CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-Omgevingsvisie

Gemeenteraad 28 januari 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Wensen en bedenkingen op concept-Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch34.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hiertoe behoort ook de woningbouwopgave als onderdeel van de verstedelijkingsstrategie van Noord-Brabant in het kader van de NOVEX-afspraken7 met Rijk, regio en provincie. In de Brede Binnenstad+ betekent deze groei minstens 15.000 woningen in hoogstedelijke vorm en minstens 10.000 in een ste-

65

66

delijke setting in de stedelijke en landschappelijke wijken binnen en buiten de snelwegring van A2 en A59. De huidige omvang van de Brede Binnenstad is naar verwachting niet voldoende, dus komen ook de aangrenzende gebieden aan de noordzijde en rond Station Oost hiervoor in aanmerking. Daarnaast worden nog minstens 1.000 woningen in en om de dorpen en in een klein deel van het buitengebied voorzien voor superlandschappelijk, zelfvoorzienend wonen ter versterking van het landschap. ’s-Hertogenbosch bouwt vooralsnog alleen grootschalig buiten de huidige grens van het verstedelijkt gebied in de Groote Wielen Noord-Oost, waar minstens 2.000 woningen zijn voorzien. Om Vinkel, Nuland en Rosmalen zijn nog kleine uitbreidingslocaties voorzien. De locaties zijn niet bedoeld om te bouwen in een stedelijke dichtheid en verschijningsvorm, maar voor een betere overgang tussen stad en land met een programma passend bij de behoefte van de dorpse gemeenschap. Een extra woonopgave (3.000-5.000 woningen) in het kader van ‘Bandstad’ bovenop de huidige opgave en de NOVEX-afspraken -wat gezamenlijk de ‘autonome groei’ wordt genoemd op rijksniveau- is niet meer passend binnen het bestaand stedelijk gebied, de Groote Wielen en de kleinschalige uitbreidingslocaties. Een nieuwe grootschalige uitleglocatie kan gevonden worden op basis van het principe van water-, bodem en cultuurhistorie sturend.

De noordoosthoek van Nuland heeft in beginsel de meeste potentie om een deze woonopgave te ontvangen. Op basis van de onder-

bron afbeelding vorige pagina: optopping kantoor RWS, Houben / Van Mierlo architecten

concept omgevingsvisie

zoeken en analyses van Rijk in het voorontwerp Nota Ruimte (juni 2024) is een dergelijke vraag niet eerder voorzien dan 2030-2035 en afhankelijk van veelheid van factoren. Deze tijdspanne biedt de ruimte voor een zorgvuldig traject met de samenleving en samenwerkingspartners. Als de vraag concreet wordt en uit een eerste en intensieve verkenning blijkt dat de woonopgave op hoofdlijnen haalbaar, betaalbaar en maakbaar is, volgt een open en intensief gesprek en afstemming met Nuland. Een dergelijke versnelde doorontwikkeling van dorp naar groeikern mag niet worden onderschat. Vooruitlopend op het toekomstige proces plaatsen we een tweetal onderwerpen nu al op de ontwikkel- en onderzoeksagenda. Op de eerste plaats is een openbaar vervoersontsluiting in de vorm van een nieuw station op spoorlijn ‘s-Hertogenbosch-Oss randvoorwaardelijk om de druk op de A59/A2 niet verder te laten toenemen. Niet als sluitstuk, maar direct in de eerste fase. En daarnaast verdient de instandhouding van de werking én bijzondere kwaliteiten van de Naad van Brabant onze aandacht. bestaande beter benutten Meer dan 70% van de woningen die we in 2050 in ‘s-Hertogenbosch nodig hebben, staan er nu al. Daarnaast is 6 op 10 bestaande woningen een min of meer klassieke eengezinswoning met een tuin en twee tot vier slaapkamers.

De ‘versteende herinnering’ aan de demografische samenstelling en maatschappelijke ideaalbeeld. Het aantal alleenstaanden en stellen is inmiddels groter dan het aantal gezinnen. Daarbij zal het aantal huishoudens in de toekomst nog verder verdunnen onder invloed van vergrijzing en maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Een ‘dak boven het

Zin in ’s-Hertogenbosch

hoofd’ is natuurlijk het belangrijkste, maar de kwaliteit van wonen en leven ontstaat pas echt in een passende woning en omgeving. En dat is niet per se een nieuwe woning. ‘s-Hertogenbosch zal en moet de bestaande woningen en wijken beter benutten en kan niet alleen volstaan met het bouwen van nieuwe woningen. Optoppen, delen en splitsen zijn allemaal strategieën op gebouwniveau, die kunnen leiden tot het beter benutten van bestaande woningen. Ook het transformeren van vastgoed dat de bestaande functie heeft verloren past binnen deze aanpak. Op bouwblokniveau kan zelfs sloop-nieuwbouw als kans worden aangegrepen om bestaande buurten en wijken beter te benutten. Initiatieven die de bestaande voorraad beter benutten worden positief ontvangen, zolang ze aansluiten bij de draagkracht en opgaven van de wijk. Gebouwen vertimmeren tot kleine hokjes met hoge huren past daar niet in. B. we stellen nabijheid en diversiteit centraal Voor werken aan betere wijken is een analyse op gebiedsniveau vertrekpunt. Dit gaat hand in hand met het wijkgerichte werken en in samenspraak met bewoners. Zo krijgen we waardevolle data over de kracht- en pijnpunten in de wijk, waarmee we gerichte keuzes kunnen maken voor het programma dat nu en in de toekomst het beste bij de buurt als gemeenschap past. We denken daarbij in generaties waarmee voorkomen wordt dat programma’s te vluchtig zijn.

groeien als wijk en buurt Voor grotere projecten en gebiedsontwikkelingen wordt zowel een demografische als een impactanalyse uitge-

67

voerd. De demografische analyse motiveert het programma op buurt of wijkniveau vanuit demografie en huishoudensontwikkeling met als doel om de stad en dorpen divers en complementair te houden. Ook wordt de nieuwe en bestaande woningvoorraad in de omgeving betrokken. De bouw van een bepaald woningtype kan bijvoorbeeld een verhuisbeweging op gang brengen in de bestaande voorraad, waardoor meerdere doelen worden gediend. In het woonbeleid worden de doelen en het programma op kern, wijk en buurtniveau actueel gehouden. Uit het participatietraject in de verschillende deelgebieden blijkt ieder gebiedsdeel zijn opgaven en accenten te hebben voor de komende periode. Zo is in de Brede Binnenstad bijzondere aandacht vereist voor meer stedelijke woonvormen voor (jonge) gezinnen met hoogstedelijke oriëntatie. In de stedelijke wijken moet de focus liggen op meer diversiteit in het woningtype en de eigendomsvorm. Betaalbaar wonen voor jongeren en ouderen, gericht op doorstroming en sociale cohesie is het dominante geluid in de landschappelijke wijken en dorpen. De impactanalyse brengt de gevolgen van een groter project of gebiedsontwikkeling op de basisvoorzieningen in de ontvangende of nabijgelegen buurt, wijk of dorp in kaart.

Het doel is om zoveel gebruik te kunnen (blijven) maken van basisvoorzieningen in je eigen wijk of kern, dat voorkomt onnodige mobiliteit en versterkt de sociale cohesie. Denk hierbij aan de huisarts, basisschool en kinderdagopvang. We moeten voorkomen

68

dat door een project of gebiedsontwikkeling de nabijgelegen voorzieningen overvol raken en pas jaren later de juiste capaciteit kunnen bieden, deze moeten we meteen mee programmeren. Andersom kan een nieuw woonprogramma in bestaande wijken het draagvlak van basisvoorzieningen vergroten en/of behouden. Voor deze analyses kunnen we steeds intensiever gebruik maken van de analysemodellen van een digitaal stadsmodel en geven we vorm aan ‘slim samenleven’. Het actueel houden en optimaliseren van het aanbod van basisvoorzieningen op stadsdeel, dorps- en gemeenteniveau heeft continue aandacht in beleidsvorming, maar moet beter in samenhang met de woningbouw worden geprogrammeerd. Op deze wijze zorgvuldig met het programma sturen in de stad en dorpen kan veel ongemak, desinvesteringen en/of het sluiten van basisvoorzieningen voorkomen. Door meer te sturen in het programma met de uitkomsten van de demografisch en impactanalyse in de hand kan iedere (nieuwe) Bosschenaar een passende woning en woonomgeving vinden. Passend bij de draagkracht, huishoudensamenstelling, een eventuele zorgen ondersteuningsbehoefte en het dagelijks ritme. rijker palet van woonvormen In ’s-Hertogenbosch wordt de laatste periode al veel diverser gebouwd. Niet per se uit overtuiging, maar eerder omdat plekken en omstandigheden erom vragen.

