CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

De Gezinsadvocaat onderzoeksrapport Hart van Brabant

Commissie SOCIAAL 27 oktober 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Lokaal programma47.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Onderdeel van die cultuur is nu, dat er geen centrale registratie is van een scheidingscasus, die het de burger mogelijk maakt verantwoording te vragen of te krijgen wat betreft het bereiken van doelen en de inzet van middelen. In het recht is de gedachte leidend dat elke zaak op zich staat, en dat een uitspraak een individuele weging is door de rechter van dienst.

57

Jurisprudentie wordt toenemend digitaal vastgelegd, maar niet met het oogmerk om van het scheidingsproces als geheel iets te leren binnen een kwaliteitscyclus. Een natuurlijk, en uiteraard niet beoogd, gevolg hiervan is, dat het primaire doel - namelijk dat na het scheiden een relatief goed startpunt ontstaat voor twee gescheiden ouders om hun leven te hernemen inclusief goede zorg voor hun kinderen - bij de uitvoerenden niet leidend is. De eindverantwoordelijkheid voor doelbereiking is niet ingevuld of is fluïde; er zijn alleen procesdoelen per professionele kolom vastgesteld. Lage uitvoeringskwaliteit wordt niet opgemerkt, er is ook geen terugkoppeling op het proces via registratie informatie zoals dat in veel medische sectoren verplicht is (bijv. van dialyse tot knieprothese) en ook in andere vorm binnen het onderwijs. De laatste 10 jaar is bij complexe scheidingssituaties evenwel maatschappelijk, professioneel en politiek gesignaleerd, ook zonder registratie, dat het niet goed gaat, de goede intenties ten spijt. Dit bewustzijn heeft o.a. geleid tot de zogenaamde Divorce Challenge, een onderzoeksprogramma vanuit de overheid en het maatschappelijk veld om te experimenteren met verbeteropties in de scheidingszorg.

5.2.3 Divorce Challenge: de ideeënbus De afgelopen jaren, met name sinds het rapport uit 2014 van de Kinderombudsman 'Vechtende ouders, het kind in de knel', was er veel aandacht voor het zoeken naar oplossingen. Manieren om de schadelijke gevolgen van een echtscheiding te beperken via het de-escaleren van de conflictsituatie. Het regeerakkoord 2017 vermeldt het voornemen van “het voorkomen van 'vechtscheidingen' en van het wegnemen van knelpunten bij het ontstaan van schade (vooral voor het kind). Eerder diende Tweede Kamerfractielid Recourt (PvdA) een motie in om een 'Divorce Challenge' uit te schrijven waarin de samenleving de gelegenheid kreeg om oplossingen te ontwikkelen voor dit probleem, om op die wijze het aantal echtscheidingen op tegenspraak te verminderen met ten minste 50%. Uit de ruim 500 inzendingen kwamen een aantal knelpunten naar voren die door professionals (advocaten, mediators, (ortho)pedagogen, psychologen, coaches en wetenschappers) in de praktijk zijn gesignaleerd. De ideeën die uit de inzendingen naar voren kwamen om het echtscheidingsproces te verbeteren zijn vervolgens uitgewerkt en opgenomen in het verslag van het platform Scheiden zonder Schade, dat door de regering is opgericht. Naar aanleiding van de voorstellen die zijn gedaan zijn meerdere initiatieven en plannen ontwikkeld.

De rode draad in deze voorstellen is dat de focus op conflictpreventie en deescalatie moet liggen en dat we afscheid moeten nemen van de procedure op tegenspraak, dat zich kenmerkt als het toernooimodel. 5.2.4 Kansrijk geachte ideeën en innovaties Er is een aantal innovaties voorgesteld, en er zijn Pilots gestart om oplossingen te onderzoeken voor de genoemde echtscheidingsproblematiek; de meeste daarvan vallen in de categorie systeemverandering op kleine schaal. Dit zijn de volgende: 

De regierechter; hieraan gerelateerd het introduceren van een vervroegde regiezitting als een ouderschapsplan ontbreekt;

Het verwijzen naar mediation door de rechter, al dan niet als onderdeel van de voorlopige voorziening;

Het aanbieden van een zgn. uniform hulpaanbod vanuit de gemeente;

Het benoemen van een bijzondere curator voor het kind;

Het 'appointeren', dat wil zeggen het scannen van het dossier voorafgaand het plannen van een zitting;

58

Het introduceren van een zgn. gezinsadvocaat (met gedragswetenschapper) bij de start van het juridische proces); zie hiervoor de volgende paragraaf.

Kleinere aanpassingen zijn:   

Directe doorverwijzing naar mediation; Mediation tijdens de voorlopige voorziening; Vervroegde regiezittingen bij het ontbreken van een ouderschapsplan.

In het vervolg gaan we verder met de Gezinsadvocaat. 5.3 De Gezinsadvocaat (GA) 5.3.1 De Gezinsadvocaat - het idee in grote lijnen In het verkenningsrapport van de Kinderombudsman uit 2016, 'Verkenning naar de Kindvriendelijke advocatuur', heeft de toenmalige Kinderombudsman Dullaert geadviseerd om een Pilot op te zetten voor een advocaat voor het hele gezin, 'de Gezinsadvocaat'. Daar kwamen nog meer onderzoeken bij en het Visiedocument Rechtspraak. Daarbij heeft het verkenningsrapport van de Kinderombudsman - in ultimo het belang van kind - in het bijzonder als uitgangspunt gediend bij het ontwikkelen van de Pilot, de Gezinsadvocaat. GA als juridische innovatie grijpt in op een algemeen erkend potentieel escalerend kenmerk van de huidige advocatenpositie tijdens scheidingsprocessen. De opzet van juridisch scheiden met 2 advocaten voor elk van de ouders, leidt 'van nature' tot vergroting van de escalatie, en daardoor tot schade; de term toernooimodel wordt hierbij gebruikt. Er staat 'van nature': een advocaat kan voor individueel, of via haar/zijn kantoor voor een huisstijl kiezen die samenwerkend en constructief van aard is, met nog een stukje zorg (extern of intern geregeld). Maar dat is vrijwillig en niet op basis van een door de sector gehanteerde 'code of conduct', of een onderbouwde 'richtlijn'.

Genoemd kenmerk is evenwel een rechtsfilosofisch principe: iedere burger heeft volgens de wet bij de rechter, recht op een eigen advocaat. Familierecht gaat - net als bij zakelijke geschillen - uit van twee individuele ouders als belanghebbenden, en niet van één gezin als belanghebbend. Dat principe zorgt er ook voor dat het kind er juridisch 'bijhangt', ondanks optionele verbeteringen van zijn positie (bijvoorbeeld kindervertegenwoordiger). Omdat een ander principe wordt gehanteerd, had de Pilot de tijdelijke instemming nodig van de deken van Advocaten en werd medewerking gevraagd van de directie van de Rechtbank. Het project Gezinsadvocaat is een poging te werken vanuit de juridische eenheid 'gezin', met 1 advocaat die primair de regie voert. De GA-werkwijze heeft als kern dat de gezinsadvocaat voor beide ouders tegelijk werkt en voor het kind (meerpartijdig), ondanks dat er soms tegengestelde belangen zijn. Daarbij heeft zij/hij 2 nieuwe relaties op het oog: moeder-kind en vader-kind; haar/zijn taak is geslaagd als deze 2 relaties vergelijkbaar goed op de rails zijn gezet. Bij de GA-werkwijze is het kindbelang intrinsiek onderdeel van de procedure en is geen bij opbrengst.

