Bijlage 3 - Bijlagen concept ruimtelijke onderbouwing Middengebied Gasthuiskwartier
Tekst van het document
Om een proces van planvorming, plantoetsing en vergunningverlening soepel te laten verlopen, is het van belang dat alle betrokken partijen hetzelfde verstaan onder monumentale waarden en hun gradaties alsmede de door de bouwhistoricus gehanteerde toetsingscriteria. Dit hoofdstuk begint dan ook met het definiëren van de waarde-categorieën en de criteria authenticiteit en zeldzaamheid. De waardencategorieën en toetsingscriteria zijn voorgeschreven in de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (RCE en SBN) zonder dat daarbij aangegeven wordt wat daar precies onder wordt verstaan. In de inleiding van dit rapport is monumentale waarde in de context van gebouwd erfgoed omschreven als: een term waarmee objecten worden aangeduid die voor de samenleving als geheel belangrijk worden gevonden, vaak met het oog op de eigen cultuur en identiteit. Op academisch niveau ligt de nadruk van oudsher sterk op architectuur en vormgeving. Van vroeger uit worden vooral die gebouwen als monument aangewezen waarvan het exterieur duidelijke karakteristieken heeft van een bepaalde architectuurperiode. De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor historische constructies in, en de historische gebruiksfunctie van, gebouwen. De bouwhistoricus heeft volgens de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek twee primaire toetsingscriteria tot zijn beschikking om onderscheid te maken in waardengradaties.
Het betreft de mate van authenticiteit én de mate van zeldzaamheid. Het begrip authenticiteit is op zichzelf niet complex. Authenticiteit staat gelijk aan echtheid, ‘zoals op het moment van ontstaan’ en ongewijzigd. Men moet er hierbij wel voor waken dat de focus niet onevenredig op de eerste bouwfase wordt gelegd. Het is immers mogelijk dat een tweede, derde of zelfs vierde bouwfase ook monumentale waarde vertegenwoordigt. Een bepaalde ingreep kan bijvoorbeeld zeer karakteristiek zijn voor een bepaalde tijd. Als dat het geval is, dan spreekt men in bouwhistoriekringen van (bouw)historische gelaagdheid. Feitelijk kent men hierbij een zekere monumentale waarde toe aan één of meerdere bouwfasen waarbij authentieke relicten uit die fasen nog aanwezig zijn. Het begrip zeldzaamheid kan bij bouwhistorisch en waardenstellend onderzoek niet absoluut worden bepaald. Daarvoor ontbreekt het aan kwantitatieve informatie. Daarnaast speelt parten dat niet altijd duidelijk is wat het referentiegebied precies is. Op plaatselijk niveau is een bouwkundig onderdeel eerder zeldzaam dan op provinciaal of zelfs landelijk niveau. Daarnaast kan de mate van zeldzaamheid vaak niet los worden gezien van de mate van authenticiteit. Immers een hogere mate van authenticiteit is per definitie zeldzamer.
Bij het opstellen van een waardenstelling schrijven de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek drie categorieën voor: hoge monumentale waarde, positieve monumentale waarde en indifferente monumentale waarde. De termen zijn goed toe te passen, wanneer men weet wat er onder wordt verstaan. Positief is feitelijk een bevestiging, een ‘ja’ antwoord. Positieve monumentale waarde wil dus niet veel anders zeggen dat dat er inderdaad sprake is van monumentale waarde. BAAC beschouwt positieve monumentale waarde als basiswaarde. De indicator hoog wordt toegepast om te verheffen. Er is niet zomaar sprake van monumentale waarde (positief), maar van iets bijzonders. De lastigste term in gebruik is de term indifferent wat letterlijk onverschillig betekent. In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek worden indifferente
31
monumentwaarden gedefinieerd als zaken die van relatief weinig belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object (of gebied). Het lastige daaraan is de koppeling van indifferent en waarden, wat suggereert dat er wel sprake is van waarden, maar dat die niet in verhouding staan tot de positieve en eventueel hoge monumentale waarden. Het is om die reden dat BAAC in haar rapporten een vierde categorie hanteert, namelijk de categorie: geen monumentale waarde. Vaak gaat het hierbij om recente(re) afwerkingen, zoals vloerbedekkingen, behangsels, gipsplafonds en dergelijke. Gesimplificeerd kan worden gesteld dat wanneer sprake is van een authentieke én zeldzame situatie, hoge monumentale waarde dient te worden toegekend. In geval een toestand authentiek is maar niet zeldzaam (of omgekeerd), is een positieve monumentale waarde op zijn plaats. Indifferente monumentale waarde ten slotte is de categorie waaronder zaken worden geschaard wanneer van een authentieke en zeldzame toestand in het geheel geen sprake is. - Hoge monumentale waarde: van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied (bijzonder of uitzonderlijk).
Voor onderdelen waaraan hoge monumentale waarde is toegekend, geldt dat het behoud daarvan een zeer zwaar wegende factor is bij de afweging van algemene belangen (de betekenis van het monument voor de samenleving) tegen de belangen van de eigenaar/ontwikkelaar. In principe is al bij de planvorming het behoud van deze onderdelen een gegeven/uitgangspunt. Aanpassingen zijn denkbaar wanneer de bestaande monumentale waarde wordt versterkt (bijvoorbeeld door herstel van details, terugbrengen van oorspronkelijke kleurstellingen, het verwijderen van waardeverstorende elementen of eventueel reconstructie). Indien de waarde wordt aangetast, geldt dat ingrepen met zorg moeten worden uitgevoerd waarbij de historische architectuur van het gebouw maatgevend is. Aanpassing van elementen met hoge monumentale waarde kan gevolgen hebben voor de monumentale status van het gebouw. - Positieve monumentale waarde: van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied, omwille van de (redelijk) hoge mate van authenticiteit en/of zeldzaamheid (basiswaarde). Voor onderdelen waaraan positieve monumentale waarde is toegekend, geldt dat er bij het maken van verbouwingsplannen, vanuit bouwhistorisch oogpunt, gestreefd moet worden naar zoveel mogelijk behoud er van.
Het monumentale belang van deze elementen dient zorgvuldig afgewogen te worden tegen de belangen van de eigenaar/ontwikkelaar. Aanpassingen van positief gewaardeerde onderdelen zijn denkbaar wanneer het karakter en de monumentale waarde van het geheel blijven bestaan of eventueel worden versterkt. Substantiële aantasting van positief gewaardeerde onderdelen kan gevolgen hebben voor de monumentale status van het gebouw. - Indifferente monumentale waarde: van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object als gevolg van een aantasting van de mate van authenticiteit of de veelvoorkomendheid. Vanuit bouwhistorisch oogpunt bestaan er geen zwaarwegende argumenten om het volledige behoud van indifferent gewaardeerde onderdelen na te streven. Wijzigingen behoren doorgaans tot de mogelijkheden, sloop in veel gevallen ook. Reconstructief herstel kan in sommige gevallen leiden tot opwaardering van indifferent gewaardeerde onderdelen. - Geen monumentale waarde Vanuit bouwhistorisch oogpunt bestaan er geen argumenten om het behoud van elementen zonder monumentale waarde na te streven. Wijzigingen of zelfs sloop behoren zonder voorbehoud omwille van bouwhistorie of de monumentale status tot de mogelijkheden en kan in het geval het verstorende elementen zijn, zelfs een positief effect hebben op de beleving van de monumentale waarde van het complex als geheel.
Bouwhistorische verkenning
32
7.2
Waardering
7.2.1
Algemene historische waarde
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de algemene historische waarde van een object inzicht moet worden verkregen in verbondenheid met maatschappelijke ontwikkelingen. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of in het gebouw één of meerdere maatschappelijke ontwikkelingen tot uitdrukking komen, en zo ja, in welke mate en hoedanigheid. Dit is geen eenvoudige opgave, mede omdat concrete definities van de gehanteerde begrippen ontbreken. In deze rapportage worden alleen die begrippen gedefinieerd waarover binnen de kaders van het onderzoek uitspraken mogelijk zijn. Onder culturele ontwikkeling wordt in dit kader verstaan de ontwikkeling van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking daarvan door een samenleving of een groep daarbinnen. De ontwikkeling van menselijke activiteit op tastbare wijze tot uiting gebracht. Het gebouw is primair van betekenis als wezenlijke component van de eeuwenlange geschiedenis van de Bossche gezondheidszorg, terug te voeren tot in ten minste de dertiende eeuw. Het voormalige ziekenhuis is een voortzetting van een veel ouder gasthuis, een complex dat aan het begin van de twintigste eeuw volledig werd vernieuwd. Ook die vernieuwing is van belang op grond van cultuurhistorie.
Groeiende welvaart en nieuwe inzichten omtrent de condities waaronder zorg verleend diende te worden, zorgden overal in het land voor de oprichting van nieuwe gast- en ziekenhuizen. Hier in Den Bosch is aan het gebouw nog af te lezen dat zorg klassenonderscheid kende, en dat mannen en vrouwen strikt gescheiden werden verzorgd. Voornaamste aantasting van de cultuurhistorische waarde, is de sloop van het bouwdeel met de vroegere operatiekamers geweest. Desondanks brengt het gebouw ook nu nog de honderden jaren ziekenzorg die op deze plek in de stad werd gegeven nog goed in beeld.
