Notulen raadsvergadering 2024-11-13
Tekst van het document
hondenbelasting te hebben? Dat kan gewoon niet en wetende dat hij het ook deze keer niet gaat halen omdat de politieke wil er niet is… Mevrouw WELTEN: Een vraag richting de heer Van Creij. U zegt het zelf en u zegt het ook met een lach, wat is een begrotingsbehandeling zonder een motie over hondenbelasting? Wat wij niet begrijpen is waarom u dan geen dekking zoekt. Er ligt hier weer een motie van, laten we het dan maar weer doen, we doen het ieder jaar, maar waarom komt die dan niet als u dat zo belangrijk vindt? De heer VAN CREIJ: Dank voor de vraag. Zet de stopwatch maar stil, dan kan ik een heel uitgebreid antwoord geven. We hebben een maand of negen geleden een inhoudelijke discussie over wel of geen hondenbelasting gehad en het college hoest in de begroting gemakkelijk € 700.000 op voor de verhoging van de energielasten van het Sportiom, daar wordt zomaar even € 700.000 vrijgespeeld, maar bij de discussienotitie die wij over het initiatiefvoorstel hebben opgesteld bleek gewoon dat voornamelijk bij de coalitiepartijen de politieke wil er niet is om het ook daadwerkelijk op te pakken en te zeggen: college hier hebt u die opdracht en ga die uitvoeren.
Mevrouw WELTEN: Ik heb niet het gevoel dat u op de vraag antwoordt, waarom zoekt u geen dekking? De heer VAN CREIJ: Dat is de politieke wil om mee te gaan en het college de opdracht te geven om ruimte in de begroting te zoeken, die is er in de coalitie simpelweg niet. Mevrouw WELTEN: Tot slot. U zegt eigenlijk 'het wordt toch niets'. De heer VAN CREIJ: Daarom heb ik net gezegd 'over 490 dagen als de verkiezingen zijn geweest'. De afgelopen keer stond er bij veertien van de politieke partijen die hier nu aan tafel zitten dat de hondenbelasting moet worden afgeschaft of verlaagd naar kostendekkendheid, maar op het moment dat u op 31 mei 2022 het coalitieakkoord hebt getekend, is die politieke wil gewoon geschrapt, ik denk dat dat duidelijk is. Dan motie 16 over de motorsport, ook geschreven door de PVV die wij van harte ondersteunen. Het is natuurlijk te gek. In november 2021 is motorsportvereniging Les Vites in Rosmalen gesloten met de toezegging dat de sporters die daar aanwezig waren op het circuit van MC Lidu in Den Dungen vooruit zouden kunnen. Als nu blijkt dat daar ook een klem op trainingstijden en allerlei zaken wordt gezet, wat is dan de toezegging om dat te waarborgen van de vorige wethouder Sport uit 2021 waard? Die motie dienen wij mede in. Dan A5 over de Binnenstadsknip. Daar zal ook geen meerderheid voor zijn, maar wat ik net al zei nog 490 dagen.
Dat was het tot op heden. De heer VAN HATTEM: Allereerst, ik kan lang of kort stilstaan bij de verschrikkingen die in Amsterdam hebben plaatsgevonden, maar dat laat ik vandaag vooral toch even aan de Tweede Kamer over. We moeten natuurlijk wel lokaal alert zijn op wat hier gebeurt en onder andere organisaties als Den Bosch for Palestine en hun vreselijke antisemitische leuzen in de gaten houden. Dan kom ik bij het punt Veiligheid, daar moeten we ook bij stilstaan. We zien het ook hier in sommige wijken steeds slechter worden, er zijn steeds grotere zorgen bij inwoners over wat er gebeurt en als ik kijk naar bijvoorbeeld een wijk als Deuteren, daarvan krijg ik steeds signalen dat er wordt ingebroken in auto's, dat er vernielingen plaatsvinden en dat er overlast is, ook van drugsverslaafden. Dat geldt voor meer buurten, we heb het al vaker over de Gestelse buurt gehad, zeker nadat het azc daar is gekomen, is daar een extra zorg. Mijn oproep aan het college is eigenlijk: wat gaat u in 2025 doen om de wijken veiliger te maken, om de veiligheid te verbeteren? Ik vind het niet nodig om daar een motie over in te dienen, maar toch de vraag, wat daar meer kan worden gedaan want onze inwoners verdienen meer veiligheid in deze gemeente en welke initiatieven het college daartoe gaat nemen.
Dan hebben we natuurlijk ook nog de kwestie rond de explosieven en de brandstichtingen die plaatsvinden. Ik heb wel een specifieke vraag over die explosieven. Daarvoor worden vaak Cobra's voor gebruikt, dat is zeer zwaar vuurwerk, en eigenlijk zou je moeten kijken welke middelen er zijn om daar iets tegen te kunnen doen en dan zou je kunnen denken aan preventief fouilleren, wat op dit moment wettelijk nog niet kan omdat Cobra's nog niet onder de Wet wapens en munitie vallen. Dan eigenlijk de vraag aan de portefeuillehouder: ziet hij een oplossingsrichting en als dat zo is, kan er misschien voor worden gepleit om het landelijk sneller op te pakken om dat onder Wet wapens en munitie te plaatsen? Deze aanpak moet internationaal gebeuren want we zien het in meer steden, ook in Antwerpen zijn veel explosies. Vindt er een bredere samenwerking, onder andere met organisaties als Europol plaats om te kijken wat er kan worden gedaan? Dan een ander punt dat ik niet in een 41
motie heb gegoten, maar ik wel even als vraag aan het college wil voorleggen. De JA-JA-sticker wordt ingevoerd, ook weer een nutteloze vorm van overheidsbetutteling. Ik las in De Bossche Omroep dat deze niet actief aan onze inwoners wordt aangeboden, maar dat mensen zelf de moeite moeten nemen om die sticker aan te vragen. Dat is voor veel mensen die misschien laaggeletterd zijn of die deze krantjes überhaupt niet krijgen toch weer een extra stap. Vanuit het handelingsperspectief van de burger zou ik het belangrijk vinden dat deze sticker gewoon actief aan alle inwoners wordt aangeboden, dan kunnen ze zelf bepalen of ze hem wel of niet op de brievenbus plakken. Mijn vraag aan het college is of het bereid is om de sticker aan te bieden. Dan kom ik bij de verschillende moties en amendementen die ik indien. Allereerst een amendement over de zero-emissiezone, we hebben het daar in de commissie uitgebreid over gehad. Als die zero-emissiezone doorgaat, is dat gewoon de doodsteek voor onze Bossche markt die al eeuwenlang het hart van onze Bossche economie vormt en dat moet vooral zo blijven. Ik ben op zaterdag 9 november jl. op de markt geweest, ik heb daar met veel marktkooplieden gesproken en die maken zich echt zeer grote zorgen want straks wordt het minder aantrekkelijk.
Ze kunnen die elektrische wagens eigenlijk gewoon niet betalen, het is geen zinvolle investering en wat draagt dit nou toch bij aan het echt oplossen van de milieuproblemen, die paar 100 meter die ze één keer per week moeten rijden, zijn gewoon te verwaarlozen. Daarom dit amendement om dat uit de begroting te halen. De heer ALTENBURG-COLLIN: Ik ga hier toch even kort op reageren want ik spreek ook de marktkooplui en ik vraag me toch af waarop u het baseert dat de markt zo ter ziele gaat want er zijn ontheffingen die tot 2027 en tot 2028 gelden. Naar mijn idee is er niets aan de hand en er zijn maar een paar marktkooplui die een ontheffing nodig hebben. Ik vraag me af welke markt u hebt bezocht. De heer VAN HATTEM: De Bossche markt hier, op 9 november jl. nog, ik ben er zelfs op de fiets naartoe geweest. Het is echt duidelijk, het zijn ondernemers die zelf willen bepalen wanneer ze bijvoorbeeld stoppen met hun onderneming en nu zegt de overheid: u krijgt nog twee of drie jaar coulance om nog met uw voertuig naar de markt te komen en dan is het finito, basta, afgelopen. Dat is gewoon tegen het zere been van mensen die zelf willen bepalen wanneer ze bijvoorbeeld met pensioen gaan of hun bedrijf willen overdragen.
