Nota van bevindingen (deel 2) onderzoek Armoedebeleid s-Hertogenbosch Rekenkamer
Tekst van het document
Armoedebeleid In de gemeente ’s-Hertogenbosch Deel 2 – Nota van Bevindingen
’s-Hertogenbosch, september 2025
Inhoud
Hoofdstuk 1.
Inleiding..................................................................................................................... 2
1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 2 1.2 Onderzoeksvragen ......................................................................................................................... 2 Hoofdstuk 2.
Bevindingen beleid en inzichten over armoede ....................................................... 4
2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 4 2.2 Beleidsvisie en definitie van armoede ........................................................................................... 4 2.3 Beleidsdoelen en regelingen ......................................................................................................... 6 2.4 Aanpak ’s-Hertogenbosch vergeleken ......................................................................................... 12 2.5 Toetsing normenkader................................................................................................................. 15 Hoofdstuk 3.
Armoedebeleid vanuit perspectief van de inwoners .............................................. 17
3.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 17 3.2 Armoedeproblematiek ................................................................................................................ 17 3.3 Bevindingen belemmeringen en successen ................................................................................ 19 3.4 Uitwerking beleid ........................................................................................................................ 22 3.5 Bereik regelingen ......................................................................................................................... 25 3.7 Effectiviteit armoedebeleid ......................................................................................................... 30 3.8 Toetsing normenkader................................................................................................................. 32 Hoofdstuk 4.
Perspectief van de uitvoerders en beleidsmakers .................................................. 34
4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 34 4.2 Middelen en regelingen .............................................................................................................. 34 4.3 Betrokkenheid raad ..................................................................................................................... 42 4.4 Toetsing normenkader................................................................................................................. 43 Bijlagen .................................................................................................................................................. 45 Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen .................................................................................................... 45 Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording............................................................................................... 47 Bijlage 3: Normenkader ..................................................................................................................... 49 Bijlage 4: Overzicht van regelingen - ´Inkomensondersteuning in een oogopslag’........................... 52 Bijlage 5: Analyse tabel inwonersinterviews ..................................................................................... 53
Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding
De rekenkamer heeft naar aanleiding van gesprekken met fracties van de gemeenteraad besloten het onderwerp armoedebeleid op te nemen in het onderzoeksprogramma 2024-2025. In 2014 is door de gemeente ’s-Hertogenbosch het beleidskader “Armoede en Schulden” vastgesteld. Daarmee werd de eerste aanzet gedaan voor het huidige armoede- en schuldenbeleid. Het college spreekt daarin uit dat niemand als gevolg van armoede langs de kant mag staan. Met het beleidskader ‘Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij 2022, Voortvarend Verder’ koos het college ervoor om verder te gaan op de weg die het al was ingeslagen. De raad stelde dit kader en daarmee de drie leidende principes in 2021 vast: 1. Arm in arm tegen armoede en schulden: een integrale aanpak 2. Preventie: “eerder erbij, om erger te voorkomen”; 3. Een betere en snellere dienstverlening. In het Bestuursakkoord 2022-2026 is afgesproken om in deze bestuursperiode vier miljoen extra te investeren om armoede tegen te gaan. In de Monitor Sociaal Domein 2023 van gemeente ’sHertogenbosch wordt geconstateerd dat “het aandeel huishoudens met een laag inkomen toeneemt, waar er in de jaren daarvóór nog sprake was van een daling”. Dit betrof 2021. Volgens voorlopige cijfers nam het aandeel huishoudens met een laag inkomen in 2023 af tot 3,4% (monitor Sociaal Domein 2025). De zorgen om financiën bij huishoudens zijn toegenomen.
Zo blijkt uit het digipanel van voorjaar 2023 dat meer huishoudens moeite hebben met rondkomen. “17% heeft hier enige moeite mee en 3% grote moeite. 14% voelt zich door hun financiële situatie enigszins of ernstig beperkt om mee te kunnen doen in de maatschappij.” De meest recente cijfers (monitor armoede en schulden 2025) geven aan dat dit cijfer in 2025 vergelijkbaar is met 2023 en daarmee dus stabiel is. Op 13 november 2024 ontving de raad de Raadsinformatiebrief ‘Inzicht in ontwikkelingen (kinder)armoede en schulden’ de relevante cijfers rondom de ondersteuning van kinderen in armoede. Het college gaf daarin ook in brede zin een update van ontwikkelingen die betrekking hebben op het programma ‘Gelijke kansen op financiële zelfredzaamheid’ uit het Bestuursakkoord. Bij recente discussies in de raad komen de volgende punten vaker terug: ▪ De raad heeft zorgen over de samenhang tussen regelingen; ▪ De raad heeft zorgen over het niet-bereik van regelingen; ▪ De raad heeft weinig inzicht in de oorzaken van niet-bereik; ▪ Er is onvoldoende/geen adequaat inzicht in niet-gebruik van regelingen. 1.2 Onderzoeksvragen
De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: ‘Wat is het beleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch ten aanzien van de armoedeproblematiek in de stad, hoe is dit beleid vertaald in regelingen en beschikbare middelen en hoe effectief is dit beleid?’ De onderstaande onderzoeksvragen starten met het beleid en de inzichten over armoede gevolgd door het perspectief van de inwoners in de leefwereld en het perspectief van de professionals en beleidsmakers in de uitvoerings- en beleidswereld. Bijlage 3 bevat het normenkader dat hoort bij de onderzoeksvragen, inclusief de relevante normen waar van toepassing. Beleid en de inzichten over armoede
1. Welke beleidsvisie op armoede heeft 's-Hertogenbosch? Hoe ziet het armoedebeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch eruit? 2. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente zich gesteld en in hoeverre brengt de Bossche monitor armoede en schulden de realisatie daarvan in beeld? 3. Middels welke regelingen wordt daaraan gewerkt? 2
4. Welke definitie van armoede wordt gehanteerd in 's-Hertogenbosch? 5. Sluit de aanpak in 's-Hertogenbosch aan bij kennis over wat werkt en niet werkt op basis van bestaand landelijk onderzoek en onderzoek in de eigen en andere gemeenten? Leefwereld
6. Hoe groot is de armoedeproblematiek in 's-Hertogenbosch? Hoeveel inwoners hebben met deze problematiek te maken? 7. Welke belemmeringen of successen ervaren inwoners in de uitvoering van de regelingen? 8. Hoe werkt het beleid uit bij de doelgroepen? Wat hebben gebruikers van de regelingen er aan? 9. Wat is het bereik van gemeentelijke regelingen? 10. Welke resultaten worden ermee behaald? 11. Hoe effectief is het armoedebeleid volgens gebruikers? Uitvoerings- en beleidswereld
12. Welke middelen worden vrijgemaakt voor de verschillende regelingen? 13. Welke belemmeringen of successen zijn er volgens uitvoerders bij de uitvoering van de regelingen? 14. Hoe worden de regelingen benut in relatie tot a. de omvang van de doelgroep en de beschikbare middelen? 15. In hoeverre sluiten de diverse regelingen, de uitvoering en de effecten aan bij de doelen van het armoedebeleid? 16. Op welke wijze vindt (bij)sturing van het armoedebeleid door gemeenteraad plaats? En hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij en geïnformeerd over (de uitvoering van) het armoedebeleid?
