Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West (1)
Tekst van het document
80 ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein te kunnen accommoderen; Zo veel flexibiliteit in kavelgrootte in te bouwen; Heesch West landschappelijk en ontwerp-technisch zo optimaal mogelijk in te passen; Voldoende ruimte te creëren voor alle opgaven die op Heesch West ingevuld moeten worden: niet alleen bedrijven en infrastructuur, maar ook groen, water, energie. Dit heeft in 2019 geleid tot een aantal aanpassingen, waarvan de belangrijkste zijn: •
Optimalisatie van de westelijke bedrijfskavel (tussen Weerscheut en Koksteeg) voor een zo flexibel mogelijke verkaveling en optimaal gebruik van de zichtlocatie; • Zoveel mogelijk ruimte voor water en natte natuur vanuit water- en natuur ambities; • Vanuit de duurzaamheidsambities bestaat de wens om ook in het gebied voor de 2e fase (tussen Rakstraat en Zoggelsestraat) ruimte te bieden aan duurzame energie in de vorm van een zonnepark. Omdat het zonnepark landschappelijk ingepast en afgeschermd moet worden, is hiermee impliciet de keuze gemaakt om de groenstructuren rondom de 2e fase al bij start van Heesch West aan te leggen (en niet te wachten tot transformatie van dit gebied tot bedrijventerrein). Op basis van bovenstaande uitgangspunten is in 2019 het voorkeursalternatief ontworpen. Dit is het stedenbouwkundig ontwerp dat is opgenomen als bijlage 2, en waar het circulair kwaliteitsplan (bijlage 24) ook op gebaseerd is. Aanvulling op het MER 2021 Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Het stedenbouwkundig plan is, zoals eerder aangegeven, gedurende het planproces verder geoptimaliseerd en aangepast. De wijzigingen die hebben plaatsgevonden zijn uitgebreid opgenomen in de aanvulling op de MER uit mei 2021. Ook zijn de belangrijkste planaanpassingen reeds beschreven en verbeeld in paragraaf 1.1.4. Het bestemmingsplan maakt het (aangepaste en actuele) voorkeursalternatief in juridischplanologische zin mogelijk. De milieuonderzoeken uit het bestemmingsplan motiveren en onderbouwen dit voorkeursalternatief dan ook. Effecten De effecten van het voorkeursalternatief zijn in het MER 2019 onderzocht. Het VKA is daarin uitgebreid beschreven en vergeleken met de referentiesituatie en alternatief 3, het worst-case MER-alternatief. Voor een toelichting op de effecten wordt verwezen naar het MER 2019. In de Aanvulling op het MER 2021 is opnieuw beschouwd welke effecten kunnen optreden. Daarbij is ook een vergelijking opgenomen met de beoordeling van de effecten van het plan in het MER 2019. Samenvattend kan worden gesteld dat Heesch West het gebied in verschijningsvorm en gebruik transformeert. Het huidige (en oorspronkelijke) agrarisch gebied wordt vervangen door een grootschalig werklandschap, waarin naast bedrijven ook veel ruimte is voor groen, natuur, water en energie. Heesch West is ontworpen binnen de bestaande landschappelijke hoofdstructuur en lijnen.
Lokaal worden landschappelijke, cultuurhistorische, water en ecologische waarden aangetast, maar verlies van waarden wordt ruim gecompenseerd door de ruimte die Heesch West biedt voor landschap, natuur en water. Heesch West leidt tot een toename van verkeer, geluid en uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Voor een deel is dit onvermijdelijk. Het effect wordt zo beperkt mogelijk gehouden door concentratie van verkeer en daarmee hinder op de aangepaste ontsluitingsstructuur richting de snelweg en inwaartse zonering op het bedrijventerrein. Heesch West zet maximaal in op duurzaamheid met zonneparken, (extra) ruimte voor water, natuur e.d. en draagt daarmee bij aan de duurzaamheidsambities van de betrokken gemeenten. Voor een gedetailleerde beschrijving van de effecten per aspect, en de vergelijking met de effecten uit het MER 2019, wordt verwezen naar de Aanvulling op het MER 2021. Planwijzigingen vastgesteld bestemmingsplan Na het opstellen van de Aanvulling op het MER in mei 2021, en de daaraan gekoppelde terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zijn - zoals reeds toegelicht in paragraaf 1.1.5 - naar aanleiding van een omgevingsdialoog naderhand wijzigingen en optimalisaties in het landschapsplan - en daarmee samenhangend ook het stedenbouwkundig plan - doorgevoerd. Het aangepaste plan is opnieuw beschouwd op milieueffecten.
Dit is gedaan in de vorm van nieuwe onderzoeksrapporten of oplegnotities (voor geluid en luchtkwaliteit, natuur en de overige aspecten, zie bijlage 22 en 26). De aanpassingen aan het plan leiden niet tot wezenlijk andere milieueffecten en niet tot negatievere effecten op de directe omgeving. Dit met name omdat de verkeersstructuur en verkeersafwikkeling (en daarmee het effect van verkeer op geluid en luchtkwaliteit) niet verandert en de bedrijvigheid niet naar de omliggende woningen toe, maar juist ervan af schuift. De zichtbaarheid en daarmee een deel van de hinderbeleving van de Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
bedrijvigheid neemt af door de robuustere groenzones langs de randen van Heesch West. De aanpassing van het ontwerp geeft een aantal aandachtspunten vanuit natuur, maar leidt niet tot wezenlijke andere/negatievere effecten op beschermde soorten (zie paragraaf 11.2). In de thematische hoofdstukken verderop in deze toelichting wordt daar per omgevingsaspect nader op in gegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de aanpassing van het plan geen andere negatieve effecten heeft dan die van het plan zoals in het ontwerpbestemmingsplan en MER en aanvulling MER beschreven. Op een aantal aspecten is sprake van positieve effecten of minder negatieve effecten (bv zicht op Heesch West, schittering). Met de aanpassing wordt invulling gegeven aan wensen vanuit zienswijzen (minder zicht op Heesch West door een ruimere afscherming met groen) en worden landschappelijke waarden verder uitgewerkt (bv kwel, Peelrandbreuk). Dit zonder nieuwe of andere negatieve effecten. Planwijzigingen herstelbesluit Tegen de besluiten tot vaststelling van bestemmingsplan Heesch West (en de bijbehorende facetplannen geluid) is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naar aanleiding van de ingediende beroepen en het advies van de STAB is onderzocht, gemotiveerd en afgewogen dat het wenselijk is om herstelbesluiten te nemen voor de bestemmingsplannen en de facetplannen geluid.