In de eerste helft van de twintigste eeuw zullen de nieuwe gebouwen van het Groot Ziekengasthuis als kolossaal zijn ervaren door de Bosschenaren. In de jaren zeventig werd de schaal van de ziekenhuisbebouwing nog eens vergroot met de hoogbouw bovenin het beeld.
33
Onder sociaaleconomische ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op algemene welvaart/vooruitgang. Een gasthuis (en gasthuisgebouwen) geeft vooral uiting aan de sociale behoefte, in dit geval onder religieuzen, om met name aan de armere bevolking ziekenzorg te verlenen. Ook onder dit kopje kan gewezen worden op het klassen- en seksenonderscheid dat zeker tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft bestaan. Goede zorg voor zieken, bijvoorbeeld tijdens epidemieën, was voor steden van groot sociaaleconomisch belang. Een oncontroleerbare epidemie kon grote gevolgen hebben voor de economie van een stad, in die gevallen dat het leidde tot dood, armoede en angst. Onder geestelijke ontwikkeling wordt in deze rapportage verstaan de ontwikkeling van het niet stoffelijke, in dit geval tot uiting gebracht in het materiële; het complex. Veel concrete referenties aan de verzorgende taak die kloosterzusters lange tijd in het Groot Ziekengasthuis op zich namen, zijn in het gebouw niet te vinden. In de opzet van de trappenhuizen kan een referentie aan het kloosterleven worden gezien. De meeste verwijzingen aan het religieuze leven zijn echter in nabijheid van het gebouw te vinden. Daaronder de huidige zusterkapel en in de ondergrond nog de fundamenten van de voorganger daarvan.
Mogelijk zijn er in het gebouw op muren nog sjabloonschilderingen aanwezig met een religieus karakter. De geografische ontwikkeling kan worden gedefinieerd als de betekenis die het gebied heeft voor de door de mens gecreëerde leefomgeving; de wijze waarop het natuurlandschap in cultuurlandschap werd getransformeerd en aan ontwikkelingen in gebruik werd aangepast, zowel in materiële als immateriële zin. Het moge duidelijk zijn dat de invloed die het Groot Ziekengasthuis heeft gehad op de ontwikkeling van dit stadsgedeelte, bijna op steenworpafstand van de Bossche Markt juist buiten de oudste stadsommuring, niet kan worden overschat. Tot in de negentiende eeuw is het complex naar huidige begrippen nog bescheiden in omvang. In de twintigste eeuw dijt het terrein gestaag uit. Doordat een groot aantal van de gebouwen op het gasthuisterrein de status van Rijksmonument heeft, zal die geschiedenis bij de huidige herontwikkeling in bebouwing tot uiting blijven komen. Onder bestuurlijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling van zeggenschap over een maatschappelijk afgebakend gebied. Het Groot Ziekengasthuis is lange tijd een maatschappelijk afgebakend gebied geweest. Dit komt in het stergebouw niet heel sterk naar voren (al is de centrale ligging op het terrein en het ontbreken van een prominenten entreepartij hier op te voeren).
De begrenzing van het terrein door de Dieze en de zeventiende-eeuwse gasthuispoort zijn nog wel duidelijke uitingen daarvan. Daarnaast kan het thans nog bestaande Regentenhuis (waar het bestuurscollege bijeen kwam) hier niet onvermeld blijven. Onder (technische en) typologische ontwikkeling op maatschappelijk vlak wordt hier verstaan de ontwikkeling in grondvorm gerelateerd aan de mens/gebruiker (bijvoorbeeld sekse of status) of sociale gebeurtenissen. Al vóór het midden van de negentiende eeuw ontstond in Nederland het besef dat er door veranderende opvattingen rondom medische zorg geïnvesteerd moest worden in complexen waarin deze zorg geboden werd. In die tijd waren dat nog de middeleeuwse gasthuizen. In de loop van de negentiende eeuw kwam daar, als gevolg van bevolkingsaanwas, capaciteitsproblematiek bij. Aan het einde van de negentiende eeuw werd er vooral ontwikkeld volgens het paviljoenprincipe. Grote voordelen waren scheiding van klassen en seksen, optimale ventilatie, voldoende daglicht en een groene setting die bevorderlijk werd geacht voor de patiënten. Voornaamste nadeel was dat het paviljoenmodel veel ruimte vereiste en dat die ruimte niet altijd (tegen een acceptabele prijs) in de oude steden voorhanden was. Veelal leidde dit bij ziekenhuisgebouwen tot panden op een H-vormig
Bouwhistorische verkenning
34
grondplan. In ’s-Hertogenbosch besloot men te bouwen op een >-< vormig grondplan, vermoedelijk omdat dit voordelen had met betrekking tot de daglichttoetreding.
7.2.2
Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van (inter)nationale betekenis is. Het rijksmonument is gelegen te midden van verschillende andere rijksmonumenten op het gasthuisterrein. Het gebouw ligt buiten het rijksbeschermde stadsgezicht ’s-Hertogenbosch dat in 1972 werd aangewezen, maar binnen het rijksbeschermde stadsgezicht ’s-Hertogenbosch Uitbreiding, dat in 1991 formeel werd aangewezen. Het gasthuisterrein ligt eigenlijk op het snijvlak van de beide stadsgezichten. Enerzijds is het al sinds de veertiende eeuw, ondanks de geïsoleerde ligging, sterk verankerd met de middeleeuwse stadsstructuur. Anderzijds kan de grootschalige herontwikkeling in de jaren 1909-1932, in ieder geval voor wat betreft de oudste bebouwing en op grond van de neorenaissance-architectuur, nog net worden gerekend tot de stadsuitbreidingen die mogelijk werden na invoering van de Vestingwet.
De Rijksbeschermde stadsgezichten ’s-Hertogenbosch en ’s-Hertogenbosch Uitbreiding. Het gebouw is gelegen in het laatstgenoemde gebied, dat in 1991 formeel werd aangewezen en vooral stadsuitbreidingen en een deel van de inundatie/schootsvelden beslaat.
- Belang van het complex wegens de situering, verbondenheid met de ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad of wijk. De verbondenheid van het gebouw met de directe omgeving (zijnde het gasthuisterrein) is bijzonder groot. Het gebouw is een exponent van eeuwenlange ziekenzorg in ’s-Hertogenbosch. Architectonisch vormt het gebouw de basis voor de herontwikkeling van het terrein vanaf begin twintigste eeuw. Simpel gezegd: dit gebouw stond er al op het moment dat de ontwerpen voor de thans omliggende gebouwen moesten worden gemaakt. Het stergebouw kan door grondvorm en centrale plaats op het terrein ook moeiteloos als het episch centrum van het gasthuis worden beschouwd.
35
- Belang van het complex wegens de wijze van verkaveling / inrichting / voorzieningen. Het gebouw kan op historisch-functionele gronden niet los worden gezien van de omliggende gebouwen. Een hele zware aantasting van het gebouw is de reeds eerder genoemde sloop van het bouwdeel met de vroegere operatiekamers. In fysieke omvang mag dit misschien nog als een relatief bescheiden aantasting worden bestempeld, het ‘verhaal van het gebouw’, zijnde het verrichten van medische handelingen en de verzorging van patiënten, is met de sloop gehalveerd. Ook de verharding van het terrein direct om het gebouw vormt een zware aantasting van de uiting van de geschiedenis. De situering van voormalige ziekenvleugels te midden van een bouwplaats en een parkeerplaats, staat in schril contrast met de groene en open omgeving die aanvankelijk was gecreëerd, niet zomaar, maar vanuit de gedachte dat zo’n groene omgeving bevorderlijk is voor de verzorging en het herstel van zieken. - Het belang van het complex wegens de hoge kwaliteit van de bebouwing en de historischruimtelijke relatie met groenvoorzieningen. In aansluiting op het voorgaande wordt hier nogmaals gesteld dat groenvoorzieningen rondom het gebouw, met name de voormalige ziekenzalen, node gemist wordt.
Niet voor het beeld, de aangename omgeving, maar vanwege de directe relatie die vroeger bestond tussen de ziekenzalen en de groene omgeving waarin deze waren ingebed.
7.2.3 Architectonische waarden In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de architectonische waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan er hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex voor de geschiedenis van de architectuur en het oeuvre van de architect(en). Het ontwerp is in grondplan en in gevelstijl (neorenaissance) karakteristiek voor zorggebouwen omstreeks 1900. De architectuur van de gevels is geënt op de architectuur van de renaissance, een tijd waarin geneeskunde sterk tot ontwikkeling kwam. De gevelarchitectuur is karakteristiek voor de bouwtijd én dus voor het gebouwtype. Innovatief is het gevelontwerp in de bouwtijd niet, kort na de Eerste Wereldoorlog liep de invloed van de renaissance in de architectuur na ruim 40 jaar ten einde. Omdat er in die periode 1875-1915 veel is gebouwd, zijn gebouwen in neorenaissancestijl niet bijzonder zeldzaam. Het oeuvre van architect en rijksbouwmeester Jan Vrijman (1865-1954) is niet geïnventariseerd. Het is derhalve binnen de kaders van deze verkenning niet mogelijk om inzicht te geven in de plaats die het ontwerp voor het gasthuisgebouw binnen het oeuvre van de architect inneemt.
