CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-01-28

Gemeenteraad 25 februari 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 28 januari 202542.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Alleen voor het gebied rond station Oost, De Vliert, volgt nog een visie en daar is in de nota en in een raadsbesluit de lat al meerdere keren hoog gelegd, namelijk meer dan 80 meter en ik begreep dat we er later in 2025 ook nog over spreken. De lat ligt daar hoog, maar dat is de enige plek waar die lat eigenlijk nog echt hoog ligt. Wat D66 betreft volgen er meer plekken, maar dat is volgens mij een discussie die we breder moeten voeren, waar die plekken dan zijn. Dat kan op een later moment, bijvoorbeeld als er een nota Verdichting komt, daarin zou deze discussie goed moeten worden meegenomen, maar om mijn motie ook te richten op de huidige Omgevingsvisie is het ook van belang dat in de huidige visie toch wel wat meer kaders voor hoogbouw komen want als je op dit moment in de Omgevingsvisie zoekt, komt het woordje 'hoogbouw' één keer voor terwijl er toch al die jaren is aangegeven 'we komen daar verder op terug in de Omgevingsvisie'. Volgens mij moet er een integraal afwegingskader voor hoogbouw in die visie landen en van daaruit kunnen we ook bezien welke plekken in de stad gewenst zijn om juist goed de hoogte in te gaan. Daar wil ik het voor nu bij laten en op de andere moties kom ik mogelijk in de tweede termijn terug. De heer ROOVERS: Over de hoogbouwmotie eens en hoogbouw tegen woningnood, helemaal voor, maar soms staat hoogbouw op spanning met twee dingen.

Betaalbaarheid van wonen is het eerste en het tweede is gemeenschapszin. Dat blijkt ook uit de wijk- en buurtmonitor, een wijk als het Paleiskwartier scoort slecht op ontmoeten. Hoe kijkt de heer Van den Kerkhof tegen die spanningen aan? De heer VAN DEN KERKHOF: Allereerst zijn er voorbeelden van waar het wel kan, waar je ook betaalbare woningen in hogere torens kunt bouwen. Uzelf kent wel Willemspoort, daar zit het gecombineerd in bebouwing, maar ook als we kijken naar BrabantBad, daar komt een toren helemaal in de sociale huur. Dus het kan wel en ik ben het met u eens dat hoger niet altijd beter voor de betaalbaarheid is, maar ook die woningen hebben we nodig. Ook u staat voor een beleid waar in ieder geval misschien 15% dan wel 20% en misschien wel 30% wel in de vrije sector valt en dat heb je nodig ook voor de doorstroming op de woningmarkt. Ook voor mensen met een wat grotere portemonnee, om dan in uw woorden te spreken, moet worden gebouwd. Dus ja, het kan, je kunt ook betaalbare woningen in de hoogte bouwen en ja, er zijn ook voorbeelden van dat dit wat minder goed is gelukt. Mevrouw HENDRICKX: Ik ken u als een partij die gaat voor hoogbouw. Het lijkt soms een beetje, en dat bedoel ik niet vervelend naar u, dat het een beetje een doel op zichzelf is geworden, een doel in zichzelf, we moeten met elkaar de hoogte in. U refereerde aan de plannen bij het BrabantBad.

Ik zie dat daar een enorme toren wordt gebouwd met 75% sociale huurwoningen, maar weet u ook hoe groot die woningen worden qua vierkante meters en hebt u ideeën over hoe groot die woningen dan moeten worden, die sociale huur in die woontoren? De heer VAN DEN KERKHOF: Allereerst als het gaat over het doel op zich. Het is geen doel op zich in die zin en volgens mij is De Bossche Groenen het met D66 eens dat we binnen de bestaande grenzen van de bebouwde kom willen bouwen omdat we het groen willen sparen en het groen dat we in het buitengebied hebben willen verbeteren, daar begint het. Dat betekent dat je meer de hoogte moet gaan benutten om ook nog meer woningen te kunnen toevoegen. Hoe groot die woningen zijn, daarover hebben we in ons woonbeleid gewoon duidelijke afspraken gemaakt. Het zal voorkomen dat er kleine woningen worden gebouwd, maar goed, het gaat erom dat iedereen een dak boven zijn hoofd heeft en er is echt wel een minimum aan de oppervlakte, daar hebben we bestaand beleid voor en daar staat D66 ook achter. 27

De heer GERSJES: Ik wil me concentreren op en het hebben over onze motie 13 op de agenda. Onze motie gaat over het versterken en het opschudden van het Bossche nachtleven. Ja, dat is op dit moment niet zo heel veel en daarom is het van belang om dat in de toekomst sowieso wel in the picture te houden en daarom te linken aan de Omgevingsvisie want in de Omgevingsvisie staat geen woord over het nachtleven, de nachtvisie en een nachtbeleid. We hadden op 2 april 2024 een collegevoorstel en toen werd bepaald dat er twee Bossche nachtburgemeesters, Isa Verputten en Isa IJpelaar, onderzoek zouden gaan doen naar de ideale Bossche nachtcultuur en hoe dat eruit zou moeten gaan zien. Die twee Bossche nachtburgemeesters hebben daartoe een plan ingediend en dat dient als basis voor de nachtvisie van Den Bosch. Die nachtburgemeesters hebben in samenwerking met de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente Den Bosch, en De Nacht Wacht heet dat, een vragenlijst opgesteld. De nachtburgemeesters hebben verschillende acties gedaan om de vragenlijst onder de jongeren te verspreiden en zo'n 3400 hebben gereageerd, niet alleen jongeren, maar ook andere personen. 70% van het nachtleven is bezocht. Op dit moment is er geen nachtbeleid en geen nachtvisie, het nachtleven beperkt zich tot een drietal horecagelegenheden van diverse aard.

Jongeren willen thuis in deze stad zijn en uitgaan en niet worden gedwongen om in andere steden te moeten uitgaan. Het nachtleven is voorspelbaar, te veel van hetzelfde en saai en helaas gaan ze daardoor naar andere steden buiten Den Bosch. Wij ouderen die het nachtleven wat minder vaak bezoeken, uitzonderingen daargelaten, vinden het nachtleven gemiddeld overigens wel gezellig en toegankelijk. De nachtburgemeesters hebben nu zeer recent een actieplan, het Bossche nachtplan, opgemaakt en dat willen wij in het licht zetten. Wij van VOOR Den Bosch vinden helaas niets over het ontwikkelen en opmaken van nachtbeleid en een daarbij horende nachtvisie in de concept-Omgevingsvisie terug. De heer VAN SILFHOUT: Ik dacht, ik wacht even tot de heer Gersjes tot zijn punt komt, waarom hij het hier in deze vergadering over heeft. Vandaag hebben D66 en Volt naar aanleiding van dit prachtige rapport van de nachtburgemeesters vragen over het nachtleven in Den Bosch ingediend omdat wij net als de heer Gersjes de drang actie te ondernemen zien, we moeten op korte termijn aan de slag, maar we missen de link met de Omgevingsvisie. Kan de heer Gersjes uitweiden over waarom hij dat nu heeft ingediend? De heer GERSJES: Als ik die motie maak, weet ik weet niet dat een partij als uw partij vandaag vragen gaat stellen.

Ik richt me echt puur op deze concept-Omgevingsvisie, daar staat geen woord over het nachtbeleid en de nachtvisie in. Daarover hebben we in 2023 een motie aangenomen, prima er zullen allerlei ontwikkelingen gaande zijn, maar dan nog komt het niet terug in deze Omgevingsvisie. We hebben een toekomst, ook een toekomst voor de jeugd en ook een toekomst voor het nachtleven, daarom wil ik er hier gewoon op attenderen dat dit nu erg belangrijk is. De heer VAN SILFHOUT: Ik deel de urgentie met de heer Gersjes, maar ik denk gewoon dat dit niet de juiste plek is en ons voorstel zou zijn om even de antwoorden op de vragen af te wachten en dan met zijn allen misschien een debat te voeren over welke richting wij voor het nachtleven kiezen omdat ik denk dat het inderdaad onze volle aandacht verdient. Het rapport maakt duidelijk dat er heel veel urgentie is want jongeren vertrekken gewoon uit deze stad door het nachtleven. Zou dat niet de juiste marsroute zijn om ervoor te zorgen dat we ook rechtdoen aan de zorgen van de nachtburgemeesters? De heer GERSJES: Ik kan daar wel in meegaan, om daar het debat over te gaan voeren, maar zoals ik al eerder tegen u zei, wil ik ook wel weten of de wethouder geen bezwaar heeft waardoor dit mogelijk toch aan de Omgevingsvisie kan worden gelinkt, dan hebben we het maar op papier staan.