Meer stad, minder ruimte en een veranderende bevolking vragen om maximale creativiteit in de waaier van woonvormen. Met aan het ene uiterste de grondgebonden woning met de tuin en oprit in Bokhoven en

aan de andere zijde het penthouse in Paleiskwartier met een klein balkon maar de bruisende binnenstad aan je voeten. En alles daartussen in van woonwagen of woonboot, tot tiny houses, rijwoningen, appartementen enzovoorts. Toch is het palet van woonvormen nog altijd vrij smal en zijn de bijzondere woonvormen klein in aantal. We zetten dan ook in op meer diversiteit en in grotere aantallen dan voorheen. Passend bij een snel veranderende maatschappij met een veelheid aan woonwensen en samenlevingsvormen. Denk hierbij aan groepswonen, zelfbouw, flexwonen, offgrid-wonen, kangoeroewonen, familiewoningen, gezinsappartementen, plintwoningen enzovoorts. Andere en nieuwe woonvormen hebben ook invloed op de omgeving. Dit vraagt onderzoek naar hoe deze zich verhouden tot de omgeving en of dit mogelijk om andere inrichting van de openbare ruimte vraagt. Denk hierbij aan gestapelde woonvormen in een hoogstedelijk woonmilieu zonder eigen buitenruimte en nauwelijks parkeerplaatsen. Voor het ‘slagen’ van die woonvormen is het van belang dat wat niet in of om de woning aanwezig is in de nabijheid wel wordt aangeboden. Zoals voldoende buiten- en speelruimte voor kinderen, parken om te sporten of te barbecueën, goed alternatief vervoer, voorzieningen op loop- en fietsafstand of laad- en losmogelijkheden voor de deur. Mits goed ontworpen, bevordert dit bovendien ontmoeting en sociale cohesie.

Om dit waar te maken is het stellen van harde eisen aan de kwaliteit van de openbare ruimte nodig. Daarnaast zijn flexibiliteit en aanpasbaarheid middelen om sneller in te kunnen spelen op maatschappelijke en

demografische veranderingen. Dit geeft onzekerheid en discussie maar nodigt ook uit tot innovatieve oplossingen die mee kunnen groeien met de ontwikkelingen in buurten en wijken. In het verleden hebben we gezien dat innovatieve woonvormen zoals de bolwoningen in Maasstroom, de ‘kastelen’ in Haverleij en Minitopia verschil maken en bijdragen aan de eigenheid, binding met en vernieuwing van de stad. C. we differentiëren in dichtheid en dynamiek Eén van de kwaliteiten van ’s-Hertogenbosch is het onderscheidend karakter van wijken, buurten en dorpen. Met het verdichten of transformeren van de stad hebben we niet de intentie om eenheidsworst te maken. Bouwen in de stad en dorpen dwingt tot een grote zorgvuldigheid, niet alleen op de plek maar ook in relatie tot de omgeving. Zo vraagt iedere plek om een eigen strategie: verdichten, transformeren, ruimte geven aan iets anders of juist koesteren. Alleen als de bestaande waarden van de plek en omgeving het toelaten gaan we verdichten en/of transformeren. Waarbij we kritisch zijn op wat van waarde is. Persoonlijk uitzicht of een niet gebruikt grasveld zonder natuurwaarde zijn geen reden om niet te verdichten. We kiezen voor een gebiedsgerichte benadering, die de kwaliteit en diversiteit van de gehele stad behoud en versterkt. Ook willen we niet overal een gelijke mate van dynamiek.

Voor sommige voorzieningen zal de Brede binnenstad de belangrijkste of enige plek blijven, denk aan het theater of het hoger onderwijs, maar voor steeds meer commerciële en maatschappelijke voorzieningen en faciliteiten zullen de centra en stadsstraten een goed en volwaardig alternatief kunnen bieden. Daarbij

concept omgevingsvisie

denken we in netwerken en combinatiebezoeken op dagelijkse basis als we nieuwe voorzieningen ruimtelijk positioneren. Daarbij hoeft niet elke voorziening in alle centra beschikbaar te zijn. Wijk- of dorpscentra kunnen ook aanvullend op elkaar zijn en samen een volwaardig aanbod creëren. hoogstedelijke Brede Binnenstad In de komende periode wordt de Brede Binnenstad een steeds belangrijkere woonlocatie. Tot 2040 verdubbelt hier het aantal woningen. In de Brede Binnenstad, conform de Verstedelijkingsstrategie NOVEX Stedelijke Brabant in partnerschap met Rijk en provincie. De impact van al deze nieuwe bewoners is heel groot. De Brede Binnenstad zal nog intensiever worden gebruikt. Bewoners in een hoogstedelijk gebied zijn meer uitgaand en maken volop gebruik van de openbare ruimte. Bovendien hebben ze een andere mobiliteitsbehoefte met minder autogebruik. Dit vereist naast het toevoegen van woningen ook het toevoegen van nieuwe voorzieningen, aanpassingen aan de openbare ruimte, het activeren en geschikt maken van routes voor sport en recreatie, groen en blauw en een betere verbinding met omliggende gebieden. Kortom, het aan de hand van een impactanalyse meeprogrammeren en ontwerpen van bij de woonvorm en het gebied passende basisvoorzieningen. Niet achteraf, maar als onderdeel van het woon- en leefmilieu.

Dit vraagt om verder te kijken dan de grens van een project of gebiedsontwikkeling. Bijzondere aandacht vraagt het slechten van de barrièrewerking van het spooremplacement. Het nieuwe

Zin in ’s-Hertogenbosch

station kan hierin een verbindende rol spelen als verblijfsplek, maar ook als route tussen de verschillende delen van de binnenstad. Maar dit alleen is niet voldoende. Er zijn uitbreidingen nodig naar het voorbeeld van de Paleisbrug. Ook de Diezemonding met een nieuw stadsfront aan de Ertveldplas is belangrijk. Voor de aangrenzende buurten en wijken is het voortdurend de opgave om in sociaal, ruimtelijk en economisch perspectief mee te groeien met de Brede Binnenstad. Het beter benutten van de hoofdstructuur, zoals stadstraten en centra kunnen hierin een rol vervullen, door de groei in ruimtelijke zin te begeleiden. Voor de stedelijke uitloopgebieden, zoals het Bossche Broek, moet er volop aandacht zijn voor een balans tussen natuur en recreatie. Kwetsbare natuur moeten we blijven beschermen, maar er moet ook voldoende ruimte zijn voor de actieve stedeling. stedelijke dynamiek van rust, ruis en reuring In de Brede Binnenstad blijven we voortbouwen op de rijke bouwhistorie en heerst een mix van ruis en reuring. Verstilde plekken zijn een uitzondering, maar van grote waarde voor een goede balans. De kunst van bouwen en verdichten in de oude binnenstad is het maximaal benutten van de potentie van een locatie, zonder overdreven op te vallen of aandacht te trekken.

