CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West (1)

Commissie OMGEVING 15 april 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Heesch West38.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: •

Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en;

•

Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte.

Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Elektriciteit Voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het mogelijk maken van zoveel mogelijk zonen breedgedragen windprojecten, binnen de spelregels die in de Omgevingsverordening een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk. Uitgangspunt is om de elektriciteitsvraag zoveel mogelijk binnen de omgeving op te wekken. Binnen het Natuurnetwerk Brabant is geen plek voor (grootschalige) zonneparken of windturbines, tenzij deze geen afbreuk doen aan de aanwezige natuurwaarden. Heesch West is niet gelegen op gronden die zijn aangemerkt als Natuurnetwerk Brabant. Industrie Industriële bedrijven hebben veelal een hoge temperatuurvraag. De oplossing ligt in het elektrificeren van de processen en gelijktijdig gebruik maken van duurzaam opgewekte stroom. Daarnaast liggen kansen in het bewaren van een overschot aan elektriciteit. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Mobiliteit Het terugdringen van onnodig energieverbruik bij het vervoer van personen en goederen is een vereiste om energiegebruik terug te brengen.

Slimmer, efficiënter en schoner personen- en goederenvervoer (op maat), maar ook een andere inrichting van de omgeving om vervoersbewegingen slimmer en efficiënter te kunnen laten plaatsvinden, dragen hieraan bij. Landbouw/landgebruik Behalve door de vermindering van CO2-uitstoot kan de landbouw een grote rol vervullen door ruimte te scheppen voor energie-opwekking en door opslag van CO2 in de bodem via duurzaam bodembeheer. In het energielandschap vormen landbouw en energieopwekking, eventueel in combinatie met de klimaatopgave, steeds vaker een combinatie. Door een integrale benadering houdt de provincie de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk. 5.2.2 Interim / ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie moet de provincie op grond van de Omgevingswet één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen, zoals de provinciale milieuverordening, de verordening natuurbescherming en de verordening ruimte. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een interim Omgevingsverordening vastgesteld, geldend vanaf 22 februari 2020.

Ten tijde van het nemen van de besluiten tot vaststelling van de bestemmingsplannen Heesch West (in februari 2022) is getoetst aan de interim omgevingsverordening van 22 februari 2020. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat de bestemmingsplannen Heesch West zijn vastgesteld voor 1 januari 2024, is op de bestemmingsplannen, maar ook op het herstelbesluit, het oude recht zoals dat gold voor 1 januari 2024, van toepassing. Dat betekent dat voor wat betreft de provinciale verordening moet worden getoetst aan de interim omgevingsverordening zoals die gold voor 1 januari 2024. In dit herstelbesluit is dan ook getoetst aan de versie van de interim omgevingsverordening, die gold op 31 december 2023 (zijnde: de geconsolideerde versie van augustus 2023). Duurzame energie (art. 3.41 interim Omgevingsverordening) In afdeling 3.4, artikel 3.41 wordt ingegaan op de voorwaarden waarbinnen het opwekken van duurzame energie via zonneparken kan worden toegestaan. In Heesch West wordt aan de zuidwestzijde een permanent zonnepark gerealiseerd. Er is bij het zonnepark in Heesch West geen sprake van een zelfstandige opstelling, maar van een zonnepark als integraal onderdeel van het bedrijventerrein en van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het integrale karakter van het zonnepark komt ook tot uitdrukking in de landschappelijke inpassing, waarbij de keuze voor een zonnepark ook verband houdt met de energiebehoefte van een bedrijventerrein als Heesch West. Daarmee is dit artikel niet van toepassing. Verkeersdoeleinden (art.

3.46 interim Omgevingsverordening) Dit artikel bevat randvoorwaarden voor de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg. Deze regels zijn met name gericht op een goede onderbouwing van de ontwikkeling. De weg omvat ook de aan de weg gerelateerde voorzieningen en de bij de weg behorende kunstwerken. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt een onderbouwing van de noodzaak van een dergelijke voorziening gevraagd. Het bestemmingsplan dient een onderbouwing te bevatten waarom de aanleg van de weg (en eventuele aan de weg gerelateerde voorzieningen zoals carpool-, parkeer- en halteplaatsen, vluchtstroken en berm(slot)en) nodig zijn, gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden. Daarbij moet de keuze van het beoogde tracé worden onderbouwd. De maatregelen voor de inpassing van de weg, waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving, dient een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken. Een goede ontsluitingsstructuur in en rondom Heesch West vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de haalbaarheid van het plan. Ontwikkeling van nieuwe functies in het gebied zorgen immers voor nieuwe verkeersbewegingen. Toekomstige verkeersstromen moeten op een goede manier worden afgewikkeld, waarbij overlast van vrachtverkeer in de omgeving niet wenselijk is.

Daarom zijn in een vroeg stadium diverse verkeers- en geluidsonderzoeken uitgevoerd, die in samenhang met de stedenbouwkundige visie hebben geleid tot het nu voorliggende stedenbouwkundig plan. De nieuwe verkeersstructuur en de hieraan ten grondslag liggende rapportages zijn uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 6.2. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de optimalisatie van de aansluiting van Heesch West op de A59 bij Nuland, een nieuw verkeersplein bij de Bosschebaan-Weerscheut, afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een vrachtwagenverbod op de Weerscheut. Hiermee kan het gebied op een goede manier worden ontsloten en vinden geen knelpunten plaats in capaciteit en afwikkeling van het verkeer.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

De Bosschebaan, het nieuwe fietspad ten zuiden van de Bosschebaan richting het bedrijventerrein en de nieuwe infrastructuur ter plaatse van de aansluiting op de A59 bij Nuland zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer'. De Koksteeg is bestemd als 'Groen' en is aanvullend voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waardevolle landschappelijke lijn'. Hier is geregeld dat elk gebruik, dat niet ziet op het behoud en/of het herstel van de lijn, niet is toegestaan. Hiermee wordt de landschappelijke karakteristiek van de omgeving geborgd. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (art. 3.5 interim Omgevingsverordening) De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in de verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. In afdeling 3.1, artikel 3.5 is een algemene zorgplicht verankerd. Hierin is bepaald dat er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet plaatsvinden, waarbij invulling wordt gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij stelt de provincie dat drie zaken belangrijk zijn: zorgvuldig ruimtegebruik, het borgen van waarden in een gebied door de lagenbenadering toe te passen en door meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn gedefinieerd in respectievelijk de artikelen 3.6, 3.7 en 3.8. Deze artikelen komen hierna aan bod.

Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6 interim Omgevingsverordening) In artikel 3.6 (afdeling 3.1) is een definitie opgenomen van zorgvuldig ruimtegebruik. Deze definitie luidt als volgt: a. de toedeling van functies vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve wanneer nieuwevestiging mogelijk is op grond van de bepalingen uit dit hoofdstuk 3 van de verordening, of indien er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding op grond van dit hoofdstuk 3 uit de verordening is toegestaan, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie ; b. bij stedelijke ontwikkeling wordt toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking; c. en gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; d. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag, zoals door meervoudig ruimtegebruik of door verticale bouw, zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling. Heesch West wordt gebouwd in het landelijk gebied. In artikel 3.43 biedt de verordening mogelijkheden voor het ontwikkelen van Heesch West buiten bestaand ruimtebeslag. Verderop in deze paragraaf komt de toetsing aan de bijbehorende voorwaarden aan bod. Ook is in hoofdstuk 4 de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.

Met voorliggend plan krijgt het bedrijventerrein Heesch West een passende bestemmingsregeling, waarbij de beoogde inrichting van het terrein wordt voorzien van bestemmingen en hieraan gekoppelde bouwregels. Voor alle op te richten gebouwen, bouwwerken en voorzieningen als bedoeld onder sub c zijn passende regels opgenomen. Lagenbenadering (art. 3.7 interim Omgevingsverordening) De provincie hanteert een lagenbenadering om te kunnen beoordelen welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, in samenhang met elkaar en door de factor tijd. Daarbij wordt "verticaal" gekeken naar drie lagen: de laag van de ondergrond (bodem, grond, Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

archeologie), de netwerklaag (infrastructuur, natuur, energie, water en vervoer) en de bovenste laag (o.a. cultuurhistorische en landschappelijke waarden, functies, bebouwing en effecten op gezondheid, veiligheid en milieu) met elkaar verweven. Daarnaast worden "horizontaal" het verleden, heden en de toekomstwaarde beschouwd. Deze benadering vormt onderdeel van zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6). De nut en noodzaak en vormgeving van het plan voor Heesch West zijn uitgebreid toegelicht in dit bestemmingsplan en de bijlagen. Er wordt onder meer voorzien in economische waarde, werkgelegenheid, landschapscreatie en duurzaamheid. De lagenbenadering speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het gebied. Met de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, het programma en het landschapspark wordt deze lagenbenadering ingezet voor het ontwikkelen van een kwalitatief en toekomstbestendig gebied. Daarbij wordt gestart vanuit een landschappelijke analyse, met historische structuren en kenmerken van het gebied en de bredere omgeving. Vervolgens wordt gekeken naar de gewenste ontwikkelrichting. Dit in samenspraak met de omwonenden, natuur- en milieuorganisaties en landschapsarchitecten. Ook participatie met omwonenden krijgt hierin een plek.

Het doel is om een breed gedragen en kwalitatief hoogwaardig park te realiseren, met aansluiting op de omgeving, goede waterhuishouding en een hoge biodiversiteit. Meerwaardecreatie (3.8 interim Omgevingsverordening) Door ontwikkelingen niet enkel vanuit een economische, sociale of ecologische hoek te bekijken maar bij belangrijke ontwikkelingen met een grote impact op de leefomgeving al deze aspecten te betrekken, ontstaat meerwaarde voor de plek en voor de ontwikkeling van Brabant. De Provincie wil meerwaarde-creatie hanteren als basis in plaats van uitzondering. Het juiste samenspel zorgt daarbij voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: •

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren zodat meerwaarde ontstaat;

•

de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In Heesch West wordt integraal nagedacht over inpassing en kwaliteitsverbetering van het gebied, in samenhang met de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Op die manier wordt zowel economisch, maatschappelijk als ruimtelijk gekeken naar het creëren van meerwaarde. In de volgende paragraaf wordt onderbouwd op welke manier wordt voldaan aan artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering. Daarbij vindt de ontwikkeling plaats binnen een zoekgebied voor zonneenergie zoals aangemerkt in de RES Noordoost Brabant (zie voorts hoofdstuk 12). Kwaliteitsverbetering landschap (art. 3.9 Interim omgevingsverordening) In artikel 3.9 is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen in het Landelijk gebied gepaard moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De motivatie voor kwaliteitsverbetering is nader uitgewerkt in bijlage 11. Het landschapspark en de landschappelijke inpassing van Heesch West zijn na de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan nader uitgewerkt in een Landschapsplan Heesch West. Vanuit een landschappelijke analyse, met historische structuren en kenmerken van het gebied en de bredere omgeving is gekeken naar de gewenste ontwikkelrichting. Het plan is opgesteld in samenspraak met de omwonenden, natuur- en milieuorganisaties en landschapsarchitecten. Het plan voorziet kwalitatief hoogwaardig park te realiseren, met aansluiting op de omgeving, mogelijkheden tot extensieve recreatie, doordachte en robuuste waterhuishouding en een hoge biodiversiteit. Bijlage 11 is aangepast op het landschapsplan. Grondwaterbeschermingsgebieden (art. 3.11 Interim Omgevingsverordening) Rond de plaats(en) waar grondwater wordt gewonnen ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening zijn beschermingszones gecreëerd. Binnen die zones gelden regels die tot doel hebben de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Vanuit een oogpunt integrale benadering is het in deze gebieden niet logisch dat een ruimtelijk plan nieuwe functies of activiteiten mogelijk maakt die de bodem en het zich daarin bevindende grondwater aantasten.

De bescherming voor aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden is opgenomen in artikel 3.11. Bij het toelaten van activiteiten en functies moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden: risico's voor de kwaliteit van het grondwater mogen niet toenemen. Hierbij geldt dat de provincie verontreiniging van het grondwater wil voorkomen door uitspoeling van schadelijke uitloogbare (bouw)materialen. Daarom is het belangrijk dat het gebruik van dit soort bouwmaterialen binnen grondwaterbeschermingsgebied wordt tegengegaan. Deze regeling geldt in aanvulling op de rechtstreeks werkende regels waarin voorwaarden zijn opgenomen voor de opvang van hemelwater van gebouwen. Overigens liggen de grondwaterbeschermingsgebieden veelal in gebieden waar op grond van andere instructieregels al beperkingen gelden, bijvoorbeeld ten aanzien van stedelijke ontwikkeling. De regels voor grondwaterbescherming zijn hier aanvullend op. In het bestemmingsplan is een algemene aanduiding opgenomen ter plaatse van de grondwaterbeschermingsgebieden binnen het plangebied. Ten opzichte van de regeling in het ontwerpbestemmingsplan, is deze in het vastgestelde bestemmingsplan - op aangeven van de provincie - verder aangescherpt en beter afgestemd op de regels uit de provinciale verordening. Zie artikel 19.3 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied. Natuurnetwerk Brabant (art.

