschuiven is, is dat ook iets waar ik me zorgen over maak. Omdat we zien dat er in deze begrotingsbehandeling toch ook weer een hele zwik aan moties zit met daaronder gewoon een discriminerend fundament. En we benoemen het niet eens meer en daarmee gaan we ook mee in dat overton window. Daarmee schuiven wij ook op in ons gedachtegoed. En dat stemt mij triest, want daarmee maakt de PVV ook een karikatuur van zichzelf. Door telkens weer deze route te bewandelen. Hoe zou u het vinden als ik hier elke week zou staan te oreren over Europa? We zijn hier tenslotte in Den Bosch. Een partij die geen karikatuur van zichzelf weet te maken is de PvdD, met twee mooie moties wederom over dieren en dierenwelzijn, motie 23 en 24.

Daarmee, met dat gedachtegoed, met dat geluid hebben ze de afgelopen jaren echt een verschil weten te maken in deze gemeente. Dus vandaar dat wij ook onder die moties staan en ik ben blij dat we het daar vandaag ook weer over hebben. Dat is voor mij een mooi bruggetje naar de olifant in deze kamer, of zoals ik het hoorde van de heer Kagie, de coalitie of de coalitie plus Van Silfhout, de Citadelpoort. Wij zijn eigenlijk heel erg blij met het bericht vanuit het college, omdat in dat bericht precies het plan staat waar wij al jaren op hameren. Er moet daar iets komen, en daar had best het Design Museum een huurder van kunnen zijn. Dat gaat niet door, maar er moet daar nog steeds iets gaan gebeuren. Er werd net gevraagd, en wat is daar dan het concrete idee bij? Daar wil ik dan graag even op ingaan, want die hebben we al een paar vergaderingen op rij op tafel gelegd. Wat ons betreft komt daar nog steeds dat cultuurcentrum aan de Dieze, en daar 31

zullen over twee weken ook over hebben. Nog steeds die trekpleister daar met cultuur als basis en fundament om die wijk aan te jagen, om het daar levendig te maken, om een wijk voor de toekomst te bouwen. Want als we dat niet doen, hebben partijen hier misschien een politiek overwinninkje geboekt omdat er een museum niet doorgaat, maar dan hebben we met zijn allen als stad verloren. Dan nog één ding, want dat stelt mij wel teleur. Ik heb hier drie jaar moeten aanhoren hoe verschrikkelijk dit college was, dat de begroting tegenviel, hoe slecht het wel niet was, van met name een paar partijen in deze raad, en dan had ik verwacht dat nu, voor die verkiezingen, we het dan toch over een tegenbegroting hadden kunnen hebben. Een begroting waarin je laat zien wat er allemaal anders moet in deze stad. En hij ligt er weer niet, en ik vind dat echt een gemiste kans, dat partijen als Leefbaar 's-Hertogenbosch en De Bossche Groenen daar niet mee komen. Dan had je echt richting de verkiezingen kunnen laten zien wat je dan echt anders wilt. Maar nu zijn we toch weer met zijn allen aan het friemelen in de marge. We zijn weer allemaal moties aan het indienen waarmee we een klein buiginkje maken, een klein beetje naar links, een klein beetje naar rechts. Maar we veranderen niet heel veel. Als Volt willen we bouwen aan een gemeente waar we zaken samen doen.

De heer ROOVERS: Wie had volgens de heer Van Silfhout die tegenbegroting moeten indienen? De heer VAN SILFHOUT: Ik denk dat dat bij uitstek de twee partijen waren die de afgelopen jaren hebben laten zien dat ze tegen heel veel zijn wat dit college doet. En dat zouden wat mij betreft De Bossche Groenen en Leefbaar 's-Hertogenbosch dan kunnen zijn. Ik denk niet dat zij het samen eens worden wat de aard van die begroting zou worden, maar dat zijn wel partijen die steevast tegen de begroting hebben gestemd en daar ook echt vaak een campagnepunt van hebben gemaakt dat ze ertegen zijn. De heer ROOVERS: Ik zou toch aan de heer Van Silfhout willen vragen, hoe je bepaalde instrumenten weegt of niet, er worden veel moties ingediend hier, minder amendementen, minder initiatiefvoorstellen, maar het zijn allemaal middelen om beleid bij te schaven. En ik vind het een bijzondere conclusie dat je zegt: we zijn het niet met alles eens geweest waar dit college mee gekomen is. U spreekt mij niet aan maar ik heb het even in zijn algemeenheid erover. En dat u dan zegt: dan moet je een tegenbegroting in gaan dienen. Maar u doet het zelf niet. Ik vind dat een bijzondere manier van werken. Ik denk dat we het minder over middelen moeten hebben en wat meer over inhoud. Bent u dat met mij eens? De heer VAN SILFHOUT: Daar zit een aanname in die ik niet ondersteun.

