Concept-Omgevingsvisie
Tekst van het document
Van Gogh was een liefhebber van het landschap en heeft dit tot onderwerp gemaakt van een groot aantal van zijn vroege werken. Om hier de aandacht op te vestigen is het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) opgericht. Dit reikt tot aan ’s-Hertogenbosch, waar zijn schilderijen in het Noordbrabants
museum te zien zijn, en spant zich verder op tussen Nuenen, Zundert en de Kempen. Binnen het samenwerkingsverband van het VGNP wordt gewerkt aan het landschap van de 21e eeuw. Het primaat ligt op natuur en landschap met een meerwaarde voor het ecologisch, economisch en sociaal kapitaal van de streek met oog voor de grote maatschappelijke opgaven. Met dit Nationaal Park nieuwe stijl wordt een hoogwaardig landschap van de toekomst beoogd. Een landschap dat geïnspireerd wordt door het lef en de verbeeldingskracht van Vincent van Gogh met prachtige natuur en vitaal boerenland midden in een economisch krachtige regio. Aan de Zuidwal geven niet alleen de stad en het landschap elkaar de hand, maar ook de wereld van Jeroen Bosch en Vincent van Gogh. topsport en evenementen In ’s-Hertogenbosch staan net andere sporten en evenementen boven aan de lijstjes. Natuurlijk heeft ’s-Hertogenbosch profvoetbal met FC Den Bosch. Champions League-niveau wordt gespeeld op de hockeyvelden aan de Oosterplas en binnen de basketballijnen van de Maaspoort. Ook hebben we een langjarige traditie van sportevenementen op de internationale sportkalender. Jaarlijks wordt een ATP-tennistoernooi gespeeld op het Autotron en strijkt de hippische sport neer in de Brabanthallen. Minder frequent, maar met minstens evenveel impact starten, passeren en/of finishen grote (inter)nationale wielerevenementen de stad.
Niet geheel vreemd als je bedenkt dat één van de meeste succesvolle profwielerploegen zijn thuisbasis heeft in ’s-Hertogenbosch. Met de Brabanthallen op loopafstand van het station biedt ’s-Hertogenbosch daarnaast jaarrond een breed aanbod van beurzen,
concept omgevingsvisie
congressen, concerten, sportevenementen en andere grootschalige bijeenkomsten. Met een soms regionale, maar vaak nationale oriëntatie. En dan is de Bossche jaaragenda ook nog eens gevuld met kleine en grote evenementen, waarin de Bourgondische levenswijze volop op de aandacht krijgt. Het eigenzinnige profiel van ’s-Hertogenbosch heeft een brede aantrekkingskracht op bezoekers tot gevolg. Dat moeten we koesteren, uitbouwen en meer verbinden met de maatschappelijke opgaven in de buurten, dorpen en wijken. Bij het verdichten van de stad kunnen we (top)sport en evenementen, of eenvoudiger bewegen en ontmoeten, vertalen naar ontwerp en inrichting door net even anders te denken en te doen. Bijvoorbeeld door niet alleen een fietspadennetwerk dat belangrijke bestemmingen verbindt te ontwerpen, maar ook na te denken hoe dit ook voor een wielrenner een interessant ronde kan worden. Wellicht door een extra verbindingslusje aan te leggen, zodat het een mooie trainingsronde wordt.
Zin in ’s-Hertogenbosch
41
42
2.4 Grote bewegingen Het verhaal van ‘s-Hertogenbosch voor de toekomst is niet compleet zonder een aantal maatschappelijke transities met een grote invloed op de toekomstige stad en samenleving te benoemen. De wereld is continu in beweging, maar sommige bewegingen hebben een grotere impact. Hier beperken we ons tot de essentie van deze grote bewegingen en richten ons op de ruimtelijke impact hiervan. We weten ongeveer in welke richting het ‘beweegt’ en dat we op de een of andere wijze met de (verwachte) gevolgen om zullen moeten gaan. Onderstaand is een drietal grote bewegingen, die van invloed zijn op de ruimtelijk ontwikkeling van stad en samenleving, kort geduid.
concept omgevingsvisie
klimaat Vrijwel elk seizoen merken we dat het klimaat aan verandering onderhevig is. We breken regelmatig hitterecords, we krijgen soms veel te weinig water en op andere momenten weer veel te veel. Voor de omgevingsvisie is het vooral zaak om met de feitelijke gevolgen om te kunnen gaan voor zover die ruimtelijk relevant zijn. ’s-Hertogenbosch is het meest kwetsbaar voor te veel water in korte tijd. Of het nu om hevige buien in het stroomgebied van de Aa en Dommel gaat, om hoogwater op de Maas of in het ergste geval om een combinatie van beide. Water stroomt naar het laagste punt en dat is ’s-Hertogenbosch voor een heel groot gebied. Onze belangrijkste opgave is dan ook droge voeten te houden. Dat doen we op de eerste plaats
Zin in ’s-Hertogenbosch
door het water dat in ‘s-Hertogenbosch valt zoveel mogelijk vast te houden in de bodem, groen- en blauwstructuren. Daarnaast werken we voortvarend aan de hoogwaterveiligheid met waterbergingsgebieden voor water uit de regio en aan de Maas met dijkversterking. De kunst zal zijn om naast droge voeten te houden ook de woon-, en leefkwaliteit te versterken.
schaarste Het kan bijna niemand ontgaan zijn we op veel vlakken te maken hebben met tekorten. Tekorten aan arbeidskrachten grondstoffen en ruimte, deze schaarste zal in de toekomst nog nijpender worden. Voor arbeid betekent dat we nog slimmer moeten gaan werken om ondersteuning te bieden bij oplopende arbeidstekorten.
43
44
Ruimtelijk zullen we moeten inzetten op efficiënt en meervoudig gebruik van de ruimte. Onze grondstoffen zijn niet onuitputtelijk en voor fossiele energie zien we het eindpunt al aan de horizon verschijnen. We moeten dan ook van een lineaire samenleving naar een circulaire samenleving. Hierin hergebruiken we grondstoffen zoveel mogelijk en liefst 100%. Hoe dat vorm krijgt, daar is nog veel onderzoek en inspanning voor nodig. Maar we zetten hierin al stappen, zoals met duurzaam of natuurinclusief bouwen en voor energie zetten we vol in op hernieuwbare energie. In een circulaire samenleving worden bestaande materialen en producten zo lang mogelijk gedeeld, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycled om waarde te behouden, afval te voorkomen en het gebruik van grondstoffen te beperken. In ’s-Hertogenbosch is het vooral zaak om voldoende ruimte beschikbaar te houden voor het circulair samenleven in korte ketens, nu de ruimte steeds schaarser wordt. Dit zal met name ruimte voor bedrijvigheid en het opwekken en opslaan van energie zijn.
demografie De samenleving verandert continu. Niet alleen in wat we denken, doen en vinden, maar ook in de samenstelling. In ’s-Hertogenbosch zien we een stevige vergrijzing naderen in de komende decennia en tegelijkertijd een aanhoudende migratie. De vergrijzing is een traag proces, redelijk voorspelbaar en heeft met name betrekking op de bestaande Bossche bevolking. We spreken van een ‘dubbele vergrijzing’, omdat de grootte van de groep ouderen toeneemt en ook ouder wordt dan voorheen. De vergrijzing zal een grote impact hebben op de welzijns-
concept omgevingsvisie
en zorgvraag, arbeidsmarkt, specifieke voorzieningen, mobiliteit en woningmarkt, wetende dat de verhuisgeneigdheid onder ouderen zeer laag is. Tegelijkertijd heeft het grote impact op het dagelijkse leven van zorgbehoevenden en hun omgeving als ze geen regie meer kunnen hebben over hun eigen keuzes, doordat ze bijvoorbeeld vastzitten in hun woonsituatie. De migratie is ook stevig, maar veel minder voorspelbaar dan de vergrijzing. Het betreft zowel de ‘trek naar de stad’ als de aantrekkingskracht van Nederland door een bloeiende economie en een hoge levensstandaard. Beide demografische verschijnselen hebben grote invloed op de samenstelling van de Bossche bevolking. Te weinig bouwen kan leiden tot een sterkt vergrijsde stad en samenleving, waarin ouderen blijven zitten waar ze zitten. Jongeren en of minder kapitaalkrachtigen krijgen dan geen kansen om zich te vestigen of door te groeien door hoge woningprijzen en – huren en moeten noodgedwongen elders gaan wonen. Het risico daarvan is dat de dynamiek afneemt en er te weinig werkenden zijn, waardoor iedereen in de zorg werkt en de gastvrije winkels en horeca geen personeel meer hebben. Langzaam verdwijnt dan het leven uit de stad, waardoor de prijzen na jaren sterk zullen kelderen doordat de stad wegkwijnt.
