CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bijlagenboek BP Hoff van Hollantlaan 2-4, Rosmalen_20240521

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoff van Hollantlaan 2-4, Rosmalen25.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een bestaande boom heeft al direct een hoge waarde. Een nieuwe boom moet die nog ontwikkelen. Daarom wordt gewerkt met de drietrapsraket: 1. handhaven 3 / inpassen 2. verplanten 3. vellen en herplant Handhaven heeft de voorkeur, maar alleen als: ●● de boom veilig is ●● de boom voldoet of kan gaan voldoen aan het streefbeeld ●● de investeringen voor handhaven/inpassen in verhouding staan tot de levensverwachting van de boom

3

42

Dit betekent in deze context het laten staan van de boom op de plantplaats.

Verplanten heeft de tweede voorkeur, maar alleen als: ●● de alternatieven op het bouwplan goed zijn overwogen ●● handhaven onmogelijk is ●● een andere locatie een beter toekomstperspectief biedt voor de boom ●● het (boom-)technisch mogelijk is de boom te verplanten ●● de investering in verhouding staat tot de verwachte kwaliteit die de boom na verplanten zal opleveren Vellen gebeurt als de eerste twee opties goed zijn overwogen. Waar mogelijk wordt de boom dan gecompenseerd door herplant van een nieuwe boom. Gebleken is dat het toepassen van het basisprincipe handhaven, verplanten, herplanten niet altijd leidt tot het beste resultaat. Vooral bij grotere ingrepen waar de groene inrichting flink veranderd kan dit leiden tot hoge verplantkosten met een beperkte meerwaarde. Ook kan het leiden tot het behouden van veel bomen die minder kwaliteit bieden dan dat een gedeelte van de bestaande bomen was vervangen door nieuwe aanplant. Door te veel uit te gaan van de bestaande waarden van bomen wordt er te veel nadruk gelegd op de huidige kwaliteit en te weinig op de groene kwaliteit van de toekomst. De gemeente neemt daarom ook de situatie over circa 20 jaar in gedachte en investeren in de aanplant en kwaliteit die op dat tijdstip gewenst is.

Dit zal leiden tot een evenwichtiger omgang en het verplanten en behouden van bomen die hiervoor te weinig kwaliteit hebben in het toekomstige plan. Open grond Bomen worden geplant in open grond. Alleen als het niet anders kan, worden bomen geplant in verharding. In dat geval worden groeiplaatsen ingericht waarmee de bomen toch het gestelde eindbeeld kunnen bereiken. Kansrijke locaties Er wordt bewust gezocht naar kansrijke locaties. Plekken waar voldoende kwalitatieve ruimte is om bomen tot volle wasdom te laten komen. In enkele gevallen kunnen daar Monumentale of Waardevolle houtopstanden uit voortkomen. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om verschillende functies te combineren, zoals bomen op plaatsen die ook als (tijdelijke) waterberging kunnen functioneren. Passend binnen de ruimte Het eindbeeld van de boom moet passen binnen de beschikbare ruimte, zonder dat repeterende noodingrepen zoals vormsnoei noodzakelijk zijn. Dit betekent ingrepen die verder gaan dan normaal beheer. Juist sortiment De sortimentskeuze wordt afgestemd op de biotische en abiotische omstandigheden, waarbij rekening wordt gehouden met de veranderende groeiplaatskarakteristieken door klimaatverandering. Dat betekent dat binnen de bebouwde kom Wegenverkeerswet vaker soorten moeten worden toegepast die beter aansluiten bij warmere en drogere omstandigheden.

Buiten de bebouwde kom en op onverharde en forse open groeiplaatsen gaat de voorkeur uit naar inheemse soorten uit de PNV (Potentieel Natuurlijke Vegetatie).

43

Voorwaarden De gemeente plant alleen bomen als aan de voorwaarden voor het bereiken van de gewenste eindleeftijd kan worden voldaan. Kwaliteit voor kwantiteit De gemeente vindt de kwaliteit van de bomen belangrijker dan het aantal. Kwaliteit gaat voor kwantiteit.

8.1.2

Richtlijnen uit het Handboek Groeiplaatsinrichting

Voor de inrichting van groeiplaatsen wordt gebruik gemaakt van de meest recente versie van het Handboek Groeiplaatsinrichting. Dit is een technisch handboek dat gebruikt wordt als naslagwerk bij het ontwerpen van groeiplaatsen. De gewenste leeftijd van de boom, de grootteklasse en het vochtaanbod bepalen welk volume een groeiplaats moet krijgen. Dit is voor elke situatie maatwerk. In de praktijk blijkt dat het vaak niet mogelijk is aan de gestelde richtlijnen te voldoen. Meestal is ruimtegebrek hiervan de oorzaak. Als een duurzame groeiplaatsinrichting niet mogelijk is, bestaan de volgende keuzen: 1. het aanpassen van het ontwerp in het voordeel van de boom 2. de grootteklasse van de boom verlagen 3. de omlooptijd van de boom verkorten 4. het toepassen van innovatieve groeiplaatsen Innovatieve groeiplaatsen Steeds meer wordt duidelijk dat groen een belangrijke functie vervult. Als ergens geen bomen geplant kunnen worden zal er steeds meer uitgeweken worden naar andere oplossingen. Hierbij worden bomen bijvoorbeeld geplant in boombunkers (ondergronds) of boombakken (bovengronds). Daarnaast kan het wenselijk zijn om bomen te planten op daken of zelfs bruggen. Ook kan er ander groen worden toegepast, bijvoorbeeld gevelgroen of dakgroen. Binnen het Bomenbeleid staat de gemeente open voor innovatieve oplossingen als deze.

Dit wordt beoordeeld op de het vervullen van de functies die groen heeft. Voorwaarden Vanuit het oogpunt van kosten worden innovatieve groeiplaatsen alleen toegepast bij bomen die een belangrijke status hebben of moeten krijgen. Dit kunnen Monumentale of Waardevolle houtopstanden zijn maar ook Sfeerbomen die bedoeld zijn om uit te groeien tot Monumentale of Waardevolle houtopstanden. Dure maatregelen lenen zich alleen goed voor uitzonderlijke situaties waar de groeiomstandigheden niet goed zijn, maar waar wel een sterke wens voor bomen of groen bestaat.

