Nota van bevindingen (deel 2) onderzoek Armoedebeleid s-Hertogenbosch Rekenkamer
Tekst van het document
Partners noemen bovendien dat er sprake is van ‘witte vlekken’ – buurten of groepen waar nauwelijks aanvragen binnenkomen, zonder dat duidelijk is of dit komt door een gebrek aan behoefte of aan bekendheid. De Bossche Pas wordt door enkele partijen genoemd als kansrijk instrument om drempels te verlagen, mits deze toegankelijk en begrijpelijk wordt vormgegeven. Consulenten en partners signaleren daarnaast dat sociaal geïsoleerde inwoners vaak buiten beeld blijven: zij zoeken uit schaamte of wantrouwen geen contact, of kampen met mentale problematiek waardoor de stap naar hulp groot is. Omdat signalen uit hun omgeving ontbreken, bereikt de gemeente deze groep moeilijk. 3.4 Uitwerking beleid
8. Hoe werkt het beleid uit bij de doelgroepen? Wat hebben gebruikers van de regelingen er aan? Bevindingen op hoofdlijnen: Regelingen bieden tijdelijke verlichting van financiële druk, maken betaling van vaste lasten mogelijk en beperken in sommige gevallen schulden, maar dragen beperkt bij aan structurele bestaanszekerheid. Mentale rust wordt soms ervaren wanneer financiële zorgen afnemen, vooral in situaties waarin persoonlijke ondersteuning wordt geboden; structurele verbetering blijft doorgaans uit. Inwoners met wisselende of tijdelijke inkomens ervaren beperkte aansluiting bij bestaande regelingen; gebrek aan maatwerk en angst voor terugvordering werken belemmerend. Effecten op sociaal, cultureel en persoonskapitaal zijn incidenteel en grotendeels afhankelijk van betrokkenheid bij netwerken of aanvullende ondersteuning; structurele ontwikkeling blijft beperkt. Uitvoerders en partners herkennen het vooral tijdelijke karakter van de effecten; ondersteuning biedt stabiliteit in het dagelijks leven, maar heeft beperkte impact op onderliggende problematiek. Onderbouwing
In deze paragraaf wordt onderzocht hoe het armoedebeleid in de praktijk uitwerkt bij verschillende doelgroepen. De vraag staat centraal wat gebruikers van gemeentelijke regelingen eraan hebben. Eerst wordt het perspectief van inwoners beschreven: hoe zij de effecten van de regelingen ervaren op hun financiële, sociale en persoonlijke situatie. Vervolgens wordt dit aangevuld met bevindingen vanuit de uitvoeringspraktijk van consulenten en partners. 22
Ervaren effecten van regelingen
De meeste geïnterviewde inwoners ervaren de gemeentelijke regelingen als een tijdelijke verlichting van hun financiële situatie. Regelingen als de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en collectieve zorgverzekering helpen om vaste lasten te dragen of schulden te voorkomen. Inwoners omschrijven dit als "lucht krijgen" of "de eindjes aan elkaar knopen". Tegelijkertijd geven velen aan dat het om beperkte bedragen gaat, waardoor structurele verbetering uitblijft. De regelingen worden vaak gezien als noodzakelijk, maar onvoldoende om de bestaansonzekerheid echt op te lossen. Naast financiële verlichting ervaren sommige inwoners ook mentale rust. Het wegvallen van acute geldzorgen biedt ruimte voor herstel of nieuwe stappen richting werk of opleiding. Inwoners die zich gezien voelen door consulenten of hulpverleners, noemen dit als positief: het gevoel serieus genomen te worden draagt bij aan motivatie en vertrouwen. In enkele gevallen wordt deze rust ook in verband gebracht met verbetering van de mentale of fysieke gezondheid. Tegelijkertijd geven inwoners aan dat de regelingen weinig perspectief bieden voor de langere termijn. Vooral mensen met een langdurige uitkering, chronische aandoeningen of beperkte arbeidsmogelijkheden blijven afhankelijk van ondersteuning zonder uitzicht op verbetering.
Voor deze groep worden de regelingen ervaren als een noodzakelijk vangnet, maar onvoldoende om duurzame bestaanszekerheid te realiseren. Voor werkenden en zzp’ers sluiten de regelingen niet altijd goed aan. Inwoners met een wisselend of tijdelijk inkomen vallen geregeld buiten de criteria, bijvoorbeeld doordat hun jaarinkomen te hoog lijkt of hun situatie niet past in standaardcategorieën. Dit leidt tot terughoudendheid bij het aanvragen van ondersteuning, mede uit angst voor terugvordering. Een gebrek aan maatwerk wordt hierbij als belemmerend ervaren. Eén zzp’er merkte op: “Hoewel ik vanaf oktober geen inkomsten had, viel mijn totale jaaromzet uiteindelijk te hoog uit om in aanmerking te komen voor de regelingen.” Beleidsmakers van de gemeente geven aan dat bij een inwoner die geen zzp’er is, wordt gekeken naar een maandinkomen, en dat bij een zzp'er met een te hoog jaarinkomen eventueel nog een inkomensval kan worden aangetoond. Economisch kapitaal
Voorafgaand aan het gebruik van regelingen is er bij veel inwoners sprake van financiële instabiliteit, veroorzaakt door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, scheiding, schulden of een vluchtachtergrond. Tijdens of na het gebruik van regelingen ervaren sommigen meer financiële rust: vaste lasten kunnen worden betaald en schulden worden beperkt. Toch blijft het inkomen in veel gevallen laag en onzeker. Inwoners geven aan dat ze "net kunnen rondkomen", maar dat er geen ruimte is voor sparen of onverwachte uitgaven. Verandering: tijdelijke verlichting en stabiliteit. Wat blijft: structurele bestaansonzekerheid bij een deel van de groep. Sociaal kapitaal
Voorafgaand aan ondersteuning is het sociale netwerk vaak klein of kwetsbaar. Inwoners noemen eenzaamheid, schaamte of het ontbreken van naasten. Sommige groepen, zoals vluchtelingen of mensen met psychische problemen, hebben weinig binding met hun omgeving. Tijdens of na het gebruik van regelingen verandert dit beperkt. Inwoners die actief worden via Stichting Quiet of wijkinitiatieven ervaren meer verbinding, maar voor velen blijft het netwerk informeel en beperkt. Verandering: lichte toename van sociale steun bij betrokkenheid in de wijk. Wat blijft: sociaal isolement of beperkte netwerken bij een deel van de inwoners. Cultureel kapitaal
Voorafgaand aan ondersteuning is er vaak sprake van een afstand tot onderwijs en ontwikkeling. Inwoners noemen taalachterstanden, het ontbreken van een diploma of gebrek aan recente werkervaring. Dit komt vooral voor bij vluchtelingen, ouderen en mensen met een beperking. Tijdens 23
of na het gebruik van regelingen zijn er enkele voorbeelden van groei — zoals deelname aan een taalcursus, het behalen van een rijbewijs of vrijwilligerswerk — maar dit blijft beperkt. De regelingen zelf dragen hier zelden direct aan bij. Een inwoner vertelde: "Sinds ik rust heb in mijn financiën, durf ik eindelijk aan mijn eigen ontwikkeling te werken." Verandering: incidentele ontwikkeling via taal of werk. Wat blijft: beperkte toegang tot opleiding of ontwikkeling voor veel inwoners. Persoonskapitaal
Veel inwoners kampen voorafgaand aan ondersteuning met gezondheidsproblemen, zoals stress, burn-out, chronische ziekte, letsel of trauma. Deze klachten hangen vaak samen met financiële zorgen. Tijdens of na het gebruik van regelingen ervaren sommigen mentale verlichting, doordat financiële druk afneemt. Dit kan bijdragen aan herstel of hernieuwde structuur. Toch blijven fysieke en psychische klachten vaak bestaan, zeker bij chronische problematiek. De ondersteuning verlicht, maar kan de onderliggende oorzaken niet oplossen. Eén inwoner gaf aan: "Mijn fysieke gezondheid beperkt me in hoeveel en waar ik kan werken." Tegelijkertijd benoemen de inwoners dat de ondersteuning van de gemeente en partners in bepaalde gevallen helpt om gezondheidsverergering te voorkomen. Zo geeft een inwoner aan: “Dankzij de voedselbank kon mijn gezin gezond eten en mijn schulden aflossen. Zonder die hulp hadden we ongezond moeten eten.” Verandering: mentale verlichting bij een deel van de groep, voorkomen van verergering van gezondheidsproblemen soms Wat blijft: gezondheidsproblemen blijven vaak aanwezig. Perspectief uitvoeringswereld
Op basis van de gesprekken met consulenten en partners komt een vergelijkbaar beeld naar voren als uit de interviews met inwoners: de effecten van ondersteuning zijn vooral tijdelijk en verlichtend, maar structurele verbetering blijft voor veel mensen uit. Uit het gesprek met consulenten blijkt dat regelingen als de bijzondere bijstand of individuele inkomenstoeslag vaak zorgen voor verlichting op de korte termijn. Inwoners ervaren volgens hen “rust in het hoofd” doordat acute geldzorgen verdwijnen. Dit maakt ruimte voor het zetten van stappen richting herstel, participatie of werk. Tegelijk geven consulenten aan dat voor veel inwoners deze verlichting niet leidt tot structureel herstel van bestaanszekerheid. Dit geldt met name voor mensen met meervoudige problematiek, zoals schulden, psychische klachten of een beperkt netwerk. Volgens consulenten is de persoonlijke begeleiding daarbij cruciaal: pas als er vertrouwen en duidelijkheid is, komen mensen in beweging. Ze merken dat de ondersteuning van de gemeente dan ook verder gaat dan alleen de regeling zelf — het gaat om het gevoel gezien te worden, gehoord te worden, en samen een oplossing te zoeken. Tegelijkertijd zien zij dat mensen met een langdurige uitkering of chronische beperkingen vaak structureel afhankelijk blijven van deze ondersteuning.
