Bijlage 3 - Bijlagen concept ruimtelijke onderbouwing Middengebied Gasthuiskwartier
Tekst van het document
GZG ‘s-hertogenbosch
aanvulling bouwhistorische verkenning & waardestelling zusterhuis versie 23 juni 2022
dook erfgoedwerk
GZG ‘s-hertogenbosch
aanvulling bouwhistorische verkenning & waardestelling zusterhuis gzg 2021 DOOK erfgoedwerk Jos Schrijen Postelstraat 62 5211EB ‘s-Hertogenbosch
3
inhoud Aanvulling bouwhistorische verkenning van het zusterhuis te ‘s-Hertogenbosch
inleiding pagina 3 1 gang naar stergebouw pagina 6 2 fasering pagina 10 3 waardering
pagina 16
inleiding
De waarderingsplattegronden uit het rapport van 2013 zijn herzien.
In 2013 is door Fraaije Architectuur en Bouwhistorie Loo1
is maar wel dat een aantal elementen zijn toegevoegd. Op de
een bouwhistorische verkenning uitgevoerd om de cultuur- en bouwhistorische waarden van het gebouw in kaart te brengen. Omdat de gebouwen van het ensemble van het Groot Ziekengasthuis door de bouw van een nieuw ziekenhuis leeg kwamen te staan was een dergelijk onderzoek nodig als bijdrage aan de toekomstige herontwikkeling van de verschillende gebouwen van
nieuwe waarderingsplattegronden zijn ook onderdelen aangeduid die mogelijk historisch waardevol zijn. Doordat het gebouw van verlaagde systeemplafonds is voorzien zijn immers de plafonds en balklagen van de ruimtes niet zichtbaar. De onbekende onderdelen zijn met de kleur grijs aangeduid om duidelijk te maken dat met die onderdelen bij wijzigingen aan het gebouw met terughoudendheid
het ensemble.
omgegaan moet worden. Onderdelen van het gebouw die in 2013
In 2021 zal de herontwikkeling van de historische gebouwen vorm
rapportage te herleiden is zijn in de nieuwe plattegronden ook
krijgen. DOOK erfgoedwerk heeft in maart 2021 de rapportage van Fraaije c.s. in opdracht van de ontwikkelaar MWPO bestudeerd met als doel deze waar nodig te verhelderen en toegankelijker te maken. De indertijd opgestelde bouwfasering van het Zusterhuis bleek erg complex en weinig bij te dragen aan het zicht op de historische ontwikkeling van de gebouwen en daarmee ook op de waardering daarvan. De bouwfaseringen zijn daarom in een faseringsplattegrond samengevat. Het aantal daarin opgenomen (hoofd-)fasen is teruggebracht tot een viertal. De overige
colofon
Dat betekent niet dat de waardering op zich drastisch veranderd
wel gewaardeerd zijn maar waarvan die waardering niet uit de grijs gekleurd. De waarderingsplattegronden worden toegelicht met aangepaste teksten uit het rapport van 2013. Er is ook een waardering toegevoegd over de gang die het zusterhuis met het stergebouw verbindt. Aan het begin van deze aanvulling is ook een paragraaf over deze verbindingsgang opgenomen. Dit bouwdeel was tot nu toe niet beschreven. Deze aanvulling dient in samenhang met de rapportage uit 2013 gelezen te worden.
bouwfasen hebben uiteraard wel bestaan maar zijn in de huidige situatie niet heel relavant omdat ze voor het grootste deel door
opdrachtgever: MWPO Stergebouw BV object:
zusterhuis complex GZG, nieuwstraat 34, ‘s-hertogenbosch
kadastraal nr.:
H7497
monumentnr.:
522428
datum:
maart 2021
wijzigingen en sloop niet meer aanwezig zijn. 1
Fraaije Architectuur, Bouwhistorie Loo, GZG ‘s-Hertogenbosch, bouwhistorische verkenning, waardestelling zusterhuis, 2013
4
5
ketelhuis
mariapaviljoen
stergebouw
zusterhuis
oude polikliniek (mortuarium) bakkerij, wasserij apotheek regentenhuis satellietopname 2021
kaart 1918 met benaming onderdelen complex
6/7
1 gang naar stergebouw
8
9
gang naar stergebouw
deze delen van de muren werden rond het midden van de 20e
In de onderzoeken naar het zusterhuis en het stergebouw is de gang
bekend of de vensters in het afgedekte deel van de gangmuur
die beide bouwdelen verbindt niet beschreven. Deze gang vormde een functioneel onderdeel van het ziekenhuis en werd meteen bij de bouw van het zusterhuis aangelegd. De gang loopt vanaf de hal van het zusterhuis tussen de kapel en de ruimtes aan de rechterzijde daarvan door. Ten noorden van de bijgebouwen van de kapel loopt
eeuw aanbouwen geplaatst die inmiddels zijn gesloopt. Het is niet (gedeeltelijk) behouden zijn gebleven. De nog bestaande vensters stammen uit de bouwtijd. De buitendeuren zijn vervangen. De hele gang heeft een verlaagd plafond van gipsplaat en het bovenste deel van de muren is afgewerkt met plaatmateriaal.
de gang als een ‘vrijstaand’ bouwdeel door tot aan het stergebouw.
De vloer is afgewerkt met marmoleum. De afgeronde overgang
Aan de zijde van het zusterhuis is een tochtdeur uit de bouwtijd
vloerafwerking nog terrazzo aanwezig. Tegen de wanden zijn
bewaard gebelven, aan de zijde van het stergebouw zijn moderne
tussen plint en vloer is blijven bestaan. Mogelijk is onder de huidige moderne leuningen aangebracht.
schuifdeuren gemaakt.. Aan de begin van de gang bij het zusterhuis wordt deze aan de rechterzijde verlicht door vensters die op een binnenplaatsje uitkijken. Voorbij die vensters bevinden zich tot voorbij de kapel geen vensters. In de linker wand is wel een dubbele Dronefoto met links het zusterhuis en rechts het stergebouw en daartussen de besproken gang, inzet is de tegenoverliggende muur(foto MWPO)
Het begin van de gang bij de hal van het zusterhuis met tochtdeuren uit de bouwtijd (foto MWPO)
deur naar de kapel en in de rechter wand is de doorgang naar de buitengang achter het zusterhuis en deuren naar de aan de gang grenzende ruimtes gemaakt. De deuren en kozijnen zijn nog uit de bouwtijd. In het vrijstaande deel van de gang zijn links en rechts vensters en, ongeveer in het midden, buitendeuren gemaakt. Bij het deel van de buitengang tussen het zusterhuis en de buitendeuren zijn de muuropeningen aan een zijde met plaatmateriaal dichtgezet. In de tegenoverliggende buitenmuur zijn nog twee vensters uit de bouwtijd zichtbaar. Een derde venster, tussen de twee nog bestaande in, is gesloopt en de opening is vergroot tot deur. Tegen Detail bouwtekening 1913 met een deel van de gang
Gang richting stergebouw ter hoogte van de kapel (foto MWPO)
Gang gezien vanuit het stergebouw (foto MWPO)
Gang gezien vanuit het stergebouw met vensters uit de bouwtijd en vernieuwde buitendeuren (foto MWPO)
10 / 11
2 fasering 1.
fasering
Het aantal bouwfasen is in deze aanvulling op de bouwhistorische verkenning teruggebracht tot maximaal vier per verdieping. In de nog bestaande bebouwing zijn ongetwijfeld veel meer fasen te onderkennen maar het lijkt niet zinvol deze in de tekeningen aan te duiden. In de ruim 100 jaar dat het zusterhuis bestaat zullen vele kleinere aanpassingen aan het gebouw zijn gedaan. Het zal daarbij vooral om wijzigingen aan bijvoorbeeld sanitair en installaties zijn gegaan. De tekeningen van deze aanpassingen zijn voor de verkenning niet allemaal opgezocht/gevonden. Daarnaast is door gedeeltelijke sloop en nieuwbouw in het verleden in deel van de bouwsubstantie van eerste bouwfasen verdwenen. Ten behoeve van de meeste recente herontwikkeling van het terrein zijn de in het
ontwerp enkele aanpassingen aangebracht. Zo werd in de noordelijke hoek tussen het zusterhuis en de kapel een lift gebouwd en werden de onderste vensters van de kapel dichtgezet. In 1928 werd de noordelijke uitbouw aan het zusterhuis met een kap verhoogd zodat de zolder beter toegankelijk werd. In het interieur had dit alleen grotere gevolgen voor de zolderverdieping. In het interieur vonden in de jaren 60 van de 20e eeuw enkele ingrijpende veranderingen plaats. Zo werd de triomfboog in de kapel gedeeltelijk dichtgezet en het achterste deel van de apsis met een wand afgescheiden. De kapel kreeg nieuwe banken en een verlaagd plafond met schrootjes. De wanden werden wit geschilderd. De noordelijke gevel van het zusterhuis werd opgehoogd om de zolder
verleden vernieuwde delen nu gesloopt.
beter bereikbaar te maken.
