Concept-Omgevingsvisie
Tekst van het document
's-Hertogenbosch
ZIN IN ‘S-HERTOGENBOSCH concept omgevingsvisie
ZIN IN ’S-HERTOGENBOSCH Om jezelf te blijven moet je veranderen
Gij, mag best veranderen Mar laot oew ziel nie zomar gaon Koester wat oe prachtig makt Dan zal de tijd oe beter staon Société Musicale d’Oeteldonque Attenooije-Gij, mijn Oeteldonk!
Colofon Gemeente ‘s-Hertogenbosch datum: 22 oktober 2024 versie: concept omgevingsvisie voor I&O
Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1 Een visie van en voor ‘s-Hertogenbosch 1.2 Belang van de omgevingsvisie 1.3 Leeswijzer
11 11 12 12
DEEL A
17
2. BOSSCHE LANDSCHAP EN SAMENLEVING 2.1 Podium ’s-Hertogenbosch 2.2 Circus Jeroen Bosch 2.3 Bossche verbinding 2.4 Grote bewegingen
19 21 29 39 43
3. BOSSCHE ONTWIKKELLIJNEN 3.1 Principes voor het ordenen van de ruimte 3.2 Groots vergroenen 3.3 Bouwen aan generaties 3.4 Welvarend welzijn 3.5 Vorstelijk verbinden
47 48 51 61 73 87
4. BOSSCHE GEBIEDEN 4.1 De Brede Binnenstad 4.2 Stedelijke Wijken 4.3 Landschappelijke wijken en dorpen buiten de ring 4.4 De dorpen en Bossche buitens
99 99 107 113 119
DEEL B 131 1.
INLEIDING & OPBOUW 133
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
HET GEBRUIK VAN DE OMGEVINGSVISIE IN DE PRAKTIJK 135 Doel en status omgevingsvisie 135 Meerwaarde omgevingsvisie voor projecten 136 Omgevingsvisie onderdeel van de beleidscyclus 138 Gemotiveerd afwijken van de omgevingsvisie 140 Omgevingsvisie en het beleid vormen samen het beleidshuis 141
3. 3.1 3.2
VAN KOERS NAAR REALISATIE 143 Samen aan de slag: integraal werken en participatie belangrijke voorwaarden 143 Inzet gemeentelijk instrumentarium waaronder grondbeleid en kostenverhaal 144
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
OMGEVINGEFFECTRAPPORTAGE (OER) 149 Geen MER maar een OER 149 Gemeentelijke opgaven zoals geconstateerd in het OER 150 Beschouwing van de opgaven 151 Richtinggevende uitspraken en aanbevelingen voor omgevingsvisie en gebiedsvisies 152 Passende beoordeling 153
5.
PARTICIPATIEPROCES 154
6.
EEN DYNAMISCHE OMGEVINGSVISIE 159
8
VOORWOORD Het leven in ’s-Hertogenbosch is nauw verbonden aan de plekken waar dit leven zich afspeelt. Of het nu gaat om de trots op Sint Jan, het plezier om aan de Maas te zijn, te genieten van Het Bossche Broek, de Oeteldonkse verhalen of het leven thuis in de buurten, dorpen en wijken. Onze leefomgeving vormt de basis van ons bestaan. Denkend aan ‘s-Hertogenbosch, komen beelden over de vele prachtige gebouwen in de historische binnenstad en de ligging aan het Bossche Broek naar boven, maar bovenal de prettige sfeer in de stad. In onze gemeente draait het niet alleen om de gebouwen of het landschap, maar vooral om de mensen. Deze omgevingsvisie is een document dat de ruimte geeft aan de wensen van onze samenleving en deze vertaalt naar wat we daar in de fysieke leefomgeving voor moeten doen. Het zet de mens centraal en zoekt naar manieren om ontmoeting, welvaart, mobiliteit en de natuurlijke omgeving in balans te brengen, zodat we aan een
concept omgevingsvisie
toekomst kunnen bouwen voor iedereen. De omgevingsvisie kijkt vooruit, met de blik van nu en baseert zich op een rijk en waardevol verleden. Het vooruitkijken geeft richting aan de te varen koers en zet de piketpaaltjes voor de toekomst, tegelijkertijd zullen we deze regelmatig aanpassen aan de wensen van de tijd. Zo blijft de omgevingsvisie actueel en verandert deze mee met de vraag van de samenleving zonder het lange termijn perspectief los te laten. De omgevingsvisie is tot stand gekomen met behulp van het koersdocument , onderzoek en kennis vanuit thematisch beleid, de omgevingseffectrapportage en de vier gebiedsvisies die in nauwe samenwerking met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn opgesteld.
te versterken. Dus lees mee, denk mee en doe vooral mee, want samen bouwen we aan de toekomst van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Zo kunnen we veranderen en toch onszelf blijven. Waar in deze omgevingsvisie ‘stad’, ‘‘s-Hertogenbosch’ ‘Bossche’ of ‘Bosschenaar’ staat, is dit slechts een manier van schrijven. De gemeente ‘s-Hertogenbosch kijkt naar de gehele gemeente en maakt geen onderscheid of je nu op de Parade in de binnenstad, op de Kooikerstraat in Rosmalen of aan de Paddegraafweg in het Heeseindsveld woont, werkt of leeft.
Wij danken iedereen die heeft bijgedragen aan dit proces, en hopen dat deze visie ons allemaal inspireert om gezamenlijk de leefomgeving van onze gemeente
Zin in ’s-Hertogenbosch
9
10
1.
INLEIDING In dit inleidende hoofdstuk nemen we u mee in wat u kunt verwachten in deze omgevingsvisie, hoe we op hoofdlijnen het proces hebben doorlopen en welke rol participatie hierin speelde. Ook geven we het belang van de omgevingsvisie als kader voor het omgevingsbeleid aan. Via een leeswijzer nemen we u mee in de hierop volgende hoofdstukken.
concept omgevingsvisie
1.1 Een visie van en voor ‘s-Hertogenbosch Met deze ‘omgevingsvisie’ spelen we in op actuele en toekomstige opgaven in de samenleving. We schetsen de wenselijke toekomstige ontwikkelingsrichting van onze mooie gemeente. Aan bod komen onder andere de stevige woningbouwopgave, het zorgen voor goede voorzieningen op de juiste locaties, het bieden van voldoende ruimte voor werkgelegenheid en om te ontspannen, het beschermen van waardevolle gebieden en gebouwen. Het werken aan een gezonde, duurzame en aantrekkelijke omgeving en het waarborgen van een goede bereikbaarheid. En bovenal als een resultaat van bovenstaande opgaven: de schaarste aan ruimte. Het is een grote uitdaging om de vraag naar ruimte goed en kwalitatief in te kunnen passen, zodat het meerwaarde biedt aan de beperkte ruimte die we hebben.