Dit raakt gewoon de kern van het ondernemerschap en als deze mensen nu zo voor het blok worden gezet, dan is een ontheffing geen probaat middel om te zorgen dat ze hun onderneming kunnen voortzetten. Het is gewoon een keiharde knip die wordt gemaakt in het voortbestaan van hen als markkooplui. Bijvoorbeeld de gemeente Zaandam heeft besloten om met de zero-emissiezone te stoppen en laten we het voorbeeld van de gemeenteraad van Zaandam volgen en ook hier in Den Bosch zeggen dat we onze markt redden en dit amendement steunen. Over knippen gesproken, dan kom ik bij amendement 5, De knip niet te trekken voor de knip. We krijgen in december a.s. hier een vreselijk raadsvoorstel over de Mobiliteitsaanpak Brede Binnenstad, waarbij er allemaal knippen in de Binnenstadsring worden gemaakt. Er is eerst voor ik weet niet hoeveel geld in de Binnenstadsring geïnvesteerd en nu moet die weer in stukken worden geknipt, wat de stad totaal onbereikbaar maakt. Daar maken de ondernemers in de binnenstad zich ook grote zorgen over en ook ik als automobilist en velen met mij maken zich daar ook grote zorgen over.
Daarom dit amendement om te zorgen dat dit uit de begroting wordt gehaald en dat tegelijkertijd de bedragen die er wel voor staan worden geïnvesteerd in het aanpakken van verkeersoverlast want het aanpakken van verkeersoverlast is wel iets wat ertoe doet en er kan over worden nagedacht om dat effectiever en efficiënter te doen. Dan kom ik bij de motie over een soberdere huisvesting van statushouders. Op dit moment worden nog heel veel woningen, nieuwe nieuwbouwwoningen zelfs, en sociale huurwoningen, eengezinswoningen, weggegeven aan statushouders die daar met voorrang gebruik van kunnen maken en die niet op de jarenlange wachtlijst moeten staan waar onze eigen inwoners wel op moeten staan. Daar moet een einde aan komen en het kabinet is al van plan om dat te versoberen, maar sommige gemeenten hebben daar ook al het voortouw in genomen. Bijvoorbeeld de gemeente Castricum heeft al voor soberdere huisvesting gekozen en ik vind dat wij als 'sHertogenbosch daar ook naar moeten kijken, we moeten niet blijven doorgaan met het weggeven van onze schaarse huurwoningen, maar kijken naar soberdere vormen van huisvesting. De heer VAN SILFHOUT: Ik ken de heer Van Hattem als iemand die redelijk weet wat er in het Haagse speelt en die daar wel wat informatie over heeft.
Dan is hij zich er vast ook van bewust dat in de rijksbegroting van asiel helemaal geen geld voor soberdere opvang is en dat dit een van de grote kritiekpunten op het huidige beleid is. Waarvan wilt u dit realiseren? De heer VAN HATTEM: Ik ga niet over de begroting van Immigratie en Asiel spreken, maar hier lokaal hebben wij nog te maken met de taakstelling die er binnenkort moet afgaan en daar kunnen we 42
wel keuzes in maken. De gemeente Castricum dat al gedaan, die maakt eenvoudige units in leegstaande bedrijfsgebouwen om in huisvesting te voorzien. Er kunnen hier afspraken met de lokale woningcorporaties worden gemaakt en daar heeft de begroting van Immigratie en Asiel volgens mij weinig mee te maken. De heer VAN SILFHOUT: Dus dit gaat niet over versoberde opvanglocaties waarvoor u in de motie wel pleit, maar dit gaat over gewone huisvesting en dan hebt u het dus gewoon over woningen, dus nog steeds over voorrang voor statushouders, eigenlijk hetzelfde als we nu al doen. De heer VAN HATTEM: Zolang het nog moet worden toegewezen, moet het soberder en niet meer de eengezinswoningen, waarbij nu zelfs nieuwbouwwoningen een-op-een naar statushouders gaan, waar veel eigen inwoners jarenlang op een wachtlijst moeten staan en daarmee achter het net vissen. Ik heb de voorbeelden daarvan de afgelopen week nog gezien, de woningcorporatie Mooiland verstrekt woningen aan statushouders en de eigen inwoners hebben het nakijken. Dat doet mensen gewoon heel veel pijn. Als mensen al met voorrang hier iets krijgen dan alleen maar sobere opvang. Dan kom ik bij een duurzame pauze voor de Duurzame Polder.
We zien dat er in januari 2025 een brief van de minister van Klimaat en Groene Groei over de haalbaarheid van de Regionale Energiestrategieën komt en het lijkt me wel verstandig om even een pas op de plaats te maken met de verdere ontwikkeling van de Duurzame Polder, van de windparken en zonneparken die daar zijn voorzien, in ieder geval de windparken. Daarom deze motie, om dat een halt toe te roepen want als we daarmee doorgaan zorgt dat voor heel veel ellende. Dan heb ik nog een motie waarover we het in de commissie al kort hebben gehad, onze dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog. Er is onlangs een boek van Henk van der Linden verschenen dat gaat over dwangarbeid van Bossche mannen die in de Tweede Wereldoorlog massaal naar Duitsland zijn afgevoerd om daar in de oorlogsindustrie te werken en die daar in erbarmelijke omstandigheden terechtkwamen. Mijn eigen grootvader heeft er ook drie jaar moeten zitten, hij was weliswaar geen Bosschenaar maar een Eindhovenaar, maar hij ondervond wel hetzelfde leed als wat veel jongens uit deze stad destijds is overkomen. De heer Van der Linden geeft in zijn boek eigenlijk aan dat het is een vergeten groep is, die mensen hebben nooit de aandacht gekregen die ze verdienen en daarom deze motie, om ook aandacht te schenken aan deze groep oorlogsslachtoffers en daarbij stil te staan. Dan kom ik tot een afronding.
Ik heb nog een motie over Zandstraat 58 in Nuland, om de mogelijkheid te bekijken om die in het monumentenbestand op te nemen want dat is een heel waardevolle plek, en de motie over het behoud van schaarse bedrijventerreinen, met name de kadefuncties, ook mede naar aanleiding van de oproep van VNO-NCW en MKB-Nederland. Tot slot de motie over de motorcross die de heer Van Creij al uitstekend heeft toegelicht. Tot zover voorzitter De heer VAN HAREN: Een interruptie over motie 16, de motorcross. De heer Van Creij gaf net een kleine geschiedenisles over dit dossier. Aangezien deze motie bij mijn weten niet in de commissie is behandeld, lijkt het me een goed idee om hier wat uitgebreider bij stil te staan. Voelt u ervoor om deze motie aan te houden en dit op een later moment met ons te bespreken? De heer VAN HATTEM: Daar sta ik niet afwijzend tegenover. Er speelt ook nog een rechtszaak en er moet nog uitsluitsel komen over wat daar precies mee gaat gebeuren, maar los van die rechtszaak vind ik het wel van belang dat er aandacht voor onze motorcross is en dat in ieder geval die ruimte behouden blijft om hun sport te kunnen uitoefenen.
Ik wacht de eerste termijn van het college af om te horen of daar een eerste reactie op komt en dan kijken we even of het zinvol is om hem aan te houden, maar ik sta daar niet afwijzend tegenover en ik ga dat in overleg met de andere indiener, de heer Van Creij, zeker overwegen. Mevrouw CRASTE: Ik ben heel benieuwd. Mijnheer Van Hattem had het net over dat onderzoek naar de Bossche dwangarbeiders. We kunnen ook een onderzoek naar het slavernijverleden doen, steunt mijnheer Van Hattem dat ook? De heer VAN HATTEM: Dat onderzoek hoeft niet per se te worden gedaan, er is nu een heel boek van de heer Van der Linden en het gaat erom dat er aandacht voor die groep komt. We hebben al de jaarlijkse dodenherdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en ik vind het slavernijverleden een iets andere discussie want dat heeft nooit effectief in deze gemeente plaatsgevonden. Waarschijnlijk leven nog een aantal mensen van twee generaties geleden die dit hebben meegemaakt en ik vind dit een op zichzelf staande waarde om hierbij stil te staan en deze mensen de aandacht te schenken die ze verdienen, dat ze na tachtig jaar niet zijn vergeten. 43
Mevrouw CRASTE: Dank u wel voor het antwoord. Kan ik concluderen dat mijnheer Van Hattem hier met een dubbele maat meet? De heer VAN HATTEM: Ik vind het eigenlijk een beetje pijnlijk dat een voorstel als dit op die manier wordt uitgelegd, maar laat ik het zo zeggen. Ik kom zelf niet tot de conclusie dat er te weinig aandacht is geweest. Mijnheer Van der Linden geeft in zijn boek aan dat het een vergeten groep is en het is een aanzet en inspiratie om hier meer mee te doen. Hij heeft geïnventariseerd wat er bekend is over mensen die het hebben meegemaakt en ik pleit er met deze motie voor om te kijken wat er de komende jaren misschien nog meer bekend wordt. De gemeente hoeft van mij niet actief een uitgebreid onderzoek op te zetten, maar ik vraag het te ondersteunen als er mensen zijn die dit willen doen en zelf met initiatieven komen. Dat is meer de gedachte en er hoeft niet per se een heel project te worden opgezet om dat te organiseren, maar als er initiatieven zijn vanuit de samenleving, zoals het initiatief van de heer Van der Linden, om dat dan te omarmen. Mevrouw CRASTE: Vindt mijnheer Van Hattem dan ook dat we initiatieven uit de samenleving wat betreft het slavernijverleden moeten steunen? De heer VAN HATTEM: Laat ik even een andere insteek nemen.