Uit het gesprek met partners blijkt dat hulp via maatschappelijke organisaties – zoals Stichting Leergeld, de Voedselbank of Quiet – vooral praktisch en concreet verschil maakt. Een fiets voor een kind, gezonde voeding, of het meedoen aan een activiteit geeft inwoners letterlijk de middelen om mee te kunnen doen. Partners ervaren dat dit niet alleen financieel helpt, maar ook bijdraagt aan mentaal welzijn en zelfvertrouwen. Tegelijkertijd zien zij dezelfde grenzen als de consulenten: het zijn lapmiddelen voor structurele problemen. De hulp reikt niet tot aan het doorbreken van armoede. Daarbij wordt de hulp vaak individueel gemonitord – per aanvraag of casus – maar ontbreekt het overzicht op structurele effecten. Partners signaleren bovendien dat inwoners met wisselende of tijdelijke inkomens, zoals werkenden of zzp’ers, vaak buiten de boot vallen, de weg naar de regelingen niet weet te vinden of niets aanvragen uit angst voor terugvorderingen. De regelingen sluiten slecht aan op hun realiteit, en het risico op terugvordering schrikt af. Een gebrek aan maatwerk en onbekendheid met regels wordt hier als belemmerend ervaren. Uit de rapportages van zowel gemeente als partners blijkt dat hulp vooral bijdraagt aan het opvangen van acute noden. Kinderen kunnen meedoen aan school- en buitenschoolse activiteiten, gezinnen 24
houden toegang tot basisvoorzieningen zoals voeding en zorg. Dit ondersteunt bestaanszekerheid op het niveau van het dagelijks functioneren, maar verandert weinig aan de onderliggende financiële positie van inwoners. Daarnaast noemen verschillende organisaties het effect van hulp op het mentaal welzijn van gezinnen. Minder stress, meer rust en het gevoel erbij te horen worden herhaaldelijk genoemd als waardevolle uitkomsten. Deze effecten zijn echter moeilijk meetbaar en zelden onderwerp van structurele monitoring. 3.5 Bereik regelingen
9. Wat is het bereik van gemeentelijke regelingen? Bevindingen op hoofdlijnen: • Het gebruik van de belangrijkste gemeentelijke regelingen is de afgelopen jaren stabiel gebleven, met beperkte fluctuaties. Ondanks formeel brede toegankelijkheid zijn er geen aanwijzingen dat het daadwerkelijke bereik substantieel is toegenomen. • Het relatieve bereik verschilt per regeling en hangt sterk samen met specifieke toelatingscriteria. Regelingen met striktere voorwaarden kennen een relatief hoger bereik, wat deels verklaard wordt door een kleinere, beter afgebakende doelgroep. • Uitvoerende partijen hebben beperkt zicht op wie precies wordt bereikt en wie niet. Monitoring richt zich doorgaans op gebruikscijfers, terwijl informatie over niet-gebruik of uitval vaak ontbreekt. • Consulenten en partners signaleren dat specifieke groepen structureel buiten beeld blijven. Dit geldt onder andere voor ouderen, anderstaligen, werkenden met lage inkomens, en inwoners met psychische of mentale problematiek. • Digitale procedures, ingewikkelde voorwaarden, onbekendheid met regelingen en angst voor terugvordering vormen volgens uitvoerders belangrijke drempels voor toegang. Automatische toekenning wordt gezien als werkzame uitzondering.
• Beleidsmatig is het vergroten van het bereik erkend als aandachtspunt, maar structurele monitoring en gezamenlijke analyse van gebruik en niet-gebruik ontbreken grotendeels binnen de gemeentelijke organisatie en keten. Onderbouwing
In deze paragraaf staat het bereik van gemeentelijke armoederegelingen centraal. Op basis van gebruikscijfers en een vergelijking met het aantal huishoudens dat volgens inkomensgegevens in aanmerking komt, wordt inzicht gegeven in de mate waarin doelgroepen daadwerkelijk worden bereikt. Eerst wordt ingegaan op het feitelijke gebruik en het berekende bereik van de regelingen. Daarna volgt het perspectief van uitvoerende partijen en beleidsmakers op gebruik, niet-gebruik en ervaren belemmeringen. Gebruik en bereik van de regelingen
Tabel 14 toont het aantal toegekende regelingen van drie belangrijke gemeentelijke voorzieningen: de collectieve zorgverzekering (CZM), de individuele inkomenstoeslag (IIT) en de bijzondere bijstand. De gegevens zijn afkomstig uit de Zorgmonitor van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Uit de Zorgmonitor blijkt dat CZM en IIT formeel onder de bijzondere bijstand vallen. Beleidsmedewerkers geven aan dat CZM bijzondere bijstand is, maar categoriaal, terwijl IIT strikt genomen een andere vorm van ondersteuning is binnen de Participatiewet.