Zoals reeds toegelicht in paragraaf 1.1.3 heeft dit geleid tot enkele planaanpassingen. Voor de meeste milieuthemas leiden de wijzigingen in het herstelbesluit Heesch West niet tot andere effecten en daarmee niet tot andere conclusies en keuzes, dan in de Aanvulling MER 2021 beschreven. Er is voor deze thema’s geen noodzaak voor aanvullende maatregelen. Voor een aantal milieuthema’s leiden de aanpassingen in het herstelbesluit Heesch West tot (enigszins) andere effecten dan beschreven in de Aanvulling MER 2021. Dit voornamelijk door het schrappen van milieucategorie 5, het hanteren van grotere richtafstanden en, in mindere mate, door de (geringe) veranderingen in verkeersstromen. De grootste verandering in effecten treden op ten aanzien van industrielawaai. Dit wordt minder door de wijzigingen in het herstelbesluit. Daarmee kan de geluidzone rondom Heesch West kleiner worden en hoeven er minder en minder hoge hogere waarden te worden verleend. Dit is een positief effect ten opzichte van het bestemmingsplan en Aanvulling MER 2021. De verandering in verkeersintensiteiten leidt op een aantal wegen tot een (geringe) toename van verkeer en daarmee ook tot een (geringe) toename van wegverkeerslawaai ten opzichte van het bestemmingsplan en de Aanvulling MER 2021.
De veranderingen zijn echter gering, leiden niet tot andere conclusies en keuzes en noodzaken niet tot het nemen van aanvullende maatregelen. Het schrappen van milieucategorie 5 leidt tot een geringe afname van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en stikstof. De afnames zijn echter gering en leiden niet tot andere conclusies en keuzes. De (geringe) veranderingen in verkeersintensiteiten leiden niet tot toename van lichthinder en trillingshinder door verkeer van en naar Heesch West. Conclusie is dat de wijzigingen in het herstelbesluit Heesch West voor industrielawaai een positief effect hebben ten opzichte van het bestemmingsplan en Aanvulling MER 2021, maar dat voor de overige thema’s er geen of zeer geringe veranderingen in effecten zijn.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
3.6 MER-procedure Toetsingsadvies Commissie m.e.r. Het plan-MER is in juni 2019 ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie toetst het MER (2019) op juistheid en volledigheid en geeft een onafhankelijk toetsingsadvies af dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming. Het toetsingsadvies is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) stelde in haar advies dat het MER 2019 veel informatie gaf over de milieueffecten van het plan en de maatregelen die genomen kunnen worden om negatieve effecten te beperken. De Commissie m.e.r. stelde dat grondig onderzoek is uitgevoerd naar de effecten op het verkeer, waardoor niet alleen negatieve effecten maar ook positieve effecten van het voornemen duidelijk worden. Echter werd ook aangegeven dat de samenvatting van het MER vrij omvangrijk was, en geen duidelijke visualisaties van de toekomstige situatie bevatte. Hierdoor is het voor een niet ingevoerde lezer lastig om goed zicht te krijgen op de belangrijkste conclusies van het MER.
Ook was er op onderdelen een inhoudelijke aanvulling nodig, zoals een actuele motivering voor de gekozen planlocatie, inzicht in andere alternatieven voor invulling van het bedrijventerrein en het landschap, nader onderzoek naar de Wet natuurbescherming (actuele berekening stikstof en Passende Beoordeling) en konden de duurzaamheidsambities concreter worden geformuleerd. Aanvulling op het MER 2021, terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. is meegenomen in de Aanvulling op het MER (2021). Hierin is ook een wat uitgebreidere en beter leesbare samenvatting opgenomen, met daarbij een inhoudelijke reactie op het toetsingsadvies. In de Aanvulling op het MER is de door de Commissie gevraagde aanvullende informatie en motivatie voor de verschillende aspecten gegeven. Deze informatie is waar nodig tevens verwerkt en aangevuld in het ontwerpbestemmingsplan van juni 2021. Ook de Aanvulling op het MER is door de Commissie m.e.r. getoetst. De Commissie m.e.r. constateert in haar aanvullende toetsingsadvies dat de Aanvulling MER de door de Commissie m.e.r. gevraagde aanvullende informatie bevat en dat daarmee de milieuinformatie voor het bestemmingsplan aanwezig is. De Commissie m.e.r. vraagt wel nog aandacht voor de motivatie van het stikstofeffect in het bestemmingsplan.
Dit advies van de Commissie is verwerkt in het bestemmingsplan: Het bestemmingsplan bevat een sluitende motivatie van het stikstofeffect gebaseerd op de actuele wet- en regelgeving en jurisprudentie. Met het aanvullende toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. en de verwerking ervan in het bestemmingsplan is de m.e.r.-procedure afgerond. Vaststelling bestemmingsplan Na afloop van de formele tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn ook de ontvangen zienswijzen op de ontwerpbestemmingsplannen van een inhoudelijke beantwoording voorzien. Het vastgestelde bestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijzen aangepast. Zie ook Hoofdstuk 14 Procedure. Beroepsfase en opstellen herstelbesluit Eind januari/begin februari 2022 zijn door de gemeenten ’s-Hertogenbosch en Bernheze de Bestemmingsplannen Regionaal Bedrijventerrein Heesch West vastgesteld (en bijbehorende facetplannen geluid, tevens voor de gemeente Oss). Tegen deze besluiten is beroep ingesteld bij Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeenteraden hebben naar aanleiding van de beroepschriften en het STAB-advies besloten om voor Heesch West herstelbesluiten te nemen. In het verweerschrift is ingegaan op de specifieke wijzigingen die zijn doorgevoerd. De milieueffecten van deze wijzigingen zijn opnieuw beoordeeld. Voor onder meer verkeer, geluid, stikstof, trillingen zijn nieuwe onderzoeken uitgevoerd. Voor een compleet overzicht wordt verwezen naar het herstelbesluit en de bijlage bij het herstelbesluit. De wijzigingen zijn beschreven in hoofdstuk 15 van deze plantoelichting.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Hoofdstuk 4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op het herstelbesluit is – op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet – het oude recht (zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing. Wetgeving die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is daarom niet van toepassing en niet opgenomen en getoetst in dit herstelbesluit. Ook in de bijlagen (rapporten) bij deze toelichting worden enkel de voor dit plan relevante kaders (onder de Wro) geschetst. 4.1 Kader De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 en 3 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. In dit ontwerpbestemmingsplan is de 'oude' wijzigingsbevoegdheid uit het voorontwerp voor de 2e fase omgezet naar een andere constructie, namelijk die van de 'bestemmingsplanactiviteit'. Dit was noodzakelijk omdat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024, het instrument wijzigingsbevoegdheid niet meer als zodanig kan worden toegepast. Inhoudelijk betreft het echter eenzelfde constructie waarbij de voorwaarde is gesteld dat de behoefte aan die 2e fase moet zijn aangetoond. 4.2 Onderzoek 4.2.1 Stedelijke ontwikkeling Onderhavig plan maakt de ontwikkeling van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West mogelijk. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Bro) luidt de definitie voor een 'stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". De voorliggende ontwikkeling betreft een bedrijventerrein. Gelet hierop dient te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2.2 Behoefte en regionale afstemming bedrijventerrein Regionale samenwerkingsverbanden In de betrokken gemeentes maar ook elders in de regio Noordoost Brabant zijn bedrijvenlocaties in ontwikkeling. Een goede regionale afstemming draagt bij aan het begeleiden en vestigen van bedrijven op de meest passende plek. Binnen de provincie Noord-Brabant en de onderscheiden regio's wordt tussen de verschillende overheden op diverse manieren samengewerkt, zowel op ambtelijk alsook op bestuurlijk niveau. Heesch West wordt nadrukkelijk ontwikkeld als regionaal bedrijventerrein, gefaseerd en met een onderscheidend vestigingsprofiel. De voor Heesch West belangrijkste samenwerkingsverbanden worden hieronder kort toegelicht. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) De Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant verdeelt de provincie in een viertal regio's: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. Heesch West valt binnen de regio Noordoost-Brabant. Per regio zijn er regionale ruimtelijke overleggen (RRO's) over de ontwikkeling en uitvoering van integraal omgevingsbeleid over klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame verstedelijking en bereikbaarheid, een duurzame concurrerende economie en zorgvuldig ruimtegebruik. In de RRO's nemen de wethouders RO van de betreffende gemeentes plaats alsmede de gedeputeerde RO van de provincie. Het overleg vindt dus plaats op bestuurlijk niveau. Voor afspraken over werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen en detailhandel) nemen ook de wethouders Economie uit de regio Noordoost Brabant deel in het RRO. In de regio was, als gevolg van aanbodgericht ontwikkelen in het verleden, op diverse plekken een overaanbod aan harde plancapaciteit ontstaan. Een deel hiervan is 'ontprogrammeerd'. Om in de toekomst flexibel en adaptief te kunnen programmeren, en om het vestigingsklimaat op peil te houden, is het wenselijk om blijvend te monitoren.