8.2

Planprocessen ruimtelijke ontwikkelingen

Binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch doen zich verschillende ruimtelijke ontwikkelingen voor. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die passen in het bestemmingsplan en bij kleine

44

afwijkingen van het bestemmingsplan (ontheffingen) wordt bij houtopstanden die onder het velverbod vallen, getoetst aan de Bomenverordening. Daar waar een buitenplanse afwijking op het bestemmingsplan of bestemmingsplanswijziging nodig is, worden in het kader van die afwijking, tevens voorwaarden aan de omgang met bomen en groen gesteld.

8.2.1

Planproces bomen (PPB)

Om te borgen dat in de diverse ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig met bomen en overig groen wordt omgegaan wordt gewerkt volgens het “PlanProces Bomen” (PPB) (zie tabel 6). Dit Planproces Bomen is afgestemd op het Bossche Model, maar is ook van toepassing bij projecten die geïnitieerd worden door derden. Tabel 6 Planproces Bomen (PPB) Fase

Maatregel en instrumentarium

Resultaat

Verantwoordelijk voor processtap

Toets door / integrale afweging door:

Procestoetser

Planfase

Bepalen rol van bomen in het project

Nota van uitgangspunten

Initiatiefnemer

Bomendeskundige, ontwerper

Hoofd VTH

en invloed op het project. Initiatieffase

Stedenbouwkundige voorwaarden en bomeninventarisatie

Bomeninventarisatie

Projectleider

Bomendeskundige, ontwerper

Hoofd VTH

Definitiefase

Waardeoordeel bestaande bomen, ruimteclaim bestaande en nieuwe bomen

Inpassingskaart: - rood-niet inpassen - geel-behoudenswaardig - groen-potentieel waardevol, Nota van randvoorwaarden

Projectleider

Bomendeskundige, ontwerper

Hoofd VTH

Ontwerpfase 1

inpasbaarheidsonderzoeken, BEA’s groeiplaatsonderzoeken, ruimtel jke onderbouwing en beheertoets

Keuze bomen behouden, verplanten of verwijderen. Beplantingsplan, compensatieplan, groenparagraaf.

Projectleider

Ontwerper, bomendeskundige

Hoofd VTH

Ontwerpfase 2

Detaillering groeiplaatsen m.b.v. handboek groeiplaatsinrichting, boombeschermingsplan

Boven en ondergrondse groeiruimte gedimensioneerd, Boombeschermingsplan.

Projectleider

Bomendeskundige, ontwerper

Hoofd VTH

Uitvoeringsfase

Boombeschermingsplan uitvoeringsfase opstellen

Afgesproken maatregelen voor correcte aanplant, boombescherming en nazorg uitgevoerd.

Aannemer

Toezichthouder, Bomenwacht

Hoofd R&B

Beheer- en nazorgfase

Verwerken kennis over bomen in overdrachtsdocumenten.

Overdrachtsdocument voor beheerafdeling.

Projectleider

Bomendeskundige

Hoofd R&B

45

8.2.2

Toelichting planproces

Taken en verantwoordelijkheden In het PPB hebben diverse functionarissen een specifieke rol. De boomdeskundige is van begin tot einde van het project betrokken. Hij zorgt er voor dat het boombelang in het gehele project wordt vertegenwoordigd. Wanneer er een integrale afweging gemaakt moet worden gebeurd dit door de ontwerper/ projectleider in samenspraak met de boomdeskundige. Het schema kan per type project worden toegespitst. Tevens maakt de boomdeskundige deel uit van het projectteam dat de integrale afweging maakt in projecten. Boomdeskundige De boomdeskundige beoordeeld of de rapportages, onderzoeken en overige documenten inhoudelijk juist zijn. Tevens toets de boomdeskundige of de afwegingen passen binnen het de kaders van het Bomenbeleidsplan en de Bomenverordening. De boomdeskundige bewaakt of de vereiste technische kwaliteit wordt behaald. Procestoetser De Procestoetser toetst of binnen het project de vereiste processtappen zijn doorlopen. Tevens toetst de Procestoetser of een advies van de Boomdeskundige is bijgevoegd en afgewogen. Een projectfase mag niet afgesloten worden zonder een akkoord van de Procestoetser. E.e.a. wordt vastgelegd zodat het boombelang gedurende het project aantoonbaar is geborgd. Processtappen Volgens het PPB doorloopt een project de in het schema opgenomen fasering.

Indien een project volgens een andere fasering verloopt zal een project specifiek Planproces Bomen opgesteld moeten worden. Het resultaat van iedere fase is input voor de volgende fase. Planfase De planfase vormt de start van een ruimtelijke ontwikkeling. Het resultaat van de fase is een Nota van uitgangspunten waar het project aan moet voldoen. Hier wordt bepaald hoe het boombelang wordt meegenomen in de inpassingskaart. De boomdeskundige toetst of de uitgangspunten voor het inpassen van bestaande en nieuwe bomen goed zijn verwoord. Tevens worden uitgangspunten voor compensatie in de Nota van uitgangspunten opgenomen. Er moeten duidelijk compensatieafspraken gemaakt worden voor houtopstanden die op de Groene Kaart staan en voor houtopstanden en groen dat niet op de Groene Kaart staat. De Procestoetser toetst of de Boomdeskundige akkoord is met de Definitieve versie van de nota van uitgangspunten. Zonder zijn akkoord wordt de planfase niet geaccordeerd.

Inhoud van de Nota van uitgangspunten (niet uitputtend): ●● Eisen uit Bomenbeleidsplan ●● behoudenswaardige bomen behouden en inpassen van bomen ●● inspanningsverplichting tot behoud van bomen ●● uitvoeren projectgebonden inventarisaties ●● afweging van boombelangen en verwijderingsgronden ●● inzet Boomdeskundige ●● uitstralingseffecten van het project op omliggende bomen ●● De legenda eenheden van de inpassingskaart (groen, geel, rood)

46

Initiatieffase Tijdens de initiatieffase worden de contouren van het uiteindelijke plan afgetast. Om het boom- en groenbelang te waarborgen is een goede bomeninventarisatie nodig. De inventarisatie moet voldoen aan de eisen van de Boomdeskundige. Pas nadat de Boomdeskundige akkoord is met de definitieve boominventarisatie kan de Initiatieffase geaccordeerd worden door de Procestoetser. Definitiefase In deze fase worden de ruimteclaims van de diverse functies gemaakt. Voor bomen en overig groen wordt beoordeeld wat waardevol is en een hoge waarde heeft (groen), wat een lage waarde heeft en vervangen of verwijderd kan worden (rood) en de categorie waarin een afweging mogelijk is (geel). Hoe met deze afweging wordt omgegaan is project afhankelijk en wordt al in de initiatieffase bepaald. Monumentale en Waardevolle houtopstanden zullen altijd als waardevol aangemerkt worden. Dat wordt met een inpassingskaart weergegeven. Bomen die niet op de Groene Kaart staan kunnen op de inpassingskaart echter ook groen of geel zijn; alle bomen hebben een intrinsieke waarde. Inpassen kan alleen duurzaam als er goede kwantitatieve en kwalitatieve eisen worden gesteld aan groeiplaatsen. Deze eisen worden opgenomen in de nota van randvoorwaarden. Zowel de inpassingskaart als de Nota van randvoorwaarden dienen door de Groenadviseur te worden goed gekeurd.