25
Tabel 14: Gebruik van gemeentelijke regelingen 2021-2024 Jaar
Collectieve zorgverzekering (aantal polissen)
Individuele Inkomenstoeslag (aantal uitkeringen)
Bijzondere bijstand (verstrekkingen)
Bijzondere bijstand (klanten)
2021
5.552
2.251
12.642
6.409
2022
5.498
2.206
12.309
6.236
2023
5.648
2.392
13.048
6.462
2024
5.526
2.472
12.730
6.328
Bovenstaande tabel laat zien dat het gebruik van de minimaregelingen tussen 2021 en 2024 weinig is veranderd. De aantallen blijven over het algemeen stabiel; bij sommige regelingen is zelfs sprake van een lichte daling. Bereik van de regelingen
Voor het berekenen van het bereik zijn twee databronnen gecombineerd: de Zorgmonitor (met het aantal personen dat gebruikmaakt van een regeling) en CBS-cijfers over huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum (zie paragraaf 4.2). Omdat gemeentelijke gegevens op individueel niveau beschikbaar zijn, terwijl CBS rekent met huishoudens, is een omrekening gemaakt: eenpersoonshuishoudens (ongeveer 80–85% van alle lage-inkomenshuishoudens) tellen voor 1 persoon mee, meerpersoonshuishoudens (15–20%) voor 2 personen. Op basis hiervan is het aantal potentiële rechthebbenden ingeschat en vergeleken met het daadwerkelijke gebruik van de regelingen. Verder is uitgegaan van volgende regels van de regelingen: ▪ Collectieve zorgverzekering: doelgroep zijn de inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. ▪ Individuele Inkomenstoeslag: doelgroep zijn de inwoners met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, minimaal 3 jaar in deze situatie, tussen 21 jaar en AOW-leeftijd. Bij de berekening is daarom uitgegaan van 56–65% van alle huishoudens binnen deze inkomenscategorie (om de groep 65+ buiten beschouwing te laten)2. ▪ Bijzondere bijstand: doelgroep zijn de inwoners met een inkomen 120% van het sociaal minimum. Tabel 15: Bereik van gemeentelijke regelingen 2021-2024 Jaar
Collectieve zorgverzekering
Individuele inkomenstoeslag
Bijzondere bijstand
2021
43%
67%±
60%
2022
43%
66%±
59%
2023
43%
72%±
60%3
Uit deze cijfers blijkt dat het gebruik van de collectieve zorgverzekering en de bijzondere bijstand de afgelopen jaren stabiel is gebleven, terwijl het gebruik van de individuele inkomenstoeslag is toegenomen. De cijfers geven een indicatief beeld, met name voor de individuele inkomenstoeslag,
2 Toelichting: de cijfers over het bereik van de IIT kunnen afwijken, omdat het CBS langdurig laag inkomen definieert als vier jaar, terwijl de
regeling bedoeld is voor inwoners met drie jaar een laag inkomen. 3 Toelichting: het bereik van de bijzondere bijstand is moeilijk vast te stellen, omdat het gaat om individuele, vaak onvoorziene kosten. Niet de omvang van de groep tot 120% van het inkomen is bepalend, maar het aantal personen binnen deze groep dat daadwerkelijk met bijzondere kosten te maken krijgt en hiervoor bijstand aanvraagt. Deze informatie is niet beschikbaar in CBS-data. Deze cijfers zijn dus vooral indicatief.
26
omdat het met de beschikbare data niet mogelijk is om het precieze bereik van de regeling vast te stellen. Verschillen in het gebruik van de regelingen lijken grotendeels verklaarbaar vanuit de specifieke voorwaarden per regeling. Zo richt de collectieve zorgverzekering zich op een brede doelgroep tot 130% van het sociaal minimum, terwijl de individuele inkomenstoeslag bedoeld is voor een kleinere groep met een langdurig laag inkomen tot 110% van de bijstandsnorm en aanvullende leeftijdscriteria. Hierdoor ligt het relatieve bereik van deze laatste regeling hoger. Volgens beleidsmakers zou de verklaring kunnen liggen in het gegeven dat inwoners voor wat betreft de zorgverzekering meer te kiezen hebben dan alleen de pakketten die de gemeente aanbiedt. Inwoners kunnen ieder jaar opnieuw voor legio andere verzekeraars en pakketten kiezen. Bij de IIT gaat het erom: is de regeling bekend en zo ja, neemt de inwoner de stap om deze aan te vragen. Bovenstaande trends sluiten aan bij de bevindingen uit paragraaf 3.2, waarin wordt geconcludeerd dat het aantal inwoners onder bepaalde armoedegrenzen in dezelfde periode nauwelijks is gewijzigd. Perspectief uitvoerders en beleidsmakers
Uit rapportages van gemeente en partners blijkt dat het bereik van hulp beperkt blijft. Organisaties rapporteren meestal over aantallen verstrekte voorzieningen of deelnemers, maar geven zelden inzicht in het percentage van de doelgroep dat daadwerkelijk wordt bereikt. Zoals eerder verteld, herkennen uitvoerders en partners dat er vaak witte plekken op de kaart zijn waarbij er vrij beperkt aantal inwoners van naar hulp vraagt. Deze bevindingen zijn vaker intuïtief dan meetbaar. Hierdoor blijft het zicht op niet-gebruik en witte vlekken grotendeels afwezig. Zo rapporteert Stichting Leergeld dat in 2023 ongeveer 60% van de doelgroep werd bereikt (Stichting Leergeld hanteert de inkomensgrens van 120% niet expliciet, waardoor hun doelgroep groter kan zijn). De Voedselbank schat dat ongeveer een derde van de doelgroep geen gebruik maakt van de voorziening, ondanks structurele behoefte. Het Jeugdfonds, Quiet en gemeentelijke afdelingen zoals Bijzondere Bijstand rapporteren alleen over gebruik, zonder bereikschatting of informatie over uitval. Uit het gesprek met consulenten blijkt dat veel inwoners die recht zouden hebben op ondersteuning buiten beeld blijven. In het geval van de energietoeslag werd een relatief groot bereik ervaren door grote landelijke media-aandacht en hoge (ervaren) nood.
In het tweede jaar is er meer ambtshalve toegekend maar dat leidde niet tot een substantieel groter bereik dan in de eerste ronde. Voor andere regelingen zijn consulenten afhankelijk van signalen of eigen aanmelding door inwoners. Praktische drempels als digitale formulieren, beperkte taalvaardigheid, of angst voor terugvordering bij de inwoners spelen hierin een grote rol. Specifieke groepen die volgens consulenten moeilijk bereikt worden, zijn ouderen, mensen met psychische problemen, en inwoners met wantrouwen richting instanties. Ook signaleren zij dat AVG-regels en beperkte capaciteit het moeilijk maken om actief en gericht te benaderen. De resultaten van vroegsignalering (zoals bij Eerste Hulp Bij Geldzaken) leveren maandelijks honderden signalen op, maar de benodigde tijd en inzet op de uiteindelijke opvolging ontbreekt. Ook partners bevestigen dat zij slechts een deel van hun potentiële doelgroep bereiken. Zo blijft het bereik bij werkende armen, anderstaligen, laaggeletterden en mensen met mentale problematiek beperkt. Partners wijzen daarnaast op inwoners die net boven de inkomensgrens vallen als een groep die tussen wal en schip raakt. Onbekendheid met regelingen, ingewikkelde criteria en digitale aanvraagprocedures worden genoemd als belangrijke belemmeringen.
Sommige partners benoemen het bestaan van ‘witte vlekken’: buurten of groepen waar nauwelijks hulp wordt gevraagd of aangeboden, terwijl onduidelijk is of daar geen behoefte is of juist sprake van verborgen problematiek.
27
Tabel 16. Gebruik en bereik van de ondersteuning van partners Organisatie
Doelgroep en regels
Gebruik in 2023
Vermeld bereik (% doelgroep)
Stichting Leergeld
Kinderen 0–17 jaar uit gezinnen tot ±140% bijstandsnorm
2.960 kinderen geholpen
ca. 60%
Voedselbank Den Bosch
Huishoudens met besteedbaar inkomen onder ca. €315–€430 per maand
1.688 huishoudens (4.001 personen)
ca. 70%
Stichting Quiet Den Bosch
Inwoners in armoede; geen formele toets, laagdrempelig lidmaatschap
1.280 leden
Onbekend
Jeugdfonds Sport & Cultuur
Kinderen tot 18 jaar uit gezinnen tot ±140% sociaal minimum; via intermediair
1.005 kinderen geholpen
Onbekend
Beleidsmatig is het vergroten van het bereik een bekend aandachtspunt. Beleidsmakers benoemen initiatieven zoals de Bossche Pas, vereenvoudiging van procedures en automatische toekenning als manieren om het bereik te verbeteren. Tegelijkertijd wordt erkend dat het verkrijgen van een goed beeld van gebruik en niet-gebruik complex blijft. Structurele monitoring ontbreekt, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als in de samenwerking met partners. Informatie over wie precies wordt bereikt, waarom sommigen worden gemist, en wat de overlap of uitval is tussen regelingen, is maar beperkt beschikbaar. De beleidsmakers geven aan dat de gemeente in verband met privacy en AVG beperkingen ervaart om individuen als zodanig te volgen. Dit is vooral lastig tussen verschillende organisaties en tussen verschillende regelingen. 3.6 Resultaten regelingen
10. Welke resultaten worden ermee behaald? Bevindingen op hoofdlijnen: • Gemeentelijke regelingen dragen bij aan tijdelijke financiële stabiliteit en het voorkomen van escalatie, zoals schulden of uitval. Structurele verbetering van inkomenspositie blijft doorgaans uit. • Inwoners ervaren soms mentale verlichting en overzicht in hun situatie. Dit leidt in beperkte gevallen tot herstel of stappen richting werk of ontwikkeling, vooral bij voldoende begeleiding. • Op sociaal en cultureel vlak zijn de opbrengsten beperkt en vooral afhankelijk van betrokkenheid bij netwerken of initiatieven van partners. De regelingen zelf stimuleren deze ontwikkeling nauwelijks. • Uitvoerders zien dat de effecten ongelijk verdeeld zijn: inwoners met beperkte problematiek hebben meer baat bij de ondersteuning dan mensen met meervoudige of chronische problemen. • Partners benoemen concrete verbeteringen in het dagelijks functioneren, zoals deelname aan school of sport. Deze resultaten blijven echter grotendeels ongedocumenteerd; structurele monitoring ontbreekt. 28
•
Gemeentelijke rapportages richten zich vooral op proces- en outputindicatoren. Inzicht in daadwerkelijke opbrengsten voor inwoners is beperkt en gebaseerd op signalen uit de praktijk.