Zin in ’s-Hertogenbosch
Om beter grip te krijgen op de belangrijkste opgaven waar we de komende periode voor staan, zijn we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners aan de slag gegaan met gebiedsvisies. Onze inwoners weten het beste wat er speelt in hun eigen omgeving en in de samenleving. Als eerste stap stelden we voor alle wijken gebiedspaspoorten op met daarin de belangrijkste kenmerken en opgaven. Van ruim 10.000 mensen hebben we hiervoor inbreng ontvangen. Ook kregen we tijdens de week van de omgevingsvisie (najaar van 2023) reacties van zo’n 270 mensen op de eerste conceptgebiedsvisies: de Brede Binnenstad, de stedelijke wijken binnen de snelwegring, de landschappelijke wijken en buiten de snelwegring en de dorpen en het Bossche buitengebied. Daarnaast ontvingen we veel reacties via ons online participatieplatform voor de vier gebiedsvisies. De inbreng is verwerkt in deze gebiedsvisies, die als bouwsteen zijn gebruikt voor deze omgevingsvisie. De hoofdlijnen en het gedachtegoed van deze gebiedsvisies zijn meegenomen in deze hele
11
omgevingsvisie. In hoofdstuk 4 schetsen we per gebied het ontwikkelingsperspectief, gebaseerd op de vier gebiedsvisies. Naast dit gebiedsgericht ontwerpproces ‘van onderop’ hebben we ‘van bovenaf’ nagedacht over onze kracht, identiteit en de langere termijn ambities voor ’s-Hertogenbosch. Onze strategische ligging in combinatie met de lange historie, die nog zo zichtbaar en voelbaar is, zijn hiervoor belangrijke vertrekpunten. Over deze waarden, krachten en ambities spraken we met inwoners en maatschappelijke partners. Dit hebben we eind 2022 opgeschreven in het concept Koersdocument. Met een groep ‘Ambosschadeurs’ reflecteerden we vervolgens over de uitwerking van die ambities. De gebiedsvisies vormen samen met het koersdocument belangrijke bouwstenen voor deze omgevingsvisie. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de effecten van ontwikkelingen op het milieu en de leefomgeving in het algemeen, zoals natuur, leefbaarheid, woningbouw, bereikbaarheid en economische vitaliteit. Daarom stelden we een OmgevingsEffectRapportage (OER) op. De conclusies uit het OER zijn meegenomen bij het opstellen van de uiteindelijke omgevingsvisie. Daarnaast is ook het bestaande beleid een belangrijke bouwsteen. Ons beleid en de omgevingsvisie vormen een samenhangend geheel. De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting voor de integrale opgaven en
12
1.2 Belang van de omgevingsvisie voor de verschillende deelgebieden. Iedere gemeente moet als gevolg van de Omgevingswet een omgevingsvisie opstellen. Dit doen we niet alleen omdat het moet, maar ook omdat we grote waarde hechten aan het zetten van een stip op de horizon en het uitstippelen van de lijn daarnaartoe. De omgevingsvisie is zo voor ons een belangrijke leidraad en handvat voor het dagelijks werk. Denk aan het maken van bestuurlijke keuzes en stellen van prioriteiten, het doen van investeringen in de openbare ruimte en projecten en het begeleiden van initiatieven uit de samenleving. Het dichterbij brengen van onze ambities kunnen we niet alleen. We nodigen inwoners, ondernemers en onze partners van harte uit om hier samen mee aan de slag te gaan. De omgevingsvisie vormt voor iedereen een inspiratie om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de gezamenlijke stip op de horizon. We hebben de omgevingsvisie immers ook samen gemaakt! De omgevingsvisie is een stip op de horizon over lange termijn. In de tussentijd verandert de samenleving en dit vraagt om aanpassing van de omgevingsvisie. We hopen dat de omgevingsvisie de samenleving ook uitdaagt om doelen te verwezenlijken of concreter te maken. Er ontstaan nieuwe uitdagingen en de horizon kan ook verschuiven.
Daarom is het van belang om elke collegeperiode van vier jaar aan de slag te gaan met reflectie en actualisatie. Zo behoudt de omgevingsvisie haar actualiteit en haar waarde voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Ondertussen houden we continu de vinger aan de pols. Wanneer actuele opgaven daarom vragen of ontwik-
kelingen anders verlopen dan voorzien kijken we of het nodig is om bij te sturen en tussentijds de omgevingsvisie aan te passen. Als belangrijk hulpmiddel voor deze monitoring en om de stap naar uitvoering te begeleiden, gaan we aan de slag met een samenhangend strategisch uitvoeringsprogramma van de grote opgaven. In Deel B van de omgevingsvisie gaan we dieper in op het doel van de omgevingsvisie en de weg naar het dichterbij brengen van de ambities. Ook beschrijven we daar het (participatie)proces, gaan we in op het OER en werken we uit hoe we de omgevingsvisie actueel houden.
1.3 Leeswijzer
De omgevingsvisie is wettelijk verplicht en tegelijkertijd vormvrij. Dat wil zeggen dat iedere gemeente zelf kan kiezen op welke manier de omgevingsvisie wordt opgesteld, mits aan de wettelijke vormvereisten wordt voldaan. Denk hierbij aan het beschrijven wat van waarde is en moet worden beschermd, aan wat de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen zijn en hoe het participatietraject is doorlopen. Deze omgevingsvisie voldoet aan al die vereisten. In ’s-Hertogenbosch kiezen we voor een verhalende opzet van de omgevingsvisie met een integraal perspectief als leidraad. Over de geschiedenis van ‘s-Hertogenbosch zijn boeken en rapporten vol geschreven, dat kunnen en willen we niet over doen. We kijken met deze bagage in het achterhoofd liever naar wat ons te doen staat in de nabije toekomst en verder in de tijd, de
zogenaamde stip op de horizon. Dikwijls vraagt dat nu of op korte termijn al om richtinggevende keuzes. Voor de stip op de horizon kijken we naar het jaar 2050, om het hierna nooit meer te noemen. Het is ver vooruit en dat biedt het voordeel dat we ook de complexe, tijdrovende ontwikkelingen en transities een plek kunnen geven. Maar het is ook weer zo dichtbij dat een zekere haast gevoeld wordt om de eerste stappen te zetten. De stip op de horizon kunnen we niet heel precies omschrijven, dat zou een glazen bol veronderstellen, die niemand heeft.
•
We beginnen echter niet op nul. Al meer dan 800 jaar bouwen we aan onze stad, dorpen en ommeland. We hebben een mooie erfenis cadeau gekregen van onze voorouders met onder andere prachtige historische gebouwen, een stabiele economie en natuur tot aan de rand van de binnenstad. We plukken nog dagelijks de vruchten van hun keuzes en initiatieven en tegelijkertijd dragen we op andere onderdelen ook de last van keuzes uit het verleden, zoals wateroverlast, slechte lucht- en waterkwaliteit, hittestress en het uitputten van de bodem. Met de omgevingsvisie voegen we de aanzet voor een nieuw hoofdstuk aan dit rijke verleden toe, want de route naar de stip kan op velen manieren worden bewandeld. Ook zullen we de stip op de horizon in de loop der jaren scherper in beeld krijgen en regelmatig om bijstelling vragen. • De omgevingsvisie omvat twee delen: Deel A is de visie en Deel B de verantwoording. Via de volgende hoofdstukken in Deel A nemen we u mee in ons perspectief op de toekomst van onze omgeving en verbinden dat via het heden aan het verleden.
concept omgevingsvisie
In hoofdstuk 2 beschrijven we in hoofdlijnen de ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch. In het Podium ’s-Hertogenbosch schetsen de ruimtelijke verschijningsvorm van stad, dorpen en ommeland. Het samenstel van landschap, bodem, water, cultuurhistorie, bebouwing, straten, parken en pleinen vormt het podium voor ons dagelijks bestaan en daaraan ontlenen we grotendeels onze identiteit. Veel heeft een eeuwigheidswaarde en blijft in de verre toekomst ook het podium van ons dagelijks leven. Daarom zijn bodem, water en cultuurhistorie sturend. In de tweede paragraaf typeren we de Bossche samenleving aan de hand van de belangrijkste waarden en krachten onder de titel het Circus Jeroen Bosch. Het zijn de ongeschreven regels die de cultuur van de stad maken, kleur geven en vormen. Het gaat ook over dat wat we niet weten, maar wel een plek willen geven in de omgeving. Het is de pioniersruimte voor nieuwe dingen. In de derde paragraaf staan we stil bij de positie van ‘s-Hertogenbosch in het grotere verband. Hier schetsen we onze verhouding tot de regio, de belangrijkste steden om ons heen en onze positie in Nederland. Ook duiden kort waar we om bekend staan bij bezoekers en wat ons onderscheidt. Om tenslotte het vertrekpunt in hoofdstuk 2 af te ronden met een beschrijving van drie belangrijke maatschappelijke veranderingen die op ’s-Hertogenbosch afkomen.
In hoofdstuk 3 introduceren we een viertal ontwikkellijnen, het motorblok van de omgevingsvisie. Inleidend schetsen we een drietal principes voor het ordenen van de ruimte: nabij, compact en meervoudig. Zij lopen als een rode draad door de actiegerichte en integrale ontwikkellijnen, die als doelen
Zin in ’s-Hertogenbosch
•
kunnen worden gelezen: groots vergroenen, bouwen aan generaties, welvarend welzijn en vorstelijk verbinden. De vier ontwikkellijnen hebben vergelijkbare opbouw. Eerst wordt de context geschetst, waartoe de ontwikkellijn zich verhouden. Dit is niet uitputtend, maar beschrijft de essentie en belangrijkste uitdagingen. Vervolgens beschrijven we de integrale ambitie en vertalen deze op basis van de beschreven context naar ruimtelijke opgaven. In het derde deel bieden we een handelingsperspectief op hoofdlijnen om de ambitie en opgaven nader uit te werken. In hoofdstuk 4 maken we de vertaling van de Bossche ontwikkellijnen naar vier deelgebieden en een koppeling naar de uitkomsten van het participatieproces. De deelgebieden hebben elk een samenhangende identiteit en/of opgaven. Het zijn: de Brede Binnenstad, de stedelijke wijken, de landschappelijke wijken en als laatste de dorpen en Bossche buitens. De Bossche ontwikkellijnen en principes voor het ordenen van de ruimte krijgen hier een gebiedsspecifieke kleur, zonder te veel in detail te treden. Dit is voor een verdere uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s, projecten en gebiedsontwikkelingen.
