CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4) VRBN Concept Jaarverantwoording 2022 versie 12 april

Gemeenteraad 6 juni 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze Programmabegroting 2024 en resultaatbestemming 2022 Veiligheidsregio Brabant-Noord27.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.235 1.258 37.295 806 687 45.281 -6

Totaal Algemene Middelen

46.396

46.583

46.810

45.275

Gerealiseerd resultaat

-

-12

1.281

599

Totaal saldo van baten en lasten programma's 0

Daartegenover zijn de volgende dekkingsmiddelen gerealiseerd. Algemene Middelen Algemene Middelen BDUR - Brandweer BDUR - GHOR Vergoeding meerkosten Corona (2021) Gemeentelijke bijdrage Brandweer Gemeentelijke bijdrage GHOR Gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg GGD-bijdrage kn gemene rekening GHOR* totaal bijdragen Saldo financieringsfunctie

* Weergave GHOR: vanaf de 2e begrotingswijziging zijn voor het onderdeel GHOR enkel nog de baten en lasten van de veiligheidsregio weergegeven (waarbij de lasten overeenkomen met 94,9% van de door de GGD gerealiseerde kosten).

Daarmee is in 2022 een batig saldo gerealiseerd van € 1.281.000, wat € 1.293.000 hoger is dan het begrote nadeel naar aanleiding van de prognoses bij de bestuursrapportage. De prognose van de bestuursrapportage die in de gewijzigde begroting over 2022 is verwerkt, was € 212.000 positief (inclusief de compensatie van de gemaakte Corona-kosten over 2021 ad €224.000). In de begrotingswijziging over 2022 was nog geen rekening gehouden met de compensatie van de Coronakosten over 2021, zodat het saldo van de gewijzigde begroting 2022 nog uitgaat van een negatief resultaat van €12.000. In 4.2.2 Toelichting op de baten en lasten worden de oorzaken van dit verschil toegelicht. De overhead van de veiligheidsregio maakt in de realisatie 23.6% uit van het lastenvolume, hetgeen iets lager is dan dit percentage in de begrotingen (zie paragraaf Bedrijfsvoering). Een specificatie gebaseerd op de baten en lasten per taakveld (zie 4.6) is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.

25 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

3. Jaarverslag: Paragrafen

In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor thema overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) zijn de volgende paragrafen verplicht: - lokale heffingen, - weerstandsvermogen en risicobeheersing, - onderhoud kapitaalgoederen en investeringen, - financiering, - bedrijfsvoering, - verbonden partijen, - grondbeleid. Omdat wij als veiligheidsregio geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen ‘lokale heffingen’ en ‘grondbeleid’ niet opgenomen in de jaarstukken. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ om een eenduidig en volledig beeld te geven betreffende dit onderwerp.

3.3

Bedrijfsvoering

Formatie en Bezetting In onderstaand overzicht is onze formatie opgenomen. De realisatie van de gegevens heeft betrekking op de stand van zaken per ultimo 2022.

26 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Beroepsformatie

Formatie FTE's

Crisis en multi (excl. GHOR)

18

Brandweer

200

Bedrijfsvoering

61

Totaal

279

De medewerkers van GHOR zijn in dienst bij GGD Hart voor Brabant en komen in bovenstaande cijfers niet terug. De centralisten van Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (MKBOB) en de Calamiteiten Coördinatoren (Caco’s) komen wel terug in bovenstaande cijfers. Zowel de centralisten als de Caco’s zijn in dienst van VRBN, maar werken ook voor Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Ziekteverzuim In 2022 is het ziekteverzuimpercentage (3,61%) iets lager ten opzichte van 2021 (4,29%). De gemiddelde verzuimduur is gedaald naar 11,46 dagen in 2022 t.o.v. 20,56 dagen in 2021.

Ziekteverzuim Soort verzuim in % ziekteverzuimpercentage meldingsfrequentie gemiddeld verzuimduur in dagen

2022

2021

3,61% 1,06% 11,46

4,29% 0,71% 20,56

Instroom

Uitstroom

33 59 22

25 66 9

Mobiliteit

Mobiliteit Mobiliteit Beroeps Vrijwilligers Jeugdbrandweer

Algemene Verordening Gegevensbescherming Voor een gedetailleerde beschrijving van de vorderingen op het gebied van gegevensbescherming kan het jaarverslag 2022 van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) worden geraadpleegd. Deze rapportage geeft aan welke activiteiten de FG het afgelopen jaar heeft uitgevoerd, de bevindingen en aanbevelingen daarbij en de speerpunten voor het komend jaar. Dit biedt de portefeuillehouder en het managementteam een tool om te sturen op (de voortgang van) compliance met de AVG. Inkoop In 2022 heeft VRBN een aantal Europese en niet-Europese aanbestedingen doorlopen. Een overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 5.4. De meerjarige verplichtingen die zijn aangegaan, zijn opgenomen in de toelichting op de balans. Rechtmatigheidsverantwoording Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving. Op dit moment brengt de accountant hierover verslag uit. Met ingang van verslagjaar 2023 dient het Dagelijks Bestuur zelf een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen, die opgenomen wordt in de jaarrekening. In de paragraaf

27 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

bedrijfsvoering dient dan gerapporteerd te worden over de bevindingen boven de rapporteringstolerantie. Boekjaar 2022 is gebruikt als proefjaar voor de rechtmatigheidsverantwoording. Het bestuur heeft de grensbedragen, rapporteringstolerantie, normenkader en het in-controlplan vastgesteld. Deze dienen als basis voor de (verbijzonderde) interne controles die door de veiligheidsregio worden gedaan om de werkprocessen en de genomen interne controlemaatregelen te toetsen. Elke sector heeft over boekjaar 2022 een eigen deelverantwoording afgegeven over de rechtmatigheid. Samen met de resultaten van de verbijzonderde interne controles resulteert dit in een rechtmatigheidsverantwoording voor de gehele veiligheidsregio. Aangezien de accountant voor het verslagjaar 2022 nog de rechtmatigheid controleert, is de door VRBN als proef opgestelde rechtmatigheidsverantwoording niet opgenomen in de jaarstukken. De werkwijze om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording is afgestemd met de accountant. In 2023 moet alleen nog de financiële- en de controleverordening worden aangepast. De accountant zal overigens ook vanaf 2023 blijven toetsen of de jaarrekening getrouw is. Oftewel, conform de realiteit. De door VRBN opgestelde rechtmatigheidsverantwoording wordt onderdeel van de jaarrekening.

De accountant controleert daarmee impliciet ook de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks Bestuur. CO2-footprint VRBN De CO2-footprint laat zien hoeveel broeikasgas wordt uitgestoten en eventueel wordt gecompenseerd door inkoop van CO2-compensatie. De CO2-emissies zijn in deze footprint gegroepeerd per thema. In de footprint is ook af te lezen wat de grootste bijdrage aan de CO2-uitstoot veroorzaakt. Momenteel meten we een beperkt aantal indicatoren. We gebruiken hiervoor de milieubarometer. We werken de komende jaren aan uitbreiding van de footprint met andere thema’s zoals afval, water, woonwerkverkeer en SROI. Vanuit de duurzaamheidsambitie hebben we in 2021 onze eerste CO2-footprint opgesteld. De ontwikkeling van onze footprint vanaf 2022 zal op een later moment worden gerapporteerd. Percentage overhead Het gerealiseerde percentage overhead was in 2022 hoger dan het begrote percentage. Overheadpercentage Veiligheidsregio Brabant-Noord

T a a k v e ld o v e rhe a d in % v a n de la s t e n

Begroting 2022 Primair

Begroting 2022 na wijziging

Werkelijk 2022

Werkelijk 2021

21,0%

23,5%

23,6%

21,4%

Overheadpercentage

Dit verschil wordt veroorzaakt door hogere incidentele kosten voor de migratie van digitale werkplekken en doorontwikkelingsprojecten. Ook is het relatieve aantal leidinggevenden toegenomen.