Het gaat hier om het naadloos inpassen, de menselijke maat bewaken en nu al rekening houden met verandering, We bouwen de monumenten voor de toekomst, zonder het bestaande te kopiëren. Illustratief hiervoor is het binnenstedelijk project Amadeiro. Maar de Brede Binnenstad is meer dan de oude binnenstad, ook in het Paleiskwartier ontwikkelen we verder. Het is niet bijna af, maar belandt in een nieuwe fase: een fase van

69

70

verdichten. In de oude Binnenstad wonen bijvoorbeeld bijna 30% meer Bosschenaren per hectare dan in het Paleiskwartier. In de noordelijke Spoorzone wordt een aantal verouderde gebieden getransformeerd met een mix van wonen, werken, onderwijs, cultuur, sport en andere maatschappelijke en commerciële voorzieningen. In eerste instantie via de bekende gebiedsontwikkelingen van de Bossche Stadsdelta, IKDB en EKP. Als deze in de steigers staan, pakken we door in de directe schil daaromheen, zoals het Veemarktkwartier, het gebied ten noorden van de Dieze en langs de Ertveldplas. Maar ook in onbruik geraakte gebieden of met gebieden met een monotoon gebruik grenzend aan de Brede Binnenstad, komen in aanmerking voor verdichting. Die hiermee langzaam opschuift in noordelijke richting. In de stedelijke wijken binnen de ring wordt een mozaiek van rust, ruis en reuring gecreëerd. Op een aantal locaties wordt volop ingezet op verdichting met een verschillende intensiteit en omvang. Op andere plekken is er ruimte om te verdunnen voor groen en water, om klimaatverandering op te vangen, stadsnatuur te verbeteren of ruimte te bieden voor sport en bewegen. Per saldo leidt dit mozaïek van rust, ruis en reuring wel tot verdichting, een gezonde leefomgeving en betere leefbaarheid én meer afwisseling en dynamiek in de stedelijke wijken.

Het gebied rond Station Oost en stadion de Vliert verdicht tot een hoogstedelijk milieu met bijzondere aandacht voor sport en bewegen. De stadstraten, nabij (belangrijke) openbaar vervoershaltes en wijkcentra verdichten tot een stedelijk niveau en worden beter herkenbaar in de stedelijke structuur door hun dichtheid en mix van functies. Langs hoofdroutes voor de fiets kan ook verdichting plaatsvinden, mits dit

concept omgevingsvisie

niet leidt tot verdringing van de kwaliteit als fietsroute. In sommige wijken met veel onbestemde en ongebruikte ruimte is daarnaast nog veel te winnen door herstructurering en verdichting. Ook zullen er altijd weer nieuwe locaties komen die vragen om transformatie. In de landschappelijke wijken buiten de ring is een mix van rust en reuring. Het gebied rond het station van Rosmalen wordt verdicht naar een stedelijk niveau en maakt maximaal gebruik van goede ontsluiting, het nabijgelegen centrum en de aangename schaal en maat van de omgeving. Ook in de andere centra is (beperkt) ruimte voor verdichting, zoals in de Maaspoort en in de verre toekomst misschien wel de Groote Wielen. Ook in de landschappelijke wijken is verdichting nabij openbaar vervoershaltes, aan hoofdfietsroutes en door transformatie van in onbruik geraakte locaties noodzakelijk. De meeste wijken en buurten veranderen niet op grote schaal, maar per saldo is in de landschappelijke wijken sprake van verdichting. In de dorpen overheerst een mix van rust en ruis. Verdichten is mogelijk in de dorpscentra en aanloopstraten en op vrijkomende kavels en terreinen. Het principe is niet zo maar ‘een straatje erbij’, maar eerst een hofje, straatje of steegje ertussen of (een) laagje(s) erop.

Daarmee is het mogelijk om nieuwe woningen in te vlechten in het bestaande weefsel en vlechten bewoners zich op hun beurt in de samenleving. De groei van dorpen moet passen bij hun historische ontwikkeltempo. Doseren en faseren zijn hierbij leidend. Doseren geven we vorm door een continue en autonome groei van circa 1% per jaar als uitgangspunt te

Zin in ’s-Hertogenbosch

hanteren. We bouwen om de dorpse gemeenschap en structuur in evenwicht te houden, zo kunnen we nieuwe ontwikkelingen invlechten in de bestaande dorpsgemeenschappen. Soms bouwen we sneller als het niet anders kan, maar we weten ook dat de bouw kan vertragen door factoren waar we geen invloed op hebben. Grotere percelen of gebieden worden opgeknipt in verschillende fasen, die net per se volgtijdelijk worden uitgevoerd. Hiermee voorkomen we dat één ontwikkeling jaren lang de enige plek is waar gebouwd kan worden. We willen ook ruimte kunnen geven aan andere initiatieven. In het ommeland overheerst rust, de reuring komt hooguit van de landbouw en nieuwe gebruikers van het buitengebied. Incidenteel is ruimte voor ruis in de vorm van superlandschappelijk wonen op de hoger gelegen zandgronden. We zetten hier niet in op woonenclaves op voormalige agrarische bouwpercelen, maar willen het landbouwareaal van de voormalige agrarier erbij betrekken. We bieden de mogelijkheid om op basis van landschapsontwikkeling solitaire woningen verspreid over een voormalig agrarisch domein te realiseren. Het uitgangspunt is 1 woning per 4 ha met maximum van 6 woningen per initiatief met tegelijkertijd de afbouw intensieve agrarische productie van kavel en cultuurgronden. Hiermee kunnen we werken aan landschapsherstel en het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het landschap.

Dit haalt de druk af van het intensieve hergebruik van het agrarisch bouwkavel.

71

Welvarend welzijn Legenda

Werklandschap Productielandschap Bestaand Stedelijk productielandschap Uitbreiding Stedelijk productielandschap Productielandschap in de wachtstand Grootschalig kleipolderlandschap Overgangszone tussen stad en ommeland Transitie van de landbouw op hoge zandlandschap

Welvarend welzijn Legenda

Legenda

Interactielandschap Stedelijk interactiemilieu Kleinschalig interactiemilieu

Werklandschap Productielandschap Bestaand Stedelijk productielandschap

Buurtlandschap Ruimte voor initiatieven in de wijken

Uitbreiding Stedelijk productielandschap Productielandschap in de wachtstand Grootschalig kleipolderlandschap Overgangszone tussen stad en ommeland Transitie van de landbouw op hoge zandlandschap Interactielandschap Stedelijk interactiemilieu Kleinschalig interactiemilieu

72

Buurtlandschap Ruimte voor initiatieven in de wijken Zorg en beweeglandschap Sportlandschappen Zorglandschap

Zorg en beweeglandschap Sportlandschappen Zorglandschap

3.4 Welvarend welzijn De termen welvaart en welzijn worden vaak door elkaar gebruikt. Dat is ook niet zo vreemd, omdat beide termen elkaar overlappen in betekenis en wederkerig zijn. Daarom verbinden we deze termen in de omgevingsvisie. We leggen hierbij de focus op het scheppen van de juiste ruimtelijke condities voor een goede staat van welvaart en welzijn van de Bossche samenleving. In Welvarend welzijn staan de plekken waar we werken, ondernemen zorgen, sporten en recreëren centraal. Dit kan niet apart gelezen worden van de ambities, opgaven en handelingsperspectieven in de andere Bossche ontwikkellijnen. In Groots vergroenen ligt de toegevoegde waarde van groen en water voor de leefomge-

ving besloten, als plek om te sporten, bewegen, ontmoeten en voor verkoeling. In Bouwen aan generaties staat de woning en de nabijheid van voorzieningen in de woonomgeving centraal. En in Vorstelijk verbinden is volop aandacht voor de ontmoetingsfunctie van een goede openbare ruimte, die gezond gedrag stimuleert en bereikbaar maakt van wat niet nabij is voor iedereen.

3.4.1 wat we zien Een eigen plek in de samenleving waar je je prettig voelt en het aan ‘niets’ ontbreekt, is voor ons allemaal van belang en goed voor het individuele en collectieve welzijn. Daarmee staat onze welvaart ten dienste van het welzijn van de samenleving. Omdat ook niet alles kan, moeten we daarin een realistisch perspectief schetsen. Het is een continue zoektocht naar een volhoudbare balans tussen de belangen van bewoners, bedrijven, instellingen en wat de omgeving nu en in de toekomst aan kan. Op een natuurlijke wijze of met behulp van techniek en maatregelen. De basis voor welvaart en welzijn ligt in ontmoeting, tussen bewoners, bedrijven en maatschappelijke, kennis en commerciële instellingen. In het samen dingen

concept omgevingsvisie

Zin in ’s-Hertogenbosch

73

74

tot stand brengen, elkaar dingen gunnen, naar elkaar omkijken en rekeninghouden met elkaar en met de omgeving. De omgeving moet hiervoor een podium bieden en de processen in de samenleving faciliteren. Om dit te kunnen realiseren moeten we zowel de behoeften en wensen op dit vlak scherp in beeld hebben. Om vervolgens te toetsen of de omgeving hiervoor nog de juiste condities biedt. We schetsen eerst een aantal ontwikkelingen, trends en waarnemingen op dit vlak die van invloed zijn op het gebruik van de ruimte. We beperken het tot de meest essentiële kwesties, die van invloed zijn op onze ruimtelijke ambitie en opgaven en/of bepalend zijn voor het handelingsperspectief. We signaleren verschuivende waarden over welvaart richting welzijn, de afnemende noodzaak om wonen en werken te scheiden en een verandering in de vraag naar ruimte voor werken. Ook zien we een verschil in kansen krijgen en mee kunnen doen tussen buurten en wijken. De veranderende vraag in zorg, sport en recreatie en de worsteling om circulariteit ons eigen te maken. verschuivende waarden Tot ver in de twintigste eeuw werd het gevoel van saamhorigheid en van succes vooral bepaald door werk, opleiding, geloof en vereniging. Maar de samenleving is in relatief korte tijd sterk veranderd en focus op materiële welvaart daalt.