Vervolgens beschrijven we in Deel B hoe de omgevingsvisie tot stand gekomen is. Zoals via een groot aantal participatie-activiteiten en het doorlopen proces rondom de OmgevingsEffectRapportage. Ook staan we stil bij het gebruik van de omgevingsvisie in de praktijk en hoe we de stap richting realisatie zetten (onder andere via het strategisch uitvoeringsprogramma en het toepassen van kostenverhaal). We sluiten
13
14
af met een hoofdstuk over hoe we de omgevingsvisie actueel houden.
OMGEVINGSVISIE ‘S-HERTOGENBOSCH voorwoord en inleiding
Resteert een belangrijke disclaimer: een verhalende omgevingsvisie heeft een keerzijde. Het is minder makkelijk om selectief en doelgericht te lezen en kan betekenen dat bij selectief lezen essentiële zaken worden gemist. Neem dus de tijd voor dit perspectief en pak de uitdaging op om samen de toekomst van ‘s-Hertogenbosch vorm te geven, want alles wat nieuw is wordt daarna weer historie!
Deel A De Visie
Deel B De verantwoording
Podium & posi�onering Bossche ontwikkelprincipes Bossche ontwikkellijnen Bossche gebieden
Omgevingsvisie in de prak�jk Naar realisa�e Verweving OER Par�cipa�eproces Monitoring en aanpassing
BOUWSTENEN OMGEVINGSVISIE E
IJK UURL BESTESSIES S
ISIES
EDSV
GEBI
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
SKOERENT M U C DO
ID
BELE
OER
IE CIPAT
I PART
15
DEEL A
TIJDREIS > 1800 JAAR EEN GEMEENTE IN ONTWIKKELING
18
200
1200
1300
1629
1832
1900
2.
BOSSCHE LANDSCHAP EN SAMENLEVING
1930
1960
‘s-Hertogenbosch is al meer dan 800 jaar onderweg naar wat het nu is en daar is ongelooflijk veel over te vertellen. In dit hoofdstuk over het Bossche landschap en de Bossche samenleving beperken we ons tot de essentie die voor de omgevingsvisie relevant is. Allereerst focussen we ons in het Podium ‘s-Hertogenbosch op de ruimtelijke geschiedenis en wat we daarvan mee willen en moeten nemen naar de toekomst toe. Daarna gaan we in op de Bossche samenleving en de wijze waarop zij de stad maakt, kleur geeft en vormt. Tot slot positioneren we ’s-Hertogenbosch van buiten naar binnen. De wijze waarop ’s-Hertogenbosch zich verhoudt tot de regio, andere steden en land. Hoe wordt naar ’s-Hertogenbosch gekeken en welke grote transities komen ook op ons af? Samen vormt dit onze basis en vertrekpunt voor het vormgeven van de toekomst in de Bossche ontwikkellijnen.
1990 concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
19
Podium Jeroen Bosch Legenda Kleilandschap Uiterwaarden Stroomruggen Rivierkommen Brabants Zandlandschap Terrasvlakte Dekzandvlakte Hoge dekzandruggen Beekdalen
Podium Jeroen Bosch
Legenda Legenda
Kleilandschap Uiterwaarden Stroomruggen Rivierkommen Brabants Zandlandschap Terrasvlakte Dekzandvlakte Hoge dekzandruggen Beekdalen
20
Veengronden
Veengronden Bepalende landschappelijke en cultuurhistorische elementen Opgehoogd moeras dat de vesting omringde Natuurgebieden Rivieren, beken, kanalen en plassen ‘De Naad van Brabant’ Linie 1629 / (niet) zichtbaar Monumenten (rijks, gemeentelijk en beeldbepalend) Archeologisch monument (rijks en gemeentelijk) Beschermd stads- dorpsgezicht (rijks en gemeentelijk) Molenbiotoop
Eendenkooi Bepalende landschappelijke en cultuurhistorische elementen Opgehoogd moeras dat de vesting omringde Natuurgebieden
2.1. Podium ’s-Hertogenbosch
Het ’s-Hertogenbosch van vandaag is ontstaan vanuit eeuwenlange ontwikkeling en verandering. De wisselwerking tussen de ruimtelijke omgeving en de sociale interactie, identiteit en waarden van de Bossche samenleving is groot. De ruimtelijke en landschappelijke onderlegger van het podium is de plek waarop het leven in ‘s-Hertogenbosch zich afspeelt. Tegelijkertijd vormt het podium de ruimtelijke vertaling van onze maatschappij door de tijd heen. Deze ruimte vormt de stad en de stad verandert en kneedt deze ruimte weer al naar gelang de maatschappelijke wensen en eisen van elke periode.
bodem ‘s-Hertogenbosch heeft een zeer kenmerkende plek in het landschap. De stad en omliggende dorpen liggen
concept omgevingsvisie
op de overgang van de droge, hoge zandgronden naar het lagergelegen rivierkleilandschap, dat onder invloed van de Maas natter en dynamischer is. Daar monden ook nog eens de Aa en de Dommel via de Dieze uit in de Maas. Dat levert een complex, maar uniek landschap op met een rijke flora en fauna. Op de hogere zandgronden liggen verschillende dorpen, het kleinschalige kampenlandschap en de bos-, heide- en stuifzandgebieden. De zandgronden worden doorsneden door de beekdalen van de Dommel en de Dieze die het water uit de regio’s ten zuiden van ’s-Hertogenbosch afvoeren naar de Maas. Op de overgang van zand naar klei is de Naad van Brabant gelegen. Hier komt het kwelwater, dat in de zandgronden geïnfiltreerd is, vanuit de diepe zandlagen naar boven. Dit
Zin in ’s-Hertogenbosch
leverde de juiste condities op voor bijzondere natuur, zoals de Natura 2000-gebieden Het Bossche Broek, Moerputten en de Gement. Zo komt bijvoorbeeld alleen hier de vlinder het Pimpernelblauwtje voor in Nederland. Ten noorden van de Naad van Brabant ligt op de rivierkleigrond het weidse rivierenlandschap aan de Maas. Vroeger overstroomde dit gebied vanuit de Beerse Overlaat. Zo was dit gebied vruchtbaar, maar ook vaak ontoegankelijk omdat het water vrij spel had. Richting de Maas zijn de gronden dus altijd natter geweest, maar ook hier is al lang sprake van bewoning. De Romeinen stichtten zo’n 2000 jaar geleden de tempel van Empel op een hoge plek in de overgang van de beekdalen naar de Maas. Toen vond men deze over-
21
Naad van Brabant ’s-Hertogenbosch ligt op de zogenaamde ‘Naad van Brabant’ waar op de overgang van zand, veen en klei. De ondoordringbare kleilaag stuwt het grondwater in de diepere zandgronden omhoog, waardoor het water als kwel naar boven sijpelt. De Naad van Brabant, een 1 tot 4 km brede en 175 km lange strook van west (Ossendrecht) naar oost (Maashees) Brabant. Hier komt kalkrijk water aan de oppervlakte waardoor binnen deze strook een landschap is ontstaan met een bijzondere natuur en zeldzame planten- en diersoorten. In ’s-Hertogenbosch maken onder meer het Vlijmens Ven, de Moerputten en de Bossche Broek deel uit van deze structuur. Ook meer oostelijk, ter hoogte van de Kruisstraat, is de Naad van Brabant gelegen. Hier heeft zich geen bijzondere natuur ontwikkeld en wordt het kwelwater weggepompt in het aangelegen poldersysteem.
