CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Detailhandelsvisie inclusief bijlagen_pagina (1) (1)

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Detailhandelsvisie 's-Hertogenbosch 202327.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast blijkt uit het Koopstromenonderzoek 2021 dat de wijkwinkelcentra in onze gemeente over het algemeen minder goed gewaardeerd worden door de consument ten aanzien van beleving, gebouwde omgeving, aanbod en openbare ruimte in vergelijking met het gemiddelde beoordelingsniveau elders in Nederland. Hier ligt dan ook de kans om een grote verbeterslag te maken, met als belangrijkste leidraad het opzetten en verbeteren van onderlinge samenwerking in de winkelgebieden.

DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

Samenwerking loont Samenwerking in winkelgebieden is van belang en biedt kansen de opgave die er liggen samen op te pakken en tot een succes te brengen. De organisatiegraad en samenwerkingsgraad is echter veelal laag in de diverse winkelgebieden in de gemeente. Het gaat dan met name om de wijkwinkelcentra. Uit het KSO2021 blijkt ook dat juist deze wijkwinkelcentra over het algemeen minder goed scoren bij de consument. De ambitie is er dan ook om in elk winkelgebied de organisatiegraad te vergroten. Hier liggen kansen, want samenwerking loont! Er zijn binnen de gemeente ook goede voorbeelden waar krachten worden gebundeld, zoals de onlangs opgerichte stichting Den Bosch Partners, de onlangs opgerichte BIZ Brede Binnenstad1, het Centrum Management Rosmalen (CMR) en onder andere de winkeliersvereniging Helftheuvelpassage. Door het bundelen van krachten en de samenwerking te vergroten in een centra ontstaat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij ondernemers en vastgoedeigenaren. Dit zal ten goede komen aan het functioneren en de leefbaarheid van een winkelcentra. De opgave ligt er dan ook de organisatiegraad en samenwerking in de centra te vergroten, maar ook onderling tussen de winkelgebieden waarin bijvoorbeeld ervaringen gedeeld kunnen worden en/of gewerkt kan worden aan het bevorderen van de complementariteit.

Echter, er moet wel wil en energie zijn vanuit deze stakeholders om dit op te pakken. Het opdragen vanuit de gemeente zonder draagvlak zal weinig resultaat opleveren. In de praktijk hebben ondernemers vaak weinig tijd en voelt men weinig urgentie om zich bezig te houden met dit soort zaken. Om samenwerking aan te jagen wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor initiatieven ter verbetering van winkelgebieden, zie kopje verbeteren kwaliteit wijkwinkelcentra.  Gestart wordt met een samenwerkingspilot in het stadsdeel Zuidoost. Vanuit de participatiebijeenkomst is gebleken dat er vanuit diverse stakeholders de wens ligt dit op te pakken. Ingezet wordt op het aanstellen van een centrummanager voor dit stadsdeel als kartrekker voor het op poten zetten van een samenwerkingsverband. De evaluatie die volgt op deze pilot wordt gebruikt om de uitvoering eventueel breder te trekken over alle stadsdelen. Om de urgentie van het samenwerken en het bevorderen van de kwaliteit van de wijkwinkelcentra bij ondernemers en vastgoedeigenaren onder de aandacht te

29

brengen, wordt r een ronde langs alle wijkwinkelcentra gehouden om hen een spiegel voor te houden over de achterstallige staat van de centra en de ondermaatse bezoekerswaardering. De rondgang is ook bedoeld om de betrokken stakeholders op de hoogte te brengen van de mogelijkheden en kansen die de detailhandelsvisie biedt. Verbeteren kwaliteit Een van de belangrijkste pijlers waar die betere samenwerking aan moet bijdragen, is het maken van een kwaliteitssprong in de betreffende wijkwinkelcentra. De resultaten uit onder andere het koopstromenonderzoek laten zien dat het overgrote deel van de wijkwinkelcentra in onze gemeente nu nog ondermaats scoort ten aanzien van de kwaliteit van het aanbod (veelal sprake van kleine supermarkten), de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. De focus zal dan ook met name liggen op het moderniseren van de wijkwinkelcentra door het creëren van ruimte voor supermarkten ten behoeve van een moderniseringsslag, maar ook ten aanzien van de uitstraling van de winkels, de winkelpanden en de openbare ruimte. Om dit te bewerkstelligen is samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en andere relevante stakeholders een essentieel onderdeel. Dit zien we ook in een aantal winkelgebieden waar deze samenwerking al wel goed georganiseerd is.

Om een wijkwinkelcentrum efficiënt en slagvaardig een kwalitatieve opwaardering te geven, moet er in samenspraak met de omgeving en alle relevante stakeholders een integrale visie worden opgesteld in de vorm van een verbeter- en/of ontwikkelplan. In een aantal (voornamelijk goed georganiseerde) centra staan al werkzaamheden in de openbare ruimte op de planning of zijn recentelijk doorgevoerd. Vooral in de centra waar de organisatiegraad ontbreekt of zeer beperkt is, vangen we weinig signalen op en is er geen sprake van een (integrale) visie op de toekomst. Om samenwerking aan te jagen en te komen tot integrale verbeterplannen voor onze wijkwinkelcentra geven we de winkelgebieden in onze gemeente de kans om als collectief het initiatief te nemen en met ideeën te komen. Hierbinnen ligt de prioriteit voornamelijk op de winkelgebieden waar in de afgelopen jaren weinig aandacht voor is geweest en weinig in is geïnvesteerd. Een integrale aanpak waarbij samenwerking centraal staat is het uitgangspunt van dergelijke verbeterplannen.

30

De plannen die hier het meest op aansluiten komen eventueel in aanmerking voor een subsidie om bijvoorbeeld de samenwerking te verbeteren een centrummanager om het verbeterplan vlot te kunnen trekken en/of in aanmerking te komen voor een aanpassing van de openbare ruimte. Wanneer er geen of alleen slechte verbeter- of ontwikkelplannen worden ingediend, gebruiken we onze eigen inventarisatie met bijbehorende planning hoe en in welke volgorde we de winkelcentra aan willen pakken. Voor het op poten zetten van een ontwikkel- of verbeterplan kan dan alsnog een centrummanager aangesteld worden om de samenwerking in een winkelgebied dat prioriteit heeft, vlot te trekken. Dit zal als vervolg op deze visie nader uitgewerkt worden. Compacte buurt- en wijkhubs Naast inzetten op het verbeteren van de organisatiegraad en het opwaarderen van de winkelgebieden wordt er gestuurd op compacte aaneengesloten winkelgebieden, waarbij tegelijkertijd rekening gehouden wordt met de ambitie ‘Den Bosch, 15 minuten stad’, zoals opgenomen in het (concept) Koersdocument van de omgevingsvisie. Een winkelcentrum is niet alleen een plek waar je je (dagelijkse)boodschappen doet, maar is bij uitstek steeds meer een sociale ontmoetingsplek. Hét hart van de wijk. Ook wel buurt- of wijkhubs genoemd.

Met het compact houden en het centreren van andere publieksgerichte en maatschappelijke voorzieningen in de winkelcentra wordt leegstand en achteruitgang zoveel mogelijk voorkomen. Het winkelhart is het deel van het centrum waar het allemaal gebeurt (de meeste traffic), geldt dat ingezet wordt op de hoofdfunctie winkelen (detailhandel). In het winkelhart is ook ruimte voor publieksgerichte functies, zoals een sportschool, tandarts, ambachtelijke bedrijfjes, kantoren etc. Waarbij het van belang is dat de gevel een open uitstraling heeft. Transformatie naar wonen op de begane grond in het winkelhart is niet wenselijk. In de uitloopgebieden is transformatie op de begane grond naar andere functies, zoals wonen, wel voorstelbaar. Dit betekent dat we zo min mogelijk nieuwe detailhandel ontwikkelingen buiten het winkelhart willen toestaan en waar mogelijk saneren. Er wordt daarom kritisch gekeken naar toekomstige plannen van lopende en toekomstige projecten en in hoeverre daar nieuwe detailhandelsbestemmingen in worden opgenomen.

DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

31

3.4

Kernen

Het fijnmazige netwerk van voorzieningen dat onze gemeente kenmerkt, is ook in de kernen buiten het stedelijk gebied terug te zien. Van alle dorpen binnen de gemeente zijn alleen Kruisstraat, Maliskamp, Bokhoven en Gewande niet voorzien van een eigen supermarkt. Voorzieningen in dorpscentra spelen een belangrijke rol in de sociaalmaatschappelijke structuur van dorpen. Ze dienen als ontmoetingsplek, bieden werkgelegenheid en dragen bij aan de zelfvoorzienendheid van inwoners. Bovendien is een supermarkt vaak de belangrijkste trekker van een voorzieningencluster in het dorpscentrum. Het wegvallen van een supermarkt heeft daardoor vaak ook een negatieve invloed op de overige aanwezige voorzieningen. Supermarkten in relatie tot leefbaarheid Het behouden van de supermarkt in de kern is een belangrijk streven ten behoeve van de leefbaarheid. In een aantal kernen in onze gemeente zijn er echter zorgen over het (toekomstig) bestaansrecht van de lokale supermarkt en overige voorzieningen in deze kernen. Het gaat dan met name om de supermarktlocatie in Empel, Engelen en Vinkel. Om de supermarkt rendabel te kunnen blijven opereren met het oog op de toekomst, is uitbreiding van de supermarkt noodzakelijk.

Deze uitbreiding gaat dan om zowel een groter winkelvloeroppervlak als om een uitbreiding van randvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen en de bereikbaarheid voor zowel de auto als de fiets. Het probleem is echter, dat deze uitbreidingsruimte op de huidige vestigingslocaties veelal niet beschikbaar is en dat er geen andere geschikte locaties binnen de kernen gevonden kunnen worden. Relocatie naar een bedrijventerrein of buiten de kern en/of winkelhart is in principe niet wenselijk. Maatwerk voor de kernen is hierin van belang. Waarbij ook hier zoveel mogelijk wordt gekeken of een combinatie gevonden kan met het concentreren van overige publieksgerichte functies, zoals een sportschool, tandarts, kinderdagverblijf, ambachtelijke bedrijfjes, kantoren etc. etc. Ook wel de buurt- of wijkhub genaamd. Ingezet wordt dan ook om per kern/locatie te bekijken welke opties er zijn vooruitbreiding op de huidige locatie of relocatie. Hiervoor zal een ambtelijke werkgroep van de diverse afdelingen samengesteld worden. Wanneer er vanuit maatwerk geen relocatie- of uitbreidingsmogelijkheden zijn en een supermarkt in deze hoedanigheid niet rendabel is

32

of kan blijven met het oog op de toekomst, dient een alternatieve invulling van de centrale ontmoetingsfunctie in de kernen gerealiseerd te worden om de leefbaarheid op peil te houden.

3.5

Perifere en solitaire locaties

Solitaire vestigingen Verspreide bewinkeling en solitaire vestigingen in woonwijken moet zoveel mogelijk voorkomen worden. De wens is er om detailhandelsbestemmingen die buiten de bestaande winkelstructuur zijn gelegen te transformeren en eventueel weg te bestemmen. Anderzijds kunnen deze bestaande solitaire vestigingen binnen de gemeente in een enkel geval ook een uitkomst bieden aan de vestiging van een grotere winkel niet passende in een wijkwinkelcentra en niet passend qua branchering en/of grootte op de woonboulevard. Bouw- en tuinmarkten Een bijzondere vorm van perifere detailhandel zijn bouwmarkten en tuincentra. Gezien hun aard en omvang kunnen ze niet terecht in reguliere winkelcentra. Ze zijn aangewezen op de rand van de stad en zijn veelal solitair gevestigd. Door de schaalvergroting van de afgelopen decennia zijn ze nagenoeg verdwenen uit woonwijken en terecht gekomen aan de rand van de stad en op bedrijventerreinen. Bouwmarkten Sinds 2011 zijn er meerdere aanpassingen geweest in het detailhandelsbeleid ten aanzien van bouwmarkten. Voor reguliere bouwmarkten geldt een maximale maat van 6.500 m2 wvo. In de meest recente actualisering uit 2018 is opgenomen dat er ruimte is voor één grootschalige bouwmarkt van maximaal 10.000 m2 wvo. Hiervoor is de locatie De Groote Vliet aangewezen.

De realisatie van deze grootschalige bouwmarkt is echter niet van de grond gekomen en er bestaat twijfel of er nog wel behoefte is aan een dergelijke bouwmarkt. In het Bestuursakkoord 2022-2026 is de ambitie dan ook opgenomen dit nader te onderzoeken. In afwachting van dit onafhankelijk onderzoek blijft de maximale maat van 6.500 m2 wvo voor een reguliere bouwmarkt van toepassing en wordt ten aanzien van de regeling voor de vestiging van een grootschalige bouwmarkt vooralsnog teruggevallen op het beleid zoals opgenomen in het raadsvoorstel ‘Wijziging detailhandelsbeleid m.b.t.

DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

33

34

maximale grootte van bouwmarkten’ uit 2018. Wanneer het onderzoek aanleiding geeft tot aanpassing van het beleid ten aanzien van reguliere en grootschalige bouwmarkten, zal dit separaat gebeuren. Tuincentra In de voorgaande visie uit 2011 is enige verruiming van het assortiment dat tuincentra mogen hanteren mogelijk gemaakt. De gedachte hierachter is dat tuincentra anders nogal seizoensafhankelijk zijn en door ontwikkelingen op landelijke schaal in de branche wellicht zouden verdwijnen uit ‘s-Hertogenbosch. Hierbij is wel nadrukkelijk aangegeven dat eventuele verruiming van het mogelijke assortiment alleen mogelijk is wanneer dit kleinschalige detailhandel binnen de gemeente niet schaadt. In de huidige stand van zaken is er geen reden om af te wijken van dit beleid en wordt vastgehouden aan deze standpunten. Bossche woonboulevard / Retailpark De Bossche Woonboulevard / Retailpark scoort bij de consument bovengemiddeld. De bovenregionale positie van de Bossche binnenstad weerspiegelt zich ook in de positie van de Bossche woonboulevard/ Retailpark. Het grootschalig aanbod op deze locatie kent een goede balans met het aanbod in de binnenstad. Uitbreiding van de branchering en het verlagen van de minimale maatvoering voor winkels vormen een risico voor afvloeiing vanuit de binnenstad en andere winkelgebieden en is daarom niet wenselijk.

We zetten dan ook in op het vasthouden aan de huidige branchering en de minimale maatvoering van detailhandel in het cluster met Perifere en Grootschalige Detailhandel Vestigingen - Bossche Woonboulevard/Retailpark. Het bewaken van de complementariteit aan de binnenstad is hierbij van belang. Dit betekent dat er op de Bossche woonboulevard/ Retailpark winkels binnen de branches consumentenelektronica (wit-, bruin-, grijsgoed), auto- en motoraccessoires, fietsaccessoires/fietsen en kampeerartikelen met een minimale grootte van 1.000 m2 wvo per winkel zijn toegestaan. Tegelijkertijd heeft de afgelopen periode ons geleerd dat enige flexibiliteit een randvoorwaarde is voor het versterken en het behouden van de kwaliteit en dat nieuwe ontwikkelingen niet altijd vooraf kunnen worden voorzien. Voor onvoorziene branches die nu niet mogelijk worden gemaakt maar wel als passend beschouwd worden, kan daarom gemotiveerd

DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

afgeweken worden. Dit geldt ook voor de minimale maatvoering. De ondergrens als minimale maat van 1.000 m2 wvo blijft overeind, mits aangetoond kan worden dat vestiging in een regulier winkelcentrum onmogelijk is, kan eventueel afgeweken. Hierbij is het van belang dat dit de (kleinschalige) detailhandel en de structuur binnen de gemeente niet schaadt. Hierbij bestaat er wel een spanningsveld waarin de ambitie er ook ligt de regionale positie van de Bossche Woonboulevard/Retailpark te behouden en waar mogelijk te versterken. Wanneer zich hiervoor een unieke voordoet, kan de ‘Vliegende Vogel’ hier eventueel uitkomst in bieden (zie paragraaf 3.7).

