Bijlage 4 Toelichting inclusief bijlagen bij Herstelbesluit bestemmingsplan Heesch West (1)
Tekst van het document
Ook dient bij iedere nieuwe ontwikkeling waterberging gerealiseerd te worden, bij voorkeur in het groen, en wordt bij nieuwe ontwikkelingen een substantieel aandeel aan groen gewaarborgd via een wijkspecifieke norm. Paragraaf 5.3.5 gaat nader in op de verordening.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
5.3.5 Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021 Om de gevolgen van klimaatverandering voor ’s-Hertogenbosch te beperken is een verordening opgesteld voor bomen, het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. Met de regels in deze verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen in juridisch opzicht geborgd. Op deze manier is voor iedereen duidelijk wat wel en niet mag en hoe de gemeente daarop toeziet. Water Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Daarom is in de verordening onder meer de verplichting opgenomen voor perceeleigenaren om hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwatervoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd. Indien een ontwikkeling voorziet in meer dan 500 m2 oppervlakteverharding, moet een hemelwatervoorziening worden gerealiseerd die minimaal 60 mm hemelwater per m2 toename verhard oppervlak of vernieuwd bestaand verhard oppervlak kan verwerken.
Dat kan bijvoorbeeld door een (of meerdere) centrale watervoorziening(en). Aan deze norm wordt ruimschoots voldaan. In het bestemmingsplan is, in artikel 5.2.8 Voorwaardelijke verplichting waterberging, voorgeschreven dat moet worden voorzien in 70 mm waterberging per m2 verharding. Dat is dus strenger dan in de verordening. Groen Om te komen tot een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving is een groennorm vastgesteld. Per gebied is een ondergrens van het percentage groen aangegeven. Voor het gebiedstype 'bedrijventerreinen' geldt een norm van 10%. Bij een project met 500 m2 of meer aan nieuwe verharding moet voor 10 procent groen gezorgd worden. Het uitgangspunt is dat indien niet wordt voldaan aan de groennorm het plan, het project, de ontwikkeling, het initiatief of de activiteit wordt aangepast totdat er wel kan worden voldaan. De uitwerking van deze groenscore is zowel kwantitatief in hoeveelheid groen (m2) als kwalitatief in de mate van biodiversiteit. Toetsing aan de groennorm wordt gedaan aan de hand van een nieuw instrument; de groenscore. Met de groenscore wordt getoetst of er voldoende groene elementen in het plan worden meegenomen.
Een plan of project wordt onder meer beoordeeld op het oppervlak aan groen boven de gestelde norm voor de betreffende locatie, behoud van bestaand groen en bomen, beplanting van gebiedseigen en inheemse soorten, natuurinclusief bouwen (o.a. groene gevels) en andere voorzieningen voor faunasoorten. Ook het plaatsen van drachtbomen zorgt voor punten. Het principe van deze groenscore is vertaald en voor Heesch West verder uitgewerkt in het Circulair kwaliteitsplan. Er zijn ook specifieke regels opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (zie bijvoorbeeld artikel 5.2.10) waarin hiernaar wordt verwezen.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Bomen en houtopstanden De verordening geeft aan welke regels de gemeente hanteert voor het vellen van houtopstanden (bomen), het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. De regels voor bomen en water zijn gebaseerd op de gemeentelijke regels die voorheen golden. Voor groen is een groennorm opgesteld. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Deze categorieën zijn aangeduid op de bijbehorende Bomenkaart. Het gaat om: - monumentale houtopstanden - waardevolle houtopstanden - beschermde houtopstanden gelegen binnen Structuren - beschermde houtopstanden gelegen binnen Sfeervlakken Deze categorieën zijn vergunningplichtig in het kader van de verordening Bomen Water en Groen 2021. Volgens de Groene kaart, zoals genoemd in de Verordening bomen, water en groen 'sHertogenbosch 2021, zijn er binnen het plangebied geen sfeervlakken gedefinieerd. Er zijn wel verschillende structuren en monumentale bomen te vinden. Het grootste deel ervan ligt binnen de gemeente den Bosch. Deze zijn terug te vinden op de Groene kaart.