De hier beschreven bouwfasen bestaan uit de gebouwdelen die
Meer recent, rond 1990, werden de verdieping en de
in 1913 gebouwd zijn: dat zijn de buitenmuren voor het grootste deel, de interieur indelingen van de begane grond, een deel van de
zolderverdieping opnieuw verbouwd waarbij nieuwe indelingen gemaakt werden. Hierdoor kwam de gang van de eerste verdieping
indeling van de verdieping en de kap van het gebouw.
op een andere plaats te liggen. Tijdens het laatste deel van de 20e
Kort na de bouw van het zusterhuis werden aan het oorspronkelijke
aangebracht.
eeuw werden in het grootste deel van het gebouw systeemplafonds
12
13
gang naar stergebouw
1913 ca. 1917
1913 ca. 1917
ca. 1990
ca. 1960 onbekend
fasering begane grond
fasering verdieping
14
15
1913 1928 ca. 1960
1913
ca. 1990
fasering zolder
onbekend
fasering kelder
16 / 17
3 waardestelling 2.
waardestelling
In deze waardestelling is door middel van plattegronden met kleuren aangegeven welke monumentale waarden de verschillende onderdelen bezitten. Blauw staat voor een hoge monumentwaarde, groen voor een positieve waarde en geel voor een indifferente waarde. Van de onderdelen die in grijs zijn gemarkeerd (vooral balklagen/plafonds) is niet bekend in hoeverre ze nog uit de eerste bouwfase stammen en of ze nog gaaf zijn. Wel kan vermoed worden dat er nog onderdelen aanwezig zijn die een hoge waardering zouden kunnen krijgen. De ellipsen geven de jonge verlaagde systeemplafonds aan. Van sommige onderdelen van het gebouw, zoals de begane grondlaag van de trappenhuizen op de begane grond, is niet bekend
De trappenhuizen hebben een belangrijke structurerende rol in het zusterhuis en zijn bovendien nog in gave staat. (foto RCE)
hoe hun huidige toestand is en zijn daarom ook in grijs aangegeven. Andere onderdelen die in 2013 gewaardeerd zijn niet in die rapportage genoemd of geduid. Die onderdelen zijn nu ook met de grijze kleur aangeduid. Naast de onderdelen die op de waarderingsplattegronden zijn er nog enkele onderdelen van het gebouw die met foto’s op de volgende pagina’s nog eens extra genoemd worden vanwege hun belang in de waardering van het gebouw.
De paneeldeuren uit 1913 zijn vooral op de begane grond bewaard gebleven. (foto RCE)
18
19
Algemene (cultuur) historische waarde
Ensemble- en situationele waarde
….”Het ziekenhuis annex klooster met kapel, behorend bij het
….”Het object heeft ensemblewaarde als onderdeel van het Groot
Groot Ziekengasthuis, is van algemeen belang. Het ziekenhuis
Ziekengasthuis complex, dat cultuurhistorisch en
bezit cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een
architectuurhistorisch
sociaal-economische en geestelijke ontwikkeling: het ziekenhuis
van nationaal belang is. Het object is als voorbeeld van een
annex klooster vormt als onderdeel van het Groot Ziekengasthuis,
klooster met aangebouwd ziekenhuis van belang als illustratie van
waarvan de geschiedenis teruggaat tot de Middeleeuwen, een
een typologische ontwikkeling”….
belangrijke illustratie van de geschiedenis van de met name op de
Aanvullend kan gemeld worden dat dit object, vanaf de bouwtijd,
armere bevolking toegespitste medische zorg in ’s-Hertogenbosch”
een wezenlijk onderdeel heeft uitgemaakt van het complex van het
Architectuur- en kunsthistorische waarde
Groot-ziekengasthuis. En dan met name vanwege het feit dat dit
….”Het ziekenhuis annex klooster en de kapel bezit
het hoofdgebouw was in de periode van 1913 tot 1932.
architectuurhistorische
Gaafheid en herkenbaarheid
waarde door de Neo-Renaissance, respectievelijk Neo-
De (oorspronkelijke) gaafheid van het object is op hoofdlijnen in
Gotische stijl en door de bijzondere detaillering en het
weinige mate aangepast c.q. aangetast. De gaafheid van vooral de
materiaalgebruik. De gebouwen zijn voorts van belang vanwege de
zuid-west gevel werd nog het meeste ‘aangetast’, en wel door de
plaats die zij innemen in het oeuvre van de Rijksbouwmeester J.A.
inbreng van een hoeveelheid dakkapellen, dit ter vervanging van
Vrijman en de architect Th. J. Klompers”….
de oorspronkelijke opzet in de vorm van een z.g. ‘Vlaamse gevel’.
Verantwoordelijke voor het ontwerp van het nieuwe ziekenhuis was
Het steeds verder groeien van de behoefte aan meer ruimte heeft
Rijksbouwmeester J.A.W. Vrijman, hierbij geassisteerd door
ten gevolge gehad dat (ook) dit object aan de nodige ingrijpende
stadsbouwmeester
verbouwingen werd onderworpen. Met name de achterzijde of
Th. A. Klompers. De architectuurstijl c.q. stroming
noord-oost gevel is hier een duidelijk voorbeeld van.
De entree van het zusterhuis is , ondanks dat ze verstoord is door de systeemplafonds, een belangrijk element in het interieur. (foto Fraaije 2013)
De tochtdeuren in de gangen zijn voor een deel behouden gebleven (foto Fraaije 2013)
De betonnen balklagen zijn met sleutelstukken en consoles versierd maar waarschijnlijk voor een deel onzichtbaar door de systeemplafonds (foto Fraaije 2013)
De jongere indelingen en afwerkingen worden als indifferent gewaardeerd. (foto Fraaije 2013)
die in hoofdzaak toegepast werd kan omschreven worden als neorenaissance. Deze stijl kan hierbij gezien worden als de ‘huisstijl’ van het Groot-ziekengasthuis. Dit vanwege het feit dat meerdere gebouwen, die in deze zelfde periode werden gebouwd, werden ontworpen vanuit de stroming die ook wel ‘Nationale Oudhollandse stijl’ genoemd wordt, zijnde een afgeleide van het maniërisme.
20
21
waardering begane grond
De bouwmuren uit de eerste bouwfase krijgen een hoge waardering een hoge monumentwaarde en evenals de vensters deuren en entree uit die bouwfase Het gewelf van de kapel, de tribune en het koor zijn een belangrijk element in het gebouw en hebben een hoge
verkleind door het inbrengen van een muur. Deze wijzigingen zijn
Enkele jaren nadat de kapel in gebruik was drie gevelopeningen
In de waarderingsplattegrond is dit alleen aangegeven waar de oorspronkelijke plafonds ook daadwerkelijk zichtbaar zijn. Als onder de oudere plafonds nieuwe zijn gemaakt zijn de vermoedelijk oude plafonds met een grijs kruis aangegeven. De liftschacht maakt geen onderdeel uit van de oorspronkelijke opzet van het gebouw, maar is een toevoeging die vrij kort na ingebruikname werd gerealiseerd. De muren werden hierbij gelijk aan de oorspronkelijke buitengevels uitgevoerd. Ze heeft een een positieve monumentwaarde als functioneel onderdeel uit een vroege fase. De in het zusterhuis aanwezige (verlaagde) systeem plafonds werden aangebracht aan het eind van de 20e en het begin van de 21e eeuw. Ze hebben een indifferente monumentwaarde
In de kapel zijn kruiswegstaties van kunstenaar Wijnand Geraerdts bewaard gebleven. Hij maakte ze in 1916/17. (foto RCE)
interieur van de kapel gewijzigd. Onder meer werd het koor
In een aantal ruimtes is de oorspronkelijke balkenstructuur
oorspronkelijke plafondopbouw bezit een hoge monumentwaarde.