Ik heb namelijk juist uitgelegd dat wij qua politieke kleur heel erg in dit college in het midden zouden zitten, dat wij dus niet een partij zijn aan de flanken die keiharde oppositie voert, maar dat we juist vanuit concreet samenwerken proberen voorstellen te bewerkstelligen. Dus die middelen gebruiken wij. Maar ik vind wel, als wij elke verkiezing het er weer over hebben hoe groot die tegenstellingen wel niet zijn tussen bepaalde partijen in deze raad, dat juist een tegenbegroting bij uitstek daar een heel goed middel voor was geweest. Dan hadden we het namelijk over de inhoud kunnen hebben van twee wereldbeelden die naast elkaar staan. Het ene wereldbeeld of het andere wereldbeeld, en waar bent u voor? En nu zijn we inderdaad alleen maar weer het aan het bijsturen en gaan we die campagnemolen weer in en dan zullen we weer die kleur gaan zien van alle partijen. Maar het had ook nu alvast een stukje gekund. Dan was het voor kiezers ook duidelijk geweest waar partijen voor staan. De heer ROOVERS: Maar er is toch niets mis met politieke tegenstellingen in een raadsvergadering? Ik krijg een beetje de indruk dat hier in de raad een sfeer heerst van: hoe wagen we het andere plannen erop na te houden dan waar het college mee komt? En dat dat dan polariserend zou zijn. Volgens mij hebben we de afgelopen vier jaar niets anders dan ideeënstrijd gehad.

Ik snap niet dat u daar zoveel gewicht aan hecht dat dan een bepaald middel niet wordt gebruikt. Kunt u dat misschien wat beter uitleggen? De heer VAN SILFHOUT: Op dat laatste zinnetje na ben ik het juist volledig met de heer Roovers eens dat juist een tegenbegroting extra gepolariseerd had, extra duidelijk had gemaakt waar die tegenstellingen nu in zitten. Want dan kun je een bedrag ook maar één keer uitgeven en moet je echt keuzes maken. Die echte keuzes heb ik de afgelopen jaren niet gezien in deze raad. Er is, en nu gaat het dan niet door bij het Design Museum, maar volgens mij is het bedrag dat aan het 32

Design Museum besteed zou gaan worden een keer of tien uitgegeven in deze raad. Dus daarmee was dat een veel betere manier om te polariseren. Dus ik sluit me juist aan bij de heer Roovers dat ik graag had gezien dat we meer polariseren, maar dan wel op de dingen waar het goed is. Dat brengt me bij de moties waarover ik het wil hebben. De eerste is de motie die door Rosmalens Belang werd aangekondigd, waar ook mevrouw Klerks van onze fractie heel hard aan heeft gewerkt, de motie om meer zaalcapaciteit voor sportverenigingen te realiseren in deze gemeente. Om ervoor te zorgen dat al die sportverenigingen, waar mensen zo hard aan hun gezondheid, voor de lol, voor allerlei redenen zitten, voor het sociale aspect, dat daar meer plek voor is in onze gemeente. Dus wij steunen die motie van harte en we staan er ook onder en dienen hem mee in. Ik wil daar mevrouw Klerks ook van harte voor bedanken, voor die moeite en inzet die ze daarvoor heeft gedaan. En misschien is dat trouwens voor iedereen die nog denkt: moet ik wel die gemeenteraad in? Je kunt ook veel bereiken als commissielid, dus doe dat vooral. Dan nog een aantal mooie moties. Vrouwenschouw van de PvdA, een heel mooie motie die we van harte steunen. We zijn blij dat die is ingediend, dus dank daarvoor. Het INTRO Festival van De Bossche Groenen had ik al benoemd, die zullen we steunen.

Studenten aan zet van de heer Elders zullen we natuurlijk ook steunen. Mooie moties om van Den Bosch weer echt die studentenstad te maken. De moties van de PvdD heb ik al eerder benoemd. We zijn blij met de motie van de SP over het station, dat is zo ver weg dat er een goed centraal station is, dat we op de korte termijn ook aan de slag moeten, dus we zijn blij dat die motie voorligt. Die zullen we steunen. We zijn blij met de motie Elke vierkante meter telt van GroenLinks, die we ook steunen, waarin we aan de slag gaan met woonruimte in deze stad en dat we die niet onzinnig gebruiken. De fietspaden in het buitengebied, ik had er toch een andere lezing van. Ik weet niet meer wie hem opbracht, maar ik was er heel blij mee. Er was alleen wel wat twijfel: zijn die dan belangrijker dan de fietspaden binnen de gemeentegrenzen of in ieder geval in het nietbuitengebied. Wat ons betreft is dat niet hoe ik de motie lees. Vandaar dat we hem ook steunen. En een heel mooie motie vond ik ook nog die van de PvdA over vrijwilligerswerk door ambtenaren stimuleren, vooral omdat we dat als blauwdruk kunnen gebruiken naar andere organisaties toe. Want wij kunnen in onze eigen gemeente mooi onderzoeken, hoe ervaren mensen nu werken en vrijwilligerswerk, hoe zorg je nu dat mensen aan mantelzorg toekomen? Die lessen kunnen we dan mooi gebruiken voor de rest van de gemeente.