3.15 Interim Omgevingsverordening) Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

De instructieregels in artikel 3.15 regelen de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Bij het opstellen van een omgevingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan voor deze gebieden zijn beschreven. De waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een beheertypenkaart en in een ambitiekaart. Er moet onderbouwd moet worden waarom alternatieven of maatregelen die een gunstig(er) effect hebben op het NNB niet voorhanden zijn. Zolang er geen sprake is van een significante aantasting, is er vanwege het NNB geen grond om de activiteit tegen te houden. Wel wordt de activiteit uiteraard nog getoetst aan ander beleid of regelgeving. Het voornemen leidt tot verstoring (geluidverstoring) op één NNB-gebied. Conform de provinciale regels wordt de verstoring gecompenseerd; bij voorkeur fysiek - door de aanleg van nieuwe natuur in de directe omgeving van Heesch West. Inmiddels is besloten om de verstoring financieel te compenseren en dit is ook al gebeurd. In paragraaf 11.2 Onderzoek wordt hier uitgebreider op in gegaan. Duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.42 Interim Omgevingsverordening) Artikel 3.42 geeft regels weer voor ontwikkelingen die wonen, werken of voorzieningen mogelijk maken.

Uitgangspunt is dat hiervoor locaties worden aangewezen binnen bestaand stedelijk gebied, met een onderbouwing die aantoont dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en dat het een duurzame ontwikkeling is. Een duurzame ontwikkeling is hierbij als volgt te definiëren: a. een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving wordt bevorderd; b. zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden, wordt bevorderd; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f.

wordt bij gedragen aan een duurzame, concurrerende economie.

Daarbij zijn voor bedrijventerrein extra regels opgesteld om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. In een bestemmingsplan moeten regels worden opgenomen ten aanzien van: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waarvan in ieder geval sprake is bij: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden;

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

3. Voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Heesch West voorziet in een regionaal afgestemde behoefte aan bedrijvigheid. Daarbij worden hogen eisen gesteld aan duurzaamheid, en is gekeken naar een optimale inrichting van het terrein. Het effect wordt zo beperkt mogelijk gehouden door concentratie van verkeer en daarmee hinder op de aangepaste, geoptimaliseerde ontsluitingsstructuur richting de snelweg en inwaartse zonering op het bedrijventerrein. Ook worden verkeerskundige maatregelen getroffen om het effect op verkeersstromen en -intensiteiten en daarmee wegverkeerslawaai te beperken. In het MER zijn alle effecten zorgvuldig afgewogen. Omdat het plan buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, wordt tevens getoetst aan artikel 3.43, waarin afwijkende regels zijn opgenomen (zie volgende alinea). Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling (art. 3.4.3 Interim Omgevingsverordening) Artikel 3.43 bevat een afwijkingsbevoegdheid voor de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling ter plaatse van de aanduiding Verstedelijking afweegbaar, onder de volgende voorwaarden: : a. er is binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar; b.

transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken,; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied. In de Interim Omgevingsverordening is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in het werkingsgebied 'Verstedelijking afweegbaar'. Bij stedelijke ontwikkelingen wordt de relatie gelegd met afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. In de Ladder voor duurzame verstedelijking (Hoofdstuk 4) is de locatiekeuze en behoefte uitgebreid toegelicht. Heesch West heeft een specifieke ruimtevraag en vervult een regionale behoefte. Door naast het bedrijventerrein ook een groot landschapspark te ontwikkelen, worden de verschillende functies in het gebied op elkaar afgestemd.

Daarbij worden hoge eisen gesteld aan duurzaamheid, zijn milieukundige aspecten uitgebreid in beeld gebracht en worden effecten op de omgeving zoveel mogelijk beperkt. Belangrijk hierbij is dat de verschillende lagen (ondergrond, occupatie en gebruik) met elkaar worden verweven om te komen tot een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling van het gebied. Het project Heesch West is veelvuldig besproken op regionaal niveau en past binnen de afspraken over duurzame verstedelijking, als uitwerking van de Regionale omgevingsagenda. In het ontwerpbestemmingsplan was de aanduiding 'Verstedelijking Afweegbaar" aangeduid op de verbeelding (met een toe te voegen zone en een te verwijderen zone). De provincie heeft Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

inmiddels formeel besloten de wijzigingen in de zone door te voeren in de verordening. Het is daarmee niet meer nodig deze aanduidingen in het vastgestelde bestemmingsplan te handhaven. Daarmee zijn deze aanduidingen verwijderd uit de regels en van de verbeelding van het vastgestelde bestemmingsplan. In de Omgevingsverordening zijn de gebieden Verstedelijking afweegbaar vervallen. Gemeenten zijn daardoor zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste een plek kan krijgen. Desgewenst kunnen gemeenten er ook voor kiezen om daarbij de eerder opgenomen gebieden aan te wijzen. Dat is aan de gemeente. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in stedelijk gebied, blijft een binnenstedelijke ontwikkeling voorrang hebben. Landschappelijke waarden (art. 3.28 t/m 3.32 Interim Omgevingsverordening) In paragraaf 3.2.4 van de verordening (artikel 3.28 t/m 3.32) zijn aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden beschermd. Hierbij wordt verwezen naar de archeologische waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant. Op de kaart zijn diverse houtopstanden en zes monumentale bomen (op grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch) aangewezen. In paragraaf 5.3.5 en hoofdstuk 11 is dit nader beschouwd en toegelicht.

De monumentale bomen blijven behouden en zijn als zodanig aangeduid op de verbeelding. Voor houtopstanden geldt een meldingsplicht, en voor beschermde houtopstanden tevens een herplantingsplicht. Dit met als doel om de totale oppervlakte aan houtopstanden in Nederland (zowel kwantitatief als kwalitatief) in stand te houden. Deze bomen dienen 1 op 1 gecompenseerd te worden. Een logische invulling voor de compensatie van houtopstanden is de groenstructuur die in het plangebied wordt gerealiseerd. Een geschikte locatie hiervoor is bijvoorbeeld de bomenstrook welke aan de zuidrand van het gebied is ingetekend, het centrale deel of bij de parkstrips. Via het landschapsplan wordt dit zoveel mogelijk geborgd. Beperking vestiging grootschalige logistiek (art. 2.78 Interim Omgevingsverordening) Provincie en gemeenten hebben eind 2021 afgesproken om de ontwikkeling van grootschalige logistiek op ongewenste locaties te beperken. Sindsdien is het beleid voor grootschalige logistiek uitgewerkt in het Beleidskader Wonen en Werken (vastgesteld in mei 2024) en hebben alle betrokken gemeenten zorgvuldig gekeken op welke plekken grootschalige logistiek wel blijft toegestaan en waar niet. Hierover hebben provincie en gemeenten in december 2022 regionale afspraken gemaakt.