Onderbouwing
De eerder beschreven effecten (Zie 3.4 – bevindingen uitwerking beleid) — zoals financiële verlichting, mentale rust en incidentele stappen richting participatie — vormen de basis voor de beoordeling van beleidsresultaten. In deze paragraaf worden de resultaten op hoofdlijnen geduid per hulpbron. Economisch kapitaal
Voor veel inwoners vormen gemeentelijke regelingen een noodzakelijke basis om financieel overeind te blijven. De bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en collectieve zorgverzekering worden vaak genoemd als middelen om vaste lasten te dekken. Inwoners geven aan dat deze regelingen hen helpen om schulden af te lossen, boodschappen te doen of onverwachte kosten op te vangen. Toch blijft het inkomen vaak laag, en is er weinig ruimte voor sparen of investeringen in de toekomst. Eén inwoner vertelde: "Met drie inkomens – parttime werk, bijstand en toeslagen – houd ik nog maar €300 per maand over." Verandering: tijdelijke financiële stabiliteit, afname van acute geldzorgen. Toekomstperspectief: hoop op werk, behoud van uitkering of financiële zelfstandigheid, maar vaak zonder verwachting van structurele verbetering. Sociaal kapitaal
De regelingen zelf dragen niet direct bij aan sociale participatie. Wel ontstaat in enkele gevallen ruimte om deel te nemen aan netwerken zoals Stichting Quiet of lokale initiatieven. Inwoners die deze stap zetten, ervaren meer steun. Tegelijkertijd blijft het bereik van deze resultaten beperkt tot inwoners met bestaande netwerken of hulpverlening. Een inwoner zei: "Sinds ik bij Quiet zit, voel ik me minder alleen. Maar echt vrienden of connecties heb ik er nog niet aan overgehouden." Verandering: beperkte toename van sociale verbinding, vooral via informele netwerken. Toekomstperspectief: hoop op meer contact, maar vaak verwachting dat de situatie gelijk blijft. Cultureel kapitaal
Zoals eerder benoemd blijft culturele ontwikkeling meestal beperkt. Wel zijn er voorbeelden van inwoners die dankzij rust in hun situatie een opleiding starten of vrijwilligerswerk doen. Het resultaat is incidentele versterking van cultureel kapitaal, afhankelijk van begeleiding en context. Eén inwoner vertelde: "Ik wil fietsenmaker worden, maar ik kom nergens binnen. Er is niemand die me helpt." Verandering: incidentele groei via opleiding of vrijwilligerswerk. Toekomstperspectief: wens om te leren of werken, maar afhankelijk van begeleiding en kansen. Persoonskapitaal
Zoals eerder beschreven ervaren sommige inwoners mentale verlichting na inzet van regelingen. In termen van resultaat betekent dit: afname van stress, hernieuwd overzicht en in enkele gevallen verbetering van gezondheid, of voorkomen van verslechtering ervan. De langdurige effecten zijn echter beperkt. Zonder aanvullende begeleiding of behandeling blijven gezondheidsproblemen bestaan. Verandering: afname van stress, soms verbetering van mentale gezondheid. Toekomstperspectief: wens om te herstellen of gezond te blijven, maar vaak met bescheiden verwachting. Perspectief uitvoeringswereld
Consulenten ervaren dat gemeentelijke regelingen zoals de bijzondere bijstand, individuele 29
inkomenstoeslag en kwijtschelding bijdragen aan rust, het voorkomen van verslechtering en incidentele stappen vooruit. Inwoners krijgen overzicht, kunnen rekeningen betalen en ervaren soms ruimte voor herstel. Tegelijk constateren consulenten dat de onderliggende problematiek meestal niet verandert: bestaanszekerheid blijft voor veel mensen kwetsbaar. Dit komt overeen met het beeld dat inwoners zelf schetsen, met name bij lage of wisselende inkomens. Partners benadrukken dat ondersteuning via organisaties als Stichting Leergeld, het Jeugdfonds, de Voedselbank en Quiet gezinnen helpt om mee te doen. Deze hulp draagt bij aan dagelijks functioneren, zelfvertrouwen en rust in het huishouden. Tegelijk is het effect vooral praktisch van aard; structurele inkomensverbetering blijft uit. Uitvoerders signaleren dat de resultaten ongelijk verdeeld zijn. Inwoners met beperkte problematiek profiteren relatief eenvoudig van tijdelijke hulp, terwijl anderen — met meervoudige problematiek of beperkte vaardigheden — sneller stagneren. De ondersteuning werkt vooral op economisch en persoonskapitaal (financiële basis, mentale rust), terwijl effecten op sociaal en cultureel kapitaal beperkt blijven tot inwoners die via partners toegang vinden tot netwerken of ontwikkelingsmogelijkheden. Verdere versterking vraagt volgens hen om aanvullende begeleiding en maatwerk.
In jaarverslagen en rapportages ligt de nadruk op het aantal verstrekte voorzieningen, zoals aanvragen voor bijzondere bijstand of voedselpakketten. Resultaten worden meestal beschreven in termen van “essentiële” of “onmisbare” hulp voor het dagelijks functioneren. Structurele monitoring van effecten ontbreekt, waardoor inzicht in langdurige impact beperkt blijft. Sommige organisaties benoemen wel participatieresultaten. Stichting Leergeld wijst op deelname aan school en sport als direct gevolg van hun inzet; Quiet noemt meer zelfvertrouwen en handelingsperspectief onder deelnemers. Toch is vaak onduidelijk of deze opbrengsten duurzaam zijn. Gemeentelijke teams rapporteren voornamelijk op procesindicatoren zoals doorlooptijden. Waar impact wordt besproken, gebeurt dit vooral op basis van praktijkervaringen. Medewerkers geven aan dat ondersteuning soms leidt tot meer zelfstandigheid, maar dat dit vooral geldt voor mensen zonder complexe problematiek. Bij inwoners met langdurige of meervoudige belemmeringen blijft het effect doorgaans beperkt tot stabilisatie. 3.7 Effectiviteit armoedebeleid
11. Hoe effectief is het armoedebeleid volgens gebruikers? Bevindingen op hoofdlijnen: • Inwoners ervaren de ondersteuning als noodzakelijk en helpend bij het dempen van acute nood, maar zien weinig mogelijkheden tot structurele verbetering. Het beleid biedt vooral tijdelijke stabiliteit. • De effectiviteit ligt vooral op het vlak van economisch en persoonskapitaal: hulp bij vaste lasten, afname van stress, en in beperkte gevallen verbetering van gezondheid of zelfvertrouwen. • Op sociaal en cultureel vlak blijven de resultaten achter. De regelingen dragen zelden bij aan bredere participatie of ontwikkeling; verbinding ontstaat vooral via initiatieven buiten het gemeentelijke beleid. • Inwoners waarderen de inzet van individuele consulenten die hen serieus nemen en ondersteunen. Deze persoonlijke benadering wordt als doorslaggevend ervaren voor vertrouwen en motivatie. • Tegelijkertijd is er brede kritiek op het systeem als geheel: een gebrek aan maatwerk, onduidelijke informatie, beperkte begeleiding na toekenning en het ontbreken van structurele ondersteuning vormen knelpunten. 30
•
Het beleid wordt vooral gezien als vangnet dat escalatie voorkomt. De roep om meer nabijheid, overzicht en flexibiliteit komt in meerdere gesprekken expliciet naar voren.