3.4

Financiering

Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het Treasurystatuut Veiligheidsregio Brabant-Noord 2018 (AB, 4 juli 2018). De belangrijkste doelstellingen van het treasurybeleid zijn: - De toegang tot de vermogensmarkten tegen de scherpst mogelijke condities. - Het vermijden van ongewenste financiële risico’s zoals rente-, valuta-, koers-, intern liquiditeits- en kredietrisico. - Het minimaliseren van de hiermee gemoeide interne verwerkingskosten en externe kosten. - Het realiseren van een flexibel en controleerbaar liquiditeitenbeheer in de organisatie.

28 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Bij de uitvoering van het beleid streeft de organisatie naar zekerheid en stabiliteit en kent ze haar beperkingen bij het inspelen op marktontwikkelingen. Daarom wordt lange termijn financiering verkozen boven rentevoordelen die op korte termijn te behalen vallen door kort te financieren. Ook omdat deze voordelen op middellange termijn kunnen verdwijnen als sneller geherfinancierd moet worden. Bovendien zou de voorspelbaarheid nadelig worden beïnvloed. Terwijl deze keuze ervoor zorgt dat op de korte termijn het kredietrisico onder de kasgeldlimiet blijft, wordt op de lange termijn het renterisico beperkt door de langlopende leningen lineair af te lossen en zo een optimale spreiding te bewerkstelligen. Liquiditeitspositie In 2022 zijn geen kortlopende financiële middelen ingezet en is niet of nauwelijks gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. Kasgeldlimiet Op grond van de wet Fido dienen de begroting en de jaarverantwoording inzicht te verschaffen in de kasgeldlimiet over het afgelopen jaar en de renterisiconorm voor de komende vier jaar van de organisatie. Bij de berekening is de primaire (programma)begroting van het betreffende jaar uitgangspunt. De kasgeldlimiet beperkt de omvang van de vlottende schulden ten opzichte van de begroting en de vlottende middelen.

Aangezien geen korte financiering of roodstand binnen de kredietfaciliteit aan de orde is geweest, is het kasgeldniveau in alle kwartalen van 2022 ruim onder de limiet gebleven. bedragen * € 1.000

Toets kasgeldlimiet 2022 48.336 8,2% 3.964

Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2022

2e kwartaal 2022

3e kwartaal 2022

Gem vlottende schuld

36.040

25.917

17.425

8.916

Gem vlottende middelen

36.911

26.716

28.556

17.785

Gem netto vlottende schuld

871-

800-

11.131-

8.870-

Ruimte onder kasgeldlimiet

4.835

4.763

15.095

12.833

4e kwartaal 2022

Met de huisbankier, BNG bank, is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van € 3.300.000 voor de kortlopende negatieve saldi in rekening-courant. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt voor de periode langer dan een jaar het bedrag waarvoor maximaal aflossingsverplichtingen aangegaan mogen worden die in één boekjaar vallen.

29 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

bedragen * € 1.000

Toets renterisiconorm 2022 Jaar

2022

2023

2024

2025

Begrotingstotaal

48.336

51.183

51.151

50.596

Voorgeschreven percentage Renterisiconorm

20% 9.667

20% 10.237

20% 10.230

20% 10.119

Renteherzieningen

-

-

-

-

Aflossingen Renterisico

2.250 2.250

2.250 2.250

2.500 2.500

3.150 3.150

Ruimte onder renterisiconorm

7.417

7.987

7.730

6.969

Uit het overzicht blijkt dat de veiligheidsregio in de huidige situatie ruim binnen de limiet blijft. Bij grotere investeringen in de nabije toekomst (bv. in huisvesting), wordt voor maximale spreiding van aflossingen over de looptijd van de investeringen gekozen om binnen de renterisiconorm te blijven. De GHOR heeft geen aparte liquiditeitspositie. De kas- en bankmutaties lopen volledig via de subrekeningen van GGD Hart voor Brabant. Rentelasten, Renteresultaat en Rentetoerekening Het financieel overzicht op taakvelden (4.6) laat een gerealiseerd totaal van € 197.000 aan rentelasten zien ten opzichte van een begroot totaal van € 186.000. Dit verschil wordt verklaard doordat een globale inschatting werd gehanteerd. Het renteresultaat, wat uit hetzelfde overzicht afgelezen kan worden als het verschil van de aan activa toebedeelde rente en de werkelijk betaalde rente, bedroeg afgerond -/- € 1.000. Dit verwaarloosbare bedrag is in lijn met de voorschriften en het streven om enkel de werkelijke kosten te dekken. De rente wordt 1 op 1 doorbelast aan de (sub)programma’s waarin de betreffende activa worden benut. Elk activum is slechts aan één programma toegewezen en alle programma’s maken deel uit van slechts één taakveld. Er worden dan ook geen verdeelsleutels toegepast.

Om de rente om te slaan over de genoemde activa, wordt de omslagrente berekend conform de notitie Activabeleid en dat resulteert voor 2022 in een omslagrente van 0,5%. Financieringsbehoefte In verband met belangrijke investeringen in de huisvestingsprojecten diende begin 2022 de leningenportefeuille uitgebreid te worden met twee langlopende leningen voor een totaal van € 36 miljoen. Deze leningovereenkomsten werden met succes afgesloten voor tarieven binnen de vooraf gedane aannames, waarbij een gespreide opname van de leningen is overeengekomen. De opname van deze leningen is gebaseerd op de investeringsplanning. De inzet van liquiditeiten was in 2022 nog steeds onder het voorspelde niveau. Dit kan voornamelijk worden bestempeld als vertraging en heeft als gevolg dat de herfinanciering van bestaande leningen uitgesteld kon worden. EMU-saldo

30 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

VRBN EMU-saldo Lasten

bedragen x € 1.000

Werkelijk 2021

Saldo van baten en lasten

44.763

Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie

4.192

Dotaties aan voorzieningen

1.873

Af: Investeringen

8.563

Voorzieningen voorzover transacties met derden

3.212

Totaal EMU-saldo

39.053

3.5

Onderhoud kapitaalgoederen

In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. VRBN beschikt over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit gebouwen, materieel en voertuigen. Gebouwen In 2019 is het besluit genomen om alle kazernes over te dragen aan VRBN. Inmiddels zijn 34 kazernes in eigendom overgedragen. Drie kazernes worden gehuurd. Eén kazerne wordt om niet gebruikt en één kazerne is overgedragen aan Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hiermee berust het eigendom van deze kazernes bij de veiligheidsregio. Naast de brandweerkazernes wordt gebruik gemaakt van een kantoorpand aan de Kooikersweg in ’s-Hertogenbosch. Bij het voorstel tot resultaatbestemming 2019 is een beslispunt opgenomen om een bestemmingsreserve groot onderhoud kazernes te vormen. Dit voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. De reserve wordt gevoed op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat voor elke kazerne is opgesteld. Materiaal en voertuigen De veiligheidsregio heeft een grote vloot aan voertuigen en ander werkmaterieel.