Een zonering op basis van bodem, water en groen
22
Bron: Urbanisten
gang van watersystemen al een mythische plek. In dit natte gebied, waar de beekdalen en de Maas samenstromen heeft de vestingstad ’s-Hertogenbosch zich ontwikkeld op een donk (ook wel een rivierduin genoemd). De Vesting die al snel vergroot werd, na de eerste ommuring, had een dubbele functie. Ze beschermde tegen zowel de vijand als het water. Door het omliggende moeras geloofde men lange tijd dat de stad onneembaar was. Hierdoor ontstond de bijnaam de Moerasdraak. De ruimtelijke context is hier bepalend geweest voor de naam en faam van stad. Nog steeds is de Moerasdraak aanwezig in de identiteit van de stad met onder meer De Drakenfontein voor het
Zuiderwaterlinie De Zuiderwaterlinie is de langste militaire verdedigingslinie van Nederland, die liep vanaf Sluis in Zeeland tot aan Nijmegen. De linie stamt uit de 17e en 18e eeuw en vormt de aaneenschakeling van 11 Brabantse vestingsteden en hun ommeland. De linie diende de Noordelijke Nederlanden te beschermen tegen Spaanse en later Franse aanvallen. Menno van Coehoorn wordt gezien als het brein achter de Zuiderfwaterlinie. Van Coehoorn besloot al bestaande linies waaronder West Brabantse Waterlinie en Linie 1629 bij ’s-Hertogenbosch met elkaar te verbinden door versterkingen, forten, schansen en inundatiegebieden aan te leggen.
station en in het logo van de voetbalclub. Door de ondergrond van zand en klei, de kleinschaligheid en de diversiteit van het landschap bestaat ’s-Hertogenbosch uit een grote hoeveelheid biotopen en landschappen. Van de hoge dekzandruggen en dekzandvlaktes, zoals de schrale heide met zandverstuivingen en de gemengde bossen rond Rosmalen, de beekdalen, de kwelgronden met de graslanden in Het Bossche Broek, Gement en Moerputten, de polders tot aan de uiterwaarden langs de Maas. Dit levert een grote diversiteit in het buitengebied op aan Bossche Buitens met elk hun eigen kenmerken. Een diversiteit om te koesteren.
water De mens heeft zich altijd verhouden tot dit landschap. Gronden worden bewerkt en we bouwen ook al lang aan de dorpen en de stad. Elk tijdsgewricht heeft een
concept omgevingsvisie
eigen omgang met het onderliggende landschap en het water. Van meewerken en slim inzetten van het landschap, tot het landschap naar onze hand zetten met technische ingrepen en ophogen en nu weer de zoektocht naar de natuurlijke basis om het water voldoende ruimte te geven. Dit samenwerken met de bodemgesteldheid en het water heeft diverse cultuurhistorisch belangrijke ingrepen opgeleverd. Een mooi voorbeeld hiervan is Linie 1629, waar men met het water samen werkte. Door slim gebruik te maken van natuurlijke condities kon men de Moerasdraak temmen en de stad veroveren. De volgende stap in de omgang met het water was in 1826 de aanleg van het kanaal de Zuid-Willemsvaart. Hiermee kreeg de handel en passagiersvaart naar het zuiden een impuls. De vaart werd door de historische binnenstad getrokken waarvoor de vijfde punt van de citadel werd gesloopt om een vrije doorvaart te garanderen. De laatste 150 jaar is men het water nog nadrukkelijker naar de hand gaan zetten door plassen te graven en met het zand daaruit de stad uit te breiden. Dit begon
geleidelijk nadat de Vestingwet in 1874 in werking trad. De wijk Het Zand werd gebouwd en daarvoor werd de plas de IJzeren Man in Vught gegraven. Na aanleg van het Drongelens kanaal en het indijken en later sluiten van de Beerse Overlaat was de weg vrij voor meer stadsuitbreidingen in wat eens het moeras rond de stad was. Dit startte voor de oorlog met de Muntel en de Vliert. Na de oorlog kwam dit in een stroomversnelling en bouwde men in een razend tempo een diversiteit aan stedelijke wijken die helemaal nieuw waren of een uitbreiding van oude dorpen zoals Hintham en Orthen. Hierdoor is een groot aantal (zandwin)plassen aangelegd: bijzondere groene waterrijke en recreatief belangrijke plekken. Een andere omgang met het moeras dan vroeger was het wel. Namelijk bij elke plas ontstond minder moeras. De dorpen op de zandgronden zoals Nuland, Vinkel en Rosmalen konden zonder grote landschappelijke ingrepen gestaag doorgroeien langs de historische ontsluitingswegen. Met de uitbreidingen van de stad kreeg het moeras en daarmee het water steeds minder ruimte. De rivieren
Linie 1629 In het voorjaar van 1629 sloeg prins Frederik Hendrik zijn kamp op buiten de stadsmuren van ’s-Hertogenbosch. Hij liet in korte tijd een linie bouwen bestaande uit dijken, forten, schansen en inundatiegebieden. De linie van meer dan 40 kilometer lengte bestond uit een beschermingslinie naar buiten toe (Circumvallatielinie) om aanvallen af te slaan en een aanvalslinie richting de stad (Contravallatielinie). Binnen deze laatste linie werd de waterhuishouding gecontroleerd zodat het moeras rondom de vesting drooggemalen kon worden met rosmolens. Er begon een belegering van vijf maanden waarbij ’s-Hertogenbosch continu onder vuur lag en loopgraven richting de stad werden aangelegd. Uiteindelijk werd bij de Vughterpoort een bres werd geslagen in het bolwerk en moest de stad zich overgeven. Op 14 september 1629 kwam de stad onder het gezag van de Nederlandse Republiek.
Zin in ’s-Hertogenbosch
23
24
werden ingeklemd door de opgehoogde gebieden en bedijkt. Het water leek bedwongen, met als gevolg dat de uitbreidingswijken niet meer zo ver opgehoogd werden als voorheen. De nieuwere wijken werden ontwaterd middels gemalen. Met deze technische ingrepen konden overstromingen en wateroverlast in de stad worden voorkomen. Maar door het veranderende klimaat is de rek uit de technische maakbaarheid van het watersysteem. Na de overstromingen in 1995 heeft de stedelijke ontwikkeling zich aangepast aan de veranderende uitdagingen. Zo is Haverleij gebouwd naar het oude voorbeeld van bebouwde donken in een open rivierlandschap. De Groote Wielen heeft wel een kenmerkende plas, maar is verder gebouwd volgens de principes van de sponsstad, waarbij het watersysteem zo ontworpen is dat het water kan infiltreren in het grondwater. Ook het Maximakanaal is gegraven ten behoeve van de beroepsscheepvaart, maar het kanaal is ingebed in een ruim opgezet kanaalpark. Hierin stroomt een meanderende beek, De Rosmalense Aa, waardoor er ruimte is voor het watersysteem, ecologie en recreatie. De huidige omgang met het water blijkt onvoldoende om wateroverlast in de gemeente te voorkomen. Er is weer meer ruimte nodig voor het vele water dat op de stad afkomt.
Daarmee komt de Moerasdraak niet alleen vanuit historisch perspectief naar voren, maar wordt het ook weer vertrekpunt om stad en ommeland klimaatadaptief te maken: de biodiversiteit vergroten en de relatie tussen het watersysteem en het stedelijk systeem herstellen om zo droge voeten te houden. Uiteraard is dit niet alleen functioneel maar biedt dit kansen om ruimtelijke kwaliteiten toe te voegen en ken-
concept omgevingsvisie
merken van het landschap te versterken. Door naar het bodem- en watersysteem te kijken, is ook te zien waar de mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling op lange termijn nog liggen. De hoge en droge zandgronden lijken hier de beste mogelijkheden te bieden. Dit biedt ook kansen om de relatie en stedelijke as met Oss te versterken omdat de spoorlijn hier nog een onaangeroerde potentie heeft.
cultuurhistorie In de binnenstad zijn de gestolde tijdslagen van de samenleving van een specifiek moment nog zichtbaar. De stad is ontstaan op een donk en heeft zich heel snel daarna uitgebreid. Nieuwe stadsdelen werden opgehoogd en ommuurd. Deze ommuring beschermde de stad tegen zowel de vijand als tegen overstromingen vanuit de beekdalen en de Maas. Hierbinnen werd de Binnendieze het (deels overkluisde) bijzondere stedelijke watersysteem. Aan de buitenzijde leverde dit een harde stadsrand op waarbij het buitengebied, in de vorm van Het Bossche Broek, en de stad al eeuwen direct aan elkaar grenzen. Het zicht op en vanaf het stadsbalkon hieraan is fascinerend en uniek voor Nederland. Niet voor niks is de combinatie van de binnenstad en Het Bossche Broek één Rijksbeschermd
stadsgezicht. ‘s-Hertogenbosch is eeuwenlang vanuit allerlei perspectieven, initiatieven, gedachten en ook in voor- en tegenspoed ontwikkeld. Er is gebouwd, afgebroken, veranderd, opnieuw uitgevonden en hersteld. Periodes van groei en krimp wisselden elkaar af. Veel van deze geschiedenis is af te lezen in het cultureel erfgoed dat door de eeuwen heen is aangepast en nieuwe betekenis kreeg. Dit was ook noodzakelijk omdat de binnenstad een compact ommuurd gebied was. Door de tijd heen moest deze zich steeds aanpassen aan een mix van functies en activiteiten. Door de diversiteit van de samenleving en de beperkte ruimte zijn hergebruik, efficiënt en meervoudig ruimtegebruik kenmerkend voor de ruimtelijke kwaliteit geworden. Denk aan het Groot Tuighuis dat al sinds 1430 continu een rol in de stad speelt. Eerst als kerk, daarna onder andere als paardenstal, weer later als militair arsenaal om vervolgens museum te worden en nu is het net verbouwd tot duurzaam en modern erfgoedcentrum. De waarde van het gebouw en de ruimtelijke kwaliteiten zijn overtuigende elementen om gebouwen te behouden en daarop voort te borduren. Ambitie en kwaliteit gaan hand in hand om ook voor de toekomst nieuwe waardevolle tijdslagen te creëren.