De beschildering van de triomfboog en het gewelf van de apsis zijn boven het verlaagde plafond behouden gebleven. (foto Fraaije 2013)
Omstreeks de jaren ’60, van de twintigste eeuw, werd het
indifferent.
balken zijn uitgevoerd met een voluutvormige console. De
In de architectuur van de gevels spelen de vensters en deuren uit de bouwtijd een belangrijke rol en worden daarom hoog gewaardeerd. (foto Fraaije 2013)
indifferente monumentwaarde.
monumentwaarde.
nog steeds zichtbaar. De opleggingen van de betonnen
Bij de entree en in de trappenhuizen is glas in lood uit de bouwtijd behouden gebleven (foto Fraaije 2013)
De recent aangebrachte vloer en wandafwerkingen hebben een
in de westgevel van de kapel dichtgezet. De reden hiervoor was waarschijnlijk het aanbrengen de schilderingen die tussen 1916 en 1917 hier in de kapel werden aangebracht door kunstenaar Wijnand Geraerdts. De dichtzettingen zijn op zichzelf indifferent.
22
23
waardering verdieping hoge monumentwaarden positieve monumentwaarden
Beide trappenpartijen bezitten in totaliteit (lees: natuursteen bloktreden, (smeed) ijzeren balustrade met houten handlijst,
indifferente monumentwaarden
rondboog met natuursteen consoles, stucplafond en ook
onbekend/onzichtbaar
zeker de gevelopeningen ingevuld met glas-in-lood ramen)
draag- of kapconstructie plafond
een hoge monumentwaarde.
interieurelement
De meest recente wijzigingen die werden doorgevoerd bestaat uit het aanbrengen van (lichte) scheidingswanden en verlaagde (systeem) plafonds. Al deze elementen bezitten een indifferente monumentwaarde. Hierbij wordt dan met name gedoeld op het verleggen van de oorspronkelijke gang naar de midden-as om meer ruimte te creëren.
waardering begane grond
24
25
waardering zolder hoge monumentwaarden positieve monumentwaarden indifferente monumentwaarden onbekend/onzichtbaar draag- of kapconstructie plafond interieurelement
De dakconstructie van de kapel is opgebouwd uit (grenen) houten kapspanten, gordingen, kepers en dakbeschot. Dit geheel is afkomstig uit de oudste bouwfase van het object en bezit een hoge monumentwaarde De noord-oost gevel werd met één bouwlaag verhoogd in in het derde kwart van de 20e eeuw, ter vergroting van de binnenruimte. Gelijktijdig hieraan werd ook het zuid-westelijk dakvlak gewijzigd van een z.g. Vlaamse gevel naar de huidige opzet met moderne dakkapellen. Al deze elementen hebben een indifferente monumentwaarde De meest recente wijzigingen die werden doorgevoerd betreffen de inbreng van (lichte) scheidingswanden en verlaagde (systeem) plafonds. Al deze elementen bezitten een indifferente monumentwaarde. De liftschacht werd in het derde kwart van de 20e eeuw met één laag opgehoogd waardoor de zolderverdieping bereikt kon worden. Deze ophoging heeft een indifferente monumentwaarde.
waardering verdieping
26
27
waardering kelder hoge monumentwaarden positieve monumentwaarden indifferente monumentwaarden
De kelders hebben als onderdeel van de oudste bouwfasen een hoge waardering.
onbekend/onzichtbaar draag- of kapconstructie plafond interieurelement
Ondanks het feit dat de daglichtopeningen vanaf het exterieur, door recente aanpassingen aan de bestrating, niet meer waarneembaar zijn bezitten deze toch een hoge monumentwaarde Dit deel van de kelder is in de huidige opzet van het object niet meer als zodanig in gebruik, en dit geldt bovendien voor de hierin opgenomen houten trap. Beiden vormen echter oorspronkelijke elementen en bezitten een hoge monumentwaarde.
waardering zolder
28
29
hoge monumentwaarden
hoge monumentwaarden
positieve monumentwaarden
positieve monumentwaarden
indifferente monumentwaarden
indifferente monumentwaarden
onbekend/onzichtbaar
onbekend/onzichtbaar
draag- of kapconstructie
draag- of kapconstructie
plafond
plafond
interieurelement
interieurelement
gesloopte aanbouw
zusterhuis
stergebouw
gesloopte aanbouw
gang naar stergebouw
De nog oorspronkelijke delen met de vensters worden hoog
Aan de noordzijde stond het zusterhuis in verbinding met
en hebben een indifferente waardering. Het verlaagde plafond is
het Stergebouw zodat de zusters zich gemakkelijk naar het verpleeggebouw konden verplaatsen. De gang is een eenlaags constructie met een plat dak. Aan de zijde van het stergebouw is dit nog gedeeltelijk intact. Het bouwdeel heeft draaivensters met bovenlichten en in het midden zijn aan weerszijden deuren gemaakt.
waardering kelder
gewaardeerd. De deuren in het midden van de gang zijn gewijzigd indifferent. Wat zich boven het verlaagde plafond bevind is onbekend maar mogelijk nog uit de bouwtijd. De muurdelen bij de gesloopte aanbouwen zijn afgedekt en kunnen daarom nog niet gewaardeerd worden.
’s-Hertogenbosch Burgemeester Loeffplein 70b-c GZG ‘Het Stergebouw’ Bouwhistorische verkenning
BAAC Rapport B-19.0376
Auteur:
CONCEPT d.d. 13 januari 2019 (geredigeerd) DFENITIEF d.d. 25 april 2022 (toevoeging reactie bevoegd gezag, koppeling terrazzoafwerking (hoge monumentwaarde) en betonvloeren (positieve monumentwaarde). Bij wijzigingen is dit door middel van een voetnoot aangegeven. DFENITIEF d.d. 23 juni 2022 (de waarderingskaart bleek gespiegeld te zijn in de rapportage, dit is gecorrigeerd).
ISSN:
1873-9350
Redactie: Veldwerk: Teksten: Waardering:
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of BAAC bv.
BAAC Bureau voor archeologie en bouwhistorie Graaf van Solmsweg 103, 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
Bouwhistorische verkenning
2
1 1.1
Inleiding
Uitgangspunten
In verband met een voorgenomen verbouwing van het zogenaamde Stergebouw op het terrein van het voormalige Grootziekengasthuis aan het Burgemeester Loeffplein in ’s-Hertogenbosch, is meer inzicht gevraagd in de monumentale waarden die in dit pand vertegenwoordigd zijn. Dat er sprake is van monumentale waarden, is evident. Het gebouw heeft de status van rijksmonument. De waardering in de redengevende omschrijving luidt: “Het ziekenpaviljoen, behorend bij het complex van het Groot Ziekengasthuis, is van algemeen belang. Het object is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische en geestelijke ontwikkeling: het ziekenpaviljoen vormt als onderdeel van het Groot Ziekengasthuiscomplex, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de Middeleeuwen, een belangrijke illustratie van de met name op de armere bevolking gerichte medische zorg in 's-Hertogenbosch. Het ziekenpaviljoen is verder van belang als illustratie van de typologische ontwikkeling van het ziekenhuisgebouw. Het ziekenpaviljoen heeft architectuurhistorische waarde vanwege de plaats die het inneemt binnen het oeuvre van architect J. Vrijman en vanwege de bijzondere vlinderplattegrond. Het ziekenpaviljoen heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van het Groot Ziekengasthuiscomplex, dat cultuurhistorisch en architectuurhistorisch van nationaal belang is.
Het object is tot slot van belang vanwege typologische zeldzaamheid .”
Het gebouw rood gemarkeerd (BAG-viewer). Linksonder de Bossche Markt, rechtsboven een stukje van de ZuidWillemsvaart.