Het onderhoud aan zowel de voertuigen als de bepakking wordt voor een deel extern gedaan en voor een deel in eigen beheer. Er is een Materieelbeheerssysteem voor de registratie van gebouwen, materieel en materiaal. Er is door de veiligheidsregio een bestemmingsreserve kapitaallasten ingesteld ten behoeve van vervanging van materieel en materiaal.

3.6

Weerstandsvermogen

3.6.1 Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen geeft aan hoe goed de onderdelen in staat zijn om financiële tegenvallers (risico's) op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt ingegeven door de hoogte van de weerstandscapaciteit (o.a. de algemene reserve) in verhouding tot potentiële risico’s.

31 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s op te vangen. De stand van de algemene reserve was op 31-12-2021 € 2,77 miljoen en per 31-12-2022 was dit ongewijzigd (zie ook Toelichting op de balans). Bevolkingszorg Bij het van start gaan van Bevolkingszorg als programma van de veiligheidsregio in 2015, is een reserve ingesteld waarmee jaarlijks overschotten en tekorten binnen dit programma verrekend worden. Deze reserve heeft een plafond van € 150.000. De stand van de reserve per 31 december 2021 was € 120.366. Conform het doel van de reserve, is vanuit het voordelig exploitatiesaldo van Bevolkingszorg de reserve aangevuld tot het plafond, zodat per 31-12-2022 een saldo van € 150.000 resulteert. 3.6.2 Financiële kengetallen VRBN De financiële kengetallen zijn gedefinieerd in het BBV en maken daarom deel uit van de jaarverantwoordingen en begrotingen. Kengetallen VR Verloop van de kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte VR Algemeen / C&R / BZ / BWZ Structurele exploitatieruimte GHOR

Werkelijk

Begroot

Werkelijk

Ultim o 2021

Ultim o 2022

Ultim o 2022

51% 51% 30% 2% 24%

114% 114% 14% -0,5% 16%

54% 54% 26% 3% 23%

Opm.: de incidentele kosten voor de doorontwikkeling van de veiligheidsregio zijn geneutraliseerd, omdat deze niet uit de structurele middelen zijn gedekt.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de organisatie ten opzichte van de eigen middelen. Daarmee geeft deze een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen wordt voor de volledigheid weergegeven, maar de veiligheidsregio verstrekt geen leningen zodat beide kengetallen gelijk zijn. Hoewel de hoogte van de schuldquote afhankelijk is van bestuurlijke keuzes en het investeringsritme, kan ruwweg gesteld worden dat bij een schuldquote van 130% of hoger de houdbaarheid van de financiële positie in gevaar is (rood) en bij waarden tussen 100% en 130% de capaciteit om tegenvallers op te vangen of grote investeringen te doen een aandachtspunt is (oranje). Voor de veiligheidsregio zijn in 2022 geen zorgwekkende schuldenlasten aan de orde, zoals blijkt uit de waarden onder de 100%. De hogere begrote ratio wordt verklaard door de voorziene leningen voor de bouwprojecten, welke wat later gerealiseerd worden. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft binnen de totale baten het percentage weer waarmee de structurele baten de structurele lasten overschrijden. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

32 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

De incidentele onttrekking uit de reserve Doorontwikkeling Veiligheidsregio is net als voorheen als incidentele baat meegeteld, zodat de betreffende incidentele kosten zijn geneutraliseerd. Dat geldt ook voor de onvoorziene meerkosten als gevolg van de opvangcrises, welke geheel worden gecompenseerd en daarmee per saldo geen effect op dit kengetal hebben. Voorts blijkt uit dit kengetal voor VR Algemeen, C&R, BZ en BWZ dat de structurele lasten gedekt worden door de structurele inkomsten, terwijl bij de GHOR zoals reeds onderkend het kengetal wijst op structurele ruimte in de begroting.

33 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

3.6.3

Risico’s

In de risicotabel op de volgende pagina hebben we onze belangrijkste risico’s opgenomen. Risicobedrag Nr. Risico en beheersmaatregel 1 Grotere prijsstijging overige bestaande lasten 2 Cyberincident/Datalek 3 Huisvesting - onderhoud en beheer kazernes 4 Calamiteitenkosten 5 Ziekte/ongeval/overlijden personeel 6 Opleidingskosten 7 Taakdifferentiatie brandweer 8 Tekort aan gekwalificeerd deskundig en ervaren personeel. 9 Niet verzekerde aansprakelijkheid voor handelen medewerkers veiligheidsregio 10 Eigenrisicodrager WW/WIA 11 Fiscaal risico 12 Niet verzekerde schade materiaal 13 Onvoldoende paraatheid door minder beschikbaarheid brandweerpersoneel 14 Uitval/storing/wegvallen en vernieuwen ICT 15 Fraude 16 Niet voldoen aan wet- en regelgeving 17 Pandemie 18 Regulering PFAS-schuim Totaal

Kolom VR VR BBN BBN VR BBN BBN VR

S/I* S S I I I S S S

€ € € € € € € €

Impact Kans (impact x kans) 2.040.000 25-50% € 770.000 2.500.000 20% € 500.000 1.000.000 50% € 500.000 350.000 50% € 175.000 300.000 50% € 150.000 250.000 50% € 125.000 250.000 50% € 125.000 200.000 50% € 100.000

BBN

S

€

1.000.000

10% €

100.000

VR VR BBN BBN

S I S S

€ € €

200.000 200.000 55.000 -

25% € 10% € 25% € 25%

50.000 20.000 13.750 P.M.

VR BBN VR GHOR BBN

S I I I I

25% -

P.M. P.M. P.M. P.M. P.M.

-

€

2.628.750

*In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.

Vervallen / nieuwe of gewijzigde risico’s Gewijzigd – Taakdifferentiatie brandweer De impact van dit risico is verlaagd van € 1,0 miljoen naar € 125.000. Vanuit het Veiligheidsberaad is in afstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie afgesproken om vooralsnog in te zetten op implementatie van Bouwsteen 1. Hiervoor moet nog een aantal randvoorwaarden worden ingevuld. Het primaat hiervoor ligt bij de stelselverantwoordelijke. De afweging of en wanneer de overige bouwstenen moeten worden geïmplementeerd is van latere orde. De inschatting is dat het eventuele financiële effect hiervan na 2024 komt te liggen. Gewijzigd – Indexering: grotere prijsstijging overige bestaande lasten/ loonstijging De impact van dit risico is verhoogd naar € 770.000 voor prijsstijgingen op drie onderdelen: prijsindexering op huisvesting, prijsstijging op energie en de stijging van de personele lasten. Door de ontwikkelingen in de bouw zijn de bouwkosten van geplande nieuwbouw en renovatie gestegen. De toekomstige prijsontwikkeling blijft onzeker. Ook de kosten voor energie zijn in 2023 en latere jaren substantieel hoger dan de jaren ervoor. Wegen de hoge inflatie in de huidige conjunctuur en de daaruit volgende inzet in de CAO-onderhandelingen, bestaat een risico dat de stijging van de salarislasten de indexering van de bijdragen overschrijdt. Toegevoegd - Cyberincident/datalek