In algemene zin ondersteun ik als groot geschiedenisliefhebber ieder initiatief dat kijkt naar de geschiedenis, maar als de insteek is om ons een bepaald collectief schuldgevoel aan te praten, wat veelal gebeurt via dat slavernijverleden, dan heb ik daar moeite mee en vind ik het niet zinvol om daar een hele politieke insteek aan te geven: wij moeten ons slavernijverleden hier gaan opleggen, terwijl daar mijns inziens hier in deze stad geen sprake van is. Als wij het toch over ons verleden hebben, er zijn mensen die zelf een dwangsituatie hebben meegemaakt en dan moet je hen op deze manier juist wel de aandacht geven die zij verdienen. Ik wil het toch met die insteek zien, ik wil de waardering voor de mensen die deze aandacht hebben gemist buiten de politieke discussie houden en hier gewoon met een open vizier naar kijken. De heer GERSJES: Tot 17.55 uur hè, we halen het niet meer voor 18.00 uur. Het is weer een voorrecht om hier vandaag namens VOOR Den Bosch te staan als gemeenteraadslid met als taak de belangrijkste punten van het beleid van onze gemeente te bepalen en te controleren of het college van burgemeester en wethouders het beleid goed uitvoert.
Wij als leden van de gemeenteraad maken de begroting en controleren het financiële verslag van de gemeente, zo is het toch hè? We bespreken vandaag de programmabegroting 2025, ook richting de toekomst 2028 denk ik, ik weet niet of dat zo heet, maar die is weer op orde en dat is een compliment voor ons allen en in het bijzonder voor het college en onze ambtelijke organisatie. Nu heb ik die ambtelijke organisatie te pakken. Die is erg druk met van alles en nog wat, maar hier is het te doen. De begroting is in de diverse commissies inhoudelijk voorbesproken. Wij van VOOR Den Bosch hebben onze standpunten daar al naar voren gebracht. Er kwamen punten naar voren waarvoor wij staan zoals een open en bereikbare overheid, lekker leven en wonen, oog voor elkaar en leven in een veilige leefomgeving die gezond en weerbaar is. Het zal u niet verbazen dat ik toch wat kritiek op de gemeente heb. Het belangrijk dat wij inzien wat samenwerken met onze inwoners en onze ondernemers inhoudt. We hebben de afgelopen jaren helaas pijnlijke voorbeelden gezien van hoe de gemeente omgaat met participatie, die loopt niet altijd lekker en we horen nogal wat kritiek, bijvoorbeeld tijdens de informatiebijeenkomsten van onze gemeente. Tijdens externe bijeenkomsten werd duidelijk dat de gemeente haar plannen uitvent, maar dat het daarbij wel schuurt tussen de inwoners en de ondernemers.
Natuurlijk begrijpen we dat niet aan ieders wensen kan worden voldaan, maar er moet wel vertrouwen in onze overheid zijn en blijven. Het is belangrijk dat onze inwoners en ondernemers heel serieus worden genomen in wat ze nog kunnen inbrengen op plannen en dat ze daar ook op aangehaakt mogen blijven, geef hen niet de indruk van 'meepraten kan tot de gemeente erachter komt dat inwoners iets anders willen', neem onze inwoners serieus. Het is ontzettend belangrijk om de dialoog en de discussie te blijven voeren en daar vraagt VOOR Den Bosch aandacht voor. Met onze huidige ambitie en uitdagingen zoals het verder dalende vertrouwen in de overheid, bijna 60% vindt dat de politiek onvoldoende opkomt voor hun mensen, en de financiële druk, vindt VOOR Den Bosch het belangrijk om niet alleen naar cijfers te kijken, maar ook naar de impact op onze inwoners, ondernemers en de maatschappelijke organisaties. VOOR Den Bosch beseft dat de hele financiële systematiek van begrotingen is bedoeld om onze financiële stabiliteit te waarborgen en gezien het komende ravijnjaar zijn de komende jaren financieel erg onzeker. De Miljoenennota stelt teleur want Den Haag blijft structureel vasthouden aan meer taken met minder knaken en het klonk ooit zo mooi, van centraal naar decentraal, maar het is in 44
de praktijk verworden tot het structureel over de muur kieperen van problemen. VOOR Den Bosch ziet steeds meer dat de voorspellende waarde van begrotingen structureel afneemt. Onze keuzevrijheid wordt steeds kleiner omdat onze financiële afhankelijkheid en onzekerheden blijven toenemen. Circulaires van het rijk over de middelen komen vaak laat in het jaar bij de gemeente terecht en gelukkig zijn we niet alleen want 341 andere gemeenten zitten elk jaar in hetzelfde schuitje. Het schrappen in begrotingen en je in allerlei bochten wringen om maar teleurstellingen aan je inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te kunnen verkopen, keer op keer onze lokale samenleving uitwringen en onze sociale samenhang afbreken is feitelijk een bevestiging van dat het rijk wel volle bak ambities kan eisen, maar slechts een derde aan middelen kan en wil weggeven. Vandaag dienen we twee moties in waarvan één gaat over het afschaffen van de hondenbelasting in de toekomst. Dat is motie 5 die we samen met de PVV en gewoon ge-DREVEN indienen. Dat is puur om er aandacht voor te houden op dat het ooit een keer over moet zijn met die hondenbelasting zoals in veel gemeenten al aan de orde is, het is niet meer van deze tijd. Daarnaast hebben wij motie 6 over een onvolledige administratie. U zult zeggen 'waar hebt u het over?', lees hem maar eens goed.
Het gaat over het aantal PBD-containers in pilotwijk de Maaspoort waar in 2015 mee is gestart en we zijn nu tien jaar verder. Het gaat hier over de volledigheid van de registratie in bijvoorbeeld pilotprojecten rondom het experimenteren met het scheiden van afval. Helaas zien we dat die registratie van en in dit geval het uitzetten van die containers in de pilot in de Maaspoort niet op orde is en dat onze inwoners dit moeten herstellen door medewerking te verlenen aan het weer op orde krijgen van de administratie van de Afvalstoffendienst. Deze motie is dan ook meer een signaal naar de gemeente dat het erg belangrijk is om een goede administratie met volledige, juiste en betrouwbare data te voeren, dat gaat ons allen aan. De heer ALTENBURG-COLLIN: Ik hoorde net een wat technisch betoog over een pilot met afvalbakken en goede administratie. U verzoekt het in een motie, maar is het niet beter als u een toezegging aan de wethouder vraagt of dit kan worden geregeld, dan hoeft het niet in een motie. Dat is even een suggestie. De heer GERSJES: Ik stel heel veel schriftelijke vragen, maar ik heb deze niet zo willen uitvragen want ik wil hier te berde brengen dat wij inwoners niet moeten belasten met fouten die de gemeente maakt, daar gaat het mij om.