Mevrouw LIPMAN: Het CDA vindt het belangrijk dat we in alle rust terugkijken naar wat er bereikt is, en vooruit naar wat er nog mag komen. In de afgelopen weken zijn de ontwikkelingen in rap tempo elkaar opgevolgd. Ontwikkelingen die onze gemeente aangaan, die zorgen voor discussie, maar ook ontwikkelingen die de verhoudingen verharden of ons als Bosschenaren verbinden. In die verbinding zien wij de kracht van de samenleving. Deze verbinding komt op vele plekken in onze gemeente tot stand, tijdens 11-11 afgelopen week, in de sportkantine, de kroeg, het theater, of juist het buurthuis. En voor het CDA is het belangrijk dat de buurthuizen die onze gemeente rijk is, worden ondersteund waar mogelijk. Daartoe hebben wij motie 25 ingediend, voor het dorpshuis in Vinkel. Ga nu eens kijken aan welke functie behoefte is in een van deze dorpskernen, en hoe kunnen we die behoefte invullen? Mocht het nu komen tot herhuisvesting, kijk dan naar de mogelijkheden van de vrijgekomen ruimte. Wat kan daar allemaal komen? Daar wil ik ook bij aangeven dat ook de PvdD, de PVV en de SP mee indienen, dat was nog niet doorgegeven. De heer VAN CREIJ: En nog een. Mevrouw LIPMAN: Maar die staat er al op, die staat al in het systeem. Ik noemde de partijen die er nog niet in stonden.

Dan de verbinding, want die komt ook tot stand door de versterking van de sociale structuur, die plek waar we van ik naar wij bewegen. Het komt ook door de tomeloze inzet van de vele mantelzorgers en de vrijwilligers in onze gemeente. Daarom dienen wij de motie van de PvdA dan ook van harte mee in. Want samen kunnen we bouwen aan die fatsoenlijke samenleving waarin we er voor elkaar zijn en waarin we ook kunnen kijken wat in dit geval ambtenaren mogelijk nodig hebben en waar ze die ondersteuning kunnen gebruiken zodat, het is net al aangegeven, we dat ook verder kunnen uitrollen, en bijvoorbeeld ook kunnen kijken waar we onze ambtenaren mogelijk in de toekomst kunnen ondersteunen bij onze verenigingen, misschien met wat financiële kennis, het opstellen van een begroting. Dat is allemaal capaciteit en kennis die we in huis hebben die we daar ook kunnen inzetten. En ook de toekomst staat voor de deur en vraagt om voorbereiding. We moeten zorgen dat we als gemeenschap wendbaar en veerkrachtig zijn. Laten we dat bij het aangaan van de uitdagingen de kwetsbaren niet vergeten, zij die geen tijd of ruimte voelen om zich voor te bereiden en te zorgen dat echt iedereen mee kan doen en veilig blijft. We vragen de portefeuillehouder dan ook, naast de raadsinformatiebrief die er is gekomen, om dit punt goed mee 33

te nemen in de discussienotitie die zal volgen. Veiligheid in onze gemeente is belangrijk. Iedereen kent de slecht verlichte fietspaden, naar het ziekenhuis bijvoorbeeld, de enge steegjes of de tunnel. Laten we investeren in meer verlichting, juist ook op die plekken waar het het hardst nodig is. Daarom onderschrijven wij het idee van een vrouwenschouw ook van harte, want naast een veilige omgeving voor vrouwen, die niet altijd zo wordt ingericht, spelen voor hen ook andere uitdagingen. We hebben bijvoorbeeld deze week gehoord over tekort aan kraamzorg in vele gemeenten. En zeker waar het gaat om inwoners van kwetsbare wijken. Wij zijn dan ook benieuwd of deze problematiek ook in onze gemeente speelt en komen hier nog op terug. De begroting laat een gezonde financiële koers zien. Er wordt niet alleen geïnvesteerd in de toekomst, er wordt ook gespaard. Dit vraagt om prioriteiten en het afwegingskader zoals we dat eerder hebben gevraagd bij de voorjaarsnota. Maar dat afwegingskader en die prioriteit is nog niet voldoende duidelijk. We hopen dan ook dat de wethouder de classificatie nog verder kan uitwerken, zodat duidelijk wordt: wat betekent nu laag, midden en hoog. En waarom krijgt een bepaald project het predicaat dat het krijgt. Dan kunnen we onze raad in stelling brengen zodat we weldoordachte keuzes kunnen maken voor de toekomst en voor de projecten die nog spelen.

Dan ten laatste, het is er al over gegaan, de keuze om niet voor herhuisvesting van het Design Museum te gaan. Dat was toch wel echt de meest besproken keus van de afgelopen week. We vinden het een moedig besluit dat nu is gevallen. Tegelijkertijd blijft het voor ons van belang dat we kijken naar die passende locatie voor de roeivereniging, in lijn met onze motie. De heer KAGIE: Waarom gaat u ervan uit dat de roeivereniging hoe dan ook daar moet vertrekken? Is dat hoe dan ook voor u het vertrekpunt? Mevrouw LIPMAN: Dat zijn geen woorden die ik in de mond heb genomen. Ik heb gezegd dat het voor ons belangrijk is dat de roeivereniging een passende locatie krijgt. Ik heb daarmee niets gezegd over of ze moeten verhuizen. Verhuizen zullen ze tijdelijk sowieso moeten, vanwege de bouwwerkzaamheden. Maar ik heb verder niets gezegd over de plek waar het uiteindelijk moet komen. De heer KAGIE: Nee, maar mensen willen op een gegeven moment wel helderheid over waar wij staan.