3
Hoofdstuk 2. Bevindingen beleid en inzichten over armoede 2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van beleid weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 1. Welke beleidsvisie op armoede heeft 's-Hertogenbosch? Hoe ziet het armoedebeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch eruit? 2. Welke definitie van armoede wordt gehanteerd in 's-Hertogenbosch? 3. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente zich gesteld en in hoeverre brengt de Bossche armoedemonitor de realisatie daarvan in beeld? 4. Middels welke regelingen wordt daaraan gewerkt? 5. Sluit de aanpak in 's-Hertogenbosch aan bij kennis over wat werkt en niet werkt op basis van bestaand landelijk onderzoek en onderzoek in de eigen en andere gemeenten? 2.2 Beleidsvisie en definitie van armoede
1. Welke beleidsvisie op armoede heeft 's-Hertogenbosch? Hoe ziet het armoedebeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch eruit? 2. Welke definitie van armoede wordt gehanteerd in 's-Hertogenbosch? Bevindingen op hoofdlijnen: • De gemeente beschouwt armoede als een combinatie van bestaansonzekerheid, stress en sociale ongelijkheid die mensen belemmert om volledig deel te nemen aan de samenleving. Armoede kan de gemeente niet voorkomen maar de gemeente kan haar inzet gericht op werk, vroege signalering, versnelde aanpak van problematische schulden en altijd mee kunnen doen verder uitbouwen. • De gemeente 's-Hertogenbosch hanteert geen expliciete definitie van armoede, maar werkt met een beleidsmatige afbakening op basis van inkomensgrenzen (120% en 130% van het sociaal minimum) en maatschappelijke participatie. • Armoede wordt functioneel ingevuld als een situatie waarin inwoners beperkt worden in hun deelname aan de samenleving, met specifieke aandacht voor kinderen, en wordt benaderd in samenhang met andere leefgebieden zoals werk, gezondheid en wonen. Onderbouwing
Uit het Bestuursakkoord 2022–2026 blijkt dat armoede wordt beschouwd als een combinatie van bestaansonzekerheid, stress en sociale ongelijkheid, die mensen belemmert om volledig deel te nemen aan de samenleving. Armoede kan de gemeente als lokale overheid niet voorkomen. Wel kan de gemeente haar inzet gericht op werk, vroege signalering, versnelde aanpak van problematische schulden en altijd mee kunnen doen verder uitbouwen. De ambitie is om mensen met problematische schulden binnen drie jaar schuldenvrij te hebben. Daarmee wil de gemeente inwoners uit de moeilijkheden halen en grotere problemen voorkomen. In de Monitor Armoede en Schulden 2023 is weergegeven dat de gemeente beleidsmatig inzet op een activerend en laagdrempelig systeem, met focus op regelingen bij 120–130% van het sociaal
4
minimum, met instrumenten zoals bijzondere bijstand, gemeentepolis en Eerste Hulp bij Geldzaken, bedoeld om schulden te voorkomen, inkomenszekerheid te stabiliseren en participatie te bevorderen. Consulenten geven aan dat hun werk zich richt op inkomensondersteuning, stressvermindering en het wegnemen van drempels tot de regelingen. Partners (zie ook tabel 7) signaleren dat de huidige regelingen vooral effectief zijn voor mensen in een uitkering (ze zijn al in beeld), terwijl werkenden of mensen net boven de inkomensgrens regelmatig buiten de boot vallen. Partners merken daarnaast op dat de gemeente relatief veel doet in vergelijking tot andere gemeenten op het gebied van regelingen en het inzetten van partners, maar dat de hulp voor inwoners soms moeilijk toegankelijk is door versnippering, bureaucratie en digitale drempels. Beleidsmakers formuleren doelen als: iedereen moet kunnen meedoen, stress en schaamte moeten omlaag, en inkomenszekerheid moet omhoog. De focus ligt op activerend minimabeleid en brede maatschappelijke participatie met een breed scala aan ondersteunende regelingen. De wethouder benadrukt het streven naar laagdrempelig beleid en noemt toegankelijkheid en vertrouwen als leidende principes, hoewel dit binnen wettelijke beperkingen lastig volledig te realiseren is.
Zowel het college als de raadsleden geven een beperking van de gemeentelijke rol aan: je mag als gemeente geen inkomensbeleid voeren, dat is de rol van het rijk, maar een gemeente mag wel inkomensondersteuning bieden. Via individuele subsidies en maatwerk is er vaak heel veel mogelijk. Daarmee dicht de gemeente volgens respondenten de gaten die de rijksoverheid laat ontstaan in haar inkomensbeleid. In het beleidsdocument Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij 2022 – Voortvarend Verder wordt geen expliciete, eenduidige definitie van armoede geformuleerd. De gemeente 's-Hertogenbosch hanteert echter een beleidsmatige afbakening van armoede op basis van inkomensgrenzen en maatschappelijke participatie. De volgende elementen zijn vastgesteld: 1. Inkomensgrenzen: • Voor het merendeel van de inkomensondersteunende regelingen geldt een inkomensgrens van 120% van het bijstandsniveau. • Voor deelname aan de collectieve zorgverzekering wordt een grens van 130% van het bijstandsniveau gehanteerd. 2. Doelgroepomschrijving: • De doelgroep van het armoedebeleid bestaat uit inwoners met een laag inkomen, waaronder gezinnen met kinderen, jongeren, zelfstandig ondernemers, dak- en thuislozen, mensen met een verstandelijke beperking en ex-gedetineerden. 3.
Beleidsdoelstelling: • Het armoedebeleid is gericht op het bevorderen van maatschappelijke participatie en het voorkomen van sociale uitsluiting. • Kinderen in armoede vormen een specifieke aandachtsgroep. De gemeente streeft ernaar dat “geen enkel kind in onze gemeente opgroeit in armoede”. 4. Brede benadering: • Armoede wordt in samenhang beschouwd met andere leefgebieden, zoals gezondheid, werk, wonen en sociale relaties. • Er wordt uitgegaan van een integrale aanpak waarbij armoede en schulden niet los van elkaar worden benaderd. Deze elementen vormen gezamenlijk de functionele invulling van het begrip armoede zoals dat in het gemeentelijk beleid van ’s-Hertogenbosch wordt gehanteerd. Daarmee kijkt de gemeente vooral naar het inkomen voor de afbakening van de doelgroep. Dit is niet volledig in lijn met de recentelijke
5
landelijke discussie1 over armoede waarin ook meer wordt gekeken naar de kosten die mensen maken voor noodzakelijk levensonderhoud. De gemeente heeft recent een nieuw beleidskader voor armoede en schulden opgesteld. Op 7 oktober 2025 zal de gemeenteraad zich buigen over het ‘Aanvalsplan 's-Hertogenbosch Schuldenvrij 2026 en verder’. In dit Aanvalsplan worden de plannen met betrekking tot schulddienstverlening voor de komende vier jaar gepresenteerd. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijft voor dat de gemeente dit elke vier jaar doet. Bij deze actualisatie/herijking zijn de armoederegelingen niet meegenomen. 2.3 Beleidsdoelen en regelingen
3. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente zich gesteld en in hoeverre brengt de Bossche monitor armoede en schulden de realisatie daarvan in beeld? 4. Middels welke regelingen wordt daaraan gewerkt? Bevindingen op hoofdlijnen: • Beleidsdoelen bestuursakkoord: bestaanszekerheid te vergroten, armoede en schulden terug te dringen, en het vertrouwen in publieke dienstverlening te versterken. Daarbij wordt specifiek ingezet op het verminderen van stress, schaamte en het vergroten van gelijke kansen, zodat iedereen kan meedoen. • Beleidsdoelen aanvalsplan Den Bosch schuldenvrij: het voorkomen van nieuwe schulden, het verkorten van wachttijden bij schuldhulpverlening, het versterken van vroegsignalering en het verbeteren van samenwerking tussen partners. Het plan wil een structurele vermindering van het aantal inwoners met problematische schulden realiseren. • De Bossche armoedemonitor brengt gebruikscijfers regelingen, inkomenssituatie van huishoudens, schuldenproblematiek en toegang tot voorzieningen in beeld. • De monitor bevat geen gegevens over de mate waarin stress en schaamte afnemen. Ook indicatoren rond vertrouwen in de overheid en mentale verlichting worden niet gemeten of geëvalueerd. Dat is jammer omdat deze doelen daarmee niet concreet en meetbaar zijn en in veel gevallen geen streefwaarden bevatten.
