Concept-Omgevingsvisie
Tekst van het document
Immers een kwart van de toekomstige extra werkgelegenheid komt van deze bedrijven en activiteiten. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Ruimte om te werken in en om de woning is het nieuwe normaal, dat betekent dat in projecten en gebiedsontwikkeling ook anders naar plattegronden, entrees en collectieve voorzieningen gekeken moet worden.
•
•
•
Op goed ontsloten locaties in wijken, dorpen en stadstraten is ruimte voor de ontwikkeling van bedrijfsverzamelgebouwen die verbinding hebben met de wijk. In buurt- en wijkcentra en in de plinten van stadsstraten is ruimte voor schone bedrijvigheid en voorzieningen. In het buurtlandschap is ook ruimte voor praktisch-geschoold werk, sociale werkplaatsen, collectieve voorzieningen en vrijwilligerswerk, mogelijke (milieu)overlast bij bedrijfsactiviteiten is een aandachtspunt, maar niet altijd leidend.
F. toegankelijk zorg- en beweeglandschap In het beweeglandschap staan de recreatieve en landschappelijke kwaliteiten buiten kijf. Het zijn de sportlandschappen, de cultuurlandschappen en de campussen van bijvoorbeeld zorg- en welzijnsfuncties. Het landschap vertegenwoordigt een grote maatschappelijk waarde. De openbaarheid van deze gebieden is belangrijk, zodat de gehele samenleving ze kan gebruiken. Het ruimtegebruik voor zorg- en welzijnsvoorzieningen zal sterk oplopen door een groeiend ‘s-Hertogenbosch, een toenemende aandacht voor een gezonde levensstijl en een steeds grotere groep ouder wordende Bosschenaren. Deels wordt deze ruimte gevonden in buurten, wijken en dorpen, dicht bij de inwoners. Maar ook locaties en gebieden die exclusief ingericht zijn voor zorg en welzijn bieden vaak nog ruimte voor extra capaciteit, zonder dat dit ten koste gaat van de ruimtelijke of landschappelijke kwaliteit. De ligging in en aangrenzend aan het bosgebied de Hooge Heide - in het geval
concept omgevingsvisie
van Mariaoord, Sint Jozefoord, De Binckhorst- vraagt om een zorgvuldige landschappelijke inpassing met aandacht voor het vergroten van de doorwaadbaarheid van het gebied. Ook het complex van het Jeroen Bosch Ziekenhuis biedt ruimte voor uitbreiding en verdichting met behoud van de bestaande kwaliteiten. Bewegen is essentieel om goed in je vel te zitten. Uitdagende landschappen en goede faciliteiten maakt bewegen toegankelijk op een laagdrempelige manier. Daarmee is het mogelijk om individueel of gezamenlijk aan de slag te gaan. Veel sportvelden zijn echter nog afgeschermd en exclusief voor verenigingen. Deze ruimtes willen we beter integreren in de samenleving door ze multifunctioneel te gebruiken en deel te laten uitmaken van de publieke ruimte. Het rugbyveld van the Dukes, zonder hekken, loopt hiermee voorop. Zo ontstaan beweeglandschappen die, samen met de beweegvriendelijke openbare ruimte, mensen stimuleren en uitdagen om te sporten, spelen en bewegen, waarbij iedereen mee kan doen op eigen niveau. G. recreatief cultuurlandschap Het oude cultuurlandschap op de hoge zandgronden en in de beekdalen is minder interessant voor hoogproductief agrarisch gebruik. De agrarische activiteiten zijn daardoor al sterk verminderd, terwijl het gebied wel deels de charme van het oude cultuurlandschap heeft weten vast te houden.
We creëren hier ruimte voor een nieuw recreatief en extensief cultuurlandschap, met daarbij duurzame, arbeidsintensieve kleinschalige landbouw en bijpassende voorzieningen. Het vertrekpunt hiervoor is altijd water- en bodemsysteem, maar in dit gebied ook heel nadrukkelijk het landschap. Nieu-
Zin in ’s-Hertogenbosch
we ontwikkelingen moeten altijd bijdragen aan behoud, herstel en/of opbouw van het oude cultuurlandschap. Vrijkomende erven zijn bijvoorbeeld geschikt voor gemengde kleine agrarische activiteiten met nevenactiviteiten of verbreding ten behoeve van de directe omgeving of toerisme, bijvoorbeeld boerderijwinkel, een bed & breakfast, (mini-)camping of een stadsboerderij. Ook in recreatieve zin en als natuur- en landschapsbeheerder zijn er volop mogelijkheden voor nieuwe vormen van inkomsten uit nevenactiviteiten. Denk hierbij ook aan het superlandschappelijk wonen in ‘Bouwen aan generaties’. Zo blijft het gebied toegankelijk en wordt verval en potentiële ondermijning voorkomen. Een netwerk van fiets- en wandelpaden verbindt dit cultuurlandschap met de dorpen en de stad. De gelaagde geschiedenis is interessant voor recreanten en omwonenden. Om het afwisselende landschap te versterken zijn pleisterplekken en nieuwe bestemmingen in het buitengebied van belang. Door bijzondere plekken met interessante verhalen te maken die deel uitmaken van recreatieve routes of lijnen, zoals de Linie 1629, ontstaat meer waardering voor het rijke cultuurlandschap. Dat verhoogt de waarde van het hele gebied en uiteindelijk ook de mogelijkheden om meerdaags verblijf in en om de stad aantrekkelijk te maken.