Waarderen we het dat de roeivereniging daar op die gouden plek, die ansichtkaart, overeind blijft, ja of nee? En is dat het vertrekpunt? Want je kunt opnieuw weer plannen maken en onzekerheid laten ontstaan de komende jaren, maar wat is het vertrekpunt? Wat is voor het CDA het vertrekpunt? Mevrouw LIPMAN: Het vertrekpunt is de motie zoals we die hebben ingediend natuurlijk eerder dit jaar en zoals die ook is aangenomen. Daarin zeggen we dat we het belangrijk vinden dat ze een passende locatie krijgen en dat we er ook van uitgaan dat het college zich daar maximaal voor inspant. De heer KAGIE: Die motie werd aangenomen met op de achtergrond het Design Museumproject. Nu is het Design Museum van tafel, dan kunt u kenbaar maken dat u nu anders, een positieve insteek kiest voor de roeivereniging dan opnieuw ze opzadelen met een verhuisbeweging. Mevrouw LIPMAN: Zoals gezegd is het voor ons van belang dat het een passende locatie is en we gaan natuurlijk volgende maand de discussie aan over wat we nu allemaal willen in het gebied en welke functies. In dat kader willen wij kijken wat passend is. De heer EL AMRAOUI: Een korte vraag. We gaan daar een ontzettend grote gebiedsontwikkeling aan.

In hoeverre acht u het realistisch dat de roeivereniging zou kunnen groeien op die locatie, gezien de grote ontwikkelingen in het gebied? Mevrouw LIPMAN: Heb ik de vraag goed begrepen hoe realistisch het is om te groeien? Het is geen groot gebied natuurlijk, we willen dat daar veel functies samenkomen, dus of het realistisch is kan ik niet zo inschatten, maar het lijkt me niet heel realistisch om daar te groeien op dat gebied. De heer GERSJES: Het Design Museum is toch wel een hot item, want ik wil eigenlijk van mevrouw Lipman weten, nu ze het zo heeft over dat dat Design Museum er niet komt. Hoe heeft u daar nu al die tijd in gestaan? Want nu is het in één keer weg en bent u er ook mee akkoord, maar hoe werkt dat nu eigenlijk in zo'n coalitie? Kunt u me dat uitleggen? Want nu bent u ook blij dat het 34

weg is, wie is er dan uiteindelijk niet blij? Mevrouw LIPMAN: Wij zijn inderdaad een of ander illuster bolwerk met zijn allen met de coalitie. Nee, hoe dat werkt binnen een coalitie. Ik zal eerst even op het eerste deel van de vraag ingaan, dat is hoe wij erin staan als CDA en hoe wij er ook altijd hebben ingestaan, namelijk dat wij een sluitende businesscase wilden voor het Design Museum. Dat betekent dus dat wij de informatie wilden hebben, stel dat wij voor verhuizing gaan, is dat dan rendabel, hoe zit het met de exploitatie, hoe zit het met de kosten van een dergelijke herhuisvesting? Dat heeft mijn collega Van Genugten ook altijd aangegeven, dat dat voor ons van belang is. Nu komen we op een punt, het is al eerder aangegeven, er was eigenlijk geen point of no return, dat werd ook altijd gezegd. Nu komen we op dat moment dat die informatie beschikbaar komt. Kosten blijken gewoon enorm gestegen. Dan ga je met elkaar het gesprek aan: wat vind je daarvan? Ik vind dat een moedig besluit van het college, dat de wethouder daarvan zegt: dit kan ik niet verantwoorden. De heer GERSJES: Dan heb ik nog een vervolgvraag, want stel dat u nu als CDA een mooie grote ruimte had gevonden die in uw beheer was om die collectie die in dat Design Museum zou moeten komen daarin had kunnen onderbrengen.

Want u heeft het wel over hoge kosten, maar we hebben het over de collectie die uiteindelijk het uitgangspunt was, om daar het Design Museum neer te zetten. Hoe was u daarmee omgegaan? Want ik had hem gewoon in mijn eigen ruimte gepost, bij wijze van spreken. Hoe kijkt u daartegen aan? Mevrouw LIPMAN: Dat vind ik een heel hypothetische situatie inderdaad. We bespreken het natuurlijk volgende maand bij het raadsvoorstel. Mevrouw HENDRICKX: Gelukkig gaan we het volgende maand natuurlijk hebben over het Design Museum. Ik heb nog wel een vraag over de roeivereniging. U zegt eigenlijk: uitbreiding wordt daar lastig en allemaal moeilijk. Maar het lijkt wel alsof we met elkaar vergeten dat alles natuurlijk wat we in deze raad doen alles te maken heeft met politieke keuzes maken. Nu ken ik het CDA als de partij die een warm heeft voor de roeivereniging. Ziet u ook niet dat u als CDA als het gaat om de toekomst van die Citadelpoort ook de keuze wel degelijk kan maken om te kiezen voor de roeivereniging in plaats van een paar woontorens of een culturele functie? Het is een keus, bent u dat met mij eens? Mevrouw LIPMAN: Wij dragen de roeivereniging een warm hart toe. Dat is ook de reden dat we de motie hebben ingediend natuurlijk eerder dit jaar, waarin we het dus belangrijk vinden dat ze een passende geschikte locatie hebben.

