CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bijlagenboek BP Hoff van Hollantlaan 2-4, Rosmalen_20240521

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoff van Hollantlaan 2-4, Rosmalen25.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bomen zijn beeldbepalend als de boom uit ten minste twee richtingen opvalt, waarbij tenminste 50% van de kroon zichtbaar is. Het wegvallen van deze groene massa kan qua beeld niet worden gecompenseerd door overig groen in de omgeving.

Enigszins: deze boom is alleen beeldbepalend als je er bewust naar kijkt. De boom valt niet op in de gebruikelijke kijkrichting van de gebruiker van de ruimte.

Cultuurhistorie

De boom draagt bij aan de lokale historische identiteit van de stad en het historisch besef van de stad. Het cultuurhistorisch aspect van de boom is bekend bij een vereniging of instelling die zich inzet voor de cultuurhistorie van de stad. Voorbeelden zijn Kapellenbomen, herdenkingsbomen, markeringsbomen. De boom is individueel belangrijk voor het historisch besef. Deze boom heeft een verhaal dat bij rondwandelingen verteld wordt.

De boom draagt bij aan de lokale historische identiteit van de stad en het historisch besef van de stad. Het cultuurhistorisch aspect van de boom is bekend bij een vereniging of instelling die zich inzet voor de cultuurhistorie van de stad. Deze bomen hebben een relatie met de cultuurhistorie. Zij zijn onderdeel van een voormalig landgoed of begraafplaats. Voorbeelden zijn bakenbomen of bomen met een cultuurhistorische gebruiksvorm, waarbij aannemelijk is dat die gebruiksfunctie daar van oudsher aanwezig was.

Van de boom is niet bekend dat deze van cultuurhistorisch belang is. Van de boom is geen noemenswaardige historie bekend, of de historie wordt niet onderkend door een stichting of instelling die zich profileert als een cultuurhistorische vereniging.

Soort

De soort is dit formaat of deze leeftijd zeer zeldzaam voor de stad ‘s-Hertogenbosch. Binnen Den Bosch vindt je geen vijf vergelijkbare bomen. Dit is echt een unicum.

Deze soort is in deze leeftijd en afmeting zeldzaam voor de stad. Binnen ‘s-Hertogenbosch komen geen vijftig vergelijkbare bomen voor. Deze bomen staan meestal solitair geplant.

Deze soort komt in ‘s-Hertogenbosch algemeen tot vrij algemeen voor. Deze bomen kom je met enige regelmaat in ‘s-Hertogenbosch voor.

Groeivorm of ver- Deze boom heeft een zeer kaschijning rakteristieke groeivorm. Mensen kennen deze boom vanwege zijn vorm. Deze boom is uniek In ‘sHertogenbosch staan geen vijf (groepen van) gelijkvormige bomen.

Deze bomen hebben een karakteristieke groeivorm. Binnen ‘s-Hertogenbosch komen geen vijftig vergelijkbare bomen voor. Veelal zijn het bomen die door een grillige vorm of omdat de kroon tot op de grond komt, een opvallende verschijning zijn.

De bomen hebben een groeivorm die niet veel afwijkt van veel andere bomen. Deze bomen hebben een vorm die vrij algemeen in ‘s-Hertogenbosch voorkomt.

Snoeivorm

De bomen hebben een kenmerkende snoeiwijze. Binnen ‘s-Hertogenbosch komen geen vijftig vergelijkbare bomen voor.

De bomen hebben een afwijkende snoeivorm dan laanbomen. De snoeivorm komt vrij algemeen voor. Laanbomen hebben een zeer algemene snoeivorm. Leibomen, knotbomen en gekandelaberde bomen komen algemeen voor.

Beeldkwaliteit

De bomen zijn op een speciale wijze gesnoeid met het doel die vorm in stand te houden. Binnen ‘s-Hertogenbosch vindt je geen vijf (groepen van) vergelijkbare bomen. Dit is echt een unicum (voorbeeld zijn etagelindes).

Niet: Deze bomen vallen niet op in de ruimte. Van deze boom is slechts een klein deel zichtbaar. Ze staan verscholen achter gebouwen, of andere bomen. Als deze bomen weg zijn, valt het de meeste mensen niet op.

17

4.1.1

Wat zijn Monumentale houtopstanden?

Monumentale houtopstanden zijn vaak zo markant dat veel mensen ze kennen. Doordat ze zo opvallen in het straatbeeld vormen ze herkenningspunten en geven ze identiteit aan een plek. Het zijn de ‘groene parels’ van de gemeente. Ze ontlenen hun waarde meestal aan hun omvang, maar ook aan hun markante standplaats, de reden van aanplant of hun bijzondere soort. Het kan hierbij om gemeentelijke of particuliere bomen gaan. Monumentale houtopstanden hebben de status ‘extreem behoudenswaardig’. Uitgangspunt is deze bomen zo lang mogelijk te behouden. Criteria Monumentale houtopstanden Het belangrijkste criterium voor een Monumentale houtopstand is de omvang. Bomen met een omtrek groter dan 200 cm krijgen een monumentale status als ze op minimaal één kwaliteitskenmerk uitzonderlijk scoren. Bomen met een omtrek kleiner dan 200 cm kunnen ook een monumentale status krijgen. In dit geval moeten ze op minimaal twee kwaliteitskenmerken uitzonderlijk scoren. Ook hakhout uit hakhoutgebieden kan Monumentale houtopstand zijn. Als een boom op de Monumentale bomenlijst staat wordt hij er in principe niet meer vanaf gehaald.

4.1.2

Wat zijn Waardevolle houtopstanden?

Omschrijving wensbeeld In sommige gevallen is een boom zonder twijfel zeer bijzonder, maar voldoet hij (nog) niet aan de eisen van een Monumentale houtopstand. Om deze toekomstige Monumentale houtopstanden extra te beschermen, kan de status Waardevolle houtopstand toegekend worden. Op deze manier wordt actief gezorgd voor de aanwas van toekomstige Monumentale houtopstanden. Criteria Waardevolle houtopstanden Een boom met een omtrek meer dan 200 cm en minimaal één bijzonder kwaliteitskenmerk (maar niet uitzonderlijk) komt in aanmerking voor de status Waardevolle houtopstand. Is de boom minder dan 200 cm, dan heeft deze minimaal twee bijzondere kwaliteitskenmerken nodig. Naast deze criteria kan een boom ook als Waardevolle houtopstand worden aangemerkt als deze een belangrijke meerwaarde heeft voor een ontwerp of beleving van de openbare ruimte. Een boom die is ingepast bij een ruimtelijke ontwikkeling kan ook de status van Waardevolle houtopstand toegewezen krijgen. Hetzelfde geldt voor een boom die ter compensatie van een ruimtelijke ontwikkeling is aangeplant.

4.1.3

Monumentale bomenlijst en Waardevolle bomenlijst

Lijsten Monumentale houtopstanden en Waardevolle houtopstanden worden opgenomen op een Monumentale- en een Waardevolle bomenlijst en op de Groene Kaart opgenomen. Van elke houtopstand worden de kenmerken opgenomen die ervoor zorgen dat geen discussie kan ontstaan over welke het betreft. Minimaal zijn dit de volgende factoren:

18

●● soort ●● uniek nummer, dat correspondeert met de overzichtstekening ●● reden waarom de houtopstand Monumentaal of Waardevol is Actualisatie In principe wordt de Monumentale bomenlijst en Waardevolle bomenlijst iedere 5 jaar geëvalueerd en geactualiseerd door vaststelling van de Groene Kaart. Daarbij wordt gekeken welke houtopstanden zijn verdwenen en wat daarvan de oorzaak is geweest. Dit vormt een belangrijke basis om te kunnen observeren of het beschermingsbeleid voldoende werkt. Ook wordt bekeken welke houtopstanden ondertussen in aanmerking komen om op een van de lijsten te worden geplaatst. Het college van burgemeester en wethouders stelt de lijsten en dus de Groene Kaart vast. Mutaties worden continu bijgehouden en indien nodig worden delen van de Groene Kaart opnieuw gewijzigd vastgesteld. Richtlijn voor tussentijdse wijziging Groene Kaart Er is een duidelijke keuze gemaakt om te werken met een velverbod gebaseerd op de kaders van de Groene Kaart en het leveren van maatwerk. Het college kan besluiten om de Groene Kaart of delen daarvan tussentijds aan te passen als daar een duidelijke aanleiding voor is. De belangrijkste voorwaarde voor een tussentijdse wijziging is, dat er in een afgebakend gebied een integrale beoordeling van het beschermingswaardige groen heeft plaatsgevonden.