• De regelingen dragen bij aan de doelen wat betreft verlichting van de financiële situatie en stress maar lost veelal de structurele problematiek rond bestaanszekerheid niet op. Onderbouwing
Uit het Bestuursakkoord 2022–2026 blijkt dat de gemeente als doel heeft om bestaanszekerheid te vergroten, armoede en schulden terug te dringen, en het vertrouwen in publieke dienstverlening te versterken. Daarbij wordt specifiek ingezet op het verminderen van stress, schaamte en het vergroten van gelijke kansen, zodat iedereen kan meedoen. Uit de Monitor Armoede en Schulden 2023 blijkt dat het gemeentelijk beleid gericht is op het vergroten van financiële veerkracht, het voorkomen van problematische schulden en het verbeteren van de toegang tot regelingen voor mensen met een laag inkomen (tot 120–130% sociaal minimum). De monitor zelf bevat echter geen normatieve doelen, maar volgt gebruikscijfers en risicoindicatoren. Daarmee heeft de gemeente haar beleidsdoelen aangepast aan de hand van een analyse van de opgave rondom armoede in de gemeente. In deze analyse is zichtbaar hoeveel huishoudens in armoede leven en wat de gevolgen van de armoede zijn. Dit heeft onder meer geleid tot het aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij. Uit het 'Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij 2022, Voortvarend verder’ blijkt dat de gemeente als concrete doelstelling hanteert: het voorkomen van nieuwe schulden, het verkorten van wachttijden 1 Nieuwe meetmethode CBS, SCP en Nibud brengt armoede scherper in beeld | CBS
6
bij schuldhulpverlening, het versterken van vroegsignalering en het verbeteren van samenwerking tussen partners. Het plan wil een structurele vermindering van het aantal inwoners met problematische schulden realiseren. Uit de Beleidsregels Eerste Hulp bij Geldzaken en Schulddienstverlening 2023 blijkt dat het doel is om laagdrempelige, tijdige ondersteuning te bieden aan inwoners met (dreigende) financiële problemen, met ruimte voor maatwerk en focus op brede dienstverlening, waaronder sociaaljuridische hulp. Uit de Monitor Armoede en Schulden 2023 blijkt dat de gemeente monitort op: • Gebruikscijfers van minimaregelingen (bijvoorbeeld aantal toekenningen bijzondere bijstand, energietoeslag, gemeentepolis, kindvoorzieningen); • Inkomenssituatie van huishoudens (verdeling onder 100%, 110%, 120%, 130% sociaal minimum); • Schuldenproblematiek (bijvoorbeeld aantal aanmeldingen bij schuldhulpverlening en vroegsignalering); • Toegang tot financiële voorzieningen (zoals bereik in wijken, aantallen cliënten per regeling, demografische spreiding). • Maatschappelijke participatie en welzijn (zoals het aantal sociale contacten, het aandeel dat minimaal wekelijks sport, het bezoeken van culturele voorstellingen of activiteiten, de beperktheid door gezondheid en het aandeel dat in het dagelijks leven hulp krijgt van mensen uit hun omgeving).
De monitor bevat geen gegevens over de mate waarin stress of schaamte afnemen en participatie toeneemt, terwijl deze wel behoren tot de expliciete beleidsdoelen. Ook indicatoren rond vertrouwen in de overheid en mentale verlichting worden niet gemeten of geëvalueerd. Dergelijke indicatoren worden in andere beleidsdomeinen, zoals gezondheid, het Participatiehuis (Weener XL) en de sociale structuur, mogelijk wel gevolgd. In dit beleidsterrein is echter nog geen koppeling gemaakt tussen die metingen en de gestelde beleidsdoelen. Deze doelen zijn daarmee niet concreet en meetbaar en bevatten in veel gevallen geen streefwaarden. Daarmee zijn veel doelen niet SMART uitgewerkt. De realisatie van beleidsdoelen blijft daarmee grotendeels impliciet. De monitor geeft kwantitatieve signalen over bereik, gebruik en schulden, maar laat de maatschappelijke impact van het beleid grotendeels buiten beeld. Beleidsmedewerkers noemen diverse monitoringinstrumenten: outputgegevens (bijvoorbeeld gebruik van regelingen), inwonerpanels, klantonderzoek, de Armoedemonitor en incidentele onderzoeken zoals Purpose. De meetbaarheid van doelen zoals stressreductie en meedoen wordt door beleidsmakers als lastig ervaren; deze zijn vaak kwalitatief of indirect.
De gemeente heeft recent een kwalitatief onderzoek via Purpose laten uitvoeren wat een voorbeeld kan zijn waarmee kwantitatieve data en rapporten verrijkt kunnen worden. De wethouder bevestigt dat effecten niet altijd zichtbaar zijn en dat de raad vooral via de P&C-cyclus geïnformeerd wordt, waarbij het lastig is om maatschappelijke impact goed te duiden. Regelingen van de gemeente
Onderstaand overzicht biedt een samenvattend inzicht in de gemeentelijke regelingen in ’sHertogenbosch die gericht zijn op inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen. Het gaat daarbij om regelingen binnen de bijzondere bijstand, zoals vergoedingen voor medische, sociale en juridische kosten, en om aanvullende minimaregelingen zoals de individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het overzicht maakt zichtbaar voor welke doelgroepen de regelingen bedoeld zijn, welke specifieke voorwaarden gelden en via welke kanalen de aanvragen verlopen. Zie ook bijlage 4 voor een overzicht van regelingen van de gemeente. Bijzondere Bijstand - Algemene voorwaarden per doelgroep
De meeste regelingen zijn beschikbaar voor inwoners met: ▪ Een laag inkomen (veelal tot 120% + 150 euro voor alleenstaande en 120% + 300 euro voor gehuwd/samenwonend gezin van de bijstandsnorm), boven deze inkomensgrens gaat de 7
▪
▪
gemeente uit van een draagkracht van 35%. Dit betekent dat van iedere verdiende euro boven dit grensbedrag een inwoner 35 cent zelf betaalt voor de bijzondere kosten. Weinig vermogen (max. €7.770 voor alleenstaanden / €15.540 voor stellen), aantoonbare noodzaak (medisch, sociaal, juridisch) en geen toegang tot reguliere vergoedingen (zoals zorgverzekering of Wmo). Aanvragen lopen via het digitaal loket van de gemeente, behalve enkele uitzonderingen die telefonisch worden afgehandeld.
Tabel 1: Bijzondere bijstand: Tijdelijke bijstand Regeling
Maaltijdvoorziening
Energiekosten
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Ouderen en mensen met beperkingen
Alleen bij aantoonbare fysieke/psychische beperking; hiervoor gelden de voorwaarden bijzondere bijstand zoals boven de tabel zijn aangegeven.
Inwoners met acute betalingsproblemen
Alleen bij bijzondere omstandigheden; hiervoor gelden de voorwaarden bijzondere bijstand zoals boven de tabel zijn aangegeven.
Tabel 2: Bijzondere bijstand: Voorzieningen wonen Regeling
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Inrichtingskosten woning
Inwoners die onverwacht moeten verhuizen
Alleen bij onvoorziene en noodzakelijke verhuizing
Alarm voor personen
Inwoners met medische noodzaak
Alleen bij medische indicatie
Tabel 3: Bijzondere bijstand: Maatschappelijke zorg Regeling
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Sociale activiteiten volwassenen
Volwassen inwoners
Max. €130 p.p. per jaar; Aanvragen kan tot 1 april het jaar nadat de kosten zijn gemaakt; inkomen tot 120%
Pgb-beheer bij bewindvoering
Inwoners met pgb én onder bewind
Alleen als pgb is toegekend door gemeente
Tabel 4: Bijzondere bijstand: Medische dienstverlening Regeling
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Dieetkosten
Inwoners met medisch noodzakelijk dieet
Medische verklaring vereist; geen vergoeding via verzekering
Incontinentiekosten
Inwoners met incontinentieproblemen
Alleen was- en slijtagekosten; medische onderbouwing vereist
8
Inwoners met medische voetproblemen
Geen vergoeding via verzekering mogelijk; medische noodzaak vereist
Tandartskosten / brillen
Inwoners zonder aanvullende verzekering
Voor kosten die uitstijgen boven de vergoeding vanuit de gemeentelijke zorgverzekering; pilot loopt tot dec 2025, maar dit wordt structureel geborgd in de beleidsregels.