3.6

Overige vormen van detailhandel

Ambulante handel De ambulante handel binnen de gemeente varieert van een reguliere weekmarkt tot losse standplaatsen. De weekmarkten en standplaatsen kunnen voorzien in een (tijdelijke) aanvulling op het voorzieningenniveau. Daarnaast zorgen weekmarkten vaak voor extra bezoekers en daarmee extra levendigheid in een winkelgebied. Een combinatiebezoek met de nabijgelegen horeca en/of retail wordt hierdoor gestimuleerd. De opstelling van de kramen ten opzichte van de winkels en de horeca is een belangrijk aandachtspunt voor een optimale synergie. Voor de warenmarkt en voor vaste- en/of seizoenstandplaatsen zijn diverse regels en een vergunning voor ondernemers van toepassing. Deze regelingen blijven intact en worden waar nodig geactualiseerd. Afhaalpunten Afhaalpunten zijn locaties waar consumenten via internet bestelde producten kunnen afhalen, zonder dat er producten tentoongesteld worden of er advisering over de producten plaats heeft en zonder dat er – doorgaans – ter plekke betaald wordt (is al gebeurd bij internetbestelling). Omdat het voor consumenten toegankelijke locaties zijn, is een afhaalpunt een vorm van detailhandel en daarom alleen maar toegestaan binnen de bestemming detailhandel. Met name deze vormen van detailhandel zorgen voor veel korte parkeer bewegingen.

Bij nieuwe planontwikkelingen dient hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden te worden bij de inrichting van de openbare ruimte.

35

Pakketkasten Voor pakketkasten geldt wanneer deze op strategische plekken gesitueerd zijn een goede bijdrage kunnen leveren aan het reduceren van het aantal vervoersbewegingen in de wijk en/of de binnenstad. Kansen voor het plaatsen van pakketkasten liggen met name in bestaande panden met een detailhandelsbestemming in/nabij een wijkwinkelcentrum en/of gebouwen met een publieksgerichte functie, zoals een fietsenstalling, parkeergarage, station, benzinestation e.d. Hiervoor is maatwerk verreist. Ondergeschikte detailhandel Bij het al dan niet meewerken aan vormen van (ondergeschikte) detailhandel is maatwerk vereist. Per geval wordt bezien wat een redelijke omvang in vierkante meters van de detailhandelsactiviteit is. Hierbij is ondergeschiktheid aan de hoofdfunctie van belang om verstoring van de winkelstructuur te voorkomen. Boerderijwinkels In de bestemmingsplannen voor het buitengebied wordt bij een agrarisch bedrijf productiegebonden detailhandel mogelijk gemaakt. Uit de praktijk blijkt dat naast producten van het eigen bedrijf er ook de behoefte bestaat om andere, streekgebonden producten die bij andere kleinschalige bedrijven geproduceerd worden, te verkopen. Wij zijn van mening dat een dergelijke vorm van detailhandel dermate ondergeschikt en specifiek is dat de bestaande detailhandelsstructuur niet verstoord wordt.

Voor boerderijwinkels geldt daarom dat niet alleen sprake moet zijn van de verkoop van het eigen bedrijf, maar ook deels uit de verkoop van streekgebonden producten uit de bedrijfstak.

3.7

Deze visie biedt de kaders voor ontwikkeling van de Bossche detailhandel en creëert daarmee een aantal ambities en richtlijnen. De detailhandelssector is echter onderhevig aan veel veranderingen die elkaar in rap tempo opvolgen. In sommige gevallen is het mogelijk dat een bepaalde specifieke situatie of verandering in de maatschappij ervoor zorgt dat er afgeweken moet worden van deze kaders en richtlijnen. Maatwerk is in deze gevallen essentieel en uitzonderingen op de regel zijn daarin eventueel mogelijk, zolang deze goed te verantwoorden zijn. Dit biedt de mogelijkheid voor de gemeente om mee te bewegen met kansen en uitdagingen die van tevoren niet zijn voorzien. Hierbij wordt aangesloten op de uitgangspunten van het ‘vliegende vogel’ model, zoals beschreven in de horecavisie ‘Samenwerken aan gastvrij ontmoeten’ (2019). Dit betekent concreet dat bepaalde concepten, initiatieven of locaties die niet direct in deze visie en het bijbehorende beleid passen, maar wel een serieuze afweging verdienen, eventueel toch een plek kunnen krijgen in de gemeente. Daarvoor moet er wel voldaan worden aan minstens enkele van de volgende uitgangspunten: •

•

• •

Specifieke bedrijfsformules Er zijn specifieke bedrijfsformules met behoefte aan (ondergeschikte) detailhandel die niet terecht kunnen in een regulier winkelcentrum en/of als niet passend worden beschouwd op een Perifere en Grootschalige Detailhandel vestiging gezien de afmeting en/of branchering. Voorbeelden zijn bedrijfsformules in de paardensport, duiksport, kringloopbedrijven etc. Voor deze bedrijfsformules is maatwerk vereist. Hiervoor geldt dat wij in eerste instantie de mogelijkheden bezien voor vestiging op de bedrijventerreinen waar niet-bedrijventerrein gebonden functies gehuisvest mogen worden.

36

Vliegende vogel

•

• •

Het concept voegt nadrukkelijk iets toe aan het bestaande aanbod en/of spreekt een nieuwe doelgroep aan; Het concept een wezenlijke bijdrage levert aan het verder uitbouwen van de regionale en nationale positie van de Brede Binnenstad en de Bossche Woonboulevard/Retailpark; Voldoet aan de ladder duurzame verstedelijking; Zorgt voor een daadwerkelijke kwaliteitsverbetering en heeft een duidelijke (maatschappelijke) meerwaarde; Het betreft een ontwikkeling op een belangrijke sleutellocatie die ook een aanjager is voor een gebiedsontwikkeling of als ‘stepping stone’ een bijdrage levert aan het op de kaart zetten van een bepaald gebied of aan de totstandkoming van een gewenste loop-, fiets-, en/of vaarroute; Een initiatief waarbij Bosch’ erfgoed toegankelijk gemaakt en zichtbaar gemaakt wordt; Het initiatief draagt bij aan de bestaande of beoogde gebiedsidentiteit, bijvoorbeeld een galerie bij de kunstacademie.

DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

37

BIJLAGEN DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

Bijlage

I

Beleidskaders

BIJLAGEN DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

De detailhandelsvisie heeft betrekking op het gehele gemeentelijk grondgebied. Bij de totstandkoming van dit document is ook gekeken naar alle huidige vigerende relevante beleidsdocumenten die een raakvlak hebben met detailhandel. Zie onderstaand. Bestuursakkoord (2022) In het bestuursakkoord is specifiek aandacht besteed en budget vrijgemaakt voor het opwaarderen van de wijkwinkelcentra binnen onze gemeente. Het gaat om een structureel budget vanaf 2024 voor drie jaar van 150.000 euro per jaar. Dit komt boven op het reguliere budget. Daarnaast is er voor de uitvoering van het Economisch Perspectief Brede Binnenstad (EPBB) voor de komende vier jaar een structureel budget vrijgemaakt van 600.000 euro per jaar en voor Actieplan Centrum Rosmalen jaarlijks 75.000 euro. Detailhandelsvisie regio Noordoost-Brabant (2022) Tijdens de RNOB-regiodag van 1 december 2022 is in het Portefeuillehoudersoverleg Economie de nieuwe regionale detailhandelsvisie vastgesteld. De visie vormt de basis voor de toekomst van de detailhandelsstructuur van de hele regio en is een aanvulling op het gemeentelijke detailhandelsbeleid. In de regionale detailhandelsvisie wordt het fysieke winkelaanbod van de hele regio bekeken vanuit de trends en ontwikkelingen die verwacht worden. Door tal van oorzaken, waaronder de concurrentie van webshops, verdwijnen steeds meer winkels uit onze dorpen en steden.

