Bijlage 3 - Bijlagen concept ruimtelijke onderbouwing Middengebied Gasthuiskwartier
Tekst van het document
is in donkerrode steen uitgevoerd. De gevels zijn hoofdzakelijk in kruisverband gemetseld, maar bevatten veel siermetselwerk en natuurstenen elementen zoals kalkstenen aanzetstenen (met een kathedraalslag of gebouchardeerd), kalkstenen gevelstenen, granieten waterlijsten en lekdorpels. Het siermetselwerk bestaat uit rollagen, ruitvormige sierelementen van gekleurde verblendsteen en uitkragend metselwerk met een dubbele bloktand. Alle toegepaste vensters hebben aan de bovenzijde twee kleine afrondingen in de hoeken, welke gecontramald aansluiten in de natuurstenen aanzetstenen. In de kopgevels van de paviljoens is onderaan de gevel een kelderlicht geplaatst met gietijzeren sierrooster en afgewerkt met een strek. Op de begane grond bevinden zich twee pseudokruisvensters met een vast en een draairaam met hierboven twee uitzetramen met ruiterverdeling 2x(2x3) met geel gekleurd kathedraalglas (‘tischkathedral’). Op de eerste verdieping bevindt zich een venster met drie vaste ramen met hierboven drie vaste bovenramen met ruiterverdeling (2x2) met geel gekleurd kathedraalglas. Alle vensters worden aan de bovenzijde afgesloten met anderhalve strek welke op de hoeken afgesloten worden met kalkstenen aanzetstenen (Muschelkalk). Aan de onderzijde van de ramen een gebouchadeerde granieten waterlijst.
De ramen op de begane grond hebben aan de onderkant van de aanzetstenen een sierrollaag tot aan de hoeken van de gevel. Het raam op de eerste verdieping wordt omlijst door het uitkragende metselwerk met een dubbele bloktand en diverse sierelementjes van gekleurde verblendsteen. De ramen worden omlijst door de kantlatten van later aangebrachte markiezen. De kopgevels van de paviljoens
24/ 25
worden afgesloten met een brede overstekende bakgoot met een
doorloopt door middel van een rollaag naar de ramen aan de zijkant.
geprofileerde houten gootlijst en geprofileerde gootklossen. Het
Aan de bovenzijde van beide zijramen kalkstenen aanzetstenen met
schilddak is gedekt met leien in maasdekking. Op de hoekpunten
anderhalve strek Het raam aan de voorzijde heeft geen strek, maar
van de schilddaken is een loden piron geplaatst met koperen
aan de bovenzijde terugliggend siermetselwerk van drie rollagen die
bliksemafleiders.
per laag met een streklaag afgewisseld worden. Hierboven bevindt
In de zijgevels aan de binnenzijde van de vooruitstekende paviljoens
zich nog een derde vast raam 2x1 met aanzetstenen en anderhalve
is op de begane grond eenzelfde kruisvenster geplaatst als op
strek Ter hoogte van het siermetselwerk start aan de zijkanten van
de begane grond van de kopzijde. Op de eerste verdieping een
de ramen het uitkragende metselwerk met de dubbele bloktand.
soortgelijk kruisvenster met iets kleinere bovenramen 2x(2x2) Dit
Het bouwdeel met het trappenhuis wordt afgesloten met een brede
venster loopt door in het dak waardoor de uitstekende bakgoot
bakgoot met houten gootlijst ondersteund door gootklossen en
onderbroken wordt. Onder beide vensters is een granieten
een zelfstandig schilddakje, gedekt met leien in maasdekking. Op
lekdorpel geplaatst. Ter hoogte van de bovenramen van het
beide hoeken van het dak is een loden piron aangebracht. Het
bovenste venster start de dubbele bloktand van het uitkragende
bouwdeel met het trappenhuis sluit aan op de terugliggende gevel
metselwerk.