85
Vorstelijk verbinden Legenda HOV-lijnen Verbinden van knopen: Transferium, Stations en Buurt- en wijkcentrum T
T
Bestaande / toekomstige P+R -locatie Spoorbrug
Snelfietsroutes Neerleggen van ontbrekende ‘puzzelstukjes’ tussen gemeenschappen
Vorstelijk verbinden Legenda
Legenda HOV-lijnen Verbinden van knopen: Transferium, Stations en Buurt- en wijkcentrum T
T
Doorwaadbare stad, dorp en landschap Gebieden met hoge dynamiek
Hoogspanningsleidingen Bestaand hoogspanningsstation
Bestaande / toekomstige P+R -locatie
Bestaande opwekking windenergie
Spoorbrug
Zone transformeren naar windenergie Rioolwaterzuiveringsinstalatie
Snelfietsroutes
86
Neerleggen van ontbrekende ‘puzzelstukjes’ tussen gemeenschappen Doorwaadbare stad, dorp en landschap Gebieden met hoge dynamiek
3.5 Vorstelijk verbinden Dynamiek is een aanjager van levendige en aantrekkelijke steden, dorpen en regio’s. Daarvoor zijn goede en prettige verbindingen essentieel. Verbinden is echter meer dan mobiliteit alleen. Zoals het gezegde: het gaat niet alleen om de bestemming, maar ook om de reis er naar toe. Hoe kom je van de ene naar de andere plek en hoe comfortabel, gezond en veilig is de reis? De kwaliteit van de openbare ruimte als verbinder en plek van ontmoeting zijn bepalend om die reis ook vorstelijk te maken. Het doorwaadbare netwerk zoals we dat in de binnenstad kennen, biedt hiervoor volop inspiratie voor een verdichtende stad. Denk hierbij aan de toegankelijkheid van verschillende gebieden, de verrassing en ontdekking die dat oplevert, maar ook de kwaliteit van de openbare ruimte en de ontmoetingsfunctie van straten, pleinen en parken in het bijzonder. De eerste verdichtingsprojecten in de binnenstad laten
concept omgevingsvisie
zien welke bijzondere kwaliteiten dit ook hier nog kan opleveren. In Vorstelijk Verbinden draait het om de ontmoetingsfunctie van de openbare ruimte en hoe we ons verplaatsen in een steeds drukkere stad en ommeland. Vorstelijk verbinden betekent ook dat we goed aangesloten moeten zijn op energie- en drinkwaternetwerken. We merken steeds vaker dat de voorzieningen die we als vanzelfsprekend zagen, onder druk staan. In een notendop zien we dat ontmoeting in het dagelijks leven niet vanzelfsprekend is en dat de openbare ruimte steeds belangrijker is voor een gezonde leefstijl. De wegen in de stad steeds voller raken en een knooppunt in het landelijk verkeersnetwerk ook een keerzijde heeft. Het verdichten van de stad zal daar
Zin in ’s-Hertogenbosch
3.5.1. wat we zien nog een schepje bovenop doen, maar biedt ook kansen. Het opwekken van duurzame energie neemt een grote vlucht, maar wordt geremd door de maatschappelijke weerstand tegen de grootschaligheid ervan en de beperkingen van ons netwerk (netcongestie). Daarnaast onttrekken we meer drinkwater dan we kunnen aanvullen. ontmoeting is niet overal vanzelfsprekend In veel straten, parken en pleinen is het vaak stil en rustig. In de avond en nacht is dat voor de meeste prettig. En het hoeft niet overal zo druk te zijn als op de Markt. Maar om andere te ontmoeten en alle veronderstelde meerwaarde die dat oplevert, moeten er wel genoeg mensen op straat zijn. Wonen, werken, voorzieningen
87
88
en recreatie zijn de laatste eeuw uit elkaar gehaald en over stad verspreid. De dichtheid van bewoners, arbeidsplaatsen en bezoekers is in sommige gebieden erg laag. In de dorpen is dit in mindere mate gebeurd, maar hier zijn veel voorzieningen en dus reden tot bezoek verdwenen. Het is moeilijk om te ontmoeten, lokaal te leven en sociale cohesie vast te houden, wanneer zoveel dingen die we dagelijks ondernemen zo verspreid liggen. de openbare ruimte als ‘sportschool voor lichaam en geest’ Een gezonde levensstijl is voor steeds meer mensen een drijfveer en onderdeel van hun identiteit. Veel be-wegen en sporten, gezond eten en drinken, een ge-zonde leefomgeving en activiteiten die de geestelijke gezondheid verbeteren zijn hierin belangrijk. Deels vinden deze activiteiten thuis en op sportvelden, in sporthallen, gemeenschapshuizen en andere gebou-wen plaats. De laatste jaren zien we de rol van de openbare ruimte als sportschool voor lichaam en geest sterk groeien. Parken, pleinen, straten en het omme-land zijn plekken om al dan niet in groepsverband te sporten, bewegen, mediteren, onthaasten enzovoorts. Ook nieuwe sporten en activiteiten zoeken vaak eerst een plek in de openbare ruimte. Het is ‘gratis’, nieuwe mensen kunnen makkelijk aanhaken of de openbare ruimte is de ideale plek voor de sport of activiteit.
De openbare ruimte heeft steeds vaker en op meer plekken een meervoudig karakter. De actieve stede-ling en dorpsbewoners zullen deze ruimte vaker en intensiever willen gebruiken voor sporten en andere activiteiten voor een gezonde leefstijl. Dit gebruik be-
concept omgevingsvisie
vordert de ontmoetingsfunctie, maar vraagt ook om een zorgvuldige afstemming met de andere functies en gebruikers van de openbare ruimte, zoals mobiliteit, klimaatadaptatie of biodiversiteit. En het valt of staat met de kwaliteit van de openbare ruimte, de juiste mix van gebruikers al dan niet volgtijdelijk en maatwerk met de verschillende doelgroepen. niet meer overal plaats voor de auto ‘s-Hertogenbosch groeit de komende periode nog flink door. Alleen al iedere nieuwe woning betekent gemiddeld 5-6 extra verplaatsingen per dag. Naar het werk, naar school, naar familie of de sportclub. De fundamentele keuze voor een verdere verdichting is dat de afstanden hiervoor niet toenemen en zelfs korter worden door een betere spreiding van basisvoorzieningen en werk over de stad. Tegelijkertijd moeten deze extra bewegingen grotendeels plaatsvinden over de bestaande wegen en paden. De beschikbare ruimte in de stad zetten we namelijk in voor extra gebouwen en het Groots Vergroenen. Extra ruimte voor wegen of stilstaande auto’s is daardoor beperkt. Met name in de hoogstedelijke gebieden met een flinke dynamiek is de ruimte voor de auto beperkt, sterker nog lopen en fietsen zal in deze gebieden vaak sneller gaan. In de gebieden met een hoge dynamiek, maar ook elders in de stad, zullen alternatieven voor de auto moeten worden geboden om de wegen niet vast te laten lopen.