Mede hierdoor verandert de functie van de centra. In de visie is vastgelegd hoe gemeentes er samen voor zorgen dat er voldoende toekomstperspectief voor de regionale detailhandelsstructuur blijft. Die regionale detailhandelsstructuur beslaat het totaal van het winkelaanbod in de binnensteden, winkelcentra in de dorpen, perifere detailhandel (grote winkels op bedrijventerreinen) en ook buurtwinkels en winkels die in kleine kernen voor leefbaarheid zorgen. In de visie is er vooral aandacht voor de afstemming tussen de gemeenten om ervoor te zorgen dat een nieuwe detailhandel ontwikkelingen een positieve bijdrage levert aan de totale winkelstructuur van de regio, met name wanneer dit effect heeft op de detailhandel in een buurgemeente. Actieplan Versterking Centrum Rosmalen (2022) Ter versterking van het centrum van Rosmalen is in samenspraak met Centrummanagement Rosmalen (CMR) een actieplan opgesteld. Het actieplan zet in op het centrum blijvend te profileren en te positioneren. Dit mede in het licht van de trends en ontwikkelingen, zoals de toenemende groei van online, de daling in het fysieke aanbod in met name niet-dagelijkse winkels en o.a. de behoefte aan kwaliteit en gemak. In het actieplan is o.a. het kernwinkelgebied van het centrum bepaald en vastgelegd en is aangegeven waar transformatie naar bijvoorbeeld wonen gefaciliteerd en gestimuleerd wordt.

Het plan bestaat daarnaast uit een aantal actiepunten die in meer of mindere mate ook hun doorwerking hebben op onderliggende detailhandelsvisie. Concept Koersdocument omgevingsvisie gemeente ‘s-Hertogenbosch (2022) Voor het traject m.b.t. het opstellen van de omgevingsvisie van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is een koersdocument opgesteld dat de overkoepelende ambities voor de verschillende onderdelen van de omgevingsvisie beschrijft. De ambities uit deze visie staan gedeeltelijk ook in verband met de ambities uit het koersdocument. Concreet zien we vanuit het koersdocument de volgende ambities als relevant voor de detailhandelsvisie:

•

Ontmoeting en leefbare wijken

Nabijheid van voorzieningen is essentieel in een leefbare gemeente. Kwalitatief hoogwaardige voorzieningenclusters in de wijken en buurten zorgen voor een prettige leefomgeving en vormen brandpunten voor ontmoeting. We streven daarom naar een rijke functiemix in elke wijk met genoeg bereikbare voorzieningen voor iedereen, waarmee inwoners worden uitgedaagd vaker gebruik te maken van de publieke ruimte om te bewegen, sporten, spelen of elkaar ontmoeten. In de detailhandelsvisie sluiten we aan op deze ambitie door te streven naar een opwaardering van onze bestaande winkelgebieden, waarbij functieverbreding, kwaliteit en de sociale waarde van deze gebieden centraal staan. •

Duurzaam ‘s-Hertogenbosch

Het streven is om in 2045 klimaatneutraal te zijn. Dit betekent dat er voor inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ieder ander die energie verbruikt een opgave ligt om energie te besparen en schone energieopwekking te realiseren. De ondernemers in de detailhandelssector zijn hier geen uitzondering op en dus benadrukt de detailhandelsvisie het belang van duurzaam ondernemen voor winkeliers. •

Ruimte om te ondernemen

Een ander belangrijk streven uit het koersdocument is het bieden van ruimte om te ondernemen. De beschikbare fysieke ruimte in onze gemeente is schaars, terwijl het ruimtegebruik niet altijd even efficiënt is. Daarom proberen we als gemeente aan de ene kant zo goed mogelijk mee te denken met ondernemers en om oplossingen te vinden voor hun ruimtevraag binnen bestaand stedelijk gebied, maar anderzijds ook door naar een efficiëntere indeling van de ruimte toe te werken. In de detailhandelsvisie is dit terug te zien met onze inzet op enerzijds compacte centra, maar daarnaast ook in het streven naar multifunctionele voorzieningenclusters. Bovendien vormt de detailhandelsvisie thematische input die in de uitwerking van de omgevingsvisie meegenomen wordt. Economisch Perspectief Brede Binnenstad (2021) Om een stip op de horizon te plaatsen voor de economische ontwikkeling van de binnenstad is begin 2021 het Economisch Perspectief Brede Binnenstad (EPBB) opgesteld. Detailhandel vormt een belangrijk onderdeel van de binnenstedelijke economie van ’s-Hertogenbosch en wordt dus ook meegenomen in dit perspectief.

De belangrijkste punten uit het EPBB die hun doorwerking in de detailhandelsvisie hebben, zijn (o.a.): het streven naar een winkelleegstand van onder de 5% in 2030, de profilering van de verschillende sfeergebieden, het verbeteren van de organisatiekracht in de binnenstad en het slim gebruiken van data voor het monitoren van bezoekers en het verbeteren van de verblijfwaarde. Position Paper Spoorzone ‘De Brede Binnenstad: Motor van de Koploper’ (2021) Als onderdeel van het ontwikkelen van de ‘Brede Binnenstad’, waarin het historisch centrum van ‘s-Hertogenbosch zal samensmelten met de nieuwe ontwikkelgebieden in de Spoorzone, is een position paper uitgewerkt voor de Spoorzone. Aan de hand van wat in het position paper de ‘Bossche kracht’ genoemd wordt in dit stuk, zijn een aan-

BIJLAGEN DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

tal principes en richtlijnen uitgewerkt voor de ontwikkeling van de Spoorzone. Mede door het toepassen van deze Bossche kracht in signatuurprojecten wordt uiteindelijk een Brede Binnenstad gecreëerd, waarin ontmoeting, cultuur, innovatie, water, groen, werken, studeren én wonen samenkomen. Het streven naar een Brede Binnenstad, waarin nieuw en oud in één geheel zorgt voor een optimaal leefklimaat, zien we ook terug in de detailhandelsvisie waarin we het concept Brede Binnenstad ook aanhouden. Daarnaast hebben de pijlers waaruit de Bossche kracht is opgebouwd ook hun doorwerking in de visie. Horecavisie ‘Samenwerken aan gastvrij ontmoeten’ (2019) Horeca en detailhandel zijn sterk met elkaar verbonden. Zeker ten opzichte van recreatief winkelen draagt horeca een belangrijke complementaire functie en steeds vaker ook zelfs een trekkende functie. Het vinden van een goede afstemming tussen beide zorgt voor het optimaal benutten van deze complementariteit en versterkt daarmee de verblijfswaarde van winkelgebieden en de beleving van bezoekers. Voor een goede afstemming tussen deze sectoren binnen onze gemeente is het essentieel dat ook het betreffende beleid goed op elkaar aansluit. Bovendien raken door middel van ‘blurring’ detailhandel en horeca steeds meer verweven met elkaar, waardoor de beleidsgrenzen vager worden en het verschillende beleid in elkaar overloopt.

De horecavisie vormt om deze redenen dus een belangrijk referentiekader met betrekking tot deze onderwerpen en hun uitwerking binnen de detailhandelsvisie. Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant (2018) Vanuit de provincie Noord-Brabant zijn er een aantal hoofdopgaven benoemd waar alle Brabantse gemeenten naar toe moeten werken. De vier hoofdopgaven ‘werken aan de Brabantse energietransitie’, ‘werken aan een klimaatproof Brabant’, ‘werken aan de slimme netwerkstad’ en ‘werken aan een concurrerende en duurzame economie’, bieden een verplicht kader. Dit kader is in sommige gevallen ook relevant ten opzichte van de detailhandelsvisie, bijvoorbeeld in de ambitie om voorop te lopen in het benutten van kansen die digitalisering biedt en gaat bieden voor bedrijven. Ladder duurzame verstedelijking (Bro, 2017) De ladder duurzame verstedelijking is een toetsingskader voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen buiten het bestaande stedelijke gebied met een omvang van minimaal 2.000 m2. De ladder heeft als doel om terughoudend om te gaan met nieuwe stedelijke ontwikkelingen en zoveel mogelijk van deze ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren.