Succes en je plek in de samenleving wordt niet langer alleen bepaald door je inkomen, vermogen en carrière, maar ook door gezondheid, sociale relaties, ontplooiing, gelijke kansen, belevenissen, geluk en zingeving. Desondanks blijven welvaart en werk van groot belang om invulling te geven aan deze bredere vorm van welvaart. Ook is voor velen werk nog altijd de basis voor identiteit, ontmoe-

concept omgevingsvisie

ting en sociale contacten. De verhoudingen verschuiven dan ook niet voor iedereen even snel. En is er nog steeds een substantiële groep Bosschenaren voor wie de traditionele verhoudingen en waarden nauwelijks zijn veranderd. De verschuivende waarden of beter gezegd het toevoegen van waarden aan het bestaande waardenpatroon is ook zichtbaar in de stedelijke ruimte. Steeds meer bedrijven hebben een koffiebar, sportfaciliteiten, een goed restaurant en als het even kan een tuin om te ontspannen of voor een goed gesprek. Ook zien we een toenemend aantal claims op de publieke ruimte voor recreatie, toerisme en festiviteiten. Voor een grote groep mensen raakt werken, wonen, leven en welzijn daardoor steeds meer met elkaar verstrengeld. De verschuivende waarden komen ook tot uitdrukking in de eisen en wensen die consumenten en wet- en regelgeving stellen aan de omgang met grondstoffen en ons natuurlijk kapitaal11. Ook dit vraagt om extra ruimte, maar het moet niet overal op hetzelfde moment of in gelijke mate. De ene ontwikkeling creëert ruimte door meervoudig gebruik, terwijl andere manieren van produceren zoals kringlooplandbouw juist meer ruimte vragen. circulariteit vraagt extra en andere ruimte De circulaire economie heeft ruimte nodig om de transitie te maken naar een circulaire samenleving, waarin we zoveel mogelijk lokaal inzamelen, hergebruiken en delen.

We gebruiken alleen de benodigde energie en voorkomen onnodige mobiliteit door in te zetten op nabijheid en collectiviteit. Bijvoorbeeld meer openbaar vervoer, auto’s delen en stadsdistributiehubs. We kij-

Zin in ’s-Hertogenbosch

ken daarbij waar ‘s-Hertogenbosch een rol in kan nemen, vanuit Bossche economische structuur. Een sector als de bouw is sterk vertegenwoordigd in de lokale en regionale economie. Ook voor het repareren en recyclen is het relevant om te kijken wat lokaal kan worden georganiseerd en wat op andere schaalniveaus efficiënter kan. De ruimtevraag voor de circulaire economie vraagt deels extra ruimte en deels ander gebruik van bestaande ruimte. Uit de studies blijkt dat het ruimtebeslag zich tenminste op vier manieren zichtbaar wordt. Op de eerste plaats vraagt inzamelen en recyclen om extra ruimte voor tijdelijke opslag van producten en teruggewonnen grondstoffen. Ook zijn er extra bedrijventerreinen nodig met zwaardere milieucategorieën 5+. De recyclingsprocessen gaan vaak gepaard met zwaardere overlast. Maar dit betekent niet altijd een extra kwantitatief ruimtebeslag, maar eerder een kwalitatief. Oftewel dat terreinen waar mogelijk en op afstand van de verdichte stad en dorpen een hogere milieucategorie moet krijgen. Op kleinere schaal zien we een ruimtevraag voor stadsdistributie, reparatiebedrijven, kleine inzameldepots. Waarbij het vooralsnog vaak gaat om een ander gebruik van bestaande panden. En als laatste zien we een ruimtevraag in het landelijk gebied voor gewassen die bijdragen aan de circulaire economie.

Steeds meer producten gebruiken natuurlijke gewassen worden gebruikt als grondstof, bijvoorbeeld voor woningen, kleding, energie en wegen. Dit hoeft niet altijd tot een extra vraag naar ruimte te leiden, maar kan ook als dubbelgebruik worden toegepast in retentiegebieden voor hoogwater of gebieden die voor de traditionele landbouw geen perspectief heeft.

75

Voor ’s-Hertogenbosch zit er met name spanning op de bedrijventerreinen met een zwaardere milieucategorie. De Rietvelden heeft bijvoorbeeld een milieucategorie 5+ en grenst aan de Brede Binnenstad. Andere (nieuwe) locaties – zoals Heesch-West – die gunstig gelegen zijn ten opzichte van verstedelijking en goed bereikbaar met zwaar verkeer, hebben dan weer een lagere categorie. Locaties met een hoge milieucategorie op goed bereikbaar plekken en op afstand van verstedelijking zijn van grote waarde voor de circulaire economie. De grote vraag naar natuurlijk grondstoffen voor de bouwsector levert juist interessant perspectief voor de land- en bosbouw. In het bijzonder als dit gewassen zijn die minder gevoelig zijn voor wisselende (grond)waterstanden. de scheiding van functies voorbij De afgelopen eeuw van functiescheiding heeft de stad veel gebracht. Het scheiden van wonen en werken was lange tijd volstrekt logisch vanuit het perspectief van gezondheid en het terugdringen van overlast. De scheiding is tegenwoordig zo ver doorgevoerd dat veel plekken te eenvormig zijn geworden. De huidige technieken en productiemethoden, de verschuiving van het zwaartepunt in de economie naar dienstverlening en een daarmee veranderende ruimtevraag voor werken maken een scheiding van wonen en werken voor de meeste economische activiteiten niet langer nodig.

Sterker nog, menging en nabijheid van wonen, werken en voorzieningen levert eerder voordelen op dan nadelen. Korte ketens worden mogelijk, ontmoeting en beweging wordt gestimuleerd, eenzaamheid tegengegaan, (sociale) veiligheid is vanzelfsprekend, werk kan om de hoek worden gevonden en onnodige mobiliteit

76

wordt voorkomen. opkomst van interactiemilieus Tot voor kort lag de focus bij nieuwe werklocaties voornamelijk op het aantal hectares bedrijventerrein en vierkante meters kantoorruimte met een goede verbinding naar de snelweg. Met de de veranderingen in de economie is in de afgelopen jaren de oriëntatie van veel bedrijven verschoven naar zogeheten ‘interactiemilieus’. Dit zijn (hoog)stedelijke gebieden met een mix van diverse bedrijven, (kennis)instellingen, wonen en voorzieningen, in een aantrekkelijke en representatieve omgeving. Bij voorkeur uitstekend bereikbaar met regionaal en landelijk openbaar vervoer. De Brede Binnenstad is hiervan een goed voorbeeld. Steeds meer werk wordt tijd- en plaatsonafhankelijk verricht in kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, thuis, koffiehuisjes of op een willekeurige plek met een internetverbinding. Dit leidt niet tot een leegstand op bedrijventerreinen, er is eerder een krapte als gevolg van een aanhoudende economische groei. Verouderde kantoren kenden daarentegen wel een structurele leegstand. Door de goede transformatiemogelijkheden van kantoren naar veelal wonen en de aanhoudende druk op de kanorenmarkt is leegstand verder beperkt gebleven tot de meest incourante voorraad en locaties.