Dat is niet alleen beter voor de doorstroming, maar ook voor de leefbaarheid. knooppunt en knelpunt ’s-Hertogenbosch ligt op een knooppunt van wegen en spoorlijnen. Dat biedt mooie kansen met verbindingen
Zin in ’s-Hertogenbosch
in alle windrichtingen, maar leidt ook tot beperkingen en overlast. Het verkeer dat ‘s-Hertogenbosch nadert, heeft niet per se een bestemming hier en passeert de stad slechts op weg naar andere plekken. Het gebrek aan lokale zeggenschap over uitbreiding, doorstroming en/of dienstregelingen betekent dat keuzes hierover niet altijd in het belang zijn van de lokale vraag of omstandigheden. Op het hoofdwegennet zien we een toenemende filedruk op de A2 en A59 en zijn capaciteitsaanpassingen op de lange baan geschoven. Dit betekent nog meer filedruk en toenemend sluipverkeer op de stedelijke wegen met een negatief effect op ’s-Hertogenbosch. Aan de andere kant heeft het knooppunt van verbindingen én de hoogstedelijke verdichting ook een aantrekkende werking voor een nieuwe groep bewoners. Die kiest voor ’s-Hertogenbosch, maar is ook sterk verbonden buiten de regio. Bij die keuze voor een hoogstedelijke levenswijze is de auto geen vast deel meer van het leven. Voor hen is nabijheid en het openbaar vervoer een geschikt alternatief, maar zeker niet voor iedereen en met elk doel. De trein heeft vooral een grote toegevoegde waarde voor verplaatsingen tussen (hoog)stedelijke gebieden in een hoge frequentie. Ook stads- en regionaal busvervoer kan dienen als alternatief, mits deze goed op elkaar aansluiten, in hoge frequentie en zo rechtstreeks mogelijk rijden.
krachtig verduurzamen en verzanden in congestie Het energienetwerk staat voor een dubbele taak: groeien en op hetzelfde moment overstappen op andere energiebronnen, de energietransitie. Als samenleving gebruiken we steeds meer energie voor allerlei
89
toepassingen. Na een voorzichtige aanloop wordt de noodzaak en voordelen van hernieuwbare energie onderkent. Het is niet alleen schoner en oneindig, maar ook steeds vaker goedkoper. Het overstappen naar hernieuwbare energie heeft een grote vlucht genomen, met name door de opwek van zonne-energie. Niet zozeer door grote zonneparken, maar vooral door panelen op daken van bedrijven en woningen. Voor windenergie hebben we voor de eerste tranche van de Regionale Energiestrategie gekozen voor de Duurzame Polder in samenwerking met de gemeente Oss. Windturbines roepen veel discussie op in de samenleving. Met name door de prominente aanwezigheid in het landschap, maar ook over de impact op de leefbaarheid en gezondheid. Anderzijds nemen windturbines weinig ruimte in en blijft binnen de contouren van windturbines veel ruimtegebruik gewoon mogelijk. Extra ruimte vinden voor een toekomstige opgave is echter een stevige uitdaging. Te meer omdat de verticale ruimte steeds vaker en ruimer wordt geclaimd door Defensie. De noodzaak om meer te oefenen vraagt onder andere om meer ruimte voor het laagvliegen met helikopters -onder andere ten noorden en oosten van ’s-Hertogenbosch en Rosmalen- en is moeilijk verenigbaar met windturbines.
Onderweg naar meer en betere infrastructuur is de zwakste schakel nu alles bepalend. Dit resulteert in leveringsonzekerheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Met name op uitleglocaties, maar ook bij grootschalige ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied. Geen reden voor uitstel, maar noodzaak om het slimmer, effectiever en gezamenlijk te doen.
Ondanks beperkingen, belemmeringen en weerstand zullen we nog flinke stappen moeten zetten, met impact op de ruimte en veranderend aanzien van het landschap tot gevolg. Het ‘laaghangend fruit’ – de makkelijke plekken, uit het zicht en met niet te hoge investeringen- is geplukt en we zijn pas halverwege. Ook tekenen zich de eerste ‘groeipijnen’ van de snelle ontwikkeling zich af: congestie op het energienetwerk.
Het is een regionaal vraagstuk op stroomgebiedsniveau, maar lokaal is het ook belangrijk te beseffen dat we jaarlijks meer grondwater gebruiken dan er natuurlijk wordt aangevuld. Op termijn leidt dit tot tekorten. Nu al zien we steeds vaker en vroeger sproeiverboden en oproepen om drinkwater te besparen. Het aanvullen van grondwater is een traag proces van insijpelen door verschillende bodemlagen, wat vroegtijdige maatrege-
90
balanceren met het grondwater In de ontwikkellijn Groots Vergroenen is veel aandacht voor hemel- en oppervlaktewater en water -of het ontbreken daarvan- in de bovenste bodemlagen. Voor een volhoudbare toekomst is het belangrijk om ook dieper te kijken naar het grondwater. Dit water gebruiken we bijvoorbeeld als drinkwater of voor het besproeien van gewassen in droge periodes. In toenemende mate krijgt het grondwater ook een belangrijke rol in het koelen en verwarmen van onze gebouwen via koude- en warmteopslag, en de koel- en productiesystemen voor de industrie. In ’s-Hertogenbosch wordt het daarnaast gebruikt als grondstof om bier te kunnen brouwen. Het grondwater uit de diepere lagen voedt daarnaast via kwel de bijzondere natuur in de Naad van Brabant en zorgt mede voor bevaarbaar water in de kanalen en rivieren.
len vereist. Kortom een goede balans in het grondwater is essentieel voor onze primaire levensbehoeften zoals drinkwater, voedsel, warmte, economie en natuurbehoud.
3.5.2. onze ambitie en opgaven Vorstelijk verbinden in ’s-Hertogenbosch betekent een openbare ruimte van allure, die ontmoeting, sporten, beweging en gezond gedrag bevordert. Het netwerk van paden, straten en verbindingen staan in dienst van een compacte en efficiënte stad en moet gelijke kansen en mogelijkheden voor iedereen bevorderen. En we nemen nu verantwoordelijkheid voor de energie en het drinkwater dat we gebruiken. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we de volgende hoofdopgaven, zonder uitputtend te willen zijn. De opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie. • we stellen nabijheid centraal en zetten dit in haar kracht met logische, veilige en snelle wandel- en fietspaden • we maken een schaalsprong in onze mobiliteit en bereikbaarheid door een focus te leggen op hoogwaardige openbaar vervoer (HOV) en de fiets • we hebben we meer oog voor de verschillen in mobiliteitsbehoefte en mogelijkheden in de buurten, wijken en dorpen • we benutten de openbare ruimte zowel boven- als ondergronds beter en houden bij het ontwerpen en programmeren van de omgeving rekening met het bevorderen van gezond gedrag • we betrekken de beschikbaarheid energie veel eerder in de planvorming en voorkomen hiermee
•
dat deze leidend zijn de wijze van verstedelijken we voorkomen dat plannen en projecten de beschikbaarheid van voldoende drinkwater in de toekomst frustreren.