Is er voldoende aanbod, kwantitatief en kwalitatief? Wat is de tendens van uitgifte in de afgelopen periode? Jaarlijks wordt in de RRO's bekeken hoe het aanbod zich ontwikkelt via het IBIS-systeem. IBIS staat voor Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem en wordt door de provincie beheerd en door de gemeenten zelf ingevuld. Naast monitoring van aanbod is voor een zorgvuldige planning een goede analyse van de vraagontwikkeling belangrijk. Sinds 2016 heeft de regio samen met de provincie Noord-Brabant een afsprakenkader bedrijventerreinen vastgesteld waarin een planning voor bedrijventerreinen is opgenomen met als basis vraaggericht ontwikkelen. Hierbij is de vraag afgezet tegen het aanbod in de regio. Voor grootschalige logistiek heeft bovenregionale afstemming plaats gevonden. In het afsprakenkader is verder vastgelegd dat gemeenten samen gaan werken in een 1-loket om ruimtevragers goed te kunnen bedienen en elkaar te informeren. Daarnaast zijn er regionaal voorwaarden beschreven die bepalend zijn voor de planning van bedrijventerreinen. Er zijn koppelingen gemaakt tussen kwalitatief gelijkwaardige terreinen en er is vastgesteld welke logische, economisch relevante geografisch vast te stellen gebieden er te herkennen zijn in de regio Noordoost Brabant.
Met andere woorden: de regio herkent twee verschillende economische clusters: het Land van Cuijk en het cluster 's-Hertogenbosch, Oss, Uden en Meierijstad. Adviesbureau Stec heeft de relatie ook kwantitatief gewogen op basis van historische uitgifte, werkgelegenheid op bedrijventerreinen en aantal hectares uitgeefbaar (bron: Kiezen voor kwaliteit en ruimte voor investeringen, Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen regio Noordoost-Brabant 2016-2025). In het afsprakenkader is destijds ook aangegeven dat Heesch West met in aanvang 50 hectare ontwikkeld kan worden onder de voorwaarde dat er een Masterplan wordt opgesteld dat aantoont dat er behoefte is, die een vestigingslocatie behoeft die onderscheidend is van het aanwezige regionale aanbod. Het Masterplan Heesch West (2017) werd in opdracht van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West en de provincie Noordoost-Brabant opgesteld door adviesbureau Buck Consultants International en is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Het in het Masterplan gedefinieerde vestigingsprofiel is qua hoofdlijn de basis voor dit bestemmingsplan en de regionale afstemming betreffende vraaggerichte ontwikkeling van Heesch West. Uit het Masterplan bleek aantoonbare behoefte van 50 ha in een beschouwingstermijn van 10 jaar (met Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
aannemelijk maar onder voorwaarden de nader aan te tonen voldoende behoefte voor een mogelijke vervolgfase. Het 1-loket Naast het bestuurlijk overleg zoals georganiseerd in het RRO vindt ook op ambtelijk niveau regionale afstemming over programmering plaats. Dit gebeurt via het ambtelijk vooroverleg poho ez, waar beleidsmedewerkers economie uit de regio (inclusief de provincie Noord-Brabant) de voortgang van het afsprakenkader verzorgen. Zij bereiden de besluitvorming in het poho ez/RRO voor. Daarnaast verloopt de afstemming over ruimtevragers groter dan 1 ha in de regio via het zogenaamde 1-loket. Het 1-loket is een regionaal samenwerkingsverband tussen de met name werkgelegenheidsgemeenten in de regio Noordoost-Brabant, met tot doel ervoor te zorgen dat een bedrijf met een ruimtevraag van groter dan 1 ha, dat zich wil vestigen in de regio, op de meest passende locatie wordt gehuisvest. De provincie Noord-Brabant maakt ook deel uit van dit overleg. Het 1-loket is een ambtelijk overleg en komt minimaal 1x per 6 weken samen, sneller indien wenselijk/noodzakelijk. Het 1-loket baseert zich op het rapport 'Kiezen voor kwaliteit en ruimte voor investeringen, het 'Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen regio Noordoost-Brabant 2016 – 2025' (of diens opvolgers), waarin onder meer is afgesproken dat de 'Ladder voor Duurzame verstedelijking' wordt toegepast.