Heesch West is opgenomen op de totaallijst van locaties waar vestiging/herontwikkeling voor grootschalige logistiek mogelijk blijft. Deze afspraken zijn verwerkt in de interim omgevingsverordening (en de Omgevingsverordening). In artikel 2.78 van de Interim omgevingsverordening is geregeld dat een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek verboden is voor het gebied Beperking grootschalige logistiek (zoals opgenomen op kaart 10 en 11 bij de IOV). Dit gebied geldt niet ter plaatse van het plangebied van Heesch West. Het plan voor Heesch West is dan ook niet in strijd met artikel 2.78 van de Interim Omgevingsverordening. Artikel 3.44a Grootschalige logistiek (artikel 3.44a Interim Omgevingsverordening) In artikel 3.44a van de Interim omgevingsverordening is daarnaast bepaald dat, in aanvulling op artikelen 3.42 en 3.43 van de Interim omgevingsverordening, een ontwikkeling van grootschalige logistiek alleen mogelijk is als er sprake is van aantoonbare regionale meerwaarde. Gelet op de onderbouwing van de behoefte in hoofdstuk 4, is daar in het geval van Heesch West sprake van.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Bij de begripsbepaling regionale meerwaarde is aansluiting gezocht bij de invulling die het Rijk in samenspraak met de provincies hanteert vanuit het afsprakenkader Grip op grootschalige ontwikkelingen, namelijk: “De mate van regionale binding aan en economische meerwaarde van het bedrijf in de regio in termen als herkomst/origine bedrijf, werkgelegenheid, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, plaats in regionale waardeketens, ruimtelijk economisch profiel van een regio, gebruik van regionale infrastructuur en afzetmarkt.” De regio Noord-Brabant heeft in belangrijke mate een economisch profiel met sectoren als de voedingsmiddelenindustrie, e-commerce/groothandelaren, farmaceutische industrie en de bouwsector. Grootschalige logistiek is sterk aan deze sectoren verbonden. De economie in de regio ontwikkelt zich sterk, maar zoals blijkt uit de laddertoets (hoofdstuk 4) zijn er in de regio onvoldoende vestigingsmogelijkheden. Er is een aanhoudend sterke regionale vraag die inmiddels regiobreed tot een urgente schaarste heeft geleid. De ontwikkeling van ruimte voor grootschalige logistieke bedrijven in Heesch West kan worden gekoppeld aan verschillende aspecten van regionale binding en economische meerwaarde: -

-

-

-

-

Heesch West voorziet in directe groeibehoefte bij logistieke bedrijven in de regio en daar buiten, en ondersteunt daarmee de bedrijfskolom van de belangrijke sectoren in de regio; Door logistieke bedrijven op Heesch West te vestigen, kunnen toeleveringsketens worden verkort en efficiënter worden ingericht; Heesch West draagt bij aan werkgelegenheid, vooral in logistiek, transport en aanverwante sectoren. Dit sluit aan bij de bredere arbeidsmarkt van NoordoostBrabant, waar veel mensen werkzaam zijn in de logistiek en distributie; Heesch West ligt gunstig langs de A50 en A59, belangrijke logistieke assen tussen Rotterdam, Venlo en Duitsland. De nabijheid van multimodale knooppunten in Oss en ’sHertogenbosch versterken de logistieke positie; Het clusteren van logistieke bedrijvigheid voorkomt dat logistiek zich versnipperd ontwikkelt op minder geschikte locaties in de regio en met bieden van een modern cluster wordt ook aan bestaande versnippering/logistiek op minder geschikte locaties een alternatief geboden. Dat biedt ruimte aan verplaatsing van logistieke bedrijven en daarmee kwaliteitsverbetering/nieuwe activiteiten op vertreklocaties; In paragraaf 4.2.3 wordt ingegaan op de formele regionale afstemming die heeft plaatsgevonden, en de bijbehorende regionale afspraken, het vestigingsprofiel en de economische dynamiek.

Door deze factoren te combineren, kan Heesch West zich ontwikkelen tot een strategische locatie binnen de logistieke en economische structuur van Noordoost-Brabant. Het plan voorziet dan ook in een aantoonbare regionale meerwaarde en voldoet aan artikel 3.44a van de Interim Omgevingsverordening. 5.2.4 Structuurvisie 2010 (partiële herziening 2014) De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. De provincie streeft naar een top kennis- en innovatieregio. Daarvoor zijn een aantrekkelijke, schone en gezonde woon- en leefomgeving, natuur- en landschapsontwikkeling, vrijetijdsvoorzieningen, een robuust en duurzaam verkeer- en vervoersysteem en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven van cruciaal belang. Op deze terreinen kan de provincie zich duidelijk van andere (Europese) regio's onderscheiden. Door een welbewuste profilering van specifieke regionale kernkwaliteiten en omstandigheden. Ontwikkelingen dragen bij aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant, inclusief een schone en gezonde leefomgeving.

De provincie maakt duidelijke, ruimtelijke keuzes, die zijn vertaald in 14 provinciale ruimtelijke belangen. Daarbij hanteert de provincie twee leidende principes: 1. Ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. De ruimtelijke keuzes in dit hoofdstuk geven hier op provinciaal niveau invulling aan. 2. Vestigings- en leefklimaat en gezondheid De provinciale belangen en ruimtelijke keuzes moeten bijdragen aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant. De fysieke leefomgeving, dit is zowel de bebouwde als onbebouwde omgeving met daaraan gerelateerde activiteiten, bepaalt mede de kwaliteit van leven. Omgevingsfactoren kunnen positieve en negatieve gevolgen hebben. Positieve gezondheidseffecten treden op via natuur, water, lucht en externe veiligheid (ongelukken en rampen). De leefomgevingskwaliteit en daarmee de gezondheid staat in delen van NoordBrabant onder druk. Naast gezondheidsbescherming via milieubeleid en risicobeheersing is aandacht nodig voor gezondheidsbevordering via ruimtelijke planvorming en duurzame inrichting van steden, dorpen en het landelijk gebied.