Zonder deze geaccordeerde documenten keurt de Procestoetser de Definitiefase niet goed. Ontwerpfase 1 Het doel van deze fase is om op basis van het voorlopig ontwerp te bepalen wat de effecten ervan zijn op de bestaande en nieuwe bomen. Op basis van die effecten worden aanbevelingen gedaan ter verbetering van het plan. De conclusies daaruit worden opgenomen in het beplantingsplan, compensatieplan en de groenparagraaf voor beheer en onderhoud. De Boomdeskundige moet het beplantingsplan, compensatieplan en de groenparagraaf goedkeuren. Zonder deze geaccordeerde documenten keurt de Procestoetser deze Ontwerpfase niet goed. Ontwerpfase 2 In deze fase ontstaat het definitief ontwerp. De definitieve ruimteclaims voor de bomen worden in de tekeningen verwerkt. Tevens wordt een boombeschermingsplan opgesteld om bomen en groeiplaatsen te beschermen. De Inhoudelijk toetser moet het definitief ontwerp ten aanzien van de bomen goedkeuren. Ook het boombeschermingsplan moet geaccordeerd worden door de Inhoudelijk toetser. Ontwerpfase 2 wordt procesmatig geaccordeerd als deze geaccordeerde documenten aanwezig zijn. Uitvoeringsfase In deze fase worden fysieke maatregelen uitgevoerd en is de kans op schade aan bomen het grootste. In deze fase moet daarom een boombeschermingsplan uitvoeringsfase opgesteld worden.

In dat plan worden afspraken gemaakt over het voorkomen van boomschade en hoe gewaarborgd wordt dat de vereiste kwaliteit ten aanzien van bomen en groen wordt gehaald. Ook wordt de rol van de bomenwacht erin vastgelegd. De bomenwacht bewaakt correcte naleving van het boombeschermingsplan. Het boombe-

47

schermingsplan uitvoeringsfase moet goedgekeurd worden door de Inhoudelijk toetser. Zonder het akkoord van de Inhoudelijk toetser kan de Procestoetser geen akkoord geven op deze fase. Beheer- en nazorgfase Het resultaat van deze fase is een overdrachtsdocument. In dat document wordt opgenomen welke bomen ingepast of aangeplant zijn. In het document worden ook de overige toegepaste materialen beschreven en de aandachtspunten voor beheer aangestipt. Pas nadat het overdrachtsdocument door de bomendeskundige is geaccepteerd accordeert de procestoetser deze laatste fase.

8.2.3

Ruimtelijke ontwikkelingen zoals buitenplanse afwijking of bestemmingsplanwijziging

Bij een buitenplanse afwijking of een bestemmingsplanwijziging wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Binnen deze procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit dit Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. De uiteindelijke afweging tussen groen en andere functies vindt plaats in de ruimtelijke procedure, waar gemeenteraad over beslist. De rode draad Bij ruimtelijke procedures is het belangrijk dat het boombelang als een rode draad door het planvormingsproces loopt. Bij deze ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor gebruikt de gemeente de verplichte bomeninventarisatie. Vervolgens zorgt de bomendeskundige van de gemeente ervoor dat het boombelang in het project wordt verankerd. Bomeninventarisatie De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling is ervoor verantwoordelijk dat de verplichte bomeninventarisatie wordt uitgevoerd. De bomendeskundige kan hierbij adviseren.

Hierbij worden alle bomen in beeld gebracht en op waarde beoordeeld. De inventarisatie wordt gebruikt bij het ontwerpproces. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. De inventarisatie bestaat minimaal uit: ●● digitaal ingemeten tekening ●● boomsoorten ●● stamomvang op 1,30 meter boven maaiveld ●● kroonomvang ●● vitaliteit en levensverwachting van de boom

48

Hieruit blijkt welke bomen waardevol en te behouden zijn. Op basis van deze bomeninventarisatie worden keuzes gemaakt, (eventueel) bestemmingsplannen aangepast en ontwerpen uitgewerkt. Deze bomeninventarisatie komt terug in het ontwerp waardoor te zien is welk effect het plan op het bestaande groen heeft. De bomendeskundige gebruikt de bomeninventarisatie vervolgens als basis om eisen te stellen aan inpassing en bescherming. Op deze manier kan worden geborgd dat er voldoende bomen behouden blijven. Bomendeskundige Om ervoor te zorgen dat boombehoud en boomkwaliteit geborgd zijn tijdens het planproces, wijst de gemeente één medewerker aan die gedurende het hele project belast is met het bewaken van de boomkwaliteit. De bomendeskundige van de afdeling R&B fungeert als adviseur op het gebied van bomen.

Hij: ●● wordt door de projectleider op de hoogte gehouden van het verloop van het project ●● geeft verschillende partijen boomtechnisch advies ●● beoordeelt de effecten op bomen, inpasbaarheid, verplantbaarheid en beheerbaarheid van bomen in het plan ●● bepaalt welke aanvullende onderzoeken of maatregelen nodig zijn om optimale inpassing en bescherming te realiseren ●● is bevoegd om voorstellen van derden af te wijzen als die de kwaliteit van de te behouden bomen onvoldoende waarborgen ●● is bevoegd om werk stil te leggen als afspraken niet worden nagekomen of bomen worden beschadigd

49

9 Bomen en belanghebbenden 9.1

Klachten en overlast

9.1.1

Klachten en meldingen

Regelmatig ontvangt de gemeente verzoeken van burgers om gemeentelijke bomen te snoeien of te verwijderen omdat ze ‘overlast’ veroorzaken. Meestal gaat het daarbij om de volgende vormen van overlast: ●● schaduw ●● overhangende takken/takken tegen raam of gevel ●● zichthinder ●● schade door wortelgroei ●● schade door storm ●● blad-/bloesemval ●● plaagdieren/druipen van bomen ●● allergie / gezondheidseffecten Burgers klagen ook wel over een boom zonder dat zij directe overlast door ervaren. Het gaat dan vaak over: ●● vitaliteit van bomen ●● schade aan bomen ●● illegale velling ●● verzoek tot planten van bomen