Prothese-bh
Vrouwen met medische indicatie
Alleen aanvullende kosten bovenop basisverzekering
Inwoners met noodzakelijke medische behandelingen buiten de gemeente
Alleen als geen andere vergoeding mogelijk is (bv. geen Wmo-vervoer)
Pedicurekosten
Reiskosten – medisch
Tabel 5: Bijzondere bijstand: Juridische hulpverlening / Overige Regeling
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Rechtsbijstand – eigen bijdrage
Inwoners met toevoeging advocaat
Geldt ook voor griffierechten en legeskosten
Verblijfsvergunning – legeskosten
Inwoners met verlenging of kind-aanvraag IND
Alleen bij verlenging of gezinshereniging; niet bij eerste aanvraag
Reiskosten (bezoek detentie/instelling)
Inwoners met gezinslid buiten gemeente
Max. 1 bezoek/week; locatie buiten gemeente; op basis van afstand
Aanvullende minimaregelingen van de gemeente ’s-Hertogenbosch
Naast de bijzondere bijstand biedt de gemeente ’s-Hertogenbosch drie aanvullende regelingen voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen. Deze regelingen vallen buiten de Wmo of bijzondere bijstand, maar zijn inhoudelijk sterk verweven met het bredere armoedebeleid. De inkomensgrenzen liggen op 90%, 110% of 130% van het sociaal minimum, afhankelijk van de regeling. Voor vermogensgrenzen wordt dezelfde ondergrens gehanteerd als bij Bijzonder Bijstand: ▪ Alleenstaanden: maximaal € 7.770 ▪ Gehuwden / samenwonenden / alleenstaande ouders: maximaal € 15.540 De waarde van de eigen woning telt niet mee, maar andere bezittingen (zoals een auto of caravan) worden wel meegerekend. Alleen de regeling voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wijkt af, met een lagere vermogensgrens en aanvullende voorwaarden. Tabel 6: Gemeentelijke minimaregelingen (buiten bijzondere bijstand) Regeling
Individuele inkomenstoeslag
Doelgroep
Specifieke voorwaarden
Inwoners van 21 jaar tot AOW-leeftijd met langdurig laag inkomen
- Minstens 36 maanden inkomen ≤ 110% van de bijstandsnorm - Geen uitzicht op inkomensverbetering - Vermogen ≤ €7.770 (alleenstaand) of €15.540 (samenwonend)
9
- Geen lopende opleiding - Geen extra inkomsten boven norm
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Collectieve zorgverzekering (CZM)*
Inwoners met laag inkomen en weinig vermogen
- Inkomen op bijstandsniveau (meestal max ±100%) - Saldo op de bank vaak max. ±€2.846 (alleenstaand) - Geen dure auto (max. waarde ±€3.350), tenzij medisch noodzakelijk - Toetsing via lokale belastingdienst (BSOB)
Inwoners met inkomen ≤ 130% van het sociaal minimum
- Vermogen ≤ €7.770 / €15.540 - Geen betalingsachterstand bij huidige verzekeraar - Gemeente betaalt deel premie - Vrije keuze tussen 6 pakketten (3 bij CZ en 3 VGZ) - Geen medische selectie
*Hoewel zorgmonitor CZM bij Bijzondere Bijstand plaatst, wordt die in de gemeentelijke informatie ten behoeve van vindbaarheid op de website apart van Bijzondere Bijstand vermeld.
Hiernaast past de gemeente 's-Hertogenbosch het bouwdepot toe voor jongeren als tweejarige pilot. Hierbij krijgen jongeren die gedurende langere tijd in de problemen zijn geraakt gedurende een jaar een vast bedrag per maand om hun zaakjes weer op orde te krijgen. Verder heeft de gemeente ook de Jongeren Perspectief Aanpak waarbij de gemeente schulden overneemt i.c.m. intensieve begeleiding en een maatschappelijke tegenprestatie. Ondersteuning van partners van gemeente
Onderstaand overzicht geeft een samenvattend beeld van de belangrijkste maatschappelijke organisaties en fondsen in ’s-Hertogenbosch die een rol spelen in de ondersteuning van inwoners met een laag inkomen. Het gaat om partijen die aanvullend op de gemeentelijke regelingen hulp bieden, variërend van materiële steun zoals voedsel, kleding en schoolspullen tot deelname aan sport en cultuur of persoonlijke begeleiding. Van de onderstaande partners ontvangen sommigen een structurele subsidie en sommigen een incidentele ondersteuning of helemaal geen ondersteuning van de gemeente. Het overzicht laat zien welke doelgroepen zij bedienen en welke vormen van ondersteuning zij daarbij inzetten. Tabel 7: Ondersteuning van partners van gemeente Naam
Doelgroep
Soort ondersteuning
Stichting Leergeld Den Bosch
Kinderen in gezinnen met lage inkomens (≤ 140 % bijstandsnorm)
Schoolspullen, sport, cultuur, laptop, fiets, telefoon, vrije-tijdactiviteiten
Jeugdfonds Sport & Cultuur 's-Hertogenbosch & Vught
Kinderen die niet kunnen sporten of een culturele activiteit betalen
Betaalt contributies, materialen zoals voetbalschoenen, dansschoenen etc.
Quiet Den Bosch
Volwassenen en kinderen die zelf weinig kunnen betalen (“members”)
Extraatjes zoals fiets, kaartjes, knipbeurt, plus inloop, vrijwilligerswerk
10
•
• •
•
Vincentius
Alleenstaanden of gezinnen die in armoede leven of daarin dreigen terecht te komen
•
•
•
De Werkgroep Hulpverlening verstrekt noodhulp. Dit kan zijn in een geldelijke bijdrage of in goederen. Kringloopwinkel. Het Anker is een eethuis /eetkamer voor Bosschenaren die voor langere of kortere tijd de mogelijkheden of de voorzieningen missen om voor zichzelf een maaltijd te maken. De werkgroep Boekenbeurs organiseert eenmaal per jaar een boekenbeurs. De werkgroep Speelgoedbeurs organiseert eenmaal per jaar een speelgoedbeurs in het SintJanslyceum. De werkgroep Kerstproeverij organiseert elk jaar met Kerst een uitgebreid buffet waarbij ook Kerstpakketten en cadeaubonnen worden uitgedeeld. Mensen kunnen op vakantie naar Vakantiepark Dierenbos een zespersoons luxe stacaravan voor wie vakantie anders niet mogelijk is, tegen een kleine vergoeding. Bij hun verblijf ontvangen zij vele extra's zoals toegang tot Safaripark en Speelland Beekse Bergen en ZooParc Overloon.
Voedselbank
Inwoners met acute armoedenoden, gezinnen met weinig middelen
Maaltijden, kerstpakketten en hulp via Voedselbank
Kleding- en Speelgoedbank
Inwoners met acute armoedenoden, gezinnen met weinig middelen
Gratis kleding, speelgoed
Diaconie (kerkelijke instelling)
Inwoners met noodsituaties zoals onverwachte kosten
Noodhulp bij rekeningen, klusploeg inzet voor bewoners
VEADS – Voor Elkaar Aan De Slag
Inwoners die regie kwijt zijn of hulp nodig hebben bij zelfredzaamheid
Ondersteuning, begeleiding, dagbesteding door vrijwilligers
De Doorgeefwinkel
Inwoners tot 120% van bijstandsniveau
Gratis of zeer goedkope kleding, huisraad, speelgoed, boeken per maand
Brabantse Hart in Aktie
Kinderen/families net buiten bijstandsnormen
Weggeefwinkel, vakantieweek, sinterklaasfeest
11
Over Rood ’sHertogenbosch
Zelfstandigen / zzp’ers / ondernemers
Financiële begeleiding, BBZaanvragen, ondersteuning bij schulddienstverlening
Stichting Loods
Iedereen
Kringloopwinkel (huisraad, kleding), fietsenwerkplaats
Bij Katrien
Breed: jong & oud, met/zonder beperking, migratieachtergrond
Laagdrempelige activiteiten, ontmoetingen, vrije tijd, vrijwilligerswerk
Stichting Weekje Weg
Gezinnen met een laag inkomen
Vakanties te organiseren voor 20 gezinnen
Armoedefonds
Verlenen financiële steun en leveren in natura goederen aan lokale hulporganisaties die mensen in armoede helpen
Verschillende projecten, waaronder schoolspullenacties, steunpakketten voor ouderen en het bevoorraden uitgiftepunten voor menstruatieproducten
Pet Support
Mensen met huisdieren die, door omstandigheden, in financiële problemen terecht zijn gekomen en daardoor niet goed voor zichzelf en huisdieren te zorgen
Dierenvoedselpakketten en dierenbenodigdheden uit aan onze klanten en bieden daarnaast een aantal kostenbesparende diensten.