En dat daarbij keuzes zijn gemaakt die vertaald kunnen worden in een beschermingsregime van de Groene Kaart. Bijvoorbeeld: ●● Er wordt een nieuw ruimtelijk plan vastgesteld en de te beschermen bomen worden op de Groene Kaart gezet. ●● Er wordt in een wijk een nieuwe beheervisie gemaakt waarbij keuzes over bomen en groen samen met de belanghebbenden worden gemaakt. De vertaling van deze keuzes naar een beschermingsregime worden in de Groene Kaart opgenomen. De tussentijdse wijzigingsbevoegdheid wordt niet gebruikt voor: ●● Losstaande verzoeken (intern of extern). Deze verzoeken worden verzameld en eens per 5 jaar, bij de evaluatie beoordeeld en zo nodig in de Groene Kaart verwerkt. ●● Bomen die gaan voldoen aan de criteria voor Waardevolle houtopstand of Monumentale houtopstand door autonome groei. Deze worden verzameld en per 5 jaar aan de Groene Kaart toegevoegd.

4.1.4

Behouden en beschermen

Behouden Bij Monumentale en Waardevolle houtopstanden staat behoud voorop. Alles wordt in het werk gesteld om deze bomen in stand te houden zo lang als dat boomtechnisch verantwoord en veilig is.

19

Beschermen Velverbod en omgevingsvergunning voor vellen De Monumentale en Waardevolle houtopstanden zijn zo belangrijk dat hiervoor een strikt velverbod wordt gehanteerd. Als iemand van mening is dat een dergelijke boom moet worden gekapt, moet diegene hiervoor een ontheffing in de vorm van een omgevingsvergunning aanvragen bij het bevoegd gezag.1 Een ontheffing voor het vellen van Monumentale en Waardevolle houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend: a. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van door tak- of stambreuk veroorzaakt letsel of schade, ter voorkoming van onrechtmatige hinder of dat de houtopstand aan vervanging toe is; b. indien sprake is van een Monumentale houtopstand, een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of de levensverwachting van de houtopstand minder dan 5 jaar is; c. indien sprake is van een Waardevolle houtopstand, een algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of een zwaarwegend individueel belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of de levensverwachting van de houtopstand minder dan 5 jaar is.

Ook moet uit deskundig onderzoek blijken dat alternatieven om de boom te sparen in beeld zijn gebracht en afgewogen. Omdat deze bomen een hoog maatschappelijk belang dienen, worden alle belangen goed afwogen. Groeiplaats bestemmen Het Bomenbeleidsplan en Bomenverordening 2017 bieden een goede bescherming van zowel Monumentale houtopstanden en Waardevolle houtopstanden als voor hun standplaats. Een aanvullende bescherming door onder andere bestemmingsplannen, bijvoorbeeld via een groeiplaatsenbescherming, is daarom niet noodzakelijk. Dubbele procedures en regelingen, die hetzelfde beogen, moeten voorkomen worden. Dit is duidelijker voor de burger en ook uit een oogpunt van handhaving. Bovendien is een bestemmingsplan een vrij star instrument dat uitsluitend via een uitgebreide procedure wijzigingen mogelijk maakt. Een bestemmingsplan richt zich met name op de toelaatbaarheid van functies en bebouwingsmogelijkheden en beschermt dus niet de boom zelf maar de standplaats van de boom. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, waarbij bestemmingsplannen worden aangepast, wordt het boombelang afgewogen tegen andere belangen. 4.1.5

Monumentale houtopstanden bij particulieren

Ondersteuning Onderhoud aan oude bomen is specialistisch werk. Particuliere boomeigenaren komen daardoor soms voor dure onderhoudsmaatregelen te staan. Het behoud van hun boom is echter wel in het algemeen belang. Daarom ondersteunt de gemeente deze eigenaren op diverse manieren.

1

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een

aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. In de meeste gevallen is dit het college van burgermeester en wethouder van de gemeente.

20

Visuele boomcontrole Als de gemeente haar bomen visueel controleert, kunnen ook de Monumentale houtopstanden van particulieren in diezelfde ronde worden meegenomen. Dit is een service waar de boomeigenaar vrijwillig aan kan deelnemen. Hiermee houdt de gemeente alsmede de eigenaar, zicht op de toestand van de boom. De eigenaar van de boom blijft wel altijd verantwoordelijk voor zijn boom en aansprakelijk voor schade die de boom mogelijk kan veroorzaken.

Financiële tegemoetkoming Als uit de boomcontrole blijkt dat het nodig is om werkzaamheden uit te voeren aan de boom, kan de eigenaar een beroep doen op het Bomenfonds. Een voorwaarde daarvoor is dat een deskundigenrapport wordt overlegd en het college moet toestemming hebben verleend. Bomenfonds Het onderhoud aan Monumentale en Waardevolle houtopstanden kost meer dan het onderhoud aan andere bomen. Daarom bestaat er het Bomenfonds waarmee deze maatregelen kunnen worden bekostigen. Vanuit dit fonds kunnen de financiële tegemoetkoming van particulier boomeigenaren worden geregeld. Dit fonds ziet er zo uit: Inkomsten

Uitgaven

Compensatiegelden

Aanplant van (extra) bomen

Vergoedingen boomschades

Onderhoud particuliere boom bomenlijst Onderhoud gemeentelijke boom bomenlijst Bijzondere constructies bij herinrichting rond bomen bomenlijst Instandhouding bestaand groen

4.2

Structuren

In de inventarisatie en de visie van dit plan is het structurerende groen aangemerkt als waardevol groen op stadsniveau. Een deel van het structurerende groen wordt in het bomenbeleid nader aangeduid met als reden deze structuren te voorzien van een beschermingsstatus of een beleidsmatige status. Dit zijn de lijnstructuren van bomen langs belangrijke wegen, watergangen en andere lijnen. Daarnaast is een vlaksgewijze aanduiding voor de binnenstad gehanteerd. Andere onderdelen van het structurerende groen zijn niet nader aangeduid. De reden hiervoor is dat ofwel een basisbescherming deze structuren voldoende beschermd ofwel dat in een ander kader bescherming of ontwikkeling plaatsvindt.

21

4.2.1

Wat zijn Structuren?

Omschrijving wensbeeld Dit is een solide raamwerk van bomen of hakhoutgebieden in lijnen die samen het visitekaartje van de gemeente vormen.

Structuren: hoofd- en andere aansluitingen Aangewezen zijn de Structuren langs hoofdwegen en andere lijnvormige Structuren door de gemeente die: ●● de eerste indruk vormen voor bezoekers van de stad ●● het meest intensief worden gebruikt door de eigen inwoners ●● in de huidige situatie een waardevolle (oude) Structuur vormen Op de Groene Kaart zijn Structuren vastgelegd die van waarde zijn door hun locatie. Op die locaties stelt de gemeente hoge eisen aan het beeld. Bomen met een stamomtrek van minimaal 35 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld of hakhout, die staan in deze Structuren vallen onder een velverbod van de Bomenverordening 2017. Een aanduiding op de Groene Kaart zegt niets over de werkelijke situatie buiten. Hier kunnen bomen staan die al aan het streefbeeld voldoen of juist nog niet. Binnen deze Structuren wordt gestreefd naar grote, volwassen bomen die werkelijk recht doen aan het wensbeeld. Voor de lijnen zijn dat bijvoorbeeld lommerrijke lanen. Daarvoor moeten brede profielen worden ontwikkeld met voldoende ruimte om bomen van de eerste grootte tot volle wasdom te laten komen en duurzaam in stand te houden. Als een weg is aangeduid als Structuur, wil dat niet zeggen dat automatisch alle aanwezige bomen in dat wegprofiel tot de Structuur behoren.