We moeten na tien jaar de administratie van onze Afvalstoffendienst op orde zien te krijgen en onze inwoners niet inzetten om allerlei handelingen te verrichten waar ze helemaal niet om vragen. Ik ga verder, ik ben er bijna. We hechten heel veel waarde aan het afvalbeleid. Ik weet niet of u het weet, maar VOOR Den Bosch staat in de media gewoon overal met betrekking tot het bijplaatsen van afval, ook bij Omroep Brabant. Ik ben blij dat iedereen daar aandacht voor heeft, maar ook wij willen dat met name over die bijplaatsingen eens goed wordt nagedacht, zeker in de pilot en zet toch alsjeblieft die camera's in voor toezicht. Daar krijgen we jullie niet in mee, maar het zal toch een keer moeten gebeuren. Er moet iets aan deze vermindering worden gedaan en het is een middel om 60% tot 70% aan bijplaatsingen terug te dringen. De pilot is overigens geen succes want de boa's die nu worden ingezet zijn bezig met afval ophalen bij de afvalcontainers, ze zijn veredelde huisvuilophalers. Wij dienen de nodige moties mee in, daar staat onze naam VOOR Den Bosch onder en daarnaast zijn er ook diverse andere moties die wij gaan steunen en dat merkt u wel bij de stemming. Tot zover. Mevrouw HERNÁNDEZ: Er is inmiddels voldoende over gezegd, wij zullen de moties waar onze naam onder staat steunen en verder wachten wij de reactie van het college af.
Vandaag bespreken wij de begroting 2025 en de uitdagingen die voor ons liggen. Ik begin natuurlijk met de Afvalstoffendienst die intussen een zorgenkind van de gemeente is geworden en ik zie dat wij met zijn allen, inclusief de wethouder, meedenken over een invulling op de manier waarop wij denken dat deze situatie snel kan worden opgelost, chapeau daarvoor. Ouderenbeleid. De vergrijzing in Den Bosch vraagt om onze aandacht, wij zien dat de veroudering van de bevolking sneller gaat dan wij verwachtten. De 50PLUSfractie vindt het belangrijk dat wij alles doen om ervoor te zorgen dat ouderen actief aan de samenleving kunnen blijven deelnemen en daarom wenst 50PLUS dat onze stad lid wordt van het Global Network for Age-friendly Cities and Communities. Dit netwerk helpt steden om beter voor ouderen te zorgen en stimuleert ouderen om actief te blijven meedoen aan het bedrijfsleven, de politiek en de maatschappelijke samenleving. Het doel van dit netwerk is om steden wereldwijd te ondersteunen, zodat die steeds beter en leefbaarder voor ouderen worden. Het lidmaatschap van dit netwerk betekent niet dat een stad automatisch ouderenvriendelijk is, maar het helpt wel om de stad ouderenvriendelijker te maken. Dit netwerk stimuleert om goed naar de ouderen te luisteren, te kijken hoe we een ouderenvriendelijke stad kunnen worden en samen te werken met ouderen en andere 45
partijen om een betere omgeving voor hen te creëren. Andere steden in de regio namelijk Eindhoven, Helmond en Tilburg zijn al lid geworden. 50PLUS wil hiermee van 's-Hertogenbosch een stad maken waar ouderen volwaardig kunnen meedoen aan het stadsleven en actief aan de samenleving kunnen blijven bijdragen. De heer VOSSEN: Dank u wel mevrouw Hernández, voor haar bijdrage. Het is een sympathiek initiatief, maar ik ken het niet, betekent dit een inspanningsverplichting of betekent dit ook dat er altijd een bepaald percentage van de begroting richting ouderen moet gaan? Wat zijn de consequenties van het aansluiten bij zo'n organisatie? Mevrouw HERNÁNDEZ: Misschien hebt u de krant gelezen, de laatste dagen is heel duidelijk dat wij als Den Bosch achterlopen met betrekking tot het ouderenbeleid. Dit netwerk zorgt voor meer ideeën en meer manieren om samen of onafhankelijk, dat doet er niet toe, ouderenbeleid dat bij onze stad past te creëren. Dat betekent niet per se dat wij bij elk voorstel iets met ouderen moeten doen, maar wel dat wij rekening houden met de vergrijzing die in onze stad plaatsvindt. Daar gaat het om en daarom verzoeken wij de wethouder om te onderzoeken wat de mogelijkheden en de voordelen daarvan zijn. Mevrouw WELTEN: Een vraag richting mevrouw Hernández.
U bepleit het lidmaatschap en de vergrijzing neemt toe, maar desondanks vraagt u om onderzoek te verrichten naar de voordelen. Die zijn bij u dus niet bekend of hoe bedoelt u dat? Mevrouw HERNÁNDEZ: U en mijn collega van de PvdA gaven al aan dat de voordelen voor ons nog onbekend zijn en ik denk dat het erg belangrijk is dat de wethouder eerst in gesprek gaat en onderzoekt of dit bij ons past. 50PLUS denkt voor 100% dat dit zo is, maar ik wil haar de kans geven om dat aan ons toe te lichten. 50PLUS pleit voor een eerlijk systeem dat meer in balans is voor de toewijzing van huur- en koopwoningen en de uitgifte van bouwgrond. Inwoners met een binding met de gemeente moeten volgens ons voorrang krijgen boven mensen van buitenaf en dat geldt niet alleen voor sociale huurwoningen, maar ook voor betaalbare koopwoningen. 50PLUS vindt dat in tijden van woningnood loterijen verboden zouden moeten zijn. Wij hebben gehoord dat in Vinkel binnenkort een loting voor een aantal woningen zal plaatsvinden en er zijn zorgen dat jongeren uit Vinkel die ook meedoen aan deze loting niet met voorrang in aanmerking komen, misschien ten gunste van iemand van buitenaf. Als ik het goed heb, is de wethouder al met deze problematiek bezig en wij vragen ons af hoever de wethouder met dit voorstel is en wanneer wij concrete resultaten kunnen verwachten. Dan mijn laatste punt, zorg.
De problematiek rond LongCOVID en Q-koorts heeft Brabant zwaar getroffen, veel patiënten waaronder veel inwoners van onze gemeente lijden nog steeds aan langdurige gezondheidsklachten. Hoewel behandelingen momenteel nog niet beschikbaar zijn, wordt gewerkt aan het verbeteren van de levenskwaliteit van de patiënten. Specialistische zorg voor deze aandoeningen komt op dit moment echter alleen beschikbaar in Amsterdam, Utrecht en Maastricht, wat voor patiënten uit Brabant door de lange reistijden vanaf Brabant tot hogere kosten en aanzienlijke gezondheidsrisico's leidt. Deze motie wordt ingediend om deze situatie te verbeteren, wij willen laten onderzoeken of het mogelijk is om een regionaal expertisecentrum voor LongCOVID en Qkoorts op te richten, als het kan bij voorkeur bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ). Dit zal de toegang tot noodzakelijke zorg voor onze inwoners verbeteren en tegelijkertijd de druk op onze zorg verlichten. De heer VAN HAREN: Mevrouw Hernández snijdt een heel belangrijk punt aan voor de inwoners die te maken hebben met Q-koorts en LongCOVID. Ik vraag me alleen een beetje af welke rol mevrouw Hernández in dezen voor de gemeente ziet. Zou zoiets, wat echt in het medisch domein zit, niet uiteindelijk iets van het Jeroen Bosch Ziekenhuis moeten zijn? Ik zie niet helemaal wat de rol van de gemeente dan zou zijn.
Mevrouw HERNÁNDEZ: De rol van de gemeente hierin zou kunnen zijn dat die in gesprek gaat met de provincie en het Jeroen Bosch Ziekenhuis om tegelijkertijd het signaal naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport af te geven dat wij geïnteresseerd zijn, maar natuurlijk moeten wij dan eerst horen wat het Jeroen Bosch Ziekenhuis van mening is. Ik weet wel dat de provincie bezig is om iets in Brabant te stichten. Dat was het voorzitter, Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik gun iedereen een uur eetpauze, vindt u dat een goed idee? Ik stel voor om 19.15 uur weer in deze zaal terug te komen, dan beginnen we met de installatie van het nieuwe raadslid en dan gaan we daarna verder. Dank u wel, ik schors de vergadering. 46
Schorsing 8.