Warm Buffet
Gezinnen of alleenstaanden die, ondanks alle voorzieningen, moeten rondkomen van minder dan €40 per week, vaak doordat ze nét buiten de regels vallen
Boodschappenhulp, kleding en huishoudelijke spullen verstrekken
Bewoners van de wijken Boschveld en Deuteren
Werkwinkel en buurtinitiatieven zoals De BoschveldWereldkeuken, het Klusteam, Het Fietshuis, de Boschveldtuin, NaaiMeetUp, Buurtman|Buurtvrouw, de ReparatieStraat, Taallessen & huiswerkbegeleiding, Wij Gaan Fietsen Maken, de Boschveldband en Copernikkelkoor
Copernikkel
2.4 Aanpak ’s-Hertogenbosch vergeleken
5. Sluit de aanpak in 's-Hertogenbosch aan bij kennis over wat werkt en niet werkt op basis van bestaand landelijk onderzoek en onderzoek in de eigen en andere gemeenten? Bevindingen op hoofdlijnen: • De aanpak in de gemeente 's-Hertogenbosch sluit op meerdere onderdelen aan bij de aanbevelingen uit het Nibud-rapport Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten (2021). • De gemeente 's-Hertogenbosch is goed vertegenwoordigd in landelijke netwerken en verzamelt op deze manier inzichten voor haar verdere ontwikkeling van beleid en uitvoering op het gebied van armoede en schulden.
12
•
In de Monitor Armoede en Schulden 2023 wordt vermeld dat de gemeente zich laat voeden door landelijke inzichten en initiatieven zoals SchuldenlabNL en de Nederlandse Schuldhulproute.
Onderbouwing
Het Nibud heeft in het rapport Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten (2021) aanbevelingen geformuleerd voor effectief gemeentelijk armoedebeleid. De aanpak van de gemeente 's-Hertogenbosch, zoals beschreven in het Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij (2022) en de bijbehorende tussenevaluatie, bevat meerdere elementen die overeenkomen met deze aanbevelingen. Op basis van onderstaande elementen kan worden vastgesteld dat de aanpak in de gemeente 's-Hertogenbosch op meerdere onderdelen overeenkomt met de aanbevelingen uit het Nibud-rapport Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten (2021). De volgende elementen komen overeen: 1. Vroegsignalering en actieve toeleiding: Het Nibud adviseert gemeenten om signalen van financiële problemen vroegtijdig op te vangen en inwoners actief toe te leiden naar hulp. In de gemeente 's-Hertogenbosch is vroegsignalering structureel ingebed via convenanten met woningcorporaties, zorgverzekeraars en energieleveranciers. De gemeente maakt gebruik van huisbezoeken, brieven, digitale signalering en telefonisch contact. Via BKR ontvangt de gemeente maandelijks de signalen. 2. Laagdrempelige toegang tot ondersteuning: Het Nibud benadrukt het belang van toegankelijke en begrijpelijke dienstverlening.
De gemeente heeft met Eerste Hulp Bij Geldzaken (EHBG) een fysiek en digitaal loket ingericht waar inwoners zonder afspraak terecht kunnen, ook wanneer hun administratie niet op orde is. 3. Ruimhartige inkomensondersteuning en maatwerk: Het Nibud stelt dat inkomensondersteuning eenvoudiger en ruimer moet worden ingericht, met ruimte voor maatwerk. In de gemeente wordt een beleidsgrens van 120% (en in sommige gevallen 130%) van het sociaal minimum gehanteerd. Partners geven aan dat de gemeente een ruimhartig beleid hanteert in vergelijking met gemeenten in de buurt. Daarnaast is maatwerk mogelijk voor inwoners die acuut in hoge nood zitten en aangepaste regelingen voor kinderen uitgevoerd door partners zoals de stichting leergeld (zie vorige paragraaf). 4. Integrale benadering en samenwerking: Het Nibud adviseert om armoede en schulden in samenhang met andere leefgebieden te benaderen. In de gemeente is sprake van een integrale aanpak waarbij samenwerking plaatsvindt tussen gemeentelijke diensten, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en woningcorporaties. Deze samenwerking is onder meer georganiseerd via het Netwerk tegen Armoede. Ook heeft de gemeente de Doorbraaktafel. Bij complexe vastgelopen casussen wordt in een multidisciplinair team een integraal plan van aanpak gemaakt waarbij minder conventionele oplossingen worden gezocht om zo een doorbraak te realiseren. 5.
Monitoring en effectmeting: Het Nibud benadrukt het belang van monitoring en evaluatie van beleid. De gemeente voert periodiek een monitor armoede en schulden uit en heeft een tussenevaluatie van het Aanvalsplan opgesteld. Hierin zijn onder meer gegevens opgenomen over bereik, gebruik van voorzieningen en ervaren effectiviteit van de dienstverlening. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft door haar monitoring inzicht in gebruik en kosten en wil de monitoring van armoede en schulden ook verder uitbouwen door ook effecten van de verschillende regelingen te gaan monitoren. De effecten waarop gemonitord gaat worden moeten nog worden bepaald. Daarnaast vermeldt de gemeente in de Monitor Armoede en Schulden (2023) dat zij zich laat voeden door landelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten en dat zij aansluiting zoekt bij landelijke initiatieven. Gemeenten willen graag inzetten op aanvullend maatwerk, maar dat lukt niet altijd omdat ze met veel verschillende uitvoeringskwesties bezig zijn. Ze vullen met eigen middelen regelmatig tekorten 13
aan die eigenlijk bij het Rijk liggen. Denk aan gemeentelijke regelingen voor tandartskosten of laptops, terwijl dat idealiter landelijk zou moeten worden geregeld via respectievelijk het basispakket of het onderwijs. Gemeenten mogen van het rijk geen inkomenspolitiek uitvoeren, maar verlenen wel categoriale bijstand. Daarmee kunnen gemeenten dus alleen een vangnet zijn middels bijzondere bijstand en andere minimaregelingen. De wethouder van de gemeente 's-Hertogenbosch is voorzitter van de VNG-commissie PSI (Participatie, Schuldhulpverlening en Inburgering). De wethouder en de beleidsmedewerkers van de gemeente zijn hierdoor goed betrokken bij andere gemeenten en hebben zicht op wat er elders speelt. Door deze functie binnen de VNG-commissie komt veel relevante informatie naar voren waar de gemeente profijt van heeft. Daarmee kunnen zij toepassingen van andere gemeenten goed volgen. Wat bijvoorbeeld de gemeente Wageningen doet met één totaalbedrag aan financiële ondersteuning voor een inwoner wordt op de voet gevolgd en vinden beleidsmedewerkers interessant en leerzaam. De gemeente 's-Hertogenbosch past zelf net als een tiental andere gemeenten het bouwdepot toe voor jongeren. Hierbij krijgen jongeren die gedurende langere tijd in de problemen zijn geraakt gedurende een jaar een vast bedrag per maand om hun zaakjes weer op orde te krijgen.