9.1.2

Afhandeling klachten

De klachten worden altijd serieus genomen en elke klacht hoort deskundig beoordeelt te worden. Omdat de gemeente erkent dat burgers overlast kunnen ervaren van bomen, worden eerst de oplossingsmogelijkheden onderzocht. Een beoordeling ter plaatse geeft een beeld van de mogelijkheden om overlast op te lossen of de overlast te beperken. Daarbij kan sprake zijn van twee opties: 1. overlast is oplosbaar of te beperken 2. overlast is niet oplosbaar Oplosbaar of te beperken Oplosbare overlast is als deze door reguliere beheeringrepen te verhelpen of te verminderen is. Denk daarbij aan het snoeien van overhangende takken, het bestrijden van plaagdieren of het wegnemen van een enkele wortel. In enkele gevallen kan zelfs het verwijderen of vervangen van een of meerdere bomen onder deze noemer vallen. Dit kan voorkomen in situaties waarbij:

50

●● de boom bijna aan het einde van zijn omlooptijd is ●● het beperken van de overlast een repeterende (en dus dure) maatregel zal zijn ●● verwijderen of vervangen snel tot een duurzaam resultaat leidt ●● de overlastboom onderdeel is van een groep of grotere houtopstand ●● de maatregel past binnen het normale onderhoudsbudget Niet oplosbaar Niet- oplosbare situaties zijn er als een patstelling ontstaat tussen het algemeen belang en de burger die overlast ervaart. Dit kan voorkomen in situaties waar sprake is van bomen die beschermingswaardige zijn en die een hoge levensverwachting hebben. Er zijn dan goede redenen om die bomen te behouden. Het komt voor dat een burger de overlast toch ervaart als onacceptabel. Is de overlast niet op kunnen lossen, dan dient een burger in een dergelijke situatie vaak een verzoek in tot velling van een boom. De gemeente handelt daarbij dan volgens het principe ‘Nee, tenzij’. In beginsel geen velling van geen bomen om reden van overlast Bomen zijn niet voor niets aangeplant. Een boom heeft een functie te vervullen, bijvoorbeeld als weggeleiding, accentboom of straatverfraaiing. Meestal begint een boom overlast te geven als hij wat ouder wordt. Er is dan al veel in de boom geïnvesteerd om hem zo oud te laten worden en hij begint pas op latere leeftijd aan het gewenste beeld te voldoen. Ook is ‘overlast’ een subjectief begrip.

Waar de een de verkoelende werking toejuicht als een groot pluspunt, ziet de ander dat als schaduwwerking die zijn leefgenot beperkt. Waar de een vruchtdracht en bladval waardeert om de seizoensbeleving, ziet de ander dat als rommel. Dergelijke subjectieve vormen van overlast kunnen daarom voor de gemeente geen reden zijn om bomen te vellen. Door bomen te vellen vanwege van dergelijke subjectieve vormen van overlast zou de gemeente: ●● meewerken aan kapitaalvernietiging doordat bomen worden gekapt voordat ze aan het streefbeeld kunnen voldoen; ●● ook de positieve waarden van de boom (zie bijlage 1) wegnemen; ●● de burgers tekortdoen die de positieve kanten van deze aspecten inzien. Omdat bomen het maatschappelijk belang dienen, is het redelijk dat elke burger lusten en lasten van bomen accepteert. Een vergelijking: uitzicht op geparkeerde auto’s is geen meerwaarde voor het woongenot, maar iedereen wil graag zijn auto kunnen parkeren. Daarom vraagt niemand om parkeerplaatsen te verwijderen met een dergelijke subjectieve motivatie. Met bomen is dat feitelijk hetzelfde. Maar de relatie tussen praktisch nut en overlast is minder duidelijk. Ook in de beoordeling van overlast wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende boomcategorieën.

De gemeente vindt Structuurbomen, Monumentale en Waardevolle houtopstanden zo waardevol voor het algemeen belang, dat een individu daarvan meer overlast moet accepteren dan van een Sfeerboom. Onevenredig grote overlast (onrechtmatige hinder art. 5:37 BW) geeft reden tot nadere afweging Erkend kan worden dat ook bijzondere bomen zoveel overlast kunnen geven dat de kwaliteit van de leefomgeving en het leefgenot van burgers wordt beperkt. Dat is in tegen-

51

spraak met het doel waarvoor bomen worden geplant. In die gevallen wordt beoordeeld of de overlast onrechtmatige hinder is als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Om hierin eenduidig te kunnen werken, worden bomen beoordeeld op basis van een vast aantal onderwerpen. Indien de overlast zeer zwaar is kan deze opwegen tegen de boomwaarde. In dat geval kan sprake van onevenredig grote overlast (onrechtmatige hinder). Dan volgt een nadere afweging waarbij onder andere de volgende factoren worden beoordeeld: ●● Op welke schaal dient de boom het algemeen maatschappelijk belang? Blijkt dat uit beleidstatus/ velverbod Bomenverordening? ●● In hoeverre zorgt de verzochte maatregel (verwijderen/snoei) van de boom voor aantasting van de kwaliteit van de openbare ruimte? ●● Wat is de overlast en in welke mate? ●● Wat is de termijn van overlast? ●● Op welke schaal wordt overlast ervaren? Is dat alleen voor de aanvrager? Of voor de hele straat? ●● Is sprake van te taxeren of getaxeerde schade? ●● Is sprake van oorzakelijk verband tussen de schade en de boom? ●● Voorzienbaarheid: had de verzoeker deze overlast kunnen voorzien toen hij de woning betrok? ●● Helpt de verzochte maatregel om klacht weg te nemen of te verminderen? ●● Kan de overlast in redelijkheid door verzoeker worden weggenomen of verminderd? ●● Kan de overlast in redelijkheid door gemeente worden weggenomen of verminderd?