Overigens zijn we daarin niet uniek, maar het vraagt wel om een proactieve houding in het ruimtelijk beleid om een evenwichtige en levendige gemeente in de toekomst te blijven. de toekomst te blijven.
Zin in ’s-Hertogenbosch
45
46
3.
BOSSCHE ONTWIKKELLIJNEN Het Podium ’s-Hertogenbosch vormt het decor voor de alledaagse samenleving, het Circus van Jeroen Bosch. Hier komt naar voren wie we zijn, wat we belangrijk vinden en hoe we naar onszelf en onze omgeving kijken. De groeiende en vergrijzende bevolking, het veranderende klimaat, het toenemend tekort aan grondstoffen, ze leiden boven- en ondergronds allemaal tot een extra ruimtevraag óf om de bestaande ruimte anders te mogen gebruiken. Niet alles kan en past binnen de grenzen van de gemeente ’s-Hertogenbosch. En we kunnen daarvoor niet (altijd) kijken naar de grond van de buren, dichtbij of ver weg. We moeten keuzes maken en de ruimte beter en efficiënter benutten vanuit een integraal perspectief. Met als doel een nog betere versie van ’s-Hertogenbosch, die naar de toekomst volhoudbaar en aantrekkelijk is. In deze omgevingsvisie zetten we stevige piketpalen uit om de ruimtelijke opgaven en transities aan de hand
concept omgevingsvisie
van een viertal strategische ontwikkellijnen te begeleiden en nader vorm te geven. We werken aan de hand van actiegerichte en samenhangende ontwikkellijnen, die als doelen kunnen worden gelezen: groots vergroenen, bouwen aan generaties, welvarend welzijn en vorstelijk verbinden. Deze Bossche ontwikkellijnen zijn op een verhalende wijze beschreven, omdat we vinden dat dat het meest recht doet aan de wens om het samenhangende karakter van de opgaven en transities goed te kunnen vertellen. De ontwikkellijnen hebben een vergelijkbare opbouw. Vanuit een inleidende, maar niet uitputtende context beschrijven we de ambitie voor de ontwikkellijn en vertalen deze naar concrete ruimtelijke opgaven. Onze ambitie en opgaven zijn stevig en vragen om een handelingsperspectief. De route naar deze stip op de horizon is geen rechte lijn en veel zaken die we onderweg tegenkomen zijn nu nog onbekend. Met het handelingsperspectief in het derde deel bieden we de samenleving en onze partners duidelijkheid
Zin in ’s-Hertogenbosch
over hoe we onze ambitie en opgaven willen waarmaken en wat men daarin van ons kan verwachten. Het betreft de hoofdlijnen van ons ruimtelijk beleid en zal in omgevingsprogramma’s, omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en projecten verder moeten worden uitgewerkt. De omgevingsvisie biedt hiervoor het richtinggevend kader. De Omgevingsvisie moet immers de tand des tijds kunnen doorstaan, ruimte bieden voor bijstelling van de koers en nieuwe ontwikkelingen kunnen inpassen. Met de Bossche ontwikkellijnen kunnen we het ruimtelijk verhaal van ’s-Hertogenbosch vertellen. Het zijn eigenlijk sturende lijnen die de toekomst van het Podium ‘s-Hertogenbosch en Circus Jeroen Bosch verrijken. Voordat we dieper in gaan op de ontwikkellijnen, introduceren we een drietal principes voor het ordenen van de ruimte die als een rode draad zijn verweven in de ontwikkellijnen.
47
3.1 principes voor het ordenen van de ruimte De druk op de ruimte is groot, in en om stad. Ruimte voor de gevolgen van klimaatverandering, nieuwe en andere vormen van landbouw en energieopwekking én het beschermen en versterken van de kwetsbare natuur verhogen de druk om de stad. Bovendien willen steeds meer inwoners het ommeland benutten voor recreatie, sport, beleving en hun rust. Ook in de stad is de druk hoog. Een groeiende bevolking vraagt om meer woningen, meer voorzieningen en meer plekken om te werken, te studeren en te leven. De stad moet ook nog eens vergroenen. Niet alleen omdat het mooier is en fijne plekken biedt om te ontspannen, maar ook omdat het een antwoord is op veel opgaven vanuit gezondheid, klimaat en biodiversiteit.
48
De omgevingsvisie brengt de wensen van de samenleving samen en schets een inspirerend beeld voor de toekomst, maar doet dit vooral en bovenal voor het ruimtelijk perspectief. In de Bossche ontwikkellijnen ligt hier dan ook de nadruk op zonder de samenleving als de gebruiker van de stad en het ommeland uit het oog te verliezen. Om aan beide recht te doen hanteren we een drietal principes om de Bossche ruimte te ordenen. Principes die al eeuwen aantonen dat ze leiden tot goede straten, buurten, wijken, dorpen en steden.
Compact De ruimte in en om ’s-Hertogenbosch is schaars, maar de vraag naar ruimte is ongekend hoog. De optelsom van de ruimtevraag voor wonen, werken, voorzieningen, recreatie, klimaat, landbouw, natuur en energie is groter dan de beschikbare ruimte. We kiezen dan ook voor een compacte stad en dorpen als ordenend principe. De ruimtevraag voor nieuwe stedelijke functies, zoals wonen, werken en voorzieningen, vangen we zoveel mogelijk op binnen de bestaande stad en dorpen. Daartoe horen ook de gebieden betrokken die al in ontwikkeling zijn of in deze omgevingsvisie als ontwikkelingsgebieden zijn aangewezen. Compact betekent dat we de ruimte efficiënt benutten.
concept omgevingsvisie
nabij De stedelijke ontwikkeling heeft lange tijd geleund op een scheiding van wonen, werken, voorzieningen en recreëren. De noodzaak uit het verleden – hygiëne, overlast, gezondheid- is veelal verdampt. Het resultaat is een minder efficiënte stad. We kiezen met die reden voor nabijheid als ordenend principe. Zo verdichten we rond hoogdynamische locaties, zoals centra, knopen en langs hoofdroutes met een bestaande mix van functies en kiezen we voor een betere functiemix in monotone gebieden met een lage dynamiek. Dit leidt tot meer voorzieningen binnen minder minuten en stimuleert ontmoeting.
Zin in ’s-Hertogenbosch
meervoudig Gebouwen en gebieden zijn vaak ontworpen voor één bepaald gebruik. In sommige gevallen is dat nodig en kan het niet anders, maar in veel gevallen is gebruik voor meerdere doelen goed mogelijk. Soms kan dit zelfs tegelijkertijd en anders op verschillende momenten op de dag of in de week. We kiezen daarom voor meervoudig ruimtegebruik als ordenend principe. Dat betekent dat we bij iedere ontwikkeling in de stad, dorpen of het buitengebied altijd onderzoeken hoe we gebouwen en gebieden voor meer functies in kunnen zetten.