De heer VAN CREIJ: Dan toch even voor alle duidelijkheid, want ik hoor het CDA net zeggen dat voor u steeds het uitgangspunt de businesscase is geweest. Maar nu in alle publicaties is gezegd: de gestegen stichtingskosten. De stichtingskosten zijn voor het CDA nooit een breekpunt geweest. Het waren alleen de businesscasekosten. Kunt u daar nu op ingaan, heeft u een businesscase? Mevrouw LIPMAN: Ik weet niet zeker of ik de vraag goed begrijp, mijnheer Van Creij. De heer VAN CREIJ: Het CDA heeft steeds gezegd: de businesscase is voor ons bepalend. Kan het met gesloten portemonnee? Nu zijn het de realisatiekosten, de bouwkosten, die zo erg gestegen zijn, maar dat heeft nog steeds niets met de businesscase te maken. Heeft u een businesscase gehad waar u die afweging heeft gemaakt? Mevrouw LIPMAN: Het gaat zowel om de verhuiskosten als de exploitatiekosten, dus dat is naar onze mening ook nog steeds de businesscase. De VOORZITTER: Even voor de zuiverheid, het college heeft u een voorstel gedaan. Dat ligt volgens mij voor in de commissie, en dan kunt u met elkaar bespreken op welke manier u dat toetst. Het lijkt nu net alsof u zegt dat de partijen al een besluit hebben genomen, maar volgens mij heeft het college een voorstel gedaan en dat voorstel ligt voor bij uw raad. De VOORZITTER: Ik ga door naar Bosch Belang.

35

Mevrouw VAN DE LEEMPUT: Vandaag schrijven we geschiedenis. Voor het eerst in meer dan honderd jaar staat er een vrouwelijke fractievoorzitter namens Bosch Belang op deze plek. Dat is niet alleen een mijlpaal voor onze partij, maar ook een teken van vooruitgang die wij willen voor onze stad. Het laat zien dat Bosch Belang kiest voor diversiteit, kracht en vernieuwing. Met dezelfde energie willen wij vandaag werken aan een stad die sociaal, gezond, veilig en sterk is. Daarom wil ik ingaan op een aantal belangrijke speerpunten voor ons en de moties en amendementen daarbij benoemen. De participatie. Wij willen dat onze inwoners actief kunnen meedenken. Daarom hebben wij een motie ingediend over het inzetten van een participatie-app. Democratie moet laagdrempelig en toegankelijk zijn, waarbij we onze inwoners graag betrekken bij plannen die gemaakt worden in hun leefomgeving. Voor ons is deze app geen vervanging voor bestaande participatievormen maar een aanvulling. In het kader van de participatie zullen we ook motie 10 en 25 steunen. Dan willen we het stukje veiligheid graag benoemen. Veiligheid is een basisrecht. De vrouwenschouw is belangrijk om de veiligheid van vrouwen te verbeteren, maar vergeet dat er veel meer gebeurt in onze samenleving. Afpersing van jongeren.

Mevrouw KORVER: Ik heb net in mijn bijdrage gevraagd of Bosch Belang zou willen overwegen om motie 9 aan te houden totdat we de participatievisie behandelen. Ik hoor daar niets over. Kan mevrouw Van de Leemput daar nog even op reflecteren? Mevrouw VAN DE LEEMPUT: Ik wil graag dadelijk ook even het antwoord van de wethouder afwachten en anders zullen we zeker bereid zijn om hem aan te houden. De veiligheid, de afpersing van jongeren, straatberovingen en ook onze ouderen die zeer kwetsbaar zijn. Over veiligheid en handhaving zijn ook diverse moties ingediend en we steunen daarom ook motie 2, 4, 6, 12 en 33. Als Bosch Belang staan we voor een sociale stad waarbij iedereen die meedoet ertoe doet. En iedereen die mee wil doen ertoe doet. We zijn trots op onze stad en willen alles doen aan het behoud van het karakter van onze stad. Hierbij ondersteunen we ook graag de middenstand, die onze mooie stad mogelijk maakt. We zullen in dit kader motie 32 steunen. Om op te komen voor onze bewoners zullen we ook de belastingvoorstellen A1 en A2 steunen, minder belastingdruk voor onze inwoners. Dan verkeer en veiligheid. De huidige knips veroorzaken verkeersproblemen en zorgen voor frustratie. We horen klachten van veel mensen die in de buurt van de Hinthamerstraat wonen. Stop met maatregelen die vooral het dagelijks leven van hardwerkende mensen bemoeilijken.

Kies voor oplossingen die werken, onder andere het verplaatsen van coffeeshops en lik-op-stukbeleid. In het kader van verkeer en bereikbaarheid steunen we de volgende moties en amendementen, amendement A2 en de moties 1, 7, 12, 35 en 37. Dan hebben we graag aandacht voor de energietransitie. Elektrisch rijden en verduurzaming hebben onder andere invloed op onze Bossche markt. Bosch Belang zegt: stimuleer, maar ding niet af op een manier die oneerlijk is. Stop met maatregelen die vooral de rekening neerleggen bij hardwerkende mensen. Hiervoor zullen we motie 38 steunen. Dan het groen en leefbaarheid. Groen moet eerlijk verdeeld worden over de stad. We zien een groot verschil tussen de wijken. Groen draagt bij aan gezondheid en een prettige leefomgeving. Daarom zullen we amendement A8 steunen. Tot slot, voor ons een heel belangrijk punt, het museum. We zijn blij dat het museumplan niet doorgaat. Dat geeft ruimte om te investeren in bijvoorbeeld betaalbare woningen voor Bosschenaren en misschien zelfs wel de roeivereniging die daar toch kan blijven zitten. We steunen dan ook amendement A1, met het voorstel om Bosch Design Museum te schrappen. Voor de overige moties wachten we graag de toelichting af van het college. Mevrouw HOEKSTRA: Wij stellen de begroting vast, € 900 miljoen waarover we beslissen.