5.3.2 Het GA idee juridisch uitgewerkt Hieronder wordt onder scheiding verstaan een duurzame relatiebreuk van ouders, in aanwezigheid van kinderen voor wie zij zorgen, bij wie daarom rechterlijke inzet noodzakelijk is. Een kernbegrip is het zgn. 'toernooimodel' als korte aanduiding van de opzet van het juridische proces. Als scheidende ouders het met elkaar eens zijn over scheiding en de afspraken, dienen zij een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding in. Dat doet de meerderheid van scheidende gezinnen. Een ouderschapsplan is hierbij tegenwoordig verplicht. Wanneer scheidenden echter niet tot gezamenlijke afspraken kunnen komen (evt. na de inzet van bijvoorbeeld mediation) volgt bij de rechter

59

een zgn. 'procedure op tegenspraak'. Oftewel beide ouders proberen bij de rechter hun gelijk te halen wat betreft die afspraken. Kinderen (indien minderjarig) zijn hier letterlijk geen partij in. Algemeen heerst de opvatting dat de huidige echtscheidingsprocedure 'op tegenspraak' getypeerd kan worden als een 'toernooimodel', met een ingebouwd escalatiemechanisme. Er zijn, zoals economen dat betitelen, perverse prikkels. Dat wil zeggen het lijkt te lonen om er niet samen uit te komen. Dat toernooimodel gaat als volgt. Eerst dient de ene ouder een zgn. eenzijdig verzoek tot scheiding in (immers men komt er samen niet uit), en daarna is de andere ouder gedwongen om zich te verweren in een verweerschrift. De inzet van een advocaat is verplicht voor de opstelling van zo'n eerste verzoek voor de rechter, en hoewel het voor verweer niet per se noodzakelijk is, is dat praktisch gezien wel nodig, om bijv. een tegenverzoek in te kunnen dienen. Daarop volgt weer een reactie, waarbij beide ouders dus steeds met een eigen advocaat tegenover elkaar staan. In veel gevallen eindigt de procedure niet na het verzoekschrift en het verweerschrift, veelal dient de aanvankelijk reagerende (tweede) ouder vervolgens ook een zelfstandig verzoekschrift in, en reageert de eerste ouder daar weer op. De advocaatkosten lopen in bovengenoemd proces op.

Het toernooimodel werkt door de opzet strijd in de hand, het gevaar ligt op de loer dat ouders, zelfs de groep ouders die voor het proces in staat waren goed met elkaar te communiceren, in een vechtstand komen te staan. Er ontstaat een dynamiek van aanvallen en verdedigen. Als vanzelf raakt ook het kind als zelfstandige betrokkene op de achtergrond, en al snel wordt aan het kind getrokken door één of beide ouders. Het is belangrijk te onderkennen dat formeel er geen verandering in de formele positie van het kind is, ook al zal het GAGW-koppel altijd expliciet aan het kind aandacht geven, maar niet als procespartij. 5.3.3 Het mechanisme van de GA-werkwijze Het gaat dus in de kern echt om een andere procedure, een andere dynamiek. Kortgezegd probeert de GA de rechtsgang van de ouders vanaf de aftrap te de-escaleren, snel psychologische en evt. andere specifieke hulp in te zetten, en gelijktijdig aan de verschillende probleempunten te werken nog voordat het tot een rechtszaak zou komen. Men zou kunnen zeggen 'tipping point' sturing: de ouders worden in een modus gebracht, waarin bij beide ouders beweeglijkheid ontstaat op de conflictpunten, waarbij simultaan (niet volgtijdelijk) op emotionele als zakelijke domeinen 'geruild' kan worden (vandaar de gelijktijdige aanwezigheid van GA en GW).

De GA en GW nemen een transparante overkoepelende 'gemeenschappelijk belang' positie in, doen een complete risicotaxatie bij beide ouders apart, op conflictpunten en op de houding van de ouders t.o.v. elkaar. De GA neemt regie in de benoeming en oplossing van conflictpunten, niet meer en niet minder. Instemming van beide ouders is noodzakelijk in het hele proces, wat een minimale samenwerkingsgeneigdheid vereist en een minimale bereidheid tot compromissen. De GA-werkwijze berust ook op handelen zonder vertraging bij schakelmomenten, die zeker bij complexe scheidingen een grote eigenstandige rol kan spelen. 5.3.4 Wat is succes van de GA-werkwijze? Deze andere opzet zou moeten leiden tot einddoelen: toename van het aantal convenanten i.p.v. rechtszaken, een effectievere invulling van het ouderschap rond de kinderen, een betere afsprakenset vanuit het perspectief van het kind en zo een betere ontwikkeling, lagere materiële kosten voor de ouders, minder calamiteiten, minder inzet van kindbeschermende partijen zoals RvK, en tenslotte minder grote belasting van het rechterlijk apparaat. Deze einddoelen komen terug in het meten van succes in de research; voor zover dit mogelijk is.

60

5.3.5 Geen glans zonder wrijving Verbeteren geeft weerstand. Effectieve en efficiënte verbeteringen hebben per definitie voor een aantal stakeholders economische gevolgen - platgezegd andere dienstverlening en minder omzet. Weerstand is te verwachten, de persoonlijke baten ten spijt. De stakeholders - het ministerie is er zelf ook één van zijn in de landelijke overleggen goed vertegenwoordigd en zullen vermoedelijk hun aandeel verdedigen, het belang van het kind voorop. Bij een proefimplementatie speelt dat nog geen rol, wel, als deze succesvol is bij de eventuele uitrol en de opstelling van het financieel kader. 5.3.6 De GA-Pilot Hoofdstuk 5 beschreef in grote lijnen de oorzaken en aanleiding tot het uitvoeren van een zgn. proefimplementatie met een nieuwe aanpak, die we 'GA-werkwijze' noemen. We vermijden vaak de term 'Gezinsadvocaat' omdat dat gemakkelijk de indruk wekt dat de kern zit in het werken met 1 meerpartijdige advocaat in plaats van 2 advocaten voor elk van de ouders één. Dat is niet zo: de kern is een specifieke geïntegreerde werkwijze van 1 advocaat met een gedragswetenschapper die het mogelijk maakt in complexe scheidingen - of dat echt zo werkt wordt in dit rapport onderzocht - om uit de escalatiespiraal te raken, en door een speciaal onderhandelingsproces met voor advocaat en gedragswetenschapper een eigen rol, tot een convenant te komen.

Ook het kind krijgt direct aandacht. In het hiernavolgende hoofdstuk 6 wordt nauwkeurig beschreven hoe deze filosofie is uitgewerkt, in het proefimplementatie project in de regio Midden-Brabant 2021-2022. Daar is deze methode 'voor het echie' gebruikt, een serieuze praktijkproef.

61

62

6. De GA-Pilot - Proefimplementatie van scheiden via een gezinsadvocaatprocedure 6.1 Inleiding Om de GA-werkwijze op haar haalbaarheid en effecten te beoordelen, is een proefimplementatie uitgevoerd: een daadwerkelijk toepassen onder normale bedrijfsomstandigheden van deze nieuwe scheidingsroute, met een eigen procesreglement in geval van rechterlijke interventies. Kortgezegd komt de GA-pilot erop neer dat in een afgegrensde periode (1 jaar), in een begrensde regio (Midden-Brabant) complexe scheidingen volgens de GA-werkwijze zijn aangepakt; ondanks de andere manier van werken bleef de GA-pilot binnen het bestaande juridische en sociaalpsychologische kader. Er vond via een parallel proces feitenonderzoek plaats naar hoe de GA-pilot uitpakte, met zo min mogelijk interferentie in het juridisch proces. De toestroom c.q. aanmelding van cliënten was tweeërlei, vanuit deelnemende gemeenten en via advocaten/mediators in de regio die van de GA-Pilot op de hoogte waren. Selectie op toelating is hierbij beperkt toegepast. Aanvankelijk zijn bewust zgn. oranje en rode (meest complexe) casus ingestroomd, het is binnen de projectduur niet meer gelukt ook eenvoudiger scheidingen (groen) via de GA-werkwijze af te wikkelen. De beoogde aanmelding is via een loket georganiseerd, in de eerste plaats om ook zaken te kunnen regelen die met de status van de proef te maken hadden.

De deelnemende professionals zijn gespecialiseerde familierechtadvocaten met mediation-opleiding (totaal 13) en daarnaast gedragswetenschappers met aantoonbare ervaring met jeugd- en volwassenenproblematiek (totaal 12), met name op het gebied van relatievorming en ouderschap. De derde sleutelberoepsgroep vormden gespecialiseerde familierechters, werkzaam binnen de betrokken rechtbank (Breda). Zij vormden bij elkaar de professionele kern. Er was een secretariaat van de GA-Pilot, dat ook functioneerde als aanmeldingsloket. Dat was verantwoordelijk voor het managen van de cliëntstroom (feitelijk: scheidende gezinnen), het matchen van een gezin aan een GA en GW, het regelen van de financiële vergoeding voor GAGW-koppels en het ondersteunen van de projectleiding. In een later stadium ook het ondersteunen van de door de onderzoekers i.s.m. de GA-Pilot opgestelde minimale registratie en een ouderenquête. Hierna gaan we gedetailleerder in op de verschillende onderdelen van de GA-Pilot. Soms is enige overlap met de beschrijving van resultaten (met name hoofdstuk 8.2 en 8.4.4) onvermijdelijk. 6.2 Projectduur De projectduur kan vanuit 3 gezichtspunten besproken worden. Vanuit organisatorisch oogpunt begonnen de voorbereidingen begin september 2020 met de projectleiding-samenstelling, het vaststellen van het secretariaat, de GA-selectie en het opzetten van werving/aanmeldingen systeem.