De belangrijkste relevante ruimtelijke belangen die door de provincie zijn geformuleerd worden hierna behandeld. Ruimtelijke ontwikkelingen Nieuwe stedelijke ontwikkelingen spelen in op de karakteristieken van de verschillende Brabantse landschappen. De provincie vindt het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen ook de cultuurhistorische waarden worden betrokken. Landschappen met hoge cultuurhistorische waarden worden op gebiedsniveau behouden en versterkt zodat ze het verhaal van het Brabantse landschap in optima forma vertellen. Door met ruimtelijke ontwikkelingen in te spelen Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

op breuklijnen en hoogteverschillen geven deze beeldbepalende structuren richting aan de verdere ontwikkeling van het landschap. Het gaat daarbij om behoud van het reliëf zelf, maar ook om het behoud van het zicht op en vanaf de reliëfvormen. Ruimte voor duurzame energie De provincie wil bijdragen aan de ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie. De toepassing van zonne-energie op bebouwing van bijvoorbeeld (braakliggende) bedrijventerreinen en agrarische bebouwing wordt gestimuleerd. Ook wil de provincie naast het ontwikkelen van nieuwe energiebronnen inzetten op energiebesparing en het optimaal gebruiken van de bestaande energie. Dit kan door de restwarmte in te zetten bij andere gebruikers. De uitwisseling van reststromen is met name rendabel wanneer er een korte afstand is tussen ontdoener en afnemer. Energie is daarom een belangrijke factor bij de locatiekeuzes van grote energieverbruikers. Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. Daarvoor is agglomeratiekracht nodig maar Brabant wil zijn stedelijk gebied niet laten uitgroeien tot een klassieke metropool. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur.

De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied. Om zo bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat ter versterking van de kenniseconomie in Brabant. Het op peil houden van het voorzieningenniveau is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De fysieke leefomgeving levert een bijdrage aan de gezondheid, bijvoorbeeld door goed toegankelijke voorzieningen, een groene leefomgeving, water, een veilige infrastructuur en biedt ruimte voor vrijetijdsbesteding. Economische clusters Brabant kent een sterk industrieel DNA. De (maak- en proces) industrie en het agro-industrieel complex vormen nog steeds het kloppend hart van de economie en zijn de kern van de economische clusters. Ook de strategische ligging in Europa, te midden van mainports en grote bevolkingsconcentraties, blijft een sterke troefkaart voor de innovatieve economie. Een innovatieve economie die nieuwe verbindingen legt met maatschappelijke kansen op het gebied van slimme mobiliteit, duurzame energie, gezond ouder worden en een duurzame agro-food keten.

Brabant onderscheidt op basis van sterke tradities binnen de Brabantse economie en de kansen op het wereldtoneel de volgende economische clusters: high-tech systems en materialen (inclusief automotive en solar), life sciences/health, agrofood, logistiek, maintenance en biobased economy. Om deze clusters te versterken is het economisch programma 2020 vastgesteld. Samen met ondernemers, onderwijsinstellingen en betrokken overheden wordt invulling gegeven aan de ondersteuning van deze clusters. Het ruimtelijke faciliteren van deze clusters is een belangrijke bouwsteen in deze aanpak. Deze aanpak is vertaald in de provinciale strategie werklocaties, waarin onder meer is bepaald dat de planning en programmering van bedrijventerreinen regionaal wordt afgestemd. Toetsing

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

De ontwikkeling van Heesch West is regionaal afgestemd en voldoet aan een actuele behoefte die niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd (zie hoofdstuk 4). Heesch West voorziet in een bedrijventerrein voor grootschalige logistiek, innovatieve concepten en regionale verplaatsers. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de Brabantse agglomeratiekracht, het op peil houden van het voorzieningenniveau en een innovatieve economie. Daarmee sluit het plan aan op de provinciale uitgangspunten voor concentratie van verstedelijking en economische clusters. Doordat het plan ook nadrukkelijk hoge ambities heeft op het gebied van duurzaamheid en er opwek van zonne-energie mogelijk is, is het plan in lijn met de provinciale uitgangspunten op het gebied van verduurzaming en energiebesparing. Het landschapspark is gebaseerd op de huidige landschappelijke kernkwaliteiten en borduurt hierop voort. Belangrijke houtwallen, bomen en groenstructuren in het gebied blijven waar mogelijk behouden. De combinatie tussen economie, landschap en duurzaamheid op Heesch West draagt bij aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant, en past daarmee binnen de uitgangspunten in de provinciale structuurvisie. De Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 (najaar 2023) Er is de komende decennia nog een grote behoefte aan woningen en ruimte voor bedrijventerreinen.

Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen hebben samen een strategie ontwikkeld die helpt om deze opgaven te realiseren, rekening houdend met ons milieu, landschap, water-, energie- en mobiliteitssysteem. Doel is gezonde en leefbare steden en dorpen. In de verstedelijkingsstrategie hebben de samenwerkende partijen (de provincie samen met het Rijk, de waterschappen en de 4 stedelijke regio’s van Brabant) de opgaven onderzocht en de kernwaarden benoemd. De drie hoofdopgaven voor de verstedelijkingsopgave tot 2040 zijn: 1. Nieuw stedelijk Brabant 2. Nieuwe relaties tussen stad en land 3. Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken Met een combinatie van voortbouwen op de bestaande kracht van Brabant, inspelen op dynamiek van de komende decennnia (zoals klimaatverandering, energietransitie, vergrijzing, circulariteit etc.) en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn drie kernwaarden geformuleerd: (A) de ‘Kwaliteit van leven’ staat in Brabant voorop; (B) Brabant ontwikkelt zich ‘Klimaatpositief’ en (C) Ontwikkelingen staan in dienst van ‘Meerwaarde maken’. De opgaven en kernwaarden uit de verstedelijkingsstrategie zijn vertaald naar 5 ontwikkelprincipes die in een Ontwikkelperspectief verder zijn uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5.

Bodem en water als basis voor de verstedelijking. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarden voor en circulaire economie

Ten aanzien van bedrijventerreinen is een strategie opgenomen in Ontwikkelprincipe 5: ‘Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie’. Tot 2030 bestaat er een vraag naar nieuwe bedrijventerreinen (634-1312 ha), daarna wordt een afvlakking van de groei of zelfs een afname verwacht als gevolg van de behoefte naar intensivering en/of integratie in stedelijke omgeving in combinatie met demografische Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

ontwikkelingen. Heesch West is aangemerkt als locatie voor ‘nieuwe groei’. Hierbij is de strategie om af te maken wat al in ontwikkeling is: de komende jaren is er nog behoorlijke ontwikkelruimte in bestaande plannen, o.a. Logistiek Park Moerdijk (ca 140ha), Waalwijk Haven (100ha), Heesch West (80ha), Brainport Industries Campus Eindhoven (60ha), Tilburg Wijkevoort (80ha). Deze beschikbare ruimte moet zorgvuldig worden aangewend om de kwaliteiten van deze locaties in te zetten en de positionering van deze terreinen in het ecosysteem scherp te houden. Het zijn locaties waar bovendien de noodzaak en kansen liggen om te experimenteren met nieuwe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulariteit en mobiliteit. Ontwikkel de gebieden als een showcase voor de Brabantse economie en wend de gebiedsontwikkeling aan om innovatie in de inrichting en ordening en organisatie van bedrijventerreinen te stimuleren.Met dit bestemmingsplan voor Regionaal bedrijventerrein Heesch West wordt invulling gegeven aan de ontwikkelruimte zoals opgenomen in de Verstedelijkingsstrategie Brabant. De ambitie is om het meest duurzame bedrijventerrein van Brabant te worden. Zoals omschreven in het Circulair Kwaliteitsplan wordt invulling gegeven aan de kansen op het gebied van duurzame ontwikkeling en een energiek, groen en circulair Heesch West.