met hierin aan beide zijden van het trappenhuis twee vensters met
In het terugliggende gevelvlak steekt het trappenhuis opnieuw naar voren uit. Het trappenhuis is een rechthoekig bouwdeel met afgeschuinde hoeken. In het metselwerk zijn dezelfde sierelementen te zien als in de paviljoens, de rollagen, ruitvormige sierelementen, uitkragend metselwerk, maar ook siermetselwerk in het gevelvlak. Op de begane grond zijn vier kleine identieke vaste ramen gesitueerd, twee aan de voorzijde en één aan beide zijkanten met later aangebracht helder stuctuurglas. De ramen hebben een granieten lekdorpel aan de onderzijde en twee kalkstenen aanzetstenen met anderhalve strek met aan de bovenzijde. Op de eerste verdieping aan de voorzijde een kruisvenster met dubbel vast raam en 2x glas in lood invulling erboven. Aan beide zijkanten een vast raam met gekleurd glas in lood in het bovenraam. Aan de onderzijde van de ramen een granieten lekdorpel die optisch
een vast raam en draairaam met hierboven een vast raam met ruiterverdeling 2x(2x3). Hierboven aan de linkerzijde van de gevel twee identieke vaste ramen en aan de rechterzijde drie ramen waarvan de middelste twee keer zo breed is met een ruiterverdeling 1x2 en 2x2. Alle ramen hebben aan de onderzijde een granieten lekdorpel en aan de bovenzijde aanzetstenen met anderhalve strek. De ruiterverdeling van de linkerramen is waarschijnlijk in een latere fase verwijderd. De gevel wordt afgesloten door de brede bakgoot met houten gootlijst en gootklossen.
26 / 27
3.3.3
noordwestgevel
(Muschelkalk) geplaatst met inscriptie anno en in het rechtse
De westgevel is de gevel met de oorspronkelijke hoofdingang. De
paviljoen 1915, met granieten lekdorpel en segmentboogje. Direct
gevel is opgebouwd uit drie delen, aan beide zijden een paviljoen en
boven de ramen op de eerste verdieping bevindt zich de brede
centraal in de iets terugliggende gevel de ingangspartij.
bakgoot met gootklossen. De goot verspringt omhoog boven de
De paviljoens zijn identiek aan elkaar en hebben elk onder aan
ramen met centraal een toog boven de gevelsteen. Hierboven het
de gevel drie kelderlichten met sierroosters en een strek. Op
schilddak met de twee loden pirons op de hoeken.
de begane grond drie kruisvensters met één vast raam en één
Het iets terugliggende centrale geveldeel is één laag hoog en
draairaam met hierboven twee uitzetramen met ruiterverdeling
heeft vier vensters en centraal een dubbele deur. De gevel is in
2x(2x3) met geel gekleurd kathedraalglas. De vensters worden aan
het midden verhoogd en boven de ingangspartij is een kleine kap
de bovenzijde afgesloten met kalkstenen aanzetstenen en anderhalve
met schilddak geplaatst. Tussen de onder en bovenramen is een
strek. Aan de onderkant van de aanzetstenen is een sierrollaag
brede uitstekende luifel van hout aangebracht. De luifel heeft een
gemetseld tot aan de hoeken van de gevel. Onder de vensters
lessenaarsdak en is met smeedijzeren sierstangen aan de voorzijde
bevindt zich een granieten waterlijst en tussen de vensters zijn twee
opgehangen. De twee vensters aan de buitenzijde hebben twee
ruitvormige sierelementjes gemetseld van gekleurde verblendsteen.
draairamen en een vast bovenraam (3x2) met geel gekleurd
Op de eerste verdieping bevinden zich twee kruisvensters met
kathedraalglas, afgesloten door aanzetstenen met anderhalve strek.