De eerste aanmeldingsactiviteiten begonnen mei 2021, de eerste formele aanmeldingen waren in de laatste week van juli 2021, de eerste intakes halverwege juli 2021. Het project is organisatorisch op dit moment nog gaande, iets minder dan de helft van de cliënten die een intake kregen en doorgingen is nog in het proces (31-1-2023). Vanuit oogpunt van de cliënt duurde het project wat betreft de intake vanaf 1 juli 2021 tot en met 1 juli 2022. De 31 zaken die in die periode een intake kregen worden in principe alle gevolgd. Op 1 december 2022 werd ten behoeve van het onderzoek het onderzoekseindpunt vastgesteld van alle op dat moment behandelde zaken. Er waren toen 13 zaken afgerond tot convenant of rechtszaak (1 maal), 6 zaken waren gestopt tijdens de intake/prejudiciële fase (zie later). 12 zaken waren nog gaande, deze worden afgewikkeld naar verwachting in 2023, inclusief de financiële afwikkeling. Er is dus organisatorisch geen

63

nadere follow-up momenteel van enige subgroep (de afgevallen casus, de convenanten en rechtszaken en de enkele verzoening die is waargenomen). Vanuit research oogpunt begon de studie eerder dan de activiteiten van het onderzoeksteam. Een andere onderzoeksgroep bereidde onderzoek voor vanaf eind 2020. Een en ander leverde geen voor het Pilotproject bruikbaar onderzoeksplan op. Rond 1 februari 2021 startten de gesprekken met Triqs voor een tweede poging het onderzoek gerealiseerd te krijgen, terwijl op dat moment de Pilot vanuit organisatorisch oogpunt al in volle gang was. Voor details van de opdrachtverlening, zie hoofdstuk 4. Vanuit research-oogpunt - althans in dit subsidiekader - startten de dataverzamelingsactiviteiten op 1 juli 2021 en hielden deze medio december 2022 op. De verslaglegging duurde tot 1 februari 2023. 6.3 Locatie Pilot De Pilot vond plaats in de regio Midden-Brabant ook wel aangeduid als Hart van Brabant. Dit omvatte de gemeente Tilburg en omliggende gemeenten (gemeente Waalwijk, gemeente Dongen, gemeente Heusden, gemeente Oisterwijk, gemeente Gilze en Rijen, gemeente Hilvarenbeek, gemeente Tilburg, gemeente Goirle en gemeente Loon op Zand). De betrokken rechtbank was de Rechtbank ZeelandWest-Brabant, locatie Breda.

De professionals, GA-advocaten en gedragswetenschappers werden in de regio geworven, op basis van vooraf opgestelde competentieprofielen (zie hoofdstuk 5). Er was in de GA-Pilot geen sprake van bestaande vaste koppels, per casus werd een combi gezocht. De professionals zijn wat betreft kantoor/praktijk gevestigd in Noord-Brabant, met een concentratie in Tilburg en omliggende gemeenten. Begrenzing van de Pilot tot één regio was noodzakelijk: de samenwerking tussen GA en GW was daarmee gediend (ook door lokale kennis van de opties tot ondersteuning en zorg), de interactie met de gemeentelijke instanties vereiste enige concentratie (zij droegen vaak aanmeldingen aan; per gemeente in deze Pilot nog verschillend geregeld), begrenzing tot 1 rechtbank was een vereiste, en ook een normaal vervolgtraject incl. gedragswetenschappelijke vervolghulp vereiste regionale begrenzing van betrokkenen, ouders en professionals. Overigens is dat niet veel anders dan de gangbare praktijk, maar hier moest dat expliciet worden gemaakt. Het uitgangspunt bij de werving van professionals was dat participatie van professionals binnen de regio aan alle professionals vrijstond mits zij gekwalificeerd waren en bereid waren zich ten tijde van de GA-Pilot aan de procesregels van de studie te houden inclusief eventuele extra activiteiten.

Enige zelfselectie zal meegespeeld hebben, maar er is geen sprake geweest van 'verstoring van de markt': er was geen financiële bonus voor meedoen, eerder konden deelnemers enig 'vrijwilligerswerk' verwachten. Zoiets is bij een proefimplementatie met begeleidend onderzoek onvermijdelijk. Er was geen selectie van professionals op basis van persoonlijke voorkeur van de Pilot-leiding. 6.4 De leiding en organisatie van de Pilot NB Alleen in deze paragraaf worden namen bij rollen/functies in het project genoemd. Na deze paragraaf worden alleen de functies genoemd. Leiding van het Pilot team De stichting Forensische Mediation is formeel verantwoordelijk voor de Pilot (zie hoofdstuk 4). De Pilotleiding bestond oorspronkelijk uit Carla Goosen (psycholoog) en Petra Mallant (advocaat). Gaandeweg is de projectleiding van de GA-Pilot verschoven naar Carla Goosen, Marjolijn Schram (advocaat) en Cees van Leuven (familierechter), die als overall-projectleider optrad, ook richting de onderzoekers. De externe communicatie was doorgaans in zijn handen. Leden van de Pilot-leiding kenden elkaar ondermeer uit de (vervolg)opleiding van de Interactieacademie Antwerpen.

64

Die opleiding wordt door hen, met Cees van Leuven en Jos van Oijen (familierechter), gegeven en betreft de werkwijze van advocaten en rechters op dit terrein, waarbij de focus ligt op het gedragsmatig effectief handelen. Omdat de facto de competentie-eisen voor de GA-professionals sterk overeenkomen met de verworven competenties door deze opleiding, waren vrijwel alle deelnemende GA’s en GW’s bekend bij de Project-leiding. Secretariaat De Pilot-leiding heeft intensief gebruik gemaakt van een professioneel secretariaat (met bureauondersteuning) onder leiding van Els de Wild. Het secretariaat was onmisbaar voor de organisatie van en informatie-uitwisseling tussen de Pilot-uitvoerenden. Dit secretariaat kreeg ook operationele taken op casusniveau (bijv. coördineren van een aanmelding/eerste gesprek, afstemmen welke GA met welke GW-koppel de casus gaat doen), waardoor effectief een aanmeldingsloket ontstond. Voor inhoudelijke loketzaken (triage-achtig) was altijd ook een lid van de Pilot-leiding betrokken. We rekenen hiertoe ook de eindverantwoordelijkheid voor de invulling van de elementaire casus-registratie zoals die vanaf 2022 volledig operationeel was.

Berthe Boogaarts heeft als juridische stagiaire binnen de secretariële ondersteuning een sleutelrol vervuld in de ondersteuning van de Pilot-leiding en, op een later moment ook bij de dataverzameling voor de research en het expertpanel-onderzoek. Terzijde: zoals in hoofdstuk 8 ook naar voren komt, is een deel van de secretariaatstaken eigenlijk een functioneel onmisbaar onderdeel van de GA-werkwijze zelf, en niet gerelateerd aan het coördineren/uitvoeren van de GA-pilot. Na de proefimplementatie – in de situatie dat de GA-werkwijze onderdeel zou worden van 'gewone' juridische scheidingszorg – zou deze loketfunctie op andere wijze qua proces, financiering en aansturing moet worden ingericht, onder dezelfde professionele regie. Interactie onderzoeksteam Vanuit de Pilot-leiding was de interactie met het researchteam geregeld via Ivo Pieters (IP) (advocaat) en Cees van Leuven (CvL). Dit hield in dat zij voor de onderzoekers in de ontwerpfase van onderzoeksprocedures en dataverzameling als klankbord functioneerden, hen van context-specifieke informatie voorzagen, en als brug functioneerden bij het overbrengen van de ideeën die bij feitelijk evaluatieonderzoek leidend zijn. Hiermee bestond – zo bleek – geen ervaring in de sector.