De regio werkte al eerder met een zogenaamd uitgifteprotocol, waarbij stapsgewijs een ruimtevraag behandeld werd. De eerste stap is het faciliteren op de bestaande kavel. Als dat geen oplossing biedt, dan wordt er naar mogelijkheden gezocht op bestaand terrein. Alleen als deze twee stappen geen resultaat opleveren dan mag er nieuw terrein aangeboden worden. De afwegingen vonden in het begin van het uitgifteprotocol nog op individueel gemeentelijk niveau plaats. In het afsprakenkader is dit individuele afwegingskader vervangen voor een regionaal afstemmingsoverleg met de provincie als gelijkwaardige partij. De wijze waarop wordt afgestemd via de stappen uit onderstaand stroomschema.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Afbeelding 4.1.: werkwijze vraaggericht ontwikkelen en programmeren
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
De ruimtevraag vanaf 1 hectare wordt voor afstemming in het overleg gebracht. Dit gebeurt ook als een ruimtevraag niet past binnen de gemaakte regionale afspraken. Als het verzoek bijvoorbeeld niet past binnen het bestemmingsplan, wordt het behandeld in het 1-loket. In het 1loket wordt beoordeeld of het bedrijf in de regio geplaatst moet worden (er kan een afwijzing gegeven worden) en geïnventariseerd waar het bedrijf zich eventueel kan vestigen op basis van activiteiten en eisen ten aanzien van de ruimte (kavelgrootte, milieuklasse, activiteiten). Als er voldoende harde voorraad (groen) voorradig is, kan het bedrijf zelf kiezen naar welke locatie het wil. Als er niet meer voldoende en kwalitatief goede harde plancapaciteit is, dan kan er gekeken worden naar de andere mogelijkheden van 'oranje' of nieuw te ontwikkelen bedrijfsterreinen. Voor oranje terreinen zijn de onderzoeken in het kader van de MER al uitgevoerd en is een bestemmingsplanherziening nodig om het gebied om te laten klappen naar bedrijventerrein voor dat deel waar ook vraag naar is. In de evaluatie van het vraaggericht ontwikkelen is dit met name een aandachtspunt, omdat een bestemmingsplanprocedure een tijdrovende en risicovolle activiteit is voor bedrijven die op korte termijn naar een nieuwe locatie willen.
Heesch West richt zich, zowel met de direct bestemde eerste 50 hectare als met de mogelijk te activeren vervolgfase overwegend op bedrijven groter dan 1 hectare en veelal met een regionale herkomst of binding. Deze afstemming komt zoals hiervoor beschreven in het 1-loket aan de orde. Naar aanleiding van de nieuwe prognoses die eind 2018 door de provincie Noord-Brabant werden vastgesteld hebben de regio NOB en de provincie overleg gevoerd om een nieuwe methode te ontwikkelen waarmee sneller ingespeeld kan worden op de directe marktvraag. Hierbij wordt aangegeven dat iedere ruimtevrager maatwerk nodig heeft om het meest passende aanbod te bieden. Voor maatwerk wordt is de voorwaardelijke bestemmingsplanactiviteit toegepast, zoals die als nader afwegingsmoment in Heesch West voor de 2e fase is opgenomen. De voorwaardelijkheid borgt de goede regionale afstemming zoals die in het kader voor vraaggericht ontwikkelen is beoogd (zie stroomschema in afbeelding 4.1). Maar een omgevingsvergunning of een bestemmingsplanwijziging kan ook gebruikt worden. Het inzetten van de bestemmingsplanactiviteit zal in een procesvoorstel via regio en provincie voor afstemming gaan, waarna het door het betreffende college kan worden afgerond. In het Afsprakenkader worden de bedrijventerreinen verdeeld in kleurcategorieën:
Afbeelding 4.2: kleurcodes nieuwe bedrijventerreinen in Regionaal Afsprakenkader NoordoostBrabant 4.2.3 De regionaal overeengekomen afspraken voor het bedrijventerrein Heesch West, geactualiseerd naar februari 2021 Vraag en aanbod hebben zich sinds opstellen Masterplan BCI (2017) en de regionale prognose STEC (2018) snel verder ontwikkeld. 2019 was al een jaar met een zeer hoge uitgifte, de eerste helft van 2020 overtrof het voorafgaande echter jaar al bijna geheel. Ondertussen is gebrek aan Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
aanbod een rem op uitgifte (een geheel tegengestelde situatie ten opzichte van de situatie waar eerder het regionaal afsprakenkader is bepaald). Terreinen die eerder een vestigingsalternatief voor Heesch West waren zijn nu nauwelijks nog beschikbaar. Er is een aanhoudend sterke regionale vraag die inmiddels regiobreed tot een urgente schaarste heeft geleid. De zeer snel gewijzigde marktsituatie raakt niet alleen de vestgingsruimte voor grootschalige bedrijven maar ook die van middelgrote bedrijven (kavels vanaf 5.000 m2). Naast werklocaties met een vergelijkbaar vestigingsprofiel is dit nu ook voor middelgrote bedrijven schaarste aan de orde. In het bestemmingsplan wordt op deze concrete dynamieken regionale schaarste ingespeeld met een meer op de regionale behoefte gericht vestigingsprofiel. Het nader bepaalde vestigingsprofiel en een beperkte omzetting in het aanbod (beperkt ook middelgrote bedrijven toelaatbaar) is, mede op basis van een update van het regioaanbod per 1 januari 2021, zorgvuldig met de regio en de provincie afgestemd. Vraaggericht ontwikkelen blijft hierbij het uitgangspunt. •
De actualisatie per februari 2021 is een verfijning met een meer regionale focus, het verandert niet de algemene afspraken voor de onderbouwing en fasering van het bedrijventerrein. De ontwikkeling vindt plaats in twee fases, in de eerste ontwikkelfase ('groen' in regionaal afsprakenkader) wordt maximaal 50 hectare netto direct bestemd Heesch West, mits de behoefte onderbouwd is. De tweede fase Heesch West 2 is circa 30 ha ('oranje' in regionaal afsprakenkader, vraaggericht ontwikkelen).
•
In het Afsprakenkader is aangegeven dat pas gestart wordt met de bestemmingsplanprocedure van nieuw aanbod, in dit geval Heesch West, als er sprake is van concrete vraag en er óf 70% van het gekoppelde terrein is uitgegeven óf als blijkt dat een bepaald vestigingskwaliteit ontbreekt (bijvoorbeeld kavels in een uitzonderlijke grootteklasse of milieucategorie). Bij Heesch West is Vorstengrafdonk het gekoppelde terrein. De voor Heesch West voorwaardelijk bepaalde 70% uitgifte op Vorstengrafdonk is inmiddels al ruimschoots behaald. Ook Vorstengrafdonk had een groot aandeel in de hoge gronduitgifte in de recente jaren;
•
Bij een nieuwe ontwikkeling (nieuw terrein en ook een tweede fase Heesch West) moet de vraag onderbouwd moeten worden. De behoefte wordt bepaald aan de hand van actuele regionale prognoses en zorgvuldige regionale afstemming. Oranje delen zullen dus niet per definitie in één keer ontwikkeld worden.