In een evaluatie van het bouwdepot in de gemeente Eindhoven blijkt dat meer dan de helft van de gevallen waar dit is uitgereikt de jongeren ook daadwerkelijk hun zaakjes weer op orde krijgen. Onderzoek in andere gemeenten door B&A (Arnhem, Zwolle, Ede, Wijchen, Land van Cuijk, Kaag en Braassem, Ermelo, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Dinkelland, Losser en Oldenzaal) geven, naast de punten hierboven genoemd door het Nibud, de volgende inzichten: •
•
•
Een laagdrempelige inloop in de wijken/dorpen met één aanspreekpunt bij de gemeente effectiever is in het bereiken van inwoners. In de gemeente Losser werken de verschillende afdelingen (Jeugd, Wmo, Participatie) op één fysieke locatie in dezelfde ruimte samen, inclusief de welzijnsorganisatie en de jeugdgezondheidszorg. Eén team is verantwoordelijk voor de behandeling van een hulpvraag. Vervolgens wordt deze doorgezet naar de benodigde personen. Hierdoor kunnen (complexere) casussen direct worden opgepakt. Door BA Groep gesproken inwoners ervaren dan ook dat hun hulpvraag snel werd opgepakt en maatwerk werd geleverd. “Bij ons gaan de inwoners niet van het kastje naar de muur, maar gaan wij als gemeente/partners van het kastje naar de muur. Inwoners hebben daarom maar één aanspreekpunt die alles voor hen regelt.” De gemeente 's-Hertogenbosch is bezig stappen te zetten richting meer wijkgericht werken, waarvan een laagdrempelige inloop een onderdeel is. Ruimhartige inkomensondersteuning door het ambtshalve verstrekken en het verlenen van maatwerk werkt efficiënter voor de gemeente en is effectiever voor inwoners. In de gemeente Arnhem zijn naar aanleiding van evaluaties gelijke inkomensgrenzen en vermogensgrenzen doorgevoerd voor verschillende regelingen en vindt automatisch verlenging plaats bij ongewijzigde omstandigheden.
De gemeente 's-Hertogenbosch heeft de afgelopen jaren verschillende regelingen aangepast om inwoners ruimhartiger te voorzien van ondersteuning. Vooral in de bijzondere bijstand zijn specifieke regelingen gemaakt voor bijvoorbeeld pedicure, tandartskosten en brillen. Verder is de gemeente 's-Hertogenbosch gestart met het ambtshalve verstrekken bij verlengingen van de individuele inkomenstoeslag voor inwoners die in de bijstand verkeren. Deelname aan de lokale armoede scan van het CBS leidt tot meer inzichten en analyses. Gemeenten als Arnhem, Zwolle nemen deel aan de lokale armoede scan van het CBS. Door hieraan deel te nemen hebben zij goed zicht op gebruik en bereik van de regelingen in de verschillende wijken en kernen van de gemeente. De gemeente 's-Hertogenbosch is nog niet bij de lokale armoede scan aangesloten maar heeft door haar gegevensverzameling al een vrij goed zicht op armoede in de verschillende wijken en kernen.
14
De gemeente 's-Hertogenbosch werkt nauw samen met de B5-gemeenten in Noord-Brabant. De "B5" in Noord-Brabant verwijst naar de vijf grootste gemeenten van de provincie: Breda, Tilburg, 'sHertogenbosch, Eindhoven en Helmond. Deze gemeenten werken samen in diverse verbanden. Ook op het gebied van participatie en armoede wisselen deze gemeenten hun werkprocessen uit en leren zo van elkaar. 2.5 Toetsing normenkader
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • • • • •
Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.
Norm
Toetsing
De gemeente heeft beleidsdoelen opgesteld aan de hand van een analyse van de opgave rondom armoede in de gemeente. In deze analyse is zichtbaar hoeveel huishoudens in armoede leven en wat de gevolgen van de armoede zijn.
Voldoet. De gemeente heeft in de armoedemonitor deze analyse uitgevoerd waarin ook zichtbaar is hoeveel huishoudens in armoede leven en wat de gevolgen hiervan zijn.
Doelen zijn concreet en meetbaar en bevatten streefwaarden.
Voldoet beperkt. De doelen op gebruikscijfers zijn concreet en meetbaar en worden ook gemonitord. Andere beleidsdoelen op gebied van stress en schaamte afnemen zijn niet concreet en worden ook niet gemonitord. Ook indicatoren rond vertrouwen in de overheid of mentale verlichting worden niet gemeten of geëvalueerd. Daarmee zijn in de meeste gevallen de beleidsdoelen niet concreet en meetbaar en bevatten geen streefwaarden.
De Bossche armoedemonitor biedt zicht op de omvang van het aantal huishoudens in armoede, de kenmerken van deze huishoudens, het bereik van gemeentelijke regelingen en ondersteuning en het effect van de gemeentelijke regelingen en ondersteuning op het verminderen van armoede.
Voldoet merendeels. De armoedemonitor biedt inzicht in de omvang van het aantal huishoudens, de kenmerken, het bereik van de regelingen en de ondersteuning. Het biedt geen inzicht in de effecten van de gemeentelijke regelingen en de ondersteuning op het verminderen van de armoede.
De informatie uit de Bossche armoedemonitor leidt waar nodig tot ontwikkeling en aanscherping van beleid en uitvoering.
Voldoet. De informatie uit de armoedemonitor heeft bijvoorbeeld geleid tot het aanvalsplan schulden.
De gemeente maakt gebruik van kennis over wat werkt en niet werkt uit landelijk onderzoek en
Voldoet merendeels. De aanpak in het Aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij (2022) bevat meerdere
15
onderzoek in de eigen en andere gemeenten en past dit toe in beleid en uitvoering.
elementen die overeenkomen met aanbevelingen uit het Nibud-rapport Analyse vijf jaar armoedebeleid in tachtig gemeenten (2021), waaronder vroegsignalering, laagdrempelige toegang, maatwerk, integrale samenwerking en monitoring. Daarnaast geeft de gemeente in de Monitor Armoede en Schulden (2023) expliciet aan zich te laten voeden door landelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten, en sluit zij aan bij landelijke initiatieven zoals SchuldenlabNL en de Nederlandse Schuldhulproute. Daarmee wordt aan een zeer groot deel van de norm voldaan.