Voor de detailhandelsvisie betekent dit dus dat de eventuele toevoeging van winkeloppervlak zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied moet worden gesitueerd, tenzij er een goede onderbouwing is waarom dit niet mogelijk zou zijn. Dienstenrichtlijn Het doel van de Dienstenrichtlijn is dat dienstverleners in de Europese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. Diensten, binnen de context van de Dienstenrichtlijn, zijn alle functies waar sprake is van een economische activiteit. Het gaat dus om detailhandel, horeca, kantoren, etc. In de praktijk komt de Dienstenrichtlijn met name in beeld als brancherings- en/of maatvoeringsbeperkingen

worden of zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Denk aan beperkingen tot volumineuze artikelen, minimale of maximale maten en specifieke aanduidingen. Vanuit de Dienstenrichtlijn zijn dergelijke beperkingen niet zomaar toegestaan. Beperkingen moeten onderbouwd worden aan de volgende drie criteria: •

Discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;

•

Noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

•

Evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt. Dit evenredigheid vraagt om een onderbouwing met specifieke gegevens. In de ruimtelijke ordening is meer aandacht nodig voor de Dienstenrichtlijn. Zowel bestaande als nieuwe bestemmingsplannen (omgevingsplannen) dienen tegen het licht gehouden te worden. Voldoen beperkingen aan de Dienstenrichtlijn? Zijn beperkingen noodzakelijk? Zijn ze coherent en systematisch met andere locaties? Gaan ze niet verder dan nodig?

Beleid inzake vestiging van niet bedrijventerrein gebonden functies op een aantal bedrijfslocaties (2013 en 2015) Diverse niet-bedrijventerrein gebonden functies kunnen steeds vaker in woonwijken geen passende ruimte vinden. Dit heeft enerzijds te maken met het kostenaspect, anderzijds met de wens vooral ruimte voor exclusief eigen gebruik te benutten. Met betrekking tot deze categorie wordt in het beleid aangegeven dat initiatieven met een gebruiksoppervlak van 250 tot 1.500 m2 bvo vestigingsmogelijkheden gecreëerd zijn op een aantal bedrijventerreinen, die beleidsmatig al voor transformatie in aanmerking komen, nabij woonwijken gesitueerd zijn, waar geen passende huisvesting in de wijken (incl. buurtcentra) kan worden gevonden en waar vestiging van deze voorzieningen geen belemmering vormen voor bestaande bedrijvigheid. Deze locaties zijn op kaart aangegeven. In de aanvulling van 2015 is opgenomen dat bij de ondergrens van 250 m2 eerst aantoonbaar elders geen alternatieven voorhanden zijn en de parkeerdruk bij vestiging in een woonwijk te hoog zou worden.

BIJLAGEN DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

Bijlage

II

Rapport ’s-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022 (BRO)

BIJLAGEN DETAILHANDELSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH

's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022 <Status>

colofon

projectnaam 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022 datum 23 juni 2022 projectnummer P05603 opdrachtgever Gemeente ‘s-Hertogenbosch BRO projectleider RvL projectteam Tol, RKo bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Conclusies

4

3

Trends en ontwikkelingen

7

4

Bossche winkelstructuur

12

5

Analyse gemeente 5.1 Evaluatie huidige beleidslijn 5.2 Supermarkten nader in beeld 5.3 Economisch functioneren

14 14 16 16

6

Analyse deelgebieden 6.1 Binnenstad 6.2 West/Engelen 6.3 Noord 6.4 Zuidoost 6.5 Rosmalen (stadsdeel) 6.6 Nuland en Vinkel

18 18 20 23 27 30 33

Bijlage 1

Berekeningen kwantitatieve behoefte en economisch functioneren

donderdag 23 juni 2022

2

1 Inleiding 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

1

Inleiding

Aanleiding De huidige detailhandelsnota van de gemeente ’s-Hertogenbosch dateert uit 2011 met cijfermatige onderbouwing uit 2010. Daarna zijn enkele aanvullende besluiten genomen waardoor het beleid versnipperd is geraakt en, door nieuwe trends en snelle ontwikkelingen, niet altijd meer actueel is. Daarnaast ontbreekt een uitvoeringsprogramma. Doel Het doel is een nieuwe ruimtelijke-economische detailhandelsvisie op te stellen met een uitvoeringsprogramma. Een helder beleidskader dat de gemeente ’s-Hertogenbosch en haar partners in staat stelt om een beeld te hebben bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het winkelaanbod. BRO is gevraagd om de eerder uitgevoerde analyse, zoals vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie van 25 maart 2020, te actualiseren. Opbouw rapport In dit rapport zijn de belangrijkste kwantitatieve en kwalitatieve analyses weergegeven die als onderlegger dienen voor de detailhandelsvisie ’s-Hertogenbosch, met aandacht voor de volgende vragen.  Hoe staat de Bossche detailhandel er voor?  Waar koopt en winkelt de Bossche consument?  Wat vindt de consument van het bestaande aanbod?  Wat is de kwaliteit van de buurt- en wijkstructuur en specifiek het supermarktaanbod?  Welke nieuwe trends en ontwikkelingen zijn relevant?

donderdag 23 juni 2022

3

2 Conclusies 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

2

Conclusies

Een bruisende en aantrekkelijke binnenstad Ten aanzien van de detailhandel gaat veel goed in de Bossche binnenstad, wat mede te danken is aan het detailhandelsbeleid uit 2011.  Zoals blijkt uit recent Koopstromenonderzoek scoort de binnenstad op vele aspecten goed en bezoekers waarderen de binnenstad goed. Dit zit onder andere in aspecten zoals kwaliteit, aantrekkelijkheid, verblijfsduur en regiofunctie. De binnenstad scoort meestal bovenaan ‘lijstjes’ en onderscheid zich daarmee duidelijk ten opzichte van andere binnensteden in Randstad en Brabant.  De leegstand ligt inmiddels op iets meer dan 7%, iets beperkter dan gemiddeld in grote binnensteden in Nederland. De leegstand is de laatste jaren afgenomen. Met name de traditionele grotere winkelunits in het kernwinkelgebied zijn moeilijker verhuurbaar. Juist de relatief kleinschalige panden in de binnenstad zijn goed verhuurbaar, met name in de gezellige en unieke dwaalgebieden. Ook dit maakt de Bossche binnenstad uniek ten opzichte van anderen.  Tegelijkertijd heeft corona een forse impact gehad op het ondernemerschap in de binnenstad, zowel in de detailhandel als horeca. Dit zorgt voor een hoge schuldenlast en voor sommige ondernemers een beperkt toekomstperspectief. Ook is sprake van vergrijzing van het ondernemersbestand wat de continuering ook onzeker maakt.

De behoefte om te ontmoeten, beleven en te kopen is echter nog steeds groot en zal groot blijven.  Door alle acties en festiviteiten tijdens de Bossche Zomer van 2021 heeft de Bossche binnenstad haar aantrekkelijkheid weten te behouden in tijden van corona.

donderdag 23 juni 2022

Met name het recreatieve winkelaanbod zal, conform de historische trend, verder gaan krimpen. Hier zal, in combinatie met bovengenoemde trends, met name de binnenstad mee te maken krijgen. Dit kan echter opgevangen worden met andere publieksfuncties.

Kwaliteit buurt-, wijk- en stadsdeelcentra wisselt Ondernemers en vastgoedeigenaren hebben het laatste decennia fors geïnvesteerd in de Bossche buurt- en wijkcentra. Hierdoor zijn een groot deel van de beleidsambities uit 2011 gerealiseerd. Tegelijkertijd zijn er nog veel buurt- en wijkcentra waar opgaven liggen om het aanbod en de kwaliteit te versterken. Ook uit het Koopstromenonderzoek blijkt dat relatief veel buurt- en wijkcentra matig worden beoordeeld door de consument en achterblijven op de norm. Ook trends wijzen uit dat diverse supermarkten niet meer modern zijn en daarmee beperkt toekomstperspectief hebben.  Voor alle stadsdelen geldt dat sprake is van een goede spreiding van buurt- en wijkcentra, waardoor de consument dichtbij huis de boodschappen kan doen. Deze fijnmazigheid is positief voor de leefbaarheid. Alleen in het zuidelijke deel van stadsdeel Zuidoost ligt een opgave. Daar hebben inwoners beperkte keuzemogelijkheden in het boodschappenaanbod.  In stadsdeel West voorzien alle (grotendeels uitgevoerde) plannen in een versterking van het supermarktaanbod en daarmee wordt voorzien in het beleid uit 2017. Voor de komende jaren liggen hier geen grote structurele opgaven meer. De leegstand is met circa 2% van de winkelruimte zeer beperkt.  In stadsdeel Noord is de basis op orde, maar er liggen wel enkele uitdagingen voor de toekomst.