Er gelden conform regionale afspraken de volgende uitgangspunten (zie ook tabel 4.1):
2
•
Kleinschalige bedrijvigheid wordt naar mogelijkheden lokaal gehuisvest. Huisvesting op Heesch West is voor deze bedrijven niet mogelijk tenzij het specifiek ondersteunende diensten voor grootschalige logistiek en of energieconcepten betreft; in de doelgroepen en typering van bij recht-toegestane bedrijven zijn aan de logistiek ondersteunende bedrijven dan ook genoemd;
•
Uitgaande van een inwaartse zonering ten opzichte van de omliggende milieugevoelige bebouwing wordt op Heesch West bij recht tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan en na afwijking eventueel ook uit 5.12;
•
Bedrijven groter dan 5 hectare vinden elders geen passend aanbod meer. Deze grootschalige vraag betreft (XL-)logistiek maar ook bouw gerelateerde bedrijvigheid.
In dit herstelbesluit is categorie 5.1 niet langer mogelijk.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Heesch West voorziet voor deze bedrijven in een uniek en optimaal kavelaanbod. Mogelijke interesse vanuit Agrofood bedrijvigheid wordt primair naar Foodpark Veghel begeleid; •
Elders in Noordoost Brabant is bijvoorbeeld Laarakker qua kwantitatief aanbod een alternatief. Afstemming via het regionaal 1-loket draagt eraan bij om bedrijven op de qua ligging en kwaliteit meest passende locaties aan te duiden en hen daarbij te begeleiden. Constatering is dat vanuit marktperspectief er een 'waterscheiding' is binnen de regio. Dit is ook door de regio in het afsprakenkader Bedrijventerreinen zo vastgesteld;
•
Werkgelegenheid is een belangrijke drijfveer voor de ontwikkeling van Heesch West. Het is belangrijk om inzicht te hebben in de onderneming (eindgebruiker) die zich op Heesch West vestigt. Het is ongewenst dat projectontwikkelaars op risico bedrijfshallen ontwikkelen zonder dat de afzet voldoende verzekerd is, oftewel dat de eindgebruiker nog onbekend/ onzeker is. Afwijking is alleen mogelijk met een zorgvuldige motivering en na bestuurlijke afweging.
De aanpassingen in het vestigingsprofiel per februari 2021 betreffen: •
Verlagen van de minimale kavelgrootte van minimaal 1 hectare naar minimaal 5.000 m2 in het westelijke plandeel (circa. 14 hectare);
•
Toelating van bedrijvenclusters, georganiseerd rond gemeenschappelijke faciliteiten. Deze clusters moeten op complexniveau voldoen aan het minimale oppervlaktecriterium. Dit biedt mogelijkheden voor optimaal ruimtegebruik en schaalvoordelen, waarmee ook duurzame ambities gediend zijn. De verbondenheid moet een basis hebben binnen een bedrijfsketen/-sector die past in het vestigingsprofiel van Heesch West. Algemene bedrijfsverzamelgebouwen en of zakelijke dienstverlening zijn niet toegestaan;
•
Naast regionale verplaatsers (bouw, maakindustrie, logistiek) kan ook ruimte worden geboden aan bedrijven in regionale topsectoren, zoals bijvoorbeeld Life Sciences.
Tabel 4.1.: vestigingsprofiel voor bedrijven op Heesch West conform Masterplan. 4.2.4 Motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Het regionaal bedrijventerrein Heesch West richt zich op: •
Algemeen geldt voor de schaal en type bedrijvigheid die op Heesch West kan worden gehuisvest dat dit een ruimtevraag betreft die, vanwege bereikbaarheid en/of omgevingseffecten, niet meer binnen bestaande bedrijvenlocaties of overige bestaand stedelijk gebied kan worden ingepast.
•
Grootschalige logistiek. Vanwege de aard van de bedrijvigheid is het noodzakelijk dat deze percelen vanwege de bereikbaarheid nabij een snelweg worden gerealiseerd. Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied zou leiden tot ongewenst zwaar verkeer door bestaande stedelijk gebied. Daarnaast is er binnen het bestaande stedelijk gebied geen passend aanbod.
•
Voor de bouwsector worden de komende jaren thema's als duurzaam bouwen en standaardisering (prefabricage) steeds belangrijker. Heesch West is gezien de concentratie van bouwbedrijven in de regio en de gunstige centrale ligging een interessante locatie voor het faciliteren van innovatieve concepten binnen deze sector. De transitie naar een meer duurzame en een meer circulaire economie krijgt concreet vorm, waarbij logistieke processen een belangrijke plek hebben. Producenten proberen meer regie te krijgen over de totale keten en kijken ook steeds meer naar retourstromen.
•
Verwerkende bedrijven spelen in op de retourstromen en zoeken daarbij naar strategische partners. Logistieke dienstverleners ontwikkelen omgekeerde ketens met klanten of sluiten aan bij andere partners.
•
Heesch West is met het bedrijvenprofiel, schaalgrootte en duurzame ambities bij uitstek geschikt om voorop te gaan bij innovaties in circulaire economie en grootschalige duurzame lokale opwekking van energie. Een geconcentreerde ontwikkeling van functies biedt schaalvoordelen.
•
Regionale verplaatsers. Binnen de regio Noordoost Brabant, waaronder de gemeenten Bernheze, Oss en 's-Hertogenbosch zijn bedrijven waarvan het gewenst is dat deze naar een meer geschikte locatie verplaatsen. Het gaat om bedrijven die actief zijn in bijvoorbeeld de bouw en infra, maakindustrie, logistiek en recycling die qua bereikbaarheid of hinder veroorzaken voor de omgeving, waardoor ze niet meer in bestaand stedelijke gebied passen. Heesch West is met de milieuruimte en grootschalige opzet een interessante vestigingslocatie voor dit soort bedrijven. Ook voor bedrijven uit de regio die een snelle groei doormaken en veel ruimte nodig hebben kan Heesch West interessant zijn als opschalingslocatie. De marktvraag vanuit regionale verplaatsers is onderdeel van de marktinventarisatie en de regionale afstemming. In het uitgiftebeleid worden regionale ruimtelijke/economische belangen in de afweging bedrijven toe te laten nadrukkelijk betrokken.
4.2.5 Onderbouwing behoefte Heesch West en regio Noordoost-Brabant •
Heesch West beoogt onder meer robuuste bedrijven met enige milieu-impact en/of aanzienlijke verkeersbewegingen te vestigen. Deze bedrijven kunnen niet in het bestaande aanbod, kleinschaliger bedrijfskavels worden gemengd of anderszins in een vraaggerichte aanpak in het bestaand stedelijk gebied worden ingepast. Het is bij inpassing van deze bedrijven, ook voor een goede beheersing van omgevingseffecten en
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
verkeer, gewenst dat deze bedrijvigheid geconcentreerd worden. Regionaal bedrijventerrein Heesch West voorziet in die behoefte; •
Heesch West wordt ontwikkeld in 2 fases, initieel behoedzaam beschouwd in een ontwikkelperiode van 20 jaar (voor de eerste fase van 50 hectare wordt een beschouwingsperiode van 10 jaar aangehouden).