Bijkomende vragen zijn dan: ●● Hoe groot is de afstand van de boom tot het eigendom van de verzoeker? ●● Hoe is verhouding tussen de omvang van de boom en de omvang van de tuin of woning? ●● Is er sprake van een duurzame groeiplaatssituatie? ●● Wat is de levensverwachting van de boom, zonder ingrijpen? ●● Wat kan de gemeente in deze kwestie doen en staan de benodigde investeringen in relatie tot de resterende levensduur van de boom? ●● Heeft de maatregel precedentwerking? Als niet geheel duidelijk is of een oplossing wel draagvlak vindt bij de rest van de omgeving, kan worden gekozen om de mening van de omwonenden te peilen door middel van een enquête of informatiebijeenkomst. Komt uit de totale afweging dat sprake is van onrechtmatige hinder dan kan de gemeente maatregelen overwegen. Precedentwerking Elke situatie is uniek en het is niet de bedoeling dat het vellen van bomen om redenen van overlast een precedent schept voor de rest van de gemeente. Een voorbeeld is het vellen van linden omdat ze druppen. Als na uitvoerige beoordeling en afweging blijkt dat het in een straat redelijk is om de linden weg te halen, mag dat niet betekenen dat elke volgende klacht over druppende linden automatisch dezelfde uitkomst geeft.

52

9.1.3

Voorkomen van klachten

In nieuwe situaties zorgt de gemeente voor een inrichting waarbij overlast zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het Handboek Groeiplaatsinrichting vormt daarbij een belangrijke basis. De afstand tussen bomen en de plaats waar deze overlast kan veroorzaken dient waar mogelijk ruim te worden genomen. Het is natuurlijk ook in het belang van de gemeente dat geen boomwortels vlakbij de stamvoet moeten worden verwijderd. De overlast van overhangende takken en doorschietende wortels wordt hiermee mogelijk niet geheel voorkomen, maar blijft dan wel beperkt. Volgens artikel 5:44 Burgerlijk Wetboek zijn burgers gerechtigd om overhangende takken en doorschietende wortels op hun terrein af te zagen of af te steken. Voor snoeien van overhang moet de burger de gemeente bovendien eerst sommeren dit zelf uit te voeren. De gemeente zal in bepaalde gevallen dit snoeien weigeren. Het snoeien mag namelijk niet zover gaan dat bomen – in het bijzonder die- met een beschermde status onherstelbaar beschadigd raken of afsterven. Snoeien van takken kan bovendien onwenselijke gevolgen hebben voor het beheer van de boom. In deze geval kan sprake zijn van misbruik van het snoeirecht en is zelf mogelijk sprake van schade die door de snoeier vergoed moet worden.

9.2

Verhardingsopdruk door boomwortels

Jaarlijks gaat er veel geld om in het herstellen van verhardingsopdruk door boomwortels. Ook hier geldt dat de gemeente dit probleem zoveel mogelijk proberen te voorkomen door goede groeiplaatsen aan te leggen en de juiste boomsoorten toe te passen. In bestaande situaties waar het probleem zich voordoet, wordt echter altijd gekozen voor een maatwerkoplossing. Een standaardoplossing bestaat niet. De vragenlijst wordt altijd doorlopen. Kan de verharding worden verwijderd? De meest structurele oplossing om het ‘conflict’ tussen bomen en verharding op te lossen is het wegnemen van een van de twee. De gemeente overweegt het wegnemen van verharding (of delen daarvan) als de functie van de openbare ruimte behouden blijft en de rest van de straatinrichting blijft voldoen aan de eisen die verkeerskundige en civieltechnische afdelingen stellen. Kan de boomspiegel worden verruimd? Of kan de bandenlijn worden verlegd? Het verruimen van boomspiegels en verleggen van bandenlijnen gebeurt alleen zolang dat past binnen de eisen gesteld in de ASVV. Als sprake is van Structuurbomen of Monumentale of Waardevolle houtopstanden, kan dat een reden zijn om af te wijken van de ASVV. Dat gebeurt in overleg met een verkeerskundige. Kan de verharding worden verhoogd? Als de omstandigheden dat toelaten, wordt verharding in zijn geheel omhoog gebracht. Hierbij wordt de verharding verwijderd.

Vervolgens wordt een extra laag cunet aangebracht of er wordt een drukspreidende constructie aangebracht. Tot slot wordt de verharding teruggebracht. Het voordeel hiervan is dat het bestaande wortelpakket ongemoeid kan blijven. De detaillering hiervan is afhankelijk van de bestaande ondergrond, het aanwezige wortelpakket en de mate waarin de boom verhoogde gronddruk tolereert. Dit is

53

een relatief dure oplossing. Daarom wordt dit alleen toegepast bij bomen die door de gemeente als zeer beschermingswaardig worden beschouwd. Is wortelsnoei acceptabel? Wortelsnoei is acceptabel als het geen nadelige gevolgen heeft voor stabiliteit en vitaliteit van de boom. Binnen de stabiliteitskluit mag geen wortelkap plaatsvinden. De volgende vuistregels worden hiervoor gehanteerd: ●● vlakwortelende bomen: 8 x stamradius = straal stabiliteitskluit (gemeten vanaf hart stam) ●● niet vlakwortelende bomen: 6 x stamradius = straal stabiliteitskluit (gemeten vanaf hart stam) Wortelsnoei is een relatief goedkope oplossing maar heeft geen duurzaam effect. Door de wortels te snoeien worden ze gestimuleerd opnieuw uit te groeien. Uiteindelijk ontstaat hierdoor weer hetzelfde probleem.

Is velling acceptabel? De gemeente overweegt het vellen van een boom als: ●● sprake is van vastgestelde onrechtmatige hinder of verhardingsopdruk tot stadium ‘gebrekkige weg’ ●● bovenstaande oplossingen niet mogelijk zijn Daarbij kan dan belang zijn dat: ●● de boomwaarde beperkt is ●● de boom een levensverwachting heeft van minder dan vijf jaar ●● de toekomst van de boom in deze omstandigheden niet duurzaam is ●● een duurzamere situatie kan ontstaan met nieuwe bomen ●● het wegvallen van de boom geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte in zijn geheel Bovenstaande oplossingsrichtingen kunnen worden getypeerd als aflopend van ‘duur en duurzaam’ tot ‘goedkoop en niet duurzaam’. Hoe waardevoller de gemeente een boom vindt, hoe meer bereid deze is om de bovenste twee opties toe te passen. Het vellen van bomen om een probleem van verhardingsopdruk te verhelpen, wordt niet zonder meer toegepast bij Structuren, Monumentale of Waardevolle houtopstanden.