Onderbouwing
In deze paragraaf wordt de effectiviteit van het armoedebeleid beoordeeld vanuit het perspectief van gebruikers. Op basis van gesprekken met inwoners en uitvoerende partijen wordt duidelijk hoe het beleid wordt ervaren, wat het oplevert, en waar het tekortschiet. De ervaringen worden beschreven langs de vier hulpbronnen (economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal) en aangevuld met observaties over wat volgens inwoners goed werkt en wat beter kan. Effectiviteit van armoedebeleid volgens gebruikers
Inwoners van Den Bosch beoordelen de effectiviteit van het armoedebeleid overwegend als beperkt, maar essentieel. Uit de gesprekken met de inwoners blijkt dat de gemeentelijke regelingen een belangrijke rol spelen in het waarborgen van basiszekerheid en het dempen van acute financiële nood. Tegelijkertijd geven veel respondenten aan dat deze regelingen zelden uitzicht bieden op structurele verbetering van hun situatie. De balans tussen verlichting en perspectief komt hierin telkens terug: inwoners ervaren financiële steun, mentale rust en soms ook praktische ruimte, maar beschouwen deze resultaten meestal als tijdelijk of onvoldoende om zelfstandig uit armoede te komen. Economisch kapitaal
Zoals beschreven in paragraaf 4.4 biedt het beleid verlichting in economisch opzicht. Regelingen als de bijzondere bijstand en kwijtschelding gemeentelijke belastingen helpen om schulden te voorkomen en noodzakelijke uitgaven te doen. Ook voorzieningen als de collectieve zorgverzekering of energietoeslag worden veel genoemd als effectief middel om vaste lasten te verlagen. Inwoners omschrijven de ondersteuning vaak als “nodig om rond te komen” of “lucht om adem te halen.” Die basis wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd blijft het perspectief op verbetering voor veel inwoners uit. Met name voor werkenden met wisselend inkomen en zelfstandigen sluiten de regelingen onvoldoende aan, wat leidt tot terughoudendheid of uitsluiting. Ook blijft er doorgaans weinig over om te investeren in herstel, opleiding of toekomstplannen. In termen van economisch kapitaal brengt het beleid vooral tijdelijke stabiliteit (paragraaf 4.6). Sociaal kapitaal
Het sociaal kapitaal wordt door het beleid nauwelijks versterkt. Inwoners geven aan dat de regelingen individueel gericht zijn en zelden bijdragen aan bredere sociale binding. Alleen bij betrokkenheid bij maatschappelijke initiatieven, zoals Quiet, ontstaat er soms meer verbinding met anderen. Deze informele netwerken worden als waardevol ervaren, maar niet alle inwoners weten die te vinden. Eenzaamheid en een gebrek aan steun blijven voor velen een constante factor. De gemeente is vanuit haar armoedebeleid weinig zichtbaar in de leefwereld van mensen, en het beleid faciliteert nauwelijks structurele sociale participatie. Beleidsmakers geven aan dat vanuit andere (aanpalende) beleidsdomeinen zoals gezondheid, Weener XL (participatiehuis), Wmo, sociale structuur en sport wordt wel ingezet op participatie, werk en (sociale en mentale) welzijn. Cultureel kapitaal
Cultureel kapitaal, zoals ontwikkeling, opleiding of meedoen aan de samenleving, wordt door de meeste inwoners niet direct gekoppeld aan het armoedebeleid. Enkele respondenten noemen positieve ervaringen, zoals het volgen van een taalcursus of vrijwilligerswerk. Deze stappen worden echter vooral mogelijk door rust in de financiële situatie, en niet door gerichte stimulering vanuit de regelingen. In de regel blijft er weinig tijd, geld of begeleiding over om daadwerkelijk te investeren in opleiding of ontwikkeling. De meeste inwoners geven aan dat ze willen leren of bijdragen, maar ervaren belemmeringen in toegang en ondersteuning (zie ook 3.4). 31
Persoonskapitaal
Wat betreft persoonskapitaal benoemen meerdere inwoners dat het wegvallen van financiële stress bijdraagt aan mentale rust of herstel. Dit effect wordt herkend in zowel interviews met inwoners als met consulenten (paragraaf 3.3). In enkele gevallen wordt gesproken over verbeterd zelfvertrouwen, meer overzicht of zelfs gezondheidswinst. Toch blijven de onderliggende problemen – zoals chronische stress, ziekte of trauma – in veel gevallen aanwezig. Zonder bredere begeleiding of zorg kunnen deze niet worden opgelost. Wel benoemen inwoners dat de inzet van regelingen soms verergering voorkomt: een betaalde zorgverzekering of ondersteuning bij voeding kan bijvoorbeeld bijdragen aan gezondheid op de korte termijn. Wat doet de gemeente goed en wat kan beter
Wat inwoners waarderen in het beleid is de betrokkenheid van sommige consulenten. Zij worden als benaderbaar, luisterend en meedenkend omschreven. Deze individuele contacten maken voor veel mensen het verschil tussen afstand en verbinding. Ook de snelheid van handelen en bereikbaarheid van bijvoorbeeld Eerste Hulp bij Geldzaken wordt door sommige inwoners positief benoemd. Respondenten geven aan dat ze zich serieus genomen voelden en dat het vertrouwen dat zij kregen hielp om stappen te zetten. Deze elementen worden als essentieel ervaren en zouden volgens veel inwoners behouden moeten blijven. Tegelijkertijd is er brede consensus over de knelpunten. Inwoners benoemen een gebrek aan maatwerk en menselijkheid in het systeem. Wie net buiten de inkomensgrens valt, komt niet in aanmerking voor hulp, ook als de situatie nijpend is. Informatie over regelingen wordt als onduidelijk of versnipperd ervaren. Er is behoefte aan overzicht, uitleg in begrijpelijke taal, en vaste contactpersonen in de wijk. Daarnaast ontbreekt het volgens veel inwoners aan duurzame begeleiding na de aanvraag. Zodra een regeling toegekend is, stopt het contact, terwijl juist in die fase behoefte bestaat aan sturing en ondersteuning richting participatie of herstel.
In samenhang met de eerder besproken resultaten (paragraaf 3.5) blijkt dat het beleid vooral effectief is in het opvangen van nood en het voorkomen van verslechtering. De bijdrage aan bestaanszekerheid is daarmee tastbaar, maar beperkt in reikwijdte. De ondersteuning draagt met name bij aan economisch en persoonskapitaal, terwijl versterking van sociaal en cultureel kapitaal achterblijft. Inwoners benoemen dat het huidige beleid werkt als vangnet, maar nauwelijks als springplank. Hun waardering voor individuele consulenten staat daarbij in contrast met hun kritiek op de structuur van het systeem. De roep om meer vertrouwen, nabijheid en flexibiliteit komt regelmatig terug in gesprekken. 3.8 Toetsing normenkader
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm • Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. • Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Normen
Toetsing
▪
Voldoet merendeels. Inwoners ervaren verbetering op economisch en persoonskapitaal (zoals afname van stress en betaalbaarheid van lasten). Op sociaal en cultureel vlak zijn de
Regelingen en uitvoeringsaanpakken dragen volgens de inwoners bij aan verbeteringen in hun bestaanszekerheid
32
afgemeten aan de hulpbronnen die ze ter beschikking hebben.
effecten beperkt, maar incidenteel zichtbaar via netwerken of vrijwilligerswerk.
▪
Bewoners zijn bekend met de mogelijkheden van alle regelingen
Voldoet merendeels. De meeste gesproken inwoners zijn bekend met ten minste één regeling en kennen andere regelingen vaak via informele netwerken. Hoewel niet alle regelingen worden benut, is er in brede zin sprake van bekendheid met het aanbod onder gesproken inwoners.