•
Met peildatum januari 2018 heeft adviesbureau Stec - aanvullend op het Masterplan prognoses gemaakt voor de ruimtebehoefte voor bedrijven voor de periode tot 2030 en een doorkijk naar 2030-2040. De indeling van STEC op basis van functioneel grootschalig en middelgroot/klein en stedelijk geeft een inventarisatie waarbij alle terreinen in de regio gekwalificeerd zijn. De prognoses van STEC 2018 bevestigden de ruimtebehoefte zoals die in het Masterplan is geïdentificeerd en zoals die leidde tot het vestigingsprofiel van Heesch West en wijze waarop Heesch West in de kwalificatie wordt opgenomen.
•
Bij het opstellen van deze prognoses in 2018 was de forse toename van de gronduitgifte nog niet voorzien. Er werd in 2018 op basis van het toen nog voldoende ruim geachte aanbod en een behoedzame prognose van uitgegaan dat Heesch West, naast overig aanbod in de regio, in een complementair aanbod kon voorzien.
•
Vanaf 2018 is in de regio en met name ook op de werklocaties in de bij Heesch West betrokken gemeenten de gronduitgifte zeer voortvarende verlopen. Er is een aanhoudend sterke regionale vraag die inmiddels regio-breed tot een urgente schaarste heeft geleid. Naast grootschalige werklocaties met een vergelijkbaar vestigingsprofiel is er nu ook voor middelgrote bedrijven (kavels vanaf 5.000 m2) schaarste aan de orde. Binnen bestaand stedelijk gebied kan praktisch niet meer in de behoefte van middelgrote en grote bedrijven worden voorzien. Ook bijvoorbeeld bedrijventerrein Vorstengrafdonk kan niet meer voorzien in de ruimtevraag.
•
Onderzoek van Stec Groep naar locatiebeslissingen bedrijven 2020 toont ook de hoge dynamiek die de regio Noordoost Brabant nu aanhoudend kent. Behoudens de regio Rijnmond was er in 2020 geen regio met een hogere ruimtevraag. Het betreft overwegend vraag naar middelgrote en grotere bedrijfskavels.
Afbeelding 4.3: Locatiedynamiek op bedrijventerreinen in vierkante meters per COROP regio
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
•
Ten behoeve van de hiervoor beschreven verfijning van het bedrijvenprofiel met een meer regionale focus is als onderdeel van de nadere onderbouwing en afstemming met de regio het regionale aanbod per 1 januari 2021 in beeld gebracht.
Afbeelding 4.4: Aanbod bedrijventerreinen Noordoost Brabant januari 2021 •
Het is voor een vitale regionale economie en werkgelegenheid belangrijk om middelgrote en grote bedrijven die zich doorontwikkelen goede ontwikkelkansen te kunnen bieden. Deze vraag is concreet aanwezig. Dit is onder meer ook naar voren gekomen uit een inventarisatie van bedrijvenverenigingen in de regio. Voorzien dat die vraag zich de komende jaren verder zal ontwikkelen en dat deze behoefte bijvoorbeeld in de dorpen zelf onvoldoende met vraaggericht ontwikkelen kan worden ingepast.
•
Vanwege de regionale krapte en de toenemende regionale vraag wordt de focus van Heesch West meer bepaald op sterke regionale sectoren en bedrijven met een sterke regionale binding. Voor zover in regionale afstemming blijkt dat via vraaggericht ontwikkelen op de actuele vestigingslocatie van een bedrijf wel groeimogelijkheden aanwezig zijn wordt dat in het afwegingskader voor de gronduitgifte en de regionale afstemming betrokken.
•
Doorstroming van bedrijven die hun huidige vestigingslocaties ontgroeien kan effectief bijdragen aan lokale, veelal minder grootschalige, vraag en doorontwikkeling van de achter te laten locaties. Dit zal niet tot grootschalige leegstand leiden. Er is ook een aanzienlijke lokale en regionale vraag van bedrijven kleinere en middelgrote bedrijven die niet of maar beperkt op bestaande bedrijvenlocaties of Heesch West kan worden ingevuld. Heesch West draagt zo ook indirect bij aan de toekomstbestendige ontwikkeling van de bestaande terreinen in de regio, vanwege de schuifruimte; dynamiek op bestaande terreinen draagt bij aan vitaliteit en investeringskansen op vertreklocaties.
•
Voor sommige bedrijven, daar waar de herkomstlocatie niet (meer) een bedrijvenmilieu betreft maar het een bedrijf betreft dat meer van oudsher gegroeid is kan op de Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
vertreklocatie de leefbaarheid worden verbeterd en kan mogelijk ook transformatie naar andere functies, bijv. woningbouw een overweging zijn. •
Op basis van de huidige concrete belangstelling van bedrijven (peiling aanmeldingen 1 september 2021) wordt een grote vraag voorzien vanuit regionale ondernemers. De bedrijfssectoren die zich melden is een mix van bedrijven. Sterk vertegenwoordigd in de vraag zijn bouw en infra, maakindustrie, groothandel en logistieke bedrijven met een regionale binding, veelal met een grote ruimtebehoefte. Dat is niet verassend want deze economische sectoren zijn nu al sterk vertegenwoordigd in de regionale economie, ontwikkelen zich goed en kenmerken zich vaak ook door schaalvergroting en innovatie.
Afbeelding 4.5: Belangstelling bedrijven, september 2021 •
De verwachting is dat, ook met aandacht voor regionale prioritering, Heesch West zich aanmerkelijk sneller zal ontwikkelen dan eerder is verondersteld.
•
De regionale afstemming is op 3 februari 2021 bevestigd.
Actualisatie onderbouwing behoefte herstelbesluit •
Inmiddels is er een nieuwe behoefteraming beschikbaar gekomen, de ‘Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant’ (STEC, 1 september 2022). Deze behoefteraming borduurt voort op de eerdere onderzoeken die STEC heeft uitgevoerd.
•
Zoals blijkt uit deze behoefteraming is er in de provincie Noord-Brabant een zeer aanzienlijke behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen. De vraag is veel groter dan de harde plancapaciteit. Op basis van regionale afspraken kunnen gemeenten nog voor zo’n 280 hectare plannen ontwikkelen. Daarnaast sluit de kwaliteit van het harde planaanbod niet optimaal aan op de vraag van bedrijven. Met name voor grootschalige distributie en reguliere (MKB-)terreinen is er meer vraag dan aanbod. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
•
Heesch West is gelegen in de (bestuurlijke) regio ‘Noordoost-Brabant’. Hier is sprake van een vergelijkbaar beeld: een aanzienlijk tekort aan bedrijventerreinen, zowel in de periode tot en met 2030 als in de tien jaren daarna. Tot 2030 is er een behoefte van 80 tot 128 hectare en na 2031 nog een aanzienlijke doorgroei van de ruimtevraag van 120 tot 169 hectare t/m 2040.