De bomen die werkelijk bijdragen aan het streefbeeld of daar potentie toe hebben, behoren formeel tot de Structuurbomen. Dat kan betekenen dat in het ene geval de bomen langs een ventweg wel bij een Structuur horen en in het andere geval niet. Dit wordt per situatie beoordeeld. Bomen in tuinen behoren nooit tot deze Structuren. De Groene Kaart zal duidelijkheid geven over welke bomen tot de structuur behoren. Monumentale en Waardevolle houtopstanden in Structuren Binnen een Structuur kunnen ook Waardevolle en Monumentale houtopstanden worden aangewezen als deze voldoen aan de daarvoor gestelde eisen. Voor een boom die binnen een Structuur als Waardevolle of Monumentale houtopstand is aangewezen geldt niet langer de beschermingsstatus van de Structuur maar de hogere beschermingsstatus van de waardevolle of monumentale boom. Structuur in binnenstad De binnenstad is aangewezen als Structuur. De stadskern met de vestingwerken onderscheidt de stad van andere steden. Ook binnen de stad zelf is dit het meest bijzondere gebied. Het is opgenomen in de Groene Kaart omdat: ●● hier de meeste oude bomen van de stad staan ●● hier de meeste behoefte is aan vergroening

22

●● specifieke oplossingen nodig zijn om het dilemma van de vele ruimteclaims op te lossen In de binnenstad wordt gestreefd naar een afwisseling van grote solitaire bomen en kleine groene oases in de vorm van binnentuinen. Omdat de ruimte er schaars is, gaat vergroening hier niet vanzelf. Wanneer dit mogelijk is wordt de kans aangegrepen om nieuw groen op goede plekken aan te planten. Er wordt veel waarde gehecht aan het bestaande groen en zijn dan ook zeer terughoudend in het vellen daarvan. Reden status De status van alle Structuren is groot. De gemeente heeft hoge verwachtingen van deze Structuren. Ze moeten immers het visitekaartje van de gemeente vormen. Daarom wordt extra geïnvesteerd in deze bomen en de bescherming ervan. Daarnaast noodzaakt de dynamische omgeving van deze bomen tot extra bescherming. De binnenstad en de belangrijkste wegen door de gemeente zijn ook de plekken waar de meeste functionaliteiten gewenst zijn in een beperkte hoeveelheid openbare ruimte. De druk op de ruimte is groot en het gevaar op uiteenvallen van de Structuren is aanwezig. Het is ook mogelijk om naast de binnenstad andere vlakken als structuurvlak aan te wijzen in de groene kaart.

4.2.2

Behouden en beschermen van Structuren

Behouden Binnen de Structuren streeft de gemeente naar bomen die in goede gezondheid kunnen uitgroeien tot volwassen exemplaren die minimaal tachtig jaar oud kunnen worden. De waarde van de Structuren ligt niet alleen in de afzonderlijke bomen, maar ook in het complete ensemble dat een verzameling Structuurbomen vormt. Het wegvallen van bomen uit deze Structuren kan leiden tot uitholling van de Structuur of verarming van het beeld. De gemeente is daarom heel terughoudend in het vellen van bomen in Structuren. Anderzijds gaat het hier over de dynamische omgeving langs hoofdverkeerswegen en de binnenstad. Zeer regelmatig vinden maatregelen plaats waarvoor bomen moeten wijken. Dit vergt daarom telkens een gedegen afweging tussen de waarde van de boom en de noodzaak van een voorgenomen maatregel. De gemeente richt zich daarbij op het behoud van de Structuur als geheel. Als een boom kan worden geveld zonder dat daarbij het beeld van de Structuur onevenredig wordt aangetast, wordt het vellen van de boom overwogen. Natuurlijk worden daarbij ook alle mogelijkheden om de boom toch te sparen beoordeeld. De binnenstad is een bijzondere plek omdat hier geen sprake is van één eenduidig geheel. Hier bepaalt een ontwerper of sprake is van onevenredige aantasting van de beeldkwaliteit. Beschermen Velverbod en omgevingsvergunning De Structuren zijn belangrijk.

De gemeente vindt voor velling van bomen in Structuren een vergunning in de vorm van een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het gaat dan om een niet als Monumentale of Waardevolle houtopstand aangewezen hakhout, of zodanige boom met een minimale stamomtrek van 35 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld, die staat in Structuren. Door het velverbod op deze bomen:

23

●● kan worden gestuurd in behoud en ontwikkeling van de belangrijkste lanen ●● kan herplant/compensatie worden uitgevoerd bij aantasting ●● hebben belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar en beroep De gemeente richt zich bovenal op behoud van de Structuur in plaats van het behoud van de individuele boom.

4.3

Sfeervlakken

Op de Groene Kaart zijn Sfeervlakken aangewezen als gebieden waar voor een deel bomen en hakhout staan die onder het velverbod van de Bomenverordening vallen. Sfeervlakken zijn gebieden waar houtige gewassen zoals bomen bepalend zijn voor de beleving van het gebied. In Sfeervlakken staan Sfeerbomen, maar ook Monumentale houtopstanden en Waardevolle houtopstanden kunnen erin voorkomen.

4.3.1

Wat zijn Sfeerbomen?

Omschrijving wensbeeld Sfeerbomen maken deel uit van het functionele groen. Ze maken deel uit van de groene invulling van de wijken, bossen, wijkparken, bedrijventerreinen en particuliere tuinen. Hun functies zijn divers. Voor deze Sfeerbomen is niet één streefbeeld op te stellen. Dit hangt af van de functie en de plek. Statusverschil Het grootste verschil tussen des enerzijds en de Monumentale en Waardevolle houtopstanden, bomen in Structuren enerzijds en sfeerbomen anderzijds, is het schaalniveau waarop zij van belang zijn en de relatie met andere functies. Monumentale en Waardevolle houtopstanden en bomen in Structuren zijn op gemeenteniveau van belang. Zij vormen een duurzaam groen weefsel dat de gemeente als geheel bindt. Sfeerbomen kunnen meer als ‘inrichtingselement’ worden gezien. Hoewel deze categorie bomen een minder hoge status heeft, zijn deze bomen wel van grote waarde. Deze bomen vervullen diverse functies. Omdat ze vaak in woonstraten voorkomen, zijn ze voor de beleving van de burgers van groot belang. Daarnaast zullen de toekomstige Waardevolle en Monumentale houtopstanden in de wijken uit deze boomcategorie voortkomen. Tot slot is het de categorie waar de meeste bomen in vallen.

4.3.2

Behouden van Sfeerbomen

Behouden Gemeentelijke Sfeerbomen Sfeerbomen zijn geplant met een bepaald doel en hebben een functie te vervullen. In de loop van de tijd kunnen Sfeerbomen aanzienlijke waarden hebben ontwikkeld als gevolg van hun functioneren. Daarnaast hebben Sfeerbomen investeringen gekost in de vorm van aanleg en onderhoud. Daarom geldt ook voor Sfeerbomen dat behoud voorop staat. Het kan echter voorkomen dat een Sfeerboom zijn functie niet meer vervult, ernstige

24

overlast veroorzaakt of niet meer aan de gewenste kwaliteitseisen voldoet. Ook komt het voor dat een boom niet meer past in een gewijzigde situatie als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling of herinrichtingsplan. In die gevallen wordt een afweging gemaakt tussen behoud en verwijdering. Sfeerbomen in gemeentelijke eigendom vallen niet onder het velverbod van de Bomenverordening 2017. De afweging om deze bomen te vellen wordt gemaakt op basis van dezelfde criteria maar in een interne procedure. Particuliere Sfeerbomen De redenen waarom een particulier een boom plant kunnen divers zijn, evenals zijn redenen om een boom (weer) te willen verwijderen. De gemeente vindt het haar verantwoordelijkheid om zich hierin te mengen indien het een sfeerboom betreft. Vandaar dat voor deze Sfeerbomen een velverbod in de Bomenverordening geldt en voor velling een omgevingsvergunning nodig is. Het gaat dan om bomen met een stamomtrek van minimaal 1 m gemeten op 1,30 m hoogte of hakhout in een Sfeervlak.