In de Provinciale Noordbrabantse en ’s Hertogenbossche Courant van 16 mei 1911 wordt bij de opening van het huis gemeld dat rijksbouwmeester J.A.W. Vrijman geheel belangeloos werk heeft verricht. Gemeld wordt dat hij dit in andere steden ook heeft gedaan. Het ontwerp voor het gasthuis in ’s-Hertogenbosch zal dus zeker niet zijn eerste ziekenhuisontwerp zijn. Grote aantasting van de architectuur van het gebouw is de sloop van het deel met de vroegere operatiekamers. - Belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp en de ornamentiek. Er is zeker sprake van hoogwaardige esthetische kwaliteit, al was het maar omdat veel van de gevelaanzichten in hoge mate van authenticiteit verkeren. Met andere woorden: in hoofdlijn ziet het gebouw(restant) en nog uit zoals Regentencollege, architect en geneesheer in 1909 voorzagen. Voornaamste aantastingen van de esthetiek zijn te vinden op de plaatsen waar is gesloopt of werd aangebouwd. De witte kleur op het houtwerk van vensters en gootlijsten, zal ook niet oorspronkelijk
Bouwhistorische verkenning
36
zijn en in dat geval negatief afstralen op de esthetische kwaliteit. Ornamenten zijn van groot belang voor de duiding van de ouderdom van het pand. Het gaat daarbij niet alleen om sierelementen zoals de gevelankers, maar ook om baksteen en voegdetailleringen. - Belang vanwege de interieurafwerking (in samenhang met het exterieur). Dat belang is best wel groot, onder andere omdat in het gebouw veel vloeren (terrazzo) en plafonds bewaard zijn gebleven. Oude muurafwerkingen zijn op de verdieping bij de toiletten nog aanwezig. Er zijn ook aanwijzingen dat oude schildering van de muren achter latere toplagen schuilgaat. In één van de vroegere ziekenvleugels werd een restant van een sjabloonschildering waargenomen. Het ligt voor de hand dat in andere delen van het gebouw ook nog schilderingen voor het oog verborgen zijn. De aard van deze afwerkingen blinkt uit in eenvoud. In academische kringen wordt die eenvoud vaak ondergewaardeerd. Juist die eenvoud is echter typisch voor het gebouwtype. Beschikbare middelen dienden ten goede te komen aan de best mogelijke zorg, niet aan weelde.
7.2.4
Bouwhistorische waarden
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de bouwhistorische waarden van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang van het object voor de geschiedenis van de bouwtechniek. In het gebouw is gewerkt met onder andere gewapend beton, namelijk in de vloeren. In de bouwtijd (1909-1911) was dit bouwmateriaal al beproefd en werd het veelvuldig toegepast. Van een innovatieve toepassing is derhalve geen sprake. Desondanks kan wel worden gesteld dat het hier gaat om een (lokaal) redelijk vroeg voorbeeld van betonconstructie, in een gebouw dat zich daar op grond van eisen aan hygiëne en dergelijke bij uitstek voor leent. De natuurstenentrap is vanwege de éénzijdige oplegging ook op lokaal niveau van enige betekenis op grond van de constructietechniek. Uit krantenbeschrijvingen naar aanleiding van de opening van het gebouw worden de trappen er veelal uitgelicht. Meestal met de kanttekening dat de constructie voor de Bosschenaren innovatiever was dan voor de architect (die deze constructiemethode blijkbaar al veel vaker had toegepast).
- Het belang van het object vanwege de historische gelaagdheid. Gesteld kan worden dat alle ingrepen die na de realisatie van het gebouw zijn uitgevoerd, een negatief effect hebben gehad op de herinneringswaarde van het gebouw. Het zijn hooguit enkele technische elementen die in de jaren zestig zullen zijn aangebracht en vanwege de associatie die ze oproepen met de historische functie van het gebouw, waar enige betekenis aan kan worden toegekend.
7.2.5
Waarden vanuit de gebruikshistorie
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de waarden vanuit de gebruikshistorie van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang vanwege de ordening, samenhang of inrichting van gebouwen of ruimten, passend bij een historische functie, gebruik of productie in het object/complex.
37
Dat belang is vrij groot. Het gaat dan in het bijzonder om de hoofdstructuur zowel op het niveau van de bouwmassa als de routing. Met enige voorkennis zijn het vooral de voormalige ziekenzalen die als zodanig herkenbaar zijn. Overigens is dat niet overal het geval. Op de verdieping zijn de zalen aan de oostzijde bijvoorbeeld helemaal onderverdeeld in kamers. - Het belang vanwege een (historische) functie, gebruik of productie in het object/complex. Het gebouw is zeker van groot belang vanwege de ziekenhuisfunctie die het bekleed heeft tussen 1911 en circa 1979, temeer omdat dit gebouw onderdeel is van een veel langere gasthuisgeschiedenis op deze locatie. Als bijzonderheid kan verder worden vermeld dat het gebouw is opgericht op de plaats waar voorheen het Bossche pesthuis stond. Dat huis is nog bekend van oude foto’s. - Het belang van het object/complex als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner/gebruiker/opdrachtgever. In de huidige tijd zijn er nog vele Bosschenaren die een geschiedenis hebben met het vroegere ziekenhuis.
7.3
Waardestellingen
Hoge monumentale waarde 1. Er kan op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde worden toegekend aan de oorspronkelijke vorm van de hoofdbouwmassa, echter niet zonder kritische noot.6 Het is te verantwoorden om aan de bouwmassa van het bestaande gebouw op grond van de voor het bouwtype en de bouwtijd karakteristieke vlindervormige plattegrond hoge monumentale waarde toe te kennen op grond van de mate van zeldzaamheid en authenticiteit. Daarbij moet echter niet uit het oog worden verloren dat het thans bestaande gebouw ‘slechts’ een deel is van een complex dat oorspronkelijk ook een vleugel met onder andere operatiekamers gehad heeft. Men kan dus ook beargumenteren dat de bouwmassa van het oorspronkelijke gebouw met de sloop van die operatievleugel zodanig is aangetast, dat wat nu nog resteert, afgewaardeerd zou moeten worden naar positieve monumentale waarde. Belangrijke kenmerken van de massa zijn de spiegelsymmetrie, de combinatie van afgetopte schilddaken met platte daken én de uitgebouwde trappenhuizen. 2. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de gevels (inclusief dakkapellen) van het gebouw op grond van de hoge mate van authenticiteit en de redelijke mate van zeldzaamheid (die vooral wordt bepaald door het bouwtype).
De vormgeving is typisch voor de bouwtijd én voor de oorspronkelijke functie van het gebouw (refereert aan de Gouden Eeuw, een tijd waarin belangrijke ontdekkingen werden gedaan in de gezondheidszorg) en die omstreeks 1900 passend geacht werd voor openbare gebouwen, religieuze en verzorgende instellingen. De monumentale waarde geldt voor de gevels als geheel, maar ook voor elementen (vensters) en ornamenten (lijstwerk, gevelankers). De monumentale waarde van een aantal vensters is aangetast door weinig passend herstelwerk. Delen van de gevels die ingrijpend zijn gewijzigd (door aansluiting van latere bouwdelen), vertegenwoordigen alleen hoge monumentale waarde op structuurniveau. 3. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de inpandige hoofdstructuur, waarmee hier vooral wordt bedoeld de gang met trappenhuizen en de trechtervorm aan weerszijden van het middendeel. De mate van authenticiteit is hoog. De 6
Reactie Gemeente ’s-Hertogenbosch op concept: “Vanwege de sloop van de operatiekamers zou de authenticiteit dusdanig zijn aangetast dat een positieve waardering te overwegen is. Deze conclusie onderschrijven wij [toetsende instantie] niet. Van de oorspronkelijke bouwsubstantie is voldoende bouwmassa bewaard gebleven die de oorspronkelijke functie markeren en een hoge waardering rechtvaardigen”.