•
Daarnaast is de vervangingsvraag geraamd op 19 ha. De totale behoefte aan bedrijventerrein in de periode 2031 t/m 2040 bedraagt daarmee tussen de 139 en 188 ha (resp. laag en hoog scenario).
•
Bovendien zal de geraamde uitbreidingsvraag naar alle waarschijnlijkheid zijn onderschat en hoger liggen dan in de behoefteraming geprognosticeerd. Dit komt vooral door bovenregionale vraag en additionele vraag vanuit regio’s Nijmegen en Venlo-Venray, die een sterke economische relatie hebben met Noordoost-Brabant. Er is arbeidspotentieel en de krapte op de bedrijventerreinenmarkt in deze naastgelegen regio’s. Ook spelen de aantrekkelijke, bovenregionale positie van Noordoost-Brabant en het hoge uitgifteniveau van de afgelopen jaren hierin mee.
Actuele toetsing en conclusie voor Heesch West •
Het Regionaal Bedrijventerrein Heesch West voorziet in de door STEC beschreven behoefte. Zelfs als wordt uitgegaan van het lage scenario is er tot en met 2030 per saldo voldoende marktruimte voor de 80 ha bedrijventerrein die met dit plan mogelijk wordt gemaakt.
•
Kijkend naar de behoefte tot en met 2040 geldt een behoefte in het lage scenario van 219 ha (80 + 139). Rekening houdend met Heesch West is er nog een aanzienlijk tekort aan bedrijventerrein en is het belang van de ontwikkeling van Heesch West evident. Daarmee staat vast dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
•
In de behoefteraming van STEC wordt op pagina 57 ten slotte het volgende aangegeven met betrekking tot Heesch West, waarmee de brede en regionale behoefte aan het bedrijventerrein Heesch West wordt bevestigd: “We zien dat de regio moeite heeft om ruimte voor bedrijven beschikbaar te krijgen en houden. De druk op de ruimte is groot, ook vanuit andere functies. Zo is de Euterpelaan in Oss in beeld voor transformatie. Daardoor zal juist ook extra aandacht voor en inzet moeten zijn op zorgvuldig en intensief ruimtegebruik, extra inspanning op herstructurering en waar nodig wellicht selectiviteit in vestigingsbeleid. Dit heeft een drukkend effect op de ruimtevraag in hectares, maar kan wel zorgen dat meer bedrijven met ruimtevraag ook bediend worden. Een locatie als Heesch West kan vanuit de locatiekenmerken uitstekend voorzien in ruimtevraag van XXL-logistiek. Dit neemt niet weg dat deze locatie ook geschikt is voor doorgroeiende MKB-bedrijven. Hier wordt in het bestemmingsplan ook ruimte voor geboden, door in het westelijk deel kavels aan te bieden vanaf 5.000 m2 . Dit levert op zijn beurt weer ruimte op voor startende en groeiende kleinere bedrijven op achterblijvende locaties.”
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
4.2.6 De bestemmingsregeling De eerste fase: 50 ha netto Zonder actieve acquisitie kan Heesch West zich verheugen op interesse vanuit diverse partijen en sectoren. De vraag sluit goed aan op het vestigingsprofiel en heeft in overwegende mate een regionale herkomst. Met name bestemmingsonzekerheid maakt dat contacten nog niet omgezet kunnen worden in contracten. Voor Heesch West is er behoefte aan een duidelijke, maar flexibele en marktgerichte strategie met afwegingsruimte. De regionale afspraken en de conclusies van het Masterplan zijn doorvertaald naar het voorliggende bestemmingsplan. Gekozen is voor een duidelijke bestemmingsregeling, waarbij de eerste fase (50 ha netto) bij recht kan worden ingevuld door bedrijven op basis van het vestigingsprofiel zoals dat in het Masterplan is bepaald. Voor bedrijven die niet direct passen binnen deze doelgroepen en typering is op Heesch West binnen de eerste 50 ha eventueel ook ruimte (na een vergunningprocedure middels het instrument 'bestemmingsplanactiviteit'), als uit de regionale afstemming – zoals verzorgd door in eerste instantie het 1-loket en vervolgens bestuurlijk in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) een positief advies volgt. De deelgebieden met de bestemming “Bedrijventerrein” waarbinnen de eerste 50 ha netto bij recht mogelijk is, zijn gezamenlijk overigens groter dan 50 ha, namelijk circa 65 ha netto.
De reden daarvoor is dat zo diverse locatiekwaliteiten (in het bijzonder kavelgrootte, milieucategorie en ruimtelijke kwaliteit) en daarmee de complementariteit van Heesch West in het regionale aanbod optimaal te benutten. Dit dient zowel de optimale bediening van een bedrijf op kortere termijn als een goede regie op schaarse aanbod op iets langere termijn; 'het juiste bedrijf op de juiste plek' is zo het uitgangspunt. Omdat de GR alle gronden zelf in handen heeft, kan zij zelf sturen. Qua milieucategorieën is bij recht maximaal categorie 4.2. toegestaan. De tweede fase: 30 ha netto extra Vervolgontwikkeling van Heesch West kan aan de orde zijn als dat in een duidelijke vraag voorziet; vraaggericht ontwikkelen dus. Die doorkijk naar de tweede fase en uitontwikkeling tot uiteindelijk maximaal 80 hectare netto is vanuit meerdere perspectieven zeer belangrijk: •
Het regionale bedrijventerrein heeft een significante impact op de omgeving en moet daarom vanaf de start van de ontwikkeling integraal beschouwd worden, zowel voor een optimale terreinontwikkeling en verkeersontsluiting als voor de goede, omgevingsbewuste goede ruimtelijke inpassing.
•
Maar zeker ook uit marktperspectief, naarmate de eerste fase zich voorspoedig vult en er ook in de regio steeds meer schaarste ontstaat, is het van belang praktisch en voortvarend het potentieel rechtstreeks in aanbod om te kunnen zetten. Als die behoefte ontbreekt komt dit aanbod uiteraard niet aan de orde. Uitgangspunt: Ja, mits, waar een zorgvuldig afwegingsproces aan vooraf gaat.