3
De verkenning vond plaats op woensdag 20 november 2019. Tijdens het veldwerk waren alle ruimten in het gebouw toegankelijk. Voor aanvang van het veldwerk is historisch beeldmateriaal verzameld dat online raadpleegbaar was. Archiefonderzoek maakte geen deel uit van de verkenning. Er is een uitvoerige fotodocumentatie gemaakt ten behoeve van deze rapportage. Niet alle veldfoto’s zijn in het rapport opgenomen. De foto’s kunnen u digitaal worden toegestuurd. U kunt een verzoek sturen naar:
1.2
Bouwhistorisch onderzoek
Bouwhistorici analyseren de draagconstructies, de gevels én het interieur van historische gebouwen. Vormen, materialen en bouwtechnieken hebben veelal tijdsgebonden eigenschappen die door de bouwhistoricus worden herkend. Daardoor wordt het voor de bouwhistoricus mogelijk om inzicht te geven in de wijze waarop het pand werd gebouwd, en hoe het daarna door verbouwingen is getransformeerd in het gebouw zoals dat tegenwoordig is. Het nut van het bestuderen van constructies, structuren en afwerkingen is primair het vergroten van kennis omtrent het bouwen in het verleden. Die kennis is in brede zin noodzakelijk om op verantwoorde wijze met gebouwd erfgoed in Nederland om te gaan. Daarbij valt niet alleen te denken aan restauraties, maar ook aan verbouwingen. De kennis over het historische bouwen stelt de bouwhistoricus ook in staat om bij objectgericht onderzoek uitspraken te doen ten aanzien van de monumentale waarde, van het object als geheel en van de onderdelen waaruit het is samengesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (2009) waarin als toetsingscriteria de mate van authenticiteit en zeldzaamheid zijn genoemd.
De door de bouwhistoricus vervaardigde rapportage met waardering en waardenstellingen kan gebruikt worden door architecten en planontwikkelaars ter inspiratie voor noodzakelijk geachte ontwikkelingen en door overheden en monumentencommissies om de rapporten en verbouwplannen te toetsen.
1.3
Monumentale waarde en monumentenbeleid
Het besef dat er door de overheid moet worden gestreefd naar het behoud van het gebouwde erfgoed met als doel deze objecten als nalatenschap van voorouders te behouden tegen sloop, is in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaan. Dit besef resulteerde in 1875 in het oprichten van de afdeling Kunsten en Wetenschappen bij het Departement van Binnenlandse zaken. Wetgeving met als doel bescherming te bieden aan het gebouwde erfgoed zou nog lang op zich laten wachten. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er de Tijdelijke Wet Monumentenzorg waarin stond dat onroerende zaken vermeld in de Voorlopige lijst der Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst (1908-1933), niet mochten worden gesloopt of veranderd zonder toestemming van de minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen. De eerste ‘echte’ monumentenwet werd pas in 1961 van kracht. Daarin werd een definitie opgenomen voor een (beschermd) monument, namelijk: alle vóór ten minste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. In 1965 waren 1784 rijksmonumenten geregistreerd.1 Tegenwoordig (2017) zijn er in Nederland zo’n 63.000 rijksmonumenten.2 Aanwijzing van een pand als rijksmonument is tegenwoordig een zeldzaamheid. Lange tijd lag de verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van monumenten bij het Rijk.
Dat veranderde in 1988 toen de monumentenzorg werd gedecentraliseerd. Veel gemeenten
1 http://erfgoedmonitor.nl/indicatoren/gebouwde-rijksmonumenten-aantal. 2 http://erfgoedmonitor.nl/indicatoren/gebouwde-rijksmonumenten-aantal.
Bouwhistorische verkenning
4
ontwikkelden een eigen erfgoedbeleid, wat vaak gepaard ging met de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Hoeveel gemeentelijke monumenten er in ons land zijn, is door verspreide registratie niet bekend. Volgens schattingen zijn er ongeveer 55.000 gemeentelijke monumenten. De term monument is voor gebouwd erfgoed nogal abstract in de zin dat zij zich moeilijk laat definiëren, anders dan zijnde een juridische status met bescherming tot doel. Het woord monument is een afgeleide van het Latijnse monumentum, dat gedenkteken betekent. In relatie tot het gebouwde kan dit vrij vertaald worden als een ‘herinnering aan’: een bouwwijze, architectuur, gebruik (cultuur) of historische gebeurtenis. Ook de term waarde heeft iets abstracts, omdat waarde (geen grootheid) vaak sterk persoonsgebonden is. Wat voor de één veel betekenis heeft, kan door een ander als rommel worden ervaren. In de context van gebouwd erfgoed wordt waarde gedefinieerd als term voor wat de samenleving als geheel belangrijk vindt, vaak met het oog op de eigen cultuur en identiteit.
Historische opname van het zogenaamde stergebouw. Let op de buitenraamluiken.
De door BAAC opgestelde waardering is een zo objectief mogelijke waardering, uitsluitend gebaseerd op de gegevens die in deze rapportage zijn gepresenteerd. Objectiviteit wordt nagestreefd door de waardering niet alleen op te stellen, maar door drie bouwhistorici samen. Verder is het van belang te vermelden dat ter voorkoming van subjectiviteit aspecten als de bouwtechnische toestand, gebruikersbelangen, ontwerpoverwegingen en economische aspecten buiten beschouwing zijn gelaten. In het traject van ontwikkeling dienen de hier genoemde aspecten afgewogen te worden tegen de op bouwhistorische gronden opgestelde waardering in deze rapportage. Naarmate monumentale waarden hoger zijn, zal men met meer kracht van argument moeten kunnen verdedigen dat aantasten nodig en toelaatbaar is. Het kan dus zo zijn dat bouwtechnische omstandigheden, economische belangen of bijvoorbeeld duurzaamheid er toe leiden dat monumentaal hoog gewaardeerde onderdelen van het object verdwijnen. De beoordeling en afweging is te maken door de toetsende instanties.
5
1.4
De waarderingsmethodiek - leeswijzer In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (2009) wordt ten aanzien van het bepalen van de monumentale waarde onderscheid gemaakt in drie gradaties, te weten; hoge monumentale waarde, positieve monumentale waarde en indifferente monumentale waarde. De begripsbepalingen in de richtlijnen laten echter veel onduidelijk. Vast staat dat bij alle drie de gradaties sprake is van monumentale waarde. Indifferente monumentale waarde dient namelijk te worden toegekend aan elementen die van relatief weinig belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object. De richtlijnen laten geen ruimte om elementen aan te duiden die volstrekt van geen betekenis voor de structuur en/of het object zijn. BAAC hanteert derhalve een vierde gradatie; geen monumentale waarde. In deze categorie zullen in principe elementen worden geplaatst die -relatief - recent zijn aangebracht, met dien verstande dat daarop uitzonderingen denkbaar zijn (bijvoorbeeld restauratiewerk, reconstructiewerk of een duidelijk aantoonbare toegevoegde kwaliteit). Deze elementen zijn veel voorkomend. Het is ook mogelijk dat ze een aantasting zijn van de onderdelen met een hogere monumentale waarde.
Positieve monumentale waarde dient volgens de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek toegekend te worden aan elementen die van belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object. Hoge monumentale waarde moet worden toegekend aan zaken die van cruciaal belang zijn voor de structuur of de betekenis van het object. Deze definities laten ruimte voor interpretatie doordat het onderscheid tussen ‘van belang’ en ‘van cruciaal belang’ niet is gegeven. BAAC geeft het verschil in definitie inhoud door positieve monumentale waarde als basiswaarde te beschouwen en hoge monumentale waarde toe te kennen wanneer sprake is van een bijzondere of uitzonderlijke situatie. In het hoofdstuk ‘waardering en waardenstelling’ zal uitvoerig worden ingegaan op de definitie van de toetsingscriteria en de waardencategorieën om ervoor te zorgen dat eigenaren, planvormers en plantoetsers in onderling onderhoud de termen eenduidig hanteren. Tevens wordt een vertaalslag gegeven van de vastgestelde monumentale waarden naar praktische handvaten met het oog op mogelijke ingrepen.