Bouwhistorische verkenning
38
mate van zeldzaamheid is beperkt, maar omdat de structuur van cruciaal belang is voor duiding van het functioneren van het gebouw direct na oplevering, is toekenning van hoge monumentale waarde goed te verantwoorden. De waarde wordt versterkt doordat de meeste binnendeuren ook nog uit de bouwtijd dateren, waardoor de hoofdstructuur in hoge mate bepalend is voor het historische karakter van het gebouw. 4. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de oorspronkelijke kamerscheidingen in het middendeel van het gebouw. De zeggingskracht van de muren is beperkt, de waarde heeft vooral betrekking op de structuur, welke sterk samenhangt met de in stelling 3 genoemde binnendeuren. 5. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de verdiepingsvloer- en de dakconstructie van de voormalige ziekenzalen. De toepassing van gewapend beton is in de bouwtijd net niet meer innovatief te noemen, maar vanwege de verbijzondering van de vloerbalken met consoles en sleutelstukken, kan toch hoge monumentale waarde worden toegekend, niet alleen op grond van ornamentiek, maar vooral ook vanwege de zeldzaamheid (combinatie consoles, sleutelstukken en moderne balk). 6.
Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de trappen welke in de bouwtijd vanwege hun vrijdragende aard nog vrij innovatief te noemen zijn. De mate van authenticiteit is daarbij hoog én de dubbele trappen dragen bij aan de historie van seksescheiding in de ziekenzorg. 7. Op vergelijkbare gronden wordt er op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de Inventum koelkasten om de eenvoudige reden dat deze elementen sterk (en zo’n beetje als enige) duiding geven aan de historische functie van het gebouw. 8. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage positieve monumentale waarde toegekend aan de sjabloonschilderingen die in ieder geval in de vroegere ziekenzalen nog (onder latere toplagen) aanwezig zijn. De schilderingen zijn op zich gangbaar in de tijd en nog vrij veel voorkomend, echter in een voormalig ziekenhuis is de aanwezigheid van dit soort schilderingen behoorlijk zeldzaam. 9. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan enkele oorspronkelijke gang/vleugelpuien vanwege de hoge mate van authenticiteit. De mate van zeldzaamheid is redelijk. De puien zijn echter van cruciaal belang voor het historische karakter van het interieur (in samenhang met de historische binnendeuren). 10.
Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de toiletgroepen op de verdieping van het gebouw op grond van de hoge mate van authenticiteit en de redelijke mate van zeldzaamheid. 11. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de historische binnendeuren op grond van de behoorlijke mate van authenticiteit (sloten en krukstellen vernieuwd), in combinatie met een behoorlijk hoge mate van zeldzaamheid (door de afgeronde onderhoeken). De deuren zijn van cruciaal belang voor het historische karakter (beleving) van het interieur. 12. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage hoge monumentale waarde toegekend aan de terrazzovloeren in de verkeersruimte en de natte ruimten in het gebouw op grond van de hoge mate van authenticiteit. De mate van zeldzaamheid is beperkt, maar omdat de vloeren (vanwege de hygiëne) typisch zijn voor de historische functie van het gebouw, is toekenning van hoge monumentale waarde toch te verantwoorden.
Positieve monumentale waarde 13. Er wordt op basis van de bevindingen in deze rapportage positieve monumentale waarde toegekend aan de restanten van de inpandige hoeken van de vroegere ziekenzalen op grond van het historische belang van de structuur waar zij deel van uitmaken. Door verschillende verbouwingen is de mate van authenticiteit aangetast (onder andere zijn deuropeningen dichtgezet), waardoor de monumentale waarde hier wordt afgewaardeerd tot positief.
39
14. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt positieve monumentale waarde toegekend aan betonnen vloerconstructie van de begane-grondvloer. De constructie is authentiek, de mate van zeldzaamheid is vrij gering en verbijzonderingen (zoals de verdiepingsvloer en het platte dak van de ziekenzalen) ontbreken. Let op: delen van de vloerconstructie zijn afgewerkt met hoog gewaardeerde terrazzovloeren! 15. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt positieve monumentale waarde toegekend aan betonnen vloerconstructies van het middendeel. De constructie is authentiek, de mate van zeldzaamheid is vrij gering en verbijzonderingen (consoles bij de trapgaten daargelaten), ontbreken. Let op: delen van de vloerconstructie zijn afgewerkt met hoog gewaardeerde terrazzovloeren! 16. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt positieve monumentale waarde toegekend aan de kapconstructie van het middendeel van het pand. De constructie verkeert in hoge mate van authenticiteit en is, onder andere door combinatie van verbindingen, maar nog niet als zeldzaam aan te merken.7 17. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt positieve monumentale waarde toegekend aan de restanten van de interieurindeling op de zolder (inclusief wasbakjes), op grond van de redelijke mate van authenticiteit, maar vooral als referentie aan de vroegere gebruiksfunctie van de zolder.
Indifferente monumentale waarde 18. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt indifferente monumentale waarde toegekend aan enkele buitendeuren die gerealiseerd zijn door borstweringen onder bestaande vensters uit te breken. De deuren zijn niet authentiek. Ze zijn overigens in het gevelbeeld ook niet storend.
Geen monumentale waarde 19. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt geen monumentale waarde toegekend aan de alle binnenmuren die niet uit de bouwtijd dateren. De muren (en wanden) doorbreken de oorspronkelijke structuur van het pand zonder dat er sprake is van toevoeging van een kwaliteits- of betekenislaag. 20. Op basis van de bevindingen in deze rapportage wordt geen monumentale waarde toegekend aan recente afwerkingen zoals verlaagde systeemplafonds, vloerbedekkingen en overige stoffering. De mate van zeldzaamheid is nihil.
Nader te bepalen, waardenverwachting 21. Onder huidige toplagen (verf) gaat vermoedelijk nog een oorspronkelijke kleurstelling (muren, plafonds en deuren) schuil. Die kleurstelling vertegenwoordigt op grond van de mate van authenticiteit hoge monumentale waarde.
7
Reactie Gemeente ’s-Hertogenbosch op concept: “de kapconstructies van het middendeel vormen een essentieel onderdeel van de karakteristieke hoofdmassa en wegen daarmee zwaarder dan nu gewaardeerd. Een hoge waardering is daarmee gerechtvaardigd. In de waardering wordt nu als reden de beperkte mate van zeldzaamheid aangedragen en daarmee positief gewaardeerd. Deze conclusie onderschrijven wij niet”.
Bouwhistorische verkenning
40
Waarderingskaart van de begane grond.
41
Waarderingskaart van de verdieping
Bouwhistorische verkenning
42
Waarderingskaart van de zolder.
43
1
GZG ‘s-hertogenbosch
bouwhistorische verkenning waardestelling mariapaviljoen versie 11 juni 2022
dook erfgoedwerk
GZG ‘s-hertogenbosch
bouwhistorische verkenning met waardestelling mariapaviljoen gzg 2021 DOOK erfgoedwerk
Postelstraat 62 5211EB ‘s-Hertogenbosch
inhoud
colofon opdrachtgever: MWPO Stergebouw BV object:
mariapaviljoen, nieuwstraat 20, ‘s-hertogenbosch
kadastraal nr.:
H7562
monumentnr.:
522430
datum:
herzien februari 2021
Bouwhistorische verkenning van het mariapaviljoen te ‘s-Hertogenbosch inhoud
voorwoord pagina 5 1 samenvattingen pagina 7 2 bouw- en gebruiksgeschiedenis pagina 9 beknopte ontstaansgeschiedenis gzg bouw- en gebruiksgeschiedenis
3 bouwhistorische beschrijving pagina 23 inleiding stedenbouwkundige situatie exterieur constructie interieur 4 waardestelling
pagina 41
5 aanbevelingen
pagina 49
bijlagen pagina 51 literatuurlijst
voorwoord
4/5
voorwoord Deze bouwhistorische verkenning gaat over het Mariapaviljoen dat gebouwd is in 1915 als verpleeghuis voor lijders aan besmettelijke ziekten. Het gebouw maakte deel uit van het Groot Ziekengasthuis te ’s-Hertogenbosch. Ten tijde van het onderzoek in 2011 was dit ziekenhuis het oudste nog in gebruik zijnde ziekenhuis van Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek is het herbestemmen en renoveren van het Mariapaviljoen, het Stergebouw en Zusterhuis. Ter voorbereiding op de herbestemmingsplannen is een onderzoek verricht naar de bouwhistorische waarden van het terrein en zijn bebouwing. Dit heeft geresulteerd in een zestal rapporten, vijf rapporten van de op het her te bestemmen terrein aanwezige rijksmonumenten en één rapport dat het complex in zijn geheel beschrijft. De waardestelling en bijbehorende conclusies dienen om de restauratie- en herbestemmingsplannen op te kunnen stellen en te kunnen toetsen. De bouwhistorische verkenning is een aanvulling op het document GZG ‘s-Hertogenbosch, eerste fase bouwhistorisch onderzoek op het Groot Ziekengasthuisterrein. Voor het samenstellen van de verkenning werd dankbaar gebruik gemaakt van informatie die werd aangereikt door Fraaije Architectuur uit Waalre. De oorspronkelijke versie van dit rapport is opgesteld in 2011. In opdracht van ontwikkelaar MWPO zijn enkele details, zoals het huidig gebruik van het gebouw, aangepast.
Wat betreft het exterieur van het gebouw zijn sinds het opstellen van de eerste versie van het rapport geen veranderingen aangebracht. Het interieur is niet opnieuw bezocht. Deze bouwhistorische verkenning volgt de richtlijnen van de RCE, ‘bouwhistorisch onderzoek’ van april 2009.