Winkelcentrum Maaspoort/Lokerenpassage is sterk verouderd en is toe aan modernisering. Het toekomstperspectief van de bestaande supermarktlocatie in Empel is onzeker,

maar een supermarkt is wel belangrijk voor de leefbaarheid. Hetzelfde geldt voor de supermarkt in Engelen. Verder zijn er nog diverse solitaire supermarktlocaties met een matig perspectief. De visie dient hierin keuzes te maken (handhaven, verplaatsen of transformeren). De leegstand is met ruim 1% bijna nihil. In stadsdeel Zuidoost liggen de grootste opgaven. Bijna alle centra worden door de consument ondermaats beoordeeld op aanbod en sfeer/uitstraling. Diverse supermarkten hebben geen moderne maat en zijn in combinatie met kwalitatieve opwaardering toe aan uitbreiding. De vraag is echter of dit haalbaar is vanuit de behoefte. Er is momenteel al sprake van overaanbod in het stadsdeel. Daar komt de structuuropgave zoals hiervoor besproken bij. De leegstand in dit stadsdeel is met nog geen 2% van de winkelruimte zeer beperkt. Orthenpoort was in 2011 beleidsmatig aangemerkt als perifere winkelconcentratie die ongewenst is. Het beleid accepteerde de feitelijke en juridische situatie uit 2011 en ging uit van stabilisatie als ontwikkelingsrichting. Inmiddels is de concentratie verder verkleurd naar een gemengd gebied met veel trekkers (meer supermarkten en reguliere detailhandel). In het nieuwe beleid dient een duidelijke keuze gemaakt te worden: saneren, behouden of versterken.

Het bestaande bestemmingsplan biedt veel mogelijkheden voor supermarkten en reguliere detailhandel, maar zou niet het uitgangspunt moeten zijn van het nieuwe beleid. De concentratie is goed bereikbaar en centraal gelegen, waardoor veel bestedingen uit diverse stadsdelen wordt aangetrokken. Dit heeft daarmee effect op veel andere buurt- en wijkcentra. Ook de Dienstenrichtlijn speelt hierin een rol, aangezien sprake is van specifieke beperkingen (aanduiding supermarkt). De gemeente heeft in het nieuwe beleid de keuze om voorzienbaarheid te creëren om bij eventuele wijziging van het bestemmingsplan planschade te voorkomen.

4

2 Conclusies 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

Stadsdeel Rosmalen heeft zich de laatste jaren sterk positief ontwikkeld. Rosmalen-centrum heeft onder andere met het Centrumplan forse stappen gezet. De leegstand is ook afgenomen naar nog geen 3% van de winkelruimte. Dit is gezien het verleden een absolute prestatie. Ook de Molenhoekpassage is een aantal jaar geleden gerenoveerd en functioneert goed. De consument waardeert deze centra ook bovengemiddeld goed. In Nuland en Vinkel is de situatie redelijk stabiel. Positief is de recente modernisering van de supermarkt in Nuland. Dit geeft een duidelijke impuls aan het centrum en de leefbaarheid. De opgave ligt om het bredere voorzieningenaanbod in deze centra op peil te houden voor de inwoners in de dorpen. Ook hier is nauwelijks tot geen leegstand aanwezig.

Toekomst van perifere winkels De Woonboulevard/het Retailpark functioneert goed. Een branchering binnen categorie ‘in/om huis’ sluit hier goed bij aan. De consument waardeert dit winkelgebied bovengemiddeld goed en daardoor van absolute meerwaarde in de detailhandelsstructuur naast de binnenstad en buurt- en wijkcentra. Er zijn wel enkele aandachtspunten.  Beleidsmatig dient aandacht te zijn voor de toekomstige branchering op de Woonboulevard/het Retailpark. De huidige branchering binnen het thema ‘in/om huis’ is duidelijk complementair aan de binnenstad. Ook hier geldt dat beperkingen in branchering en maatvoering onderbouwd moeten kunnen worden aan de Dienstenrichtlijn. Eventuele mogelijkheden voor winkelondersteunende horeca in het kader van verblijfskwaliteit dient overwogen te worden. Het is in dit kader verstandig aan te sluiten bij het recent vastgestelde horecabeleid.  Vanuit trends is schaalvergroting nog steeds relevant. Tegelijkertijd zien we de trend dat klassieke perifere winkels juist kleinere winkels opnemen in bijvoorbeeld de

donderdag 23 juni 2022

binnenstad, zoals een decoratieve woonwinkel, een autoshowroom (bijvoorbeeld Tesla) of een city bouwmarkt. Te veel mogelijkheden buiten de aangewezen winkelgebieden doet afbreuk aan de centra en zou dan ook zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Vaak zijn er nog veel planologische mogelijkheden buiten centra voor detailhandel. Hier ligt een opgave om deze in beeld te krijgen, hiervoor beleidsmatig voorzienbaarheid te creëren en deze vervolgens te saneren/transformeren. Branchering is niet statisch. Branchevervaging en –vermenging maakt het steeds lastiger om winkels en/of bedrijven in een hokje te plaatsen. Toch blijft het handhaven van brancherings- en maatvoeringsbeperkingen buiten centra relevant om wildgroei van solitaire winkels en/of bedrijven te voorkomen. Het nieuwe beleid dient aandacht te besteden aan maatwerk voor winkels en/of bedrijven in het ‘grijze gebied’, zoals kringloopwinkels, winkels in haarden/kachels, zadelmakerijen, etc.

Behoefte van de consument verandert De huidige positieve situatie is geen garantie voor de toekomst. De detailhandelssector en het koopgedrag is continu in verandering. Deze veranderingen gaan ook steeds sneller en zijn steeds onvoorspelbaarder. Op basis van de analyse dient in elk geval op de volgende aspecten geanticipeerd te worden.  We kopen steeds meer online. Dit gaat met name voor internetgevoelige artikelgroepen, zoals mode, sport, speelgoed en elektronica ten koste van fysieke bestedingen. Tegelijktijdig kunnen ondernemers meer profiteren van deze digitalisering.  Gemak en efficiëntie blijft voor veel mensen belangrijk. Dit is mede de oorzaak van meer online winkelen. Anderzijds willen mensen elkaar ontmoeten, beleving en

sociaal contact. Winkelgebieden kunnen hier ook in de toekomst in voorzien. Flitsbezorgers zijn een resultaat van de vorige twee trends. Wij verwachten dat de gemeente de komende jaren meer geconfronteerd zal gaan worden met flitsbezorgers of andere concepten binnen de bezorgeconomie. Een duidelijke visie en afwegingskader voor de gehele bezorgeconomie is aan te bevelen. Consumenten worden steeds mobieler en kritischer. Ook binnensteden in de regio van ’s-Hertogenbosch maken forse stappen en ontwikkelen zich door. De Bossche binnenstad zou niet achter moeten blijven, want dan is het risico dat de huidige toppositie over 10 jaar verloren gaat. Met name de doelgerichte winkelbranches, zoals doehet-zelf, wonen en tuin functioneren momenteel zeer goed. Deze branches zijn echter ook sterk afhankelijk van de conjunctuur. Hetzelfde geldt ook voor het recreatieve winkelaanbod. De inflatie is bovengemiddeld hoog, er zijn diverse wereldwijde onzekerheden, het consumentenvertrouwen is historisch laag en de economische groei lijkt dit jaar tot stilstand te komen. Een recessie ligt op de loer en dat zal ook impact hebben op het functioneren van winkels en winkelgebieden.

Tot slot Het nieuwe beleid zal voor een groot deel een voorzetting zijn van het bestaande beleid. Dit is ook positief, omdat daarmee continuïteit wordt bereikt. De door ons genoemde punten kunnen worden gebruikt als input voor aanscherpingen van het bestaande beleid. Verder zijn juridisch de volgende aspecten van belang.  De Dienstenrichtlijn zorgt er voor dat brancheringsbeperkingen en andere vestigingsbeperkingen specifiek onderbouwd moeten worden. Keuzes moeten daardoor extra zorgvuldig worden onderbouwd.