Daarbij is ook het streven dat bedrijven zich identificeren in de ambitie van Heesch West en zich verder gestimuleerd voelen te zoeken naar innovaties en de lat hoger te leggen. Die stimulans sluit aan op de opgaven en kernwaarden uit de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 (26 oktober 2023) Vitale en toekomstbestendige werklocaties zijn een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van een toekomstbestendige economie in Brabant. De grondstoffentransitie vraagt om een fundamentele herziening van onze economie: van een lineaire economie waarin grondstoffen gewonnen, geproduceerd en verbrand of gestort worden, naar een circulaire economie, waarin we radicaal efficiënter omgaan met grondstoffen en materialen. Bedrijventerreinen en bedrijven spelen bovendien een cruciale rol in de grote transities op het gebied van energie, klimaat en circulaire economie. Hiervoor is het belangrijk dat de kwaliteit van de Brabantse bedrijventerreinen zo optimaal mogelijk aansluit bij de vestigingseisen van bedrijven. Er is vanuit bedrijven steeds meer behoefte aan aantrekkelijke werkmilieus op goed bereikbare plekken, vooral met het oog op het vinden van geschikt personeel. Maatschappelijke en economische trends hebben daarnaast impact op de aard en omvang van de ruimtevraag van bedrijven.

De meest relevante trends hierbij zijn energie en klimaat, circulaire economie en digitalisering. Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie, en kunnen een substantiële bijdrage leveren aan de beleidsdoelstellingen op het gebied van energie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en stikstof. Zoals omschreven in het Circulair Kwaliteitsplan wordt invulling gegeven aan de kansen op het gebied van duurzame ontwikkeling en een energiek, groen en circulair Heesch West. Daarbij wordt in het landschapsplan uitgebreid ingegaan op de kansen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Ten aanzien van stikstof is een dynamische verwijzing opgenomen naar de ‘beleidsregel stikstof’. Voor een nadere toelichting op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 11.2. Heesch West is in het ontwikkelperspectief opgenomen als reeds geprogrammeerd regionaal bedrijventerrein (kaart ‘Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes’ en kaart ‘Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie’). Met deze aanduiding worden de bedrijventerreinen aangeduid waar eerder al afspraken over zijn gemaakt, en die tot 2030 in ontwikkeling zijn. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant 2040 (oktober 2024) De Uitvoeringsagenda borduurt voort op het Ontwikkelperspectief en gaat in op de opgaven van verstedelijking en opgaven die daar direct mee samenhangen. Het resultaat zijn verschillende afspraken die zijn gericht op (het versnellen van de) uitvoering van de complexe opgaven in het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant. De meeste afspraken in deze agenda passen binnen al bestaande kaders (bestaand beleid- en regelgeving). In de Uitvoeringsagenda zijn verschillende type afspraken opgenomen. Er is gekeken naar het schaalniveau van het hele Brabantse stedelijk netwerk en dat van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. Vervolgens zijn afspraken gemaakt over samenwerking, proces en financiering. Op niveau van het Brabantse stedelijke netwerk is het van belang om een strategische bedrijventerreinenplanning te maken. Het proces om te komen tot programmering van bedrijventerreinen voor de periode tot 2040 is inmiddels gestart in de stedelijke regio’s. De gezamenlijke partijen hanteren een integrale aanpak voor het vinden van ruimte voor nieuwe werklocaties; waarbij het gaat om het integraal afwegen van locaties én het kijken vanuit een ruimtelijk economische visie op Brabant, in samenhang met de toekomststrategie en vestigingsvoorwaarden van bedrijven.

Ook zetten gezamenlijke overheden in op het realiseren van andere maatschappelijke opgaven (energietransitie, mobiliteitstransitie, groenontwikkeling et cetera) met (her-) ontwikkeling van bedrijventerreinen in Brabant. In het kader van de gronduitgifte voor bedrijventerreinen maken partijen afspraken over het Nieuwe Normaal (circulair of modulair bouwen) en klimaatadaptatie. Specifiek voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch is tot 2040 een ambitie om 30.000-40.000 extra arbeidsplaatsen te realiseren (waarvan 8.000 tot 16.000 op bedrijventerreinen). Voor Heesch West geldt dat deze ontwikkeling al is opgenomen als reeds geprogrammeerd bedrijventerrein. Het plan draagt bij aan het realiseren van nieuwe arbeidsplaatsen in de regio ’sHertogenbosch. Op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn hoge ambities gesteld, zoals omschreven in het Circulair Kwaliteitsplan. Beleidskader en Uitvoeringsagenda Wonen en Werken 2024-2027 (oktober 2024 - opvolger Structuurvisie Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014) Het beleidskader Wonen en Werken bevat een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie voor een sterk stedelijk netwerk bezien vanuit het beleid voor wonen en werken. De bedrijventerreinen in Brabant zijn een belangrijke motor voor de Brabantse economie en de opgave om de ruimtebehoefte van bedrijven te faciliteren is groot.

Deze ruimtevraag naar werklocaties is niet alleen binnenstedelijk op te lossen. Er zal dan ook ruimte moeten worden gevonden en behouden voor grootschalige- of milieuhinderlijke bedrijven. De terreinen zijn ook een bron van energie- en materiaalgebruik. Een juiste inrichting kan zorgen voor minder overlast van water en hitte, voor een duurzame energievoorziening en biedt tegelijkertijd mogelijkheden om steden en dorpen leefbaarder en gezonder te maken. Daarom is het van groot belang om bedrijventerreinen te verduurzamen. Dit stimuleert ook een goed vestigingsklimaat en het aantrekken van talent. De provincie heeft concreet de volgende opgaven geformuleerd: •

Zorgvuldig, duurzaam en meervoudig ruimtegebruik op bestaande en nieuwe werklocaties. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

• • •

Voorzien in passende werkmilieus (kwantitatief en kwalitatief), waaronder ook ruimte voor bedrijven met een grote(re) impact op de omgeving. Vestigingsmogelijkheden van (X)XL-logistiek clusteren en regionale meerwaarde hanteren bij grootschalige bedrijfsvestigingen. Versnellen van verduurzaming van Brabantse bedrijventerreinen.