▪
Het aanvraagproces voor deze publieke voorzieningen is helder, transparant en gebruiksvriendelijk
Voldoet merendeels. Ruim twee derde van de inwoners ervaart geen grote problemen bij aanvragen. Degenen die wel knelpunten ervaren, noemen vooral digitale toegang en papierwerk, maar zijn daarin afhankelijk van ondersteuning door derden.
▪
Bewoners weten waar ze terecht kunnen voor advies en assistentie
Voldoet merendeels. De meeste inwoners noemen de gemeente, familie of maatschappelijke organisaties als aanspreekpunt. Een kleiner deel weet dit niet, met name door taalproblemen of beperkte netwerken.
▪
De ondersteuning verleend door de gemeente en haar partners draagt bij aan het versterken van een duurzame bestaanszekerheid van inwoners.
Voldoet beperkt. De ondersteuning voorkomt verslechtering en draagt bij aan rust en stabiliteit. Structurele verbetering blijft voor veel inwoners uit, maar er zijn wel incidentele positieve resultaten zichtbaar op meerdere hulpbronnen. Toch verbetert duurzame bestaanszekerheid niet heel erg.
33
Hoofdstuk 4. Perspectief van de uitvoerders en beleidsmakers 4.1 Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van uitvoerders die inwoners helpen en beleidsmakers die beleid opstellen weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 12. Welke middelen worden vrijgemaakt voor de verschillende regelingen 13. Welke belemmeringen of successen zijn er volgens uitvoerders bij de uitvoering van de regelingen? 14. Hoe worden de regelingen benut in relatie tot a. de omvang van de doelgroep en de beschikbare middelen? 15. In hoeverre sluiten de diverse regelingen, de uitvoering en de effecten aan bij de doelen van het armoedebeleid? 16. Op welke wijze vindt (bij)sturing van het armoedebeleid door gemeenteraad plaats? En hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij en geïnformeerd over (de uitvoering van) het armoedebeleid? 4.2 Middelen en regelingen
12. Welke middelen worden vrijgemaakt voor de verschillende regelingen 13. Welke belemmeringen of successen zijn er volgens uitvoerders bij de uitvoering van de regelingen? 14. Hoe worden de regelingen benut in relatie tot a. de omvang van de doelgroep en de beschikbare middelen? 15. In hoeverre sluiten de diverse regelingen, de uitvoering en de effecten aan bij de doelen van het armoedebeleid? Bevindingen op hoofdlijnen: • Middelen voor Bijzondere Bijstand (verstrekkingen, directe levensbehoeften, voorzieningen wonen, maatschappelijke zorg, financiële transacties, medische dienstverlening, collectieve ziektekosten, overige en maatwerk) en energiekosten, energiearmoede en kosten externe bewind voering kenden een klein tekort in 2023 (realisatie versus begroting) en een ietwat groter tekort in 2024. o Maatwerk: Budget is in 2023 niet benut en in 2024 niet meer benoemd in de begroting. o Bijzondere Bijstand: Negatieve saldi (€ -121.000 in 2023 en € -276.000 in 2024) vooral door hogere uitgaven voor Directe Levensbehoeften, woonvoorzieningen en jongerenondersteuning; open-einde regeling zorgt voor variabele uitgaven. o Armoedebestrijding: Positief saldo in 2023 (€ 203.000) en 2024 (€ 321.000) door onderbesteding bij opstart Jongeren Perspectief Aanpak en uitgestelde Bossche Pas-middelen.
o Subsidies maatschappelijke partners: Uitgaven in 2024 lager door wegvallen incidentele crisis-subsidies; deels omgezet naar structurele middelen via categoriale regeling. 34
•
•
• •
•
Successen van de uitvoering zijn volgens respondenten: de nazorg, de integrale aanpak bij multiproblematiek, de samenwerking tussen gemeente en partners, de verbeterde vroegsignalering, de ruimhartige toepassing van inkomensgrenzen en de feedback uit de praktijk die daadwerkelijk wordt opgepakt. Belemmeringen in de uitvoering zijn volgens respondenten: o De angst voor terugvordering, de beperkte bekendheid met regelingen, de digitale drempels en ontoegankelijke van digitale systemen voor inwoners en schaamte, taalproblemen, onduidelijkheid van de regelingen; o Hoge werkdruk voor consulenten, juridische onzekerheid bij het toepassen van maatwerk, en beperkingen door privacywetgeving; o Vroegsignalering is nog een bijtaak en er is een fragmentatie van regelingen en geen integrale benadering. Hoewel het bereik van de regelingen tussen de 43% en 60 % ligt is er in 2023 en 2024 te zien dat alle middelen zijn benut of een er een klein tekort is. Ruimhartig beleid leidt tot stijgend gebruik en daarmee tot hogere uitgaven voor de gemeenten en dus tot budgettaire druk. De gemeente ervaart daarmee een spanningsveld tussen politieke wenselijkheid en financiële uitvoerbaarheid. De regelingen dragen bij aan de doelen wat betreft verlichting van de financiële situatie en stress.
Regelingen helpen bij stressvermindering en rust creëren, maar leiden zelden tot structurele verbetering van de bestaanszekerheid van inwoners.
Onderbouwing Welke regelingen dragen bij aan de doelen en welke middelen zijn hiervoor beschikbaar
In paragraaf 2.3 is een opsomming van de verschillende regelingen weergegeven. Dit is een scala aan regelingen onder de bijzondere bijstand en de regelingen Individuele Inkomenstoeslag, kwijtschelding gemeentelijke belasting en Collectieve Zorg Verzekering. In financiële overzichten van 2023 zien we, dat in de begroting van de gemeente, middelen beschikbaar zijn gesteld op basis van Bijzondere Bijstand (verstrekkingen, directe levensbehoeften, voorzieningen wonen, maatschappelijke zorg, financiële transacties, medische dienstverlening, collectieve ziektekosten, overige en maatwerk) en energiekosten, energiearmoede en kosten externe bewind voering. Tabel 17: Inzet middelen Armoedebeleid 2023
35
Uit de tabel blijkt dat de uitvoering bij EHBG grotendeels conform de begroting is verlopen. De budgetoverheveling van € 55.000 hangt samen met een restant incidentele middelen Armoede en Schulden. Het beperkte saldo van € 13.000 laat zien dat de afwijking ten opzichte van de begroting gering is. Uit de tabel en toelichting blijkt dat bij Schulddienstverlening sprake is van een lichte overschrijding. De extra inzet is verklaarbaar door de toegenomen hulpvraag van ondernemers die coronaschulden moeten terugbetalen en door de hogere instroom van statushouders. Ondanks de overheveling van incidentele middelen naar 2024 resteert een negatief saldo van € 121.000. Bij Bankzaken en budgetbeheer blijkt uit de realisatie dat deze lager is uitgekomen dan begroot. De toelichting geeft aan dat dit samenhangt met het rentevoordeel van circa € 89.000 dat de kredietbank behaalde door de stijgende rentetarieven. Desondanks resteert een negatief saldo van € 92.000, mede door hogere lasten. Uit de tabel blijkt verder dat € 62.000 aan incidentele middelen is doorgeschoven naar 2024. Uit de tabel blijkt dat Bewindvoering een positief saldo van € 226.000 laat zien. De toelichting geeft aan dat dit komt doordat de instroom bij het gemeentelijk bewindvoerderskantoor lager was dan voorzien, waardoor minder inzet nodig was.