1 samenvattingen
6/7
algemene omschrijving
centrale kappen voor het grootste deel verwijderd ten behoeve van de
besmettelijke ziektes. Het bij het, inmiddels gesloopte, Groot
gesloopt . Er is immers een nieuw ziekenhuis gebouwd. De monumentale
Een in 1915 gebouwd ziekenhuispaviljoen voor patiënten met Ziekengasthuis behorende Mariapaviljoen, is gelegen op de noordwestelijke hoek van het ziekenhuisterrein, afzonderlijk van de andere gebouwen. Het gebouw werd in 1915 opgetrokken, naar ontwerp van de architect J. Kersemaekers. Het paviljoen vertoont elementen van het rationalisme en de nieuw historiserende stijl, maar sluit qua detaillering aan bij de andere gebouwen op het GZG terrein uit dezelfde periode. Het gebouw heeft een strak symmetrische opzet en is ontworpen vanuit de functie. Vanaf 1940 krijgt het Mariapaviljoen steeds andere bestemmingen. Anno 1999 huisvestte het paviljoen de facilitaire dienst van het ziekenhuis, in het sanatorium is sinds 2013 restaurant ‘Het Mariapaviljoen’ gevestigd en tevens is het kantoor van VOF
opbouwen. Vanaf 2014 zijn de modernere onderdelen op het terrein panden bleven behouden en krijgen een nieuwe bestemming. Op het leeggekomen terrein worden grondgebonden woningen en appartementen gebouwd.
samenvatting waardering
Het Mariapaviljoen, behorend bij het Groot Ziekengasthuis, is cultuurhistorisch waardevol. Het paviljoen bezit algemeen historische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische en geestelijke ontwikkeling; het paviljoen vormt een herinnering aan het van oorsprong middeleeuwse ziekenhuis. Het paviljoen werd gebouwd voor patiënten met besmettelijke ziekten en illustreert de typologische
Gasthuiskwartier in het gebouw ondergebracht.
ontwikkeling van dit soort gebouwen. Het pand bezit ensemble
samenvatting bouwgeschiedenis
Mariapaviljoen bezit architectuurhistorische waarde door de bijzondere
In de wet voor besmettelijke ziektes van 1872 werd vastgelegd dat de gemeentebesturen verantwoordelijk waren voor de bestrijding van epidemieën. In 1911 besloot het gemeentebestuur van ‘s-Hertogenbosch om hiervoor een afzonderlijk pand te bouwen. In oktober 1914 startte men met de bouw. Het paviljoen was opgedeeld in diverse vertrekken om de verschillende patiënten van elkaar te kunnen isoleren. Bij het ontwerp speelde licht en lucht een belangrijke rol. De vier ziekenzalen werden hiervoor zoveel mogelijk door buitenmuren begrensd. Na 1940 kreeg het Mariapaviljoen een andere bestemming en werden er in de tweede helft van de 20ste eeuw enkele opbouwen en een aanbouw aangezet. Ook werd de binnenplaats dichtgebouwd en zijn twee
waarden als essentieel onderdeel van het Groot Ziekengasthuis. Het detaillering en het materiaalgebruik.
samenvatting advies
Het gebouw uit 1915 met de latere aan- en opbouwen is redelijk eenduidig. Verder uitgebreid bouwhistorisch onderzoek lijkt vooralsnog niet noodzakelijk. Na verwijdering van het linoleum kunnen de terrazzo vloeren op gaafheid onderzocht worden. Het dient aanbeveling een aanvullend constructief onderzoek in te stellen naar de belastbaarheid van de vloeren.
2 bouw- en gebruiksgeschiedenis
8/9
2.1 beknopte ontstaansgeschiedenis gzg
De gastvrijheid van het gasthuis, maar ook het nodige isolement
tot ontwikkeling. De stad was de meest noordelijke hoofdstad van
1474 wordt er een zusterhuis en achter op het terrein een pesthuis
Aan het eind van de 12de eeuw kwam de stad ‘s-Hertogenbosch het hertogdom Brabant en een belangrijke vestingstad. In de loop van de 13de eeuw ontstonden in alle belangrijke steden gasthuizen binnen de stadsmuren. Dit was een van de
vereisten deze situatie, veemdelingen konden hier overnachten zonder dat de stad hen binnen de muren hoefde toe te laten. In gebouwd. In 1485 de centraal gelegen hoofdgebouw (‘sieckhuys’) met ziekenhuiskapel. In 1631 wordt een nieuwe vleugel aangebouwd, bestemd voor
uitvloeisels van de kruistochten, waar de zorg voor zieken, pelgrims
patiënten met dysenterie of andere besmettelijke ziekten.
en armlastigen werd georganiseerd. Samen met met de kloosters
De toegang tot het gasthuisterrein lag aan het einde van de
deelde voortaan ook de burgerbevolking in de verantwoordelijkheid voor het verzogen van de armlastige zieken. Rond 1250 wordt een’ hospitale’ of ‘gasthuis’ in ‘s-Hertogenbosch opgericht. Dit gasthuis met kapel lag binnen de oudste stadmuren, op de percelen tussen de Hinthamerstraat, Gasselstraat (= verbastering van gasthuisstraat), Kerkstraat en st Annaplaats. Het hospitaal werd het ‘Groot Gasthuis’ genoemd, ter onderscheid van een aantal kleinere in de stad. Vanaf 1458 verplaatst het Groot Gasthuis met kapel en kerkhof zich naar het huidige terrein. De benodigde uitbreidingen waren op de oorspronkelijke plek niet te realiseren vanwege de aangrenzende
Gasthuisstraat, daar waar nu nog de, in eerste aanleg, uit 1661 stammende gasthuispoort staat. Naast de poort bevond zich de portierswoning en een tweede poort met hierachter de centrale binnenplaats. Aan de binnenplaats, ten zuiden van het hoofdgebouw werden in de 16de-18de eeuw diverse gebouwen opgetrokken; de regentenkamer, de apotheek, de keuken, woning van de moeder van het gasthuis, de brouwerij, de bakkerij en de timmerwerkplaats. Rond 1846 werd het hoofdgebouw met een verdieping verhoogd en deels vernieuwd. In 1888 werd ten oosten van het hoofdgebouw een nieuw gebouw opgetrokken dat diende als polikliniek en kinderafdeling. Een deel van dit gebouw staat nog
bebouwing. Men koos voor een open terrein aan de noordzijde
overeind als mortuarium.
van de Hinthamerstraat, vlak achter de stadsmuur. Tussen 1454 en
Aan het einde van de 19de eeuw kwamen er nieuwe inzichten
1467 werden hier 15 percelen aangekocht. Het totale perceel werd omschreven als: ‘een stuk grond, ruim genoeg om er te bouwen, aan drie kanten door stromend water omgeven en met aan de vierde zijde een open terrein, dat ruimte bood voor eventuele latere uitbreiding.’ Dit terrein lag buiten de eerste stadsmuren van ‘s-Hertogenbosch, maar toch binnen de bebouwing van de stad.
over ziekenzorg. Om aan de nieuwe hygiënische eisen te kunnen voldoen, moesten de gebouwen aangepast, of geheel nieuw gebouwd worden. Hierdoor zijn in de volgende decennia veel van de oudere gebouwen afgebroken om plaats te maken voor nieuwe gebouwen. Met name in de periode 1905-1911 zijn veel oude,
in oorsprong vaak middeleeuwse gebouwen gesloopt, om plaats te maken voor de nieuwe bebouwing. Op de plek van het oude
stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis
Volgens de Duitse normen moest het gebouw minstens 20 meter
hoofdgebouw verscheen het zusterhuis met de kapel. Hierachter
van de andere gebouwen verwijderd liggen. In dit opzicht was de
werd de nieuwe kliniek ‘het stergebouw’ opgetrokken, omgeven
ligging niet erg gunstig en voldeed niet aan de eisen. Het pand staat
door de Engelse tuin.
parallel aan de rooilijn van de oude Lange Tolbrugstraat en hiermee
Wat geisoleerd op de hoek van het terrein aan de lange tolbrugstraat werd het Mariapaviljoen gebouwd, bedoeld voor behandeling en isolatie van besmettelijke ziekten.
kadastrale minuut 1823
niet in lijn met de andere gebouwen op het GZG terrein. De hoofdingang van het gebouw is ontworpen aan de straatzijde, zodat rij- en voertuigen voor de hoofdingang konden stoppen.