4.3.3

Welke sfeerbomen wil de gemeente beschermen?

In de afweging rond een aanvraag wordt de waarde vastgesteld die de boom in de Bomenverordening 2017 heeft. Dit boombelang kan een weigeringsgrond voor de aanvraag vormen. De belangen voor verwijdering worden echter ook meegewogen. Waarom is gekozen voor een stamomtrek van 1 m wordt hieronder uitgelegd. Balans beschermingsniveau en regeldruk De doelstelling van het velbeleid is het beschermen van bomen die beschermingswaardig zijn. Als overheid wordt daarbij in het bijzonder gericht op bomen die voor de maatschappij van waarde kunnen zijn. Van een boom die slechts op individueel niveau van waarde is, is het onredelijk om daar regels aan te stellen. Waarom wel regels De omvang van een boom is sterk bepalend voor de invloed die hij heeft op zijn omgeving en dus voor de waarde voor de maatschappij. Een boom met een omtrek van 1 m of meer, heeft een formaat dat wezenlijk deel kan uitmaken van het straatbeeld. Een boom van dit formaat kan zelfs het niveau van buurtbelang overschrijden. Daarnaast mag men van een boom met dit formaat verwachten dat die een aanzienlijke meerwaarde heeft voor de hele straat. Die meerwaarde kan bestaan uit diverse facetten, zoals omschreven in bijlage 1. Verder zijn ook de kleinere bomen indien het hakhout in hakhoutgebieden betreft, beschermd.

Waarom geen regels Ook Sfeerbomen met een omtrek kleiner dan 1 m kunnen wel degelijk waarden hebben (zie bijlage 1). Het belang van deze bomen strekt vaak niet verder dan tot direct aanwonenden. Deze bomen zijn voor de gemeente minder van belang om in regels te vatten om de volgende redenen: ●● Behoud van deze bomen is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. ●● De administratieve last voor de gemeente neemt enorm toe. ●● De regeldruk voor burgers neemt enorm toe. Dit is in strijd met de wens tot deregulering.

25

a. b. c. d. e. f. g.

natuurwaarden van de houtopstand landschappelijke waarden van de houtopstand cultuurhistorische waarden van de houtopstand beeldbepalende waarden van de houtopstand waarden van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon dendrologische waarde van de houtopstand waarden van de houtopstand voor de leefbaarheid

4.6 Vrijstellingen Op het velverbod van de Bomenverordening 2017 bestaan diverse vrijstellingen. Zie hiervoor de verordening.

4.7

Samenvatting boomcategorieën

Gemeente ’s-Hertogenbosch hanteert In tabel 2 staat hiervan een samenvatting.

dus

verschillende

boomcategorieën.

Tabel 2 Samenvatting boomcategorieën gemeente ‘s-Hertogenbosch Categorie

Hoe vastgelegd

Status

Uitgangspunten

Monumentale houtopstand: bomen en hakhout van de hoogste categorie

Monumentale bomenlijst Groene Kaart

Omgevingsvergunningplicht. Extreem beschermingswaardig door uniek karakter op stadsen/of landelijk niveau

Behouden en zorgen voor nieuwe aanwas

Waardevolle hout- Waardevolle bomenlijst opstand: bomen Groene Kaart en hakhout van de een na hoogste categorie

Omgevingsvergunningsplicht. Belangrijke meerwaarde voor beleving van de openbare ruimte

Behouden en laten uitgroeien tot Monumentale houtopstand

Structuur: Structuren Groene Kaart: bomen minimale zijn niet Monumentaal/ stamomtrek 35 cm Waardevolle houtopstand op 1,3 m hoogte of hakhout

Omgevingsvergunningsplicht. Zeer beschermingswaardig door functioneren in Structuur op gemeenteniveau

Behouden en ontwikkelen van Structuur in zijn geheel

Sfeerboom particulier: particuliere boom minimale stamomtrek 1 m of hakhout

Omgevingsvergunningsplicht particuliere bomen bij minimale stamomtrek 1 m of hakhout. Hoge waarde door omvang en waarde voor directe omgeving

Behouden want waarde voor leefomgeving en potentieel monumentaal/waardevolle boom

Sfeervlakken Groene Kaart: zijn geen Monumentale/ Waardevolle houtopstand

27

Sfeerboom gemeente

Gemeentelijke bomen in beheersysteem

Geen omgevingsvergunningsplicht. Basiswaarde door functioneren op plaatselijke schaal. Afweging velling gemeenteboom op grond van bomenbeleid.

Behouden indien waardevol want waarde voor leefomgeving en waarde kan nog sterk toenemen

Houtopstand buiten sfeervlak

Kleine of grote gemeentelijke bomen in beheersysteem, particuliere bomen niet vastgelegd

Geen omgevingsvergunningsplicht. Basiswaarde door functioneren op plaatselijke schaal. Afweging velling gemeenteboom op grond van bomenbeleid.

Behouden indien waardevol want waarde voor leefomgeving en waarde kan nog sterk toenemen

Herplantbomen: voorschrift omgevingsvergunning of wettelijk voorschrift

In voorschrift omgevingsvergunning of ander wettelijk voorschrift

Omgevingsvergunningsplicht. Waarde afhankelijk van de vervangen boom.

Behouden en laten ontwikkelen

Locaties en aantallen bomen staan op de Groene Kaart met daarin opgenomen de Monumentale en Waardevolle bomenlijsten.

28

5 Ontwikkelen bomenbestand 5.1 Efficiënt investeren De gemeente investeert efficiënt. Dit betekent dat de inzet van middelen en energie is afgestemd op het rendement dat van een boom wordt verwacht. Onder rendement wordt verstaan zaken als omvang, beeldkwaliteit en natuurwaarde. Aanleg, beheer en onderhoud wordt afgestemd op het wensbeeld dat de gemeente voor ogen heeft en de mogelijkheden ter plekke. Dat beeld wordt op hoofdlijnen gevormd door de boomgrootte en de levensverwachting. Hoe hoger de status van een boom, hoe langer de gewenste omlooptijd is en hoe meer de gemeente bereid is hierin te investeren. In tabel 3 staat een globale richtlijn. Deze geeft een beeld van de verwachtingen van de verschillende boomcategorieën. Uiteindelijk vormt het moment van vellen altijd een maatwerkkeuze. Het uitgangspunt is dat bomen zo lang mogelijk behouden blijven mits het om een kansrijke situatie gaat. Tabel 3 Overzicht investeringsbeleid bomenbestand Boomcategorie

Richtlijn boomgrootte

Minimale levensverwachting

Monumentale boom

1 grootte

100 jaar

Waardevolle boom

1 grootte

100 jaar

Structuurboom

1 of 2 grootte

80 jaar

Sfeerboom

1 , 2 of 3 grootte

variërend

Herplantboom

1 , 2 of 3 grootte

variërend

e e e e e

e

e e

e e

5.2 Ontwikkelen van het bomenbestand Ontwikkelen van het bomenbestand betekent ook dat er op tijd wordt ingegrepen. Tijdig en planmatig vervangen betekent dat het bomenbestand een evenwichtige en beheerbare leeftijdsverdeling houdt. Verder zorgt de gemeente ervoor voldoende bomen aan te planten zodat de verhouding tussen groen en rood in balans blijft. Het planmatig ontwikkelen van nieuw groen wordt op verschillende manieren gedaan. Om op tijd in te kunnen grijpen, blijft de gemeente nauw betrokken bij alle ontwikkelingen die spelen. De gemeente volgt planvormingsprocessen en brengt het boombelang op tijd in. Zo wordt ervoor gezorgd dat andere ontwikkelingen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de gemeente.