De heer VAN HATTEM: Ik wil de heer Gersjes toch vragen hoe hij ertegen aankijkt dat de Omgevingsvisie eigenlijk een ruimtelijk document is en de keus voor nachtleven vaak toch afhankelijk is van nachtvergunningen. Ik probeer met hem mee te denken, moet ik hem dan lezen in de zin van dat er bijvoorbeeld horecalocaties zijn die 's nachts open zijn en die bijvoorbeeld dicht tegen woonwijken aan liggen waardoor nachtlawaai en looproutes in de wijken ontstaan wat ook effect op de ruimtelijke locaties voor zulke nachthoreca heeft. Moet ik zijn motie op die manier lezen of is die anders bedoeld?

28

De heer GERSJES: U moet hem zeker niet op die manier lezen. Misschien hebt u daar zorgen over, maar op het moment dat er uitbreiding van het nachtleven zou komen en er meer horecagelegenheden komen, zou er ook nadrukkelijk moeten worden gekeken hoe de omgeving daarin wel of niet kan meebewegen. De VOORZITTER: Mijnheer Gersjes, kunt u dan niet beter meegaan met het advies van de heer Van Silfhout om het debat rondom dit thema te voeren en niet alleen vanuit het perspectief van ruimtelijke ordening, maar vanuit een breder perspectief? U hebt volgens mij geprobeerd het nu met uw motie te agenderen en voor mij is het goed om dat te doen, maar dat we het debat in de commissie verder voeren en dan vanuit alle perspectieven en niet alleen vanuit het ruimtelijke want dat is natuurlijk de onderlegger van de Omgevingsvisie. De heer GERSJES: Daar kan ik het volledig mee eens zijn. Ik breng het onder de aandacht, doe ermee wat u wilt en wethouder, zeg ervan wat u ervan wilt zeggen. De VOORZITTER: En dan volgt het debat vanzelf. De heer GERSJES: En dan volgt het debat vanzelf. Ik dank u voor uw aandacht. De VOORZITTER: Dan gaan wij even kort de avond in plaats van de nacht in en ik stel voor tien minuten, dus we komen om 21.45 uur terug. Schorsing De VOORZITTER: Dames en heren, ik verzoek u allen plaats te nemen.

De heer Van Silfhout is nu als eerste en daarna geef ik de mogelijkheid aan mevrouw Verreijt, dus na mijnheer Van Silfhout. De heer VAN SILFHOUT: Voorzitter, met de Omgevingsvisie en onze wensen en bedenkingen daarop ligt er gewoon een mooi document voor ons, een grote stip op een mooie horizon, maar de raad zou de raad niet zijn als wij toch niet in staat zijn daar nog 31 wensen en bedenkingen op in te dienen en wij als Volt hebben er ook eentje. Voor de mensen thuis wordt het vast niet makkelijker te volgen want het gaat eigenlijk helemaal niet over de Omgevingsvisie zelf, maar alle dingen die wij aandragen zijn natuurlijk wel van waarde. Voorzitter motie 14, 'Meer ruimte voor groen en natuur'. Eigenlijk is die motie drieledig. In eerste aanzet misten we eigenlijk de inzet op eigenlijk het omzetten van agrarische gronden naar natuurgronden om ook echt nieuwe natuur te creëren. Het gaat heel veel over agrarische natuur waarbij je in samenwerking met de agrariër natuur op agrarische grond gaat ontwikkelen, maar wat Volt betreft mogen we ook echt die stap vooruit zetten en ook actief natuur gaan aanleggen. Vandaar dat we die motie indienen, dit is dictumpunt 1. Dan dictumpunt 2, dat gaat over op zoek naar nieuwe plekken voor meer bossen. Heel duidelijk, er moeten in Nederland gewoon meer bossen komen, we hebben een gigantisch bossentekort.

Op dit moment heeft de Omgevingsvisie daar geen uitspraak over gedaan en zoals in de commissie aangekondigd willen we dat daar gewoon weer naar gezocht gaat worden. We hebben het heel simpel gehouden, zoek nou naar plekken voor nieuwe bossen. Dan puntje 3, die is iets aangepast ten opzichte van de versie die u hebt gezien. Ik zie een interruptie voorzitter. De heer VAN DEN KERKHOF: De heer Van Silfhout geeft aan dat hij hem heel simpel heeft gehouden en zoals u het zegt, denk ik dat het inderdaad simpel is, maar ik lees toch iets meer dictumpunten ook over stikstof et cetera. Maakt u uw oproep daarmee niet onnodig ingewikkeld, is de oproep niet wat u net schetste? De heer VAN SILFHOUT: Nee voorzitter helder. Ik was net bij mijn puntje 3 dat hierover gaat. Die is namelijk gewijzigd en ik neem aan dat u nog de oude versie bekijkt en niet de nieuwe versie hebt gezien.

Ik heb dat puntje na wat feedback van deze en gene ook wat aangepast omdat het inderdaad jammer zou zijn als andere punten het niet zouden halen op het moment dat je over stikstof heel ver gaat, dus puntje 3 van het dictum is nu dat we op zoek willen naar eigenlijk meer informatie over het stikstofdossier, wat vandaag eigenlijk ook al in de schriftelijke vragen aan de orde kwam, dat we gewoon willen worden geïnformeerd als dat dossier wijzigt en dat we het weten als wij als gemeente meer knoppen krijgen om aan te draaien. Dus die is aangepast, dus dat ben ik ook met u eens. Voorzitter, nog een interruptie. 29

De heer BOS: Als mijnheer Van Silfhout zegt dat er te weinig bossen zijn, wordt het bijna persoonlijk. Hoe moet ik het tweede dictumpunt lezen in verhouding tot het klimaatbos dat we aanleggen en ook de verschillende voedselbossen die we als gemeente ondersteunen, hoe moet ik die ten opzichte daarvan zien? De heer VAN SILFHOUT: Het klimaatbos is specifiek één plek, daar is eigenlijk in het verleden een zoekgebied geweest waarvan dit college volgens mij in het bestuursakkoord heeft gezegd 'daar gaan we een klimaatbos aanleggen' omdat ze dat volgens mij voor De Groote Wielen wilden teruggeven, maar u weet beter dan ik hoe dat precies is geregeld. We zijn sowieso groot voorstander van voedselbossen en we zijn nu echt op zoek naar die nieuwe stukken natuur en de Omgevingsvisie spreekt zich wat ons betreft nog niet voldoende uit over dat we echt ook een stuk bos gaan aanplanten voor die verrijking van onze natuur. Dus kwalitatief een bos en niet zozeer alleen maar een bos ter compensatie van windmolens, laat ik het zo zeggen, maar ook echt die stip op de horizon, dat dit ook is waar we als gemeente heen willen, dat we in onze gemeente meer bossen aanleggen. Volgens mij is het meeste over die motie gezegd en ik zou zeggen, stem er vooral op, maar wel daarbij de kanttekening, want het ging inderdaad veel over stikstof...

Ik vond het citaat van de heer Van Hattem net wel mooi, een weg van niks naar nergens, we hebben vandaag in het interruptiedebatje gemerkt dat we inderdaad qua stikstof op een weg van niks naar nergens zitten, het huidige kabinet doet er ook vrij weinig aan dat op te lossen en dat leidt gewoon tot schrijnende situatie in de gemeente. Het blijft voor ons wel van uitermate belang dat we daar als gemeente in blijven handelen om het beste te doen wat we kunnen doen binnen het mandaat dat we hebben. We kunnen het ons namelijk niet veroorloven dat onze bouwprojecten stil komen te liggen. Dan voorzitter een aantal moties van andere partijen waarop ik graag wil ingaan. Het vorige interruptiedebatje, toen ik daar nog zat, ging over het nachtleven en dat lijkt ons niet passen bij de Omgevingsvisie. We hebben daar vragen over ingediend en dit lijkt ons gewoon het verkeerde moment en de verkeerde tijd, wat hetzelfde is. Dus voorzitter, wat ons betreft gaan we niets met die motie doen. Dan de motie over de Bossche Mix, een prachtige motie van de SP, maar wel de nuance dat de Bossche Mix ook niet heiligmakend is.