3.5.3. hoe we het willen doen De samenhang van Vorstelijk Verbinden met de keuzes en handelingsperspectieven in de andere Bossche ontwikkellijnen is overduidelijk. Het Vorstelijk verbinden in ’s-Hertogenbosch vraagt niet alleen om een netwerk dat op orde is. Ook gaat het om het slim positioneren en bestemmen van gebouwen en gebieden. De meervoudige waarde van de openbare ruimte onderkennen en door ontwikkelen. Maar ook het sturen op gedragsverandering via het verkeers- en parkeersysteem en het inzetten op verleiding om andere vervoerswijzen te kiezen. Ondanks de drang om knelpunten direct op te willen lossen, is ruimte geven aan de gedragsverandering als gevolg van het knelpunt soms een betere strategie. Voor zover het niet leidt tot onveilige situaties of private belangen onevenredig en aantoonbaar schaadt. A. we stellen nabijheid centraal In onze verdichtingsopgave staat nabijheid centraal met als doel lokaal leven en spontane ontmoetingen te bevorderen, zie ook de ontwikkellijn ‘Bouwen aan generaties’. Dagelijkse tripjes naar school, winkels of sportclubs moeten vooral lopend of fietsend kunnen. Dit stimuleert beweging en door de trage snelheid ook sociale contacten. Of toch even afstappen bij de bakker of het koffiehuisje, alleen al omdat de geur onweer-
concept omgevingsvisie
staanbaar is. De beperkte ruimte moet slim worden gebruikt, zodat de stad intensief bebouwd kan worden, maar gezond blijft met schone lucht en veilige, uitnodigende omgevingen voor spelen en bewegen. Stedelijke voorzieningen en grote groengebieden zijn nu al binnen 15 minuten fietsen bereikbaar en dat willen we behouden. denken in netwerken, stadsstraten en combinatiebezoeken Wat je dagelijks nodig hebt, moet zo dichtbij mogelijk zijn en wil je het liefste combineren met andere activiteiten. Dat is het gevoel van nabijheid. Verdichting van wijken met meer ruimte voor werk en voorzieningen versterkt dit gevoel van nabijheid en voorkomt onnodige mobiliteit en vermindert autogebruik. We gaan naar een stedelijk netwerk met meerdere clusters van voorzieningen en verbindende stadsstraten. Belangrijke loop- en fietsroutes moeten met dit netwerk overlappen en goed aansluiten op woongebieden, waardoor ‘geladen routes’ ontstaan met een rijk aanbod aan voorzieningen om de hoek. Dit stimuleert lopen en fietsen, terwijl dagelijkse activiteiten makkelijk gecombineerd kunnen worden. Wanneer nabijheid niet haalbaar is, moeten routes voor langzaam verkeer comfortabel, logisch, snel en veilig zijn en plekken bieden voor ontmoeting. Verplaatsingen te voet en per fiets bevorderen ontmoeting, gezondheid en efficiëntie van het stedelijk systeem.
Bij nieuwe initiatieven wordt in aanvulling op de demografische- en impactanalyse zoals benoemd bij ‘Bouwen aan generaties’ een netwerkanalyse uitgevoerd: is de plek voor deze ontwikkeling logisch ten op-
Zin in ’s-Hertogenbosch
zichte van loop-, fietsroutes, haltes, pleinen en parken? Zijn aanpassingen van het netwerk nodig? Of leidt de ontwikkeling tot nieuwe barrières of juist kansen? De eerste vraag gaat over de ontwikkeling van voorzieningen en werkfuncties. Daarbij is de juiste plek in het netwerk van routes een belangrijke factor. De tweede vraag kan aan de orde zijn bij alle vormen van stedelijke ontwikkeling. De laatste vraag heeft vooral betrekking op de aanleg van grote infrastructuur en bebouwing, water- en groenstructuren. Die enerzijds een barrièrewerking kunnen hebben, maar ook kansen kunnen bieden om een route van extra kwaliteit te voorzien. Verder is van belang dat de route of ruimte voldoende toegerust is voor de vraag, zonder dat andere waarden in het geding komen. Met name parken en pleinen in de Brede Binnenstad en dorps- en wijkcentra zullen intensiever en deels anders worden gebruikt. oog hebben voor verschillende snelheden en behoeften Niet overal in ’s-Hertogenbosch is in gelijke mate sprake van een verhoogde dynamiek en veel extra verkeersbewegingen. De buurten, wijken en dorpen ontwikkelen zich in een verschillend tempo, zijn in verschillende fase van (door)ontwikkeling en de bewoners hebben uiteenlopende behoeften. In de wijken op grote afstand van de binnenstad, de dorpen en zeker in het buitengebied lijkt of is de auto vaak het enige alternatief.
Hiervan moeten we ons bewust zijn, alleen al omdat de auto niet persé voor iedereen bereikbaar of toegankelijk is. In een stad voor iedereen moeten we ook oog houden voor ‘vervoersarmoede’. Werk, opleiding, zorg en so-
91
92
ciale contacten moeten bereikbaar zijn en blijven voor iedereen, ongeacht leeftijd, inkomen of gezondheid. Het hebben en onderhouden van sociale en professionele contacten is belangrijk om eenzaamheid en achterstanden te voorkomen. De verdichtingsstrategie kan een positief effect hebben, doordat meer (basis) voorzieningen en werk in de directe nabijheid van de woning beschikbaar zijn. Maar ook hier geldt dat zeer lokaal leven niet altijd kan en om maatwerk vraagt voor woongebieden op grotere afstand van het stedelijk netwerk van voorzieningen. B. we maken een schaalsprong in mobiliteit ’s-Hertogenbosch maakt in de komende decennia een schaalsprong in haar stedelijke ontwikkeling. Met een stevige groei in het verschiet richting de 200.000 inwoners, die ook nog eens steeds sneller lijkt te gaan en zelfs daarna nog lang niet eindig lijkt. Maar ook het evenredig meegroeien van werkplekken en voorzieningen vraagt om anders te denken over mobiliteit. We kunnen niet verder op de huidige weg. We zullen meer moeten fietsen, l open e n h et o penbaar v ervoer gebruiken. Ook moeten we efficiëntere st eden bouwen, zodat meer basisvoorzieningen en arbeidsplaatsen in buurten en wijken zijn en op loop- en fietsafstand bereikbaar. Maar dat is niet voldoende, simpelweg omdat zeer lokaal leven voor de meeste mensen geen optie is.