Groene Delta De Groene Delta is sinds 2008 de ambitie te komen tot een hoogwaardig, samenhangend netwerk van groengebieden in en om de stad. Iedereen moet vanuit de stad en of dorp binnen 10 minuten te voet of per fiets kunnen genieten van een aantrekkelijk en natuurrijk groengebied. Naast natuur vormen water, landschap, cultuurhistorie, natuurinclusieve landbouw en de integratie van stad en land belangrijke pijlers. In regionaal opzicht vormt De Groene Delta een belangrijke schakel tussen het Maasdal en het stroomgebied van Aa en Dommel. De otter is de belangrijkste ambassadeur.
Zin in ’s-Hertogenbosch
25
26
tabula scripta Ontwikkelingen staan niet op een onbeschreven vel – tabula rasa- maar staan – juist in ’s-Hertogenbosch- op een beschreven blad – het zogenaamde tabula scripta. Aanpassingen aan de tijd zijn daarin mogelijk, rigoureuze aanpassingen zelfs, maar deze dienen zich altijd te verhouden tot het bestaande en de directe omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat we gebouwen niet zomaar slopen, maar eerst de potentie voor herbestemmen onderzoeken, de tijdslagen zichtbaar maken en zo kwaliteit aan het gebied toevoegen. Wat we nu bouwen, vormt de cultuurhistorie van de toekomst. Ons erfgoed blijft zoals de afgelopen eeuwen dienen als inspiratiebron voor herontwikkeling en gebiedsontwikkeling.
Binnendieze Het eeuwenoude stelsel van waterlopen binnen de vesting van ‘s-Hertogenbosch heet de Binnendieze. Dit stadse water kreeg kademuren, bruggen en overkluizingen. Omdat er maar weinig ruimte was zijn er ook veel woningen en andere functies boven de Binnendieze gebouwd. Het water was niet alleen belangrijk voor de aan- en afvoer van goederen. Het water was ook een belangrijke grondstof en diende als drinkwater, waswater, maar ook als afvoer van afval en vuil. Langzaamaan werd de Binnendieze een stinkend open riool. In de drang een moderne stad te zijn, kwam in 1964 het voorstel om de Binnendieze te dempen en zo ruimte te bieden voor de auto. Dankzij protest van Bosschenaren onder aanvoering van Hein Bergé en Jan van den Eerden bleef de Binnendieze bewaard en werd gerestaureerd. Nu varen de rondvaartboten af en aan en staat het vervolledigen van de Binnendieze op de agenda.
concept omgevingsvisie
De onderliggende structuren en systemen van bodem en water en onze cultuurhistorisch waardevolle toevoegingen vormen de basis voor verdere ontwikkeling en bouwstenen voor de identiteit van de gemeente. Deze elementen van het podium gaan dus al eeuwenlang soms ruimtelijk nauwelijks veranderd - mee. De vertaling, die we er als samenleving aan geven, maakt ze van betekenis en plaatst deze steeds in nieuw perspectief. Dit levert een rijk beeld op van verschillende tijdslagen en een trage transitie. De waan van de dag voerde hier niet altijd de boventoon. De stad heeft zich soms trager aangepast aan het tijdsbeeld dan andere steden. Hierdoor bleven onder meer Het Bossche Broek en de Binnendieze behouden. Kwaliteiten die te vertalen zijn in de waarde van het denken in eeuwen. Het podium is dus van grote waarde, waar we al meer dan 800 jaar aan bouwen. Het vormt ons collectief geheugen voor plekken waar mensen elkaar ontmoeten, samenleven, werken, bouwen, sporten en ontspannen. Hier blijven we dus aan voortbouwen en daar komen ook steeds nieuwe tijdlagen en plekken bij die zo het leven van alle dag vormen.
Vestingwerken De Vesting van ‘s-Hertogenbosch ontstond rond 1200 met de eerste ommuring rond de markt. In de 14e eeuw wordt deze uitgebreid en grotendeels is dit nog steeds de huidige historische binnenstad. Daarna worden nog kleine uitbreidingen aan de vesting gedaan en wordt deze in de loop der tijd versterkt. Tot 1874 blijft de vesting van belang voor de verdediging, daarna rest nog de waterkerende functie van de vesting, waardoor deze grotendeels behouden is gebleven. In 1999 is men in ‘Versterk Den Bosch’ anders gaan kijken naar de Vesting en is de historie als inspiratiebron opgepakt om ook nieuw programma toe te voegen aan de Vesting, zoals horeca, tentoonstellingsruimte, groen en een parkeergarage. Hierdoor zijn de historische vestingwerken meer zichtbaar, beleefbaar en bruikbaar gemaakt.
voegen, waardoor de samenleving hier optimaal gebruik van kan maken.
Het podium biedt ruimte om voort te bouwen aan een ’s-Hertogenbosch dat haar ontstaansgeschiedenis koestert en inzet als waardevol fundament om de wensen en eisen van een nieuwe tijd een plek te geven. Bodem, water en cultuurhistorie als sturend principe vormt daarbij het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de Moerasdraak en fungeren als een tabula scripta waar het nieuwe zich toe moet verhouden. Dit is het uitgangspunt om op lange termijn droge voeten te houden, betekenis, waarde en ruimtelijke kwaliteit toe te
Zin in ’s-Hertogenbosch
27
Circus Jeroen Bosch Legenda
Legenda Ruimte voor het onbekende Evenementenlocatie waar circussen komen en gaan Plek in transitie, tijdelijk beschikbaar of rafelrand waar het circus kan neerstrijken
circus jeroen bosch
28
Kortdurend beschikbaar voor slechts een evenement of experiment op een bepaalde plek
2.2 Circus Jeroen Bosch Op het podium ’s-Hertogenbosch speelt zich al generaties het leven af op het land, in de dorpen en in de stad. In tegenstelling tot de trage en grote structuren van het podium is dit leven grillig en veranderlijk. De dag van morgen brengt het onbekende en bepaalt vaak het gesprek van de dag in de samenleving. Dit gesprek wordt in sterke mate gekleurd door de lokaal gevormde identiteit en de cultuur en heeft niet alleen een grote weerslag op de samenleving maar ook op hoe we het landschap om ons heen zien ervaren en inrichten.
trotse inwoner van Nederland te zijn! Dit is een sterk punt om op voort te bouwen, maar vraagt om scherpte hoe we deze trots kunnen vasthouden. De veranderende tijdsgeest vraagt om geleidelijk, maar continu onszelf te herontdekken. Het is dus nodig om te veranderen om jezelf te kunnen blijven. Deze ontwikkeling is niet lineair of strak afgebakend. Het proces richting een gezamenlijke toekomst moet ruimte bieden om vanuit verschillende perspectieven, verhalen en partijen de stad en samenleving te verrijken met nieuwe inzichten.
In het Circus Jeroen Bosch beschrijven we elementen die de cultuur en identiteit hebben gevormd. Deze kleuren de samenleving van ’s-Hertogenbosch en vormen de stad. De Bossche trots is hier een treffend voorbeeld van: in 2019 bleek de Bosschenaar de meest
We zoeken daarbij naar een gedeelde Bossche cultuur van stadmaken en samenleven. De waarden zoals beschreven in het podium kunnen ons hierbij helpen. In ’s-Hertogenbosch gaan we bijvoorbeeld altijd voor kwaliteit. Hierbij gebruiken we steekwoorden als echt
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
en authentiek. We denken in eeuwen - met ons besef van de waarde van historie en erfgoed - en duurzaam waarbij samen, bewust en innovatief als steekwoorden dienen. Tegelijkertijd is de signatuur van de Bossche samenleving te vatten in een aantal kenmerkende zachte termen, zoals samen, gastvrij, innovatie, cultuur en ontmoeting. Ook het onverwachte en het onbekende krijgt hierbij een plek. Gezamenlijk zijn deze aspecten, naast de ruimtelijk relevante elementen, belangrijke actoren in de Bossche samenleving en daarmee in onze zich steeds aanpassende leefomgeving.