Daarin staat dat we 30% sociaal bouwen en we zien dat de realiteit is dat we al 35% sociaal bouwen, oftewel de Bossche Mix is al achterhaald, maar als het gaat over de rijkere wijken is hier natuurlijk niets waar van, dus we staan van harte achter de motie, maar wel die nuance erbij. Motie 29 gaat over SMR's, small modular reactors, kleine kerncentrales. We zijn blij met de draai van de PVV, die in de commissie nog aangaf niet binnen de gemeentegrenzen te willen gaan bouwen en nu zegt in de motie 'doe dat vooral wel', daar zijn we blij mee. De heer VAN HATTEM: Ik wil het even verduidelijken. Er is geen sprake van een draai, we hebben in de commissie gezegd dat wij geen kerncentrales in de klassieke zin willen bouwen omdat de rijksoverheid daarvoor gewoon vaste locaties heeft aangewezen en er zijn wel mogelijkheden voor de small modular reactors, die kunnen heel klein worden toegepast op bestaande bedrijventerreinen en andere locaties. We zien op dit moment een klassieke kernreactor niet zitten, maar dit soort ontwikkelingen juichen we juist van harte toe. De heer VAN SILFHOUT: Precies en deze ambitie delen wij behalve dat dit toen in het commissiedebatje niet echt helder werd en ik ben blij dat nu helder is dat u hier wel voor bent. De heer VAN HATTEM: Dat was de bedoeling in ieder geval.

De heer VAN DEN KERKHOF: Begrijp ik het goed dat Volt voorstander is van het aanwijzen van een plek voor een kernreactor op een nieuw bedrijventerrein? De heer VAN SILFHOUT: Ik had mijn punt nog niet eens gemaakt en ik wil best mijn punt maken, ik denk dat uw vraag daarmee wordt beantwoord. Ons punt is namelijk… We hebben hierover in de commissie al gedebatteerd en daar was het antwoord van de wethouder 'deze visie gaat over 25 jaar', maar het is geen vast document voor 25 jaar. We kunnen het elke vijf jaar bijstellen en op dit moment zijn small modular reactors, kleine kerncentrales, niet zo'n urgent en actueel onderwerp dat ze het verdienen om in de Omgevingsvisie opgenomen te worden, zoals de wethouder zegt. Daar zijn wij het eigenlijk ook wel mee eens, dus onze visie op deze motie is dat die te voorbarig is. Wij zijn zeker voor het toepassen van kleine kernreactoren als die techniek zo ver is om dat te doen en dat is denk ik eigenlijk een antwoord op uw vraag. 30

De heer VAN DEN KERKHOF: Dan toch een vervolgvraag op wat Volt dan vindt, los van of dat nu in de Omgevingsvisie moet landen. Begrijp ik het goed dat u voorstander bent van een kernreactor, kleine kernreactors, op Bossche bedrijventerreinen, nieuwe bedrijventerreinen en bent u er ook van op de hoogte dat er op dit moment maar één nieuw bedrijventerrein in de planning zit, namelijk Heesch West, bent u er voorstander van om daar al te gaan zoeken naar een plek voor een kernreactor? De heer VAN SILFHOUT: Hier zit precies het probleem waarom u zegt dat sommige discussies neven aan de Omgevingsvisie zijn, omdat dit zo'n discussie is, maar ik ga er toch een beetje op in. Het gaat mij niet zozeer om op welk bedrijventerrein het komt want het hele idee van bedrijventerreinen en of kernreactoren daar landen, zijn discussies die wij op dit moment nog niet kunnen voeren. Waarschijnlijk komt hij ergens in de buurt van het water want kernenergie heeft veel water nodig, dus dat heeft dan ook weer impact, komt het wel op een bedrijventerrein of heel ergens anders en hoe zie je dat binnen de gemeente? Dus ik vind die discussie te voorbarig omdat de techniek nog niet zo ver is om het te kunnen uitvoeren, maar Volt is natuurlijk wel voorstander van het opwekken van energie, dat zit ook in de naam Volt, en ook van deze vorm, van kernenergie.

Voorzitter, dit was ook mijn bruggetje want ik had het er net over dat 25 jaar vooruitkijken niet betekent dat je 25 jaar de visie niet kunt veranderen, naar de motie van de VVD over de vervoermiddelen. Die motie vraagt om daar wel 25 jaar vooruit te kijken en alvast te verankeren dat elke nieuwe vorm van mobiliteit nu al in de Omgevingsvisie wordt meegenomen, dat we daar altijd achter gaan staan. Dat lijkt me voorbarig want als over vijf jaar blijkt dat er een doorbraak is, ik betwijfel het, op de hyperloop dan kunnen we over vijf jaar zeggen 'laten we het in de Omgevingsvisie opnemen'. Dus die motie is voor mij eigenlijk van hetzelfde laken een pak, dat we in de Omgevingsvisie niet zover vooruit kunnen en hoeven te kijken. De heer BROEKMEULEN: Even een klein nuanceverschil want de heer Van Silfhout geeft aan dat… Er is inderdaad een verschil tussen rekening houden met alle mogelijkheden, inclusief degene die we nu hebben en degene die we ontwikkelen, en 'we weten nog niet wat er gaat komen', ziet de heer Van Silfhout dat ook zo? De heer VAN SILFHOUT: Nee, zo zie ik het niet. Voor mij is de motie eigenlijk inderdaad af te pellen tot de toekomst, we kunnen de visie aanpassen maar de toekomst weten we nog niet, en het stukje dat we nu al hebben.

Als ik hem dan afpel, kom ik tot de conclusie dat deze motie eigenlijk alleen zegt 'houd die auto nou in stand' en dat is niet een motie die Volt gaat steunen, dat lijkt ons een stapje terug in het verleden. Dat was onze lezing van de motie en ik denk dat u daar een andere lezing op hebt, maar ik denk niet dat deze motie in deze hoedanigheid er echt voor gaat zorgen dat we qua vervoer, behalve de auto in stand houden, als stad echt een ontwikkeling gaan doormaken. Dan nog een paar opmerkingen over een hele zwik moties die graag terug willen naar vroeger, met name de motie van de PVV, meer ruimte voor de auto, weer terugtrekken achter de vesting door te zorgen dat nieuwe inwoners hier niet meer welkom zijn, maar alle mensen van de eigen gemeente en nee tegen windturbines. Dat lijkt ons te veel terug naar vroeger en daar zijn wij niet zo van. De heer VAN HATTEM: Ik denk dat de heer Van Silfhout doelt op de voorrang voor eigen inwoners bij woningtoewijzingen. Dat is niet bedoeld om alleen maar mensen binnen de vesting te houden of zo, maar het gaat er uiteindelijk om, Oss heeft ook een dergelijk concept neergelegd en de gemeente Sint-Michielsgestel heeft nu ook belangstelling voor een dergelijk concept, dat juist jongeren in hun eigen dorp kunnen blijven wonen, dat daar juist een voorrang voor wordt gecreëerd, zodat die dorpen ook gewoon in de sociale context leefbaar blijven.

De VOORZITTER: Nu krijgen we weer een inhoudelijk debat over een thema dat een afgeleide is van de Omgevingsvisie in plaats van dat het gaat om wensen en bedenking bij de Omgevingsvisie. Dit is wat ik bedoel. U kunt het agenderen om het een keer verder te bespreken en daarmee kun je de motie in stand houden, maar het is niet de bedoeling om nu een zwaar inhoudelijk debat over dat thema te voeren. De heer Van Silfhout. De heer VAN SILFHOUT: Nee voorzitter, dat was ook niet mijn bedoeling. Wij zeggen namelijk ook bij de Woonvisie en bij andere onderwerpen die ter sprake komen dat wij niet zo'n fan zijn van alleen maar naar de eigen inwoners kijken. Dat blijft ons standpunt, dus we kunnen niet voor die motie zijn. Bij De Bossche Groenen vraag ik me nog één ding af. In het debat bracht De Bossche 31

Groenen heel sterk dat die eigenlijk een rem op de groei wil, maar ik zie ook een motie die een lightrail wil en volgens mij is dat juist een aanjager van groei. Ik vraag me af hoe ik dat moet lezen, dat je zowel de groei wilt aanjagen als eigenlijk een rem erop, ik ben heel benieuwd naar de bijdrage en hoop daar dan graag meer over te horen. Mevrouw VERREIJT: De concept-Omgevingsvisie zet mooie stappen richting een toekomstbestendige gemeente en in de Omgevingsvisie lezen we veel punten waarin wij ons als Rosmalens Belang kunnen vinden. Op twee onderwerpen willen we graag nog wat toevoegen, we hebben dit al in de commissie besproken en daarom zal ik het kort houden. Onze eerste motie die tekstueel iets is gewijzigd en nu in NotuBiz staat, gaat over het behouden en versterken van karakter in dorpen en wijken. Het unieke karakter van onze leefomgeving, van de historische straatjes tot de sociale structuren dragen bij aan de identiteit en de leefbaarheid van onze gemeente. Dit karakter mag niet verloren gaan door de groei van onze gemeente. We vragen het college om bij gebiedsontwikkelingen expliciet te waarborgen dat deze passen bij de unieke kenmerken van onze wijken en dorpen en inwoners hier actief bij te blijven betrekken. Onze tweede motie richt zich op groene ontmoetingen.