Het midden- en kleinbedrijf met een sterk lokaal en regionaal profiel is goed vertegenwoordigd op de bedrijventerreinen, maar ervaart ook veel concurrentie om de ruimte. Bijvoorbeeld door grote bedrijven met een exponentiële groei en ruimtevraag en weinig binding hebben met de stad en samenleving, zoals internati-

onale logistiek of grote datacenters. Ze hebben vooral (goedkope) ruimte, stroom of een stabiel netwerk nodig. Het eventuele tekort aan arbeidskrachten wordt van buiten ingevlogen. Daarnaast zit veel kleinschalige commerciële bedrijvigheid en dienstverlening op de bedrijventerreinen, terwijl ze daar niet noodzakelijkerwijs hoeven te zitten gezien hun beperkte (milieu) overlast. Dit zijn bijvoorbeeld sportscholen, fotografen of computerzaken – die ook goed inpasbaar zijn in wijken buurtcentra. ongelijke kansen in buurten en wijken In ’s-Hertogenbosch zijn verschillen tussen buurten, wijken en dorpen. Niet iedereen heeft gelijke kansen op een hoge levenskwaliteit in termen van gezondheid, geluk en welbevinden. Als het bijvoorbeeld gaat om de levensverwachting, het aantal gezonde levensjaren of de kansen op een goede opleiding dan maakt het uit waar je opgroeit. Individuele keuzes worden sterk beïnvloed door de sociale omgeving waarin iemand opgroeit of leeft. Gezondheidsachterstanden en eenzaamheid hebben een grote impact op het leven van mensen en beïnvloeden een actieve deelname aan de samenleving op een negatieve manier. Dat vraagt van de samenleving de alertheid en ondersteuning, om mensen te een steuntje in de rug te geven of om hun zelfredzaamheid te vergroten wanneer dat nodig is.

De sociale structuur en sociale binding in wijken en buurten moet stevig zijn om meedoen laagdrempelig te maken. Dat vraagt zowel een persoonlijke aanpak als een aanpak waarin sociaal maatschappelijke organisaties in buurten en wijken samenwerken aan gelijke kansen en een betere toekomst.

Het creëren van gelijke kansen draait niet alleen om een sociale omgeving en het menselijk kapitaal12 ook de ruimtelijke omgeving speelt een belangrijke rol. De nabijheid en kwaliteit van werk, onderwijs, zorg en (maatschappelijke) voorzieningen in buurten, wijken en dorpen is van grote invloed op gelijke kansen. En als het niet nabij is, is het belangrijk dat het goed en makkelijk bereikbaar is met de fiets of het openbaar vervoer. Maar ook het faciliteren van ontmoeting en maatschappelijke initiatieven in de publieke ruimte en het tegengaan van anonieme en monotone wijken en gebieden horen daarbij. meer zorg, anders sporten en verscheidenheid in recreatie De vergrijzing zal de komende decennia een grote impact hebben op ons zorgstelsel. Sommige onderzoeken voorspellen dat in de toekomst 1 op 3 mensen in de zorg moet werken om de vraag aan te kunnen. Dit heeft op diverse schaalniveaus in de stad en dorpen gevolgen. Voor de woning en de woonomgeving betreft dit bijvoorbeeld ruimte voor eerstelijnszorg in de wijken en dorpen en geclusterde woonvormen voor ouderen, waar je ook met een toenemende zorgvraag kunt blijven wonen, zie ook Bouwen aan generaties. Op de schaal van stad en regio zal dit leiden tot een extra ruimtevraag voor grootschalige zorgvoorzieningen en –instellingen.

Sporten hebben we als samenleving lange tijd bijna exclusief in verenigingsverband uitgeoefend en dikwijls in teamverband. De laatste decennia zijn de individuele sporten niet gebonden aan een vereniging of club sterk gegroeid, eerst geleidelijk en de laatste jaren ex-

concept omgevingsvisie

plosief. De openbare ruimte is steeds vaker het decor voor het sporten, individueel en in groepsverband al dan niet met een commerciële tussenkomst. Ook zien we steeds meer binnensporten en beweging op commerciële basis, zoals trampolinespringen, fitness en boulderen. De openbare ruimte als plek om te sporten en te bewegen komt in Vorstelijk verbinden en Groots vergroenen ook aan de orde. De nabijheid van sporten beweegvoorzieningen in de woonomgeving is onderdeel van Bouwen aan generaties. Vooralsnog betekent de opkomst van deze sportvormen niet dat er veel ruimte vrijkomt op de traditionele sportcomplexen van verenigingen. De groei van de stad en de aandacht voor sport als onderdeel van een gezonde levensstijl maakt dat slechts incidenteel een veld of klein complex beschikbaar komt, terwijl op plekken waar bijvoorbeeld veel (jonge) gezinnen wonen alsnog een grotere vraag hebben dan het aanbod. Op recreatief en toeristisch vlak piekt ‘s-Hertogenbosch als het gaat om erfgoed, kunst en winkelen. De binnenstad staat steevast in de bovenste regionen op allerlei lijstjes als het gaat om beleving, aanbod en diversiteit. Dit bedient een grote doelgroep, maar kent wel een zwaartepunt in de seniorenmarkt. Een omvangrijke datastudie13 laat zien dat jongeren in hun vrije tijd vaak naar de omliggende steden Tilburg en Eindhoven trekken.

De concurrentie is groot, de bereikbaarheid goed en het aanbod divers met veel op studentengerichte voorzieningen. Daarnaast zijn de meer op inwonersgerichte recreatieve mogelijkheden in het ommeland nog beperkt van omvang. Denk hierbij aan ‘bestemmingen’ of ‘pleisterplaatsen’ aan de rand van de stad of verder daarbuiten, waar inwoners en mensen uit de regio

Zin in ’s-Hertogenbosch

graag komen voor een drankje, hapje en gezelligheid.

3.3.2 onze ambitie en opgaven Welvarend welzijn in ‘s-Hertogenbosch betekent dat werken, educatie, zorg, leven en wonen weer meer en beter in elkaar overvloeien en elkaars nabijheid opzoeken. Met voldoende ruimte voor extra arbeidsplaatsen en ondernemers en oog voor het welzijnsperspectief van en gelijke kansen voor een ieder. En waarin we de noodzakelijke stappen zetten voor een circulaire economie en samenleving. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we de volgende hoofdopgaven, zonder uitputtend te willen zijn. De opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie. • we ontmengen op de bedrijventerreinen, om elders in stad en dorpen te kunnen mengen en ruimte te houden voor overlastgevende bedrijven op het gebied van geur, geluid, stof e.d. • we geven de ruimte aan nieuwe interactiemilieus met een sterke mix van wonen, werken en voorzieningen in centra en nabij openbaar vervoersknopen met bijzondere aandacht voor onderwijs en jongerencultuur • we bieden meer ruimte voor werken en voorzieningen in wijken en buurten om gelijke kansen voor te bevorderen, de stad beter te gebruiken en korte ketens te stimuleren • we reserveren ruimte voor de circulaire economie passend bij ons economisch profiel, zowel op de bedrijventerreinen en de wijken als in het buiten-

77

•

•

gebied we houden ruimte beschikbaar voor grootschalige zorgvoorzieningen passend bij hun (mobiliteits) profiel en de stedelijke context we benutten het groots vergroenen van de stad, dorpen en ommeland om het sporten, bewegen en recreëren voldoende ruimte te geven