49
Groots Vergroenen Legenda Moerasdraak in balans met water en bodem Kleilandschap Uiterwaarden Stroomruggen Rivierkommen Brabants Zandlandschap Terrasvlakte Dekzandvlakte Hoge dekzandruggen Beekdalen
Groots Vergroenen
Legenda Legenda
Moerasdraak in balans met water en bodem Kleilandschap Uiterwaarden Stroomruggen Rivierkommen Brabants Zandlandschap Terrasvlakte Dekzandvlakte Hoge dekzandruggen Beekdalen
Veengronden Dijklichamen 3-30-300 regel Realiseren van de 3-30-300 regel De metfoor van de groene rots Robuust, fijnmazig en samenhangend netwerk “Naad van Brabant” Groene Delta Groene Delta in beweging Natuur Netwerk Brabant Duurzame polder
Veengronden
50
Dijklichamen 3-30-300 regel Realiseren van de 3-30-300 regel
Overgang van stad naar landelijk gebied Stadsbalkon Harde stads- en dorpsgrenzen Zachte stads- en dorpsgrenzen Groenblauwe structuren verbinden tussen
3.2 Groots vergroenen In ’s-Hertogenbosch ontwaakt de Moerasdraak. Het is meer dan een verhaal uit het verleden. De Moerasdraak is geleidelijk in kleine stappen getemd en in slaap gesust. Het landschap leek maakbaar. In Groots vergroenen omarmen we onze geschiedenis. We nemen de Moerasdraak als vertrekpunt om de stad en het ommeland klimaatadaptief te maken, de biodiversiteit te vergroten en relatie tussen natuur en mens te herstellen. De Moerasdraak is weer wakker gekust! Onze geografische ligging biedt kansen voor oplossingen die niet alleen functioneel zijn, maar ook ruimtelijke kwaliteit kunnen toevoegen in stad, dorpen en ommeland. Daarmee staat de Moerasdraak niet alleen voor ons verleden, maar ook voor onze toekomst. ’s-Hertogenbosch gaat groots vergroenen.
tuur steeds vaker het toneel vormen om te sporten, te bewegen, te ontmoeten en te vertoeven. Het stedelijk groen en de natuur zijn steeds vaker een ‘vluchtplek’ wanneer het in de stad te warm wordt. Tegelijkertijd zien we dat flora en fauna de stedelijke omgeving opzoekt als woon-, schuil- en foerageerplek. de Moerasdraak ontwaakt Door de forse groei van de stad hebben de rivieren en beken steeds minder ruimte gekregen in laatste eeuw. In de loop der tijd werden ze ingeklemd door de opgehoogde gebieden en later bedijkt. De rivieren en beken leken bedwongen, met als gevolg dat de uitbreidingswijken zoals Maaspoort niet meer zo ver werden opgehoogd als voorheen. De nieuwere wijken werden bijvoorbeeld ontwatert middels gemalen. Met een set van technische oplossingen konden overstromingen en wateroverlast in de stad worden voorkomen.
3.2.1 wat we zien In een notendop zien we dat de maakbaarheid van het moeraslandschap niet onbeperkt is als antwoord op de klimaatverandering en dat het stadsgroen en de na-
concept omgevingsvisie
Steeds vaker zien we dat de oplossingen uit het verleden niet meer toereikend zijn. Met name op de momenten dat het klimaat zich anders toont dan voor-
Zin in ’s-Hertogenbosch
heen. Bij hevige buien, hete zomers en lange periodes van regen. De bodem, het watersysteem en de natuur hebben door alle technische oplossingen ingeboet aan reserves om een antwoord te hebben op hevige pieken en dalen in de dynamiek van de delta. Met techniek en innovatie hebben we alles gemaximaliseerd, maar niet persé geoptimaliseerd. Met wateroverlast, hittestress, verdroging, een zwakke staat van de bodem en natuur tot gevolg. Nu de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht, is urgentie geboden en de tijd om ons aan te passen beperkt. In een steeds warmer en natter klimaat blijft het continu zoeken naar een betere balans tussen techniek en de natuurlijke staat. De maakbaarheid blijkt in ieder geval eindig om ook voor toekomstige generaties een gezond, groen en klimaatbestendig landschap te bieden. ruimte voor droge voeten In en om ’s-Hertogenbosch wateren de regionale watersystemen af op de Maas. Het maakt de gemeente bijzonder gevoelig voor overstromingen, zowel vanuit de beekdalen als vanuit de Maas. De Maasdijk be-
51
52
schermt de stad in het noorden, maar deze moet over grote delen hoger en breder worden om de grotere schommelingen in het waterpeil van de Maas op te vangen. Waterkeringen en waterbergingsgebieden beschermen de stad tegen overstromingen vanuit de stroomgebieden van Aa, Dommel en Dieze. Dit watersysteem wordt het regionale watersysteem genoemd. Ook hier is steeds meer ruimte nodig voor piekafvoeren in korte tijd. Diverse waterbergingsgebieden als Het Bossche Broek, Vughtse Gement en het dynamisch beekdal van de Aa zijn al gerealiseerd met een capaciteit van ruim 14 miljoen m3 water. Desondanks is er nog een zoektocht naar mogelijkheden om 36 miljoen m3 water in de regio op te vangen om het gewenste beschermingsniveau te halen met het programma van Hoogwater Aanpak Brabant Oost[1] (HoWaBO II). Dit moet leiden tot een robuust watersysteem in zowel droge als natte periodes, dat voldoende water (bovenstrooms) vasthoudt, maar ook kan bergen en afvoeren. Naast bescherming tegen overstromingen vanuit de rivieren moeten we de stad ook beschermen tegen overstromingen als gevolg van hevige neerslag, Het uitgangspunt hierbij is dat er wel hinder, maar geen schade mag ontstaan. natuur als dienst De natuur levert allerlei ‘diensten’ aan de mens. Soms heel zichtbaar, zoals de productie van voedsel en hout.
Vaak ook minder zichtbaar, zoals de zuivering van oppervlaktewater door een rietmoeras en de bestrijding van plagen in de landbouw met natuurlijke vijanden of verkoeling op warme dagen. Deze diensten noemen we ecosysteemdiensten. Als samenleving maken we gebruik van verschillende ecosysteemdiensten. Om dit ‘natuurlijk kapitaal’ blijvend te benutten, moeten we de balans tussen gebruiken en beschermen goed bewaren. De bodem is een minder zichtbare, maar voor ‘s-Hertogenbosch essentiële ecosysteemdienst. Een gezonde bodem werkt als spons voor waterbuffering, verdraagt hitte en droogte beter, slaat koolstof op, houdt stikstof vast en bevordert de biodiversiteit en waterkwaliteit. Vanzelfsprekend is een gezonde bodem ook van belang voor de agrarische sector. Natuur heeft haar eigen waarde en met name zeldzame en kwetsbare natuur, zoals delen van het Bossche Broek, de Moerputten en Vughtse Gement en de Hooge en Nulandse Heide, heeft bescherming en rust nodig. Tegelijkertijd zorgt de hoge druk op de ruimte ervoor dat het groen in en om de stad en dorpen én de natuurgebieden meervoudig worden gebruikt. Het zijn gewilde plekken voor ontspanning, ontmoeting, sporten en bewegen. Het groen in de stad is op veel plaatsen al het decor voor de belangrijkste fiets- en wandelroutes. Een aantal parken wordt al intensief gebruikt, andere nodigen hier minder toe uit.
[1] Binnen HoWaBo II wordt deze opgave uitgewerkt, waarbij de waterschappen Aa en Maas en Dommel, gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden, Vught en Sint-Michielsgestel, provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat nauw samenwerken. Om het watersysteem robuust en veerkrachtig te maken, zowel in natte als in droge perioden, wordt gezocht naar een goede balans in maatregelen tussen (bovenstrooms) vasthouden, bergen en afvoeren.