Een aantal waardevolle structuren en bomen zijn op grondgebied van Bernheze gelegen. De beschermde knotwilgen op Berhezes grondgebied die in de Beschermde bomenlijst van de gemeente Bernheze (3 juli 2008) zijn opgenomen als waardevol, worden in dit plan gezien hun ligging langs wegen, behandeld als structuurbomen. Aanverwante wetgeving: Wet natuurbescherming Het plangebied ligt voor het overgrote deel buiten de bebouwde kom volgens de Boswet. Dat betekent, dat daar naast de regels uit de Verordening Groen en Bomen van toepassing kunnen zijn. Hier is het gestelde in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De hoofdregel is dat houtopstanden buiten de bebouwde kom boswet, bestaande die bestaan uit meer dan 20 exemplaren of met een gezamenlijk oppervlak van meer dan 10 are pas mogen worden geveld als dat voornemen tot vellen minimaal een maand tevoren gemeld is bij de Provincie. Deze bomen moeten binnen drie jaar herplant worden. Toetsing In de begrenzing van het plangebied staan veel individuele bomen, lanen en landschapselementen als houtwallen en singels. Voorbeelden zijn de Koksteeg en de Ruitersdam. Daarnaast zijn er verschillende huiskavels aanwezig waar een ander sortiment te vinden is wat meer aansluit bij het karakter van die locatie. Voorbeeld zijn notenbomen, kastanjes en knotlindes.
Inpassen Uitgangspunt is dat aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten voor zover mogelijk worden behouden en ingepast. In het landschapsplan van zijn de aanwezige bouwblokken ingetekend en vastgesteld, en is de inrichting van het plangebied op een DO niveau uitgewerkt. Tijdens het Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
ontwerpproces van de omliggende ruimtes is uitgegaan van de inpassing van de monumentale bomen en waardevolle structuren. Daarbij zijn de duurzaam in te passen boomstructuren (zoals het grootste deel van de eiken aan de Weerscheut) ingepast. Verplanten Bomen die niet ingepast kunnen worden, kunnen wellicht worden verplant. Tijdens de inventarisatie is een grove inschatting gemaakt van de verplantbaarheid van de bomen. Daarbij is de aanwezigheid van een goede herplantlocatie minstens zo belangrijk als de verplantbaarheid zelf. Doel is immers een duurzaam in stand te houden boom binnen het plangebied. Vervangen Bomen die niet ingepast kunnen worden, en waarvan de herplant niet mogelijk is en geen meerwaarde oplevert, worden vervangen. Dit gaat om het overgrote deel van de niet inpasbare bomen. In de zuidzijde van het gebied is meer dan voldoende ruimte voor deze compensatie. Om de effecten van het nieuwe plan te beoordelen is er een inventarisatie uitgevoerd van alle aanwezige bomen, hun kroonprojectie en levensverwachting. Voor iedere boom is vervolgens bepaald of hij kan worden ingepast, verplant of moet worden gecompenseerd. Van de niet inpasbare bomen is bepaald of ze kunnen worden verplant of niet. Daarnaast is aangegeven hoe de te kappen bomen worden gecompenseerd. Dit is uitgewerkt in het Landschapsplan.