Dit wordt ingeschat als incidenteel, waardoor geen budgetoverheveling is toegepast. Uit de tabel blijkt dat Armoedebestrijding een positief saldo van € 203.000 kent. De toelichting geeft aan dat dit verband houdt met de stedelijke uitrol van de Jongeren Perspectief Aanpak, die in 2023 vooral in een opstartfase verkeerde. Hierdoor zijn middelen niet volledig benut. Een klein restant incidentele middelen is doorgeschoven naar 2024. Uit het totaalbeeld blijkt dat er sprake is van een positief saldo van € 292.000. Dit wijst erop dat er per saldo onderbesteding is, ondanks tekorten bij Schulddienstverlening en Bijzondere Bijstand. Uit de tabel en toelichtingen blijkt verder dat er in totaal € 1,85 miljoen aan incidentele middelen is overgeheveld naar 2024, waarvan het grootste deel betrekking heeft op de Energietoeslag. Bij de Bijzondere Bijstand is in 2023 sprake geweest van hogere lasten voor het digitale aanvraagsysteem, onder meer om aanvragen voor de Energietoeslag te kunnen faciliteren. Daarnaast is € 1,5 miljoen doorgeschoven naar 2024, omdat de Energietoeslag nog tot september 2024 mag worden verstrekt. Het saldo over 2023 komt hiermee uit op € -121.000. De verdere toelichting en uitsplitsing van de belangrijkste posten volgt in de daaropvolgende tabel en alinea’s. Tabel 18: Financieel resultaat verstrekkingen 2023 team bijzondere bijstand
36
Uit de tabel blijkt dat voor de Bijzondere Bijstand in 2023 in totaal € 21,041 miljoen was begroot en € 19,625 miljoen is gerealiseerd. Er is € 1,537 miljoen doorgeschoven naar 2024, voornamelijk in verband met de Energietoeslag, waarvan de rijksbijdrage bestemd was voor zowel 2023 als 2024. Daarnaast is € 299.000 aan personeelskosten overgeheveld, eveneens gerelateerd aan de uitvoering van de Energietoeslag. Het totale saldo komt hiermee uit op € -121.000. De belangrijkste negatieve afwijkingen zijn zichtbaar bij de posten Directe Levensbehoeften (€ -171.000), Collectieve Ziektekostenverzekering Minima (€ -155.000) en Voorzieningen Wonen (€ -108.000). Verder blijkt dat de post Maatwerk geheel niet is benut: de begroting komt volledig overeen met het saldo en de realisatie bedraagt nul. De toelichting laat zien dat de tekorten bij Directe Levensbehoeften en Woonvoorzieningen vooral samenhangen met de groei van het aantal te plaatsen statushouders, dat in 2023 verdubbelde ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze groep maakt veel gebruik van verstrekkingen zoals inrichtingskosten voor toegewezen woningen. Dit patroon wordt als structureel van aard beschouwd. Maatwerk wordt in de praktijk steeds vaker toegepast, maar wordt niet als verstrekking geregistreerd, waardoor de post onbenut blijft.
Ook zijn in 2023 vanaf november nieuwe verstrekkingen, zoals bril- en tandartskosten, toegevoegd op basis van signalen uit maatwerktrajecten. Naast de tekorten op verstrekkingen waren er hogere personele en materiële lasten, met name door aanpassingen aan het digitale aanvraagsysteem om aanvragen voor de Energietoeslag te faciliteren. Omdat de Bijzondere Bijstand een ‘open-einde’ regeling is (oftewel: aanvragen kunnen niet afgewezen worden vanwege tekorten in de budgetten), blijft er onzekerheid bestaan over de jaarlijkse kosten; de feitelijke uitgaven hangen af van de aard en omvang van de aanvragen, die van jaar tot jaar sterk kunnen wisselen. Tabel 19: Inzet middelen Armoedebeleid 2024
Uit de tabel blijkt dat het totale begrote budget voor 2024 is gedaald naar € 17,817 miljoen, tegenover € 27,949 miljoen in 2023. Deze afname van circa € 10 miljoen is vooral te verklaren door het vervallen van de Energietoeslag, die in 2023 een incidenteel hoog bedrag binnen de Bijzondere Bijstand vertegenwoordigde. In 2024 zijn de budgetoverhevelingen met € 124.000 aanzienlijk lager dan de € 1,854 miljoen in 2023, wat eveneens samenhangt met de afronding van de Energietoeslag en de kleinere incidentele middelen die naar dit jaar zijn overgeheveld. Het totale saldo van € 95.000 positief ligt drie keer lager dan het positieve saldo in 2023 (€ 292.000), wat verklaarbaar is doordat het positieve effect bij onderbesteding in Bewindvoering en Armoedebestrijding deels wordt gecompenseerd door het negatieve saldo bij de Bijzondere Bijstand. Bij EHBG is het resultaat grotendeels conform begroting, met een klein positief saldo van € 39.000. In de toelichting wordt vermeld dat een klein bedrag is toegevoegd aan de eerder benoemde budgetoverheveling voor POK-middelen en het restant materieel budget. Schulddienstverlening laat een klein negatief saldo van € 23.000 zien, als gevolg van iets hogere kosten door de verkorting van de Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen (MSNP).
Bankzaken en budgetbeheer laten een klein positief saldo van € 38.000 zien, veroorzaakt door renteopbrengsten over de lopende rekening van de Kredietbank.
37
Bij Bewindvoering is de begroting verlaagd naar € 295.000, met een realisatie van € 299.000 en een saldo van € -4.000. Dit is in lijn met de verwachting uit de toelichting van 2023 dat de instroom bij het gemeentelijk bewindvoerderskantoor incidenteel lager uitviel, waardoor de posten in 2024 meer in lijn zijn met de begroting. Bij Armoedebestrijding is het begrote budget gestegen naar € 2,423 miljoen, met een realisatie van € 2,088 miljoen en een positief saldo van € 321.000. De stijging van de realisatie ten opzichte van 2023 (€ 1,298 miljoen) wordt verklaard door de structurele middelen die overblijven door het uitstel van de lancering van de Bossche Pas. Daarnaast zijn incidentele middelen Armoede en Schulden ter dekking van de Bossche Pas als budgetoverheveling meegenomen (€ 1,35 miljoen), wat bijdraagt aan het hogere positieve saldo. Samengevat laat de jaarrekening 2024 zien dat de afname van het totale begrote budget en de beperkte budgetoverhevelingen vooral het gevolg zijn van het beëindigen van de Energietoeslag. Het negatieve saldo bij de Bijzondere Bijstand en het positieve saldo bij Armoedebestrijding zijn de belangrijkste factoren voor het beperkte totale positieve saldo van € 95.000 in 2024. Andere posten, zoals EHBG, Schulddienstverlening, Bankzaken en Bewindvoering, vertonen kleine afwijkingen die binnen de marges van de begroting vallen.