9.3

Bomen en ondergrondse infrastructuur

In de claim op de openbare ruimte vormen bomen en ondergrondse infrastructuur altijd een moeilijke combinatie. Vooral langs wegstructuren is de openbare ruimte beperkt en kunnen conflicten ontstaan tussen beide functies. Bomen kunnen door hun wortelgroei schade aanbrengen. Graafwerkzaamheden voor werkzaamheden aan ondergrondse infrastructuur leidt juist weer tot schade aan boomwortels. In de Telecommunicatiewet zijn regels opgenomen die bomen en andere beplantingen beschermen tegen schade. De hoofdregel is dat het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen zodanig moet gebeuren dat bomen en beplantingen zoveel

54

mogelijk worden beschermd en dat hen de mogelijkheid tot groei niet wordt ontnomen. Hiervoor zijn regels en procedures opgenomen. Instemmingsbesluit Een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk mag pas beginnen met zijn werkzaamheden als hij een instemmingsbesluit van het bevoegd gezag heeft ontvangen. In dat instemmingsbesluit nemen worden voorwaarden opgenomen die bomen en beplantingen beschermen. Die voorwaarden zijn grotendeels vastgelegd in de AVKL 2006 (Algemene Voorwaarden en bepalingen voor het uitvoeren van Kabel- en Leidingwerken) op en in grond van gemeente ’s-Hertogenbosch. Verder heeft de gemeente het Handboek Kabels & Leidingen 2015 gemeente ’s-Hertogenbosch vastgesteld en Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) gemeente ‘s-Hertogenbosch 2016. Daarnaast kan aan elke situatie voorwaarden worden gesteld die specifiek zijn voor die omstandigheden. Bij een aanvraag van een netwerkaanbieder vraagt de gemeente indien nodig de bomendeskundige om de invloed op bomen te beoordelen. Als hij vindt dat het onverantwoord is om kabels te leggen vlakbij bestaande bomen, volgt overleg met de aanvrager. Anderzijds kan het gebeuren dat er bomen moeten worden geplant op een plek waar kabels en leidingen liggen. Dan volgt afweging van de nadelen en risico’s tegen de wens om bomen te kunnen planten op die plek.

Uiteraard blijft de gemeente bij dergelijke afwegingen en keuzes in overleg met de netwerkaanbieders. Niet geplande werkzaamheden Alleen als er direct kans is op storingen in het netwerk en telecommunicatie daardoor onmogelijk wordt, mag een netwerkaanbieder zonder schriftelijk verzoek handelen. Daarbij geldt nog steeds dat de schade die hij aanricht aan bomen en beplantingen, proportioneel moet zijn ten opzichte van de dreiging die uitgaat van de beschadigde kabel. Afwikkeling schades Als een netwerkaanbieder schade veroorzaakt aan bomen, is hij verplicht die te vergoeden.

9.4

Bomen en bouwen

Bomen op bouwplaatsen lopen veel kans op schade. Vaak wordt gewerkt met groot materieel en is beschikbare ruimte beperkt. . Ook is veel opslagruimte nodig voor bouwmaterialen. In de praktijk wordt dit vaak gemakshalve onder een boom neergezet. Ook wordt onbedoeld schade aangericht. Veel aannemers weten niet dat het laten weglopen van cementresten en spoelwater onder een boom grote schade kan aanrichten. Om bomen op bouwplaatsen te beschermen wordt ervoor gezorgd dat er duidelijke regels zijn en dat aannemers daarvan op de hoogte zijn. Het is de bedoeling dat zorgvuldig omgaan met bomen ook op bouwplaatsen ‘tussen de oren’ zit. De regels Waar dit kan stelt de gemeente regels op ter bescherming van bestaande bomen op bouwplaatsen. Dit gebeurt op basis van de Bomenverordening bij omgevingsvergunning-

55

plichtige bomen en op basis van afspraken bij projecten die middels een ruimtelijke procedure mogelijk zijn gemaakt. Als de gemeente zelf opdrachtgever is, worden de eisen gesteld als. Voor de te handhaven bomen moet de initiatiefnemer aangeven op welke wijze hij deze gaat beschermen. Soms kan de gemeente daar nadere voorwaarden aan stellen. Daarnaast dienen boombeschermende maatregelen en de bijbehorende boeteclausules onderdeel te zijn van het realisatiebestek. Controle en handhaving Indien voorwaarden of voorschriften zijn gesteld ten aanzien van bomen zorgt de bouwinspecteur en de bomendeskundige of bomenwacht voor controle en handhaving ervan. Bij gemeentelijke projecten zorgt de toezichthouder voor een correcte uitvoering van het bestek. Elke schade aan bomen of onzorgvuldige werkwijze wordt gerapporteerd. Als het gaat om gemeentelijke bomen, kan aan de aannemer een schadevergoeding worden gevraagd of een boete door middel van het boetebeding in de overeenkomst worden opgelegd. Deze schade/boeteclausule wordt vastgelegd in het bestek. Voor vaststelling van schade hanteert de gemeente de taxatiemethode volgens de Richtlijnen van de NVTB. De schadevergoeding komt in het Bomenfonds. Als een particuliere boom ernstig wordt beschadigd of ontsierd, wordt een herstelsanctie in de vorm van een herplantplicht opgelegd die in verhouding staat tot de gemaakte schade.

Of er moet achteraf een omgevingsvergunning voor velling kunnen worden verleend. Beide opties kunnen overigens alleen als het gaat om een boom die door de Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2017 is beschermd. Mentaliteit Zorgvuldige omgang met bomen op bouwplaatsen vergt een mentaliteitsomslag. De gemeente wil dit verder stimuleren door zelf het goede voorbeeld te geven en heel zorgvuldig met de eigen bomen om te gaan. Daarnaast wordt gezorgd voor goede voorlichting zodat iedereen weet wat de regels zijn, waar ze voor dienen en wat de consequenties zijn van het niet naleven ervan. Tot slot ziet de gemeente streng toe op handhaving van de regels. In situaties waarbij niet volgens de regels wordt gewerkt, zal handhaving volgen-afhankelijk van de mogelijkheid tot legalisatie- en sancties worden opgelegd. Voor sommigen is dit de enige manier om de nieuwe mentaliteit ‘tussen de oren’ te krijgen.

9.5

Bomen en evenementen

Bij evenementen kunnen bomen zwaar beschadigd raken. Denk aan schades door aanrijding, takschades door het bevestigen van materialen en verdichting van de groeiplaats door parkeerdruk. Als een evenement plaatsvindt, is een evenementenvergunning nodig. Als daarbij blijkt dat bomen in het spel zijn, wordt de bomendeskundige ingeschakeld voor advies. Hij bepaalt welke voorwaarden in de vergunning worden gesteld aan bescherming van bomen. Als bomen toch beschadigd raken, wordt deze schade verhaald op de veroorzaker van de schade.