Parken, verbindingsroutes en natuur zijn niet alleen plekken om te ontspannen, maar ook om elkaar te ontmoeten. We zien graag echte parken en we zien graag toegankelijke natuurgebieden, zodat ook mensen die moeilijk ter been zijn of een hulpmiddel nodig hebben, kunnen genieten van al het moois dat onze gemeente heeft te bieden en nee, dan moet je natuurlijk niet denken dat we alles willen asfalteren en dat elk gebied volledig moet worden ingericht op ontmoeten, maar we kijken bijvoorbeeld naar de zandverstuiving, een gebied dat niet direct voor iedereen toegankelijk is, maar ook naar het rondje Groote Wielen dat nu meer een U dan een rondje is. Met respect voor de natuur moeten we zoeken naar mogelijkheden om de natuurbeleving toegankelijker te maken zonder het evenwicht te verstoren. Mevrouw HENDRICKX: Ik hoor u ook nu weer over balans tussen aan de ene kant natuur en toegankelijkheid van de natuur en aan de andere kant lees ik uw motie ook zo dat u eigenlijk zegt 'we willen wel bouwen, maar ook het dorpse karakter behouden'. Ja, soms kun je niet allebei willen, soms moet je keuzes maken, zo kijk ik naar de visie die nu voorligt.

Zou u niet moeten zeggen 'als we het dorpse karakter willen behouden, zouden we misschien niet moeten kiezen voor uitbreiding aan de kant van Nuland', zou u niet wat nadrukkelijker kunnen meegeven wat u wilt want als ik uw motie lees, lijkt het best wel lastig om dat dorpse karakter te behouden als ik kijk naar de plannen die er voor die kant Den Bosch liggen. Mevrouw VERREIJT: Begrijp ik het goed dat u nu specifiek vraagt naar de situatie in Nuland of is het breder dan dit? Mevrouw HENDRICKX: Breder dan alleen Nuland. Mevrouw VERREIJT: Oké. Voor ons is het belangrijk dat de eigenheid van een dorp of een wijk in stand blijft. Op het moment dat je een grootschalige woningbouwopgave hebt dan is er natuurlijk een uitdaging en daarom hebben we ook deze motie ingediend, maar wat ons betreft kan dit naast elkaar bestaan, zeker. Mevrouw HENDRICKX: Hoe ziet u dat dan concreet voor zich? Er wordt flink gebouwd, u zegt het dorpse karakter te willen behouden en u schrijft een mooie motie, in wat voor maatregelen wilt u dat dan terugzien of hoe wilt u dat dan gerealiseerd hebben, waar denkt u dan aan? Mevrouw VERREIJT: U vraagt nu naar de motie over het karakter van wijken en dorp en niet naar de motie over de groene ontmoetingen? Mevrouw HENDRICKX: Nee, het gaat over het dorpse karakter behouden.

Hoe ziet u dat voor u, aan wat voor maatregelen, voorbehouden of dingen die u anders wilt, moeten we dan denken? Mevrouw VERREIJT: Wij vinden het vooral belangrijk dat er een integrale afweging wordt gemaakt vanuit ook de ambtelijke organisatie en de wethouders op het moment dat er een gebiedsvisie komt, hoe dat dan bij elkaar past, dat is voor ons een belangrijke, en waarbij je dan elke keer als afweging kijkt of dit nog bij het dorp en bij de wijk past. Daarom vinden we het ook belangrijk dat eerst de identiteit van het dorp en de wijk in kaart wordt gebracht; hoe ziet Nuland eruit, hoe ziet Bokhoven eruit, hoe ziet de Maaspoort eruit, zodat wij als raad daarna ook beter kunnen afwegen of 32

dat dan inderdaad behouden blijft. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik heb een vraag over motie 16, 'Natuurgebieden inclusiever en toegankelijker maken'. Wij zijn ook helemaal voor inclusie en toegankelijkheid en ik ben heel blij dat u benoemt dat u niet alle natuurgebieden wilt asfalteren, dat is hartstikke mooi maar daar toch wel even een vraag over. Wat moet ik me erbij voorstellen dat u de Zandverstuiving Rosmalen toegankelijk wilt maken want ik ben dan toch een beetje bang, welke ruimte bieden we dan voor een heel asfaltpad, om het even gechargeerd te zeggen. Kunt u mij dat een beetje schetsen? Mevrouw VERREIJT: Jazeker. Als we het bijvoorbeeld hebben over het Bossche Broek, dat is deels verhard en niet met asfalt, maar met, hoe noem je dat, halfbestrating geloof ik of halfverharding. Halfverharding, prima. Zo zien we bijvoorbeeld ook de zandverstuiving. Even heel praktisch, als je nu naar de zandverstuiving gaat dan moet je daar een best drukke weg over en dan heb je zand. Als jij met een rolstoel bent, je bent slechtziend of je hebt een kinderwagen dan kun je het pad niet op, dat is dan echt een onverhard pad. Ik moet heel eventjes bedenken of je daar met een rolstoel op zou kunnen, dat weet ik heel even niet, maar in ieder geval kun je er niet komen en daar zit ook een stukje toegankelijkheid, dat je wel daadwerkelijk in een natuurgebied moet kunnen komen.

Dat is het stukje zandverstuiving. Kan ik het voorbeeld van De Groote Wielenplas... Mevrouw SAMSHUIJZEN: Nog een verduidelijkende vraag. Ik ben wel blij met het antwoord van collega Verreijt hoor, maar ik vind het toch een beetje spannend welke ruimte we daarmee bieden en wat voor vrij spel we ervan maken dat er op allerlei manieren toch kan worden ingegrepen, welke afwegingen worden er dan gemaakt? Geeft zoiets niet aanleiding om juist te verzoeken om met voorstellen daarvoor naar de raad te komen zodat we daar met zijn allen nog wel even kritisch naar kunnen kijken, die natuur vinden we volgens mij allemaal heel belangrijk, en dat we daar dan als raad afwegingen in kunnen maken, hoe kijkt u daar tegenaan? De VOORZITTER: Even voor de helderheid van het proces. U geeft nu wensen en bedenkingen en als u dit accordeert als uw wensen en bedenkingen, moet het nog terugkomen in uw raad. Dan hebt u daar in juni a.s. een discussie over en dan zou dit bijvoorbeeld onderdeel van die discussie kunnen zijn. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dit gaat erom hoe collega Verreijt verzoekt om een aanpassing in de Omgevingsvisie te doen. De VOORZITTER: Uw wensen en bedenkingen hè. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik denk dat het wel nuttig is om te weten hoe het gebeurt als wordt verzocht tot een aanpassing. Mevrouw VERREIJT: Volgens mij heeft de voorzitter het antwoord al gegeven.