29
30
samen het leven vieren Samen zorgen met en voor elkaar en welzijn zijn belangrijke pijlers in ons sociaal weefsel. Dit heeft een lange traditie en komt voort uit de vele kloosters en zorginstellingen in de stad. Waaronder bijvoorbeeld Reinier van Arkel dat al bijna 600-jaar ruimte biedt voor zorg. Kwetsbare inwoners, die in deze positie zijn gekomen door bijvoorbeeld een lichamelijke of verstandelijke beperking, psychosociale of psychiatrische problemen of inkomensgerelateerde problematiek verdienen hierbij aandacht. Ook in het buitengebied is de zorg nadrukkelijk aanwezig bij Jozefoord, Mariaoord en de Binckhorst. Het gevoel is: ‘We kijken naar elkaar om’. Zoals het gemeentelijke werk- en ontwikkelbedrijf ervoor zorgt dat veel inwoners van ‘s-Hertogenbosch kunnen blijven werken en aan het werk kunnen. Een fijne thuissituatie biedt de mogelijkheid om het leven daar te vieren, net zoals we dat doen op plekken waar we elkaar ontmoeten en leren kennen. Op de markten, de kermis, tijdens carnaval, de Bossche Parade, bij het Libéma Open of andere evenementen moet iedereen zich welkom voelen en mee kunnen doen. Dat geldt ook in de publieke ruimte, gemeenschapshuizen en in het rijke verenigingsleven van de dorpen, wijken en stad.
Juist als groepen mensen met verschillende (culturele) achtergronden elkaar ontmoeten, bevordert dat het aangaan van nieuwe relaties en respecteren van verschillen. Mede door deze ontmoetingen zijn de netwerken van bewoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen sterk. Het zijn juist die netwerken waarin bewoners ruimte voelen om hulp te bieden of te vragen aan elkaar en zo werken aan hun zelf- en samen-redzaamheid. Er is gelijkwaardigheid te
concept omgevingsvisie
midden van de onderlinge verschillen. Daarbij moeten we beseffen dat samenwonen en -leven soms tot een beetje wrijving kan leiden. Dat past bij de dynamiek van de samenleving en kan in de juiste mate glans aan het leven geven. Samen betekent ook gelijke kansen. De differentiatie tussen buurten en wijken duidt er nu op dat niet iedereen overal gelijke kansen heeft als het gaat om het aantal en gezonde levensjaren of een goede opleiding. Dit vraagt een gezonde omgeving waarin mensen uitgedaagd worden en er voldoende groen nabij is. Een goede gezondheid draagt bij aan het geluksgevoel van mensen. De ontwikkeling daarvan vraagt ook om talentontwikkeling en een leven lang leren op allerlei niveaus en met allerlei instellingen. Van de kunstacademie St Joost, Fontys tot specifiek onderwijs en van de duurzame innovaties van de HAS, JADS en Avans tot en met praktijkonderwijs van Yuverta en Koning Willem 1, maar ook een cursus als Boschlogie. Iedereen kan zich dan blijven ontwikkelen, een mens is immers nooit uitgeleerd.
gastvrijheid Bezoekers maken graag kennis met ’s-Hertogenbosch, zowel de binnenstad, buitengebied en dorpen. Niet voor niets werd ’s-Hertogenbosch vier keer op rij uitgeroepen tot meest gastvrije gemeente van Nederland. ’s-Hertogenbosch is van oudsher de centrumgemeente waar inwoners uit een groot verzorgingsgebied voorzieningen zoals zorg, cultuur of onderwijs vinden. De markt is hiervoor al 800 jaar het centrale ontmoetingspunt. Een plein, net als de Parade, met een grote bete-
Zin in ’s-Hertogenbosch
kenis voor elke Bosschenaar en bezoeker. Daarnaast wordt de binnenstad steeds meer een bestemming voor bezoekers uit binnen- en buitenland. De gastvrijheid beperkt zich niet tot de pleinen, horeca en logiesfuncties. Deze komt ook terug in het ruime en gevarieerde winkelaanbod met veel authentieke winkels in een sfeervol decor, de culturele sector en bij de talrijke evenementen. De gastheren – en vrouwen van de Blauwe Engelen zorgen daarbij voor een gastvrije ontvangst in de stad. Dit vraagt ook een balans tussen levendigheid met logies, horeca, winkels, cultuur, evenementen en de leefbaarheid voor inwoners en bezoekers. Gastvrijheid zit ook in het vergroten van de verblijfswaarde. Waar dat in de binnenstad normaal is vanwege de historische kwaliteit, waar we zuinig op zijn, vraagt dit op andere plekken juist het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in ontmoetingsplekken en verbindende routes. Het ommetje in de eigen buurt moet overal aantrekkelijk zijn. Het is de wens dat iedereen de weg automatisch kan vinden door de leesbaarheid en kwaliteit van het netwerk en de functies die daaraan gekoppeld zijn. Dit vraagt om de doorwaadbaarheid van stad en land te versterken met levendige routes die op aantrekkelijke wijze leiden naar bijzondere plekken en bestemmingen. Mobiliteit geeft de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Het zorgt voor het ontstaan van verbindingen.
Ook maakt het mogelijk om het beleven van mooie overgangen en ook scherpe contrasten te beleven, zoals onze prachtige stadsranden. Mobiel zijn is daarnaast een middel om persoonlijke doelen te verwezenlijken, zoals het kunnen volgen van onderwijs en op het werk kunnen komen. Mobiliteit is dus meer dan ergens veilig aankomen, bereikbaarheid of (fysieke)
31
32
toegankelijkheid. Het biedt iedereen ook een mogelijkheid om zelfstandig in de samenleving mee te kunnen doen waarbij de route op zichzelf ook een beleving is. Dit is de gastvrijheid die mensen welkom heet en ontmoetingsmogelijkheden biedt.
cultuurmaken De musea, festivals en de bourgondische cultuur en historische binnenstad zijn grote, nationaal aansprekende publiekstrekkers van hoge kwaliteit. Op cultuurhistorisch vlak kent de binnenstad een prachtig stedelijk weefsel met veel monumenten en zijn de Binnendieze, de stadsrand aan het Bossche Broek, de Vestingwerken - inclusief alle transformaties - en de Sint-Jan uniek in Nederland. Dit decor is van groot belang voor de trots op de stad. Het veelzijdige en brede culturele aanbod, dat ook in de wijken en dorpen een uniek karakter heeft, draagt bij aan zingeving, ontspanning en sociale binding. Het brengt mensen bij elkaar en zorgt voor verwondering. De gedrevenheid van de professionals en de vrijwilligers zijn een grote drijvende kracht en versterken dit. De positie van ’s-Hertogenbosch als Cultuurstad van het Zuiden biedt overal in de gemeente kansen als podium voor cultuurmakers, onder andere middels tijdelijke initiatieven en cultuur als deel van (gebieds-)ontwikkeling zoals bij de beschilderde silo’s van de meelfabriek aan de Tramkade. Koppeling aan het internationale icoon Jheronimus Bosch biedt een prachtige verbinding voor de verschillende cultuurinstellingen, zoals het Jeroen Bosch Art Centre. De basis daarin ligt in een duurzame verbinding tussen de culturele ambities, samenleving en het bedrijfsleven dat
1
zich uit in cultuur-, productie- en evenementenmilieus en cross-overs daartussen. De binnenstad is hiervan het bruisend middelpunt, maar deze verbinding heeft nog veel kansen in de dorpen en wijken als potentiële groeibriljanten. De binnenstad vormt ook de noordelijke entree tot het Van Gogh Nationaal park op de plek waar stad en land elkaar intens raken. Het zorgt voor verbinding met het buitengebied, dat een diversiteit aan landschappen, onze Bossche Buitens, herbergt. Zij maken deel uit van het vaak bezongen en geschilderde Brabantse landschap. Ooit was er een krachtige wisselwerking tussen stad en omliggende land met wederkerigheid tussen burgers en boeren, inmiddels is de stad-land relatie vertroebeld. Sommige Bossche Buitens worden overlopen door recreanten, maar andere maken nauwelijks nog deel uit van het collectieve bewustzijn. De landbouwgebieden produceren veel en opereren op een andere schaal dan die van de stad. Daar is de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit te laag en zijn er te weinig bestemmingen om naar toe te gaan. Met de Linie 1629 ligt er een grote kans om samen met de transities die spelen in het buitengebied op het vlak van landbouw, voedselkwaliteit, water, biodiversiteit, energie en recreatie de verbinding en betekenis van de Bossche buitens veel sterker te maken voor ondernemers in het gebied en alle Bosschenaren.