10 / 11
ketelhuis
mariapaviljoen
stergebouw
zusterhuis
oude polikliniek (mortuarium) bakkerij, wasserij apotheek regentenhuis kaart Damen 1918
2.2
bouw- en gebruiksgeschiedenis
In1872 werd de ‘wet voor besmettelijke ziektes’ ingevoerd. Deze wet verplichtte de grote gemeenten zorg te dragen voor opvang van patiënten met besmettelijke ziektes. Omstreeks 1910 beslist het gemeentebestuur van ‘s-Hertogenbosch voor de bouw van een nieuwe kliniek op het GZG terrein. Ondanks dat in veel andere gemeenten alleen tijdelijke, van hout opgetrokken barakken werden opgericht, besloot het gemeentebestuur onder de stimulerende leiding van de toenmalige geneesheer-directeur Dr. van Moorsel, tot de oprichting van een degelijk stenen bouwwerk. Desondanks werd het gebouw in alle documenten hardnekkig ‘barak’ genoemd. Dat het een gemeente-initiatief betreft, blijkt onder andere uit de de keuze van de verantwoordelijke architect; J. Kersemaekers, directeur van Gemeentewerken in ’s-Hertogenbosch. Na zich te hebben
de vijf ontwerpvoorstellen van architect J. Kersemaekers
georiënteerd op de modernste Duitse normen op dit gebied, merkte hij op dat de ter beschikking gestelde bouwlocatie ‘niet erg gunstig qua ligging’ was en raadde hij de Godshuizen aan het GZGterrein uit te breiden middels aankoop en sloop van huizen langs de Tolbrugstraat. In 1913 werd duidelijk dat dit idee op korte termijn geen haalbare kaart was en werkte hij voor de, in oppervlakte zeer beperkte, oorspronkelijke bouwlocatie een vijftal varianten uit waaruit de geneesheren variant C kozen. De stijl en kwaliteit van het ontwerp was passend bij de andere net voltooide ziekenhuisgebouwen. Net als bij het ontwerp van het stergebouw speelde de toegankelijkheid van licht en lucht een grote rol. In de vier hoeken van het gebouw waren de vier ziekenzalen gesitueerd, die ieder plaats boden aan vijf bedden. De zalen waren zo gesitueerd dat ze zo veel mogelijk ‘licht en
12 / 13
lucht’ konden toelaten en grensden zo min mogelijk aan andere binnenruimten. In het ontwerp is het gebouw opgedeeld in een linker-, midden-, en rechterdeel. In het linker-, en rechterdeel de ziekenzalen, gangen, lokaal voor de zusters, een theekeuken en een trap naar de verdieping. In het middendeel was een open plaats voor lichttoetreding naar de trappenhuizen en ventilatie voor de aangrenzende badkamer, desinfectielokaal en doktorenlokaal. Het gehele gebouw is onderkelderd ten behoeve van een kolenbergplaats voor het ketelhuis van de centrale verwarming. In de kelder werden ook enkele bassins geplaatst om besmet water in te verzamelen. Als een reservoir vol was, werd de inhoud ontsmet, waarop het werd weggevoerd via de riolering. Om licht in de kelders te krijgen is de vloer van de open plaats verdiept aangelegd op 2.25 m. beneden begane grond niveau. Het pand werd voorzien van elektriciteit, betrokken van de centrale van het ziekenhuis. Voor de ziekenzalen op de begane grond werd een natuurlijk ventilatiesysteem uitgedacht, met in ieder kozijn aan de onderzijde een vast raam en een draairaam met tuimelende bovenlichten. Het vaste raam moest als tochtscherm dienst doen. Zo zou een matige ventilatie ontstaan, waarbij de buitenlucht niet direct naar binnen kon waaien. De fysieke isolatie van patiënten onderling en van hun bezoekers was een extra eis.
Voorheen werden de patiënten met verschillende aandoeningen gewoon naast elkaar gelegd. Het ontwerp voor de nieuwe kliniek voorzag in deze eis door de van elkaar geïsoleerde ziekenzalen op de hoeken van het gebouw te plaatsen, waardoor het Mariapaviljoen zijn typische vlindervormige plattegrond kreeg. De bouwstijl van het paviljoen vertoont elementen van het positionering mariapaviljoen op kadastrale minuut
rationalisme en de nieuw historiserende stijl, maar sluit qua detaillering
centrale gangen dichtgezet. Een paar jaar later rond 1990 is ook de
aan bij de andere gebouwen op het GZG terrein uit dezelfde periode
open plaats dichtgebouwd en in 1996 werd tenslotte aan de noord-
(gebruik van afgeronde hoeken en natuurstenen elementen in de
west zijde de opbouw op het middendeel uitgebreid. Het wolfkapje
gevels, nadruk op geprofileerde gootlijsten). De invloed van het
aan deze zijde werd hiervoor voor de helft ingekort. Sinds 2013 zit
rationalisme is terug te vinden in de functionele en logische indeling
het restaurant ‘Het Mariapaviljoen’ in het oude sanatorium. Tevens is
van het gebouw, met duidelijke bouwvolumes van verschillende
het kantoor van de VOF Gasthuiskwartier er gehuisvest.
hoogte. Het gebruik van eigentijdse bouwmaterialen zoals gewapend beton en nadruk op het gebruik van zuivere en eerlijke materialen zoals schoon metselwerk en natuursteen is eveneens een kenmerk van deze bouwstijl. Daarnaast zijn de strekken boven de vensters afgesloten door hoekblokken, en het siermetselwerk kenmerkend voor deze periode. De invloed van de nieuw historiserende stijl uit zich in de strak symmetrische opzet van het gebouw, met de centrale positionering van de hoofdingang. Ze is ook zichbaar in de roedevensters, daklijst met gootklossen en toogvorm en de krachtig vormgegeven dakpartijen gedekt met leien. Van 1915 tot1940 is het Mariapaviljoen in gebruik geweest voor isolatie en behandeling van patiënten met besmettelijke ziektes. In 1928 werd de verpleging van deze patiënten overgedragen aan het Groot Ziekengasthuis, die het gebouw in 1940 in eigendom kreeg. Na de bouw van het Rochuspaviljoen verloor het Mariapaviljoen in 1940 haar oorspronkelijke functie. Het Mariapaviloen kreeg diverse nieuwe bestemmingen, zoals kinderafdeling en behandeling van huidziekten. In de jaren zeventig van de 20ste eeuw werd het Mariapaviljoen in gebruik genomen als polikliniek. Hierbij werd het aan de noordoostzijde uitgebreid met een éénlaags aanbouw. In 1986 werd het gebouw uitgebreid met een opbouw op het middendeel.
Hierbij werd het centrale wolfkapje aan de zuid-oost zijde verwijderd en werden de Mariapaviljoen 1997
14 / 15
bouwtekening 1914
bouwaanvraagtekening uit 1983
16 / 17
Mariapaviljoen kort na de bouw
plattegrond begane grond met bouwfasering
18 / 19
plattegrond verdieping met bouwfasering
plattegrond kelder met bouwfasering
20 / 21
plattegrond kap met bouwfasering
3 bouwhistorische beschrijving
22 / 23
3.1
inleiding
3.2
In de hierna volgende beschrijving komen het exterieur, het interieur
stedenbouwkundige situatie
Het gebouw is gesitueerd op het GZG-terrein ten noorden van
en de constructie van het gebouw aan de orde. De gevels worden
de markt van ‘s-Hertogenbosch in het stadscentrum. Het GZG-
beschreven vanuit de globale windrichtingen en op volgorde van
terrein wordt omsloten door de Zuid-Willemsvaart, de Nieuwstraat,
ligging. Het interieur wordt per onderwerp beschreven waarbij de
Binnendieze, Burgermeester Loeffplein en Tolbrugstraat. Het te
speciale detailleringen genoemd zullen worden.