Het is inderdaad een wens die wij hebben en we vragen niet om alles te verharden, we vragen het mee te nemen. De heer VAN HATTEM: Ik denk dat het een legitieme wens is als daarvan ook onderdeel uitmaakt dat je de natuurgebieden toegankelijk houdt met ook bijvoorbeeld parkeerplaatsen en dat het niet zoals bijvoorbeeld de provincie nu wil het onmogelijk wordt om met de auto bij een natuurgebied te komen. Past het ook bij deze motie om met de auto bij natuurgebieden te kunnen parkeren om ze op die manier ook toegankelijk te houden? Mevrouw VERREIJT: Dat is niet hoe we de motie hebben ingestoken. Het is echt de bedoeling dat je het gebied in kunt. Met deze motie willen wij ervoor zorgen dat onze gemeente niet alleen groeit, maar ook haar unieke karakter en sociale verbinding behoudt, groeien en bloeien moeten hand in hand kunnen gaan. Dan benoem ik nog even heel kort de moties die wij zullen steunen. Moties 8 'Grondbeginselen van ontmoeten', motie 9 'Gezond voedselaanbod', motie 11 'Station Maaspoort', motie 12 'Een visie op hoogbouw', motie 14 'Meer ruimte voor groen' en motie 17 over de bereikbaarheid. Wij zullen de andere moties niet steunen omdat die minder bij ons als partij passen, maar voor sommige moties wachten we ook nog eventjes de reactie van de wethouder af. Mevrouw HENDRICKX: Nog één vraag over het dorpse karakter en de motie Hoogbouw. Ik 33

wilde de vraag net al stellen, als u denkt aan het dorpse karakter, is dat bijvoorbeeld voor u wel of geen hoogbouw want ik kan me voorstellen dat het misschien een motie zou kunnen zijn waarvan u zegt 'de hoogbouw willen we niet laten landen in Rosmalen, Vinkel of Nuland'. Hebt u daar ideeën over? U steunt het voorstel. Mevrouw VERREIJT: Het klopt dat we het voorstel steunen. De motie roept nu vooral op tot een stukje verdichting en we vinden het wel belangrijk dat we het met elkaar hebben over hoe we gaan verdichten. Als het inderdaad een motie Hoogbouw zou zijn waarin zou staan 'we gaan met zijn allen de hoogte in, we gaan naar 80 meter' dan zouden wij daar anders tegenover staan. Mevrouw HENDRICKX: Betekent dit voor u dan dat dit stukje verdichten ook in Nuland, Vinkel en Rosmalen door middel van hoogbouw zou kunnen, is dat iets waar u dan ook ruimte voor wilt bieden? Mevrouw VERREIJT: Niet de 80 meter. De heer BROEKMEULEN: Ik kan het kort houden want wij hebben één motie ingediend en die kan ik even kort toelichten. Het gaat in feite over mobiliteit en ik geloof dat het mevrouw Samshuijzen was die vanavond tegen de heer Van Creij zei 'laten we ons vooral focussen op wat we willen en niet op hoe we dat gaan doen omdat 25 jaar vooruit veel te ver is'.

Wat dat betreft hebben we ook gezegd, dat is voor ons het centrale zinnetje in het bestuursakkoord, 'Iedereen kan het vervoermiddel kiezen dat het beste bij de reis past'. Als we nu kijken naar wat er in deze Omgevingsvisie staat dan vinden wij de paragraaf over vorstelijk verbinden iets te concreet op het middel en te weinig op het doel. Vandaar dat wij in deze motie oproepen: focus meer op de bereikbaarheid en niet op welk middel we daarvoor gebruiken en houd er daarbij ook rekening mee dat we nu een aantal vervoermiddelen gebruiken, maar dat het zomaar kan zijn dat er de komende 25 jaar andere worden gebruikt. Als historicus zou ik zelf ook bijvoorbeeld het verschil tussen 1936 en 1961…. Sorry. De heer VAN SILFHOUT: Die redenering volg ik gewoon niet helemaal omdat er heel duidelijk in de motie staat dat we elke vorm van vervoer die we nu al hebben krachtig in stand moeten houden, ongeveer in die bewoording, dat dit heel belangrijk is, dat we geen vervoermiddel aan de kant zetten en dat past niet bij het verhaal dat ik hoor: nee, het gaat over de bereikbaarheid en de manier waarop maakt niet uit. Als je wilt vasthouden aan alles wat er al is dan doe je dat niet. Kunt u mij helpen die motie te begrijpen? De heer BROEKMEULEN: Dat kan, ik ga het in ieder geval proberen.

Het idee is in feite dat… Zoals ik al zei, gaat het er eigenlijk om dat mensen zo snel en veilig mogelijk van A naar B kunnen en dat ze zelf kunnen uitmaken welk vervoermiddel ze daarvoor gebruiken. Nu hebben we daarvoor een aantal vervoersmodaliteiten en wij zeggen dat daar in de toekomst vervoermiddelen bij kunnen komen of dat het kan zijn dat andere minder… Dat kan schommelen, maar houd er in ieder geval rekening mee dat alle opties die mensen willen kiezen gewoon openblijven zolang ze die willen gebruiken, dat mensen zelf die keuze maken in plaats van dat wij hen dat opleggen. De heer VAN SILFHOUT: Dan zou het toch ook zo kunnen zijn dat er een optie van tafel gaat want deze motie lijkt te impliceren dat alles maar op tafel moet blijven liggen en dat volg ik niet als dit uw verhaal is want dat kan ik volgen, maar de motie niet. De heer BROEKMEULEN: Dat probeerde ik met die laatste zin uit te leggen, dat we als gemeente niet gaan opleggen 'gij zult vervoermiddel A of B gebruiken', maar dat mensen langzaamaan zelf kiezen. Als je kijkt naar voorbeelden in andere steden dan zie je langzaamaan voorbeelden komen, in Parijs zie je heel veel elektrische stepjes komen. Dat is een keuze die mensen zelf hebben gemaakt, die werden aangeboden en die voorzien in een behoefte.

Daar heeft de gemeente niet gezegd 'je zult die step gebruiken', maar die step wordt gebruikt omdat mensen dat de makkelijkste manier vinden om van A naar B te gaan, dat is het idee. In deze visie staat nu heel erg 'we gaan de middelen A en B heel veel en C minder gebruiken', maar wij zeggen 'volgens mij is het niet aan ons als gemeente om dat op te leggen, maar moeten we faciliteren wat de mensen zelf kiezen' omdat zij zelf het beste kunnen zien wat zij in hun leven nodig hebben om van A naar B te gaan.

34

De heer VAN SILFHOUT: Daar is een groot verschil van inzicht tussen Volt en de VVD, wij hebben wel degelijk een rol in het sturen in waar we naartoe moeten en wat we niet meer willen want sommige dingen zijn vervuilend, die kunnen in de toekomst niet meer en ik vind het jammer dat deze motie lijkt te impliceren dat we zelfs daaraan moeten vasthouden ook al kunnen dingen in de toekomst gewoon niet meer. Dat daar tegenover gezet. De heer BROEKMEULEN: Staat genoteerd. Mevrouw HENDRICKX: Op zich is dit een logische motie van de VVD, zo ken ik u ook als een partij die opkomt voor de auto, maar als ik naar de Omgevingsvisie kijk, is die echt doorspekt met kiezen voor alternatieven, dus niet meer een auto voor de deur en kiezen voor wijken zoals De Vliert waar we buiten de wijk gaan parkeren, de parkeernorm naar beneden. Ja, zoals ik het lees, is het eigenlijk een Omgevingsvisie die echt kiest voor een ander vervoermiddel dan de auto. De vraag aan u. U komt met een motie en is de Omgevingsvisie zoals die nu voorligt wel een Omgevingsvisie die past in de lijn zoals u kijkt naar het mobiliteitsvraagstuk want het zit veel breder in de Omgevingsvisie dan alleen maar wat meer ruimte voor de auto, er wordt gekozen voor de auto laten staan en openbaar vervoer. De heer BROEKMEULEN: Ik probeerde het net al uit te leggen.

Voor ons gaat het er vooral om dat mensen zelf hun vervoermiddel kunnen kiezen, of dat nou het ov, de fiets of de auto is of dat je het te voet wilt doen, je de trein pakt of er nog iets komt wat we nog niet allemaal kunnen voorzien, dat maakt ons helemaal niet uit. Daarvan hebben wij gezegd dat wij dit willen aanpassen omdat het er nu te concreet in staat. Als mevrouw Hendrickx vraagt of wij dat anders in deze visie willen zien, dat is de reden dat wij deze motie indienen. Mevrouw HENDRICKX: Een aanvullende vraag. Volgens mij stoelt deze Omgevingsvisie op wijken waarin we niet meer voor de deur kunnen parkeren, maar waar de auto op afstand komt bijvoorbeeld in een parkeerkrat zoals op De Vliert. Is die nieuwe parkeergedachte, niet meer de auto voor de deur, iets waar de VVD 'ja' tegen zegt, want dat zit gewoon in deze Omgevingsvisie. De heer BROEKMEULEN: Ik wil het best nog een keer uitleggen, maar voordat we inderdaad in herhaling vallen. Op het moment dat je nu al met het oog op de toekomst dat soort keuzes gaat maken, ontneem je eigenlijk de mensen de vrijheid om die keuze te maken, dus wij zeggen: doe dat niet. De heer VAN HATTEM: In het verlengde daarvan.