34 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Dit risico is toegevoegd met een behoorlijke impact, gebaseerd op de incidenten die zich bij andere organisaties hebben voorgedaan. Aangepaste weergave – Huisvesting Het eerder geraamde risico onder noemer Huisvesting viel uiteen in prijsstijgingen en verborgen gebreken. Het eerste onderdeel is nu gegroepeerd met overige prijsstijgingen (1). Daarnaast blijft het risico dat VRBN wordt geconfronteerd met onverwachte tegenvallers in het groot onderhoud (die niet in het meerjarenonderhoudsplanningen zijn meegenomen). 3.6.4

Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

Iedere vier jaar wordt de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen herzien, of eerder als onverwachte grote wijzigingen in de risicosfeer hiertoe aanleiding geven. Bij VRBN bestaat de weerstandscapaciteit uit de algemene reserve, die per 31-12-2022 de stand van € 2,77 miljoen had. Bij een benodigde weerstandscapaciteit van € 2,63 miljoen op basis van de risico’s, komt het weerstandsvermogen daarmee uit op 1,05. Volgens de kwalificatie van het Nederlands Adviesbureau is de omvang van het weerstandsvermogen in relatie tot geïdentificeerde risico’s daarmee voldoende (boven de 1 is voldoende).

3.7

Verbonden partijen

Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er sprake is van zowel een bestuurlijk als een financieel belang voor VRBN. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. VRBN is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 11 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat VRBN over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBN een verbonden partij voor de 11 gemeenten. Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin VBBN een bestuurlijk en/of financieel belang heeft:

Naam

Doel

Belang

Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2022

Jaarresultaat 2022

Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)

De WVSV is de werkgeversverniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veilgheidsregio's.

De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, juridisch Nog niet bekend vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website (www.wvsv.nl).

Nog niet bekend

Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's

De veiligheidsregio's willen door samenwerking een beter antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden.

Deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's, die door mioddel van een expertisebureau namens VRBN ondersteuning biedt bij onde rmeer risicobeheer en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering.

Nog niet bekend

Nog niet bekend

Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 35 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio’s hebben in de loop van 2022 een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer in de vorm van een stichting opgericht, waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken Daarnaast zijn er partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband.

Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met de GGD Hart voor Brabant. Daar zijn de activiteiten van de GHOR in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD Hart voor Brabant en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. VRBN participeert voor een aandeel van 94,9% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD. Gemene rekening Meldkamer Brandweer Oost-Brabant Met ingang van 1 januari 2018 is voor de Meldkamer Brandweer Oost-Brabant (centralisten en leiding) een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met de Veiligheidsregio BrabantZuidoost. Daar zijn de activiteiten van de Meldkamer Brandweer Oost-Brabant in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening.

In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de Meldkamer Brandweer Oost-Brabant. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De Meldkamer Brandweer Oost-Brabant is ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de gemene rekening. Daarnaast wordt Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost een opslag van 8% voor de overhead in rekening gebracht. Gemene rekening Calamiteiten-coördinatoren Met ingang van 1 september 2019 is voor het 24/7 organiseren van de Calamiteiten Coördinator (CaCo) functionaliteit op de Meldkamer Oost-Brabant een overeenkomst kosten voor gemene rekening afgesloten met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Daar zijn de activiteiten van de

36 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Calamiteiten Coördinatoren in ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en VRBN maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag) en de overige kosten van de Calamiteiten Coördinatoren. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. De Calamiteiten Coördinatoren zijn ondergebracht bij VRBN en beide veiligheidsregio’s participeren voor een aandeel van 50% in de gemene rekening.

3.8

Declarabele meerkosten wegens corona

In 2020 en 2021 zijn de veiligheidsregio’s geconfronteerd met extra kosten in verband met het bestrijden en beheersen van Covid-19. Op basis van de Wet op de Veiligheidsregio’s hebben veiligheidsregio’s extra taken en opdrachten van de minister gekregen. De declaratie van VRBN over 2021 ter hoogte van € 224.276 werd in 2022 gehonoreerd door het ministerie van VWS. Wegens late bevestiging heeft de veiligheidsregio dit bedrag niet in de gewijzigde begroting over 2022 opgenomen, maar wel als verwacht vermeld in de bestuursrapportage. Daardoor is een voordeel ten opzichte van de begroting ontstaan. Daarnaast heeft het ministerie voor 2021 middelen aan de gemeenten beschikbaar gesteld voor de controle op coronatoegangsbewijzen (z.g. CTB-gelden). De afwikkeling van de betreffende bevoorschotting en restitutie loopt via de SISA-verantwoording 2022 van de veiligheidsregio. Deze afwikkeling heeft geen effect op het resultaat van de veiligheidsregio.

3.9

Declarabele meerkosten Opvang Oekraïners

In het kader van het Bekostigingsbesluit opvang ontheemden Oekraïne van de minister van J&V zijn in de veiligheidsregio declarabele meerkosten gemaakt door gemeenten, GGD en de veiligheidsregio. Deze worden als volgt conform de verantwoordingsinstructie weergegeven en deze verantwoording maakt deel uit van de SISA-verantwoording (paragraaf 4.5).

37 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Meerkosten VR Brabant-Noord i.v.m. ontheemden Oekraïne mrt t/m dec 2022 Gemeente /Organisatie

Veiligheidsregio Brabant-Noord

Regierol

Ten behoeve van de regie wordt beleidscapaciteit ingezet, o.a. Bevolkingszorg, GHOR, GGD, Communicatie, Bedrijfsvoering etc. Coördinatie op spreiding Personele capaciteit voor het zoeken naar locaties, 24/7 ontheemden callcenter, (medische) intake, tolken etc., Vervoer, Logistiek, Tijdelijke opvang (ook wel hub) Communicatie Personele capaciteit voor informatieverstrekking aan bestuurders/gemeenten, inwoners en vluchtelingen Zorg Organiseren van medische/psychosociale hulp na de intake, organiseren meldpunt infectiezieken, vaccineren, Medische intake cq eerstehulpverlening, Jeugdgezondheidszorg Materieel Divers materiaal Subtotaal

Gemeente /Organisatie

GGD Hart voor Brabant

bedragen in €

Geraamde meerkosten Gerealiseerde meerkosten 1 mrt t/m 31 dec 2022 1 mrt t/m 31 dec 2022 € 163.164 € 179.741

€ 36.082

€ 26.378

€ 12.248

€ 10.615

€ 1.205 € 212.699

3.025 219.759

Geraamde meerkosten Gerealiseerde meerkosten 1 mrt t/m 31 dec 2022 1 mrt t/m 31 dec 2022

Regierol

Ten behoeve van de regie wordt beleidscapaciteit ingezet, o.a. Bevolkingszorg, GHOR, GGD, Communicatie, Bedrijfsvoering etc. Coördinatie op spreiding ontheemden Personele capaciteit voor het zoeken naar locaties, 24/7 callcenter, (medische) intake, tolken etc., Vervoer, Logistiek, Tijdelijke opvang (ook wel hub) Communicatie Personele capaciteit voor informatieverstrekking aan bestuurders/gemeenten, inwoners en vluchtelingen Zorg Organiseren van medische/psychosociale hulp na de intake, organiseren meldpunt infectiezieken, vaccineren, Medische intake cq eerstehulpverlening, Jeugdgezondheidszorg Materieel Divers materiaal Subtotaal Afronding Totaal declaratie voorschot / definitief totaal Ontvangen voorschot Saldo te verrekenen

€ 75.000

€ 43.869

€ 75.000 €1 € 287.700 € 287.700 €0

43.869 263.628 € 287.700 -€ 24.072

Op basis van deze verantwoording is een verplichting opgenomen van € 24.000 (afgerond).