onderzoeken gebouw staat los van de omliggende bebouwing en ligt
b552
b553
b554 36 T AA 7
TR LS
5
28
AA
m
N
-d 8a 25
34 t/m 18
16 15
2 t/ m
m 1 t/
7
19
17
15
57 t/m 89
17 17 7t-e 7jk 17 7
no
177fg 177hi 177lm 27
56 58 60 62 SCH 64 66 ILDE RSTR 68 70 AAT 72
21
30
UW MO
BOE
REN
18 t/m
13 11
9
4 IN
DE N 3 5 5a
1
2a 2
1
100
a 110114 116 120 124 112116 118 122a 122
115 119 123 117 121 123127 129 131 133 a
137 139
132 a-b a 134 126 130 134136 138140 144 140 142
3
141
143 143a
e-
145
1
9 7 5 3
9
10 11
12
17 15 13 11 ASTR AAT 76 74t/m 60
8
13
2
2
3 5
CHOO
RSTR
3
1
4
6 8 10 12 14 16 AAT
25 23
1
19
73 77 79 81 85 87 89 75 83 85a
21 CLAR
18
15
12a
62
146
154 156 158
15t/m21
11 9 ACHTER DEN DOOVE
4
5 7
E
6
AT
1
149a 151 157 159 161 163 153 155
7
TSTRA
160 162
brug
147
10 8 6 4 10a 10b
T
7
128a 128
Geerlings 135
54 12 56 58
16
98a 96 98
94
109 111 113
25
2
1a 1b 1c
6b
14b 14a 14
a 106 106 102104
2
6 6a 6c
3 5a-d 5
10 8 12
16 14
7
1
4
101 105 107
RAA
9a
17
1a 8 4 6
1a 1
1b
86 78a 92b-d 84a 76 78 80 82 84 88a 88b 88 90 90a92a 92
99a
ENST
13
3
2 t/
9
18
7 5a
14ab 14 12
10
28 30 t/m PREDIK 48 HERENP OORT 35
8 t/m
Jeroen Boschhuis
85 89 87 91 93a 95 99 97 87b 91a
TOR
11 9
7
KA
1
15 13
11 9
7
5a-5c 2
17
52 t/m 164
15 20
SINT JOSEPHSTRAAT 11
31a
3 5
20
1
16b 16c
EN PISPO T
ACHTER
DEN ENGELSCH 1b 1a 9a 7a 9 7 5 3
11 17 9 15 13
1a
L AA
N
IN
N
EI
RD
VA
PL
KA
UM SS RO
3 1
79 34
T RAA WST
77
NIEU
32 30
75
28
63 t/m 73
26
21a t/m
43 t/m 61
24
20a 22
21 33 37 41 t/m 31 19
L AA
2
NIE
8
10 HE T 3 V U 14 UR ST
6 4
2a ER
2 HT AC
1 TRAAT 12 8 4 2a 2b 16a 6
3 GASSELS
16
18
24 26 22 20 28
2
2a
10 12 UW 14 16 STR 16a AAT 3 5 16b18 7 9 11 13 15 17
18 16 14
9 7 7a 7b
6b 4 6a 6 STH 8 UIS 10 1b 12 STR AA 3 T 2 GA
1
2 RO ZE 1 MARI 2a 2c JN 4 2b STRAAT 10 JE 2a 6a-b 2 4 6 12 14 KORTE WATERST RAAT 5 7 9 11 13 9t/m 13
15 6
4
5
b551
b550 b549
AT RA ST EL RK N
BE
2 2a b 2 2c d
VA
2
11 71
75 33
29 27
25
23
21 1 3
53 t/m 46
54 t/m 61
35
71 t/m 57
0 11 t/m 52
16 14 12 12 b 12 a 10 8
T AA TR GS RU LB TO
59
2 T AA
5
TR TS RK
3
MA
1
36
83 t/m 75
22 t/m 15
AT RA ST EN RV GE
0 t/m 52 P M KA EN M OE BL
52 13
-51 17
A.N .W .B 12 -13 . LO 5-1
ST EE
2-4
EM RG BU
15 13
5
7 9 T RK A M
17
N
23
PE HA
25
SC
14
33 31a 31 29
35
20a 20 18
22
37
24
19 18 17
1
33
12 10 10 a 8
59 50
55 57 51 49
47
TRAAT
45
POSTELS
3 39 7
39
62 56 54 58 60
69 7375 77 79 71 77a 77b
52b 52a 52 48
46 44
42a 42 32 30 34 36a 40 36 38
21 23 25 23a 27 29 33 31 35
5
15 17 t/m 37
17 19
17
2
3 15
3
3
28 26
17
STRAAT
18
11
9
7
17
N
t/m
5
ZUSTERS VAN ORTHENPOORT
INSE
22
16
1
61
1a
16e 16f
83 83a
29
19
24
6a 16b 16c 16d
ER
0
66 68 64
18
10
12
1
1 2 3 14 t/m 18
3
63
1
24
65
E
71
16
9
m140
D I E Z
65
29 4 t/m
3 t/ 10 32 m 0
stedenbouwkundige ligging gzg terrein en mariapaviljoen 58 60
27 8 t/m
15
7
136t/
Sint Janskathedraal
56
26 2 t/m
152 150
20
2 t/ 60 25 m 8
RT
148
22
AA
30
17
a
22
AC
SV
2a
20
a 15 t/m 15c 11
7a 7c
2
48 44 46 50 50b 54 50 52
63
16 163 3a -t
Parkeergarage
74
36c
t/m
5 1 15 57 7a 15 15 9 9a 16 1
1
36a
32 34 36 38 42 40
M
24 4 25 6
16 165 5a -s 110t/ m122 TOR 124t/ IST m134 ENP AD
AL
166
9
30 28
EMP
W
5 3
30
LE
2 t/m 72
RED
RD
8
9 1 15 51 1a 15 3
11 t/m 25
O
14
Jeroen Bosch Tuin
Bibliotheek 72
81
73a
51 51 53 a 55 57 5959 61 63 a
12
62a 66 62 64 68 70
54 t/m 60
65b 67 69 71 75 77 79
IL
30 14 14 5 7
F
22 26 24
49
15 9 3 PU TG 8 6 ANG 4
a 18 16 18 14
32
A
48
2
O
T
45
52
65
W
24 24 0 2
29
KH
A
43
50
57 61 63 59
47
3
ER
A
41
11t/m
12
7 7b 7d
38 36 34
A
O
2
61 63 65
8
E
N
14
SK
R
56
46 44 48
8
6
N
ST
39
42
23 ID
27
JA
K
AAT
63a
10
URG
ZU
V
T
ER
3 3 3a 33 3b 35 c 37
38 36 40
34
36b
8
ENB
S
N
T
6
5 3 7a 3a
UIL
MERSTR
30 32
31 33 37 39 41 45 47 49 53 43 45a 51 53a
4
1
8
6
RH
40
M
1a
18
28
26 28
36 32 30 34
40
38 GEL
42 44
JAN
SSIN
52
48 t/m 46
E
9 ID 1 -W 13 31 1a 13 IL 3 LE 13 M 5 SV 13 AA 7 RT 13 9 14 1 14
SI
A
31
10
2
4 6 6a b 6 c 6
K
29
8
L
30 t/m 14
SINT
IL
ZU
4 2
18
50
t/m
9
64 54 t/m t/m 74 62
12
11 E TRAATJ 10
76 t/m 86
7
13
43
27
AT
RA
ST
EIN
NT
FO
1
2
29
28
2a
4
27
5
5
A R 7 9 TST R A 8 L L 2 10 R 6 1 14 K 1 18 U
26
HINTHA
21 23 25
8 6 SINT 4 ANNA PLAATS
KERK
2 21
7 11 1 13
6
22
a
88
14 16
7
RA
28 30 26 24 22 b 16 a 20 18 16 16 27 25 A T 9 23 a 25a 1 23 15 21
9
90
12
14 ab 14
14
7
ST
92
10
9 13 11 15 17 19
19 13 5 1 7 1
ER
5
8
W
12
7t/m1
3
4
16 14 18
20 22
VISMARKT
31b 1t/m 31 31a LEPELSTRAAT
1
2 3 4 5
5
2
M
12
RSS SLIJPE
7
12
LP
14
3
ID
11a 11 9
9
68
3
KO
9
20
E ARDJ LOMB m13 5 7t/
TE
9
4
AG PASS 1
4a
11
20a 22 t/m 30
3 4
13
5a
4
6 8 6ab b 8a 8cd
12
10
16 16a
12
U
4
D O
8
16
1
7
12
ARD
14 18 16
7
28 30
20
10
18
1
5 21 9 7 3 23 ORTHENPOORT ZUSTERS VAN 2 12
3 5
15
2
1
D E
6
19 t/m
11
2c
20 22 16 14 19 12 10 17 2c 6 8 13 4 2ab A A T 9 11 15 2 STR 7 DER 5 RID 3b 1c 3a 3
9 13 11 IS 15 ADHU 19 17 T ST ER HE 30a ACHT 30b 32 30c 3 32a 5 36
H AC
32
26
2
LOMB
9 b 1a 1 23 3a 2 21 a 2 23 25 25 27
4
12
15 13
1
108 12
2b
I E R
4
D
31 19a 29 25 17 15 13 11 9 27 23 21 19 17a
2a
4
2a
1b
1
m9
15t/
2
54 t/m 44 42 t/m 32
35 2
5
7
26
21
23
20
4139 37
3
1 1a
3
5
11 9 1513 17
13
11
9
1a
1
9
Z
27
57
1
3
2
11
30 t/m 20
14
1
R IV
L
MARKT
Stadhuis
7
29
59
m
m
6
11
31
61
2a
94
FP
16
63
4
96
EF
18 16
10
7 5b
2 8 6 4
8 ET AS 6 R H RN TE HA 2 4 CH LD 7 A GU 3 5 b R VE 1 3ab 5a
98
LO
15
2
-c
32
5
RKT
14 12
11 a a 13 a 17 15 11a 19 17 15 23 8 27 21 19 T 12 10 14 25 R A A 29 18 16 ST 31 LE 20 16a EL SN 22 28
100
ER
17
4
6 t/
4 t/
5a
35