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
bron: PBL, WUR, CICES 2014
stad als ecologische vluchtheuvel Het natuurlijke deel van de stad is even rusteloos, dynamisch en kosmopolitisch als het menselijke deel. In de stad gebeuren ongelofelijke dingen, maar die gebeuren ook vaak in scheuren in het asfalt of in achtertuinen in de buitenwijken. De stad zelf is een ecosysteem, dat qua soorten rijker is dan de monotone en intensief bewerkte cultuurgronden in het buitengebied2. Steden veranderen snel, zoals ze altijd hebben gedaan. Op vergeten plekken die we ooit claimden, hebben zaden het vaak overleefd en bloeien ze op wanneer we even niet kijken. Wilde dieren hebben hun weg gevonden naar onze stad en geleerd om naast
53
de mens te leven. De grens tussen stad en natuur vervaagt zo steeds meer. In ’s-Hertogenbosch zijn al veel groene gebieden, maar er zijn tal van mogelijkheden om het groen nog verder door te laten dringen. Als we het tenminste de kans geven om uit te groeien tot een actief stedelijk ecosysteem. ‘no net land take’ De Europese Commissie legt in de Bodemgezondheidswet de verdere aantasting van de bodemkwaliteit en ecosysteemdiensten aan banden. Een van de manieren is door geleidelijk de rem te zetten op stedelijke uitbreiding ten koste van natuur- en landbouwgronden, met in 2050 een geheel verbod op uitbreiding. 2050 is nog ver, maar vanaf 2030 zal het Rijk al verantwoording moeten afleggen over verstedelijking in relatie tot ruimte voor groen en landbouw. Ondanks dat een aantal begrippen en definities nog niet voldoende gedefinieerd zijn, is wel duidelijke dat de wetgeving een extra druk op het bestaand verstedelijkt gebied zal leggen. Het bestaand stedelijk gebied zal efficiënter en zorgvuldiger moeten worden gebruikt. De Bossche verstedelijkingsstrategie en onderliggende ordenende principes voor de ruimtelijke ordening leunen al sterk op het intensiever en efficiënter gebruiken van bestaande stad en dorpen. ruimte voor natuurbeheer Na de Tweede Wereldoorlog groeit de landbouw sterk onder het motto van ‘nooit meer honger’.
Ruilverkavelingen, schaalvergroting, normalisatie van beken en ontwatering maakten de eeuwenoude waterbeheersing overbodig. Houtwallen en hagen verloren hun
54
functie als perceelsgrenzen. Het leidde tot een verlies aan natuur en landschapskwaliteit. Vermesting, verdroging en verzuring deden hun intrede met groot effect op de oorspronkelijke biodiversiteit3 Het hobbelige pad naar een nieuw evenwicht is al jaren geleden ingezet. Maar er ligt ook nog veel werk in het verschiet om de kwaliteit van de natuur, de bodem en het water weer op een verantwoord niveau te krijgen. We zien een landbouw die in haar huidige vorm sterk onder druk staat en zich zal moet aanpassen aan de omgeving. Delen van het buitengebied blijven functioneren als een efficiënt productielandschap, waar het produceren van voedsel en gewassen centraal staat (zie ontwikkellijn ‘Welvarend Welzijn’). Maar ook hier zal ruimte gevonden moeten worden voor een verbetering van de bodem- en waterkwaliteit met ruimte voor natuurontwikkeling. Denk hierbij aan de noodzakelijk 10% groenblauwe dooradering van het cultuurlandschap. De landbouw blijft in welke toekomstige vorm dan ook een belangrijke gebruiker en beheerder van het buitengebied. De agrarische ondernemers hebben samen met onder andere natuurorganisaties, terreinbeheerders en andere (semi-)publieke partijen hierin een belangrijke rol. Nabij natuurgebieden, of plekken waar de grond arm is of klimaatadaptatie voorrang krijgt, is een ander (agrarisch) ondernemerschap nodig om groots te vergroenen.
Het vormgeven van de transitie naar een meer (bio)divers cultuurlandschap met verschillende accenten en profielen is een complexe en langjarige aangelegenheid.
3.2.2 onze ambitie en opgaven Onze ambitie voor Groots Vergroenen leunt sterk op
de ambities verwoord in recente besluitvorming over groen, water en klimaatadaptatie. In deze omgevingsvisie ligt de focus op de ruimtelijke vertaling hiervan: Groots vergroenen in ’s-Hertogenbosch betekent ruimte in de stad, dorpen en het ommeland voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, een gezonde bodem en een veerkrachtig stedelijk groen en natuur. We nemen hiervoor zoveel mogelijk het natuurlijk systeem als basis en gebruiken techniek waar het moet. Een gezonde balans tussen mens en natuur en een volhoudbaar perspectief voor het natuurlijk kapitaal zijn hierin leidend. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we de volgende hoofdopgaven: • we moeten een betere balans aanbrengen tussen het natuurlijke condities van water, bodem en natuur en de techniek om klimaatadaptief te worden • we maken ruimte voor de Maas, de beekdalen, stad en dorpen om droge voeten te houden in een steeds natter klimaat • we werken aan een gezonde bodem die het hemelwater beter kan vasthouden in natte en droge tijden en die de gebiedseigen biodiversiteit kan verbeteren en versterken. • we vergroenen stad en land voor een rijkere biodiversiteit, een gezond en klimaatadaptief woon-, werk- en leefklimaat en een aantrekkelijk ’s-Hertogenbosch.
• we bouwen verder aan een samenhangend netwerk van hoogwaardige natuurgebieden en groenblauwe structuren in en rond de stad onder de noemer van de Groene Delta4, • we verbeteren de bereikbaarheid van het groen en blauw in het ommeland, voor recreatief medegebruik, maar houden afstand waar het nodig is.
•
we benutten de ecosysteemdiensten in balans met de veerkracht van ons natuurlijk kapitaal.
Deze opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie.
3.2.3 hoe we het willen doen OIn Groots Vergroenen zijn de opgaven urgent en tegelijkertijd een zaak van lange adem. ‘Groots’ verwijst niet alleen naar de omvang en reikwijdte van de opgaven, maar ook naar de eeuwenoude drijfveer om de dingen in ‘s-Hertogenbosch goed en met een hoge kwaliteit te doen. Het ‘vergroenen’ omvat het brede spectrum van natuur, water, bodem, klimaat en landschap. We moeten voortvarend aan de slag (blijven), want de transformatie naar een gezonde, groene klimaatbestendige stad neemt decennia in beslag. De opgaven en investeringen zijn groot en als we meer willen leunen op het natuurlijk systeem dan moet het ook de tijd krijgen om ‘zichzelf in te regelen’. A. we versterken de Moerasdraak met water- en bodemsturend ’s-Hertogenbosch omarmt in navolging van Rijk en provincie het principe van water- en bodem sturend. In onze keuzes moeten we beter ‘luisteren’ naar wat de bodem en het water ‘te vertellen hebben’. En het gebruik en de inrichting beter afstemmen op de staat en kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water. Het bestaande groen en water in ʼs-Hertogenbosch functioneert al deels als een natuurlijke klimaatbuffer en heeft al bijzondere waarde voor natuur en mens. Dit willen we zoveel mogelijk koesteren en
concept omgevingsvisie
vasthouden. Rigoureus het roer om na een eeuw van maakbaarheidsgeloof en technische optimalisatie is niet realistisch en haalbaar. Daarom maken we onderscheid tussen ruimtelijk structurerende keuzes op het niveau van verstedelijking en inrichtingskeuzes om de stad groots te vergroenen. We nemen het heden als vertrekpunt en nemen de lessen uit het verleden mee, onze keuzes en ruimtelijke ingrepen moeten robuust zijn. structurerende keuzes voor verstedelijking In ’s-Hertogenbosch hebben we met de keuze voor een compacte stad en het water de ruimte te geven buiten de stad, water- en bodemsturend op structurerend niveau al omarmd. Voor nieuwe ruimtelijk structurerende keuzes is het water- en bodemsturende principe het vertrekpunt, maar de beste plek vanuit water en bodem is niet altijd de meest wenselijke plek om aan de stad of het dorp te bouwen. Andere belangen zoals nabijheid van scholen of sportvereniging, de bereikbaarheid van stations en wegen, een aansluiting op energie- en drinkwatersystemen of stedelijke dynamiek sturen daarom keuzes soms een andere kant op. Dat is niet per se ongunstig voor water en bodem. Vanuit een brede scope kan bijvoorbeeld verdichting en intensiever gebruik rond stedelijke centra juist ruimte vrijhouden op andere plekken in de stad of het ommeland voor een natuurlijke omgang met bodem en water.
In ‘s-Hertogenbosch hebben we hier al de nodige ervaring mee. Door bijvoorbeeld hoogstedelijk te bouwen in de Spoorzone en rond de stad ruimte vrij te houden voor waterberging in het Bossche Broek en de Vughtse Gement.