Installatie nieuwbenoemd lid van de gemeenteraad
De VOORZITTER: Dames en heren, van harte welkom terug. We zijn we terug in dit gezelschap en voordat wij verdergaan met de rest van de vergadering, hebben wij de benoeming van een raadslid voor een tijdelijke periode vanwege het tijdelijke vertrek van mevrouw Van Opdorp als raadslid. We gaan vandaag mevrouw Claessen benoemen als raadslid, u kent haar natuurlijk al als commissielid niet-raadslid. We hebben een voorstel van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven. Dat is de heer Van Creij en de commissie heeft bestaan uit de heer Van Haren, mevrouw Doğan en natuurlijk de heer Van Creij. Ik verzoek de heer Van Creij om aan te geven of ik verder kan gaan met de beëdiging van dit raadslid. De heer VAN CREIJ: Ik ben even tekst die ik moet voorlezen aan het zoeken. We stellen in ieder geval voor om mevrouw Claessen als lid van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch toe te laten, dat is de kern van de beraadslaging die wij met mevrouw Doğan en de heer Van Haren hebben gedaan. De VOORZITTER: Dus er zijn geen belemmeringen mijnheer Van Creij? De her VAN CREIJ: Er zijn geen belemmeringen. De VOORZITTER: Prima. Dan verzoek ik mevrouw Claessen naar voren te komen. Dank u wel, moet ik het opnieuw doen? Nee, het was wel duidelijk hè.
'Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.' Mevrouw CLAESSEN: Dat verklaar en beloof ik! De VOORZITTER: Dan mag ik u hartelijk feliciteren als lid van de gemeenteraad van 'sHertogenbosch. Ik mag u als eerste een hand geven en dan verzoek ik de raad en eventueel ook uw familie en de mensen op de publieke tribune om u te feliciteren. 6.
Conceptbegroting 2025
De VOORZITTER: Dames en heren, we gaan verder met de vergadering. Er is nu de ruimte aan het college om na uw eerste termijn te reageren. We starten met de wethouder van Financiën, de heer Van der Geld, en hij zal daarna het woord aan de andere portefeuillehouders geven. Ik zal als laatste reageren en dan zal mevrouw Hendrickx de vergadering even overnemen. We hebben 45 minuten exclusief interrupties, dat is waar we voor staan. De heer Van der Geld, aan u het woord. Nog even een kanttekening, het verzoek is om de nummers bij de moties waarover de collegeleden adviseren aan te geven, zodat het voor de mensen op de publieke tribune, maar ook voor de pers en de raadsleden goed is te volgen. Wethouder VAN DER GELD: Dank u wel voorzitter. Wederom een bijzonder moment, ik hoop dat uw raad straks een begroting van ruim € 900 miljoen gaat vaststellen. Ik zal antwoord geven op de moties en dat zijn in het kader van de bingokaart de moties 5, 7, 14, 32 en 34 en amendement 3, ik herhaal dit straks ook nog even per motie, want dit ging vast te snel. Motie 5, Afschaffen hondenbelasting', is een jaarlijks terugkerend ritueel mijnheer Van Creij. Het aannemen van deze motie levert een ongedekt financieel nadeel van ruim € 1,2 miljoen op. Bovendien stelt het college andere prioriteiten en dat is de reden dat wij, zoals u ook in andere jaren van ons gewend bent, deze motie ontraden.
De her GERSJES: Ik ben toch benieuwd of u er iets in ziet om dit in de toekomst mogelijk wel af te schaffen.
47
Wethouder VAN DER GELD: Het korte antwoord is om twee redenen 'nee'. Er zijn andere prioriteiten, we kiezen ervoor om in een flink aantal zaken te investeren en zoals ik zojuist ook zei betekent het afschaffen een financieel nadeel van € 1,2 miljoen, dat is fors en dat betekent dat je een additionele ombuigingstaakstelling van ruim dat bedrag hebt. Dat is de reden dat het college daar niet voor kiest, ook om zaken niet groter te maken dan ze al zijn. Dan motie 7, 'Wind op dak'. Het is nog weinig toegepast, maar we zien dat het inderdaad al wordt toegepast en dat kan zeker interessant zijn want wij staan open voor innovatie, zeker ook in die energietransitie. Daarom willen we een studie laten verrichten naar de kansen, dus opwek en windbreking op daken en anderzijds zijn er potentiële bezwaren, die zijn in het debatje ook genoemd, netcongestie, kosten, trillingen en geluid. Die twee zullen we ook in een bureaustudie bij elkaar brengen, dat gaan we onderzoeken, in beeld brengen en indien nodig besluiten over nemen. Dus geen bezwaar. De heer VAN CREIJ: Even richting de wethouder. Gaan we de energie die mogelijkerwijs door dit soort zaken wordt opgewekt zien als een besparing, ik vroeg dat net ook aan de indieners, of halen we het van het RES-bod af? Wethouder VAN DER GELD: Laten we daar niet op vooruitlopen omdat ik ook nog niet weet om welke getallen het gaat.
Dit wordt vrij technisch, je hebt grootschalig zon op dak en kleinschalig zon op dak, daarin wordt ook gedifferentieerd en op een gegeven moment wordt iets wel besparing of wordt het opwek, maar laten we nu niet in die technische discussie duiken. Als deze techniek kansrijk is, moeten we bepalen... Ongetwijfeld heeft de RES nationaal daar ook adviezen over, dat zullen we allemaal nagaan en in het onderzoek betrekken. Dit is wel een relevante vraag voor later. De heer VAN HATTEM: Ik had dezelfde vraag over de RES-opgave, de verhouding daartoe. Wethouder VAN DER GELD: Dan motie 14. Het zal u niet verbazen dat wij deze motie ontraden. Wij we nemen geen beslissingen op basis van een aangekondigd onderzoek waarvan de uitkomst nog niet bekend is, er wordt eigenlijk een voorschot genomen op een onderzoek en de mogelijke uitkomst daarvan tenzij de heer Van Hattem de uitkomst van het onderzoek al kent. We hebben ook navraag gedaan bij het rijk en die zegt dat de RES-doelen voor 2030 onverminderd van kracht zijn en dus ook de aangewezen zoekgebieden, inclusief de Duurzame Polder. Dat is de reden dat wij motie 14 ontraden.
De heer VAN HATTEM: Het gaat daarbij ook om de verhouding van wind en zon en wind op land en dan is de vraag of deze gemeente in de tussenliggende periode, tot januari a.s., mogelijk onherroepelijke besluiten over de Duurzame Polder neemt, zijn die wel of niet voorzien? Wethouder VAN DER GELD: Nee, het besluit dat u als raad neemt, staat medio april a.s. gepland. Dan motie 32, 'Voortzetting Buurt naar het Museum'. De evaluatie is nog niet definitief, in het eerste kwartaal van 2025 is die er wel en we gaan ons best doen, zo interpreteer ik de motie ook, om die periode te overbruggen. Daarover gaan we ook met de musea praten en daar gaan we zelf ook ons best voor doen. In december a.s. hebt u een discussie over het cultureel wijkprogramma en we moeten ook kijken hoe dit zich ook in de toekomst tot elkaar gaat verhouden. Dat alles bij elkaar geraapt maakt dat motie 32 wat ons betreft geen bezwaar heeft. Dan motie 34, 'Wendbaar begroten'. Daar hebben we het ook in commissie Bestuur al uitgebreid over gehad. Ik wil daar één specifiek deel uit lichten als het gaat om de scenario's. Wij interpreteren dat wel als het nadrukkelijke statement van uw raad dat u keuzes voorgelegd wilt krijgen.