We moeten vooruit durven denken door een stedelijke ontwikkelstrategie uit te werken en koppelen aan het regionale netwerk. Niet alleen voor de auto, maar voor alle vervoersmiddelen – in het bijzonder voor de bus en de fiets- moeten we gaan denken in snelle verbindin-
concept omgevingsvisie
gen en ontsluitende structuren. Infrastructuur hiervoor aanleggen, diensten inrichten en gedragspatronen veranderen kost tijd, geld en inspanning. Een andere aanpak is nodig: een buslijn niet pas openen als die commercieel rendabel is, maar elke extra passagier als winst zien en aanloopverliezen accepteren. Alternatief vervoer moet vanaf dag één beschikbaar zijn, anders wordt een auto gekocht en verdwijnt die niet meer. Dit neemt niet weg dat we oog hebben voor de knelpunten van de auto, zoals in het oostelijk deel van de gemeente. Maar de schaalsprong van ‘s-Hertogenbosch en Brabant als geheel vraagt op de eerste plaats om meer en betere inzet van andere mobiliteitsvormen en gedragsverandering. focus op hoogwaardig openbaar vervoer en snelle fietsroutes De verdichte stad vraagt om scherpe keuzes, met name om het openbaar vervoerssysteem van toegevoegde waarde te laten zijn. Door een sneller netwerk van HOV-lijnen en (snel)fietsroutes dat de juiste knopen verbindt, is het mogelijk om het stedelijk systeem efficienter te maken en de dynamiek op de juiste plekken te stimuleren. Ontmoeting, voorzieningen en het welzijn van mensen wordt hiermee optimaal ondersteund en het biedt voor velen een volwaardig alternatief voor de auto. In een verdichte stad moeten we voortdurend op zoek blijven naar de optimale mix van vervoerswijzen.
De (gedeelde) auto blijft onderdeel van deze mix, maar is qua ruimtegebruik al enorm goed bediend. Het station ’s-Hertogenbosch is en blijft de belangrijkste schakel in de verbinding tussen stad, regio en omliggende steden. De vernieuwing een uitbreiding van
Zin in ’s-Hertogenbosch
het station zal de capaciteit en het gemak vergroten en meer dan nu een plek van aanlanden en ontmoeten zijn. De stations Oost en Rosmalen – en de toekomst mogelijk een station Nuland - hebben een belangrijke haltefunctie voor de directe omgeving en nabijgelegen dorpen, maar worden vooral als onderdeel van het stedelijk openbaar vervoersnetwerk beschouwd. Parallel aan de verdichting van de stad ontwikkelen we HOV-lijnen, die de belangrijkste centra en overstapplekken met elkaar verbinden. Ook dienen ze als aanvulling op of als alternatief voor de gebiedsontsluitende stadsbussen. De exacte route, inrichting en haltes zijn onderwerp van onderzoek en praktijkexperiment. In ieder geval zullen alle toekomstige HOV-lijnen het station ’s-Hertogenbosch aan doen, maar is het voor geen enkele lijn het begin- of eindpunt. Als knooppunt van alle HOV-lijnen wordt het voor iedereen mogelijk om de reis snel te vervolgen per intercity. En doordat het geen begin- of eindpunt is voorkomen we de noodzaak voor een ruimtevretend en kostbaar busstation in onze volle stationsomgeving. Ook moeten de HOV-lijnen de goedwerkende P+R-locaties in ’s-Hertogenbosch gaan ontsluiten en in de toekomst een tweede ring van P+R-locaties nabij de snelwegaansluitingen ten noorden van het centrum.
Zo kunnen bewoners die voor het voor- en natransport auto-afhankelijk zijn, gemakkelijker hun reis met het openbaar vervoer vervolgen. Een HOV-netwerk is een investering naar de toekomst en vraagt om een stapsgewijze, maar standvastige aanpak. Het is niet realistisch om binnen enkele jaren een volledig netwerk te realiseren. Het zal via aanpassingen van routes, nieuwe dienstregelingen en nieuwe
93
94
inrichting moeten leiden naar een volwaardige vorm. Uitstel van de verbreding van de A2/A59 door het Rijk biedt een uitgelezen kans om nut en noodzaak van HOV-lijnen voor een breed publiek aan te tonen. Met de omarming van de elektrische fiets door jong en oud zijn verplaatsingen over grotere afstanden voor steeds meer mensen beter te doen. Niet te veel verkeerslichten, veel vrijliggende en ruime fietspaden die sociaal veilig zijn en zo direct mogelijk verbinden, verhogen het gebruik. Het netwerk van snelfietsroutes moet worden uitgebreid en de binnenstad met de wijken, dorpen en regio verbinden. Ook is het belangrijk om de overstapplekken naar trein en HOV-lijnen gemakkelijk bereikbaar te maken en bovenal wijken en dorpen optimaal met elkaar te verbinden om meer gebruik te kunnen maken van elkaars voorzieningen. lopen en fietsen in de Brede Binnenstad In de binnenstad is bijna alles op loop- en fietsafstand beschikbaar en zijn bewoners nog nauwelijks afhankelijk van de auto. Dit is voor ’s-Hertogenbosch een nieuwe situatie. De auto is in de binnenstad hard onderweg om het traagste vervoermiddel te worden, die de fietser eerder ophoudt dan andersom. In dit soort hoogstedelijke gebieden wordt de auto langzaam naar de achtergrond gedrongen. De drukte in straten, op pleinen en in parken zal nog verder toenemen.
Voetgangers en fietsers domineren het straatbeeld en de openbare ruimte dient steeds meer als ontmoetings- en verblijfsplek. Op steeds meer plekken in de oude binnenstad, maar ook de Brede Binnenstad ben je met de fiets sneller op je bestemming dan met de auto. Het is als door-
concept omgevingsvisie
gangsgebied voor de auto is – weliswaar geleidelijk – eindig. Wel er omheen, niet meer er doorheen. Het is op termijn een bestemming, waar alleen noodzakelijk verkeer tot in de haarvaten kan doordringen, maar bezoekers aan de rand van de Brede Binnenstad op een acceptabele loopafstand kunnen parkeren.
van wandel- en fietsroutes het omliggende landschap te verkennen. Een doorwaadbare stad, dorp en landschap bestaan al grotendeels, maar het is geen netwerk op zich. Het is vooral een slimme koppeling van de fijnmazige buurt- en wijknetwerken. Maar kan op veel plekken beter.