Zin in ’s-Hertogenbosch
inrichtingskeuzes in de openbare ruimte Voor de inrichtingskeuzes in de openbare ruimte geldt dat niet de stedenbouwkundige typologie, bouwperiode, het technische vernuft of de ontwerpersvrijheid doorslaggevend is, maar de eigenschappen van de bodem en het watersysteem. We gaan daarbij uit van de landschappelijke en/of technische eigenschappen van een gebied. Zo onderscheiden we bijvoorbeeld zandwijken en –dorpen, polder- en rivierenwijken, maar ook rivier- en beekdalen, kleinschalige zandlandschappen en open polders. Het vertrekpunt daarbij is het heden. Veenmoeras dat opgehoogd is met zand uit de winplassen heeft water- en bodemeigenschappen van de hogere zandgronden. Daar spelen we op in bij het groen inrichten en vormgeven van de openbare ruimte. Veranderingen in het water- en bodemsysteem zijn voor de lange termijn, het zijn trage processen. Daarbij geldt dat om redenen van bijvoorbeeld veiligheid of financiën soms andere keuzes worden gemaakt. cultuurhistorie, natuur en landschap als gids Het landschap zoals we dat dagelijks beleven is een reflectie van wat de bodem- en watercondities mogelijk maken, al dan niet geholpen door de techniek. De ligging op het kruispunt van hoog en laag én zand en klei, de bijzondere natuur die dit oplevert en de eeuwenoude patronen en relicten van bewoning die nog altijd meer of minder herkenbaar zijn, geven het landschap identiteit.
Niet alleen in het buitengebied, maar ook in de stad. De Bossche Buitens – zoals we het ommeland ook wel noemen – wordt door velen gekoesterd en is een belangrijke reden om in ‘s-Hertogenbosch te wonen, of er
55
56
een bezoek aan te brengen. Dit landschap, de cultuurhistorische waarden en bijzondere natuur zijn gidsend voor het Groots Vergroenen. B. de stad als spons Steden en dorpen bestaan voor een groot deel uit harde oppervlaktes zoals steen, beton en asfalt. Water kan hierdoor moeilijk in de bodem infiltreren. Bij hevige regenval staan straten en gebouwen blank en stroomt water oppervlakkig naar de lager gelegen gebieden met vaak hoogwater tot gevolg. Ook in het ommeland (met veel akkerbouw) spoelt regenwater direct af. Dit is een gevolg van verdichting van de bodem door gebruik van zware machines of het technisch watersysteem, dat primair het agrarisch gebruik faciliteert. Minder verharding, anders boeren en meer, beter en diverser groen is het begin van een oplossing, maar zeker niet voldoende. Een gezonde natuurlijke bodem met veel bodemleven is cruciaal. Deze kan veel meer water opnemen én zuiveren dan de nu vaak schrale bodem in het openbaar groen of de landbouwgebieden. Om de bodem van nature weer gezond te maken en te houden zijn een rijke biodiversiteit, robuuste maatvoering van de groenstructuren en verbondenheid tussen de groene gebieden essentieel. ‘s-Hertogenbosch moet opnieuw een sponsstad worden. Een sponsstad zet primair in op een natuurlijk bodem- en watersysteem in samenhang met een robuust groenblauw netwerk.
Een goede balans tussen het verwerken van overtollig (hemel)water en het vasthouden van water als voorraad voor droge perioden is
belangrijk. De sponsstad is zo ontworpen dat neerslag die onder normale omstandigheden valt zoveel mogelijk lokaal wordt geïnfiltreerd. In droge perioden blijft dan voldoende grondwater beschikbaar voor bomen, planten en gewassen om te groeien. Door op deze manier met water om te gaan wordt ook verdroging tegengegaan. Lokaal moet daarvoor een goed bodemleven en voldoende bufferend volume aanwezig zijn zodat alleen bij extreme neerslag vertraagd naar de omgeving afgevoerd hoeft te worden. Voor het zover is, zullen nog technische systemen als kanalen, gemalen en stuwen nodig zijn en faciliteiten voor tijdelijk gebruik zoals wadi’s en retentiegebieden. Het verbeteren van de sponswerking kan en mag niet alleen beperkt blijven tot onze gemeente. Het zal ook in de steden, dorpen en het landelijk gebied bovenstrooms van de Aa en Dommel zoveel mogelijk moeten worden doorgevoerd. Anders blijven de Aa en Dommel -en daarmee ‘s-Hertogenbosch- kwetsbaar voor piekafvoeren en hoogwater. Het is onze uitdrukkelijke wens dat de opgave in het kader van hoogwater máximaal 50 mln. kuub is. Bij voorkeur wordt dit verkleind door de inspanningen van gemeenten, provincie en waterschappen in de bovenstroomse gebieden. Dit sluit immers aan op de drietrapsstrategie ‘vasthouden- bergen- afvoeren’ van de waterschappen. C. 3-30-300 regel De 3-30-300 regel is eenvoudig, goed te begrijpen en te onthouden.
De 3 staat voor 3 bomen zichtbaar vanuit iedere woning. De 30 staat voor de gewenste 30%
bron afbeelding vorige pagina: Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig, januari 2024, De Urbanisten
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
beschaduwing van de openbare ruimte in de warme maanden, wat ook deels kan met bebouwing. En de 300 staat voor de gewenste maximale afstand van 300 meter tot een koele groene plek van minimaal een halve hectare (5.000 m2), zoals een verkoelend parkje. De basis voor de 3-30-300 regel komt uit de ‘stadbosbouw’. De overeenkomst met traditionele bosbouw is dat je voor het ‘stedelijk bos’ kijkt als één samenhangend ecosysteem, dat bepaalde ‘diensten’ levert. Het biedt mens en dier een aaneengesloten structuur die verkoeling biedt op warme dagen, de lucht zuivert, ruimte biedt voor ontspanning en sporten en de stad verbindt met het buitengebied. Voor dieren biedt deze groenstructuur een samenhangend netwerk van stapstenen, lijnen en gebieden, die het leefgebied vergroten en robuust maken. Hoe intensiever het gebied wordt gebruikt, hoe lastiger dit is. Dit is bijvoorbeeld het geval in de binnenstad of op bedrijventerreinen. Hoewel de regel niet in beton is gegoten, geeft het houvast voor de verbetering van de groenstructuur in bestaande wijken en dorpen, bij projecten en in gebiedsontwikkelingen. Belangrijk is om de bodem, het watersysteem en de stedenbouwkundige opzet als vertrekpunt te nemen bij (her)ontwerp. Lukt het niet op buurtniveau, doe het dan op wijkniveau. D.
de metafoor van de groene rots De metafoor van de ‘stad als groene rots’ weerspiegelt één van de meest uitdagende opgaven voor de ontwikkellijn Groots Vergroenen: het vergroten van de biodiversiteit in een (hoog)stedelijk gebied, waar verdere verdichting en intensivering van gebruik door de mens noodzakelijk is.
57
De leef- of overlevingscondities voor planten en dieren zijn in de Brede Binnenstad met veel steen en beton wezenlijk anders dan in de groene Maaspoort, het Bossche Broek of in Nuland. Niet alleen door verschillen in het water- en bodemsysteem, maar ook door de bebouwing en inrichting die noodzakelijk is voor het menselijk gebruik. Om de biodiversiteit te vergroten en te verrijken benaderen we ’s-Hertogenbosch dan ook als een stad, waar mensen, dieren en planten samenwerken door elkaar de ruimte te geven, weerbaar te zijn en samen te leven in een gedeeld ecosysteem (symbiotische stad). Met andere woorden: we stellen huidige gebiedscondities centraal en werken van daaruit aan een optimale natuurrijke omgeving. In de symbiotische stad weerspiegelt de biodiversiteit de typische gelaagdheid van de stedelijke omgeving. Zo komt in de binnenstad de biodiversiteit eerder overeen met een droog en rotsachtig landschap, terwijl ‘s-Hertogenbosch oorspronkelijk op moerasgrond is gebouwd. Bij de inrichtingskeuze voor bomen en planten kiezen we met het oog op biodiversiteit voor een rijke combinatie van gebiedseigen en klimaatbestendige soorten. Soorten die zijn afgestemd op het onderliggende bodem- en watersysteem én de condities die volgen uit de mate van verstedelijking.