Zoals de indiener ook aangaf is de maatvoering van de ombuigingstaakstelling niet van dien aard dat voor ieder voorstel uitgebreide scenario's kunnen worden voorgelegd, maar wij gaan wel degelijk keuzes voorbereiden en volgens mij is de stelling van uw raad dat die geen pasklare voorstellen wil waar u alleen 'ja' of 'nee' tegen kunt zeggen en dat er wel degelijk keuzes moeten zijn. Zo interpreteren wij dat en zullen wij dat ook voorbereiden en motie 34 heeft geen bezwaar. Tot slot amendement 3, 'Armoedebestrijding'. Het college benadrukt dat wij fors investeren in gelijke kansen voor iedereen, waaronder armoedebestrijding, en dat we in deze periode extra, € 4 miljoen nota bene… U hebt onlangs een raadsvoorstel over het cultureel wijkprogramma ontvangen, ik refereerde er zojuist al aan, waarvoor de middelen van de Bossche Zomer worden bestemd. Daar ging het in het debat volgens mij ook al over, die middelen worden nota bene door partners waaronder Brabant C en het bedrijfsleven verdrievoudigd. Aangezien het dit onderwerp raakt, maar daar zullen we ongetwijfeld in de commissie ook bij stilstaan, benadruk ik ook dat bij opzetten van het cultureel wijkprogramma ook de Quiet in de stuurgroep zit. Op grond van al die argumenten bij elkaar ontraden wij amendement 3. Tot zover voorzitter. 48
Wethouder RALPH GEERS: Ik ben vanwege een verkoudheid wat kortademig, maar dat wil niet zeggen korter van stof want ik heb zo'n dertien voorstellen te behandelen. Ik heb twee blokjes, een over afval en een over openbare ruimte/groen en dan nog drie losse moties waarmee ik begin. Ik begin met motie 18, 'Behoud schaarse bedrijventerreinen' van de PVV. Op zich geen bezwaar en ik ben blij dat daar 'zoveel mogelijk' in staat omdat we in individuele gevallen een verkleuring in de gebiedsontwikkeling best logisch vinden en we tegelijkertijd ook iets moeten toevoegen. Wat ons betreft betrekken we deze motie bij het beleidskader Bedrijfsterreinen waarmee wij in de eerste helft 2025 komen. Dan motie 26, 'Liever voorkomen dan herstellen, informatiecampagne over huisdieren'. Die willen wij ontraden omdat wij het niet aan ons als overheid vinden om hierover een actieve informatiecampagne via onze kanalen te voeren. Vandaar dat we de motie in 2023 wel konden steunen, omdat het met partners faciliteren was, maar we willen het niet naar ons toe trekken. Overigens hebben wij ook niet zomaar middelen en capaciteit beschikbaar om zo'n campagne te ontwikkelen en uit te voeren en ontbreekt in die zin de dekking. De heer VAN HATTEM: Juist die dekking was voor mij de reden om de motie mede in te dienen.
Dit kan namelijk kosten besparen want we halen als gemeente ook hondenbelasting op en dit zijn zaken waar we als gemeente tegen aanlopen en die de gemeente ook geld gaan kosten in de dierenopvang. Juist met de hondenbelasting hebben we een hele mooie dekking om dergelijk preventief beleid te voeren, zodat we minder onkosten hoeven te maken voor de problemen die ontstaan met huisdieren die iets te gemakkelijk worden aangeschaft. Wethouder RALPH GEERS: In technische zin staat die dekking niet in de motie, dan zou het een amendement zijn, maar dat is ook niet passend en verder is het onhandig als we aan de ene kant de hondenbelasting afschaffen en dat aan de andere kant gebruiken als dekking voor een activiteit. Dan motie 31, 'Zeggenschap gemeentelijke organisatie op orde'. Die ontraden wij primair en ten zeerste omdat uw raad niet gaat over de taakverdeling binnen de ambtelijke organisatie. Het is aan het GMT hoe het die rolverdeling doet. Ten tweede past hij ook niet in het totaalpakket met aanbevelingen van de twee adviseurs. Zit de gemeentesecretaris, de WOR-bestuurder of de directeur Personeel als gesprekspartner aan tafel? Daar moet helderheid over zijn, zodat de goede gesprekspartners daarmee ook het goede gesprek kunnen voeren. Dus die ontraden wij. De heer KAGIE: Een vraag aan de wethouder.
Wij weten dat het een aangelegenheid van het college is, maar wij krijgen deze stukken en zijn natuurlijk ook bezorgd over de verhoudingen tussen de GOR, de ondernemingsraden, de ambtelijke top en het college. De vraag aan u: zit de directeur Personeel & Organisatie, op basis van de aanbevelingen, maar ik zou zeggen van niet, bij de gesprekken met de GOR? Wethouder RALPH GEERS: We hebben u eerder geïnformeerd over het ambtelijke voornemen om over te gaan tot de fusie van twee sectoren waarbij er ook wat bordjes worden verhangen. In het kader van de Wet op de ondernemingsraden zit de WOR-bestuurder aan tafel en wie daar wel of niet bij zit, is echt aan het GMT en niet aan uw raad en ook niet aan het college. Dat hangt af van het agendapunt en de samenwerkingsafspraken tussen de zeggenschap en de medezeggenschap. Vanaf het moment dat wij u in juli jl. hebben geïnformeerd over de interne dynamiek die is ontstaan, wij er met uw motie om rust te brengen in de hand actief mee aan de slag zijn geweest en we u hebben geïnformeerd over wat daar speelt hebben we twee externe adviseurs gevraagd om adviezen te geven over hoe we in de volgende zittingsperiode van de medezeggenschap dat construct kunnen versterken omdat een sterke organisatie alleen kan draaien met een goede verhouding tussen de zeggenschap en de medezeggenschap en de interactie daar.
Dat advies is opgeleverd, we hebben dat integrale advies op 7 november jl. overgenomen en we hebben daar ook over gesproken met iedereen die bij de zeggenschap en de medezeggenschap is betrokken en iedereen heeft die aanbevelingen herkend en omarmd en wil ermee aan de slag omdat dit interne samenspel, die samenwerking, cruciaal is voor de toekomst van de organisatie. Leren van de lessen uit het verleden naar de toekomst vraagt iets van degenen die in de medezeggenschap, de OR en de GOR actief zijn, dat vraagt iets van ons als college en dat vraagt iets van ons GMT onder leiding van deze gemeentesecretaris. De heer KAGIE: Ik weet dat ik met deze interventie driemaal aan de beurt ben geweest. Zit de directeur Personeel & Organisatie/de gemeentesecretaris, dat zit op dit moment bij dezelfde persoon,
49
aan bij de ondernemingsraad, ja of nee? Dat is mijn vraag en daar kunt u helderheid over verschaffen, ik maak dat niet uit uw antwoord op. Wethouder RALPH GEERS: Wij hebben u in de zomer geïnformeerd over dat in ieder geval gedurende deze zittingsperiode van GOR iemand anders vanuit het GMT wordt afgevaardigd bij de gesprekken met de GOR. De twee adviseurs hebben aanbevelingen gedaan en het is dan ook aan het GMT om in de samenwerking te bepalen wie er als WOR-bestuurder namens het GMT bij de GOR zit. De heer VAN DER KRABBEN: Wij hebben een brief van het college gekregen over de voortgang van de ondernemingsraadsverkiezingen. We hebben in mei jl. afgesproken dat er tot 1 januari 2025 een plaatsvervanger van de WOR voor de medezeggenschap zou komen, maar nu krijgen we een stuk waarin staat dat het anderhalf jaar verder wordt doorgetrokken. Ik wil van u weten waarom we er niet in zijn geslaagd om in dit halfjaar zonder al die adviseurs orde op zaken te stellen want het is een normale verhouding. Als wij niet in staat zijn dat nu op te lossen, wordt het anderhalf jaar verder getrokken en wat blijft er na anderhalf jaar over? Wachten we tot iemand met pensioen gaat ? Dat zijn toch geen normale constructies? Ik waardeer het dat u de stap hebt gezet, maar dit zou u ook moeten kunnen beantwoorden.