Evenmin bleken er casus- of cliëntgebonden registraties te bestaan (bij advocaten, gedragswetenschappers of rechtbank) voor de door hun geleverde scheidingszorg. Daardoor was een intensief proces nodig om rationale en werkwijze over te brengen van gestructureerde gegevensverzameling per casus (via registratie en enquêtering). Voor ieder onderdeel van het onderzoeksproces werden toelichtende memo’s geproduceerd, vaak in opeenvolgende versies, om de Pilot-leiding bij het onderzoeksproces te betrekken en bij het maken van onderzoekstools zoveel mogelijk aan het werkproces aan te sluiten. Er ontstond zo een stukkenstroom vanuit het onderzoeksteam, in een cyclisch proces: ideeënvorming onderzoekers, eerste gesprekken CvL/IP, uitwerking in eerste memo, gesprek hierover tussen Pilotbetrokkenen, terugkoppeling Pilotleiding op onderzoekers, herziening memo en creëren van eerste versie van de betreffende onderzoekstools. CvL en IP waren ook verantwoordelijk voor het delen van inhoudelijke en procedurele Pilotdocumenten met het onderzoeksteam (dit is niet altijd gerealiseerd) en het informeren van het onderzoeksteam over ontwikkelingen in de Pilot, met name veranderingen in de GA-werkwijze (zie later). Vrijwel iedere week heeft vanaf het voorjaar van 2022 overleg plaatsgevonden tussen Pilot-leiding en secretariaat en tussen Pilot-leiding, secretariaat en onderzoeksteam.

Daartoe hoorde ook het actualiseren/controleren van de aanmeldingenadministratie. De onderzoekers hadden de cliëntadministratie van het secretariaat omgewerkt tot een echte registratie.

65

Vanaf 1 februari 2022 werd deze wekelijks geactualiseerd en gecompleteerd. Daarbuiten was er contact tussen Van Leuven en de researchleiding over gesignaleerde problemen en mogelijke oplossingen. Grote overlegrondes Er werden geregeld grotere overlegrondes belegd tussen de Pilot-leiding en de GAGW-koppels, en daarnaast - als onderdeel van de zorg – werden intervisiesessies georganiseerd, enerzijds als onderdeel van de werkwijze, maar ook als leermoment in de implementatie. Er was een intern inhoudelijk begeleidingsteam voor de GAGW-koppels en ook voor de aanmeldingsfase. Dit team bestond uit Marjolijn Schram (als gespecialiseerd advocaat) en Carla Goosen (als gespecialiseerd gedragswetenschapper). 6.5 Onderzoeksteam GARAGE Het onderzoeksteam bestond uit Gouke Bonsel (em-hoogleraar evaluatie-onderzoek, met public health en sociaal-medische achtergrond), Arthur Weynschenk (directeur Triqs), en Senem Öztürk, junior researchmedewerker bij Triqs (zij werkte intensief samen met Berthe Boogaarts). Andere Triqs medewerkers creëerden de verschillende registratie-applicaties. Het onderzoeksteam voerde de werkzaamheden uit in wetenschappelijke onafhankelijkheid volgens het onderzoeksvoorstel en daaropvolgende documenten. Alle procedures en beoogde analyses waren vooraf beschreven zodat deze studie 'per protocol' kon worden uitgevoerd.

Dat minimaliseert de kans op opportunisme van de onderzoekers én de kans op beïnvloeding door de onderzochten. 6.6 Huidige juridische (echt)scheidingsproces Vanuit het kind bezien is er sprake van juridisch ouderschap of biologisch ouderschap. Juridisch ouderschap kan op vrijwillige basis ontstaan of gedwongen. Een kind dat wordt geboren binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap heeft automatisch twee juridische ouders, die bovendien beiden het ouderlijk gezag hebben. Het ouderlijk gezag omvat het recht en de plicht een kind op te voeden. Voor een kind dat wordt geboren binnen een niet-huwelijkse relatie heeft als juridische ouder de moeder uit wie het kind geboren wordt automatisch ook gezag. Voor de andere ouder is teneinde juridisch ouder te worden, een rechtshandeling nodig. Die andere ouder zal het kind bij de gemeente moeten erkennen, waardoor er juridisch ouderschap ontstaat. Erkenning is niet enkel voorbehouden aan de verwekker van het kind, maar ook een partner van de moeder die niet de verwekker is kan het kind erkennen. Na 1 januari 2023 leidt de erkenning van het kind bij de gemeente automatisch tot het gezag. Een moeder of een kind kan ook aan de rechter vragen het juridisch ouderschap van een verwekker vast te stellen. Dat is dus het gedwongen juridisch ouderschap.

De verwekker (of diegene die heeft ingestemd met een daad van verwekking) kan op zijn beurt aan de rechter vragen vervangende toestemming voor erkenning te geven, indien de moeder dit weigert. Wijst een rechter dit toe, dan ontstaat er ook tussen het kind en de verwekker juridisch ouderschap. Indien de verwekker die juridisch ouder is geworden, het ouderlijk gezag wil delen met de moeder, dan zal daartoe een verzoek moeten worden ingediend. Een dergelijk verzoek wordt in beginsel toegewezen, maar daar zijn wettelijke uitzonderingen op. Waar voor een kind dat binnen het huwelijk wordt geboren het juridisch ouderschap en het ouderlijk gezag automatisch zijn geregeld, is dat voor een kind geboren binnen een informele relatie of dat is ontstaan uit sporadische seksuele contacten, niet het geval en zullen daarvoor rechtshandelingen moeten worden verricht of procedures moeten worden gevoerd.

66

Het huidige scheidingsproces kenmerkt zich door een formele wijze van scheiden, beschreven in de wet (boek 1 BW en Rechtsvordering), zie ook paragraaf 5.3, en een informele wijze van scheiden voor ouders die niet gehuwd zijn, de samenwoners. De samenwoners onderscheiden zich tussen de formele samenwoners, zij die met elkaar een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, en de informele samenwoners, die geen contractuele afspraken met elkaar hebben gemaakt. Daarnaast zijn er ook ouders die geen relatie met elkaar hebben, en ook nooit hebben gehad, en die wel samen één of meer kinderen hebben. Ongehuwde ouders dienen, voor bijna ieder gevolg van hun scheiding, een aparte procedure bij de rechtbank te beginnen. Gezag en omgang kunnen in een procedure aan de rechter worden voorgelegd maar als er kinderalimentatie wordt gevraagd dan wordt dit vaak afgesplitst in een aparte procedure en een andere rechter kijkt naar de kinderalimentatie. Als ouders een gezamenlijk woning hebben dan kunnen zij in kort geding de voorzieningenrechter vragen om een ordemaatregel/ spoedmaatregel te treffen. Zij dienen zich tot de gewone civiele rechter te wenden om de regeling van de vermogensrechtelijke gevolgen van hun scheiding vast te laten stellen. Voorlopige voorzieningen kunnen door de ongehuwde ouders ook worden gevraagd maar zijn vaak ook aparte procedures.

Dit alles maakt dat veel ongehuwde ouders hier niet eens aan beginnen en dan vaak ook zaken juridisch niet goed hebben geregeld waardoor zij op een later moment nogal eens in de problemen komen. Kortom, de scheidingsroute verschilt enorm tussen echtgenoten of geregistreerde partners enerzijds en (in)formele samenwoners anderzijds. Procedures op tegenspraak werken daarbij escalatie verhogend, zowel voor de gehuwde als ongehuwde ouders. Bezien vanuit de positie van het kind maakt het dus uit binnen welke relatie je als kind geboren bent, en hoeveel procedures er eventueel over jou moeten worden gevoerd bij een scheiding. Hiervoor is de aanmelding van ouders bij de GA beschreven. Het gaat in principe om beginnende scheidingen waarbij zowel de gehuwde als de ongehuwde ouders gelijk en gelijkwaardig worden behandeld. De gevolgen van de (echt)scheiding zijn immers in emotionele, zakelijke en praktische zin hetzelfde. Juridisch zijn er enkele verschillen die vooral toezien op de partneralimentatie en het huwelijksvermogensrecht. De GA inventariseert samen met de gedragswetenschapper de gevolgen van de scheiding voor ouders als partners, als ouders en voor hun kinderen. Tevens wordt in kaart gebracht of ouders beschikken over een netwerk en wat de rol van dit netwerk is op hun dagelijks leven.