Bij de Bijzondere Bijstand is er een negatief saldo van € 276.000. Uit de toelichtingen blijkt dat dit onder andere veroorzaakt wordt door hogere bijdragen in het levensonderhoud voor jongeren en toegenomen verblijfskosten in instellingen, evenals na-ijleffecten van terugwerkende toekenningen binnen de verruimde doelgroep van de Individuele Inkomens-toeslag (IIT). Voor meer toelichting op de verdeling over de afzonderlijke posten wordt verwezen naar de uitsplitsing van de Bijzondere Bijstand in onderstaande tabel. Tabel 20: Financieel resultaat verstrekkingen 2024 team bijzondere bijstand
In 2024 is het budget voor de Bijzondere Bijstand fors lager begroot (€ 10,430 miljoen) dan in 2023, voornamelijk door het vervallen van de incidentele Energietoeslag. De budgetoverheveling is beperkt tot € 101.000, wat in lijn is met de afronding van de toeslag uit 2023. Bij vrijwel alle posten is het saldo negatief, wat samenhangt met het open-eind karakter van de regeling, waarbij de werkelijke uitgaven afhankelijk zijn van de aard en omvang van de aanvragen. Voor de posten Directe Levensbehoeften en Voorzieningen Wonen is in 2024 t.o.v. 2023 zowel de begroting als de realisatie gestegen (respectievelijk met circa 30% en 60% in de begroting, en 20–25% in de realisatie), waardoor het negatieve saldo kleiner uitvalt dan in 2023. Dit weerspiegelt een betere anticipatie op de stijgende uitgaven, zoals in de toelichting bij 2023 werd voorzien. Andere posten zoals Bewindvoering extern, Medische Dienstverlening, Collectieve Ziektekostenverzekering 38
Minima en Individuele Inkomens-toeslag laten hogere begrotingen en realisaties zien, met overwegend negatieve saldi. Posten zoals Financiële Transacties, Maatschappelijke Zorg, BB overig, Personeelskosten, Materieel en BB Algemeen kennen een lagere begroting, met een realisatie die in enkele gevallen iets hoger uitvalt. Het budget voor Maatwerk is in 2024 niet apart begroot; zoals toegelicht in 2023 en in de technische toelichting voor 2024 is dit budget verdeeld over andere verstrekkingen, bijvoorbeeld Medische Dienstverlening voor bril- en tandartskosten. Uit het financieel resultaat 2024 van het team Bijzondere Bijstand blijkt dat er sprake is van een tekort van in totaal 276.000 euro op de verstrekkingen. Het grootste tekort doet zich voor bij Directe Levensbehoeften, mede door een hogere instroom van jongeren onder de 21 jaar en de stijging van het wettelijk minimumloon. Tabel 21: Subsidieverstrekkingen aan maatschappelijke partners in 2023
Tabel 22: Subsidieverstrekkingen aan maatschappelijke partners in 2024
Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat de begrote en gerealiseerde uitgaven aan maatschappelijke partners binnen het armoedebeleid in 2024 bijna gehalveerd zijn ten opzichte van 2023. Beleidsmakers lichten toe dat dit vooral komt doordat in 2022 en 2023 tijdens de energie- en koopkrachtcrisis incidenteel extra subsidies zijn verstrekt, onder meer aan Stichting Leergeld voor kledingpassen en digitale leermiddelen. Een deel van deze middelen is inmiddels structureel opgenomen, waardoor het budget voor de categoriale regeling is gestegen naar € 550.000 in 2024 (en € 580.000 in 2025). Perspectief Uitvoerders en Beleidsmakers
Partners, consulenten en beleidsmakers geven aan dat de verschillende regelingen een versnipperd geheel aan ondersteuningen bieden voor de inwoner, dat dit zeker bijdraagt aan het verlichten van de financiële situatie en het verminderen van stress maar dat het veelal de structurele problemen rond bestaanszekerheid van inwoners niet oplost. Consulenten noemen als belangrijkste instrumenten die bijdragen aan de doelen: bijzondere bijstand, gemeentepolis en energietoeslag. Daarnaast benoemen zij ook de werkwijzen die volgens hen belangrijk zijn zoals de Eerste Hulp bij Geldzaken en het doorbraakteam voor complexe situaties. De gemeente werkt ook met aanvullende fondsen zoals het Bestaanszekerheidsfonds en investeert in voorlichting, digitale toegankelijkheid en structurele instrumenten zoals de Bossche pas (nog niet uitgebracht). Partners bieden voedselhulp, ondersteuning voor kinderen (via Leergeld en Jeugdfonds), en hulp bij administratie. Zij geven aan dat dit zeker bijdraagt aan het verlichten van de situatie waarin de
39
inwoner verkeert. Ook melden partners dat hun middelen vaak niet toereikend zijn voor de vraag die zij zien. Successen in de uitvoering
Nazorg Consulenten van Eerste Hulp Bij Geldzaken zijn trots op de nazorg die zij nu leveren. Er is aandacht voor nazorg: cliënten worden na drie maanden gebeld, en waar nodig doorverwezen. De gemeente streeft hiermee naar warme overdracht en een veilige landing voor cliënten, en laat het los op het moment dat controle geregeld is. Hoewel de consulenten dit zo beleven, is dit enigszins een discrepantie met de beleving van de inwoners. Uit voorgaande hoofdstuk blijkt dat de inwoners nazorg als miniem ervaren. Integrale aanpak bij complexe situaties Consulenten zijn trots op de uitvoering van de integrale aanpak bij complexe situaties die is ingezet en wordt uitgevoerd door het doorbraakteam. Deze draagt bij aan het breder kijken naar de problematiek en het systeem waarin de inwoner verkeert beter te ondersteunen. Hoewel het nog te vroeg is om daadwerkelijk effect hiervan te meten zien consulenten dat deze aanpak werkt voor inwoners. Verbeterde samenwerking gemeente en partners De samenwerking met partners wordt als positief ervaren en is de afgelopen tijd verbeterd. Warme overdracht vindt plaats wanneer problemen niet binnen de gemeente opgelost kunnen worden, bijvoorbeeld door de bijstandsconsulent. Doorverwijzing naar partners gebeurt actief en in overleg. EHBG werkt hierin goed samen met onder andere de Voedselbank om vroeg bij mensen in beeld te komen.
De samenwerking met Vluchtelingenwerk is specifiek als goed benoemd, met voorbeelden zoals de Housing First aanpak. Ook is er structureel overleg met alle partijen die zich inzetten op bestaanszekerheid en ook de woningbouwcorporaties sluiten hierbij aan. In de gemeente 'sHertogenbosch is een functioneel netwerk rondom armoede en schulden. Daar zit een comité achter, waarin onder andere het Willem I College, Quiet, Farent en de gemeente deelnemen. Zij onderhouden ook de website '’s-Hertogenbosch tegen Armoede' (STA). Vroegsignalering is verbeterd Recent wordt er meer ingezet op de effectiviteit van vroegsignalering. Partners en gemeente trekken hierin samen op in de wijken en organiseren in samenwerking laagdrempelige inlopen in de wijken en verwijzen actief door naar elkaar. Een mooi voorbeeld hierin zijn de inlopen van Quiet. Inwoners weten deze steeds beter te vinden en vanuit Quiet worden inwoners actief doorverwezen naar de passende ondersteuning. Bij de gemeente is een sterke focus op het bereiken en helpen van zoveel mogelijk inwoners, onder meer via communicatiecampagnes en de inzet van het EHBG (Eerste Hulp Bij Geldzaken). EHBG kijkt samen met inwoners naar hun inkomenspositie en waar zij recht op hebben. Ruimhartige grenzen In specifieke regelingen, zoals de gemeentepolis, wordt een ruimere grens van 130% gehanteerd.
Hierin levert 's-Hertogenbosch in vergelijking met andere Brabantse gemeenten een forse en ruimhartige bijdrage aan minimabeleid. De inkomensgrens van 120% wordt ook ruimhartig toegepast. Deze inkomensgrens heeft de gemeente in het verleden bijvoorbeeld toegepast met compensatie voor eventuele gemiste toeslagen. In het huidige beleid is een vrijstelling van €150 voor alleenstaanden en €300 voor huishoudens opgenomen. Feedback uit de praktijk wordt daadwerkelijk opgepakt Beleidsmakers geven aan dat feedback uit de praktijk wordt opgepakt en meegenomen wordt in aanpassingen van beleid en de uitvoering. 40
Belemmeringen in de uitvoering
Angst voor terugvordering, beperkte bekendheid met regelingen, digitale drempels voor inwoners en schaamte Consulenten zien knelpunten bij inwoners zoals angst voor terugvordering, beperkte bekendheid met regelingen, digitale drempels voor inwoners en schaamte. Dit vormen obstakels voor inwoners en zijn mogelijk redenen waarom het bereik van regelingen tussen de 43 en 60% ligt. Ook de naam en reputatie van Weener XL, het kantoorgebouw van waaruit zowel de Bijstandsuitkering wordt behandeld als de medewerkers van Eerste Hulp Bij Geldzaken zitten, roept negatieve associaties op bij inwoners, wat het vertrouwen verlaagt en de drempel om hulp te vragen verhoogt. Bijvoorbeeld, iemand wiens bijstandsuitkering is afgewezen, moet een etage lager naar Eerste Hulp Bij Geldzaken. Dit kan negatieve connotaties oproepen bij de inwoner; bij herhalende problemen willen zij het gebouw niet meer binnenlopen. Recent wordt gewerkt aan meer outreachend werk bijvoorbeeld via wijkteams, maar dit staat nog in de kinderschoenen. Hoge werkdruk, juridische onzekerheid bij het toepassen van maatwerk, en beperkingen door privacywetgeving Consulenten zelf ervaren belemmeringen in hun werk zoals hoge werkdruk, juridische onzekerheid bij het toepassen van maatwerk, en beperkingen door privacywetgeving.