6
ST
19
1
19
21
11
33
6a
EE
125
PLEIN
67 69 67 a 65
7 7a
5
34
7
L
ERKERK
73 71
11
36
8
EM
t/m
12a
5
29
47 43 55 51 45 41 53 49
10 9
FP
69
282624
16
SMA
11 7
PEN
24 22
15 13
40b
26
11
EF
98
34 30 40 38 36 32 42 40a
17
28 30a 32a
GEL
LO
HERM AN MO
34
30
10 8a
18 t/ 8 19 m 4
38
36
SSIN
ER
R
27
59 57
38
12
40
BOI
ST
43
3
32 36 34 38
9
28
39 51 47 43 37 59 55 49 45 41 57 53
2
99D 14E11 W 04I L L E
EE
IE
2
ziekengasthuis
45
3
1
17
POORT
4
26t/m4
TRAAT
42
35ab ab 33 35 33 32
32
2
79 75 71 67 63 77 73 69 65 61
1a
6
32
NIEUWS
8956
EM
IV
17
18
Parkeergarage
RG
104
12 8 10
DERSSTRAAT MINDERBROE 4 12 10 8 a6 6 30 24 22 20 18 14 18a 16 28 26
R
n
b556
25
4
LOUWSE
1
8
25
0J14
BU
73a
29
E SZ
3
IN
23
7
29
RG
70
t/m
1
91 V.V.V. 89 83 87 85 81 79
33
44
14
99
22
95
35
25
27
46
TRAAT
31
D
t/m 16 T 12 A A R 1 1 ST G
3
37
48 50
41
DO
5
12
52
29 31
5 3
18 1616a 22 20 24 22a 26 41 3 28 4
G
2 t/m 4 2a c 2
7
14
36 34
45
54
STOOFS
RU
6a
10
a 9 11 1 1
13
EG
16 a 18 16
NW
DE
47
ER
12
15
EE
20
ST
DO
49
13 9 15 11 7
LB
BU
17
E
22
71
51
N D
14
19
OG
24
21
HO
23
SC 10 5
1 TJE AA
2
6
10
43 41
72
50
VA
R
25
26
EI
t/m
14
Groot-
L FP
48 t/m 254
TE
22 24
25
TO
8
6 8
6 5 3 BEGIJNSTR
E
27
30 2
10
2
33
b555
22
T
11
149
139
113 115
111
V E N E N H A
8a 8 7
107 109
24 23 25a 26a 25 26 27 10 9 11 12 13 15 17 14 16 18 19 t/m 22 BREDE HAVEN
9
7a 8 7
6 5
301 303
CH
5
A
5 12
4
AA
9
14
t/m
B I N N
VEN
18 t/m 24
BUITENHA
15 17 16 12 13 t/m t/m 12h 14f
10 11
D O M D E R IV I E R
11
151
29 t/m 66
25 25a
19 NGEL
17
HAVENSI
9 12c t/m12b t/m16c
8 7 6
2 3 4 5
TR
EF
34 35
IN 21
EMMAPLE
19
1a
9
m
23
1
T
NS
7 t/
1
D
1
12 18 14
2
1
7 5 9 UILENBURGSTRAATJE 10 12
27b 27a
63 t/m 45 57 t/m 27 39 1 t/m 2
A
O
14
60
H
5a t/ 5 t/ m 2 0 m 20 a
2
K br ast ug er e
8
2
31
20
13
RA
O
16
2
4 T
11 7 9
20
70
ST
BE
12
OR
1 3 TJE 13 9 7 5 NSTRAA RE 11 DE KO 15 TWEE a 16 18 16
1
4
16
2
11 LAMSTRAATJE 10 8 6 4
Marienburg
37 t/m 46 PELSSINGEL
14
97
10
30
3
15 3 19 1 17
AT
22 52 t/m
6
12
32
RA
t/m 65
ST
24
14
23 25 27 29 27a 27b
1
1
OORT WALP 14 10 t/m 24 16 t/m 22
23 t/m 34
R
N VA
KR
18
ST
JE AT
RA
ST
TE
15
PO
HE
ISC
21
30
N T VA POOR PEN DIE
9 1a
5 3a 3
45 t/m 37
67
32
EN
34
RR
13ab 13 11ab 11 9ab 9 17 21a 15 T 21 AA STR 8 6 UIS 10 KR 12 16 14 18 20
22
25
OORT GASTHUISP 2 4
34
38
KA
24
1
13
O 20
1
5
81 t/m
26
13 11 9
46
12 12 6 4
8
DE
29
2 2a
77
40 42
6 4 2
1t/m9 T HET BON PAARDJE
5
20 22 24
TJE STRAA
29 27
30
AN JE V LEN KOO
ster
8 16 14 12 10
15
16 16 5 1 7 69
6-2
7
RU
GIETER 4
31
10
HOF
Kloo
44
28
12
8
2 4 a
STRAAT
A
283
ST N BE
LOOD
1 1a 75 3 TRAATJE KORENS 4 2 EERSTE 10 8 6 16 14 12 14 18 a
1
7 5 3
4 6 8 T MOLENSTRAA 17 2 19 21
14
6
2
28a
NT
ST
KORENBRUG
T
35 31a 33
SI
NS
1a 1
A RA
7a 9
2a-d 2
10 8 6 4 2
JA
7
9a
15 7 11 15a 9 13
36 32 28 24 18 14 36a 32a 28a 26 20 38 30 22 38a
9
AT
AAT
5 3
37
1
TRA
3
41 39
5
ISS
7
36 34
9
11
1 35 1a
LUYBENSTR
11
40 38
13
22 t/m 40
15
41 45 43 33 37 35 39
15
52 48 46 44 42 50 t/m 42
m
4
42
t/m
RS
EE
JE VA RAAT
4
18 16 14
43
2
9 t/
5
O
6
9 8 6
20
VISSTRAAT
54
4
14
12
ST
8
12
11 10
1 9 5 3 17a 15 11 7 13 29 19 17 27 25 23 21 T TRAA VISS 2a 2 4 8 6 10 12 10a
D
t/m
8 10 ATJE STRA N BEST VA
DE
12
31
KRU
6
55
1 12 22 0
PA
m 2t/ 0 30
17 15
TWEE
S AT 21 LA AP 3 t/m
31
12 10
EE
47 45a 45
8
m
IL
19
TH
51
A
t/m
23 21 19
10
1 t/
548
58
67
t/m
23
ST RSTE
33
M
46
4
TS PLAA 75 77t/m 85
25
53
GE
AR
BA
31 33 29 27
PASSA
183
RB
39 37
12
14 1a 14 t/m bcd 7a bcd
73 5 t/m m5 7 65 7t/ m3 19 4 9t/ t/m 2 1 1
26 t/m
13
41
14
8
169
m
BARBARA
43
UYTER
1
0 t/
9 t/m 43
45a-e 45
16
11
29
13
1 1a-d
47a-g 47
WILHELMINABRUG
18
37
OF
t/m
51 49
RKHOF GEERTRUIKE
3
5
DE GR
3
43 41
SH
51
53
55
347 t/m 357
65
a-c 59 57a 59 57 55
1
63 61
7
6
4
2
4 OORT KOKSCHEP 3
97a
9
TRAAT
17 15
63
19
LU
95
20t/m30
8t/m18
8 4 G STERSGAN DE KLOO
44
21
73b 71b 69 73a 71a 67 73 71
ELLEBOOG
32 t/m
23
AATJE
RO
CA
50
256
AT
18 16 14 12 10 18a
258
KROMME
10 t/m 288
6 8
29e
20 t/m 20b
AATJE
BOKHOVENSTR
27c t/m
11 9 7 5 3 1
HAVENSTRA 28 26 24 22
PETER DE GEKSTR
SINT
1 t/m 11
13 t/m 25
30
15 13 11b 11a
123
27
ORTHENS
2
19 17
290
RAAT
25
23 21
TRAAT
HAVENST
17
125b 125a 133 129 125 7 145 137 131 12 141 135
15
139a
KORTE
11 13
260 278 274 266 262 286 282 276 268 264 288 282a 280 270 282b 272 284
147
3 5 7 9
ORTHENS
DE VERGULDE TRUFFEL
328 318 314 310 302 330 t/m 316 312 326
161 169 171177 179 173 175 181
aan de Tolbrugstraat.
39
3.3
3.3.1
exterieur bouwmassa
Het Mariapaviljoen heeft een vergaande symmetrische opbouw, bestaande uit een viertal ziekenzaalpaviljoens van twee bouwlagen op de hoeken en een rechthoekige middenpartij, zodat een vlindervormig totaal volume ontstaat. Het centrale deel had oorspronkelijk een enkele bouwlaag, met in het midden een open plaats. Aan weerszijden van de open plaats zijn twee smalle uitbouwen van twee bouwlagen waarin de trappenhuizen zijn ondergebracht. Het middendeel bestond op de verdieping in de oorspronkelijke opzet uit twee wolfdaken met daartussen de open plaats. Op het centrale verbindende deel is eind 20ste eeuw een extra laag geplaatst, daarnaast is aan één zijde op de begane grond de vlindervorm dichtgezet, zodat een bijna vierkante plattegrond ontstaat. De hoekpaviljoens hebben een overstekend wolfdak. Het gebouw is in zijn geheel onderkelderd. 3.3.2
zuidwestgevel
De zuidgevel is nagenoeg symmetrisch opgezet, met centraal het trappenhuis en een paviljoen aan beide zijden. Het metselwerk