Dit biedt mogelijkheden voor meerdaags toerisme dat de Bossche Buitens nog niet ontdekt heeft. Een sterker beleefbaar, doorwaadbaar, toekomstbestendig landschap kan zo nog aantrekkelijker zijn als kwaliteit voor en tegenhanger van de stad.
Voor de duiding van de Brede Binnenstad wordt verwezen naar de kaart bij Bouwen aan generaties.
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
innovatief ’s-Hertogenbosch heeft als centrum van bestuur, rechtspraak, religie, cultuur en vermaak, en als cluster voor zorg en onderwijs, een stabiele en kennisgerichte economie. Nu spelen data en digitalisering een steeds grotere rol in onze snel veranderende maatschappij. Omdat de economie in ’s-Hertogenbosch nooit op grootschaligheid en productie gericht was, is de transitie naar de kenniseconomie met een hoogopgeleide bevolking betrekkelijk vloeiend verlopen. De kruisbestuiving tussen bedrijfsleven, onderwijs en maatschappij al aanwezig in een lokaal ecosysteem. Door de Bossche cultuur van ontmoeting en samen dingen doen kan talent zich in de stad ontplooien. Dat heeft geleid tot een voedingsbodem voor innovatieve kennis-, dienst- en productontwikkeling en op het gebied van data en digitalisering. Dit krijgt volop de ruimte in de Brede Binnenstad en in het bijzonder in de Spoorzone met het Innovatiekwartier Den Bosch (IKDB) als bruisende trekker waar het samen komt. Daar houdt het niet op. Digitale kennis en vaardigheden moeten diep doordringen in de wijk en voor iedereen toegankelijk zijn. Ruimte voor (data-)ondernemerschap, zoals start-ups en scale-ups, moet samengaan met begeleiding, kennisuitwisseling en ontmoeting. Dit versterkt op alle niveaus het onderwijs in het algemeen en het data-onderwijs in het bijzonder.
Van de experts en pioniers aan de Jheronimus Academy of Data Science (JADS), het IoT Stadslab en de Avans Digitale Werkplaats, tot Huis73 waar inwoners zich verder kunnen ontwikkelen en bijscholen op dit gebied. Vanuit deze solide basis bouwen we aan een nog aantrekkelijker vestigingsklimaat voor bedrijven en datatalent. Met
33
34
slimme, datagedreven toepassingen kunnen we maatschappelijke vraagstukken aanpakken en de verbinding leggen met de sterke bedrijfstakken in de regio, zoals agrifood. Door de kennis die we in onze stad hebben, zetten we datatoepassingen in om antwoorden te vinden op de uitdagingen van deze tijd, zo kunnen we slim samenleven. Deze keuze houdt in dat ’s-Hertogenbosch kiest voor innovatie en voortbouwen op de bestaande kwaliteiten, specialismes en interactie. Een hoogwaardig woon- en leefklimaat is hiervoor noodzakelijk, waarin de werknemers kunnen participeren in het openbare leven en bouwen aan hun eigen identiteit ontmoeting en contact. Dit trekt de juiste werknemers, kapitaal en bedrijven aan om de Bossche economie bloeiend te houden.
ontmoeting ’s-Hertogenbosch is een stad met veel publieke ruimte die toevallige ontmoeting en persoonlijke interactie mogelijk maakt. Verenigingen, maatschappelijke en culturele functies, zoals musea, podia, evenementen, theaters, attracties ondersteunen die ontmoeting. De ontmoeting vindt dus overal plaats tussen bezoekers en Bosschenaren. Voor iedereen is een fijne woonomgeving, zowel fysiek als mentaal van groot belang. De openbare ruimte bepaalt hierin de structuur. Er zijn veel mooie en goede pleinen, straten, lanen, steegjes, hofjes, parken en plekken die veelvuldig en nuttig worden gebruikt. Daar staat ook veel overgedimensioneerde en slecht gebruikte openbare ruimte tegenover: plekken die beter ingericht kunnen worden en waar ruimte is voor verdichting en vergroening. Hier kan een gezonde leefomgeving profiteren van die ingrepen en zorgen voor aantrekkelijkere verblijfsplekken en betere
concept omgevingsvisie
routes. Aangename verblijfsplekken kunnen ons uitdagen om er op uit te gaan en elkaar te ontmoeten. Een betere verbinding tussen onder meer stad en land biedt ook mogelijkheden om andere gebieden op gezonde en actieve wijze te ontdekken. Nabijheid is essentieel om ontmoeting te stimuleren. Ditzelfde geldt voor dichtheid en diversiteit. In veel gebieden sluit de bevolkingssamenstelling niet meer aan op de woningvoorraad daardoor staan de voorzieningen en bedrijven onder druk en de beleving van de buitenruimte is anders dan voorheen. Om de dynamiek en levendigheid in deze wijken weer op peil te brengen is het wenselijk om terug te vallen op het al eeuwenlang succesvolle recept van stedelijk leven met functiemix, diversiteit en dichtheid die leiden tot meer interactie, ontmoeting. Zo ontstaan meer betekenisvolle verblijfsplekken in de nabijheid van bewoners. Dit levert een grote sociaal-maatschappelijke en economische waarde op voor de omliggende buurten en de stad als geheel. We blijven stevig groeien bovenop de bestaande 160.000 inwoners. Ook de bezoekersaantallen stijgen. Omdat het drukker wordt in onze leefomgeving zal de ontmoeting toenemen. Dat leidt soms tot ongewenste confrontaties.
Het tegengaan van excessen is dan ook noodzakelijk om samen met elkaar in harmonie te kunnen blijven leven en ruimte te bieden aan verschillende behoeften en de kwaliteit van leven te ondersteunen. Dit vraagt keuzes per gebied, zo is de auto in de Brede Binnenstad steeds meer tot last en het traagste vervoersmiddel, terwijl in andere gebieden de auto nog steeds het enige alternatief is. Versterken
Zin in ’s-Hertogenbosch
van hoogwaardig openbaar vervoer in een deel van de wijken kan de algehele bereikbaarheid versterken. Het versterkt daarmee ook het station als sterke ontmoetings- en ontvangstplek in de stad. Het station betekent thuiskomen in ’s-Hertogenbosch en vormt een plek om elkaar te ontmoeten en te verblijven ongeacht of je de trein pakt. Daarmee heeft de plek een veel grotere betekenis dan alleen als station en kom je eigenlijk direct aan in de stad ’s-Hertogenbosch.
het onbekende Het leven is wat je overkomt terwijl je andere plannen maakt, schreef John Lennon. Dat gebeurt overal elke dag en daarom bieden we ook ruimte aan het onverwachte en onbekende dat op ons afkomt. Hoewel we het niet precies kunnen benoemen, zijn het onder meer de onverwachte vragen, nieuwigheden, innovaties, een voorbode van iets dat straks permanent wordt, korte termijn problematiek, iets wat gewoon flexibiliteit vraagt of iets wat urgent opgelost moet worden. Ervaring hebben we hier al mee, denk aan de placemaking van de Tramkade, de flexwoningen of Minitopia. Het is een soort permanente tijdelijke vraag die het gesprek van de dag kan domineren en niet altijd op de bestaande en gereguleerde plekken in de stad kan landen. Wel is de vraag vaak urgent en moet deze een plek krijgen. Vanaf die plek kan het dan een bijdrage leveren aan de dynamiek van de stad, want de impact op de samenleving kan, zeker voor zich ontplooiende jongeren, groot zijn. Ook bepaalt het mede de uitstraling en aantrekkingskracht van de stad. Het ruimtelijk positioneren van het onbekende is lastig en er is geen exact antwoord te bieden. Wel kunnen
35
36
we een handelingsperspectief bieden en pioniersruimte duiden. Dit is ruimte om snel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkeling, al of niet tijdelijk of experimenteel. Ruimtes die vragen om minder regels en meer vrijheid en waar de rauwe randjes wat meer naar boven kunnen komen en er een culturele ontdekkingstocht plaats kan vinden. Deze locaties zijn niet statisch. Het kunnen locaties zijn, die in de wachtstand staan voordat een ontwikkeling start. Maar het kan ook heel kort duren en slechts een evenement of experiment op een bepaalde plek zijn. Een nieuwe ontwikkeling zet deze gebieden even in de spotlights precies zoals een reizend circus een bepaalde plek in de regio voor een korte tijd in de spotlights zet om daarna weer door een volgende plek als smaakmaker op te fleuren. Kenmerkend voor de plekken is dat ze tijdelijk beschikbaar zijn. De context bepaalt uiteindelijk welke vraag ze kunnen opvangen in omvang, belasting en tijdsduur. Het ‘komen en gaan’ van deze plekken biedt de mogelijkheid om deze vraag te spreiden over stad, de dorpen en het buitengebied. Soms om er te blijven en zich verder te ontwikkelen tot een permanente vorm, maar meestal om weer verder te trekken of uiteindelijk op te gaan in nieuwe urgente vragen.