Maar belangrijker nog: we beslissen over wat voor gemeente en gemeenschap we willen zijn. Deze week is het de Week van Respect en ik gaf verschillende gastcolleges, onder andere op KC De Kameleon, bij de kinderen van groep 5. We spraken met elkaar over hoe moeilijk het is als je keuzes moet maken, als je je geld maar één keer uit kunt geven en dan toch moet kiezen. Wat kies je dan? Meer bomen of meer huizen? Meer steun voor arme kinderen of minder afvalstoffenheffing? Vaker kermis of meer speelplekken in de buurt? De kinderen in de klas vonden het best lastig om niet te krijgen waar zij voor hadden gestemd. En eigenlijk vat dat het wel zo'n beetje samen. Want in de politiek krijg je niet altijd helemaal precies wat je wilt. Er is altijd meer om te wensen, er zijn altijd dingen die je nog ambitieuzer had gewild of net een tikkeltje anders had willen zien. Maar als ik zie hoe het in Den Haag gaat, dan zijn wij als PvdA trots op wat wij hier als gemeente voor elkaar krijgen. Hoe we samenwerken, hoe we over schaduwen heen stappen en daarmee de goede dingen doen voor onze inwoners. En dan valt er van alles te benoemen wat we nog niet doen, maar dan zeg ik toch liever wat we allemaal al wel doen. Hoe stevig we investeerden in een betere 36

armoedeaanpak en de Bossche Pas die er zit aan te komen. En hoe we de kleine armoedeinitiatieven aanhaken, zoals Warm buffet, het Brabantse hart in actie, en zodat we hen meer gaan betrekken bij onze aanpak. Omdat zij juist zij dicht op onze inwoners staan. Hoe we deze periode duizenden betaalbare woningen extra bijbouwden en hoe het ons wel lukt om ondanks de stikstof en andere beperkingen die zo broodnodige woningen te blijven bijbouwen. Hoe we anders zijn gaan denken in de zorg, en ondanks alle onzekerheid het aangedurfd hebben te investeren in initiatieven als Groen en de gezinsadvocaat. En hoe anders we ervoor staan in hoe we kijken naar onze WeenerXL. Hoe we nu samen trots zijn dat wij in Den Bosch dagelijks het goede doen voor al die mensen die hier mogen zijn wie ze zijn en weer volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Niet uit dwang, maar omdat we geloven dat ieder mens telt. En wij zijn daar trots op. Wij dienen vanavond samen met GroenLinks drie moties in die ik graag kort toelicht. Te beginnen met motie 2, Vrouwenschouw. We zijn blij en trots dat er zo'n brede steun is voor dit voorstel en dat we een concrete stap zetten met elkaar. Want dat is het, een eerste concrete stap vooruit.

En nodig is het ook, als we lezen dat 88% van de jonge vrouwen ongewenste bejegening ervaart bij het uitgaan, dan is het als vrouw bijna fijn om dit schrikbarende percentage hard op papier te zien staan. Want ik durf wel te stellen dat wij vrouwen dit gevoel massaal herkennen. Over je schouder kijken, snel doortrappen met je sleutels of telefoon in de hand, op weg naar huis en met een achterdochtige blik om je heen te kijken als je alleen in het donker bent. Het is tijd dat we niet meer alleen praten over veiligheid voor vrouwen, maar dat we in actie komen. En we zijn nog lang niet klaar, dus wat de Bossche PvdA betreft zetten we heel snel de volgende stap, om ook te spreken over de aanpak van veiligheid achter de voordeur en de lokale situatie als het gaat over femicide. En ook blijven we ons onverminderd inzetten voor al die woningzoekenden die nog steeds op veel te lange wachtlijsten staan. De heer VAN HATTEM: Nog even een interruptie over de motie Vrouwenschouw. Ik denk dat het op zichzelf een heel terecht onderwerp is. Laat daar geen misverstand over bestaan. Als we dan alleen kijken naar hoe de motie is opgezet, met een pilot in misschien één bepaalde wijk, dan vraag ik me af hoe representatief dat is.