Ook in de oudere stedelijke wijken tegen de Brede Binnenstad, die nooit ontworpen zijn op zoveel autobezit, wordt de auto minder dominant. Het netwerk voor fietsen en lopen moet voorrang krijgen om gedragsverandering te ondersteunen en in de openbare ruimte voldoende plek te houden voor groen, ontmoeten, bewegen en spelen. Op termijn moet blijken of de parkeerfaciliteiten aan de rand van de Brede Binnenstad of op de P+R-locaties op grotere afstand in de tweede ring ook een functie kunnen vervullen voor de parkeervraag van deze stedelijke wijken.
Het neerleggen van ontbrekende ‘puzzelstukjes’, vaak tussen buurten of wijken, bij grotere infrastructuur of tussen het verstedelijkt en het ommeland zijn essentieel voor het realiseren en optimaliseren van het netwerk. Belangrijk hierbij is om de hiërarchie en diversiteit in het netwerk te vergroten, zodat olifantenpaadjes en struinpaden ook aandacht krijgen. Ze herbergen de kwaliteit van het verkennen en vertellen ons waar de ontbrekende schakels in het netwerk zijn.
C. we creëren een doorwaadbare en gezonde leefomgeving In ’s-Hertogenbosch is veel openbare ruimte. Kwalitatieve en goed gebruikte, maar ook overgedimensioneerde en onderbenutte plekken. Verdichting en vergroening zijn geen probleem qua ruimte; er is genoeg plek voor extra gebouwen en om met kwaliteit groots te vergroenen. De opgave is vooral om de openbare ruimte beter in te richten voor ontmoeting, bewegen, spelen en het creëren van een prettige verbinding. doorlopend netwerk van loop- en fietspaden door buurten, wijken en ommeland Naast de verplaatsingen die ‘moeten’ is het heerlijk om een ommetje in de buurt te maken of via een netwerk
Zin in ’s-Hertogenbosch
We ontwerpen, realiseren en beheren langzaam verkeersroutes als multifunctionele routes, die verbinden en betekenis krijgen door ruimte te bieden voor ontmoeting, sporten en bewegen. Terwijl ze ook de waarden van landschap, natuur en erfgoed laten ervaren. Oude landschapsstructuren, zoals de Linie 1629, de Heinis en de Oude Baan in Rosmalen, worden gebruikt om recreatieve routes naar het buitengebied te herstellen. Door eerdere ruilverkaveling en schaalvergroting van de landbouw is de doorwaadbaarheid en beleefbaarheid van het ommeland afgenomen. Samen met de opgave om het buitengebied groenblauw te dooraderen kan op deze wijze het buitengebied beter toegankelijk worden gemaakt.
95
grotere gelijkheid door meer aandacht voor details De verschillen in de openbare ruimte tussen wijken, buurten en dorpen zijn soms onnodig groot. Buurten en wijken zijn vaak in relatief korte tijd gerealiseerd en voldeden aan de wensen en normen van die tijd. Maar dat betekent niet dat de openbare ruimte in het perspectief van Vorstelijk Verbinden altijd mee is gegroeid met de veranderende wensen en eisen. Vaak kan al met kleine ingrepen veel worden verbeterd. Denk aan het plaatsen van extra bankjes op de looproutes tussen een wijkwinkelcentrum en wooncomplexen voor ouderen. Dit kan de zelfredzaamheid en ontmoeting enorm stimuleren. Ook het vervangen van parkeerplaatsen in drukke straten voor een boom met een bankje. Dit is niet alleen een zichtbare kwaliteitsimpuls, maar ook een koele rustplek of een plek voor ontmoeting. gezonde leefomgeving De manier waarop we samenleven en hoe we onze ruimte ordenen is van invloed op de gezondheid van de Bosschenaar. De ruimtelijke opzet van buurten en wijken en de inrichting van de openbare ruimte kunnen bewust of onbewust leiden tot gezondere keuzes en gedrag.
Denk bijvoorbeeld aan de belangrijkste route van en naar scholen, loopt deze via het groen met veel sport- en beweegaanleidingen of door een sterk versteend gebied de verleiding van allerlei fastfoodzaken? Zijn speelplekken voor kinderen of voorzieningen voor ouderen wel echt bereikbaar gezien hun beperkte actieradius? In de ontwikkellijn ‘Groots vergroenen’ is veel aandacht voor het bevorderen van een gezonde leefomgeving. Aan de hand van de 3-30-300 regel wordt hittestress
96
verminderd, schaduwrijke routes bevorderd en de nabijheid en de beleving van groen vergroot. En met het principe van de sponsstad wordt wateroverlast in en om de woning voorkomen. In de ontwikkellijn ‘Bouwen aan generaties’ kiezen we voor verdichten van de stad, die samen met een goed netwerk van loop- en fietsroutes, het bewegen, actief vervoer en sociale ontmoeting moet stimuleren. Bij de (her)inrichting van openbare ruimtes nemen we het gezondheidsperspectief mee aan de hand van een gezonde leefomgevingsanalyse. In deze analyse wordt onderzocht hoe de inrichting van de openbare ruimte en het creëren van een fijnmazig netwerk kunnen bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Aan de hand van deze ‘diagnose’ kan het ontwerp worden geoptimaliseerd en zoveel mogelijk de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd voor een gezonde leefstijl. Denk hierbij aan het beter zichtbaar, bereikbaar en toegankelijk maken van groen in en om de stad. Of het perspectief van kwetsbare bewoners met een beperking te integreren in het ontwerp. D. we nemen onze verantwoordelijkheid voor voldoende energie en drinkwater Stroom uit de muur en gas uit het fornuis waren lange tijd vanzelfsprekend. Inmiddels weten we beter en zoeken we naar nieuwe systemen en structuren, die een andere en extra vraag naar ruimte tot gevolg heeft.