De inventarisatiegegevens De bomen in het plangebied zijn ingemeten en beoordeeld. Het gaat om 2577 individueel ingemeten bomen en diverse bosschages en bosplantsoen. In onderstaande tabel zijn de gegevens samengevat. Levensverwachting
Jaren
Aantal
Goed
>15 jaar
2216
Voldoende
5-15 jaar
335
Slecht
<5 jaar
33
Zoals te zien zijn de bomen in het plangebied voor het overgrote deel in voldoende tot goede staat, met een bijbehorende levensverwachting. Analyse Monumentale bomen Inpassen monumentale bomen: twee lindes en vier knotlindes aan de Koksteeg bij nr 14 A/B. Aan de noordzijde van deze locatie komt een ontsluitingsweg rond de bouwblokken te liggen. De dichtstbijzijnde linde is ooit geknot. De boom moet opnieuw geknot worden en de in te passen verharding met technische oplossingen aangelegd dat de duurzame instandhouding van de boom niet in het gedrang komt. De knotlindes worden ingepast. Ook vier andere bomen zijn monumentaal. De bomen zijn voorzien van de beschermende aanduiding 'Monumentale boom'.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Structuren De structuren buiten de bebouwingsvlakken worden waar mogelijk ingepast. Eiken aan de Weerscheut, houtwallen en singels aan de Ruitersdam en de Zoggelsestraat hebben een in het landschapsplan belangrijke erkende waarde. Om de aansluiting de rotonde aan de Weerscheut mogelijk te maken, zullen de oostelijke twee rijen verwijderd moeten worden. De structuur als zodanig blijft bestaan. Aan de Bosschebaan staan grotendeels populieren van ca 40 jaar oud. Het op een dusdanige wijze aanpassen van de ontsluiting aan de noordzijde dat deze bomen kunnen worden ingepast, weegt niet op tegen de individuele waarde van de bomen. Zij worden vervangen door en menging van langdurig in stand te houden soorten als eiken, linde en iepen. Structuurbomen worden zoveel mogelijk gecompenseerd in nieuwe structuren binnen het plangebied. Overige bomen De overige bomen in het gebied zijn niet kapvergunningplichtig in de zin van de bomenverordening. Ook hier geldt het uitgangspunt om zoveel mogelijk in te passen. Dit resulteert in het volgende overzicht: In te passen
1613 stuks (opp. 84.540 m2)
Te verplanten
85 stuks
Te vervangen
879 stuks (opp. 20.200 m2)
Vervolgtraject Het ontwerp in het Landschapsplan zal in deelplannen uitgewerkt worden. Voor sommige delen, zoals de Rekken, moeten nog beslissingen genomen worden over de inpassing, vervanging of het verplanten van de bomen. Daarnaast worden de rotondes nog aangepast. Dat heeft zijn beslag op de hoeveelheid te vellen en te herplanten bomen. Na deze te verwachten aanpassingen van het DO en de uitwerking daarvan in deelplannen en bestekken, zal de boomeffectanalyse daarom herhaald moeten worden. Op zich niets nieuws; de analyse van het effect van de werkzaamheden op de bomen wordt tijdens het verloop van bestemmingsplan, vergunningsfase en realisatie per fase gecontroleerd en zo nodig aangevuld om te controleren of er wijzigingen nodig zijn om de bomen in het plangebied in stand te houden of aanvullend te vervangen of verplanten. Bij de vergunningverlening, de besteksvorming en de vervolgtrajecten worden met boomeffectanalyses en inpassingsonderzoeken invulling gegeven aan de instandhoudingsplicht. 5.3.6 Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch 2017 Het Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch 2017 is vastgesteld in september 2017. Het doel is de kaders voor het bomenbeleid vastleggen op basis van een visie over groen en bomen in ’sHertogenbosch. Hieraan kan uitvoering worden gegeven middels de Bomenverordening van ‘sHertogenbosch en andere instrumenten.
Het Bomenbeleidsplan gaat vooral over hoe de Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
gemeente omgaat met bestaande bomen. Voor de wijze waarop bomen in dit plan worden ingepast, wordt verwezen naar de vorige paragraaf 5.3.5. 5.3.7 Bomenbeleidsplan 2017-2027 Bernheze Het Bomenbeleidsplan 2017-2027 van gemeente Bernheze werkt met een indeling in drie categorieën: - Monumentale en toekomstbomen - Structuurbomen - Overige bomen Monumentale en toekomstbomen en structuurbomen vallen onder het kapverbod in de Verordening Fysieke Leefomgeving (2021) van de gemeente Bernheze. Anno 2021 geldt de Beschermde Bomenlijst uit 2008 waarin bomen zijn aangewezen als monumentaal of waardevol. De status 'waardevol' bestaat feitelijk niet meer volgens het geldende Bomenbeleidsplan. De beschermde knotwilgen op Bernhezer grondgebied, die in de Beschermde Bomenlijst zijn opgenomen als waardevol, worden in dit plan gezien hun ligging langs wegen behandeld als structuurbomen (afbeelding 5.5). De omgang met (structuur)bomen is in Bernheze vergelijkbaar aan die van 's-Hertogenbosch (inpassen-verplanten-vervangen).
Afbeelding 5.5: Weergave Beschermde bomenlijst 2008 (monumentale bomen = blauwe sterretjes, waardevolle bomen = rode sterretjes)
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Afbeelding 5.6: Bestaande knotwilgen op grondgebied Bernheze 5.3.8 Beleidsplan / Visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig 2021 De stad van de toekomst is een groene stad. Gemeente ’s-Hertogenbosch streeft ernaar dat de stad zelf in staat is om wateroverlast en hitte op te vangen. Een soortenrijke stadsnatuur, dichtbij de inwoners en het versterken van de relatie van de stad met het buitengebied. De ambitie is een gezonde, groene, natuur- en waterrijke gemeente die klimaatbestendig is in 2050. Hierin is opgenomen hoe via bestaande en nieuwe groenblauwe structuren, diverse actuele grote opgaven rondom het bodem-, water- en ecologisch systeem aangepakt kunnen worden. Dit betekent: -
Het toepassen van het sponsprincipe; Het ontwikkelen van een robuust netwerk van groenblauwe structuren; Het vergroten van de biodiversiteit
Bij nieuwe ontwikkelingen en projecten wordt de aanleg van groen en natuurinclusief bouwen gestimuleerd. De ambitie bij nieuwe bedrijventerreinen is een fijne groene dooradering als uitgangspunt in de verkaveling, waardoor de kwaliteit van de omgeving toeneemt. In de gebiedspaspoorten (zie 5.3.9) wordt ingegaan op de specifieke knelpunten en doelen en voorgestelde maatregelen. 5.3.9 Gebiedspaspoorten 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig 2024 Het beleidsstuk Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig is een gebiedsgerichte uitwerking van de Visie ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig uit 2021. In de Visie staan de verschillende opgaven om ’s-Hertogenbosch beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan. Het hoofddoel van de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig is om deze opgaven integraal en gebiedsgericht in beeld te brengen en om bouwstenen aan te reiken om hier invulling aan te geven. Hiervoor is een nieuwe gebiedsindeling gemaakt op basis van water- en bodemkenmerken (“water en bodem sturend”). En er is een Bossche maatlat ontwikkeld waarin de opgaven en ambities per thema (biodiversiteit, hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen, leven met ’t groen) zijn uitgewerkt. Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Het resultaat is een ruimtelijk ambitieus en beeldend toekomstperspectief dat aansluit bij de identiteit van gemeente ’s-Hertogenbosch en de bestaande groenblauwe structuren. In de gebiedspaspoorten worden per deelgebied opgaven, kansen en knelpunten benoemd en prioriteiten aangegeven. -
-
-
-
-
Verbeteren biodiversiteit: groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit wordt versterkt op alle schaalniveaus. Bestrijden van droogte: rekening houden met grondwaterbestanden en zoetwaterbeschikbaarheid, verharding minimaliseren en groen maximaliseren, hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en het verbeteren van de waterkwaliteit wordt gestimuleerd; we hanteren als voorkeursvolgorde: besparen en hergebruik, infiltreren en vasthouden, bergen en dan pas afvoeren. Voorkomen hittestress: ook tijdens hitte moet de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden, zoals via schaduw op verblijfsplekken en routes, kleine afstand tot groene, koele verblijfsplekken, het gebruikmaken van warmtewerende oppervlakten, het ervoor zorgdragen dat vitale en kwetsbare functies & groenvoorzieningen bestand zijn tegen hitte en het watersysteem moet bestand zijn tegen oplopende (water)temperaturen. Garanderen waterveiligheid: de gebouwde omgeving mag niet of nauwelijks gevolgen ondervinden van overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersystemen door dijkdoorbraken. De gebouwde omgeving moet hierop voorbereid zijn. Voorkomen wateroverlast: hevige neerslag mag niet leiden tot waterschade aan gebouwen, aan boven- en ondergrondse infrastructuur en aan voorzieningen.
Daarnaast moeten kwetsbare en vitale functies en voorzieningen beschikbaar en bereikbaar blijven. Dit betekent het benaderen van ’s-Hertogenbosch als spons, het hanteren van een integrale aanpak en de voorkeursvolgorde zoals benoemd bij ‘bestrijden van droogte’. Leven met ’t groen: groen- en waterstructuren bieden ruimte aan beleving, ontmoeting, bewegen, sporten, spelen en recreëren. Inwoners worden gestimuleerd om bij te dragen aan een toekomstbestendige omgeving. Bij inrichting wordt de identiteit benadrukt.
Hittestress wordt in Heesch West tegengegaan door de aanleg van een robuuste groenstructuur met hoog opgaand groen en waterpartijen die voor koelte zorgen in de hete maanden. Ook vindt forse aanplant van groen rondom de bedrijven plaats en worden koelte eilanden gecreëerd tussen de kavels. Binnen de diverse landschappelijke structuren is meer dan voldoende ruimte om water op te vangen in wadi's, watergangen en plassen. Op de bedrijfspercelen zelf wordt regenwater opgevangen en vertraagd afgevoerd, met een capaciteit van minimaal 70 mm per m² verharding binnen het totale plangebied. De robuustheid en flexibiliteit zijn ingebouwd in het watersysteem. Om pieken op te kunnen vangen en verdroging tegen te gaan kan er aan meerdere knoppen gedraaid worden om het kostbare water te verdelen in het landschapsplan voor het gebied. Op die manier wordt een robuuste waterberging gecreëerd en kunnen ook klimaatbuien goed worden beheerst. Het Landschapsplan voorziet in toekomstbestendige en biodiverse groenstructuren. Er wordt aangesloten op aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke patronen, leefgebied van beschermde soorten wordt vergroot of teruggebracht en bij bomen worden uitgezocht op goede groeiomstandigheden bij de voorkomende ondergrondse en hydrologische omstandigheden.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Het Circulair Kwaliteitsplan (bijlage 24) beschrijft de ambities op gebied van onder meer landschap, biodiversiteit en klimaatadaptatie, en in het Landschapsplan (bijlage 27) worden kaders gesteld voor het landschap, groen en waterberging.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Hoofdstuk 6 Mobiliteit Op het herstelbesluit is – op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet – het oude recht (zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing. Wetgeving die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is daarom niet van toepassing en niet opgenomen en getoetst in dit herstelbesluit. Ook in de bijlagen (rapporten) bij deze toelichting worden enkel de voor dit plan relevante kaders (onder de Wro) geschetst. 6.1 Kader Het beleid ten aanzien van verkeer is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal en lokaal niveau. 6.1.1 Nationaal beleid Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 Het Rijk bouwt aan een meer integraal bereikbaarheidsbeleid. De Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 benut en verbindt de deelvisies over mobiliteit, zoals Toekomstperspectief Automobiliteit, Toekomstbeeld Openbaar Vervoer, Toekomstbeeld Fiets, Goederenvervoeragenda, Luchtvaartnota 2020-2050 en de Visie duurzame energiedragers in mobiliteit. De Hoofdlijnennotitie vormt de paraplu over deze deelvisies en zet een strategische koers uit voor het toekomstige beleid. De vier hoofdlijnen richting 2050 zijn: 1. Het nastreven van meer integrale doelen die het publieke belang van bereikbaarheid van maatschappelijk-economisch vitale functies borgen in heel Nederland. 2.
Het zo benutten, versterken en verbinden van de krachten van de verschillende modaliteiten dat de bereikbaarheidsdoelen doeltreffend en doelmatig behaald worden: de juiste mobiliteit op de juiste plaats en tijd. Daarom zetten we nationaal meer in op het stimuleren en benutten van innovaties. 3. Het mobiliteitssysteem van de toekomst voldoet aan de publieke kaders voor duurzaamheid, gezonde leefomgeving en veiligheid. 4. De drie hoofdlijnen hierboven worden gebiedsgericht uitgewerkt, in nauwe samenwerking met de bestuurlijke partners, waarbij ook de gebruikers van het mobiliteitssysteem betrokken worden. Voor het goederenvervoer is dat een corridorgerichte benadering die aansluit op internationale netwerken. Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 - 2020 Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 - 2020 van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat geeft een visie weer op het aspect verkeersveiligheid' in Nederland. De ambitieuze doelen (qua verkeersdoden en -gewonden) uit de Nota Mobiliteit moeten worden omgezet in beleid. Drie pijlers daarin zijn: samenwerking, integrale aanpak en “Duurzaam Veilig. Het verkeersveiligheidsbeleid in Nederland van de afgelopen jaren was succesvol; dat moet worden gecontinueerd.
Op basis van generieke maatregelen (maatregelen die in de basis overal gelden, die de afgelopen jaren al zijn ingezet en die moeten worden gecontinueerd) alsook met specifieke aandachtsgebieden zou dit kunnen worden bewerkstelligd. Het is van groot belang dat er een goede afstemming en samenwerking plaatsvindt met alle betrokken partijen. 6.1.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Door de komst van de Omgevingswet moeten gemeenten, provincies en rijk ieder een eigen Omgevingsvisie vaststellen. De Brabantse Omgevingsvisie, vastgesteld op 14 december 2018, vervangt in elk geval 4 provinciale beleidsplannen; de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Groei van mobiliteit Om top kennis- en innovatieregio te blijven en deze positie te versterken is het nodig dat Brabant zich sterker inzet voor een toekomstbestendig woon-, leef- en vestigingsklimaat met een robuust mobiliteitssysteem. Om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere regio's moet Brabant samen met haar partners inzetten op het versterken van de intrinsieke kwaliteit van het stedelijk netwerk van Brabant in ruimtelijk, sociaal en economisch opzicht. Goede interregionale verbindingen en een goede ontsluiting van de stedelijke regio's en van het omliggend gebied naar de steden van groot belang om Brabant leefbaar en economisch vitaal te houden. Op die manier kan de netwerk- en concurrentiekracht van Brabant worden versterkt en een bijdrage worden geleverd aan de welvaart van Brabant. Vanwege de toenemende mobiliteit staat niet alleen de bereikbaarheid onder druk, maar wordt ook het leefklimaat in de binnensteden bedreigd.
De provincie wil een robuust mobiliteitssysteem creëren met voldoende capaciteit om pieken en calamiteiten op te vangen en de doorstroming van het verkeer te garanderen. Ontwikkelingen in de wereld van mobiliteit, zoals elektrische auto's, deeldiensten en e-bikes, kunnen daarbij helpen. Slimme en duurzame mobiliteit Het terugdringen van onnodig energieverbruik bij het vervoer van personen en goederen is een eerste vereiste om het energiegebruik terug te brengen. Dit betekent slimmer, efficiënter en schoner personen- en goederenvervoer en vervoer op maat. Ook een andere inrichting van onze omgeving om vervoersbewegingen slimmer en efficiënter te kunnen laten plaatsvinden, draagt hieraan bij. Door multimodaal aan de mobiliteitsvraag te voldoen, werkt de provincie aan het verbeteren van de reistijden en het vergroten van de betrouwbaarheid van de reistijden op internationaal, interregionaal en stadsregionaalniveau en het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen door het verkeer. De ambitie van de provincie Noord-Brabant is daarbij dat de provinciale infrastructuur in 2050 meer duurzame energie levert dan nodig is voor het in standhouden van de infrastructuur én dat de infrastructuur in 2050 is ingericht voor maximale ondersteuning van duurzaam vervoer (o.a. fietsen en elektrisch rijden), bijvoorbeeld via een fijnmazige oplaadstructuur.
De provincie stuurt op zoveel mogelijk zero-emissievervoer en gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Koers Mobiliteit De Koers Mobiliteit geeft uitwerking aan de Brabantse Omgevingsvisie die in december 2018 is vastgesteld. De Koers (vastgesteld op 6 oktober 2020) vervult het gat tussen het strategisch kader van de Brabantse Omgevingsvisie en het bestaande beleid zoals de onlangs vastgestelde visie 'Gedeelde mobiliteit is maatwerk' en het 'Brabants Verkeersveiligheidsplan'. Hierin worden een aantal concrete uitgangspunten benoemd: -
durven te kiezen: inzetten op specifieke opgaven, gebieden, netwerken en thema's die er voor Brabant toe doen. samen bekostigen: zoeken naar gedeelde opgaven en bekostigen op basis van wederkerigheid Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
-
aanpassen wanneer nodig: we zijn koersvast als het gaat om onze doelen, maar zijn adaptief en flexibel in de weg daarnaartoe. - kijken over de grenzen van mobiliteit heen en verbinding zoeken met thema’s als verstedelijking, energie en klimaat. - werken op programmatische basis. Individuele projecten zijn altijd onderdeel van een bredere multimodale en integrale aanpak. Samen met de vier Brabantse regio’s worden gemeenschappelijke regionale mobiliteitsagenda’s ontwikkeld. Elke regio heeft immers zijn eigen karakteristiek en mobiliteitsopgaven. De koers geeft vooral een vertrekpunt voor deze agenda's en een doelstelling voor het mobiliteitssysteem van de toekomst. Voor Heesch West worden daarom geen specifieke uitspraken gedaan. 6.1.3 Regionaal beleid Regionale ontwikkelingen In de zomer van 2017 is in de vier Brabantse regio's, West, Hart van Brabant, Noordoost en Zuidoost, gestart met een andere manier van samenwerken tussen provincie en regio's. In ieder van de 4 Brabantse regio’s vindt minimaal 2 keer per jaar een regionale ontwikkeldag plaats. Doel van de ontwikkeldagen is om als regionale partijen samen met de provincie richting te bepalen en uitvoeringsafspraken te maken. Integraal samenwerken op de beleidsterreinen ruimte en mobiliteit staat centraal.
Het resultaat van de ontwikkeldagen is een pakket van afspraken over uiteenlopende projecten gericht op verbetering en versnelling van de uitvoering, en een aantal werkateliers waarin de bestuurders samen strategische discussies aangaan en richting bepalen voor de regio als geheel. De laatste ontwikkeldagen hebben plaatsgevonden in oktober en november 2024. Voor Noordoost-Brabant zijn een aantal acties nodig om de regio als geheel vooruit te helpen en een duidelijkere positie te verwerven binnen de bredere nationale en internationale context: 1. Ontwikkeling regionale visie en agenda voor Brede Welvaart: start vanuit de clusters, daarna regionaal opschalen (op specifieke overstijgende thema’s) 2. Stimuleren van clustersamenwerking en versterken van verbindende assen 3. Opschalen van economische transitie-opgaven en duurzame initiatieven 4. Stimuleren van interregionale samenwerking en relaties, waaronder met Brainport In en rond de planlocatie Heesch West zijn geen concrete afspraken, onderzoeken of investeringen benoemd. De regionale ontwikkeldagen hebben vooralsnog geen relatie met het plan. 6.1.4 Gemeentelijk beleid Nota Parkeernormering 2016 Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 'sHertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld.
Dit beleid was vastgelegd in de "Nota Parkeernormering 2016" welke op 21 september 2016 is vastgesteld. De nota geeft aan hoeveel parkeerplaatsen per functie en per stadsdeel gerealiseerd dienen te worden bij nieuwen verbouwplannen en bij functiewijziging. Daarbij wordt rekening gehouden met de toekomstige gebruikers van een ontwikkeling, zodat een parkeerbalans ontstaat die past bij het te verwachten mobiliteitsgedrag van die gebruikers. Het Bossche deel van het bestemmingsplangebied is aangewezen als buitengebied, maar voor het nieuwe bedrijventerrein is dat niet realistisch. In de juridische regels van het bestemmingsplan, waarin de Bossche Nota Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit
Parkeernormering als kader voor het gehele plangebied is benoemd, is daarom aangegeven dat wordt uitgegaan van de normen zoals deze gelden voor zone 5. Omdat er sprake is van een overkoepelend bestemmingsplan dat betrekking heeft op grondgebied van zowel de gemeente ‘s-Hertogenbosch als Bernheze, wordt gewerkt met één parkeernota, die voor het plangebied Heesch West door beide gemeentebesturen in overeenstemming wordt geacht met een goede ruimtelijke ordening. In artikel 21.2 van de planregels is vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor bouwen alleen wordt verleend wanneer vast staat dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen die zijn neergelegd in de ‘Nota parkeernormering 2016’, zoals opgenomen in Bijlage 7 bij de planregels, waarbij wordt uitgegaan van de normen die gelden voor zone 5. Verder is in artikel 18.3 van de planregels vastgelegd dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gronden en bouwwerken te gebruiken binnen de bestemmingen ‘bedrijventerrein’ en ‘verkeer’. Op grond van de beoordelingsregels uit artikel 18.4 van de planregels wordt deze omgevingsvergunning alleen dan verleend, als voldoende parkeergelegenheid voor bedrijfsvoertuigen op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
Daarmee is geborgd dat voldoende ruimte op eigen terrein wordt ingericht voor vrachtwagenparkeren. Duurzaam Mobiliteitsplan 2016-2022 (gemeente Bernheze) Bernheze wil graag een prominente rol innemen als het gaat om duurzaamheid. Hiertoe heeft de gemeenteraad 26 mei 2016 het Duurzaam Mobiliteitsplan vastgesteld. In het Duurzaam Mobiliteitsplan (2016-2022 met een doorkijk naar 2030) krijgen alle facetten van verkeer- en vervoer een plaats, zoals verkeersveiligheid en bereikbaarheid en de modaliteiten openbaar vervoer, auto, fiets, voetganger, vrachtverkeer en land-bouwverkeer. Een totaalplan dat diverse beleidsplannen zal vervangen. In het bijbehorende uitvoeringsplan (2016-2022) zijn alle bestaande en nieuwe beleidsvoornemens tegen elkaar afgewogen om tot een goede prioriteitstelling te komen voor de komende jaren. Zo ontstaat er een goed overzicht van wat de gemeente Bernheze de komende jaren voor ogen heeft. Omdat de gemeente Bernheze niet beschikt over een voor het bedrijventerrein Heesch West toereikende parkeernormennota, en het tevens gewenst is dat op het terrein – ook al valt het binnen twee gemeentes – één parkeerregime geldt, is in de regels van het bestemmingsplan voor het gehele plangebied de Bossche nota van toepassing verklaard. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om voor het Bernhezer deel een nieuwere / andere nota van toepassing te kunnen verklaren.
6.2 Onderzoek De informatie uit deze paragraaf is afkomstig uit het MER (2019) en de Aanvulling op het MER (2021) , waaraan twee verkeersonderzoeken ten grondslag liggen: Achtergrondrapport Verkeer 2019 en Achtergrondrapport Verkeer 2021. Hieronder is een beknopte samenvatting opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Heesch West’ Herstelbesluit