Dit alles gebeurt aan de hand van de algemene intake die de GA en de GW vanuit hun kennis en ervaring met scheidende ouders normaliter uitvoeren. Tevens worden zij daarbij ondersteund door het risicotaxatie instrument en de checklist met vragen ten behoeve van het invullen van dat instrument. De GA en GW hebben na de intake zicht op de huidige en mogelijke gevolgen van de scheiding en eventuele problematische deelgebieden. Ook weten zij in welke deelgebieden er specifiek hulp en aandacht nodig is. De GA en de GW maken samen voor de ouders een advies voor de te volgen scheidingsroute en de eventueel in te zetten hulp. Dat kan met een plan van aanpak. In dit plan van aanpak is zowel aandacht voor de juridische route van scheiding als voor de zorgroute van scheiding. Als ouders met dit plan van aanpak kunnen instemmen dan worden zij in de eerste fase van de Pilot verwezen naar aangehaakte juridische professionals; via een beschikking van de gemeente wordt de meest passende hulp zo snel mogelijk ingezet bij ouders en kinderen. Aanvankelijk voerde de GA en de GW uitsluitend de regie over de scheidingsroute en de zorgroute, waarbij zij in de complexe rode zaken ook MDO’s (multidisciplinaire overleg) organiseerde om ervoor te zorgen dat de benodigde hulp, zowel juridisch als zorg, zo goed mogelijk kon verlopen.

Gaandeweg de uitvoering van de GA-Pilot werd een shift gemaakt van louter regievoering naar ook inhoudelijke uitvoering van het juridische traject van scheiden, op verzoek van de ouders. Zo waren er

67

ouders die verwachten dat de gezinsadvocaat ook inhoudelijk voor hen ingezet kon worden en er waren gezinsadvocaten die merkte dat zij zoveel vertrouwen hadden van de ouders dat zij inhoudelijk voor twee ouders konden werken. Alle gezinsadvocaten zijn gespecialiseerde advocaatmediators met veel ervaring. Zij hebben dit uitvoerende werk gedaan zolang zij van mening waren dat er tussen ouders geen zodanige situatie ontstond dat er niet langer door één advocaat (de GA) voor de ouders gewerkt kon worden. Het betreft hier het leerstuk van de meervoudige partijdigheid: in welke situaties en tot hoever kan één advocaat omgaan met ook zeer tegengestelde belangen van de ouders en daarbij dus voor hen beiden optreden? Kan in dit leerstuk een zinvol onderscheid worden gemaakt tussen echte belangenbehartiging en pure procesbelangen? Als we het hebben over echte belangenbehartiging: waar zit het onderscheid tussen belangen van het gezinssysteem (kinderen plus ouders) en van de individuele ouders? Dit zijn vragen waar deze kortdurende Pilot nog geen, althans nog niet alle antwoorden op kan geven. De GA+GW werkten met ouders aan afspraken over het ouderschap, de kinderalimentatie en eventuele vermogensrechtelijke afwikkeling. Voor het ouderschap en de kinderalimentatie werd een (standaard) ouderschapsplan opgesteld en voor de overige zaken een echtscheidingsconvenant.

De gezinsadvocaat voerde de gezamenlijke echtscheidingsprocedure uit voor ouders bij de rechtbank en de verdere administratieve afwikkeling van de echtscheiding inclusief de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand. In slechts enkele gevallen waarin ouders het niet eens konden worden over alle deelonderwerpen van de echtscheiding is de rechter door de gezinsadvocaat ingeschakeld. Dit is gebeurd in gevallen waarin er andere uitvoerende juridische professionals voor ouders aan het werk waren (mediator dan wel advocaten) of in de gevallen waar de gezinsadvocaat voor ouders inhoudelijk aan het werk was en er een enkel deelgeschil over bleef. In die gevallen diende de gezinsadvocaat een gemeenschappelijk verzoekschrift in bij de rechtbank namens ouders. In het verzoekschrift werden de visies van de ouders op een neutrale wijze weergegeven. De procedure bij de rechtbank verliep volgens het procesreglement gezinsadvocaat zoals dat bij aanvang van de Pilot in samenwerking met de rechtspraak was opgesteld. Bij de opstelling van dit procesreglement is gebruik gemaakt van het procesreglement gezamenlijke toegang ouders zoals in gebruik bij de Pilot bij de rechtbank Den Bosch en de rechtbank Den Haag.

Het grote voordeel van de toegang tot de rechter via de GA is dat ouders op korte termijn terecht konden; binnen drie tot zes weken werd een zitting gepland, en op deze zitting konden alle onderwerpen die nodig waren om besproken te worden, behandeld worden. Het was dus in feite een zitting die werd gepland op een termijn van een mondelinge behandeling waarbij ook definitieve beslissingen over de gevolgen van de echtscheiding konden worden genomen. Dit is vergelijkbaar met de procedure gezamenlijke toegang ouders en een enorme verbetering voor ouders die aan het scheiden zijn. Het loopt in de klassieke procedure zo, dat een voorlopige voorziening binnen drie weken (>5 weken soms in grootstedelijke rechtbanken) op zitting kan komen maar de definitieve gevolgen van de echtscheiding vaak pas een jaar later worden behandeld. Juist die lange wachttijd heeft een enorm escalerend en conflictverhogend effect; die wachttijd frustreert ook een nieuw begin voor de kinderen. In de zaken die via de GA naar de rechter werden gebracht – vaak voor een deelbeslissing – was wachttijd minimaal omdat de rechter daar snel en volledig beschikbaar was en kon profiteren van de reeds verzamelde documentatie door de GA. Het idee was dat de rechter het gesprek met de ouders voortzette daar waar de gezinsadvocaat en de gedragswetenschapper waren gebleven.

Ouders waren aanwezig op de zitting samen met de gezinsadvocaat en de gedragswetenschapper (en hun eigen advocaten indien daar sprake van was) konden aansluiten. Er werd niet gepleit maar er werd gesproken over mogelijke oplossingen en de rechter kon een voorlopig oordeel geven. Werden ouders het dan alsnog niet eens dan nam de rechter wederom op korte termijn een beslissing, welke beslissing door ouders over kon worden genomen in hun ouderschapsplan dan wel een echtscheidingsconvenant en daarmee kon de echtscheidings-

68

procedure snel worden afgewikkeld. Deze aanpassing is een enorme verbetering voor de gehuwde ouders die daarmee veel sneller definitieve beslissingen konden krijgen. Ook voor de steeds grotere groep ongehuwde ouders is dit een enorme verbetering en versnelling. Immers, deze groep is aangewezen op verschillende procedures voor hun mogelijke scheidingsgeschillen. De mogelijkheid om via de gezinsadvocaat voor al hun scheidingsgeschillen bij één rechter in één procedure op korte termijn terecht te kunnen, is van hele grote waarde en vernieuwend. 6.7 Grote lijn casus-afhandeling NB De hieronder beschreven informatie wordt in hoofdstuk 8.1 op onderdelen meer feitelijk beschreven aan de hand van de verzamelde gegevens. Vanaf 1 juli 2021 is de GA-werkwijze gezinsadvocaat geleidelijk aan de slag gegaan in wisselende duo’s. Een gezin werd meestal aangemeld via de gemeente, maar soms ook spontaan of via een advocaat die de GA-Pilot kende. Met dit gezin werd gesproken en door de GA besproken, naar de bereidheid tot deelname werd gevraagd. Vervolgens werd een GAGW-koppel gezocht met afstemming van beschikbaarheid en bereikbaarheid. De inclusie in de GA-fase begon als beide ex-partners het intake-contract ('begeleidingsovereenkomst') tekenden, nodig in juridische zin maar ook noodzakelijk i.v.m. de financiering.