29

6 Beheer bomenbestand 6.1

Voldoen aan basiseisen

Het beheer is gericht op het in stand houden van het bomenbestand voor de periode die de gemeente zich ten doel heeft gesteld. Dit beheer heeft tot doel het ontwikkelen van gezonde bomen die veilig zijn voor hun omgeving, met een habitus die past bij de functie. Daarbij wordt geprobeerd met beheer te sturen op het beperken van overlast door bomen. De gemeente beheert elke boom zodat hij aan deze basiseisen kan voldoen. Monumentale en Waardevolle houtopstanden, Structuren en Sfeerbomen hebben bijzondere aandacht bij beheer en onderhoud.

6.2

Regulier beheer

Soms valt het vellen van bomen onder reguliere beheermaatregelen. Er wordt gesproken van regulier beheer in de volgende gevallen: ●● Dunning: als het vellen van één of meerdere bomen nodig is om de overblijvende houtopstand een duurzame toekomst te kunnen geven. Dunning van Monumentale of Waardevolle houtopstanden valt echter wel onder het velverbod van de Bomenverordening 2017. ●● Vervanging/inboet: als een boom moet worden verwijderd nadat deze is afgestorven en een nieuw exemplaar wordt terug geplant. In deze gevallen is het wegnemen van de boom zelf niet het hoofddoel. De maatregelen zijn juist gericht op de instandhouding en de ontwikkeling van de houtopstand.

6.3

Renovatie/grootschalig beheer

Na verloop van tijd blijkt dat in veel gevallen een wat meer structurele renovatie van het groen nodig is. Op basis van een analyse van een gebied kan bijvoorbeeld worden besloten bomen te vervangen of de structuur aan te passen. Hierbij wordt gekeken hoe het oorspronkelijke ontwerp is opgesteld en of hier aanpassingen in nodig zijn. Uitgangspunt hierbij is dat een duurzame situatie bereikt wordt. Bij deze situaties worden de afwegingen uit dit plan toegepast.

30

7 Regelgeving en handhaving 7.1

Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2017

7.1.1

Doel Bomenverordening

Het hoofddoel van de Bomenverordening is het beschermen van houtopstanden, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Het omgevingsvergunningstelsel en de herplantplicht zijn belangrijke juridische instrumenten om de velling van bomen tegen te gaan en een verplichting tot herplant op te leggen. Hiermee is de Bomenverordening een sterk instrument om uitvoering te geven aan het bomenbeleid van de gemeente.

7.1.2

Waarom een aparte Bomenverordening?

De gemeente werkt met een Bomenverordening waarin regelgeving voor bomen is opgenomen. Met de inwerkingtreding van Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2017 en na onherroepelijk zijn van de Groene Kaart is de Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2010 vervallen. Het grootste voordeel van een aparte Bomenverordening is dat alle juridische informatie over bomen in één document is opgenomen. Hierin zijn de regels over velling vastgelegd. Ook zijn er vrijstellingen opgenomen om te voorkomen dat overbodig veel aanvragen voor omgevingsvergunning worden ingediend. Maar er staan bijvoorbeeld ook regels in over de omgang met gemeentelijke bomen of over herstelsancties en dergelijke. De Bomenverordening 2017 is een algemeen verbindend voorschrift met een kleine toelichting. Het is namelijk heel belangrijk dat de regels voor iedereen duidelijk zijn en geen ruimte laten voor interpretaties. In bijlage 5 staat de tekst van de Bomenverordening ’sHertogenbosch 2017. Naast deze juridische tekst zal echter een heldere vertaling worden gemaakt voor de meest voorkomende doelgroepen voor het Bomenbeleidsplan.

7.1.3

Toetsing vergunningaanvraag Monumentale/Waardevolle houtopstand

Ook voor het vellen van een Monumentale of een Waardevolle houtopstand is een omgevingsvergunning nodig. Het feit dat een houtopstand op de Monumentale bomenlijst of Waardevolle bomenlijst staat, geeft aan dat sprake is van een van de meest bijzondere bomen of hakhout in hakhoutgebieden van de gemeente. Het velverbod van de Bomenverordening 2017 is voor deze bomen zeer zwaar. Een ontheffing voor het vellen van Monumentale en Waardevolle houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend: a. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van door tak- of stambreuk veroorzaakt letsel of schade, ter voorko-

31

ming van onrechtmatige hinder of dat de houtopstand aan vervanging toe is; b. indien sprake is van een Monumentale houtopstand, een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of de levensverwachting van de houtopstand minder dan 5 jaar is; c. indien sprake is van een Waardevolle houtopstand, een algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of een zwaarwegend individueel belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of de levensverwachting van de houtopstand minder dan 5 jaar is. De aanvrager moet zijn verzoek tot velling uitgebreid en goed onderbouwd motiveren. Het bevoegd gezag beslist over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning.

7.1.4

Toetsing vergunningaanvraag Structuur of Sfeerboom

Zorgvuldig bestuur Zorgvuldig bestuur betekent goed voorbereid, helder afgewogen en consequent beleid. Alle feiten en belangen moeten goed tegen elkaar worden afgewogen. In het kader van een gedegen motivering moet ook inzichtelijk zijn hoe die belangenafweging heeft plaatsgevonden. Een omgevingsvergunning voor velling doorloopt de procedure die in bijlage 4 als schema is gevoegd. Standaardisatie en integratie Vanuit het oogpunt van efficiency speelt de wens om de procedure voor omgevingsvergunning eenvoudig te houden en onnodige bureaucratie te voorkomen. Zorgvuldige beoordeling en een efficiënte werkwijze wordt gevonden in de standaardisatie en integratie van het aanvraag- en beoordelingsformulier. Eén formulier vormt het aanvraagdocument en beoordelingsformulier. Aan het eind van de procedure is het hele document ingevuld. Het bevat dan alle gegevens, van aanvraag tot en met publicatietekst. Dit heeft de volgende voordelen: ●● Eén document vormt het complete dossier. Gegevens zijn dus gebundeld. ●● De aanvrager heeft zicht op de beoordelingsgrondslag. ●● Dit document kan in zijn geheel worden gepubliceerd als de motivatie voor het besluit. Hierdoor is sprake van een transparante werkwijze.

Op hoofdlijnen bevat het formulier de volgende onderdelen: ●● feitelijke gegevens van de aanvraag, zoals gegevens aanvrager, perceelsgegevens, reden van aanvraag ●● feitelijke gegevens van de beoordeling, zoals leeftijd/plantjaar, stamomtrek, foto, locatieaanduiding ●● beschrijving waardering boomwaarde ●● beschrijving waardering verwijderingsgronden ●● afweging, besluit en motivatie vergunning ●● afweging, besluit en motivatie herplantplicht/bijdrage Bomenfonds ●● tekst voor publicatiedoeleinden Waardering boombehoud Structuurbomen, Sfeerbomen en Herplantbomen Het belang van boombehoud is dan gerelateerd aan het algemeen maatschappelijk be-

32

lang. Als een boom in hoge mate dit dient, is velling van die boom onwenselijk. Als een boom nauwelijks meerwaarde betekent voor zijn omgeving, zal de Bomenverordening die eigenaar niet beperken in zijn vrijheid op eigen perceel. Het bevoegd gezag zal bij elke aanvraag aan dezelfde in de Bomenverordening opgenomen waarden toetsen. Dat zijn: a. natuurwaarden van de houtopstand b. landschappelijke waarden van de houtopstand c. cultuurhistorische waarden van de houtopstand d. beeldbepalende waarden van de houtopstand e. waarden van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon f. dendrologische waarde van de houtopstand g. waarden van de houtopstand voor de leefbaarheid Daarbij kan meewegen de vitaliteit, levensverwachting en gaafheid van de boom. Waardering verwijderingsgronden Vervolgens worden de belangen van de aanvrager (verwijderingsredenen) beoordeeld. De redenen om een boom te willen verwijderen kunnen divers van aard zijn. Denk daarbij aan diverse vormen van schade en overlast. Ook hier toetst het bevoegd gezag op een objectieve manier volgens een vaste gedragslijn.