3.4.3 hoe we het willen doen ‘s-Hertogenbosch groeit qua inwoners, maar ook in banen, studieplekken, zorg- en recreatiebehoefte. Naar verwachting zal bijvoorbeeld het aantal arbeidsplaatsen verhoudingsgewijs meegroeien met de groei van de bevolking. Met de complexiteit aan opgaven kunnen we deze behoeften niet meer alleen op basis van kengetallen en spreidingsmodellen programmeren. Veel van deze vraag zal binnen het bestaand stedelijk gebied moeten worden gevonden en zal concurreren met woningen en andere voorzieningen om de ruimte. Daarnaast speelt voorlopig de netcongestie nog een sturende rol in de ontwikkelmogelijkheden. Nieuwbouw, verbouw of uitbreiding hangt samen met de mogelijkheid voor een energie-aansluiting. Ruimte voor werken en welzijn zal daarom op maat geprogrammeerd moeten worden in projecten, gebiedsontwikkelingen en herstructurering van wijken en centra. Dit kan ook zorgen voor interessante verbindingen en nieuwe combinaties. Zo kan groene ruimte tegelijkertijd ruimte bieden aan sport en beweging en bedrijventerreinen kunnen de verhoogde zonneparken en accu’s van de stad zijn. A. we koesteren de bestaande kwaliteiten en bouwen hierop voort Als centrum van bestuur, rechtspraak, religie en ver-

concept omgevingsvisie

maak en als regionaal cluster voor zorg en onderwijs is de economie altijd divers en stabiel geweest. De transformatie van de economie en samenleving vraagt flexibiliteit en creativiteit van de Bosschenaar, maar biedt ook unieke kansen en mogelijkheden. Passend bij ’s-Hertogenbosch gaat dat selectief, in haar eigen tempo en wordt gekozen voor de langlopende lijnen in tijd en kwaliteit. De transformaties op het vlak van produceren, energie en samenleving vragen om innovaties, die het beter, anders, slimmer maken en ook nog betaalbaar houden. Ook in ’s-Hertogenbosch is volop ruimte om te innoveren, met name in de kruisbestuiving tussen onze bedrijven, het onderwijs en de maatschappij. In de Bossche economie domineert het midden- en kleinbedrijf met lokale of regionale wortels. De arbeidsparticipatie is hoog en de werkeloosheid laag. In de Bossche samenleving is de sociale cohesie, deelname aan vrijwilligerswerk en verenigingsgraad bovengemiddeld. Dit zijn bijzondere kwaliteiten die terug te leiden zijn naar waardes die de Bossche economie en samenleving typeren, zoals verbondenheid, ontmoeting, zorgzaamheid en plezier in het leven. Deze kwaliteiten en waardes bepalen mede hoe je als stad en samenleving omgaat met transities en de uitdagingen van onze economie en maatschappij. De inrichting en het gebruik van de omgeving moet deze kwaliteiten borgen en versterken.

Daar past bijvoorbeeld niet een bedrijventerrein in vol met bedrijven, die geen relatie hebben met de stad, arbeidsextensief zijn en geen gebruik maken van het arbeidspotentieel of kennis- en kunde van het Bossche ecosysteem.

Zin in ’s-Hertogenbosch

Door de Bossche cultuur van ontmoeting en samen dingen doen kan talent aan de stad gebonden worden. We maken actief ruimte voor (data-)ondernemerschap (start-ups en scale-ups) en zorgen voor begeleiding, kennisuitwisseling en ontmoeting. Onder andere, maar niet exclusief in het Innovatie Kwartier Den Bosch (IKDB), de JADS en op de Onderwijs-boulevard. Ook werken we aan een goede positie van het onderwijs in het algemeen - en data-onderwijs in het bijzonder - op alle opleidingsniveaus. Vanuit deze basis bouwen we ons uitstekende vestigingsklimaat voor bedrijven en datatalent verder uit. Met slimme (datagedreven) toepassingen kunnen we oplossingen ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken. Deze keuze houdt in dat ’s-Hertogenbosch kiest voor innovatie en voortbouwen op de bestaande kwaliteiten, specialismes en interactie, zodat we slim samenleven. B. de stad als een caleidoscoop van werklandschappen ’s-Hertogenbosch gaat sterker sturen op het juiste bedrijf of activiteit op de juiste plek in het netwerk om de beperkte ruimte optimaal te kunnen gebruiken. Voor iedere onderneming en activiteit bestaat een beste plek waar men met de meeste impact kan ondernemen, maar dat is niet voor iedereen dezelfde plek.

De locatiekeuze wordt bijvoorbeeld bepaald door de kenmerken van de bodem (voor agrarisch gebruik), de milieucriteria zoals geluid, geur, stof, de betaalbaarheid van het vastgoed, de nabijheid van een station of snelweg, de uitstraling van een omgeving of dat er (nieuwe) werknemers of gelijkgestemden in de omgeving zijn. Voor iedere activiteit bepaalt een combinatie van deze factoren de keuze van de locatie. En dan is nog maar de vraag of deze ook beschikbaar is.

79

80

Vanaf nu werken we in ruimtelijke zin aan de hand van een vijftal werklandschappen om bedrijven, activiteiten, voorzieningen en andere functies beter op elkaar aan te laten sluiten en te profiteren van elkaars aanwezigheid: het productielandschap met een variant in de stad en het ommeland, het interactielandschap, het buurtlandschap, het zorg en beweeglandschap en het recreatief cultuurlandschap. De term werklandschap vervangt de traditionele termen als bedrijventerrein, industrieterrein of kantorenpark om te benadrukken dat de ruimte onderdeel is van een groter geheel. Binnen deze landschappen kunnen bedrijven, activiteiten en voorzieningen een plek vinden, en zoveel mogelijk de ruimte delen. Ook voor de meest milieubelastende bedrijven is dit haalbaar, zonder dat het tot een beperking van de activiteiten hoeft te leiden. We laten het strenge onderscheid tussen wonen en werken meer los en kiezen voor het principe van ‘ontmengen om te kunnen mengen’. Werken moet weer mengen in de wijken en de dorpen en profiteren van en bijdragen aan deze gemengde omgeving. Door lichtere bedrijven een plek te bieden in de stad, ontmeng je de zwaardere bedrijventerreinen, Wanneer in de nabijheid van wonen meer banen zijn, ontstaat interactie.

Dat schept niet alleen een economische perspectief voor bewoners en kleine ondernemers, maar zorgt ook voor bedrijvigheid, dynamiek en veiligheid in de publieke ruimte. En maakt kortere ketens en circulariteit beter mogelijk. De ontmenging van de bedrijventerreinen biedt vervolgens de mogelijkheid om op de juiste plek zwaardere bedrijvigheid met een grote milieubelasting de ruimte te geven. Het inzetten op meer menging be-

concept omgevingsvisie

tekent niet dat overal alles kan. Wet- en regelgeving op het vlak van milieu en gezondheid zijn een groot goed, maar ‘s-Hertogenbosch laat in haar afwegingen ook sociaal-economische en maatschappelijke motieven én ruimtelijke kwaliteit een eigen rol spelen. Het werken welzijnslandschap van ’s-Hertogenbosch is een fijnmazig, divers netwerk dat zich door de hele gemeente heen bevindt. Het fijnmazige karakter moet vooral sterker tot uitdrukking komen in meer ruimte voor activiteiten, bedrijvigheid en voorzieningen aan verbindende routes en plekken waar deze routes kruisen, de knopen. Denk hierbij aan de stadsstraten, P+R-locaties, stations, fietssnelroutes. Rond deze knopen en aan deze routes ligt veel potentie om de ruimte en de mobiliteit beter te benutten.

keer aantrekken. Het positioneren van deze bedrijven elders in de stad, dorpen en kleine stedelijk bedrijvenclusters zorgt voor een betere menging en geeft ruimte binnen het stedelijk productielandschap voor bedrijven en nieuwe activiteiten voor bedrijven met een hogere milieubelasting. Tot de nieuwe activiteiten behoren ook het grootschalige inzamelen, demonteren en opwerken van materialen en grondstoffen voor een circulaire economie, al dan niet als onderdeel van bestaande bedrijven. Tegelijkertijd moet in deze gebieden de ruimte beter en intensiever worden benut. Het gezamenlijk benutten van faciliteiten zoals parkeer- en opstelplaatsen, afvalinzameling, energievoorziening en intensief en meervoudig ruimtegebruik zorgt voor een efficiëntieslag op deze terreinen.

C. ontmengen voor een sterk productielandschap Het productielandschap valt uiteen in een stedelijk en een landelijk type. Het landelijke type is vooral gericht op hoogproductieve kringlooplandbouw en energieproductie, terwijl de stedelijke variant nog het meest lijkt op het traditionele bedrijventerrein . Daardat voorziet het primair in ruimte voor de milieubelastende bedrijvigheid die op afstand van woongebieden moet blijven. Hier zitten bedrijven die veel ruimte nodig hebben en veel vrachtverkeer aantrekken. Het zijn niet per se omvangrijke gebieden, maar ze liggen wel vaak aan de rand van de stad of solitair in het buitengebied.