Wethouder RALPH GEERS: Wij verwachtten voor de zomer niet dat dit de rest van de zittingsperiode zou voortduren. Vandaar dat er een aantal elementen in gang zijn gezet, waaronder dat de huidige WOR-bestuurder heeft gezegd 'ik vaardig iemand anders af in de gesprekken met de GOR'. Het college heeft er tegelijkertijd twee externe adviseurs op gezet die een advies over het overdrachtsdocument geven, hoe daarna verder. Zij komen op basis van hun gesprekken tot de aanbeveling 'trek in die transitieperiode de vervangend WOR-bestuurder in ieder geval anderhalf jaar door' en dan is het aan ons en het GMT om invulling aan die aanbeveling te geven. Dat zegt niet iets over schuld of diskwalificatie van mensen, maar we organiseren deze organisatie juist zo om met die frisse stap aan de toekomst te kunnen bouwen. Die advisering ligt er net als al die andere aanbevelingen en daar gaan zeggenschap en medezeggenschap de komende weken heel hard met elkaar mee aan de slag. De heer VAN DER KRABBEN: Dank u wel voor het antwoord en ik begrijp het ook want het college gaat erover, dat is helder. Bij mij blijft de zorg waarom we het anderhalf jaar verder trekken en het probleem niet bij de horens pakken. Wethouder RALPH GEERS: Anderhalf jaar verder, die rekensom klopt volgens mij niet. Ik merk, en dat hebben wij ook gemerkt in het gesprek dat wij eind oktober jl.
met de hele zeggenschap en medezeggenschap hebben gehad, dat er aan alle kanten in de organisatie heel veel passie is om daarmee aan de slag te gaan, er is heel veel bereidheid om van het verleden te leren en te bouwen aan de toekomst van een sterke zeggenschap en medezeggenschap. Het idee dat mensen nog steeds of op een bepaalde manier niet on speaking terms zijn, herken ik niet uit het gesprek dat we eind oktober jl. hebben gevoerd. Daarin is eerlijk, open en inhoudelijk over de aanbevelingen gesproken en wat ons betreft is er wel degelijk een ontwikkeling gaande waarmee we met de aanbevelingen van de twee adviseurs kunnen zorgen dat we in de toekomst goede zeggenschap en medezeggenschap hebben. De heer VAN DER KRABBEN: Is het college bereid de raad over een halfjaar te informeren over hoe dat loopt? Die anderhalf jaar waarvan u zegt dat is niet helder, maar dat staat in een van de brieven van het college. Wethouder RALPH GEERS: Eén kanttekening. Ik wil uw raad helpen in de goede rol en de goede verhouding te kunnen spelen ten opzichte van individuen en ambtelijke organisatie.
We hebben inmiddels een ritme opgebouwd waarin de gemeentesecretaris uw raad eenmaal per jaar meeneemt in de ontwikkelingen in de organisatie en ik kan me heel goed voorstellen dat we de volgende keer dat wij dat doen ook vertegenwoordigers van de medezeggenschap uitnodigen om het gesprek te voeren over wat we van die aanbevelingen hebben geïmplementeerd en hoe we zorgen dat wij goed werken, maar dat hangt er ook vanaf of de mensen in de medezeggenschap daar behoefte aan hebben. De heer VAN HATTEM: Ik word in de stad regelmatig, in ieder geval de afgelopen week toen dit is gaan spelen, aangesproken door mensen die zeggen 'wat is het bij jullie ineens een zooitje, wat is 50
er aan de hand, iemand gaat toch niet anderhalf jaar niets zitten doen'. Ik pas ervoor om te zeggen dat dit ook zo is, maar de raad moet wel duidelijkheid krijgen, ik moet de mensen in de gemeente kunnen uitleggen wat hier aan de hand is en hoe hiermee wordt omgegaan. Wie krijgen we straks hier wel of niet in charge aan tafel? Vanaf 1 januari a.s. schijnt er een nieuwe directeur Personeel & Organisatie te komen, is al duidelijk wie dat wordt en kan de wethouder enigszins zicht geven op wat we de komende tijd gaan zien en wie op welke positie in deze organisatie komt. Wethouder RALPH GEERS: Op dit moment loopt intern het traject dat ik eerder noemde over de mogelijke fusie van twee sectoren waarmee de bedrijfsvoering inderdaad in één sector terechtkomt. In het huidig construct vervalt de functie van sectordirecteur Bestuurs- en Algemene zaken, die functie gaat naar de directeur Middelen en Dienstverlening, dat wordt nu de sector… Er loopt een juridische procedure omtrent de advisering van ook de GOR en we hopen dat op 1 januari a.s. te kunnen invoeren, maar dat is afhankelijk van welk advies er komt. Als er onverhoopt een negatief advies komt dan heeft het GMT zich daar ook toe te verhouden, dus ik kan geen garantie geven.
Ik hoop dat de heer Van Hattem aan de mensen die hij in de stad tegenkomt en die daar vragen over stellen ook kan aangeven wat er in de brief van 7 november jl. staat en welke aanbevelingen er zijn en dat hij in tegenstelling tot wat er in de krant stond vanavond gewoon heeft gezien dat de gemeentesecretaris aan het werk is en hij zelfs met zijn personeel praat, wat volgens de aanhef in de krant niet het geval zou zijn, dus dat we hier gewoon met een volwassen organisatie samenwerken waar de gemeentesecretaris in charge is voor de ambtelijke organisatie en waarin alle mensen hier op het stadskantoor dag in, dag uit het beste doen voor onze inwoners en ondernemers. Ik hoop dat de heer Van Hattem dat verhaal als weerwoord kan vertellen. De heer VAN HATTEM: U hoorde mij dat tussen de regels door ook zeggen, ik ga echt niet zeggen dat we hier anderhalf jaar lang niets gaan doen, dat de secretaris gewoon aan het werk is, maar hoe de situatie precies in elkaar zit, wat hier speelt en of het allemaal op een effectieve manier gebeurt, kan ik op basis van de informatie die ik tot nu toe heb niet duidelijk uitleggen. De uitleg die de wethouder op dit moment geeft, verheldert het wel.
Ik hoor nu wel weer iets nieuws, er is wel gewoon overleg tussen de secretaris en het personeel, maar hoe verhoudt zich dat tot de ondernemingsraad, waar blijkbaar dat overleg niet kan plaatsvinden? Dat vind ik wat moeilijker uit te leggen naar de afhankelijke toehoorder. Wethouder RALPH GEERS: Dank aan de heer Van Hattem voor het antwoord op deze vraag want dan zijn we terug bij de motie en waarom ik die ontraad. Er komt op een gegeven moment een vermenging in rollen en er wordt geschetst dat de gemeentesecretaris iets moet doen. Nee, de gemeentesecretaris is volledig in functie, is volledig gecommitteerd en is ook gewoon die belangrijke schakel in de organisatie. Met betrekking tot het zijn van bestuurder op grond van de Wet op de ondernemingsraden is afgesproken dat het GMT iemand anders mandateert om de gesprekken met de GOR te voeren. Dat is een andere rol en dat is cruciaal. Ook al wordt dat door dezelfde persoon ingevuld, het zijn wel twee verschillende rollen, zoals het zijn van een raadslid ook een andere rol is dan het zijn van Eerste Kamerlid, die rollen kunnen door dezelfde persoon worden ingevuld. De heer HOEBEN: Ik hoor uw verhaal aan en zo'n advies is niet niks, anderhalf jaar is best lang en dat komt niet zomaar uit de lucht vallen, dat is ergens op gebaseerd.
Mijn vraag is eigenlijk of er wel het vertrouwen is dat in die periode dit goedkomt en zo ja, waaruit we kunnen opmaken dat het uiteindelijk helemaal goedkomt tussen de GOR en de gesprekspartner vanuit de gemeente? Wethouder RALPH GEERS: Het advies van beide heren zegt eigenlijk dat de zeggenschap en medezeggenschap een transitieperiode in gaan met betrekking tot de manier waarop zij hun werk organiseren, langs welke definities, welke werkafspraken, welke ondersteuning et cetera. De verwachting is dat ze in totaal zo'n anderhalf jaar nodig hebben om dat goed ingewerkt te krijgen. Dat is het advies, dat is niet mijn verhaal, maar dat is hun advies. Ze zeggen: continueer intussen de huidige situatie waarbij de gemandateerd WOR-bestuurder per 1 januari de gesprekken met de nieuw gekozen GOR voert, dat is wat daar gebeurt. Ik hoop dat u helemaal niets merkt omdat we intern gewoon de gesprekken op een goede manier voeren en er geen escalatie is die naar buiten komt. Ik gaf net richting de heer Van der Krabben aan dat we op het moment dat we in gesprek gaan over de organisatieontwikkeling kunnen vragen of de medezeggenschap er behoefte aan heeft om een reflectie op het afgelopen jaar te geven, zodat uw raad gevoel krijgt bij wat er op dit moment wel en niet goed gaat en hoe de sfeer onderling is.