De heer Broekmeulen zegt terecht dat je zelf het vervoermiddel moet kunnen kiezen, maar betekent dat ook je het vervoermiddel dat je kiest ook op die manier kunt gebruiken, dat daar ook de ruimte voor wordt geboden, bijvoorbeeld door geen knippen in de ring om de binnenstad aan te leggen en niet overal parkeerplaatsen weg te halen? Wordt die ruimte ook geboden, zodat je dat vervoermiddel ook in vrijheid kunt kiezen? De heer BROEKMEULEN: Dat is wel het uitgangspunt. Dat is een heel kort antwoord. De heer ROOVERS: Volgens mij zien we hier een draai van de VVD als het gaat over het autoluw maken van de binnenstad. Natuurlijk is de keuzevrijheid van mensen om hun vervoermiddel te kiezen en te kopen één ding, maar we hebben een publieke ruimte met elkaar te delen en we moeten constateren dat sommige vervoermiddelen zoals de auto in dichtbebouwd gebied zoals de binnenstad en de wijken daaromheen heel veel overlast veroorzaken. Een individuele keuze is één ding, maar rekening houden met overlast is iets anders en dat betekent natuurlijk wel dat we als gemeente al een aantal jaren zeggen dat het in en rond het centrum wat minder met de auto moet en dat daar wat meer ruimte voor de voetganger en de fiets moet zijn. Is dat uitgangspunt in tegenspraak met uw motie of niet? De heer BROEKMEULEN: Voordat we nu inderdaad van een visie voor de komende 25 jaar naar het debat van december jl.

teruggaan. Ik merk hier in de discussie dat we steeds meer naar detailniveau gaan waarvan wij in deze motie juist proberen weg te blijven. We hebben daarom namelijk geen specifieke vervoermiddelen die we stimuleren genoemd, maar juist inderdaad gewoon dat mensen zelf hun eigen keuze kunnen maken. Wat de heer Roovers nu eigenlijk zegt over de auto en de overlast is wel heel erg geredeneerd vanuit heden ten dage en dat kan zomaar veranderen, bijvoorbeeld doordat auto's zelfstandig kunnen gaan rijden, dan krijg je een andere 35

manier van hoe die auto's over de weg bewegen en hoe dicht ze op elkaar kunnen rijden en zo krijgt zo'n rijbaan ook een hogere capaciteit. Dat zeg ik even uit het hoofd, maar er zijn ook dingen die ik niet kan voorzien. Wij proberen juist voorbij de waan van de dag te kijken naar verder vooruit en daarom zijn er inderdaad geen specifieke vervoermiddelen genoemd. De heer ROOVERS: De laatste vraag en laat ik het dan zo algemeen mogelijk stellen. Als auto's of bijvoorbeeld deelscooters, ik zeg maar iets, overlast in de openbare ruimte veroorzaken, zorgen voor verkeersonveiligheid en het minder prettig maken voor voetgangers en fietsers, kan de gemeente dan volgens de VVD de ruimte waar auto's of deelscooters mogen rijden beperken? De heer BROEKMEULEN: Dat is best een ingewikkelde vraag die wel heel lastig is om hier zo plat te beantwoorden. Het komt er uiteindelijk op neer dat… Dit is altijd een discussie, als je maximale verkeersveiligheid wilt dan blijven we met zijn allen thuis, dat is ook altijd een afweging die je maakt.

Daarbij komt ook een stukje definitie kijken, wanneer vind je iets overlast veroorzaken en wat vind je daarvoor een oplossing en daar zie je eigenlijk gewoon vaak de ideologie van verschillende partijen naar voren komen, de een zal zeggen 'we vinden dat er te veel auto's zijn die zorgen voor overlast en je staat in de file dus er moeten minder auto's komen', om even dat voorbeeld te gebruiken, en anderen zeggen 'misschien moet je naar andere oplossingen kijken'. De heer ROOVERS: Dit is de derde, de laatste. Dat laatste heb ik gemerkt, dat verschillende partijen daar anders naar kijken, maar mijn vraag is hoe de VVD en met name hoe deze motie daarnaar kijkt, hoe moet ik die motie lezen? De heer BROEKMEULEN: Sorry, kunt u dat iets verder specificeren? De heer ROOVERS: U schetst heel mooi dilemma's en u zegt inderdaad dat partijen daar verschillend naar kijken. We merken dat partijen daar verschillend naar kijken en dat gaan we in 2025 waarschijnlijk nog veel merken waarschijnlijk, maar het dilemma, kan de gemeente op sommige momenten zeggen 'de auto moet ruimte inleveren ten bate van anderen', is die uitspraak in strijd met de motie die hier ligt? De heer BROEKMEULEN: Ook dat is weer een nuancevraag.

Wij zeggen natuurlijk inderdaad dat elke vorm een maximale stimulans vraagt, maar de heer Roovers merkt inderdaad wel terecht op dat er beperkt ruimtegebrek is, dus uiteindelijk komt het erop neer dat die totale mix die we gebruiken… Eigenlijk zeggen we dat we geen overlast willen en dat iedereen wel zijn eigen keuze kan maken en die mix, die totaalmix, streven we na. Daar kunnen individuele maatregelen bij komen, dat je bijvoorbeeld zegt 'daar mag je met de fiets niet meer komen' of de bus komt daar niet meer, dat kan. Dat kunnen we nu niet voorspellen, maar het is uiteindelijk wel de bedoeling dat het een optimale mix wordt. Die streven wij na, maar we vinden het op dit moment nog iets te vroeg om iets te zeggen over hoe we daar de komende 25 jaar komen. Mevrouw HENDRICKX: U maakt het helemaal mooi klaar, als je er met de fiets niet meer kunt komen. Ik ken overigens geen enkele straat in Den Bosch waar dat niet kan. Even alle gekheid op een stokje, in de lijn die de heer Roovers volgens mij ook probeert aan te geven, in deze Omgevingsvisie worden fundamenteel andere keuzes gemaakt als het gaat om de verkeersmodaliteiten. Er wordt afgestapt van de auto en de schaarse ruimte wordt toegekend aan fiets, voetganger en openbaar vervoer. Als u daar fundamenteel anders naar kijkt dan moet u zeggen 'dan stemmen wij niet in met deze Omgevingsvisie want dat is niet onze visie'.

Dan bent u duidelijk, maar nu komt u met een verhaal van… Ja, ik hoop voor u dat uw motie wordt aangenomen, maar ik vrees van niet en wat gaat de VVD dan doen, gaat u dan actief met uw wethouder die visie uitvoeren, komen er voorstellen die u steunt of zegt dan 'daar zijn wij niet…, wij doen niet mee'. Hoe kijkt u daar tegenaan? De VOORZITTER: Het zijn wensen en bedenkingen hè. De heer BROEKMEULEN: Ja voorzitter, u haalt me de woorden uit de mond want ik denk dat mevrouw Hendrickx de procedure dan misschien niet helemaal helder heeft want we hebben het hier vanavond over een concept, wij geven wensen en bedenkingen mee en dit zijn onze wensen en bedenkingen die wij meegeven. Ja, duidelijker kan het niet worden. Dank u wel voorzitter.

36

Mevrouw HENDRICKX: Natuurlijk gaat het over wensen en bedenkingen maar laten we wel realistisch zijn, op het moment dat je je niet kunt vinden in het plan dat nu voorligt, is dat ook duidelijk hè, dan dat je daar probeert aan te morrelen, maar we zullen kijken wat er straks van de voorstellen overblijft. Wij zullen ons richten op de moties die wij hebben voorbereid. De eerste motie die wij indienen is naar aanleiding van klimaat- en productiebossen. De gemeente beschikt over nogal wat hectare ruilgronden en wij zouden graag kijken of we productiebossen op die ruilgronden kunnen realiseren, die dragen bij aan het reduceren van de CO2 en we hebben een stevige ambitie als het gaat om klimaat, dus wij zouden daarvan graag wat in de definitieve Omgevingsvisie terug willen zien. Voorzitter, dan de tweede motie die gaat over behoud open kampenlandschap boszone Hooge Heide-midden. Die staat op het lijstje van moties die niet terug zouden komen in de Omgevingsvisie. Wij denken daar anders over want dit gaat over het bebouwen van het kampenlandschap aan de kant van de Hooge Heide en wij denken dat we dat juist voor de recreatieve functie en de biodiversiteit open zouden moeten houden. Het is een uniek kampenlandschap en ga daar niet superlandelijk bouwen, maar behoud dat juist voor de mensen die in de stad wonen als uitloopgebied, als recreatiegebied en niet voor verdere verstening.