3.10 Declarabele meerkosten Crisisnoodopvang COA In het kader van de Crisisnoodopvang, waarover landelijke afspraken zijn gemaakt tussen COA en veiligheidsregio’s, zijn in de veiligheidsregio declarabele meerkosten gemaakt. Deze worden als volgt conform de onderlinge afspraken aangaande verantwoording weergegeven. Deze verantwoording maakt geen deel uit van de SISA-verantwoording (paragraaf 4.5) Meerkosten VR Brabant-Noord i.v.m. Crisisnoodopvang COA 2022 Gemeente /Organisatie Personeel Inrichting Schoonmaak Vervoer

bedragen in €

Gerealiseerde meerkosten Veiligheidsregio Brabant-Noord 1 mrt t/m 31 dec 2022 Inhuurkosten voor de regierol, coördinatie en begeleiding van de crisisnoodvang 79.462 Voornamelijk bedden, matrassen en toebehoren 218.567 Wassen en stomen van kleding en beddengoed 18.159 Vervoer van goederen en personen 1.244 Subtotaal 317.432

38 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

De post inrichting bevat een bedrag van € 173.000 dat als investering beschouwd moet worden, maar doordat een volledige compensatie van dat bedrag wordt gedeclareerd zullen de bijbehorende balansposten steeds per saldo nihil zijn.

3.11 Openbaarheid – Wet open overheid Het uitgangspunt van de Wet open overheid (Woo) is dat publieke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het doel is dan ook om overheidsinformatie zo toegankelijk en transparant en dus vindbaar mogelijk te maken. Het uitgangspunt is dat overheidsinformatie voor iedereen (eventueel naar aanleiding van een verzoek) openbaar is, tenzij de Woo een wettelijke grondslag biedt om specifieke informatie niet openbaar te maken. De Woo bij VRBN Ieder jaar krijgt VRBN vele verzoeken om documenten openbaar te maken. Hierbij wordt bijvoorbeeld gevraagd om incidentrapporten, foto’s, opnamen, adviezen, e-mails, brieven, besluiten enzovoorts. Iedereen kan een verzoek om openbaarmaking van documenten indienen. Het juridische kader werd voorheen gevormd door de Wob (Wet openbaarheid bestuur). Vanaf 1 mei 2022 is de Wob vervangen door de Woo. VRBN past de Woo toe bij de afhandeling van verzoeken om documenten openbaar te maken. Naast de verplichting om informatie op verzoek openbaar te maken, schrijft de Woo voor dat bepaalde informatie actief openbaar gemaakt moet worden. Deze inspanningsverplichting is nieuw ingevoerd bij de inwerkingtreding van de Woo. VRBN publiceert nu al veel documenten op de eigen website en op overheid.nl. De komende jaren wordt de actieve openbaarmaking van informatie stap voor stap per categorie documenten verder ingevoerd.

Dit geldt bijvoorbeeld voor organisatiegegevens, vergaderstukken van het bestuur, convenanten, Woo verzoeken, jaarplannen, jaarverslagen en klachten. Een projectgroep bereidt deze verdere organisatie brede invoering van de actieve openbaarmakingsplicht voor. VIND-IM Inzicht hebben in de werkprocessen van de organisatie is van belang voor het uitvoeren van de Woo. Door de werkprocessen te koppelen aan de applicaties en locaties waar archiefbescheiden zijn opgenomen, kan er goed worden bijgehouden waar de informatie, die valt onder de Woo zich bevindt. We hebben het model VIND Informatiemanagement (VIND-IM) aangeschaft. Dit is een model Document StructuurPlan (DSP) gevuld met een complete procesinventarisatie specifiek voor veiligheidsregio’s. Relevante ontwikkelingen worden in de procesinventarisatie verwerkt zoals de Woo. Met VIND-IM kunnen we per documenttype zien onder welk artikel van de Woo dit valt.

39 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

4. Jaarrekening

4.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij in deze grondslagen anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor latente verplichtingen die voorvloeien uit afspraken met (ex-) personeelsleden die een betalingsverplichting in de toekomst tot gevolg hebben, wordt een voorziening gevormd. Technische uitgangspunten van de jaarrekening Uitgegaan is van de volgende technische uitgangspunten: Afschrijvingen • Investeringen beneden € 10.000 worden niet geactiveerd.

• Investeringen boven € 10.000 worden op grond van economische levensduur tegen historische aanschafwaarde lineair afgeschreven.

40 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Btw compensatie • De door VRBN betaalde btw inzake brandweertaken is vanaf 2014 niet meer compensabel. • De door VRBN betaalde btw inzake taken die vallen onder Bevolkingszorg is daarentegen wel compensabel. Ten aanzien van weergegeven bedragen en toelichtingen: • Waar in dit document bedragen in duizenden euro’s worden getoond, worden deze bedragen niet tussentijds afgerond; weergegeven totalen zijn daarom de optelling van de exacte bedragen. • Per programma worden afwijkingen van meer dan € 25.000 toegelicht. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de Balans en het Overzicht van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het BBV. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie voor de gebruikers het inzicht in de jaarrekening ten goede komt, omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van de veiligheidsregio.

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Op 2 november 2022 is de Nota Activabeleid Veiligheidsregio Brabant-Noord 2022 vastgesteld die per 1 januari 2022 in werking trad. In deze nota zijn de uitgangspunten geformuleerd zoals die worden gehanteerd op grond van het activabeleid. In de nota zijn uitgebreide tabellen voor de afschrijftermijnen per object opgenomen. Voor specifieke informatie over het activabeleid en de afschrijftermijnen verwijzen we naar de Nota Activabeleid Veiligheidsregio Brabant-Noord 2022. De volgende uitgangspunten worden voor VRBN gehanteerd op grond van het activabeleid: a. Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo agio/disagio verwerken we via de exploitatie. b. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling activeren we alleen op het moment dat de investeringsbegroting bepaald dat de investering voor een actief deze kosten benoemt. c. Bijdragen aan activa van derden activeren wij mits dit voldoet aan de voorwaarden. d. Software en eenmalige gebruikersrechten activeren we als een investering met economisch nut. e. Grond activeren we tegen verkrijgingsprijs of tegen de (lagere) actuele waarde. Op grond schrijven we niet af. f. VRBN kent doorgaans alleen investeringen met economisch nut. g. Voor het activeren van een investering dient sprake te zijn van een meerjarig nut. h.