Denk daarbij aan: ●● reden voor velling ●● aard van eventuele hinder ●● tijdsduur van overlast ●● schade ●● afstand tussen boom en gehinderd of beschadigd object Afweging, besluit en motivatie vergunning Alle feitelijke gegevens, de waardering van de boomwaarde en de waardering van de verwijderingsgronden samen, weegt het bevoegd gezag tegen elkaar af. De waardering van de boomwaarde resulteert in een principe-uitspraak. Die stelt het bevoegd gezag bij op basis van de feitelijke gegevens en de waardering van de verwijderingsgronden. Op dat moment speelt de reden van aanvraag een grote rol. Deze afweging en het besluit komt duidelijk naar voren op het beoordelingsformulier.

7.1.5

Beoordeling herplant/compensatie

In het kader van de Bomenverordening 2017 kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning of bij illegale velling herplant of compensatie als voorschrift of herstelsanctie worden opgelegd. Herplant of compensatie kan noodzakelijk zijn, als de waarde van de boom in principe aanleiding geeft tot een weigering, maar andere factoren ertoe hebben geleid de omgevingsvergunning toch te verlenen. Of herplant of compensatie gewenst is, is ook in dit geval dus gekoppeld aan de waardering van de boom. Tabel 4 geeft hiervan een overzicht weer. Herplant Herplant schrijft het bevoegd gezag voor als een nieuwe boom op die locatie de kans heeft om uit te groeien tot een gezond volwassen exemplaar. Hiermee doet men recht aan het doel van herplant, namelijk het terugbrengen van een verloren groene waarde.

33

In sommige gevallen is het niet mogelijk om bomen terug te planten op de plek waar ze zijn gekapt. Als dit bij een particulier gebeurt, is dit acceptabel. Het totaalplaatje van alle tuinen en erven vormt een dynamisch geheel waar continu wijzigingen plaatsvinden in het bomenbestand en er wordt hier ook veel bij-geplant. Het is dan niet redelijk om een burger te verplichten tot financiële compensatie als herplanten fysiek onmogelijk is. Voorwaarden bij herplantverplichting De omvang van herplant wordt zoveel mogelijk in relatie tot de waarde en omvang van de gevelde boom. Uiteindelijk moet herplant leiden tot een boom met dezelfde waarde als de boom die is verwijderd. De financiële last een burger daarmee oplegt krijgt moet wel redelijk zijn. In normale gevallen wordt er geen kostbare herplant van burgers geëist. In de verleende omgevingsvergunning worden duidelijk de eisen gesteld aan waaraan de herplant moet voldoen: ●● aantal bomen ●● minimale maat ●● soort ●● aanduiding locatie ●● termijn waarbinnen herplant moet plaatsvinden en terugmeldingsplicht ●● instandhoudingsplicht Structuren Als in een Structuur een boom of hakhout moet worden verwijderd, wordt zoveel mogelijk binnen de Structuur gecompenseerd. Het principe kan dan zijn: 1. verplanten naar andere plek binnen Structuur 2. planten van boom van dezelfde grootte op een andere plek binnen dezelfde Structuur 3.

planten van meerdere bomen, binnen dezelfde Structuur 4. storting van compensatiegelden in Bomenfonds Herplant en compensatie van Monumentale houtopstanden Het vellen van een Monumentale houtopstand betreft altijd een bijzondere situatie. Als een dergelijk bijzondere boom moet wijken voor een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, is het wenselijk dat de maatschappij ook dezelfde groene waarde terug krijgt. Dan moet een herplant van dezelfde waarde als de boom worden terug geplant. Omdat dit vaak niet mogelijk is, zal aanvullend gecompenseerd moeten worden op de plek van de ingreep of door storting in het Bomenfonds. Desondanks kan het bevoegd gezag besluiten om in het afwegen van de belangen een andere regeling rond de herplant te treffen. Herplant en compensatie na noodvelling Als sprake is van noodvelling, is vooraf geen juiste afweging gemaakt voor herplant. De reden van velling heeft weinig consequenties voor de wens tot herplant. Bij noodvelling gelden daarom dezelfde herplantprincipes als bij normale velling.

Herplant en compensatie na illegale velling Als een boom illegaal wordt geveld, wordt achteraf alsnog de afweging tussen boombelang en verwijderingsgronden gemaakt. Als hieruit blijkt dat bij een (fictieve) aanvraag wel een omgevingsvergunning verleend zouden zijn, dan kan alsnog een legalisatie worden

34

bereikt door afgifte van een omgevingsvergunning. Met daaraan verbonden het voorschrift van herplant. Als uit de afweging blijkt dat geen omgevingsvergunning kunnen worden verleend, dan kan een herstelsanctie met zware herplantplicht opgelegd worden. De boomeigenaar wordt dan verplicht een boom terug te planten in dezelfde maat als de boom die is verwijderd. Omdat dit praktisch uitvoerbaar moet zijn, wordt daarbij in eerste instantie de maximale plantmaat gehanteerd. De op te leggen herplantmaat is mede afhankelijk van de boomsoort en de omstandigheden. Omdat de maximale plantmaat vaak niet mogelijk is, zal aanvullend gecompenseerd moeten worden op de plek van de ingreep of door storting in het Bomenfonds. Desondanks kan het bevoegd gezag ook hier besluiten om in het afwegen van de belangen een andere regeling rond de herplant te treffen. Herplant of compensatie bij ruimtelijke ontwikkelingen Bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt zorgvuldig omgegaan met de aanwezige bomen. Vaak zullen echter ook bomen moeten wijken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen die passen binnen het bestemmingsplan en bij kleine afwijkingen op het bestemmingsplan (ontheffingen) wordt herplant en compensatie van bomen die onder het velverbod vallen, gebaseerd op de uitgangspunten van de Bomenverordening en het hier boven beschreven beleid. Compensatie van bomen moet in principe een-op-een.

In het kader van functiegericht denken kan hier in sommige gevallen van worden afgeweken. Er kan dan worden gecompenseerd in de vorm van een groenplan, mits de ruimtelijke groenkwaliteit er duidelijk op vooruit gaat. Bij buitenplanse wijzigingen en bestemmingsplanwijzigingen wordt een ander traject doorlopen. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 8.2. Uitzonderingen Indien bij toepassing van bovenstaande uitgangspunten onredelijke eisen ontstaan, kan om deze reden door het bevoegd gezag afgeweken worden van de uitgangspunten.

35

Tabel 4 Overzicht herplant/compensatie van bomen Situatie

Herplant/compensatie

Sfeerboom gemeente

Minimaal 1 boom maat 20/25 2

Sfeerboom > 1 m of hakhout particulier in voor- of Minimaal 1 boom maat 14/16 zijtuin Structuurboom

Binnen dezelfde structuur: 1. Verplanten 2. Meerdere bomen terug planten maat 20/25 3. Storting compensatiegelden

Waardevolle houtopstand gemeente (velling: veilig- Minimaal 1 boom maat 20/25 (afhankelijk van beheid, noodzaak tot vervanging) schikbaarheid sortiment) Waardevolle houtopstand particulier

Minimaal 1 boom maat 14/16

Waardevolle houtopstand (velling omwille van maat- 1. Minimaal één grote boom terug planten. Richtlijn schappelijk belang of >5 jr.) is maat 40/45, afhankelijk van soort en omstandigheden. 2. Restwaarde na herplant berekenen en storten in Bomenfonds Monumentale houtopstand gemeente (velling: veilig- Minimaal 1 boom maat 50/60 heid, noodzaak tot vervanging) Monumentale boom particulier

Minimaal 1 boom maat 18/20

Monumentale boom (velling omwille van maatschap- 1. Minimaal één grote boom terug planten. Richtlijn pelijk belang of levensverwachting < 5 jr.) is maat 60/70, afhankelijk van soort en omstandigheden. 2. Restwaarde na herplant berekenen en storten in Bomenfonds Illegale kap (gevolgd door omgevingsvergunning)

Herplant conform bovenstaande richtlijnen

Illegale kap (niet gevolgd door omgevingsvergun- Herplant in formaat gevelde boom en maximaal ning) formaat 60/70 7.2 Handhaving Het is belangrijk om de Bomenverordening 2017 te handhaven. Regels zijn er immers niet voor niets. Het grondgebied van de gemeente is echter te groot om overal actief te controleren op misstanden. Zodra toezichthouders/handhavers overtredingen inzake bomen constateren, reageert het bevoegd gezag daar adequaat op. Daarnaast zijn de burgers ook de ‘oren en ogen’ van de gemeente. Als een melding binnenkomt over illegale velling, vindt een controle plaats en zonodig wordt een handhavingstraject gestart.