een vast en een draairaam met hierboven vaste bovenramen met
Aan de onderzijde van de aanzetstenen is een rollaag gemetseld
ruiterverdeling 2x(2x2) met geel gekleurd kathedraalglas. Aan de
en aan de onderzijde van het raam een granieten waterlijst, welke
onderzijde van de ramen twee granieten lekdorpels. De uitkraging
omhoog verspringt tussen beide vensters. De twee binnenste
van het metselwerk met de dubbele bloktand start ter hoogte van
vensters bestaan uit een smal onderraam en kleiner bovenraam
de bovenramen. Tussen de ramen is een kalkstenen gevelsteen
van helder glas afgesloten met aanzetstenen en strek. Tussen het grote en smalle vensters is aan twee zijden een grote kalkstenen gevelsteen ingemetseld met gebeeldhouwde ornamenten, maar zonder inscriptie. Centraal tussen de vensters is de dubbele ingang geplaatst, met erboven een vast bovenraam (3x1) met helder glas, de aanzetstenen en anderhalve strek Deze bovenramen zijn hoger dan de andere ramen. Boven de strek van ingangspartij is een grote liggende kalkstenen gevelsteen ingemetseld waaruit de inscriptie ‘pesthuis’ met cementpleister is weggestuct, met hierboven drie
ruitvormige elementjes van gekleurde verblendsteen. De bovenste
Boven de eenlaags centrale ingangspartij lopen de gevels op de
rand van de gevel kraagt uit met een enkele bloktand. Hieronder
eerste verdieping van de paviljoens de hoek om naar achteren.
zijn 2x3 gaten in de gevel opengelaten met een sierrooster ter
Deze gevels zijn identiek aan de voorzijde van het paviljoen en
ventilatie van de spouwmuur. De gevel wordt afgesloten met een
hebben op de eerste verdieping een overeenkomstig venster als die
brede bakgoot met houten gootlijst en gootklossen, welke in het
aan de voorzijde.
centrale deel omhoog loopt en het schilddak volgt. Het schilddak is
Op het centrale deel is een latere opbouw aangebracht (1996) en
met leien gedekt in maasdekking en naast het kleine centrale kapje
daarmee het kleine schilddak aan de achterzijde ingekort.
zijn twee platte bitumen daken aangebracht. Op de voorste punt van het schilddak is een loden piron aangebracht.
28 / 29
3.3.4
noordoostgevel
De noordoostelijke gevel is vrijwel identiek aan de zuidwestelijke gevel, met uitzondering van een latere toevoeging. In het terugliggende gevelvlak is op de beganegrond een moderne eenlaags aanbouw onder een plat dak geplaatst (1986). In dit gevelvlak zijn drie ramen moderne ramen geplaatst. Deze gevel wordt afgesloten met een brede houten lijst.
3.3.5
zuidoostgevel
De zuidoostelijke gevel toont dezelfde opbouw als de noordwestelijke gevel, zij het met een afwijkende middenpartij. Hierin op de begane grond een vijftal deuren, waarvan er twee (de tweede en vierde) toegang geven tot de kelder. De andere drie deuren hebben een groot driedelig bovenlicht met kleine roedenverdeling (5x4). Het kleine schilddak boven de middenpartij is verwijderd ten behoeve van de latere opbouw (1986). De opbouw is in twee fasen gebouwd, het noord-westelijke deel is later gebouwd (1996). Het raam aan de zijgevel van het rechtse paviljoen is afwijkend vanwege de indeling in het interieur. Het heeft hier twee ramen; een kruisvenster zoals op lange zijde met ernaast een
venster bestaande uit een vast onderraam met 3x2 ruitverdeling erboven. De natuurstenen gevelstenen ontbreken in deze gevel, wel worden ze gesuggereerd in het metselwerk.
30 / 31
3.4
constructie
Om de fundering te kunnen maken werd de ondergrond afgegraven en voorzien van een nieuwe laag zuiver zand. Volgens de werkomschrijving van 1913 was dit afgraven noodzakelijk vanwege de ongelijke draagkracht van de ondergrond. De fundering bestaat uit betonnen stroken waarop de betonnen wanden van de kruipruimte zijn geplaatst. Op regelmatige wijze zijn in deze wanden ontlastingsbogen gemetseld. Op enkele plaatsen zijn deze bogen later dichtgemetseld. De buitengevels zijn vanaf de fundering opgetrokken in dubbelsteens metselwerk en zijn vanaf het maaiveld voorzien van een spouw. Vanaf de dakvoet zijn de topgevels versmald tot enkelsteens metselwerk. De oorspronkelijke binnenmuren zijn vanaf de begane grond opgemetseld. Binnenwanden van latere verbouwingen zijn over het algemeen opgebouwd uit lichte materialen.