In de Uitvoeringsagenda zijn voor deze opgaven verschillende ‘actielijnen’ uitgezet. De opgaven ten aanzien van bedrijventerreinen zijn uitgewerkt onder Actielijn 3: Versnellen van de verduurzaming van bedrijventerreinen en een passend en toekomstbestendig aanbod van werklocaties. Met de vier Brabantse regio’s worden regionale afspraken gemaakt over bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Het uitgangspunt bij het maken van afspraken is het principe van vraaggericht ontwikkelen. De nieuwe prognoses voor ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen en kantoren (vastgesteld september 2022) vormen de basis voor het actualiseren van de huidige regionale bedrijventerreinafspraken. Vanuit de prognose ruimtebehoefte bedrijventerreinen wordt een forse ruimtevraag verwacht voor logistieke bedrijvigheid: 455-586 hectare tot en met 2030, veelal grootschalig van aard (> 3 hectare). En ook na 2030 wordt nog extra ruimtevraag verwacht (Stec Groep, 2022). Deze ruimtevraag is grotendeels het gevolg van groeien verduurzamingsambities van bestaande bedrijven in Brabant. De ontwikkeling van Heesch West biedt vestigingsmogelijkheden voor onder meer zeer grootschalige logistiek en bedrijvigheid in de sectoren bouw en circulaire economie.

Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking: het plan is regionaal afgestemd, clustert grootschalige logistiek en draagt bij aan een passend werkmilieu (zowel kwantitatief als kwalitatief). Het plan is zodoende in lijn met het beleid en de concrete opgaven die zijn omschreven in het Beleidskader en de Uitvoeringsagenda Wonen en Werken 2024-2027. 5.3 Gemeentelijk beleid 5.3.1 Structuurvisie gemeente 's-Hertogenbosch: Stad tussen stromen (2014) Op 28 januari 2014 heeft de gemeente 's-Hertogenbosch de structuurvisie ‘Stad tussen Stromen’ vastgesteld. De stad profiteert van de ligging aan de A59, de oostwest as. Deze transportas heeft een industrieel karakter, een 'goederenvervoeras'. De snelweg vormt samen met de A2 de nieuwe gemeentelijke randweg, de Ring 's-Hertogenbosch. Deze ring is erg belangrijk voor de ontsluiting van de bedrijvenlocaties. De Bossche economie profiteert van deze ligging. De belangrijkste speerpunten zijn hiervan afgeleid; ICT, zakelijke dienstverlening, logistiek, toerisme en recreatie en agrifood. Een andere type bedrijventerrein en gebouwen wordt gevraagd, namelijk gemengde economische zones naast de traditionele terreinen. Een meer vraaggerichte benadering is nodig om deze werkterreinen en nieuwbouw aan de eisen van het bedrijfsleven te laten voldoen. Er blijft behoefte aan nieuwe terreinen en bedrijfspanden.

Voor een deel is dit noodzakelijk vanwege de transformatie van bedrijventerreinen, waarbij bedrijven moeten worden uitgeplaatst. Ook zijn er bedrijven die door hun groei in woongebieden niet meer zijn te handhaven. Veel bedrijfspanden en kantoorgebouwen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Een inhaalslag is nodig om de kantoren- en bedrijventerreinenmarkt weer goed te laten functioneren. De kunst is om goed in te spelen op de dynamiek in de economie. Er zijn steeds meer bedrijven die het zelfs in tijden van economische crisis goed doen. Deze bedrijven moeten de ruimte krijgen.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Vraag en aanbod van bedrijventerreinen en kantoren in 's-Hertogenbosch en de regio NoordoostBrabant zijn tot 2020 in beeld gebracht, met een doorkijk naar 2040. Hieruit blijkt dat er niet voldoende terrein wordt ontwikkeld om de vraag te accommoderen. Daarom moet ook de komende jaren sterk ingezet worden op herstructurering. Het tekort aan terrein in de regio Noordoost-Brabant kan op deze wijze worden teruggebracht. Op de korte en langere termijn blijft er een tekort aan aanbod in 's-Hertogenbosch en omgeving. De tendens tot clustering en schaalvergroting zet zich voort. Eveneens wordt gestreefd naar een verduurzaming van de werklocaties, door in te zetten op een duurzame inrichting van de locaties, de (verdere) ontwikkeling van energieneutrale werklocaties (het gebruik van restwarmte, bodemenergie en biomassa), intensief ruimtegebruik en vervoersmanagement. In de structuurvisie wordt Heesch West genoemd als ontwikkellocatie voor een regionaal bedrijventerrein. Het bedrijventerrein geldt als één van de prioritaire bedrijventerreinen in Noordoost-Brabant en moet voorzien in de behoefte van grootschalige bedrijven. Met voorliggend plan wordt voorzien in de realisatie van een duurzaam bedrijventerrein voor onder meer grootschalige logistiek. De locatie aan de A59 is zeer gunstig, zowel voor de bereikbaarheid als voor een goede ontsluiting.

Tevens voorziet het plan in de vraag naar schaalvergroting en geclusterende bedrijvigheid in de logistieke sector, waarbij tevens zeer veel aandacht is voor duurzaamheid. Heesch West wil de ambitie uitspreken het meest duurzame bedrijventerrein van de provincie te worden. Het onderwerp 'duurzaamheid' moet een onderscheidend karakter aan het terrein geven en tot voordelen leiden voor het bedrijfsleven en de omwonenden. Tevens kan er door de gefaseerde uitgifte van de kavels optimaal worden ingespeeld op de marktvraag. Gelet hierop past het plan binnen de ambities die de gemeente uitspreekt in de structuurvisie. In ontwikkeling: ontwerp Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch werkt momenteel aan de opvolger van de structuurvisie: de Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch. De ontwerp Omgevingsvisie lag met ingang van 13 januari 2025 gedurende zes weken ter inzage. Vaststelling van deze visie is beoogd na de vaststelling van het herstelbesluit Heesch West. In de ontwerp Omgevingsvisie is het beleid rondom stedelijke productielandschappen, waaronder Heesch West opgenomen. Hierin wordt beoogt de ontwikkeling van al bekende locaties Heesch West (Bossche deel) en De Brand II onverminderd voort te zetten. Daarmee is het plan voor Heesch West in lijn met de ontwerp Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch.