Op deze wijze werken we in het stedelijke gebied aan een robuust, fijnmazig en samenhangend netwerk van parken, lanen, (spoor)bermen, begraafplaatsen, beken, oevers, zandwinplassen en allerlei kleinere groen- en waterstructuren. Daarmee is het een vergelijkbaar netwerk als bij de 3-30-300 regel, maar ligt in dit geval de focus op de versterking van de biodiversiteit. Vaak zullen deze netwerken overlappen, maar in sommige geval-
58
len zal dit ook vragen om exclusiviteit en bescherming. We scheiden als het moet en combineren slim als het kan. Groene plekken die vooral bedoeld zijn voor verkoeling moeten weerbaar zijn voor medegebruik door de mens. Andere plekken kunnen hooguit extensieve vormen van medegebruik zoals wandelen of hardlopen verdragen. Verder zijn er plekken waar voor een robuuste instandhouding van de natuur vraagt om rust en stilte. In het ommeland draait het meer om het herstellen van de werking van de Moerasdraak op de overgang van het hoge, droge zand naar de natte natuur van kwelgebieden, beekdalen en overstromingsvlakten. Buiten de stad is biodiversiteit gekoppeld aan deze groenblauwe structuren. Dit omvat onder andere het al deels gerealiseerde netwerk van groen- en natuurgebieden van ‘De Groene Delta’, maar ook het oude cultuurlandschap, stuifduinen en de bossen op de hogere zandgronden. De Groene Delta is meer dan een samenhangend gebied en natuur. Samen met een groot aantal partners wordt integraal gewerkt aan natuur en landschap, landbouw, cultuurhistorie en recreatie in en om de stad.
De vereiste 10% groenblauwe dooradering uit het Nationaal Programma Landelijke Gebied5 (NPLG) en provinciale uitwerking (BPLG) zetten we in om biodiversiteit in het agrarisch productielandschap een stevige en robuuste plek te geven en om in het oude cultuurlandschap het herstel van biodiversiteit te bevorderen. Het NPLG biedt daarnaast structurerende keuzes voor het creëren van overgangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zoals het Bossche Broek, de Moerputten en het Vughtse Gement. Het landgebruik en waterpeil moeten een bijdrage leveren
aan natuurherstel. Het maatregelenpakket hiervoor omvat onder andere bufferzones langs beekdalen op de hoge zandgronden, de inpassing van extra areaal voor agrarische natuur, en nieuwe natuur en ruimte voor waterberging onder de noemer van HoWaBO II. Door deze opgaven slim te verbinden en te ontwerpen dragen deze ook maximaal bij aan het versterken van de biodiversiteit als geheel. De overgang van stad naar landelijk gebied is vaak hard en vormt een barrière voor planten en dieren als doorlopende verbindingen. Het is gewenst om de groenblauwe structuren tussen stad en land met elkaar te verbinden en verstoring -zoals licht en geluid- te minimaliseren. Met name de ring tussen de stedelijke en landschappelijke wijken is kwetsbaar en verdient extra aandacht als Groene Gordel, die het stedelijk groen verbindt met de randen van de landschappelijke wijken en het landelijk gebied. E. mozaïek van groen, blauw, mens en dier DDe Bossche Buitens zijn volop in beweging. Het ommeland staat op veel plekken onder druk. Niet alleen dijen de stad en dorpen uit en groeit de recreatiedruk, ook de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, natuur en een toekomstbestendige agrarische sector vragen meer ruimte. Daarnaast ontstaan nieuwe vraagstukken die ruimte vragen met het oog op veiligheid en risicobeperking, zoals bosbranden, dijkdoorbraken en dergelijke.
Tegelijkertijd willen we dat het landschap ook nog een beetje herkenbaar en attractief blijft. De veranderingsopgaven in het landelijk gebied zijn daarmee minstens even ingrijpend en complex als in het stedelijk gebied.
Het handelingsperspectief is dan ook altijd maatwerk en gebiedsgericht. We nemen de bodem en het watersysteem als vertrekpunt én erfgoed, natuur en landschap zijn gidsend. Maar wanneer we uitzoomen zien we een mozaïeklandschap met daarbinnen gebieden met een hoge en lage dynamiek en snelheid. In sommige gebieden staat conservering en bescherming centraal, terwijl andere gebieden transformeren en nieuwe betekenis krijgen. Ze worden bij elkaar gehouden en van elkaar gescheiden door een groots robuust netwerk van groen en blauw.
door technologie en precisie zijn impact op de natuur kan beperken. Niet alles kan overal, maar we halen er wel altijd het optimale uit voor mens en natuur. Of het nu gaat om het inpassen van waterberging voor HoWaBO II, het ontwikkelen van een landschapspark om de recreatieve druk van de stad op te vangen, het creeren van nieuw perspectief voor de droge, hoge zandgronden of het verbeteren van een Natura2000-gebied aan hand van Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) of maatregelen op basis van het Nationaal of Brabants Programma Landelijke Gebied.
Het netwerk is niet alleen robuust door de (beoogde) omvang, maar vooral door de veelheid van verbindingen en alternatieven. Dit leidt tot een meer weerbare natuur, maar ook de mogelijkheid om verschillende maatschappelijke vragen in te passen en ruimtes meervoudig te gebruiken. Niet alles kan overal, maar we halen er wel altijd het optimale uit voor mens en natuur. Of het nu gaat om het inpassen van waterberging voor HoWaBO II, het ontwikkelen van een landschapspark om de recreatieve druk van de stad op te vangen, het creëren van nieuw perspectief voor de droge, hoge zandgronden of het verbeteren van een Natura2000-gebied aan hand van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) of via het Nationaal of Brabants Programma Landelijke Gebied. De omvang en veelheid van verbindingen en alternatieven leidt niet alleen tot een meer weerbare natuur, maar geeft ook de mogelijkheid om verschillende maatschappelijke vragen in te passen en te combineren. Een mozaïek van (productie)bossen, agrarisch natuurbeheer, bewoning en hoogproductieve landbouw, die
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
59
Bouwen aan Generaties Legenda We differentiëren in dichtheid en dynamiek Brede Binnenstad
Bouwen aan Generaties Legenda
Legenda We differentiëren in dichtheid en dynamiek Brede Binnenstad
Stedelijke wijken Landschappelijke wijken Dorpen en Buitens Meer stad, binnen dezelfde ruimte
Stedelijke wijken
Zoekgebied (hoog)stedelijke woonvormen
Landschappelijke wijken
Bestaande beter benutten
Dorpen en Buitens
Zoekgebied landschappelijk wonen Zoekgebied superlandschappelijk wonen
Meer stad, binnen dezelfde ruimte Zoekgebied (hoog)stedelijke woonvormen Bestaande beter benutten Zoekgebied landschappelijk wonen Zoekgebied superlandschappelijk wonen
60
Zoekgebied extra woonopgave ‘Bandstad’ Afronden Groote Wielen Noord-Oost Stadsstraten indicatief Doorontwikkeling van het zorg- en woonprogramma zorglocaties
Zoekgebied extra woonopgave ‘Bandstad’ Afronden Groote Wielen Noord-Oost Stadsstraten indicatief Doorontwikkeling van het zorg- en woonprogramma zorglocaties
Overig bebouwd gebied
3.3 Bouwen aan generaties
Wonen in ’s-Hertogenbosch is populair. Dit levert een grote dynamiek op voor de stad en een stevige taak om voor iedereen een fijne plek te kunnen bieden. Het gaat immers niet om het bouwen van woningen alleen, maar het gaat over de dagelijkse woon- en leefomgeving van mensen. Bouwen van woningen en voorzieningen moet ontmoeting en sociale verbinding met de plek en de omgeving stimuleren. Het moet oog hebben voor verschillende perspectieven op de menselijke maat, in de behoefte van bijzondere doelgroepen voorzien en zorgen voor afwisseling en diversiteit. Bouwen in de bestaande stad, maar ook op uitleglocaties, vereist daarom grote zorgvuldigheid. Niet alleen op de plek waar gebouwd wordt, maar juist in relatie tot de omgeving en de zachte waarden die het gevoel van de stad en het ommeland weerspiegelen. Het vraagt van ons een meer gebiedsgerichte benadering van de opgave, door te denken en werken vanuit de plek, de inwoners, de gebruiker. Om zo de kwaliteit en diversi-
concept omgevingsvisie
teit van de stad en dorpen als geheel te versterken op de lange termijn en veel verder te kijken dan de grenzen van het plangebied en het moment.