kapconstructie van paviljoen
De vloeren bestaan uit gewapend beton. Dat deze in het werk gestort zijn is goed te zien in de kelder waar de bekistingsplanken zich aftekenen in het plafond. Grote ruimtes, zoals de ziekenzalen, werden voorzien van enkele betonbalken om zo de overspanning van de betonvloeren te verkleinen. Deze balken werden in het zicht gelaten en, net als de plafonds, van stucwerk voorzien. De schuine kappen op de vier paviljoens, de trappenhuizen en de entree zijn opgebouwd uit een houten spantconstructie met gordingen en dakbeschot. Aan de binnenzijde van het dakbeschot zijn de nagels ten behoeve van de bevestiging van de leien zichtbaar. Elke kap heeft een dakluik dat toegang geeft tot de kap. De houten dakluiken zijn bekleed met zink. Glasscherven in de ruimte onder het dakluik impliceren dat deze luiken oorspronkelijk van glas waren. De kappen van de vier paviljoens zijn opgebouwd uit drie geschoorde nokstijlspanten van naaldhout (200x75mm). De
detail kapconstructie boven trappenhuis
spanten zijn voorzien van een hanenbalk die de trekbalk en de nok met elkaar verbinden. Twee schoren zorgen voor extra stabiliteit. Dubbele dwarsbalken verbinden de spanten op vloerniveau met elkaar. De verbindingen zijn versterkt met stalen beugels. De kappen boven de trappenhuizen hebben twee schaarspanten met kreupele stijlen. De lagere middenzonde had oorspronkelijk ook twee kappen. De kap aan de achterzijde is verwijderd bij verbouwing in de jaren 80 van de 20ste eeuw. In de jaren 90 vond er opnieuw een verbouwing plaats en is de dakopbouw uitgebreid. Daarbij is de kap aan de entreezijde aangepast. De kap werd ingekort ten behoeve van de kantoorruimtes in de nieuwe dakopbouw. Het enige nog overgebleven originele spant werd aangepast om een een buikbare opslagruimte te creëren.
kapcontructie boven trappenhuis
32 / 33
3.5
interieur
open binnenplaats
thema afgeronde hoeken
In de oorspronkelijke opzet bevond zich, centraal in het gebouw, een
te zien is, komt ook in het interieur veelvuldig voor. Dit zien we
meter onder het begane grond niveau. Op deze manier kon ook
Het thema van de afgeronde hoeken, dat buiten op diverse plaatsen bij de aansluitingen van de vloeren en plafond aan de wanden, maar ook bij deuropeningen. Hier zijn de dagkanten van de muren afgerond. De bovenzijde van de opening heeft een afgeronde aansluiting bij de zijkant. Zelfs de dorpel heeft in enkele gevallen bij de aansluiting met de neut een ronding mee gekregen. Op de verdieping heeft een wandopening aan de bovenzijde een ellipsvorm gekregen. Mogelijk zijn de afrondingen aangebracht op aanraden van Dr. van Moorsel die ze ook in het stergebouw liet aanbrengen. Daar waar de muren ter plaatse van de deuropeningen niet zijn afgerond ligt het voor de hand te veronderstellen dat deze openingen van later datum zijn.
detail ‘afgeronde hoeken’
open binnenplaats. Het vloerniveau van deze binnenplaats lag 2,25 de oorspronkelijke stookruimte in de kelder voorzien worden van daglicht. De open plaats zorgde voor extra lucht en licht in het hart van het gebouw. Deze binnenplaatst is in de jaren 90 van de 20ste eeuw dichtgemaakt. De begane grond heeft een houten balklaag gekregen, die zichtbaar is vanuit de kelder. Vanuit de beide gangen is een brede opening gemaakt die toegang geeft tot de nieuw ontstane binnenruimte. De vensters naar de hal (G0.18) zijn slechts aan één zijde dichtgezet, vanuit de hal zijn de oorspronkelijke vensters nog zichtbaar. Dit doet vermoeden dat ook de andere twee vensters in de tegenover gelegen wand achter de aftimmering aangetroffen kunnen worden.