5

2 Conclusies 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

De nieuwe Omgevingswet biedt veel nieuwe mogelijkheden ten aanzien van het verankeren van beleid. Detailhandelsbeleid kan worden geïntegreerd in een Omgevingsvisie of als separaat Programma worden vastgesteld. Dit laatste ligt het meest voor de hand. Naast een visie zou ook nagedacht moeten worden over de uitvoering, met name de borging richting het bestemmingsplan (Omgevingsplan). Corona heeft veel impact gehad op de winkelgebieden in de gemeente ’s-Hertogenbosch, met name de binnenstad. Veel ondernemers hebben nog steeds last van de nasleep (schulden). Corona is bovendien niet voorbij en nieuwe lockdowns of beperkende maatregelen in de toekomst zijn niet uit te sluiten. Tegelijkertijd is er veel macro economische onzekerheid: oorlog in Oekraïne, hoge inflatie, extreem laag consumentenvertrouwen en stijgende rente. We streven af op een recessie. Het is onvermijdelijk dat dit uiteindelijk grote gevolgen zal hebben voor het functioneren van de detailhandel, met name op het niet-dagelijkse winkelaanbod en dus vooral de binnenstad. Blijven investeren in de binnenstad is daardoor essentieel om ook toekomstige crisissen aan te kunnen.

donderdag 23 juni 2022

6

3 Trends en ontwikkelingen 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

3

Trends en ontwikkelingen

Het koopgedrag verandert Het Koopstromenonderzoek 2021 geeft veel inzicht in het koopgedrag van consumenten in de Randstad en Noord-Brabant. Ook biedt het veel inzicht in bijvoorbeeld de waardering van winkelgebieden, de verblijfsduur, bezoekmotieven en bestedingen. In algemene zin kunnen we uit dit onderzoek de volgende zaken concluderen.  De consument koopt meer online: de kooporiëntatie via online is in de Randstad sinds 2016 in bijna alle artikelgroepen gestaag toegenomen. In 2021 is in veel artikelengroepen zelfs een sterke stijging te zien ten opzichte van 2018. Dit is deels te verklaren door corona, maar deels is dit ook een autonome trend. De trend die in de Randstad gemeten is, is ook van toepassing op Noord-Brabant. Echter is bekend dat inwoners buiten de Randstad over het algemeen wat minder sterk online georiënteerd zijn. Inwoners in de gemeente ’s-Hertogenbosch doen over het algemeen wat meer online boodschappen, maar minder online recreatieve en doelgerichte aankopen.  Meer online betekent niet altijd minder fysiek winkelen: in diverse sectoren is sprake van zowel een groei van online bestedingen als fysieke bestedingen (in de winkel), zoals de dagelijkse sector, doe-het-zelf en wonen. Voor artikelen in mode, huishoudelijk, sport- en spel en elektronica leidt meer online wel tot een daling van de fysieke bestedingen.

 Gemak en efficiëntie versus beleving: waar de consument op het ene moment behoefte heeft aan gemak en efficiëntie, bijvoorbeeld door te kopen via online, is tegelijkertijd ook sprake van een behoefte aan beleving, vermaak, gezelligheid en ontmoeting.

donderdag 23 juni 2022

Figuur 3.1: Ontwikkeling online afvloeiing KSO2021

7

3 Trends en ontwikkelingen 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

Grote, aantrekkelijke binnensteden met een gevarieerd aanbod voorzien hierin. De binnenstad van ’s-Hertogenbosch is één van de meest aantrekkelijke binnensteden van Nederland met een grote toeristische aantrekkingskracht. Dit blijkt ook duidelijk uit het Koopstromenonderzoek. De binnenstad van ’s-Hertogenbosch scoort meestal het hoogst en staat vaak bovenaan lijstjes, zoals blijkt uit de volgende aspecten. - Bezoekers verblijven gemiddeld 124 minuten in de binnenstad, wat in vergelijking met andere binnensteden bijzonder lang is. - Bezoekers waarderen de kwaliteit van het horeca aanbod in de binnenstad met een 8,7, wat in vergelijking met andere binnensteden bijzonder hoog is. - Per bezoek wordt gemiddeld ruim € 90,- aan mode

uitgegeven in de binnenstad, wat in geen andere binnenstad uit de Randstad of Noord-Brabant zo hoog ligt. - De binnenstad weet met 52% toevloeiing relatief veel bestedingen van buiten de eigen gemeente aan te trekken. Dit geeft ook het grote verzorgingsbereik weer en de toeristische aantrekkingskracht. Consument wordt steeds kritischer: mede door online verwacht de consument dat alles op korte afstand en altijd beschikbaar is. De consument heeft toegang tot veel (online) informatie en is ook niet bang de winkelier te confronteren met een gebrek aan kwaliteit, te hoge prijsstelling of gebrek aan producten. De klant is meer koning dan ooit.

Schaalvergroting en schaalverkleining  Schaalvergroting zet in bepaalde sectoren door: met name supermarkten worden nog steeds groter. Dit is noodzakelijk om in te kunnen spelen op de behoefte consument. Dit uit zich in meer gemak en efficiëntie, door bijvoorbeeld ruime parkeermogelijkheden, bredere

donderdag 23 juni 2022

gangpaden en meer keuzemogelijkheden (verdieping of verbreding assortiment). Anderzijds komt schaalvergroting voort uit de behoefte aan meer ‘foodbeleving’ op het gebied van vers en live cooking. Supermarkten hebben in Nederland gemiddeld een omvang van circa 1.000 m² wvo. Full-service supermarkten hebben steeds vaker een omvang nodig van 1.400 tot 1.800 m² wvo om goed te kunnen functioneren. Voor foodmarkten geldt een omvang vanaf 2.500 m² wvo. Discounters kunnen bij een iets kleinere omvang modern opereren, namelijk tussen circa 1.200 tot 1.400 m² wvo. Ook bouwmarkten en tuincentra wensen nog steeds schaalvergroting om de beleving in de winkel te optimaliseren en beter te kunnen voldoen aan de wensen van consumenten. Schaalverkleining ook een toenemende trend: tegelijkertijd zijn er winkelformules waar sprake is van een verkleining van de winkelruimte, met name in de sectoren waar ook steeds meer online gaat. Denk aan modezaken, woonwinkels en elektronicazaken. Ook bepaalde supermarkten of gemakswinkels wensen soms juist kleinere winkels, zeker in de stedelijke context zoals in ’s-Hertogenbosch. Deze minisupermarkten hebben geen volledig assortiment, maar richten zich op specifieke bezoekmotieven en doelgroepen, zoals verse broodjes en kant-en-klaar maaltijden.

Bossche context ligt genuanceerd: in de gemeente ’s-Hertogenbosch komt zowel schaalvergroting als schaalverkleining voor. In de binnenstad zijn relatief veel kleinschalige panden en deze worden momenteel goed verhuurd. Hierdoor is de leegstand in de binnenstad momenteel beperkt. Met name de grotere winkelpanden die traditioneel voor de grotere modische ketens werden gehuurd, zijn moeilijker verhuurbaar en staan soms voor een langere tijd leeg.

8

3 Trends en ontwikkelingen 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

Facetten van de bezorgeconomie Gemak, efficiëntie en online hebben met name de laatste jaren geresulteerd in een sterke uitbreiding van de bezorgeconomie. Corona heeft deze trend extra versneld.  Online boodschappendiensten en flitsbezorging: de consument doet steeds vaker de boodschappen online. Traditionele ketens, zoals Albert Heijn en Jumbo spelen hier al langer op in. Ook Picnic is in Nederland inmiddels een bekende speler. Met name de laatste jaren is het fenomeen flitsbezorging ontstaan met nieuwe aanbieders, zoals Flink, Gorillas en Getir. Deze aanbieders kunnen online bestellingen aan huis bezorgen binnen circa 10 minuten. Deze vorm van distributie heeft voor de consument veel voordelen, maar ruimtelijk zijn ook negatieve effecten zichtbaar in de vorm van overlast, onveilige verkeerssituaties en een matige uitstraling. Momenteel vestigen deze flitsbezorgers zich vaak in voormalige winkelpanden aan de randen van de binnenstad. De verwachting is dat in de toekomst ook meer vanuit de buurt en wijk gedistribueerd wordt, mogelijk vanuit reguliere supermarkten. Bekend is dat diverse flitsbezorgers strategische samenwerkingen zijn aangegeven met Albert Heijn en Jumbo. In de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben bijna alle inwoners toegang tot online diensten van Albert Heijn, Jumbo, Picnic, Plus en Coop.