Verandering gaat niet altijd soepel, soms zijn er ‘groeipijnen’, zoals een (te) vol energienetwerk en wachttijden voor een aansluiting. Ook water uit de kraan wordt minder vanzelfsprekend als we op deze voet verder gaan.
ruimte creëren voor netwerk en (nieuwe) systemen en beschermen waar nodig Anders dan bij water- en bodemsturend, willen we niet dat tijdelijk ongemak door verandering en groei de ontwikkeling van de stad en het buitengebied bepaalt. Hoewel de verandering en groei druk zetten op infrastructuur en ondergrond, streven we ernaar steden, dorpen, wijken, buurten, straten en gebouwen te bouwen voor de generaties na ons. Daar past niet een minder goede locatiekeuze bij, alleen om de directe beschikbaarheid van stroom en water. Locatiekeuzes maken we altijd op basis van een evenwichtige afweging van factoren zoals bodem- en watercondities, beoogde stedelijkheid, nabijheid van voorzieningen, mobiliteit, te beschermen waarden, inpasbaarheid binnen milieukundige wet- en regelgeving én de beschikbaarheid van nutsvoorzieningen. Tegelijkertijd zijn we niet blind voor tijdelijke omstandigheden. We nemen onze verantwoordelijkheid door oplossingen niet af te wentelen op anderen in plaats en tijd. We maken ruimte voor het nieuwe energiesysteem, ook voor de opslag van hernieuwbare energie. Het grondwater is de bron van drinkwater voor onze inwoners. Wij dragen samen met provincie, drinkwaterbedrijf en waterschappen zorg voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening, voor nu en de toekomst.
We streven naar een blijvend goede hydrologische inpassing van de winning in het watersysteem. Onder andere door grondwaterverontreiniging zo veel mogelijk te voorkomen door in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig
met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. Ook willen we bijdragen aan het creëren van ruimte en/of de condities voor instandhouding en/of het aanvullen van het drinkwater in de diepere bodemlagen. Bij stedelijke ontwikkelingen en het vernieuwen van de bestaande stad maken we werk van het besparen van drinkwater. Niet overal is drinkwater voor nodig en zijn hemelwater of zogenaamd ‘grijs water’ uitstekende alternatieven. nieuwe systemen als ontwerpopgave De energietransitie is niet alleen technische of maatschappelijke opgave, maar ook een ruimtelijke opgave en dan vooral een ontwerpopgave. Het past ons niet om dit zo maar ergens neer te zetten, zonder aandacht te hebben voor een goede inpassing of kwaliteitsverbetering van de omgeving. In 2020 is de gemeentelijk ‘Visie Energielandschap’ vastgesteld. De visie geeft helderheid over ruimtelijke kansen en beperkingen voor wind- en zonne-energie en biedt een afgewogen perspectief voor de samenleving over wat zij kunnen verwachten. In de visie zijn drie keuzes onderscheiden. • Vrijwaringsgebieden waar geen mogelijkheden zijn voor wind- of zonne-energie, dit betreffen de natuurgebieden Bossche Broek en Moerputten, de Diezemonding, het Kanaalpark en de uiterwaarden van de Maas. • Inpassingsgebieden met mogelijkheden voor inpassing van energie opwek.
Dit betreffen de hoge zandgronden in het zuidoosten van de gemeente, de Dungense en Bokhovense Polder en de grote waterplassen. Hier zijn onder voorwaarden van
concept omgevingsvisie
•
landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ‘ruimtelijke kwaliteit’ zonnevelden toegestaan. Transformatiegebieden met ruimte voor zonne- en windenergie, maar niet zonder meer. In deze gebieden ontstaan essentieel andere, nieuwe landschappen. Het opwekken van duurzame energie moet nadrukkelijk samengaan met verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en verduurzaming van de omgeving. Voor zonne-energie betreffen dit de snelwegen en directe omgeving en de Rosmalense en Nulandse polder en voor windenergie de Rosmalense en Nulandse polder, Heesch West en De Brand.
Voor de doelstelling op basis van de Regionale Energiestrategie RNOB is gekozen voor de ontwikkeling van de Duurzame Polder in samenwerking met de gemeente Oss. Voor zonne-energie is gekozen voor de Dungense Polder tegen de snelweg A2, waar de ontwikkeling samenvalt met een brede gebiedsontwikkeling in kader van de hoogwateropgave (HoWaBO II), het zichtbaar en beleefbaar maken van het erfgoed van de Linie 1629, natuurontwikkeling en een recreatief netwerk als uitloopgebied van de stad. Voor een eventuele aanvullende opgave zijn nog geen keuzes gemaakt, maar biedt de ‘Visie Energielandschap’ vooralsnog een toereikend handelingsperspectief.
te brengen landschappelijke kamers voor een meer kleinschalig landschap. Niet alle ‘kamers’ maar slechts enkele. De aan te leggen groenblauwe dooradering omzoomt de kamer en combineert een zorgvuldige inpassing met een impuls voor de biodiversiteit en biedt de grondeigenaar een nieuw verdienmodel door ‘het oogsten van zon’. Maar niet voor de ‘eeuwigheid’, als de zonnepanelen na 25 jaar moeten worden vervangen kunnen deze binnen een andere kamer in de directe omgeving worden geplaatst en kan onderliggende bodem herstellen voor agrarisch gebruik of is voldoende verdienvermogen gegenereerd voor een omzetting naar natuur. Het zonneveld gaat als het ware ‘op reis’ door het landschap en past in deze vorm van tijdelijkheid bij het Circus Jeroen Bosch. Maar ook op een kleiner schaalniveau zijn er ontwerpopgaven. Denk hierbij aan de inpassing van nieuwe ‘transformatorhuisjes’ – groot en klein – voor elektriciteit en warmte in de openbare ruimte van bestaande stad. We beschouwen de inpassing hiervan altijd als een kans voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, in beeldkwaliteit en/of gebruikswaarde. Door deze te koppelen aan opgaven als vergroening, vergroten van de sport en beweegmogelijkheden of door ze slim te integreren restruimtes van nieuwe of te transformeren gebouwen.