Bouwhistorische verkenning
6
2
Beknopte historische inleiding
De geschiedenis van het Bossche Groot Ziekengasthuis is terug te voeren tot ten minste 1274. In dat jaar wordt het in een archiefstuk vermeld. Het gasthuis bood onderdak aan reizigers (vaak pelgrims) en er werden (veelal armlastige) patiënten verzorgd. Die verzorging lag in de handen van religieuzen, in ieder geval vanaf 1376 waren dat nonnen (met een onderbreking in de periode na de reformatie). De instelling werd geleid door een college van regenten. In de vijftiende eeuw zou het gasthuis zijn verplaatst van een plek nabij de Hinthamer stadspoort naar de huidige locatie. De geschiedenis van de verschillende gebouwen die door de eeuwen heen op het terrein hebben gestaan, wordt hier niet uiteengezet. Het oudste thans nog bestaande gebouw is het voormalige regentenhuis. De apotheek en portierswoning stammen vermoedelijk in de kern nog uit de achttiende eeuw. Een belangrijk jaar in de geschiedenis van het Groot Ziekengasthuis is 1907. Toen werd besloten om het bestaande complex grotendeels te moderniseren om op die manier aan nieuwe eisen voor gezondheidszorg en met name hygiëne te kunnen voldoen. Dat is ook de reden dat veel van de gebouwen op het terrein tussen 1907 en 1932 tot stand zijn gebracht. Aanvankelijk speelde men met de gedachten om een nieuw complex buiten de stad te bouwen, maar de extra kosten die dit met zich meebracht, waren de reden dat hiervan werd afgezien.
De transformatie van het complex is zo tekenend voor de tijd, dat de meeste gebouwen in 2001 de status van Rijksmonument kregen.
De kadastrale minuut uit 1823 en de kaart van Hagens uit 1950 tonen ten noorden van de Dieze het gasthuiscomplex. Bij het complex behoort ook een pesthuis, een lang gerekte bouwmassa die ten noorden vrij van het complex ligt. Het stergebouw kon pas worden gebouwd nadat dit pesthuis was gesloopt. Rechts de saneringskaart uit 1957 met daarop het stergebouw verbeeld.
Eén van de eerste nieuwe gebouwen die werden opgericht, is het nu zo genoemde stergebouw, vrij centraal op het terrein. Bouwtekeningen stammen uit 1909, de bouw zou zijn voltooid in 1911. In de bouwtijd gold de voorwaarde dat manlijke en vrouwelijke patiënten strikt gescheiden dienden te worden. Het was ondenkbaar dat mannen en vrouwen op één zaal lagen. Daarnaast gold er in die tijd nog een sterk klassenonderscheid. Armlastigen die niet zelf voor hun opnamekosten konden opdraaien, konden niet tussen patiënten liggen die wel de rekening voor hun opname
7
gepresenteerd kregen. In het ontwerp voor het gebouw komt het klassenonderscheid tot uiting in de twee bouwlagen, de scheiding van sekse door de ziekenzalen voor mannen aan één zijde van het gebouw te situeren en de zalen voor vrouwen aan de andere. Bij een in die tijd modern ziekenhuis stond het belang van hygiëne hoog op de agenda. Vloeren in de gangen en operatiekamers werden afgewerkt met terrazzo (met geïntegreerde plinten), in de ziekenzalen werd linoleum op kurk gelegd en neuten/onderdorpels van deuren kregen afgeronde hoeken zodat zich hier geen stof kon nestelen. Ventilatie geschiedde op natuurlijke wijze, om de eenvoudige reden dat die door de opzet van het gebouw uiterst makkelijk te realiseren was.
Opname uit 1876 met op de voorgrond de gasthuiskapel. Rechts daarvan, achter de bomen, het pesthuis dat gesloopt moest worden voordat het stergebouw kon worden opgericht.
Bouwhistorische verkenning
8
3
De constructies
Het mag geen verwondering wekken dat bij de nieuwbouw van een ziekenhuis werd gestreefd naar moderniteit en expressie aan de toenmalige opvattingen over de best mogelijke ziekenzorg. De wens om ruim aandacht te geven aan hygiëne, voldoende daglicht en natuurlijke ventilatie, was eenvoudig te verenigen met soberheid en doelmatigheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij het ontwerp van het gebouw werd gekozen voor vloerconstructies in gewapend beton. In de bouwtijd was gewapend beton nog een vrij modern bouwmateriaal dat zich vanaf de late negentiende eeuw in korte tijd had bewezen als zijnde economisch, praktisch, degelijk en uitstekend af te werken. Dit laatste in tegenstelling tot traditionele houten vloeren en plafonds. De constructie is modern, maar in de bouwtijd niet meer als innovatief te bestempelen (in ieder geval niet voor toepassing in betrekkelijk eenvoudige vloerconstructies).
Gemetseld fundament met hier een poer en spaarbogen, de laatste uitgevoerd om doorgang in de kruipruimte mogelijk te maken.
Het fundament van het gebouw kon naar verluid pas worden gelegd nadat een diepe bouwput was uitgegraven, noodzakelijk in verband met vervuiling van de ondergrond (iets wat voor een nieuw ziekenhuis blijkbaar onacceptabel werd geacht). In de kruipruimte onder het pand is goed te zien dat er sprake is van een zeer breed uitlopende funderingsvoet onder de gevels. Eénzijdig konden ten minste twaalf versnijdingen worden waargenomen, vermoedelijk zijn er onder de vloer in de kruipruimte nog meer versnijdingen aanwezig. Het ontwerp van het gebouw zal weinig constructieve uitdagingen hebben geboden. De overspanningen van de betonvloeren zijn bescheiden in lengte, doordat de vloeren zijn opgelegd in binnenmuren (zowel gangmuren als kamer-scheidende muren). Er zijn slechts enkele plekken waar de overspanningslengte zodanig is, dat de betonvloer met balken moest worden uitgevoerd. Dat is vooral het geval bij de zones voorafgaande aan de ziekenzalen (onder andere de voormalige dagverblijfsruimte).
9
In de ruimte onder één van de vroegere ziekenzalen kijken we op het fundament van één van de gevels. Versnijdingen starten kort onder de betonvloer van de begane grond en gaan vermoedelijk verder door onder de vloer van de kruipruimte. Rechts zien we één van de kruipgaten die zijn uitgespaard in het metselwerk onder de gangmuren. Sporen van de houten bekisting zijn duidelijk op het beton te zien.
Op enkele plekken is de vloer uitgevoerd met een betonnen balk, namelijk daar waar de overspanning te groot is. De balklengte wordt gehalveerd door middel van een poer, hier niet op de foto.
Bouwhistorische verkenning
10
Opzet van de fundering van het gebouw. Overgenomen uit de masterscriptie van K.R. Maaré (2011).
Eén van de weinige plekken waar sprake is van niet functionele ornamentiek. Onder de betonbalken zijn sleutelstukken en consoles uitgevoerd in een stijl die herinnert aan de zestiende en zeventiende-eeuwse bouwkunst, de tijd van samengestelde balklagen waarvan de moerbalken op dit soort manieren werden vormgegeven.
De platte daken van de voormalige ziekenzalen zijn naar verluidt uitgevoerd in een combinatie van stalen UNP-liggers en houten balken. De liggers zijn omtimmerd. Het middendeel van het gebouw heeft boven de verdieping nog een zolder, waar de daaraan gekoppelde paviljoens met de voormalige ziekenzalen twee lagen onder platte daken hebben. De zoldervloer is op traditionele wijze in hout uitgevoerd. Er is sprake van een enkelvoudige balklaag opgelegd in de lange gevels en de gangmuren op de verdieping. De balklaag kon worden waargenomen door één van de vloerdelen uit te nemen. Daardoor kon worden vastgesteld dat de balken circa 6,5 bij 19,5 centimeter meten en hart op hart ruim 70 centimeter uiteen liggen. De houten vloerdelen zijn met 3 centimeter aan de dikke kant. De delen zijn ongeveer 22 centimeter breed en met draadnagels aan de vloerbalken bevestigd. Door het uitnemen van één van de vloerdelen was ook zicht mogelijk op het rietstucplafond waarmee de eerste verdieping van het middendeel is afgewerkt. De basis van het plafond wordt gevormd door een lattenwerk (6 bij 2 centimeter, met tussenafstand van 5 centimeter).
11
Eén van de kapspanten van het middendeel van het gebouw.