concept omgevingsvisie
Zin in ’s-Hertogenbosch
37
38
2.3 Bossche verbinding In de Bossche verbinding schetsen we de positie van ’s-Hertogenbosch van buiten naar binnen. En daarnaast staan we stil bij onze parels, waarom kom je naar ’s-Hertogenbosch als bezoeker, maar misschien ook wel als inwoner, ondernemer of student.
2.3.1 ’s-Hertogenbosch in een sterknetwerk De tijd dat steden alleen een rol hadden als centrumstad voor de omliggende regio is al lang verleden tijd. De interstedelijke en regionale connecties zijn intensiever en divers. Wonen in ’s-Hertogenbosch, werken in Boxtel, op bezoek in Lith, een avondstudie in Eindhoven en een concert in Tilburg is geen uitzonderlijke weekagenda. De toenemende verbondenheid en uit-
concept omgevingsvisie
wisseling met aangrenzende steden en regio’s vraagt bijzondere aandacht, waar concurreer je met elkaar en waar vul je elkaar aan. ‘s-Hertogenbosch wordt immers steeds meer één stedelijk systeem op het gebied van economie, arbeidsmarkt, tertiair onderwijs, zorg, maatschappelijke en commerciële voorzieningen met Eindhoven, Tilburg en Oss. En op wat grotere afstand met Utrecht, Breda en Nijmegen. Dat vraagt om continue aandacht voor positionering en profilering. ‘s-Hertogenbosch heeft een prominente rol in het netwerk van Brabantse steden, waarin we elkaar vooral versterken door complementariteit. Voor de ons omliggende gemeenten en deels voor de regio Noordoost-Brabant heeft de stad economisch, sociaal-maat-
Zin in ’s-Hertogenbosch
schappelijk, cultureel en qua zorg en mobiliteit een centrumfunctie. ‘s-Hertogenbosch richt zich als centrumgemeente op een verzorgingsgebied van zo’n 500.000 inwoners. Voor hen is het centrum van ’s-Hertogenbosch een belangrijke en betekenisvolle plek voor grootstedelijke voorzieningen en als verbinding met de rest van Nederland. De regionale bereikbaarheid versterken we, om zo van betekenis te kunnen blijven voor alle inwoners. Andersom zijn de omliggende gebieden voor ‘s-Hertogenbosch van groot belang voor bijvoorbeeld recreatie, rust, werkgelegenheid en landbouw. De relatie is wederkerig, zeker als het gaat om de energieopgave of het watersysteem. We hebben elkaar nodig en kunnen bijvoorbeeld ruimtevragen uitwisselen. Door gezamenlijk te opereren vergroten
39
we onze betekenis en daarmee onze slagkracht. We werken nauw samen met onze regiopartners en blijven dat doen. Dat doen we met de regionale energiestrategie (RES), in de verstedelijkingsstrategie NOVEX voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch, met de waterschappen en op het gebied van sociale en medische zorg en arbeidsmarkt. Tegelijkertijd is ‘s-Hertogenbosch zelf ook deel van Brabantstad, een krachtig samenwerkingsverband van de 7 grootste steden in Brabant en de provincie. We hebben de meest intensieve relatie met Oss en door samenwerking en complementaire ontwikkeling wint deze relatie verder aan belang. Dit versterkt ook onze positie in de driehoeksrelatie met Eindhoven-Helmond en Tilburg-Breda. Om de positie van het station verder te versterken ziet ’s-Hertogenbosch veel potentie in de stedelijke ontwikkeling op de lijn richting Oss met het spoor als ‘ontwikkelbasis’. De ligging op de hogere dekzandgronden is vanuit bodem en water gunstig en bevordert elkaars nabijheid, zonder de intentie om aan elkaar te groeien. Ook is ’s-Hertogenbosch de poort naar de noordelijke Randstad met de economische kerngebieden Utrecht en Amsterdam. Onderlinge verbondenheid en uitwisseling met omliggende regio’s en steden op grotere afstand maken onlosmakelijk deel uit van het dagelijkse leven van de Bosschenaren.
‘s-Hertogenbosch kan zich dus enerzijds profileren voor een veel groter publiek dan alleen de eigen regio, maar kan ook gebruik maken van voorzieningen in andere regio’s. Op nationale schaal maakt ’s-Hertogenbosch deel uit van de Bandstad. De stedenband ligt boven de zeespiegel om de Randstad heen. Onder meer Zwolle, De-
40
venter, Arnhem, Nijmegen en de Brabantse stedenrij liggen in dit netwerk. Om de groei van Nederland in goede banen te leiden, zal dit netwerk versterkt moeten worden en zullen de steden sterk groeien, zowel binnenstedelijk als door middel van grootschalige uitleglocaties. Ook is daarbij aandacht voor een betere balans tussen wonen en werken, zodat de dynamiek van Nederland beter verdeeld is over het land. Hiermee wordt voorkomen dat Nederland één dominante metropool heeft. Voor ’s-Hertogenbosch biedt dit de kans om de bestaande ambities in de stad sneller te verwezenlijken en worden in deze omgevingsvisie de mogelijkheden verkend om extra ruimte te creëren voor verstedelijking buiten de bestaande contouren met bodem en water als onderlegger. Onze initiatieven en opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens en we zijn ons bewust van onze rol en verbinding met de regio. In samenwerking met bedrijven, overheid, scholen en talent biedt ’s-Hertogenbosch een boeiende omgeving voor vernieuwende denkers, doeners en makers. Door de juiste partners, ervaringen en uitdagingen samen te brengen, vinden we nieuwe oplossingen. Oplossingen die zorgen voor een steeds slimmere en betere samenleving.
2.3.2 De Bossche parels Op het gebied van kunst, sport en evenementen onderscheidt ’s-Hertogenbosch zich duidelijk van de omliggende steden en regio. Het zijn de parels die ’s-Hertogenbosch extra glans geven. Jheronimus Bosch, en een beetje Vincent van Gogh De geschiedenis van ’s-Hertogenbosch is onlosma-
kelijk verbonden met de wereldberoemde Laat-Middeleeuwse kunstschilder Jheronimus Bosch, kortweg Jeroen Bosch. Hij vormt een inspiratie voor diverse kunst- en cultuurpodia, die medebepalend zijn voor de stedelijke cultuur. Gelukkig is de dagelijkse leefomgeving van Jeroen Bosch nog altijd grotendeels beleefbaar in de oude binnenstad. De meerwaarde van kunst als reflectie op het leven van alle dag groeit al eeuwen mee met de Bosschenaren. Het is een voedingsbodem voor ‘nieuwe zaailingen’, zoals het Noord-Brabants Museum, Designmuseum, de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving Sint Joost, maar ook voor een cultuur van jonge en nieuwe makers in de hele stad die inspiratie halen uit het verleden en dat verbinden met het heden en de toekomst. Cultuur is belangrijk in ’s-Hertogenbosch en heeft aantrekkingskracht op toeristen en makers uit binnen- en buitenland. Denk hierbij aan Theaterfestival Boulevard, het Internationaal Vocalisen Concours en November Music. Kunst en cultuur krijgen de ruimte, zowel in voorzieningen, evenementen als in de publieke ruimte. Waarbij het niet zozeer gaat om meer van hetzelfde, maar om het verrijken van het palet. Ook is in ’s-Hertogenbosch aandacht voor een andere grootmeester uit de provincie, Vincent van Gogh. Niet als geboortestad of residentie, maar wel als schilder van het Brabantse land.