3.3.1 wat we zien In een notendop zien we dat de samenstelling en de woonwensen van de Bossche samenleving snel veranderen en dat de woningvoorraad hier nog niet genoeg op is voorbereid. Buurten, wijken en dorpen bieden door gebrek aan draagkracht voor, afstand tot voorzieningen en de mate van diversiteit in woningtypologieen ongelijke kansen voor bewoners. Ook verliezen ze steeds meer voorzieningen en faciliteiten door gebrek aan (financieel) draagvlak en maatschappelijke trends zoals digitalisering en individualisering. Dit maakt dat er in allerlei gebieden volop kansen én ruimte voor bijsturing en verbetering zijn. groei van de stad De stad is een plek van dynamiek, vrijheid en kansen.
Zin in ’s-Hertogenbosch
Succesvolle steden en regio’s werken als een magneet op nieuwe bewoners uit alle windstreken. In ’s-Hertogenbosch is dit patroon al jaren zichtbaar. Grotendeels op eigen kracht, maar de laatste jaren ook steeds meer onder invloed van de sterke ontwikkeling van steden en regio’s om ons heen, zoals de Brainport-regio. Het einde van de groei is nog niet inzicht. ‘s-Hertogenbosch verwacht tot 2050 nog tienduizenden nieuwe Bosschenaren te mogen verwelkomen en groeit daarmee door richting 200.000 inwoners. Dat betekent stevig doorbouwen aan de stad, waarbij we de ingezette groei van circa 1.000 woningen per jaar doorzetten. En niet te vergeten: extra winkels, sportclubs, scholen, huisartsen, parken, werkgelegenheid, fietspaden enzovoorts. Deels kunnen de bestaande voorzieningen de extra vraag opvangen, maar tekorten in basisvoorzieningen moeten we voorkomen. De groei heeft een enorme impact op de stad. We hebben er weinig tot niets aan als de groei leidt tot meer van hetzelfde en uitsluiting van anderen. ‘s-Hertogen-
61
62
bosch heeft een flinke instroom van jongeren, maar als ze een gezin krijgen vertrekken ze vaak weer naar een andere plek in de regio. Terwijl deze groep ontzettend belangrijk is om voorzieningen, faciliteiten en clubs te kunnen behouden. Maar ook als onderdeel van een sterke samenleving met een gemengde populatie, waar mensen elkaar kunnen helpen en geholpen worden. Ook zien we dat Bossche jongeren moeilijk woonruimte kunnen vinden, omdat het inkomen en/of vermogen steeds minder vaak toereikend is. Tegelijkertijd vergrijst de samenleving en ontstaat een omvangrijke vraag naar nieuwe woonvormen, zoals wonen met zorg en een verscheidenheid aan collectieve woonvormen. Door de vergrijzing, maar ook onder andere leeftijdsgroepen neemt het aantal 1- en 2-persoonshuishoudens substantieel toe. stedelijke verleiding, maar niet alles kan overal ’s-Hertogenbosch heeft een drukke en diverse binnenstad met een hoge stedelijke dynamiek. Daarbuiten is het een aaneenschakeling van verschillende wijken waar deze dynamiek ontbreekt.. In stedelijk gebied met een mix van functies kunnen allerlei dagelijkse activiteiten worden gecombineerd of in elkaars directe nabijheid plaatsvinden. Dit kan een enorme impuls voor de kwaliteit van leven bieden en is dienend aan tal van andere opgaven.
Terwijl dit in de hedendaagse samenleving, waar het tempo hoog ligt en werk, zorgen vrije tijd in elkaar overvloeien, juist heel welkom is. In plaats van dat steeds de auto ‘moet’ worden gepakt voor dagelijkse voorzieningen en de (drukte van de) stad eerder een hindernis is in het dagelijks leven dan een verrijking. Met de dagelijkse voorzieningen dichtbij (om de hoek) op loop- en fietsafstand, ligt lokaal leven
concept omgevingsvisie
voor de hand. Dát is de stedelijke verleiding en bindt huishoudens. Het maakt de stad efficiënter en onderscheidend als woon- en leefmilieu. Het is echter niet wenselijk en realistisch om overal in ’s-Hertogenbosch deze stedelijke verleiding na te streven. Daar zijn simpelweg de ruimte en de middelen niet voor en ook niet altijd passend bij het karakter van het gebied. In Vinkel kunnen we geen bioscoop of theater haalbaar maken, maar in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch is het weer niet mogelijk om te wonen in een vrijstaande woning met grote tuin, oprit en in een rustige omgeving. Het is zoeken naar een balans tussen nabij en bereikbaar. Wat niet nabij is, moet zoveel mogelijk bereikbaar zijn en andersom. het perspectief van generaties Wonen is geen consumptiegoed, maar een basisbehoefte. Voor de meeste bewoners gaat het om een langjarige verbinding met een plek, een omgeving en medebewoners. Veel buurten en wijken zijn vooral een ruimtelijke vertaling van de wensen en eisen van de eerste bewoners en gebruikers van een gebied. Als er bijvoorbeeld veel gezinswoningen worden gebouwd in een buurt, dan is er wel rekening gehouden met speelvoorzieningen en een basisschool. Vaak komen er dan na 20 jaar problemen met parkeren, omdat geen rekening is gehouden met thuiswonende kinderen met een eigen auto. Ook zien we dat de doorstroming na 30 tot 40 jaar stagneert.
De eerste bewoners willen er graag blijven wonen, niet per se in een grote gezinswoning maar wel in de directe omgeving en sociale weefsel. Door het veelal ontbreken van woningen voor 1 en 2-persoonshuishoudens blijft men wonen in de gezinswoning.
Een woning en omgeving kennen een levenscyclus die meerdere fasen of generaties omvat. Het vraagt om te denken in generaties én te bouwen voor de verschillende generaties. Het perspectief van generaties betekent dat we anders naar buurten, wijken en dorpen kijken. Niet alleen de opgaven van nu zijn leidend, maar we houden ook rekening met ‘voorzienbare’ ontwikkelingen in de toekomst. En proberen zelfs flexibiliteit in te
De Gezinsvriendelijke stad Bron: Urhahn Stedenbouw & Strategie
Zin in ’s-Hertogenbosch
63 Bron: ANA architecten
bouwen, zodat we ook ruimte houden voor onvoorziene ontwikkelingen. over- en ondercapaciteit in de woningvoorraad De woningvoorraad van de toekomst is grotendeels de bestaande woningvoorraad. We verwachten in de toekomst minstens 100.000 woningen nodig te hebben, waarvan er al 75.000 staan. Dat betekent dat we ons niet alleen moeten focussen op het toevoegen van nieuwe woningen, maar ook kritisch moeten kijken naar de bestaande voorraad. Alleen dan kunnen we de (veranderende) woonwensen van de nieuwe en bestaande Bosschenaren faciliteren. Een goed samenspel tussen de demografische veranderingen en de woningbouwprogrammering is meer dan ooit vereist en tegelijker complexer dan ooit tevoren. Veranderingen in de bevolkingssamenstelling en woonwensen voltrekken zich sneller dan de woningvoorraad. Vooralsnog is de diversiteit en samenstelling van de woningvoorraad in de dorpen en wijken nog te eenzijdig. Zo is een groot deel van de woningen in de stedelijke wijken een eengezinswoning in corporatiebezit. Terwijl er in de landschappelijke wijken juist voornamelijk particulier bezit is en er aandacht nodig is voor woningen voor senioren en starters. Ook in groter perspectief zien we dit soort voorbeelden. In de bestaande woningvoorraad is een overcapaciteit van gezinswoningen als we dat vergelijken met de huishoudensgrootte. Toch blijft er een tekort aan woningen voor gezinnen.