2

36

Plantmaten z jn de stamomtrek van een boomkwekerijproduct gemeten op 1 m hoogte.

7.3

Andere wet- en regelgeving

7.3.1 Wabo Op 4 november 2008 heeft de Eerste Kamer de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aangenomen. Deze is in werking getreden op 1 januari 2010. Met de Wabo is de omgevingsvergunning geïntroduceerd. Deze vergunning vervangt een aantal toestemmingsstelsels. De bedoeling is dat de aanvraag kan kiezen voor één procedure die leidt tot één besluit waarin toestemming wordt verleend voor alle activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van een fysiek project (velling, bouw, aanleg, oprichten, gebruik). De omgevingsvergunning voor velling valt onder artikel 2.2 lid 1 onder g Wabo.

7.3.2

Bestemmingsplan buitengebied

Omgevingsvergunning voor uitvoer van werk of werkzaamheden In het bestemmingsplan Buitengebied is een vergunningsstelstel voor de uitvoer van een werk of werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning) opgenomen. Hierin is vastgelegd dat het in gebieden met bijzondere waarden verboden is om houtopstanden te vellen zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1. lid 1 onder b Wabo. In deze gebieden kan het dus voorkomen dat voor het vellen van één houtopstand zowel een omgevingsvergunning voor aanleg als een voor velling nodig is. In de BVO 2017 is voor Sfeerbomen, Stuctuurbomen en herplantbomen in dat geval een vrijstelling van het velverbod van de Bomenverordening opgenomen. Voor Monumentale en Waardevolle houtopstanden geldt deze vrijstelling niet. In het kader van deregulering wordt dit als volgt opgelost: ●● Als een vergunningsaanvraag voor uitvoer van werk of werkzaamheden (A) binnenkomt, wordt getoetst of deze omgevingsvergunning alleen voldoende is. Als ook een aanvraag voor omgevingsvergunning vellen (B) nodig is, wordt de aanvrager bericht zijn aanvraag op onderdeel B aan te vullen. ●● De twee aanvragen worden vervolgens tegelijk beoordeeld en op elkaar afgestemd. ●● Hieruit volgt één besluit: wel of geen omgevingsvergunning. In het besluit staan beide vergunde activiteiten en de reden van (mogelijk) een herplantplicht.

Het besluit doorloopt vervolgens de gebruikelijke procedure voor omgevingsvergunningen met meerdere activiteiten.

7.3.3

Wet natuurbescherming (onderdeel soorten- en gebiedsbescherming)

Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming, gebiedsbescherming en stelt regel voor het op nationaal niveau bewaren van houtopstanden. Verder stelt de wet regels voor hout en houtproducten. In het beheer, onderhoud van bomen en rond het verlenen van omgevingsvergunningen zal kan de gemeente te maken krijgen met de regels van de Wnb. Soortenbescherming Deze wet regelt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefomgeving. Menselijk handelen mag geen nadelige invloed hebben op deze soorten. Volgens de Wnb is het daarom verboden beschermde dier- en plantensoorten, hun

37

nesten, hun holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen aan te tasten of te verontrusten. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels, Europees beschermde planten- en diersoorten en Nationaal beschermde planten- en diersoorten. Er gelden specifieke verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffng van de verboden. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffng kan krijgen. Niet alleen wordt gewerkt met ontheffingen afgegeven door het bevoegd gezag. Heeft degene die een activiteit wil uitvoeren daar een omgevingsvergunning voor nodig, dan kan in plaats van ontheffing, een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning verbonden worden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen door middel van een ontheffing of vvgb moet aan drie criteria worden voldaan. 1. Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. 2. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. 3. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing etc. worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een afwijkende regels in een provinciale verordening of op grond van een gedragscode. Zo zijn er voor diverse nationaal beschermde soorten diverse vrijstellingen geregeld, die per provincie kunnen verschillen. Of dier- en plantensoorten nu werkelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet bovendien voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, de uitvoerder zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het handelen. Bij de uitvoering van die handeling moeten de negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt of ongedaan worden gemaakt. Gebiedsbescherming De voormalige Natuurbeschermingswet 1998 maakt sinds 1 januari 2017 onderdeel uit van de Wnb.

In hoofdstuk 2 van de Wnb is nu dit onderdeel opgenomen. Op grond van artikel 10a wijst de minister van EZ-gebieden aan waarin uitvoering wordt gegeven aan de ‘Vogelrichtlijn’ (EEG nr. 79/409) en de Habitatrichtlijn (EEG nr. 29/43). Onder de Wnb zijn uitsluitend Natura 2000-gebieden beschermd. Beschermde natuurmonumenten, zoals deze voorheen bekend waren, zijn in de meeste gevallen opgenomen in Natura 2000-gebieden. De manier waarop getoetst wordt of een project invloed heeft op beschermde gebieden is niet veranderd. Getoetst wordt of een activiteit een negatief effect heeft op habitats van soorten in het beschermde gebied.

38

Geeft een activiteit geen negatief effect, dan is er geen vergunning Wnb nodig. Als er wel sprake is van een mogelijk negatief effect, is vergunning (of vvgb) noodzakelijk en dient de vergunningsprocedure te worden gestart en gaat de habitattoets verder. Als het om een mogelijk negatief effect gaat, dat niet significant is, dan moet er een toch nog een ‘verslechteringstoets’ worden uitgevoerd. Gaat het echter wel om een mogelijk significant negatief effect dan is een ‘passende beoordeling’ nodig. De passende beoordeling moet gebaseerd zijn op onderzoek en de best beschikbare wetenschappelijke gegevens. De mogelijke effecten van de te beoordelen activiteiten of plannen worden dan onderzocht. Hoofdregel De Wnb regelt dat beschermde planten en dieren niet mogen worden gedood, verjaagd, gevangen of verontrust. Uitvoering van werkzaamheden in of nabij bomen kan in strijd zijn met dit verbod. Als het onmogelijk is dit te voorkomen, dient een ontheffing te worden aangevraagd. De gemeente stemt de kapactiviteiten af op deze wet. Daarnaast verstrekt de gemeente informatie over deze wet. Tijdstip van vellen Om schade aan natuurwaarden te voorkomen wordt gecontroleerd of er beschermde soorten gebruik maken van de te vellen boom. Veel voorkomende beschermde soorten in bomen zijn vleermuizen en broedvogels. Velling dient plaats te vinden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen.

Voor de meeste vogels is dit de periode van 15 maart tot en met 15 juli. In het geval van watervogels is dit van 15 maart tot en met 15 augustus. Als toch binnen het broedseizoen geveld moet worden, controleert de gemeente vooraf de bomen op de aanwezigheid van vogelnesten. Wanneer er geen beschermde natuurwaarden worden aangetroffen, wordt de velling direct uitgevoerd. Als wel beschermde natuurwaarden worden aangetroffen, wordt velling uitgesteld.