In het donkere gebied op de kaart in Noord bezorgt ook Hoogvliet de boodschappen.  Dark kitchens liggen op de loer: mede door corona hebben de horecasector en de consument online ontdekt voor verse maaltijden en drank. Dileveroo, Uber Eats en Thuisbezorgd.nl zijn partijen die inspelen op deze behoefte. Ook hier geldt dat voorzien wordt in een behoefte, maar dat de ruimtelijke effecten van met name het fiets- en brommerverkeer niet altijd wenselijk is. Specifiek voor horeca geldt bovendien dat steeds meer dark Figuur 3.2: Aantal online boodschappen bezorgdiensten per postcode gemeente ’s-Hertogenbosch (2022)

donderdag 23 juni 2022

9

3 Trends en ontwikkelingen 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

kitchens ontstaan. Dit zijn uitsluitend ‘keukens’ die ingezet worden voor bezorging aan huis en dus vaak in woonwijken of op bedrijventerreinen gevestigd zijn. Dit levert bovendien oneerlijke concurrentie op met de reguliere horeca met publieksfunctie in bijvoorbeeld de binnenstad. Toekomst ‘last mile bezorging’ onzeker: het huidige businessmodel van veel online bedrijven is zowel economisch als maatschappelijk niet toekomstbestendig. Bezorging is relatief kostbaar en gaat ten koste van de winstgevendheid. Zeker in de detailhandel zijn nauwelijks online winkels die winst maken. Bovendien is het retourneren en vernietigen van bijvoorbeeld kleding niet duurzaam en maatschappelijk steeds meer onaanvaardbaar. Ook de substantiële verkeersbewegingen zijn onhoudbaar, zeker gezien de toenemende druk op het verkeersnet en openbare ruimte met een groeiende bevolking in de stad. Een nieuwe visie is nodig op de bezorgeconomie. Centrale afhaalpunten en de combinatie fysiek en online (omni-channel) kunnen uitkomst bieden.

Minder winkels, meer overige voorzieningen  De dominantie van de winkelfunctie neemt af: in algemene zin verkleuren veel centra naar meer integrale concentraties met voorzieningen op het gebied van winkels, horeca, dienstverlening en soms ook cultuur, maatschappelijk, onderwijs, wonen en werken. Dit geldt voor alle schaalniveaus. In binnensteden neemt met name het recreatieve winkelaanbod gestaag af (mode, warenhuizen, sport, spel, media), maar neemt het horeca aanbod toe. Ook concepten op het snijvlak tussen detailhandel en diensten nemen toe. Dit uit zich vooral in de winkelambachten en speciaalzaken. Ook culturele

donderdag 23 juni 2022

en maatschappelijke voorzieningen nemen in belang toe. De binnenstad van ’s-Hertogenbosch is hier bij uitstek een goed voorbeeld van. In buurt- en wijkcentra blijft met name de supermarkt met dagelijkse speciaalzaken dominant. Alleen de grotere wijk- of stadsdeelcentra kunnen een breder winkelaanbod handhaven, zoals de Helftheuvelpassage of het centrum van Rosmalen met een duidelijk eigen verzorgingsgebied. Op woonboulevards of retailparken blijft de winkelfunctie dominant. Momenteel is op dit soort locaties nauwelijks leegstand, vanwege de nog goed draaiende economie. In het geval van leegstand wordt vaak gezocht naar alternatieve invullingen, zoals reguliere detailhandel (supermarkten) of leisure. Te veel verkleuring van deze gebieden kan negatieve effecten hebben op de reguliere centra. Compacte winkelcentra, maar ruimte voor publieksfuncties: het verlies van winkels betekent vaak dat het winkelgebied van een centrum compacter moet worden. Te veel ‘gaten’ in het winkelaanbod zorgt voor een onaantrekkelijke winkelbeleving en kan een centrum in een neerwaartse spiraal brengen. De consument blijft dan weg. Tegelijkertijd dient wel ruimte te blijven voor overige publieksfuncties die toenemen. ’s-Hertogenbosch anticipeert hier goed op met bijvoorbeeld de visie op de brede binnenstad.

Branchevervaging en blurring  Klassieke branchering vervaagt: winkelconcepten zijn steeds minder goed in branches te plaatsen. Woonwinkels die ook doe-het-zelfartikelen verkopen, tuincentra die uitgroeien tot warenhuizen, supermarkten die steeds meer functies overnemen van speciaalzaken en conceptstores die van alles verkopen. Branchevervaging is

positief voor vernieuwing, dynamiek en ondernemerschap. Ook verlangt de consument naar verrassing. Binnen reguliere centrumgebieden is dit daardoor doorgaans geen probleem. Buiten de reguliere centra, zoals op woonboulevards/retailparken of solitaire locaties kan dit wel problematisch zijn, omdat hierdoor negatieve effecten op de centra ontstaan. Blurring nog steeds aan de orde: vermenging vindt niet alleen binnen sectoren plaats, maar ook tussen sectoren, zoals tussen detailhandel en horeca. Denk aan de kapper die een biertje schenkt of het restaurant dat ook het interieur verkoopt. Experimenten in het verleden blijken succesvol, mits voldaan wordt aan de Drank- en Horecawet. De verwachting is ook dat steeds meer concepten dergelijke mengvormen gaan proberen. Met name de binnenstad biedt hiervoor kansen.

Gevolgen van corona en macro-economische situatie  Structurele effecten zijn zichtbaar: in de basis heeft de coronapandemie in 2020 en 2021 vooral bestaande trends versneld. Denk aan meer online kopen, meer thuiswerken en meer digitale oriëntatie. Anderzijds zijn veel zaken structureel veranderd die mogelijk nooit meer op het oude niveau komen. We spreken hier van ‘het nieuwe normaal’: Zakelijk toerisme blijft achter en komt nauwelijks terug op het oude niveau. Met name ouderen kiezen meer voor lokaal kopen en grotere winkels omwille van veiligheid. De schuldenlast voor veel ondernemers in de detailhandel en horeca is hoog. Dit zal leiden tot een aanvullende golf aan faillissementen en/of bedrijfsbeeindigingen. Dit stijgt momenteel iets, maar blijft vooral achter door eerder verleende steunmaatregelen. In september vervalt de uitstel van belasting, met mogelijk liquiditeitstekorten als gevolg.

10

3 Trends en ontwikkelingen 's-Hertogenbosch, Analyse detailhandel 2022

Behoefte nauwelijks gewijzigd: hoewel corona in met name 2020 en 2021 grote invloed heeft gehad op de bestedingen in de detailhandel en horeca, zijn de bestedingsniveaus in veel sectoren inmiddels al weer terug op het niveau voor corona. Dit betekent dat de behoefte van de consument om te kopen en te beleven er niet minder op is geworden. Macro-economische onzekerheid: de huidige negatieve economische signalen, zoals de inflatie, het extreem lage consumentenvertrouwen, de oorlog in Oekraïne en onzekere aandelen- en valutamarkten kunnen leiden tot een nieuwe recessie. Tegelijkertijd wordt er nog steeds veel besteed en is de werkloosheid extreem laag. Indien een nieuwe recessie ontstaat, zal dit op termijn leiden tot minder bestedingen in de detailhandel, met name in de conjunctuurgevoelige branches in de niet-dagelijkse sector. Dit vraagt om waakzaamheid, terughoudendheid met grote nieuwe uitbreidingen van winkelruimte en vooral investeren in de kwaliteit van bestaande centra en ondernemers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12410954/1