overdekte binnenplaats
Op kelderniveau (ruimte Gk.13) zijn de wanden voor de binnenplaats opgetrokken in een paars/rode baksteen in
trap en balustrade
In het paviljoen bevinden zich twee bordestrappen die de begane
kruisverband. Er bevinden zich twee grote vensteropeningen in deze
grond met de eerste verdieping verbinden. Beide trappen zijn
wanden die zorgen voor de lichttoetreding naar de stookruimte
symmetrisch geplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke
(ruimte Gk.11). In één van deze openingen bevindt zich het
binnenplaats en dragen op deze wijze bij aan de heldere opzet
oorspronkelijke houten 24-ruits venster. In de andere opening is
van het gebouw. De trappen zijn nog volledig origineel uit de
alleen het originele houten kozijn nog aanwezig. Beide vensters
bouwtijd en op een fraaie wijze vormgegeven. De treden zijn
hebben een gebogen bovendorpel met rollaag en een hardstenen
uit één stuk gewapend beton gemaakt en afgewerkt met zwart
onderdorpel. In de noord- en de zuidwand van de binnenplaats zit
terrazzo. De trapleuning bestaat uit stalen vierkante spijlen met een
op kelderniveau een deuropening met gebogen bovendorpel met
mahoniehouten leuning. Per tree zijn twee vierkante stalen staven in
rollaag. In geen van de twee openingen is een deur aanwezig. Wel
de treden ingestort. Deze staven zijn aan de bovenzijde verbonden
zijn er duimen in het metselwerk opgenomen wat erop wijst dat
met een sierlijke stalen strip waarop de mahonie houten leuning
hier wel deuren hebben gehangen. Deze openingen geven toegang
bevestigd is. Bij het bordes worden de leuningen verbonden met
tot de kuipruimte.
een wrongstuk. Dit wrongstuk zien we ook terug bij de aansluiting
De vloer van de binnenplaats is op kelder niveau voorzien van
van de balustrade langs het trapgat op de verdieping.
betonnen stoeptegels (30x30 cm) gelegd in het zand.
Langs de muur zijn mahoniehouten muurleuningen aangebracht.
detail trapleuning
trappenhuis
34 / 35
vloeren
Door de huidige afwerking met linoleum is niet goed waar te
De huidige vloerbedekking van de begane grond bestaat grotendeels
nemen of zich hieronder inderdaad een dergelijke houtgranieten
uit linoleum in een mintgroene tint met marmertextuur. Dit
vloer bevindt. Het lijkt erop dat er tijdens de bouw is besloten alle
linoleum is omhoog gezet in de ronde hoek tussen vloer en wand.
vloeren te voorzien van terrazzo.
Bij de entrees zijn zwarte schoonloopmatten gelegd. In enkele
Daar waar het is waargenomen heeft het terrazzo een licht beige
ruimtes is waar te nemen dat onder de huidige vloerbedekking
kleur met langs de randen van de ruimtes een zwarte baan die met
zich de oorspronkelijk terrazzo vloer bevind. Terrazzo was
een ronding overloopt in de plint. In de kast onder de trap (ruimte
goed schoon te houden en droeg dus bij aan de hygiëne in het
G0.04) is de originele vloer nog zichtbaar. Hier zijn echter geen
gebouw. In de werkomschrijving staat omschreven dat de vloeren
zwarte rand en plint aangebracht.
van de ziekenzalen van houtgraniet of terrazzo werden gemaakt.
Doordat destructief onderzoek niet mogelijk was is bij dit onderzoek
Houtgraniet werd sinds 1899 in Nederland gemaakt en staat ook
niet duidelijk geworden in welke ruimtes het terrazzo of houtgraniet
bekend onder verschillende alternatieve namen. Het houtgraniet
vloer nog aanwezig is en in welke staat deze vloeren zich bevinden.
bestond uit poeder van fijngemalen magnietsteen vermengd met
De lijm van linoleum heeft mogelijk de oorspronkelijke vloer ernstig
water, houtzaagsel, fijne houtspanen en kleurmiddel. Dit geheel
beschadigd.
werd samengeperst zodat na droging een zeer harde vloer met een grote draagkracht ontstond.
terrazzovloer onder het linoleum
terrazzovloer