De heer VAN HATTEM: Een interruptie. Op zich is dit een terechte wens van De Bossche Groenen, maar ik vind dat het zich moeilijk verhoudt tot de eerder door De Bossche Groenen geuite wens om een nieuwe kern tussen Vinkel en Nuland te ontwikkelen wat evengoed ten koste gaat van het open groene landschap, het uitloopgebied van de bewoners daar. Hoe verhouden die twee gedachten zich tot elkaar, zeker in de ruimtelijke context waar deze Omgevingsvisie over gaat? Mevrouw HENDRICKX: Niet ieder stukje open gebied is waardevol, wij kijken naar agrarisch gebied anders dan bijvoorbeeld een gebied als de Hooge Heide waar toch een uniek kampenlandschap is waar flora en fauna zitten en waar je lekker kunt recreëren, dat doe je niet op een boerenland waar alleen gras groeit. Wij denken dat die functionaliteit van juist die steeds schaarsere gebieden behouden moet blijven en wij zien de bebouwing met name op open graslanden waar agrarisch wordt geboerd. De heer VAN HATTEM: Volgens mij is een kampenlandschap juist ontstaan door agrarische ontwikkelingen, door boeren die vroeger juist binnen bosgebieden kleine akkertjes en weilanden gingen aanleggen waardoor die vorm van verkaveling is ontstaan. Als je het dan over agrarisch landschap hebt, dit is in beginsel ook een agrarisch landschap, dus dan snap ik de aversie tegen het landschap tussen Nuland en Vinkel niet.

Mevrouw HENDRICKX: Dan zal ik het nog iets specificeren. Het gaat om intensieve agrarische bedrijvigheid dat in andere delen van de stad aan die zijde wel plaatsvindt en waar je ziet dat het landschap eigenlijk teloor is gegaan en juist in het oude kampenlandschap hebben de keuterboertjes, daar hebt u een heel terecht punt, een heel divers landschap achtergelaten met houtwallen en wat bomen. Daar zijn nog allerlei karakteristieke eigenschappen te vinden en dat heeft te maken met een stukje cultuurhistorie, dat zou u toch ook moeten aanspreken? Ik denk dat we dat cultuurerfgoed moeten koesteren en dat we dat niet verder moeten bebouwen. De heer VAN HATTEM: Ook in dat gebied kennen we zogenaamde weerscheuten als unieke landschapselementen, verschillende van die wegen die daar lopen, dus ik zou dat gebied niet zomaar op deze manier zo denigrerend afschrijven als intensief gebied. Er zitten weidevogels en noem maar op. Nogmaals, ik vind het een vreemde figuur dat hier in de ruimtelijke ordening wordt gezegd: dit gebied vinden we uniek en het andere mag wel worden volgebouwd. Mevrouw HENDRICKX: Dat mag u vinden, maar wij zien echt wel onderscheid tussen verschillende typen landschappen en wat ons betreft is een gebied waar stevige agrarische activiteiten plaatsvinden qua cultuurhistorie en landschap niet te vergelijken met zoiets als dde Hooge Heide die een zandverstuiving kent.

U kent het misschien denk ik allemaal wel, ik kijk richting die kant, dat is gewoon een heel bijzonder gebied. Daar heeft al veel verstening plaatsgevonden en we willen dat een halt toeroepen want we zien hier opnieuw de deur openstaan voor superlandschappelijk wonen. Ik denk niet dat we daar sociale woningbouw gaan plegen, maar dat daar met name mooie huizen komen voor mensen die toch wel wat geld te besteden hebben. Ik heb niets tegen mensen met geld, maar laten we ook vooral dat gebied anders benutten voor iedereen. Voorzitter, gevolgen groei gemeente 's-Hertogenbosch, we hebben al eerder onze zorgen geuit. Er kwam een vraag van Volt. Het is niet zozeer dat wij tegen groei zijn, wij snappen dat wij groeien, ook 37

als je niets doet dan komen er mensen naar Den Bosch toe, maar dat is iets anders dan dat je de deur openzet voor ASML die naar Den Bosch komt en waarbij je een heleboel op je af gaat krijgen wat gevolgen voor de stad heeft. We zien dat die deur openstaat en wij zeggen, breng dat nou eens in kaart en zorg dat de kwaliteit van wonen hier voor onze eigen inwoners daar niet zwaar onder te lijden krijgt en dat je in ieder geval grip krijgt op de ontwikkelingen die daar achteraankomen. De heer VAN SILFHOUT: Ik snap op zich de beredenering, maar voor mij zit de twijfel erin dat ik denk dat die lightrail de grootste aanjager is van groei, van alle moties die nu voorliggen. Ik denk dat, als je je dat gaat realiseren, je gaat zeggen 'kom maar, we hebben hier het ov om daar ook robuust op voorbereid te zijn'. Dus ik mis daar wel in… U vindt de groei spannend en u zegt hem ook niet te willen opengooien, maar die lightrail wringt voor mij dan, hoe moet ik dat dan zien? Voor mij is dat een aanjager van groei en wat is de lightrail voor u? Mevrouw HENDRICKX: Je ziet nu enorme mobiliteitsproblemen en nogmaals De Bossche Groenen is niet de grootste partij, een aantal partijen kijkt anders naar die groei dan wij. We zien ontwikkelingen op ons afkomen, nogmaals ASML in Eindhoven, daar gaat een heleboel achter vandaan komen.

Dus wij denken dat de bereikbaarheid een groot probleem wordt en wij denken dat je daarom samen met buurgemeenten, maar ook met grote bedrijven… Heineken staat op nummer 1 in de top 100 rijkste mensen van heel Nederland en bij ASML zit veel geld. Wij vinden eigenlijk dat er een collectieve verantwoordelijkheid ligt om te zorgen voor een goede ontsluiting van de stad en wij denken daarbij aan HOV in wat voor vorm dan ook. Wij steunen de stations van harte, maar dat is wensdenken, ik denk dat de heer Van Hattem een punt heeft, ProRail gaat hier natuurlijk helemaal geen treinstations aanleggen. Zolang ik in de raad zit, leeft die wens en die is er ook bij ons, maar laten we het openbaar vervoer in eigen hand nemen, kijk naar de SP, dan kunnen we het betaalbaar houden. Ik vind het een gedeelde verantwoordelijkheid om daarnaar te kijken, vandaar de suggestie om daar iets mee te doen. De heer VAN SILFHOUT: Dan nog heel kort. Ziet De Bossche Groenen het effect dat het realiseren van een lightrail op de groei van onze gemeente zou hebben? Mevrouw HENDRICKX: We gaan naar 200.000 inwoners, los van een lightrail, dus ja die groei is al ingezet en ik begrijp niet precies wat uw bezwaar is. Ik denk niet zozeer dat hier heel veel extra mensen gaan wonen als er een lightrail ligt, die mensen gaan komen, dat is het beleid op dit moment.

Wij willen dan de leefbaarheid en de bereikbaarheid overeind houden en wij denken dat we dan moeten kiezen voor collectieve vormen van openbaar vervoer. Vandaar de suggestie om daar iets mee te doen. Dan hebben wij 'Meer groen bij bouwprojecten' die ook door de PvdD en Volt is ingediend. Overigens is de motie 'Aanleg klimaat- en productiebossen' samen met de heer Van Creij ingediend en de PvdD doet ook mee met de motie over het kampenlandschap. De motie 'Meer groen bij bouwprojecten'. We zien mooie voorbeelden in de gemeente Breda. We zien het groen met de bouwopgaven rap verdwijnen, ook door de Diezebrug gaat er een enorme kaalslag plaatsvinden. We moeten dat een halt toeroepen, dus we vinden dat, als projectontwikkelaars een huis gaan bouwen, ze er iets van groene aankleding omheen kunnen realiseren. De heer VAN HATTEM: Nog even over die lightrailverbinding. De provincie en verschillende andere gemeenten doen al jarenlang onderzoek naar mogelijkheden voor zo'n lightrailverbinding, onder andere op het oude Duitse lijntje via Boxtel richting Uden en zo en uit alle onderzoeken bleek dat het gewoon totaal onrendabel is om zo'n lightrailverbinding in te zetten en dat het gewoon veel voordeliger is om gewoon bussen te laten rijden.