Activa met een aanschafwaarde/verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 activeren we in de regel niet. i. Activa met een levensduur minder dan 3 jaar brengen we direct ten laste van de exploitatie, tenzij de wet of subsidieregeling anders voorschrijft. Activa met een levensduur gelijk aan of langer dan 3 jaar, activeren we. j. Gelijksoortige- en bulkuitgaven die individueel minder dan € 10.000 bedragen, maar als productgroep samen meer dan € 10.000 en die 3 jaar of langer gebruikersnut opleveren behandelen we als te activeren vaste activa. k. Voor de financiële activa bestaat alleen schatkistbankieren met een looptijd van ≥ 1 jaar.

41 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

l.

VRBN waardeert materiële vaste activa op basis van de verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. m. VRBN waardeert de investeringen in materiële vaste activa inclusief btw en verminderd met eventuele fiscale aftrekposten. n. Het Algemeen Bestuur kan reserves ter dekking van de kapitaallasten voor investeringen met economisch nut benoemen. o. VRBN waardeert kosten voor onderzoek en ontwikkeling en bijdragen aan activa van derden tegen verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. p. VRBN waardeert schatkistbankieren aan de hand van de nominale waarde. q. VRBN waardeert voorraden tegen de verkrijgingsprijs en vermindert deze met de afschrijvingen. r. VRBN waardeert haar liquide middelen tegen nominale waarde. s. VRBN waardeert vorderingen tegen nominale waarde en vermindert deze met de in de voorziening dubieuze debiteuren vermelde bedragen. t. VRBN hanteert de lineaire methode voor het afschrijven van activa. u. De afschrijvingstermijn mag nooit langer, maar wel korter zijn dan de technische levensduur. v. VRBN start met het afschrijven van een actief per 1 januari van het jaar volgend op het moment van ingebruikname c.q. na afronding van een investering. w. VRBN kan, indien de investering dit noodzakelijk maakt, gebruik maken van de componentenbenadering. x. VRBN schrijft activa af tot €0.

Eventuele opbrengsten uit de restwaarden verantwoorden we als incidentele baten in de programma’s. y. De rentelasten berekenen we vanaf 1 januari van het jaar volgend op het moment van ingebruikname c.q. na afronding van een investering. z. Investeringskredieten die zijn gevoteerd in de jaren voorafgaande aan het verantwoordingsjaar en waar in dat jaar geen bestedingen op plaatsvonden, sluiten we af tenzij verlenging noodzakelijk geacht wordt.

42 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

In onderstaand overzicht een korte recapitulatie van de gehanteerde afschrijftermijnen conform de Nota Activabeleid 2022 (AB, 2-11-2022; van kracht m.i.v. 01-01-2022). Materiele Activa VRBN Materiele Activa omschrijving

Afschrijvingsduur in jaren

Gronden en terreinen -Gronden en terreinen

-

Bedrijfsgebouwen - Gebouwen

40

- Renovatie, bouwkundige aanpassingen en gebouwgebonden technische installaties

20

- Tuinaanleg, bestrating en hekwerken

20

I&A voorzieningen - l&A ERP bedrijfsapplicaties/licenties (afhankelijk gebruikstermijn)

10

- lCT Netwerkbekabeling LAN

15

- ICT hardware

3><8

- ICT smartphones, deskphones en hybrids

3><5

Instrumenten en Apparatuur - Ademluchttoestellen, gelaatstukken en cilinders

10 > < 20

- Ademlucht test- en vulapparatuur

10 > < 15

- Duikapparatuur

5><7

- Electrisch en hydraulisch (red-)gereedschap

16

- IBGS/WVD, oefen & wedstrijdmateriaal en warmtebeeldcamera

8 > < 16

- Oppervlaktereddingsteam

7 > < 10

- PPMO apparatuur

3 > < 10

- Standaardbepakkingsmaterialen op voer- en vaartuigen

5 > < 17

Persoonlijke beschermingsmiddelen - Chemiepak en gaspak

10 > < 12

- Uitrukhelmen en uitrukkleding

7 > < 10

- Uitrukkleding was- en droogapparatuur

10 > < 15

Verbindingsmiddelen - Portofoons, mobilofoons, semafoons/pagers, headsets en navigatie apparatuur

5><8

Werkmaterieel - Aanhangers en Aggregaten

16

- Grootwatertransportsysteem

20

- Haakarmbak gesloten en open

20

- Heftruck

20

- Poederblusaanhanger

16

- Oefencontainer en oefentanks

8

- Oefentrucks en Oefentanks IBGS

20

- Quad met accesoires

15

Vaartuigen - Brandweervaartuigen en waterongevallenboot

12

Voertuigen - Tankautospuit, Redvoertuig, Hulpverleningsvoertuig

16 > < 17

- Vrachtauto, Haakarmvoertuig, Waterwagen

16 > < 20

- Dienstauto's, Dienstbussen, Waterongevallenwagen voor boot bepakking

12

- Logistieke bakwagens

8

Inventaris - Airco-, Audio- en Video-installaties en apparatuur - Hefkolommen - Meubilair en Inventaris - Technische installaties

10 20 3 > < 20 20

- Verlichting binnen en buiten

15 > < 25

- Werkplaatsgereedschap, materialen

8 > < 10

43 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

Vlottende Activa - Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Indien er sprake is incassorisico’s kan een voorziening wegens oninbaarheid worden gevormd. Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen betreft uitgezette gelden via schatkistbankieren. Worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves Reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van bestaande afspraken vastgesteld of de voorzieningen nog toereikend zijn om aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende Passiva – Vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Compensabele btw Betaalde compensabele btw van verschillende VR-taken werd in het verleden doorgeschoven naar gemeenten. Met ingang van 1 januari 2014 is de btw die wordt betaald door de brandweer in zijn geheel niet langer compensabel. Per 1 oktober 2011 gold dat al voor GHOR, GMC/MKOB en multidisciplinaire taken.

Voor het programma Bevolkingszorg blijft de btw compensabel, doordat dit een gemeentelijke taak is. Het betreft een bescheiden bedrag en hiervan wordt jaarlijks opgave gedaan aan de deelnemende gemeenten.

44 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

4.2

Overzicht van baten en lasten

In deze paragraaf wordt het overzicht van de baten en lasten en de toelichting op de voornaamste verschillen per programma weergegeven. 4.2.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand treft u het overzicht van de baten en lasten. In het overzicht wordt de begroting voor wijziging en begroting na wijziging vergeleken met de realisatie. Totaaloverzicht van baten en lasten Veiligheidsregio Brabant-Noord

bedragen * € 1.000

Begroting 2022 na wijziging 45.888 1.861 659 48.408

Werkelijk 2022

Werkelijk 2021

VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Totaal lasten

Begroting 2022 Primair 44.293 2.306 697 47.296

44.790 1.694 655 47.139

42.407 1.986 753 45.146

Baten VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Totaal baten

1.784 1.784

1.945 1.945

2.376 2.376

2.754 121 2.876

-45.512

-46.463

-44.763

-42.270

Algemene Dekkingsmiddelen VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Saldo financieringsfunctie

43.396 2.306 697 -3

43.679 2.207 701 -3

43.903 2.207 701 -1

42.530 2.064 687 -6

Totaal algemene middelen

46.396

46.583

46.810

45.275

884

120

2.047

3.004

1.040

2.321

2.628

6.964

1.040

30 2.350

30 2.658

6.964

156

2.218

1.892

4.493

subtotaal onttrekkingen

156 -884

2.218 -133

1.892 -766

66 4.558 -2.406

Gerealiseerd resultaat

-

-12

1.281

599

Lasten

Saldo Programma's

(Gerealiseerd) Totaal saldo van baten en lasten Dotatie aan reserves VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ subtotaal dotaties Onttrekking aan reserves VR Algemeen / Crisis en Rampenbestrijding / Brandweer GHOR BZ Saldo verrekening reserves

Vanaf de 2e begrotingswijziging zijn voor het onderdeel GHOR enkel nog de baten en lasten van de veiligheidsregio weergegeven (waarbij de lasten overeenkomen met 94,9% van de door de GGD gerealiseerde kosten). Conform de verantwoordingsinstructies voor de meerkosten in verband met de opvang van Oekraïners en ook de meerkosten in verband met de Crisisnoodopvang/COA, worden de meerkosten verantwoord bij het programma waar de meerkosten zijn gemaakt. De kosten worden dan ook op de reguliere wijze toegelicht, maar zijn ook apart in beeld gebracht in paragraaf 4.2.3 ‘Overzicht incidentele baten en lasten’.