Om het stedelijk productielandschap te versterken, efficiënter te gebruiken en ruimte te creëren voor bedrijven en nieuwe activiteiten, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Nieuwe ruimte of ruimte die wordt vrijgespeeld door ontmengen en intensiveren is primair voor milieubelastende bedrijven uit de hogere categorieën, inclusief ruimte die nodig mocht blijken circulaire economie, en voor bedrijven met een specifieke vestigingseisen, zoals watergebonden bedrijvigheid op De Rietvelden. In beginsel is dit niet voor nieuwe logistiek (X)XL, tenzij dit voor een optimale energiemix14 nodig is of onderdeel is van het verdelen van de provinciale ontwikkelopgave. • Op bestaande terreinen wordt ruimte gecreëerd voor groei en nieuwe bedrijven, die niet per se op een bedrijventerrein hoeven te zitten, te stimuleren om zich elders in de stad te vestigen, zoals stad-

stedelijk productielandschap In het stedelijke productielandschap is in nieuwe situaties geen ruimte meer voor stedelijke georiënteerde (kleinschalige) bedrijvigheid en activiteiten, die weinig tot geen overlast veroorzaken en maar beperkt ver-

Zin in ’s-Hertogenbosch

81

•

•

straten en wijkcentra. Waar de kans zich voordoet worden bestaande terreinen herverkaveld voor efficiënter gebruik en intensiveren we op oude en/ of extensieve kavels met een hogere dichtheid en bouwhoogte. We staan geen nieuwe zelfstandige kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen toe in het productielandschap en perken de ruimte voor XXL-logistiek verder in. Door het verbeteren van de bereikbaarheid met openbaar vervoer en snelfietsroutes kunnen de parkeervraag verlagen en waardevolle ruimte beter benutten. Op basis van studie naar bestaande bedrijventerreinen blijkt met een combinatie van deze maatregelen 6% tot 15% ruimtewinst te kunnen worden behaald. Vertaald naar de Bossche situatie levert dat 30-80 ha. op. De ontwikkeling van al bekende locaties Heesch-West (Bossche deel) en de Brand II zetten we onverminderd voort. De nieuwe productielandschappen bieden samen ruimte van bijna 50 ha. en mogelijkheden voor bedrijven in de hogere milieucategorieën. Waar mogelijk scherpen we de profielen aan om het karakter van het productielandschap te optimaliseren. Ook durven we op deze ontwikkellocaties ruimte te reserveren voor het juiste bedrijf op de juiste plek. Zo is op de Brand II ruimte voor watergebonden bedrijvigheid. Op een tweetal locaties – Meerendonk en Kruisstraat-Oost ontwikkelen we nieuwe ruimte voor bedrijvigheid, gezamenlijk circa 20 ha.

Hierbij hebben we aandacht voor de gemaakte kwalitatieve en kwantitatieve afspraken uit de regionale programmering bedrijventerreinen. Als deze twee uitbreidingslocaties en de intensiveringsslag op bestaande terreinen, zoals hiervoor beschreven, niet

82

voldoende ruimtewinst opleveren om te voldoen aan de doelstellingen, nemen we in overweging of nog meer uitleglocaties nodig zijn. In het Bossche of in de regio als het om specifieke bedrijvigheid die niet in onze gemeente inpasbaar is. Op de locatie Meerendonk voorzien we ruimte voor stedelijk georiënteerde bedrijvigheid als onderdeel van een brede gebiedsontwikkeling met wonen en andere voorzieningen. Op de Kruisstraat-Oost kunnen we extra ruimte bieden voor midden- en kleinbedrijf met lokaal profiel. Vooralsnog ontwikkelen we geen nieuwe grootschalige locaties, maar houden wel Avenue A2 als reserve aan. In de wachtstand zetten we in op tijdelijk gebruik met bosbouw of innovatieve teelten voor toepassingen in de circulaire bouw of combinaties van beide. Grootschalige leisurefuncties of sportomgevingen geven we ruimte in dit tijdelijke landschap. Daarnaast is er aandacht voor het in standhouden van de werking en bijzondere kwaliteiten van de Naad van Brabant in dit gebied op deze plek, zoals ook is opgenomen in Groots Vergroenen en Podium ‘s-Hertogenbosch. • Voor uitbreiding, verplaatsing en nieuwvestiging van bestaande bedrijven hanteren we -voor zover de gemeentelijke invloed reikt- een sturingsprincipe in vier stappen.

Bestaande bedrijven met een groei of vernieuwingswens onderzoeken eerst of dit kan via uitbreiding of vernieuwing op de eigen locatie, door verdichting of extra la(a)g(en) toe te voegen. Als dit niet kan, worden aangrenzende of nabijgelegen locaties in het onderzoek betrokken. Biedt dit onvoldoende mogelijkheden, dan komen pas andere locaties in beeld. In eerste instantie op een bestaande locatie, al dan niet met (ver)nieuw-

bouw en als laatste nieuwbouw op een ontwikkellocatie. Voor nieuwe bedrijven in ’s-Hertogenbosch hanteren we een sturingsprincipe in drie stappen, uiteraard ook voor zover de gemeentelijke invloed reikt. Allereerst stimuleren we bedrijven om te kiezen voor het juiste werklandschap. Vervolgens wordt onderzocht of het bedrijf zich kan vestigen op een bestaande locatie, al dan niet met (ver)nieuwbouw. Pas als dat niet mogelijk is, is nieuwbouw op een ontwikkellocatie mogelijk. We verwachten dan wel dat het bedrijf van betekenis is voor de lokale arbeidsmarkt, geen bijzondere (huisvestings) opgaven veroorzaken en gaan voor een langjarige verbintenis met de stad en locatie. landelijk productielandschap Het landelijk productielandschap zijn de gebieden in het ommeland die grotendeels worden ingezet voor agrarische bedrijvigheid. De sector kenmerkt zich door heel veel ruimtegebruik en heeft slechts beperkte toegevoegde economische waarde en werkgelegenheid. De agrarische sector blijft een hoofdgebruiker en beheerder van het landelijk gebied. De landbouw krijgt te maken met de transitieopgaven om te produceren in evenwicht met de natuurlijke omgeving.

Bij het bieden van ruimte voor de transitie is het van belang dat we kijken naar het huidige gebruik, het onderliggende water en bodemsysteem en de rol die de sector kan nemen om de doelen op het gebied van natuur, water (berging en vasthouden), innovatie en circulariteit, duurzame energie en klimaatadaptatie dichterbij te brengen. Dit kan een nieuw economisch perspectief bieden. In het landelijk productielandschap maken we een onderscheid in een tweetal gebieden op basis van

het water-, bodemsysteem en het landschap. Dit zijn het lage kleipolderlandschap in het noordelijk deel van de gemeente en het hoge zandlandschap aan de zuidzijde. De beekdalen meanderen hier weliswaar doorheen, maar beschouwen we niet als een primair productielandschap. Hier is wel volop ruimte om te experimenteren met gewassen die in deze natuurlijke condities kunnen gedijen. Maar alles in het perspectief van natuurontwikkeling, klimaatadaptatie, recreatie en het activeren van het erfgoed. • Het grootschalige kleipolderlandschap waaronder de Bokhovense, Rosmalense en Nulandse polder hebben vooral een agrarisch gebruik. Het landschap kenmerkt zich door weteringen, een rationele polderverkaveling met een gereguleerd waterpeil en grootschalige landbouwbedrijven voor intensieve veeteelt en teelt van landbouwgewassen. De open- en weidsheid van dit productielandschap is een kwaliteit die beschermd dient te worden in het Bossche buitengebied. Hier is geen kleinschalig, lieflijk landschap, maar een open vlakte waar wind en regen vrij spel hebben. De kleipolders blijven primair grootschalig agrarisch gebied, waarin ruimte wordt geboden voor extensivering en een innovatieve duurzame en hoogproductieve landbouw.