De kapspanten op de zolder volgen de richting van de vloerbalken. In theorie was het dus mogelijk om de spanten op een vloerbalk te stellen, ware het niet dat de vloerbalken niet in één keer overspannen. Het is mede om die reden dat de spanten opgericht zijn op lange sloffen die over vier of vijf vloerbalken zijn gelegd. Dit heeft ook als voordeel dat het gewicht van de spanten (en de krachten die moeten worden afgedragen) over meerdere vloerbalken wordt verdeeld. De spanten zijn, zoals gebruikelijk in de bouwtijd, uitgevoerd in grenenhout. Het middendeel heeft een afgetopt schilddak. Kenmerkend voor de bouwtijd is de combinatie van houtverbindingen. Er is gespijkerd en gebout, er zijn pen- en gatverbindingen én er zijn stropankers gebruikt. De basis van de spanten wordt gevormd door de horizontale dekbalk die aan de onderzijde is uitgevoerd met pengaten voor de hangende stijltjes waarop schoren en sprantbenen aansluiten én die zijn ingeklemd door trekbalken. Dit inklemmen gebeurt door middel van bouten. Stroppen zijn gebruikt om de gespijkerde verbinding van de spantbenen en de schoren met de stijlen (mét borst) te zekeren. De kapgordingen zijn op de spantbenen aangebracht. Ze rusten op klossen en zijn iets in de benen ingelaten. De gordingen, de sporen én het beschot stammen nog uit de bouwtijd. Dat geldt ook voor de dakkapellen die in de dakvlakken zijn aangebracht.
Bouwhistorische verkenning
12
Detail verbindingen kapconstructie.
De spanten zijn op sloffen gesteld. Sporen en dakbeschot dateren uit de bouwtijd.
13
4
Het interieur
4.1 De interieurindeling De ontwikkeling van de indeling van de begane grond is door de tijd heen vrij goed te volgen. Er is een ontwerptekening van de plattegrond bekend (wij gaan er in deze rapportage vanuit dat er gebouwd is naar dit ontwerp) en we beschikken over een tekening van de bestaande toestand in 1932. Vergelijking van beide tekeningen toont aan dat er vóór 1932 al een verbouwing/modernisatie van het interieur moet hebben plaatsgevonden.
De plattegrond van de begane grond, behorende bij de vergunningsaanvraag voor de bouw van het complex.
De oorspronkelijke toestand De grondvorm van het gebouw is in het vorige hoofdstuk reeds verklaard vanuit de functie en het gebruik van het gebouw. Het concept dat aan het ontwerp ten grondslag ligt, combineert clustering van functies en scheiding van seksen en sociale klassen. De keuze om de vleugels met de ziekenzalen onder 45 graden uit te voeren, is vermoedelijk ingegeven vanuit de wens om alle vleugels met één van de lange gevels op het zuidoosten of zuidwesten te kunnen oriënteren, zodat gedurende de dag voldoende daglicht in de zalen stroomde (licht en lucht werden bevorderlijk geacht voor herstel). In het ontwerp valt de efficiënte routing in het gebouw op. De ganglengte is beperkt door de kruisvorm, de langste routes gaan van de ziekenzaal naar de operatiekamers (voor bedpatiënten op de verdieping was er een lift), die op de tekening in een semizelfstandig bouwdeel aan de noordzijde zijn te vinden. Op de ontwerptekening is goed te zien dat de ziekenzalen alle ongedeeld zijn. Zowel de zalen voor mannen (op de tekening aan de oostzijde) als de zalen voor vrouwen, zijn
Bouwhistorische verkenning
14
onderling gekoppeld door een veelhoekige verblijfsruimte (voor patiënten die niet aan een bed waren gekluisterd) en in de nabijheid daarvan zijn theekeukens gesitueerd. In het middendeel van het gebouw zien we op de tekening onder andere een badkamer, een verbandkamer, een waskamer en enkele behandelkamers (te herkennen aan de bedden die hierin zijn getekend) aangegeven. De dubbele trappenhuizen waren in de bouwtijd geen luxe, maar noodzaak. Mannen en vrouwen werden strikt gescheiden en konden daardoor geen trappenhuis delen. Nabij de trappenhuizen zijn de toiletten gesitueerd. Op de begane grond en de verdieping is er één groep van twee toiletten in de mannenvleugel en één groep in de vrouwenvleugel. Het bouwdeel met de operatiekamers, beschikt over een eigen toiletgroep. Deze zal louter bestemd zijn geweest voor de geneeskundigen, laboranten en de directeur.
De plattegrond van de begane grond op een tekening uit 1932. Het zaaloppervlak is verkleind doordat in de zalen een badkamer en een theekeukentje zijn gerealiseerd.
De situatie in 1932 Op de plattegrondtekening uit 1932 zijn verschillende wijzigingen aan te duiden. Zo valt direct op dat de ziekenzalen in omvang zijn gereduceerd door in de zalen een badkamer en vermoedelijk een keukentje in te bouwen. De directe verbinding tussen ziekenzaal en het dagverblijf is daarmee komen te vervallen. Op basis van de inschriften kan ook worden geconcludeerd dat de mannen naar de westzijde van het gebouw zijn verhuisd en dat de vrouwen nu in het oostelijke deel van het gebouw worden verpleegd. In het middendeel van het gebouw is niet heel veel veranderd. De lift heeft moeten wijken, zodat er een verbindingsgang met een noordelijk gelegen gebouw kon worden gerealiseerd. Die ingreep ging gepaard met een aanpassing van het bouwdeel met de operatiezaal. De huidige situatie In de tegenwoordige situatie zijn er sinds 1932 de nodige veranderingen in de indeling van het interieur te zien. Meest opvallende is de sloop van het bouwdeel waarin oorspronkelijk de operatiekamers waren gesitueerd. Die sloop mag gerust een amputatie worden genoemd omdat
15
hiermee een belangrijk deel van de geschiedenis van het gebouw (de herinnering aan de daadwerkelijke operatieve handelingen) volledig is uitgewist. Wat rest zijn de bouwdelen waarin verpleegd werd. Het middeldeel van het gebouw is vooral op de begane grond ingrijpend aangetast. Zo is de kamerindeling aan de voorgevelzijde gewijzigd en zijn aan de achtergevelzijde de toiletgroepen in kamers getransformeerd. De ruimtelijke structuur is verstoord door toevoeging van verschillende puien, de ruimten voor dagverblijf zijn onherkenbaar gemaakt door onder andere de realisatie van balies of samenvoeging met de gangruimte. Doordat op verschillende plekken ook nog de ziekenzalen zijn opgedeeld met kleinere vertrekken, is het in het gebouw moeilijk tot bijna onmogelijk een goed beeld te krijgen van de ziekenzorg zoals die in de periode 1910-1930 werd geboden in het Bossche Groot Ziekengasthuis. Op de zolder van het middendeel van het gebouw staan nog enkele delen overeind van een indeling met houten wanden. De wanden zijn uitgevoerd met kraalschroten, zoals gebruikelijk in de bouwtijd voor bouwlagen met niet dragende wanden. De kraaldelen zijn onbeschilderd. Mogelijk waren hier slaapkamers voor zusters die belast waren met de patiëntenzorg.
De plattegrondtekening uit omstreeks 1909 met in groen aangegeven de thans nog bestaande structuren. Zwart op de tekening is gesloopt. Daaronder een volledig bouwdeel (operatiekamers), verschillende kamermuren en de puien van de dagverblijven.
Tijdens de verkenning van het gebouw ontstond het vermoeden dat de verdiepingen van de ziekenzalen latere toevoegingen zijn.3 Tekening in het exterieur, met name van het voegwerk, voedde dat vermoeden alsmede de vondst van een segmentboog boven het verlaagde plafond in de muur tussen het middendeel en de noordoostelijke ziekenzaalvleugel.
3 Reactie Gemeente ’s-Hertogenbosch op concept: Gemeente ziet geen aanwijzingen voor ophoging.
Bouwhistorische verkenning
16
Boven het verlaagde systeemplafond in de noordoostelijke ziekenzaalvleugel, werd een segmentboog aangetroffen. Het lijkt er op dat de verdieping van vleugels in een tweede bouwfase tot stand is gebracht.
Plattegrond van de verdieping op de tekening uit 1909, nagenoeg een kopie van de begane grond.