45 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

4.2.2 Toelichting op de baten en lasten Hieronder zijn per financieel thema de voornaamste verschillen tussen de begroting na wijziging en de realisatie weergegeven. Per thema en onderwerp geven wij een korte toelichting. De bedragen worden gevolgd door een I of S, die aangeven of het incidentele of structurele afwijkingen ten opzichte van de begroting betreft. Crisis- en rampenbestrijding Onderdeel Meerkosten opvang Oekraïners en crisisnoodopvang

Doorontwikkeling (reserve)

Bedrijfsvoeringskosten Bestrijding risico's, Voorbereiding Crisisorganisatie, Informatiemangement

b ed r ag en x € 1.0 0 0

Toelichting Gecompenseerde meerkosten wegens de landelijke opdrachten met betrekking tot de opvang van Oekraïners en de Crisisnoodopvang. Doordat deze kosten gecompenseerd worden hebben ze geen effect op het resultaat, maar het beslag op de capaciteit verklaart mede de voordelen op reguliere budgetten. Deze neutrale afwijking betreft een voordeel op het doorontwikkelingsproject Veiligheidsinformatie samenbrengen en delen, wegens vertraging. Deze afwijking is gecompenseerd door een lagere onttrekking. Dit voordeel binnen de overige bedrijfsvoeringskosten is ontstaan doordat het budget voor opleidingen van vaste medewerkers niet benut kon worden gedurende 2022. Door de inzet van medewerkers t.b.v. de vluchtelingencrisis zijn reguliere budgetten als Bestrijding risico's en Voorbereiding Crisisorganisatie onderbenut gebleven in 2022. Totaal analyse Crisis- en rampenbestrijding

Nadeel 408

Voordeel 408

29

29

I

27

I

38

I

438

Per saldo na verrekening reserves

Voorbereiding Crisisorganisatie

b ed r ag en x € 1.0 0 0

Toelichting Achter het totale voordeel voor onderdeel GHOR gaan meerdere voordelen aan de kant van de GGD schuil: de personeelskosten blijven achter op de begroting als gevolg van niet invullen van vacatureruimte en invulling van vacatureruimte door personeel derden is niet gerealiseerd; de overige bedrijfskosten zijn lager dan begroot als gevolg van beëindiging huurovereenkomst stalling en projecten die niet (volledig) zijn gestart maar waarvoor geldt dat de eerste voorbereiding in 2022 wel is gedaan tbv uitvoering in 2023; diverse overige lagere kosten (m.n. onderhoud software, PR activiteiten en mobiele telefoonkosten en studiekosten). Totaal analyse

Nadeel

Voordeel 167

-

Per saldo

Opleiden en oefenen BZ Functiestructuur BZ

I/S I/S

167 167

Bevolkingszorg Onderdeel

502 65

GHOR Onderdeel

I/S* I

b ed r ag en x € 1.0 0 0

Toelichting Een beperkt nadeel doordat uiteindelijk meer trainingen werden gerealiseerd dan verwacht.

Nadeel 19

Een beperkt voordeel wat samenhangt met de medewerkers (aantal en inschaling) die zijn ingeroosterd voor de piketten Bevolkingszorg.

Overige verschillen

Voordeel

I/S I

24

I

1 Totaal analyse BZ

20

Per saldo na verrekening reserves

I 24 3

*) Waar een afwijking geduid is als incidenteel/structureel (I/S), is nader te bepalen of en welke structurele componenten hiervan deel uitmaken. Brandweerzorg Onderdeel Mutaties reserves Bedrijfsvoeringskosten Doorontwikkeling (reserve) Huisvesting

Materieel & Materiaal

Vrijwilligersvergoedingen

Planvorming

Salarissen en sociale lasten Verzekeringen en eigen risico

Overige verschillen

be dra ge n x € 1. 0 0 0

Toelichting (Overige resmut - niet BP) Dit voordeel is ontstaan door onderschrijding van het scholings- en opleidingsbudget van beroepsmedewerkers BP - Investeren in (brandweer)vrijwilligers De prijsstijgingen/indexaties die in 2022 voor elektra en gas verwacht werden zijn, door slim inkopen van onze inkoopcombinatie, pas geeffectueerd met ingang van 1 januari 2023. De prognose was gebaseerd op de marktprijzen waardoor een incidenteel voordeel is ontstaan. Dit voordeel is verder te specificeren naar o.a. Brandkranen (28K), Huur materieel (45K), Ultimo (30K) en onderhoud materieel/bepakking (56K). Deze uitgaven fluctueren afhankelijk van de uitval en grote reparaties aan het materieelpark. Verder dient Ultimo (het materieelbeheerssysteem) nog verder uitgerold te worden. De vergoedingen aan vrijwilligers zijn mede afhankelijk van de omvang van opleiden en oefenen en het aantal incidenten dat zich voordoet. Dit overschot is nihil < 2% van het budget voor vrijwilligersvergoedingen. In 2023 wordt de systematiek voor gebiedsgerichte opkomsttijden verder uitgewerkt. Hiertoe zal ook de benodigde aanpassingen en uitbredingen van software nodig zijn waarvoor deze ruimte in de begroting is gereserveerd. In 2022 ontstaat hierdoor een incidenteel voordeel.