Het landelijke productielandschap wordt hier steeds efficiënter en zal op termijn op grootschalige wijze precisielandbouw herbergen, die kringlopen sluit die passen binnen het bodem- en watersysteem. Hightech toepassingen zorgen op termijn ook voor het revitaliseren van de bodem en het herstellen van de balans tussen productie- en ecosysteem.

concept omgevingsvisie

De geleidelijke transformatie van de landbouw heeft de potentie om het monotoon polderlandschap om te vormen naar een gedifferentieerd landschap. Hier is ruimte is voor het toepassen van brede water- en moerasstroken om het ommeland groenblauw te dooraderen en ruimte te bieden voor de ontwikkeling van natte natuur en klimaatadaptatie. De maat en schaal van dit landschap leent zich voor grootschalige opwek van hernieuwbare energie, zie ook de ontwikkellijn Vorstelijke verbinden. In de overgangszones tussen stad en ommeland – zoals bij de Rosmalense en Nulandse Polder - zien we ruimte voor creatieve concept om de agrarische bedrijfsvoering te verbreden die stad en ommeland beter verweven. De nabijheid van de stad is een kans om nieuwe economische activiteiten op te zetten, die voor verbinding en begrip zorgen. Maar ook leiden tot een reëel perspectief voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering voor de huidige generaties, maar ook hun opvolgers. • Het hoge zandlandschap is het gebied dat is gelegen op de dekzandvlakte en de hoge dekzandruggen. Van oorsprong is het een fijnmazig en kleinschalig landschap met nog enkele houtwallen en bomenlanen afgewisseld met bos- en heidegebieden dat een grote diversiteit aan gebruik kent. In dit gebied speelt de transitie van de landbouw op grote schaal en met een hoge urgentie.

Naar verwachting zal dat het aantal agrarische bedrijven halveren en komen veel agrarische bedrijfsen woonbebouwing en percelen vrij. De bodem is op veel plekken uitgeput, droogte en hittestress (ook voor planten en dieren) zijn een steeds vaker

Zin in ’s-Hertogenbosch

terugkerend probleem en de biodiversiteit is mager. De landbouw verdwijnt hier niet, maar zal een andere gedaante aan nemen. We bieden ruimte voor en nieuwe andere teelten, zoals het telen van grondstoffen voor de bouwsector of lokaal voedsel dat in korte ketens van producent naar consument gebracht wordt. Maar niet voor teelten die de toestand van bodem, droogte en biodiversiteit verder verslechteren. Het zandlandschap kan daarnaast van grote betekenis zijn voor de berging van water in natte en droge periodes, de zogenaamde sponswerking zoals beschreven in ‘Groots Vergroenen’ Daarnaast verbreden we de mogelijkheden voor andere (economische) nevenactiviteiten en gebruik in het zandlandschap, zie onder G. ‘Recreatief cultuurlandschap’. Het omschakelen van agrarische naar reguliere bedrijvigheid op een agrarisch bouwkavel hoort daar in principe niet toe. De verschillende werklandschappen bieden hiervoor voldoende ruimte en betere condities. Een nadere afweging verdienen initiatieven, die ook op bedrijventerreinen moeilijk inpasbaar zijn, bijvoorbeeld door ineffectief ruimtegebruik en lage dynamiek zoals langdurige stalling. Ook hier moet het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het herstel van het landschap een belangrijke rol spelen. D.

mengen voor een divers interactielandschap Steeds meer werk vindt achter bureaus, in vergaderruimtes, koffiehuisjes, pa rkjes of di gitaal pl aats. Hierdoor lopen werktijd, familietijd en vrije tijd naadloos in elkaar over met zo min mogelijk reistijd. Levenskwaliteit draait immers steeds meer om hoeveel vrije tijd je

83

hebt en hoe je die besteedt. Nabijheid speelt daarbij een sleutelrol. Het vergemakkelijkt het combineren van activiteiten, leidt tot ontmoetingen, innovaties en kruisbestuivingen tussen mensen, bedrijven en (kennis) instellingen. Nabijheid is de drijver achter succesvolle gebieden waar wonen, werken, onderwijs, horeca, cultuur en andere voorzieningen samenkomen, ook wel interactiemilieus genoemd. In ’s-Hertogenbosch wordt volop ruimte gecreëerd voor de groeiende groep werkenden en bedrijven die zich graag in een interactiemilieu vestigen. Het Bossche interactielandschap concentreert zich allereerst rondom het station van ’s-Hertogenbosch. Het belangrijkste openbaar vervoersknooppunt in de regio en ver daarbuiten. Maar dat is niet voldoende, de vraag naar ruimte is groot en de groei fors. Naar verwachting vindt meer dan een derde van de toekomstige werkgelegenheidsgroei een plek in deze interactiemilieus. Nu al werken bijvoorbeeld meer mensen in het Paleiskwartier dan op het naastgelegen bedrijventerrein De Rietvelden. Ook bij de stations Oost en Rosmalen ligt focus op het ontwikkelen van interactiemilieus. Daarnaast kunnen toekomstige haltes van hoogwaardig busvervoer en knooppunten van snelfietspaden, bussen en transferia zich ontwikkelen tot kleinschalige interactiemilieus. Meervoudig en multifunctioneel ruimtegebruik is op en om deze knooppunten dan ook de standaard.

Daarbij wordt steeds afgewogen wat de juiste mix aan functies is en wat ondersteunend is aan wat er al is of komt. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Het interactielandschap kent een hiërarchie op basis van omvang, positie en mobiliteitsprofiel, een

84

•

•

•

locatie zonder (hoogwaardig) openbaar vervoer of snelfietsroute heeft geen potentie als interactiemilieu. Bedrijvigheid, dienstverlening, onderzoeks-, cultuur- en kennisinstellingen met een (boven)regionaal karakter concentreren zich in en rond de Spoorzone van station ’s-Hertogenbosch. In interactiemilieus weegt een goede balans tussen wonen, werken, onderwijs, horeca, cultuur en andere maatschappelijke en commerciële voorzieningen zwaar om het ‘principe van nabijheid’ optimaal te benutten. De behoefte van de gebruikers van het gebied zijn hierin leidend. De kwaliteit van de openbare ruimte is een essentieel onderdeel van het interactiemilieu en dient hoogwaardig te zijn. Het vormt een verlengstuk van woning, werkruimte en als ontmoetingsplek.

E. buurtlandschap voor meer gelijke kansen In de wijken en dorpen ligt een fijnmazig netwerk van werkplekken in kamers, aan- en bijgebouwen, in plinten en bedrijfs(verzamel)gebouwen. Het zijn veelal kleine bedrijven en dienstverleners met hooguit enkele personeelsleden. Denk hierbij aan kappers, autobedrijven, hypotheekadviseurs, fysiotherapeuten, klusbedrijven of huiswerkbegeleiding. Het is bedrijvigheid die zich goed verhoudt tot de woonomgeving en er is weinig tot geen (milieu)overlast. Ze maken veelal deel uit van het dagelijks of wekelijks patroon van de inwoners en zorgen voor levendigheid en dynamiek. Voor bewoners is een sterk, divers en uitdagend buurtlandschap essentieel voor gelijke kansen en het creëren van een prettige woonomgeving, die in staat is om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Immers met de vergrijzing en

kleiner wordende huishoudens is het zaak om voorzieningen overeind te houden, zodat mensen met elkaar in contact blijven. Zeker als we steeds langer leven en zelfstandig (moeten) blijven wonen. Tegelijkertijd is er steeds vakere een tekort aan arbeidskrachten, vrijwilligers en mantelzorgers. De juiste zorg op de juiste plek en tijd is een grote uitdaging voor de nabije toekomst. De sociale binding en interactie zijn essentieel om mantelzorgers te ondersteunen, aangezien niet iedereen in een gespecialiseerde zorginstelling terecht kan. Het fijnmazige netwerk van het buurtlandschap benut nog lang niet de capaciteit die er is. Met het oog op de beperkte ruimte en het creëren van de stedelijke verleiding kan en moet het netwerk intensiever worden gebruikt. Het buurtlandschap heeft meerwaarde als broedplaats voor nieuwe bedrijven, kunstenaars en makers en ondersteunt de lokale economie en biedt ruimte om te ondernemen om de hoek. Het maakt werk, zorg, vertier en voorzieningen bereikbaar te voet en per fiets. Het buurtlandschap staat ten dienste van het dagelijks leven in wijken en dorpen en is een onderscheidend aspect van de stedelijke of dorpse dynamiek. In de Bossche stadstraten, buurt-, wijk- en dorpscentra krijgen deze bedrijven en (culturele) activiteiten volop de ruimte om levendige en zorgzame wijken te creëren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14870943/1