De aanmeldingsfase duurde – beoogd – 1 maand, en iets langer als het in een vakantieperiode viel. Coronamaatregelen belemmerden soms ook een vlotte doorstroming. Er waren ook casus met calamiteitsaspecten (Veilig Thuis, politie). Deze interfereerden niet met de GA-werkwijze als zodanig. De casusdoorlooptijd vanaf intake was zeer verschillend, dit kwam omdat de complexiteit van de aangeboden casus verschilden niet zozeer vanwege capaciteitsproblemen. Wat betreft de variabiliteit per casus (binnen het oranje-rode gebied) leken de casus en de doorloop business as usual, met misschien als verschil dat de GA-werkwijze minder mogelijkheden toelaat dat de procesvoortgang door één van de partijen wordt gehinderd. Teruggebracht tot een lineair stroomdiagram onderscheiden we de volgende stappen (cursief tussen accolades staat wie het doet):          

Aanmelding {gemeente, gezin, advocaat} via de website (of telefonisch) bij aanmeldingsloket = GA-Pilot secretariaat. Vanaf hier start cliëntstroom-registratie. Invullen vragenformulier {voor en door beide ouders, apart ingevuld}. Voorlopig vaststellen escalatiegraad {door 2 Pilot-leiding leden, GA, GW} incl. triage t.a.v. acceptatie in de Pilot; afgeven dossiernummer (secretariaat) indien geaccepteerd voor intake. Aanwijzen GAGW-koppel: aanvankelijk 'matching' later op basis beschikbaarheid {door 2 Pilotleiding leden: GA, GW; cliënt kiest niet}. Overdracht casus vanuit aanmeldingsfase naar intake door GAGW-koppel {Carla Goosen (CG)ondersteund door Marjolijn Schram (MS)}, bij complexiteit 'warme' overdracht. Intakegesprekken individueel en/of separaat {GAGW-koppel, ouders; incidenteel ook rol eigen advocaten}. Tekenen definitieve Begeleidingsovereenkomst {GAGW-koppel, ouders}. Vanaf hier declarabele tijd voor GAGW-koppel en inhoudelijke peilmoment registratie Invullen Risicotaxatie instrument van de GA-handleiding {GAGW-koppel}. Vaststellen Plan van Aanpak {GAGW-koppel, met name op basis van Risicotaxatie; eerst concept, en vervolgens accordering na voorleggen in supervisie/intervisie overleg}. Realisatie Plan van Aanpak (inhoudelijke traject); dynamisch proces {GAGW-koppel, ouders}.

69

Tijdens realisatie vindt desgewenst knelpuntoverleg plaats {consult GW-projectleiding} met Goosen; betreft ook knelpunt met gemeente, vindt desgevraagd intervisie plaats en kan GAGW-koppel gebruikmaken van het overkoepelende Scheiding Advies Team met name als gang naar rechter wordt overwogen {door 3 Pilot-leiding leden: GA, GW, rechter}.  Indien nodig: rechterlijke interventie (deelbeslissing).  Definitieve uitkomst A: opstellen convenant en ouderschapsplan, Ondertekening overeenkomst en ouderschapsplan.  Definitieve uitkomst B: opstellen verzoek rechtbank dan wel overdracht 2 advocaten. Einde declarabele tijd voor GAGW-koppel, einde research registratie  Nazorg. Wel verondersteld onderdeel van GA-werkwijze Niet protocollair c.q. systematisch gerealiseerd. Wel op initiatief van GAGW-koppels af en toe gerealiseerd, vooral als tijd (declarabel) dat nog toeliet. Geen onderdeel van onderzoek. Schematisch ziet dat er als volgt uit (zie figuur 6.1). Figuur 6.1:

GA-werkwijze zoals uitgevoerd in GA-Pilot

6.8 Afzonderlijke Procedures 6.8.1 Aanmelding, vragenformulier en triage Er waren in de praktijk van de GA-Pilot maar twee verschillende aanmeldroutes. De eerste aanmeldroute is via (de toegang van) de gemeente. De ouders nemen contact op met (de toegang van de) gemeente en de gemeente wijst de ouders door naar de Gezinsadvocaat. Daarnaast kunnen ouders ook via een andere verwijzer van de gemeente worden doorverwezen naar de Gezinsadvocaat. De tweede aanmeldroute is dat ouders zichzelf aanmelden via de website van de Gezinsadvocaat, al dan niet hierop gewezen door een andere advocaat die van de GA-Pilot op de hoogte is. Bij beide aanmeldroutes moet er onder meer gekeken worden of de casus voldoet aan de voorwaarden van de GA-werkwijze, waarbij ook op verzoek van het onderzoeksteam enige inclusie/exclusiecriteria expliciet zijn gemaakt.

70

Deze voorwaardevervulling werd door een GA en/of GW van de projectleiding gecontroleerd, doorgaans door contact op te nemen met de verwijzer of de ouders zelf. In dit gesprek wordt de casus ingeschat (een soort snelle triage) zodat de kleur-in-eerste-aanleg van de zaak kan worden bepaald. Figuur 6.2:

Voorwaarden deelname Gezinsadvocaat-procedure in verband met onderzoeksvoorwaarden

Insluitingsfactoren

Uitsluitingsfactoren

Scheiding van ouders, gehuwd, geregistreerd partnerschap of samenwonend Zaak is “nieuw”

Er zijn al (een of meerdere) procedures gevoerd (we laten details van dit criterium achterwege)

Kind(eren) van 17 jaar of jonger zijn betrokken bij de scheiding [Dit criterium gold alleen verwezen zaken via de gemeente, omdat zaken >18 jaar voor hen financieel niet relevant zijn]

Kind waar het om gaat is 18 jaar of ouder of er zijn geen kinderen betrokken

De kind(eren) wonen in de regio Hart van Brabant (plus Alphen-Chaam en Baarle-Nassau)

Kind(eren) wonen buiten de regio Hart van Brabant (plus Alphen-Chaam en Baarle-Nassau)

De kind(eren) wonen bij een van de ouders

Uithuisplaatsing (UHP) (tenzij toestemming SAT)

De rechtbank Breda is bevoegd

De rechtbank Breda is niet bevoegd

De begeleidingsovereenkomst is door beiden ondertekend; idem consent met data-deling GA en GW

De begeleidingsovereenkomst dan wel informatiedeling consent is niet door beide ouders ondertekend,

Ouders spreken de Nederlandse taal [dit was relatief criterium; heeft met financiering en Pilot-practicalities zoals vertaling van ouderenquête e.d. te maken}

Voor een van de ouders is een tolk noodzakelijk

Beide ouders doen mee aan het wetenschappelijk onderzoek

Een ouder (of beiden) doet/doen niet mee aan het wetenschappelijk onderzoek

Indien de zaak voldoet aan alle voorwaarden kan deze deelnemen aan de inhoudelijke Pilot. Al bij aanmelding krijgt een zaak ook een kleur (groen, oranje en rood) toegewezen. De kleur-toekenning had 2 doelen, enerzijds een echte complexiteitsschatting, anderzijds een schatting van de tijdsbesteding voor de GA en de GW (honorarium van beiden hangt hiervan af), de projectleiding en het secretariaat. De kleur van de zaak op inhoudelijke gronden kan tijdens het traject (begeleide intervisie) gewijzigd worden. Achteraf bleek deze mix van zorginhoudelijke en financiële risicotaxatie niet handig, omdat ze niet samenvallen. Dit probleempunt wordt in hoofdstuk 8 verder besproken. Op inhoudelijke gronden waren de casus bij aanmelding in de range 'oranje' tot 'donkerrood'.