7.3.4

Wet natuurbescherming (onderdeel houtopstanden)

Houtopstanden Voor houtopstanden ‘buiten de bebouwde kom Boswet’ was voor inwerkingtreding van de Wnb de Boswet van toepassing. Die regels zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van de Wnb. Voor houtopstanden die staan buiten de bebouwde komgrens zoals vastgesteld op grond van artikel 4.1 onder a. Wnb, kan velling van de houtopstand verplichtingen in het kader van deze wet geven. Tot 2017 werd een dergelijke komgrens vastgesteld in het kader van de Boswet. De standplaats van houtopstand buiten deze kom houdt in dat op velling van deze houtopstand of onderdelen daarvan, de meld- en herplantplichten van artikel 4.2 Wnb en artikel 4.3 Wnb van toepassing kunnen zijn. Op deze plichten kunnen vrijstellingen van toepassing zijn. Bescherming De Wnb beschermt bepaalde categorieën houtopstanden die staan buiten de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1 Wnb. De gemeenteraad stelt deze komgrens vast. Hoofdstuk 4 Wnb (in samenhang met algemene bepalingen van de Wnb) heeft tot doel het totale areaal aan Nederlandse houtopstanden gelijk te houden. De Wnb zegt niets over

39

de kwaliteit van een houtopstand, maar wel over de kwantiteit. De het college van Provinciale Staten Provincie Noord-Brabant is het bevoegd gezag voor het opstellen van verordeningen ter aanvulling op dit onderdeel van de Wnb. In de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant staan nadere regels. Het gaat dan om reikwijdte van de Provinciale verordening, meldings-, herplantplichten, compensatieplichten en vrijstellingen of ontheffingen van deze plichten. De Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant geeft onder andere aan hoe het college van Gedeputeerde Staten een aanvraag tot het opleggen van een provinciaal velverbod als bedoeld in de Wnb toetst. Daarbij wordt gekeken naar belangrijke functies van houtopstanden, instandhoudingsdoelen en of sprake is van oude bosgroepen. Toepassingsgebied en regels Dit hoofdstuk Wnb geldt alleen buiten de bebouwde kom inzake de Wnb. In bijlage 3 vindt u een overzichtskaart met daarop de voorgestelde begrenzing. De hoofdregel is dat houtopstanden buiten de bebouwde kom, bestaande uit minimaal twintig bomen of met een oppervlakte van minimaal tien are, pas mogen worden geveld nadat het voornemen tot vellen, een maand van tevoren gemeld is bij de Provincie. Ook is het verplicht te herplanten. Er zijn echter diverse vrijstellingen op boomsoort en handelingen. Zo is onder andere dunning vrijgesteld van meld- en herplantplicht.

De vrijstellingen van de Wnb staan in sommige gevallen ook als vrijstelling in de Bomenverordening 2017 op het velverbod van Sfeerbomen, Structuurbomen en herplantbomen. Overlap met Bomenverordening 2017 De Bomenverordening 2017 geldt voor het hele grondgebied van de gemeente. In het buitengebied is sprake van een overlap. Het kan dus voorkomen dat een burger in het buitengebied een melding moet doen bij het ministerie van LNV en dat hij een omgevingsvergunning voor velling moet aanvragen bij de gemeente. Deze overlap kan aanwezig zijn bij Monumentale of Waardevolle houtopstanden en bij Structuren. Juist de grotere Structuren worden namelijk beschermd door het velverbod van de Bomenverordening 2017 en vallen tevens onder de meld- en herplantplicht van de Wnb. Voor Sfeerbomen en herplantbomen buiten de bebouwde kom Wnb is er een vrijstelling van het velverbod Bomenverordening 2017. Het velverbod geldt dan niet voor de houtopstanden die ook onder de houtopstandenbescherming van de Wnb vallen en die gelegen zijn buiten de bebouwde kom Wnb tenzij: a. de houtopstanden gelegen zijn in erven en tuinen of b. de houtopstanden een zelfstandige eenheid vormen van minder dan 10 are of c. de houtopstanden bestaan uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen

40

7.3.5

Voorpootrechten

Op enkele plaatsen in het buitengebied is sprake van voorpootrecht. Dit is een zeer oud Middeleeuws zakelijk recht dat grondeigenaren de mogelijkheid biedt om openbare gronden, grenzend of in de nabijheid van hun percelen, te beplanten met bomen. In de praktijk betekent dit dat grondeigenaren bomen planten in de gemeentelijke bermen. Het is de gemeente niet verboden zelf ook bomen in de bermen te planten. Dit zal dan echter mogelijk strijd geven met het voorpootrecht. Het oude recht kan worden gezien als cultuurhistorie en het daardoor gevarieerde laanbeeld als een kenmerk van het landschap ter plaatse. Het voorpootrecht levert echter ook verschillende problemen op: ●● Als rechthebbenden de bermen niet beplanten, vallen gaten in de bomenstructuur. ●● Als rechthebbenden hun bomen niet goed onderhouden ontstaan onveilige situaties. De boomeigenaar is verantwoordelijk voor zijn bomen, maar de gemeente in veel gevallen voor de veiligheid van de weg. De aansprakelijk voor de weg gaat echter niet zo ver dat de gemeente als wegbeheerder de bomen vervolgens moet gaan onderhouden. ●● Rechthebbenden planten vaak andere bomen dan de gemeente het liefst zou zien. De gemeente heeft in het verleden het voorpootrecht langs enkele wegen in overeenstemming met de eigenaar kunnen opheffen. Uitgangspunt is dat dit kosteloos plaatsvindt.

Het voorpootrecht vertegenwoordigd namelijk in de huidige situatie geen waarde meer. Bij opheffing van het voorpootrecht worden de bomen eigendom van de gemeente. Het voorpootrecht is geen argument om een omgevingsvergunning voor de betreffende bomen te verlenen.

7.4 Overzicht wet- en regelgeving Het kan dus voorkomen dat voor het vellen van één boom meerdere ontheffingen, vergunningen of meldingen nodig zijn. In tabel 5 staan de mogelijkheden weergegeven. Tabel 5 Mogelijkheden voor acties met betrekking tot wet- en regelgeving Wet of regeling

Criteria / Op te zoeken:

Wnb soortenbescherming

Bij aanwezigheid beschermde soorten

Wnb gebiedsbescherming

Bij aanwezigheid van beschermde gebieden

Wnb houtopstanden

Buiten de bebouwde kom Wnb

Bomenverordening

Monumentale /Waardevolle houtopstanden Structuurbomen stamomtrek >35 cm en hakhout Sfeerbomen particulier stamomtrek >35cm en hakhout Herplant

Bestemmingsplan

Regels in Bestemmingsplan buitengebied In bijlage 4 vindt u deze vier regelgevingen en wetten, met de bijbehorende documenten en afwegingen.

41

8 Inrichting en Beheer 8.1

Inrichtingseisen

8.1.1

Inrichtingsprincipes bomen

Deze paragraaf gaat over het inrichten en beheren van het gemeentelijke bomenbestand en gaat dus niet zozeer over afwegingen rond omgevingsvergunningaanvragen. Het hieronder verwoorde herplantbeleid geldt dus ook voor gemeentebomen die niet omgevingsvergunningplichtig zijn. Een optimale groene inrichting begint bij het ontwerp van een gebied. De gemeente wil kansen aangrijpen door bestaande bomen te benutten en duurzame plantplaatsen aan te leggen voor bestaande en nieuwe bomen. Op die manier hebben zij een langere levensduur. Omdat ze langer kunnen blijven staan geven ze meer rendement uit de investering van aanleg en beheer. Omdat ze minder schade en overlast veroorzaken, vergen ze minder beheerkosten. Planten in goede omstandigheden vraagt om ruimte en die is er niet altijd. Soms is het beter alleen enkele grote bomen op markante plekken neer te zetten. Op andere plekken is een enkele rij met grote bomen veel groener dan een dubbele rij met kleine bomen. En soms passen bomen echt niet in het straatprofiel. In dergelijke gevallen wordt overwogen andere mogelijkheden zoals bijvoorbeeld gevelgroen of het plaatsen van plantenbakken. In elke situatie is sprake van maatwerk. Daarbij wordt wel gewerkt volgens een aantal basisinrichtingsprincipes. Drietrapsraket De gemeente gaat zorgvuldig met bestaande bomen om zodat de kwaliteit van het openbaar groen op peil blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14186635/1