Per saldo ontstaan door vacatureverloop en inhuur (0,5% van totale salarisbudget) Dit voordeel vloeit voort uit een bonus die voor 2022 van toepassing is op het wagenpark als gevolg van een gunstig schadeverloop. Voor de komende jaren wordt vanaf 2024 een algehele premiestijging verwacht voor voer- en vaartuigen. Diverse kleinere verschillen Totaal analyse Brandweerzorg Per saldo na verrekening reserves

46 Samenwerken aan veiligheid.

Nadeel 13 30

Voordeel

I/S* I I

8

8 212

I I

159

I

74

I

54

53 28

51

21 608

I I I

I

557

Jaarverantwoording 2022

Bedrijfsvoering Onderdeel Mutaties reserves

Migratie dig. werkplekken (reserve)

Doorontwikkeling (reserve)

Algemene middelen Huisvesting Verzekeringen en eigen risico Salarissen en sociale lasten Informatisering en automatisering

Bedrijfsvoeringskosten

Overige verschillen

be dra ge n x € 1. 0 0 0

Toelichting Op de reservemutaties resulteert een voordeel wegens het niet realiseren van de begrote onttrekking van frictiegelden i.v.m. de overdracht van post Haaren. Deze kosten hebben zich niet in 2022 gemanifesteerd. Deze neutrale afwijking betreft een voordeel op de eenmalige kosten van de migratie van digitale werkplekken, met name door verschuiving van de kosten in de tijd. Deze afwijking is gecompenseerd door een lagere onttrekking. Deze neutrale afwijking betreft een nadeel op de incidentele doorontwikkelingsprojecten van Bedrijfsvoering, waar m.n. voor de doorontwikkeling van de organisatie op het gebied van informatiegestuurd werken stappen zijn gezet in 2022. Deze afwijking is gecompenseerd door een hogere onttrekking. Betreft de compensatie van coronameerkosten (2021) die wegens voorzichtigheidsprincipe niet begroot was (overigens wel aangekondigd). Met het oog op de nieuwe hoofdlocatie wordt behoedzaam omgegaan met investeringen en onderhoud op de huidige centrale locatie aan de kooikersweg waardoor een voordeel ontstaat. Het voordeel op verzekeringen is ontstaan door het vrijvallen van een aantal verplichtingen die eerdere jaren zijn opgenomen voor te verwachten schadeclaims. Het voordeel op de salarisbudgetten hangt samen met vacatures die nog niet konden worden ingevuld.

Wegens de ingrijpende migratie van digitale werkplekken vonden er verschuivingen plaats in de reguliere kosten, welke voor 2022 niet altijd nadelig uitpakten. Met name de vertraging in de kapitaallasten van de nu gedane investeringen droegen bij aan dit voordeel. Op reguliere bedrijfsvoeringskosten - niet-incidenteel - resulteert een beperkt voordeel grotendeels verklaard doordat de accountantskosten vanaf geboekt dienen te worden in het jaar waarin de controles worden uitgevoerd. Diverse kleinere verschillen

Nadeel 124

Voordeel

I/S* I

191

191

I

90

90

I

224

I

63

I

56

I

50

I

38

I

26

I

29

I

Totaal analyse Bedrijfsvoering

406

768

Per saldo na verrekening reserves

362

Totaal afwijkingen Onderdeel

be dra ge n x € 1. 0 0 0

Toelichting

Nadeel 1.313

Afwijkingen

Voordeel 2.606

Afwijkingen per saldo na verrekening reserves

I/S*

1.293

In aanvulling op de per onderdeel toegelichte afwijkingen vermelden we hieronder de gerealiseerde structurele en incidentele reservemutaties daarbinnen ten opzichte van de begrote mutaties. Overzicht structurele mutaties reserves VRBN

bedragen * € 1

Begroting na wijziging Onttrekkingen

Reserve Algemene reserve Activiteitenbudget vrijwilligers Realistisch oefenen Kwaliteitsverbetering brandweeronderwijs BZK Materieel haakarmvoertuig

Dotaties

Onttrekkingen

-

-

25.000

-106.762 -111.620

83.233 25.000

-

Waarvan structureel

Dotaties

-7.465

-

-7.465

655.200 1.280.000

-427.006

367.188 1.327.000

29.634 -

-824.136

29.634 -

-

-

13.407

-

-414.644

624.760

Bevolkingszorg Doorontwikkeling VR

-946.515

-7.465

-

-606.000

-

Groot onderhoud

-

360.479

-

2e loopbaan en mobiliteit

-

-

-

Totaal

Waarvan structureel

25.000

-427.006

Reserve digitale werkplekken

Realisatie Waarvan structureel

-106.762 -

Kapitaallasten materieel & materiaal Huisvesting

Eigen Risico 3e jaar WW

Waarvan structureel

-2.093.748

-7.465

2.350.313

25.000

-1.891.633

-

-7.465

13.407

200.712 -7.465

2.670.934

13.407

Opm.: De dotatie in de reserve Eigen risico 3e jaar WW is in de overzichten van baten en lasten niet onder reservemutaties weergegeven, aangezien deze via de loonjournaalpost op een groot aantal salarisbudgetten drukt. De dotatie aan de reserve 2e loopbaan en mobiliteit is conform besluitvorming begroot als overige personeelskosten.

De ontwikkeling van de reserves wordt nader toegelicht in de toelichting op de balans. 4.2.3

Overzicht incidentele baten en lasten

Incidentele baten en lasten groter dan € 50.000 Artikel 28 lid c van het BBV schrijft voor dat in de programmarekening een overzicht wordt opgenomen van de incidentele baten en lasten. De incidentele baten en lasten zijn in onderstaande tabel

47 Samenwerken aan veiligheid.

Jaarverantwoording 2022

opgenomen. Hierdoor ontstaat inzicht in hoeverre het resultaat beïnvloed wordt door posten naast de reguliere bedrijfsvoering. Het is van belang te vermelden dat de dekking van structurele lasten met incidentele middelen niet aan de orde is of in elk geval nooit beleid is. Het structurele begrotingssaldo (notitie Structurele en incidentele baten en lasten, Commissie BBV) is dan ook in principe altijd gelijk aan het begrotingssaldo na bestemming, omdat het saldo van incidentele baten en lasten gelijk wordt gehouden. In 2022 kwamen een aantal significante incidentele posten voor in de begroting, de incidentele uitgaven (en onttrekkingen) in het kader van het Beleidsplan, in het kader van de migratie van de digitale werkplek en in het kader van de opvangregelingen. De begrote incidentele lasten en baten in het kader van het Beleidsplan 2020-2023 betroffen de volgende doorontwikkelingsactiviteiten. Incidentele baten en lasten Onderdeel BP - Invullinggeven aan de Omgevingswet BP - Investeren in (brandweer)vrijwilligers BP - Veiligheidsinformatie samenbrengen en delen BP - Doorontwikkeling organisatie BP - Samen duurzaam

b ed r ag en x € 1.0 0 0

Uitgaven Onttrekking 59 59 143 143 208 208 391 391 24 24 824 824

Op basis van de prognoses was hiervoor in de gewijzigde begroting een totaal van € 830.000 opgenomen, gedekt uit de daarvoor gevormde reserve Doorontwikkeling VR. Ten opzichte van deze prognose zijn de gerealiseerde uitgaven iets lager uitgevallen, eindigend op een totaal van € 824.000, hetgeen ook onttrokken is. De achterliggende afwijkingen zijn in de toelichtingen op de baten en lasten in voorgaande paragraaf meegenomen met een verwijzing naar de reserve ‘Doorontwikkeling’. Het (frictie)tekort als gevolg van een lagere bijdrage door de herindeling van Haaren heeft zich in 2022 niet voorgedaan. De begrote onttrekking die dit tekort dekte is daarom ook vervallen, zodat dit per saldo geen effect op het resultaat had. Daarnaast werden incidentele kosten gemaakt voor de migratie naar de nieuwe digitale werkomgeving, waarvoor een reserve was aangelegd in 2021 (2e Begrotingswijziging 2021, AB 03-112021). Een bedrag van € 415.000 van de in totaal voorziene € 1,5 miljoen werd in 2022 gerealiseerd en aan de reserve onttrokken. Incidentele baten en lasten Onderdeel Digitale werkplek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12652351/1