In welke wijk ga je het doen? Bijvoorbeeld in de buurt van een azc, waar toch heel veel criminele asielzoekers binnen kunnen komen waar we geen vat en zicht op hebben, zoals voorbeelden elders in het land helaas hebben aangetoond. Hoe ziet mevrouw Hoekstra dat voor zich, ook wetende dat we het niet alleen hebben over ongewenste bejegening in het uitgaansleven, maar juist op straat er een veel groter probleem ligt. Mevrouw HOEKSTRA: Een heel terechte vraag en idealiter gaan we het bijvoorbeeld ook in twee wijken doen. Ik heb ook van de portefeuillehouder begrepen dat die daar ook geen bezwaar tegen heeft, om bijvoorbeeld verschillende wijken met elkaar te vergelijken. Voor ons is het ook een eerste stap, dus ik denk ook niet dat we zouden moeten stoppen bij één wijk, maar dat we het blijvend doen, maar volgens mij is het een mooie eerste stap nu om te zetten. De heer VAN HATTEM: Op zich goed om een eerste stap te zetten, ik zou het liefst gewoon in de hele gemeente het veilig willen zien, maar ook de oorzaken van die onveiligheid willen wegnemen. Ik heb de vorige keer al aangehaald, volgens de statistieken wordt het grootste deel van de zedendelicten door allochtonen gepleegd, dus er zit gewoon een probleem in bepaalde groepen en daar moet je ook gewoon niet voor weg willen kijken.

Is mevrouw Hoekstra ook bereid om te gaan kijken naar de oorzaken van die problemen, daar gericht op aan te pakken en niet alleen maar nu met een heel algemene vrouwenschouw te komen. En ook te kijken naar zowel de oorzaken van de problemen alsook de bredere groep slachtoffers. Want we hebben het niet alleen over vrouwen, maar u noemt zelf al de lhbtiq-gemeenschap, maar ook mannen, jongens, iedereen kan slachtoffer worden van geweld op straat. Mevrouw HOEKSTRA: Als ik mijnheer Van Hattem goed hoor dan is zijn concrete vraag aan mij of we bereid zijn om ook naar de oorzaken te kijken van onveiligheid op straat. Dat zijn we zeker. Ik ben ook heel erg blij met de discussienotitie van D66, dus we blijven hierover in gesprek wat mij betreft. Ik deel niet uw analyse dat veiligheid op straat alleen maar voortkomt vanuit mensen met een allochtone afkomst. Dat is niet wat wij herkennen in het beeld. Dat is ook niet wat vrouwen zelf aangeven. Het is ook niet wat overduidelijk alle oorzaken zijn van onveiligheid op straat. Dus ik zou hem terug willen brengen naar de motie zoals die is. Heel bewust een eerste concrete stap om te zetten. Ik hoor dat u daar positief over bent, dus laten we die stap dan ook zetten met elkaar en niet blijven zoeken naar waar we met elkaar van mening over verschillen. Maar prima om het debat te gaan voeren over oorzaken waarom vrouwen onveilig zijn. 37

De heer VAN SILFHOUT: Toch nog even richting de PvdA, omdat hier correlatie en causaliteit een beetje door de war lijkt te gaan. Want inderdaad wordt er aangegeven: zou het niet door mensen met een migratieachtergrond kunnen komen dat er geweld plaatsvindt? Maar dit gaat toch ook met name om wijken met een lage sociaaleconomische status, bijvoorbeeld dat soort plekken zou misschien wel eens als eerste aan bod kunnen komen, of juist de binnenstad, waar veel mensen komen. Hoe kijkt de PvdA daarnaar? Mevrouw HOEKSTRA: Dat klopt. Het lijkt me goed om in overleg, ook met de cijfers die bij de gemeente bekend zijn van feitelijke onveiligheid, maar ook juist wat belangenorganisaties zoals de Bossche Dolle Mina's zelf aangeven, van: ga nu eens met ons op pad op deze plekken en kijk daar nu eens wat de onveilige plekken zijn. Dan, onverminderd inzetten voor al die woningzoekenden, die nog steeds op veel te lange wachtlijsten staan. Zoals mijn collega Peters in de commissie al aangaf, zullen we daarvoor niet alleen maar moeten bouwen, bouwen, bouwen, maar ook moeten splitsen, splitsen, splitsen. Want we kunnen veel meer met de huizen die er nu al staan, zeker als we bedenken dat we enorm veel eengezinswoningen hebben, maar er vooral alleenstaanden op zoek zijn naar een huis. We kunnen dus slimmer gebruikmaken van onze bestaande woningvoorraad.

Zo zorgen we ervoor dat we onze wachtlijsten verkorten en mensen sneller aan een betaalbaar huis komen. Tot slot dienen we de motie Vrijwillige inzet en mantelzorgtaken van ambtenaren in, motie 3. Zodat we goed in beeld krijgen wat onze ambtenaren allemaal aan vrijwilligerstaken doen of aan mantelzorg verrichten. Enerzijds om te kijken of we als werkgever meer kunnen doen om dit goed te faciliteren, en anderzijds omdat het ons fantastisch lijkt als we naar de toekomst ambtenaren kunnen ondersteunen om zich lokaal vrijwillig in te zetten in onze gemeente. Er kan zo een waardevolle uitwisseling ontstaan in kennis en kunde tussen onze inwoners en betrokken professionals. De heer MEES: Doelt die motie er ook op dat de gemeente dan ambtenaren gaat faciliteren, bijvoorbeeld in de vorm van in tijd van de baas vrijwilligerswerk doen en dat soort dingen? Moeten we daar dan aan denken? Mevrouw HOEKSTRA: We vragen nu om een eerste stap. Ik zou me kunnen voorstellen dat dat dat een uitkomst zou kunnen zijn. Maar het was een heel terechte vraag van mevrouw Samshuijzen eerder al in het debat, of er al gesproken is met de ondernemingsraad. Nee, dat is er nog niet, dat soort stappen moet je natuurlijk wel zetten. Hier zit ook best wel een aantal juridische haken en ogen aan, als je dat zou willen. Dus wat wij nu vragen is: ga dat in ieder geval eens onderzoeken, breng dat eens in kaart.