5.3.2 Omgevingsvisie gemeente Bernheze 2040 Op 7 maart 2024 heeft de gemeente Bernheze de Omgevingsvisie Bernheze 2040 vastgesteld. In deze visie staat de vraag centraal hoe gemeente Bernheze en de vijf kernen eruit zien in 2040. De omgevingsvisie gaat over de kwaliteiten, de groene gezonde omgeving, duurzame landbouw en de leefbaarheid van Bernheze. Maar ook over nieuwe ontwikkelingen zoals klimaat, bereikbaarheid en duurzame energie. De omgevingsvisie bekijkt deze onderwerpen in samenhang met elkaar en beschrijft de belangrijkste punten van het gewenste beleid voor een langere periode. Het document vormt het overkoepelende beleidskader voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Bernheze. De omgevingsvisie maakt onderscheid in drie deelgebieden: de hoog gelegen Peelhorst (de rug), de dekzandgebieden (de flank) en het beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf. Heesch West is gelegen in het dekzandgebied, aan de noordwestelijke rand van de gemeentegrens.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Afbeelding 5.X: uitsnede regiokaart Bernheze uit Omgevingsvisie Bernheze 2040 Aan de noord-, oost- en westzijde van Bernheze liggen infrastructurele routes van regionaal en nationaal belang. De gemeente Bernheze wordt in het noorden strak begrensd door de A59. Dankzij de omliggende wegen is de gemeente goed ontsloten op het landelijke wegennet. Het bedrijventerrein Heesch West is opgenomen op de integrale kaart van Bernheze en de regiokaart. Het terrein is aangewezen als bedrijventerrein (thema ‘leefbare kernen’) en als locatie voor grootschalige logistiek (thema ‘vitale en duurzame landbouw en economie’). Vitale en duurzame landbouw en economie De maximale oppervlakte van het regionale bedrijventerrein op Berhezer grondgebied is 60 hectare bruto. De gemeente Bernheze heeft in samenwerking met de omliggende gemeenten, ervoor gekozen een gezamenlijk bedrijventerrein te ontwikkelen voor grotere bedrijven en bedrijven uit zwaardere milieucategorieën, bedrijven die steeds moeilijker inpasbaar zijn in de huidige ruimtelijke structuur en bestaande bedrijven die op hun huidige vestigingslocatie overlast opleveren voor de omgeving. De realisatie van een regionaal bedrijventerrein is daarnaast aangegrepen om, aansluitend aan het regionale bedrijventerrein, ruimte te creëren voor de vestiging van lokale bedrijvigheid.

De opgave in Heesch West was al onderdeel van de vorige structuurvisies (met een aanwijzing als regionaal bedrijventerrein) en opgenomen in de Structuurvisie Noord-Brabant. De gemeente heeft als uitgangspunt om (na Heesch West) geen ruimte meer te geven aan grootschalige bedrijventerreinen, grootschalige XXL-logistiek en zware industrie (> categorie 4.2). Heesch West vormt hierop een uitzondering. Om een toekomstbestendige economie te realiseren in een leefbare gemeente, zet de gemeente in op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering aan te kunnen. Daarbij wordt specifiek benoemd dat de mogelijkheden voor verticale landbouw op bedrijventerreinen, zoals Heesch West of in de directe nabijheid ervan wordt onderzocht, met als oogpunt een duurzame en waterbesparende vorm van landbouw. Verder wordt ingezet op aantrekkelijke bedrijventerreinen door deze duurzaam en klimaat adaptief in te richten. Hieraan wordt in het Circulair kwaliteitsplan (bijlage 24) invulling gegeven. Leefbare kernen

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Om kernen meer leefbaar en veilig te maken en de gezondheid van de inwoners van Bernheze te versterken zet de gemeente in op prioriteit aan langzaam verkeer en het ontmoedigen van doorgaand verkeer. Stil en schoon vrachtverkeer in de kernen heeft prioriteit, waarbij ook in het buitengebied het doorgaand verkeer zo snel mogelijk wordt afgeleid naar de A59, A50 en de N279. Daarnaast wordt gestreefd naar duurzame kernen, die groen, klimaatadaptief en circulair zijn. Dat betekent zo snel mogelijk circulair, CO2 neutraal, gasloos en natuurinclusief worden. Bovendien zijn groene gezonde structuren aangewezen: een netwerk om zoveel mogelijk groene, blauwe en gezonde thema’s te bundelen. Door deze structuren natuurinclusief in te richten en verbinden met grotere natuur- en bosgebieden ontstaat een robuuster natuurnetwerk met hoge biodiversiteit. In het landschapsplan en het Circulair kwaliteitsplan zijn de duurzame, ecologische en klimaatadaptieve aspecten van het plan Heesch West uitgewerkt. Gelet op het bovenstaande past het voorliggende plan binnen de opgaven en ambities van de gemeente Bernheze, zoals geformuleerd in de omgevingsvisie.

5.3.3 Structuurvisie Buitengebied Maasdonk Ten tijde van het opstellen van de structuurvisie van de gemeente 's-Hertogenbosch in 2014 (zie paragraaf 5.3.1) was het gedeelte van het plangebied dat nu in de gemeente 's-Hertogenbosch ligt, nog onderdeel van de toenmalige gemeente Maasdonk. In de Structuurvisie Buitengebied Maasdonk (vastgesteld op 16 december 2009) is een visie gegeven op een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan voor het buitengebied. Op de kaart 'Landschappelijke zonering' uit de structuurvisie is (het westelijke deel van) Heesch West aangeduid als 'stedelijk gebied', zie afbeelding 5.3. In de structuurvisie ging men dus al uit van de realisatie van het bedrijventerrein op deze locatie.

Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit

Afbeelding 5.3: uitsnede kaart 'landschappelijke zonering' uit Structuurvisie Buitengebied Maasdonk 5.3.4 Visie Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021 De Bossche Omgevingsvisie is een integrale visie op de fysieke leefomgeving. Hierin staan de ruimtelijke ambities voor de ontwikkeling van 's-Hertogenbosch en de prioriteiten en keuzes die daarvoor nodig zijn. De visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig is integraal onderdeel van deze Bossche Omgevingsvisie. Met de visie onderschrijft de gemeente de grote waarde van groen en water in de gemeente, met als streven een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Daarvoor zijn normen en richtlijnen opgesteld voor de leidende thema's groen, water en biodiversiteit. De gemeente nodigt bedrijven en burgers uit om zelf met initiatief te komen en samen de weg in te slaan naar een duurzaam 's-Hertogenbosch. Daarnaast zijn in de bijbehorende verordening Bomen, water en groen 's-Hertogenbosch 2021 voorschriften opgenomen waarmee rekening wordt gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven. Zo worden bij nieuwe ontwikkelingen en projecten kaders gesteld aan de uitvoering om de aanleg van groen en natuurinclusief bouwen te stimuleren. Een van deze onderdelen is en puntensysteem voor de aanleg van voldoende groen in straten, pleinen en op gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15295975/3