Nogmaals, voor het gesprek van eind oktober zie ik wel echt de behoefte om vooruit te kijken en te bouwen aan die sterke zeggenschap en 51
medezeggenschap die cruciaal is voor het welzijn van onze organisatie. Dan ga ik naar blokje Openbare ruimte en ik begin ik bij motie 9, 'Inzicht Beheersplan openbare ruimte'. Die ga ik ontraden, maar ik ga daar mogelijk wel iets over toezeggen. Ik ontraad deze omdat er een tegenstelling ontstaat en er aannames in zitten die wat ons betreft niet kloppen. De aanname is dat wij afwegingscriteria hebben die zeggen wanneer wel iets in de binnenstad en wanneer iets in de rest van stad. Wij kennen criteria voor alles wat wij in de stad doen en dat is niet ergens één ding afgezonderd versus de rest. U hebt laatst een presentatie over het Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte gekregen waarin ook die criteria zitten over veiligheid, werk met werk maken et cetera. Voor de binnenstad geldt een ander onderhoudsniveau dan elders en daar geldt wel een andere afweging dan bij de bestaande criteria die overal gelden, maar is niet één versus de rest. Dan punt 2 over wanneer een wijk aan de beurt is. Wij pakken nooit hele wijken, dus niet alleen Zuid of heel Rosmalen, aan maar dat gaat per buurt of op straatniveau. Ik snap wel dat u richting de discussienotitie die Rosmalens Belang heeft toegezegd de criteria, ook voor het UPOR en binnen het beleidsplan Beheer Openbare Ruimte, inzichtelijk wilt hebben.
Ik ontraad de motie vanwege de tekst die erin staat, maar ik wil best een toezegging doen over de gedachte erachter, dat u graag die de criteria wilt weten voordat u straks de discussie gaat voeren omdat, zoals Rosmalens Belang al aangaf, u dan ook eventueel aan de criteria kunt sleutelen als daar behoefte aan is. Overigens vertimmeren wij juist ontzettend veel op plekken buiten de binnenstad, of het nu ten oosten van de A2 is of niet. Mevrouw HENDRICKX: Ik ben blij dat u met het oog op de actualisatie van het Beheerplan Openbare Ruimte naar die criteria wilt kijken, maar ik vind het tweede dictum wel belangrijk omdat wij dat Beheerplan Openbare Ruimte niet alleen maken voor ons als raad, maar juist omdat we daarmee misschien een slag kunnen maken zodat het voor de inwoners concreter en duidelijker wordt wanneer hun wijk aan de beurt is of welke werkzaamheden in hun wijk zijn gepland. Ik heb begrepen dat er intern best wel over wordt nagedacht en dat deze motie in lijn kan zijn met waar de organisatie al mee bezig is. Ik vraag me eigenlijk af waarom u niet positief over deze motie kunt adviseren omdat die in lijn is met de richting die u zelf op wilt, vandaar mijn verzoek om hier toch anders over te adviseren. Wethouder RALPH GEERS: Ik ben het niet eens met een aantal constateringen en ook niet met dictumpunt 1 en 2.
In dictumpunt 2 gaat het over de wijken en we zijn juist bezig met programmeren en vooruitplannen om ook voor onze inwoners inzichtelijk te maken wat er de komende jaren gebeurt. Als dat overblijft, is de motie overbodig want mevrouw Hendrickx gaf net zelf al aan dat men daar ambtelijk mee bezig is en dan voegt de motie niet heel veel toe. Ik zou zeggen, omarm dan de toezegging dat wij die zaken richting het stuk voor u in kaart gaan brengen. Mevrouw HENDRICKX: Een beetje een flauwe discussie en daar ga ik niet in mee. Wij zien dat wij ontzettend veel investeringen doen in de binnenstad, ik heb even een klein optelsommetje gemaakt en het gaat al gauw richting de € 150 miljoen. Daar denken wij als fractie anders over, maar laat dat even buiten kijf. Wij zien dat de verhouding tussen buurten en wijken versus de binnenstad, uit verhouding is. Ik denk dat dit geen hogere wiskunde is en dat we dat hier allemaal zien en vandaar dat ik richting het Beheerplan Openbare Ruimte vraag om voor de raad inzichtelijk te maken wat wij de komende jaren waar gaan doen. Dat de meerderheid van de raad vervolgens zegt alles in de binnenstad te willen laten landen, soit, maar nu is er eigenlijk niets te kiezen en dat is wat deze motie eigenlijk zegt: breng de raad in stelling, legt keuzes voor en maak het inzichtelijk.
Als u dat niet wilt, ik breng hem in stemming en ik hoop dat uw collega's daar anders over denken want die verschillende verhoudingen in budget zijn wel degelijk aan de orde. Wethouder RALPH GEERS: Nu wordt het wel heel onhandig want nu wordt het een totaal andere lezing dan het net was en het daarvoor was, nu was het weer iets nieuws ten opzichte van 'ja u doet het al'. In die € 150 miljoen zit volgens mij ook een aantal gebouwen en dat is geen openbare ruimte. Om de potjes even helder te hebben, Openbare ruimte bouwt geen theaters, om maar een fictief voorbeeld te geven. Ja, wij zijn bezig met het programmeren, dat kunnen we dan ook veel inzichtelijker maken, mensen kunnen nu al op de website zien wat er nu gebeurt, maar we willen verder vooruit kunnen plannen. Hoe dat werkt willen we inzichtelijk maken richting die discussienotitie, maar met wat de motie vraagt, zeker met de lezing die nu wordt gegeven, blijf ik bij het idee om de motie te ontraden, maar ik zeg u het andere wel toe, uiteraard afhankelijk van of die motie in stemming komt. Motie 11, 'Toetsen aan het Bomenbeleidsplan'. Geen bezwaar met de kanttekening dat we de functie van beleidsmedewerker niet kennen, maar we snappen het idee erachter en wat dat betreft geen bezwaar. Motie 21, 'Beweegtoestellen openbare ruimte'.
Wij werken ook aan het kader 'Spelen, bewegen en ontmoeten' en daar zou deze volgens mij heel goed in passen. Er zijn af en toe wat 52
juridische hobbels als je kijkt naar wat op een speelplek wel en niet mag, maar beredeneerd vanuit wat wel kan, willen wij wel in dat kader betrekken wat we daar nog meer in kunnen doen. Motie 21 heeft met die opmerking geen bezwaar. Motie 23, 'Groeispurt voor Stads Bosch Beheer'. Volgens mij is dat een erg sympathiek initiatief waarover al veel is gesproken. Ik lees de motie zo dat we eigenlijk de ondernemers en de binnenstadmanager aan het werk zetten. In die verzameling kunt u schaalvoordeel halen waardoor het voor de ondernemers goedkoper is. Daar heb ik geen bezwaar tegen. Het leren voor de aanpak van de wijken is ook een goede, wel even met de kanttekening dat zo'n uitrol in de wijken wel inzet en capaciteit vraagt en ik die op dit moment niet heb. Vandaar de variant waarin we eigenlijk een opdracht aan Den Bosch Partners geven, geef hier schwung aan. Ja, maar een uitbreiding zoals ik in uw raad een beetje hoorde, 'ga ook versteende wijken doen', dan moet ik hem ontraden want daar is geen financiering voor. Als mijn lezing klopt dan geen bezwaar. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Tijdens de eerste termijn van mevrouw Craste vroeg ik ook of er de mogelijkheid is ten aanzien van de binnenstad, om dan de inwoners direct te kunnen laten meeliften.
Eigenlijk dat zij kunnen aansluiten als er schaalvoordeel ontstaat, kunt u dat ook zo lezen en is dat mogelijk? Dat is natuurlijk ook aan de indiener, maar of dat ook op die manier kan worden gelezen dat iedereen op die locatie in de binnenstad kan meeprofiteren als er toch een voordeel ontstaat. Wethouder RALPH GEERS: Volgens mij staat het woordje 'commerciële' in het eerste verzoek tussen haakjes, waardoor je dat zo kunt lezen, maar wel in de variant dat die inwoner zelf een bijdrage levert, zodat het past in het concept dat mevrouw Craste toelichtte. De heer VERBRUGGEN: Nogmaals ter bevestiging. Wat ons betreft hebt u de strekking goed gelezen. Wethouder RALPH GEERS: Dan motie 24, 'Ecologische compensatie bij bomenkap'. Ja, bomen moeten we compenseren en dat moeten we ook zeker goed doen, maar toch ontraden wij de motie zoals die er nu staat, enerzijds omdat we in de uitvoering een aantal opgaven zien bij wat er wordt gevraagd, als een boom ineens moet worden gekapt en of je kunt compenseren is ook afhankelijk van ruimte en plantseizoenen. Idem voor boomkroonoppervlakte, dat brengt echt wel veel met zich mee waardoor juist compensatie vertragend zou kunnen werken.