56

9.6

Bomen en zonnepanelen

Veel particulieren hebben zonnepanelen op het dak van hun woning geplaatst of zijn van plan dat te gaan doen. Bij de gemeente komt steeds vaker het verzoek om bomen te vellen die de lichtopbrengst van zonnepanelen verminderen. De gemeente is groot voorstander van de overgang naar duurzame energiebronnen. Toch is het streven om te voorkomen dat bomen plaats moeten maken voor deze ontwikkeling. Bomen en groen hebben namelijk net als zonnepanelen een positieve bijdrage in het voorkomen van gevolgen van klimaatverandering en het opvangen van effecten daarvan. Lichtconcurrentie tussen gezonde (gemeentelijke) bomen en particuliere zonnepanelen is geen argument voor het vellen van deze bomen of een omgevingsvergunning te verlenen. De gemeente streeft bij de (her-)inrichting van plaatsen echter wel naar een optimale situatie voor duurzame energie. Indien er toch wordt ingegrepen in een houtopstand, bijvoorbeeld bij een dunning, dan wordt het aspect zonnepanelen wel meegewogen in de ingreep.

57

10 Monitoring Regels zijn slechts een hulpmiddel om het hoofddoel, zorgvuldig omgaan met bomen, te bereiken. Het is dan ook belangrijk om regelmatig te toetsen of de regels voldoende aansluiten bij die doelstelling. Voor een goede toetsing is het nodig voldoende meetbare gegevens in beeld te brengen. Alleen zo kunnen tendensen worden waargenomen. Ook geeft dit de mogelijkheid om gericht te sturen. Daarom monitort de gemeente op de volgende onderwerpen:

10.1

Vergunningensystematiek

Velaanvragen De gemeente houdt bij hoeveel aanvragen voor omgevingsvergunning voor velling binnenkomen en de tijd die gemoeid is met de behandeling. Dit geeft een beeld van de inzet die de gemeente moet leveren. Weigeringen – omgevingsvergunningen – herplantplichten - compensatieplichten De verhouding tussen weigeringen, verlening omgevingsvergunningen, herplantplichten en compensatieplichten geeft een beeld van het beschermingsniveau bereikt wordt. Veel weigeringen betekent dat veel bomen worden behoed van velling. Veel omgevingsvergunningen betekent dat er veel energie wordt gestoken in bomen die uiteindelijk toch worden geveld. Dit kan een reden zijn om het beleid in de toekomst bij te stellen. Door herplantplichten in beeld te brengen, is er een beeld van het aantal bomen dat is geveld, maar die wel als beschermingswaardig waren bestempeld. Door compensatieplichten in beeld te brengen is er een beeld van de waarde van de bomen die zijn geveld, terwijl ze wel beschermingswaardig werden geacht.

10.2

Klachten en overlast

Ook de klachten die binnenkomen over gemeentelijke bomen worden bijgehouden. Deze worden gebundeld naar aard, beoordeling en oplossingsrichting. Deze gegevens kunnen gebruikt worden om te beoordelen of herziening van de aanleg- en beheereisen nodig is. Denk daarbij aan het aanpassen van het sortiment. Ook helpt de gemeente een lijn aan te brengen in de oplossingen voor veelvoorkomende klachten. 10.3

Bomenfonds

Het Bomenfonds wordt gevoed door hierin schadevergoedingen en compensatiegelden te storten. De schadevergoedingen worden vervolgens gebruikt om bijdragen te leveren voor Monumentale en Waardevolle houtopstanden van particulieren. Deze gelden kunnen verder tezamen met de compensatiegelden ook voor bijzondere herplantprojecten voor wat betreft de bomen worden gebruikt ter compensatie van verloren gegane bomen. De balans tussen voeding en onttrekking wordt continu bijgehouden. Dit helpt de gemeente te beoordelen of het fonds de komende jaren extra voeding nodig heeft uit andere bronnen. Het fonds wordt jaarlijks gerapporteerd via het jaarverslag.

58

11 Communicatie en voorlichting Het hoofddoel van dit Bomenbeleidsplan is zorgvuldig omgaan met bomen. Om dit uit te dragen richt de gemeente zich actief op de doelgroepen die te maken (kunnen) krijgen met dit nieuwe beleid: ●● Burgers/wijkraden/belangengroepen ●● Projectontwikkelaars/ bouwmaatschappijen/woningcoöperaties

11.1

Burgers/wijkraden/belangengroepen

Burgers vormen een belangrijke doelgroep omdat onder hen veel boomeigenaren zijn. Daarnaast zijn burgers gebruikers van de openbare ruimte. Het bomenbeleid wordt uitgevoerd in samenwerking met de burger. De burger wordt opgezocht in de wijken en gezamenlijk wordt bepaald welk groen er belangrijk is in hun wijk en hoe dat het beste beschermd wordt. Vervolgens zijn er duidelijke regels en is de taak van gemeente voor wat betreft groen in de wijk belangrijk. Met de wijkraden worden de plannen gemaakt over hoe de gemeente met het groen in de wijk omgaat. Hierbij worden bewoners betrokken en zullen ook belangenverenigingen mee kunnen doen. Dit is met de Groene Kaart op tafel. De regels staan in de Bomenverordening. Omdat deze niet misschien niet goed leesbaar is voor iedere burger, maakt de gemeente hiervoor een heldere folder welke ook terug te vinden is op internet. Op internet staan ook alle omgevingsvergunningsaanvragen voor velling en interne procedures. Zo kan men gemakkelijk opzoeken of er bomen geveld gaan worden en waarom.

11.2

Projectontwikkelaars/bouwmaatschappijen/woningbouwcoöperaties

Deze partijen zijn een belangrijke doelgroep omdat zij actief werken aan (semi-)openbare ruimte. Bij hun werkzaamheden zijn vaak bomen in het spel. Ook hebben zij als doelstelling om voor hun klanten een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving te creëren. Van projectontwikkelaars en bouwmaatschappijen verwacht de gemeente dat zij meedenken in het algemeen belang en dus ook zorgvuldig omgaan met bomen. Als zij bomen willen vellen, zullen zij aan moeten tonen dat bomen vanaf het begin van hun planvorming integraal zijn meegewogen. Gewaardeerd wordt als zij tijdig met de gemeente in overleg treden om ideeën over bomen, boombehoud en boombescherming op elkaar af te stemmen. Voor deze organisaties kan het een groot voordeel zijn om zich te profileren als een groene organisatie die bereid is bomen goed te beschermen. De gemeente ondersteunt deze organisaties hierin door duidelijkheid te verschaffen over de regels. Ook zijn er hulpmiddelen beschikbaar zoals bijvoorbeeld een poster met boombeschermende maatregelen.