16
Hoofdstuk 3. Armoedebeleid vanuit perspectief van de inwoners 3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van inwoners weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 6. Hoe groot is de armoedeproblematiek in 's-Hertogenbosch? Hoeveel inwoners hebben met deze problematiek te maken? 7. Welke belemmeringen of successen ervaren inwoners in de uitvoering van de regelingen? 8. Hoe werkt het beleid uit bij de doelgroepen? Wat hebben gebruikers van de regelingen er aan? 9. Wat is het bereik van gemeentelijke regelingen? 10. Welke resultaten worden ermee behaald? 11. Hoe effectief is het armoedebeleid volgens gebruikers? 3.2 Armoedeproblematiek
6. Hoe groot is de armoedeproblematiek in 's-Hertogenbosch? Hoeveel inwoners hebben met deze problematiek te maken? Bevindingen op hoofdlijnen: • Volgens de Monitor Armoede en Schulden (2025) leven er in de gemeente 's-Hertogenbosch ongeveer 9.000 huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Deze groep omvat onder andere ongeveer 6.400 eenpersoonshuishoudens, 900 eenoudergezinnen, 1.100 paren zonder kinderen, 500 paren met kinderen. In deze huishoudens verblijven 2.400 minderjarige kinderen. Verder wordt er aangegeven dat 3,4% van de huishoudens een inkomen onder de lage-inkomensgrens (sociaal minimum) van €1.300 netto per maand heeft. • Uit de Armoedescan van het CBS blijkt dat het aantal huishoudens in Den Bosch onder het sociaal minimum stabiel is, met een hoog aandeel eenpersoonshuishoudens bij lage inkomens en langdurige armoede. Onderbouwing
Volgens de voorlopige cijfers van 2023 leven in ’s-Hertogenbosch ongeveer 9.000 huishoudens van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Deze groep bestaat uit circa 6.400 eenpersoonshuishoudens, 1.100 paren zonder kinderen, 500 paren met kinderen en 900 eenoudergezinnen. Binnen deze huishoudens groeien ongeveer 2.400 minderjarige kinderen op. De Monitor Armoede en Schulden 2025 geeft aan (voorlopige cijfers 2023) dat 3,4% van de huishoudens in de gemeente 's-Hertogenbosch een inkomen onder de lage-inkomensgrens van €1.300 netto per maand heeft. Armoede concentreert zich vooral in de wijken West, Noord en Binnenstad. In de wijk Noord heeft 6% van de huishoudens een laag inkomen; in Graafsepoort en Binnenstad is dit 5,6%. Ook in de wijken West, Muntel/Vliert en Zuidoost ligt het aandeel huishoudens met een laag inkomen boven het gemeentelijk gemiddelde. De lage-inkomensgrens was een door het CBS gehanteerde grens om armoede in Nederland te meten. Deze grens weerspiegelt een vast koopkrachtbedrag in de tijd en wordt jaarlijks alleen aangepast voor prijsontwikkeling. Een huishouden wordt als arm beschouwd als het netto huishoudinkomen lager is dan deze grens. Voor meerpersoonshuishoudens wordt deze grens 17
aangepast met behulp van zogenoemde equivalentiefactoren, die rekening houden met schaalvoordelen binnen huishoudens. Deze factoren zorgen ervoor dat de inkomensgrens stijgt naarmate het huishouden groter is, maar niet lineair, omdat kosten gedeeld kunnen worden. Daarnaast heeft 3,8% van de minderjarige kinderen in de gemeente (volgens voorlopige cijfers van 2023) een huishouden met een laag inkomen — een daling ten opzichte van 2013, toen dit nog 10,2% was. Ter vergelijking: landelijk groeide in 2022 volgens cijfers van het NJi (oorspronkelijke cijfers afkomstig van CBS) 5,2% van de minderjarige kinderen op in een huishouden met een laag inkomen. Inkomensverdeling onder het sociaal minimum in ’s-Hertogenbosch
Onderstaande tabellen zijn gebaseerd op de meest recente gegevens uit de Armoedescan van het CBS. Ze geven inzicht in het aantal huishoudens in ’s-Hertogenbosch dat onder verschillende inkomensgrenzen leeft, afgezet tegen het sociaal minimum (101%, 110%, 120% en 130%). Deze cijfers zijn gebaseerd op de oude armoededefinitie (lage-inkomensgrens en sociaal minimum). De nieuwe CBS/Nibud/SCP-armoedegrens uit 2024 is hier nog niet toegepast, omdat die nog niet in vergelijkbare tijdreeksen beschikbaar is. • Tabel 8 toont het aantal huishoudens dat ten minste één jaar onder de betreffende inkomensgrens leeft. • Tabel 9 betreft langdurige armoede: huishoudens die vier jaar of langer onder het sociaal minimum leven. In beide tabellen wordt ook het aandeel eenpersoonshuishoudens weergegeven. Dit percentage omvat zowel alleenstaanden als eenoudergezinnen met minderjarige kinderen. Tabel 8. Huishoudens in ’s-Hertogenbosch met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum (minstens 1 jaar) Jaar
≤101%
≤110%
≤120%
≤130%
2021
4.500
6.900
8.900
10.700
2022
4.500
7.000
8.800
10.500
2023
4.600
7.100
9.000
10.800
% eenpersoonshuishoudens
81-82%
81-82%
79-81%
78-79%
Tabel 9. Huishoudens in ’s-Hertogenbosch met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum (minstens 4 jaar) Jaar
≤101%
≤110%
≤120%
≤130%
2021
2.100
4.000
5.500
6.800
2022
2.100
4.000
5.400
6.700
2023
2.100
3.900
5.400
6.700
% eenpersoonshuishoudens
84-85%
83–84%
81-82%
80-81%
Uit de tabellen blijkt dat het aantal huishoudens onder een bepaalde inkomensgrens de afgelopen jaren relatief stabiel is gebleven. Zo daalde het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum van 10.700 in 2021 naar 10.500 in 2022, om in 2023 weer te stijgen naar 10.800.
18
Verder valt op dat het aandeel eenpersoonshuishoudens toeneemt naarmate het inkomen lager is én naarmate huishoudens langer onder het sociaal minimum leven. Vooral onder de groep die vier jaar of langer in armoede leeft, is het aandeel eenpersoonshuishoudens het grootst. 3.3 Bevindingen belemmeringen en successen
7. Welke belemmeringen of successen ervaren inwoners in de uitvoering van de regelingen? Bevindingen op hoofdlijnen: • De meeste geïnterviewde inwoners maken gebruik van één of meerdere gemeentelijke regelingen, maar dit gebruik is sterk afhankelijk van kennis, vertrouwen en toegang. Inwoners die geen gebruik maken van regelingen noemen uiteenlopende redenen, zoals onbekendheid, wantrouwen of het idee dat ze niet in aanmerking komen. • Veel geïnterviewden kennen aanvullende regelingen niet, hebben ze niet nodig of denken dat ze er geen recht op hebben. Informatie bereikt hen vooral via informele netwerken zoals familie, kennissen of maatschappelijke organisaties. De gemeente is ook een belangrijke informatiebron; veel inwoners vinden hulp online. • Het aanvraagproces wordt door sommigen als eenvoudig ervaren, maar een substantiële groep loopt vast op administratieve drempels, digitale systemen of gebrek aan persoonlijk contact. Hulp van derden – zoals bewindvoerders of sociaal werkers – is vaak essentieel om het proces succesvol te doorlopen. • Inwoners die deelnemen aan sociale netwerken of vrijwilligerswerk zijn beter geïnformeerd en weten hun weg sneller te vinden. Tegelijkertijd is er een groep die niet weet waar ze hulp kunnen vinden; bij hen spelen vaak taalproblemen, beperkte digitale vaardigheden en een klein netwerk mee.
• Uitvoerders bevestigen het beeld dat regelingen voor sommige inwoners goed toegankelijk zijn, vooral bij mensen met een bijstandsuitkering. Maar voor andere groepen – zoals werkende armen – zijn aanvraagprocedures te ingewikkeld, wat leidt tot onderbenutting. • Maatwerk blijkt in de praktijk tijdrovend en administratief belastend. Consulenten voelen zich genoodzaakt te kiezen tussen strikt volgens de regels werken en de inwoner helpen. • Partners signaleren dat gemeentelijke communicatie onvoldoende aansluit bij de leefwereld van inwoners, en dat de gemeente weinig zicht heeft op het bereik en de rol van maatschappelijke organisaties. Het systeem wordt als gefragmenteerd en ontoegankelijk ervaren, vooral door kwetsbare groepen.
•
Informele hulpstructuren blijken cruciaal om toegang tot regelingen mogelijk te maken. Tegelijkertijd zijn er ‘witte vlekken’ – buurten of doelgroepen waar nauwelijks aanvragen binnenkomen, zonder dat duidelijk is of dit door onbekendheid of gebrek aan behoefte komt.
Onderbouwing
Hieronder worden de perspectieven van inwoners weergegeven aan de hand van vier thema’s: 1. Gebruik van gemeentelijke regelingen; 2. Kennis over andere regelingen; 3. Ervaringen met het aanvraagproces; 4. En contact met de gemeente, en de plekken waar inwoners hulp zoeken.