71

6.8.2 Doorgeleiding via aanmelding naar de Intake, en start van de GA-fase NB Hierna spreken we over 'ouders' i.p.v. cliënten. Eerst wordt er naar de ouders een vragenlijst gestuurd waarin de gegevens van de ouders en van de kinderen wordt gevraagd. Ook wordt er na de aanmelding naar een GAGW-koppel gezocht die beschikbaar is om de zaak te begeleiden. Wanneer er een GAGW-koppel wordt gevonden, wordt de vragenlijst die ouders hebben ingevuld naar het GAGW-koppel gestuurd en krijgt het koppel vanuit de aanmeldingscoördinatie een korte schets van de casus. Tevens krijgen zij een begeleidingsovereenkomst en een toestemmingsverklaring meegestuurd zodat ouders deze kunnen tekenen voor of tijdens het eerste intakegesprek. Vanwege het onderzoek krijgt het GAGW-koppel toegang tot de researchregistratie via een unieke code voor deze casus, waarna registratieformulieren digitaal beschikbaar komen, als ook twee ouderenquêteformulieren. Formulieren zijn digitaal maar kunnen ook eerst op papier worden ingevuld. Invulondersteuning kan worden gegeven. Nadat het GAGW-koppel alle gegevens van ouders heeft ontvangen, plannen zij het eerste intakegesprek met de ouders in. Het is daarbij wenselijk dat dit intakegesprek gezamenlijk met beide ouders plaats vindt, al lukt dat niet altijd (het zijn oranje of rode casus!). Bij dit gesprek kan ook de verwijzer aanwezig zijn, i.h.b. de zgn.

verwijzer van de 'Toegang' van de gemeente. In medisch zorgprocesjargon zou men van 'warme overdracht' spreken. De begeleidingsovereenkomst wordt getekend en een toestemmingsverklaring. Hier start formele instroom in GA-project, ook van de kant van research. Er waren 31 stuks van zulke casus. Ondanks deze zorgvuldige voorbereiding kunnen cliënten ook na ondertekening uit deze begeleiding stappen. Dat is ook geregeld gebeurd (zie hoofdstuk 8.2). De GA-Pilot heeft dit proces, en met name wat na beëindiging gebeurde, niet in beeld gebracht. 6.8.3 Risicotaxatie in de GA-werkwijze De GA heeft in samenspraak met o.a. de gemeente een risicotaxatie-instrument gehanteerd dat tijdens de intake werd afgenomen. Dit instrument bestaat uit een papieren formulier, in te vullen door de GAGW op basis van observaties en antwoorden van de ouders op een reeks van 128 vragen over 15 onderwerpen. Er is (nog) geen wetenschappelijk informatiedossier van dit instrument. De antwoorden zijn dus een schatting, taxatie van de GA/GW-expert op basis van gesprek met beide ouders samen, of als dat niet lukt met afzonderlijke ouders. Van de 128 risicotaxatie vragen zijn er 30 open, en 98 vragen hebben de vorm van een 5 punts-schaal waarbij de linkerkant het 'beste' antwoord is, ondersteund door een groene kleur, en rechts het meest risicovolle antwoord, een rode kleur.

We tonen hieronder in figuur 6.3 twee voorbeeldvragen. Figuur 6.3:

Voorbeeldvragen risicotaxatie GA-Pilot

72

De 30 open vragen, 2 bij ieder topic, vragen naar plus- en minfactoren bij het gegeven topic. Er is geen scoring of beslisregel die deze antwoorden samenbrengt tot een concrete beoordeling, of relatieve score, of specifieke actie (al dan niet via de score). Het is dus in het huidige gebruik geen formeel triage instrument, maar het is een sleutelinstrument bij het opstellen van het zgn. behandelplan. Een belangrijk onderdeel van de RTI zijn de zgn. escalatie-vragen. Die stellen – ook door het eventuele antwoordcontrast tussen beide ouders – vast hoe hoog het escalatieniveau is, en wat de oplossingsbereidheid en geschiktheid is aan beide kanten. Naast deze RTI bevat de GA-handleiding voor verschillende fasen in het GA-proces nog systematische lijsten met te stellen vragen (of een selectie daaruit) voor verschillende onderwerpen, bijv. rondom het kind. Het is verder aan het GAGW-koppel deze vragen te stellen; de vastlegging is open. De onderzoekers hebben op basis van bestaande formele risicotaxatie instrumenten en de escalatievragen (een selectie) van de RTI een semi-kwantitatieve (verkorte) risicotaxatie gemaakt, die o.a. als triage bij aanmelding of later gebruikt kan worden. Zie onderstaande figuur 6.4. Figuur 6.4:

De GARAGE-risicotaxatie in vogelvlucht

73

De data daarvan zijn na afloop digitaal ingevuld en door de onderzoekers gebruikt in de analyse, zie verder hoofdstuk 8. 6.8.4 Plan van aanpak (onderdeel van de GA-procedure) Na het intakegesprek en aan de hand van de risicotaxatie stelt het GAGW-koppel het plan van aanpak op en bespreekt dit plan van aanpak met de ouders. In het plan van aanpak is opgenomen welke hulp nodig is voor het gezin. Het opstellen van het plan van aanpak maakte ook gebruik van informatie die door het GAGW-koppel is opgesteld over korte en lange wachtlijsten in de regio voor zorg/hulp op maat (systemische therapie, individuele ondersteuning). Aan ouders werd altijd een aanbod gedaan, zodat de ouders direct konden starten; in enkele gevallen gebeurde een deel van de hulpverlening door de GW zelf. Afgezien van efficiëntie-overwegingen speelt bij deze keuze een grote rol dat een delay in hulpverlening onacceptabel is. Immers, al snel is de escalerende bijdrage van een delay groter dan de bijdrage van de conflictpunten in de zaak zelf. Altijd wordt vanaf het begin van het plan van aanpak, het juridische traject ingezet door de GA zelf of door derden (onder regie van de GA). De kern van de GA-werkwijze is niet alleen het vermijden van delays, maar ook het parallel werken. Zowel qua onderwerp (meerdere conflictpunten tegelijk ook al zijn ze ongelijksoortig), als qua professionele inzet.

Een sequentiële manier van werken – die ook het risico heeft van strategisch gedrag door één van de ouders – wordt vermeden. In dat kader moet men ook plaatsen dat soms een snelle interventie van de rechter wordt gevraagd (deelbeslissing) op een overzienbaar conflictpunt dat een specifieke bottleneck vormt voor de voortgang. Het is dan noodzakelijk dat er een beschikking wordt afgegeven voor de hulp vanwege de bekostiging. Afhankelijk van het verwijsproces werd in de GA-Pilot contact opgenomen met de verwijzer in het kader van het opstellen van een plan van aanpak. Als de gemeente de cliënt verwezen had, dan werd met de gemeentelijke verwijzer besproken wie verantwoordelijk is voor het afgeven van de beschikking (naar aanleiding van het plan van aanpak), die o.a. financiering regelt voor de niet GAGW-vervolgstappen. Is de zaak via een andere route binnengekomen (bijvoorbeeld via advocaten, zorg, huisarts, IB’er, kennis etc.), dan benadert het GAGW-koppel de gemeente via de gemeenteambassadeurs voor een dergelijke beschikking. Dit contactmoment is een gelegenheid om – vooral bij zelfverwijzers - te verifiëren of het gezin bij de gemeente al bekend is qua calamiteitenrisico.

74

6.8.5 Intervisie & supervisie Vrijwillige intervisie Om de GAGW-koppels tijdens het traject te ondersteunen, in het bijzonder tijdens belangrijke beslispunten (zoals plan van aanpak, dreigende uitstroom, conflicten), is intervisie (professionals onder elkaar, reflectie) en supervisie (de Pilot-leiding oordeelt/beslist op verzoek van GAGW-koppel mee in sleutelsituaties) ingesteld. Het bijwonen – eens per maand – van de intervisie was vrijwillig, en al snel bleek dat een deel van de professionals met een casus hier wel, en een ander deel hier nooit aan deelnamen. Er is daarop besloten om de intervisiemomenten op een andere manier vorm te geven. Begeleide intervisie, supervisie Om werkwijze consistentie te bevorderen en om beter zicht te houden op de casusvoortgang in het algemeen (uiteindelijk wensen van de Pilot-leiding) is ervoor gekozen om met elk GAGW-koppel zgn. begeleide intervisie in te plannen om hun casus te bespreken. Bij de eerste keer (per casus) werd dan tevoren het RTI en het plan van aanpak gedeeld. De Pilot-leiding kon tijdens deze begeleide intervisie de vragen beantwoorden van het koppel en het GAGW-koppel kon aangeven waar zij tegenaan liepen. Van deze begeleide intervisies zijn geluidopnames gemaakt en deze opnames zijn uitgewerkt, zodat ook later nog naar de vraagstukken gekeken kon worden (learning on the job).