59

11.3

Stad in Kaart

Nieuw is de inzet van “Stad in Kaart” als communicatiemiddel. Met behulp van ‘Stad in Kaart’ wordt inzichtelijk gemaakt wat het belangrijke groen is. Hierop is de bescherming van de Groene Kaart terug te vinden. Er is ook te zien welke aanvragen er spelen voor kapvergunningen en welke interne procedures er spelen van de gemeente. Dit geldt ook voor gemeentelijke bomen, zowel voor kapvergunningplichtige als niet kapvergunningplichtige bomen. Stad in kaart moet gezien worden als het communicatiemiddel naar de belanghebbenden. Het heeft geen officiële status.

60

Bijlage 1 De waardering van bomen en houtopstanden Natuurwaarden van de houtopstand De boom in het ecosysteem Een boom vormt een bron van leven. Het is een voedselbron en een rust- en nestelplaats voor veel organismen. Bomen in grotere vlakken of structuren vormen belangrijke biotopen. Daarnaast dienen ze als ecologische verbindingszone of als oriëntatiemiddel bij migratie. Ook de boomsoort zegt iets over de rol binnen het ecosysteem. De ene soort levert bijvoorbeeld veel nectar aan bijen, terwijl een andere soort geliefd is bij vogels om in te broeden. De boom zelf Elk levend organisme heeft een eigen individuele waarde; de intrinsieke waarde. Hoe ouder het orga-nisme, hoe groter de intrinsieke waarde. De boom als verblijfplaats In bomen leven diverse organismen. Zeldzame soorten kunnen een verblijfplaats in de boom hebben. De boom heeft daarmee een bijzondere natuurwaarde en is belangrijk voor het behoud van de zeld-zame soort. Landschappelijke en beeldbepalende waarden van de houtopstand Geleiding en oriëntatie Boomstructuren begeleiden de linten door de stad. Ze zorgen daarmee voor samenhang en helpen de weggebruiker om zich te oriënteren. Daarnaast werken bomen langs wegen verkeersremmend. Door verschil aan te brengen tussen de structuren ontstaat variatie en krijgt elke plek een eigen identiteit.

Afscherming en camouflage Bomen kunnen minder aantrekkelijke gebouwen of plekken camoufleren. Ook kunnen ze helpen om functies visueel en fysiek van elkaar te scheiden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rijbanen en fietspaden. Cultuurhistorische waarden van de houtopstand Cultuurhistorie Vooral oude bomen op markante plekken dragen bij aan de lokale historische identiteit van de stad. Denk bijvoorbeeld aan herdenkingsbomen of bomen op een begraafplaats of voormalig landgoed. Het zijn vaak de individuele bomen die een eigen verhaal met zich meedragen en mensen in ontroering brengen. Waarden van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon Beeldkwaliteit stad en dorp Bomen verfraaien het landschap. Ze zorgen voor kleur, sfeer en verzachten de stedelijke en stenige omgeving. Daarnaast kunnen bomen die in verband zijn geplant, de stedenbouwkundige opzet van een wijk versterken. Als ze op de juiste manier zijn aangeplant kunnen ze zelfs beeldbepalend zijn voor de openbare ruimte.

61

Dendrologische waarde van de houtopstand Dendrologische waarde Er zijn veel verschillende soorten bomen. Enkele soorten of cultuurvariëteiten zijn bijzonder vanwege hun dendrologische waarde. Dat kan omdat de soort zeldzaam is in de gemeente en daardoor bijzonder. Bepaalde houtachtige beplantingen worden gebruikt als zaadbron. Deze zaadbronnen worden ‘Herkomst’ genoemd. Het belang van deze ‘Herkomst’ is belangrijk voor het behoud van de boomsoort of cultuurvariëteit en daardoor het beschermen waard. Waarden van de houtopstand voor de leefbaarheid De boom voor de mens Bomen (en hun bewoners) zorgen voor natuurbesef en de mogelijkheid tot natuureducatie. Seizoens-wisselingen worden extra sterk ervaren als bomen en ander groen aanwezig zijn. En zeldzame boom-soorten trekken bekijks. Dit wordt door veel mensen als plezierig ervaren. Juist in stedelijk gebied, waar de afstand tot de natuur letterlijk en figuurlijk groot is, zijn de aspecten welzijn en ecologie van groot belang! Sociaal/psychologisch De aanwezigheid van bomen zorgt voor een gevoel van rust, contact met de natuur en geeft binding met (cultuur-)historie. Daarnaast zorgen bomen voor seizoensbeleving. Veel mensen geven aan te genieten van bomen omdat zij deze mooi vinden. Uit onderzoeken is gebleken dat alleen al het uit-zicht op een groen landschap een beduidend sneller herstel na ziekte kan opleveren.

Daarnaast lokt een groene omgeving een gezonde leefstijl uit (buiten spelen, wandelen, fietsen). Lucht en klimaat Bomen zuiveren de lucht van fijnstof en andere verontreinigingen. Ze verbeteren het microklimaat door extreme weersinvloeden te temperen. Denk daarbij aan temperatuur en wind. Daarnaast bieden ze beschutting tegen zon en regen. Voor de verkeersveiligheid kan het van levensbelang zijn dat een weg wordt begeleid door bomen; als sturing voor de automobilist en als bescherming tegen verblin-dende zon. Tot slot kunnen ze bijvoorbeeld ook dienen als lichtscherm rond sportparken. Waarde van de houtopstand voor de economie Groen verkoopt! Een groen imago werkt positief voor een gemeente. Groen draagt bij aan het welbevinden van men-sen. Mensen verblijven daarom ook graag in een groene omgeving. Door voldoende groen te hebben, creëert een gemeente dus een gewild vestigingsklimaat. Uit onderzoeken is ook gebleken dat de waar-de van woningen wel tot 10% toeneemt naarmate er meer groen in de directe nabijheid ligt. Zelfs het uitzicht op groen werkt al waarde verhogend. Groen kapitaal De waarde van bomen is in geld uit te drukken door hun waarde te bepalen volgens de Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Zo beschouwd zijn bomen letterlijk een groen kapitaal! Indirect zijn bomen ook geld waard of leveren ze geld op.

62

Bijlage 2 Groene Kaart ‘s-Hertogenbosch De Groene Kaart wordt definitief gemaakt na vaststelling van het Bomenbeleidsplan en de Bomenverordening. Een voorlopige versie is ter illustratie opgenomen.

63

Bijlage 3 Kaart Begrenzing bebouwde kom inzake de Wet natuurbescherming

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14186635/1