4.2 De interieurelementen - Interieurelementen uit de bouwtijd Mede door de sloop van het bouwdeel met de operatiekamers, vernieuwing van alle zichtbare installatiewerken van vóór circa 1960, de verwijdering van alle ziekenhuisbedden en de sloop van oorspronkelijke badkamers en keukentjes, is het aantal interieurelementen dat nog uit de bouwtijd stamt, zeer sterk gereduceerd. Er is nog sprake van enkele gangpuien en veel van de kamerdeuren stammen ook nog uit omstreeks 1910. Het zijn deze elementen die, met de toiletten op de verdieping, nog zorgen voor enig historisch besef in het gebouw. De kamerdeuren zijn uitgevoerd met panelen. De deuren zijn afgehangen met de oorspronkelijke scharnieren. Bijna overal is het oude sluitwerk nog aanwezig maar zijn de krukstellen vernieuwd. Tijdens de verkenning werd op één plek een deur aangetroffen die nog voorzien lijkt van een oorspronkelijk krukstel (kamer L109).
17
De deurkozijnen zijn vrijwel overal nog voorzien van de oorspronkelijke profiellatten, wat opgemaakt kan worden uit de bijna naadloze aansluiting op de bijzondere neuten en drempels waarvan de deuropeningen zijn voorzien. De hoeken daarvan zijn, evenals de onderhoeken van de deuren, afgerond. Dit komt niet alleen over als zijnde fraai, maar is ook een directe referentie aan het oorspronkelijke gebouw als ziekenhuis. Tot de ronding werd namelijk besloten vanuit het oogpunt van hygiëne. Door de afronding kon zich hier geen vuil ophopen, reiniging werd vereenvoudigd.
Links de oorspronkelijke pui (grepen vernieuwd, kleurstelling vermoedelijk gewijzigd) op de begane grond. Rechts de deur van ruimte L109 met vermoedelijk nog een krukstel uit de bouwtijd.
Karakteristieke geronde neuten net boven de terrazzo gangvloer.
Bouwhistorische verkenning
18
Paumellescharnieren uit de bouwtijd, geschroefd aan kozijn- en deurhout. Veel van de krukstellen stammen uit de jaren zestig.
Vermoedelijk één van de weinige krukstellen uit de bouwtijd.
De beide trappen in het gebouw verkeren vrijwel in oorspronkelijke staat. De trappen zijn samengesteld uit geprefabriceerde hardstenenelementen die aan de onderzijde zijn afgeschuind en aan de muurkant uitlopen in een biljoening. De oorspronkelijkheid van de trap blijkt onder andere uit de vormgeving van de in ijzer uitgevoerde balustrade, de handlijsten en de trapleuning. De trappenhuizen worden opgeluisterd met natuurstenen consoles onder de balk voor de trapgaten en glas-in-lood in de vensters. Dit glas-in-lood is zo eenvoudig dat de mate van authenticiteit niet op stilistische gronden te bepalen is. In de bouwtijd is het gangbaar om in de ruiten religieuze voorstellingen of verwijzingen op te nemen, maar dat is hier dus niet het geval.4 4
Reactie Gemeente ’s-Hertogenbosch op concept: Geen aanleiding om op grond van het ontbreken van een religieuze voorstelling te veronderstellen dat de ramen niet uit de bouwtijd zouden zijn.
19
De trappen in de trappenhuizen verkeren nog vrijwel in oorspronkelijke staat.
Het glas-in-lood in de vensters van de trappenhuizen is opvallend eenvoudig. Dit kan zijn gedaan om goede daglichttoetreding op de trappen te waarborgen.
Op de verdieping zijn in het middendeel van het gebouw nog twee goeddeels oorspronkelijke toiletgroepen bewaard gebleven. Uit de bouwtijd dateren de terrazzo vloeren, de wandtegels, de
Bouwhistorische verkenning
20
paneeldeuren, de plafondafwerking en vermoedelijk ook het figuratieve glas in de vensters. Toiletpotten, wasbak en het sluitwerk van de deuren zijn vernieuwd.
Eén van de beide toiletgroepen op de verdieping. Hier is de sfeer uit de vroege twintigste eeuw redelijk goed behouden gebleven, onder andere door oorspronkelijke afwerking van vloer, wanden en plafonds.
Op verschillende plaatsen in het gebouw zijn oorspronkelijke espagnoletten en bovenraamuitzetters bewaard gebleven. Het zijn elementen in het interieur die duiding geven aan de ouderdom van het gebouw.
21
Op de zolder van het gebouw zijn behoudens enkele binnendeuren ook nog twee deels ontmantelde wasbakken aangetroffen. Deze elementen zijn vrij zeldzaam aan het worden. De aanwezigheid van de bakken doet vermoeden dat er op de zolder slaapkamers zijn geweest voor de zusters die de verzorging van de patiënten op zich namen. Naar verluidt zijn de wasbakken omstreeks 1945 geplaatst nadat de zolder geschikt werd gemaakt voor overnachting door interne zusters.
Op de zolder zijn twee oude wasbakken aangetroffen.
- Interieurelementen van latere datum Er zijn in het gebouw vooral veel interieurelementen aangetroffen van recente tot zeer recente datum. Deze worden in deze rapportage niet verder belicht omdat ze voor het monument van geen enkel belang zijn. De jaren zestig zijn in het interieur ook vertegenwoordigd. Omdat deze elementen vrij sterke binding hebben met het oorspronkelijke gebruik van het gebouw, zijn deze elementen niet zonder betekenis. Op twee plekken in het gebouw zijn ronde koelingskasten aangetroffen, gefabriceerd door Inventum.5 De apparaten bevatten zeven cilindrische hulzen waarvan niet duidelijk is geworden wat hierin gekoeld kon worden.
Elektrisch gekoelde kast van het merk Inventum, één van de weinige installatiewerken die nog stamt uit de tijd dat het ziekenhuis als zodanig in gebruik was.
5 https://nl.wikipedia.org/wiki/Inventum.
Bouwhistorische verkenning
22
Controlelamp, vermoedelijk uit de jaren zeventig, ter preventie van het openen van een kamerdeur op een ongewenst moment. Wandschakelaar, vermoedelijk uit de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw. Op verschillende plaatsen in het gebouw aangetroffen.
Op een enkele plek in het gebouw is nog een kast aanwezig die vermoedelijk dateert van de verbouwing die omstreeks 1960 moet hebben plaatsgevonden.
4.3 De interieurafwerkingen In het gebouw zijn nog best veel vloeren aanwezig met de oorspronkelijke afwerking. Het gaat hierbij om terrazzovloeren die in de bouwtijd veel werden toegepast. Op zichzelf zijn de vloeren niet bijzonder qua vormgeving. De betekenis van de vloerafwerkingen hangt vooral samen met de historische functie van het gebouw. Terrazzovloeren hebben namelijk als groot voordeel dat ze relatief makkelijk zijn schoon te houden. Dit werd in het gebouw nog eens versterkt door ook de plinten in dit materiaal uit te voeren. De terrazzovloeren zijn te vinden in de verkeersruimten en in de sanitaire ruimten in het gebouw. Op verschillende plekken is over de terrazzovloer een latere vloerbedekking gelegd, om de nadelige akoestische en thermische eigenschappen van de vloerafwerking te bestrijden. Steenachtige vloeren treffen we ook aan in latere sanitaire ruimten en keukentjes. Het gaat om onbeduidende tegelvloeren die in de jaren zestig en later gelegd zijn.
23
De meeste kamers en ook de voormalige ziekenzalen zijn hoofdzakelijk uitgevoerd met recent linoleum. Uit historische beschrijvingen van het gebouw is op te maken dat in de ziekenzalen van oudsher linoleum op de vloeren ligt. De plafonds zijn overal op dezelfde eenvoudige manier uitgevoerd. Er is sprake van een eenvoudige holle profiellijst langs de randen. Van verdere ornamentiek is geen sprake. Deze plafonds zijn zowel te vinden onder de betonvloeren als onder de houten vloeren (in laatste geval stuc op riet).
Voorbeeld van de plafonds in het gebouw.
Op historische afbeeldingen van onder andere enkele ziekenzalen, kon worden opgemaakt dat de muren van de zalen oorspronkelijk uitgevoerd zijn geweest met sjabloonschildering. Die schildering zal op de meeste plekken nog aanwezig zijn. In de zuidwestvleugel kon een deel van de schildering worden waargenomen.