Het RRO, het POHO EZ en het 1-loket hebben dan ook een belangrijke rol bij het aanwenden van de tweede fase (30 ha netto). Deze extra hectares kunnen alleen worden benut als uit de regionale afstemming – zoals verzorgd door het RRO, voorbereid door het POHO EZ en het 1loket – blijkt dat de meerderheid binnen het RRO positief is. Deze nadere afweging onder
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
voorwaarden wordt in het bestemmingsplan door een bestemmingsplanactiviteit geborgd, aangezien in de omgevingswet de wijzigingsbevoegdheid komt te vervallen. De tweede fase wordt mogelijk in delen (dus stapsgewijs) ontwikkeld en dus mogelijk met afhankelijk van de concrete ruimtevraag. Ter plaatse van de gronden die via de genoemde bestemmingsplanactiviteit nader worden afgewogen, geldt alsdan uiteraard ook de afwijkingsbevoegdheid voor andersoortige bedrijfsdoelgroepen en typering. Tot het moment dat de toelating van bedrijven door middel van de nadere afweging met een bestemmingsplanactiviteit mogelijk wordt, is al duurzame energieopwekking mogelijk binnen dit plandeel. In de bestemmingplanactiviteit voor het toevoegen van 30 ha netto is in de eerste plaats geregeld dat moet worden voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking, en ook dat de behoefte aan een specifieke locatiekwaliteit die binnen de eerste 50 ha niet (meer) voorhanden is. De vestigingskwaliteiten binnen de regio moeten zo optimaal mogelijk benut worden. 4.3 Conclusie Geconcludeerd wordt, dat is voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Hoofdstuk 5 Beleid Op het herstelbesluit is – op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet – het oude recht (zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing. Wetgeving die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is daarom niet van toepassing en niet opgenomen en getoetst in dit herstelbesluit. Ook in de bijlagen (rapporten) bij deze toelichting worden enkel de voor dit plan relevante kaders (onder de Wro) geschetst. Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ordening. Paragraaf 5.1 behandelt het rijksbeleid. Het provinciale beleid is opgenomen in paragraaf 5.2. Het relevante gemeentelijk beleid staat in paragraaf 5.3. 5.1 Rijksbeleid 5.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 11 september 2020 Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio¡¦s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen.
Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet komt er een rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland gaat uit van een klimaatbestendige delta, een duurzame, concurrerende en circulaire economie, een hoge kwaliteit van leven in stad en dorp, nabijheid en betrouwbare verbindingen en veilig en gezond leven voor iedereen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk, het elektriciteitsnetwerk ook rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. Het kabinet zet daarbij in op clustering van grootschalige logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Logistieke clusters moeten multimodaal ontsloten zijn voor goederen en voor personen. De kunst is om interventies en investeringen ook ten goede te laten komen aan de ambitie voor de lange termijn: het duurzaam en circulair maken van de Nederlandse economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. Gebouwen moeten circulair ontworpen worden zodat bij leegstand of aan het einde van de levenscyclus weer nieuwe functies voor de ruimte mogelijk zijn. Voor alle clusters geldt de eis van zo optimaal mogelijke inpassing in het landschap, zodat hoogwaardige werklandschappen worden gerealiseerd. Dat geldt ook voor de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe, en ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot.
De NOVI geeft daarom richtingen mee die bij inpassing van energieinfrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Samen met de NOVI wordt een uitvoeringsagenda gepresenteerd. Hierin is beschreven hoe het Rijk, samen met alle betrokken overheden en andere partijen, uitvoering zal geven aan de Nationale Omgevingsvisie. Doorvertaling van de NOVI naar regionale aanpakken wordt beschreven in Omgevingsagenda’s en regionale verstedelijkingsstrategieën. 5.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het Rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is energiezekerheid aangegeven als één van de middelen om de Nederlandse concurrentiekracht te verbeteren.
Deze zekerheid kan bereikt worden door zelf meer energie op te wekken, het liefst op duurzame wijze. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is in 2012 ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe ladder is ten opzichte van de voorgaande ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In Hoofdstuk 4 Ladder voor duurzame verstedelijking is hier uitvoerig op ingegaan. 5.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart) en Erfgoed (Unesco). Het Barro is niet van invloed op deze voorgenomen ontwikkeling en stelt geen specifieke regels voor het plangebied. 5.1.4 Crisis- en herstelwet (Chw) De Crisis- en Herstelwet (Chw) is in 2010, in de economische crisis, vastgesteld om geplande bouwprojecten naar voren te halen. Het Rijk wilde er op deze wijze voor zorgen dat bouwbedrijven gedurende de crisisjaren voldoende werk bleven behouden, en inmiddels zijn er diverse toevoegingen aan de wet gedaan zodat inmiddels meer sprake is van een wet die anticipeert op de Omgevingswet, die in 2024 in werking is getreden.
De wet maakt het bijvoorbeeld mogelijk om kortere (aanvraag)procedures te hanteren voor onder andere ruimtelijke plannen, zodat deze versneld gerealiseerd kunnen worden. De Chw stelt ook experimenteerbepalingen in: deze maken het mogelijk om bepaalde wetten tijdelijk opzij te zetten om zo een project of plan mogelijk te maken, dat anders beperkt wordt door deze wet(ten). Dit wordt geborgd in bestemmingsplannen met een verbrede reikwijdte. In paragraaf 1.1.7 Crisis- en herstelwet van deze toelichting is reeds ingegaan op de onderdelen uit dit bestemmingsplan die onder de verbrede reikwijdte vallen. 5.2 Provinciaal beleid 5.2.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een 'diepe' manier van kijken, een 'ronde' manier van kijken en een 'brede' manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten.
De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: "Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal". Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op werklocaties De provincie Noord-Brabant zet in op het toekomstbestendig maken van de werklocaties in Brabant. Het (kwalitatief) 'up-to-date' houden van de bestaande werklocaties is van vitaal belang voor een concurrerende economie, innovatie, werkgelegenheid, zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van vergroenings- en duurzaamheidsambities. Op bedrijventerreinen liggen grote opgaven en kansen in het kader van klimaatadaptatie, energietransitie (zoals het gebruik van restwarmte, energieopwekking) en slimme mobiliteit. Uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen wordt vraaggericht opgepakt, vanuit een kwalitatieve insteek. De ruimtevraag is vooral gekoppeld aan de groei van (zeer) grootschalige logistiek.
Gezien de schaal en de impact van deze ontwikkelingen op het landschap, en mogelijke tijdelijkheid van de ruimtebehoefte van deze doelgroep, hechten de provincie aan een integrale aanpak waarbij de opgaven voor klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, circulaire verstedelijking en de kwaliteit van het landschap vanaf het begin van het planproces worden meegenomen. De ontwikkeling van Heesch West krijgt in intensieve samenwerking met de provincie vorm. Heesch West gaat zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw en circulaire economie, dooraderd met duurzame toepassingen en energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. Hiermee sluit het plan aan op de uitbreiding van het (ruimtelijke) areaal bedrijventerreinen en de kwalitatieve vraag, die verder is toegelicht in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Hoofdstuk 4). Tot slot betreft het plangebied niet alleen het bedrijventerrein, maar ook aanpassing en opwaardering van de infrastructuur er naar toe. Hiermee biedt het plan een integrale aanpak, in lijn met de visie op werklocaties zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen.