Bijlage 4 - Bestemmingsplan Onderwijsboulevard 256
Tekst van het document
Behoefte onderwijsvoorzieningen Avans is momenteel op diverse locaties in 's-Hertogenbosch gevestigd. Deze situatie is in verschillende opzichten niet ideaal, zowel voor studenten als medewerkers. Daarom wil Avans haar onderwijsvoorzieningen meer gaan clusteren en centraliseren. Op kortere termijn realiseert Avans circa 20.700 m² BVO onderwijs in het plangebied, dat tegenover de bestaande vestiging aan de Onderwijsboulevard 215 is gelegen. Dit kan in de toekomst mogelijk worden uitgebreid tot maximaal 24.500 m². Omdat de locatie direct tegenover het huidige hoofdgebouw van Avans gelegen is, is juist de beoogde locatie in het plangebied hiervoor ideaal. Behoefte woningen BrabantWonen realiseert op korte termijn circa 125 sociale studentenwoningen: 23 éénpersoonsstudio's en 102 woningen voor elk 2 studenten. Dit kan in de toekomst mogelijk worden uitgebreid tot maximaal 210 (studenten)woningen in het plangebied. Er wordt hiermee kwalitatief goede studentenhuisvesting verzorgd op een aantrekkelijke plek: zowel in de buurt van de onderwijsvoorzieningen, de binnenstad als de openbaar vervoersvoorzieningen. De plek is daarom uitstekend geschikt voor studentenwoningen. Uit de benoemde paragraaf 4.3.3 blijkt dat ook specifiek aan studentenwoningen een aanzienlijke behoefte bestaat.
Indien in de toekomst de behoefte aan studentenhuisvesting beduidend lager mocht zijn (bijvoorbeeld omdat er veel minder studenten een keuze maken voor een studie in 's-Hertogenbosch) zullen de woningen (tijdelijk en gedeeltelijk) als sociale huurwoning verhuurd gaan worden.
36
De gemeente 's-Hertogenbosch kent een grote woningbouwopgave voor de komende jaren. In par. 4.3.3 is dit nader beschreven. De kwantitatieve behoefte aan nieuwe (studenten- en/of sociale huur)woningen in de gemeente is evident en het beoogde programma past binnen de resterende opgave. Horeca Onderdeel van het plan betreft een zelfstandige horecavoorziening van maximaal 300 m² BVO. Gezien de beperkte omvang van deze voorziening, betreft dit geen stedelijke ontwikkeling. Vestiging van horeca op deze plek past overigens in het gemeentelijk horecabeleid. Zie hierover nader par. 4.3.8. Daarnaast past de horecavoorziening, die met name gericht is op studenten, bij de overige functies in het plan. De toevoeging van deze (relatief kleinschalige) voorziening versterkt het concept als geheel. Locatiekeuze en conclusie Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en op een bestaand bouwperceel. De behoefte wordt dus opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is eerder al beschreven dat de planlocatie zich juist bij uitstek leent voor de beoogde functies. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking is.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 (geactualiseerd 2018) Op 19 maart 2014 is de structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 (SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Bij de opvang van de verstedelijkingsbehoefte is het accent in de SVRO verlegd van nieuwe uitleg naar het bestaand stedelijk gebied, door in te zetten op inbreiding, herstructurering en transformatie. Beheer en (her)ontwikkeling van de bestaande voorraad vragen specifieke aandacht. Er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik door de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen en werken.
Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda´s voor wonen. Over de ruimtelijke kwaliteit is de provincie van mening dat de gemeenten in hun ruimtelijke plannen aandacht moeten bieden aan de wijze waarop stedelijke ontwikkelingen het eigen karakter van de kernen en de relatie met het landschap kunnen versterken. Doorwerking plangebied Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als concentratiegebied voor verstedelijking (zie figuur 4.1). Binnen de stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden voor verstedelijking liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Het bouwplan voorziet in onderwijsbebouwing in combinatie met woningbouw. Deze mogelijkheid past binnen het principe van bundeling van verstedelijking. Het beoogde woningbouwplan past binnen de afspraken in de regionale agenda's voor wonen, waarin vraaggericht wonen en flexibiliteit van het planaanbod centrale thema's zijn.
37
Figuur 4.1 Uitsnede structurenkaart SVRO met plangebied aangeduid met rode pin
38
4.2.2 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De toenemende verschillen binnen Noord-Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave in de provincie (ca. 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat er de komende 10 jaar een kans ligt om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken.
De provincie wil met haar partners de transformatiepotenties in beeld brengen en onderzoeken hoe deze onderwerpen kunnen worden aangepakt. Doorwerking plangebied De hoofdopgave 'werken aan de slimme netwerkstad' vraagt om versterking van de netwerkkracht. Hiervoor is van belang dat wordt ingezet op de synergie tussen de verschillende onderdelen van dat netwerk: de kenniseconomie, de agribusiness, de logistiek en de (proces-)industrie. Door de netwerkkracht te versterken, leren steden, dorpen en regio's van elkaar, vullen ze elkaar aan en profiteren ze van elkaars nabijheid Met dit bestemmingsplan wordt bebouwing ten behoeve van onderwijs alsmede (studenten)woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een impuls gegeven aan de kenniseconomie en wordt de netwerkkracht van 'sHertogenbosch versterkt. Tevens wordt met dit bestemmingsplan kwalitatief en kwantitatief tegemoet gekomen aan de doelstelling van een duurzame verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, en de nieuwe bebouwing wordt duurzaam ingepast in de ruimte, met voldoende groen en met een meerwaarde voor het openbaar gebied.
39
4.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de (laatst geconsolideerde versie van de) Interim Omgevingsverordening vastgesteld, waarmee de tot dan toe geldende Verordening Ruimte werd vervangen. Op 23 maart 2021 is door Gedeputeerde Staten een ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vanaf 9 april 2021 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Naar verwachting wordt door Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld in oktober 2021. De Verordening bevat concrete regels die de provinciale belangen veilig stellen. Deze planologische verordening stelt eisen aan door de gemeenten in Noord-Brabant op te stellen bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheers verordeningen. In de Verordening ruimte zijn veelal bestaande provinciale regels opgenomen voor o.a.:
Ruimtelijke kwaliteit Stedelijke ontwikkelingen Regionaal perspectief voor wonen en werken; Bescherming tegen wateroverlast en overstromingen; Grond- en oppervlaktewatersysteem;
In de Omgevingsverordening is het uitgangspunt van de provinciale Structuurvisie en Omgevingsvisie om verstedelijking te bundelen in stedelijke concentratiegebieden, juridisch vastgelegd. Doorwerking plangebied Uit de bijbehorende kaarten (figuur 4.2) blijkt dat het plangebied binnen de zone 'stedelijk gebied' en 'concentratiegebied' ligt. Met dit plan wordt tegemoet gekomen aan het principe van bundeling van verstedelijking in stedelijke concentratiegebieden. Het provinciaal beleid vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Figuur 4.2 Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
40
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.
Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. De volgende ambitie wordt geuit, betreffende het thema onderwijs: De positie van het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs in 's-Hertogenbosch is met de ontwikkeling van een cluster rond de Onderwijsboulevard aanzienlijk versterkt. Deze ontwikkeling wordt voortgezet waarbij tevens wordt ingezet op de verdere uitbouw van de Onderwijsboulevard als 'kenniscampus' (met name voor toepassing van kennis). Buurt- en wijkbinding wordt versterkt door voort te gaan in de bouw van brede scholen waarin diverse wijkvoorzieningen –zoals een bibliotheek- kunnen worden ondergebracht. Voor de oudere jeugd worden omsloten trapveldjes en hangplekken ingericht. Kindcentra verspreid door de stad kunnen het kinderdagverblijf zo mogelijk combineren met een peuterspeelzaal, basisschool en/of naschoolse opvang. Doorwerking plangebied Middels de Ruimtelijke Structuurvisie wordt onder andere ingezet op een compacte en complete stad. Dit wordt mede bewerkstelligd door uitbreiding van het compacte stadscentrum met een eigentijds centrummilieu in het Paleiskwartier en door een compleet voorzieningenpakket te realiseren.
Met onderhavig planvoornemen wordt ingezet op nieuwe bebouwing in het Paleiskwartier ten behoeve van het hoger onderwijs en wonen (voor studenten). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het invullen van het centrummilieu in het Paleiskwartier en wordt het voorzieningenpakket aangevuld met functies die aansluiten op de reeds in de wijk gevestigde functies en voorzieningen. Daarmee past het planvoornemen binnen de uitgangspunten van de ruimtelijke structuurvisie 's-Hertogenbosch. 4.3.2 Programma Spoorzone De gemeenteraad heeft op 6 maart 2018 de ontwikkelrichtingen en de aanpak voor het programma Spoorzone 's-Hertogenbosch vastgesteld. De ontwikkelrichtingen gaan uit van de volgende doelstellingen:
Stedelijk programma en een mix van functies met de nadruk op woon- en werkgebied voor (jongere) kenniswerkers, studenten, kleine huishoudens met geringe auto-afhankelijkheid en intensief grondgebruik Hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte, gericht op verblijf, ontmoeting en vergroening Optimale bereikbaarheid met openbaar vervoer en langzaam verkeer en toereikende bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer Herbestemmen en restauratie van industrieel erfgoed Ruimte bieden voor innovatie en experiment Duurzame gebiedsontwikkeling
In de (informatieve) 'Spoorzone ontwikkelt met (veer)kracht door' van juni 2020 zijn de ontwikkelrichtingen nader uitgewerkt in kernboodschappen.
41
Doorwerking plangebied De planlocatie is gelegen in de zuidelijke Spoorzone, in het Paleiskwartier. Voor dit gebied is vooral van belang dat de gebiedsontwikkelingen Willemspoort en (de rest van) het Paleiskwartier worden gerealiseerd. Binnen het Paleiskwartier ligt de focus op het ontwikkelen van appartementen en het toevoegen van publieke functies en commerciële ruimtes. Met de realisatie van een onderwijsgebouw en (studenten)woningen wordt er verder uitwerking gegeven aan de ambitie het Paleiskwartier te ontwikkelen en wordt één van de laatste resterende plots ingevuld met passende functies. De nieuwbouw past qua omvang en uitstraling binnen de opzet van de wijk. Verder wordt met het plan, door middel van het creëren van verblijfsgebied en een doorlopende voetgangersverbinding, de ruimtelijke structuur versterkt. Dergelijke verbindingen zijn voor een sterk verdicht gebied als de Spoorzone van belang. Dit onderdeel van de ontwikkeling draagt dan ook bij aan de ontwikkeling van toekomstbestendige bereikbaarheid van het gebied. Ook klimaatadaptatie is een belangrijk speerpunt uit het nieuwe beleidskader. Hierop speelt de ontwikkeling eveneens in. Zie daarover nader par. 5.11. 4.3.3 Woonvisie 's-Hertogenbosch Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld.
Ontspannen wonen in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en een woning hebben die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd:
Passend en betaalbaar wonen voor iedereen Leefbare en inclusieve buurten Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad Strategisch innovatief woonprogramma.
Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens, het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens, het realiseren van een flexibele schil en het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibele woningvoorraad als doel. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad.
Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030, met als differentiatie: minimaal 30% sociale huur minimaal 20% middenhuur en goedkope koop maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop De nieuwbouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus, waaronder ook (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen. Doorwerking plangebied Middels onderhavige ontwikkeling wordt invulling gegeven aan bovenstaande punten. Zo wordt invulling gegeven aan de opgave om tot 2030 10.500 woningen te realiseren. Tevens wordt ingezet op (betaalbare en passende woningen) voor studenten. Deze doelgroep wordt specifiek genoemd in de Woonvisie. Hierbij wordt vermeld dat dit een groep betreft die het lastig heeft op de woningmarkt en de markt zou voor deze doelgroep meer ontspannen moeten worden. Middels onderhavig plan wordt ingezet op een realisatie van in eerste
42
instantie 125, tot maximaal 210 studentenwoningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortinggrens of een betaalbare kamerprijs. De woningen bestaan hoofdzakelijk uit appartementen met een oppervlakte van 25 m2 BVO (voor één student per woning) en 50 m² BVO (voor 2 studenten). In het flexibele deel van het bouwplan ontstaat ook de mogelijkheid om vierpersoons studentenwoningen te realiseren. Er kan hiermee worden voorzien in een divers aanbod aan verschillende soorten passende en betaalbare studentenwoningen. De woningen worden opgeleverd als studentenwoningen en aangeboden via Student Rooms Brabant (onderdeel van Woonservice Regionaal). Het plan draagt bij aan de grote behoefte voor studentenwoningen. De locatie nabij Centraal Station en de onderwijsinstellingen langs de Onderwijsboulevard is aantrekkelijk voor deze doelgroep. De nieuwe woningen zijn flexibel en geschikt voor andere doelgroepen dan uitsluitend studenten. Indien in de toekomst de behoefte aan studentenhuisvesting beduidend lager mocht zijn (bijvoorbeeld omdat er veel minder studenten een keuze maken voor een studie in 's-Hertogenbosch) dan worden de woningen (tijdelijk en gedeeltelijk) verhuurd als reguliere sociale huurwoning, bij voorkeur voor starters en/of jonge doelgroepen. Ook aan sociale huurwoningen voor één- en tweepersoonshuishoudens is in de stad een grote behoefte.
Studentenwoningen en sociale huurwoningen voegen een belangrijk woonsegment toe aan de bestaande woningvoorraad in het Paleiskwartier. 4.3.4 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. Voor het plangebied geldt daarnaast specifiek het beeldkwaliteitsplan 'Paleiskwartier Zuid'. Voor het Paleiskwartier gelden drie uitgangspunten of 'architectonische sferen': 1. De stedelijke bouwblokken: Het gebied wordt omsloten door gesloten bouwblokken die de aangrenzende straten duidelijk afbakenen. De blokken hebben een solide, stedelijke uitstraling. De binnenterreinen van de bouwblokken zijn een verborgen wereld. Ze kunnen bijvoorbeeld onbebouwd zijn en als binnentuinen worden ingericht of gedeeltelijk bebouwd worden door bijvoorbeeld een gebouwde parkeervoorziening. In dit geval kan het dak van de eventuele parkeervoorziening voor recreatief gebruik worden ingericht. De bouwblokken begrenzen enerzijds de straten die om het plangebied heen lopen en anderzijds bakenen zij het vijvergebied af. De uitstraling van deze twee zijden van de blokken wordt afgestemd op het aangrenzende gebied.
De façades die aan de buitenzijde zijn gesitueerd zijn opgetrokken in donkere, robuuste, bruin- en rood getinte stenen of donkere natuursteen. Daarentegen zijn de façades die het vijvergebied begrenzen licht van kleur. Ze zijn bijvoorbeeld gestuct en geschilderd in zachte, lichte en neutrale kleuren (wit, crème, licht geel), of opgetrokken uit andere materialen in lichte kleuren zoals travertin of beton. Ze vormen als het ware de achtergrond voor het vijvergebied. 2. Het binnengebied: in het binnengebied zijn enkele losstaande gebouwen geplaatst. De gebouwen zijn het tegenovergestelde van de randbouwblokken. Ze zijn licht, frivool en heel fijn gedetailleerd. De gevels zijn opgetrokken uit moderne, natuurlijke materialen zoals staal, glas, hout en metaalplaten. De bestaande bebouwing, die behouden zal blijven, zal een andere uitstraling krijgen dan ze nu heeft. Het gebouw is van een donkere kleur baksteen en geeft een dichte en gesloten indruk. Vanwege de toekomstige restaurantfunctie, is een meer uitnodigende uitstraling wenselijk. Door bijvoorbeeld de gevel af en toe te doorbreken en meer glas toe te voegen zal het gebouw een meer open en lichte uitstraling krijgen. 3. De accenten: de accenten zijn de blikvangers. Het zijn hoogteaccenten die op prominente plaatsen in het plangebied staan.
De torens hebben een eigentijdse en herkenbare uitstraling en zijn meer experimenteel van uiterlijk. In het binnengebied van het Paleiskwartier staat de voetganger centraal. Dit heeft invloed op het uiterlijk van de bebouwing die hier omheen staat. Zo moet er goed gelet worden op het niveau van detaillering van de gebouwen waarlangs de voetgangers lopen, de levendigheid van de gevels en de verscheidenheid aan functies op de begane grond, die alle invloed hebben op het verblijfsklimaat voor de voetganger. Verder moet er op gelet worden dat waar voetgangers komen geen blinde gevels van bergingen en geen los- en laadruimtes komen. De ontsluitingen van de woningen vanaf de straatzijde dragen bij tot sociaal veilige voetgangersgebieden. Doorwerking plangebied In de uitwerking van het bouwplan is rekening gehouden met de eisen zoals gesteld in het beeldkwaliteitsplan
43
'Paleiskwartier Zuid'. Het schetsplan en het voorlopig ontwerp zijn een aantal keren besproken in de welstandscommissie. Het plan is op hoofdlijnen akkoord bevonden. Eén van de hierbij bepalende aspecten is de wijze waarop de cultuurhistorische waarden in het ontwerp zijn teruggebracht. Paragraaf 5.14 gaat hier nader op in. 4.3.5 Groen en klimaatbestendig Op 9 maart 2021 is de visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig vastgesteld als bouwsteen voor de Omgevingsvisie, evenals de Verordening Bomen, water en groen 's-Hertogenbosch 2021. Doel is uitvoering te geven aan een klimaatbestendiger, groener en meer biodiverse gemeente met daarin de volgende drie duurzame ambities:
de stad in staat stellen om nog meer dan nu zelf wateroverlast en hitte op te vangen, meer soortenrijke stadsnatuur en groen dichterbij onze inwoners realiseren, en de relatie van de stad met het buitengebied versterken en meer natuurwaarden realiseren binnen en buiten de vestingmuren dan nu.
Klimaatbestendig Bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding met een oppervlakte van 500 m² of meer, dient een hemelwatervoorziening te worden gerealiseerd die minimaal 60 mm per m² toename/vernieuwd verhard oppervlak kan verwerken. Als er minder dan 500 m² nieuw verhard oppervlak wordt toegevoegd geldt een waterberging van minimaal 10 mm per m². Nieuwe groene daken met een waterbergende capaciteit van meer dan 25 mm per m² worden niet meegeteld als verharding. Groen In de nieuwe verordening is een groennorm opgenomen voor plannen waarbij meer dan 500 m² nieuwe/ vernieuwde verharding wordt gerealiseerd. Het plangebied is op de bijbehorende Groenkaart aangeduid als 'brede binnenstad'. Hiervoor geldt een groennorm van minimaal 15%. Het plan voorziet in een groen binnenterrein, waar diverse bomen, struiken en andere groenvoorzieningen worden gerealiseerd. Verder wordt een gedeelte van het dak van de nieuwbouw uitgevoerd als groen dak met waterretentie. Mogelijk wordt één geveldeel aan het binnenterrein groen ingericht. Het plan voorziet in een toevoeging van groen. In figuur 4.4 is schetsmatig aangegeven waar groen en waterretentie zijn voorzien. De groennorm wordt getoetst aan de hand van de kwantitatieve groenscore, zoals opgenomen in bijlage 4a van de Verordening. In figuur 4.3 is de kwantitatieve groenscore voor het project weergegeven.
Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde groennorm. Hierin is nog geen rekening gehouden met eventuele groene gevels.
Figuur 4.3: kwantitatieve groenscore
44
Figuur 4.4: groen en waterretentie in het plan (bron: B+B) Ecologie Doelstelling ten aanzien van ecologie is het vergroten van de biodiversiteit. Hiervoor geldt een minimale kwalitatieve biodiversiteitscore. Deze score wordt bepaald aan de hand van bijlage 4b van de Verordening. Het plan dient te voldoen aan een minimum score van 8 (van de maximaal 13) punten. Natuurinclusief bouwen is als randvoorwaarde voor de uitwerking van het bouwplan gesteld. Er zullen nestkasten voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw (onderwijsbebouwing) worden ingepast. In figuur 4.4 is deze score ingevuld. Het plan scoort meer dan de minimaal benodigde 8 punten. Hierbij wordt aangetekend dat onderdeel C2 (groene gevels) in dit geval niet reëel c.q. niet wenselijk is vanuit architectonische en cultuurhistorische overwegingen. Eén geveldeel wordt wel groen uitgevoerd met klimplanten. Daarnaast leent het plangebied, gelegen in zeer sterk stedelijk en versteend gebied, zich beperkt voor het creëren van leefgebied voor gebiedseigen soorten (onderdeel B2). Wel wordt op het binnenterrein groen met diverse plantensoorten gerealiseerd, waarmee naar rato van de mogelijkheden die er op deze plek zijn, redelijkerwijs wordt voorzien in kwalitatief voldoende groen. Bovendien wordt een deel van het dak groen uitgevoerd en wordt zoals aangegeven natuurinclusief gebouwd voor twee verschillende soortgroepen.
45
Figuur 4.4: kwalitatieve biodiversiteitsscore Verder wordt opgemerkt dat in het kader van dit plan onderzoek is verricht naar de (potentiële) effecten op beschermde soorten. Dit onderdeel is in paragraaf 5.13 verantwoord. Bomen De verordening geeft aan welke regels de gemeente hanteert voor het vellen van houtopstanden (bomen), het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. De regels voor bomen en water zijn gebaseerd op de gemeentelijke regels die voorheen golden. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Deze categorieën zijn aangeduid op de bijbehorende Bomenkaart. Het gaat om:
46
monumentale houtopstanden waardevolle houtopstanden beschermde houtopstanden gelegen binnen Structuren
beschermde houtopstanden gelegen binnen Sfeervlakken. Voor houtopstanden binnen deze categorieën geldt (met uitzondering van een aantal duidelijk omschreven situaties) een vergunningsplicht en een zorgvuldige afweging. Doorwerking plangebied In en rondom het plangebied zijn diverse bomenrijen aanwezig. Er is een bomeneffectanalyse (BEA) uitgevoerd naar de effecten van het plan op deze bomen en de mogelijkheden om deze bomen te behouden. In paragraaf 3.6 is reeds ingegaan op de resultaten van de BEA en de wijze waarop in het plan is omgegaan met bomen. Hieruit blijkt dat vrijwel alle bomen buiten het plangebied kunnen worden behouden. Dit geldt ook voor de bomen aan de Onderwijsboulevard, die deel uitmaken van een in de Bomenkaart aangeduide structuurlijn. Een vergunningplicht is op basis van de verordening niet aan de orde. 4.3.6 Nota Grondbeleid In de Nota Grondbeleid 2018 (vastgesteld 30 januari 2018) stelt de Raad primair de kaders vast voor het door het college te voeren grondbeleid. Grondbeleid wordt door de gemeente 's-Hertogenbosch gezien als het beleid dat, ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, streeft naar het creëren van ruimte voor wonen, werken, winkelen en recreëren in zowel uitleggebieden als bestaand stedelijk gebied, door het oppakken of ondersteunen van concrete ontwikkelinitiatieven.
Het grondbeleid wordt tevens ingezet voor het stimuleren van duurzaamheid en andere gemeentelijke beleidsdoelen. In de Nota Grondbeleid zijn de kaders vastgelegd voor actief en passief grondbeleid, het prijsbeleid, de financiële grondslagen, het risicomanagement en de mate waarin voorzieningen worden opgenomen in het kostenverhaal. Doorwerking plangebied In Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid wordt aandacht besteed aan de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan. 4.3.7 Hoogbouwbeleid De Nota Hoogbouw is een kadernota en vormt een brug tussen de Ruimtelijke Structuur en concrete initiatieven die het geëigende planologische traject zullen doorlopen. In de Nota Hoogbouw is een methodiek ontwikkeld om te bepalen of, waar en onder welke voorwaarden hoogbouwinitiatieven een vervolg kunnen krijgen. Een belangrijk onderdeel van de benadering is het ruimtelijk onderzoek waarin tien punten zijn genoemd waarover de initiatiefnemer dient te rapporteren. Als gevolg van de definitiebepaling heeft de nota Hoogbouw betrekking op gebouwen hoger dan 25 meter. Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van gebouwen hoger dan 25 meter. Het hoogbouwbeleid heeft geen doorwerking op het initiatief. De beoogde bouwhoogte is passend bij de omgeving en de wijkopzet van het Paleiskwartier.
4.3.8 Horecavisie 's-Hertogenbosch Het horecabeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Horecavisie 's-Hertogenbosch, samen werken aan gastvrij ontmoeten!' (vastgesteld d.d. 31 maart 2021). 's-Hertogenbosch en horeca zijn van oudsher sterk met elkaar verbonden. Horeca is bij uitstek de functie om het gastvrije en bourgondische karakter uit te dragen. De afgelopen jaren is de behoefte aan horeca toegenomen. Er is behoefte aan diversiteit in het aanbod en kwaliteit. Opgemerkt wordt dan ook dat de horeca zich in de afgelopen jaren ruimtelijk op een herkenbare manier heeft gegroepeerd. De horecavisie beoogt deze functionele en conceptuele verscheidenheid verder te onderstrepen. Kernkwaliteiten voor de horeca in de gemeente zijn:
Gastvrij en bourgondisch; Gemoedelijk en kleinschalig; Meest karaktervolle binnenstad van het zuiden;
47
Unieke stad- en landverbindingen (groen en water).
Naast bovenstaande globale perspectief op de horeca worden ook ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden beschreven. Het Paleiskwartier valt onder het deelgebied 'Brede Binnenstad'. Binnen dit deelgebied wordt weer specifiek ingezoomd op het Paleiskwartier. Toegelicht wordt dat de ruimte waar horeca is toegestaan nog niet volledig benut word. In het bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' zijn namelijk diverse gebouwen, voornamelijk rondom de Hofvijver, aan de Bordeslaan en de Onderwijsboulevard, aangewezen waar horeca is toegestaan. Deze ruimte is in de huidige situatie nog niet volledig benut en hier zou uitbreiding plaats kunnen vinden. Uitbreiding van horeca buiten deze aangewezen locaties is niet wenselijk. Er liggen kansen voor grotere horecazaken die in de binnenstad geen plek kunnen vinden. De aantrekkingskracht voor studenten wordt daarmee verbeterd. De verbinding met de historische binnenstad is ook een aandachtspunt. Dit geldt in ruimtelijke zin (bijvoorbeeld doorontwikkeling station) als ook programmatisch (goede programmering in de horeca in (delen van) de historische binnenstad). Rondom de Hofvijver en Bordeslaan zijn mogelijkheden voor het uitbreiden van terrassen. Doorwerking plangebied Met het initiatief wordt maximaal 300 m² BVO aan zelfstandige horeca gerealiseerd.
Het betreft hiermee een ondergeschikte functie aan de hoofdfuncties onderwijs en wonen. In het vigerende bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' is momenteel geen horeca binnen het plangebied toegestaan. Echter is een belangrijke functie van horecazaken in het Paleiskwartier de aantrekkingskracht op studenten. Met de inpassing van een horecagelegenheid temidden van (studenten)woningen en onderwijsbebouwing, als onderdeel van het totaal concept, wordt invulling gegeven aan deze doelstelling. De te realiseren zelfstandige horeca zal vallen binnen categorie 2 'restaurant' dan wel categorie 3 'daghoreca', zoals beschreven in de horecavisie. Het betreft hierbij een horecabedrijf waarbij de bedrijfsactiviteit gericht is op het – overdag en eventueel 's avonds – al dan niet ter plaatse verstrekken en bereiden van etenswaren en dranken. Van een dergelijk bedrijf is weinig hinder te verwachten. De openingstijden van de horecavoorziening zullen aansluiten bij de tijden waarop de onderwijsvoorziening geopend is. Dat betekent dat deze dagelijks maximaal tussen 07.00 en 22.00 uur geopend zal zijn. Dit sluit ook aan bij de horecavisie, waarin is geregeld dat daghoreca aansluit bij de winkeltijden tot uiterlijk 22:00 uur. In de gemeentelijke horecaverordening, die in principe leidend is, zijn ruimere openingstijden opgenomen (tot maximaal 02.00 uur).
Dit is in de onderhavige situatie niet beoogd en ook niet wenselijk. Daarom is in de planregels een gebruiksregel opgenomen, waarin is geregeld dat de horeca dagelijks van 07:00 uur tot 22:00 uur open mag zijn, met uitzondering van schoonmaakwerkzaamheden, afsluiten, e.d. Deze planregel gaat voor op de horecaverordening en waarborgt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omgeving. De beoogde horecavoorziening wordt in de noordoostelijke hoek van het plangebied voorzien, aan de doorgaande looproute. Het faciliteren van een dergelijke horecagelegenheid heeft een aantal doelen, die het totale planconcept versterken:
Uitnodigen tot het betreden van het binnenterrein. Activeren van het binnenterrein en de looproute. Meerwaarde bieden aan de looproute over het perceel. Stimuleren van ontmoeting tussen de omgeving en de studenten. Dit is een aspect dat ook is besproken en onderschreven door belanghebbenden in het kader van de omgevingsdialoog, Stimuleren van ontmoeting tussen studenten, van de verschillende scholen, die het binnenterrein doorkruisen en/of wonen in het complex. Gelegenheid voor informele bijeenkomsten, zoals jubilea en afscheid van medewerkers. Hosten van kleinschalige evenementen op het binnenterrein. De horecavoorziening zal zowel voor medewerkers/studenten van Avans beschikbaar zijn als voor derden. De zelfstandige horeca past, gezien het voorgaande, goed binnen het plan en biedt een meerwaarde. De horeca biedt studenten en medewerkers van Avans Hogeschool een plek om elkaar te treffen of te ontmoeten en kan tevens als alternatieve leerplek dienen. Hiermee wordt een hybride leeromgeving aan de studenten geboden. Met de invulling van het plangebied wordt niet enkel voorzien in (studenten)woningen en onderwijsbebouwing, maar wordt ook voorzien in openbaar toegankelijke ruimte. De horeca biedt dus ook een ontmoetingsplek aan passanten of omwonenden van het plangebied.
48
4.3.9 Economisch Perspectief Brede Binnenstad Met het document 'Economisch perspectief Brede Binnenstad' beoogt de gemeente met de partners in de binnenstad, als bondgenoten en vanuit een wenkend perspectief te werken aan een dynamische binnenstad. Een binnenstad waar mensen graag komen, verrast worden, plezierig werken, prettig wonen en goed kunnen ondernemen. Het begrip ‘Brede Binnenstad’ is geïntroduceerd in het Bestuursakkoord 2018-2022 en omvat de historische binnenstad, ‘t Zand en de Spoorzone. Dit vanuit het besef dat de binnenstad van ’s-Hertogenbosch veel meer is dan de historische binnenstad. Ook aan de randen en plekken rondom de historische binnenstad is veel dynamiek. De Brede Binnenstad is het economisch hart van de stad. Een plek waar mensen komen om te winkelen, te eten en drinken, te dansen, cultuur te ervaren en te genieten van al het moois dat de stad te bieden heeft. Het is een plek om te zien, te ontmoeten en te ervaren. Het is ook een plek waar mensen komen om te werken of te studeren. En tenslotte is het een plek waar veel mensen wonen. Het is ook een gebied waar de afzonderlijke delen nog niet altijd goed verbonden zijn en elkaar niet optimaal versterken. De argeloze bezoeker van de historische binnenstad komt niet vanzelfsprekend in de Bossche Stadsdelta, hoewel het hemelsbreed een klein stukje is.
Ook functioneel zijn samenhang en samenwerking meer dan ooit nodig. De Spoorzone heeft een totaal andere identiteit dan de historische binnenstad en valt uiteen in verschillende delen qua profiel, gebouw en historie. Ook in de Spoorzone liggen een aantal belangrijke brandpunten met een eigen sfeer en identiteit. Tot dusver is de attractiewaarde van deze brandpunten, zowel qua functies als toeloop, nog ondergeschikt aan de grote kwartieren in de historische binnenstad, maar dat kan snel veranderen. Dit is de plek waar veel bezoekers de stad binnenkomen en daarvandaan richting Spoorzone of richting de historische binnenstad gaan. In de toekomst moet dit gebied veel meer gaan functioneren als een scharnier tussen beide gebieden. Als prachtige stadsentree kan de Stationsknoop zowel functioneel als qua inrichting van de openbare ruimte een impuls gebruiken. De voorziene herinrichting van de Koningsweg is hierbij een belangrijk concreet punt. Dit vraagt om een passende inrichting en gebruik van het Stationsplein en het behoud en versterking van de Stationsweg en Visstraat als attractieve entree naar de binnenstad. Ook aan de westzijde moet het station een echte entree krijgen.
Grote stromen studenten lopen hier dagelijks naar de Onderwijsboulevard en in de toekomst zal de drukte aan deze zijde van het spoor toenemen door de stroom werkenden en bezoekers richting het Innovatiedistrict en omgeving. Doorwerking plangebied In het Economisch perspectief Brede Binnenstad is beschreven dat de ambitie bestaat de historische binnenstad beter te verbinden met de Spoorzone. Beide gebieden moeten voldoende autonome aantrekkingskracht hebben, maar moeten ook scharnierpunten ontwikkelen. Met de ontwikkeling van de Onderwijsboulevard 256 wordt een looproute gecreëerd die het station verbindt met de Spoorzone en wordt ingezet op een hogere verblijfswaarde van het gebied door de openbare ruimte aantrekkelijk in te richten. Hiermee is het plan in lijn met het Economisch perspectief Brede Binnenstad.
49
50
Hoofdstuk 5 Milieu, duurzaamheid en waarden 5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNGuitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een 'gemiddeld' modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.
Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Doorwerking plangebied Het plangebied kan gekenmerkt worden als 'gemengd gebied'. Het plangebied ligt in een hoogstedelijk gebied waarbinnen functiemenging (van onder andere kantoren, woningen, centrumfuncties en
51
maatschappelijke functies) plaatsvindt. Invloed initiatief op omgeving Het initiatief voorziet enerzijds in nieuwe milieubelastende functies, namelijk hoger onderwijs en horeca (daghoreca, categorie 3 conform de gemeentelijke horecavisie). Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' geldt een maximale richtafstand (in gemengd gebied) van 10 meter ten aanzien van zowel de onderwijs- als de horecafunctie. Buiten het plangebied bevinden de dichtstbijzijnde woningen zich op ten minste 15 meter afstand. Aan deze richtafstand wordt dan ook voldaan. Ter extra borging van het woon- en leefklimaat is in de planregels opgenomen dat de openingstijden van de horecavoorziening tussen 07.00 en 22.00 uur moeten liggen. Binnen het plangebied worden ook woningen gerealiseerd. De onderwijsbebouwing, horeca en de woningen worden bouwkundig gescheiden van elkaar gerealiseerd. Dergelijke functies kunnen in dat geval zonder belemmeringen naast elkaar functioneren in een gemengd gebied en onderlinge hinder wordt redelijkerwijs niet verwacht. Invloed omgeving op initiatief Het plan maakt tevens een nieuwe gevoelige functie (wonen) mogelijk. Op basis van het vigerend bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' zijn de volgende functies toegestaan in de nabijheid van het plangebied: Functie
Adres
Onderwijs (hogeschool)
Onderwijsboulevard 215 10 m
30 m
Kantoor
Complex Grootlaan (oneven)
de 0 m 21-41
15 m
Complex Onderwijs- 0 m boulevard 340-399
15 m
Detailhandel
Complex Onderwijs- 0 m boulevard 340-399
15 m
Dienstverlening
Complex Onderwijs- 10 m boulevard 340-399
15 m
Horeca tot categorie 3*
en
met
maximale richtafstand feitelijke gemengd gebied afstand) Hugo
* Horeca tot en met categorie 3 zoals vermeld in de bij de regels (van het vigerend bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station) als bijlage behorende Staat van Horeca-activiteiten. Het gaat hier om de volgende typen horeca:
Horeca van categorie 1 - een bedrijf dat is gericht op het bieden van logies en hotels
Horeca van categorie 2 - het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf, waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, automaten, broodjeszaken en dergelijke)
Horeca van categorie 3 - Een bedrijf dat is gericht op het ter plaatse verstrekken van dranken, waaronder feestzalen.
Aan bovenstaande richtafstanden wordt voldaan. Het toevoegen van woningen in het plangebied leidt niet tot belemmeringen voor omliggende functies. Daarnaast is er geen sprake van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van functies in de omgeving.
5.3
Geluid
Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.
52
afstand
5.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoekszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 63 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden:
Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding). Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming). Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling). Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 63 dB niet overschrijden.
Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan 63 dB kan formeel geen ontheffing worden verleend. Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat deze binnenwaarde wordt voldaan. Plan Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Het betreft de realisatie van, in eerste instantie, 125 tot maximaal 210 woningen en bebouwing ten behoeve van het hoger onderwijs. De wegen in de directe omgeving van het plangebied betreffen voornamelijk 30 km/uurwegen zonder geluidzone. Het plangebied ligt buiten de wettelijke geluidzones van wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening, wordt een akoestisch onderzoek ten aanzien van de Onderwijsboulevard, Hugo de Grootlaan en Statenlaan niettemin wenselijk geacht vanwege de verkeersintensiteiten op deze wegen.
Voor de benoemde geluidgevoelige bestemmingen is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wet geluidhinder (Bijlage 2). De geluidbelasting ten gevolge van de Magistratenlaan en de 30 km/uur wegen Statenlaan, Hugo de Grootlaan en Onderwijsboulevard op de gevels van het beoogde onderwijsgebouw en de beoogde woongebouwen is in het onderzoek berekend. Ten gevolge van de Magistratenlaan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden en wordt ook ruimschoots aan het ambitieniveau van het gemeentelijk geluidbeleid voldaan (43-48 dB). De geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uurwegen bedraagt maximaal 60 dB en overschrijdt daarmee de voorkeursgrenswaarde. Aangezien de Wet geluidhinder niet van toepassing is op 30 km/uur wegen, is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Derhalve wordt tevens voldaan aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Het plan is in het kader van een goed woon- en leefklimaat tevens getoetst aan het gemeentelijk geluidbeleid, 53
dat is vastgelegd in de 'Nota hogere grenswaarden geluid voor gemeente 's-Hertogenbosch' d.d. 16 juni 2009. Deze nota is ook van toepassing in geval van 30 km/uurwegen met een relevante geluid bijdrage, zoals hier aan de orde is. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van 10 appartementen op de hoek Statenlaan - Hugo de Grootlaan in de klasse 'zeer onrustig' (58-63 dB) valt. De nota vereist dat elk appartement in deze geluidklasse over een geluidluwe gevel beschikt, met een verblijfsruimte met een te openen raam aan deze geluidluwe zijde. Het bouwplan is hierop aangepast. Alle betreffende appartementen zijn zo ontworpen en ingedeeld dat hieraan wordt voldaan. Voor de appartementen, die in de geluidklasse 'onrustig' vallen (48-53 dB) geldt de eis dat deze over een geluidluwe gevel dienen te beschikken. Alle betreffende appartementen voldoen aan deze eis. In het bouwkundig onderzoek, dat is opgenomen in Bijlage 3 en dat (tevens) onderdeel is van de aanvraag omgevingsvergunning welke gecoördineerd wordt met de bestemmingsplanherziening, is dit naderbeschreven. Dit onderzoek gaat in op de bouwfysica, akoestisch en brandveiligheid. In hoofdstuk 5 van het betreffende onderzoek is beschreven hoe voor de betreffende appartementen op de kop van de Hugo de Grootlaan een geluidluwe gevel met spuivoorziening is voorzien.
Verder is onderzocht of voorzieningen ten behoeve van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies benodigd zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen te kunnen garanderen. Als toetsingskader kunnen de eisen met betrekking tot bescherming tegen geluid van buiten conform het bouwbesluit gebruikt worden, waarbij in plaats van de hogere waarde wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 65 en 66 dB (exclusief aftrek art. 110g Wgh) op de gevels gelegen aan de Hugo de Grootlaan van respectievelijk het woongebouw en het onderwijsgebouw. De karakteristieke geluidwering van de gevel die een scheiding vormt tussen een verblijfsgebied van een woonfunctie en de buitenlucht, moet ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de waarde van het op die gevel heersende geluidniveau en 33 dB. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen is een nader onderzoek naar de benodigde geluidwering uitgevoerd op basis van deze uitgangspunten, waarmee een aanvaardbaar binnenklimaat in alle appartementen kan worden geborgd. Dit onderzoek is eveneens onderdeel van het bouwkundig onderzoek, dat is opgenomen in Bijlage 3. In hoofdstuk 6 van het betreffende onderzoek is nader ingegaan op de eisen die aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesteld en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd.
Hieruit blijkt dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Aan de eisen uit het Bouwbesluit wordt voldaan. Het plan voldoet aan de eisen vanuit de Wet geluidhinder en voldoet tevens aan het gemeentelijk geluidbeleid. Binnen de bebouwing kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende worden gegarandeerd.
54
5.3.2 Railverkeerslawaai Langs alle spoorwegen bevinden zich conform de Wgh geluidszones. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. De beoogde ontwikkeling ligt niet in de zone. Als de ontwikkeling in de zone ligt, is de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting op de gevel (of bouwvlak als dat groter is) van de woning 55 dB. Er is (onder voorwaarden) een hogere geluidbelasting mogelijk tot 68 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 55 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden:
Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding); Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming); Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling). Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor geluidsgevoelige objecten een hogere waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij zulke gevoelige objecten. Hiervoor heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting. Doorwerking plangebied Binnen het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zone van het spoortraject 's-Hertogenbosch-Utrecht / 's-Hertogenbosch-Nijmegen / 's-Hertogenbosch-Tilburg / Eindhoven. De afstand tot de spoorlijn bedraagt circa 220 meter. De normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder zijn hierdoor niet relevant. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3.3 Industrielawaai Geluidszonering Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. De zonering van industrielawaai is vastgelegd in hoofdstuk V van de Wet geluidhinder 'Zones rond industrieterreinen' en hoofdstuk 2 van het Besluit geluidhinder. Het doel van zo'n geluidszone is tweeledig: Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen) beschermd tegen een te hoge geluidsbelasting vanwege industrielawaai. De zone vormt als het ware een buffer (ruimtelijke scheiding) tussen industriële activiteiten en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De keuze van de ligging van de zone is gebaseerd op een afweging tussen de ruimte voor de bedrijven (industrie) en de ruimte voor geluidsgevoelige objecten. De geluidzone zelf vormt hierbij een aandachtsgebied voor geluid, waarin niet zonder meer nieuwe woningen (en andere geluidgevoelige objecten) mogen worden gebouwd. De geluidzone voorkomt hiermee dat woonbebouwing oprukt in de richting van bedrijven. Het andere doel van de geluidzone is het bieden van akoestische ruimte waarover bedrijven op het industrieterrein maximaal kunnen beschikken.
Door het vastleggen van een geluidzone wordt wettelijk akoestische ruimte gecreëerd waarover de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein gezamenlijk maximaal kunnen beschikken zodat dat zij hun activiteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Een ruimtelijke scheiding tussen bedrijven en milieugevoelige bestemmingen vastleggen in het bestemmingsplan biedt daarmee zowel de omgeving (omwonenden) als bedrijven rechtszekerheid over de kwaliteit van het gebruik van hun kavel.
55
De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidruimte van het gezoneerde industrieterrein. In het bestemmingsplan moet de zone, die niet kleiner mag zijn dan de 50 dB(A) contour, worden vastgelegd. De geluidzone is daarmee het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens (de 50 dB(A) contour). De zone is dus het gebied, behalve het industrieterrein zelf, waarbinnen vanwege dat industrieterrein een geluidsbelasting mag heersen van 50 dB(A) etmaalwaarde of meer. Deze eis is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh) en gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Gevolg hiervan is, dat bij ontwikkelingen op en rond het industrieterrein, rekening wordt gehouden met de geluidzone die om het industrieterrein is gelegen. Dit geldt zowel bij ruimtelijke plannen, als bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bij meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen in de zone geldt een hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 55 dB(A). De geluidbelasting op woningen op een gezoneerd industrieterrein wordt formeel niet getoetst. Dit geldt ook voor andere mogelijk geluidsgevoelige objecten.