Met name in de inpassingsgebieden moeten we elkaar uitdagen door opgaven te combineren en te denken in de tijd, passend binnen de condities uit de ‘Visie Energielandschap’ en de aanvullende besluitvorming hierover. Op de hoge zandgronden kunnen we bijvoorbeeld zonnevelden inpassen binnen de terug
Zin in ’s-Hertogenbosch
97
Stadsuitbreidingen in de gemeente Stadsuitbreidingen in de gemeente ‘s-Hertogenbosch. ‘s-Hertogenbosch. Duidelijk zichtbaar Duidelijk zichtbaar zijn de nog compacte uitbreidingen zijn de nog compacte uitbreidingen rond de historische binnenstad (Het Zand, rond de historische binnenstad (Het Zand, BinnenBinnenstad-Noord, Hofstad) en daarna de stad-Noord, Hofstad) en daarna grootschalige uitbreidingen na WOII.de grootschalige uitbreidingen na WOII.
15
98
4.
BOSSCHE GEBIEDEN In Bossche gebieden vallen de uitkomsten van het participatieproces op gebiedsniveau sa-men met het Verhaal van ’s-Hertogenbosch en de Bossche ontwikkellijnen. Het ruimtelijk beleid krijgt hier een gebiedsspecifieke kleur, zonder te veel in detail te treden.
Voor de Bossche gebieden is gebruik gemaakt van afbeeldingen uit de vier gebiedsvisies: 1. Brede Binnenstad, dec. 2023, in samenwerking met Over Morgen & Posad Maxwan. 2. Bossche wijken binnen de ring, jan. 2024, in samenwerking met Echo en Rho Adviseurd. 3. De groene gemeenschappen, jan. 2024, in samenwerking met VOIDS & Rho adviseurs. 4. Buitengebied en dorpen, jan 2024, in samenwerking met Over Morgen & H+N+S+ Landschapsarchitecten.
concept omgevingsvisie
4.1 De Brede Binnenstad De Brede Binnenstad is het veelkleurige, sterk groeiende, kloppende hart voor alle inwoners en bezoekers van ’s-Hertogenbosch. Niet alleen is de stad vanuit hier gegroeid, maar het is dé plek waar Bosschenaren elkaar ontmoeten en waar de trots en bekendheid van ‘s-Hertogenbosch op gefundeerd zijn. Want generaties Bosschenaren hebben er voor gezorgd dat Den Bosch een stad is om trots op te zijn en te blijven. Een stad die nooit af is, bouwt aan generaties en in het hart van de stad hoogstedelijk doorgroeit. Daar bouwt de Brede Binnenstad, dankzij ondernemerschap, creativiteit en daadkracht, met eigen élan voort op het rijke verleden. De Brede Binnenstad zal voor de generaties na ons
Zin in ’s-Hertogenbosch
een dynamisch gebied zijn met de markt, de Parade, het station en de sprong over de Dieze als hart. Landschappelijk is deze opgespannen tussen de zuidelijke natuurgebieden het Bossche Broek, de Gement en de Moerputten en aan de noordzijde grenst aan de Ertveldplas, die overloopt in de Henriëttewaard naar de Maas. Tussen deze prachtige stadsbalkons -met uitzicht op zowel de Brabantse waterrijke landschappen als die richting de Maas- wonen, werken en recreëren straks nog veel meer mensen dan nu. Dit landschap krijgt ook binnen de stad nog nadrukkelijker een rol. Door groots te vergroenen trekken we de Binnendieze door en leggen de Buitendieze als stedelijk water aan. Zo versterken we de hoogstedelijke dynamiek met
99
gaven
stadswater, geven we een antwoord op de klimaatopgave en komt de identiteit van de Moerasdraak verder tot leven.
Kwaliteiten, trends en opg
zen voor deze kwaliteiten. Immers culturele en soci- plaatsen, start-ups en scale-ups. Zij zullen zich op veraal-maatschappelijke voorzieningen, horeca, winkels, schillende plekken ontwikkelen en samen bouwen aan werkgelegenheid, maar ook sport en recreatie zijn op een interactiemilieu, waar de Stadsdelta en het Innoloop- en fietsafstand gelegen. De verbindende en ac- vatiekwartier als uithangborden voor fungeren. DaarDe verbreding van de Bossche binnenstad betekent tieve routes met een diversiteit aan functies maken het mee blijft de binnenstad zich verbreden, ongetwijfeld dat deze letterlijken nogopgaven een stap groter Met deels voortbewegen in de stad aantrekkelijk en logisch. Zo blijven horeca en shoppen belangrijke aspecten van waliteiten, trends voorwordt. de Brede Op de volgende pagina’s worden aan de hand van vier kaarten de kw nieuwe landschappelijk aantrekkelijke stadsranden en zijn ze dus vorstelijk verbonden. Het nieuwe station, het publieke leven, maar het gebied wordt nog sterker Voor de gebiedsvisie is het van van belang om pas- de mobiliteithubs en de snelfietspaden Binnenstad in beeld gebracht. De kaarten staan niet los van daarbinnen een grotere spreiding dynamiek geven lokale, geworteld in de samenleving doordat je er iedereen te- elkaar. V send bij een middelgrote aantrekkelijke Europese stad. regionale en nationale aansluiting.
Het station betekent genkomt met verschillende doelen en activiteiten. In de agen aan: 1) het behouden of versterken van de kaarten te stapelen en ontwikkelrichtingen te bepalen die bijdrag De publieke ruimte vormt de basis voor een veilig, ge- veel meer voor de stad dan vertrekken en aankomen. Brede Binnenstad woont dus een grote diversiteit aan zond en stadsleven. is bijnu uitstek de Het is dé plek om met allure aankwaliteiten; te komen in het2) hart de verschillende met een en richting deaantrekkelijk toekomst, zonderDit alles al geheel het bewoners inspelenin op trends; ensfeergebieden 3) het invullen van opgaven plek voor verblijven, ontmoeten, bewegen, werken, le- van ’s-Hertogenbosch. grote verscheidenheid aan woningen en woonvormen. m ruimte teinnoveren. laten voor spontane ontwikkelingen, vast te leggen. Juist voor een Brede Binnenstad is het van ren en Meer ruimte voor collectiviteit en voor experiment moetbelang om De nabijheid betekent ook dat mensen komen. en ook bijdragen aan de veerkracht lokale gebondenheid en saamhogt. zodatsamen de sociale economische voldoende ruimte krijg De nabijheid levert ook de mogelijkheid op om te kie- Dit biedt economisch kansen voor innovatie, broed- righeid. Daarmee bouwen we een gezonde, inclusieve
Verstedelijking met Bossche identiteit
Verstedelijking met Bossche identiteit
100
Robuust netwerk van groen en water
Robuust netwerk van groen en water