19
De percentages in de tabellen zijn gebaseerd op dertig gesprekken met inwoners uit ’sHertogenbosch. Deze gesprekken zijn gevoerd met zowel inwoners die al bekend waren bij de gemeente als met mensen die zijn bereikt via maatschappelijke organisaties zoals Stichting Quiet. De beantwoording van de vraag wordt afgesloten met reflecties vanuit de uitvoeringswereld: consulenten en partners geven hun perspectief op de ervaren belemmeringen en succesfactoren bij inwoners in het gebruik van regelingen. Perspectief inwoners
Tabel 10 geeft aan dat van de 30 geïnterviewde inwoners 83% gebruik maken van één of meerdere gemeentelijke regelingen. Daarbinnen gebruikt 43% van de inwoners één regeling en 40% van de inwoners meerdere regelingen. 17% van de geïnterviewde inwoners maken van geen enkele regeling gebruik. Tabel 10. Gebruik van regelingen Geen regelingen 1 regeling 2 regelingen of meer
17% 43% 40%
De meest genoemde voorzieningen zijn de energietoeslag, de collectieve zorgverzekering, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en bijzondere bijstand. Daarnaast ontvangen sommige inwoners aanvullende hulp via fondsen, maatschappelijke organisaties zoals Stichting Leergeld of Quiet, of via de voedselbank. De 17% van de inwoners die geen gebruik maken van regelingen geven hiervoor uiteenlopende redenen, variërend van vooral voldoende eigen middelen tot onbekendheid of wantrouwen richting de gemeente wegens eerdere negatieve ervaringen. Tabel 11. Bekendheid met (andere) regelingen Bekend via bewindvoerder Bekend met (andere) regelingen, kwam niet in aanmerking Bekend met (andere) regelingen, niet nodig gehad Niet bekend met andere regelingen
7% 40% 20% 33%
Tabel 11 geeft aan dat twee derde van de geïnterviewde inwoners (67%) in enige mate bekend is met andere gemeentelijke regelingen dan die ze gebruiken. 40% van de inwoners geeft aan dat ze niet in aanmerking kwamen. Redenen hiervoor lopen uiteen: sommigen zitten net boven de inkomensgrens, hebben een partner met vermogen of denken op basis van hun situatie — zoals tijdelijk hoger inkomen — niet binnen de criteria te vallen. Dit leidt er soms toe dat men afziet van een aanvraag, uit vrees voor afwijzing of terugvordering. 20% van de inwoners geven aan de regelingen wel te kennen, maar ze niet nodig te hebben gehad — bijvoorbeeld door hulp van familie of voldoende eigen middelen. 7% van de inwoners noemen de bewindvoerder als bron van informatie. De bekendheid met regelingen komt vaak via informele netwerken zoals familie, kennissen of maatschappelijke organisaties. In enkele gevallen speelt de bewindvoerder een actieve rol in het aanvragen en beheren. Een derde van de inwoners (33%) is niet bekend met andere regelingen en kwam pas via bijvoorbeeld werk of vrijwilligerswerk (zoals bij Stichting Quiet) in aanraking met aanvullende ondersteuning. Tabel 12. Aanvraagproces & contact met gemeente Gemakkelijk 40% Lastig (beide opties mogelijk) 27%
20
-Lastig door papierwerk (hoeveelheid, digitaal vs fysiek) -Lastig door contact met gemeente (geen vast contactpersoon, gebrek aan vertrouwen, buiten regels etc.) Niet aangevraagd Bewindvoerder of geholpen door derden
13% 17%
10% 23%
Tabel 12 geeft aan dat 40% van de geïnterviewde inwoners het aanvraagproces als makkelijk ervaren. Tegelijkertijd vindt ruim een kwart (27%) het lastig, met als belangrijkste knelpunten het papierwerk en het ontbreken van een vast contactpersoon. Vooral digitale aanvragen worden als ingewikkeld ervaren door ouderen of mensen met beperkte taalvaardigheid. 10% van de inwoners hebben geen aanvraag gedaan, en 23% van de inwoners kregen hulp van derden, zoals een bewindvoerder, maatschappelijk werker of familielid. Deze hulp is voor deze groep inwoners essentieel gebleken om het proces goed te kunnen doorlopen. Inwoners die al langere tijd met het systeem te maken hebben, geven aan dat zij inmiddels hun weg weten te vinden. Tabel 13. Weten de inwoners waar zij hulp kunnen vinden Ja, de gemeente 57% Ja, bewind of sociale organisaties 10% Ja, familie 17% Nee 17% Tabel 13 geeft aan dat 57% van de geïnterviewde inwoners weten dat zij bij de gemeente terechtkunnen voor hulp. Deze groep geeft ook aan dat ze de regelingen vaak zelf hebben opgezocht, meestal via internet. Anderen noemen familie (17%), bewindvoerders of sociale organisaties (10%) als eerste aanspreekpunt. 17% van de inwoners geven aan niet te weten waar ze hulp kunnen vinden. In deze laatste groep spelen vaak factoren mee zoals beperkte digitale vaardigheden, taalproblemen of een klein sociaal netwerk.
Tegelijkertijd blijkt uit de interviews dat inwoners die betrokken zijn bij netwerken als Stichting Quiet of vrijwilligerswerk beter geïnformeerd zijn en sneller hun weg naar ondersteuning vinden. Vertrouwen en toegankelijkheid worden veel genoemd als voorwaarden om daadwerkelijk hulp te zoeken. Perspectief uitvoeringswereld (consulenten en partners)
Op basis van de gesprekken met consulenten en partners ontstaat een aanvullend beeld op de ervaringen die inwoners zelf schetsten. Inwoners geven aan tegen bureaucratie, onbekendheid en digitale drempels aan te lopen. Uitvoerders en partners bevestigen deze signalen en plaatsen ze binnen de bredere context van hun eigen praktijk. Uit het gesprek met consulenten blijkt dat zij inwoners met een bijstandsuitkering doorgaans goed in beeld hebben. Deze groep ontvangt ondersteuning vaak automatisch, of wordt door consulenten actief benaderd. Dat maakt het aanvraagproces eenvoudiger en verlaagt de drempel. Inwoners zonder bijstandsverleden – bijvoorbeeld werkende armen of mensen met wisselende inkomens – zijn juist moeilijker te bereiken. Volgens consulenten is het aanvraagproces voor hen vaak te ingewikkeld, zeker wanneer de digitale vaardigheden beperkt zijn. Dit komt doordat voor inwoners zonder bijstandsverleden de hulp van de gemeente minder vanzelfsprekend is dan voor inwoners die al langer een bijstandsuitkering ontvangen. Tegelijkertijd ervaren consulenten dat het bieden van maatwerk in zulke gevallen veel tijd en administratieve lasten met zich meebrengt.
Waar aanvragen niet onder de standaardregeling vallen, vraagt maatwerk bovendien om extra verantwoording en een goede onderbouwing met duidelijke argumenten, en moeten consulenten balanceren tussen strikte toepassing van de regels en een pragmatische oplossing voor de inwoner.
21
Partners van de gemeente herkennen dit beeld. Ook zij zien dat veel inwoners de weg naar ondersteuning niet vinden – of pas erg laat. Met name ouderen, mensen met beperkte taalvaardigheid, laaggeletterden, en anderstaligen vallen op als kwetsbare groepen. Digitale aanvragen vormen voor hen een grote drempel. Tolken zijn niet altijd beschikbaar, en veel formulieren zijn niet goed afgestemd op de doelgroep. Het feit dat de gemeente verschillende loketten kent (zoals bij Weener XL) maakt het systeem bovendien verwarrend voor wie niet goed thuis is in het sociaal domein. Partners signaleren dat zij vaak als eerste aanspreekpunt fungeren, terwijl zij de indruk hebben dat de gemeente onvoldoende zicht heeft op hun werk en bereik. Tegelijkertijd ervaren zij dat de communicatie vanuit de gemeente onvoldoende aansluit bij de leefwereld van inwoners. Ook de zichtbaarheid van de gemeente in de wijken wordt als beperkt ervaren: consulenten noemen dat wijkteams en achter-de-voordeur-benaderingen nog beperkt zijn ontwikkeld, terwijl partners signaleren dat inwoners vaak eerder via hun organisaties in beeld komen dan via de gemeente zelf. Zowel consulenten als uitvoerders benadrukken de rol van informele netwerken. Hulp van familie, kennissen of maatschappelijke organisaties is vaak doorslaggevend in het vinden van de juiste regeling.