Behouden we jonge gezinnen voor de stad dan door gezinswoningen met een tuin op grote afstand van voorzieningen te bouwen? Of stimuleren we de doorstroming van senioren naar kleinere wo-
64
ningen, zodat bestaande gezinswoningen beschikbaar komen? Of creëren we nieuwe woonvormen waarin het gezins- en stedelijk leven optimaal kunnen worden gecombineerd? Of zetten we op alle drie in? We kunnen het niet uitstellen om hiermee aan de slag te gaan, omdat het ontbreken van alternatieven nadelige effecten heeft voor inwoners, buurten, wijken en dorpen. Een voorbeeld is als ouderen blijven wonen in een eengezinswoning omdat er geen alternatief in wijk is en ze de financiële ruimte hebben om de woning aan te passen of onderhoudsdiensten af te nemen. Hierbij ligt eenzaamheid op de loer en het draagvlak voor voorzieningen in wijk gaat achteruit. In de Bossche wijk Maaspoort is dit proces zichtbaar. Het aantal inwoners daalde tussen 2012 en 2023 met bijna 1.200, het aandeel 65+ers verdubbelde van 10 naar 20%. En de eenzaamheid neemt toe in de oudere delen van de wijk. Netto betekent dit 1.200 extra lege slaapkamers in de Maaspoort in ruim 10 jaar tijd. Dit vraagt om een woningvoorraad die in de dynamiek van de bevolkingssamenstelling en woonwensen gemakkelijk meebeweegt. Zodat, ongewenste gevolgen hiervan op individueel en buurt-, wijk- en dorpsniveau zo veel mogelijk voorkomen kan worden. veel ruimte in de stad Om het ommeland zoveel mogelijk te vrijwaren van ruimteclaims en van verstening is het beter benutten van de ruimte in de bestaande stad en de dorpen uitgangspunt.
Dat doen we al jaren en staat niet gelijk aan ondoordacht volbouwen of verdichten. Verdichten moet ontmoeting en sociale verbinding stimuleren, de menselijke maat van de stad behouden (of terugbren-
gen) en de verbondenheid tussen stad en ommeland niet hinderen. In de stad en dorpen is nog veel ruimte om te verdichten. Niet zozeer voor hoge torens in het groen. Maar juist op diverse plekken in de woonwijken, met name die ruim zijn opgezet en veel (verharde) openbare ruimte kennen die nauwelijks wordt gebruikt. Of veel éénlaags bebouwing kennen. De onbenutte ruimtes gebruiken of het ‘optoppen’ van bebouwing biedt veel mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan de garageboxen in de jaren 60 en 70 wijken die vaak als opslag dienen of de ‘lege hoeken’ van middelhoge appartementencomplexen in deze wijken. Bouwen en verdichten moet vooral diversiteit brengen en is maatwerk. Om succesvol te verdichten is de kwaliteit van de openbare ruimte bepalend. Stedelijk georiënteerde huishoudens zijn bereid om vierkante meters woonoppervlakte, buitenruimte of parkeerplaatsen in te leveren om dichtbij het rijke en gevarieerde voorzieningenaanbod te kunnen wonen. Hoogwaardige en groene openbare ruimte moeten we dan ook beschouwen als een essentiële voorziening, net als een supermarkt of huisarts. Vergroenen en verdichten van de stad hoeven hierbij niet per se op gespannen voet te staan.
Een goed ontworpen en onderhouden openbare ruimte kan immers ook meervoudige doelen dienen, zoals sporten, bewegen, ontmoeten, meer stadsnatuur, verminderen hittestress en bergen van overtollige water, zonder meer ruimte nodig te hebben. steeds groter draagvlak nodig voor voorzieningen In veel wijken en dorpen is het aanbod van (basis) voorzieningen sterk teruggelopen in de afgelopen de-
cennia. Of het nu gaat om winkels, persoonlijke dienstverlening, cultuur of maatschappelijke ondersteuning, zowel in breedte als in aantal is het minder geworden. In sommige buurten en dorpen zijn ze zelfs helemaal verdwenen en zijn de gebouwen gesloopt of in gebruik genomen als woning. Een gemene deler voor de verschraling is dat steeds meer consumenten, cliënten of bezoekers nodig zijn om een voorziening maatschappelijk verantwoord of commercieel te laten renderen. Zo neemt de dichtheid en diversiteit van voorzieningen toe naarmate het gebied een hogere inwonersdichtheid heeft en/of veel bezoekers kent. Het verdichten van de bestaande stad en dorpen biedt de kans om het draagvlak van voorzieningen te verbeteren en te behouden.
•
•
•
•
3.3.2 onze ambitie en opgaven Bouwen aan generaties in ‘s-Hertogenbosch betekent buurten, wijken en dorpen met een diversiteit aan woningen, bewoners en voorzieningen. Het samenstel van centra, buurten en wijken staat in dienst van een compacte en efficiënte stad en moet sociale binding, gelijke kansen en mogelijkheden voor iedereen bevorderen. De groei van de stad remt ons daarin niet, maar biedt juist de kans om de wijken, buurten en dorpen beter te benutten en te laten functioneren, nu en in de toekomst. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we de volgende hoofdopgaven, zonder uitputtend te willen zijn. De opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie. • we bieden ruimte voor een flinke groei van het aantal Bosschenaren en blijven zo in de positie de stad
concept omgevingsvisie
•
en dorpen als geheel beter te laten functioneren, nu en in de toekomst we ontwikkelen de stad en dorpen vanuit het generatieperspectief en passen dit toe op de woningvoorraad en de woonomgeving we verdichten de stad en dorpen zorgvuldig door bestaande gebouwen en gebieden beter en intensiever te benutten met oog voor bestaande waarden we verrijken het aanbod van Bossche woonmilieus met een hoogstedelijk en rijk gemengd gebied, dat een substantieel deel van de groei opvangt we versterken wijken en dorpen met nieuwe en extra woningen om doorstroming op gang te brengen, diversiteit en flexibiliteit van de woningvoorraad te vergroten en draagvlak van voorzieningen en korte ketens te ondersteunen we bieden ruimte voor experiment in woningbouw en woonomgeving om andere manieren bouwen en leven te onderzoeken, waarin zelf- en samenredzaamheid voorop staat
3.3.3 hoe we het willen doen Het bouwen voor generaties vraagt om een breed perspectief op de programmering van het wonen en de voorzieningen, op bereikbaarheid en op de locatiekeuzes voor woon- en leefomgeving. Voor het wonen gaat het onder meer over doelgroep, eigendomsvorm, betaalbaarheid, diversiteit, combinatie met zorg of werk, doorstroming en innovatie. Voor de woon- en leefomgeving kunnen nieuwe woningen een verrijking zijn in sociaal-maatschappelijk, -economisch en cultureel opzicht. Maar ook als aanjager of onderdeel van de oplossing voor andere opgaven in de buurten, wijken
Zin in ’s-Hertogenbosch
en dorpen. Werken aan de woon- en leefomgevingsopgaven vraagt om een lange termijn perspectief en de noodzaak om te denken in generaties. Het gaat uiteindelijk om de leefkwaliteit en leefbaarheid van wijken, buurten en dorpen, nu en in de toekomst. We leunen daarbij sterk op onze drie leidende principes voor het ordenen van de ruimte (nabij, compact en meervoudig), met het accent op een compacte stad en dorpen en het beter benutten van de bestaande ruimte en gebouwen. A. we bouwen maximaal binnen de bestaande stad en dorpen In onze locatiekeuzes en programmering nemen we de lessen uit het verleden mee en gebruiken we de kennis van het data- en informatietijdperk om de juiste keuzes te maken, samen met de stad. Dit zorgt ervoor dat ’s-Hertogenbosch op het juiste moment de juiste woningen op de juiste plek realiseert. Ook betekent dit dat er zowel oog is voor een optimaal woongenot, als voor de meerwaarde voor de gemeenschap en de specifieke kwaliteiten en kansen van het gebied. Zo past een programma voor extra gezinswoningen beter in een buurt met een basisschool onder druk dan waar scholen al overvol zijn. meer stad, binnen dezelfde ruimte ’s-Hertogenbosch bouwt tot 2050 maximaal binnen de bestaande stad en dorpen om de stevige groei op te vangen.