Deze intervisie had soms ook het karakter van supervisie. De rol hiervan was zo groot, qua methodiekbijdrage (het aanhouden van de GAsystematiek, en het ontwikkelen van antwoorden op vaker voorkomende problemen) en qua professionele scholing, dat deze intervisie al snel als intrinsiek onderdeel van de GA-werkwijze werd gezien. Vanuit extern gezichtspunt (onderzoekers) kan men vaststellen dat dit eigenlijk de sluitsteen vormde van een systematische geprotocolleerde multidisciplinaire werkwijze, die duidelijke overeenkomsten heeft met vergelijkbare zorgprocessen in complexe medische zorg (bijv. obstetrie, oncologie). 6.8.6 Afronding De GA-fase, die met de intake begint, werd afgerond met of dan wel een (deel)convenant, en een ouderschapsplan, dat juridisch gezien van dit convenant wordt onderscheiden. Het ouderschapsplan is op 1 maart 2009 in het Burgerlijk Wetboek opgenomen, en is verplicht voor ouders met minderjarige kinderen. Het effectueert – zo wordt gesteld - het recht van een kind op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. De wettelijke regeling c.q. bescherming is kinderen van ouders die gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben.

Anders gezegd: bij wet zijn hier kinderrechten anders beschermd naar gelang de familierechtelijke relatie van de ouders onderling; die kinderrechten worden in feite niet beschermd als de ouders niet juridisch verbonden zijn. De GA-werkwijze maakt dit onderscheid niet, en er zijn casus behandeld waarin ouders niet tot een ouderschapsplan verplicht waren; niettemin is ook dan het opstellen van zo’n plan onderdeel van de werkwijze. In een convenantsituatie bepaalt het GAGW-koppel zelf wie het uiteindelijke convenant – een afspraak over de conflictpunten, soms een selectie – opstelt. Aanvankelijk was de gedachte dat in de GA-Pilot uit te besteden aan een externe mediator maar uiteindelijk is dat niet zo gebeurd. Daarvoor zijn 2 op zichzelf staande redenen. Enerzijds is er sprake van discontinuïteit en inefficiëntie: tijdverlies en informatieverlies zijn onvermijdelijk; er is verder ook geen financieel voordeel bij zo’n delegatiestap terwijl veel van de ouders wordt gevraagd. Anderzijds luistert juist bij complexe scheidingen, na zo’n intensief proces met GA en GW, de selectie van onderwerpen en de formulering van afspraken nauw; soms wordt nog in details naonderhandeld in de sfeer van uitvoerbaarheid. Deze fine-tuning lukt niet als een nieuwe professional het convenant opstelt die het voorgaande proces niet heeft meegemaakt.

Nadat het convenant door beide partijen is ondertekend wordt het in het geval van behandeling door een GA samen met een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan naar de rechtbank verzonden.

75

Dat gebeurt via een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding (zie ook hoofdstuk 5) waarbij verzocht wordt het convenant en het ouderschapsplan aan de af te geven echtscheidingsbeschikking te hechten. De rechter past bij een convenant marginale toetsing toe (zo is de praktijk naar het oordeel van de onderzoekers). Afhankelijk van de insteek van de rechter kan het ouderschapsplan nog aanleiding zijn voor een kort kind-gesprek, maar de werkdruk verhindert een grondiger verificatie. Als ouders het over een bepaalde invulling eens zijn, dan heeft die overeenstemming in zekere zin prioriteit. Als de rechter convenant en ouderschapsplan goed heeft bevonden, dan geeft deze de echtscheiding af; deze wordt daarna ingeschreven ('aangetekend') in het register van de burgerlijke stand (het ouderschapsplan zelf maakt geen deel uit van die inschrijving). Via een door beide echtgenoten ondertekende akte van berusting (dat zij niet in beroep gaan) kan die inschrijving versneld gebeuren. Op het moment dat de echtscheiding wordt aangetekend in de burgerlijke stand is het huwelijk officieel door echtscheiding ontbonden. Bij de afronding van het juridische proces is de ingezette hulpverlening voor de gezinsleden vaak nog lopende, zie 6.7. Een ander traject ontstaat bij rechtsgang.

We doelen hier niet op een deelbeslissing van de rechter op een specifiek punt tijdens het GA-proces om vervolgens de weg richting (deel)convenant voort te zetten. Maar het gaat wel om een eindbeslissing als ook de GA-werkwijze in zekere zin faalt. In die situatie zijn er nog verschillende routes die onder regie van de rechter tot een beschikking komen; als hoofdzaken besloten zijn kan nog soms voor uitwerking gedelegeerd worden. Maar het eindresultaat is een beschikking plus een door de rechter geregisseerd ouderschapsplan. Een derde vorm van 'afronding' is in de GA-Pilot niet uitgewerkt, zo bleek door het onderzoek: de werkwijze als één of beide ouders uit de GA-procedure stappen. Dat gaat niet alleen over informatieoverdracht aan nieuwe juridische actoren maar ook over het al dan niet volgen c.q. geïnformeerd worden over het beloop. 6.8.7 Nazorg en monitoring Na de afronding volgde de follow-up fase, waarin het gaat om nazorg en monitoring. Het was de bedoeling dat de GA en GW in de follow-up periode nazorg aanboden; maar de nazorg was verder niet geprotocolleerd, of gedifferentieerd naar aard van de afronding (convenant of zaak), of naar niveau van escalatie na afloop. Nazorg vond, zo bleek bij de afgeronde casus, in sommige situaties wel plaats, afhankelijk van beschikbare tijd en opportuniteit.

De GW (soms ook de GA) bleef dan nog beschikbaar voor de ouders, of volgde deze actief. Er waren ook casus waarin de GAGW het gezin "warm" overdroeg aan de oorspronkelijke verwijzer, met een toelichting van de ingezette hulpverleningstrajecten en afspraken. In de Pilot waren ook zaken zonder nazorg, doorgaans door tijdgebrek. Dat werd overigens als zeer ongewenst ervaren in zaken waarin het convenant als fragiel werd ervaren. Lang niet altijd ligt dat aan de ouders (hoog resterende escalatieniveau). Vaak is de nieuwe situatie ook bij coöperatieve houding van ouders onderling veeleisend, psychologisch (bijv. kinderen zijn niet eens met de constructie) of praktisch (grote afstand tussen de nieuwe huisvesting van de ouders). Monitoring is iets anders dan nazorg maar kan bij goede planning wel vaak ermee worden gecombineerd. Ze wordt op de zgn. routekaart van de GA-procedure (een soort verkorte weergave van het proces) ook genoemd naast nazorg. Kortgezegd is monitoring het via vaststellen en vastleggen van enkele kerngegevens, peilen van hoe goed of slecht het gaat met de belangrijkste indicatoren van succes en van bedreigingen (met name het escalatieniveau). In de GA-Pilot was de monitoring verder niet uitgewerkt met bijv. een vast follow-up moment en selectie van de kerngegevens waarmee – ook ten opzichte van het begin – het beloop moest worden gevolgd.

Ook was de routekaart nog niet uitgewerkt als monitoring zou wijzen op problematiek. In het onderzoeksproces was daar wel rekening mee gehouden.

76

6.9 Tools en andere voorwaarden 6.9.1 Handboek Gezinsadvocaat Het handboek Gezinsadvocaat is een leidraad voor de gezinsadvocaten en gedragswetenschappers waarin werkinstructies zijn opgenomen. Het is gedurende de GA-Pilot opgesteld, door secretariaat en projectleiding en aantal GA’s, en werd/wordt steeds geactualiseerd ('living document'). Het is op dit moment geen openbaar beschikbaar document, vermoedelijk zijn Intellectual Property Rights van toepassing op grote delen van dit document (net als op de risicotaxatie instrumenten die eerder genoemd werden). Het handboek heeft als doel een gestroomlijnde en qua filosofie eenduidige werkwijze te documenteren en ook te verantwoorden. Het is tegelijk een manual en een verantwoording. Het geeft voor veelvoorkomende situaties de werkwijze aan, en over de tijd wordt daar op basis van cumulatieve ervaring steeds wat aan toegevoegd (of gewijzigd). Het zorgt voor eenduidigheid in terminologie in communicatie en documentatie: omschrijving van het product is zo gestandaardiseerd en sleuteldocumenten zijn over verschillende GA’s identiek. De vormgeving is praktisch, modulair, voor gebruik in de gewone praktijk. Er zijn in de loop van de Pilot wijzigingen aangebracht op grond van opgedane ervaringen van de gezinsadvocaten en gedragswetenschappers. Het handboek is opgedeeld in drie verschillende delen, naast een inhoudsopgave.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13419318/1