Het is natuurlijk ook zo dat we weten dat mantelzorgers bijvoorbeeld best heel veel druk ervaren, dus het is volgens mij ook waardevol om dat beter in beeld te krijgen, dus wat ons betreft zetten we nu de eerste stap. Maar dat zou een vervolgstap kunnen zijn. De heer MEES: Dan kom ik met een vervolgstap in mijn vraag. We zien dat het ambtelijk apparaat als kool gegroeid is vanwege alle taken en ambities et cetera. Collega Kagie heeft het in zijn beschouwing meegenomen. Een ambtelijk apparaat dat al zo belast is, je moet er toch niet aan denken dat je dan tijd gaat weggeven om vrijwilligerswerk te doen? We hebben toch ook met prioriteiten te maken? Mevrouw HOEKSTRA: Daarom vragen we daar nu ook nog helemaal niet om, dus we vragen nu vooral om het in kaart te brengen. Het kan best zijn dat er al heel veel ambtenaren zijn die al heel veel vrijwilligerswerk doen, en hoe mooi is het dan als we dat weten van elkaar? En het zou ook best zo kunnen zijn dat een plus een drie is, dus dat doordat een ambtenaar ergens vrijwilligerswerk doet, die ook weer beter zicht en gevoel heeft bij de lokale situatie hier in Den Bosch, omdat die hier misschien niet vandaan komt, en daardoor ook weer beter zijn werk kan doen. En wat een voordelen voor al die vrijwilligersorganisaties in onze stad, dat die dan gebruik kunnen maken van de kennis en kunde van onze ambtenaren.

Ik zie het bijvoorbeeld voor me dat iemand met financiële kennis best een hoop vrijwilligersorganisaties met misschien best weinig tijd al heel erg goed op weg zou kunnen helpen. De heer ROOVERS: Ik sta eigenlijk best positief tegenover deze motie. Ik vind het goed als ambtenaren meer geworteld zijn ook in het verenigingsleven. Maar ik heb nog wel twee vragen hierover. De eerste is: wat is nu precies het probleem dat mevrouw Hoekstra wenst op te lossen? Want volgens mij constateert uw motie terecht dat het qua vrijwilligerswerk in Den Bosch eigenlijk 38

best goed zit als het gaat over de participatie van inwoners in vrijwilligerswerk. Uw motie vraagt eigenlijk om onderzoek, in kaart brengen. Maar wat zouden we nu echt kunnen doen om meer vrijwilligerswerk te laten doen door ambtenaren? Mevrouw HOEKSTRA: Ik denk niet echt dat er een probleem speelt, maar ik denk wel dat we zien en dat schreef ik ook in de motie, dat in bepaalde wijken toch wel het aantal vrijwilligers achterblijft op andere wijken. En we krijgen ook wel de signalen van vrijwilligersorganisaties dat ze soms echt kampen met een kennisgat. Hoe maken we nu een goede begroting of een verantwoording of hoe bouwen we aan ons netwerk, of hoe vinden we bepaalde stakeholders of vragen we subsidie aan? Ik zou me kunnen voorstellen dat daar een heel mooie kennisuitwisseling zou kunnen plaatsvinden. En aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat als je wel hier werkt maar niet hier woont in Den Bosch, dat het dan ook heel waardevol is als je door je werkgever gefaciliteerd wordt om die lokale situatie in Den Bosch ook een beetje beter te leren kennen. Dat daardoor ook het doen van je werk leuker wordt, dat je meer gevoel krijgt bij je werk, waar doe je het eigenlijk voor? Dus dat het echt een win-winsituatie zou kunnen zijn.

De heer VAN HATTEM: Met alle waardering voor ambtenaren die zelf vrijwilligerswerk of mantelzorg verrichten, maar we hebben een aantal jaren geleden juist de ambtenarenwet van 1929 aangepast om de arbeidsrechtelijke positie van ambtenaren te normaliseren ten opzichte van het gewone bedrijfsleven. Nu ga je eigenlijk weer bepaalde voorrechten geven aan ambtenaren om in de baas z'n tijd vrijwilligerswerk of iets anders te gaan doen. Hoe gaat zich dat verhouden tot andere mensen die een andere baan hebben in het bedrijfsleven? Want dan krijg je toch weer een scheve verhouding. Mevrouw HOEKSTRA: Ik ben blij dat de heer Van Hattem het verleden van het ambtenarenrecht kent, want daar ben ik dan weer minder van op de hoogte. Maar daarom wil ik dat dus juist ook niet en vraag ik het college om in kaart te brengen wat de situatie is als het gaat over hoeveel ambtenaren van ons al vrijwilligerswerk doen of die mantelzorgtaken hebben. En zou het überhaupt eventueel mogelijk zijn om daarin iets te faciliteren. Dat is de vraag. Mevrouw HENDRICKX: Ik volg deze discussie met belangstelling, maar ik ben nog een beetje op zoek naar wat het doel is. Want onderzoek en het in kaart brengen is één doel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16319061/1