Sjabloonschildering in één van de voormalige ziekenzalen. Vermoedelijk zijn alle zalen met een dergelijke schildering opgeluisterd geweest.
Bouwhistorische verkenning
24
Historische interieuropname van de mannenziekenzaal met op de muren herkenbaar een geschilderde lambrisering. De kleurstelling is beduidend anders dan tegenwoordig. Centraal in de ruimte een heiligenbeeld.
Historische interieuropname.
25
5
Het exterieur
Sinds de voltooiing van het gebouw, is er aan het exterieur het nodige gewijzigd. Meest ingrijpende verandering is zonder twijfel de sloop van het bouwdeel met de operatiekamers geweest. Nu rest nog enkel het deel van het gebouw waarin verpleegd werd, de fysieke herinnering aan medische ingrepen en operaties is compleet verdwenen. Daarnaast zijn het vooral aanbouwsels geweest die als gevolg hebben gehad dat de mate van authenticiteit van het aanzien van het gebouw plaatselijk werd aangetast. Een voorbeeld is de thans verdwenen uitbreiding tegen het dagverblijfruimten aan de westzijde van het gebouw. Richten we ons louter op de nu nog bestaande bouwmassa, dan kunnen we vaststellen dat de mate van authenticiteit van het exterieur daarvan, behoorlijk hoog is. Het exterieur is exemplarisch voor de historische functie en de tijd. Zo omstreeks 1910 was er sprake van een breed palet aan ontwerpstijlen waaruit kon worden gekozen. Dat het ontwerp vooral onder invloed staat van renaissance-architectuur, wekt geen verwondering. Deze stijl werd tussen circa 1875 en 1915 zeer passend geacht voor medische gebouwen omdat de stijl tot ontwikkeling kwam in een periode van voorspoed en belangrijke ontwikkelingen op uiteenlopende gebieden, waaronder de geneeskunde.
Gevelaanzicht vanuit het zuidwesten. Waar vroeger sprake was van een tuin, worden nu auto’s geparkeerd.
Typisch voor de stijl en de bouwtijd zijn de gemetselde gevels die als gevolg van speklagen (hier in gele verblendsteen), waterlijsten en bakgoten sterk horizontaal geleed zijn. Balans in de architectuur wordt verkregen door de plaatsing van de vensters in vensterassen. Daarbij valt op dat de regelmaat qua vensterindeling in de vleugels groter is dan in het middendeel van het gebouw. Uiteraard hangt dit samen met de indeling van het interieur. De zijvleugels bevatten vroeger grote zalen, het middendeel had (werk)kamers die verschilden in grootte. Waarin de bouwtijd van het gebouw ook sterk tot uiting komt, zijn de vensters. Zogenaamde Tvensters zijn populair in de decennia rond de eeuwwisseling, waarbij de combinatie van een driedeling in de bovenramen en een tweedeling bij de onderramen vooral aan het begin van de
Bouwhistorische verkenning
26
twintigste eeuw vrij veel voorkomt. Bij een ziekenhuis is het van groot belang dat er goede mogelijkheden waren om te ventileren. Bedorven lucht werd beschouwd als bron van ziekteverspreiding. Het is vooral daarom dat zowel onder- als bovenramen geopend konden worden. De bovenramen, hoog in de gevel, speelden daarbij vermoedelijk de belangrijkste rol, omdat daarmee ventilatie zonder tocht over de bedden mogelijk was. Veel van de ramen zijn nog bezet met het vroeg twintigste-eeuwse glas. In het (recente) verleden zijn op enkele plekken delen van vensters vernieuwd, waarbij voor de meest pragmatische oplossing werd gekozen en het monumentale belang van het gebouw geen rol speelde.
De zuidoostgevel van één van de zijvleugels van het gebouw. Een tijd lang heeft op deze gevel een serre aangesloten, wat onder andere nog te herkennen is aan metselwerk dat frisser van kleur is en enkele opgevulde balkkopgaten in dat metselwerk. De gevelindeling van de vleugels is zee regelmatig.
De vensteropeningen zijn met zorg gedetailleerd. Veelvoorkomend in de tijd zijn de kwartrond geprofileerde bakstenen op de dagkanten van de vensteropeningen. Ook de segmentbogen die de openingen afsluiten zijn ermee uitgevoerd (let ook op de detaillering van de aansluiting van de boog op de dagkanten). De profielstenen zijn enkele tinten donkerder dan het overige metselwerk. Dat is nu vooral nog goed te zien daar waar het metselwerk een tijd lang aan de weersinvloeden (en luchtvervuiling) onttrokken is geweest. Bijvoorbeeld aan de zuidzijde van het gebouw, waar een tijd lang een serre op het gebouw heeft aangesloten of daar waar buitenrolluikkasten zijn verdwenen. De gevels worden beëindigd met een eenvoudige muurgoot, geplaatst op geprofileerde consoles die in hout zijn uitgevoerd en deel uitmaken van twee uitkragende lagen metselwerk. Consoles en houtwerk zijn thans wit van kleur (ook de vensters). Vermoedelijk is dat oorspronkelijk lichtgeel geweest, min of meer de kleur van de verblendstenen speklagen. Aan de zuidgevel van het gebouw zijn op verschillende plekken rolluiken te vinden, opgehangen als maatregel om de zon te weren. Op basis van oude foto’s waarop stores zijn te zien, kunnen de houten rolluikkasten niet uit de bouwtijd stammen. Vermoedelijk zijn de huidige exemplaren kort vóór of kort ná de Tweede Wereldoorlog opgehangen. Op de verdieping hangen op sommige
27
plekken veel recentere zonweringskasten. Daar waar het metselwerk boven de verdiepingsvensters rozerood kleurt, hebben een tijd lang houten rolluikkasten gehangen.
Aan de oostzijde van het gebouw is het exterieur van de voormalige zalen voor het dagverblijf nog behoorlijk intact. Aan de westzijde is dat niet het geval. Rechts één van de beide trappenhuizen tegen de noordgevel van het gebouw.
Aardig om op te merken over het exterieur van het gebouw, is dat een prominente entreepartij ontbreekt. Misschien is het om die reden dat de voormalige dagverblijfsruimten aan de oost- en westzijde van het gebouw architectonisch zijn uitgelicht door hier gele zandsteen toe te passen in plaats van rood metselwerk. De vormgeving van deze vroegere verblijfsruimten is qua exterieur rationeel te noemen, voornamelijk vanwege de lateien die hier zijn toegepast. Ook de trappenhuizen zijn in het exterieur geaccentueerd. De wijze waarop de trappenhuizen zijn ontworpen, kan niet los worden gezien van de rol die geestelijken hebben gespeeld in de ontwikkeling van de gezondheidszorg.
Waterlijst van baksteen en onderdorpels van de vensters in hardsteen. Profielstenen in de dagkanten.
Bouwhistorische verkenning
28
Twee beelden die vooral inzicht geven in de aantasting van het exterieur. Links zien we de aantasting van de vroegere dagverblijfzalen aan de westzijde. Rechts zien we grijswitte vlakken waar oorspronkelijk de gang naar de operatiekamers aansloot.
Rolluikkasten stammen niet uit de bouwtijd. De kasten ontnemen het zicht op de segmentbogen en op details in het metselwerk. Rechts piepen nog net de aanzetten van de segmentbogen achter de rolluikkasten vandaan. Midden één van de ankers waarmee de gevels zijn opgeluisterd.
29
Eén van de kopgevels van de vleugels met de vroegere ziekenzalen. Op de begane grond is de vensteropening veranderd in een deuropening. Rechts meer in detail één van de verdiepingsvensters.
De in het gebruikelijke kruisverband opgetrokken gevels zijn nog vrijwel volledig voorzien van het oorspronkelijke voegwerk. Stootvoegen zijn daarbij uitgevoerd als knipvoeg en over de lintvoegen aangebracht. Er lijkt bij de paviljoens sprake te zijn van een schil in metselwerk tussen de begane grond en de verdieping. Tijdens het veldwerk ontstond het vermoeden dat de verdiepingen wel eens enkele jaren later gebouwd zouden kunnen zijn, al ontbreekt daarvoor onomstotelijk bewijs.
Het voegwerk van de gevels dateert nog vrijwel volledig uit de bouwtijd.
Bouwhistorische verkenning
30
6 6.1
Waardering Waardendefinities