Heeft mevrouw Hendrickx kennis van die onderzoeken en waarom ziet ze nou in dat het nu schijnbaar wel haalbaar zou zijn terwijl alle onderzoeken dat eerder hebben afgewezen? Mevrouw HENDRICKX: Het criterium rendabel speelt voor ons in mindere mate. U zegt 'voor ons moet het rendabel zijn'. Ik vind dat dit al heel lang een heel groot probleem in het ov is, daarom verschralen allerlei buslijnen en treinen want het moet rendabel zijn. Wij vinden het openbaar vervoer gewoon een verantwoordelijkheid van de overheid samen met het bedrijfsleven en dat mag geld kosten, Wij kijken daar fundamenteel anders naar, wij vinden dat goed openbaar vervoer niet altijd een sluitende begroting hoeft op te leveren, maar dat het betaalbaar en toegankelijk moet zijn en dat het een bouwsteen is in een stad die gewoon behoefte heeft aan goede verbindingen. Er zijn wel meer zaken waaraan we als overheid geld uitgeven. Ja, dat rendeert niet in financiële zin, maar wel op andere wijze want bedrijven profiteren enorm op het moment dat hun bedrijf goed bereikbaar 38

is, dan wordt er meer geld verdiend, dus wij denken dat dit wel degelijk profijt kan opleveren. De VOORZITTER: Oké. Deze motie was ook bedoeld ter agendering heb ik begrepen, dus we hoeven vandaag geen inhoudelijk debat over de lightrail. Mevrouw HENDRICKX: Nog één hartenkreet in de richting van de motie die we samen met de PvdD indienen, 'Meer ruimte voor creatieve pioniers'. Het is heel belangrijk dat mensen die aan placemaking hebben gedaan op de Tramkade maar ook op andere plekken…, dat er ook gewoon permanente plekken komen voor mensen in de creatieve sector, doeners en makers. Dus van harte de steun voor de motie. De heer VAN HATTEM: De PVV-fractie wenst veel bedenkingen bij deze linkse Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is zo breed en uitgebreid dat er wel honderden punten in staan waarbij je stil kunt staan, zeker bij een brochure van 171 pagina 's aan ambtelijk proza. Ik zou vanavond dan ook niet elke in de Omgevingsvisie opgenomen en vastgestelde visie of beleid opnieuw ter discussie stellen, maar middels een achttal moties namens de PVV-fractie toch een aantal piketpaaltjes meenemen.

In zijn algemeenheid is deze Omgevingsvisie te veel doorspekt met klimaat en duurzaamheid en dan met name te veel Duurzame Polder, te weinig ruimte voor de automobilist en te weinig oog voor overlast, onveiligheid en het voorkomen van vervreemding door onder andere grote migrantencomplexen of azc's. Nieuwe stations in Nuland of de Maaspoort zijn leuk, maar die moeten niet een surrogaat zijn voor de eigen auto. Dan kom ik bij de moties. Allereerst hebben we een motie voor meer ruimte voor extra aansluiting op de A2. Het gaat er vooral om dat in de Omgevingsvisie ruimte wordt gehouden voor een aansluiting in het erg drukke gebied qua verkeersaanbod rond De Groote Wielen, de Maaspoort et cetera zodat het verkeer in de toegang op de A2 beter kan worden gespreid en er ook een toegangsweg richting het noordoostelijk deel daar kan aansluiten. Dan de motie 'Voorrang voor eigen inwoners op de woningmarkt', vergelijkbaar met het voorstel dat de gemeente Oss op dit moment behandelt en waar ook de gemeente Sint-Michielsgestel mee bezig is, om te zorgen dat mensen in hun eigen dorp kunnen blijven wonen en hen daarom voorrang op de woningmarkt te geven. Dan hebben we nog de motie 'De toekomst van onze dorpse kernen en onze boeren'. We zien een grootschalige ontwikkeling in Nuland ontstaan.

Ik las in de krant dat er 5000 woningen in Nuland zouden worden bijgebouwd, maar ik heb inmiddels begrepen dat dit misschien toch iets genuanceerder ligt en ik hoor graag nog een reactie van de wethouder. Het lijkt me dat er op de reguliere momenten een terugkoppeling aan de raad moet plaatsvinden zodat we daar ook duidelijkheid over krijgen en indien nodig kunnen bijsturen. Dan hebben we nog een motie voor de eigen auto… Mevrouw HENDRICKX: Over de motie Oss, even kijken wat de naam precies is, Voorrang voor eigen… Excuus, waar is mijn pasje? De heer VAN HATTEM: Motie 25. Mevrouw HENDRICKX: Ja, de motie 'Voorrang voor eigen inwoners op de woningmarkt', een hele sympathiek motie, zeker met de komst van steeds meer mensen en bedrijven naar Den Bosch. Gaat die gewoon over mensen die nu bij hun ouders in huis wonen, heeft hij ook te maken met vluchtelingen of zit daar geen relatie tussen? Ik hoor het graag. De heer VAN HATTEM: Daar zit geen koppeling tussen. Mevrouw Hendrickx kent mijn standpunt over het met voorrang toewijzen van woningen aan statushouders en daar wordt dankzij de PVV nu gelukkig landelijk iets aan gedaan.

Dit staat er eigenlijk los van, dit gaat erom dat in het eigen dorp waar mensen al inwoner zijn een bepaald percentage wordt vrijgehouden voor de eigen inwoners, zodat de eigen dorpsjeugd, de eigen inwoners, daar ook ruimte kunnen krijgen om daar in aanmerking te komen en ze niet genoodzaakt zijn om in een ander dorp of in een andere plaats, misschien zelfs buiten de gemeente, te gaan wonen omdat er geen woningaanbod is. Dat is de gedachte erachter en dat is iets waarmee de gemeente Oss ook bezig is. Dat lijkt me een goed voorbeeld om te volgen en om in het verlengde daarvan ook op die manier met CPO-projecten om te gaan. Ik las vandaag dat de gemeente Sint-Michielsgestel daar ook al naar kijkt, dus het lijkt me zeker in de regionale context ook heel wenselijk om daarin gelijk met onze buurgemeenten op te trekken. Dan kom ik bij motie 27, 'Ruimte voor de eigen auto in eigen wijk of dorp'. Daar wordt in de plannen en ook in deze Omgevingsvisie steeds…

39

De heer VAN SILFHOUT: Ik wil er toch even iets over zeggen want ik begin me in deze raad gewoon te ergeren aan steeds dat eigen, eigen dit, eigen volk, eigen mensen. Voorzitter, ik denk niet dat de wereld waar we heen moeten de wereld van wij en zij is, waar we alleen maar kijken naar eigen dit dat we voor dit en dit en dit willen regelen en de rest kan stikken. Voorzitter, ik wil de heer Van Hattem vragen waarom toch steeds die retoriek van wij tegen zij en niet eens een retoriek waarin we samen zoeken naar de beste oplossing? De heer VAN HATTEM: Deze motie is juist bedoeld om samen te zoeken naar de beste oplossing, want het is wij met wij in de dorpen, en dat mensen die graag in hun eigen sociale gemeenschap in een context willen blijven wonen, dat is het eigene, ik kan het ook niet anders noemen, dat is de sociale context van de dorpsgemeenschap, daar ook de kans toe krijgen en dat in ieder geval een percentage van de schaarse woningen die er al zijn is voor deze mensen, om daar de ruimte voor vrijheid te houden, dat die mensen daar in ieder geval voor in aanmerking kunnen komen. Het is juist een gedachte van wij en samen zou ik willen zeggen richting de fractie van Volt.

Er wordt steeds meer in gezet op het autoluw maken van wijken terwijl uit de participatieonderzoeken die onder deze Omgevingsvisie liggen juist blijkt dat het grootste deel van de bevolking wel van de eigen auto gebruik wil blijven maken en daarom ook de oproep met deze motie om bij de nadere uitwerking te zorgen dat de inwoners die mogelijkheid ook wordt geboden, ze gebruik van hun eigen auto kunnen blijven maken en daar ook de ruimte in de omgeving voor het krijgen. Dan hebben we nog motie 28, 'Geen nieuwe windturbines meer'. Het kabinet zet op dit moment in op geen nieuwe wind-op-landprojecten, de gemeente zet hier via deze Omgevingsvisie wel op in en de PVV roept op geen nieuwe windturbineprojecten meer in onze gemeente toe te laten. Dan motie 29, heel belangrijk, we hebben het er net al over gehad, 'Ruimte en kansen voor schone SMR-kernenergie', de kleinschalige kerncentrales die al op relatief korte termijn kunnen worden gerealiseerd. We vragen eigenlijk een onderzoek om te kijken welke mogelijkheden hiervoor in onze gemeente zijn, te inventariseren welke locaties hier eventueel beschikbaar voor zijn en dat in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie mee te nemen zodat we in ieder geval een beeld hebben van welke kansen hier liggen. Die kansen zijn enorm, zeker met de groeiende energievraag en als iedereen elektrificatie wil dan is dat ook noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15159017/1